logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Gavin Friday - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

De besprekingen van de tweede cd ‘My best friend of you’ van Kate Nash, intussen 23 geworden, zeggen allemaal hetzelfde: het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurige jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Toegegeven, er staan zwakkere songs op de cd, die z’n weerslag live kunnen hebben; en na de liveset van vanavond zijn we terecht bezorgd en ongerust hoe de toekomst van deze lady er zal uitzien, want we zagen een zorgwekkende set.

Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid was er geen sprake meer. Muzikaal haspelde het kwintet nogal de nummers af, het feminisme werd torenhoog in het vaandel gehouden en onderhuids drong de gelatenheid en onverschilligheid door, die ze maar af en toe doorprikte met haar predikende stijl; van haar band slaagde de bassist erin drie/vierde van de set het publiek de rug toe te keren en de andere leden keken bijna niet op.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop was duidelijk op het achterplan geraakt. Er werd maar matig geput uit het debuut ‘Made of bricks’ wat het jonge vrouwvolkje wel ontgoochelde; we hoorden het aanstekelijke en de inleidende ‘friday night feeling’ van “Mouthwash” in het begin, de betoverende “Merry happy” en “Foundations”, middenin de set en een straf snedige “Pumpkin soup” als enige bis. Basta, daarmee was het verleden afgesloten. Het hier & nu van de tweede cd ‘My best friend of you’, drie jaar na haar debuut, kwam centraal te staan.
Nash, de ogen fel zwart gemaskeerd, begon alvast poppy aan de set met een broeierige “Paris”, en de huppelende ritmes van de eerste single “Doo wah doo” en “Kiss that grrrl”. Vroeger hoorden we nog wat vervolgen ‘60’s Motown music, maar dat werd opzij gezet door een rauwere, punky sound, gedragen door haar schreeuwerige vocals, die refereerden aan Karen O (Yeah Yeah Yeahs) en Nina Hagen, “Take me to a higher place” en “Don’t want to share the guilt” waren de eerste songs in die richting. Ze had haar toetsen en piano ingeruild voor gitaarlicks. Het publiek liet de nieuwe songs wat aan zich voorbij gaan. Ze kreeg wel de volledige aandacht op het solo gespeelde akoestische, ingetogen “I hate seagulls”.
Vervolgens neigde Nash met haar band naar een wisselvallige The Breeders en gingen ze deels de mist in op “I’ve got a secret”. Net als op “Mansion song” en “Model behaviour”, die ondanks de onverwachtse wendingen en de experimentjes uiterst gewaagd waren, maar stuurloos en onbeholpen een vreemd allegaartje samenbrachten. “I just love you more” gaf meer soelaas, was overtuigender en bracht Iggy’s “I wanna be your dog” en “Tame” van de Pixies samen.

Ze liet haar fans verdwaasd achter met een concert van ups & downs. Een jonge leeuwin met klauwen is ze wél geworden en muzikaal klinkt het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger.

De support was Sisters Lovers uit Ierland, die een handvol potentiële pretentieloze, puike gitaarsongs speelden. Ze hielden van Camper Van Beethoven en lieten ergens een meer afgelijnde Pavement horen. De songs hadden een broeierige, dromerige opbouw. Spannend verhaal dus van een veelbelovend bandje.

Organisatie: Botanique, Brussel

woensdag 02 juni 2010 02:00

We Love The Pixies

’We love The Pixies’ …scandeerden we in onze jonge jaren. Frank Black, Kim Deal, Joey Santiago en David Lovering lagen aan de basis van de noisepop en de grunge eind de jaren ‘80. Samen met tijdsgenoten Sonic Youth bepaalden zij het geluid van een Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden. De nostalgische sound vormde voor de huidige gitaarbands een voorname referentie.
Een eerste reünie was er op Rock Werchter 2004. We konden spreken van een welgekomen terugkeer waarbij het viertal een frisse indruk naliet, een goede set speelde en aangenaam speelplezier had. Verder was de band te zien op Pukkelpop, waar ze een meer gematigde set speelden. Sinds vorig jaar begonnen ze aan een volgende ronde reünieconcerten in het teken van de ‘Doolittle’ plaat. Eerst was er nog sprake om eventueel in die tussentijd nieuw materiaal uit te werken, maar toen we een paar songs hoorden tijdens de festivals, konden we net als de band zelf besluiten dat ze deze wijselijk hebben opgeborgen.
Vier platen brachten ze uit tussen ’87 en ’93, ‘Surfer Rosa & Come on pilgrim’ (‘87/’88), ‘Doolittle’, ‘Bossanova’ en ‘Trompe le monde’, waarvan de meeste songs in ons geheugen gegrift staan. De eigen carrière van de artiesten, specifiek van Frank Black en The Breeders (de zusjes Kim & Kelly Deal) was muzikaal wisselend, net als hun livegigs. Dat ze het momenteel doen om een aardig spaarpotje te hebben, nemen we er weliswaar bij, zolang ze maar overtuigende optredens spelen.

