logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Kreator - 25/03...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

maandag 18 maart 2013 01:00

Yo La Tengo - Twee keer indrukwekkend

Als doorwinterde liefhebber van de betere alternatieve muziek moet ik met het schaamrood op de wangen opbiechten dat dit pas de eerste keer is dat ik de ultieme cultgroep Yo La Tengo aan het werk zie. De indie band der indie bands, zeg maar. Een trio die uit liefde voor The Velvet Underground in de jaren tachtig een eigen groepje oprichtte, net als generatiegenoten The Dream Syndicate, The Feelies, Sonic Youth en nog zovele andere. Een groep die al die tijd dwarse, eigenzinnige en creatieve platen heeft gemaakt, zich niets aantrekkende van de commerciële markt rondom hen en daarmee toch een trouwe aanhang heeft verworven. De AB loopt aardig vol voor deze culthelden. Terecht zo blijkt, geen mens zal het zich beklagen.

Met alweer een voortreffelijke en gevarieerde nieuwe plaat ‘Fade’ onder de arm trekt Yo La Tengo de wereld rond, deze keer met een interessant concept. Een support act wordt niet getolereerd, Yo La Tengo zet iedere keer de avond in met een intimistische akoestische set van een uurtje. Meer dan geslaagd trouwens, ze hebben er de songs, de klasse en de finesse voor.
Tijdens dat briljante akoestische uur schemert ook al duidelijk The Velvet Underground door in hun songs, pareltjes als “Two Trains” en “Cornelia and Jane” bewijzen dat. De band heeft met de frêle drumster/zangeres Georgia Hubley trouwens ook hun eigen Maureen Tucker in de rangen, bescheiden en schuchter maar onmisbaar.
Het valt op dat Ira Kaplan, die doorgaans zijn gitaar kan laten scheuren dat het geen naam heeft, een werkelijk fenomenale gitarist is die zijn instrument ook met de fluwelen handschoen kan behandelen en er de meest zachte en subtiele klanken uithaalt. Tijdens de verstilde, heel intieme en overigens sublieme akoestische set krijgt de groep het respect die ze verdienen, het is adembenemend stil in de AB en die ene sukkelaar die per abuis zijn drankbekertje laat vallen wordt aangestaard alsof ie Kim De Gelder zelf is.
Dat bassist James McNew er vocaal wel eens naast zit, daar nemen we geen aanstoot aan, want dit is een uurtje naakte en fragiele schoonheid. Helemaal in de wolken stappen we de pauze in.

Na de rust tapt Yo La Tengo uit een gans ander vaatje, ook eentje waar ze briljant in zijn. De stekker gaat er onherroepelijk in, alle remmen mogen los, alle registers worden opengetrokken, distortion en feedback trappen de voordeur in, het punkbloed borrelt op en Crazy Horse en Sonic Youth komen op de koffie. Ira Kaplan gaat volledig loos en laat zijn gitaar op de meest geniale manier piepen, scheuren en kraken.
Yo La Tengo schittert in “Stupid things”, “Ohm”, “Autumn Sweater”, “Before we run” en “Deeper into Movies”.
Wederom is de branie van The Velvet Underground alomtegenwoordig, wat hoegenaamd geen probleem is want elke aanwezige in de zaal heeft volgens ons minimum twee Velvet platen in huis, daar verwedden we onze kop op.
Als ultieme apotheose is het aan alle kanten openscheurende en alles verpulverende “Pass the hatchet, I think I’m goodkind” een brok indrukwekkende noise van zo een slordige 15 minuten waarin een ontploffende Ira Kaplan zijn gitaar laat briesen, grommen en blaffen. Het is ronduit geniaal, hier kan een mans niet genoeg van krijgen. Deze striemende hap gitaargeweld maakt de bisronde een beetje overbodig want Yo La Tengo neemt afscheid met een trio aardige en sympathieke, maar niet echt onvergetelijke songs, maar dan zijn wij toch al lang verkocht.

Een marathonconcert dat nog heel lang zal nazinderen. Geweldige band, formidabel concert!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zondag 17 maart 2013 01:00

The Delta Saints - De Westhoek Blues

We hebben om te beginnen een dikke pluim voor de potige bluesrock van The Devilles. Een band die een ronkende song als “Preachers and devils” kan uit zijn gortige mouw schudden, verdient altijd onze aandacht. En ook de uwe.

