logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock
George Thorogood and The Destroyers
OLT Rivierenhof
Deurne

Die goeie ouwe George Thorogood en zijn getrouwe Destroyers staan altijd garant voor een lekker rock’n’roll feestje op zijn Amerikaans. ‘t Is te zeggen, George is de baas, de showman en de entertainer, The Destroyers zijn de onmisbare ruggengraat, rock’n’roll is het recept. Simpel, maar uiterst efficiënt, en dat in The Destroyers hun geval nu al meer dan 35 jaar.

Natuurlijk is een gig van deze gasten voor 100 % voorspelbaar, men weet waar men zich kan aan verwachten, tot de setlist toe, maar men wordt toch altijd overstelpt door zoveel klasse.
Met een pak aangename videoprojecties weet George vanavond zijn show nog wat feller in te kleuren, maar natuurlijk is die heerlijke slide gitaar toch weer de ster van de avond. Thorogood laat het ding snijden en duchtig soleren zoals alleen hij dat kan, de vaart blijft er steeds in zitten en de rock’n’roll spat eruit.
Thorogood eert zijn helden Bo Diddley, John Lee Hooker, Willie Dixon, Johnny Cash en Elmore James met splijtende boogie versies van “Who do you love”, “One bourbon one schotch one beer”, “Seventh Son”, “Cocaine Blues” en “Madison Blues”. Het zijn allen onsterfelijke songs die hier van een extra portie vuur voorzien worden.  Dat is de sterkte van Thorogood, hij laat stokoude rock’n’roll en bluessongs steeds spetteren en zet deze met splijtende versies naar zijn hand. 
Naast al die klassiekers heeft Thorogood in die 35 jaren toch ook enkele eigen songs met poten en oren op de wereld gezet. Twee kanjers die in het OLT niet mogen ontbreken zijn uiteraard “I drink Alone” en het altijd opzwepende lijflied  “Bad to the Bone”, de publiekslieveling die op geen enkel van zijn setlisten overgeslagen wordt.

Met zijn simpele rock’n’roll formule weet Thorogood vanavond alweer het publiek volledig in te palmen en daar kan een plensbui weinig aan veranderen. Voor een portie vettige rock’n’roll laten we ons nog altijd graag nat regenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/george-thorogood-02-06-2013/

Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

donderdag 20 juni 2013 02:00

13

Het mag een heus wonder heten dat de heren van Black Sabbath nog zo een vitale plaat weten op de wereld te zetten. Toni Iommi is nog steeds herstellende van kanker en Ozzy zou hervallen zijn in zijn alcoholverslaving, en de man was al een wrak. Maar goed, van de teksten moest hij zich niets aantrekken, want die werden als vanouds geleverd door bassist Geezer Butler, en het muzikale brein achter de groep is nog steeds Tony Iommi die met zijn splijtende en logge riffs het legendarische geluid van Sabbath hier met verve in ere houdt. Enkel originele drummer Bill Ward bedankte voor dit reünie feestje. Hij werd vervangen door Rage Against The Machine’s Brad Wilk, een man die ook wel een aardig potje weet door te meppen.
Het grote geheim achter deze ferme plaat is nog maar eens Rick Rubin, de producer die steevast nieuw leven uit oude fossielen weet te halen. Hij is er immers in geslaagd om Sabbath te doen klinken als in hun beste dagen (lees de eerste zes platen anno 1970-75) en dat is iets wat we nooit hadden durven hopen.
‘13’ is verrassend heavy, nergens banaal, en geeft de meeste volgelingen in het genre het nakijken. De potige metal die Sabbath ons hier voorschotelt in monstersongs van om en bij de 8 minuten, klinkt bijzonder fris en stevig. De ouwe rockers creëren verrassend genoeg een robuuste sound die nergens hun gezegende leeftijd verraadt (zelfs die van Ozzy niet), alle songs (8 stuks, of 12 voor de houders van de deluxe edition zoals dat dan heet) zijn beresterk, er is hier van overbodige vulling geen sprake en dat is op zijn minst erg bewonderenswaardig. Ook het enige rustpuntje “Zeitgeist”, het broertje van “Planet Caravan” zeg maar, staat hier mooi te pronken tussen al dat bronstige geweld.
Heel sterke come back. Hoe ze dit live voor mekaar gaan krijgen is andere koek. Eén ding is zeker, er zullen ettelijke zuurstofpullen aan te pas komen.

woensdag 19 juni 2013 02:00

The Killers - De grote karaoke show

Het is nu wel heel duidelijk dat The Killers, ooit een vinnig bandje, al hun pijlen gericht hebben op de stadions en grote festivalpodia. Ze hebben met ‘Battle Born’ een plaat uit die stijf staat van de Las Vegas kitsch en waarop een opgezwollen sound het gebrek aan goede songs moet verdoezelen.

