logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Cerebral Ballzy

Cerebral Ballzy

Geschreven door

Lang geleden dat u nog eens een ferme stamp in uw kloten heeft gekregen ? Cerebral Ballzy verkoopt er u 12 op 20 minuutjes, je zal het geweten hebben.
Pure hardcore in ware Black Flag, Circle Jerks en Minor Threat stijl, loeihard, kwaad, pijlsnel, retestrak en frontaal op uw bakkes. Geniale pokkeherrie.
Aan grondige verbouwingen toe ? Uw muren zijn meteen gesloopt.

The Maccabees

Given to the wild

Geschreven door

‘Given to the wild’ is reeds het derde album van The Maccabees, en het zou wel eens hun definitieve doorbraakplaat kunnen worden. In ieder geval hebben ze van NME met een 9 op 10 een flinke duw in de rug gekregen. Uiteraard mag u, net als ons, een stuk achterdochtig zijn wat de geloofwaardigheid van NME betreft, maar men kan er niet omheen dat het invloedrijke Engelse blad een serieuze impact heeft en bands kan maken of kraken, of dat nu terecht is of niet.
In onze contreien zijn the Maccabees nog een relatief onbekend groepje en hoewel hun vorige album ‘Wall of Arms’ uit 2009 best een aardige plaat was hebben ze het daarmee bij ons niet verder geschopt dan een support postje voor The Editors. Het tij zou nu wel eens kunnen keren, onlangs gaven ze een overtuigend en veelbelovend concertje in een uitverkochte Botanique en hun stekje op Rock Werchter is inmiddels ook al gereserveerd.
The Maccabees zijn een indie band die epische pianoriedeltjes en weidse gitaren a la U2 niet schuwen en hierbij toch een prille frisheid behouden. Op ‘Given to the wild’ proberen ze al eens voorzichtig door de grote poort naar binnen te komen, maar banaal als op de laatste Coldplay platen wordt het nergens. Wij merken vooral een handvol schitterende songs op als het sferische “Child”, het dromerige “Glimmer”,  het heerlijk aanzwellende “Feel to follow” en het springere uptempo singletje “Pelican” (van die soort mochten er van ons wat meer op gestaan hebben). Van het prachtig opbouwende “Unknow” zijn we zelfs helemaal ondersteboven, een beetje bombast kan geen kwaad als het tenminste goed geplaatst is. De song doet ons trouwens niet toevallig aan Archive denken, en wij zijn fan van Archive.
Niet alles is echter onvergetelijk, soms wordt zanger Orlando Weeks een beetje te prekerig (“Heave” en “Go”) en komt het Coldplay spook gevaarlijk dichterbij, maar nergens wordt er echt door het ijs gezakt.
Conclusie : de quotering van NME is nog maar eens fel overdreven, maar toch is dit een bandje waar u rekening zal mogen mee houden.

C.W. Stoneking

C.W. Stoneking – New Orleans downunder

Geschreven door

 

Op exact één dag na was het twee jaar geleden dat we Gemma Ray in ’t Manuscript in Oostende voor het eerst aan het (solo)werk zagen. En toen schreven we ‘Zelfs zonder haar eerste gitaaraanslag waanden we ons terug in Twin Peaks en Pulp Fiction.’ Het was in de AB op 22 februari 2012 als opwarmer voor C.W. Stoneking niet anders. La Gemma – nu ondersteund door een drum en een orgel-keyboard - speelde een achttal nummers die bij momenten dreigden, waarvan vooral “Dig me river” ons bij bleef. Veel lijkt ze niet veranderd en ons oordeel ook niet: ok zonder veel meer.

Maar we waren naar de AB afgezakt voor C.W. Stoneking die we vorige zomer ontdekten op Festival Dranouter. Van de sixties van Gemma Ray lieten we ons graag verder terug in de tijd werpen en we stapten uit de muzikale teletijdmachine recht in het blues-jazzy New Orleans van de jaren dertig.

Christopher William Stoneking, een Australiër die momenteel in het Verenigd Koninkrijk vertoeft, dompelt je als geen ander onder in melancholische sfeer met human interest stories en zelfs smakelijke tussenverhalen die nergens op lijken te slaan, maar je toch met een smile aan het denken zetten.
Simpelheid in zijn puurste eenvoud ook, dat merk je aan zijn podium (enkel een skelet en twee doodshoofden met witte pruiken), zijn muziek (twee albums ‘King Hokum’ en ‘Jungle Blues’) en vooral zijn podiumpresence (helemaal in het wit, met passende strik). Hij bracht vier muzikanten mee die een trombone, een trompet, een contrabas annex tuba en de zachte drums hanteerden. Zelf stond hij als altijd met een banjo en een gitaar-met-banjo-sound én zijn speciale authentieke stem als frontman voor een open en opmerkelijk aandachtig en respectvol publiek.
Hij stuurde meteen - met zo goed als geen gelaatsexpressie - pareltjes als “Handyman Blues”, “The Brave Son of America”, “Jungle Lullaby” de gezellige AB in waar zittend en staand publiek muisstil van en bij werd. Vooral toen hij halfweg zijn gig een nummer of drie solo ging, hoorde je zelfs achteraan de zaal de tip van zijn schoen mee neuriën.
Het hilarische vertelsel van Jimmy Rodgers (een countryster gekend als The Blue Jodeler) in een vruchtbaarheidsverhaal in Afrika vloeide netjes over in “Talking Lion Blues”, op zich een nonsensenummer dat je gewoon vastbijt tot de onvermijdelijke pointe je doet glimlachen.
Op “Don’t Go Dancing Down The Darktown Strutters’ Ball” kwam zijn band er halverwege weer bij om de schwung er weer in te gooien. En die bleef erin tot hij na zijn ‘hit “The Love Me Or Die” en singalong “Good Old Cabbage Green” zijn performance afsloot. Het bijna uitzinnige publiek – trouwens heel gevarieerd van oud tot jong – wou en kreeg meer.
Nog twee bisnummers: “Jail House Blues”, zijn enige harmonicanummer maar gebracht zonder wegens ‘niemand te vinden die harmonica speelt’ (sic), en een traditionele farewell song waar elke muzikant nog zijn eigen klein soloafscheid mocht brengen.


We bleven nog een tijd nagenieten: van de soms mompelende C.W. zelf, van zijn muziek, van zijn eenvoud en kracht. Verrassend hoe New Orleans van tachtig jaar geleden in een downundervorm zo krachtig rechtstond. Dat kon geen Katrina omverblazen.
Tot op het Cactusfestival!


Neem gerust een kijkje naar de pics van C.W. Stoneking  (en Gemma Ray)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cw-stoneking-22-02-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Lee Scratch Perry

Lee Scratch Perry & Mad Professor – reggae-elixir van de eeuwige jeugd

Geschreven door

Lee Scratch Perry blijft het voorbeeld geven voor alle al wat oudere medemensen die er al eens aan denken om het rustig aan te doen. Zelfs zijn passage vorig jaar ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag was geen aanleiding om zijn harp aan de wilgen te hangen. Niet dat hij tijdens zo’n concert zo veel moet doen, maar hij lijkt zich in ieder geval verdacht goed te amuseren.
Het publiek dat reggaeconcerten pleegt te bevolken is altijd wel een nadere inspectie waard en ook nu weer waren er bovenmaatse mutsen, dreadlocks en insectenbrillen in overvloed, terwijl het rookverbod met een stuitende vanzelfsprekendheid aan de laars gelapt werd.

Opgewarmd werd er met een paar nummers door de band waar Perry dezer dagen mee tourt, en los van het feit dat het zijn zonen, technisch gesproken misschien wel kleinzonen kunnen zijn, waren ze bijzonder strak in hun spel. Mooi nummer voorstellen en zo. Op en top professioneel. Na een kwartiertje kwam dan de godfather zelf op het podium in een op zijn minst excentriek te noemen outfit, die bekroond werd met het meest uitzinnige baseballpetje dat ik ooit in ogenschouw mocht nemen. Eigenlijk doet de man niet zo veel, wat compulsief over en weer lopen en een onverstaanbaar pidgin Engels produceren, dat best wel iets heeft. Demonen uitdrijven, een niet zo gevaarlijke vorm van waanzin.
Aan de andere kant is Perry natuurlijk geen onvergetelijke zanger, en is zijn roem en betekenis eerder toe te schrijven aan zijn studiowerk en revolutionaire werk als studio engineer. Die invloed zal wel blijvend blijken, maar de ambities voor wat hij nu doet, hebben niet per se meer veel te maken met het verkennen van nieuwe muzikale horizonten.  Maar zo’n dingen kan je hem op dit punt in zijn leven natuurlijk niet euvel duiden, en geef toe, wie zou niet op die leeftijd nog volle zalen willen trekken en jonge deernes uitnodigen tot wat danspasjes op het podium.  

