logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar

Geschreven door

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar  
Festival Les Inrocks 2015
Grand Mix
Tourcoing
2015-11-12
Sam De Rijcke


Voor de eerste van de twee avonden had Festival Les Inrocks duidelijk voor de gitaren gekozen, meer bepaald voor noise, shoegaze, frisse gitaarrock en geflipte hallucinogene rock’n’roll. Het zou een bont en memorabel avondje worden.


Dat wij van Bo Ningen geen easy listening moesten verwachten, hadden wij ook al in het motje. Maar dat die extatische Japanners pokkenluid en met striemende gitaren gedurende een half uurtje de zaal mitrailleurgewijs zouden bewerken, deed ons toch even naar adem happen, ...en naar oordopjes. Wat een herrie. Op de laatste plaat ‘III’ valt er nog wat subtiliteit tussen de teringzooi te herkennen, maar live was dat al minder voor de hand liggend. Hun bonte mengeling van grunge, kraut-rock en psychedelica werd hier vooral door de genadeloze noise-molen gedraaid, als u naar een vleugje melodie op zoek was dan was u er aan voor de moeite. Nu snappen wij weer waarom de Japanners destijds berucht waren omwille van hun kamikaze piloten.

Onze oprechte excuses aan het Britse Wolf Alice. Wij zijn eerder dit jaar te hard geweest voor hun debuutplaatje ‘My Love Is Cool’. Wij hadden toen niet door dat Ellie Rowsell prachtig kon zingen (en door alleen maar de plaat te beluisteren konden we ook niet zien dat het zo’n schoon kind is).
Rowsell wist de nachtegalenstem van Elizabeth Frazer te koppelen aan de verbetenheid van PJ Harvey. Soms klonk die stem misschien nog wat te schuchter, maar dat maakte het dan weer sympathiek. Ook zeer bevorderend voor de strakke set van vanavond was de tijdslimiet waardoor de band wijselijk de zwakke tracks van die debuutplaat uit de setlist moest weren. Er werd resoluut gekozen voor het materiaal waar de snerpende gitaren vrijgeleide kregen, en die gingen een stuk heftiger tekeer dan op het album. We konden opgelucht ademhalen, de Cranberries-neigingen van de plaat waren nergens te bespeuren, Wolf Alice ging eerder de shoegaze toer op of neigde soms naar Blood Red Shoes en zelfs naar vroege Smashing Pumpkins (van de tijd toen Billy Corgan nog alles op een rijtje had).
Prompte rocksongs met snijdende gitaren als “You’re A Germ”, “Lisbon”, “Swallowtail” en “Giant Peach”, dat zijn de stenen waar Wolf Alice verder moet op bouwen, en dat hadden ze vanavond zelf goed begrepen.


Ook in het geval van The Districts moeten we onze mond met zeep spoelen, een paar maanden geleden waren wij niet echt te spreken over ‘A Flourish and A Spoil’, het debuutalbum van deze Amerikaanse band. De plaat deed ons een beetje te veel denken aan Britpop-plagiaat gecombineerd met tweederangs My Morning Jacket. Vergeet wat we toen gezegd hebben, dit bandje heeft ons nu de rekening gepresenteerd, vol in ons gezicht. The Districts schoten met scherp en de songs waren in hun live versies verbluffend energiek en boeiend, en dit niet in het minst door de vocale prestaties van frontman Rob Grote die zich in een dynamisch veld manifesteerde ergens tussen Jim James (My Morning Jacket) en Yannis Philippakis (Foals).
Dit bleek een strakke indierockband die tot grootse dingen in staat is. Nummers als “4th & Roebling” en vooral het geweldige “Young Blood” behoorden tot de strafste songs die we vanavond te horen kregen. We hebben bij onze thuiskomst meteen ‘A Flourish And A Spoil’ terug van onder het stof gehaald om die plaat een verdiende tweede kans te gunnen.


