logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Ora Cogan
Erik Vandamme

Erik Vandamme

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent
FinFactor Jazz Damme 2026
De Zustertuin
Damme
2026-08-29 + 30
Erik Vandamme

Een festival hoeft niet noodzakelijk groter te worden om te groeien. Soms zit vooruitgang net in het verfijnen van een eigen identiteit. FinFactor Jazz Damme is er een mooi voorbeeld van. Wat vijf jaar geleden begon als een poging om jazz ook tijdens de zomer een plek te geven in de Brugse regio, groeide uit tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Toch blijft de organisatie bewust kiezen voor kwaliteit, intimiteit en muzikale ontdekking.
Vorig jaar maakten we gedurende één festivaldag kennis met die bijzondere formule.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie  
In de historische omgeving van Damme zagen we gevestigde waarden en jonge talenten hetzelfde podium delen, terwijl de geringe afstand tussen muzikanten en publiek voor een ongedwongen huiskamersfeer zorgde. Die eerste kennismaking smaakte naar meer.
Voor deze vijfde editie zakten we daarom het volledige weekend af naar Damme. De affiche vormde opnieuw een ontmoeting tussen verschillende generaties en uiteenlopende gezichten van de jazz. Grote Belgische namen als Philip Catherine, Nathalie Loriers, Brussels Jazz Orchestra en Lady Linn stonden er naast internationale muzikanten, avontuurlijke projecten en laureaten van de Dragon Jazz Contest.
FinFactor Jazz Damme wil geen breed popfestival met een vleugje jazz worden, maar duurzaam bouwen aan een herkenbaar jazzfestival dat nieuwsgierigheid aanwakkert zonder zijn identiteit te verliezen.
Op zaterdag 29 en zondag 30 augustus gingen we na hoe die ambitie zich op en rond de podia vertaalde.

dag 1 – zaterdag 29 augustus 2026 - Improviseren in de regen
De grote vernieuwing binnen het concept is de toevoeging van de Izzy Jazz Club Stage, een tweede en kleiner podium waar jonge Belgische jazzformaties speelkansen krijgen. Die naam is niet toevallig gekozen. Izzy Jazz Club, opgericht door Daniël Dehulster en Kobe Gregoir, organiseert in Huisbrouwerij De Halve Maan in Brugge kleinschalige jazzconcerten en vormde vijf jaar geleden de voedingsbodem voor het festival in Damme.
Op het nieuwe podium speelden twee jonge formaties telkens twee korte sets tijdens de pauzes op het hoofdpodium. Zo keert FinFactor Jazz Damme terug naar zijn oorsprong en investeert het tegelijk in de toekomst.

De eerste band op het kleine podium was Jef Chroneos Quartet (****). Aanvankelijk stonden de jonge muzikanten er nog wat onwennig bij, maar gaandeweg groeide hun zelfvertrouwen en viel alles beter op zijn plaats. Altsaxofonist Jef Chroneos trad muzikaal op de voorgrond zonder alle aandacht naar zich toe te trekken. Ook pianist Charlie Vanhoof, bassist Maxim Poppe en drummer Loes Schillebeeckx droegen nadrukkelijk hun steentje bij. Het hoogtepunt van de eerste set kwam er tijdens een ingetogen passage. Terwijl de regen neerviel, zorgden de warme saxofoonklanken voor een krop in de keel en een oprecht kippenvelmoment. Het leek alsof muziek en omgeving elkaar heel even perfect vonden. Tijdens de tweede set, vlak na het optreden van Margaux Vranken Trio, stond het kwartet zichtbaar zelfverzekerder op het podium. Trompettist Diego Torres Borghs, die later met Quintet 208 nog voor een avontuurlijke muzikale tocht zou zorgen, werd als gast uitgenodigd. Zijn inbreng gaf het geheel extra kleur en schwung.
Er blijft ruimte om verder te groeien, maar met meer podiumervaring kan dit kwartet uitgroeien tot een van de mooie nieuwe stemmen binnen de Belgische jazz.
Een naam om in het oog te houden.

Ondertussen viel de regen met bakken uit de lucht. Het publiek zocht massaal beschutting onder het grote stoffen afdak achteraan, waar gelukkig voldoende zitplaatsen waren. Voor de muzikanten moet het een surrealistisch beeld zijn geweest: de stoelen voor het podium bleven vrijwel volledig leeg, terwijl de toeschouwers zich een eind verderop hadden verzameld. Margaux Vranken Trio (*****) liet het niet aan het hart komen en kon rekenen op een bijzonder enthousiaste respons.
Nadat Lies Steppe het trio op haar bekende bevlogen wijze had aangekondigd, gingen de muzikanten inventief te werk. Margaux Vranken zocht geregeld met een kwinkslag contact met het publiek, maar vooral haar verfijnde pianospel sprak tot de verbeelding. Ingetogen pianoklanken raakten zacht de cimbalen, waarna warme contrabaslijnen ruimte creëerden voor hemelse improvisaties.
Ook de opvallende podiumopstelling droeg bij aan de beleving. De drie muzikanten zaten zij aan zij, alsof ze rechtstreeks met elkaar in gesprek waren. Dat bleek meer dan symbolisch: de grote kracht van het trio lag in de manier waarop ze elkaar aanvoelden, uitdaagden en aanvulden. Alles klonk doordacht en tegelijk bijzonder spontaan.
De muziek kon de regen niet verdrijven, maar zorgde wel voor drie kwartier groovy en intens luisterplezier. Het daverende slotapplaus maakte duidelijk dat wij lang niet de enigen waren die hiervan met volle teugen genoten.

Na de tweede set van Jef Chroneos Quartet was het de beurt aan Elly Brouckmans' MANIA (*****). Lies Steppe benadrukte bij de aankondiging dat dit bovenal een échte band is, iets wat ook Elly Brouckmans zelf meermaals onderstreepte. Dat bleek geen loze bewering. De hemelse saxofoonklanken van Brouckmans vormden een belangrijke leidraad, maar kwamen volledig tot hun recht dankzij haar medemuzikanten. De beweeglijke drums van Umberto Odone, het sprankelende pianospel van Yarno Hoedemaekers en de warme, groovy baslijnen van Toon Rumen vloeiden samen tot één organisch geheel. Zonder afbreuk te doen aan de individuele kwaliteiten - die tijdens de solomomenten duidelijk naar voren kwamen - lag de werkelijke kracht van MANIA in het collectief.
Volgens de biografie ontstond de band in een Brusselse kelder en dat clubgevoel sijpelde door in de muziek. Het kwartet bracht ritmisch prikkelende jazz die stevig aan de ribben bleef kleven, gedragen door improvisatie en zichtbaar spelplezier.
De muzikanten voelden elkaar haast blindelings aan en brachten hun enthousiasme moeiteloos op het publiek over. En zowaar: tijdens de set kwam zelfs de zon even boven de wolken piepen. Alsof ook zij van dichtbij wilde aanschouwen hoe vier muzikanten de grijze namiddag met zoveel spelvreugde van kleur voorzagen.
Mooier kon het plaatje haast niet worden.

Vervolgens was het tijd voor de tweede band op het kleine podium: Quintet 208 (*****). De jonge muzikanten stonden er alsof ze al twintig jaar samen speelden, zonder daarbij hun spontaniteit te verliezen. Vooral de wisselwerking tussen tenorsaxofonist Lucas Bakker en trompettist Diego Torres Borghs sprong in het oog. Hun instrumenten gingen een bezielde dialoog aan: bij momenten een ware match made in heaven, die herinneringen opriep aan legendarische combinaties van saxofoon en trompet uit vervlogen jazztijden. Ook het verfijnde pianospel van Charlie Vanhoof kreeg voldoende ruimte en versmolt prachtig met de warme contrabaslijnen van Floris Vandenbemden. Die kruisbestuiving werd vervolledigd door het veelzijdige drumwerk van Ada Schiettecatte, die het geheel ritmisch inkleurde zonder zich nadrukkelijk op de voorgrond te dringen.
Zo ontstond een haast tijdloze jazzbeleving waarin technische klasse en jeugdige onbevangenheid elkaar vonden. Quintet 208 keek met respect naar het rijke verleden van het genre, maar liet tegelijk horen dat jazz ook vandaag springlevend is.
We besloten alleen de eerste set mee te pikken - een mens moet tijdens zo'n lange festivaldag nu eenmaal ook even pauzeren. Wat we hoorden, volstond ruimschoots om Quintet 208 uit te roepen tot dé ontdekking van de eerste festivaldag.

