logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Johnny Rocket

Dance Embargo

Geschreven door

Wat doe je als al je lieven van je weglopen en je geen enkele baan kan houden? Dan start je inderdaad een rock’n’roll band op, althans zo denken de Duitsers van Johnny Rocket er over en tot dusver heeft deze attitude hun nog geen windeieren gelegd want in het punk’n’rollgenre zijn ze reeds een gevestigde waarde.
’Dance Embargo’ is ondertussen reeds hun tweede cd geworden en deze vetkuiven vinden het nog steeds cool om anno 2010 te poseren voor Buick’s of andere Cadillac’s en ook al heb je het gevoel dat je zo’n cd reeds duizend maal gehoord hebt (het is niet alleen het gevoel, het is ook daadwerkelijk zo) blijft dit op de heupspieren werken.
Ouderwetse punk die soms steevast in blues dreigt te stranden maakt van Johnny Rocket een groep die met Rocket From The Crypt te vergelijken valt, en zo’n vergelijking is meer dan een eer.
In Nederland zou men dit omschrijven als een ‘recht voor je raap schijf’ en daarmee heb je meteen de kernwoorden van deze plaat: doodseerlijk, en dit van punkrockers die een mooie balans tussen Elvis en The Ramones gevonden hebben.

Info www.myspace.com/johnnyrocketband

Deer Tick

The Black Dirt Sessions

Geschreven door

Een meeslepende plaat die voorzichtig zijn talenten prijsgeeft, dat is deze ‘The black dirt sessions’. Deer Tick is vooral de speeltuin van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley die hier alle tracks op zijn naam heeft staan. De man schudt een handvol intieme en schitterende songs uit zijn mouw waarmee hij gerust naast Jeff Tweedy (Wilco), Adam Stephens (Two Gallants) en Peter Case mag gaan staan. McCauley’s stem snijdt scherp doorheen de songs die variëren van americana tot ingehouden southern rock.
Het begint heel ingetogen met een vijftal ballads waarvan de pianoballad “Goodbye dear friend” en het prachtige akoestische “Piece by piece and frame by frame” de mooiste zijn. Vanaf “Mange”, een pareltje die zich ontpopt in de richting van The Stones hun “Sympathy for the devil”, mag het gaspedaal iets worden ingedrukt en worden de elektrische gitaren van stal gehaald, al gaan die nooit te hard van stapel lopen. Er mag al eens sporadisch gerockt worden, maar het zijn toch vooral fijne, intieme en soms breekbare songs die we terugvinden op dit heerlijke werkje. Het epische en zweverige “Blood moon” is daar een bijzonder knap staaltje van, een prachtsong als je ’t ons vraagt.
Mooie plaat die alsmaar beter wordt.

Pulled Apart By Horses

Pulled Apart By Horses

Geschreven door

Het debuut van Pulled Apart By Horses is nogal een …euh woest plaatje. Subtiele songtitels als “Back to the fuck yeah” en “I punched a lion on the throat” spreken hierbij boekdelen. De songs worden er eerder uitgespuugd dan gezongen, gitaren gaan geregeld over de rooie en de agressie en frustraties spatten met serieuze lappen van dit plaatje, denk zo een beetje in de richting van MC Lusky of Death from above 1979. Gelukkig herkennen geoefende oren zoals de onze hier en daar zowaar wat melodieën tussen de razernij door, maar de geluidsmeters gaan toch overwegend in het rood op dit gloeiend hete en explosieve plaatje.
Als u het al niet te goed deed met uw buren, dan is dit de fatale genadestoot, haal er met de volumeknop een felle ruk naar rechts uw voordeel uit.
Een sloophamer van een plaat.

Steve Miller Band

Bingo!

Geschreven door

Na maar liefst 17 jaar maakt Steve Miller nog eens een nieuw album. Wat de man gans die tijd heeft uitgevreten is ons een raadsel, maar met ‘Bingo!’ laat hij met plezier toch nog eens van zich horen. De sound op het nieuwe album is onmiskenbaar Steve Miller en de algemene teneur is de blues, zij het niet de kommer en kwel vanuit de diepste spelonken van de Mississippi, maar wel de eerder luchtige en elektrische Miller interpretaties van enkele blues traditonals van BB King, Otis Rush, Jimmy Reed en een paar puike songs van de hand van Jimmie Vaughan (“Hey yeah” en “Don’t cha know”). Steve Miller en vooral zijn elektrische gitaar geven een fijne schwung aan al deze bluessongs die misschien al wel een keertje te veel zijn gecoverd, maar goed, de Miller versies nemen we er graag nog bij. Leuk om te horen hoe hier met evenveel plezier als klasse gemusiceerd wordt en hoe Miller er in slaagt de bluessongs een ‘positieve feelgood touch’ te geven. De blues waar je als het ware vrolijk van wordt.
Een plaat die bergen gaat verzetten is dit zeker niet, maar het is stukken beter dan de slappe gedrochten die Miller in de jaren tachtig heeft afgeleverd. Deze ‘Bingo!’ mag je zonder beschaamd te zijn gaan klasseren tussen Miller’s albums van eind jaren zestig.
Een geslaagde come-back cd noemen ze dat dan.

The Flaming Lips

The Dark Side Of the Moon

Geschreven door

The Flaming Lips – Stardeath and White Dwarfs
Als u zich afvraagt hoe ‘Dark Side Of The Moon’ zou geklonken hebben met Syd Barrett nog in de Pink Floyd rangen, dan zit het voor u wel snor met deze interpretatie die The Flaming Lips aan de Pink Floyd klassieker hebben gegeven. Dit klinkt precies zoals u het zich zou voorstellen, tenminste als u een beetje vertrouwd bent met de prettig gestoorde capriolen van the Flaming Lips: geflipt, psychedelisch, spacey, stoned en bijwijlen knettergek.
De Lips hebben zich kostelijk geamuseerd met tal van stemvervormers, omgebouwde synthesizers en ontspoorde gitaren. De plaat is evenwel sterk overeind gebleven -dit is niet voor niets ‘Dark Side Of the Moon’ - en Wayne Coyne en consoorten (o.a. Peaches en Henry Rollins doen mee) hebben dit niet als grap bedoeld maar wel als een respectvolle, zij het zeer eigenzinnige, interpretatie van een mijlpaal uit de muziekgeschiedenis. Het resultaat is meer dan geslaagd, al twijfelen we er wel aan of Pink Floyd techneuten hiermee vrede zouden kunnen nemen. Ze zouden toch beter eerst eens aan de paddestoelen zitten voor ze dit werkje gaan beluisteren. Kan helpen.
Wij daarentegen zijn er zot van.

Eddy Current Suppression Ring

Rush To Relax

Geschreven door

In de Australische ondergrond zijn er wel vaak nieuwe ontdekkingen te doen, ECSR is er één van. Dit is trouwens al hun derde album, dus moeten we dringend ook eens die eerste twee gaan checken.
ECSR grossiert in stevige punky garage rock met knipoogjes naar The Stooges, Radio Birdman, The Strokes, The Hives of The Velvet Underground (on speed). Lekker gutsende en rammelende gitaren vormen hier de hoofdbrok. Een paar felle lappen punk van om en bij de minuut (“Walked into a corner” en “Isn’t it nice”) staan met één voet in het jaar ’77, toen punk hoogtij vierde, maar ECSR laten voor hetzelfde geld hun gitaren fijntjes buiten de lijnen soleren op het geweldige “Tuning out”, alsof Tom Verlaine er hier voor iets tussen zit. Een tintelend orgeltje en een opzwepende baslijn maken van “Second guessing” een onweerstaanbare song die alsmaar heter wordt terwijl “I can be a jerk” even simpel als slordig en mooi klinkt. Voelen wij hier Pavement niet in de lucht hangen, en zelfs een beetje Cramps ?
Deze ‘Rush to relax’ heeft hoegenaamd geen last van overproductie of van een afgelikte sound, het is allemaal nogal spontaan, ruw en vettig op band gezet, zoals het hoort bij de betere garage rock.
Wij gaan dit stomend plaatje een plaats geven vlak naast dat van The Soft Pack, ook zo’n gitaardingetje waar we helemaal zot van zijn.
En wil er iemand dringend die gasten uit hun Australisch hol halen en ze naar Europa brengen. Op een podium moet dit spetteren, me dunkt.

Andreya Triana

Lost where I belong

Geschreven door

Iedere jaar lijkt het wel of er één of andere vrouw uitgekozen wordt als hippe souldiva waarbij het soms één of andere miss-verkiezing lijkt te zijn en dit jaar ziet het er naar uit dat deze eer weggelegd is voor de Londense Andreya Triana.
Voor de meeste is deze artieste nog een nobele onbekende maar eerder liet zij zich reeds opmerken op platen van Mr. Scruff, Flying Lotus of Theo Parrish.
Blijkbaar moet het dancelabel Ninja Tune dollartekens gezien hebben in de zwarte ogen van deze crooner-performer want onder de hoede van poducer Bonobo werd haar prompt een contract aangeboden waarvan deze ‘Lost where I belong’ het eerste resultaat is.
Het geheel mag er best wezen waarbij Andreya zich als een volleerde soul/jazzdiva zich op een negental nummers stort die je eerder zou thuisbrengen in één of andere champagnebar dan op een dansvloer.  Het is overduidelijk dat het moedervoorbeeld Nina Simone was (ook al lijkt Sade niet veraf) en dat maakt dat deze cd er zo eentje is waarbij alle nummers vertrouwd klinken nog voor je ze gehoord hebt.
Het commerciële concept wordt niet geschuwd ook al is de eindbeoordeling er eentje die in het positieve neigt uit te draaien.

Info
http://www.myspace.com/andreyatriana

Pukkelpop 2010: donderdag 19 augustus 2010

25 jaar Pukkelpop is iets speciaals; in een typisch ongedwongen kader kon je op zoek naar talrijke ontdekkingen op de verschillende podia, comedy, dance acts en dj’s, was er randanimatie, comedy en kermisattracties; de immense diversiteit van eet- en drankstandjes sierden het geheel.
Pukkelpop 2010 was opnieuw geslaagd. En of de formule aansloeg, want voor de eerste keer in z’n geschiedenis was het festival uitverkocht!
Elke dag meer dan 65000 bezoekers onder wie 51 nationaliteiten. Vooral Nederlanders, Britten, Ieren en Zwitsers vonden dit jaar vlot hun weg naar Kiewit. Zelfs Australië was goed vertegenwoordigd!
… Een groots succes met record aantal festivalgangers …
Een ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen en hielden van de ontdekkingen en van de gevestigde waarden.
Pukkelpop maakte z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie in Hasselt-Kiewit, het unieke paradijs voor muziekliefhebbers om het eerst de groepen van morgen te kunnen zien …
Pukkelpop had bijna 200 acts te gast. En blijft zijn Belgische trots uitdragen en had 41 acts van eigen bodem.
We dragen Pukkelpop een warm hart toe voor de komende jaren, ondanks het zwarte randje dat het festival overschaduwde …

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

Een overzicht van het parcours van de redactie

dag 1: donderdag 19 augustus 2010

Het Schotse Frightened rabbit (**) (Club) gaf voor ons het startschot. Ze zijn al toe aan de derde cd en dienden hun charmante indierock diverse stroomstoten toe, zonder aan melodie en subtiliteit in te boeten. Het bandgeluid is breder geworden en muzikaal is het kwintet directer en minder beklemmend .Een toffe aanzet. Noteer alvast de platen ‘The midnight organ fight’ en ‘The winter of mixed drinks’. Gezondheid!

Even genoten we dan van de beats’n’ pieces van het Gentse DJ team van Villa (Boiler Room), pompende ‘beats of love’ tracks knalden door de boxen.

Tame Impala (***) (Club) was al meteen een eerste aangename verrassing van de Pukkelpop feesteditie. Australiërs die een mooie psychedelische sound voortbrengen, knappe songs gedrenkt in de seventies met fijne melodieën en af en toe onstuimige gitaren. De psycherock band balt net als Black Mountain en MGMT de beide stijlen samen. De opkomende band gaf boeiende wendingen aan de songs, dompelde ons onder in een slepende, bezwerende trip en serveerde een criminele cover, “Remember me” van Blue Boy. Een interessante nieuwe naam.

De oersympathieke bluesman Seasick Steve (***) (Mainstage) was op een zonnig podium weer helemaal zichzelf. Zijn fijne en simpele bluessongs, gespeeld op verhakkelde gitaren, blijken ook wonderwel te werken op de grotere festivalpodia, en dus ook voor het jonge Pukkelpop publiek.

Omdat Kelis (**) (Dance) sneller dan verwacht terug moest naar de States, stond ze twee uur eerder dan voorzien in de Dancehall. Iedereen was op de afspraak om de grootse dance diva aan het werk te zien. Tja, zij was op vroeger platenwerk een souldiva en gaf vandaag oudjes als “Trick me” en “Milkshake” een aardige Madonna outfit door de dansbeats. Ze werd bijgestaan door twee DJ’s/knoppendraaiers en een livedrummer. Fragmenten van andermans tracks waren aardig verwerkt in haar eigen nummers; dancefloorkillers werden het, waaronder “4th of July” en “Acapella”, die de Dancehall deden ontploffen. Haar heldere vocals en de muzikale gedaantewisseling zorgden voor de nieuwe wending …

De mooi ogende Britse Ellie Goulding (**) (Marquee) pikte al een paar prijzen in de wacht als debutante, maar live is het toch nog een ander paar mouwen. De Marquee was iets te groot om optimaal te kunnen boeien. De ‘lichtvoetige’ elektropop viel letterlijk iets ‘te licht’ uit; ze overtuigde wel naar het eind met de puike dromerige songs “Under the sheets” en “Starry eyed”, die een flinke scheut percussie kregen.