De meest ophefmakende band was ongetwijfeld het Britse zootje ongeregeld The Fat White Family, een fucked up  bende die zichzelf kennelijk al de nodige porties alcohol en vermoedelijk nog een hoop andere substanties had toegediend. Een groep met een knoert van een ‘je -m’en- fous’-attitude, ze deden zich voor alsof de hele wereld hun rug op kon, en dat was ook zo. Maar eenmaal die gasten ontploften in hun dynamische chaos van ophitsende songs, wisten we wat dit niet zomaar het zoveelste Britse groepje was maar wel de toekomst van de rock’n’roll. Wij hebben helaas nooit The Birthday Party live gezien, maar we kunnen ons voorstellen dat het zo iets intens moet geweest zijn, een geniale puinzooi met fel opgestoken middelvinger. Hier hing iets speciaals in de lucht, al duurde het helaas niet lang. Na een kwartier gaf één van de gitaristen er totaal misnoegd (en ook wel ladderzat) de brui aan, twee songs later verdween ook de rest achter de coulissen. Een uiterst woelig publiek bleef verbouwereerd en ontstemd achter, amper twintig minuten had deze denderende janboel geduurd, maar wel twintig van de meest waanzinnige minuten die wij de laatste jaren op een podium hebben meegemaakt. Legendarisch optreden, met een allure van “ge kunt allemaal vierkantig onze kl** kussen”. Rock’n’roll !

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Prodigy

The Prodigy: pure rauwheid

Geschreven door

De elektropunkers van The Prodigy kwamen woensdagavond testen hoe het met de funderingen van Paleis 12 gesteld was. Begin dit jaar bracht de band een nieuw album uit, ‘The Day is My Enemy’. Ze beloofden daarmee de terugkeer van hun geroemde en herkenbare geluid dat hen zo groot gemaakt heeft. Ze hebben zich alvast aan hun belofte gehouden.

Waar je net een opbouw zou verwachten met de beste en bekendste nummers op het einde, had je bij The Prodigy meteen een klepper om te starten:”Breathe”. Het nummer bestond woensdag exact 19 jaar, maar na al die jaren blijft het een topnummer. Al werd het meteen duidelijk dat een halve eeuw optreden toch enige indruk heeft nagelaten op hun stem. Begrijpelijk, als je hoort hoe ze zich volledig geven om de nummers tot hun recht te brengen.
Meteen na “Breathe” brachten ze hun eerste nummer van hun nieuwe album: ”Nasty”. Het was duidelijk een nummer dat door de fans goed ontvangen was. Voor wie toen nog niet buiten adem was,  was er toch even een korte test of het publiek goed wakker was. Het geroep vloeide over in handgeklap op ”Omen” en “Wild Frontier”. Deze laatste vind je ook op hun nieuwste album.
Het moet gezegd: de lichtinstallatie van The Prodigy was in-druk-wek-kend! Geen extra visuals op de achtergrond, enkel flitsende lichtbundels die epileptische aanvallen oproepen. Soms een beetje te veel van het goede, maar ideaal om het publiek op te hitsen. Hoewel dat zeker niet nodig was toen de tonen van die andere klepper “Firestarter” door de boxen knalde. Pure rauwheid die soms zelf een beetje pijn deed aan de oren, maar pijn die je verbijt omdat je er wild van wordt. 
Klassiekers werden steevast afgewisseld met nieuwe nummers als “Roadblox”  en “Rok-Weiler”. Hiermee bewezen Maxim en Keith Flint nog eens dat ze echte performers zijn die helemaal op elkaar afgestemd zijn. Met “The Day is My Enemy” sloten ze de eerste helft af, ons achterlatende met trommelvliezen die het nog net overleefd hadden. 
Na een korte - en verdiende - pauze kwamen de mannen terug, alweer met een grote klepper: “Voodoo People”. Het dak van Paleis 12 ging er net niet af. ‘Wat. Een. Feest’. Een feest van verbonden ‘voodoo people’ onder mekaar, met echte ‘fighter hands’. Ideaal dus om “Get Your Fight On” op het publiek los te laten. 
We hoorden daarna even een korte mix van ‘The Day is My Enemy’. Naast het nieuwe album heeft de band ook een spin-off gemaakt van dat album, met de toepasselijke naam ‘The Night is My Friend’. Daarop staan enkele nummers vanop het gewone album, in een iets andere versie. Een ‘rustmoment’, zo bleek, in vergelijking met wat volgde. ”Smack my Bitch Up” maakte het publiek uitzinnig, een ware storm raasde door de zaal. 
Na deze tornado probeerde band nog even een circle pit te creëren, met matig succes. Meer succes hadden de stevige gitaren van “Their Law” en “Wall of Death”. Als afsluiter brachten de mannen ”Take Me to the Hospital”. Wie dan nog overeind stond, kon de mannen uitwuiven op de tonen van “Out of Space”.

