logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
avatar_ab_16
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 10 januari 2013 01:00

Redding

De EP van deze Antwerpse band rolt wel een lekker stuk door, het is doorleefde rock met een af en toe onstuimige gitaren (“Hate me break me”) en gretige vocals van Hanne Hofmans. De groep zelf probeert u listig om de tuin te leiden door hun muziek te bestempelen als een soort hedendaagse blues rock, maar dat is ons een beetje te veel naast de kwestie gezocht. Toch wel zeer de moeite.

donderdag 03 januari 2013 01:00

Metz

Metz is een uiterst opwindende nieuwe gitaarband uit het Canadese Toronto. Hun debuutplaat is een wilde en zeer energieke bedoening, het is agressieve in your face punkrock die goed zal aarden bij fans van Big Black, Cloud Nothings, Nirvana en A Place To Bury Strangers. Het album duurt ook maar amper 30 minuutjes, zoals het hoort bij dergelijke energieke bands, een half uurtje snoeiharde en vlijmscherpe gitaarrock met een gezonde ‘kus mijn kloten’ attitude’.
De plaat is trouwens uitgebracht op het Sub Pop label, en dat is altijd een goed teken aangezien men daar altijd al een neus heeft gehad voor ongeslepen gitaargeweld.
Metz is een bandje die zich bedient van het betere ram- en sloopwerk, hoe ze die herrie op een podium gaan neerzetten kan je gaan checken in Aeronef op 06/02 en in de AB Club op 11/03.

donderdag 27 december 2012 01:00

1979-1982

De Brassers zijn de ultieme Belgische cultgroep. Een band met een verhaal. Een verhaal van punk, drugs, verderf en rebellie in een oerconservatief Limburgs gehucht.
De muziek dienen we natuurlijk in zijn tijdsgeest te bekijken. De opnames zijn met beperkt budget destijds op plaat geperst, het klinkt soms als een dwangbuis, maar dat is nu net de charme van De Brassers.  De spirit van de punk is duidelijk aanwezig, hoewel dit geen punk is. De Brassers hebben altijd dichter aangeleund bij Joy Division en vroege PIL dan bij pakweg The Clash of The Damned. Dit is pikdonkere, zwartgallige en apocalyptische post punk of coldwave.
Op de compilatie ‘1979-1982’ horen we vooral dat de groep het destijds echt meende, dit waren niet The Sex Pistols die onder het mom van punk sloten geld wilden verdienen, dit was een bende jonge gasten die aan de wereld kwijt wilden dat ze kwaad en wanhopig waren.
De Brassers hebben een paar klassiekers geschreven als “Twijfels” en “Kontrole”, songs die voor eeuwig geprint blijven op de donkerste pagina’s van het boek der geschiedenis van de Belgische rock. En natuurlijk steekt er daar nog eentje meters bovenuit : “En toen was er niets meer” is een mijlpaal, een onheilspellende song die na al die jaren iets mythisch heeft gekregen, een statement, een wanhoopskreet, maar bovenal een wonderlijke song die De Brassers onsterfelijk heeft gemaakt.
Deze compilatie is mede dankzij de schitterende documentaire van Jan Weynants, hier als tweede schijfje bijgeleverd, een onmisbaar document. Eentje om te koesteren, zeker door diegenen als ons die De Brassers indertijd in een vervallen zaaltje nog aan het werk gezien hebben (een affiche die zij deelden met Red Zebra, weten wij ons nog fijn te herinneren).

donderdag 20 december 2012 01:00

Muse - Indrukwekkend totaalspektakel

 

Nu U2 voor onbepaalde tijd zichzelf op non actief heeft gezet, is de baan vrij voor Muse om de grootste stadionact van het moment te worden. De band heeft het na 6 platen voor mekaar gekregen om geliefd te zijn bij een heel ruim publiek en dat met een sound die tegelijkertijd bombastisch, episch, alternatief en toch weer helemaal rock is. Hoewel bombastische muziek nooit echt ons ding geweest is gaan wij nog altijd graag plat voor Muse. De band wordt tot vervelens toe vergeleken met Queen, maar de braakneigingen die we spontaan krijgen bij de meeste Queen platen, zijn nog bij geen enkele Muse plaat naar boven gekomen.