De invloed van zwarte muziektradities op de hedendaagse jazz valt steeds sterker op. Dat merkten we deze zomer onder meer op Jazz Middelheim, maar ook tijdens verschillende andere concerten en festivals.
Vorig jaar waren we op FinFactor Jazz Damme nog diep onder de indruk van de poëtische set van Tutu Puoane. Ditmaal stond er opnieuw een zangeres op het podium die jazz met soul, r&b en gospel verbond.
De voor een Grammy Award genomineerde Christie Dashiell (****) liet samen met haar band de grenzen tussen die genres vervagen. Met haar warme, soulvolle stem deed ze de temperatuur gevoelsmatig naar het kookpunt stijgen. Het ene moment klonk ze breekbaar en intiem, even later krachtig en uitbundig. Ze schakelde schijnbaar moeiteloos tussen uiteenlopende registers. Toch was dit veel meer dan een vocale demonstratie. Pianist Tony Tixier, bassist Reggie Washington en drummer Yoràn Vroom legden geregeld een adembenemend klankentapijt aan haar voeten. De wisselwerking tussen stem en instrumenten maakte het plaatje compleet.
Ook Dashiell kreeg echter af te rekenen met de weersomstandigheden. Tijdens haar set gingen de hemelsluizen helemaal open, waarna het publiek massaal naar een droge plek vluchtte. Daardoor kwam het optreden helaas niet volledig tot zijn recht, zonder dat de zangeres of haar band daar iets aan kon doen. De muzikale warmte die het viertal uitstraalde, bleef ondanks de kille plensbui overeind.

Met achttien muzikanten op één podium was alleen al de opbouw voor het afsluitende concert een huzarenstuk. Daardoor begon Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers (*****) ruim een halfuur later dan gepland. Het podium stond uiteindelijk zo vol dat er voor Lies Steppe letterlijk geen plaats meer was om haar laatste aankondiging van de festivaldag te verzorgen. Dat gebrek aan ruimte temperde het enthousiasme van Nathalie Loriers allerminst. Vanachter haar piano sprak ze het publiek geregeld aan en maakte ze grapjes over haar wegwaaiende partituren - een van de risico's van spelen in openlucht.
Bovenal genoot ze zichtbaar van de wisselwerking met de muzikanten van het Brussels Jazz Orchestra. Deze internationaal vermaarde bigband is al meer dan dertig jaar actief en bestaat uit doorgewinterde muzikanten. Dat vakmanschap viel in iedere instrumentale bijdrage te horen. Zelfs de afwezigheid van artistiek leider en meestersaxofonist Frank Vaganée werd feilloos opgevangen.
Op de uitvoering en onderlinge afstemming viel werkelijk niets aan te merken. Binnen het project Envols stond de piano van Loriers nadrukkelijk centraal. Haar vaak intimistische klanken vormden geen los ornament, maar wezen het orkest de weg door haar composities en arrangementen. Toch zat de grootste kracht ook hier in het totaalpakket. Zodra alle registers werden opengetrokken, ontvouwde zich ruim een uur lang een rijk en dynamisch klankenuniversum waarin we ogen en oren tekortkwamen. Improvisatie is een kunstvorm en dit uitzonderlijke gezelschap zette dat op meesterlijke wijze in de verf.
Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers vormde de perfecte afsluiter van een regenachtige, maar bovenal bijzonder boeiende eerste festivaldag.

dag 2 – zondag 30 augustus 2026 – ‘Groovy' jazz verbindt generaties
Het viel ons tijdens de eerste festivaldag al op, maar op zondag werd het nog duidelijker: FinFactor Jazz Damme trekt een bijzonder divers publiek van alle leeftijden aan. Jongeren overtuigen om naar jazzconcerten af te zakken, blijft door het vermeende oubollige imago van het genre vaak een uitdaging. Dit festival lijkt daar opvallend goed in te slagen.
De nieuwe Izzy Jazz Club Stage speelt daarin ongetwijfeld een belangrijke rol. Vrienden en leeftijdsgenoten komen er kijken naar de prestaties van jonge muzikanten en maken ondertussen kennis met de andere artiesten op de affiche. Het kleine podium blijkt zo niet alleen een schot in de roos, maar ook een waardevolle investering in de toekomst van het festival.

Op de Izzy Jazz Club Stage werd de tweede festivaldag geopend door Bess Zuidervaart Quartet (****). De vier piepjonge muzikanten wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren. De amper zestienjarige saxofoniste Bess Zuidervaart bewoog moeiteloos tussen ingetogen, groovy en weerbarstige passages, met de zelfverzekerdheid van een doorgewinterde muzikante. Ook drummer Lowie Pallemaerts sprong in het oog. Met zijn expressieve mimiek en volledige lichamelijke overgave maakte hij het subtiele en doordachte drumwerk ook visueel bijzonder boeiend. Pianist Wannes Vingerhoets en bassist Anton Poncin gingen volop mee in de muzikale dialoog.
Het viertal verbond jeugdige onbevangenheid met een opvallend volwassen groepsgeluid en bewees zo dat de toekomst van de jazz in goede handen is.

Als laureaat van de Dragon Jazz Contest mocht Bossaferatu (*****) het hoofdpodium openen. Enkele gezichten kwamen ons ondertussen bekend voor. Drummer Loes Schillebeeckx zagen we eerder bij Jef Chroneos Quartet, terwijl saxofonist Lucas Bakker al met Quintet 208 indruk had gemaakt en later nog met zijn eigen project op de Izzy Jazz Club Stage zou aantreden.
Bossaferatu draaide echter niet alleen om instrumentale virtuositeit. Zangeres Marie-Emilie Cahay maakte met haar warme en veelzijdige stem indruk. Op sommige momenten waanden we ons in een rokerige jazzclub, waar een soulvolle zangeres het publiek langzaam maar zeker in vervoering brengt. Echo's van grootheden als Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan kwamen spontaan in gedachten, zonder dat Cahay haar eigen persoonlijkheid verloor.
Ook de wisselwerking met haar medemuzikanten zat erg goed. Ze voelden haar feilloos aan, vulden haar aan en boden ieder vanuit hun instrument een duidelijke meerwaarde. Bossaferatu zette zo een overtuigende kroon op het werk van de Dragon Jazz Contest en bewees andermaal dat de jazz een beloftevolle en sterke generatie klaar heeft staan.

Moeten we Philip Catherine (*****) nog voorstellen? De internationaal gerenommeerde Belgische gitarist weet ondertussen al meer dan zes decennia zowel jazzkenners als gewone muziekliefhebbers te betoveren. Hij was bovendien de enige artiest die het plein tot helemaal achteraan volledig liet vollopen. Opvallend was hoeveel jonge bezoekers vol bewondering naar de 83-jarige grootmeester kwamen luisteren.
Catherine straalde nog steeds de speelsheid van een kind uit. Met pretoogjes en een vleugje deugnieterij begon hij samen met pianist en toetsenist Nicola Andrioli en bassist Federico Pecoraro zelfs iets te vroeg aan zijn set. Lies Steppe kreeg nog net de kans om hem aan te kondigen, tot zichtbaar plezier van haarzelf, Catherine en het publiek.
Diezelfde gemoedelijkheid trok hij door in zijn bindteksten, gitaarspel en kwinkslagen naar zijn medemuzikanten. Andrioli en Pecoraro boden hem daarbij bijzonder mooi weerwerk. Met minimale gebaren en zonder enige bewijsdrang kreeg het trio het overvolle plein muisstil. Iedereen luisterde ingetogen en met een brede glimlach, om de muzikanten na ieder nummer op een daverend applaus te trakteren. Daardoor gingen Catherines ogen alleen maar harder blinken. Met een mooie ode aan Toots Thielemans bracht hij ook hulde aan een andere Belgische grootheid met wie hij heeft samengewerkt. Bovenal liet Philip Catherine horen dat je ook op latere leeftijd kunt blijven schitteren zonder grote woorden of theatrale gebaren. Zijn eenvoud, virtuositeit en warme persoonlijkheid maakten dit tot het mooiste concert van deze editie van FinFactor Jazz Damme. Een klassegitarist en bovenal een bijzonder sympathiek mens. Moge hij ons nog lang met zulke fijne concerten verblijden.