Het setje van Darwin Deez (**) in de Club zullen we ons vooral herinneren omwille van de leuke danspasjes die de bandleden tussen elke song opvoerden op een tape van kitscherige disco muziek. De muziek die ze zelf speelden was soms wel frivool en geestig, maar helaas ook te licht om in onze hersenpan te blijven hangen.

De intieme, sobere pop van fietser Nils Verresen, The bear that wasn’t (**) werd spaarzaam ondersteund van strijkers en percussie en ook de backing vocaliste bezorgde die een hemels kleurtje. Het afsluitende “Headphones” klonk gewoonweg prachtig. De aangenaam weemoedige muziek van een zelf gecreëerde sprookjeswereld, gedragen door z’n zachte breekbare stem, kwamen tot hun recht. Wat een lieve sing/songwriterpop.
 
The Kooks
(*) was de eerste grote band die de aftrap gaf op de Mainstage. De Engelse pop/rockband rond zanger Luke Pritchard kwam maar traag op gang en kreeg het publiek maar moeilijk mee. Naarmate de set vorderde ging dit beter met behulp van songs als “Ooh La” en “She Moves On Her Own Way”. Een hoogtepuntje bereikten ze met hun nog steeds goed werkende “Naive”. Een matig optreden  en een goede aperitief op het stevigere werk dat nog moest komen.

Eerste ferme kopstoot van de dag was de strakke wall of sound van de Black Rebel Motorcycle Club (****) in de Marquee. Geen rustige intermezzo’s deze keer in hun set zoals eerder dit jaar in de Botanique, maar een furieuze en krachtige set die ons bij de keel pakte. Ondanks het feit dat de band de laatste jaren van de radio geweerd lijkt, hebben ze nog steeds sterke songs, een geweldige bundeling van typische shoegaze songs afgewisseld met punkrockers als “Mama”, “Stop” en “Bad blood”, die naast kleppers van het eerste uur staan, “Love burns”, “Ain’t no easy way”, “Spread that love” en “Whatever happened to my rock’n’roll”, een kanjer van een song, die hier alweer een hoogtepunt was. Enkele uren na dit bijzonder sterke optreden sloeg het noodlot toe voor BRMC. Geluidstechnicus Michael Been, vader van Robert Levon Been, kreeg een hartstilstand en overleed ter plekke. Een flinke domper voor de jubileum editie van deze Pukkelpop.

De Club tent bleek veel te klein voor de stevige ‘straight in your face’ rock van het Britse Band Of Skulls (***). Fel en verbeten torpedeerden ze hun hitsende, alternatieve, powervolle rock, die flink in de zakken van The White Stripes heeft gezeten, de enthousiaste Club in. Met potige songs als “I know what I am” en “Death by diamonds and pearls”, die op wild gejuich werden onthaald, hadden ze een gewonnen match. En verdiend! Dit trio zien we hier zeker nog terug, en dan wel op een groter podium. De fanbase kan maar blijven groeien …

Dan was het de beurt aan Blink-182 (**) op de Mainstage. Na hun split deden verschillende bandleden hun ding bij Angels & Airwaves, The Transplants en +44. Nu 4 jaar later kwam de alternatieve punk/rock band weer samen om op Pukkelpop hopelijk een zeer strakke set neer te zetten. Ondanks het feit dat ze een tijdje afwezig waren in het muzieklandschap, konden ze op aardig wat nieuwsgierigen rekenen. Ze werden op hun wenken bediend met nummers als “What’s My Name Again”, ”Down”, ”I Miss You” en “Adam’s Song”. Toen ze “All The Small Things” los lieten, werd duidelijk dat de hele wei daar zat op te wachten, deze hit werd dan ook door bijna iedereen mee gezongen.
Buiten de soms echt barslechte geluidskwaliteit kunnen we zeggen dat het optreden van Blink-182 een ‘fun the hits’ werd, waar nieuwe nummers jammer genoeg uitbleven, maar die ons dan wel doen uitkijken wat het nieuwe werk zal zijn …

Een ander hoogtepunt van de donderdag was te beleven in de Marquee met Band Of Horses (****). Boeiende en emotievolle Americana met prachtige bijpassende visuals op de achtergrond. Deze bende heeft inmiddels al een hoop onsterfelijke songs geschreven en hadden deze allemaal in hun ontzettend mooie set opgenomen. Een knappe sound, bij momenten schatplichtig aan Neil Young en The Jayhawks, gebouwd op vloeiende en soms stormachtige gitaren, en met heerlijke vocals van frontman Ben Bridwell. Wondermooi klonken “Factory”, “Is there a ghost”, “Ode to LRC”, “No one ’s gonna love you” en de emotioneel geladen prachtsong “The Funeral” als afsluiter. Kippenvel.

Een groepje waar we warm noch koud van werden was Minus The Bear (**). Hun indierock uit Seattle, verbleekte na de Band Of Skulls, die net voor hen geprogrammeerd stonden, met songs die we al vergeten waren van voor dat ze waren afgelopen. Het dertien in een dozijn- gevoel was ons deel.

School is cool (***) (Wablief?! tent), terecht winnaar van Humo’s Rock Rally, palmt al aardig wat (chiro) rockhartjes in, want de kleine tent kon je niet meer in … Een tweede grootse verovering na Festival Dranouter … Het sympathieke gezelschap was uiterst gemotiveerd, bewezen veel meer in huis te hebben dan het aanstekelijke “New kids in town”, en leverde een fijne set af van speelse, springerige songs. Confetti en slingers werden de eerste rijen in gegooid.

We hadden het al gemerkt aan de talrijke t-shirts op de weide, het overgrote deel van het publiek was ongetwijfeld gekomen voor Iron Maiden (***). Hardrockers op leeftijd (wij zouden toch enkele van hen een bezoek aan de kapper aanraden) die een bijzonder professionele en harde maar ook loepzuivere set speelden. Maar liefst drie leadgitaristen verdeelden de solo’s netjes onder elkaar en, het moet gezegd, zanger Bruce Dickinson was bijzonder goed bij stem en zong de pannen van het dak. De show, niet onbelangrijk bij hardrockers van dit kaliber, had een hoog entertainment gehalte en zorgde voor een volmaakt spektakel. Klassiekers als “The wicker man”, “Number of the beast” en “Hallowed by the name” kregen de wei plat en “Fear of the dark” en het oudje “Running Free” kregen het publiek massaal aan het zingen. De groep speelde een eerbetoon aan Dio en wouden alvast duidelijk maken dat ze er (nog) mogen staan op een PopFestival.
Je moet er voor zijn, maar ook voor wie niet alle Iron Maiden platen in huis heeft, was dit een boeiend optreden. Zeg dat wij het gezegd hebben.

Mint (**) die in de Wablief?! tent hun ding mochten doen, zorgden nog vóór hun optreden al voor een unicum door met hun fiets naar de festivalweide af te zakken. De Limburgers braken door met hun album ‘Magnetism’ en zijn ondertussen al aan hun 3de album toe.
Dat het niet alleen feest is voor Pukkelpop bleek toen ze naar aanleiding van hun 10jarig bestaan nog eens “Glow” van onder het stof haalden. De meeste nummers die ze tijdens hun set speelden kwamen van hun nieuwe plaat ‘Hits From Her Laser’ die in het voorjaar uitkwam. Ondanks het feit dat het geen slechte nummers waren, kwam het publiek niet echt los en deden ze dit pas toen de hits “Your Shopping Lists Are Poetry” en ”The Magnetism Of Pure Gold” werden boven gehaald.

Tot slot hadden we nog het Zweedse Miike Snow (****) in de Club, die de voorbije weken al opvallend veel airplay op StuBru verkregen met de singles “Black & blue” en “Animal”. Als een full band op het podium te zien, gaven ze hun sferische, dromerige en beeldrijke synthpop een bredere laag, die forser en krachtiger klonk, en af en toe explodeerde. En we hadden nog niet alles gehoord …, want ze beschikten over een hoop klassesongs. Fijne ontdekking.

We zagen het voorbije Pukkelpopweekend verschillende bands hun instrumenten tegenover elkaar opstellen. Eén van hen was het uit Bristol afkomstige Fxx Buttons (***), die hun tweede cd uithebben ‘Tarot Sport’, na ‘Street horrrsing’. Ze gingen totaal loos op hun stoorzender geluid, een combinatie van elektronicavertier, noise, herrie, ruis, galm en beats, die nu zelfs wat toegankelijker en kleurijker klonken. Aanstekelijk allemaal, een intrinsieke schoonheid, die hypnotiserende lappen elektronica, ritmes en melodieën die leuke en verrassende wendingen ondergingen. De ‘aliens’ van Fxx Buttons zijn misschien aardser geworden, ze waren één van de overtuigende acts in de kleine Chateau tent.

Veel minder volk voor de Main stage bij Placebo (****), een groep die zichzelf met het prachtige ‘Battle for the sun’ opnieuw heeft herontdekt en veel strakker voor de dag komt dan pakweg enkele jaren geleden. Uit dat laatste prima album werden stomers als “The never ending why”, “ Battle for the sun”, “Ashtray heart” en “Breathe under water” geplukt tussen het heerlijk oude geweld. De band begon verassend met het bijtende “Nancy Boy”, de song waarmee het in 1996 allemaal begon, en ook “Bionic” en het geweldige “Teenage angst” uit diezelfde debuutplaat waren tot ons groot plezier in de set opgenomen. Placebo speelde hard en met evenveel venijn als klasse. Een soort ‘greatest hits’ was het, met als krakers “Infra-red”, “The bitter end”, “Meds”, “Song to say goodbye” en “Taste in Men”. De Nirvana cover “All apologies” was misschien niet nodig geweest vanwege origineeel veel beter, maar voor de rest geen kwaad woord over dit verbluffende Placebo optreden.

Het Antwerpse 5tal van Mintzkov (***) (vroeger Mintzkov Luna) mocht dag 1 in een tot in de nok gevulde Wablief?! tent afsluiten. Het werd een set waarbij ze goed afwisselden tussen nummers uit hun jongste en reeds derde album ‘Rising Sun, Setting Sun’ en het al wat oudere werk. Uniek is de typische samenzang tussen zanger/gitarist Philip Bosschaerts en bassiste Lies Lorquet, een mix, die zorgt voor de herkenbare sound van Mintzkov. Een ode werd gebracht aan Iron Maiden met “Opening Fire” en afsluiten deden ze in schoonheid met “Roadbuilding’, het ideale slaapmutsje om tevreden de eerste zware Pukkelpopdag te besluiten …

Heerlijk geschift waren alweer The Flaming Lips (***) (Marquee) met psychedelische geflipte visuals op de achtergrond, confetti-kannonnen in de aanslag, het nabootsen van dierengeluiden op het podium, ontspoorde keyboards, vreemde gitaren en allerhande tierlantijntjes … songs die rechtstreeks vanuit de ruimte kwamen neergedaald. De avontuurlijke psychedelische opera van ‘Embryonic’ stelden ze voornamelijk voor, met songs als “Worm mountain”, “Silver trembling hands“ en “Sparrow”. Herkenbaarder waren “She don’t use Jelly”, “Yoshimi battles …” en “Do you realize” in dat concept. Een aparte droomwereld met Wayne Coyne als nar.
Door al hun gekdoenerij werd een beetje de vaart uit hun set gehaald, maar dat vergeven we hen, want, hey, dit zijn nu eenmaal The Flaming Lips. Een beetje prettig gestoord zijn kan nooit geen kwaad.

