logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_19
giaa_kavka_zapp...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

woensdag 19 september 2007 02:00

Boxer

Net als Editors en Interpol hebben The National iets met de ‘80’s en zitten ze met een knoert van een Joy Division fixatie. Maar in tegenstelling tot voormelde generatiegenoten hoort The National met hun intiemere sound meer thuis in een nachtelijke kroeg dan op de grote podia van de zomerfestivals. Ze zijn ook niet binnengehaald als de nieuwste hype en hebben zonder de druk van opdringerige pers en media deze fijne plaat op de wereld kunnen loslaten. De songs zijn op het eerste zicht niet meteen zo spectaculair, ze moeten wat langer rijpen en komen iets trager uit hun schelp.
The National moet het eerder hebben van onderhuidse spanning en maakt daarbij nuttig gebruik van strijkers, piano, blazers en heel even zelfs een trekzak. De diepe stem van Matt Berninger versterkt het intieme karakter van de songs en zorgt er voor dat dit een warme plaat is geworden met songs die mooi open bloeien als “Green gloves” en “Slow show”. The National hangt hier ergens tussen een ingehouden Tragically Hip en Joy Division zonder zelfmoordneigingen.
Geen uitschieters en ook geen hits op deze ‘Boxer’, wel een verzameling mooie en verwarmende songs met karakter.

woensdag 19 september 2007 02:00

Lifeline

Ben Harper heeft wel meerdere muziekstijlen onder de knie zoals rock, blues, gospel en funk, maar deze keer heeft hij een echte soulplaat gemaakt. Zijn elektrische gitaar heeft hij in de koffer gelaten, dit is meer Otis Redding en Marvin Gaye dan Jimi Hendrix. Maar net als zijn voorganger, de dubbelaar ‘Both sides of the gun’ (1 goeie en 1 slappe kant),  is ‘Lifeline’ maar een half geslaagde plaat geworden. We zouden zelfs meer zeggen, ‘Lifeline’ is nog een stuk minder en klinkt bij momenten echt melig. Er staan nergens songs op die blijven plakken, ook al zijn ze vakkundig  verpakt door Harpers band The Innocent Criminals. De eerste drie nummers zijn zelfs gepasseerd zonder ook maar enkele luttele seconden onze aandacht te hebben aangewakkerd. Pas met “Needed you tonight”, een knappe weliswaar korte soulsong, komt er een beetje schot in de zaak. Daarna gaat het echter terug bergaf met een slap en lusteloos “Having wings”. In de swingende gospel-soul van “Say you will” wordt het tempo terug wat opgedreven maar lang duurt dat niet. Alleen de instrumental  “Paris sunrise 7” , Harpers interpretatie van Ry Cooder’s “Paris Texas” zeg maar, is nog de moeite waard al was het maar omdat we hier nog eens mogen horen wat een prachtige gitarist Harper eigenlijk is, en dat horen we nu net te weinig op deze ‘Lifeline’.
We hopen van harte dat we onze volgende cd recensie van Ben Harper eens mogen beginnen met “Ben Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt” want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest. Foei, Ben!

dinsdag 11 september 2007 02:00

Panic Prevention

Nog zo een jonge gast uit de UK die met een eigenzinnige plaat komt aanzetten. Met Arctic Monkeys heeft hij het platte taaltje gemeen, met The Streets de arrogante raps, met Billy Bragg de prominent aanwezige vocals en met The Specials de opgehitste ritmes. Een talentrijke kerel dus met een neus voor frisse en originele songs zoals het lekker voortdenderende “Salvador”, het pittige “Brand new bass guitar” en het aanstekelijke en hitgevoelige “Calm down desert”. De band zorgt voor steeds verrassende baslijntjes, leuke synths en frisse orgeldeuntjes, maar de beste song is toch deze waar Jamie T. het helemaal in zijn eentje doet, namelijk het akoestische “Back in the game”. Het fijne “If you got the money” had van The Kooks kunnen zijn, afsluiter “Alicia Quays” neigt naar The Streets, een band waar deze Jamie T. wel vaker mee wordt vergeleken, onterecht menen wij want Jamie T. klinkt veel  meer geïnspireerd, een pak frisser en stuk minder vervelend dan The Streets. Kortom, hier schuilt talent in, daar waar The Streets al na 3 nummers eindeloos op de zenuwen beginnen te werken wegens een chronisch gebrek aan variatie op hun platen.