Na de levende legende Philip Catherine keerden we terug naar de Izzy Jazz Club Stage, waar een van de opvallendste jonge muzikanten van het weekend opnieuw aantrad. Ditmaal stond saxofonist Lucas Bakker er met zijn eigen Lucas Bakker Quartet (*****).
Bakker viel al meermaals in de prijzen en stond met verschillende ensembles op festivals en gerenommeerde podia. In 2022 won hij met zijn eerste compositie Polar de compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Binnen de andere projecten waarin we hem dit weekend aan het werk zagen, kon hij zijn talent al etaleren. Met zijn eigen kwartet leek hij echter pas echt zijn muzikale ziel bloot te leggen. Vanaf de eerste saxofoonlijn gingen de haartjes op onze armen overeind en kwam de veelzijdigheid in zijn spel volledig tot z’n recht.
Toch trok Bakker niet alle aandacht naar zich toe. Hij gaf zijn medemuzikanten voldoende ruimte om te schitteren. Het fraaie basspel van Nina Cekov, de inventieve pianopartijen van Samuel Frerichs en het precieze drumwerk van Kobe Bakker sprongen stuk voor stuk in het oog. Met Toots Toast, zijn speelse ode aan Toots Thielemans, liet Lucas op sopraansaxofoon nogmaals horen hoeveel maturiteit er achter zijn jeugdige uitstraling schuilgaat.
Na een grootmeester als Philip Catherine ontpopte hij zich tot een van dé ontdekkingen van FinFactor Jazz Damme.
dHet verleden en de toekomst van de Belgische jazz lagen op deze tweede festivaldag bijzonder dicht bij elkaar.

Met Joe Sanders' Parallels (****) stond een project met een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis op het hoofdpodium. Tijdens een eerder concert improviseerde Sanders als toegift een solo op contrabas. De melodie sloeg zo sterk aan dat het publiek ze na afloop bleef zingen. Dat spontane moment vormde later de kiem voor het titelnummer en het in 2024 verschenen album ‘Parallels’. De vraag was dan ook of Sanders die bijzondere verbondenheid tussen muzikanten en publiek in Damme opnieuw kon oproepen.
De omstandigheden speelden aanvankelijk niet in zijn voordeel. Philip Catherine had als grote publiekstrekker kort voordien het plein volledig gevuld, waarna veel bezoekers naar de Izzy Jazz Club Stage trokken. Net daarna viel ook de eerste en enige stevige bui van de dag, waardoor het publiek opnieuw beschutting zocht. Voor een minder bekende naam als Joe Sanders was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen terug naar het hoofdpodium te lokken. Sanders liet zich daardoor niet uit zijn lood slaan. Met saxofonisten Seamus Blake en Will Vinson en drummer Gregory Hutchinson omringde hij zich met drie absolute topmuzikanten uit de internationale jazzscene.
Zonder in routine te vervallen, bleven ze het publiek met speelse maar kordate improvisaties prikkelen. Via ritmisch handgeklap, muzikale oproepen en herkenbare melodieën groeide de betrokkenheid langzaam maar zeker. Het kwartet moest er door de omstandigheden hard voor werken, maar kreeg de aanwezigen uiteindelijk toch aan het klappen en meezingen. Als kers op de taart verscheen ook Christie Dashiell, die een dag eerder haar eigen concert had gegeven, opnieuw op het podium. Met haar warme, soulvolle stem gaf ze de set een extra vocale dimensie en maakte ze het plaatje compleet.
Na het slotapplaus mocht het gezelschap terugkeren voor een toegift en werd de melodie waarmee het verhaal van Parallels ooit begon opnieuw bovengehaald. Het oorspronkelijke wonder liet zich niet letterlijk kopiëren: daarvoor was de respons in Damme te ingetogen. Toch kwam dat bijzondere moment hier op kleinere en subtielere schaal opnieuw tot leven. Niet minder mooi, alleen intiemer.

Na nog even van de tweede set van Lucas Bakker Quartet te hebben genoten, met een smakelijke Brugse Zot in de hand, was het tijd voor de absolute headliner van FinFactor Jazz Damme. Lady Linn & Her Magnificent Seven (*****) sloten deze boeiende editie op veelzijdige wijze af. We schreven: "Wat als pop en jazz elkaar ontmoeten?" Daarmee zouden we een veelzijdige artieste als Lady Linn echter tekortdoen. Met haar enthousiaste uitstraling en wonderbaarlijk mooie stem maakte ze meteen duidelijk dat ze zich niet in één muzikaal vakje laat opsluiten.
Tijdens de ingetogen passages deed ze ons naar adem happen, maar even later nodigde ze het publiek met hetzelfde gemak uit tot een danspasje. Samen met haar sublieme muzikanten wist Lady Linn te ontroeren.
Tijdens Frank Sinatra's “Strangers in the Night” waagden enkele koppels zich zelfs aan een slow. Alleen begeleid door zachte pianoklanken bracht ze het nummer met de klasse en warme uitstraling van een klassieke crooner. Een magisch en onvergetelijk moment.
Ook Nina Simone was nadrukkelijk aanwezig in “Theme from ‘Middle of the Night’”, dat opnieuw voor kippenvel zorgde.
Daarnaast putte Lady Linn rijkelijk uit ‘Midnight Sun’, haar ode aan de duisternis, het licht en de eindeloze mogelijkheden van de nacht. Ze liet horen dat die nacht niet alleen melancholie en verstilling voortbrengt, maar evengoed feestvreugde, romantiek en sprankelend levensplezier.
Covers en eigen werk vloeiden daarbij moeiteloos in elkaar over. Zelfs haar publieksfavoriet “I Don't Wanna Dance” kreeg iets heerlijk ironisch, want stilzitten was ondertussen vrijwel onmogelijk geworden. De muzikanten gaven de songs alle ruimte om te ademen, te improviseren en telkens een andere richting uit te gaan.
Lady Linn & Her Magnificent Seven vormden zo de perfecte samenvatting van waar FinFactor Jazz Damme een heel weekend om draaide: jazz die intimiteit en uitbundigheid verenigt en muzikanten en luisteraars van verschillende leeftijden samenbrengt.
Van zestienjarige ontdekkingen tot een 83-jarige grootmeester: in Damme bewees jazz twee dagen lang dat ze werkelijk geen leeftijd kent.
Een mooiere afsluiter had deze editie zich nauwelijks kunnen wensen. We noteren alvast zaterdag 28 en zondag 29 augustus 2027 met stip in onze agenda. U toch ook?

Organisatie: FinFactor Jazz Damme + vzw22

Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026 - Aanstekelijke punkrock én er kan een hoekje af zijn
Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026
Sleutelhof
Rumst
2026-08-22
Erik Vandamme

In Rumst wordt de hel niet met vuur en zwavel ontketend, maar met schuimende bierglazen, ronkende gitaren en een stevige dosis punk. Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers heeft er  intussen een mooie jaarlijkse traditie van gemaakt. Onder de bomen van het Sleutelhof ontmoeten bierliefhebbers, punkers en toevallige passanten elkaar voor een festival dat zijn charme niet haalt uit grote gebaren, maar uit nabijheid, spontaniteit en vooral veel gezelligheid.
He gezellige karakter betekent echter niet dat het er muzikaal braaf aan toegaat. Met Mechels Laweit, The Scabby Knees, F.O.D., Shandon en The Real McKenzies stond er opnieuw een affiche klaar die het Sleutelhof stevig op zijn grondvesten moest doen daveren. Glazen vullen, gitaren aanslaan en de remmen los: Razernij kon beginnen.