Ooggetuige verslag van een 17 jarige 'die hard' Maiden fan …
”Eindelijk, na 2 jaar kwam de legendarische 'New Wave of British Heavy Metal' band Iron Maiden nog eens naar België om te tonen waar zwaar metaal echt om draait. Dit deden ze met hun ‘Final Frontier’ tour, genaamd naar hun zopas verschenen nieuwe album, waar ze verrassend genoeg slechts 1 nummer van speelden, namelijk “El Dorado”. Toen de vele fans die speciaal naar Pukkelpop gekomen waren voor Maiden plotseling “Doctor Doctor” van UFO door speakers hoorden knallen, wisten ze dat het lange wachten binnen enkele ogenblikken beloond zou worden. Vol spanning keken de duizenden fans naar het grote zwarte doek tot Maidens nieuwe 'space' decor onthuld zou worden (dat het vroegere Egyptische thema vervangt). Wanneer na de laatste tonen van de UFO klassieker eindelijk het doek viel, volgde een oorverdovend gejuich van de fans, en kwam drummer Nico McBrain als eerste het podium opgelopen. Hij lachte eens mooi naar het publiek en verdween vervolgens bijna volledig achter zijn gigantische drumkit (enkel op de schermen zou hij nog te zien zijn), waar hij gedurende een bijna 2 uur en 20 minuten durend concert het beste van zichzelf zou geven. Daarna stormde het gitaristen trio Jannick Gers, Dave Murray en Adrian Smith, samen met 'opper Maiden' bassist Steve Harris het podium op en vlogen ze er meteen in met “The Wickerman”. Niet veel later gevolgd door Bruce Dickinson, die als een gek over het podium vloog, en meteen het publiek kon overtuigen. Ondanks dat je met een Maiden classic als “The Wickerman” niet veel steviger kon beginnen, waren er toch enkele problemen met de klank, waardoor de vliegende start minder overtuigend was dan het had kunnen zijn. Maar gelukkig waren de problemen van korte duur.
De rest van de show had Maiden voor alle fans wel wat in huis. De setlist bevatte zowel nummers van hun eerste albums, zoals “Wrathchild”, “Running Free”, de all-time classic “The Number Of The Beast”, en “Iron Maiden”, maar ook verrassend veel nummers van hun laatste 4 albums. Vreemd was wel dat hun grootste hit “Run To The Hills” geen deel uitmaakte van de setlist. Een nummer dat toch ook gekend is bij de grote groep ‘Pukkelpop-pers’ die niet echt vertrouwd zijn met het Maiden oeuvre.
Desondanks heeft Maiden aan Pukkelpop toch maar eens getoond hoe echte metal gespeeld moet worden! Met gierende gitaarsolo’s, perfect gespeeld met opgestoken gitaren en vlammend vingerwerk, stevige gitaar riffs, maar niettemin ten gepaste tijde afgewisseld met een rustige mysterieuze passage. Het hoogtepunt van de show was natuurlijk, en zoals verwacht, “Fear Of The Dark”, dat maar weer eens zorgde voor zeven en een half onvergetelijke minuten Maiden kippenvel. Maar ook “Blood Brothers” was geweldig, het publiek vooraan voelde als één grote familie toen iedereen samen meezong “We’re blood brothers” op de golvende melodie.
De bissen waren eveneens fenomenaal: in gang gezet met het duivelse vers “Woe to You Oh Earth and Sea …”, gevolgd door “666”, het 'nummer van het beest'. Ook “Hallowed Be Thy Name” was een absolute topper, en om er nog een laatste lap op te geven sloot Maiden af met een schitterend “Running Free” - hun eerste single, ondertussen 30 jaar oud (!) - waarna ze vertrokken richting Spanje voor hun laatste optreden van 'The Final Frontier' tour …
Maar hey “ always look at the bright side of life” leert Maiden ons na elk concert …
dank aan Thijs DR …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2010: vrijdag 20 augustus 2010

Pukkelpop 2010: vrijdag 20 augustus 2010
Ook de tweede Pukkelpoprit was er eentje om U tegen te zeggen. Ondanks de muzikale variaties en puike sets had Pukkelpop ook een zwart randje, het overlijden van de geluidstechnicus van BRMC vrijdagavond en gisteren nog de zanger/keyboardspeler van Ou est le swimming pool, die uit het leven stapte. Spijtig dat het 25jaar Pukkelpopfeest op die manier overschaduwd wordt …

Rond de middag schreeuwde en krijste Kate Nash (**) (Mainstage) er maar op los. Het onschuldige meisje van het debuut is een krolse kat geworden en haar klauwen zorgden voor een strak, rammelend geluid. Een handvol songs van de tweede cd ‘My best friend of you’, “Do wah doo”, “Kiss that girrrl” en “Model behaviour” werden op jachtige, nerveuze wijze er door gedraaid. “Foundations” was het enige herkenningspunt met het debuut. Het afsluitende “I just love you more” was alvast een meerwaarde door de gastbijdrage van de gitarist van The Cribs … meer rock … minder punky … slepend en bedreven. Net als haar concert in de Bota konden we ook hier niet direct spreken van een fijne, subtiele set, maar leek het erop de songs op miserabele wijze af te haspelen … is die tweede plaat nu écht zo flets … ?!

Harvey Quinnt, (Wablief?! tent) (***) - Philippe Fierens, is een singer/songwriter uit Antwerpen die dit jaar een naamloze debuut plaat uitbracht, en is tevens de lieveling van Daan.
Hij werd geruggensteund door een paar muzikanten die we kennen van bij Think of One en Zita Swoon. De stekelige danspasjes, die zanger Phillipe Fierens uit zijn lijf schudde en nummers als “Infinite Street” en “Black Pearl”, werden door het publiek ferm gesmaakt. Volgens mij een artiest om in de gaten te houden!

Optimaal genot toen Speech Debelle (***) (Club) begon … Een onderhouden sound van mellow soul en hiphop, een onnavolgbare zegrap en een ongelofelijk goed op elkaar afgestemde band. ‘Laid back dream poetry’ op de leest van Arrested Development, Lauryn Hill en Leela James. Terecht won ze won eerder al de Mercury Prize.

De Chateau was ondertussen in een sauna omgedoopt, de belangstelling voor het charismatische Fanfarlo (***) was groot. De dromerige indiefolkpop neigt naar Aracade Fire en klonk fris, speels, beheerst en pakkend. Hun arsenaal aan instrumenten (het toevoegen van trompet, viool, xylo) en de fijne geluidjes, gaven elan en kleur aan het uitgekiende songmateriaal. De tempowisselingen bracht hen onderhuids naar Mumford & Sons. Een heerlijk geluid. De lang uitgesponnen “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” en het eind van “Luna” kregen een prachtige swing en meeklapgehalte … Indiefolk op z’n … en een tip voor Festival Dranouter volgend jaar …

Blood Red Shoes, (***) duo uit Brighton, Groot-Brittannië, deed vanaf het begin tot het einde van hun set de temperatuur in de Marquee enkele graden stijgen. De interactie tussen drummer Steven Ansell en gitariste Lisa -Marie Carter was heel vurig en deed de passie oplaaien; de energie straalde op het publiek, met als gevolg dat echt niemand nog stil kon blijven staan. Nummers als “Don’t Ask” en “You bring me down” gingen als zoete broodjes naar binnen en vroegen naar meer,dit kregen we, zodat het optreden van Blood Red Shoes meer dan af was!

De synthpop van We Have Band (**) klonk leuk, jong, fris en dynamisch. Aanstekelijke discokitsch/elektro/danspop door de springerige ritmes, electrobeats en opzwepende danspasjes. Maar hun ravesound klonk wat te eenduidig en ze tapten wat teveel uit hetzelfde vaatje om de grote Dancehall te bekoren, waardoor ze voorlopig een klein, fijn dansbandje blijken …

De waverock van White Lies (**) zal op de volgende plaat giftiger zijn door de trage, slepende ritmes, opbouw en de repetitief dreunende toetsen. White Lies stelde een handvol nieuwe songs voor, die een luisterbeurt meer nodig zullen hebben dan de melodieuze reeks van “To lose my life”, “Death” en “Farewell to the fairground”. De groep had een schitterend debuut uit en neigden te dingen naar Interpol en Editors, maar de nieuwe nummers beklijfden totnutoe onvoldoende. De dramatiek nam alvast nog meer plaats in, wat een bocht naar de typical ‘80’s van Joy Division betekende.

Onze Belgische trots The Black Box Revelation (****) stond voor de 3de keer op rij op Pukkelpop; sinds hun deelname aan Humo’s Rock Rally in 2006 hebben ze op bijna elk festival in Vlaanderen gestaan, wat niet kon verhinderen dat de Marquee bijna uit haar voegen barstte van het volk. Jan Paternoster en Dries Van Dijck trokken meteen de aandacht met kleppers “Set Your Head On Fire” en “High On A Wire”. Na de stevige openers deden ze ietwat kalmer aan met onder meer “Sleep While Moving”. De fans kregen een echt vette show voorgeschoteld waar zelfs problemen met de versterker de jonge knapen niet kon stoppen.

Het jonge Avi Buffalo (***) scoorde al een aardige hit met “What’s in it for?”. De schoonheid en subtiliteit van de dromerige indiepop werd  af en toe gekruid door gecontroleerde pedaaleffects en distortie, en de hoge zang riep referenties van Grizzly Bear en Band Of Horses op. Als een jonge Ira Kaplan van Yo La Tengo ging zanger/songschrijver Avigdor Zahner-Isenberg tekeer op het lang uitgesponnen “Remember last time”. Een speelse ongedwongenheid hoorden we in de Club, maar live kon het nog niet volledig beklijven …  De aanzet van een grootse muzikale carrière lonkt evenwel …

Het Californische Avi Buffalo (**) is een band die te nemen of te laten is. Niet iedereen is namelijk te vinden voor het hoge stemgeluid van de nog geen twintigjarige zanger/gitarist Avigdor Zahner-Isenberg. Wie dit wél een troef eerder dan een nadeel vindt, zal dit jaar al volop genoten hebben van hun gelijknamige, zomergetinte debuutplaat. Ook binnen onze redactie werd het plaatje erg positief onthaald en we keken reikhalzend uit naar hun passage op Pukkelpop.
Jammer genoeg werd het niet de triomftocht die kon verwacht worden. “What’s in It For” waarbij zowel Band Of Horses, The Shins als Mercury Rev om de hoek komen kijken, bleek opnieuw het prijsbeest van dienst te zijn maar de rest van de set kabbelde wat te rustig voort en klonk te vrijblijvend. Dit had deels ook te maken met de afwezigheid van toetseniste en vocaliste Rebecca Coleman die normaal de nummers wat voller laat klinken. Pas toen er wat meer kracht op de ritmesectie werd gestoken en de gitaar wat meer fuzzeffecten meekreeg zoals bij “Summer Cum”, kon de aandacht wel terug aangescherpt worden.
Maar al bij al waren die momenten te schaars. Ook een lang uitgesponnen “Remember Last Time” kon niet meer verhinderen dat podiumgewijs Avi Buffalo het bordje ‘belofte’ opgeplakt blijft krijgen (dank aan Erwin)


Altijd verrassend uit de hoek komt Eels (****) (Mainstage). Mark E Everett heeft al een rijkelijk gevuld oeuvre, en speelt bij elke wereldtour bijna telkens met een andere begeleidingsband, die vandaag even goed bij ZZ Top kon staan .. Als een bebaarde zeerover serveerde hij het drieluik ‘Hombre Lobo’, ‘End times’, (het komende) ‘Tomorrow morning’ en gaf hij het materiaal een fikse geut garagerock, bluesrock en gospel. Ruimte voor intieme songs waren er met “Spectacular girl” en “The look you give”, naast de bekende “My beloved monster”, “Mr E beautiful blues” en “Souljacker”, die hij van een paar alternatieve tics voorzag. En Mr E houdt van covers waaronder “Summer in the city” en “Summertime” … de donkere wolken zijn (eventjes) verdwenen uit E’s leven … Kijk, dit concert was af, en terecht kreeg hij een gouden plaat in de armen … Wat een zonnige namiddag beleefden we hier ...

Een volgend hoogtepunt was Foals (****) (Marquee), die een potige set speelden. De songs hadden een intrigerende, opzwepende opbouw, hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie, hoekige strakke riffs en ondergingen verrassende wendingen. De elektronica gaf een eigen specifieke toets en de zang
van Yannis Philippakis waaide over de songs heen; gebalde energie en intense explosies. Doeltreffend, pakkend, dartelend en twinkelend waren woorden op hun plaats voor hun op punkfunk geënt materiaal, “Cassius”, “Electric bloom” en “Two steps twice” klonken gewoonweg schitterend.

In 2008 zagen we Foals (****) ijzersterk op Pukkelpop uitpakken. Ze hadden hun debuutplaat ‘Antidotes’ uitgebracht en hun set was hoekig, snedig en scherp. Dit jaar verscheen hun tweede album ‘Total Life Forever’ en het aan Bloc party, !!! en Battles verwante geluid wordt daarop sfeervoller uitgebouwd. Rustige passages komen nadrukkelijker op het voorplan en krijgen epische, aan progrock verwante afmetingen.
Bij hun passage op de 25ste editie van hét alternatieve festival werden uit beide albums nummers geplukt en dit vormde een mooie afwisseling. Zo kon er genoten worden van energetische uitspattingen in de vorm van “Cassius” en “Balloons”, alsook van aanzwellende pracht als tijdens “Spanish Sahara” dat ingetogen aanving maar een stevig einde aangemeten kreeg.
Foals palmde het podium en het publiek van de Marquee in en liet dit niet meer los. In die mate zelfs dat tijdens “Electric Bloom” frontman Yannis Philippakis vergezeld van zijn gitaar een wandeling inzette richting de p.a. Knap concert en we mogen terecht zeggen: Total Foals Forever! (met dank aan Erwin)

Benieuwd waren we of de 3de passage van Limp Bizkit (***) hier op Pukkelpop er één teveel zou zijn ... Op de scratchtonen van DJ Lethal en onder luid applaus maakte de band in originele bezetting z'n entree op de Mainstage. Opvallende verschijning was Wes Borland, de topgitarist die teruggekeerd is naar het oude nest en zoals steeds een bizarre outfit om de lenden had en een heksenhoed op z'n kop.
Fred – met de pet – Durst, voor de gelegenheid in een Boston Celtics outfit, loofde het publiek voor het hartelijke ontvangst en opende met “Rollin” en “My generation”. Strak en hard werden ze gebracht en overal werden crowdsurfers gespot. “My way on the highway”, “Take a look around” en “Livin it up” zorgden voor enorm veel beweging in de frontstage en ver daarbuiten, en maakten duidelijk dat de nu metalband terug is van 'nooit' weggeweest.
Durst bleef de menigte bespelen en ophitsen en vertelde ook dat we binnenkort een nieuw album mogen verwachten, helaas kregen we hier geen voorsmaakje van te horen. Cover “Behind blue eyes” is eerder een storend rustpunt in een overigens stomende set maar in het slot maakt kraker “Breakstuff” alles goed.
Het optreden eindigt toch nog met een mindere noot wanneer de jarige frontman even later tientallen jonge meisjes het podium oproept zodat het slot in een enorme chaos eindigt met een overbodige versie van “Faith” waar ze toch beter voor de classic “Nookie” hadden gekozen.