dinsdag 11 september 2007 02:00

Black Rain

We mogen niet vergeten dat Ozzy Osbourne met Black Sabbath een viertal essentiële platen heeft gemaakt, platen die de wereld echt nodig had.  Deze legendarische band waren pioniers maar zijn helaas door een hoop stompzinnige bands verkeerd begrepen. Sabbath introduceerde met name als eerste het occultisme en exorcisme in de rockmuziek maar dat is naderhand nogal uit de hand gelopen via een duizendtal death-metal, black-metal en weet ik veel wat voor metal-bands die het genre hebben uitvergroot tot ver boven de grenzen van het belachelijke. Ook Ozzy zelf is na zijn avontuur als zanger van Black Sabbath en na een aantal overbodige platen een karikatuur van zichzelf geworden, wat hij bovendien zelf nog wat sterker heeft in de verf gezet heeft door zijn vaak zielige optreden in de MTV reality-soap over hem en zijn familie.
Ozzy’s nieuwste cd ‘Black rain’, zijn eerste nieuwe werk in zes jaar, hangt aan elkaar van de hard-rock en metalclichés. Het is zo’n typische genreplaat waarvan er jaarlijks enkele honderden passeren om al even onopgemerkt terug in de vergetelheid te verdwijnen. Was een beginnend groepje met deze cd op de proppen gekomen, er had geen haan naar gekraaid, maar dit is nu eenmaal Ozzy en er mocht dus marketinggewijs al wat geld tegenaan gegooid worden om dit ding te promoten. Enkel het stevige gitaarwerk van woesteling Zakk Wylde houdt deze cd nog enigszins overeind want Ozzy zelf is al lang zijn geloofwaardigheid als (hard)rocker verloren, ook al staat hij hier niet slecht te zingen. De songs die hij op vandaag vervaardigt stijgen nergens boven de grijze middelmaat uit. Er zijn hier zelfs een paar pijnlijke dieptepunten te bespeuren zoals de tenenkrullende en stroperige ballads “Lay your world on me” en “Here for you”, je zou haast denken dat die poedelrockers van The Scorpions hier aan het werk zijn. Lichtpuntje op deze ‘Black rain’ is het venijnige “11 silver”, meteen ook het hardste nummer van de plaat. Ook opener “Not going away”, afsluiter “Trap door” en het titelnummer kunnen er nog net mee door maar de tijd dat Ozzy echte klassiekers schreef is al lang vervlogen.
We hopen voor hem, en we gunnen het hem echt, dat hij zelf nog plezier mag beleven aan het maken van deze muziek, maar voor ons hoeft het al lang niet meer.