Na het schitterende optreden in Vorst oktober ll, stonden ze ook vanavond op scherp. De eerste 45 minuten waren bijzonder goed, dan was er een meer gematigd middendeel, en tot slot hadden ze genoeg reserves over om een schitterend derde deel te spelen. Kortom, de drive en de muzikale spetters waren er nog met de selectie songs die ze serveerden. Frank Black kon nog steeds schreeuwen en brullen en ook Kim Deal wist de songs mooi te ondersteunen met haar backing vocals.
Van start gingen ze met korte opwindende en dynamische tracks als “Cecilia”, “Rock music” en “Bone machine”. De eerste rijen konden al wild om zich heen slaan, en de dertig- en veertigers vooraan konden zich al uitleven! Subtieler klonken alvast “Monkey gone to heaven”, “Velouria”, “Dig for fire” en “Hey”, maar de adrenaline bleef door de aderen stromen door de venijnige speldenprikjes en explosies. Ondanks het slepende middendeel boeiden pareltjes als “Planet of sound”, “Debaser”, “Break my body” en een broeierige “Caribou”. ‘They keep the flame alive’ hoorden we ergens boven ons … terecht, want in het derde deel van de set werd het tempo terug voortgestuwd door gitaarexplosies, pedaaleffects, diepe bas en opzwepende drums als op “Tame”, “Isla de encanta”, “Head on” (remember Jesus & Mary Chain), “River euphrates”, “Wave of mutilation”, “Broken face” en “Nimrod’s son”. Alle registers werden nog eens opengezet met een mooi uitgesponnen “Vamos”, die ongelofelijk sterk was door de noise en de dosis experiment. Tussenin ontbraken de melodieuze “Gigantic”, “Where is my mind” en “Here comes your man” niet.
Een dertigtal songs kregen we voorgeschoteld, en net als het publiek genoot het kwartet ervan. Ze bedankten uitgebreid de fans.
Tussenin was het commentaar misschien schaars maar werd eerder onderhouden door Kim Deal.

De Pixies stonden garant om oude herinneringen te koesteren, er eens te kunnen op headbangen en te springen, maar op onze gezegende leeftijd ook te kunnen genieten van hun broeierige songs.

Voor het jonge tienerbandje Bombay Bicycle Club was de Lotto Arena te hoog gegrepen. De aanstekelijke, broeierige en soms rauwe opbouwende gitaarsongs konden niet beklijven. De afwissende rocksound van hard en zacht, uitbundigheid versus donkere melancholiek en de lekker in het gehoor liggende pop konden onvoldoende doorwegen … De vier gasten uit Londen verdienen zeker een volgende kans , zoals eerder dit jaar in de Vk*, toen ze overtuigden in de kleinere zaal …

Organisatie: Live Nation

donderdag 27 mei 2010 02:00

Viper Rosa

Een heel bijzonder debuutplaatje is afkomstig van Viper Rosa. Het Oost-Vlaamse ‘outlaw’ kwintet verbaast met hun country/americana/tex-mex/rock, regelrecht uit Arizona of New Mexico, die een spannend, broeierig sfeertje opbouwen en een onheilspellend, dreigend geluid als rode draad hebben. Spooky wel, door een instrumentarium van gitaren, banjo, cello, contrabas en bezwerende drums, die door de vocals van Koen Gallet beklijven. De songs hebben een verdwaasd en apocalyptisch trekje. Enkele sprookjesachtige taferelen laten zonnestralen toe.
Kortom, Viper Rosa kan meteen aan de slag voor een soundtrack van Quentin Tarantino en David Lynch. Een gekbekkende Howe Gelb (Giant Sand), een innemende Calexico en een predikende Dave Eugene Edwards (Woven Hand) halen hen zeker in met open armen.
Maar al te graag nemen we het formaat van het cd doosje erbij. Het draagt bij tot de kwalitatieve kracht van hun materiaal …
 