In Vorst pakten ze uit met een bombastisch geluid, een kitscherige show en een jukebox verpakking voor quasi al hun songs. Het moest en zou een feestje worden waarbij gretig (onophoudelijk zelfs) in de handjes werd geklapt worden en volop werd meegezongen. Niets voor ons, want wij gaan doorgaans naar een concert om een lekkere pot rockmuziek te horen, karaoke is nooit echt ons ding geweest. Het gros van het volk had er blijkbaar helemaal geen erg in en vond alles fantastisch, ook al was het geluid, zeker in het begin van de set, van een erbarmelijke kwaliteit.
Wat voor een brompotten zijn wij eigenlijk om een luid meejuichende menigte tegen te spreken. Het volk kreeg immers wat het wou, een goed geoliede hitmachine, een razend tempo en een bedrijvige frontman Brandon Flowers die Regi- gewijs de mensen in de juiste sfeer bracht. We hadden bij momenten het gevoel dat we hier op een Ketnet happening waren.
We moeten The Killers wel toegeven dat ze onmiddellijk in hun opzet slaagden, want het boeltje ontplofte al meteen met als startschot één van hun grootste prijsbeesten “When You were young”, een song die nochtans erg leed onder het gevreesde bunkergeluid van Vorst Nationaal, doch wij waren blijkbaar de enige die daar last van hadden. Een handvol melige songs uit die nieuwe plaat wakkerden ons sceptische gevoel alleen maar aan en toen The Killers een botsauto-versie van “Shadowplay” brachten, compleet met imposante lichtshow, hadden ze het bij ons helemaal verkorven. Als Ian Curtis zou gehoord en gezien hebben wat ze hier met zijn song aanvingen, hij hing zichzelf nog een keer op.
Van dan af hoefde het voor ons niet meer, the Killers speelden nog een resem hits en het publiek werd alsmaar uitbundiger, maar wij gingen de toog opzoeken, kwestie van onze frustratie door te spoelen want wij hadden echt wel hoge verwachtingen van dit concert (hoe onterecht hoopvol een mens soms kan zijn).

The Killers waren vanavond een circusact, geen rockgroep …

Neem gerust een kijkje naar de pics via Universal Music
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-killers-17-06-2013/
Organisatie: Live Nation

Bij de laatste passage van Sonic Youth in de AB hadden we al een beetje het gevoel dat de sleur in de groep zat. Het combo had met ‘The Eternal’ nochtans een schitterend werkstukje gemaakt maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat ze op het podium half op automatische piloot stonden te spelen. Hoe erg we dat ook vonden, het was misschien wel het moment om de stekker er uit te trekken.
Na zijn breuk met Kim Gordon is Thurston Moore niet bij de pakken blijven zitten en heeft hij met Chelsea Light Moving een denderend nieuw plaatje gemaakt die de gruizige sound van zijn voormalige band niet trachtte te ontlopen. Waarom zou hij ? Het is zijn sound!

En kijk, met zijn nieuwe band lijkt het wel alsof Thurston Moore herboren is. Chelsea Light Moving speelde met de spontaniteit en onbezonnenheid van een beginnend groepje. Moore heeft de jonge punk in zichzelf teruggevonden, zijn songs klonken alsof ze ter plaatse werden uitgevonden, vuil, rammelend, snerend en noisy. Er werd gretig buiten de lijntjes gekleurd en naast de pot gesmost, net als Sonic Youth in hun prille beginperiode. Moore’s gitaar kraakte, scheurde en piepte langs alle kanten, de distortion en feedback maakten overuren. De hel voor muziekpuristen die alles netjes en opgekuist willen hebben, de hemel voor Sonic Youth fans van het eerste uur.

Dit was een vlammende live set waar grunge, punk en noise elkaar tegenkwamen en er hevige vonken uitspatten. Na een dik uur hielden ze het al voor bekeken, niet verwonderlijk als je weet dat ze nog maar één plaatje uit hebben, en bovendien sierde het Thurston Moore dat hij zich niet liet verleiden tot het spelen van Sonic Youth songs. Hoedje af.
Hier stond echt een nieuwe band op het podium, met de gedrevenheid en het enthousiasme van jonge punks.
Chelsea Light Moving zal nog eens de gitaren komen geselen op het Cactusfestival deze zomer op 12 juli 2013. Niet te missen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/chelsea-light-moving-13-06-2013/