Vorig jaar in juni waren wij al meer dan aangenaam verrast door de venijnige swamp blues van The Delta Saints. Toen was er echter maar een povere opkomst voor deze gedreven jonge snaken in zaal de Zwerver te Leffinge. Nu was het al anders, het compacte en sympathieke clubje 4AD was helemaal uitverkocht en er hing de ganse avond elektriciteit in de lucht dankzij de bruisende en vettige bluesklanken van The Delta Saints. Ze noemen zich saints maar op het podium zijn het eerder sinners die al hun duivels uitdrijven, een beetje als Dave Eugene Edwards met zijn al even gloeiende broeihaard Woven Hand.

De heren hebben met ‘Death Letter Jubilee’ een licht ontvlambaar nieuw album uit en kwamen dat hier met verve, gretigheid en de nodige power voorstellen. Hun hitsige songs kwamen rechtsreeks vanuit de moerassen van het diepe Amerikaanse zuiden, met het nodige respect voor de authentieke blues van de voorvaders uit de Mississippi delta maar met de lont in de kont. Naast de grote bluesiconen refereerden de Delta Saints ook naar Led Zeppelin met een gezegende bewerking van “When The Levee Breaks”, verder broeide ook nog een flinke scheut Nort Mississippi Allstars en Black Crowes doorheen hun sound.
Wij zagen een bende bezeten kerels die met de nodige grinta de blues nieuw leven inbliezen met driftige songs als “Liar”, “Chicago”, “Death Letter Jubilee” en de gospel bezwering “Jezebel”. Een verbluffende harmonicaspeler was de ster van de avond, het vuurwerk dat hij uit dat kleine instrument haalde was spetterend en het bracht het geluid van The Delta Saints naar opwindende hoogtes.

Een groepje naar ons hart, de volgepakte 4AD bruiste eens te meer, met dank aan de organisatie want men heeft er blijkbaar een neus voor het betere roots talent.
Hier in België lijkt het er trouwens op dat men enkel nog maar in de Westhoek deze bluesrevelatie heeft ontdekt, vorig jaar in Leffinge en Dranouter, nu in Diksmuide en Lichtervelde (20/04 Delirium Blues Festival).
De Westhoek, beste mensen, daar moet je zijn !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-delta-saints-15-03-2013/

Organisatie: 4AD, Diksmuide

 

dinsdag 12 maart 2013 01:00

Trixie Whitley - Een onmiskenbaar talent

Trixie’s plaat ‘Fourth Corner’ is vooralsnog geen echte hoogvlieger, maar wel een beloftevol plaatje die getuigt van een onmiskenbaar talent. In Gent moest Trixie niet veel moeite doen om het publiek aan haar voeten te krijgen, het was al op voorhand een gewonnen thuismatch, want de 25 jarige deerne wordt in haar geboortestad echt op handen gedragen.

Trixie’s talent schuilt vooral in haar stem die meermaals schitterde deze avond. “Breathe You in my Dreams” ontpopte zich zo tot een knappe soulballad die volledig rond haar prachtige stem is opgebouwd. Maar Trixie heeft ook nog zoiets als een gitaar en daar zat kennelijk nog wat van vaders bloed in vanavond, alsof Chris Whitley vanuit de eeuwige jachtvelden nog steeds dochter lief haar gitaren stemt. De grauwe blues en desolate americana van daddy zat er niet in, daarvoor zijn Trixie ’s songs een beetje te clean en te afgelikt, maar de intensiteit en de bezetenheid herkenden wij wel.
Het enige wat we het kind verwijten is dat alles een beetje te proper klonk en dat er nooit eens over de rooie werd gegaan, maar Trixie deed vooral haar eigen ding, aan de andere kant sierde dat haar dan ook. Trixie koos voor haar eigen songs, haar bloedeigen kindjes die ze koesterde en met zorg behandelde. In haar eentje legde ze tonnen bezieling in haar meest intieme songs, of ze dat nu deed op gitaar (een wondermooi “Morelia”) of van achter de piano, telkens waren het pareltjes die schitterden in al hun puurheid.
Elders, als haar puike begeleidingsband op volle toeren draaide, kregen de nummers dan een stevig rockkleedje aangemeten en ook daar kon Trixie goed mee om, het was wederom vaders bloed die hier stroomde. Van ons mocht het zelfs een beetje meer van dat zijn. Maar goed, Trixie Whitley’s talenten kwamen rijkelijk naar boven vanavond en ook wij zagen dat het goed was.

