AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Lokerse Feesten 2010: DAG 09: Babyshambles – Paul Weller – The Horrors – The Van Jets

Geschreven door
Wie een uitgesproken voorliefde heeft voor Engelse gitaren en een aantal roemruchte figuren uit de Britpop geschiedenis aan het werk wilde zien moest van de partij zijn op de voorlaatste dag van de Lokerse Feesten editie 2010.


THE VAN JETS (**) mag dan al een oervlaamse band zijn, zelden of nooit hebben deze voormalige laureaten van Humo’s Rock Rally hun voorliefde voor de betere Engelse glamrock van T. Rex en Mott The Hoople onder stoelen of banken kunnen steken. Met twee full albums onder de arm beschikken deze jongelingen inmiddels over voldoende klasse songs om één uur lang te boeien, waarvan we vooral “Our Love = Strong”, “What’s Going On”, een leuke versie van Bowie’s “Fashion” en de jongste single “Down Below” onthouden. Keerzijde van de medaille is dat deze steeds populair wordende groep soms te hard haar best lijkt te doen om een festivalpubliek te entertainen. De geforceerde poses van frontman Johannes Verschaeve en de veel te lang uitgesponnen versies van sommige van hun prijsbeestjes haalden maar al te vaak de vaart uit de set. Een nummer als “Electric Soldiers” klinkt pas lekker als het kort, krachtig en smerig uit de boxen knalt, in Lokeren kreeg het publiek daarentegen een verhakkelde en futloze versie geserveerd als afsluiter. Maar ach, de festivalzomer duurt nog wel even voor deze jonge honden en dus hebben ze nog tijd zat om zich te bezinnen over het “less is more” principe.

Na zonsondergang en bij het intreden van de eerste duisternis voelen THE HORRORS (***) zich het best in hun vel. Hun gitzwarte en onheilszwangere set werd ingezet met de dodenklok intro van “Mirror’s Image”, tevens openingsnummer van hun vorig jaar verschenen en fel bejubelde ‘Primary Colours’ album dat in Lokeren zo goed als integraal werd opgediend. Net als op die plaat wordt ook live elk nummer vakkundig dichtgemetseld met een heerlijke brij van uitwaaierende gitaren en atmosferische synths, en frontman Faris Badwan bewees bovendien dat een pose wel degelijk kan werken. Hij gunde zowel zijn makkers als het publiek amper een blik en leek één uur lang wel op een andere planeet te vertoeven, maar dergelijke apathie paste perfect in de sfeer van dramatiek die rond de Horrors sound hangt. Net als tijdens hun doortocht in de Gentse Minnemeers dit voorjaar scoorde de pastorale pracht van “I Only Think Of You” het hoogtepunt van de avond. Na het lang uitgesponnen krautrock epos “Sea Within A Sea” bleef het Lokerse publiek wat verweesd achter, maar zag de LF organisatie zich wel beloond voor hun gewaagde zet om de ongrijpbare Horrors op de affiche te zetten. Graag meer van dat volgend jaar!

Met zijn 52 lentes was PAUL WELLER (****) met voorsprong de ouderdomsdeken van de avond. Echter, in tegenstelling tot vele van zijn generatiegenoten die eindeloos blijven teren op een glorierijk muzikaal verleden levert de modfather met de regelmaat van de klok nog steeds puike platen af. Sterker nog, met zijn nieuwste worp ‘Wake Up The Nation’ lijkt de man nadrukkelijker dan ooit te solliciteren voor een plaatsje in menig eindejaarslijstje. Op dat album volgestouwd met korte puntige songs gaan rock, punk, psychedelica en soul hand in hand, en het was precies die afwisseling van stijlen gekoppeld aan een bijzonder straffe begeleidingsband die Weller’s optreden tot het hoogtepunt van de avond maakten. Zo werd er schijnbaar moeiteloos overgeschakeld van het maatschappijkritische anthem “Wake Up The Nation” naar de Motown soul van “No Tears To Cry” (het beste nummer dat Willy DeVille nooit maakte) en de bijtende punk van “Fast Car/Slow Traffic”. Sporadisch gunde Weller het Lokerse publiek ook een kijkje in zijn indrukwekkende back catalogue. Een opgefriste versie van The Style Council’s “Shout To The Top” bewees nog maar eens de tijdloosheid van dit nummer, en menig kalende punkrocker kon loos gaan op “Strange Town” (’79), “Start?” (‘80) en vooral “Art School” (’77) uit Weller’s periode bij The Jam. Wie Lokeren vanavond links liet liggen had dus overschot van ongelijk, maar krijgt volgende maand een herkansing om de modfather te bewonderen tijdens Leffingeleuren.

