logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_09
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

’Ouwe wijven’ regende het, die avond in Lokeren. Alleen voor Daniel Lanois wilden wij dit kutweer nog doorstaan. De man begon 20 minuten te vroeg aan zijn set, de camera’s en wij hadden het nog niet door. Hij was volgens ons precies begonnen aan een soundcheck, maar dan wel de beste soundcheck die we ooit hebben meegemaakt. Maar toen bleek dat hij gewoon aan zijn optreden begonnen was, floepten ook de camera’s aan. Lanois had enkel een drummer meegebracht, maar wat voor één. Het duo speelde een formidabel optreden gebouwd op sublieme momenten van spontane improvisatie, kortom een veredelde jamsessie. Er waren maar weinig raakpunten met Lanois’ platen, die overwegend rustig en sfeervol klinken.
Hier op het podium liet Lanois vooral zijn gitaar scheuren als een Neil Young in zijn beste Crazy Horse momenten. Zijn drummer volgde met het meest geniale slagwerk. Een setlist kwam hier niet aan te pas. Het duo speelde wat hen ter plaatse inviel, zelfs een stroompanne  kon hun creativiteit niet stoppen, Lanois maakte er handig gebruik van om het publiek op zijn hand te krijgen en hen James Brown te doen zingen, waarop hij na de panne zijn gitaar liet binnenvallen met een geweldige funky gitaarimprovisatie.
Het is pas de hele groten gegeven om op een podium ter plaatse de meeste geweldige sound uit te vinden. Even ging Lanois er bij zitten om op de pedal steel een ongelooflijk brokje sfeer te creëren en ook dit klonk fantastisch. Ondertussen viel de regen verder met bakken uit de lucht, maar wij weken voor geen meter, geen seconde wilden we hier van missen.
De Lokerse Feesten zijn nog lang niet gedaan, maar hebben wij hier niet de beste drummer en de beste gitarist van het festival al aan het werk gezien ?
Lanois producete zopas de nieuwe U2, als daar ook maar een greintje van de genialiteit die hij vanavond tentoonspreidde op terug te vinden is, dan wordt het een bijzonder sterke plaat.

Daarna was het nog de beurt aan Sinead O’Connor, die de laatste tijd meer met kerkmuziek bezig is dan met wat anders. Hiervoor wilden wij echter de gutsende regen niet meer trotseren, dus we hebben dat mens dan maar gelaten voor wat ze was. Hier volgen enkele reacties van enkelingen die het wel gehoord hebben : ‘saai en slaapverwekkend’ (gehoord van iemand die O’Connor al 5 keer gezien heeft en tot voor dit optreden nog fan was), ‘een bijbelse setlist zonder hits van het eerste uur’ (volgens Studio Brussel) en ‘tenenkrullende songs als “Rivers of Babylon” (de Morgen). Do we need to see more ? Naar het schijnt droop er na elke song meer en meer publiek af, zodat ze haar laatste songs nog voor twee man en een paardenkop stond te spelen (die 2 man waren getuigen van Jehova, de paardenkop was Freddy Willockx). Niets gemist dus.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

De Noorse band Madrugada heeft niet echt zo’n rooskleurige periode achter de rug. De nieuwe en overigens uitstekende plaat was nog maar net op band gezet toen gitarist Robert S. Buras het leven liet. Madrugada moest dus met een noodoplossing en vooral met een bitter gevoel op toernee. Het is maar zeer de vraag of de groep zal blijven bestaan, maar inmiddels brengen ze het best mogelijke eerbetoon aan hun overleden gitarist, namelijk een reeks van splijtende concerten neerzetten.