De formatie Mechels Laweit (******) wordt omschreven als 'pretpunk', en die vlag dekt de lading. De band ontstond in 2012 als Zombie Butterfly. Na de nodige omzwervingen en enkele personeelswissels werd de naam veranderd in Mechels Laweit, waarmee de groep haar band met Mechelen nog sterker onderstreept. Aangezien Rumst daar niet zo ver vandaan ligt, mocht dit optreden gerust als een kleine thuismatch worden beschouwd. Met Maeva, die de band in 2025 als nieuwe bassiste vervoegde, knalde het gezelschap al vroeg in de namiddag. De beweeglijke frontman bracht bijna de volledige set vóór het podium en tussen het publiek door. Hij liet omstanders meebrullen in de microfoon en ontpopte zich tot een volksmenner. Tegen het einde liet ook een van de gitaristen het podium achter zich om zich bij hem en het publiek te voegen. De grens tussen band en toeschouwers verdween haast volledig.
Ook de andere muzikanten droegen hun steentje bij en verhieven humor tot kunst.
Er ontstond een aanstekelijk pretpunkfeest!

The Scabby Knees (****) tapte uit een iets melodieuzer, serieuzer vaatje, zonder dat de humor verdween. De band speelde een technisch onderlegde en strak gespeelde set, die als een pletwals over het terrein denderde. Het ging allemaal wat in dezelfde richting. Het was een klein minpunt, binnen een set die verder stevig in elkaar zat.
Alle registers werden opengetrokken. Dit is punk, lekker om zich heen stampen. Vooraan ontstond zelfs een eerste voorzichtige moshpit. Missie geslaagd dus.

F.O.D. (*****) gaf een energieke indruk van hun melodieuze punkrock, zonder de speelsheid uit het oog te verliezen. Het siert hen. Snedige songs met een kwinkslag, grappige anekdotes en muzikaal plezier. Met songs als “Letter to Laura”, “A Thousand Shots”, “Party at Olm Street” en “Welcome to the Show” onderstreepte de band hun muzikale kwaliteit.
Glimlachende gezichten en enkele moshpits waren het gevolg.
F.O.D. bracht zijn enthousiasme moeiteloos op het publiek. Nummers als “Carry On”, “The Soundtrack of My Life”, “Feeling Gay” en “Living in a Mad Mad World' tekenden hun veelzijdigheid.
Er volgde een eigenzinnige versie van Green Days “American Idiot”, waarmee F.O.D. de set op passende wijze afsloot. Snedige punkrock, catchy melodieën en songs die herinneringen oproepen aan grootheden als Descendents, Green Day, The Offspring, Weezer, Bad Religion, Pennywise en Lagwagon, een beetje hun handelsmerk.
Op Razernij toonde F.O.D. hun herkenbaarheid en eigenheid.

Shandon (*****) is een Italiaanse band, in 1994 opgericht, en groeide in eigen land uit tot een vaste waarde binnen de ska-punkscene. Muzikaal was er al eens een lange onderbreking, maar in Rumst zagen we de gretigheid van jonge wolven.
Het combo raasde met een aanstekelijke mix van punkrock, ska en hardcore. Er was vooral de prominente inbreng van sax, trombone en trompet, die Shandon een eigen geluid bezorgde. De saxofonist zocht geregeld de rand van het podium op en maakte met zijn uitbundige présence zichtbaar indruk op het publiek.
Halverwege de set zakte het tempo enigszins weg en dreigde het wat onze aandacht te verslappen. Maar een sterke finale maakte het goed. Het publiek werd volop bij het optreden betrokken en brulde de herkenbare refreinen uit volle borst mee.
Als feestelijk sluitstuk haalde Shandon nog “Proud Mary” boven. Het nummer werd geschreven door John Fogerty en in 1969 uitgebracht door Creedence Clearwater Revival. Het kreeg een energieke uitvoering van de Italianen en leunde duidelijk aan bij de later beroemd geworden versie van Ike & Tina Turner.
Shandon speelde een aanstekelijke ska-punkset in een Italiaans temperament, met precies die treffende combinatie van snedige punkrock en kleurrijke blazers.

The Real McKenzies (*****) worden wel eens vergeleken met Dropkick Murphys. Het is wat kort door de bocht, al bewegen beide bands zich met hun doedelzak en folkpunkinvloed deels in dezelfde richting. The Real McKenzies beschikken duidelijk over een eigen karakter: ze stampen stevig om zich heen en verpakken hun woede en frustraties in een flinke dosis humor en jolijt. Met o.m. “Due West”, “Too Many Fingers”, “Culling the Herd”, “The Night the Lights Went Out in Scotland”, “The Lads Who Fought & Won”, “Kings of Fife”, “Nessie” en “Chip” putte de band rijkelijk uit haar uitgebreide repertoire. Stuk voor stuk songs van aanstekelijke folkpunk en Schotse strijdlust. Ook de bindteksten hebben een boodschap en houden het publiek een spiegel voor, zonder dat de charismatische frontman al te prekerig overkwam. Hij laat de muziek voor zich spreken en maakt ruimte voor de nodige absurditeit.
Op "I know you are sailors" liet hij een groot deel van het publiek op de grond zitten en roeien ze ahw op de woelige golven van de zee. Even later werd een man uit het publiek op het podium geroepen om een 'hot shotje' te nemen. Leuk allemaal.
The Real McKenzies bracht een stevige portie folkpunk tussen bittere ernst en pure pret. Crowdsurfers zeilden over de hoofden heen. Met “The Tempest” en het toepasselijke “Drink Some More” naderde de set haar uitbundige ontknoping. Een puike afsluiter.

We kregen een boeiende dag vol smaakvolle bieren en pittige punkrock.

(dank aan Gigview)

Organisatie: Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers

Lippelof - Free Podium – Een oneindige vrijheid in uittekenen van uitgebreide muzikale landschappen
Lippelof - Free Podium
Sint-Stefanuskerk
Lippelo (Puurs/Sint-Amands)
2026-08-16
Erik Vandamme

Sommige concertlocaties hebben meer te vertellen dan andere. De voormalige Sint-Stefanuskerk van Lippelo is er een mooi voorbeeld van. Waar vroeger kerkgangers samenkwamen voor vieringen en religieuze gezangen, weerklinkt vandaag opnieuw muziek tussen de historische muren. Alleen is de invulling helemaal anders. Na haar ontwijding en grondige renovatie kreeg de kerk een tweede leven als Lippelof, een ontmoetingsplek voor cultuur, muziek en andere activiteiten.
Het verleden is erbij niet uitgewist: de authentieke elementen en bijzondere sfeer van het gebouw bleven behouden. Het zorgt ervoor dat een concert hier automatisch iets meer krijgt dan alleen een podium en een publiek.
Muziek klinkt nu eenmaal anders in een ruimte die decennialang een plaats van bezinning was. We waren aanwezig op zondag 16 augustus voor een namiddag en avond onder de noemer 'Lippelof - Fee Podium'. Vier bands namen er op hun eigen manier de vrijheid om uitgebreide muzikale landschappen uit te tekenen.

"Met wat vrienden musiceren, wat kan dat de buren schelen. De versterker staat op zeven en de buurvrouw zegt: 'Dat mag.” Het is een stukje uit “Ik voel me goed” van Johan Verminnen, maar het had evengoed de ingesteldheid kunnen zijn waarmee het saxofoonkwartet Culmination (****) op het podium staat. Vier doorwinterde jazzmuzikanten die de verschillende klanken van hun instrumenten volledig onder de knie hebben en er zichtbaar veel plezier aan beleven. Buitengewoon is hoe het kwartet de sfeer van een jamsessie weet op te roepen, maar daar tegelijk een flinke dosis improvisatie aan toevoegt. Culmination blaast zo een warme, groovy wind doorheen de kerk. Of het nu alt-, tenor-, bariton- of sopraansaxofoon is, de vier muzikanten spelen speels en ongedwongen, vlak voor het podium. We gaan dan ook prompt overstag in het klankentapijt.