Op sadomachistische wijze kregen wij een cocktail van flitsende lichten, rauwheid en puur entertainment op ons afgevuurd. We bleven even op onze honger zitten naar “Poison” en “No Good”, maar we gingen met een tevreden gevoel naar huis. The Prodigy maakt een halve eeuw muziek en mogen op deze manier nog een halve eeuw doorgaan. Wij blijven fan, samen met alle andere ‘voodoo people’. 

Organisatie: Live Nation

Public Enemy

Public Enemy belooft real hip hop

Geschreven door

Public Enemy is na 30 jaar nog lang niet aan hun afscheidstournee toe; de hip hop legends deden het Depot daveren op bekende kreten als "Fight the power" en "Don't believe the hype" alsook recent materiaal: "Am I a radical?" herhaalt boegbeeld Chuck D tijdens het opzwepende "Man Plans, God Laughs", meteen ook de titeltrack van hun laatste album. ‘D - the incredible rhyme animal’ mag dan wel de lyrische architect achter Public Enemy zijn, live is het voornamelijk hypeman Flavor "yeaaah boooy" Flav die met zijn overdosis aan ADHD het publiek losmaakt.

Op de beats en het gescratch van vaste waarde DJ Lord en de tonen van een live backing band wist het duo hit na hit af te leveren, compleet met “Black is back”/”back in Black” en “Do you wanna go our way???”/”Simon Says” mashups. Flavor Flav greep de basgitaar voor een uitgebreide "Welcome to the terrordome" en ging op expeditie doorheen de zaal tijdens het explosieve "Fight the power"; een million man march bleef net uit in het geringe maar daarom niet minder bevlogen publiek. Flav dreigde het concert even te ontsporen met zijn solo track “Get lit”, dat zowel de titel als de complete lyrics omvat, maar enkele dames in de zaal werden al snel on stage gevraagd voor een harlem shake compleet met twerking en lap dances.
Odes aan The Sugar Hill Gang, James Brown en Chuck Berry ontbraken uiteraard niet en laat het aan Chuck D om het concert met de nodige soul power en blues te injecteren tijdens het sterke anthem "Harder than you think". DJ Lord op zijn beurt gaf zichzelf volledig tijdens een scratch sessie met het catchy "Smells like Teen Spirit". Opvallend was de afwezigheid van Professor Griff op het podium, maar de militanten van SW1 stonden paraat met de gewoonlijke choreografie.

Flavor beloofde "You're gonna get your money's worth", wat zeker en vast het geval was en op de vraag of het gezelschap naar België mocht terugkeren, klonk het spontaan "yeaaah booooy!".

Organisatie: Depot, Leuven

Channel Zero

Channel Zero – Unplugged - Ardet nec consumitur

Geschreven door

Channel Zero is zowat hét Belgische uithangbord van de metalscene en heeft zich in de jaren negentig eeuwige roem toegeëigend met kanjers als “Black Fuel” en “Help”. Franky en co hebben al veel watertjes doorzwommen, hebben al hun drummer moeten afstaan. Telkens is de fenix uit zijn as herrezen. Zo ook nu …

In dezelfde jaren negentig traditie gaan ze nu serieus ‘unplugged’ de hort op. Ze ruilen hun typische ‘wall of sound’ en hun vertrouwde biotoop voor cultuurcentra. Met jazzpianist en componist Michel Bisceglia halen ze wereldklasse binnen en zijn ze zekerder van hun stuk. Franky komt het podium opgestoven, is niet verlegen om een kwinkslag en geint met het publiek  dat het geen naam meer heeft. Een wandeling door de loges is het resultaat. Datzelfde publiek bestaat vooral uit die hard fans, die helaas niet goed doorhadden wat hen te wachten stond. Naast de vaste kern met een nieuwe drummer die net iets te hard zijn best deed en te prominent aanwezig was, en de bovengenoemde jazztopper, omringt Channel Zero zich ook met een resem andere gastmuzikanten, waaronder een viertal prachtige deernes van violisten. Het oog wil ook wat.

