logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_11
avatar_ab_01

Bob Log III

Bob Log III: Bob deed het weer!

Geschreven door

Er werd afgetrapt met The Experimental Tropic Blues Band, een trio (twee gitaren en drums) uit Luik dat grossiert in snoeiharde bluestrash. Deze band bezit met Dirty Wolf en Boogie Snake twee extraordinaire zangers die er, ondanks een op dat moment nog zo goed als lege zaal, er meteen behoorlijk invlogen. Flink overstuurde blues, die meer dan eens uit de bocht ging, met duidelijke invloeden van de Jon Spencer Blues Explosion en Zen Guerrilla, werd afgewisseld met enkele stuiterende rock-'n-rollnummers. Soms stond hun podiumgekte het muzikale wat in de weg maar aan begeestering en branie ontbrak het deze groep beslist niet. Tijdens de afsluiter, een niet helemaal geslaagde noiseversie van "Garbage Man" (The Cramps) liet Dirty Wolf nog zijn broek tot op zijn enkels zakken om een demonstratie van de "electric dick" te geven.

Toen Hulkk op het podium verscheen dacht ik eerst nog: sympathieke kerels waarmee ik wel eens een pint zou kunnen pakken. Maar dat veranderde snel want hun muziek bleek niet meer dan een drol die dringend doorgespoeld diende te worden. Jesus, wat was dat? Belegen powerrock met haar op van zo'n 15 cm hoog, hardrock waarvan de houdbaarheidsdatum reeds dertig jaar verstreken was. Prompt kwam die oude maagzweer weer opzetten, een pint kunnen ze dus wel vergeten.

Intussen was er toch verrassend veel volk komen opdagen. Waarom nu juist, terwijl Bob Log III al zo'n tien jaar net hetzelfde doet, is me niet geheel duidelijk. Ooit was hij de helft van Doo Rag, die ik nog in de oude Democrazy zag, maar toen zijn compagnon er midden in een tour er de brui aan gaf, ging hij solo verder en werd een waar fenomeen. Gehuld in een flashy jumpsuit, het hoofd verborgen in een pilotenhelm en zingend door een oude telefoonhoorn trekt hij als one-man-band de wereld rond. Zo verscheen hij dus ook in Gent en gaf ons nog maar eens een flinke portie verhakkelde lofi deltablues waarmee hij het publiek moeiteloos kon opzwepen. Het mag dan wat brokkelig klinken, de man kan best wel overweg met een gitaar. Zijn fingerpickingstijl met slide vond ik redelijk indrukwekkend. Met de hulp van een drummachine en zijn voeten (minibasdrum, een tamboerijn en wat cimbalen) gaf hij het geheel een duivelse drive mee.
Hilarisch hoogtepunt was nog maar eens het moment waarop twee vrouwen mochten plaats nemen op zijn knieën terwijl hij gewoon verder speelde. Het blijft indrukwekkend wat de man doet maar na al die jaren kennen we de gimmick zo al een beetje, zeker? En bleef ik toch wat op mijn honger zitten. Wat verandering zou hem deugd doen, maar is dat met zijn formule wel mogelijk?
Toch blijft dit een aanrader en wie hier niet genoeg van krijgt kan deze zomer nog terecht in Dour of beter nog in Diksmuide waar hij op 20 juli gratis te bewonderen valt in de 4AD.