Enkel en alleen al het feit dat Pete Doherty tijdig de weg naar Lokeren vond en bovendien eigenhandig het podium kwam opgeslenterd is voldoende om het optreden van BABYSHAMBLES (***) als memorabel te beschouwen. Met de ijzersterke opener “Delivery” leken Doherty en zijn maats zelfs heel even op weg om ook op muzikaal gebied een straffe toer uit te halen, maar daarna bleek al gauw waar het schoentje knelt bij Babyshambles. In tegenstelling tot The Libertines beschikt de groep namelijk over onvoldoende beklijvende songs om lang te boeien, dus besloot Doherty dan maar om het publiek op andere manieren te entertainen. Hij haalde zijn beste Duits (?!) boven om het talrijke jonge volkje op de eerste rijen toe te spreken, liet midden in de set plots een koppel roze ballerina’s aanrukken, organiseerde tussen twee nummers in een mini-signeersessie en plukte een klein meisje uit het publiek waarmee de communicatie begrijpelijk niet echt wou vlotten. Elke andere frontman zou zich hiermee onsterfelijk belachelijk maken, maar Doherty kwam er wonderwel mee weg. De alcohol vloeide rijkelijk op het podium en flessen gingen broederlijk van hand tot hand, maar echt beter zingen ging Doherty hier toch niet door. Het zal de voor eeuwig en altijd gebrandmerkte junk echter worst wezen. Een live optreden betekent voor de ex van Kate Moss immers veel meer dan louter spelen want wat er voor en naast het podium gebeurt lijkt hem minstens evenveel te interesseren. Met het autobiografische “Fuck Forever” eindigde Babyshambles in schoonheid (maar ook dat is relatief) om snel plaats te maken voor de HINDU NIGHTS DJ set (***) van Paul Gallagher (naar verluid de braafste uit de familie) die na een meer dan geslaagde avond het Lokerse publiek nog een aantal uurtjes bezig hield.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2010: DAG 08: M.I.A. - Air

Geschreven door

Een beetje een ondankbare taak voor het Franse Air om te moeten spelen voor een publiek die duidelijk gekomen is om te springen en te dansen op de opzwepende raps en beats van M.I.A.
Hun zweverige, atmosferische en filmische muziek was dan ook niet aan het volkje besteed, enkel toen op het einde van de set “Kelly watch the stars” en “Sexy boy” uit de kast werden gehaald kwam er voorzichtig wat beweging op het terrein. De set van Air was ook wel overwegend rustig en kabbelde een beetje door op hetzelfde toontje, maar toch houden wij van de dromerige psychedelica die zij uit hun elektronica kasten halen. Misschien best te herbeleven ergens in een knappe concertzaal genre AB of Koninklijk Circus, zoals in het voorjaar, maar vanavond was hun doortocht helaas niet onvergetelijk.

Een optreden die ze in Lokeren niet snel zullen vergeten was dat van M.I.A., een dame met ballen die dezer dagen geweldig populair is. Een massale opkomst die avond, en iedereen was duidelijk voor haar gekomen, dat hadden die arme sukkelaars van Air ook al ondervonden. Het werd een bruisend en ophitsend optreden.
Het zag er behoorlijk indrukwekkend uit met flitsende videobeelden, gesluierde vrouwen als backgroundzangeressen en wild dansende mannen in combat outfit. De songs van M.I.A. werden onder zware beats het volk gekegeld. M.I.A. rapte er met volle overgave doorheen en kreeg als volbloed performer het volk volledig aan haar voeten. En letterlijk zelfs, tijdens het moordende “Born Free” (wat een heerlijk agressieve song is dit toch) dook ze het publiek om van bovenop de fans de song verder te zingen. Op het eind ging Lokeren volledig uit zijn dak met het kolkende “Paper Planes”, nog zo een geweldig nummer die in zijn eentje een publiek kan verpulveren.
Een stomend concertje, en vooral een flitsend totaalspektakel van een dame met pit die de Rihanna’s en Britneys van deze wereld een flinke trap in het kruis verkoopt.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Festival JH De Bunker - Lagwagon For President! - Strandfuif Glabbeek

Geschreven door

Festival JH De Bunker - Lagwagon For President! - Strandfuif Glabbeek
Al van 1979 is er ieder jaar begin augustus in en rond JH De Bunker in Glabbeek de Strandfuif. Een 2 daags zanderig gebeuren met op vrijdag een rits leuke bands en op zaterdag een spetterende party.