Zo ook in Gent, waar de band tekeer ging alsof ze nog eens alles willen geven voor hun jammerlijk overleden makker. De band klonk hard, strak en gedreven. Ze speelden een bezielde set die met een flink pak nieuwe songs was gevuld. Van bij de opener “Whatever happened to you” (ook de beginsong op de nieuwe plaat) zat het goed, wat volgde waren levendige songs van een band in bloedvorm, meestal stevig en hevig zoals in “Ready” en “Hour of the wolf”, maar ook bij momenten ingehouden en heel mooi, zoals in prachtsongs als “Honey bee”, “Majesty” en “Valley of deception”. De diepe stem van Sivert Hoyem is, samen met de melancholische sound, nog steeds het voornaamste handelsmerk van deze band en doet ons vaak aan Nick Cave denken, even warm maar ook even bezeten. Het onsterfelijke “Black Mambo” , met zijn dreigende bas in een donker sfeer gehuld, was een absoluut hoogtepunt, samen met het immer mooie “Vocal”, uit hun eerste plaat nota bene (inmiddels alweer 9 jaar geleden), een song waar wij nog steeds kippenvel van krijgen. Deze song was meteen ook de afsluiter van een sterk en bijzonder  gedreven concert. Een mooi eerbetoon aan Robert Buras.

Het voorprogramma Barbie Bangkok, thuisspelers op de Gentse Feesten, krijgen van ons het plaatje ‘verdienstelijk’ mee omwille van een bruisend en gezond muzikaal enthousiasme maar helaas een tekort aan onvergetelijke songs. De Gentenaars zijn duidelijk nog op zoek naar de juiste richting, ze spelen bijwijlen wel funky en soms behoorlijk rockend, maar niets blijft echt hangen, of ’t is een cover, want Paul Mc Cartney’s“Coming up” klonk wel snedig en swingend. We geven hen voorlopig het voordeel van de twijfel.

Organisatie: BoomBox, Gent ism Democrazy, Gent

Beste lezers, voor u zich afvraagt wat een gerenommeerd rockliefhebber als ondergetekende deed op een optreden van een tieneridool als Avril Lavigne. Ik was daar wel met mijn dertienjarige dochter. En gij nu ?

Van een groepje als The Jonas Brothers had ik helemaal nog nooit gehoord. Blijkbaar was ik de enige, daar in Vorst Nationaal. Dit onbeduidend boysbandje kreeg een joelend en hysterisch onthaal waar zelfs The Beatles destijds zouden zijn van omvergevallen. Het gegil hield onophoudelijk aan het ganse optreden door. Verantwoordelijk hiervoor waren piepjonge meisjes (gans Joepie-lezend Vlaanderen was blijkbaar naar Vorst afgezakt) die in de zevende hemel verkeerden toen ze deze drie bakvissen aan het werk zagen. Muzikaal stelde het helemaal niks voor, twee van die broekventjes hadden om onbegrijpelijke redenen een gitaar om hun nek hangen, maar de muziek - nou ja muziek-  werd gespeeld door een band die sober en bewegingsloos achter de drie piepkuikens postvatte. Gelukkig duurde het hele gebeuren maar een half uurtje maar het kwaad was geschied, mijn oren waren geteisterd, niet zozeer door de sound van die drie snotneuzen maar wel door het gekrijs en gegil van al die jonge kippetjes die hoogstwaarschijnlijk ’s anderendaags met geweldige stemproblemen kwamen te zitten. Zelden meegemaakt dat zo een slecht voorprogramma voor zo een enthousiast onthaal zorgde.