Eerder ontgoochelend was Hurts (**) (Chateau). Gekend van de singles “Wonderful life” en “Better than love” en de aan Brandon Flowers ontleende zang van Theo Hutchcraft, hoorden we onderkoelde electropop met een vleugje bombast en kitsch, die nauw leunde aan de Pet Shop Boys. De songs van het debuut ‘Happiness’ konden ons deze avond niet strikken. Vraag is of dit bandje nog meer deugddoende popsongs kan schrijven …

Mumford & Sons (****) lokten de meeste kijklustigen, tot ver buiten de Marquee. Op een goed jaar tijd zijn ze uitgegroeid tot een immens populaire band. Fris tintelende indiefolk/ country en melodieuze liedjes, die stuwende, opzwepende ritmes en aanstekelijke refreinen hebben en ruimte voor gemoedelijkheid bieden. De sympathieke band houdt van ons landje, want het is hier dat ze definitief konden doorbreken met songs als “Winter weeds”, “Little lion man”, “Roll away your stone” en “The cave”. Wat een succesverhaal met hun speelse songs, die een boeiende broeierige opbouw hadden; ze staken voldoende afwisseling en emotie in de songstructuur. Netjes op een rij stonden ze met akoestische gitaren, synths, contrabas, banjo, dobrogitaar en een bassdrum. Een mooie omkadering , gesierd door de stemmenpracht én geleid door de indringende, gepassioneerde, overtuigende stem van Marcus Mumford … Op nog geen jaar tijd één van de ontdekkingen en festivalbands bij uitstek … Noteren voor Rock Werchter én Festival Dranouter!

Even op adem kwamen we met Isbells (***) (Wablief?! tent), de Belgische folkamericana groep rond sing/songwriter Gaëtan Vandewoude. Wij hadden vooraf schrik om door deze rustige muziek zachtjes in slaap gewiegd te worden, maar al snel bleek deze schrik ongegrond te zijn. De hoge, ijle zanglijnen die de 4-kopige band de tent rondstuurden zorgden voor een magisch gevoel. Bij het nummer “As Long As It Takes” mocht het kleine dochtertje van Gaëtan even op het podium komen … wat een vertederend moment! En ”Reunite” was een pareltje … Isbells is zeker en vast voor herhaling vatbaar.

Ook heel populair was de Zweedse troubadour Kristian Matsson, de jonge sing/songwriter The Tallest Man On Earth (***). Een nokvolle Chateau was gekluisterd aan z’n melancholisch dromerige, gevoelige akoestische bluesy, folky gitaarsongs. Hij slaagde in een dosis entertainment. De man werd steeds aangemoedigd verder te spelen door een ganse meute fans … Alsof hij al jaren bezig was. Mooi toch zo’n warm onthaal.

Ook Radical Slave (***) (Wablief?! tent) , een zoveelste project van Pawlowski, nu met Swartenbroeckx – Perotti, bracht ons terug naar ‘90s alternative noiserock. Ergens tussen NoMeansNo, Shellac en het oude Trans Am. Een rauwe, ruwe metaalklinkende gitaar, gortdroge drums, bezwerende synths en een overgemoduleerde zang. Een onvoorwaardelijk respect koesteren we voor Mauro … en de zijnen …

Intussen beukte de Prodigy (***) er maar op los met hun ‘Invaders must die’ en de reeks classic hits als
“Breathe”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodoo people”; genoeg materiaal dus om het publiek te entertainen. Al twee jaar staat de Brits rockende rave/danssensatie op scherp en terecht waren zij één van de headliners. Een verschroeiend goed uurtje volksmennerij … ze zorgden ervoor dat iedereen uit hun dak kon gaan op de energieke, opzwepende, krachtige beats … jawel, adrenalineshots waren het door Liam Howlett, Keith Flint en Maxim Reality in de frontline… ze sloten de zeer gesmaakte set met “Smack My Bitch Up” in schoonheid af.

De dromerige, sfeervolle indiepop van het USA afkomstige Beach House (****) (Club) was indrukwekkend. De meeslepende melodieën door de galmende gitaarlijnen, rudimentaire drums en warme synths voerden je naar een droomwereld, die je door de forsere live aanpak terug bracht in de realiteit. De aanstekelijke vibes, ritmes en de repeterende opbouw werkten in op de dansspieren; een hoofdrol was weggelegd voor de intrigerede zanglijnen van Victoria LeGrand, die The Mazzy Star opriep. Klassesongs serveerden ze en met “Norway” en “20 Mile Stereo” noteerden we alvast twee instant klassiekers.

Snow Patrol (****) is dan de festivalband bij uitstek om het samenhorigheidsgevoel te bevorderen. De charismatische band sprak iedereen wel aan en daar zit zanger/gitarist Lightbody met z’n optimisme wel voor iets tussen. Lofbetuigingen werden het festivalterrein rondgestrooid.
De band trok de kast van een resem hits open, “Open your eyes”, “Take back the city”, “Hands open”, “Crack the shutters”, “Spitting games”, “Run”, “Chasing cars” en “Just say yes”. De U2 riffs slingerden om de oren …Meezinger van de avond was “Shut your eyes”. Opvallend waren de orkestrale partijen en het duet “Set the fire” met Eva De Roovere, een prachtige song met Martha Wainwright op plaat maar live nog nooit gespeeld. Als nieuwe song hoorden we het meeslepende “Big broken”, wat ons nieuwsgierig maakt naar de volgend jaar te verschijnen plaat.

Met The XX (***) (Marquee) kwamen de jaren 80 synthwave spontaan weer boven drijven. De Britse indie pop band die in september vorig jaar een sterk debuutplaat afleverde, bracht een donkere,iets wat deprimerende maar boeiende set van minimalistische prachtsongs als “Crystalised”, “Fantasy”, “Shelter en “VCR”, een spel van aantrekken en afstoten, die zonder al te veel show het publiek raakten. Afsluiten deden ze in schoonheid met het wondermooie “Islands” en “Infinity”.

Nofx (**) sloot een overvolle Shelter af. Begin de jaren '80, ontstaan door Michael Burkett aka Fat Mike, die nog steeds de grote man is achter het punkrocklabel Fat Wreck Records. Misschien bij het grote publiek minder bekend dan Offspring en Greenday maar dat was een bewuste keuze want ze hebben zich steeds als undergroundband geprofileerd terwijl ze meerdere keren benaderd werden door majorlabels. De feestband verkocht reeds meer dan 6 miljoen platen wat al kan tellen voor een punkrockband.
Openen deden ze met “Dinosaurs will die” en het snelle “Linoleum”, zoals steeds was er veel interactie met het publiek en zorgden El Hefe en Fat Mike voor de nodige show. Al snel leek het meer op een ‘spoken word’ optreden dan op een concert, de band oogde loom en speelde slechts 11 nummers op een klein uur én dat voor een punkrockoptreden.
De trompetdeuntjes van El Hefe zorgden af en toe nog voor wat ophef maar algemeen konden we ons niet van een onvoldaan gevoel ontdoen. Klassiekers “Kill all the white men” en “Louise” haalden niet het niveau die anders zo eigen zijn aan de livesound van de band. Ligt het aan het feit dat ze ook een dagje ouder worden of dat ze er weinig zin in hadden, wie zal het zeggen, maar de tientallen vorige shows in België indachtig moesten we teleurgesteld terugdenken aan die energieke liveprestaties uit vervlogen tijden …

Vóór slapen gaan konden we niet omheen het Canadese Holy Fuck (****) (Chateau) … Battles achterna met hun postrock elektronica experiment ... Energiek stuwende, explosieve ritmes van elektronica, drums, pedaal effects en dreunende diepe baspartijen … “Latin America”, Lovely Allen”, “Foxy boxing” en “Stilettos” brachten ons in trance en werkten in op de dansspieren. Een ongelofelijk samenspel … Samen met Fxx Buttons en Foals eerder al te zien, waren zij een even dynamische band in een criminele opstelling …

Tot slot dreunden ‘harder & faster’ de beats van The Bloody Beetroots (**) (Mainstage), een staaltje krachtiger dan de Prodigy. Een nieuwe lichting dansliefhebbers lonkt na Underworld en Chemical Brothers!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2010: zondag 21 augustus 2010

Pukkelpop 2010: zaterdag 21 augustus 2010
Ook de derde, afsluitende Pukkelpopdag was een helse rit naar de diverse podia. Op het hoofdpodium bliezen gevestigde waarden Queens of the Stone Age en de 2 Many DJ’s de 25 Pukkelpopkaarsjes compleet uit …

Rond de middag speelden de Noord-Ierse veteranen Ash rond Tim Wheeler, (***) (Mainstage) een strakke set. Onversneden melodieuze rock, subtiel, pakkend, hitsend en explosief, waarbij we niet omheen het doorbraak album ‘1977’ konden, hun sterkste plaat van midden de jaren ’90. Intussen zijn ze een kwartet geworden en werd tweede boegbeeld Charlotte Hatherley uit de band gezet. Ze doken in hun verleden met schitterende songs als “The shining light”, “Girl from Mars” en “Burn baby burn”. “Oh yeah” lieten ze links. We hoorden een band op scherp, met een potig, gebald optreden!

Iets na 13u stonden de Paranoiacs (***) als eerste het podium van de Shelter. ‘Afsluiten’ heeft bij onze landgenoten wel een bijzondere betekenis gekregen. Dit jaar brachten ze op Valentijnsdag niet enkel een nieuwe plaat ‘Love Junks’ uit, maar kondigden ze ook aan dat het welletjes is geweest en dat ze met een afsluitende tournee een punt zetten achter hun 25 jarig bestaan. Het was dan ook mooi dat precies 20 jaar na hun eerste passage op Pukkelpop - toen er nog met louter één podium gewerkt werd en slechts 10 groepen op de affiche prijkten - er opnieuw een plaatsje voor hen was gereserveerd. En de groep rond de broertjes Hans en Rafke Stevens genoten duidelijk van deze gastvrijheid. Met “I Wanna Be Loved” werd snedig begonnen en ook tijdens de andere nummers werd op hun vertrouwde elan van aan  – pakweg –  de Ramones verwante garagerock verdergegaan. Er werd nieuw (“Save My Rock'n'Roll” en “Another Song”) met ouder werk (zoals het onverwoestbare “I’ve been Waiting”) afgewisseld. Helemaal op het einde verliet Rafke zijn op de strijkplank geplaatste synthesizer om zelf de hoofdvocalen voor zijn rekening te nemen. Met een kwinkslag als zijnde “Ik hoop dat dit niet het beste is wat jullie al gezien hebben, maar voor mij was het dat wel", bleef hij zijn sympathieke zelve. Het was inderdaad niet het beste van de afgelopen drie dagen maar ach wat waren we blij er bij te zijn. Tot binnen 20 jaar naar aanleiding van de nu al in de sterren geschreven reünie?

Die Antwoord (***) (Dancehall) , een rapact uit Kaapstad (Zuid-Afrika), kenden we enkel van hun ‘hit’ “Enter The Ninja”. We waren dan ook heel benieuwd wat de band in hun mars had. Die Antwoord, die nog maar bestaat sinds 2009, bracht een erg dansbare set waarbij het stemgeluid die zangeres Yo-Landi Visser voortbracht, ons spontaan aan Fergie deed denken. Tot onze verbazing werd hun “Enter The Ninja” al heel vroeg op het publiek losgelaten,waardoor we schrik hadden dat we het hoogtepunt daarmee wel gehad zouden hebben. Niks was minder waar, hun vuilbekkerij en vele verkleedpartijen zorgden voor genoeg sfeer om te voorkomen dat we ons gingen vervelen. Nummers als “Rich Bitch” en “Zef Side” zijn geen gecompliceerde nummers maar straalden zo een energie uit dat het één groot feest werd! Afsluiten deden de gestoorde Zuid-Afrikanen met “Doosdronk” en ze waren verkleed in iets wat op een pikachu leek (pokémon).

We pikten nog iets mee van Alain Johannes (**) (Marquee), die in de band Them Crooked Vultures zit. Zo te zien was op de afsluitende Pukkelpopdag de ganse muzikale familie rond Josh Homme bijeen. Solo speelde hij enkele intieme, ingetogen songs, die door z’n grauwe zang ergens bleven hangen tussen Mark Lanegan en Chris Goss.

