logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Suede 12-03-26

Gèsman

Olput Blues

Geschreven door

Het dialect in de Belgische songschrijverij wint terrein. De voordelen hiervan zijn dat het soms kleurrijker klinkt en gemakkelijker bekt dan in het Algemeen Nederlands. Nadeel is dan weer dat een West-Vlaams dialect voor een Antwerpenaar moeilijk verstaanbaar is. Maar niet iedereen begrijpt trouwens goed het Engels en er zijn ook nog tekstboekjes. Dus het is niet onoverkoombaar.
Gèsman heeft veel tijd genomen om ‘Salonrebel’ uit 2010 op te volgen met een nieuwe release. De bezetting kende een grondige verjongingskuur waardoor we eerder van Gèsman 2.0 kunnen spreken. Harry Descamps (zoon van Ugly Papa Dick) werd als gitaarwonder binnengehaald alsook Kristof Lazou (het brein achter Knights). De ritme sectie bestaat uit Kris Demets en Frank Derycke terwijl Ruben Vercaemer met zijn sax en vibrafoon een warme sound aan Gèsman geeft.
De songs zijn in het West-Vlaams, en soms in het Engels, gezongen. De klankkleur van Steven Vervaeke zijn stem doet soms wat aan Filip Kowlier denken zoals op bv “Veel Dust” en “Mankepwot” (komt regelmatig eens voorbij op radio 1).
Muzikaal zoeken ze het wat breder dan Kowlier. Er zitten wat bluesrock, country en americana- invloeden verwerkt in de songs. “Schmuck” is daar een goed voorbeeld van. Titeltrack “Olput Blues” is een schitterende song met wat slide-gitaren en blues elementen die het nummer een weemoedige vibe meegeven. Precies iemand die ‘s morgens met een kater wakker wordt en nadenkt over wat hij zou kunnen hebben uitgespookt. Wat flarden van herinneringen schieten door je van kater gepijnigde kop. De sax en vibrafoon geven het nummer een mooi warm accent. “Sletje en Slunse” is dan eerder indie rock of klein kunst met mooie backings naar het einde toe. Over “Acid Ooh Ooh” kan je ongeveer hetzelfde zeggen.
Op “Weeping Back @ the Willow” grossiert Gèsman in countryrock. Beelden van het Amerikaanse platteland komen spontaan voor mijn netvlies voorbij. “Hotdog” is een zuivere indierocker. “Aioliques Associés” is eerder een lichtvoetige en van ironie gespeende song dat Luc Dufourmont een platform geeft om zijn gang te gaan. Het dient als de outro van het album.
Gèsman heeft een volwassen en vrij warm klinkend album gemaakt. Het album bevat tien meer dan uitstekende tracks. Alles lijkt te kloppen: de sfeer, de vibes en de songs. Er is voldoende variatie en er zijn genoeg details te ontdekken die het herbeluisteren aangenaam maken. Wie te vinden is voor ’t Zesde Metaal, Flip Kowlier, Fixkes, Zita Swoon en aanverwante bands gaat hier zeker zijn gading vinden.

23 Acez

Embracing The Madness

Geschreven door

23 Acez brengt zijn derde album ‘Embracing The Madness’ uit via het Nederlandse Freya Records. Deze Belgische band brengt melodieuze hardrock en heavy metal. Op het nieuwe album maakt de band definitief komaf met de ietwat lichtere rock-elementen die vaak aanwezig waren op hun voorgaande releases en wordt koers gezet naar een agressievere, complexere en scherpere stijl. Dit album barst van de furie en energie en valt op door de instrumentale bedrevenheid van zanger-gitarist Benny Willaert en gitarist Tom Tas. Die laatste ken je misschien nog van Ostrogoth, dat hij onlangs inruilde voor Thorium. Vocaal heeft Willaert opnieuw een stap vooruit gezet in vergelijking met het album ‘Redemption Waves’, dat in 2015 werd uitgebracht bij het Deense Mighty Music Records.
De tracks op ‘Embracing The Madness’ zijn opgebouwd met vooral klassieke heavymetal-elementen. Vernieuwend is het allemaal niet, maar de band brengt het met veel passie en techniek. Dat er wat prog- en powermetal in geslopen is, is de invloed van de Italiaanse producer Simone Mulanori (DGM en Max Pie), die wel goed thuis is in die genres. Dat hoor je op o.m. “Animation”, “Expectations”, “Cellbound” en titeltrack “Embracing The Madness”. De sound is duidelijk niet Brits of Amerikaans, maar eerder Europees. “Shadows” begint als een powerballad, bloeit open naar een stevige rocker en eindigt dan opnieuw als een ballad. Alleen het korte instrumentale nummer “Catch 23” is een beetje overbodig.
Alles is heel degelijk op ‘Embracing The Madness’: het gitaarwerk, de drums, de baslijnen, de cleane vocalen, de songopbouw, de productie, …
Dit is een prima album in een genre dat maar weinig gebracht wordt in de Belgische metalscene. Op 18 maart stelt 23 Acez dit album voor in JH Asgaard in Sint-Amandsberg (Gent).