Op vrijdag gingen wij de 'zeelucht' opsnuiven en kwamen met volgende impressies terug. Bij het betreden van het terrein werden we meteen in het zand gedropt dat leidde naar de grote concerttent, waarrond een grote gezellige ruimte gecreëerd werd met tentjes en chill-out zones; door de inrichting hing er een relaxt loungy sfeertje.

In de tent was inmiddels het Nederlandse Peter Pan Speedrock aan het laatste deel van z'n set bezig. Zoals steeds blies dit trio uit Eindhoven iedereen van z'n sokken, de harde rockabilly sound beukte genadeloos door de tent. Zonder veel boeh of bah werkten ze strak nummer na nummer af en toonden ze waarom ze een graag geziene gast zijn op de Belgische podia. Ook in Amerika en Australië toerden ze meermaals en werd hun intensiteit ‘on stage’ bewierookt. Later dit jaar verschijnt er nog een nieuw album die ‘We want blood’ zal heten.

Het in 1987 gestichte No Use For A Name uit California speelde in z'n beginjaren snelle skatepunk maar evolueerde de voorbije jaren naar meer poppy punkrock cfr. het laatste album ‘The feel good record of the year’. Het viertal rond frontman Rory Koff had er ontzettend veel zin in en greep direct de volgestroomde tent naar de keel. Met de snelle catchy vertolkingen van “Invincible”, “Soulmate” en “On the outside” was duidelijk waarom ze bij de beste punkrockbands behoren van de laatste 20 jaar. Bij “The answer is still no “ en het onvermijdelijke “Justified back eye” nam het publiek voor een groot deel de vocals over, ook de band genoot en bleef een vol uur doorstomen met een ‘greatest hits’ set … wat een vette show!

Even later stond het iets grotere broertje uit de Fat Wreck stal op de planken: Lagwagon. Het was inmiddels een paar jaar geleden dat deze sympathieke Californische bende in het buitenland toerde; door hun leeftijd en familiale omstandigheden hadden ze wat gas teruggenomen. Het vijftal, rond boegbeeld Joey Cape, kent sinds jaar en dag een ruime fanshare hier en dat ze allen op het appèl waren hier in Glabbeek was snel duidelijk...
Van bij de start werd het een dolle boel met massa's singalongs, vette circle- en moshpits, honderden stagedives en feel good dancing.
Al de klassiekers werden uit de kast gehaald: “Razor burn”, “May 16th”, “Violins”, ... keer op keer brachten ze de tent in vervoering en Lagwagon bewees met deze ijzersterke prestatie nog steeds de één van de beste melodische punkrockband te zijn heden ten dage. De band loofde meermaals de organisatie en bleef op z'n elan doorgaan met heerlijke versies van “Sleep” en “Sick”.
Toen Joey Cape even uitgleed op de monitors en hard neersmakte, vreesden we even maar stande pede veerde hij recht om doodleuk z'n tekst weer op te nemen. Een dik uur lang kregen we punrocknostalgie en constateerden we dat ze nog lang niet op hun retour zijn.
Eén bisnummer werd ons gegund en wat voor één ... de snelste uitvoering ooit van Motorheads “Ace of spades” met een duo zang van Joey en NUFANS Rory, dat resulteerde in een kolkende meezingmassa en dito stagedivefestival … meedogenloos en hard werd het nummer gebracht en het bleek de ultieme apotheose van een wervelende show! Hopelijk tot zeer gauw zou ik zeggen!

Afsluiter van dienst was de meest geboekte artiest van deze zomer: Daan
Stuyven zoals steeds strak in het pak en met zonnebril op werkte ook hier op automatische piloot één van z'n vele shows af, geflankeerd door z'n zeskoppige begeleidingsband. In het eerste halfuur lag de nadruk met een vijftal nummers op z'n laatste wapenfeit ‘Manhay’ waarvan de openers "Exes “ en “Crawling from the wreck” waren en “Icon" het 'hoofdstuk' ”Manhay” afsloot. Daarna werden de hitjes gepresenteerd: “The player”, “Bridge burner” en “Addicted” uit z'n vorige platen, stuk voor stuk parels uit het rijke oeuvre van deze eigenzinnige duizendpoot. Automatische piloot of niet Glabbeek genoot zichtbaar van deze perfect op elkaar afgestemde machine en kreeg in het slot "Victory”, “Swedish designer drugs” en “Housewife” gepresenteerd.