Tot vóór vorig jaar trad de beloftevolle Selah Sue (****) (Mainstage) solo op. Op Novarock toen, in Kortrijk, had ze voor de eerste maal een heuse band rond zich geschaard en intussen is er een sneeuwbaleffect ontstaan rond de mooi ogende sing/songschrijfster Sanne Putseys. Ze meet zich gemak aan Joss Stone en Amy Winehouse. Onmiskenbaar een groots talent die op het grote podium van Pukkelpop een uiterst genietbare, gevarieerde set presenteerde. De soulpop, met Caribische reggae tunes, kreeg nog meer elan door de ‘70’s Hammond partijen, haar indringende, doorleefde en emotievolle stem, haar verleidelijke blik en haar blauwe ogen. Ze heeft heel wat podiumervaring opgedaan en is een ongelofelijke klassemadam geworden, die sterk voor de dag kwam met songs als “Black part love”, “Fyah fyah”, “Raggamuffin” en “Crazy sufferin’ style”. En het nieuwe “Peace of mind” bracht hulde aan Ou est le swimming pool.

Het muzikaal vakmanschap van Tim Vanhamel en Pascal Deweze werd samengebald onder Broken Glass Heroes (**) (Club). De Broken Glass Heroes kan je kennen van de soundtrack uit de tv serie ‘Benidorm Bastards’. Ze maakten een ‘tuimelperte’ in de tijd, van de ‘60’s Beach Boys naar Crosby, Still & Nash tot ‘70’s retrorock. Sfeervol, lichtvoetig, dromerig en stevig knapperig. Op die manier hoorden we een diversiteit, van het krachtige “Poor little rich girl”, een dromerig “Let’s not fall apart” en een fris rockende “U becomes U”. Broken Glass Heroes was een band met verschillende muzikale gezichten, die over talentvolle componisten beschikt, maar onvoldoende eigen identiteit had en kon beklijven.

Het Canadese Caribou (**) zorgde ervoor dat het nog een graadje ‘hotter’ aan toe ging in de Chateau met hun leuke, frisse en aanstekelijke indiecocktail, opgehitst door percussie, stuwende baslijnen en gitaarriedels. Net als bij Fxx Buttons en Holy Fuck stonden de groepsleden tegenover en dicht bij elkaar opgesteld, om de sound nog meer dynamiek te bezorgen. Een exotisch feestje werd het wel nooit, gezien het klankenspectrum minder variërend was, maar meer zalvend en freejazzy; de in wit geklede heren lieten wel een toffe indruk na …

De adembenemende set van The Low Anthem (***) in de Marquee ging de mist in door de beats die binnendrongen van de andere kant van het terrein. De leden wisselden van instrument alsof het niks was en ontroerden zonder enige versterking (vierstemmig dicht bij elkaar achter 1 microfoon!). De ‘do-it-yourself’ band groef in het verleden van Dylan –Cohen - Young en Waits en brachten emotionele schoonheid van hun breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje had. Verslavend inwerkende songs, die zich een uniek plaatsje toe eigenden in de scène. Wat een ‘close harmony’ …

The Low Anthem (****) uit Rhode Island hoeft ons niet meer te overtuigen van hun klasse. Zowel hun fantastische platen ‘What The Crow Brings’ als ‘Oh My God, Charlie Darwin’ als hun passages in onder meer de AB en op Crossing Border konden ons keer op keer bekoren. Ook op Pukkelpop stonden ze er. En niet alleen de muzikanten maar ook hun arsenaal aan instrumenten, zoals onder meer gitaar, klarinet, drum, contrabas, althoorn, xylofoon, viool, een oud, gerestaureerd orgel en – jawel – ze hadden ook opnieuw de crotales mee.
Hun set klonk intussen vertrouwd en wiegde van rustige folk en americana  (“Cage The Songbird” en “Charlie Darwin”) tot uptempo bluesgetinte covers als “Don’t Let Nobody Turn You Around”, het wild om zich heen schoppende “Cigarettes And Whiskey, And Wild, Wild Women” en als hoo
gtepunt “Sally, Were’d You Get Your Liquor From”. Op het einde van de set gingen de groepsleden rond één microfoon plaatsnemen en brachten een intieme akoestische versie van de traditionele folksong “The Auld Triangle”. Nu ja, intiem is relatief te noemen gezien het feit dat gedurende het gehele concert de beats van de Boilerroom de brute strijd aanbonden met de muziek van de Low Anthem. Eerstgenoemde tent haalde het qua decibels, de Marquee won afgetekend als het op kwaliteit aankwam. (met dank aan Erwin)

Het was niet te doen om dan aan de Dancehall te geraken om het West-Vlaamse kwartet Goose (****) aan het werk te zien. Ze werden op handen gedragen na een lange afwezigheid. Tot aan de Boiler room was het volk bijeengepakt om het elektronicagefreak, de beats’n’pieces en hun punkfunk te ondergaan. “Black Gloves” en “Bring it on” hadden onweerstaanbare grooves, pompende beats en verwerkten ‘80’s synths, ergens tussen LCD Soundsystem, Soulwax ‘Nite Versions’, Kele en Daan. De nieuwe songs “Can’t stop me now” en een prachtig uitgesponnen “Words” hadden een opbouwende start, waren nog meer gedrenkt in die ‘80’s wavegolf van Front 242 en Fad Gadget en gingen naar een overrompelende apotheose …Goose is ‘hot’ en doen halsreikend uitkijken naar de plaat …

Ook in de Club was het koppen tellen om het beloftevolle Noord-Ierse tienergezelschap Two door cinema club (****) te zien. Aanstekelijke, lieflijke, frisse, catchy, dansbare indiepop, gedragen door de jonge, hoge, dromerige stem van zanger Alex Trimble. Synths en beats spraken de dansspieren aan en een gillende gitaarpartij was er mooi tussenin verweven. De jonge band bezat voldoende drive en potentie en had het dus wél met nummers als “Under cover Martyn” en “This is the life” …

Uitgekeken werd naar The National (****), die met de huidige cd ‘High Violet’ en de single “Bloodbuzz Ohio” definitief doorbrak. Een paar jaar terug hadden ze reeds onze aandacht met de cd ‘Boxer’ … subtiel uitgewerkte, hartverwarmende songs, die een onderhuidse spanning en donkere dreiging van Joy Division, Interpol en Editors hebben, bepaald door een breed instrumentarium van gitaren, toetsen en viool en kleur gegeven door blazers; live krijgen ze een stevig randje mee, gedragen door de bariton zang van Matt Berninger.
De charismatische band was weldegelijk onder de indruk van de bijval en speelde een verschroeiende set door de slepende, opbouwende, aanzwellende songs in een bezielde overgave. Een glansrol vervulde de band, Berninger nipte telkens aan z’n glas witte wijn en rekende af met z’n demonen om de songs nog meer zeggingskracht en diepte te geven. “Anyone’s ghost” was de aanzet en een intens bezwerend tempo werd aangehouden met “Mistaken for strangers” en hun “Bloodbuzz Ohio”. Zelfs de sfeervolle “Conversation 16” en “England” kregen een krachtig staartje bedeeld en tot slot speelden ze een schitterende spannende finalereeks met “Abel”, “Fake Empire”, “Mr November” en “Terrible love”. Talentvolle band met hun mooi herfstige pop, americana en folk, gestopt in een ‘80’s wavekleedje … Groots ...

Nadat broer Tim zijn optreden afgewerkt had, was het aan Lotte Vanhamel om haar ding te doen en dit met de Vermin Twins (***). De Vermin Twins bestaan uit Micha Volder (die je kan kennen van het ondertussen niet meer bestaande El Guapo Stuntteam) en de hier bovengenoemde Lotte. Het heen en weer rondspringen van Lotte gehuld in een sexy zwart witte spandex, zorgde alvast voor de nodige aandacht van de mannelijke toeschouwers. Het knotsgekke electroduo ging erg wild te keer en brak met nummers als “Prelude” en “Human child voice” binnen de kortste keren de hele Wablief?! tent af. In hun erg opzwepende nummers kon je heel duidelijk invloeden horen van Basement Jaxx en Daft Punk. Mijn persoonlijke favoriet en bommetje van formaat “Suffocate” mocht hun zeer geanimeerde en geslaagde set afsluiten …

Broken Bells (***) (Marquee), het samenwerkingsproject van James Mercer van de wat in verval geraakte Amerikaanse o zo beloftevolle melancholische en dromerige indieband The Shins, én multi-instrumentalist en groots producer Brian Burton aka Danger Mouse, wisten aangenaam te raken. Hun ‘bedroom kamerpopelektronica’ klonk door de begeleiding van vijf muzikanten uiterst genietbaar. Danger Mouse was overal wel te zien op het podium, op drums, gitaar, bas en toetsen. Na de herkenbare tunes van “The ghost inside”, “Mongrel heart” en “October” hadden we een hymne aan de Sparklehorse frontman Mark Linkous met “Citizen” en “The high road”, solo ingezet door de beide heren. Broken Bells verraste en speelde evenwichtig, meer dan op plaat …

Eventjes pikten we het avontuurlijke brouwsel op van de underground elektronica, hiphop en dance van Flying Lotus aka FlyLo alias Steven Ellison (**) (Chateau). Moeilijk uit te maken welke richting hij uitging met z’n weirde elektronica. Hij bouwde alleszins z’n sounds op, van sferische naar eerder gejaagde, dreigende stukken …

Moeiteloos palmden de QOSA van Josh Homme (****) de festivalweide in met een ‘best of’. De band wordt nog steeds op handen gedragen en werkt aan een nieuwe plaat die pas volgend jaar zal verschijnen. Die songs waren vanavond nog opgeborgen, maar wat een knallende, retestrakke, ‘fantasmatische’ set speelden ze: “Feel good hit of the summer”, “Lost art of …”, “Battery acid”, “Little sister”, “Go with the flow”, en uitgesponnen ophitsende prijsbeesten als “No one knows” en “Song for the dead”. Ooit waren ze opener op één van de Pukkelpopdagen met hun stonerrock toen ze voor de eerste keer in Europa toerden, nu waren ze terecht één van de headliners met een kolkende rockset … En Homme wist z’n fans te entertainen met enkele luchtige opmerkingen, anekdotes en grappige interventies.

Het eigenwijze Yeasayer (***) (Club) uit NYC, Brooklyn goochelt met diverse stijlen op de laatste plaat, en voegen er world en Indiase elementen aan toe. De toegankelijkheid en stuwende synths en drums worden sierlijk gestoord door bevreemdende, geflipte melodieën, dreigende, tegendraadse ritmes en experiment. Met momenten bizarre muziek dus op plaat, die live gelukkig homogener klinkt, intrigeert en op de dansspieren werkt. Daar zorgden songs als “Tightrope” en van ‘Odd Blood’ “Madder red”, “O.N.E”, “Mondegreen” en “Ambling Alp” voor. Ook hier het nodige spelplezier, verrassende wendingen, ingenieuze muzikale interventies en wisselende toonhoogtes van de twee zangers. Minder overrompelend misschien dan twee jaar terug, maar nog evenzeer boeiend en ontvankelijk …

Vanwege het bijzonder uitgebreide aanbod op Pukkelpop moeten er af en toe verscheurende keuzes gemaakt worden. Ook op dag 3 was dit het geval toen Yeasayer (in de Club) geprogrammeerd stond tegenover Jónsi (Marquee). Na een snel en kordaat overleg binnen de redactie zond Musiczine zijn redacteurs uit en gelukkig werd niemand er echt ongelukkig door, zeker niet wie opteerde voor Jónsi (****) (Marquee)
De zanger van Sigur Rós bracht dit jaar een soloplaat uit die voor- en tegenstanders kent en we waren benieuwd of hij op het podium even sterk zou presteren als twee jaar terug op Pukkelpop met zijn volledige groep (een concert dat trouwens nog steeds in ons geheugen geboekstaafd als bijzonder straf).
Er hoefde echter geen twijfel te zijn. Vanaf de eerste noten bij “Icicle Sleeves” greep de sprookjesmuziek het publiek bij het nekvel en kon Jónsi bij de aanwezigen niks verkeerd doen. Waar bij overwegend rustige passages als “Kolnidur” of “Sinking Friendships” de beats nog onderhuids aan het gloeien waren, werd bij onder meer “Go Do” overgeschakeld naar een hogere versnelling en was het zelfs dansen geblazen. Op het einde van de set tooide Jónsi zich met indianenveren en ging expressief te werk. “Stick & Stones” en vooral “Grow Till Tall” zorgden voor een geweldige climax.
Tevens willen wij er aan toevoegen dat niet enkel Jónsi maar ook zijn begeleidende muzikanten alsook de ontwerper van de projecties een pluim verdienden. We zagen op knappe wijze bloeddorstige wolven, jagende uilen, lieflijke kolibries en herten, tot volledige seizoenswisselingen de revue passeren. Ons inziens nagenoeg het beste wat we dit jaar op Pukkelpop zagen.

Jaga Jazzist (***) besloot het slopende festival in de Chateau. Het uitgebreide Noorse gezelschap, wel 9 man op het podium, had een even uitgebreid instrumentarium mee en dreef ons in een meeslepende jazzy trip door de repeterende, opbouwende ritmes en een klankenspectrum van vibrafoons, toetsen, synths, blazers, gitaar, bas en drums, zoals we horen van een Tortoise. Een filmische sound, live extravert en dynamisch.