Organisatie: Trix , Antwerpen

donderdag 06 juni 2013 02:00

Fain

Wolf People is ook weer zo een groepje die de retro politie op bezoek heeft gehad en op geen enkele overtreding betrapt werd. Ze draaien, net als op voorganger ‘Steeple’, de klok maar liefst een veertigtal jaren terug en laten zich hier geregeld op een Jethro Tulleke betrappen. Toch klinkt het alweer fris en dat omwille van de diverse muzikale vernuftige ingrepen, fijne hoogstandjes en welgekomen afwisselingen.
De songs zijn fris en complex tegelijkertijd. U moet al wat hippie voer kunnen verdragen (beetje prog rock, snuifje psychedelica, streepje blues, geutje folk) om dit te appreciëren, maar u zal merken dat er hier hele mooie dingen worden geserveerd. Er wordt nooit over de rooie gegaan en ellenlange songs en solo’s van een kwartier worden wijselijk geweerd. Gebeurlijk worden de gitaren eens wat harder gezet en dan komt Black Sabbath aan de oppervlakte piepen.
Back to the seventies, dat is duidelijk!

donderdag 06 juni 2013 02:00

Discipline + Desire

Er is nogal wat buzz geweest de laatste maanden rondom die geweldige debuutplaat van Savages. Maar u moet weten dat er ginder in de UK nog zo een postpunk meidengroep rondloopt die een straffe door de eighties beïnvloede plaat heeft gemaakt.
Wax Idols is de naam van de band en ‘Discipline + Desire’ is al hun tweede album. Het eerste ‘No Future’ was een plaatje die een pak snerende punksongs in petto had, deze keer gaat het meer richting postpunk met flarden Cure, Slits en nog maar eens Siouxsie & The Banshees. Frontdame Hether Fortune, drijvende kracht achter Wax Idols, neigt zelfs in de meer poppy songs naar Chrissie Hynde (”Dethrone”) en naar het meer gedreven werk van The Bangles (“The Cartoonist”). Bovenal is het een dame met pit die een stel overtuigende songs bijeengeschreven heeft.
Al haalt ‘Discipline + Desire’ net niet het adrenalineniveau van ‘Silence Yourself’, Wax Idols is een stel meiden die veel meer verdienen dan zomaar in de schaduw van Savages te lopen.

Neil Young & Crazy Horse - Zot paard nog steeds in bloedvorm
Neil Young & Crazy Horse
Vorst Nationaal
Brussel

Wij hebben onze Neil het liefst als hij Crazy Horse van stal haalt, en dat was al een tijdje geleden. Vorig jaar schrokken wij ons wel een hoedje toen hij met Crazy Horse het onding ‘Americana’ op de wereld losliet, een absoluut te mijden vehikel gevuld met tenenkrullende volksliedjes. Hij maakte zijn miskleun echter onmiddellijk goed met de dubbellaar ‘Psychedelic Pill’ waarop zijn paard terug in bloedvorm verkeert. Veelbelovend dus met het oog op zijn tournee met Crazy Horse, wij moesten er dus wel bij zijn in Vorst, ook al hebben wij daarvoor heel diep in onze beugel moeten tasten. Als den ouwen via peperdure tickets zijn pensioen veilig wou stellen, dan kon hij godverdomme maar zien dat zijn concert onze zuurverdiende centen waard was, de trekzak.

Met het lange “Love and only love” als opener, waarop de gitaren al volledig loos gingen, wisten we al meteen dat deze band moeiteloos aan onze hoge verwachtingen zou tegemoet komen. De klassieker “Powderfinger” en het nieuwe “Psychedelic Pill” stoomden al even driftig door en het bijna twintig minuten durende hoogtepunt “Walk like a giant” was Crazy Horse op zijn best, met huilende, knarsende en gierende gitaren. De song mondde uit in een gitaareruptie met heuse Sonic Youth allures en ging over in een denderend onweer. Geen band die zo overtuigend de donder uit gitaren kan doen knallen als Crazy Horse.
We waren nog maar een kleine drie kwartier ver en we hadden al grootse dingen meegemaakt. Het niemendalletje “Hole in the sky”, een tot op heden onuitgegeven song (houden zo, Neil), kwam onnodig de boel verstoren maar Neil’s akoestische solomomentje deed dat minpuntje snel vergeten. Het pareltje “Comes a Time” en de Dylan cover “Blowin’ in the wind” brachten even met succes de hippie in Neil Young terug naar boven.
Young was bovendien redelijk goed bij stem, een begenadigd zanger is ie nooit geweest, maar vanavond sloeg hij tenminste nooit aan het janken, wat hij op zijn platen wel eens durft te doen. Enkel bij het ook al onuitgegeven en stroperige “Singer without a song” dachten we even van “hij gaat er toch niet aan beginnen, hé”, maar toen de stekker er terug inging voor het fenomenale “Ramada Inn”, weer zo een knoert van ruim boven de 15 minuten, was onze vrees meteen in de kiem gesmoord.
Het onvermijdelijke en niet stuk te krijgen “Cinnamon Girl” was de aanzet voor alweer een hoogtepunt, “Fuckin’ Up”. Crazy Horse scheurde, ramde en barste open met heuse orkaankrachten. Ook met “Welfare Mothers” en “Mr Soul”, de snedige garagerocker uit de Buffalo Springfield periode, waren we aangenaam verrast.
En dan die finale ! Het apocalyptische en brutale anthem “Hey Hey, My My” deed het boeltje hard en ruw openscheuren. Een atoombom van een song die de zaal binnenstebuiten keerde.
De extraatjes “Roll another number” en “Everybody knows this is nowhere” namen we er graag bij, doch echt onvergetelijk waren ze niet. Als bisnummer zorgden ze niet voor de verhoopte climax, maar tegen dan waren we toch al lang overdonderd door zoveel klasse en scheurend gitaargeweld.