Wij leerden gitarist Bram Van Den Eeckhout (*****) kennen via de formatie Monkey Juice. In Lippelo stond hij echter helemaal alleen op het podium, met enkel een akoestische gitaar. Het werd een vrij korte set, maar in die beperkte tijd liet Bram duidelijk horen wat hij in zijn mars heeft. Intieme, vloeiende en heldere gitaarlijnen die het midden houden tussen een Bob Dylan en de betere western- en countrymuziek. Ondanks het feit dat Bram er helemaal alleen met zijn akoestische gitaar staat, klinkt zijn spel rijk en gelaagd, alsof er een complete band op het podium staat.
Toch blijft alles opvallend helder en beheerst, zonder dat de intimiteit van zijn optreden verloren gaat. Het filmische aspect primeert er nog het meest. We voelen ons haast wegzinken in een of andere cowboyfilm, waar de spanning te snijden is wanneer een cowboy de deuren openzwaait en een saloon binnenstapt. Het onderschrijft de visuele manier waarop Bram gitaar speelt. Hij heeft geen woorden nodig om zich uit te drukken: alleen al met zijn gitaar vertelt hij een heel verhaal. Ingetogen, maar ook verrassend aanstekelijk. Het enige minpuntje was de wat korte set. Dit had gerust nog een uurtje mogen doorgaan.

Hoewel het muzikaal een heel andere richting uitgaat, staat Solo Creek (*****) met diezelfde ingesteldheid op het podium. De band brengt covers uit de jaren '80, aangevuld met tijdloze liedjes en eigen songs. Het gebeurt op zo'n doorleefde en speelse wijze. Opvallend is hoe elke schakel binnen deze band even belangrijk is. Zonder drums, maar met gitaarriedels, piano en een warme stem, weet Solo Creek ons te ontroeren.
Er ontstaat een soort huiskamersfeertje, of het gevoel alsof je rond een kampvuur zit. Afhankelijk van de locatie krijgt dat gevoel telkens een andere dimensie. In deze kerk zorgt het zelfs voor een bijna sacrale beleving.
Naast mooie muziek ontpopt de frontman zich ook tot een ware entertainer. Hij betrekt het publiek voortdurend bij de set en zoekt hen zelfs op tijdens een spontaan sing-alongmoment. Gezelligheid troef dus bij Solo Creek, waarbij speelsheid hand in hand gaat met een perfecte beheersing van de respectievelijke instrumenten. Intieme songs worden afgewisseld met enkele aanstekelijke nummers. Het resulteerde wel in een warme, gevarieerde en gezellige set.

Under-Cover (****) is een energieke zeskoppige band met een passie voor live muziek. Met twee weergaloze zangeressen en een strakke band brengt de formatie een gevarieerd repertoire dat iedereen in beweging krijgt. Binnen een set van meer dan een uur zorgt Under-Cover voor een aanstekelijk slot van deze dag. Het meest opvallende erbij is de tweestemmigheid. De twee zangeressen vullen en voelen elkaar aan. Precies hetzelfde gebeurt binnen de band, elke schakel blijkt even belangrijk.
Under-Cover bracht een warme en catchy uitvoering. Soms zaten we lekker mee te deinen op onze stoel, andere keren zongen we de teksten mee en op intieme momenten pinkten we zelfs een traantje weg. Om maar te zeggen: het is vooral die gevarieerde aanpak die ons, en iedereen om ons heen, over de streep trok. Die negentig minuten vlogen dan ook voorbij.

Under-Cover toonde op uitgekiende wijze waar deze dag uiteindelijk helemaal om draaide: de oneindige vrijheid om muzikale landschappen uit te tekenen en telkens opnieuw andere sferen te creëren. Van de jazzy improvisaties van Culmination, over het filmische gitaarspel van Bram Van Den Eeckhout en de warme intimiteit van Solo Creek, tot het meer uitgesproken en gevarieerde livegevoel van Under-Cover: elke formatie gaf er op hun eigen manier invulling aan. Daar kan een mens alleen maar blij van worden.
Een perfect slot dus van een boeiende muzikale dag, op een al even boeiende locatie die duidelijk tot de verbeelding sprak.

Organisatie: Lippelo (Puurs - Sint-Amands)

Dub-Postpunk - Mystic Liverpool - The Beatles' Psychedelic Psongbook - Jah Wobble & Tian Qiyi

De buitengewone muzikale erfenis van Liverpool krijgt een nieuwe, mystieke dimensie met het album 'Mystic Liverpool: The Beatles' Psychedelic Psongbook' van het Britse muziekicoon en medeoprichter van Public Image Ltd., Jah Wobble, en zijn zonen John T. Wardle en Charlie Wardle (ook bekend als TIAN QIYI). Hun moeder, Zi Lan Liao, die werd opgeleid aan de Royal Academy of Music, levert eveneens een bijdrage op de gu-zheng.
Het album verscheen onlangs via Cherry Red Records en 30 Hertz en volgt op de eerder verschenen interpretaties van “Strawberry Fields Forever” en “Tomorrow Never Knows”, met “I Am The Walrus” als focus track.

Door dub- en postpunkinvloeden te verweven met psychedelica van het repertoire van The Beatles, krijgen deze iconische nummers een sfeervolle, hypnotiserende nieuwe gedaante. Jah Wobble en zijn familie gaan erbij op zoek naar de mystieke kwaliteiten die schuilgaan achter de muziek van The Beatles, die zowel hun muzikale erfenis als de bijzondere plaats van Liverpool in de muziekgeschiedenis blijvend hebben bepaald.
Zonder de erfenis van The Beatles teniet te doen, zorgen Jah Wobble en C° voor een eerder eigenzinnige aanpak, en het siert hen. “Tomorrow Never Knows” en het bekende “Strawberry Fields Forever” klinken nog steeds heel psychedelisch, maar krijgen een moderne inbreng mee die bekoort. De combinatie van de kenmerkende, met de zware en stevige bas van Jah Wobble gecombineerd met traditionele Aziatische instrumenten.
Een geniale aanvulling op het materiaal. Luister maar naar “Within You Without You”; je voelt je wegzweven naar Oosters getinte oorden. Een ‘zen’ gevoel met een groove.
De inbreng keert steeds opnieuw terug. Het bewijst hoe ingenieus The Beatles zelf wel waren. Luister verder “Norwegian Wood” en “Blue Jay Way”; je voelt die vibe die generaties met elkaar verbindt. De bastonen zorgen voor een beleving die aanvoelt als een psychedelische rave. En die unieke muzikale droomwereld kabbelt verder op “The Inner Light”, “Love You To” en op het mooie “Rain”.

The Beatles waren hun tijd ver vooruit. Jah Wobble en C° maakt er iets van om te koesteren. Een sterke aanrader dus om dit ook live mee te maken.

Live te zien in de Cactus Club in November 2026

Eerdere live in 2025 Jah Wobble & The Invaders Of The Heart – Een galmende ‘dub’ waas van jammende, bezwerende, dromerige, groovy sounds + Rebuilt van ‘Metal box’

Tracklist: 01. Tomorrow Never Knows  02. Strawberry Fields Forever  03. Within You Without You  04. I Am The Walrus  05. Norwegian Wood  06. Blue Jay Way  07. The Inner Light  08. Love You To  09. Flying 10.  Rain

donderdag 20 augustus 2026 21:46

Stenahoria

Sommige platen moet je verschillende keren beluisteren om ze volledig te doorgronden. 'Stenahoria', de nieuwe schijf van het Nederlandse The Fifth Alliance, behoort duidelijk tot die categorie. De band uit Breda beweegt zich al jaren in de donkere regionen van sludge, doom, post-metal en black metal, maar met de komst van zangeres Natalya Thelen lijkt er een nieuwe dimensie aan het geluid te zijn toegevoegd. Vijf lange composities vormen samen een intense trip doorheen verdriet, angst, vertwijfeling, waarbij de band voortdurend speelt met contrasten. Een muzikaal beklemmend gevoel.