Oceans of Slumber

The Banished Heart

Geschreven door

Oceans of Slumber is een in Houston gevestigde progressieve metalband. Nouja en dan ga je waarschijnlijk zeggen, want er is een enorm groot aanbod van dergelijke bands. Wel, we kunnen toch enkele zaken aangeven waarom deze band wat aandacht mag krijgen. Ten eerste kunnen we hier spreken van heel puik drumwerk van Dobber Beverly. Daarnaast passen de vocals van Cammie Gilbert heel goed bij de wat donkere toon van het album. Deze donkere ondertoon zou, volgens de band, te maken hebben met interne en familiale strubbelingen waarmee ze te maken kregen. Dit werd gegoten in songs rond liefde, verlies, strijd, overgave, het begin en het einde. Elf songs lang nemen ze ons mee op een progressieve metaltrip waar alle gekende elementen gebruikt worden. Zoals het afwisselen van grunts en cleane zang, metalriffs en rustiger passages en tenslotte langere uitgesponnen tracks en kortere schetsen van songs. Die kortere songs zoals “The Watcher” en “Her in the Distance” zijn eerder rustpunten tussen het progmetal geweld. “The Watcher” is een instrumentaal synthstukje. “Her in The Distance” is een sfeerrijk instrumentale track bestaande uit voornamelijk piano en synths. Andere noemenswaardige tracks zijn de ballad “No Color, No Light”, de openingstrack “The Decay of Disregard”, “A Path To Broken Stars”(energiek met rustgevende vocals) en het titelnummer “The Banished Heart” (heel mooie en doorleefde vocals).
Op ‘The Banished Heart’ krijgen we progressieve metal dat boven de middelmaat uitkomt. Vooral de zang van Cammie, de wendingen en de drumpartijen zorgen hiervoor.

Onlap

Running EP - Deluxe Edition

Geschreven door

Dit is een heruitgave van hun EP uit begin 2017 met een toevoeging van vier akoestische tracks. Zo krijg je hier op deze deluxe editie negen tracks te horen. Deze Parijse band grossiert in meer traditionele rock zoals we die kennen van bands als Nickelback, Papa Roach, Seether… Iets hardere rock met aandacht voor melodieuze refreinen.
Alles is mooi geproduceerd en klinkt goed op deze release. Misschien kan je als kritiek zeggen dat alles wat voorspelbaar klinkt. Ze schakelen een versnelling hoger wanneer je het verwacht. De refreinen en breaks komen ook op de juiste momenten. Persoonlijk vind ik ze wat eigenheid missen. Maar wanneer je je daar niet aan stoort , dan ga je plezier beleven aan dit album. De vier akoestische songs zijn geslaagd. De versie van “Running” is minstens even interessant als de originele versie. En “Whispers in my Head” of  “Turn Around” zorgen voor een hoog kampvuur gehalte. De teksten zijn eerder gericht op tieners.
Voor mensen die liefhebber zijn van goed in het gehoor liggende alternative rock in de stijl van Nickelback etc…