De absolute headliner op de Shelterstage was Bad Religion (****). Met hun ‘30 th anniversary tour’ doen ze dit jaar een uitgebreide wereldtournee die hen eerder dit jaar al in ons land bracht op Groezrock. Ook hier zoals een dag eerder een nokvolle tent met zelfs tot ver erbuiten veel nieuwsgierig volk, onder leiding van Greg Graffin. Opener “ Do what you want” duurt welgeteld 59 seconden en in die korte tijdspanne zat alles wat de band voorstelt: melodieuze, catchy meezingbare punkrock.
Met 15 platen op hun actief hebben ze dan ook veel songs waar ze kunnen uit putten, naast onbekende parels werden alle classics zoals “Recipe for hate”, “I want to conquer the world” en “Los Angeles is burning” met volle overgave gespeeld, een zestiende plaat staat eind dit jaar op stapel.
Hier een heel ander verhaal dan die andere veteranen van Nofx, maar liefst 27! songs passeerden de revue op een klein uurtje! Hier weinig gepalaver maar gewoon rechttoe - rechtaan en vol gas. In het slot kregen we 3 absolute klassiekers op een rij, “21th century digital boy”, “Sorrow” en “Punkrock song”.Het beste optreden van Pukkelpop werd bewaard voor het einde maar smaakte daarom niet minder lekker!

Stephen en David Dewaele van 2 Many Djs (***) kregen de eer om de 25ste Pukkelpop in schoonheid af te sluiten met een vet feestje! Dat deden ze met een erg indrukwekkende lichtshow waarbij niet werd gekeken naar een laser meer of minder,ook de enorme plastieken bal die op het publiek losgelaten werd, zorgde voor heel wat leedvermaak.
Natuurlijk was er ook het muzikale aspect van hun optreden, muziek van volgende bands werden vakkundig in de mixer gesmeten: Daft Punk, Boys Noize, Queens of the Stone Age, Justice, MGMT, LCD Soundsystem, Crookers, Prince, ABBA, Pink Floyd, enz...
De feesteditie van Pukkelpop werd afgesloten met een door iedereen meegezongen “Happy Birthday” gevolgd door een spetterend vuurwerk.

Op naar volgend jaar! …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Doomshine

The piper at the gates of doom

Geschreven door

Bij sommige groepen moet je niet al te veel fantasie gebruiken om te weten waar het om draait en ja hoor, de Duitsers van Doomshine maken doommetal! Ook al bestaan ze reeds tien jaar zijn ze niet bepaald één van de werklustigste muzikanten op deze aardbol want zo lieten ze hun fans meer dan zes jaar wachten op de opvolger van ‘Thy kingdom come’.
Ondanks het lange wachten is ‘The piper at the gates of doom’ niet echt een wereldplaat geworden want ook al kun je hier rekenen op hondsgetrouwe doommetal in de stijl van Candlemass raakt Doomshine niet echt verder dan de status van ‘best aardig’.
De cd duurt meer dan 70 minuten en als daar tien nummers op staan zegt dat genoeg over het tempo: vaak langgerekte epische doommetal waar plaats is voor gitaarsolo’s.
Liefhebbers van het genre die niet snakken naar vernieuwing zullen dit zeker weten te pruimen, maar er is heel wat beters op de markt te vinden.

Info www.myspace.com/melodicdoomedmetal

The Plastic People Of The Universe

Magical Nights

Geschreven door

The Plastic People Of The Universe mogen voor ons, Westerlingen, misschien een totaal onbekende naam zijn maar in thuisland Tsjechië behoren zij tot één van de meest baanbrekende rockgroepen die daar ooit waren ook al was dat niet altijd even evident in het communistisch regime.
Geïnspireerd door de muziek van Frank Zappa, The Velvet Underground en The Fugs kwamen Milan Hlavsa en Jiri Stevich samen om de boel in Tsjechië op stelten te zetten en dat werd hun geenszins in dank afgenomen want in 1976 besloot de regering zelfs om de muzikanten gewoonweg achter de tralies te steken.
Het zijn inderdaad van die communistische verhaaltjes (voor de personen in kwestie, meer tragedies) waar je al lang niet meer van opkijkt maar dat betekent niet dat we de muziek niet eens nader zouden kunnen onderzoeken.
De groep bestaat tot op heden nog steeds en het vermaarde Munster Records besloot om met deze dubbelcd meteen alles van deze groep samen te bundelen en wie van arty prog-rock met een Oosteuropees tintje houdt zal zeker hiervan snoepen, en andere waarschijnlijk weglopen.
Het was te verwachten dat we met een dergelijke vergelijking gingen afkomen maar het is de waarheid dat The Plastic People Of The Universe net klinken als Frank Zappa die gezien zijn door de ogen van Emir Kusturica want alhoewel de muziek steeds een weg induikt die je niet verwacht, hoor je geregeld die vertrouwde Balkanachtige trekjes.
Doordat hun muziek in het Tsjechisch gezongen is kan twee cd’s misschien voor een overdaad zorgen maar desalnietemin een niet alledaagse, maar doch interessante, kijk op de muziekwereld.

Eat Your Toys

On The Ledge EP

Geschreven door

Eat Your Toys is een trio uit het Franse Rennes dat in 2007 werd opgericht. De band, genoemd naar een nummer van de band Sloy, komt nu op de proppen met zijn eerste EP. Op ‘On the Ledge’ krijgen we vijf fijne nummers in iets minder dan twintig minuten. Het is zeer moeilijk om het trio in een vakje te plaatsen. De rockband haalt invloeden uit de sixties, garage- en punkrock om op andere momenten een zijstap te nemen naar meer pop en dance. Bovendien gebruikt Eat Your Toys heel wat ingrediënten die momenteel zeer populair zijn: stevige, overstuurde gitaren, een stuiterende bas die bij momenten overhelt naar harde disco en een zeer repetitieve stem ... We kunnen spontaan heel wat uiteenlopende bands voor de geest halen bij het beluisteren van de EP: Sonic Youth, Millionaire, Girls Against Boys, het Nirvana ten tijde van ‘In Utero’, maar daarnaast ook meer dansbare acts als Klaxons en Does it Offend you, Yeah?. Toch is geen enkele van al die invloeden dominant en weet Eat Your Toys zich een eigen smoel en een geluid te creëren. De vijf songs zijn bovendien ook gewoonweg sterke nummers, luister maar eens naar de noisy opener “Before the coming Blast”, het van een schitterende baslijn voorziene “Control” en de zeer rustige maar wondermooie afsluiter “Avalanche”. Het is halsstarrig uitkijken naar een full cd van de veelbelovende Fransen.

D.O.A.

Let’s wreck the party

Geschreven door

De Canadezen van D.O.A. zijn niet zomaar de eersten de besten: samen met legendarische bands als Minor Threat, Black Flag en Bad Brains worden ze aanzien als de stichters van de hardcore punk. Deze bands kwamen op het toneel na de eerste golf van punkbands zoals Sex Pistols, The Clash en The Ramones. De muziek van D.O.A. was in vergelijking met deze bands sneller, steviger en een stuk melodieuzer. Het eerste album van D.O.A uit 1981 heette ‘Hardcore 81’ en de hele hardcore en punkbeweging die toen onstond, ontleent dus zijn naam hieraan.
De carrière van de Canadezen duurt al meer dan drie decennia en in die periode veranderde de line up voortdurend. De enige constante was gitarist en zanger Joey ‘Shithead’ Keithley. Nadat D.O.A. dit jaar  al een nieuw studio album uitbracht (‘Talk Minus Action = Zero’) brengt Sudden Death Records, het eigen label van Joey Shithead nu hun derde album ‘Let’s wreck the party’ uit 1985 opnieuw uit. De band opteert in vergelijking met hun eerste platen duidelijk voor een meer hardrock-geluid en hier en daar horen we zelfs keyboards en zeer poppy drums. Tekstueel haalt D.O.A. keihard uit naar het systeem, iets wat ze eigenlijk hun hele carrïere lang blijven doen. In nummers als “General Strike”, “The Warrior ain’t no more”, “Race Riot” en “Trial by Media” fulmineren ze tegen grote en louter naar winstmaximalisatie strevende bedrijven, tegen de benarde toestand van de oorspronkelijke Noord-Amerikaanse bewoners en tegen de eigendomsstructuren van grote mediaconcerns. Andere nummers zoals de de cover “Singin’ in the rain” en “Dance O’Death” zijn een stuk luchtiger en humoristischer.
Na 25 jaar blijft ‘Let’s wreck the party’ een zeer degelijk album maar wie wat centjes overheeft, raden wij een van de eerste twee (hardcore)-albums van D.O.A. aan

Mother-Unit

Brain Massage

Geschreven door

Een zeer opmerkelijk plaat die op de redactie binnenkwam, was ongetwijfeld ‘Brain Massage’ van het Nederlandse Mother-Unit. De band is het nieuwe speeltje van gitarist Bertus Fridael die in de jaren negentig hoge ogen gooide met de stonerrockband 35007. Mensen die de band wisten te pruimen, moeten zeker eens naar ‘Brain Massage’ luisteren. Slechts vier nummers op de plaat maar die wel staan garant voor ongeveer drie kwartier hypnotiserende hardrock- en metalriffs in een psychedelisch jasje. Bands waar wij spontaan aan denken zijn Tool, Monster Magnet en vooral Motorpsycho. De opbouw van de vier instrumentale nummers is steeds dezelfde: eerst is er een vrij lange en rustige aanloop waarna de gitaren, bass en de stevige drums lekker uit de speakers losbarsten. Net als de rustige opening van de nummers duurt het stevige werk zeer lang want Mother-Unit werkt graag met steeds terugkerende ritmes en schema’s. ‘Brain Massage’ is voor ons een van de fijnste platen van 2010!

Another Effort

Another Effort EP

Geschreven door

Uit Leuven komt het viertal Another Effort met hun titelloze debuutEP. De mannen spelen een soort van powerpop en vergelijken zich in hun bio met bands als Foo Fighters, Weezer en Box Car Racer. Dit zijn natuurlijk niet de eerste de besten en de zware vergelijking met deze groepen gaat volgens ons niet helemaal op. Een band waarmee ze zich volgens ondergetekende wel in eenzelfde adem mogen noemen, is The Dildo Warheads, een Vlaamse band die in de jaren negentig best enkele fijne hitjes wist te scoren.
Zeven nummers vinden we op de EP en het valt op dat Another Effort hun best deed om de nummers zo gevarieerd mogelijk te maken.  Niet alle songs weten ons te bekoren maar “Protest Song”, “Running Late” en “Ass a Joke” waar we een duidelijk punkrandje ontdekken, zijn best fijne nummers. We hopen dat de band bij volgende nummers vooral in deze richting doorgaat en opteert voor iets gedurfdere nummers.

Info www.myspace.com/anothereffort

Josiah

Procession

Geschreven door

‘Procession’ is het vierde en tevens laatste album van de stonerrockers van Josiah. Na ongeveer tien jaar besluit dit Britse trio er een punt achter te zetten en dat is best jammer. Dit laatste album bestaat uit twee delen: de eerste vijf nummers zijn nooit uitgebrachte songs die tussen 2006 en 2008 geschreven werden. De laatste vijf nummers zijn live tracks die werden opgenomen tijdens een optreden in Zweden in 2007. Alle nummers houden ergens het midden tussen Black Sabbath, Kyuss en de Queens of The Stone Age. Vooral tijdens de studionummers horen we heerlijke Black Sabbath-riffs, het zijn stuk voor stuk sterke songs die je doen afvragen waarom ze nog nooit gereleased werden. Vooral het nummer “Dead Forever” is Josiah op zijn best: lekker jammen en zanger Matt die volop experimenteert met z’n vocalen.
De vijf live-nummers “Looking at the mountain”, “Time to Kill”, “Maldaso”, “Silas Brainchild” en “I Can’t seem to Find it” zijn een mooie aanvulling bij de studio tracks en tonen dat Josiah een zeer energieke liveband was.
Spijtig dus dat deze mannen ermee stoppen, gelukkig is ‘Procession’ een mooi afscheidsgeschenk.

FeestinhetPark 2010: vrijdag 13 augustus 2010

De vijftiende editie van FihP aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zal ingaan als de succesvolste van bijna 40000 bezoekers. Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering, een muzikale smeltkroes, de samenwerking met de Gentse scène van de Demo, Boomtown en Charlatan, een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef de aparte Igloo tent, enkel en alleen op FihP!), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Al bij al viel het weer mee, maar eindigde in mineur toen het rotweer op zondagavond voor veel mensen op de camping leed veroorzaakte.
FihP zit er weer eens op dus …

Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag. The Opposites, Baloji en Fun Lovin’ Criminals stonden er, en onderstreepten alvast de brede waaier van stijlen. Een ideale warming-up, met als gadget dat je er ook gratis heen kon. 8000 bezoekers waren er, en ondanks de mellow muzikale prestaties, bleek iedereen wel tevreden.