Muse had al één en ander bewezen de afgelopen jaren, dus waren de verwachtingen wel heel hoog gespannen. Geen probleem zo bleek, de heren losten die verwachtingen volledig in. Ze hadden er wel een vierde man voor nodig, die hier een beetje in de schaduw stond keyboards te spelen, maar die ons toch vooral onmisbaar klonk. Waarom moest hij eigenlijk zo nodig naar de achtergrond ?
De nieuwste plaat ‘The 2nd Law’ stond vanavond centraal  (niet hun beste, maar toch wederom een indrukwekkend werkje) en de heren startten met “The 2 nd law : Unsustainable” waarin hun geslaagde live interpretatie van dubstep meteen voor vuurwerk zorgde. “Supremacy”, een andere vette kraker uit die nieuwe plaat, volgde en sloeg om in de heftige klassieker “Bliss” uit ‘Origin of Symmetry’, wat tot op heden nog steeds ons favoriete Muse album is. Wij wisten na drie songs al dat het goed zat, dit was een grote band in topvorm, hier was niets aan het toeval overgelaten en ook de sound zat bijzonder goed, wat in het Sportpaleis al wel eens anders kan uitdraaien.
Met het naar INXS neigende “Panic Station” kwam een indrukwekkende visual wall van uit het plafond neergedaald. Met verbluffende beelden van dansende Shrek-achtige marsmannetjes werd de funky sound van die lekkere song nog wat extra in de verf gezet. De uiterst knappe en vernuftige visuals zorgden van dan af het hele optreden door voor een verbluffend spektakel die de epische en stevige sound van Muse alleen maar kracht bijzette.
Het Sportpaleis ging volledig uit zijn dak met het geweldige “Knights of Cydonia”, misschien wel de allerbeste Muse song ooit, die hier ook weer voorzien was van die hemelse Ennio Morricone intro uit “The Man with the Harmonica”. Niet minder dan overweldigend.
We merkten tussendoor wie Matthew Bellamy’s grote voorbeelden waren. In de pianoballad “Explorers” kwam de Freddie Mercury in hem naar boven en in “Madness” waagde hij zich aan een heuse Bono persiflage, inclusief donkere zonnebril. Wetende dat “Madness” eigenlijk maar een bedenkelijke song is, was dit toch voortreffelijk entertainment (nog zo iets wat Muse bijzonder maakt, zwakkere songs worden live altijd naar een hoger niveau getild, zie ook weer U2). Bellamy schitterde vervolgens in het oudje “Sunburn” (uit hun debuutplaat ‘Showbiz’, u weet wel, die plaat met dat eeuwige Radiohead juk) en haalde fel uit in nog zo een onvermurwbare klassieker “Time is running out”, ondertussen deed hij zijn gitaar in alle richtingen open splijten.
Bassist Chris Wolstenholme mocht in het snedige “Liquid State” de vocals voor zich nemen en hoewel hij bijlange niet het stembereik van Bellamy had was het een aangename afwisseling die de song iets punky meegaf.
Misschien toch wat detailkritiek, het luchtige en melige hitje “Undisclosed desires” zal nooit onze favoriete song worden , het nummertje klonk ondanks alweer knappe beeldprojecties nog altijd als een Lenny Kravitz afleggertje.
Na dit te verwaarlozen minpuntje kwam de machine terug helemaal onder stoom met een spetterend “Plug in Baby” en een compleet uit zijn voegen barstend en keihard “The Stockholm Syndrome”.
Alsof we nog niet helemaal overdonderd waren deden in de finale nog drie onsterfelijke klassiekers (“Uprising”, “Starlight” en “Survival”) het boeltje helemaal ontploffen.