Het blijft soms een beetje moeilijk om reggaeconcerten te recenseren, omdat het eigenlijk voornamelijk over de flow en de sfeer van het concert gaat, en er gewoon minder duidelijke songstructuren in dit soort muziek zit. En het repertoire van platen waar Perry ook maar iets mee te maken heeft, is soms ontmoedigend, of net stimulerend eindeloos.
Laten we het er op houden dat  de groove uitstekend, de sfeer niet minder en de muzikanten zonder meer sterk weer. Als je dan daar bovenop nog een muzikaal monument zich ziet amuseren alsof hij het elixir van de eeuwige jeugd gevonden heeft, hoort U ons niet klagen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Active Child

Active Child - Nog niet volgroeid

Geschreven door

Active Child is de groep rond de voormalige koorknaap Pat Grossi. Tijdens het eerste nummer, “You are all I see” (tevens de openingstrack van de aldus getitelde debuutplaat), werden meteen de troeven op tafel gegooid: Grossi grossiert in heel hoge vocalen en onderscheidt zich van zijn collega-muzikanten door te switchen tussen de harp en de synthesizer. Het sfeervol gearrangeerde openingsnummer zou trouwens helemaal niet misstaan op de laatste plaat van Bon Iver.
Ook in het volgende nummer bleef de frontman gekluisterd aan zijn harp om het vervolgens over een meer elektronische boeg te gooien. Een slecht idee, als je het ons vraagt, want de fletse synthpop die de groep zonder al te veel overtuiging op het publiek losliet kon ons almaar minder bekoren.
Mede door die typisch hoge stem meenden we af en toe op een concert van Bronski Beat beland te zijn. En dan niet tijdens de bisnummers maar op het moment dat de tijd gevuld moet worden met minder catchy werk. The horror!

Het werd in de Rotonde alleszins duidelijk dat Grossi graag in de jaren ’80 vertoeft. Moet kunnen, maar dan liefst niet door liedjes te brengen die bijvoorbeeld OMD (een groep waaraan Active Child ons deed denken als de frontman zijn falsetto even inruilde voor een meer normale manier van zingen) nooit op plaat zou durven persen. Gelukkig kwam er een opflakkering met een mooi “Call me tonight” waarna er opnieuw overgeschakeld werd van synthesizer naar harp.
Na een goeie drie kwartier hield Active Child het voor bekeken, het feit dat we daar niet rouwig om waren zegt veel.
Maar bon, laat ons niet al te negatief zijn. De twee bisnummers maakten nog veel goed. Eerst hoorden we “Ancient Eye” en vervolgens werd het optreden beëindigd met een knappe instrumental waarin Pat Grossi eigenlijk pas voor het eerst toonde waartoe hij qua harpspel in staat is. Die epische, naar de betere postrock refererende afsluiter zorgde op de valreep toch nog voor een hoogtepunt.

Ons eindoordeel blijft echter negatief. Active Child zal nog veel boterhammen moeten eten alvorens het zich kan meten met M83 of New Order, de twee groepen die het vaakst als referentie vernoemd worden.

Denk echter niet dat we teleurgesteld huiswaarts keerden. Voorafgaand hadden we immers kunnen genieten van het Luikse
Leaf House. Misschien wordt de mosterd iets te nadrukkelijk gehaald bij Yeasayer, Vampire Weekend en Grizzly Bear, maar deze beloftes bewezen op een half uur tijd dat zij - in tegenstelling tot de hoofdact - wel klaar zijn voor de grotere podia.
Vier ingenieuze nummers werden naadloos aan elkaar gelast alvorens het publiek de eerste maal de kans kreeg om zijn appreciatie te uiten. Hypergeconcentreerd bracht het kwartet daarna nog loepzuivere versies van een tweetal andere parels die terug te vinden zijn op ‘Wood signs we found’.
Bij het verlaten van de Botanique begaven we ons dus stante pede naar de marchendising-stand om hun debuut-CD aan te schaffen. We raden u bij deze hetzelfde aan. Als ze op plaat maar half zo goed zijn als live, zal u het zich niet beklagen.

Van Active Child hopen we dat ze op plaat dubbel zo goed zijn als live, zoniet dan kan u zich de aankoop van ‘You are all I see’ beter besparen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Dirty Beaches

Dirty Beaches - Neurotische dwangbuisrock

Geschreven door

Dirty Beaches is het project van de naar Canada geëmigreerde Taiwanees Alex Zhang Hungtai. Zijn debuutplaat ‘Badlands’ van 2011 is geen hapklare brok, het is een zeer lo-fi geproduceerde plaat met zeer grillige naar Suicide refererende songs en soundscapes.

Op het podium laat hij zich vergezellen door een saxofonist die niet bepaald de meest voor de hand liggende deuntjes uit zijn saxofoon haalt, maar wel een soort free jazz die zich als aangename stoorzender opdringt bij de overigens tamelijk neurotische muziek. Daarnaast is er ook nog een drummer, nou ja drummer, laat ons zeggen een kerel die met een drumstokje op een soort laptop annex drumcomputer fel tekeer gaat. £
Daarbovenop huilt, schreeuwt en declameert Hungtai zijn vocals als een bezeten Alan Vega, met nogal wat echo en reverb door de versterkers. Hungtai haalt sporadisch een gitaar boven, maar het zijn hoegenaamd geen gelikte solo’s die er uit komen, maar een soort geschifte en opgejaagde distortion. Onderhuids zit er in de songs een pak rock’n’roll verscholen, maar die wordt soms vakkundig verkracht en door een industrial vleesmachine gedraaid. Versta ons niet verkeerd, het is behoorlijk indrukwekkend en ook tamelijk bevreemdend, wij halen ons spontaan een nog niet gemaakte David Lynch film voor de geest.

Een klein uurtje bedwelmt Dirty beaches ons met hun dwangbuisrock, en ook al kunnen ze vooralsnog de spanning niet de ganse tijd aanhouden, we zijn ferm onder de indruk. Toch kunnen we er niet van uit dat het ganse uur lang voortdurend één naam door ons hoofd holt : Suicide. En dat is zowel een compliment als een waarschuwing. Wie op een podium dezelfde spanningsboog als Suicide in hun beste dagen kan creëren is goed bezig, maar er moet nog wat aan een eigen smoelwerk gebouwd worden.

Het voorprogramma Yuko speelt een onderhoudende, soms verstilde, maar volgens ons wat te brave set. Het is een soort Bon Iver meets postrock die best wel perspectieven opent, maar waar gerust nog wat meer angels mogen in gestoken worden.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Melissa Etheridge

Melissa Etheridge - puur & indrukwekkend in volle AB

Geschreven door

 De naam Melissa Etheridge zegt U misschien niet zo heel erg veel. Maar als ik U de monsterhit “Like The Way I Do” zou laten horen dan gaat er ongetwijfeld een belletje rinkelen. In thuisland Amerika is deze dame een rockicoon! Niet alleen omwille van haar muzikale carrière maar evenzeer als boegbeeld van de homo en lesbiennebeweging. Ondertussen heeft La Etheridge de leeftijd van 50 bereikt en heeft ze er een muzikale carrière van meer dan 20 jaar op zitten. Heel erg vaak is ze in al die tijd niet in België te zien geweest. Haar laatste album ‘Fearless Love’ uit 2010 scoorde heel erg goed in de Amerikaanse Billboard Top 100 maar bij ons werd de plaat nauwelijks opgemerkt. Helemaal onterecht overigens want ‘Fearless Love’ is een zeer afwisselend en boeiende rockplaat.

Op deze maandagavond liep de Ancienne Belgique toch zo goed als helemaal vol voor de Amerikaanse. Geen voorprogramma en even na acht een vroege start met de titeltrack uit het laatste album. Het hoofd neergebogen, die wilde krullende blonde lokken, gitaar hoog in de lucht….Melissa maakte indruk van bij de start. Bovendien stuurde haar sound engineer meteen een perfect, kristalhelder geluid de zaal in.
Melissa had er duidelijk veel zin in en ook haar band, die eerst nog wat op de achtergrond bleef, groeide met de minuut naar haar toe. In het eerste deel kregen we weinig recent materiaal maar kregen we vooral vertrouwde songs en hits uit diverse albums. Tijdens “Chrome Plated Heart” uit het debuut van 1988 liet ze zich van haar bluesy kant horen. Voor het akoestische “You Can Sleep While I Drive” liet ze haar band even rusten en gaf ze ons de indruk dat dit een uniek, onvoorzien moment was in de setlist. Het publiek zong de song uit volle borst mee, wat haar zichtbaar erg ontroerde.
Het stemgeluid van Etheridge is trouwens nog steeds zeer authentiek en bezit nog steeds voldoende power om de songs te dragen. Maar vergis U niet….niet alleen is deze dame een schitterende zangeres, ook haar gitaarwerk was fenomenaal! Een vrouw met ballen!!....al is dit voor La Etheridge niet de beste vergelijking.
Humor heeft ze dan weer wel …, want tussen de songs door zocht Melissa steeds contact met haar fans. Ze deelde grappige anekdotes en daarnaast liet ze ons ook bevrijdend weten dat ze reeds 8 jaar kankervrij is. Een bijzonder warm, respectvol applaus was het gevolg van die onthulling. “Indiana” uit het recentste album en het daaropvolgende “Don’t You Need” uit het debuutalbum overspanden een periode van meer dan 20 jaar en toch hadden beide songs op hetzelfde album kunnen staan.
Naast enkele klassiekers zoals het sublieme “Bring Me Some Water”, was het toch het bijzonder lang uitgesponnen “Nervous” (met een stukje “Fever” van Peggy Lee) dat het hoogtepunt werd van de avond. In deze song zat werkelijk alles wat een rock ’n’ roll hart verlangen kan. Stuwende riffs, een waanzinnig sterk gitaarduel en een aanstekelijk refrein tilden deze song uit nieuwe album,  live tot een hoger niveau.

Uiteraard werd er afgesloten met de enige encore en grootste hit “Like The Way I Do”,…maar tegen die tijd hadden we al meer dan twee uur genoten van pure Amerikaanse rock. Nog steeds een grote madam die Melissa Etheridge!!!!