De eerste volwaardige dag was de uitvalsbasis voor de danslustigen, want met kleppers als Paul Kalkbrenner, Orbital, Peaches, Shameboy, Jaydee, Sound Of Stereo en Kevin Saunderson lonkte FihP heel even naar Tomorrowland en Laundry Day …

dag 1: vrijdag 13 augustus 2010

Stijn Vandeputte aka Stijn aka de Belgische funkprins (– lees: funkPrince -)  warmde het publiek op in de Grand Mix aka het hoofdpodium aan de boorden van het Donkmeer. Stijn bedankte het langzaam toestromende publiek voor de vroege aanwezigheid bij aanvang van de set. Traditionele openers “Password” en “Booty”, uit de nieuwe derde plaat, brachten het feest op gang. Zoals steeds speelde de funkmaster met het publiek en toverde hij uit z’n synths en drumcomputers elektronicaspeeltjes en de meeste diverse beats. Even later kreeg hij begeleiding op gitaar en saxofoon wat een surplus betekende.
Het merendeel van de setlist kwam begrijpelijk uit de nieuwe cd ‘Ten danz’, “Jan met de pet” en de huidige single “ Back in Detroit” kwamen goed uit de verf. Ook de oudere klassiekers “Sexjunkie”en “Hot & sweaty” deden (weer) de nodige lijven shaken en hoofden knikken, én uiteraard kon een Prince cover niet ontbreken ...”Little red corvette” werd op onnavolgbare wijze gebracht.

In de Charlatantent begon even later Lucy Love. Het Deense gezelschap viel meteen op door de outfits en de choreografie van de dansers. Met een mix van elektro, dub-beats en energieke raps probeerden ze hun vibe over te brengen naar het publiek, wat in eerste instantie niet direct lukte. Slechts na een halfuur hard werken van de dynamische frontdame op het podium, kwam alles en iedereen pas goed los. Ontdekt op het Eurosonic festival en al vrij snel geprogrammeerd op Roskilde haalde ze de mosterd bij M.I.A. en Dizzee Rascal. Het begin dit jaar uitgekomen album ‘Superbillion’ scoorde goed bij de recensenten, en na een uurtje FihP konden we besluiten dat Lucy Love de komende jaren te volgen is!

De weken vóór het festival werd het bericht rondgestuurd dat Peaches door een gebroken been haar performance in een rolstoel zou moeten afleggen... De Canadese, die eind vorig jaar haar vierde langspeler uitbracht, hield woord en kwam in een karretje het podium opgerold, vergezeld van een hermafrodiet en van andere rare individuen.
De vuile, vunzige electroclash in combinatie met de controversiële show, was in Oudenaarde al snel het gespreksonderwerp. Trouwens, in haar teksten en show vervaagt ze de scheidingslijn tussen mannelijk- en vrouwelijkheid. Met remixes voor Basement Jaxx en Daft Punk en de samenwerking op het nieuwe album met o.a. Digitalism en Soulwax, is ze alvast goed omringd.
In een set die deed denken aan de Lords Of Acid, entertainde Merril Nisker de dansende menigte en ondersteund door de security, kwam ze af en toe uit haar 'rijtuig' om het publiek op te zwepen en om te dansen met haar 'toyboy'... Ondanks het feit dat de nieuwe plaat iets serieuzer werd bestempeld, was het spektakel doorspekt van seks, zompige electro, glam en punk; het was er soms zo over dat het goed werd!

De tent staat tot aan de nok gevuld bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Met mijn één meter zestig is het dus een moeilijke opdracht om iets op te vangen van de gestaltes die het podium betreden. Daar lijkt niets opvallends aan – het enige wat ik opvang, is dat er blijkbaar mensen op het podium slapen. Goed, dan moet ik het maar overlaten aan mijn gehoor, denk ik, maar al snel blijkt dat ik dat op mijn buik kan schrijven. De anders zo stevige, elektronische beats die de basis voor hun muziek vormen, klinken maar flets en van hun teksten valt al helemaal geen woord te verstaan. Ze gebruiken van nature al een zodanige hoeveelheid slang dat het voor niet-Amsterdammers een onbegrijpelijk maar grappig taaltje wordt, maar mompelen hier bovenop nog eens ook! Toch lijkt dat het publiek weinig te deren. En inderdaad, als fan van De Jeugd maakt het niet zo veel uit dat ik geen bal versta van wat ze brengen – er zijn immers maar weinig nummers die zo doordringend in je hoofd blijven hangen als die van hen. Dus wanneer ze een hit als “Shenkie” brengen, lip ik de woorden toch moeiteloos mee. Meestal blijft hun muziek in een elektronisch aandoend hiphopachtig genre hangen, maar dat geldt niet voor hun experimentje gedurende “Watskeburt”. Bij het tweede refrein besluiten ze om alles met een dubbele versnelling af te rammelen. Doet nogal aan core denken, maar rappen op dat tempo is toch een duim waard. Als niet lang daarna de muziek uitvalt, zijn onze noorderburen nog maar net opgewarmd. “Watskeburt?” vraagt mijn partner zich verbaasd af. En ja hoor, het geluid blijft weg. Erg rouwig kunnen we er niet om zijn. (Fay)

Paul Kalkbrenner (Grand Mix) serveerde het hoofdzakelijk jonge volkje een melodieuze, warme en dromerige set met minimal en techno. De populaire, kale Berlijner van het Bpitch Control-label, bewees meer dan een ‘one-hit wonder’ te zijn. Zijn hymne “Sky and sand” passeerde al vroeg de revue en zat mooi geïntegreerd tussen het overige werk. Jammer dat het volume aan de lage kant was, maar daar maalden de danslustigen niet om. Zij genoten met volle teugen.

Het tempo werd iets hoger geschakeld op het Charlatanpodium toen de harde beats van Shameboy werden ingeplugd. Verschillende keren stond het duo garant voor een feestje hier. Ze hebben een belangrijke personeelswissel doorgevoerd, want begin het jaar is bezieler van het éérste uur Jim Dewit vervangen door de Duitser Dominiek Friede, die eerder al meewerkte met de band. Live waren er geen grote verschuivingen want de pulserende, harde beats onder leiding van Luuk Cox stonden nog steeds centraal. Repetitieve herhalingen zijn uit den boze want aan de oude krakers “Strobot”, “Rechoque” en “Splend it” wordt continu gesleuteld waardoor ze vernieuwend en fris blijven. Uit de nieuwe plaat ‘808 State of mind’ kregen we o.a. “Blastermind” en “Vultures”, waarmee het duo moeiteloos de tent plat speelde.

Grootste publiekstrekker van het festival waren de broers Phil and Paul Hartnoll, bij veel muziekliefhebbers beter bekend als
Orbital (Grand Mix). De Engelse electronica-pioniers, al meer dan 2 decennia actief, waren hun streken duidelijk nog niet verleerd. Hun inventieve, speelse en intelligente combinatie van techno, ambient, house en een vleugje jungle misten hun uitwerking niet. De lichtgevende en priemende oogjes, het handelsmerk van de heren, ondersteund door knappe en sfeervolle visuals, zorgden voor een intense en aparte beleving. De concertgangers wisten de leuke, ongedwongen wisselwerking tussen het melancholische, zachte en de agressievere, meer opzwepende sounds te smaken. We herkenden fantastische en energieke vertolkingen van dancefloorfillers “Satan”, “Chime”, “Omen”, “The saint” en “The box”. Wie beweert dat dansmuziek geen ziel heeft, moet dringend deze grootmeesters aan het werk zien. Voor velen een absoluut hoogtepunt.

Jaydee (Igloo) bracht een bescheiden doch aangename DJ-set. De toegankelijke house en techno zetten velen aan tot dansen. Natuurlijk mocht het alom bekende, onverslijtbare “Plastic dreams” niet ontbreken. De kraker van begin jaren '90 bracht de gezellige, kleine tent tot een kookpunt. Het unieke concept van de Igloo-tent en de visuele elementen zetten de muziek extra kracht bij. Beslist nog niet afgeschreven.

Ook jonge wolven Sound Of Stereo kregen een hoog plaatsje in de line up. Brusselaars Jochen Sablon en Vincent De Boeck zaten de voorbije jaren op een rollercoaster en uit het niets veroverden zij de afgelopen maanden hun plaatsje aan de top van de dancescène. Ze bereikten zoveel ‘kids lately’ waardoor alle grote fests zoals Pukkelpop, Dour, I Love Techno en Tomorrowland hen maar al te graag op de affiche wilden. Zowel hun draaikunsten als eigen singles “Zipper” en “Heads up” worden fel bejubeld. En al snel kregen ze het jonge volkje naar hun hand. De nodige visuals ondersteunden het anderhalf uur durend spektakel, dat bol stond van de floorfillers en aantoonde waarom ze hadden getekend op het N.E.W.S label van Dr Lectroluv.

FihP wist één van de grondleggers van de Detroit techno te strikken, nl.
Kevin Saunderson (Igloo). Samen met Derrick May en Juan Atkins zette deze man in de jaren '80 de techno- muziek op de kaart. De hooggespannen verwachtingen werden moeiteloos ingelost door deze Amerikaanse veteraan, nochtans deden technische problemen bij aanvang van de set ons het ergste vermoeden. Maar hij bewees een echte professional te zijn en serveerde de overvolle tent een solide, strakke en zelfverzekerde performance waarbij stilstaan geen optie was. Uit de bol gaan was dus de boodschap!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: zaterdag 14 augustus 2010

 

Ook op de tweede FihP kozen we na de aanstekelijke tunes van das Pop en Just Jack voor een gekruide portie beats’n’pieces …

dag 2: zaterdag 14 augustus 2010

De energieke en catchy tunes van de populaire Gentse band
Das Pop (Charlatan) sloegen behoorlijk aan bij de jonge feestvierders. Bent Van Looy en z’n kompanen trapten de set af met de popgevoelige en opgewekte songs “Underground”, “Saturday night” en het oudje “You”. Door de hoge dosis spelplezier en de nodige vaart in de performance verslapte de aandacht niet. Er werden vooral nieuwe nummers gespeeld van de titelloze, goed ontvangen derde plaat. Met het onweerstaanbare funky “Fool for love”, het ingetogen, subtiele “Girl be a man” en het rustige “Let me in” wisten ze menig festivalganger te bekoren. Wie hield van zwierige en kleurrijke popmuziek vond hier beslist zijn gading!

Het zootje ongeregeld
Disko Drunkards (Charlatan) zette de festiviteiten verder met hun originele en ongedwongen mengeling van funk, rock en elektronica. Uitgedost in grappige, weirde outfits leverde het viertal bestaande uit Stéphane Misseghers (drummer dEUS), Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar en occasionele zang, bassist Ben Brunin (tevens Vive La Fête) en Francois Demeyer op keyboards en lead vocals, vette en groovy ritmes. Floorfillers als “Who you gonna call?”, de fraaie Olivia Newton-John-cover “Physical” en humoristische, nonsense tracks als “Huh?”, “Kookoo” en “Dans le mille” zorgden voor een gezellig en uitgelaten sfeertje. Fun and funk bleek een gouden combinatie te zijn!

Ken Ishii (Igloo), de befaamde Japanse techno-DJ, producer, ooit nog debuterend op het Belgische platenlabel R&S Records, demonstreerde zijn feilloze en hoogstaande mixkwaliteiten. Er werd moeiteloos overgeschakeld van Detroit techno naar tech house en acid techno. Het dansminnende volkje waardeerde de verrichtingen van de grote meneer en ging volledig uit de bol. Meer moet dat (soms) niet zijn!

Na hun weergaloze passage een tijdje geleden in de clubtent op Pukkelpop keken veel mensen uit naar Just Jack. Het Britse gezelschap rond frontman Jack Allsop werd de voorbije jaren opgepikt door StuBru met de sterke singles “Starz in their eyes” en “Writer's block”. Live horen we jazzy, poppy deuntjes die vooral dansbaar zijn en dansen deden ze in Le Grand Mix. Het enthousiasme van Jack en de gevarieerde sound sloegen aan en het publiek kreeg weinig rustpauzes door de swingende set. De laatste cd ‘All night cinema’ is daarom zeker het checken waard.

In de Charlatantent waren vandaag voornamelijk DJ's geprogrammeerd, Brodinski was er één van en stond door de goede recensies in rood aangestipt. De Franse DJ/producer is een veelgevraagde artiest in België en speelde op bijna al de grote festivals en clubs. Naast remixes van o.m. Klaxons en Radioclit zitten z'n eigen tracks “Bad Runner” en “Gold Digger” in de meeste platenbakken van de topDJ's. De laatste plaat werd uitgebracht op het label van Tiga. Met een mix van oldskool classics en hedendaagse knallers toonde hij z'n skills en zuivere techniek … electro van de bovenste plank!

Even later nam Don Romini plaats achter de decks. De landgenoot van Brodinski begon rustig met een mix van dance, electro en een vleugje hip hop. Als hiphopDJ leerde hij op jonge leeftijd de kneepjes van het vak in de Parijse undergroundscene. Die hiphopgeluiden zijn nog frequent terug te horen in z'n sets en onderscheiden hem van een pak andere collega's. Door de concurrentie met Vive La Fête in de grote tent, was maar een halfvolle tent getuige van dit buitenbeentje, wat niet wegnam dat de aanwezigen de welopgebouwde set uitermate apprecieerden.