Muse was groots en indrukwekkend op alle gebied. In juni komen ze alles nog eens overdoen in Werchter Boutique. Gaan, zou ik zeggen.

En ook met een knipoog, support en bedankt aan StuBru’s Music for Life, jouw herinnering aan ‘de week van dementie’ via het ‘de Betties’ project , aangekondigd door de heren van Muse , een koor geleid door Stephanie Foquet, die vanavond een ongelofelijke ervaring opdeed.

Neem alvast een kijkje naar de pics , een samenwerking van Indiestyle.be (http://www.indiestyle.be) en Musiczine.net (http://www.musiczine.net)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/muse-18-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/muse-pt-2-18-12-2012/

Organisatie: Live Nation

John Mayall is één van de pioniers van de Britse bluesrock. Het legendarische album ‘John Mayall’s Bluesbreakers with Eric Clapton’ is een mijlpaal in de wereld van de blues.
Hoewel John Mayall niet de meest begaafde muzikant of zanger is mogen we hem in bluesrangen toch beschouwen als een begrip. Dit omdat hij een onuitwisbare stempel op de blanke blues heeft gedrukt, en vooral door zijn samenwerking met topmuzikanten als Eric Clapton, Peter Green, Mick Taylor, Jack Bruce en nog een handvol anderen. Vooral zijn sixties werk is essentieel. Daarna maakte hij geen onvergetelijke platen meer, enkel eindeloze variaties op steeds dezelfde bluesthema’s.

Mayall is al die jaren het genre trouw gebleven, en zoals het rasechte bluesmuzikanten betaamt, blijft hij optreden tot hij er bij neervalt. De man is ondertussen al 79, maar op het podium ziet hij er nog behoorlijk kwiek uit. Zijn stem is nog steeds bij de pinken (op enkele uitschuivers na), hij speelt een aardig potje keyboard en gitaar, en vooral met de mondharmonica is hij echt in zijn nopjes.
John Mayall wordt omringd door een feilloos spelende band bestaande uit enkele bedreven gasten die allemaal wel ergens hun strepen verdiend hebben. De Texaanse gitarist Rocky Athas, een jeugdvriend van Stevie Ray Vaughan, heeft wel een beetje te veel macho poeder in zijn gitaar gegoten, hij serveert soms van die smoelentrek bluesrock- solo’s die we al iets te veel gehoord hebben. Beetje overdaad, laat ons zeggen, maar goed, hij kan het wel. Wij vinden Athas trouwens beter wanneer hij zich wat meer moet inhouden, dit bij de songs waar Mayall zelf ook de gitaar ter hand neemt. Zo vormen ze een perfecte tandem in het pareltje ‘Dirty Water’. Ook drummer Jay Davenport en bassist Greg Rzab krijgen hun onvermijdelijke solomomentje in de klassieker “Room to Move”, maar ook dat is wat ons betreft niet echt nodig.
Voortreffelijke muzikanten, daar niet van, maar de drum- en bassolo halen eerder de vaart uit het nummer dan dat ze er iets aan toevoegen. Jammer, want het betekent dat een sterke song als “Room to move” hier overdreven uitgemolken wordt, en doet doe je nu eenmaal niet met goeie songs.
Maar goed, verder valt het viertal weinig te verwijten, want dit is oerdegelijke Britse blues gespeeld met tonnen respect, passie en klasse. De heren weten op tijd te rocken, maar raken ook bijtijds de gevoelige snaar met echte bluesslepers. Dit is anderhalf uur aangenaam bluesvertier waar de aanwezige veertigers ,vijftigers en kersverse zestigers met volle teugen van genieten.

Het bisnummer “All your love” uit die legendarische debuutplaat is de winnaar van de avond omdat daar alles nog eens perfect in zijn plooien valt. Niet te veel franjes, gewoon een prachtige blues/boogie song gespeeld met kracht en overgave.