Het jonge volk was natuurlijk gekomen voor het Canadese populaire wonderkind Avril Lavigne wiens sterrenstatus de laatste jaren geweldig omhooggeschoten is.
Deze jonge meid liet in Vorst Nationaal niets aan het toeval over. De show was heel Amerikaans in elkaar gebokst met professionele dansers, complete videoschermen en een flitsende lichtshow. Hier was aan gewerkt, dat zag je en, dat moet gezegd, het oogde en klonk spectaculair en  indrukwekkend. Muzikaal rockte het hele gebeuren een flink stuk in de goede richting en dat is wat Avril Lavigne onderscheidt van omhooggevallen generatiegenoten als Britney Spears, Rihanna en weet ik veel wie nog allemaal. Avril heeft met name wat rockbloed in de aderen (waarschijnlijk in papa zijn Ramones- en Clash plaatjes gesnuffeld) en weet dat te illustreren op het podium met een handvol vinnige en aardig wegrockende powerpopsongs. Veel heeft ze daarbij te danken aan haar bij wijlen stevig klinkende begeleidingsband. Die jongens gingen af en toe wel eens hard te keer, van mij mochten ze gerust nog wat meer loos gaan. Voor zij die twijfelen aan de zangcapaciteiten van dat jong ding, kunnen we zeggen dat  haar stem in de eerste songs nog even de juiste richting moest zoeken, maar daarna ging het steeds beter. Vooral in een akoestisch intermezzo van een tweetal songs bewees Avril Lavigne wel degelijk over een mooie stem te beschikken.
Een geslaagde passage in Vorst Nationaal dus, een concert dat gesmeerd liep, als een goed geoliede machine met een afwisseling van hits, felle popsongs, flitsende videobeelden (met een muzikaal intermezzo van Joan Jett’s “Bad reputation”, best wel toepasselijk), spectaculaire dansacts en een uitmuntende lichtshow. Het publiek (weinig kritisch uiteraard vanwege de jonge leeftijd) ging al uit de bol van voor er één noot werd gespeeld. Avril Lavigne begon dan nog eens de set met de hitsingle “Girlfirend” waarmee het dak er meteen af was, daarna volgden de hits in een sneltempo, al dan niet met aangepaste dansacts. Ook aan de choreografie was gedacht, de kunstjes van een paar atletische breakdansers mochten er best wel zijn. “The best damn thing”, “complicated” en “Hot” raasden er stevig door, Vorst daverde meermaals op zijn grondvesten. Het enthousiasme van het volk werkte zeer aanstekelijk op Avril die toch wel even onder de indruk was.
Lang duurde het optreden niet echt, na een uur en een kwartiertje zat de show er op, maar zelfs een kritische ouwe brompot als ik heeft er van genoten, en dat wil wat zeggen, maar hou het stil.

Avril Lavigne is een heuse ster geworden. Vandaar dat ik ten stelligste hoop dat ze papa’s punkplaatjes op haar i-pod laat staan en dat ze zich niet laat verleiden door Amerikaanse haaien van de een of andere platenmaatschappij die haar een nog meer afgelikte sound willen opdringen. Avril, jongske, trek u een week terug in een donker hol met het volledige repertoire van The Ramones en The Stooges , maak kennis met Rick Rubin en neem dan direct uw volgende plaatje op.
Als ze mijn goede raad opvolgt, zal ik met plezier de volgende keer terug gaan kijken.

Organisatie: Live Nation

Ruim 40.000 mensen, die de kaap van de gezegende leeftijd van 35 en ouder hadden bereikt , konden hun rockhartje ophalen met een schitterende TW Classic finale, The Police. Wie vorig jaar er niet in slaagde een kaartje te bemachtigen van hun concert in het Sportpaleis, kon nu op aangename wijze z’n favoriete‘80’s band aan het werk zien en kreeg er het podiumbeest Iggy en het poprockende The Scabs bovenop.
Het publiek maakte eerst kennis met Milow en Juanes, beloftevolle artiesten binnen de huidige pop, die al door de vroege aanwezigen warm werden onthaald. Maar het  rockminnende publiek kwam samen om de drie volgende kleppers aan het werk te zien:

The Scabs die, weliswaar geplaagd door een brok nervositeit, zorgden voor een aangename brok nostalgie en verblijdden de talrijke dertigers en veertigers met een portie welgemeende Belgenrock. Guy Swinnen had voor de gelegenheid nog eens zijn jacket en Clash T-shirt van 25 jaar geleden aangetrokken. Het was immers van toen geleden dat zij als jonge wolven op het Werchter podium de dag mochten in gang stampen. Het hitje van het eerste uur “Matchbox car” ging jammer genoeg een beetje de mist in wegens te nerveus afgehaspeld maar verder waren The Scabs een aangename belevenis, ook al mocht het van ons allemaal wel iets minder beleefd en vooral een beetje ruiger. Zij verdienden het echter wel  om hier te staan en nog eens voor zo een hoop volk te spelen.