Het pad voor de platenruiters van dienst was geëffend, rond middernacht begon het Zweedse duo Dada Life aan z'n platenkunstjes gevolgd door zijne groene godheid Dr Lektroluv, Glabbeek zag dat het goed was en danste de nacht in.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: JH De Bunker, Glabbeek

Lokerse Feesten 2010: DAG 07: The Sisters Of Mercy – The Dandy Warhols – Gang Of Four - Customs

Geschreven door

Lokerse Feesten 2010: DAG 07: The Sisters Of Mercy – The Dandy Warhols – Gang Of Four - Customs
Customs zijn ondertussen al wel één van de sterkhouders van de Belgische rockmuziek geworden, mede dankzij een bijzonder sterke debuutplaat. De band begeeft zich in het vaarwater van ondermeer Editors en White Lies. Een eighties sound dus, die ook op het podium sterk voor de dag bleek te komen. Een Joy Division cover was hier misschien een beetje te voor de hand liggend, maar “Transmission” kreeg een zeer fijne uitvoering mee, met tonnen respect voor het origineel en voor Ian Curtis. Voor de rest speelde Customs strak, en met stijl (allemaal netjes in maatpak gehuld). Nog een beetje aan een eigen smoelwerk en sound werken en alles komt goed.

Het sterkste optreden van de dag was met kilometers voorsprong dat van Gang Of Four, de voorvaders van de punkfunk waar bands als LCD Soundsystem, !!! en Radio Four meer dan schatplichtig aan zijn. Klassiekers als “Return the gift”, “At home he’s a tourist”, “Damaged goods” en “Not great man” werden retestrak gespeeld. Scherpe, springerige gitaren en een vlammende sexy bass bepaalden vanavond het opzwepende en meeslepende geluid dat bijwijlen funky as hell klonk. Mensen die gekomen waren voor “I love a man in a uniform”, een song die in wezen niks te maken heeft met het spannende geluid van Gang Of Four, waren er aan voor hun moeite. En dat was maar goed ook. Gang Of Four zitten trouwens op een nieuw album te broeden, wij zijn uiterst nieuwsgierig.

The Dandy Warhols
zijn ook een bandje die verschillend richtingen uit wil. Wij hoorden nu eens Britpop, dan weer prille psychedelische Pink Floyd, elders een streep shoegaze, een brokje Sonic Youth light en verder dan weer een soort Hawkwind mélange. De band begon een beetje aarzelend, maar naarmate de set vorderde gingen we meer en meer op in hun bezwerende sound en toen ze achter elkaar “Not if you were the last junkie on earth” en “Bohemian like you” speelden was ook de rest van het publiek mee. De volumeknop mocht voor ons part een stuk meer naar rechts, maar we hebben best wel genoten van The Dandy Warhols.

We hadden het al door aan de looks van het overwegend zwarte publiek dat de meesten vanavond gekomen waren voor The Sisters Of Mercy, fossielen uit het new wave tijdperk die 20 jaar geleden (20 jaar !!) hun laatste plaat maakten. In al die jaren zijn de heren gewoon blijven optreden terend op het succes van een viertal onsterfelijke songs. Je moet maar durven.
Met één van die songs  ”First and last and always” begonnen ze hun set, maar het duurde wel anderhalve minuut tegen dat we het nummer herkenden (en dan nog alleen maar doordat we de zanger het refrein hoorden zingen). The Sisters produceerden een soort zware en luide industrial sound waarin hun songs gewoon versmachtten. Een mens zou gezworen hebben dat het Front 242 was die hier op de planken stond, en laat dit nu toevallig ook niet echt één van onze favoriete bands zijn.
Dit had niks meer te maken met de gothic wave sound die de Sisters zo populair heeft gemaakt. Wij hoorden een dreun van bassen, mechanische drums en donkere keyboards. Vreemd genoeg hadden de heren géén bassist, géén drummer en ook géén keyboardspeler meegebracht. Het hele zootje stond gewoon op een tape die er door een soort soundsystem meedogenloos werd doorgeramd. Op het podiumzagen we , tenminste voor wie door de rookgordijnen heen kon kijken, een zanger (met spierwitte pullover aan, had hij hier even zijn pekzwarte fans een ferme loer gedraaid) en twee gitaristen, waarvan er dan nog één dacht dat hij in een hard-rock groep stond te spelen. Potsierlijk.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