In het begin van de avond weet de 34 jarige Tiny Legs Tim onze aandacht te strikken, en niet alleen die van ons, ook mijnheer John Mayall staat hier geboeid naar te kijken.
De jongeman (naar bluesnormen een regelrechte snotneus) speelt zeer overtuigend in zijn dooie eentje stokoude blues zoals legendes als Robert Johnson, Son House en Lightnin’ Hopkins het hem hebben voorgedaan. Het is alsof hij met zijn voeten in de moerassen van de Mississippi Delta zit te spelen.
Zijn passie voor de blues heeft voor een deel te maken met zijn ellendig ziekenhuisverleden. De kerel zijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen, maar bij een levensnoodzakelijke transplantatie werd de blues meteen mee ingeplant, en nu klinkt zijn werk nog authentieker. Tiny Legs Tim heeft dus reden genoeg om de blues te verkondigen en wij varen alleen maar wel met zo een talent.

Organisatie: Trix, Antwerpen

 

The Jim Jones Revue - Rock’n’roll Psychosis !

Laten we beginnen met een boodschap aan onze hoofdredacteur : Beste vriend, het wordt tijd dat je eens wat meer naar gortige rock’n’roll concertjes gaat in plaats van naar al die arty farty indierock bandjes. Je hebt wederom iets gemist, man. We leggen u uit waarom.

Er zijn zo van die artiesten waar een mens maar niet genoeg kan van krijgen. Vanaf de allereerste keer dat wij de ontketende live show van de zotten van The Jim Jones Revue mochten aanschouwen waren wij verkocht. Die keer in oktober 2010 in de 4AD te Diksmuide beloofden wij plechtig aan onszelf dat we geen enkel van de volgende passages van The Jim Jones Revue in onze contreien zouden missen. Zo geschiedde, vanavond in de Trix was al ons vierde bezoek aan The Jim Jones Church Of Explosive Rock’n’roll.

De band had met ‘The Savage Heart’ een nieuwe plaat te promoten en die was vanavond goed om het vuur aan de lont te steken met vunzige rockers “It’s gotta be about me” en “Never let you go”. Bijna het ganse album werd er hier in extase doorgejaagd en het bleek een vette opwarmer voor een bruisend en wild rock’n’roll feestje, want na een goed uurtje ontplofte het boeltje helemaal met de meest smerige en bijtende rock’n’roll beestjes uit die roodgloeiende eerste twee platen.
Had The Jim Jones Revue de zaal in het eerste deel goed op temperatuur gebracht, dan deden ze die in deel twee danig overkoken. Splinterbommen als “Cement Mixer”, “Shoot First”, “Princess & the Frog”, “Elemental”, “Righteous Wrong”en een bezeten “Rock’n’roll Psychosis” raasden als een hondsdolle door rock’n’roll gebeten bizon doorheen de Trix. Geen mens die nu nog stil kon staan, krukken vlogen in de lucht, bier klutste in het rond, zweet droop van de muren. De zaal op zijn kop, zeg maar, het was rocken, dansen, freaken en ondertussen blijven pinten hijsen (wat op zich een heus huzarenstukje was in die kolkende heksenketel).

Dit was een onstuimig, ruig en stomend rock’n’roll dansfeestje, en dat dankzij de heerlijk vettige razernij van de uiterst explosieve Jim Jones Revue, het perfecte medicijn om compleet uit uw bol te gaan te gaan.

Oh ja, we zouden het bijna vergeten, opwarmer van dienst was het veelbelovende Gentlemen of Verona die hier een kersverse nieuwe plaat kwam voorstellen. Venijnige en hevig stuiterende garagerock met een zot vrouwmens op de voorgrond. Amai, had dat kind présence, en een podiumact, en die benen ! Het slangenmens kronkelde zich in allerlei poses op en naast het podium, hierbij vergeleken is Madonna een watje.
Stevig bandje, sterke sound, songs met pit en een wijf met ballen.