Organisatie: Democrazy, Gent

Scala

Scala feat Koen Buyse: popband met hemelse koorzang

Geschreven door
Het Aarschotse meisjeskoor Scala is het idee van de broers Stijn en Steven Kolacny. Olv van deze twee charismatische ‘koorleiders’ coverden ze op hun ‘On the rocks’ platen bekende rocksongs omgebogen naar de hemelse stemmen van het meisjeskoor en de piano, toetsen en elektronica van Steven, met Stijn als dirigent. Poprocksongs kregen een eigen unieke wending. Een eenvoudige, doeltreffende succesformule waarin de broers een vleugje humor staken. Vanaf de cd ‘It all leads to this’ stak Steven er een eigen identiteit in, met meer eigen songs. Het recente ‘Paper plane’ bevat enkel en alleen eigen nummers, wat een nieuwe, maar ook logische stap van de broers inluidt …

Scala werd door de jaren wisselend onthaald op hun formule , maar ze duwden de kritiek definitief van zich af, gezien het eigen materiaal deze avond centraal werd geplaatst en overtuigde. Scala is een popband geworden, met drums, toetsen en een koor. Bevriende gast was Koen Buyse, die ook een drietal nummers inzong. Deze voorstelling werd simultaan getolkt in de Vlaamse gebarentaal, een initiatief waar we toch naar opkeken. Respect! De grappige interventies van Steven tussendoor gaven nog wat elan.
Het frisse, sfeervolle en ingenomen materiaal, zowel Nederlands- als Engelstalig, mocht er duidelijk zijn, waaronder “It ‘ll never come back”, “Woorden”, “Kleine man” en “Little more each time, gevarieerde songs in tempo en die garant stonden in sfeer creëren. Hun nieuwe klanken, net als de choreografie, pasten mooi in de outfit van het koor.
Ook het gecoverde materiaal zat mooi vervat binnen de eigen hemelse pop: “Every breathe you take”, de classic “Nothing else matters”, die van een zachte naar een meer krachtige aanpak ging, en de twee songs van Pierre Rapsat, die zelfs door Steven’s elektronica een groovy beat kregen. Scandinavië werd hoog in het vaandel gedragen dor de broers; twee songs haalden ze aan die refereerden naar de sound dito vocalpracht van Karen Dreijer (van The Knife), Björk en Sigur Ros. En met Koen Buyse werd “King of the town”, uit het succesvolle ‘The place where you will find us’ (’02), en het intieme “Hurt”, sober begeleid (ode aan Johnny Cash en Trent Reznor’s NIN) gebracht.
Een ruime bis breidden ze aan hun voorstelling , waaronder KT Tunstall’s “The black horse & cherry tree”, een ingetogen Bruce Springsteen’s “Streets of Philadelphia” (opnieuw met Koen), een medley en Noordkaap’s “Ik hou van U”, waarop het publiek de kans kreeg het refrein zowel zacht als luidkeels mee te zingen.

Scala profileerde zich als een popband met een hemelse koorzang. Hun nieuw ingeslagen weg intrigeerde, ontroerde en moest niet onderdoen aan de vroegere succesformule.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk


Danko Jones

Spierballenrock en entertainment

Geschreven door

De Zweedse Backyard Babies mogen vanavond openen. Hun muziek getuigt niet bepaald van originaliteit en ligt ergens tussen garagerockland en hardrock city, maar het klinkt allemaal best wel cool en sympathiek. Denk aan geestesgenoten als The Hellacopters en je komt al aardig in de buurt (alhoewel de onvolprezen en helaas inmiddels begraven Hellacopters toch nog een afdeling hoger spelen). Best wel een aangename opwarmer.

Danko Jones is een rasperformer, een krak in het opzwepen van zijn publiek, een showman die overloopt van de goesting in rock’n’roll. Zijn publiek entertainen is minstens even belangrijk als het spelen van zijn gespierde energieke rocksongs. De man heeft humor, présence en een rock’n’roll hart. Die combinatie van entertainment en stomende no-nonsens rock is wat een Danko Jones optreden zo uniek maakt. De sound is strak, luid en hard, de songs zijn simpel maar efficiënt en gaan van hard-rock tot een enkele keer bijna speed-metal (een ontploffend “Sleep is the enemy” helemaal op het einde).
Danko’s gitaar heeft een hoop potige riffs in huis, zijn stem varieert van helder tot schreeuwend en de retestrakke drums en de soms zware distortion bass vormen de perfecte onderbouw voor de gevatte spierballenrock.
In de uitverkochte Handelsbeurs speelt het trio de gemeenste powersongs uit hun vier albums, met als hoogtepunten stampers als  “Play the blues”, “First date” en “Invisible” . De tracks uit de nieuwste “Never too loud” klinken op plaat soms net iets te braafjes, maar hier laten ze zich van hun gemeenste kant zien.
Danko Jones weet het op een podium altijd net iets heftiger, sneller en giftiger en te brengen, daarom is Danko Jones live oppermachtig. Waarvan akte.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Arsenal