Dat er bovendien nog heel wat potentieel zit in die dame, weten wij nu ook, en dat had onder andere Daniel Lanois ook al door. Het Black Dub avontuurtje vinden wij trouwens een betere plaat van ‘Fourth Corner’, doch dit volledig terzijde.

Neem gerust een kijkje naar de pics van haar set in de AB, Brussel een dag eerder

http://www.musiczine.net/nl/fotos/trixie-whitley-09-03-2013/

Organisatie: Handelsbeurs , Gent

vrijdag 08 maart 2013 01:00

Villagers - Finesse en bezieling

Villagers is zo een typische indie band die met lof overladen wordt door critici en recensenten, maar die daarom de weg naar het grote publiek (nog) niet gevonden heeft. Ook Frankrijk loopt voorlopig nog niet zo warm voor de subtiele, dromerige en gelaagde muziek van de Ierse singer/songwriter Conor J. O’Brien en zijn band. Le Grand Mix was niet volgelopen, maar aan het enthousiasme te horen waren praktisch alle aanwezigen wel trouwe fans die met het werk van Villagers goed vertrouwd zijn.

Vanavond kwam O’Brien met zijn Villagers de nieuwe boreling ‘Awayland’ voorstellen, een plaatje die wat moeite vergt.’t Is te zeggen, het duurde ook bij ons een tijdje vooraleer we doorhadden dat we hier met een pareltje op onze schoot zaten. Of om het met een lelijk woord te zeggen, een groeiplaat. Een album met knappe folkpop verpakt in een klein dozijn subtiele en originele mini meesterwerkjes.
O’Brien, voorzien van een fluwelen stem, bracht de nieuwe songs met de nodige zorg en finesse en liet ze op het podium rijkelijk open bloeien. Het was genieten van ongeslepen diamantjes als “Earthly Pleasures” en “Nothing Arrived”. Soms lieten Villagers de songs al eens openbarsten in een brandende finale, dat maakte van het heerlijke “The Bell” en het oplaaiende “The Waves” twee hoogtepuntjes. Maar het kon ook veel soberder, de naakte akoestische song “My Lighthouse”, waarin O ‘Brien zich even kwetsbaar als wonderlijk opstelde, bleek een stukje goud te zijn die Le Grand Mix letterlijk het zwijgen oplegde. Werkelijk muis- en muisstil was het, de ganse zaal hield heel de song lang de adem in (nog een geluk dat het een kort nummer was, anders moesten hier een paar concertgangers gereanimeerd worden).
We mochten ook niet vergeten dat Villagers enkele jaren geleden met ‘Becoming a Jackall’ ook al een uitmuntend schijfje uit hun mouw hadden geschud. In subtiele melancholie verweven songs als “Becoming a Jackall”, “Ship of Promises” en “That Day” kwamen hier mee de show stelen.

Zo wist Villagers, met amper twee albums onder de arm, een verbluffende sterke setlist te spelen zonder ook maar één seconde aan bloedarmoede te lijden. Mooi is dat.
Wij waren vooral onder de indruk van de prachtige songs van Conor J. O’Brien en de bezieling waarmee Villagers deze vertolkten. Knap concertje zowaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/villagers-06-03-2013/

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

 

dinsdag 05 maart 2013 01:00

Jake Bugg - Een revelatie

Als singer songwriter kent Jake Bugg wel zijn voorbeelden, Bob Dylan, Donovan, Johnny Cash, Robert Johnson. Maar ook Arctic Monkeys en Oasis, en dat is nu net wat hem populair maakt bij een jong volkje die altijd naar hippe dingen op zoek is. De Brusselse Botanique is dan ook al maanden uitverkocht.