Info op http://www.myspace.com/viperosa

’Desert ‘rock… Begin jaren ’90 was Kyuss één van pijlers van deze unieke muziekstijl, samen met de grunge verantwoordelijk voor flinke, begeesterende korrelende gitaarriffs, een dreunende en ronkende diepe bas en een zware logge ritmesectie, die je in een trippende, psychedelische trance bracht. Kyuss was een legendarische band en een mijlpaal in het genre. Check er de groepsleden maar eens op na: gitarist Josh Homme die dan z’n eigen weg ging met QOSA, Them crooked vultures, aan de wieg lag van Eagles of death metal en als gastgitarist fungeerde bij Screaming Trees, enz. Nick Olivieri die ook dan ook deel uitmaakte van QOSA, Alfredo Hernandez bij Fu Manchu en Brant Bjork die z’n eigen projecten had. En tot slot zanger John Garcia die met z’n verdwaalde, soms hoog uithalende vocals de grauwe sound elan gaf; hij richtte nog Slo-burn en Hermano op. Een cv om U tegen te zeggen. Om dan nog niet te spreken van hun producer Chriss Goss, die z’n stempel drukte op de woestijnrock en met de Masters of reality z’n eigen ei kwijt kon … Kijk, dit zijn zaken gegrift in onze muzikale encyclopedie …
In de (te) korte muzikale geschiedenis tellen we drie cd’s, ‘Blues for the red sun’ (’92), ‘Welcome to sky valley’ (’94)en de definitieve doorbraakplaat ‘ … And the circus leaves town’ (’95); het kwartet putte uit de energie en dynamiek van Led Zeppelin, Black Sabbath enHawkwind.
Na de uitgebreide, uitputtende wereldtournee in ’95 hield de band het voor bekeken. Intussen hebben we kunnen genieten van enkele memorabele concerten in de Vooruit btw!, en op Pukkelpop van deze niets ontzeggende, in een moeras verzonken, woestijnrock. Een ‘wall of sound’ creëerde het viertal toen, met op elkaar gestapelde boxen zoals we dat nog hebben gezien bij bands als Rollins Band, Foo Fighters, Sunn O)) en Motorpsycho.

15 jaar later is de muzikale legende ‘stills alive’ … het eerste concert was in geen mum van tijd uitverkocht. Een tweede concert werd ingelast in de namiddag en op die manier kon elke doorwinterde en gegadigde Kyuss fan nog eens z’n hartje ophalen. Ons hart klopte beduidend sneller en de adrenaline stroomde door de aderen, toen de band na een klein half uur goed op dreef was gekomen en het publiek overdonderde met onnavolgbare soli en dreunende basstunes die verrassende en onverwachtse wendingen ondergingen, en opgezweept werden door de bezwerende drums met daaroverheen de overwaaiende, indringende vocals van Garcia.
Hij beschikte over een jonge band, die het Kyuss materiaal beheerste: Rob Snijders en Jacques de Haard, ex Celestial Season uit Nederland en Bruno Fevery, die we kennen van z’n werk bij Arsenal en Monza, die trakteerde op geniale riffs. Samen deden zij gedurende een kleine twee uur de Kyuss magie herleven, deden de temperatuur in de Vooruit stijgen en speelden heerlijke jams.
Garcia liet met z’n begeleidingsband een erg ontspannen indruk na en droeg z’n publiek nauw aan het hart. De eerste songs “Molten Universe”, “Demon cleaner” en “Thumb” waren maar vingeroefeningen op wat komen zou … ze brachten al de eerste rijen in beweging. De typische ruige, groezelige, korrelige sound maakte zich meester en explodeerde op de snedige, intens bedreven en slepende songs “Hurricane”, “Allen’s wrench”, “Odyssee”, “Asteroid” en “100 degrees”door de krachtige drums, de cymbalen, en door de gitaarlicks, -hooks en -uitbarstingen. “Spaceship landing” kwam net op tijd om even weg te dromen onder de vloeistofprojectie op de achtergrond, maar werd meteen gevolgd door dampende, kolkende en straffe versies van “El rodeo” en “Freedom run”. “One inch man” hield het tempo strakker. We voelden het opwaaiende zand van de woestijn in de ogen door de spannende, broeierige, rauwe intensiteit van een verbluffend lang uitgesponnen “White water”, die de set beëindigde.