Na een overbodig introfilmpje waarbij een of ander wit monstertje (Franky’s stem) zich uit een enge machine bevrijdt, opent Channel Zero met “Black fuel” en je voelt meteen dat het geluid én zijn stem goed zitten.
De visuals zijn bombastisch en nemen de aandacht weg van het muzikale gebeuren. Het publiek smult er wel wat van.
Ik miste wel wat begeestering en halverwege was er een dipje te bespeuren. Even dacht ik aan Level Zero. Gelukkig wisten Franky en co zich snedig te herpakken en lieten ze ons meegroeien naar een voorspelbare climax met “Help”.

Er werd gefluisterd dat dit concert werd geregistreerd. Benieuwd naar het resultaat.

Organisatie: Schouwburg Kortrijk, Kortrijk

Taxiwars

Taxiwars - Super goed groovy optreden - Barman regeert

Geschreven door


Onze muzikale duizendpoot en nationale trots heeft nooit zijn liefde voor jazz en Beefheart onder stoelen of banken gestoken. Herinner u “Theme from Turnpike” en Barmans compilaties voor Blue Note en Impulse. Onze eeuwige hyperkineet heeft dus ook even tijd gehad om naast zijn zevenhonderd andere projecten Taxiwars op te richten. Wat een heerlijke naam, uit ‘Taxi War Dance’ van Count Basie uit 1929.  Het is niet frontman Tom Barman met een jazztrio als rugdekking - saxofonist Robin Verheyen, contrabassist Nicolas Thys, drummer Antoine Pierre, maar een heuse en (h)echte band.

Met de typische lichte arrogantie kwamen ze het podium opgeschuifeld om je meteen naar de strot te grijpen. Het speelplezier droop er zo wat af. Vooral saxofonist Robin houdt de boel bij elkaar.
De nummers zijn eerder kort, maar zeer energiek en krachtig. En nu eens parlando, dan eens zingen en nog eens met stemvervorming deed je al snel vermoeden dat Don Van Vliet wel degelijk gereïncarneerd is.
Ik schreef reeds dat jazz langzaam maar zeker het grote publiek aan het bereiken is en deze vrolijke, tijdloze en zeer hippe freejazz van Taxiwars zal ook wel aarde aan de dijk brengen. Er wordt danig geïmproviseerd en gegrooved dat stilzitten of onbewogen blijven uitgesloten is.
En toch hadden we bij momenten een uiterst gedisciplineerd publiek die zich zowat letterlijk zat te vergapen aan wat de volbloedmuzikanten van Taxiwars aan het brengen waren. Je kon bij momenten een speld horen vallen. En Taxiwars blijft heel subtiel zijn grenzen bewaken. Ze gaan niet overdreven improviseren en durven wel eens flirten met kitch. Onze kettingroker was in zijn nopjes en vooral het grootstedelijke ‘Borgerhout Shuffle’ bleef hangen. “Somewhere Down The Crazy River” van Robbie Robertson en “Chez les Yé Yé” van de al even kettingrokende Gainsbourg werden in een nieuw jasje gestoken. We kunnen enkel maar hopen dat Tom en Co het niet bij een eenmalig project houden. Vlaanderen heeft nu ook zijn Jules Deelder.

Beste Tom Barman, vergeef me mijn grootsheidswaanzin en sta me toe u een tip te geven: zet alles wat je met dEUS gemaakt hebt opnieuw op plaat met uw jazzband Taxiwars en je zal verdomme veel potten breken. Alweer een hoogtepunt . Dat belooft …

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

St Germain

St Germain – Een ‘Joie de Vivre’!

Geschreven door

Een uiterst genietbare , leuke trip kregen we , een goed uur lang , van St Germain , die maar liefst vijftien jaar op zich liet wachten . Afro en desert blues kregen meer ruimte aan zijn gekende stijl. Een muzikale ontdekkingstocht die Moby, Little Axe , RL Burnside, Tinariwen en ons eigen Buscemi samenbracht . Een puik resultaat , waarbij we in hogere sferen kwamen of heupwiegend gedropt in de Sahara of in de jungle.