Vive la Fête hoort niet bij de resem rockbandjes die België al heeft uitgespuwd. Zij hebben een heel andere sound, iets dat me persoonlijk meer aanspreekt en me dwingt om me in een broeierige massa mensen te laten verpletteren. Live komt hun jaren tachtig-achtige elektropop sterk over. Natuurlijk heeft frontvrouw Els Pynoo hier haar aandeel in. Haar stem is absoluut niet van een fantastisch kaliber en houdt zich voornamelijk aan een afwisseling van gekir en jankerig geschreeuw, maar haar outfits laten weinig aan de verbeelding over. Dat lijkt de mannen nog geen klein beetje op te zwepen! Bovendien wordt in deze set vooral oude en gekende nummers gekregen terwijl lichten ons op de achtergrond hevig toe flitsten. Resultaat: een dansende en zwetende menigte. Niemand was bereid tot enige vorm van opgeven en de band speelde prachtig in op deze verwachtingen. Als einde kozen ze voor een eigen versie van popcorn. Elke keer als we overtuigd zijn dat dit het werkelijke einde is, komt er opnieuw een couplet. Sterk, sterk! (Fay)

Rond middernacht verschenen in de veelbesproken Igloo tent de hipste vogels van de zomer, Partyharders Squad. De Luikse partycrashers hadden versterking van Highbloo, een jonge talentvolle Waalse disc jockey die met z'n minimal, fidget en tech house als de ‘coming man’ staat aangeschreven in het dancemilieu.
Aangepord door 'orkestmeester' Mon Colonel, werd een eclectische mix van electro en noise in de kleine tent gepompt. Even later verschenen de ‘partners in crime’ The Subs op het podium … iedereen voelde dat “The pope of dope” eraan zat te komen... en zo geschiedde, net als donderdag bleek dit het 'dance-anthem' van de Belgische zomer te zijn en verschoof de tent met publiek en al enkele meters. De ultieme 'bom' van een uitzinnig feestje!

The Glimmers (Igloo), aka Mo en Benoeli, zijn graag geziene gasten op menige party’s en festivals. Op FihP werd hun eclectische en uiterst genietbare cocktail van electro, house, funk, soul, hip hop, disco en een streepje rock, met open armen ontvangen. Zowel obscure pareltjes als classics en hitsongs werden in de kleine tent geslingerd. Stilstaan was geen optie!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: zondag 15 augustus 2010

Op de afsluitende (hoog) dag sloop de poprock van vandaag meer door en stond de Belgische crème van Absynthe Minded en Admiral Freebee geprogrammeerd. Beiden hadden vorig jaar een nieuwe plaat uit om U tegen te zeggen en lokten veel geïnteresseerden.

dag 3: zaterdag 15 augustus 2010

Een ietwat vreemde eend in de bijt was Mad Caddies, na Mintzkov en vóór Absynthe Minded op de Mainstage. Dit Californische zestal onder contract bij het gekende Fat Wreck Records zagen we de voorbije jaren vooral op Groezrock en Pukkelpop mooie dingen doen waarvan frontman Chuck Roberson het uithangbord is. Met de traditionele blazerssectie (trompet/trombone) en de aanstekelijke ska, overgoten met punk en een reggaesausje, slagen ze er keer op keer in het publiek voor zich te winnen.Voor velen was dit de ontdekking van het weekend hoewel ze al een dikke 10 jaar ‘on the road’ zijn. Het gezellige geluid en de gedrevenheid zijn het handelsmerk van de band en aan de reacties te zien had ook Oudenaarde met volle teugen genoten; iedereen feestte mee! Tip: Volgend jaar the Mighty Mighty Bosstones of Voodoo Glow Skulls graag.

De ooit zeer populaire zwarte rockers Living Colour (Charlatan) konden op weinig belangstelling rekenen. Hun excellente en aanstekelijke potpourri van rock, metal, electronica, funk en soul verdiende nochtans meer. De band olv gitaarvirtuoos Vernon Reid was één van de pioniers van de cross-over eind jaren '80 en begin jaren '90, samen met oa. Faith no More, Fishbone, Urban Dance Squad, Primus, Rage against the Machine en the Red Hot Chili Peppers. Op FihP brachten ze vooral materiaal van hun eerste drie langspelers, ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’, nog steeds hun sterkste wapenfeiten. De knappe en tijdloze songs “Cult of personality”, “Love rears its ugly head”, “Pride”, “Funny vibe”, “Middle man” en “Bi” klonken overtuigend maar misten het nodige enthousiasme om de vonk te doen overslaan op het tamme en ongeïnteresseerde publiek. Van hun laatste, niet bepaald denderende album ‘Chair in the doorway’ werd enkel het rockende “Decadence” gespeeld. Een overbodige drumsolo van William Calhoun deed daar ook niet veel goed aan. De gitaarsolo van bassist (!) Doug Wimbish daarentegen werd kort gehouden en was wel te smaken. Deze klasbakken brachten muzikaal een sterke set maar konden de toeschouwers niet bekoren. Spijtig, maar wij geven deze legendes nog een kans.

Absynthe Minded (Grand Mix) stonden garant voor een degelijke en puike performance zonder grote verrassingen. De smeuïge en uitgebalanceerde cocktail van rock, pop, indie, jazz, folk en zigeunermuziek liet een positieve indruk na. Bert Ostyn en kornuiten waren in bloedvorm en speelden een frisse en gedreven optreden waarbij een mooie bloemlezing werd gebracht uit de vier langspelers. Op de playlist stond de classic “My heroics, part one”, het rockende “Plane song”, het intieme “Moodswing baby” en het nog steeds overrompelende “I am a fan”. Verder konden we genieten van het jachtige “Weekend in Bombay”, het onstuimige “Dead on my feet”, het poppy “Papillon” en het ingetogen “I like you when you're sad”. Afsluiter was “Envoi” dat door velen luidkeels werd meegezongen en voor de definitieve doorbraak zorgde bij het grote publiek. De warme, rijkgeschakeerde songs gezegend met prachtige melodieën en vaak onverwachte wendingen behielden hun eigen karakter en waren vakwerk. De groep was een goed geoliede machine. Deze jongens hebben het en waren één van uitschieters van deze editie van FihP … Keep the good work up Boys!

Het Deense The Raveonettes verwenden de huidige generatie shoegaze fans en speelden een krachtige set, wat we niet direct hadden verwacht, gezien de laatste cd’s overwegend een rustige sfeer uitstralen. Hun ‘60s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en zweverige samenzang van Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), werd pittig gekruid door ‘80s wave, pedaaleffects en fuzz, wat meteen de aandacht trok We hoorden een fijne afwisseling uit de vier cd’s en met “The great love sound” en “Break up, girls” een sterke finale had …

In de Igloo tent was het Antwerpse drum’'n’bass genie Netsky inmiddels aan z'n set begonnen. Het was drummen om binnen te geraken want de tent zat afgeladen vol. Netsky aka Boris Daenen is werldwijd ‘the rising star’ in het milieu en dat vertaalde zich onlangs in een platencontract bij Hospital Records, waar zijn debuutplaat begin deze zomer verscheen. De DJ/producer werd ook genomineerd als 'best upcoming producer' op de Drum'n’bass arena awards. De catchy beats knalden uit de speakers en het jonge volkje ging volledig loos op de knallende bassen; voor de afwezigen volgende week herkansing op Pukkelpop. Ook in hiphopmiddens wordt z'n naam genoemd als producer want het gerucht doet de ronde dat hij met een 'grote' naam bezig is...De jonge knaap etaleerde z'n draaikunsten en deed met z'n eigen sound de Igloo bijna smelten.

Admiral Freebee werd aangekondigd als de afsluiter van FihP 2010. Tom Van Laere en de zijnen hadden er zin in, de 'honger' om hier alles omver te blazen droop er vanaf ...Voor de verandering had hij bij de lancering van z'n nieuwe plaat 'The honey and the knife” ook live weer een blik nieuwe muzikanten opengetrokken.De bekendste ervan was Flip Kowlier, die als een bezetene op z'n basgitaar tokkelde.Ook de andere bandleden stonden op scherp en gingen volop mee in de ‘flow’, en zelfs één van de gitaristen speelde met 2 gebroken ribben. Van Laere was weer z'n eigengereide zelve en hield het tempo hoog en varieerde volop met ingetogen werk “Faithfull to the night” om dan even later terug het gaspedaal in te duwen -“Ever present”... Dylan en Young waren nooit veraf.
De teugels bleven strak gespannen en we kregen sublieme vertolkingen van “Lucky one” en “Allways on the run”. Het publiek genoot en de charismatische Admiraal straalde, slechts af en toe prevelde hij enkel woorden tussen de songs maar al even snel werd de volgende riff ingezet. Krakers als “Einstein brain” en het hevig rockende “Oh darkness” gaven FihP het ultieme orgelpunt!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

 

Beirut

Beirut: onderhouden Balkanfeestje

Geschreven door

Beirut, rond de talentvolle singer/songwriter Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico, debuteerde in 2007 en bracht op een goed jaar tijd twee belangvolle cd’s uit ‘Gulag Orkestar’ en ‘The flying club cup’. Met een zevenkoppige band slaagt de charismatische Zach erin verschillende culturen samen te brengen van Balkan, zigeunerpop, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop, gedragen door z’n melancholisch zweverige, dwarrelende stem, die nauw durft te leunen aan Jeff Buckley.
Vorig jaar verscheen dan de dubbele EP ‘March of the Zapotec’, die door de blazersectie de zigeunerBalkan richting hoempapa trapte en ‘Realpeople Holland’, die elektronica uitstapjes introduceerde. De plaat prikkelde minder en werd matig ontvangen. De heren werken aan nieuwe songs, voor een groot deel in Mexico opgenomen als inspirerende trigger; In het pittoreske Rivierenhof konden we er al iets van horen.
En Zach heeft alvast iets met Frankrijk, luister maar naar de talrijke verwijzingen aan Franse chansonniers (Charles Aznavour, Françoise Hardy en ons eigen Jacques Brel). Hij loofde alvast onze J. Brel, neuriede “Marieke”en hield met z’n band van ‘the Belgian beers’.

De band moet over een garde hondstrouwe fans beschikken, want het optreden was al vroeg uitverkocht en het bekendste materiaal is al ruim twee jaar oud en. De concerten van Beirut hebben een sympathieke, subtiele rommeligheid en chaos; ook vanavond leek het er niet beter op … het is altijd een oefenronde om alle instrumenten en melodieën op elkaar afgestemd te krijgen. Het onderhouden, beheerste spel klinkt heerlijk, ontspannend, dromerig, fris en uitgelaten. Beirut balanceerde tussen zwier, melancholie en ontroering. Het balorkest met z’n orkestleider had een breed assortiment aan blazers (trompetten, trombone, tuba, …), gitaren (akoestische gitaar, ukelele, mandoline en banjo), accordeon, piano, toetsen, (contra) bas en drums mee, riep beelden op van een tuinfeest en refereerde nauw aan Kaizers Orkestra, Goran Bregovic, de ‘Balkan Banquets’ van Orchestra Vetex en Les Negresses Vertes.
Binnen de noemer van hun Balkan pop trokken ze een wolkendek op in het zalvende “The concubine” en het meeslepende “Elephant gun”, gingen we prat op de aanstekelijke ritmes van “Nantes” en het ingetogen ”The shrew”, waarop zelfs een tapdansje van af kon.
Maar overwegend hoorden we doorsnee evenwichtige Balkanpop met sfeervolle en huppelende ritmes, waaronder  “Scenic world”, “Cherbourg”, “Sunday smile” en nieuwkomers “East Harlem” (gevoelige pianotune!) en de afsluitende “Untitled/closing song”. “Postcards from Italy” sierde door het trompetgeschal. En spaghetti western fragmenten waren niet vreemd op “The akara” en het instrumentale “Cocek”.
In de bis prikkelden en klonken de Sergio Leone tunes enthousiaster. Op een nummer als “Carousels” was de band duidelijk op dreef want ook “Mt. Wroclai” en “Gulag Orkestar” overtuigden sterk door de zwierige aanpak. Onder de indruk waren we tot slot van het broeierige “Penalty”, dat eerst solo werd ingezet op ukelele.

Op het Beirut-feestje ontbraken enkel de zigeuners van ‘la vie & la lumière’ nog om het blazergarnizoen en de hoempapa krachtig door te trekken, wat maakte dat het vanavond wat onderhouden bleef …

Ook de support, het uit Oxford afkomstige Stornoway, was hier op z’n plaats met hun onschuldige neo-romantische folkpop. Het dromerige, pakkende materiaal, gedragen door de heldere vocale pracht van zanger/tekstschrijver Brian Biggs en de meerstemmige backing vocals, waanden ons niet in het Rivierenhof, maar in een verlicht binnenhof van een goed versterkte burcht als in Bouillon: kaarsjes en lampjes zijn de sfeermakers. Tja, niet voor niks klinkt de Britfolk van Fairport Convention en Steeleye Span door, en voelen we de adem van  de fijne, subtiele, beeldschone pop van James en Belle & Sebastian. Stornoway plaveit zich een weg tussen The Decemberists, The Unthanks en Megafaun. En onderhuids is er de sfeervolle country inslag van Fleet Foxes en Mumford & Sons. Hun boeiende, hemelse, lieflijke luistertrip vormde het ideale aperitiefconcert en nodigde uit voor een avondje keuvelen en mijmeren aan het kampvuur. Op die manier waren ze een geslaagde opener, met songs als “The coldharbour road”, “Boats & trains”, “Here comes the blackout”, “Watching bars”, “I saw you blink” en een stevige “On the rocks”; En met “Zoring” speelden ze de meest belangvolle song van de plaat ‘Beachcomber’s windowmill’.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Pagina 429 van 498