Arsenal tekende de AB zomers

Geschreven door
Arsenal wist in geen mum van tijd twee keer de AB uit te verkopen. Na enkele try outs , de daaropvolgende clubtour in het voorjaar van 2008 en de intense festivalzomer, wou Arsenal met enkele guests, die meewerkten als gastvocalisten op hun platen, de tour van de derde cd ‘Lotuk’ mooi besluiten. En Arsenal slaagde opnieuw in een stomend multi-cultureel feestje , een opwindende livegig door de smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak en een sfeervol , ingetogen sound.

Arsenal zorgde voor de ideale ontlading na een stresserende werkdag met hun kleurrijke, zuiderse en zomerse catchy groovy popsound. Het publiek werd gaandeweg warm gemaakt met “Selvagem” en “Switch”, waarin een prachtrol was weggelegd voor vocaliste Leonie Gysel, naast John Roan, die de menigte graag opzweepte. Het trancy opbouwende “Shu qi ni de tou fa” met de Chinees Chi Zhang als eerste gast en een mooi uitgesponnen “Longee” volgden. Het vuur zat er pas echt in met het dansbare “Lotuk”, dat geïnjecteerd werd met elektronicableeps en onderhouden werd door een sterke samenzang Gysel – Roan. Ze zetten hun heerlijke, aanstekelijke zuiderse sound met pulserende beats en party gevoel verder op “Turn me loose”, met de raps van Mike Ladd (het aan Coldcut geïnspireerde “Walk a mile in my shoes” (zang Robert Owens)), “Estupendo”, “Mr Doorman”, “Saudade” en “Personne ne bouge”, gastrol Baloji, die het nummer live nog aantrekkelijker maakte. Iedereen wiegde mee, zwaaide met de handen of floot en zong vrolijk de refreinen mee. Tussenin zaten het ingetogen “Either” en “How come”, sober begeleid en gedragen door een harmonieuze zang.
Arsenal werd luidkeels onthaald en was onder de indruk van de respons. “Ongelofelijk” en “Brussels is a dancer” hitste Roan de massa op. We kregen een uitgebreide bis aangesmeerd met “The coming”, bepaald door de zang van Gabriel Rios, de dansbare meezinger “A volta” en het hemels fee-rijke “Who we are”, met – opnieuw - een glansrol van Leonie.
Iedereen zat op dezelfde golflengte, amuseerde zich kostelijk en kon er niet genoeg van krijgen; een reprise van “Lotuk” volgde, nog opzwepender en dynamischer, onder het elektronicasounds en beats van Hendrik Willemyns.

Arsenal bracht een unieke zomerse cocktail en speelde – opnieuw - een meer dan overtuigend concert. Een liveband bij uitstek die nooit verveelt, en ons totaal relaxt huiswaarts deed keren …Het enige minpuntje was de afwezigheid Mario Vitalino dos Santos, die op hun recentste album tekende voor de mooiste songs …

Mike Ladd, één van de gastvocalisten van Arsenal die avond, moest er met zijn funky, trippende hiphop elektronica er hard tegenaan om het publiek te boeien. Een showke tussendoor met z’n toetsenist gaf elan aan het geheel.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Iglu & Hartly