Het begint al met “Phoenix”, waar meteen alle registers worden opengetrokken. De emotionele screams huiveren. En dan zijn we nog maar aan het begin van een lange trip. De song duurt ruim acht minuten, maar voelt geen moment langdradig aan. Integendeel: The Fifth Alliance biedt een voortdurende spanning.. Achter elke hoek lijkt wel een nieuwe ontdekking te wachten. Wat daarbij vooral opvalt, is de manier waarop de band voldoende rustpunten inlast zonder ooit de dreigende ondertoon te verliezen. Van ingetogen en atmosferische passages tot momenten waarop de volledige geluidsmuur wordt opgetrokken: The Fifth Alliance weet perfect wanneer het gaspedaal diep moet worden ingedrukt en wanneer er ruimte moet worden gelaten om de opgebouwde spanning opnieuw te laten ademen.
Het schijnbaar moeiteloos schakelen tussen emoties en muzikale invalshoeken merken we ook op “Benandanti” en “The Fool On The Hill”. Er zit voortdurend beweging in, waarbij de donkere sfeer nooit uit het oog wordt verloren.
Misschien nog opvallender is wat er gebeurt wanneer we de plaat opnieuw opzetten. Bij een eerste luisterbeurt zijn we al onder de indruk, maar bij een volgende ontdek je plots poortjes,  in de gitaarpartijen, de onverwachte wendingen, de vocale uitbarstingen of net de kleine rustpunten dat ervoor zorgt dat een passage plots helemaal anders binnenkomt.

‘Stenahoria' geeft zijn geheimen duidelijk niet allemaal in één keer prijs. En precies daarin schuilt een grote sterkte van deze plaat. The Fifth Alliance probeert niet voortdurend te imponeren door simpelweg harder of zwaarder te gaan. De muziek wordt gebruikt om emoties tastbaar te maken. Vertwijfeling, woede, weemoed en aanvaarding liggen voortdurend met elkaar in de clinch. De ene keer worden we meegesleurd door loodzware riffs en rauwe screams, de andere keer krijgen we even ademruimte voordat de duisternis opnieuw toeslaat. De zang van Natalya Thelen beweegt daarbij opvallend soepel tussen rauwe intensiteit en meer fragiele passages.
Met “Battle Of Barnet” en afsluiter “Jakob’ wordt die veelzijdigheid nogmaals onderstreept; doom, sludge, post-metal en black metal als onderdeel van een groter verhaal.
De grote kracht van deze plaat zit in de manier waarop The Fifth Alliance zware muziek combineert met emotie en ruimte.

Blackened/Doom/Sludge
Stenahoria
The Fifth Alliance

Tracklist: Phoenix - 8:11  //  Benandanti - 7:33  // The Fool On The Hill - 7:35  // Battle Of Barnet - 6:59  //Jakob - 7:28
https://thefifthalliance.bandcamp.com/album/stenahoria

donderdag 20 augustus 2026 10:33

Fontana Blue

Met Fontana Blue presenteert Zaanstad een nieuwe naam binnen de melancholieke, filmische pop. Pieter Molenaar en zangeres/songwriter Marlène Henneke vonden elkaar vanuit een gedeelde voorliefde voor sfeervolle muziek, waarbij Hennekes stem Molenaar aanvankelijk deed denken aan de vrouwelijke vocalistes uit de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. Die inspiratie vormt het vertrekpunt voor een hybride debuut, geproduceerd door Thomas Olivier.
Lees gerust newsflash https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/102523-even-voorstellen-fontana-blue-binnenkort-debuutalbum-uit

Het nummer “I Wish” ademt meteen die melancholische, dromerige sfeer uit die zo kenmerkend blijkt voor het debuut van Fontana Blue. De focus ligt duidelijk op de bijzondere stem van Marlène Henneke, zonder dat de instrumentatie aan impact moet inboeten. Haar veelzijdige vocals vormt een rode draad doorheen de plaat: soms sprankelend en aanstekelijk, dan weer ingetogen en gevoelig. Dat horen we ook in “Flower of Stone” en “Turn Around”. “Dance” blijkt letterlijk de meest dansbare track van de plaat, terwijl Fontana Blue vooral sterk is wanneer intimiteit en sfeer samenkomen, van het sprankelende “Losing Your Eyes” tot het meer ingetogen “Faces”, waarop Hennekes stem bijzonder breekbaar klinkt. De instrumentale sfeer versterkt die vocale kwaliteiten zonder ze te overschaduwen.
Op “Go Blind” duiken dan weer subtiele zuiderse invloeden op, waardoor de plaat opnieuw een andere wending krijgt. Het zijn kleine accenten, maar ze zorgen wel voor de nodige afwisseling binnen een album dat voortdurend op sfeer en klankkleur blijft inzetten.
Fontana Blue wordt omschreven als 'filmische pop', en die omschrijving dekt de lading. De hypnotiserende werking van de songs laat ruimte voor de verbeelding en zorgt ervoor dat je als luisteraar gemakkelijk in het muzikale universum wordt meegezogen. Ook instrumentaal valt er voldoende te ontdekken. De afsluiter “Blossom Light” onderstreept het nog eens met een bijzonder sfeervolle finale.

Pieter Molenaar is een veelzijdig muzikant die we eerder al in verschillende projecten mochten ontmoeten. Met Fontana Blue legt hij de focus op de stem van Marlène Henneke, en dat blijkt een bijzonder geslaagde keuze. Haar bereik en expressiviteit geven de songs een eigen karakter en zorgen ervoor dat dit debuut zich niet beperkt tot een verzameling mooi klinkende popnummers.
Fontana Blue levert met dit album een sfeervol en eigenzinnig debuut af waarin melancholie, dromerigheid en filmische pop op een natuurlijke manier samenkomen. Een veelbelovend begin.

Tracklist: I Wish // Flower of Stone // turn around // Dance // Morning Anxiety // Losing Your Eyes // Rumble// Faces //Go Blind // Blossom Light

donderdag 20 augustus 2026 10:26

Revelations EP

Na een debuut-EP in 2022 en het eerste volledige album in 2023 verschijnt met ‘Revelations’ een nieuwe EP van Echoes Of A Dying World. De vijf songs vormen het sluitstuk van een drieluik en sluiten inhoudelijk en muzikaal aan op de vorige releases. Het is dan ook aan te raden de EP als geheel te beluisteren, en wie het volledige verhaal wil doorgronden, grijpt best ook terug naar de eerdere releases.

Vanaf opener “Iskariot” is die lijn meteen voelbaar. De song start rauw en verpulverend, waarna ‘The Rupture’ een meer melodieuze en emotionele kant laat horen. De instrumentatie neemt daarbij steeds dreigendere vormen aan, terwijl vooral de veelzijdige stem van Tine indruk maakt, zacht als bezeten. Net die diversiteit maakt ‘Revelations’ zo interessant.
Tijdens hun recente optreden op Hellbound Fest schreven we dat de wisselwerking tussen de bandleden zorgt voor een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving die voortdurend balanceert tussen pure duisternis en sprankelend licht.
Diezelfde tegenstelling horen we terug in songs als “Generational Curses” en “Mathematical Design”, waarin licht en duisternis elkaar voortdurend ontmoeten. Ook hier speelt Tines stem een belangrijke rol. Wanneer ze plots enkele versnellingen lager schakelt, zorgt dat voor rillingen. Afsluiter “Systems in the Dark” vat die veelzijdigheid nog eens mooi samen.

‘Revelations’ vormt het eindpunt van een trilogie, maar voelt allerminst als het einde van Echoes Of A Dying World.
Eerder lijkthet aanzet tot verder werk. Wat die zal brengen, blijft voorlopig een vraagteken. Revelations is een EP die hard kan binnenkomen, maar evengoed traag onder de huid kruipt. De band neemt je mee naar de donkerste hoeken,maar met dat ene lichtpuntje, net genoeg om niet volledig in de duisternis te verdwijnen.