Een snotneus die om zichzelf in te leiden een stokoude bluessong van Robert Johnson door de boxen laat schallen en daarop dan zelf inspringt met het uiterst breekbare “Fire”, dat is er één die ons respect verdient. Jake Bugg is voorzien van een knappe stem die wel eens naar Liam Gallagher neigt, maar dan niet zo zeurderig. Bovendien speelt hij een aardig stukje gitaar en wordt hij in de rug gesteund door een sober maar uiterste efficiënt duo op bas en drums.
Wat hem echter zo bijzonder maakt zijn de vaak briljante songs die hij met talent en vakmanschap heeft gesmeed. En die songs krijgen wat ze nodig hebben, een prachtige naakte akoestische behandeling (“Someone told me”, “Country Song”, “Broken”), een dromerige en sobere omlijsting (“Simple as This” en een hemels “Slide”) of een rake en spitse rock’n’roll touch (“Kentucky”, “Trouble town” en het nieuwe en spetterende “Slumville Sunrise”).
De echte prijsbeestjes spaart hij wijselijk op tot aan het einde van de set. Als climax kan hij zo uitpakken met de schitterende songs -en halve hitjes voor Stu Bru adepten- “Two Fingers”, “Taste It” en natuurlijk “Lightning Bolt”.
Na nog een laatste aangrijpend akoestische momentje, het bloedmooie “Broken”, trakteert Jake Bugg ons met een uitsmijter van formaat, één van zijn favoriete songs “Folsom Prison Blues” van de almachtige Johnny Cash. Bugg speelt de song met branie en overtuiging, alsof ie hem zelf geschreven heeft. Het is het perfecte einde van een dik uur kwaliteitsvolle songsmederij waarmee een jonge snaak zichzelf voorgoed op de wereldkaart heeft gezet.

Een revelatie ? Zeer zeker!

Pics homepag – dank aan Bart Vander Sanden (http://www.shootthestage.com of http://www.indiestyle.be )

Organisatie: Botanique, Brussel

 

donderdag 21 februari 2013 01:00

3

De derde plaat reeds van het hobbyclubje van Alan Sparhawk, frontman van Low. De man houdt er van om eens uit een gans ander vaatje te tappen, dat houdt hem kwik. Een beetje tegengif voor de depri sound van Low is immers altijd welkom. Te veel kommer en kwel is niet goed voor een mens.
Zo stampte Sparhawk enkele jaren geleden ook al The Black Eyed Snakes uit de grond, een in vettige motorolie gedrenkt hobbyclubje die bedreven was in het spelen van de meest gortige blues en een vunzige sound creëerde die mijlenver lag van de gekwelde slowcore van Low.
Ook nu blijft Alan Sparhawk ver buiten het vaarwater van Low. Met Retribution Gospel Choir begeeft hij zich in het woelige water waar ook Neil Young met Crazy Horse in vertoeft. De gitaren zijn de baas en ze scheuren, gieren en zweven dat het een lust is. Sparhawk en zijn kompanen laten zich gaan in twee lange brokken van boven de twintig minuten en het zijn er twee om in te kaderen. Vooral “Seven” is een parel, een ongeslepen diamant van 22 minuten, met als extra guest de al even wonderlijke als bescheiden Wilco gitarist Nels Cline die de song met zijn hemels klinkende en uitwaaierende solo’s naar eenzame hoogtes stuwt.
Straffe plaat, een zijstapje die ons beter ligt dan de soms te donkere onweerswolken van Low.
Binnenkort weten we trouwens wat Sparhawk onlangs ook met deze band heeft zitten uitvreten, want er zit een nieuwe Low plaat ‘The Invisible Way’ aan te komen, de release is voorzien in maart.
De kans dat hij met RGC op zwier gaat is dus klein. Jammer.

zaterdag 02 maart 2013 01:00

Sigur Ros - Buitenaards en wonderlijk

Toen we Sigur Ros in 2008 aan het werk zagen in Vorst, verlieten we de zaal met gemengde gevoelens. De band had de strijkers achterwege gelaten en dat ging een beetje ten koste van de subtiliteit, bovendien ondervonden ze toen ook aan den lijve de gevreesde en hinderende galm van de bunker Vorst Nationaal. Wij bleven die dag een beetje op onze honger zitten en troostten onszelf met de gedachte dat we er een volgende keer wel in betere omstandigheden zouden van genieten.