The Hundred in the Hands

This desert EP

Geschreven door

Het meisje – jongen duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) uit Brooklyn NY hebben een intrigerend EP tje afgeleverd in afwachting van de komende full CD. Hun elektronische stuiterpop vs indierock bevat aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat. Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en pop noir van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles.
Maar ze klinken subtieler en verfijnder en geven aan hun sound een luchtiger toon; ook de bezwerende, smachtende en indringende vocals van Everdell nemen een prominente rol in. De zes songs op de EP benadrukken de kwalitatieve sterkte en wat de band in huis heeft. We horen voldoende variaties met “Building on L.O.V.E.”, “Tom tom” en het afsluitende “It’s only everything” als de meest opzwepende dansbare songs; “Ghosts”, “Sleepwalkers” en “In to it” zijn sfeervoller door de knisperende elektronica en de ‘80s repeterende ritmes en gitaarakkoorden.
We zijn gewaarschuwd dat dit EPtje de voorbode is tot heel wat …

The Grip Weeds

Strange Change Machine

Geschreven door

Vreemde plaat want je hebt hier net het gevoel dat je zo’n compilatie uit de golden sixties in je handen hebt en dat komt vooral omdat The Grip Weeds het soort groep is die niet tevreden is met één hokje. Neen, het liefst zitten ze in verschillende hokjes als het maar niet al te modern klinkt want deze groep hangt aan van alles vast wat ooit door mensen met bloemen in hun haar ergens in San Francisco werd verheerlijkt.
Deze Amerikaanse band die gevormd is door de broertjes Reil liet er geen gras over groeien en voor hun nieuwste cd opteerden ze zomaar eventjes voor 24 nummers wat resulteerde in deze dubbel-cd.
Little Steven Van Zandt vergeleek hun met wat The Who in de jaren ’60 deed en wie zijn wij om deze mens tegen te spreken?
Sommige nummers dreigen zo uit één of andere Nuggetscompilatie te komen terwijl af en toe ook de samenzang van The Byrds geregeld zijn kop komt op steken meestal onder begeleiding van vette psychedelische gitaren.
The Grip Weeds brengen misschien niks nieuws (en dat zal verre van hun bedoeling geweest zijn) maar dit is wel absolute topmuziek die het moet hebben van kwaliteit in plaats van onnodige poses!

Info www.gripweeds.com

The Whispering Tree

Go call the captain

Geschreven door

Niet alles wat uit New-York komt probeert trendy te zijn. Er zijn ook muzikanten die trouw blijven aan de traditionele folk ook al doen ze dat op een eigenzinnige wijze toch past dit duo perfect in dit hokje. Eleanor Kleiner en de Franse Elie Brangbour zijn al zes jaar bezig en hun muziek brachten ze reeds ter uitvoering op podia in China (!) maar door allerlei omstandigheden (die steeds te reduceren zijn tot geld) is ‘Go call the captain’ hun eerste cd geworden.
Vanaf de aanvang van deze cd wordt het meteen duidelijk dat dit het soort muziek is die het vooral van de kwaliteit moet hebben en waar er geen plaats is voor enige pose. Meteen hoor je de invloeden van folk, bluegrass country en natuurlijk ook pop.
Het is overduidelijk dat het accent hier ligt op de stem van Eleanor, en het is niet voor niets dat deze band in de VS reeds meerdere malen vergeleken werd met Fiona Apple.
Een echte tip voor de folkliefhebber die niet vies is van een lepeltje pop.

Info www.myspace.com/thewhisperingtree

Bloodsucking Zombies From Outer Space

Return of the bloodsucking zombies from outer space

Geschreven door

Mr. Jim Evilize, Dr. He-Mann Schreck, Rev. Bloodbath en Dead ‘Richy’ Gein dat zijn de vier welriekende namen van een Oostenrijks gezelschap dat reeds 4 cd’s volzong onder de naam Bloodsucking Zombies From Outer Space.
Als je een beetje thuis bent in het horrorgenre zul je hieruit misschien de twee filmtitels ‘Bloodsucking Nazi Zombies’ en ‘Plan 9 from outer space’ kunnen halen want de rare groepsnaam ontstond tijdens een braspartij.
Meteen weet je dan ook dat deze 4 Oostenrijkers bezeten zijn van horrorfilms en muziek. Als je die twee samen mengt bekom je meestal zoiets als horrorpunk maar in het geval van deze vier werd het ouderwetse psychobilly waar naast het horroreffect (allerlei dialogen over zombies, dracula’s en andere gedrochten) ook nog de nodige rock ’n’ roll voorzien is. De vier lijken uit één of ander gesticht te zijn weggelopen (de typische witgeverfde gezichten zoals alle volgelingen van The Misfits er uit moeten zien) maar ze weten wel nog hoe ze hun instrumenten moeten hanteren en ze doen dat met de versterker die op maximum rock ’n’ roll staat.
Toch ook nog even vermelden dat deze cd in een prachtige digipack geleverd wordt die refereert naar (hoe kan het ook anders) B-horrorfilms uit de jaren ’50.

