logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
dEUS - 19/03/20...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

dinsdag 27 november 2018 17:33

My best friend is you

De Britse Kate Nash heeft na het debuut ‘Made of bricks’ een serieuze gedaantewisseling ondergaan; het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurig jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid is er geen sprake meer. Een predikende stijl, een rauwere sound, springerige ritmes, splinterbommetjes - vuurwerksongs, die richting The Breeders en Pixies durven gaan. De bredere orkestraties die te horen zijn, werken zalvend op het directe geluid.
De eerste acht songs zijn als een wervelwind; de opvallendste songs zijn “Paris”, “Kiss that grrrl”, “Don’t you want to share that guilt?”, “Do-wah-doo” en “Mansion song” hierin. Een jonge leeuwin met klauwen.
Na het ‘vinger in de lucht’ materiaal volgt een gematigder aanpak en horen we melodieuze poprock, die naar het einde van de cd, “You were so far away” en “I hate seagulls” een soberder geluid laten horen; akoestische gitaar, piano en een overwaaiende blazer bepalen hier de sound en laten een gevoelige Nash horen.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop van het debuut is duidelijk op het achterplan geraakt.
De schreeuwerige vocals zijn op de plaat duidelijk gepolijst, neigen naar een Karen O en Nina Hagen. Live is het alvast anders … erg erbarmelijk, als een krolse kat die op haar honger zit.
Algemeen is het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger geworden. Afwachten hoe het verder zal evolueren …

woensdag 01 december 2010 01:00

Suede als in de topdagen …

Remember de nineties …Laat ons niet vergeten dat we in de eerste jaren van de nineties beheerst werden door het fenomeen Britpop. De ‘mania’ van Blur, Oasis blijft helder in het geheugen gegrift. Britse popmuziek was ‘hype’ & ‘hot. The Stone Roses, Radiohead, Manic Street Preachers, PJ Harvey en Garbage …Met een donker randje hadden Toni Halliday’s Curve en Suede onmiskenbaar een bepalende invloed. En op hun beurt lanceerden ze bands als Placebo en Elastica…En Ohja, laat ons de heropleving van de huidige waverock, nu hot topic, niet vergeten …
Suede draaide rond het duo Brett Anderson – Bernard Butler (nota bene in ’94 uit de band gezet!). Naar muziek, pose en uitstraling refereerden ze aan de ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths borrelden op en het Briticoon kreeg dan ook terecht de gelijkenis met David Bowie opgezadeld. De ‘Suedemania’ was een feit …
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast.
Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; Vijf cd’s hadden ze in totaal uit, ze debuteerden zeventien jaar terug, en brachten de succesvolle drie-éénheid ‘Suede’, ‘Dog man star’ en ‘Coming up’ uit. De klemtoon kwam vanavond op dit werk. De daaropvolgende vierde ‘Head music’ (de minste!) en het vervolgverhaal ‘A new morning’ kenden de minste respons, en live werd er maar sporadisch uit geput.
The Tears van Anderson werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!).
Tot slot waagde hij zich solo. Hij presenteerde zich als een sing/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorzag. Mooi alvast, een volgende stap in mans oeuvre, maar die het vuur misten van de Suede-nineties …Trouwens, hij was begin het jaar nog te zien met in de Trix, waarbij live de songs een stevige push hadden …
 
Een poos terug was er een éénmalige reünie. De vijf heren vonden elkaar wel en waren vertrokken om Suede opnieuw op te poetsen. Enthousiast, levendig, vurig, uitzinnig, krachtig, explosief, strak, losjes, pathetisch, hartverwarmend, hartbrekend en bij het nekvel grijpend werden woorden op hun plaats. Opvallend veel 90-kids generatie voor het optreden … Waar vroeger al eens sleet zat op de live formule, is de lont ontstoken voor een tweede leven. Anderson en co waren geweldig. Anderson zorgde ervoor dat de band tussen hem en z’n fans ‘close’ was, hij ging en huppelde van de ene naar de andere kant, schudde handjes en maakte verschillende knievallen om de sound elan, kleur en emotie te geven. Pittig, gedreven en gevoelig.