The Stooges dan. Een brok geschiedenis, hier kan gewoon geen enkele zichzelf respecterende gitaargroep omheen. En ook al is Iggy misschien al lang een karikatuur van zichzelf geworden, voor ons is hij nog altijd het meest explosieve rock’n’roll beest dat in de laatste decennia ooit op een podium is opgemerkt. The Stooges spelen nog steeds de smerigste riffs ooit gehoord op deze planeet.
Klassiekers als “Loose”, “No fun”, “I wanna be your dog”, “Down on the street”, “Dirt” en “1969” waren als gewoonlijk een brok dynamiet en naar het slot van de set toe wisten Iggy en zijn magistrale Stooges ons nog te verrassen met de oerpunkers “Search and destroy” en “I got a right”, songs die bij hun vorige reünie optredens vermeden werden omdat de broertjes Asheton bij het maken ervan destijds al de laan waren uitgestuurd door een in die tijd compleet geschifte Iggy Pop. By the way, geschift is ie nog altijd, trouwens.
Uit de laatste Stooges plaat ‘The weirdness’ van een jaar terug, een miskleun als je ’t ons vraagt, werd gelukkig enkel “My idea of fun” gehaald, het enige nummer op die plaat die de moeite waard is. Maar vooral “Skull ring” en “Electric chair” uit de het Skull ring album van 2003 waren strak en wervelend en moesten geenszins onderdoen voor de klassiekers van meer dan dertig jaar geleden.
Om maar te zeggen, The Stooges waren nog maar eens verpletterend en Iggy blijft een rock’n’roll beest pur sang. De vips stonden er vanuit hun immense boulevard zo een beetje naar te kijken als een koe op een ruimteschip, zij begrepen er helemaal niks van.  Rock’n’roll is duidelijk niet aan hen besteed. Mogen zij de volgende keer naar Bryan Adams, Soulsister of Marco Borsato gaan kijken, maar bij Iggy blijven ze beter weg.

The Police, daar was het meeste volk voor gekomen, inclusief zij die na het afgelaste tweede Sportpaleis concert op hun honger bleven zitten. Wel, die mensen hun geduld werd meer dan beloond met wat werd aangekondigd als het laatste Police-concert op Belgische bodem ooit. The Police was echter veel meer op dreef dan ze ooit hadden kunnen zijn  in het Sportpaleis enkele maanden geleden. Sting had deze keer wel zijn stem meegebracht en Andy Summers en Stewart Copeland toonden zich als twee ongelooflijke rasmuzikanten die merkelijk plezier beleefden aan die laatste Belgische trip. De drive zat er in, dat deed het hem. De songs klonken nergens afgehaspeld of belegen, ook al hebben we ze al zo’n duizend keer gehoord. Een song als “De do do do” die anders een beetje banaal klinkt was hier zelfs een hoogtepunt . “Roxanne”, achterwege gelaten omwille van stemproblemen in het Sportpaleis, was nu wel als absolute knaller van de partij en “So Lonely” kende de gedrevenheid van de jonge dagen.  Verder was het smullen van “Walking on the moon”, “Message in a bottle” (waar mee begonnen werd, “met de deur in huis vallen” noemen ze dat), “King of pain” en “Don’t stand so close to me” en het hevige punky “Next to you”.
Eigenlijk speelde The Police een mooie compilatie uit hun vijf albums,  ze deden dat  met volle overgave en gaven nooit de indruk dat hier even snel wat geld moest verdiend worden. Ook al was het waarschijnlijk wel zo, maar ze konden het in ieder geval goed wegsteken.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 17 mei 2008 03:00

De prachtstem van Shawn Smith

Een vrij magere opkomst in Gent voor de zwaar onderschatte Shawn Smith. De man is alhier nauwelijks gekend onder zijn eigen naam. Misschien dat bands als Satchel, Brad en Pigeonhead wel ergens een lichtje doen branden, bands waar al eens de gitaren mogen loeien, maar dit concert was van een heel ander allooi.