& Then Boom

Geschreven door

Iglu & Hartley: een niet alledaagse groepsnaam van een vijftal uit het zonnige Californië verbaast met aanstekelijke, vrolijke, ontspannende en een zwoel dromerige sound. Inderdaad, de groep maakt een zonnige cocktail van groovy, funkende en  trippende raprock, waarin we invloeden horen van Beach Boys, Beastie Boys, Eminem, Arsenal en ‘80’s synthpop.
Een consistent album trouwens, misschien een beetje veel van hetzelfde, maar goed in elkaar gestoken poppy songs, waarbij “In this city” en “Out there” zich weten te onderscheiden. De harmonieuze samenzang van de raps van Jarvis Anderson en Sam Martin geven elan. Volmondig ondersteunen we Iglu & Hartly als Surfer Boys met een hippie randje.

Cut Copy

In ghost colours

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige trio Cut Copy komt aandraven met een pak zweverige, aanstekelijke, zomerse electropopnummers, die ze op sterke wijze combineren met een vleugje disco en house. Een paar tracks krijgen zelfs een krachtiger rockgroove mee en/of worden de pedaaleffects eens stevig ingedrukt (zoals op “Unforgettable season” en “So haunted”).
Het trio zweert aan de ‘80’s electro, verwerken LCD Soundsystem, Daft Punk en Air en doen vocaal als qua sound soms ook denken aan Daan. Een paar instrumentaaltjes zetten steeds aan tot overtuigende songs. Luister maar eens naar “Lights & music”, “Hearts on fire”, “Strangers in the wind” en “Nobody lost, nobody found”.
Cut Copy klinkt misschien gerecycleerd, maar ze slaagden in een overtuigende plaat door aan de songs een handige hedendaagse draai aan te geven.

Noah & The Whale

Peaceful, the world lays me down

Geschreven door

Het Britse Noah & The Whale verrast aangenaam met hun debuut ‘Peaceful, the world lays me down’. Ondanks de pessimistische ondertoon die we in de teksten horen van songschrijver Charlie Fink hebben we te maken met een gevarieerd klinkende poprockplaat met een foklkrandje. Broeierige, fijne pop met dromerige, frisse, speelse en vrolijke melodieën, waarbij de band zich ergens profileert tussen The Saw Doctors, The Waterboys, The Decemberists, Belle & Sebastian, het ouder werk van The Go-Betweens, The Pogues en een ‘60’s Beatles aanpak, door de aanstekelijke opbouw. Het instrumentarium als viool, harmonium en blaasinstrumenten als de backing vocals van Laura Marling zorgen voor een kleurrijk geheel. Er zijn groovy songs: “5 years time”, “Rocks & daggers” en de titelsong, afgewisseld met de sfeervolle “2 atoms in a molecule”, “Give a little love”, “Second lover” en de ingetogen afsluiters “Mary” en “Hold my hand as I’m lowered”. In “Jocasta” kun je het refrein zo meezingen en tot slot op “Shape of my heart” hoor je Balkaninvloeden.
Met deze is ‘Peaceful, the world lays me down’ een tof, afwisselend en een prettig in het gehoor liggende plaat geworden.