Met wat we hier in de Zénith vandaag meegemaakt hebben zijn we niet alleen tevreden, we zijn zelfs in de zevende hemel, of zeg maar in een ander melkwegstelsel. Dit was gewoon adembenemend, hier hebben we nooit genoeg superlatieven voor.
Er was deze keer van storende elementen hoegenaamd geen sprake. Alles zat perfect, Sigur Ros had heerlijke strijkers en koperblazers meegebracht en de klank was van superieure kwaliteit.
Maar het was vooral de groep zelf die met een briljante prestatie dit concert tot buitenaardse proporties verhief. Jonsi’s ijle stem reikte tot ver boven de ozonlaag, de groep speelde elke wonderlijke noot op het perfecte moment, toetsen en blazers klonken hemels. Er hing magie in de lucht die door de verbluffende en dromerige visuele projecties nog  versterkt werd en leidde tot een wonderlijk totaalspektakel.
De band speelde de eerste drie songs van achter een wazig gordijn wat resulteerde in een prachtig 3D schimmenspel. In combinatie met de sfeer die elke Sigur Ros song oproept was dit van een onaardse schoonheid. Drie nummers ver nog maar en het kippenvel was al te koop per lopende meter.
Amper één song uit die breekbare en weinig toegankelijke maar o zo mooie laatste plaat ‘Valtari’ haalde de setlist. Voor de rest had Sigur Ros voor ons een mooi uitgekiende bloemlezing klaargestoomd uit hun ganse repertoire. Veel oud werk dus die hier op magistrale wijze werd vertolkt. De songtitels gaan we u besparen, ons toetsenbord kan trouwens al die rare ijslandse lettertjes niet aan.
Wij willen gewoon kwijt dat wij emotioneel overdonderd werden door de finesse, de hemelse pracht, de klasse en de warmte die van elke song uitging.
Heel interessant en boeiend aan deze avond was dat Sigur Ros uitpakte met een drietal nieuwe songs die niet alleen veelbelovend klonken, maar die ook nog eens getuigden van een band die niet gekozen heeft voor stilstand. Sigur Ros kwam met nieuwe elektronische dingen voor de dag die wel eens naar de experimenteerdrift van Radiohead neigden en die ons vol van ongeduld deden verlangen naar alweer een nieuwe plaat (die er trouwens nog dit jaar zou komen).

Het publiek stond, gepakt door zoveel pracht en melancholie, twee uur aan een stuk werkelijk aan de grond genageld en bedankte Sigur Ros, zeker na de uitbarstende finale in de bisnummers, met een minutenlange staande ovatie waar Jonsi en zijn groep even niet goed van waren.
Vanavond waanden wij ons echt op een andere planeet. Ware het niet dat we overtuigd atheïst zijn, we spraken van een goddelijke ervaring.
Waanzinnig sterk.
Setlist
Yfirborð
/ Í Gær / Ný Batterí / Vaka / Sæglópur / Brennisteinn
Olsen Olsen / E-bow / Varúð / Hoppípolla / Með Blóðnasir / Glósóli / Kveikur
-------------
Svefn-g-englar / Hrafntinna / Popplagið (nieuw)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sigur-ros-28-02-2013/

… en van hun set in Vorst Nat Brussel op 26 februari 2013
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sigur-ros-26-02-2013/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

 

donderdag 28 februari 2013 01:00

WovenHand - Hard, rauw en snedig

Niet de eerste keer dat we Dave Eugene Edwards met WovenHand aan het werk zagen, wel de wildste. De band toert dezer dagen als trio de wereld rond ter promotie van het felle en alweer steengoede ‘The Laughing Stalk”.

De kaart van de stevige en rauwe rock die de groep trekt op dat album vertaalde zich live naar een verdomd striemende brok intense rock zonder enige vorm van franjes. Gezien er deze keer geen toetsen of banjo’s te bekennen waren, werd het potige karakter van de plaat met een pak extra vet op het podium gesjanst, wat meteen ook een klein minpuntje naar boven bracht. De nadruk lag zonder weerga op een stevige geluidsmuur met als gevolg dat de subtiliteit vanavond een beetje zoek was geraakt. Dat was nu net de bedoeling van de driftige heren die daarmee dus glansrijk slaagden in hun opzet, namelijk een pot onverbloemde broeiende rock neerzetten. De bezwering en de intensiteit die WovenHand steevast op concerten tentoonspreidt was immers wel aanwezig en dat zorgde ervoor dat we alweer van een snedig, weliswaar vrij kort (amper een uur), concertje konden spreken.

Ook hebben wij een pluim voor het Russische Motorama die een sterke set in de eighties gedrenkte postpunk bracht. De zanger zijn stem bleek een perfecte kopie van Stuart Staples (Tindersticks) maar de sound was iets minder donker. Wij hoorden frisse gitaren die refereerden naar Interpol en Clap Your Hands Say Yeah en we zagen een enthousiast en ambitieus bandje met een pak potentieel in de genen. Laat die Russen maar komen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/wovenhand-26-02-2013/

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

dinsdag 26 februari 2013 01:00

Calexico - Sfeervolle klasse

Wat in 1997 begonnen is als een bescheiden nevenproject van Giant Sand leden Joey Burns en John Convertino is uitgegroeid tot een schitterende band die al lang de underground overstegen is (in tegenstelling tot Howe Gelb’s Giant Sand) en de ene klasrijke plaat na de andere heeft uitgebracht.