Info www.myspace.com/bloodsuckingzombiesfromouterspace

Turin Brakes

Outbursts

Geschreven door

Het sing/songschrijvers duo Ollie Knights en Gale Paridjanian keren op het recente ‘Outbursts’ terug naar hun roots van de new acoustic movement, en spelen pure, naakte en kaal gehouden songs zonder al te veel tierlantijntjes. De vorige jaren hoorden we matig materiaal die meer ingekleurd werden met strijkers, elektronica en andere sfeerverhogende geluidjes. Op die manier was Turin Brakes meer een band geworden ipv een songschrijversduo. Opener “Sea change” geeft de aanzet van de ouderwetse stijl van gitaargetokkel en zalvende, breekbare stemmen.
Intieme, kwaliteitsvolle gitaarliedjes die teruggrijpen naar het debuut ‘The optimist’ uit 2001, maar spijtig genoeg niet écht meer beklijven. Een tweetal songs, “Will power” en “Apocolips” laten het bredere arrangement doorschijnen. Niet getreurd, ze zijn een eerste stap om opnieuw hun meesterlijk debuut te evenaren …

Arno

Brusseld

Geschreven door

Al meer dan 30 jaar intrigeert deze nachtburgemeester en (ongekroonde) peetvader van de Belgische rock. Al over de zestig verbaast hij nog met een resem boeiende platen. Alleen de platen al van de laatste tien jaar waaronder ‘Charles Ernest’, ‘French Bazaar’ en ‘Jus de Box’ tonen een niet versleten Arno in topvorm. Hij zorgt voor een afwisselend geluid: aanstekelijk, fris, dynamisch, rauw en biedt ruimte voor intimiteit … in alle talen!
Op het nieuwe ‘Brusseld’ solliciteert hij als de ambassadeur van Brussel (niet nodig zelfs!) en pleit hij voor verdraagzaamheid, éénheid en een multi-culturele samenleving. Hij brengt opnieuw een pak mooie melodieuze liedjes die doorleefd, intens broeierig, rauw, gevoelig en ingetogen zijn. We horen nachtrockers, aanstekelijke kroegliederen en weemoedige chansons. Het recept van Arno en z’n rechterhand Serge Feys. ‘Brusseld’ klinkt niks anders dan Arno zelf en onderstreept hoe TC Matic z’n tijd ver vooruit was. Geniet van dit ‘Arno’ totaalgeluid, van “Black dog day”, “Quelqu’un a touché ma femme”, “God save the kiss”, “Mademoiselle” tot “Le lundi on reste au lit” en “ça monte /monday” … Ook de cover van Bob Marley, “Getup, standup” overleeft … Arno, de ‘gebrusselde’ Belg …

Lokerse Feesten 2010: DAG 04: Golden Earring, Mötley Crüe, Therapy?

Geschreven door

Het programma van de Lokerse Feesten is wel meer op nostalgie gericht, vanavond was dit zeker het geval, er liepen nogal wat ouwe rockers met gezette bierbuiken rond. Kon ook moeilijk anders, met zo’n affiche.

Therapy? , nog steeds zeer geliefd in België, mocht de regenachtige avond openen in Lokeren. De band hun set klonk misschien bij momenten een beetje rommelig, maar bij de drie immer sympathieke heren valt dat best te pruimen. Hun sound heeft wat aan agressie moeten inboeten en is er wat meer fun in de plaats gekomen, maar de spontaniteit is onberoerd gebleven, en dat is wat hen populair houdt. Uiteraard moesten ze het hebben van de oudjes als daar zijn “Isolation”, een nog steeds fel en verbeten “Teethgrinder”, “Going nowhere”, “Die laughing” en natuurlijk “Diane” dat voor de gelegenheid een strak rockkleedje kreeg aangemeten.
Niks nieuws, niks verrassends, maar toch een blij weerzien met deze fijne gasten.