JJ Cale

Roll On

Geschreven door

JJ Cale, speciaal voor hem is de term laid-back uitgevonden. De man was een inspiratiebron voor Eric Clapton (die “After midnight” en “Cocaine” coverde en die songs op slag wereldberoemd maakte) en vooral Mark Knopfler (het debuutalbum van Dire Straits is over gans de lijn schatplichtig aan JJ Cale, en laat dit ook nou net toevallig hun allerbeste album zijn). In 1971 kwam Cale met zijn eerste plaat uit. Deze nieuwe ‘Roll on’ is pas zijn zestiende, en dat op de gezegende leeftijd van 71. Alles is op ’t gemak bij JJ Cale. Relax, baby, relax. En zo klinkt het ook, alsof Cale af en toe eens vanuit zijn hangmat komt om zich naar de studio te begeven  -biertje tussendoor-  en daar vanop zijn barkruk alweer een knappe song op tape te zetten.
Nieuwe fans zullen er niet bijkomen met deze plaat maar de bestaande fans (waaronder ene Tom Barman die zelfs zijn debuutfilm naar de JJ Cale song “Anyway the wind blows” noemde) zullen opgetogen zijn.
‘Roll On’ is zo’n typisch JJ Cale album geworden : gezapig, relaxed, bluesy en met lekker voortkabbelende ritmes. De sterke songs zorgen er voor dat dit zelfs een van zijn betere werkstukjes is geworden. In zijn geheel eigen stijl stoeit JJ Cale met country, blues, jazz, rock’n’roll en americana, zijn gitaar laat hij heerlijk drijven op de golven van de zomerse songs, zijn stem volgt gewoon steeds in dezelfde toonaard. De man weet als geen ander zijn vocale beperkingen in te passen in de muziek.
Zoals gewoonlijk laat Cale zich omringen met rasmuzikanten die zich volledig onderdanig maken aan de sound en de sfeer van zijn songs. Op de titelsong mag zelfs Mijnheer Clapton nog eens meedoen, het nummer is een opgewekte rocker, een meer dan geslaagde samenwerking van twee ouwe rotten. Al even vrolijk is het Zuiders klinkende” Fonda-Lina” en ook bij “Oh Mary” beginnen onze beentjes gewillig mee te schudden. Het akoestische “Leavin in the morning” gaat dan weer volop de Dylan toer op.
Zowat alles wat Cale op ‘Roll on’ doet stemt ons welgezind en roept onze goesting op om lekker te kuieren met een biertje bij de hand. Waar is mijn hangmat ?

Novac

Cellar Dwellar

Geschreven door

In ons landje bezitten we al enkele opmerkelijke potige rock ’n’ roll bandjes als Triggerfinger, Black Box Revelation en The Rones. Het West-Vlaamse trio Novac kan meedingen in dit genre, maar koos voor de meer subtielere, broeierige rockaanpak; de rauwe, ongepolijste , rommelige kantjes horen we eerder in het begin van de cd met “Led letter”, “Fontanella” en “Titled”. “Daylight savings”, “Either way” en de titelsong onderstrepen de catchy poprock. Op “Tainted” dwepen ze zelfs met trompetjes. De zang van Tom Vanlaere heeft veel mee van het plaatselijke Basics uit Tielt, maar valt soms wat te hoog uit, wat het rock’n’roll gehalte wat te braafjes maakt. Maar de band kan aardig doorgaan en heeft de kunst van het songschrijven onder de knie.

Info op http://www.novac.be

Briskey

Before-During-After

Geschreven door

Man van alle kunstjes binnen de muziekindustrie is Gert Keunen. Hij heeft met z’n project Brsiskey een nieuwe plaat uit. De derde trouwens na ‘Cucumber Lodge’(klemtoon op jazz/elektronica), ‘Scarlett Road-House’ (zwoel, sensueel, groovy, een fusion van jazz, bigband/blazers en latino).
’Before-During-After’ leidt het soundtracksfeertje van vroeger al ten dele in, want de cd lijkt een sferisch samenbrengen van ‘Goldfinger’ (Shirley Bassey) vs ‘Twin Peaks’ vs ‘Once Upon a time in America’ vs David Lynch en Ennio Morricone. Het onderstreept de muzikale kunde van Briskey in verschillende gedaantes. Een donker, traag slepend jazzy trippopgeluid, dat op de lange nummers “Spellbound” en “The man with an oiled mustache …” tot z’n recht komt. De vocals van Lady Linn en Dorona Alberts (ook al op de vorige plaat terug te vinden) passen ideaal binnen het Briskey decor, luister maar eens naar de adembenemende versies “Ossessione” en “After hours”.
Briskey leverde opnieuw puik werk af en gaat van een bigband filosofie naar een kortfilmproductie.

Info op http://www.briskey.be

Pagina 886 van 966