Kyuss produceerde geen ‘wall of sound’ als vroeger, maar de bezwerende, rockende sound was nostalgie ‘pur sang’ … in een soort snelvaart –motorcyclerunning - kregen we er een “Green machine” bovenop, wat maakte dat het kwartet een topconcert speelde. Badend in het zweet en overdonderend van de manier hoe het kwartet op elkaar ingespeeld was, bleven we verdwaald achter. In de originele bezetting zal Kyuss niet meer bij elkaar komen, gaf Garcia nog mee maar zag samen met z’n nieuwe kompanen en een enthousiast publiek dat het erg goed was.

Support was Kingdom, een zijproject van één van de Amenra leden … massief, slepende werkstukken, zacht, zalvend en soms loodzwaar …maar minder dreigend en onheilspellend door de filmische soundscapes en postrock …

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 27 mei 2010 02:00

Field Music (Measure)

Er valt nogal wat te beleven op die plaat van Field Music, de band uit Sunderland UK, rond de broers David en Peter Brewis. De broers verwerken hun muzikale ideeënrijkdom in hun materiaal, en het was dan ook niet verwonderlijk dat de band kort daarna splitte. In 2007 trokken de broers op solopad, maar kwamen vorig jaar terug bijeen.
We horen knap intrigerende, soms zeer ingenieuze songs die toch diverse luisterbeurten vergt … doorworstelen geblazen …
We ontdekken een dromerige aanpak, doeltreffende gitaarlijntjes, een twinkelend pianospel, zalvende en overwaaiende orkestraties en hoekige ‘70’s retrorock die onverwachtse ritmische wendingen ondergaan en gedragen worden door een fraaie harmonieuze samenzang. Rijkelijk gearrangeerd, fascinerend, maar ook loodzwaar!
Er staan wel twintig nummers op de plaat, de toegankelijkheid is broos, maar geen nood, vooral de tweede helft klinkt eenduidiger en compacter, en dan sluipt de eentonigheid om de hoek.
De broers halen invloeden van XTC, David Bowie, Brian Eno, Tom Verlaine (& his Television) en de droomindie van Belle & Sebastian en Midlake aan.
Onderga alvast die grootse, meeslepende ‘Field Music’ trip …

Het Amerikaanse kwintet Pavement is goed tien jaar na de laatste vijfde worp ‘Terror twilight’ terug bij elkaar voor enkele reünie concerten. Stephen Malkmus en de zijnen, waarvan we ook vooral Mark Ibold (ook nog een tijdje op tour met Sonic Youth) en Bob Nastanovich (multi-instrumentalist en tweede zang) onthouden, maakten zich in de jaren ‘90 populair met de ‘do it yourself’ gedachte van rammelende, soms opzwepende, lofi gitaarmuziek en opmerkelijke sfeervolle werkstukjes. Onderhuids behielden ze de melodieuze kracht, gedragen door de nasale, melancholische en onvaste zang van gitarist Stephen Malkmus. ‘Crooked rain, crooked rain’ en ‘Brighten the corners’ overtuigden een breder publiek, de andere cd’s beklemtoonden het vluchtige karakter en de ongekunstelde chaos! Indie nonchalance! Hun livegigs waren bijgevolg dan ook wisselend, desondanks kon de groep rekenen op een welverdiend respect.

’Welcome back’ prevelden ze … Een happy weerzin was het alvast, waarbij dertig - en veertigers en de nieuwsgierige (jonge) fan present waren op het heel snel uitverkochte concert in de AB. Pavement stelde bijna dertig songs voor, ruwer, rauwer of introspectief en ingetogen. Af en toe explodeerde het. Nastanovich was er deels verantwoordelijk voor door vocaal het voortouw te nemen en z’n teksten letterlijk uit te spuwen, wat de band een versnelling rapper deed gaan.
Malkmus was eerder speels, onbevangen en zelfrelativerend; hij liet alles wat meer z’n gang gaan, zwierde z’n gitaar wat heen en weer en gooide ze af en toe eens in de lucht.
Pavement wisselde sterke met minder boeiende songs af en speelde ook enkele lofi probeersels. In het eerste deel hadden we “Cut your hair”, “Elevate me later”, “Starlings”, “In the mouth a desert”, “The hexx” en “Triggercut”, die de tijd van toen deden herleven. In het tweede deel waren het “Grounded”, “Stereo”, “Summerbabe” en “Spit on a stranger”, die het vuur aanwakkerden. De lightshow, de spotlights en de versiering van witte lampjes waren uitermate leuk. “Range life” mocht na goed anderhalf uur besluiten, maar de band breidde er nog een uitgebreide bis aan; de klemtoon kwam op het materiaal van het succesvolle ‘Crooked rain, crooked rain’; de songs gingen op ontspannende wijze bijna in elkaar over, van “Silence kit”, “Stop breathin’” en “Gold soundz”. “Box elder” en “Shady lane” zaten ergens middenin.