De organisatie in de Handelsbeurs wist wel raad met het weinig talrijke publiek en had met behulp van wat theelichtjes, een rookmachine en romantische opzet van enkele stoelen en tafeltjes de zaal omgetoverd tot iets wat leek op een jazzclub uit de fifties, een geslaagde onderneming.
Smith zelf zorgde van achter zijn vleugelpiano voor de intimiteit met een hele mooie ingetogen set. Als je de man aanschouwt - hij ziet uit als een zware rapper-  zou je niet meteen gaan verwachten dat hij de meest breekbare liedjes uit zijn mouw schudt. Smith speelt aardig piano en een zeldzame keer gitaar maar het absoluut meesterlijke instrument is die fantastische stem, mooi, warm, barstend van de soul en vooral uniek. Een stem die in deze naakte set nog veel meer tot zijn recht kwam dan op diens platen.
Smith ging van start met een Brad klassieker, het adembenemende “The day brings”, een song die hij later in de set nog eens op een fijne manier zou verweven in een verbluffende versie van “Purple rain”. Wij weten het, die Prince song is al platgecoverd, maar wat Shawn Smith er mee deed was meer dan geweldig. Smith speelde een mooie greep uit zijn solo platen, afgewisseld met enkele Brad- en Satchel songs. Wij waren vooral verheugd met de vier songs die hij haalde uit ‘The Family’ van Satchel, één van ons aller favoriete platen ooit.
“Isn’t that right”, “Not too late” en “Time of the year” waren absolute pareltjes. Eén keertje maar nam hij de gitaar ter hand om er gewoonweg een schitterende bluesversie van de Mother Love Bone klassieker “Chrown of thorns” mee te spelen, ronduit prachtig. Jammer dat Smith maar één song op de gitaar speelde want op deze manier hadden er voor ons best zo nog een paar fabuleuze momenten mogen bijkomen.

Omdat de ganse set zo adembenemend was kwam er al veel te vlug een einde aan. Het was te snel voorbij, maar het staat geboekstaafd als een wondermooi concert.

Organisatie: handelsbeurs, Gent

zaterdag 03 mei 2008 03:00

Des Duivels Cave & The Bad Seeds

Wie een rustig avondje aan donkere typische Cave ballads had verwacht was er weer eens aan voor de moeite. Het was nog maar eens het rockbeest in Cave die hier de boventoon voerde. Het Grinderman spook sluimert nog duidelijk rond in The Bad Seeds, de set die hier werd gebracht was gloeiend, hard, heet en stomend. De rustige momenten waren ver te zoeken, ergens halverwege hoorden we een ingetogen “Nobody’s baby now”, iets verder “The ship song” en naar het einde toe een aangrijpend “Into my arms”. Voor de rest was het een vooral kolkend en splijtend optreden gevuld met een hele hoop nieuwe songs en een verzameling all-time Cave klassiekers.

Als Cave een nieuwe plaat uit heeft, zullen we het geweten hebben. Dat was in Vorst niet anders, quasi de hele nieuwe plaat passeerde de revue, mooi gespreid over de ganse set. De nieuwe songs zijn overigens een rijke aanvulling voor het reeds meer dan indrukwekkende oeuvre van Cave. Voor ons mag een Cave optreden trouwens wel 4 uren duren, dan nog zullen we uitstekende songs gemist hebben.
Vorst Nationaal daverde al vanaf de eerste minuut op zijn grondvesten. En dat bedoelen we dan letterlijk, want vanaf de eerste noot ging de opener “Night of the lotus eaters “ door merg en been, we voelden de bas vanaf onze voeten naar ons hoofd stijgen. Prijsbeest van de nieuwe cd, de geweldige single “Dig, Lazarus, Dig !!” denderde door en daarna kwam er een intens dreigende versie van “Tupelo”, na al die jaren nog steeds de ultieme Nick Cave klassieker, als je ’t ons vraagt. Drie songs ver en we waren al volledig murw geslagen. Cave denderde vervolgens gewoon door, The Bad Seeds waren geweldig op dreef, de songs klonken allemaal nog iets heter en vettiger dan op plaat.
Nick Cave nam zelf bij momenten de gitaar ter hand, wat we niet meteen van hem gewoon zijn, maar ook al is hij duidelijk geen begenadigd gitarist, de songs kregen er wel een extra harde punch mee. We onthouden een spetterend “Papa won’t leave you Henry”, onze favoriet van de avond,  en het onvermijdelijke “Red right hand”.
Een overduidelijk enthousiaste Nick Cave kwam voor de bisnummers zelfs opdraven zonder pak, gewoon in T-shirt, nooit gezien. De bisronde was overigens nog maar eens geweldig, met “The Lyre of Orpheus”, waarin het enthousiaste publiek ook een rolletje kreeg, verder een bijtend hard “Get ready for love” en dan nog de moordsong “Stagger Lee”. En alsof dat nog allemaal niet genoeg was kwam Cave nog even terug met het ingetogen rustpunt “Into My arms” om daarna genadeloos en loeihard met “Hard on for love” er een definitief punt achter te zetten.