Tracklist: 01. Iskariot 02. The Rupture 03. Generational Curses 04. Mathematical Design 05. Systems in the Dark

donderdag 20 augustus 2026 10:15

Imminence

Aeveris is een vijfkoppige Belgische metalband die in 2021 het levenslicht zag. De band combineert melodieuze riffs, technisch drumwerk en diverse zangtechnieken tot een geluid dat tegelijk zwaar en toegankelijk klinkt. Eind 2023 verlieten zanger Louis Soenens en gitarist Dennis Wyffels de groep.
Na een intense zoektocht vonden ze met Wouter Van Kerschaver (The Voice 2024) op zang en Dempsey Derous (Guilty as Charged) op gitaar twee nieuwe muzikanten.
Met ‘Imminence’ wil Aeveris een volgende stap zetten. Het album telt tien nummers waarin rauwe emotie en melodieuze, energieke metal hand in hand gaan.
Naar aanleiding van de nieuwe plaat hadden we een fijne babbel met Jeffrey en Wouter, over het album, de nieuwe bezetting en de ambities van de band.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103498-aeveris-ik-denk-dat-we-binnen-de-metalwereld-wel-overal-aan-de-bak-kunnen-of-we-met-onze-band-op-radio-2-kunnen-dat-is-iets-anders-dat-is-ook-niet-onze-bedoeling-wij-maken-muziek-voor-onszelf-muziek-die-we-zelf-graag-horen 
De fans kregen de voorbije maanden al een tipje van de sluier. De eerste EP verscheen in februari 26, het tweede deel volgde in mei. Samen vormen beide EP's de volledige LP ‘Imminence’: tien nummers die als één lange, ononderbroken geluidsstroom over de luisteraar heen rollen.

Van schreeuwende vocals, verschroeiende akkoorden en diepe keelklanken tot zware, uitbarstende riffs en een bas- en drumgeluid dat nauwelijks ademruimte laat: Aeveris gaat er stevig tegenaan. Toch schuilt er meer achter deze muur van geluid. Onder de brute kracht zit een duidelijke emotionele lading, waardoor de songs niet alleen hard aankomen, maar ook iets losmaken.
“The Mask” zet meteen de toon. Een emotioneel geladen stem wordt gekoppeld aan instrumentale precisie, met riffs die zich diep weten te nestelen.
De gemiddelde metalcoreliefhebber zal vervolgens zeker zijn gading vinden in nummers als “Gravity”, “Downfall” en “Show Me Your Weakness”, waarin alle emo-registers wagenwijd worden opengetrokken.
Een van de meest opvallende elementen is zonder twijfel de stem van Wouter Van Kerschaver. Hij moest in de voetsporen treden van zijn voorganger, en dat was geen sinecure. Toch slaagt hij er met brio in om zijn eigen stempel op Aeveris te drukken. Dit klinkt niet als een poging om het verleden te kopiëren, maar als een band die een nieuwe bladzijde omslaat. Geen Aeveris 2.0 dus, wel een rauw vervolg op wat ooit is geweest.
Het vooruitkijken wordt nog duidelijker in songs als “The Ghost Inside” en “Quicksand”. Aeveris kijkt niet achterom, maar gaat met de voeten vooruit. De energie is aanstekelijk en dwingt je bijna vanzelf tot headbangen. Tegelijk bieden de nummers een uitlaatklep voor frustratie, pijn en andere donkere gevoelens. De band weet die emoties om te zetten in een nietsontziende muzikale eruptie. Ook “And Then There Were None” en “Sheep Who Suffer” houden die intensiteit moeiteloos vast. De songs voelen nooit als vrijblijvende metalcore-oefeningen, maar als nummers waarin de band iets kwijt wil. Dat maakt ‘Imminence’ juist zo overtuigend: achter de brute kracht zit een duidelijke drive en een emotionele urgentie.
Met “Tendrils Of Regret” volgt uiteindelijk de finale mokerslag. Geen voorzichtig uitfaden, maar nog één keer alle registers open. Alsof Aeveris na negen nummers nog even duidelijk wil maken dat deze plaat niet bedoeld is om op de achtergrond te draaien.

Aeveris heeft met deze plaat niet geprobeerd het verleden te reconstrueren, maar kiest resoluut voor de toekomst. De nieuwe bezetting voelt daarbij niet als een soort oplossing, maar als een nieuwe impuls. Wouter bewijst dat hij vocaal sterk genoeg is om deze zware erfenis te dragen en tegelijk zijn eigen identiteit binnen de band neer te zetten.
‘Imminence’ laat je dan ook achter met een flinke adrenalinekick. Na een stevige mosh in de huiskamer blijft er weinig over van donkere gedachten en opgekropte frustraties.
Soms is muziek nu eenmaal de beste manier om je demonen een paar stevige uppercuts te verkopen.

Tracklist: 01 The Mask 02 Gravity 03 Theft Of Time  04 Downfall 05 Show Me Your Weakness 06 The Ghost Inside 07 And Then There Were None 08 Quicksand 09 Sheep Who Suffer 10 Tendrils Of Regret

Even voorstellen – Evenementen in Lippelof, Puurs-Sint-Amands

De Sint-Stefanuskerk was jarenlang het religieuze en sociale hart van Lippelo. De kerk werd in december 2024 ontwijd en vervolgens grondig gerenoveerd. Het is bovendien de eerste kerk binnen Puurs-Sint-Amands die het volledige traject van ontwijding naar herbestemming heeft doorlopen. Bij de renovatie werd bewust geprobeerd om historische elementen en de sfeer van het gebouw te bewaren, terwijl er moderne voorzieningen werden toegevoegd. 

De nieuwe bestemming is eigenlijk bijzonder geschikt voor concerten: de kerk is omgevormd tot een polyvalente ontmoetingsplek voor cultuur, muziek en gemeenschapsactiviteiten. Er is onder meer een artiestenruimte, bar, kitchenette en sanitair. De grote zaal biedt plaats aan ongeveer 180 mensen. 
Er zit ook een mooi persoonlijk verhaal achter de uitbaters, Bart Borghmans en Kristien Van Riet. Bart woont tegenover de kerk en zijn vader was er maar liefst zestig jaar koster. Zijn moeder stond in voor het onderhoud. Hij groeide dus letterlijk op rond deze kerk. Kristien is muziekleerkracht en had al langer de droom om een locatie te creëren waar artiesten kunnen repeteren en optreden.

En er is nog een leuk stukje geschiedenis: de kerk had vroeger meerdere klokken. Volgens de historische informatie waren er al tijdens de dekenale bezoeken van 1574 en 1577 drie klokken aanwezig. Eén van de latere klokken werd in 1610 gegoten door Peter III Vanden Gheyn en woog ongeveer 500 kilo. De kerkklokken werden uiteindelijk in 1798 door de Franse bezetter aangeslagen.
Ook architecturaal is er iets te vertellen. De bekende architect Jules Schadde, die in de negentiende eeuw een belangrijke rol speelde in de kerkenbouw in de regio, ontwierp in 1863-1864 een neogotische mantel voor de bestaande witstenen toren van Sint-Stefaan in Lippelo.

Voor alle informatie en evenementen in Lippelof verwijzen we jullie graag door naar de website: https://lippelof.be/

Lokerse Feesten 2026 - DAG 8 - Emoties in alle kleuren van de regenboog
Lokerse Feesten 2026
Grote Kaai
Lokeren
2026-08-07
Erik Vandamme

In de laatste rechte lijn naar het afsluitende weekend, met onder andere Lenny Kravitz op zaterdag, was ook de achtste festivaldag van de Lokerse Feesten een schot in de roos. Met Anna Calvi, Suede en Editors op de affiche werd het een avond voor fijnproevers. Opborrelende emoties en dansen op wolkjes van weemoedigheid vormden de rode draad. Zonder daarbij te vervallen in al te veel tristesse.