Pavement had nog niet veel ingeboet van hun jeugdige rommeligheid, maar was duidelijk standvastiger! … wat maakt dat in de evaluatie van de set er nog altijd twee kampen zullen zijn om te maken of dit een uiterst goed concert was. De band gaf de indruk er losjes over te gaan , maar hield de touwtjes goed in handen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 20 mei 2010 02:00

Have one on me

Het is alvast weinig artiesten gegeven om na twee platen ons nog zo te overdonderen met nieuw werk, ‘Have one on me’, een 3 dubbelaar, een Magnus Opus, telkens zes songs en twee uur luisterplezier, die linkt naar de sobere aanpak van het debuut ‘The milk-eyed mender’ (2004). We zitten aan onze stoel gekluisterd van het heerlijke, betoverende geluid en de verheven schoonheid op haar harp en piano, gedragen door een hemelse zang, die het nauwst leunt aan Kate Bush.
De lang uitgesponnen, zwaar aangezette partijen door strijkerarrangementen op de subtiel uitgewerkte songs van ‘Ys’, gekenmerkt door lappen tekst, zijn hier achterwege. En net zoals op de huidige tour krijgen de songs een minimale omlijsting van violen, trombone, gitaar en drums; door de spaarzame begeleiding heeft het materiaal een zalvende, helende werking en vormen ze de ideale onthaasting. Het is bovenal genieten, wegdromen op de klassieke leest van het sfeervolle materiaal, die refereren aan het klassieke ‘The Spirit of Eden’ van Mark Hollis’ Talk Talk. Beelden van een ‘Garden of Eden’ of van een ‘Ark van Noah’ halen we voor de geest. Ze laat ons meedrijven in de finesse en subtiliteit van haar elfenpop. Haar prachtige stem, haar kunde, de aanvulling van de band en de lieflijke uitstraling en spontaniteit doen sprookjesachtige taferelen opborrelen, luister maar eens naar “Easy”, “You & Me, Bess”, “In California”, “Soft as chalk”, “Esme”, “Autumn” en de titelsong. Kippenvelmomenten krijgen we van  ”81 en “Baby birch” … zij grijpen bij het nekvel …
’Have one on me’: Elegante Pracht en Schoonheid zijn woorden op hun plaats voor de talentrijke, charismatische, joviale jonge dame Joanna Newsom … Pop door haar hemels breekbare stem en het centraal plaatsen van harp en piano. De factor emotionaliteit verhoogt ze met een band die de arrangementen treffend, perfect en puur oprecht samenbrengt.

Natalie Merchant maakte in een vroeger leven deel uit van de folkypop van 10000 Maniacs die midden de jaren ’80 opvielen met ‘In my tribe’ en ‘Blind man’s zoo’ (remember de singles “What’s the matter here”, “Like the weather”, “Trouble me, …). Inmiddels gaf de 47 jarige zangeres haar sing/songwriterschap elan met soloplaten als ‘Tigerlily’, ‘Ophelia’, ‘Motherland, en ‘The house carpenter’s daughter’, één voor één sfeervol, emotievol, subtiel in elkaar gestoken materiaal, die grasduinen in de folk, country, soul, reggae en bluegrass.
Zeven jaar na die laatste cd komt de getalenteerde en ambitieuze songschrijfster opnieuw in de spotlights met ‘Leave your sleep’, een imposant gedocumenteerd werkstuk en hymne aan talrijke Britse en Amerikaanse dichters. Een cd, ‘A selection from the album’ met 16 songs, en zo was hij bedoeld, een dubbelaar met maar liefst 26 nummers.
De lady vertelde dat het uitgangspunt eerst was wat slaapliedjes voor haar jonge dochter te schrijven en zocht inspiratie over ‘de Kindertijd’. Ze deed opzoekingwerk via het internet, schuimde bibliotheken af, dook de archieven in en geraakte gefascineerd in werken van bekende en onbekende Britse en Amerikaanse dichters en dichteressen van de (Victoriaanse) jaren 1800 tot nu. De bijlagen in de cd spreken voor zich en zijn meer dan de moeite waard eens door te nemen.
Er werkten wel 130 muzikanten mee aan de plaat, van een heus symfonisch orkest tot pure eenvoud en soberheid. Zo hielpen o.a. de gospel zangers The Fairfield Four, de Ierse folkies Lúnasa, het NYse Hazmat Modine, het experimenterende jazzensemble Martin Medeski & Wood, de band van Winston Marsalis en The Klezmatics mee. Een veelheid aan genres, klankkleur en timbres horen we. Een verbluffend luisterwerkstuk die zeker niet aan je neus mag voorbijgaan.
De songs wisselen van gevoel, zwaarte en intensiteit en zijn afhankelijk of ze sober werden begeleid of door orkestraties gedragen. Sommige nummers deden denken aan de muzikale diversiteit die Michelle Shocked aan de dag legde.
Laat je alvast meeslepen in de unieke leef - en muziekwereld die dame Merchant aan de dag legde!