Beste hoofdredacteur, begrijp je nu waarom ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gentlemen-of-verona-13-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-jim-jones-revue-13-12-2012/

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 06 december 2012 01:00

Celebration Day

Bestaat er zo iets als het perfecte live album ? Dit hier komt alleszins enorm dicht in de buurt. ‘Celebration’ is de schitterende live registratie van het legendarische reünie optreden die Led Zeppelin gaf in 2007. U weet wel, het éénmalige evenement waarvoor miljoenen mensen een ticket trachtten te bemachtigen maar waar uiteindelijk amper 20.000 gelukkigen present konden zijn.
Dit is ongetwijfeld de beste Led Zeppelin live registratie ooit. Live platen als ‘The Song Remains The Same’, ‘How the West was won’ en ‘Live at the BBC’ zijn ook onmisbaar, maar nu zitten we met een tamelijk volledige compilatie (met de nodige aandacht voor het fantastische ‘Physical Graffiti’) waar tenminste geen songs op staan die de twintig minuten grens overschrijden.
De oudjes Page, Plant en Jones, aangevuld met drummer Jason Bonham (papa al een tijdje dood) zijn hier enorm sterk op dreef. Robert Plant haalt misschien niet meer de hoogste noten maar lost dit perfect op door het niet hopeloos te proberen en gewoon de songs hun gang te laten gaan. Jimmy Page toont dat hij, en hij alleen, de beste nog in leven zijnde gitarist is (Hendrix was buiten categorie), John Paul Jones zorgt voor de groove en Jason Bonham haalt het onmetelijk hoge niveau van vader. De onsterfelijke songs staan allemaal in een ultieme en al even onsterfelijke versie op dit album.
Tot onze grote spijt was het concert een eenmalige gebeurtenis (wij droomden luidop van een Europese tour) maar net daarom is dit zo een uniek document. De heren wisten zelf dat dit een unicum zou worden en ze hebben er al hun bloed, overgave en muzikale klasse ingepompt.
De laatste stuiptrekking van Led Zeppelin was misschien wel de meest fenomenale.

Na enkele uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson is The Jon Spencer Blues Explosion weer helemaal terug, en daar kunnen wij alleen maar om juichen. De nieuwste plaat ‘Black Mold’ heeft het vuur in zich van Jon Spencer in zijn jonge dagen en ook op het podium heeft dit zijn effect.

Spencer is de verpersoonlijking van rock’n’roll, hij gromt en roept als een bezeten jakhals en ondertussen haalt zij gensters uit zijn gitaar met solo’s die op het eerste zicht verhakkeld klinken maar die bulken van de rock’n’roll. Met ouwe getrouwe Judah Bauer op gitaar en Russel Simins op het meest primitieve drumstelletje dat u ooit heeft gezien (zelfs een beginnend rock rally groepje zou hier zijn neus voor ophalen) is die gruizige, ophitsende en vuile sound van JSBE volledig intact gebleven. De songs volgen elkaar in ijltempo op, een track is nog niet helemaal beëindigd als de drie wildebrassen al een nieuwe gortige riff inzetten. Spencer hitst het zootje op met zijn kenmerkende ‘howl’, hij roept al zijn demonen op om er een gloeiend potje oververhitte rock’n’roll uit te spuwen. Tussen een felle greep (zowat alles eigenlijk) uit die knetterende nieuwe plaat hebben we ook nog agressieve monstertjes herkend als “2 kindsa love” en helemaal op het eind een openbarstend “Bellbottoms”, daartussenin ook een vlammende cover van The Beastie Boys “She’s on it”, zonder enige verdere commentaar Spencer’s eerbetoon aan wijlen Adam Yauch.

Zelden hebben wij een band gezien die zoveel rauwe en primitieve energie op een podium kan neerzetten. We hebben het trio dit al meerder keren zien doen, maar hier kunnen we nooit genoeg van krijgen, net zoals we keer op keer ook overdonderd worden door ons zoveelste Stooges optreden.
Jon Spencer Blues Explosion is heter dan ooit. U krijgt nog een kans om dat te gaan proeven in de AB op 11/12. Er zijn nog tickets, haast u !