Na de matige set van Spirals, dertien-in-een-dozijn pop, werden we net vóór de gig van Suede opgehitst door “Bodies” van de Sex Pistols, die door de boxen knalde. Op de meeslepende opener “This Hollywood Life” kronkelde Anderson als vanouds rond z’n microstatief, zette allerlei sensuele pasjes en zwaaide met de armen; de lichaamstaal onderhield de band met z’n publiek. En dat was nu nét die gevatte pose en uitstraling die ‘em vroeger deed … en nu nog steeds … Vooraan probeerde men hun idool, hun halfgod te voelen, te ruiken en aan te raken. Qua vocals had hij niks ingeboet. De helder indringende vocals vormden de kapstok, zoals we al eerder hoorden op de Post-Suede projecten.
Een gemotiveerde band, een directe aanpak en een strak tempo dus, die we verder hoorden op “She”, “Trash” en “Filmstar”, die de T-Rex glamrock niet schuwde. Jawel, ze hielden er de vaart in op deze songs en op de classics “Animal nitrate” en “We are the pigs” deden ze hun instrumenten afzien. Halverwege de set hoorden we de fijne subtiliteit van “By the sea”, ingetogen, rustig en pakkend, bepaald door een pianotune. Een glimp naar het latere materiaal was er met “Can’t get enough” en “Everything will flow”, die een intens broeierige draai kregen. Ook de minder gekende “To the birds” en “Killing of a flashboy” ( beiden b-kantjes) waren boeiend.
Stemmingen werden afgewisseld, met de typische Suede kenmerken als weleer, intens opbouwende rock, een gepaste galm en pathos, een overtuigende, gepassioneerde stem en emotionaliteit uitstralen, zonder in bombast te vervallen; “The asphalt world”, “Metal Mickey”, “The wild ones” en “The new generation” volgden.
“Love comes over Brussels” prevelde Anderson, inderdaad, iedereen haalde z’n hartje op het besluitende “The beautiful ones”, waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen.
”We don’t usually play encores”, maar met plezier maakten ze een uitzondering tijdens de reünie, het kitscherige, ingetogen “Saturday night” bracht de elementen samenhorigheid,
hart - breken & -verwarmen samen. Het publiek genoot ervan en kon een laatste maal de hand reiken aan hun halfgod van de ‘90s Brett Anderson.

Ok, Suede mocht nog een paar classics spelen hoor, als “The drowners”, “Electricity”, “She’s in fashion” en “Positivity”, maar tevreden keerden we alvast naar huis van een band die hier speelde als in de topdagen, die we op hun hoogtepunt zagen in de Hallen Van Schaarbeek en zagen afsluiten in de AB. Wat een time-out kan opleveren, nietwaar …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation 

woensdag 24 november 2010 01:00

Jonsi - ‘4 seasons in one gig’


Jonsi (Jon Por Birgisson), de spil van het IJslandse Sigur Ros, plaatste even de band op non actief, en gebruikte de klanktapijten en het toegankelijke, lieflijke popwerk in een elegant schoon solo album ‘Go’; subtiele kunst en sprookjespop omarmden Jonsi vs Sigur Ros. Over de collecte klankbehangetjes van het project Riceboy Sleeps spreken we niet meteen.