Er viel nog heel wat te beleven op de afsluitende Nuits Bota … de geprogrammeerde bands zaten nog niet op hun tandvlees …In de Chapiteau kon je terecht voor de funkende souldance, afrojazz en pop van Jamie Lidell, het Canadese Holy Fuck speelde energieke, opzwepende vibes en ritmes van luchtige elektronica, percussie, noise en rock in de Orangerie of je genieten van de sing/songwriterpop van Richard Hawley in het KC. En tot slot in de Rotonde stond één van de gehypte bands van het moment, The Drums … Hun single “Let’s go surfing” heeft een groot meezing- en fluitgehalte en zorgt er net als “Young Folks” van Peter, Bjorn en John voor dat de koude dagen van april en midden mei een zomerse temperatuur krijgen.

Het NY-se kwartet heeft al een tijdje hun EP ‘Summertime’ uit en binnenkort kloppen ze aan met hun debuut. In een volgepropte Rotonde konden we alvast op ontdekking gaan. Achterna konden we zeggen dat het kwartet, dat zich in Engeland schuilhoudt, meer in petto heeft dan een minnestrelend leuk nummer. The Drums rond gitarist Jacob Graham en zanger Jonathan Pierce goochelen met waveritmes van Joy Division, The Cure, de gitaarwaverock van Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen) en The Smiths, halen invloeden aan van Fad Gadget, The Chameleons en roepen beelden op van de cold/glamour wave van Spandau Ballet en Theatre of Hate (zie hun haarsnit). En alsof dit nog niet genoeg was, hoorden we in songs de galmende, diepe bas van Peter Hook, de electro van New Order, de hoekige, springerige ritmes van The Rakes en Bloc Party in hun begindagen en zijn ze niet vies van de zomers surf van de Beach Boys en van de girlgroupies Shangri-Las en The Ronettes. En inderdaad, Interpol, White Lies en Editors mogen toch opkijken naar het opkomende talent.
Een mengelmoes en recyclage dus, die door deze jonge gasten een catchy melodie, een dosis lichtvoetigheid en een frisse, luchtige noot krijgen. Ze laten ook bitterzoete melancholie sluimeren in enkele songs. Wat maakt dat ze voldoende variaties aanbrengen en veel in hun mars hebben. De aanstekelijke deuntjes werden hoedanook sterk door het publiek onthaald.
De theatrale, spastische bewegingen, de hoekige danspassen en de grappige aankondigingen van Pierce deden denken aan onze Bijna Slimste Mens, Das Pop zanger Bent Van Looy (… had uiterlijk wel iets mee van hem!).
In de eerste songs straalde de zon nog niet echt, “It will all end in tears” en “My best friend (died)” waren qua tekst nu niet meteen de vrolijkste om mee te starten, maar hadden muzikaal voldoende dynamiek en vitaliteit. De daaropvolgende songs “I felt stupid”, “Submarine”, “Moon”, “Make you mine” en “Book of stories” waren grotendeels van dezelfde leest, hadden speelse, verrassende wendingen, gingen van een slepend naar een meer huppelend ritme of explodeerden ergens middenin. “Jerk” had dan iets mee van Vampire Weekend door de verleidelijke, opzwepende drumritmes. En “Skipping town” kleurde door het galmende gitaargetokkel. De single “Let’s go surfing” met z’n  overbekende, aanstekelijke deuntjes, beëindigde na een goede 45 min de set. Het nummer klonk alvast krachtiger en directer dan op de radio.
Na bijna elk nummer werd het publiek hartelijk bedankt voor de respons, boog Pierce voorover en maakte een boogie danspas. En de momenten dat Graham even niet op z’n gitaar speelde, sprong hij wat in rond met z’n tamboerijn. Leuk allemaal.