Ook support act Joe Gideon & The Shark weet ons te bekoren. Het duo heeft nog maar net een nieuw album uit maar het zijn toch de krakers uit dat fameuze debuut ‘Harum Scarum’ die er uitspringen. En dan hebben we het vooral over een prachtig spitsvondige song als “Kathy Ray”.
Joe Gideon & The Shark blinken uit in originaliteit en dit met songs die zowel naar The Doors, The White Stripes als naar The Fall neigen. Knap.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/joe-gideon-the-shark-2-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-2-12-2012/

Organisatie: Aéronef, Lille

woensdag 05 december 2012 01:00

Arno in bloedvorm

 

Ik denk niet dat wij u Arno nog moeten voorstellen. De man is een begrip, een fenomeen, een icoon. De laatste keer dat we hem aan het werk zagen op het Leffingeleurenfestival in 2011 schreven we nog dat hij aan herbronning toe was. Onze welgemeende ekskuses daarvoor, want nu blijkt dat wij toen gewoon pech hadden en getuige waren van een uitzonderlijk zwak Arno concertje. Als u net als ons het legendarische Arno portret in ‘God en Klein Pierke’ gezien heeft, dan zal u weten dat een niet nader bepaalde dosis whisky daar voor iets tussen zat. Vergeven en vergeten dus, want op vandaag staat hij er, en hoe !

Wij hebben zo een vermoeden dat Arno in Frankrijk nog meer op handen wordt gedragen dan bij ons. In België valt men vooral voor de sympathieke rocker annex drinkebroer, in Frankrijk prijst men Arno ook en vooral omwille van zijn kwaliteiten als chansonnier.
De liefde is wederzijds, Arno houdt van het Franse publiek, hij voelt zich thuis op het podium in Lille en ontpopt zich tussen de songs door als een ware comédièn. Hij haalt de ene na de andere sappige anekdote op, en dat in zijn typisch gebroken Arno Frans inclusief het onvermijdelijke gestotter, wat in zijn geval eerder een sympathieke meerwaarde lijkt te zijn. De man is in zijn nopjes, hij is entertainend en geestig, trekt allerhande rare smoelen en straalt bakken vertrouwen uit. Kortom, Arno is volop Arno.
Vooral Arno le chanteur is hier in bloedvorm, hij croont prachtiger dan ooit tevoren in hemels mooie ingetogen songs als “Elle pense quand elle danse”, “Lola, etc” en “Les yeux de ma mere”, drie pareltjes waar de zaal muisstil van wordt.
Ook de rocker in Arno mag volop zijn gang gaan en daarin wordt hij bijgestaan door een werkelijk ultrascherp spelende band met naast ouwe getrouwe Serge Feys een drietal gedreven en schitterende jonge muzikanten (Arno heeft in lang niet zo een goede gitarist gehad). Zo krijgen de songs uit het nieuwste album ‘Future Vintage’ een boost van jewelste. Die plaat is alweer een bont allegaartje van rock en chanson, en dat vertaalt zich knap op het podium. Songs als ondermeer “Ca plane pour nous”, “Quand les bonbons parlent” en een stevig “Show of live” moeten niet onderdoen voor de klassiekers.
Arno bezingt ook uiterst mooi zijn geboortestad in een subliem “Comme a Oostende”, nog zo eentje die kippenvel veroorzaakt.
Uit de TC Matic periode komt de immer gejaagde klassieker “Que Passa ?” en natuurlijk “Oh la la la” en “Putain Putain” die hier beiden in een geslaagd nieuw kleedje zijn gestoken. Opmerkelijk trouwens hoe de Fransen weten mee te zingen hoe hun kleintje ook verre schiet.
Verder is er spetterende rock met een vurig en heet “Ratata” en de snijdende Beefheart song “Hot Head” waarin Arno zijn harmonica uithaalt en ter plaatse de blues heruitvindt. En natuurlijk is er volop ambiance met “Je veux nager” en “Bathroom Singer”.