FùGù Mango

Alien Love

Geschreven door

Fugu Mango is een Brusselse band. Hun sound omarmt vele stijlen. Een mix van o.a.  beats en indiepop. Zo ontstaat er een rijke en kleurrijke sound. Maar je kan het niet wereldmuziek noemen. Daarvoor klinken ze te westers. Een beetje zoals ook Arsenal doet. Ze speelden reeds op Couleur Café, Dour, etc…

Het album bevat volop fijne poppy liedjes die kleur en zonneschijn bevat. De vocals zijn, net zoals de ritmes, aanstekelijk. Op “Liar”, dat een beetje eighties klinkt, horen we bassiste Anne Fidalgo zingen. Op veel songs, zoals “Blue Sunrise”of “Summer Days”, is er samenzang door de Lontie broers. Soms wisselen ze hun vocals ook af met Anne. Zoals op ‘Alien Love’ en dat zorgt voor een mooie variatie.

Niets lijkt aan het toeval overgelaten te zijn geweest. De productie en recordings werden door Luuk Cox (Shameboy) gedaan (ook verantwoordelijk voor Stromae, Girls in Hawai, Roscoe…). De mixing was van de hand van Ash Workman die ook bv Christine and the Queens mixte.

‘Alien Love’ is ritmisch, poppy, opzwepend en catchy. Tien prachtige songs die werelds klinken. Als ze dit live goed weten om te zetten dan zullen ze nog vele feesttenten in lichterlaaie weten te zetten.

 

Susanna Wallumrød

Go Dig My Grave

Geschreven door

We hebben het in deze rubriek al gehad over Susanna haar eerste single “Perfect Day” (cover van Lou Reed) uit haar nieuwste album ‘Go Dig My Grave’. Dit is haar twaalfde album en hiervoor heeft ze heel zorgvuldig tien bestaande songs uitgekozen om ze een ‘Susanna’-behandeling te geven. Dat houdt in dat ze de songs uitkleedt en terug aankleedt met barokke instrumenten en haar karakteristieke stem. Zo krijgen we composities die minimalistisch, verstild en intens klinken. Het zijn niet enkel covers. Voor “Invitation to the Voyage” baseerde ze zich op een gedicht van Charles Baudelaire om een nieuwe compositie te schrijven. Daarnaast vinden we er bewerkingen van Joy Division terug (“Wilderness”). Een magistrale versie trouwens. Blijkbaar ligt die band haar goed want ze heeft ook al eens “Love Will Tear Us Apart” bewerkt. “The Willow Song”, “The Three Ravens” en het titelnummer zijn traditionals. “Freight Train” is een track uit 1903 en werd geschreven door Elisabeth Cotten. “Cold Song” is een song dat zijn oorsprong kent in de baroktijd. Henry Purcell en John Dryden zijn de schrijvers van dit liedje.
Het fijne aan dit album is dat Susanna aan elke song er geheel haar eigen draai aan heeft gegeven. Daarnaast hoef je de originele songs niet eens te kennen om hiervan te genieten. Het album klinkt vrij homogeen en consistent ondanks dat de songs uit  verschillende hoeken komen. Hou je van muziek die wat barok klinkt, verstild en toch intens? Dan is dit album je gading.

The Killers

The Killers – Live méér dan overeind!

Geschreven door


Vijf jaar is het ondertussen geleden dat Brandon Flowers en zijn Killers op Belgische bodem waren. Je kon je beginnen afvragen of er nog een toekomst was voor deze alternatieve rockers uit Las Vegas. Niet is minder waar. Met een vijfde studioalbum in moet 2018 opnieuw het jaar worden met de successen van weleer. En als we er even de tourdata bijnemen, wordt het een tour van ongeveer een jaar. Dat ze het groots zien is wel duidelijk. Alle uithoeken van de wereld zijn met stip aangeduid om het nieuw materiaal van ‘Wunderful Wunderful’ te promoten.
Dat de Killers in het Antwerpse Sportpaleis aantraden riep vragen op. Zijn zij wel een band die een zaal van zo’n formaat nog kunnen vullen? Het antwoord is nog steeds duidelijk JA! De populariteit van de Killers is in de voorbije jaren niet gedaald , integendeel.