Natuurlijk misten we een handvol klassiekers (“Cortez The Killer”, “Like a Hurricane”, “Cowgirl in the Sand”, “Down by the river”,…) maar Neil en zijn fantastische Crazy Horse hadden ons meer dan twee en een half uur splijtende rockmuziek bezorgd, dus gaan we niet morren om hetgeen we niet gehoord hebben.

Organisatie: Gracia Live

donderdag 30 mei 2013 02:00

Abra Kadavar

Als u denkt dat u hier naar de nieuwe Black Sabbath zit te luisteren zullen we u dat heus niet kwalijk nemen, want meer retro dan dit kan je uw hard rock niet krijgen dezer dagen. Zelfs de hoesfoto lijkt te zijn genomen 40 jaar geleden, de langharige Duitsers Kadavar presenteren zich hierop als hard-rock neanderthalers die in de jaren zeventig zijn blijven hangen. En zo klinken ze ook, hun titelloze debuutplaat van vorig jaar zat al stevig verankerd in de prille seventies, deze ‘Abra Kadavar’ is gewoon het logische vervolg erop. Riffs uit het stenen tijperk, solo’s uit vervlogen tijden, psychedelische acid uitstapjes, wijde broekspijpen, lang sluikhaar en baarden waar een familie spreeuwen zich kan in huisvesten. Een sound die men dezer dagen ook kan horen bij Graveyard, Rival Sons en Radio Moscow, retro als de pest maar uiterst aangenaam vertier.
De heren mogen dan al met een knoert van een seventies fixatie zitten (met Black Sabbath en Pentagram als voornaamste ijkpunten), ze zijn verdomd goed in wat ze doen, dit is oerdegelijke prehistorische rock die teruggrijpt naar een tijd dat men de term metal er nog niet voor uitgevonden had.
We hebben de nieuwe Sabbath nog niet gehoord, maar we twijfelen er sterk aan of die even sterk zal zijn als ‘Abra Kadavar’. En nu gaan we ons haar laten groeien.

donderdag 30 mei 2013 02:00

Floating Coffin

Wie Thee Oh Sees al eens live uit hun dak heeft zien gaan, weet hoe moeilijk het moet zijn voor die gasten om de intensiteit van die live optredens op plaat te zetten. Toch zijn ze daar met ‘Floating Coffin’ in geslaagd. Het is een album geworden die al de fijne en gepeperde ingrediënten van Thee Oh Sees in zich draagt, wilde fuzzy pop en onstuimige garagerock met ongeveilde psychedelische randjes en uit de bocht scheurende gitaren. Er is weer flink wat koffiegruis tussen de gitaarpartijen geslopen, de keyboards zijn in een vuile sixties waas gehuld en er wordt wederom naarstig buiten de lijntjes gekleurd. Dat maakt het geheel net als op hun vorige platen fris, zeer levendig en avontuurlijk.
Er wordt gestuiterd en hard doorgerockt in “I come from the mountain”, “Maze Fancier” en “Tunnel Time” en het is heerlijk uitfreaken op “Toe cutter/Thumb buster”, “Night Crawler” en “Sweets Helicopter”. Na al het smerige gitaargeraas is het wiegeliedje “Minotaur” een welgekomen afsluiter van een alweer bijzonder en geweldig Thee Oh Sees album.

donderdag 30 mei 2013 02:00

Desperate Ground

Bij The Thermals kennen ze maar één richting en ‘t is dezelfde van The Ramones, rechtdoor. ‘Desperate Ground’ is 26 minuutjes ongecompliceerde punkrock verpakt in 10 potige uppercuts met een knipoog naar The Buzzcocks. Nog beter nieuws is dat de plaat terug in de buurt komt van die eerste twee rauwe werkstukjes ‘More Parts per Million” en “Fuckin A”. Een paar keer wordt het tempo gedrukt maar de mot komt er nooit in te zitten.
Frontman Hutch Harris houdt er vocaal steeds de vaart en melodie in en de songs zijn met zijn allen even efficiënt als ze simpel zijn. Kortom, The Thermals zoals we ze graag hebben. En zoals we ze zullen bezig zien op Boomtown op 24/07.

Pagina 62 van 112