De nieuwste van Calexico heet ‘Algiers’ en die klinkt vertrouwd in de oren, wat gewoon wil zeggen dat de band trouw gebleven is aan hun gekende sound en zo alweer een fantastisch album heeft gemaakt.
Dit vertaalt zich ook op het podium, Calexico staat meer dan ooit voor klasse, warmte en sfeer, gebracht door een bende ervaren en fantastische muzikanten. De heren brengen prachtige verstilde songs die ons emotioneel pakken, afgewisseld met feestelijke zuiderse muziek waarin de blazers en lekker rollende keyboards het mooie weer maken. Het valt ons op hoe zeer de klasbakken op elkaar zijn ingespeeld zonder hierbij hun enthousiasme en spontaniteit te verliezen. Joey Burns, wiens stem hemels klinkt, neemt zijn makkers op sleeptouw om samen voor een onvergetelijk concert te zorgen waarin de hoogtepunten te talrijk zijn om op te noemen. Het is feest bij “Minas de Cobre”, “The Chrystal Frontier” en vooral bij “Guero Canelo” die hier in een schitterende lange superenthousiaste versie wordt vertolkt. Maar het is evenzeer genieten van de verstilde pracht van o.a. “Furtune Teller” en “Vanishing Mind.
Calexico pakt ook weer uit met een paar rake covers, zo is de song van Love “Alone Again Or” hen echt op het lijf geschreven, alsof Arthur Lee in 1967 al wist dat Calexico enkele decennia later de perfecte band zou zijn om zijn song te vertolken.
Calexico schittert vanavond op alle gebied en wordt daarvoor uitbundig bedankt door het Franse publiek dat helemaal overstag gaat als de band fijntjes nog een stukje Manu Chao in hun muziek verwerkt, altijd een goede zet. Ze zouden die Franse feestneus eigenlijk eens moeten bellen, uit zo een samenwerking zou zeker iets boeiend kunnen voortkomen.

Feest, klasse en uitmuntende muziek, daarvoor staat de band al jaren garant, zaal Aeronef krijgt er vanavond weer een knap staaltje van. Een vijfsterren optreden. Check Couleur Café Brussel en Cactusfestival in Brugge deze zomer maar!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/calexico-24-02-2013/

Organisatie: Aéronef, Lille

 

donderdag 14 februari 2013 01:00

Fidlar

Blik op oneindig, verstand op nul, gaspedaal volledig ingedrukt en vooruit met de geit. Dat is zowat de ingesteldheid bij de in your face punkrock van Fidlar. Het refrein van de openingssong spreekt boekdelen : ‘I drink cheap beer, so what, fuck you !’
FIDLAR staat trouwens voor “Fuck it, dog, life’s a risk”. U hoeft dus geen uitzonderlijk intellect te hebben om te kunnen volgen. Maar dat moest ook niet bij The Ramones, en hoe geniaal waren die niet ? Waarmee we al onmiddellijk een eerste referentie hebben, denk verder nog aan Circle Jerks, The Germs, Howler en vroege Replacements, en u weet zo een beetje hoe Fidlar klinkt.
Niet echt origineel, zegt u ? Ok, so be it, maar wel duizend keer efficiënter dan de banale prefab punk van groepjes als Blink 182 en Sum 41. Fidlar is stukken opwindender en vooral vuiler, zoals in de vettige garagerockers “Stoke and broke” en “Wait for the man” die ons doen denken aan The Nomads in hun smerigste dagen. “Max Can’t surf” en “Blackout Stout” halen op hun beurt de frisheid van pakweg The Vaccines naar boven en de rotvaart die Fidlar bereikt in kopstoten “White on White”, “Wake Bake Skate” en “5 to 9” nodigt uit tot wilde pogo feestjes en circle pits.
Het is simpele garagepunk, niet meer of niet minder, maar het werkt bijzonder aanstekelijk en dat is wat telt.
Voor zij die een heus punkfeestje willen bouwen en eens goed tegen elkaar willen aanbotsen, Fidlar komt naar de Antwerpse Trix op maandag 4 maart.

Pagina 65 van 111