Dat hun laatste plaat niet de grote singles van weleer zal voortbrengen is bijzaak. Ze verrasten met een groots podium met grote led projecties, een onuitgegeven bezetten met backing vocals, de nodige show en bombarie ontbraken niet.
Ze gingen van start met “Run For Cover”, samen met “The Man” , één van de meest aanstekelijke nummers van hun nieuwste album. Bij het tweede nummer was het al meteen raak. “Somebody Told Me” zorgde voor de opwarming van de stembanden. Gevold door het melodieuze “Spacemen”.
Sommige nummers van The Killers hebben een waar eurosonggehalte , als “Shot At The Night”. Een gevoel die door de aanwezigheid van de backing vocals nog versterkt wordt. “Human” , ondertussen ook al tien jaar oud, van het album ‘Day & Age’ kreeg een intro alsof hij was bijgewerkt door Kraftwerk. Brandon Flowers vroeg om mee te zingen en kreeg over de gehele lijn zijn zin. Druk heen en weer springend, alle uithoeken van het podium opzoeken, met een perfecte conditie en zonder één druppel zweet. Zo heeft ieder zijn manier om calorieën te verbranden.
The Killers zijn niet meer die ruige, jonge rockers van in hun beginjaren. Bewijs daarvan zijn hun videoclips. Vroeger zagen we hen in ware westernstijl, nu komt er al wat glitter en glamour aan te pas. De enige die is blijven steken is gitarist Jake Blanton. Maar die heeft een excuus. Hij is geen origineel lid van The Killers. Het zijn trouwens alleen Flowers en drummer Ronnie Vannucci die nog overblijven van de originele bezetting uit 2002. De drummer die even plaats moest maken voor een ‘willekeurig’ gekozen toeschouwer die het haast beter deed dan Vannucci tijdens “For Reasons Unknow”. Het hoort allemaal bij wat we de nieuwe Killers kunnen noemen. Laat de muziek nu nog het belangrijkste zijn bij een optreden en in dat opzicht hadden we nog te gaan: “Read My Mind”, “All These Things That I’ve Done” gevold door “ When You Where Young”.
Na een korte onderbreking komt Flowers terug het podium op in een voor de rockwereld afgrijselijk blinkend pak. Als ware gentlemen en net iets minder arrogant dan bv Alex Turner van Arctic Monkeys komt hij er nog mee weg.  Confetti in de Belgische driekleur, vuurwerk op en rond het podium, een uitzinnig slotoffensief dat het kookpunt bereikte met “Mr. Brightside”.
The Killers hebben een evolutie doorgemaakt die gesmaakt wordt. Zoals eerder meegegeven, zijn ze niet meer die ruige jonge rockertjes maar afgelijnde artiesten die in staat zijn om een groot publiek bijna twee uur te vermaken. De nieuwe songs bleven overeind en de grote successen van vroeger blijven stuk voor stuk toppers. Er waren de nodige vragen op voorhand maar die smolten als sneeuw voor de zon.

The Killers hebben het waar gemaakt en staan meer dan verdiend voor de derde keer op Rock Werchter. Daar zullen ze op vrijdag 6 juli een ‘best of’ brengen… als hoofdact! Na alles wat we zagen in het Sportpaleis is dat dik verdiend!

Neem gerust een kijkje naar de pics @ Rob Loud – The Killers
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-killers-06-03-2018/
Organisatie: Live Nation