Setlist: *Fearless Love *If I Wanted To *Chrome Plated Heart *I Want To Come Over *No Souvenirs *You Can Sleep While I Drive *Come To My Window *Indiana *Don’t You Need *Yes I Am *Drag Me Away *Must Be Crazy For Me *Nervous *Bring Me Some Water
*Like The Way I Do

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/melissa-etheridge-20-02-2012/

Organisatie: Live Nation

Little Trouble Kids

Little Trouble Kids voeren je mee op hun ‘Adventureland’

Geschreven door

De releasetrein van Little Trouble Kids raast al enkele weken door het Vlaamse landschap. Na eerder gespeeld te hebben in onder andere de 4AD en in de Ancienne Belgique, mochten ze op zaterdag 18 februari het podium van de Charlatan in Gent onveilig maken.

Het Londense trio Gum Takes Tooth verzorgde het voorprogramma. Deze drie heren – twee drummers en een man achter de effectenbak en synthesizer – maken muziek waar menig Hare Krishna jaloers op zou zijn. Doordat de nummers grotendeels op ritme gebaseerd zijn, zorgen oergeluiden die ontspringen aan de twee drums voor een muzikale trance, doorspekt met schreeuwerige vocals en snedige synthlijnen. Soms is het opletten om je als toeschouwer niet te verliezen in de eindeloze structuren, waardoor het geheel soms op een onsamenhangende jamsessie kan gaan lijken. Desondanks brengt Gum Takes Tooth toch een spannende liveshow met een vol geluid, wat niet eenvoudig is met dergelijke bezetting. Dit drijven ze zo ver door, dat een nummer met kenmerken van dubstep feilloos kan overvloeien in een hardcoresong – inclusief breakdown. Of dat een goed teken is, laten we in het midden, maar prettig gestoord was het in ieder geval wel.

Daarna was het de beurt aan Little Trouble Kids. Een man en een vrouw sterk bewees deze band dat ze opnieuw een heerlijke plaat klaar hebben. In dezelfde lijn van Gum Takes Tooth ook hier een heel sobere en aparte bezetting: de stompbox is zowat het handelsmerk geworden van dit duo. Nieuw is het gebruik van een loopstation, waardoor zangeres/percussioniste Eline Adam de drumgeluiden in verschillende lagen bovenop elkaar kan plaatsen en zo kan opbouwen.

Opener “Left Right Left” zette onmiddellijk de toon voor een show vol no-nonsense muziek. Andere highlight was “Anyways”: Thomas Werbrouck, de mannelijke wederhelft van band én zangeres, leefde zich helemaal uit op gitaar. Met “Kids in Amusement Parks” hield de band even een intermezzo tussen al het noise-popgeweld, en verbaasde het aanwezige publiek met de veelzijdigheid van een metronoom als begeleiding. Enkel en alleen om er daarna weer stevig tegenaan te gaan, met meer steengoede nummers zoals “Straight A’s”, “Marching Blues” en als afsluiter het extreem catchy “Glamorama”.
Op aandringen van het aanwezige publiek werd het hitje “90’s Dream” nog eens uit de kast gehaald, wat op veel bijval kon rekenen.

Algemeen beschouwd zette Little Trouble Kids een erg sterke prestatie neer op het podium. Een gitaar en een stompbox, aangevuld met een zwoele vrouwenstem die perfect naast Kathleen Hanna van Le Tigre geplaatst kan worden: meer was niet nodig om een driekwart gevulde zaal van de Charlatan mee te nemen op een trip doorheen Eline en Thomas hun ‘Adventureland’.
Triggerfinger beschouwde hen eerder als hun ‘poulains’ en Tim Vanhamel pikte Little Trouble Kids al lang geleden op, maar mocht U nu nog niet overtuigd zijn: ‘Adventureland’  is een echte aanrader, en de liveshow nog meer!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Hickey Underworld

The Hickey Underworld onder het wakend oog van Wim Peralta …

Geschreven door

Nightwitches: Dé Belgische  Black Sabbath-tributeband vol vrouwelijk (behekst) schoon. 4 ruige dames die op het podium hun muzikale power loslieten en door menig man werd goedgekeurd.  De gitariste Ciska Vanhoyland toverde klassevolle gitaarrifs aangevuld door basklanken van Mimi van de Put. De drums door Katrien Matthys waren hevig, de stem van Peggy Winters  was hier tegenover wat te zwak; al klonk het geheel niet slecht.
Setlist: Black Sabbath, War pigs, Into the void, Children of the grove, Iron man, NIB, Paranoid … Een fijne harde opener en voor velen een hete opwarmer…

The Hickey Underworld:  Onder het wakend oog van Wim Peralta (artworks THU) brachten de 4 jonge kerels van THU een stevig staaltje muziek. De 4e in rij, drummer Jimmy, werd deze avond vervangen door een getalenteerd Nieuw-Zeelander. De man zijn mimiek bracht de muziek kracht bij alsof het bijna pijn deed…
Younes Faltakh warmde zich reeds op met een drumsessie bij de Nightwitches en deed in
“ Whistling” zijn stembanden luidkeels te keer gaan. Al klonk het af en toe meer als pijnlijk.
Georgios Tsaradikis had zin een feestje maar dan ‘eentje zoals op zaterdagavond’. Die huppelde er lustig op los en genoot van de set. “Pure Hearts” werd ingeleid door een beat die je harstslag een tel sneller deed slaan. Een eerder in de stijl van pop-nummer waarin gitarist Jonas Govaerts zijn zangtalent versmolt met dat van Younes.
Niet alleen schreeuwen maar ook sensuele klanken  vergezeld van een schitterend gitaarspel brachten dit tot het eerste merkbare enthousiast gejuich in het publiek.  De beat ebde weg in een psychedelisch samenspel bij de intro van “Cold embrace”.  We werden overspoeld door een tornado van hevig gitaarspel. Waarna de windhoos langzaamaan verdween en een zwakke bries deed weerkeren waarbij de dooreengeschudde hoofden weer tot rust kwamen tot een laatste zucht.
In “Space Barrio” bleven de 4 Antwerpenaren hun muzikale woede en agressie hoogstaand aanhouden en  menig publiek ging spontaan headbangen.  “The frog ( I can make you come/ anywhere you want)” deed even hun verroeste metalkant vergeten en liet ons genieten van een sexy duozang, die ieders gehoor streelde. “Where is Thierry” bracht ons alweer naar de herkende heavy stijl die we van deze rockers reeds kenden.  Als laatste brachten ze “Blonde Fire” dat het publiek als aangenaam ervaarde en hen dan ook terug vroeg voor de bis-nummers.
“Martain’s Cave”, één van hun hits klonk aan het  einde van hun set heel goed en bracht een gesloten verrassend einde. Al zou ik niet graag de stembanden  van Younek willen zijn. Als laatste brachten ze het fijne “ Of asteroids and men…plus added wizardry”.

Een avondje hard ‘labeur’ met enkele aangename triggers van verfijnde pop-rock invloeden . En hij ( W.P.) zag dat het goed was!

Setlist:  Mystery Bruise – Whistling - Under the House, I’m dying - Year of the rat - Pure Hearts in mud    
 – Flamencorpse - Cold embrace -Space Barrio -The frog – Thierry - Blonde fire -
- Martian’s cave – Of Asteroids and men…

I’m under the house, I’m dying’ geproduced door Das Pop

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-hickey-underworld-19-2-2012/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Gavin Friday

Gavin Friday - Ierse ladiesman zet Brel, Wilde en Shakespeare naar zijn hand

Geschreven door

 

De titel van Ierland’s meest extravagante muzikale exportproduct kan eigenlijk maar naar één man gaan. Als voormalig frontman van het ongecontroleerde gothpunk collectief Virgin Prunes liet Gavin Friday reeds vroeg in de 80ies zijn uitgesproken liefde voor het theatrale en filmische al duidelijk blijken, maar eens op het solo pad kreeg de cabaretier in Friday pas echt vrij spel. Na een reeks fraaie solo albums en een soundtrack hit met boezemvriend Bono voor het aangrijpende epos ‘In The Name Of The Father’ blonk de Ier de jongste vijftien jaar echter vooral uit in afwezigheid. In de luwte kreeg de artistieke duizendpoot in Friday zijn schaapjes weliswaar vlotjes op het droge als filmcomponist en als artistiek adviseur van U2, maar stiekem hoopten liefhebbers van het betere levenslied al jaren op een echte terugkeer van hun idool.
Vorig jaar kwam dan eindelijk het verlossende woord met de release van ‘catholic’, ’s mans eerste liedjesalbum sinds ’95. Een eerder bescheiden return-to-form, zo bleek, maar belangrijker was de vaststelling dat de flamboyante Ier tijdens het afgelopen Crossing Border festival zijn kunstjes nog niet had verleerd.