donderdag 06 september 2007 11:05

Snakes & Arrows

Rush is in thuisland Canada en in de USA al sinds de jaren zeventig een grote naam, in Europa is de band al even lang totaal onhip. In onze contreien staat het niet echt om te dwepen met een band als Rush als je enige geloofwaardigheid aan je muzikale smaak wil geven. Bullshit, zo ook volgens Muse frontman Matthew Bellamy die dezer dagen overal gaat verkondigen dat Rush echt wel rockt. Waarom zouden wij dit dan ook niet mogen ? Bellamy heeft immers gelijk en voortgaande op de sound van Muse kunnen we niet anders dan vaststellen dat hij nog geen klein beetje heeft afgekeken van dit Canadese trio.
U zal Rush misschien kennen van ‘Moving pictures’, hun pièce de résistance uit de jaren tachtig die in tegenstelling tot hun andere platen ook in Europa wat potten heeft gebroken. De band krijgt al jaren het lelijke etiket ‘symfo-rock’ opgekleefd, een genre met een klef imago die aanbeden wordt in de States en in Canada maar in Europa enkel bij de Duitsers een beetje voet aan de grond krijgt (Duitse fans, het is niets om fier op te zijn, maar het is nu eenmaal zo).
Bij deze ‘Snakes & arrows” melden we u graag dat de symfo wat plaats heeft moeten ruimen voor de rock, dat de nummers niet meer struikelen over hun eigen ingewikkelde structuren en dat hier we geen ellenlange en uitgesponnen songs terugvinden (het langste nummer duurt amper een goeie 6 minuten, Rush heeft zelf nooit geweten dat ze dit ooit voor mekaar zouden krijgen).  Je moet nu ook gaan niet denken dat Rush regelrechte garage-rockers zijn geworden. De songs zijn steviger, compacter en directer dan wat we van hen gewoon zijn. Uiteraard staan deze drie gasten hier nog steeds virtuoos te spelen, het zijn daarvoor ook klassemuzikanten, maar het beoefenen van die virtuositeit klinkt nergens langdradig en staat de songs nooit in de weg.  Kortom, we bemerken nergens het “kijk eens mama, zonder handen” -syndroom die dergelijke bands wel eens parten kan spelen. Onze favorieten zijn de openingssong “Far city” en de geweldige instrumental “The main monkey business”, maar eigenlijk halen alle songs een hoog niveau en kunnen we hier spreken van de beste Rush plaat sinds jaren.

woensdag 05 september 2007 02:00

Black lives at the golden coast

The Icarus Line staan niet meteen garant voor de meest toegankelijke rockmuziek, dat weten we van twee vorige platen ‘Penance Soiree’ en het compleet overstuurde ‘Mono’.
Ook nu zijn ze weer heftig, geschift, uitgelaten en rommelig maar toch zit er wat meer structuur in hun nummers en zijn er zelfs hier en daar wat strijkers en blazers naar binnengeslopen. Op deze ‘Black lives at the golden coast’ gaat de band zo een beetje alle richtingen uit, van psychedelica tot shoegazer-rock tot felle punk, waardoor de eenheid in deze cd soms wel wat ver te zoeken is. Wij meenden achtereenvolgens Pil, Primal Scream, T-Rex, Sonic Youth, The Mars Volta, Jesus and The Mary Chain en The Stooges te horen, tussen dan nog een hele boel andere dingen die we niet meteen kunnen thuisbrengen. “Victory gardens” is zelfs een onvervalste ‘80’s song en afsluiter “Kingdom” is een geflipte jamsessie van acht minuten die bol staat van de experimenteerdrift. Maar die verscheidenheid tussen de songs is ook wel een troef en illustreert de boeiende evolutie die deze band doormaakt, waardoor we kunnen besluiten date deze ‘Black lives at the golden coast’ zeker de moeite waard is.

dinsdag 21 augustus 2007 02:00

The Scenery Of Farewell (EP)

Met  ‘What the toll tells’ hadden deze twee heren al voor één van de meest aangename verrassingen gezorgd van 2006. Amper een jaartje later komen ze aanzetten met dit interessant tussendoortje, een EP met 5 overwegend akoestische songs, 5 pareltjes als je ’t ons vraagt. Het zijn stuk voor stuk doorleefde songs die zichzelf zonder blozen een plaatsje mogen geven tussen het betere werk van Bob Dylan, Neil Young, Green On Red en The Drones. Alle nummers zijn van de hand van Adam Fontaine die voorzien is van een snijdende stem en die overigens ook de gitaar, harmonica en piano voor zijn rekening neemt. Hij wordt enkel bijgestaan door zijn buddy Hyde Edneud op drums en percussie. Fontaine’s songs ademen een rauwe schoonheid, het zijn onversneden en scherpe edelstenen die ons tot op het bot raken.  Afsluiter “Linger On” is het mooiste nummer van deze EP, een sublieme mijmerende ballad waarvan het haar op onze armen recht komt te staan.
Deze EP legt de lat wel erg hoog voor de Full CD die er zit aan te komen. We kunnen haast niet wachten.