Maar eerst kregen we een Waaslandse wervelstorm over ons heen: SONS (****), die we deze zomer alleen al drie keer aan het werk zagen. Maar van 'te veel SONS' bleek ook nu absoluut geen sprake. De band had er, naar goede gewoonte, enorm veel zin in. Al leek het publiek op de Lokerse Feesten aanvankelijk een wat moeilijker parcours in te luiden, het kwartet deed gewoon waar ze goed in zijn: het gaspedaal tot op de bodem indrukken en een enorme dosis speelsheid etaleren. Waardoor je simpelweg niet stil kunt blijven staan. De crowdsurfers, die we eerder dit jaar in grotere getale zagen op Werchter, doken ook hier op. Alleen moest de band er iets meer moeite voor doen om het publiek volledig mee te krijgen. En dat deden ze. Tegen het einde van de set begaf de beweeglijke frontman zich zelfs gewoon tussen het publiek, tot grote hilariteit van de fans. Ook een 'zit en recht spring'-moment zorgde voor de ultieme climax.
We volgen SONS al sinds het prille begin en zagen hen uitgroeien tot een ultieme rockformatie. Hun niet-aflatende energie op het podium vindt steevast zijn weg naar het publiek. Ook wanneer de omstandigheden wat moeizamer zijn, zoals hier op de Lokerse Feesten. Diepe buiging!
Setlist: Do My Thing // Tube Spit // I'm Tired // Surfin' // Family Dinner // Succeed // Naughty // Ricochet // Waiting on My Own // All Gold // Somehow

Over naar een eerste ontdekking in de StuBru Club met de jonge artiest Pyo (****). De jonge Brusselaar, eerder dit jaar nog finalist van De Nieuwe Lichting, stond voor een handvol mensen te spelen, maar liet dit niet aan zijn hart komen. Geflankeerd door sublieme muzikanten deed zijn stem ons naar adem happen. De aanstekelijke postpunk, met duidelijke referenties naar die wilde jaren '80, bleef dan ook zeker hangen. Pyo deed bovendien zijn best om het publiek te entertainen en speelde een set alsof hij voor een volle zaal stond. Een artiest om op te volgen.

Anna Calvi (***) volgen we al sinds haar sprankelende debuut in 2011, al hadden we haar intussen al live gezien in 2010. En we waren direct verkocht. Met haar kristalheldere stem en gitaarriffs die opzwepend mooi als zalvend kunnen klinken, ontroerde ze ons volledig.
We zijn grote fan, ook al was het al van 2015 geleden dat we haar nog eens live hadden gezien.
We schoven een beetje dichterbij en lieten ons gewillig hypnotiseren door haar prachtige sound en unieke vocals . Helaas was er een minimum aan interactie en stond iedereen op het podium nogal statig. Songs als “Rider to the Sea” en “Suzanne & I” kwamen wel heel goed binnen. Toch bleef het wellicht allemaal wat kabbelen, waardoor het publiek meer achteraan ging postvatten of naar de toog ging.
Wij hapten echter naar adem op “Hunter” en kregen tranen in de ogen bij “I'll Be Your Man”, om vervolgens met “Desire” het ultieme klapstuk van de set te krijgen.
We zijn na deze passage op de Lokerse Feesten nog steeds fan van Anna Calvi. Maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat haar optreden niet helemaal binnenkwam zoals het zou moeten. Jammer.
Setlist: Rider to the Sea // Suzanne & I // God's Lonely Man // Hunter // I'll Be Your Man // Desire // Don't Beat the Girl Out of My Boy // Strange Weather

Ontdekking twee in de StuBru Club: de Nederlandse band HIQPY (****), die voor een overvolle Club stond aan te treden. De band wordt beschouwd als een rockformatie met enorm veel toekomstperspectieven en zet dat hier op aanstekelijke, energieke wijze meteen in de verf.
In de biografie op de website van de Lokerse Feesten lezen we: 'Hiqpy is het soort gitaarband wiens popsongs zijn geladen met massa's vitaminen, maar aanvoelen als stroomstoten richting hartstreek.' Het dekt eigenlijk perfect de lading van hoe we dit optreden zelf aanvoelden. De stuwende lijnen, de verpletterende structuren en de sterke vocals intrigeerden. Wat een lekker oplawaai uit Holland.

Suede (******) en Editors bleken de absolute publiekstrekkers van de avond te zijn, want plots stond de Grote Kaai overvol. De sterkte van de Britpopiconen Suede  is hoe ze met emoties spelen. De grote kracht achter de band mag dan frontman Brett Anderson zijn, die geen moment leek stil te staan, maar de strak spelende band mag toch ook even in de schijnwerpers staan.
Het unieke van Suede kwam al bij “Disintegrate” binnendrijven. Pakkende vocalen die raken, maar de sound klinkt ook lekker dansbaar. Die aanpak werd verdergezet op het daaropvolgende “Trash”, dat uit volle borst werd meegebruld. Op dezelfde elan ging het verder met “Animal Nitrate” en “Personality Disorder”. Brett zweepte zijn publiek voortdurend op. Met zijn krachtige stem en sensuele bewegingen deed hij de harten sneller slaan, o.a. op “Filmstar” en “June Rain”, waarbij een knuffelsessie met de mensen vooraan volgde.
De klasse-entertainer zoog alle aandacht naar zich toe, zoveel is zeker. Suede presenteerde alle emoties in de kleuren van de regenboog. Dat maakt hen al sinds de jaren '90 zo bijzonder en werd ook op de Lokerse Feesten uit de doeken gedaan.
In een mooie finale, met o.m. het ingetogen “The Wild Ones”, waarbij je een speld kon horen vallen, zette de band een gedenkwaardige set neer. “Beautiful Ones”, met veel 'la la la'-meezingers, zorgde voor de ultieme kers op de taart.
Setlist: Disintegrate // Trash // Animal Nitrate // Personality Disorder // The 2 of Us // Everything Will Flow // Filmstar // June Rain // She Still Leads Me On // The Wild Ones // So Young // Metal Mickey // Beautiful Ones

België en Editors (****) zijn al jaar en dag een 'match made in heaven'. De liefde is wederzijds, want al vanaf de eerste noot omarmde het publiek Tom Smith innig. Als je een set inzet met een hit als “Munich”, is dat uiteraard altijd een goede binnenkomer. Alleen schuilt daarin ook een risico: dat je je kruit al vroeg hebt verschoten. Daar bleek echter totaal geen sprake van.
Gevatte uithalen en de lekkere, aanstekelijke manier zorgden ervoor dat Editors zijn greep op het publiek bleef behouden. Al dreigde het in het midden van de set even wat te verzanden en verslapte de aandacht hier en daar. Met een sublieme “No Harm”, “Heart Attack”, waarbij de dansspieren opnieuw werden aangesproken, en  verder “An end has a start”, “The rush” en “Smokers Outside the Hospital Doors” kwam er een duidelijke ommekeer. Vanaf dan kon er niets meer verkeerd gaan. “No Sound But the Wind” zorgde voor de ultieme climax en bij “Papillon” gingen alle handen in de lucht en werden de kelen schor geschreeuwd.
Kortom: Editors zette een sublieme set neer en bewees daarmee nog steeds stevig op de troon te zitten. Vooral de sterke start en de wervelende finale konden echter overtuigen. Het middenstuk kende iets minder vuur. Maar die indrukwekkende finale maakte dit ruimschoots goed.
Setlist: The Racing Rats // Munich // Call It In // Sugar // A Ton of Love // Rescue // Bones // Karma Climb // No Harm // Heart Attack // An End Has a Start // The Rush // Smokers Outside the Hospital Doors // The Weight
Encore: No Sound but the Wind // All the Kings // Papillon

Als feestelijk slot kregen we nog Stijn Van de Voorde & Otto-Jan Ham (****), die met al hun ervaring duidelijk niet van plan waren om zomaar een doorsnee dj-set af te leveren. Integendeel, hun eigenzinnige pad boeide. En ohja, zelfs een 'Hey Ho, Let's Go' van de Ramones passeerde de revue. Voor de nog overgebleven danslustigen werd het zo een heerlijk eigenwijs alternatief feestje.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10061-lokerse-feesten-2026?ltemid=0

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Pagina 2 van 207