Ludovic Navarre is de man achter St Germain , die debuteerde in 2000 met ‘Tourist’ , die handig inspeelde op de rage van sensuele, zomerse lounge met jazz , blues en triphopsounds. St Germain had een heuse band achter zich met sax, trompet , flute en percussie, zorgde voor een breed opengetrokken geluid en sprak de dansspieren aan door de rustige , repetitieve voortkabbelende beats, die door de ritmiek en de grooves uptempo konden klinken .
Een avontuur , een ‘joie de vivre’ dat ontspannen, swingend was door songs als “Rose rouge”, “So flute” en “Sure thing”, die vanavond in de setlist mooi verdeeld werden met het nieuwe materiaal.
Hij wou bewust geen herhalingstoets van ‘Tourist’ en ging net als Stef Camil Carlens op avontuur in Afrika. Hij vond Malinese muzikanten en vocalisten, en afro en desert blues kregen een voornaam plaatsje op de nieuwe titelloze plaat, wat sterk overtuigt .

Op het podium plaatst Navarre zich doelbewust niet in de schijnwerpers . Hij staat achter een enorme desk en we zien een heus collectief op de stage met traditionele Afrikaanse instrumenten als de kora, de balafon en de n'goni , broederlijk samengaan met de elektrische gitaren, flutes , piano's, saxofoons en zijn kenmerkende electro-vibes .
Je werd meteen meegevoerd in die zalvende hypnotiserende sound , “Forget me not” die de plaat besluit , werd hier als eerste opgevoerd . De zomerse single “Real blues” volgde, die warm, knus energiek is, met de stem van de legendarische Texaanse bluesman Lightnin' Hopkins op de achtergrond; de gitaarriedels intrigeerden en de ritmische percussie prikkelde, dweepte op en klonk aanstekelijk. Heerlijk zoiets . Een dampend, smachtend sfeertje! Nog sterker onthaald werd “Rose rouge” , in één langgerekte jam,  wat aangepast door de tand des tijds. Je voelde het , dit zat snor met Navarre. Het spelplezier droop er vanaf , synchrone danspasjes werden ingezet op het podium , wat zich moeiteloos overzette op het publiek .
St Germain loodste ons doorheen de set met rustige housy beats en de unieke instrumentatie. “How dare you” (op plaat met Zoumana Tereta) kenmerkt die desert blues , het gitaargetokkel klonk extraverter en zette een hardere sound neer van forsere beats. “Sitting here” dan (met de stem van Nahawa Doumboa) , prachtig ingeleid door het gitaarspel, maakte de reis doorheen Mali compleet . Aangename grooves dwarrelden over ons heen …
Elk instrument kreeg voldoende ruimte op “Famille tree” en op het eind kregen we nog twee killers van formaat , uitgewerkte versies van een “Real blues” (part II) en “Sure thing” die een podiumterugkeer om U tegen te zeggen onderstreepten.

Junglegeluidjes vóór en na de set injecteerden een optimale stemming. Letterlijk werden we uitgewuifd in de ‘joie de vivre’ van St Germain . Bijgevolg machtig optreden!

Organisatie: Live Nation

Föllakzoid

III

Geschreven door

Follakzoid - Uit Chili zijn ze afkomstig en muzikaal zitten ze ergens genesteld in de nieuwe golf van psych- en spacerockgroepen. Je verwacht niet gauw een band van ginder die zich hier weet te manifesteren .
Ze zijn toe aan de derde plaat en we hebben hier zo goed als vier instrumentale nummers (de vocals liggen letterlijk achteraan de mix) , die niet onder de tien minuten gaan . We ervaren een sudderende sound , spaced-out krautrock van aangename trippy jams. Je wordt eindeloos meegevoerd, - gezogen in hun atmosferische trip , trance, door de repetitieve ritmes , grooves en effects, onderhevig aan een donkere tune .
Dit is Chileense space-rock die op plaat beduidend sfeervoller klinkt dan live!

Hot Chip

Why make sense?