Op de plaat horen we de seizoenswisselingen, die een lente - en herfstgevoel ademen, fris, aanstekelijk, vrolijk als dromerig, ingehouden, weemoedig en bij het nekvel grijpend, gevoed door dartelende melodieën, brede arrangementen, piano, flutes, violen en vibrafoon, en gedragen door mans heldere, indringende engelenstem, Engelstalig én met een eigen woordkunst gezongen.
Ook de visuals, de knappe belichting en de klederdracht (Jonsi met indianen veren!) verdienen een ‘pluim’ … ‘4 seasons in one gig’, strevend voor het natuurbehoud en de dieren in een woudlandschap. Chique wat de ontwerper van de projecties verwezenlijkte: we zagen bloeddorstige wolven, jagende uilen, lieflijke kolibries en herten, en beelden van druilerig herfstweer, vallende bladeren, onweer, winterse buien als ontluikende bloemetjes en fluitende vogels …
Jonsi beschikte over een goed op elkaar ingespeelde band om het klankentapijt en de pop te optimaliseren. Na eerdere passages in de AB en op Pukkelpop konden we terecht voor een tweedaags onderonsje met Jonsi. Het eerste concert was heel snel uitverkocht, maar ook voor het tweede concert was het KC aardig goed gevuld. Een duidelijke prestatie voor de eerste solo uitstap. Trouwens, de live registraties zullen binnenkort verschijnen.
Jonsi opende de anderhalf uur durende set met “Stars on still water, solo ingezet op akoestische gitaar, adembenemend, ijzig als hemels. De daaropvolgende songs “Hengilas”, “Iclicle sleeves” en “Kolnidur” behielden die sfeerschepping door de spaarzame, doeltreffende begeleiding, de klankkleur, de grauwe, dreigende, donkere soundscapes en de roffelende drums. Wat me deed mijmeren aan de bosspelen ’s nachts tijdens m’n chirojeugd … “Tornado” bracht de ‘Spot on Iceland’ en intrigeerde door de aanzwellende partijen en de hoog uithalende vocals. De temperatuur daalde fors onder nul en een ijzige wind blies om de oren en striemde in het aangezicht. Indrukwekkend! De dromerige, rustige “Sinking friendschip” en “Saint naieve” dreef ons naar een zorgeloze wereld. De single “Go do” was de aanzet van het lente offensief, in een hogere versnelling, een ontluikende melodie, een frisse tinteling en een dansbare injectie. Het ontspannen karakter, de forsere grooves en een sprookjes entourage zetten ze door op “Boy likidoi” en “Animal aritmetic”, waarbij de percussie op gevatte wijze meer en meer de overhand nam, zonder in te boeten aan finesse en subtiliteit.
Er werd deftig van instrument gewisseld, wat de veelzijdigheid van Jonsi’s muzikanten onderstreepte. De intieme “Piano des” en de “New piano song” plaatsten Jonsi ’s pianospel voorop, omringd door gitaar - basloops, vibrafoon, zalvende percussie, pauken en rollende kettingen; ze bouwden voorzichtig op en klonken stapsgewijs krachtiger!, gedragen door het ‘arte’ stemgeluid van Jonsi.
Een expressieve finale zorgde voor de kers op de taart. De vier seizoen ‘in one gig’ vatten ze samen op het crescendo gaande “Around us”. Je voelde sprankelende spaborreltjes in een wijwatervat op je hand …
In de bis tooide Jónsi zich met indianenveren en ging hij extravert te werk; hij voerde een regendans uit en bracht ons in een bezwerende trance door prachtversies “Stick & Stones” en vooral “Grow Till Tall” die een geweldige climax hadden. Toen de plensbui op het scherm over was, was het ook over & out met Jonsi’s set.

Op plaat drong de muzikale creativiteit van Jonsi al voldoende door, live deed hij er een duidelijke schep bovenop. Jonsi is een groots artiest en heeft op muzikaal en artistiek vlak zijn (indianen) strepen ruim verdiend. En nu de oortjes & oogjes dicht …

Ook de support, het Canadese trio van sing/songwriter Taylor Kirk, Timbre Timber intrigeerde. Aangevuld met een steelpedal speler en een violiste, reed hij een beklemmende spookhuisrit, loom, slepend, donker en onheilspellend. Hier vielen de bladeren letterlijk van de bomen en werd je verdwaasd ’s nachts achtergelaten in een groot dierenrijkbos. Taylor, het gezicht verbogen achter een monnikscape, had een huiveringwekkende praatzang, die het nauwst aan Swans (Michael Gira) en Tindersticks (Stuart Staples) leunde. De songs droegen een soort ondraaglijke pijn en waren hartverscheurend, fijngevoelig en ontroerd. Een Spotlight on Canada was hier dan ook terecht!