Tijdens de laatste halte op hun Belgische driedaagse die eerder al Hasselt en Leuven (zie de livereviews ndl en fr op de site) aandeed lieten Friday en zijn vijf kompanen afgelopen zaterdag ook de Gentse Handelsbeurs vlotjes vollopen. Vooraan op het podium een tafel en stoel, een paar glimmende glazen, de obligate fles wijn en een dampende kop thee als vaste attributen, vanuit de achtergrond klonk een onheilspellende avondklok die meteen de juiste dramatische toon zette. Van enige rustige vastheid die je bij een vijftiger met een indrukwekkende staat van dienst zou kunnen verwachten was bij aanvang helemaal geen sprake.
De groep nam een ongemeen venijnige Sturm und Drang start met de Virgin Prunes classic “Caucasian Walk”, het nieuwe “Where’d Ya Go? Gone” sloot daar wonderwel naadloos op aan, en een als “Next” vermomde eigen interpretatie van Brel’s “Au Suivant” sloot het indrukwekkende openingsrijtje af.
Friday zelf zag er met zijn zwart ooglapje aanvankelijk vrij vervaarlijk uit. Hij verkende meteen alle uithoeken van het podium, en nam al marcherend, staand, zittend, knielend of gehurkt zowat alle denkbare poses aan om het publiek doorheen gans het optreden secuur te observeren. De Ier verkeerde als vanouds in bloedvorm, wat hij trouwens ook voor een stuk te danken had aan zijn uitstekende begeleiders waaronder met name celliste Kate Ellis gerust de tweede ster van de avond kon genoemd worden.
Na de misschien wel wat te luide start ging de kurk van de fles en werd Friday steeds spraakzamer. Hij vrijde het publiek op met complimentjes over onze biercultuur, stak de draak met pedofiele priesters die een opmerkelijk gemeengoed blijken te zijn van België en Ierland, maar uitte even goed zijn bewondering voor Jacques Brel. De stap van een Grote Belg naar een Grote Ier was hiermee vlug gezet. Het van zijn illustere landgenoot Oscar Wilde geleende “Each Man Kills The Thing He Loves” gaf destijds de titel aan Friday’s solo debuut, en geldt nog steeds als één van zijn allermooiste chansons noires. Samen met een al even indrukwekkend “Apologia” zorgde dit epos over dood en verlies zonder meer voor één van de meest beklijvende kippenvelmomenten in de set.
Naast Brel en Wilde staan ten huize Gavin nog een pak andere helden op de schouw te pronken. Ter inleiding van het poppy “King Of Trash” mijmerde Friday terug naar die ene magische Top Of The Pops aflevering waarin hij net niet verliefd werd op Marc Bolan, die net als de Ier een extraverte levensgenieter was maar zoals bekend op een dag met de verkeerde chauffeur de baan op ging. In “Caruso” herkende Friday dan weer de eerste popster van de 20ste eeuw. Hij mag dan wel geen partij zijn voor de legendarische Italiaans tenor qua stemtimbre, beide heren vinden elkaar wonderwel als het op Shakespeariaanse dramatiek en pathos aankomt.
Maar het moet gezegd zijn, tussen al dat moois uit de eerste drie solo albums vielen de nummers uit de jongste worp ‘catholic’ doorgaans toch wat te licht uit. De nieuwe songs kabbelden rustig voorbij maar deden nergens haartjes rechtop staan. Enkel het vederlichte “Blame” werd van de nodige emotionele weerhaakjes voorzien, niet in het minst omdat Friday er de vertroebelde relatie met zijn overleden vader uit de doeken deed. De spreekwoordelijke krop in de keel werd echter prompt weggespoeld met de bescheiden radiohit “I Want To Live”. Tijdens het bijzonder funky maar te lang uitgesponnen “Angel” maakte Friday een gezondheidswandelingetje door de zaal, maar bewees hij wel met verve dat zijn verwijfde falsetstem na 52 lentes nog steeds behoorlijk intact klinkt.

In de bisronde liet Friday opnieuw enkele van zijn muzikale stokpaardjes aandraven. Met “Five Years” haalde de Ier nog eens het beste glamrock album ooit op naam van David Bowie en diens ‘Spiders From Mars’ van onder het stof, en Grote Belg Brel passeerde zowaar een tweede keer met “Port Of Amsterdam”. Tussendoor flirtte Friday met een (uiteraard) vrouwelijke fan die het net als hij zonder Valentijnsgeschenk had moeten stellen, waarop een koppel rode rozen in beide richtingen prompt van eigenaar veranderden.

De flamboyante ladiesman kreeg uiteindelijk waar hij al bijna twee uur lang subtiel naar hengelde: een staande ovatie. En eerlijk, we gunnen het hem op een manier meer dan zijn boezemvriend Bono. Op de stoep bij Mr. Friday vallen nu eenmaal geen goedkope slogans te rapen, wel diepgravende observaties over zijn eigen heilige drievuldigheid: liefde, sex en de dood. Amen!

Neem gerust een kijkje eerder naar de pics Muziekodroom, Hasselt
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gavin-friday-15-02-2012/

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Wesseltoft & Schwarz

Wesseltoft & Schwarz – Muzikaal steekspel - Kulturama 2012

Geschreven door

Wesseltoft & Schwarz – Muzikaal steekspel - Kulturama 2012
2012 was de laatste editie van Kulturama , een festival dat in de loop der jaren heel wat relevante artiesten naar Leuven heeft gehaald (U was er toch ook bij toen Kenny Dope Black Gold of the Sun dropte, of  Gas Köningsforst kwam spelen?), en de reden waarom er nu mee opgehouden wordt, is me niet echtduidelijk. Volgens een of ander persartikel is het festival in zijn opzet geslaagd om Leuven op de culturele kaart te zetten, wat zeker waar is, maar als je er dan mee ophoudt, flikker je er volgens mij net zo snel weer van af. Maar goed, laten we er maar van uit gaan dat er wel iets anders in de plaats zal komen.

Het Stuk mocht onder meer het duo Wesseltoft en Schwarz verwelkomen en hun samenwerking is iets wat je blijkbaar wel vaker ziet in de hedendaagse muziekwereld, samenwerking tussen mensen uit verschillende hoeken van het muzikale spectrum zijnde jazz en techno, maar dan is techno toch altijd de erfgenaam van jazz geweest, uiteraard.
Henrik Schwarz is voor de niet-cognoscenti onder U een van de interessanter exponenten van wat je in de elektronica toch stilaan de Duitse wave van het afgelopen decennium kan noemen. Heel leuke dingen gemaakt, vaak ook in samenwerking met andere artiesten. Wie nooit bonkers gegaan is op “Leave My Head Alone Brain”, heeft waarschijnlijk koters en komt nooit meer buiten, ofwel was U inderdaad gewoon op de heel erg verkeerde plekken. Wesseltoft was me minder bekend, maar hij is ten eerste een Noor en hij zit in waarschijnlijk een andere niche. Free jazz en consoorten, het soort muziek dat te makkelijk te parodiëren valt en net zo goed een beter lot verdient.
Maar wat de twee dus vanavond brachten was een soort muzikaal steekspel waarbij ze ageerden en reageerden op elkaars spel, met name Schwarz’ vervormde beats en de al dan niet geïmproviseerde pianolijnen van Wesseltoft. De gasten amuseerden zich, en dat was ten andere een van de leukste aspecten van het concert. Heel speels. Muziek kan je overal uit halen, en Wesseltoft heeft waarschijnlijk nog ooit naar de Einstürzende Neubauten geluisterd, ofwel is hij opgegroeid met musique concrète of zoiets.

De nummers, vraag me nu geen namen, die het meest bijbleven, hadden wat je niet anders dan een groove van Schwarz kon noemen, waarboven Wesseltoft een eind weg kon improviseren. Met name op het eind heb ik een eind heel straffe nummers gehoord, met als hoogtepunt “Dreams”, in een toch wat andere versie dan op CD, waarmee ze hun punt uiteindelijk bewezen.
O, en ze mogen in het Stukcafé inderdaad altijd Ragysh draaien. Waarvoor dank, Jürgen aka Spastik.

Organisatie: Stuk, leuven (ikv Kulturama 2012)

Pias Nites 2012 – Dirty Dancing – vrijdag 17 februari 2012

Geschreven door

 

Pias Nites 2012 – Dirty Dancing

Het PIAS label (Play It Again, Sam) begon ooit in de jaren '80 als een project van Kenny Gates en Michel Lambot, en groeide uit tot het groots label dat het vandaag is. Bewijs hiervan zijn deze PIAS Nites, waarop het huis haar eigen artiesten in de verf zet. Van grote namen tot jonge “poulains”,  er is in ieder geval méér dan talent genoeg om twee dagen een talrijk publiek te lokken naar Tour & Taxis.
De donderdag was eerder pop en folk, rustigere muziek dan de vrijdag. Die beloofde om een gigantisch feest te worden voor de 30e verjaardag van het label, en de beloftes werden meer dan waargemaakt.

Het begon allemaal met Raving George, dj-talent van eigen (Gentse) bodem waar we trots op mogen zijn. Ze begon te draaien begin 2010, en een paar jaar later (op amper 19-jarige leeftijd) is ze onder andere al op Laundry day, Pukkelpop en Tomorrowland uitgenodigd. Ze is ook resident DJ voor het programma Switch van Studio Brussel.
Tijdens haar DJ-set bewijst ze dat ze ontzettend handig met verschillende tracks en geluiden kan spelen. Het begin van de avond is geen gemakkelijke positie, maar toch slaagt ze erin om publiek te trekken, te houden en de zaal warm te krijgen.

De volgende act is Toxic Avenger, een DJ/composer, maar wel in echte live formatie met een drummer en gitarist.  Toxic Avenger werd door Rolling Stone bestempeld als ‘Artist to watch, en was het deze avond zeker en vast. Hij heeft verschillende maxi's en EPs op zijn naam staan, alsook remixes van bijvoorbeeld Ladytron en Benny Benassi ft Kelis. Zijn eerste album ‘Angst’ kwam uit in 2011.
Veel van zijn werk baadt in een harde en wat grimmige, industriële sfeer en de openingstrack van het concert is hier dan ook een perfecte illustratie van, industie-taferelen van gesmolten staal verschijnen op de achtergrond terwijl we het gevoel hebben dat hij hetzelfde doet met het geluid, het is hard, het slaat aan, het is rauw. Toxic Avenger versmelt, smeedt en herwerkt verschillende stijlen tot net niet één geheel, wat sommigen fantastisch vinden en anderen minder. Dit is iemand die van alles leent, alle stromingen lijkt te kennen en dus ook echt veel mengt en afwisselt in één nummer. Geen gemakkelijke muziek om in op te gaan, maar niettemin één die de moeite waard is dat men het probeert.