VOLVA

Let Me Be The One

Geschreven door

Zangeressen Nikkie Van Lierop (Darling Nikkie) en Deborah Ostrega bundelen hun krachten en stembanden in hun nieuwe band:VØLVA. Ze hebben zopas hun eerste single uitgebracht bij Starman Records.
Van Lierop en Ostrega zijn twee van de originele zangeressen die in de jaren ’90 de wereld veroverden met Lords of Acid, de legendarische elektrorockband van Maurice Engelen met opwindende podiumacts en dubbelzinnige teksten. De videoclips werden doorgaans enkel in een gecensureerde versie uitgezonden op tv. Darling Nikkie was de frontvrouw van Lords of Acid sinds de oprichting van de band eind jaren ’80 en ze was mede-auteur en producer van hun album ‘Lust’, waarvan alleen al in de Verenigde Staten 750.000 exemplaren verkocht werden. Ze zong nadien ook bij Praga Khan, een andere band van Maurice Engelen, en scoorde later wereldwijd als Jade4U.
Deborah Ostrega volgde Van Lierop op als zangeres bij Lords of Acid en tourde met die band in de late jaren ’90. Daarna startte ze haar eigen band Wunderkind. Momenteel is Ostrega op tournee met haar partner, de Nederlander Ernst Löw.
Löw is tevens de auteur van VØLVA’s debuutsingle “Let Me Be The One”. Dat catchy elektrorocknummer is op z’n minst een knipoog naar Lords of Acid en kreeg ook een video mee die voorzichtig een beetje in die richting gaat. Helemaal overtuigen doet deze single nog niet. Of er nog meer singles en misschien een album volgen, is nog niet meteen duidelijk, maar laten we daar toch maar naar uitkijken.

https://www.youtube.com/watch?v=Br3PwQ-lNQ8

Gauss

Biometrical Love

Geschreven door


G A U S S zijn Mati Le Dee en Emile Sertyn. In een vorig leven waren zij Mary & Me. Dit project staat echter momenteel on hold. Maar we hebben ‘Biometrical Love’ in de plaats gekregen om onze tanden in te zetten. Hun muziek hierop bevindt zich ergens op het braakland tussen acts zoals SX, Portishead en de eigenzinnigheid van Björk.
Zo weet je al voor een stuk waaraan je je kan verwachten. Je hebt om te beginnen de karakteristieke vocals van Mati Le Dee die, qua klankkleur, wat tussen die van SX en Björk in ligt. Mysterieus, eigenzinnig en filmisch. Muzikaal gaat het richting indiepop en triphop. Maar dan wel met de nodige weerhaakjes in. Die weerhaakjes zitten dan in bv het onverwachts toevoegen van een cello, een eigenzinnig zangpassage of een bepaald effect. Voor de rest veel synths en toetsen. Dat allemaal samen zorgt ervoor dat je best het album enkele malen beluisterd vooraleer je het ten volle kan ontdekken of begrijpen. Het existentiële kan je terugvinden in hun teksten. Uiteindelijk krijg je negen vrij sfeervolle en filmische tracks te horen die enerzijds vrij toegankelijk zijn maar anderzijds toch ook net dat beetje meer te bieden hebben. In vele gevallen vrij dansbaar en met een elektronische toets.
We kunnen ons hart ophalen met ‘Biometrical Love’ dat er tevens mooi gestyleerd uitziet en ook klinkt. Voor de meerwaarde zoeker is dit album zeker een aanrader.

 

The Rocket

Chain Reaction (single)

Geschreven door

The Rocket, één van de beste poppunkbands van het land, is terug. Enkele jaren geleden werd The Rocket, na twee albums en een passage op Groezrock, voor onbepaalde duur met vakantie gestuurd.
De bandleden gingen elk hun weg. Tom, Stijn en Jos stapten in een NOFX-tributeband, Stijn speelde ook nog in elektropopband Get Off My Shoes, Bastiaan maakt deel uit van popband The Lighthouse (die behoorden vorig jaar tot De Nieuwe Lichting van Stubru) en zit ook nog in progmetalband Atmospheres en Fred, Jos en Bastiaan vormden emoband Ghosts+Villains. Maar het kriebelde na al die zij- en nevenprojecten blijkbaar ook om opnieuw met The Rocket te gaan opnemen en te gaan optreden.
De eerste single van het album dat in april volgt, is “Chain Reaction”. Producer van dienst was Marc McClusky. Die kan je kennen van Weezer of Bad Religion, maar die van The Rocket kennen hem vooral van zijn werk voor  Motion City Soundtrack, één van hun favoriete bands.
“Chain Reaction” is als vanouds smoothe synth-poppunk in de lijn van Blink 182, Sum 41 en New Found Glory. Deze catchy single ligt in de lijn van hun vorige werk en zou zelfs op StuBru kunnen gedraaid worden.
https://www.youtube.com/watch?v=HNXPB8uxinY

Pagina 400 van 967