Organisatie: Live Nation

donderdag 25 november 2010 01:00

Disconnect from desire

School Of 7 Bells - Opvallende titel voor een band die zich heeft vernoemd naar een school voor zakkenrollers. Muzikaal horen we een spannende, broeierige hemelse sound van elektronica, indie, pop, pschedelica en shoegaze. ‘Nu shoegaze’ fluistert men mij. OK, dat staat dan vanaf nu genoteerd!
De groep zweert bij My Bloody Valentine, Cocteau Twins, This Mortail Coil en Stereolab, sluit aan bij Blonde Redhead en wordt in één adem vernoemd met de huidige rits Big Pink, The Pains Of Being Pure At Heart, Warpaint en The Hundred In The Hands. ‘Disconnect from desire’ is de tweede plaat en volgt het debuut ‘Alpinisms’ op (2008).
Het trio van de tweelingzusjes Claudia en Alejandra Deheza en Benjamin Curtis, uit Brooklyn NY, intrigeert en raakt met de zweverige, dromerige, sfeervolle, etherische popwave/psychedelica, dat niet vies van Indiase world.
Kwalitatief sterke songs met subtiele, emotievolle melodieën, die gevoelens, verlangens & dromen de vrije loop laten. “Windstorm”, “ILU”, “Babelonia” en “Bye Bye Bye” zijn prachtsongs in het SO7B concept: de schitterende opbouw, de aanzwellende ritmes en zalvende elektronica beats, bepaald door de hemelse melodieën en de perfect beheerste vrouwelijke samenzang, die ze ‘en verve’ nog illustreren op het afsluitende “The wait”.
Het trio heeft een wonderschone tweede plaat uit en toont aan veel in z’n mars te hebben. 

donderdag 25 november 2010 01:00

The Threshingfloor

16 Horsepower lijkt al eeuwigheid onder het zand, want domineeszoon en religieus predikant Dave Eugene Edwards is al aan de zesde cd toe met Wovenhand, muzikaal een combinatie van americana, gospel, kerkmuziek, gothic en pop, in een folknoir tenue gestopt. De diepspirituele inborst en de stijgende fascinatie voor Joy Division uit zich in een broeierige, sfeervolle, dromerige en donker dreigende songopbouw. Huiveringwekkend en bezield gaan Edwards en zijn kompanen hier te werk. De vocale voordrachten en de onderhuidse spanning in de nummers klinken uniek en zijn nog intenser, harder, bezetener en hechter.
Een adembenemende luisterervaring, warm troostrijk, woest en onheilspellend.
We zijn al zeerzeker onder de indruk van de “True faith” cover van New Order en de titelsong van de cd. De pakkende songs “His rest”, “Singing grass” en “Orchard gate” raken door de sobere omlijsting en het gitaargetokkel. En met het afsluitende “Denver City” rockt Woven Hand, als op de livegigs.
Ok, Goede wijn behoeft geen krans, want chique is het wat Edwards en Wovenhand na zes platen nog weten te presteren … Boeiend intrigerend materiaal in zwartpak …

donderdag 25 november 2010 01:00

The Fool

De dames van Warpaint uit LA hebben na de EP ‘Exquisite Corpse’ een (bijna even korte) eerste full cd uit, ‘The fool’. De indie van de dames wordt nogal omgeven door post-punk, wave en galm; zweverige en dromerige songs, die een donkere, broeierige intensiteit hebben, waarover hemelse vocals en een harmonieuze samenzang heen waait.
Een betoverende, sfeervolle sound en een boeiende luistertrip die The Cranes (Alison Shaw), Cocteau Twins (Elisabeth Frazer), The Mazzy Star (Hope Sandoval) en Slowdive omarmt, en niet vies is van de dames PJ Harvey, Siouxie Sioux, Sonic Youth’s Kim Gordon en die de sound van Talking Heads en The Cure dichter bij elkaar brengt.
Aan hun etherische wavepop geven ze een eigen draai, die nog het nauwst leunt aan The xx en zich plaatst naast huidige indie doorbraken Beach House, Best Coast en Here we go magic. Ze kregen de hulp van John Frusciante, Josh Klinghoffer (RHCP!) en jawel Siouxie Sioux.
De semi-akoestische opener “Set your arms down” is de aanzet voor de sfeervol opbouwende composities, die kleine variaties hebben onderling. Het broeierige “Lissie’s Heart Murmur” sluit en verve de plaat van negen songs af.