Mötley Crüe, wat moesten we daar in hemelsnaam van verwachten ? een over the top karikaturale Amerikaanse hard-rock band waarvan hun sex-, drugs- en rock’n’roll uitspattingen beruchter zijn dan hun muziek.
Wel, het viel reuze mee, tenminste voor wie zich een uurtje kon inleven in de wereld van kitscherige cliché matige hard-rock. En dat konden wij nu voor één keertje ook, zie. Het hoge stemmetje, de gierende gitaren, de hair metal meets New York Dolls looks, de stoere poses, de vlammenwerpers, het vuurwerk. Het ging er allemaal lekker in. De songs die voor ons Europeanen niet echt wereldschokkend zijn, werden hard en strak gespeeld en de totaalsound mocht er zijn. Meer dan geslaagd, dus.

Ontgoocheling van de avond waren de ouwe rockers van Golden Earring. Van een bende ervaren rotten hadden we toch wat meer verwacht, maar ze klonken alsof ze de laatste 15 jaar alleen nog maar comateus in leven werden gehouden (kan ook 25 jaar zijn). We kregen een fletse, routineuze set in de trend van ‘we willen nog wel, maar we kunnen echt niet meer’. Songs als “When the lady smiles” en “Twilight zone” werden al vroeg in de set half op automatische piloot na mekaar afgehaspeld en brachten geen greintje beroering teweeg. Het onvermijdelijke “Radar love”, dat de meubelen moest redden, werd ontsierd door een compleet overbodige drumsolo en had verder ook maar weinig power te bieden. In de bisronde probeerden ze het dan over een andere boeg te gooien door wat meer de rock’n’roll toer op te gaan, maar ook daarmee gingen ze de mist in. Eén ding werd ons klaar en duidelijk vanavond : Golden Earring is klaar voor het kerkhof.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2010: DAG 03: Metalnight - Black Sunday

Geschreven door

De roep naar heavy bands klonk de laatste jaren steeds harder en dat hadden de organisatoren begrepen want ze verzamelden een bont allegaartje van Amerikaanse 'metalbands' (Anthrax - Papa Roach - Life Of Agony – Alice Cooper) op het podium van de Grote Kaai.

Paraat waren voor Anthrax …De verwachtingen waren eigenlijk wel vrij hoog... want niet iedereen wordt naast Metallica, Slayer en Megadeth in één adem tot 'the big four' gerekend!
Sympathieke gitarist Scott Ian nam zoals steeds het voortouw van dit New Yorkse combo en hield het tempo strak alsof het z'n eerste optreden was. De trash en speedmetalpioniers konden dit niveau helaas niet hun hele set volhouden en het verouderingsproces was vooral bij zanger Joey Belladonna hoorbaar.
Klassiekers “In my world”, “Got the time” en "Only" kwamen te weinig uit de verf en daar waar vorig jaar tijdens Graspop met een andere zanger werd geëxperimenteerd vrezen we na het zien van deze vocale prestatie dat dit niet de laatste keer zou kunnen geweest zijn.
Sentiment was het wel en de publieke respons was er ook maar we hadden eerder het gevoel van net niet....

Een totaal ander geluid bij Papa Roach. Ten tijde van de nu metal hype begin jaren 2000 verschenen zij met o.a. Korn en Limp Bizkit aan de oppervlakte en bereikten ze miljoenen alternatieve oren. Bij hun opkomst was direct duidelijk dat een groot deel van het publiek hen nog op handen draagt en frontman Jacoby Shaddix ging daar maar wat gretig op in.
Hun set was energiek maar na een een 20 tal minuten vroegen we ons af of we nu 5x hetzelfde nummer gehoord hadden of dat dit verschillende tracks waren... Alles behalve veel variatie dus al kwam die er even later wel toen ze uit hun 'Infest' cd “Broken Home”, “Last resort” en “Between angels and insects” speelden. Ook het nieuwe nummer “Kick my teeth” kreeg een goeie repliek en met het nieuwe album in the pipeline en een live dvd die volgende maand uitkomt kunnen we enkel maar vaststellen dat de toekomst voor deze band er nog steeds rooskleurig uitziet.