Geweldig concert, zouden wij zo zeggen. En wij hebben altijd gelijk.

Playlist : “Night of the lotus eaters”, “Dig, Lazarus, dig !!”, “Tupelo”, “Today’s lesson”, “Red right hand”, “Midnight man”, “Nobody’s baby now”, “Deanna”, “Lie down here and be my girl”, “Hold on to yourself”, “The ship song”, “We call upon the author”, “Papa won’t leave you, Henry”, “More news from nowhere”, “The Lyre of Orpheus”, “Get ready for love”, “Stagger Lee”, “Into my arms”, “Hard on for love”.

Organisatie: Live Nation

donderdag 24 april 2008 03:00

Warpaint

Zo’n 7 jaar na ‘Lions’ hebben de verloren gewaande Black Crowes nog eens een studio plaat gemaakt. De terug verenigde broertjes Robinson hebben op ‘Warpaint’ qua muzikale creativiteit mekaar opnieuw gevonden, een handvol geïnspireerde songs is het resultaat. Niet dat het geluid van The Black Crowes zoveel veranderd is - de songs zijn nog steeds gebouwd op Stones, Faces, Soul en Southern rock – maar de plaat klinkt terug fris en gedreven. Nieuwe gitarist Luther Dickinson, die even kwam overwaaien van The North Mississippi Allstars, zit daar voor een groot stuk tussen.
Als uitschieters houden we het op de felle bluesrocker  “Walk believer walk”, de gedreven “We who see the deep” die neigt naar het beste van The Faces, de scherpe sleper  “Movin’ on down the line”, de vuile rocker “Wounded bird”, de rock’n’roll stamper “God’s got it” (met vettige slide gitaar!) en de Dylanesque afsluiter “Whoa mule”.
Warpaint is een schaamteloos ouderwets klassiek rockalbum zoals er dezer dagen niet veel meer gemaakt worden (of ’t moest van The Raconteurs zijn). Noem het retro als je wil, dat mag voor ons part, want daar is niks mis mee. Feit is, The Black Crowes zijn terug, en te oordelen aan deze puike ‘Warpaint’ is dat alleen maar goed nieuws.

donderdag 17 april 2008 03:00

Accelerate

Eerlijk gezegd hadden wij van REM nooit meer verwacht dat ze ons nog volledig van onze stoel zouden blazen, daarvoor is hun sound te herkenbaar en te weinig verrassend geworden na al die jaren. Met het tamme en ongeïnspireerde ‘Around the sun’ , hun vorige vehikel, hadden we de hoop al helemaal opgegeven en moesten we jammerlijk denken aan de Red Hot Chili Peppers die met hun laatste twee platen ook helemaal het noorden zijn kwijtgeraakt. Maar kijk, REM weet dan toch nog eens fel uit de hoek te komen met ‘Accelerate’, een vooral korte plaat waarop de heren miljonairs als vanouds toch weer vinnig en energiek klinken. Uiteraard klinkt  het nog steeds allemaal heel “REM”, maar de sleur is er uit en er is een hete vlam in de plaats gekomen.
De vonk zit er al meteen in met de felle opener “Living well is the best revenge”, het is jaren geleden dat we REM nog eens zo kwaad geweten hebben. De strakke lijn wordt doorgetrokken met “Man-sized wreath” wat ons gedacht een veel betere singlekeuze was geweest dan het wat te brave en te veel REM-klinkende “Supernatural superserious”, eigenlijk de zwakste schakel op ‘Accelerate’ (maar dan nog bijlange geen slecht nummer, ’t is gewoon dat de rest nog een stuk beter is).
Op “Until the day is done” wordt wat gas teruggenomen en deze mooie ballad zou tevens  niet misstaan hebben op ‘Automatic for the people’. Ook “Sing for the submarine” houdt zich nog wat in maar met de twee venijnige splinterbommen “Horse to water” en “I’m gonna DJ” die de plaat afsluiten, gaan de heren helemaal loos en zetten ze met een felle streep punkrock iedereen die aan de groep durfde twijfelen meteen op zijn plaats.
‘Accelerate’ doet in vele opzichten terugdenken aan REM uit de jaren tachtig, toen ze fris en levendig klonken en ook hun beste platen maakten als ‘Life’s rich pageant’, ‘Fables of the reconstruction’ en ‘Reckoning’. Er staan hoegenaamd geen opvullers op deze nieuwe plaat, enkel sterke en vooral korte en strakke songs die barsten van energie.
Het duurt allemaal maar 36 minuten, en laat dit nu net de sterkte zijn van dit album. Het is met name terug een gitaarrock plaat geworden, één waarop vooral Peter Buck zeer scherp en attent aan het spelen is, een plaat waarop REM zich niet schaamt voor hun roots en niet hardnekkig probeert om met iets nieuw op de proppen te komen. Ze hebben gewoon zichzelf herontdekt.
Neen, zo iets spetterends hadden we van REM helemaal niet meer verwacht. Van een aangename verrassing gesproken.