donderdag 25 november 2010 01:00

Synrise

Goose was ‘hot’ … Goose is ‘back’ en … Goose blijft ’hot’. De single “Words” die de nieuwe cd in de zomer vooraf ging, maakte een tuimelperte in de Front 242 EBM, wat ons nieuwsgierig maakte naar wat het West-Vlaamse kwartet ging uitbrengen. Vier jaar geleden debuteerden ze met ‘Bring it on’, een dijk van een plaat om het in klassieke termen te zeggen. Electropop, EBM, punkfunk, trance, ‘80s wave, rock en beats’n’pieces. Kortom, dancepop met een resem hits, die een onweerstaanbare groove en pompende beat hadden, uptempo, vrolijk en hard. Kraftwerk goes The Ramones hoorde ik wel eens zeggen …
De opvolger is opgenomen in de Brusselse Jet Studio’s en is breder in de zin van dat het een verkenning is hun elektronische horizont; een elektro/retro/pop/techno geluid met een filmisch randje. Minder gebeuk dus … Dat laatste klinkt door op “Hunt”, “Bend”, “Staring” en de titelsong. De eighties wave dringt door op “After” en “In cars”. Bedwelmende, hypnotiserende ritmes en een bezwerende trance blijven onderhuids aanwezig op hun op Giorgi Moroder geleeste sound. En ze kunnen nog lekker doorgaan zoals op “Can’t stop me now” en “Words”. En ze houden van een experimentje, want een neurotische trance ritme hoor je op “As good as it gets”.
Kijk, Goose is ‘back’, menig oude Goose fan vindt er zijn gading in en zal uit zijn dak kunnen gaan op hun gigs en er is plaats voor een doorwinterde electrofan. Mooi toch …
Ohja, de cd hoes refereert aan Pink Floyd’s ‘Dark side on the moon’ … 

donderdag 11 november 2010 01:00

Real Life is No Cool

Uit Noorwegen komen verfrissende synthdiscohouse tunes aandraven. Inderdaad, elektronica/ knoppendraaier Lindstrom deed ‘losvast’ beroep op de zwoele, sexy fluisterstem van Christabelle en we horen broeierige en vrolijke, zomerse, hippe jaren ’70 en ‘80’s spul dansmuziek met een zeker kitschgehalte, ja, met een knipoog naar de Jackson 5 en Donna Summer  zoals op “Baby can’t stop”, “Let’s practise” en “High & love”. Erg overtuigend is de single “Lovesick” met die opvallende lome electro swingbeats.
Aanstekelijk zijn de tranceritmes, de repeterende grooves en de sfeervolle, dromerige, zalvende en vette beats. Het is in die stijl best een boeiende plaat geworden, door een goede dosis hitgevoeligheid en gestructureerde chaos én de toevoeging van spacey synthlijntjes en funky gitaarriffs. De dansmuziek werd aardig verknipt in de elektronicatrommel met een positief resultaat als gevolg …

donderdag 11 november 2010 01:00

The Wild Hunt

De Zweedse troubadour Kristian Matsson ontpopt zich als een kleinzoon van Bob Dylan, een zoon van Bonnie Prince Billy, een broer van Bon Iver en een jonge Nick Drake. Hij komt er alvast glansrijk mee weg. Een singer/songwriter ‘pur sang’ die z’n songs uitermate boeiend houdt met z’n akoestische gitaar, het - getokkel en z’n bezielde, emotievolle stem. Gekluisterd worden we aan de melancholisch dromerige, gevoelige akoestische bluesy, folky gitaarsongs, de ene wat soberder, intenser en ingetogener, de andere wat sneller gespeeld.
Het afsluitende “Kids on the run” is het enige op piano, maar we likkebaarden op de ingehouden “Burden of tomorrow”, “Troubles will be gone” en de titelsong naar de forsere “You ‘re going back”, “The driving of the lawns” en “King of Spain” tot de elegantie van “Love is all” en “A lion’s heart”.
De folkysing/songwriterpop van tien nummers zijn subtiel, doordacht en intrigerend mooi. Terecht werd de jonge gast op Pukkelpop warm onthaald!