Achteraf kwam Mr. Nô. Deze jonge Fransman brengt achter zijn mengtafel een efficiënte, maar ook niet echt buitengewone techno/electro-ervaring. Voor fans van het genre een goed optreden, voor degenen die er wat buitenstonden minder relevant.

Modeselektor zijn twee Duitse DJ's, die in 1996 begonnen met experimenteren en het exploreren van muziek. In 2011 kwam hun laatste album uit : ‘Monkeytown’. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om Modeselektor in één genre te klasseren. Ze geven tijdens hun concert blijk van een grote variatie, nu dan hip-hop met bvb het nummer "2000007" (gecreëerd in samenwerking met de Franse hiphop groep TTC), dan weer techno met “Black Block”. In ieder geval is hun muziek hard, vol distorties, een grote geluidsrecyclage die hard aankomt maar die avond ontzettend goed werkt. De zaal is mee en het publiek vibreert op de harde, loeizware beats die op hen worden afgevuurd.

Een totaal ander genre is dan weer M83. Het project van de Fransman Anthony Gonzales oogstte dit jaar internationaal succes met de hit “Midnight City” en kreeg hier dan ook veel belangstelling, in ieder geval duidelijk meer dan de zaal aankon. De nummers komen voornamelijk uit de laatste dubbel-cd maar ook uit ‘Saturday=Youth’. De sfeer is dromerig en hemels, licht en geluid komen perfect samen en scheppen een schitterende ervaring. Er wordt deze keer ook gewerkt met een zangeres, drummer en bassist. Het publiek lijkt echter niet altijd honderd procent mee, tot hét nummer waar iedereen op staat te wachten ,“Midnight City”, weerklinkt. Een lancering van grote ballonnen tijdens deze climax zorgt er echter voor dat een deel van de aandacht weg van het podium gaat. Het bleef echter een sublieme ervaring. Het geheel voelt gelaten, hypnotisch en feestelijk tegelijkertijd, en de afsluiter tijdens de bisnummers (“Couleurs”) geven een laatste blijk van het talent van deze groep.

Hierna werd het één groot feest.
2manyDJ hoeven niet meer voorgesteld te worden. Deze set was de laatste van hun tour ‘Under The Covers’, en werd een gigantische mix. De albums, geluiden en visuals worden ontleed en ter plekke herwerkt tot één fantastisch dansbaar geheel. Animaties op basis van de artwork van de gebruikte albums, perfect gesynchroniseerd met de muziek, alle mogelijke stijlen op een bedje van electro-saus geserveerd, en een ontzettend vatbaar en dankbaar publiek. Het was de perfecte combinatie.

Laurent Garnier werd eveneens veel verwacht, en loste de verwachtingen in. Tijdens een vijf uur durende set slaagde hij erin om samen met Scan X en Benjamin Ripper zijn hele carrière door te lopen. Het begint eerder rustig, met lange uitgerokken versies waarna het geheel opbouwt. Uiteindelijk breekt de zaal volledig los bij de versies van “Crispy Bacon” of “Man with the Red Face”. Laurent Garnier weet perfect wat hij doet en levert een hoogstaande set af, een ware hoogmis van deze avond.

De avond wordt afgesloten door twee andere grote namen, namelijk Etienne de Crecy  en ATTAR!. Beide kunnen overtuigen in hun eigen genre. Etienne de Crecy blijft een van de grote meesters van de Franse techno en pakt uit met een ontzettend goed in elkaar gezette videoshow, en zijn uitgedokterde mix van minimal techno en house.
ATTAR! Is de naam van Renaud Deru, die in de uitgaanswereld van Brussel gekend is als de vader van de Dirty Dancing fuiven. Men kan met een gerust hart zeggen dat waar hij komt, er gedanst zal worden, en gedanst werd er. Hij is ook niet vast te pinnen op een bepaalde stijl, en draait waar mensen op losgaan, het grootste genot voor allen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dag-2-17-02-2012/

Organisatie: Pias

 

Gavin Friday

(Gavin) Friday In our Mind

Geschreven door

Gavin Friday mag dan al de 50 voorbij zijn, we genoten ten volle van zijn (theatrale) performance. Zijn songmateriaal bracht hij vol pathos in een cabaresk, vaudeville sfeertje. Z’n acteertalent spreidde hij volledig tentoon, de expressieve ‘Shakespeariaanse’ gezichtsuitdrukking sprak boekdelen , wat de songs een dramatische toon en een gitzwart likje verf bezorgde . Met een diep respectabele buiging naar z’n publiek,  nam de charismatische entertainer na ongeveer anderhalf uur afscheid …

… 16 jaar hebben we gewacht … Drie solocd’s bracht hij totdantoe uit, “Each man kills the thing he loves” (met The Man Seezer) (’89), ‘Adam & Eve’ (’92), die vooral piano, akoestische gitaar en z’n stem beklemtoonden, en het breder georkestreerde ‘Shag tobacco’ (’96); chanson en cabaret fungeerden als rode draad, met politieke en persoonlijke bloedmooie teksten, die een donker, destructief randje hadden. Intussen legde hij zich toe op soundtracks, theatermuziek en acteren, belangrijke elementen die duidelijk hun invloed hebben op de sound en de gigs …
De nieuwe vierde cd ‘catholic (met kleine c)’ is een emotionele, persoonlijke plaat , niet meer scherp of confronterend , maar gemoedelijk tussen bittere tranen, troost en hoop. Persoonlijk leed heeft hij de laatste jaren wel meegemaakt (scheiding, geschillen bijleggen met z’n pa, die dan nog is overleden, fysieke problemen, …). Stemmige muziek die een surrealistisch, droomachtig decor opbouwt met cello, akoestische /elektrische gitaar en drums, en live ruwer en pittiger durft te klinken.
Toen ‘de Angelus’ 4x klokte , kwam een onheilspellende stilte in de zaal… traag, slepend begon hij met “Caucasion walk” , meteen 30 jaar terug in de tijd,  één van die Virgin Prunes’ iconen, begin jaren ’80 één van de boegbeelden binnen de coldwave, én het niet onaardig combineerden met avantgarde, pop en cabaret . De song werd in een eigengereid Gavin Friday jasje gestopt en behield die spannende dreiging van weleer door de tegendraadse ritmes , gitaarriedels en een ontstemde cello. Minder agressief, maar met dezelfde rauwheid en een schreeuwende Friday aan het woord…
De band kreeg van in het begin duidelijk speelruimte en de eerste songs “Wher’d ya go? gone” en de overtuigende bewerking van Jacques Brel’s “Next” (“Au suivant”) waren dan ook iets feller en extraverter , ja, zelfs zwierig door de ritmiek. Innemender en rustiger, maar met evenveel glamour en tierlantijntjes blikte hij terug met “Each man kills the thing he loves”, een eerbetoon aan Oscar Wilde, en “Apologia” … Pastelkleuren sierden …
De stem onvastheid speelde hem eerst wat parten, maar hij kwam op dreef met z’n krakende, indringende vocals. Tussenin een gemoedelijk praatje met de eerste rijen, over z’n eigen beleven en over het geloof, nippend aan een glaasje Sherry en een kopje thee.
Hommages waren te horen aan het adres van Marc Bolan door het snedige “King of trash”, “Caruso”  was theatraliteit ten top , waarbij hij de weg insloeg van die Italianase tenor Enrico Caruso, en de stemvarianten ‘en verve’ aankon; in de bis hadden we nog een getormenteerde op z’n Cave’s geleeste “5 years” van David Bowie  … Gedreven en met finesse … Knap dus …
Hij ontroerde , in de sobere, ingetogen weemoedige “Blame” en “Able” van de recente cd , en prikkelde met songs als “I want to live”, “Another blow on the bruise” en “Angel”, die de set besloot en een originele funkende discotune toebedeeld kreeg .

Gavin Friday heeft een uiterst gemotiveerde band te pakken om op emotievolle, creatieve wijze het songmateriaal te spelen. Friday zelf speelde z’n rol als sing/songwriter en acteur. Enthousiast werden ze onthaald . Een treurige “It’s all ahead of you” wuifde ons letterlijk uit. Tot de volgende , maar liefst geen zestien jaar meer, want dan mogen we aankloppen bij onze minister Vanquickenborne ….
Friday is ons land voor een drietal concerten, en we hopen hem op een festival als Cactus of Festival Dranouter (nog eens) te kunnen checken …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in Muziekodroom Hasselt
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gavin-friday-15-02-2012/
Organisatie: Depot, Leuven

 

Pias Nites 2012 - Sfeer troef op de dertigste verjaardag van Pias (Play it again Sam) – donderdag 16 februari 2012

Geschreven door

 

Pias Nites 2012 - Sfeer troef op de dertigste verjaardag van Pias (Play it again Sam)

De grote dooi was ingetreden, en dat was maar goed ook, anders zou de organisatie wellicht heel wat moeite gehad hebben om de grote hallen van Tour & Taxis goed warm te stoken voor het dertigste verjaarsdagfeestje van Play it Again Sam. PIAS had heel erg zijn best gedaan om van deze tweedaagse showcase iets speciaal te maken:
In de grote hal hadden ze een gigantische glitterbal opgehangen, vanachter in de zaal waren een reeks zetels en fauteuils neergeplant en enorme breedbeeldschermen zorgden er voor dat iedereen de live actie tot in de kleinste details kon meevolgen. Ook de randanimatie mocht er wezen, naast Canvasreproducties van de belangrijkste PIAS albums die PIAS de laatste twintig jaar uitbracht (van ‘Tv Sky’ van The Young Gods tot ‘Philharmonics’ van Agnes Obel), had de biersponsor voor een set pingpongtafels gezorgd, en kon je CDs, vinyl en DVDs uit de uitgebreide PIAS-catalogus aan braderieprijzen aanschaffen.