Geschreven door

Het Britse Hot Chip zijn al zo’n tien jaar bezig en draait rond de drie- eenheid Joe Goddard , Al Doyle en Alexis Taylor . Naast Hot Chip zijn zij met talrijke initiatieven bezig;  maar kijk, drie jaar na ‘In our heads’ is nu de zesde uit , waarbij de electropopband bewijst niet stil te zitten .
Hun meest succesvolle singles “Over & over”, “I feel better”,  “Ready for the floor” en “Made in the dark” zijn nu al een paar jaar oud , zorgden voor heerlijke danspop/elektronica, smileys, aanstekelijk door de stuwende ritmes, en werkten in op de dansspieren. Een ‘hot hot heat’ gevoel .
Geleest op Talking Heads ‘Stop making sense’ – tja, Taylor werkte met David Byrne samen – horen we hier elegante popelektronica , waarin wat funk , hiphop en pure electro is verweven.
En met “Huarache lights” , “Cry for you” , “Need you now” en de afsluitende titeltrack hebben zij  opnieuw vier overtuigende groovy , dansbare tracks .
Altijd wel goed die Hot Chip , met hun uitgebalanceerd geluid , die ergens wel weet te raken en een lounge gevoel creëert , met een kenmerkend dampend sfeertje , een soort luchtigheid door aangename, voortkabbelende refreintjes en crescendo uptempo’s en beats .
Kortom , uiterst genietbaar, sfeervol en dansbaar met die zalvende , aangename, ontspannende tunes en stemmenpracht, iets wat hen zo mooi houdt en uniek maakt!

FFS

FFS

Geschreven door

FFS is de postpunkkruising van Franz Ferdinand en The Sparks , heerlijk hoe twee generaties elkaar vinden; van een kloof is hier helemaal geen sprake . De Schots-Amerikaanse samenwerking klinkt typisch Brits; de carrière van Franz Ferdiand krijgt een nieuwe boost en de muziek van het onvolprezen The Sparks van de broers Russell wordt terug van onder het stof gehaald.
De piano en synths van de o zo statische , koele keyboardspeler Ron Mael vindt z’n plaatsje in twaalf pakkende, broeierige, energieke  songs . De twee broers konden zich meten met het springerig , levendig geluid van Franz Ferdinand .
Openers “Johnny delusional” , “Call girl” en “Dictator’s son” zorgen meteen voor dat fris vertrouwd, positief geluid . Af en toe wordt het gaspedaal wat losgelaten in enkele sfeervolle tracks. Het sarcastische “Piss off” sluit een zinderende plaat af.
H
ier heb je een unieke samenwerking, die een win-win situatie oplevert voor twee bands .

Kylesa

Exhausting Fire

Geschreven door

Kylesa had met hun vorige twee platen de deuren al wat wijder opengezet, op deze ‘Exhausting Fire’ gaan ze nog een stuk verder. Kylesa is van nature een metal band, maar wel eentje die niet zo nodig  binnen het keurslijf van het genre hoeft te blijven. De groep flirt met psychedelica, post rock, alternatieve rock en sludge en laat daarin veel ruimte voor fijngevoelige passages. Dikwijls gebeurt dit alles dan nog binnen één song. De metalfreaks hoeven zich geen zorgen te maken, want het positieve is dat Kylesa de horizonten nogmaals verbreedt zonder daarbij het eigen verleden te verloochenen. Op ‘Exhausting Fire’ is er geenszins aan kracht ingeboet, integendeel, de riffs loeien keihard uit de boxen en de sound is bij momenten bijzonder heavy, alleen zijn de tempowisselingen nog geraffineerder en de songs nog avontuurlijker. De gitaren spuwen geregeld loodzware riffs maar geraken bijvoorbeeld  op “Growing Roots” ook al eens in Sonic Youth-land verzeild, en op “Out Of My Mind” murwt de metal zich doorheen de shoegaze molen.
De songs blijven stuk voor stuk boeien door de brute power afgewisseld met harmonische soundscapes, daarbovenop winnen ze aan spankracht door de onder elkaar verdeelde vocals van frontvrouw Laura Pleasants en haar kompaan Philip Cope. Beiden hebben trouwens de grunts en grafstemmen achterwege  gelaten en staan hier vrij helder te zingen, wat niet wil zeggen dat de agressie en verbetenheid daarom uit de songs zouden verdwenen zijn.
Ook leuk is die ene cover, de Black Sabbath hit “Paranoid”, voor de seventies metaliconen was dit eigenlijk een atypische song vanwege het versnelde tempo.
Kylesa heeft gewoon het tempo teruggeschroefd en de heavyness behouden om de Sabbath song meer op euh… Black Sabbath te doen gelijken.
Enfin, luister er zelf eens naar, je zal het wel begrijpen.

Pagina 512 van 967