Twee bands die ik graag in één adem opnoem, én die beiden staan voor ijzersterke optredens zijn het Canadese instrumentaal spelende Holy Fuck en het uit Oxford opererende Foals. Vanavond stonden Foals in de spotlights … Een groot spandoek met de letters van de band werd achteraan het podium gehangen.

Het publiek ging prat op deze beloftevolle band, die aan hun tweede plaat ‘Total Life Forever’ toe zijn, die het in 2008 verschenen ‘Antidotes’ opvolgt; een uitverkochte Splendid in Lille was dan ook het resultaat.
Het kwintet van zanger/ gitarist Yannis Philippakis speelt een boeiende combinatie van postpunk, punkfunk en postrock en refereert aan bands als Talking Heads, Bloc Party, !!!, Friendly Fires en Battles. De songs worden gekenmerkt van een intrigerende, opzwepende opbouw, hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie, hoekige strakke riffs en ondergaan verrassende wendingen. De toegevoegde elektronica geeft een eigen specifieke toets en de zang van Philippakis waait over de songs heen.
Live klonk het materiaal doeltreffend, pakkend, dartelend en twinkelend. De energie was gebald, hoekig, snedig, scherp, en kende intense uitspattingen en explosies. Het jonge publiekje was meteen weg van die aanstekelijke ritmes en sprong op en neer. Sommigen skydive-den en rolden naar het podium op de repeterende, opbouwende en ophitsende ritmes en op de aanzwellende, krachtiger wordende melodieën van “Olympic airwaves”, “Cassius”, Balloons en de titelsong “Total Life Forever”.
Eerder zetten ze al de toon met een uitgesponnen “Blue blood”, opener van de recente plaat en van de gig. Hier viel de zweverige, soms (hogere) galmzang van Yannis en de beheerste instrumentatie op van de bandleden, die elkaar perfect aanvoelden. Een band op kruissnelheid! Inderdaad, anders kom je er niet toe het publiek zo snel in te palmen.
Maar dit hou je natuurlijk niet de ganse tijd vol. Wat we op plaat hoorden, hoorden we ook live, namelijk middenin de set kwam de klemtoon op en de meer epische, sfeervolle, aan math/progrock verwante stukken: een zalvende, gelaagde opbouw, zachte en strakkere motieven en jams van “Miami”, “What remains” en “Spanish Sahara”. Iedereen genoot wel van het meeslepende materiaal en de band werd dan ook terecht warm onthaald. Het triggerde de band om af en toe een forsere kopstoot toe te dienen. Een mooie afwisseling die indrukwekkend was. Tussenin imponeerden ze nog met het langgerekte “After glow”.
Tot slot lieten ze hun fans niet meer los en kwamen ze met een sterke ‘final touch’ en bis door een concept van hypnotiserende ritmes, stuwende baslijnen, frisse, slepende en strakke gitaren en bezwerende, opzwepende drums: “Red socks pugie”, “The French open” en de prijsbeesten “Electric bloom” en “Two steps , twice”. Yannis was niet meer te houden, sprong op de boxen, pijnigde z’n gitaar, was met drumsticks bezig en liet de eerste rijen z’n bezwete lichaam bepotelen …

Kijk, dit was een concert ‘pur sang’ … Yannis en Foals zijn niet de grote sprekers, maar lieten net de muziek voor zich spreken in zulke structuren. Ze herinnerden zich hun optreden nog van twee jaar terug in datzelfde pittoreske zaaltje van tijdens het Festival les Inrocks toen ze samen met Holy Fuck de anderen het nakijken hielden.
Foals is een unieke live ervaring en wij hebben het geweten, dedzju! Schitterend dus! ‘Foals - Total Live Forever’!. Binnenkort in de Bota!

Eveneens uit GB is het trio The Invisible. Deze support creëerde een apart sfeertje, een soort rocklounge door de repeterende songopbouw, de bezwerende trancy ritmes, de lichte grooves, een beheerste dosis elektronica en overwaaiende vocals; een handvol langgerekte songs in een combinatie van postrock, punkfunk en wave elektronica intrigeerden …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival)

Pagina 128 van 180