Wij pikten in ergens halverwege Daan, die vanavond in een minimale bezetting aantrad: Daan op piano, Isolde Lasoen op percussie en tuba, en wellicht Jean-Francois Assy op cello, dat was toch de bezetting in de theatertournee die Daan vorig jaar ondernam met zijn album ‘Simple’, en die we toen niet gezien hadden. Stuyven verraste aangenaam, we hoorden heel sfeervolle versies van ” Icon”, “Victory”, het complexe “Protocol” en de Neil Young-Cover “A man needs a maid”.

Het uurschema was een beetje verschoven, zodat we maar twee nummers meepikten van Oscar & the Wolf, dus eigenlijk te kort om deze Belgische band te kunnen beoordelen.

Agnes Obel zorgde voor gemengde reacties: het voorste deel van de zaal,waar je ons ook mocht bijrekenen, vond dit het optreden van de avond, terwijl voor het achterste deel van de grote hal, dit achtergrondmuziek was bij een drankje en een hapje, veel geroezemoes dus achteraan. Enigzins was dit te verwachten, want Obel mikt met een minimaal geluid op de maximale impact ,maar dit vraagt wel enige inspanning en luisterbereidheid van het publiek, en op een donderdagavond was dit voor sommigen wellicht te veel gevraagd. Obel’s stem, de vleugelpiano, en de cello zijn de minimale bouwstenen voor prachtnummers als “Falling catching”, “Brother Sparrow”, “Just so”  of de John Cale cover “Close watch”. Obel gaf heel wat uitleg bij haar nummers vanavond, en zo leerden we dat de thema’s in veel van haar nummers even donker als de Scandinavische  winters zijn. Celliste Anne Ostsee toverde op haar cello, en het prijsbeest “Riverside” werd op een luid applaus onthaald.

Lisa Hannigan is een Ierse schone, die je misschien wel kent van het duet dat ze met Damien Rice opnam (“9 crimes”). Haar eerste album maakte vooral brokken in Ierland (album van het jaar), het is pas met haar tweede album, ‘Passenger’,(eind 2011 verschenen) dat ze ook over de plas voet aan de grond begint te krijgen. Aanvankelijk had Hannigan vanavond moeite om boven het geluid van haar vijfkoppige band uit te komen, maar gaandeweg wist ze te overtuigen. Deze folkie beheerst heel wat stijlen en registers, haar hese stem heeft bij momenten iets van Lou Rhodes, en ze zingt echt met heel veel overtuiging, en riep in sommige nummers de extase op die je enkel bij megabands als U2 of Coldplay ervaart. De ontdekking van de avond dus, en als het aan mij lag mag Lisa Hannigan deze zomer gerust in de Kayam-tent op Dranouter staan.

Tom Smith, de frontman van Editors, kwam vanavond solo optreden, en de grote zaal was eigenlijk te groot voor hem: Smith is geen Luka Bloom, dus als hij de Editors-hits op akoestische gitaar brengt, kan hij de aandacht van zijn publiek niet vasthouden. Op piano werkte de solo-aanpak van Smith beter, in nummers als “An end has a start” en “Like treasure”, alhoewel hij soms iets te dicht bij de pathetiek aanschuurde. Deze solo-set van Tom Smith had beter gewerkt op het dak van Music for Life, maar was op zich iets te mager om te blijven boeien.

Het verhaal rond de Zweedse zusjes, Klara en Johanna Søderberg, aka First Aid Kit, was eigenlijk interessanter dan de live set die ze vanavond brachten: op hele jonge leeftijd opgepikt op Youtube met een cover van Fleet Foxes’ “Tiger Mountain Peasant song”, ontwikkelden deze Zweedjes een country-fixatie, die hen naar Nashville bracht, wat hun een single op Jack White’s Third Man records opleverde en een door  Mike Moggis (Bright Eyes, Monsters of Folk) geproduceerde tweede album “Lions’ roar”.
Eigenzinnig zijn deze zusjes zeker: allebei hadden ze haren van een halve meter of meer, het ene zusjes had een kleedje aan dat onze bomma in het bejaardenhuis niet zou misstaan, terwijl de andere als een Indiaanse squaw een fel etnisch getint tafelkleed van een inheemse stam over het hoofd getrokken had. (denk aan een stuk textiel dat iedere toerist op reis wel eens koopt, maar waarvan ie eens thuisgekomen afvraagt waarom hij dat lelijke stuk stof begot gekocht heeft). De meisjes hadden heel goed naar hun countryvoorbeelden geluisterd, de typische country-snik beheersten ze heel goed, in hun beste momenten hadden ze iets van de vroege Alele Diane, maar ze misten toch iets te veel een eigen smoel en moeten nog meer hun best doen om hun grote invloeden niet gewoon na te spelen maar er een eigen invulling aan te geven.

De eerste avond van de PIAS-nites werd afgesloten door Mogwai, de Schotse post-rockers. Na de ondergang van Royal Bank of Scotland (zowat het grootste financieel debacle van de wereldwijde kredietcrisis) en deze week ook de Glasgow Rangers, moet Mogwai naast single malt, zowat het enige zijn dat de Schotse eer nog hoog kan houden. Hun laatste album , ‘Hardcore will never die, but you will’, konden we best wel smaken, dus waren we benieuwd hoe ze tegenwoordig live zouden klinken, want het was al een tijdje geleden dat we ze nog live gezien hadden. Oordopjes in dus, en naar de grote zaal. Mogwai was wisselvallig deze avond, bij wijlen schitterend, vooral in de nummers waar ze postrock met electronica mixten zoals “Hunted by a freak”, dat zo aan Air schatplichtig is met de vocoder-stemmetjes of in “Mexican grand Prix”, robotrock voor de nieuwe eeuw.
Maar soms was het saai, Mogwai heeft niet de grootste podiumpresence, en de postrock-cliches werden niet altijd geschuwd.  Beter werd het toen Mogwai het feedback-pedaal indrukte, bv in “Rano Pano” , een gruisfest feedback-bonanza, of in all time favourite en Duyster classic “Mogwai fear satan”. Epische tracks die niet verveelden waren er ook, zoals ” Friend of the night”.
Maar in zijn geheel was dit toch geen schitterend  concert, bij momenten leek het of Mogwai sinds de jaren negentig stil was blijven staan, terwijl ze op hun laatste plaat toch duidelijk bewijzen dat ze nog altijd evolueren.

In ieder geval was het vanavond een heel geslaagd verjaarsdagfeestje geweest voor het beste niet-Engelse rocklabel van de laatste dertig jaar, er zat een zekere consistentie in de programmatie, een mix van bekendere namen en jonge beloftes die allemaal sfeer in de grote fabrieksruimtes van Tour & Taxis brachten. Op naar de volgende dertig jaar zouden we zo zeggen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dag-1-16-02-2012/

Organisatie: Pias

 

Le Peuple de l’Herbe

Le Peuple de l’Herbe - Adrian Sherwood - De groene wereld in het hart van Gent

Geschreven door

Le Peuple de l’Herbe - Adrian Sherwood - De groene wereld in het hart van Gent

Er was een redelijke goede opkomst in de Balzaal van de Vooruit voor dit concert van de Franse liefhebbers van het betere blad, met een toch aardige Franstalige vertegenwoordiging. De leadrapper leek me wel geen Fransman, maar had zo’n onbestemd Engels accent, kwestie van de communicatie wat te vergemakkelijken veronderstel ik, wat aardig lukte. Weten we nu sinds dit concert ook wat een Wietgast is, maar sinds er niet meer gerookt wordt op publieke plaatsen, is een bepaalde folklore ook wel teloor gegaan. Bepaalde mensen hadden dat nog niet begrepen.

De mensen van le Peuple de l’Herbe hebben al een respectabele pedigree en produceren zo wel vaak bij iedere nieuwe plaat een andere sound, volgens mijn voorstudie. Ook best wel veel wissels in de bezetting. Op plaat ook wat gezapiger dan wat je live te horen krijgt, maar afwisseling is er genoeg. Er wordt veel gerapt en er zitten de obligate hiphop- en reggae- invloeden in. Eigenlijk draaien ze alles wat een beetje dansbaar en ritmisch is door de mangel, en het resultaat is dan toch op zijn minst verrassend, op zijn meest aanstekelijke feestmuziek. Sommige nummers doen denken aan House of Pain, er zitten reggaenummers en Franse hiphop tussen, eigenlijk het hele assortiment. Dit is eigenlijk muziek om op een festival te staan, bij zomers temperaturen die net als andere dingen de perceptie in een bepaalde richting sturen.
Voor zover ik kon nagaan speelden ze wel een aantal van hun recentere nummers en een aantal van de minder bekende zijn dan afgaande op het meezingen van het publiek een heel klein beetje klassiekers, zonder dat ik er nu per se iets wereldschokkends in gehoord heb, maar standaarden stijgen nu eenmaal met de jaren. Sympathieke gasten, ze mogen zeker terugkomen.