Twee nummers besloten, het meeslepende, opbouwende “Down by the water” ( the love for all the boys & the girls) en het strakke, intens broeierige “Forever (and ever)”, de komende single, die doet denken aan de Psychedelic Furs.
We zagen een knappe, melodieuze set van het kwartet, die een grootse toekomst kunnen tegemoet gaan; ze stonden er overduidelijk als liveband en kunnen net als White Lies vorig jaar de hoopvolle band zijn van 2010!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

In de Orangerie was het vanavond ‘the place to be’ om enkele ‘upcoming’ bands aan het werk te zien, die met de gevestigde waarde, het Canadese Wolf Parade van het duo Spencer Krug en Dan Boeckner heel erg schoon en overtuigend besloot. Beide heren zijn actief in bands als Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs en worden genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill en Arcade Fire.
Van het kwartet mogen we volgende maand nieuw werk verwachten, ‘Expo 86’, die ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’ (’08) opvolgen. Duidelijk was dat ze een erg goed op elkaar ingespeelde band zijn en over tonnen enthousiasme, dynamiek, speels-  en frisheid beschikten … een hechte band met klasse, die er vanavond stevig tegen aan ging, broeierig klonk door de gitaren en opzwepende drums en onderhuids geïnjecteerd werd door forse psychedelicatoetsen. De afwisselende vocals en de vloeiende samenzang in de refreinen gaven elan aan de sound. Bezwerend boeiend materiaal, dat heerlijke tempowisselingen onderging en krachtig, energiek en geëmotioneerd kon zijn; ze lieten ruimte voor de instrumentatie en hielden de subtiliteit onder controle. Met zwaar aangezette synths opende “Soldier’s gun” de ruim anderhalf uur durende set. Ze zorgden voor prachtmomenten met o.a. “Fast ballad, “It’s a curse” en “Sun & daughters of hungry Gods”; hun favoriete song in het rijtje was trouwens “Ghost pressure”. We verstaan er ons niet aan dat de band nog steeds niet de verdiende airplay krijgt op hun snedig materiaal.
“This heart’s on fire”en “What did my lover say” verraadt het puike songwriterschap van het duo en met een finale reeks als “Kissing the beehive” en “I’ll believe it anything” besloten ze en verve hun staaltje ‘direct alternative indierock’.
De band gaf aan dat ze vanavond wel hun beste concert speelden … En zagen we ergens in de zaal de heren van Team William niet …?!

Wolf Parade werd vooraf gegaan door de dames Emily, Theresa en Jenny van Warpaint, aangevuld met Stella Mozgawa op drums. De indie van de dames wordt nogal omgeven door post-punk, wave en galm; zweverige en dromerige songs, die een donkere, broeierige intensiteit hadden, waarover hemelse vocals en een harmonieuze samenzang heen waaide. Een betoverend sfeervolle sound die The Cranes (Alison Shaw), The Mazzy Star (Hope Sandoval) en Slowdive omarmde. Een beloftevolle band die eerder al de EP ‘Exquisite corpse’ uitbracht en waarvan de komende zomer het debuut verwacht wordt. Checken dus!

Even opmerkzaam was de lekker in het gehoor liggende catchy powerpop van de vijfkoppige indierockband Surfer Blood uit West Palm, Florida. Deze jonge gasten bundelden hun muzikale invloeden samen in het aanstekelijke debuut ‘Astro Coast’. Inderdaad, verslavende poppy songs met een scherpe randje, opgezweept door toetsen en een dubbele percussie. Weezer, Pixies, Pavement, Vampire Weekend borrelden op in songs als “Fast jarboni”, “Take it easy”, “Catholic pagans” en “Anchorage”; de single “Swim” sierde door de gitaarexplosies tussenin en reeg “Gigantic” (The Pixies) en “Sweet Jane” (Lou Reed) aaneen. Tja, een bandje die van alles proefde en het in een kort gebald, strak setje overtuigend bracht!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Pagina 133 van 180