dinsdag 21 augustus 2007 02:00

Super Taranta

Als u echt eens een spetterende fuifplaat wil horen dan bent u bij Gogol Bordello aan het juiste adres. Gogol Bordello is de band van Eugene Hütz, een Oekrainer die al de hele wereld heeft rondgereisd om uiteindelijk in New York te belanden en daar met de meest rare kwieten een bandje op te richten. De drank en een chronische goesting om te fuiven deden de rest.
Hütz verloochent geenszins zijn afkomst, zijn Engels met veel Oekraiens haar op en de immer aanwezige gypsy invloeden zorgen ervoor dat dit voor New York wel een heel ongewoon groepje is, ook al zijn ze daar veel gewoon. De prettig gestoorde zigeunerpunk van Gogol Bordello heeft net lang genoeg in een marinade van vodka gelegen om zodanig ons humeur op te pompen dat we het tot een stuk in de nacht op een fuiven van jewelste willen zetten. Prop Mano Negra, Arno, The Pogues, Goran Bregovic, The Dropkick Murphys en Bob Marley in een ton buskruit, steek de lont aan en wat je krijgt is ‘Super Taranta’, explosief, geestig, bronstig en pittig. Een bonte mengeling van gypsy, flamenco, reggae, punk en folk, met bovendien een gezonde dosis humor.
Dit is een heerlijke funplaat van een band die u ook vooral live aan het werk moet zien. Op de laatste Pukkelpop editie was dit negenkoppig gezelschap immers briljant. En als u ons nu wil excuseren, we gaan er nog eentje inschenken.

Garland Jeffreys is niet bepaald de meest productieve artiest.  De man heeft in de laatste 25 jaar amper 4 platen gemaak en geeft ook maar met mondjesmaat optredens weg. In Lokeren bracht hij een mengeling van rock, soul, reggae en blues.  Jeffreys is zelf al een man van respectabele leeftijd, zijn band daarentegen bestond uit jonge kerels die geweldig goed overweg konden met hun instrumenten. We zagen vooral een schitterende gitarist die zich voor twee mooie bluesparels met Garland Jeffreys afzonderde en daarna overschakelde op een aanstekelijk reggaeritme, alsof het niets was. Verrassing van de avond was toen tijdens “Hail hail rock’n’roll”, één van de zeldzame hits die Garland Jeffreys scoorde,  plots Lou Reed uit de coulissen kwam opduiken om op zijn eigenste coole manier een stukje te komen meezingen, nou ja, zingen, zeg maar mompelen. Jeffreys daarentegen kon een pak beter zingen dan zijn buddy en is gezegend met een krachtige soulvolle stem waarmee hij alle genres die hij verwerkt in zijn muziek perfect aankan. Een geslaagde set van een respectabele ouwe knar.

Van Gabriel Rios hadden we niet echt veel verwacht. De man is in Vlaanderen meer bekend omwille van zijn mooie smoeltje dan om zijn muziek. Want het dient gezegd, afgaande op zijn twee cd’s die variëren van matig tot zelfs lauw en slap, hadden we nog geen reden tot juichen. Maar kijk, de man wist ons aangenaam te verrassen met een levendig, gevarieerd en swingend optreden. Ook de uitstekende band was daar verantwoordelijk voor. Rios wisselde Engelstalige en Spaanstalige songs met elkaar af en zorgde zo voor een optreden die niet één minuut verveelde. Het is alsof alles wat mank loopt in de studio hier binnen zijn plooien valt. De songs zijn live vooral harder, zwoeler, heter, intenser en feller dan de  lauwe versies op Rios zijn platen.  Hij sloot de set in zijn eentje af op een prachtige manier met een schitterende versie van “Voodoo Chile” op akoestische gitaar. Respect.  Als hij de vitaliteit van zijn live optredens naar de studio kan vertalen, dan zit er toch nog een schitterende Gabriel Rios plaat aan te komen.