Nadien mocht Adrian Sherwood het dertigjarig jubileum van zijn On-U-Sound label komen vieren, en dat mits een DJ-set waarin heel wat releases voorkwamen uit de onderhand behoorlijk indrukwekkende labelcatalogus. Sherwood ziet er eerder als een anaal aangelegde techhead uit, maar hij zal best wel meevallen eens je hem beter leert kennen, maar wat ik gewoon gezegd wil hebben is dat hij niet bepaald doet denken aan rasta’s en de hele subcultuur. Dat doen dan weer vermoeden dat deze het vanuit een onversneden passie voor de muziek al 30 jaar uithoudt en dat kan weer op onze onverdeelde sympathie rekenen.
Het is een beetje ondoenbaar om als je geen aficionado bent het allemaal te blijven volgen, maar het zal wel zaak zijn om je muzikaal open te stellen. Tijd dus toen om je onder te dompelen in de warmte van de diepste dubregionen, wat ondergetekende dan ook met graagte gedaan heeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/le-peuple-de-l-herbe-17-02-2012/

Organisatie: Democrazy, Gent

Hidden Orchestra

Hidden Orchestra - Hidden Treasure

Geschreven door

Hidden Orchestra - Dit Schotse kwartet uit Edinburgh, voorheen gekend als Joe Acheson Quartet, is op tournee op het Europese vasteland. Vooraleer ze verder trekken naar Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië, Polen en Italië maken ze graag een tussenstop in Brugge. Cactus Club wist hen te strikken in het kader van hun geplande concertreeks ‘Breaking Waves’, waarbij zij op zoek gaan naar minder gekende, veelbelovende groepen.  Een verborgen schat ontdekken voor een spotprijs van vijf euro is dezer dagen heel zeldzaam geworden. Toch kwamen er slechts een honderdtal toeschouwers opdagen om zich te laten vervoeren door dit elektronisch jazz orkest.   Fine by me, een select publiek van ware liefhebbers staat vaak garant voor een intiem concert. En dat werd het ook …

Hidden Orchestra, samengesteld uit Joe Acheson (bass/samples), Poppy Ackroyd (keyboards/viool), Tim Lane (drums/trombone) en Jamie Graham (drums). Stuk voor stuk goede musici die merkbaar genieten van elke minuut van hun samenspel en perfect op elkaar ingespeeld zijn.  Vanaf de eerste noten doet dit viertal ons denken aan grootheden zoals The Cinematic Orchestra, Bonobo of 4hero. Op de voorgrond twee fantastische drummers die elkaar perfect aanvoelen en op de achtergrond de bassist en violiste/toetsenist die ook live samples nemen om meteen te ‘loopen’ en in het percussieve geheel te verwerken. De partijen van deze vier worden netjes aangevuld met voorgeprogrammeerde samples (blazers, strings, soundscapes, vocals) die resulteren in een heel volle, filmische en emotionele sound met elementen uit jazz, klassiek, drum ‘n’bass en hip hop. Het oeuvre van dit jong orkest is nog niet zo uitgebreid en we horen dan ook vooral nummers uit het eerste album ‘Night Walks (Tru Thoughts – 2010)’ zoals “Strange”, “Dust”, “Footsteps” en “Undergrowth” en het nummer “Flight” uit hun laatste ‘Flight EP’ (Tru Thoughts – 2011).  Bovendien krijgen we het onuitgebrachte nummer “Burning Circle “ te horen en nog een kersvers, titelloos werk. Als kers op de taart spelen ze “Wandering” op het einde van de set, wellicht ook het bekendste nummer voor het publiek. Ze bedankten ook de uitzinnig dansende man met het witte haar voor zijn aanstekelijk enthousiasme bij dit nummer.  


We werden getrakteerd op een korte maar heel diep emotionele en dromerige set waarbij het nogal divers samengestelde publiek voortdurend uitgenodigd werd om mee te knikken en om zelf scenes voor hun persoonlijke film in hun hoofd vorm te geven.  Perfecte sound om thuis op de sofa te rocken of om weg te mijmeren bij een lekker glaasje wijn! Hou dit viertal maar in het oog want ze zijn beloftevol, klinken fris en weten met hun bezetting en hun box vol samples perfect verschillende emoties in hun muziek te leggen.

Wil je nog meer te weten komen over deze ‘hidden treasure’? Bezoek dan hun site via de volgende link. Je vindt er ongetwijfeld nog wat extra freebies.
http://www.hiddenorchestra.com/

Eerstvolgende ‘Breaking Waves’ concerten: The Samuel Jackson 5 , CallMeKat … check http://www.cactusmusic.be

Organisatie: Cactus Club, Brugge (ikv ‘Breaking Waves’)

Gotye

AussieBelg Gotye staat er live!

Geschreven door

… Hoe het allemaal een vaart kan gaan? Onze AussieBelg Wouter ‘Wally’ De Backer (van origine een Belg uit Brugge, maar al jaren verblijvend in Melbourne) Gotye (spreek uit ‘Gauthier’) heeft met “Somebody that I used to know “, uit de derde cd ‘Making mirrors’, een anti-liefdesduet met zangeres Kimbra, een wereldhit op zak! Een schot in de roos én  in het geheugen gegrift van iedereen . Het nummer is al diverse malen te horen als cover, de versie van Walk off the earth intrigeert het meest en is magnifiek! Gotye als een omhooggeschoten komeet, dé hype van 2011 met een pak nominaties …
Hij begon als éénmansproject. We zagen hem, toen de tweede cd ‘Like drawing blood’ pas uit was, met de singles “Hearts a mess” en de in’60’s gedrenkte “Learnalilgivinanlovin’”, op Leffingeleuren … een jonge hyperkineet, die het ene na het andere instrument bespeelde, van piano, toetsen, drums en dubbele percussie tot de sounds op z’n laptop. Hij ontpopte zich als een jonge ‘do-it-all’ Beck Hansen.

Gotye was al in het najaar van 2011 eens te gast in de AB, een concert dat in een mum van tijd uitverkocht was .Ook nu concerteerde hij voor 2 concerten in de AB en ook deze waren in een oogwenk uitverkocht. Sneeuwbaleffect van die ene, treffende, snijdende, emotievolle single … een grote naam dus… Zelf blijft hij bescheiden , is vriendelijk en spreekt z’n publiek aan in gebroken Nederlands, afgewisseld met de Engelse taal.
Een goed afgestemde, charmante band staat achter hem. We horen in de bijna anderhalf uur durende set gevarieerd materiaal, boeiend door de subtiele , uitgekiende melodie en de sfeervol, dromerige , broeierige intensiteit; in die toegankelijke artypop zijn trippop, reggaetunes, sampling, swing en laidbackklanken te horen. Live klinken de songs frisser, breder, rijker en vetter.
Op het podium zagen we indrukkende percussies, tribaldrums en elektronica, in combinatie met de traditionele instrumenten steelpedal, gitaar en bas, aangevuld met een xylofoon en een apart toestel, een ‘metalofoon’.
De amicale jonge dertiger  grossiert in het oeuvre van oudjes The Police, Sting, Peter Gabriel, XTC, de ‘Sandinista (3CD)’ van The Clash en kruidt het met retro, soul, psychedelica, allerhande geluidjes en percussie van kleurrijke bands en artiesten als MGMT, Beck en Vampire Weekend . Hij maakt er iets leuks van , soms met een (lichte) swing. De samples waren niet steeds geslaagd , maar het totaalgeluid en de charme vingen dit voldoende op. Qua stem moest Gotye er wat doorkomen; het feit dat hij wat ziekjes was zat er voor iets tussen; hij moest noodgedwongen de interviews afgelasten.
Gretig startte hij & de band met de huidige single “Eyes wide open”. Extraverte versies van “The only way”, “Easy way out” en “Smoke & mirrors” volgden ; de songs lieten ruimte voor de instrumenten en waren niet vies van de tromroffels en percussie van o.m. Gotye zelf . Iets verderop zorgden “Thx for your time” en “Don’t worry we’ll waiting you” voor klankkleur door de dubs, de tribaldrums en triphopsounds, nummers die Gotye’s durf en avontuur beklemtomen.
Orgelpunt in de set was het dromerige “Somebody that I used to know”, middenin de set, die vocaal met Naomie Wolfs van Hooverphonic werd gedragen.
Variatie binnen dit muzikaal spectrum …Inderdaad, de funky ritmes en een talkbox (remember Peter Frampton) op “State of the art”, een koorzang op het onschuldige, sfeervolle “Save me”, broeierige, slepende trippende sounds op “Hearts a mess”, met een donkere ondertoon, en  allerhande sfeervolle, zalvende geluidjes van “Bronte”, die de ideale soundtrack vormden voor ‘Watership down’ van de eind seventies Art Garfunkel’s single “Bright eyes”.

In de set was er gevoel voor melodie, finesse en subtiel uitgekiende sounds , die ruimte lieten voor de (tribal) drums , waarin de creativiteit schuil ging van Gotye. In de opzwepende bis kwam het nog duidelijker aan bod door de afwisseling van het fris tintelende “In your light” (hier kan Sting een puntje aan zuigen) ,en het optimisme van het retrovoelende “I feel better” en “Learnalilgivinanlovin’”, die aanstekelijk inwerkten op de dansspieren , wat doet besluiten dat Gotye er live duidelijk staat !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gotye-15-02-2012/

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

The Hickey Underworld

I’m under the house, I’m dying

Geschreven door

Het Antwerpse The Hickey Underworld won in 2006 net vòòr The Black Box Revelation de Humo’s Rock Rally. De titelloze cd klonk rauw, hard rockend en verwoestend. De tien nummers waren stevig, scherp en venijnig . Ze kregen zelfs een stevige scheut grunge en noise. “Mystery bruise” en “Future words” waren alvast twee puike singles.
Hevig, intens en overdonderend was het debuut in 2009, de opvolger , drie jaar later, is splijtend, broeierig en slepend; de rauw, rammelende, vettige noisy gitaarrock met screamo achtige stukken hebben ze nog niet verleerd, luister maar eens naar die single “Whistling”.
Het geheel is iets meer gevarieerd, verfijnd en uitgebalanceerd; en een jaren ’70 psychedelica toets vult aan, zoals op  “Martian’s cave” en “Pure hearts in mud”.
Toegankelijkheid, avontuur en creativiteit, daar staat de Hickey garant voor. Klasse opnieuw.