donderdag 10 april 2008 03:00

Consolers of the lonely

De hoes verraadt het al, net als bij The White Stripes gaat Jack White het terug in het verleden zoeken. Niet alleen bij de blues, maar ook heel uitdrukkelijk in de seventies met een portie stevige retro rock.  In tegenstelling tot de minimale bezetting van The White Stripes is er hier wel een uitgebreid instrumentarium. Er zijn blazers, violen, piano, orgel, banjo  en natuurlijk ook een basgitaar. De verscheidenheid illustreert zich niet alleen in de instrumenten, ook de songs zijn nogal uiteenlopend. Er is de rechttoe rechtaan riff-rock, zeg maar The White Stripes met bas, in “Salute your solution”, er is folk-rock in  “Old enough”, retro piano-rock in “You don’t understand me”, seventies hard rock in “Hold up” of de blues in “Pull this blanket off”. Een song als “Rich kid blues” neigt zelfs naar prog-rock, maar klinkt geenszins belegen. De stamper “Five on the five” is één van onze favorieten, Pixies meet The White Stripes is zowat het eerste wat ons hier te binnenschiet en dat is wel een heel aangename gedachte.
Dit is natuurlijk niet alleen het werk van Jack White. Brendan Benson heeft hier evenveel in de pap te brokken, en net dat verklaart de variatie in deze plaat. ‘Consolers of the lonely’ is nog een stuk hechter en sterker dan zijn voorganger ‘Broken boy soldiers’ die het vooral moest hebben van een paar uitschieters. Deze keer is het album over gans de lijn krachtig, Jack White heeft een stel hete riffs uit zijn gitaar gepuurd en Benson heeft er een aardig kleurenpalet van stijlen aan toegevoegd. Maar vooral de songs zijn er recht op. Opvullertjes zijn er niet te vinden op ‘Consolers of the lonely’ die hiermee meteen een ernstige kandidaat voor de eindejaarslijstjes wordt. En dat durven we nu al zeggen.

donderdag 28 februari 2008 01:00

Pistola

‘Pistola’ is een typische Willy Deville plaat geworden. Wat betekent een mengeling van blues, roots, tex-mex, mardi grass en ingehouden maar oprechte rock. Deville is oud genoeg om het allemaal onder de knie te hebben en er een onderhoudende plaat mee te brouwen. Nieuwe fans zal hij er niet  bij krijgen, de bestaande  zullen hiermee evenwel niet ontgoocheld zijn.
Wily Deville is nog steeds een boeiend  verteller en intrigerend zanger. Zijn songs zijn met gevoel op de wereld gebracht, ze zijn simpel en efficiënt. Deville heeft op ‘Pistola’ gewoon gedaan waar hij goed in is, en dat is zijn eigen muziek maken zonder zich iets van de huidige trends aan te trekken. Het zal hem geen moer uitmaken hoeveel mensen daadwerkelijk zijn nieuwe plaat kopen, als hij er maar plezier aan beleeft en zichzelf niet verloochent. En dat is ook zo, Pistola is niet wereldschokkend maar is gewoon een oerdegelijke Willy Deville plaat met de typische ingrediënten. Niet meer, maar ook niet minder.

Pagina 104 van 112