Ook Bryan Ferry had zich omringd met een stelletje klassemuzikanten en een paar dikbilnegerinnen voorzien van een flink stel stembanden. Bryan Ferry heeft nog steeds de stijl en de klasse van de oude dagen, zijn stem en danspasjes zijn er geenszins op achteruitgegaan.  Ferry putte rijkelijk uit zijn laatste cd ‘Dylanesque’.  Zijn interpretatie van klassieke Dylan songs werkt echt wel, hij geeft de songs een eigen schwung en doet ze veel meer ‘Ferry’ dan ‘Dylan’ klinken.  Zo een achttal Dylan songs passeerden de revue waaruit we als hoogtepunten “All along the watchtower” en een intiem en prachtig “Make you feel my love” pikken.  Roxy fans bleven die avond wel een beetje op hun honger zitten en konden enkel bij de bisnummers “Love is the drug” en “Lets stick together” even de beentjes uitslaan.
Een mens kan zich inderdaad afvragen waarom een artiest van dit kaliber met een repertoire prachtsongs waarmee hij makkelijk drie optredens van twee uur kan volmaken meer dan de helft van zijn optreden met Dylan songs vult. Toch zal dit concert ons bijblijven als één van de allerbeste van deze editie van de Lokerse Feesten.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Er was een pak volk afgezakt naar Lokeren, en dat was hoofdzakelijk te wijten aan Pink.
Niet zo’n makkelijke opgave dus voor The Van Jets om voor dergelijk publiek als enige echte rock’n’roll act van de avond de boel op te warmen. The Van Jets trokken zich er niets van aan en deden vol overgave hun ding. Luide, strakke rock’n’roll zonder omwegen. Qua gitaargroepen is dit zowat het beste wat België vandaag te bieden heeft, een heel stuk energieker dan over het paar getilde bands als Sioen, Admiral Freebee en uiteraard Zornik.

Zornik speelde krek hetzelfde optreden als vorig jaar. Waarmee we bedoelen: even lawaaierig, vervelend en bombastisch en in de verste verte geen song te bespeuren. Opgezwollen lucht. Muse is nog ver, heel ver.

De ster van de avond was natuurlijk Pink, toch wel een grote naam die kan worden bijgevoegd in de analen van de Lokerse Feesten. Toch met enige terughoudendheid het optreden afgewacht, want het zou de eerste keer niet zijn dat vedetten van dat allure live volledig door de mand vallen. Niet dus.
In tegenstelling tot veel van die r&b trutten is Pink wel degelijk een fel mokkel die af en toe flink rockt en het niet moet hebben van slijmerige MTV pop met bijbehorend kontschudden. Pink heeft namelijk présence en een stem die er mag zijn, een beetje rauw en dat komt de muziek alleen maar goede. De drive zat er ook meteen al in, de hits volgden elkaar in sneltempo op, want hits heeft ze genoeg om een ganse set mee te vullen. Hoogtepunten waren “Last to know” en een bijzonder fel “Get the party started”. Gas werd teruggenomen met het akoestische “Dear Mr President”, bijzonder gesmaakt door het enthousiaste publiek. Met een cover van “What’s up”, de wereldhit van one hit wonder The 4 Non Blondes (weet u nog wel!) kreeg ze het volledige terrein aan het zingen. Pink had zich omringd met een pak uitmuntende muzikanten waaronder een gitarist die zich soms wel eens in een hardrock band waande.
Ze speelde een goed geoliede set die wel heel Amerikaans klonk maar toch nooit verveelde of over the top was. Waarmee we willen zeggen, ook wie niet echt Pink fan is kon hier echt wel van genieten.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren
Pagina 108 van 112