Van Halen

A different kind of truth

Geschreven door

Van Halen staat nog altijd garant voor één van de meest memorabele hardrock platen uit de geschiedenis, namelijk dat onvolprezen debuut ’Van Halen’ uit 1978 met tijdloze klassiekers als “Eruption”, “Running with the devil”, “Ain’t talking bout love”, “Jamies’s crying” en die formidabele cover van de Kinks hit “You really got me”. Zowat de hele plaat was een bom, en dat kwam voornamelijk door de explosieve chemie die er ontstond tussen de vlijmscherpe gitaarlicks van Eddie Van Halen en de wonderlijke strot van groupie-verslinder David Lee Roth.
Hoewel de band nadien nog vijf behoorlijk sterke platen maakte kon men dat huzarenstukje nooit meer evenaren en na het album ‘1984’, die nog de wereldhit “Jump” opleverde, waren de heren elkaar zodanig beu dat ze er met slaande deuren de brui aan gaven. Roth begon aan een succesvolle solocarrière en EddieVan Halen trachtte zijn groep kunstmatig in leven te houden met als nieuwe zanger de heel wat minder getalenteerde Sammy Hagar aan boord (en later zelfs -zowaar nog erger- met Gary Cherone van het verschrikkelijke Extreme). Het Amerikaanse publiek slikte het nog wel, maar de platen die daaruit voortvloeiden verzonken in een poel van typisch Amerikaanse AOR rock met een alarmerend hoog knuffelrock gehalte. Goede verstaanders hadden het algauw door : Van Halen zonder David Lee Roth is als een tiet zonder tepel, het lijkt gewoon nergens op.
28 jaar na datum (28 !) is de vete tussen de twee kemphanen eindelijk bijgelegd en daar is een tournee en een plaat van gekomen. De hamvraag blijft natuurlijk : kunnen de heren op leeftijd nog even scherp uit de hoek komen als destijds ? Wij hebben daarop een verrassend antwoord klaarliggen voor u, een volmondig ja !
De ervaren rotten zijn vol van de goesting aan de slag gegaan met wat oude demo’s en onafgewerkte songs daterend van voor hun debuutplaat en de sound ligt volledig in het verlengde van wat er op dat fenomenale debuutalbum te horen was. Het is heavy en het rockt dat de vonken er van af springen. Eddie Van Halen en David Lee Roth drijven elkaar tot het uiterste, de riffs en solo’s van Eddie zijn snedig, snel en hard en de vocals van David Lee Roth hebben in lang niet zo gedreven en geïnspireerd geklonken. De Van Halen factor is ook nog wat aangedikt, want Eddie heeft voormalig bassist Michael Anthony vervangen door zijn eigen zoon Wolfgang, en gezien drummer en broer Alex ook nog steeds aan boord is, is het wel een erg leuk familieonderonsje geworden.
De band is 13 songs lang geweldig op dreef, bij momenten ongemeen hard en vet, en er zijn in de verste verte geen synths of keyboards te bespeuren. Songs als “Bullethead” (ook al geboren uit een oude demo), “China Town”,  “As is” en “Outta space” hebben een ongehoorde rotvaart en zijn voorzien van de meest striemende gitaarpartijen die Eddie ooit uit zijn instrument heeft getoverd. Wij begrijpen meteen terug waarom die kerel als één van de beste gitaristen van deze aardkloot aanschouwd wordt.
Van Halen klinkt harder dan ooit, enkel bij de intro van het beduidend frisse “Stay Frosty”, duidelijk het halfbroertje van “Ice cream man”, komt een akoestisch gitaarstukje op de proppen. De song zelf is trouwens even potent en vinnig dan zijn 34 jaar oudere halfbroertje.
Een vitaal “She’s the woman” is ook zo een afgestofte demo waarop de spirit van weleer ongeschonden is gebleven, hierin huist de drive en de punch van een bende jonge gasten voor wie het precies allemaal nog moet beginnen.

Het feest duurt een slordige 50 minuten en verzwakt geen moment, aan het eind zitten nog de krachtige vlammenwerpers “Big river” en “Beats workin’ waarin volop met scherp wordt geschoten.


Om het album op hetzelfde schavotje te zetten als dat fantastische debuut zou te veel eer zijn, er is ook wat minder hitpotentieel aanwezig, maar het komt toch verdomd dicht in de buurt.
En nu maar hopen op die Europese tournee.

The Waterboys

An appointment with Mr Yeats

Geschreven door

Het kan verkeren. Het ene moment wordt uw groepje als een voorname en invloedrijke band beschouwd, jaren later ligt niemand nog wakker van wat je doet en maak je een nieuwe plaat die quasi aan iedereen voorbijgaat.
Mocht het u ook ontgaan zijn, Mike Scott heeft met zijn Waterboys nu al enkele maanden een nieuw plaatje uit die er best wezen mag, ook al zal het geen muren meer slopen. Nu is de muziek van the Waterboys ook nooit echt rebels geweest, het lag mijlenver van de punk en wortelde meer in een nostalgische en epische folkrockwereld.
Net als zijn grote voorbeelden Bob Dylan en Van Morrisson heeft Mike Scott iets met dichters en prozaschrijvers, het nieuwe album is een ode aan de Ierse dichter William Butler Yeats, de teksten zijn van diens hand maar de muziek is vintage Waterboys.
‘An appointment with Mr Yeats’ is dus welgekomen voor de fans maar zal verder weinig vers bloed aantrekken. The Waterboys passeren hier zowat een beetje in al hun gedaantes, van orkestraal en episch (“The hosting of the shee”) tot rootsy en folky (“Mad as the mist and slow”, “Before the world was made”), er zijn dromerige ballads en voorzichtige rockers.
Het is niet bepaald de beste Waterboys plaat, daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op en wordt ook al eens de grens der meligheid overschreden (op goedkope deuntjes als “Winter birds”, “Sweet dancer” en “Politics”), maar toch kunnen we spreken van een onderhoudend plaatje met voldoende boeiende momenten om enig bestaansrecht te verwerven, hoewel ‘This is the sea’ en ‘Fisherman’s blues’ nu toch echt wel heel ver lijken.

The Waterboys komen op zondag 18 maart de plaat voorstellen in de AB, en ze hebben beloofd om er een avondvullend tweeluik van te maken (geen support act) waarvan een helft gevuld met de nieuwe songs en een andere helft met instant Waterboys klassiekers. U heeft dus geen reden om daar niet te zijn.

Mark Lanegan

Blues Funeral

Geschreven door

Acht jaar zit er tussen ‘Bubblegum’ en ‘Blues Funeral’, maar dat wil niet zeggen dat Mark Lanegan al die tijd heeft stilgezeten. Hij blikte in die tijd maar liefst drie pareltjes in met Isobel Campbell, vormde samen met Greg Dulli de fantastische Gutter twins, dook in de studio met Soulsavers, UNKLE en Twilight Singers en ging ook nog eens op tournee als gastzanger met Queens Of The Stone Age. En, neem het van ons aan, overal waar Lanegan zijn angel in sloeg zorgde dat voor extra dimensie en diepgang, ga al die plaatjes er maar eens op na.
Toch was het hoogtijd dat hij nog eens zijn eigen ding deed, en met ‘Blues Funeral’ is ie weer in zijn pijnlijke zelf gedoken. Wie Lanegan een beetje gevolgd heeft, weet dat we hier geen opgewekte deuntjes moeten verwachten, hoewel het halve disco liedje “Ode to sad disco” wel de schijn tracht op te houden, maar Lanegan’s grafstem biedt voldoende tegenwerk om met beide voetjes op de grond te blijven.
De grillige en dreigende opener “The gravedigger’s song” zet alvast de lijnen uit met ijle gitaren, maar verder laat Lanegan zijn rokerige stem vrij veel begeleiden door een pak elektronica met een eighties tintje, wat de zaak er daarom niet bepaald luchtiger op maakt, getuige diepgravende songs als “St Louis Elegy” en “Phantasmagoria blues”.
Wanneer de omlijsting wat naakter klinkt, zoals in het akoestische en folky “Deep black vanishing trian” gaat hij zelfs nog wat dieper.
De rockers zijn in de minderheid deze keer, met zijn tweetjes zijn ze, een snedig “Riot in my house” (met buddy Josh Homme op gitaar) en een jachtig “Quiver syndrome”.
‘Blues Funeral’, die eigenlijk niks met blues als muziekgenre te maken heeft maar wel de blues ademt (als u begrijpt wat we bedoelen), is een indrukwekkende plaat geworden die weliswaar zijn tijd nodig heeft. Wij durven hem nu nog niet op de eenzame hoogte van ‘Bubblegum’ te plaatsen, maar u komt het ons best binnen enkele maanden nog eens vragen.
Mark Lanegan komt tot twee keer toe zijn ziel er uitspuwen in de Antwerpse Trix op 2 en 3 maart, helaas voor u zijn beide concerten al lang uitverkocht.

Pagina 390 van 498