De Fransen eten uit Arno zijn hand, maar dat heeft hij ook verdiend, want vanavond is hij niet minder dan schitterend.

Ga dat zien, beste mensen, wanneer hij met zijn gevolg begin 2013 door België toert, want het is meer dan de moeite. De AB is al twee avonden volgeboekt, waag dus snel uw kans voor één van de andere concertjes (Gent, Leuven, Brugge, Antwerpen, Kortrijk,…)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-3-12-2012/

Organisatie: Vérone Productions, Lille

zondag 02 december 2012 01:00

Graveyard - Potige Zweedse retro rock

Met zo een naam zou een mens gaan denken dat het hier de zoveelste extreme dark metal band betreft, niet dus. Zoek het eerder in de seventies.
De Zweedse retro rockers van Graveyard stonden er zelf van versteld dat er zoveel volk was komen opdagen in de Antwerpse Trix. Wij waren niet verwonderd, want na hun vlammende passages eerder dit jaar in de AB Club en in de Shelter van Pukkelpop heeft volgens ons de mond aan mond reclame mooi zijn werk gedaan. Zij die er toen bij waren wisten meteen dat Graveyard een verdomd krachtige live performance weet neer te zetten. Die toegewijde fans hebben zich gewoon vermenigvuldigd.

Natuurlijk moest u liefhebber zijn van potige seventies rock als Black Sabbath, Led Zeppelin, Pentagram en Deep Purple, anders stond u hier mooi voor aap.
Graveyard weet echter spitsvondig om te springen met het genre. De groove van al die bands zit duidelijk in hun muziek vervat, maar de groep houdt de songs behoorlijk kort en laat steeds de potige sound primeren bovenop de vaardigheden van de groepsleden. Geen overbodige ellenlange solo’s dus, hoewel het in de Trix aan snedige gitaaruitspattingen niet ontbrak.
Niet alleen de gitaren waren aan het woord, want wat ons sterk opviel was dat Joakim Nilsson een verduiveld knappe zanger bleek te zijn wiens gruizige stem perfect aansloot bij die gortige retro sound.
Graveyard bleek vanavond typisch zo een band die zichzelf op een podium overstijgt, alles klonk steviger en intenser dan het toch ook al redelijk vettige geluid dat op de platen wordt gehaald. Bij momenten deden ze ons dan ook denken aan hun Noorse collega’s van Motorpsycho, en dat is altijd een compliment.
Graveyard schonk uiteraard de nodige aandacht aan de puike nieuwe plaat ‘Lights Out’, getuige gedreven en stevig rollende songs als “Seven, seven”, “The suits, the law & the uniforms” en een moordend “Goliath”. Ook de meer ingehouden songs van die plaat waren intense hoogtepunten, “Slow motion countdown” en vooral “Hard time lovin’” brachten de betere bluesrock aan de oppervlakte.
Natuurlijk was het ons ook niet ontgaan dat de bommetjes van hun vorige platen hier mee het mooie weer maakten. Wij onthouden vooral de vuile rockers “Hisingen blues”, “Ain’t fit to live here” en een innig mooi en denderend “Thin Line”.
Een uiterst knap kippenvelmoment was het wonderlijke “The Siren” dat meteen een knaller van een bisronde mocht inzetten, met verder de volle overgave van de band in “Endless night” en het stampende oudje “Evil Ways”.

Het publiek had zich de ganse avond gewillig laten meedrijven met de voortdenderende rocktrein Graveyard en werd steeds uitbundiger. De Zweden werden dan ook bedankt met alleen maar enthousiaste reacties. Enkel de redacteur van De Morgen had het weer eens niet begrepen (zat waarschijnlijk opgesloten in het toilet), maar wie verschiet daar nog van.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/graveyard-30-11-2012-2/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/graveyard-30-11-2012/

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

Pagina 68 van 112