Met Life Of Agony kregen we terug iets totaal anders voorgeschoteld. Het kwartet, afkomstig uit Brooklyn, passeerde eerder dit jaar in de AB met hun ‘20 years strong’ tournee en stonden de vorige editie ook in de shelter op Pukkelpop. Wie LOA zegt, zegt Keith Caputo, de charismatische frontman die het gezicht en geluid bepaalt van de band. Er werd fel geopend met “Lost at 22” en “ Weeds” en we slikten even want de stem van Caputo kwam er niet door... was dit door het slecht afgestelde geluid of lag het gewoon aan hemzelf... Gelukkig was het het eerste zodat we daarna schitterende vertolkingen kregen van o.a. “Underground” en “Through & through”. Circle- en moshpits werden gespot en ook bassist Alan Robert zweepte de fans meermaals op. Het was genieten van de typische groovy sound maar de te lange stiltes tussen de nummers nam de vaart eruit en was storend voor de rest van het optreden.Gitarist Joey Z die zich zoals steeds volledig gaf, nam de band meermaals op sleeptouw. “This time” en “Rivers runs red” ontbraken ook niet in de setlist en benadrukten nog eens de unieke sound van deze band. Hopelijk mogen we binnenkort nieuw werk verwachten...

Maar even later was het tijd voor de headliner Alice Cooper en z'n 'Theatre of death' tour.
Een rinkelende schoolbel luidde het metalfeest in, vanachter een neergelaten canvas doemde de 62 jarige David Furnier op en met “School's out”, “No more mr nice guy” en “Eighteen” deelde hij meteen een mokerslag uit die kon tellen. Wat een strakke sound, wat een stem, wat een start van deze set!
Ook het showelement was alomtegenwoordig: Cooper werd gespiest, onthoofd, doorboord en overleefde al deze acties om daarna telkens weer springlevend op het podium te dartelen. Een pluim ook voor de sterke begeleidingsband die in al dit showgebeuren de teugels strak hield en niet uit hun rol viel, Lokeren genoot en bracht vocale steun bij “Poison” en “Elected”.
De outfits, decors, de gehele show, alles zat vernuftig ineen en na anderhalf uur klokten we af en moesten we toegeven dat Alice Cooper nog steeds een zeer grote meneer is met een uitmuntende show.

Deze metalformule was een schot in de roos en we mogen er zeker van zijn dat dit de komende jaren wel navolging zal krijgen.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Mercury Rev

Mercury Rev perfect gecast op gevarieerd M-idzomerfestival

Geschreven door

Bij het afdalen van de brede trap naar de toegangsruimte van het Leuvense M-museum werd meteen duidelijk dat het nieuwe M-idzomerfestival zich niet enkel met zijn multidisciplinaire aanbod onderscheidt van diens gemiddelde Vlaamse tegenhanger. Talrijke bevallige assistentes sprongen meteen in de bres om de wat onwennige festivalganger, die zich normaal als vee naar de wei gedreven weet, de weg te wijzen. Kunstliefhebbers mochten met hun festivalticket alle zalen van dit vorig jaar geopende museum bezoeken, een bonus die ons sterk beviel omdat men niet elke dag de kans krijgt om een puike selectie uit de oude en nieuwe kunst te bezichtigen. Diversiteit was hierbij troef want bovenop vele waardevolle schilderijen presenteert dit museum ook fotografie, installaties, videokunst, beeldhouwwerk, diamontages, enzovoortsenzoverder. Het gebouw zelf is een geslaagde integratie van oude en nieuwe architectuur waarbij men meermaals getrakteerd wordt op een adembenemend zicht op de Leuvense binnenstad. We kwamen letterlijk ogen en tijd te kort, de volgende keer zullen we dus wat vroeger opstaan alvorens ons naar de M-idzomerfestivalsite te begeven. U merkt het: we waren reeds verkocht alvorens de eerste muzieknoot weerklonk. Als we u op het hart drukken dat niet enkel de culturele maar ook de culinaire fijnproevers en veelvraten aan hun trekken kwamen, beseft u meteen dat onze avond niet stuk kon. En dan zwijgen we nog over het feit dat er overal voldoende vuilnisbakken voorzien waren en er daarenboven enkele medewerkers permanent de weinig op de grond geworpen bekertjes aan het oprapen waren. Lang geleden dat we na afloop nog zo’n ongerept festivalterrein mochten aanschouwen!

Toch was die eerste avond niet alles pico bello. De intimistische songs op ‘And So It Is Morning Dew’ zijn meer dan verdienstelijk maar on stage kon The Bear That Wasn’t nog niet overtuigen. Ook de zevenkoppige band die het podium na het solo gebrachte openingsnummer inpalmde kon ons niet voldoende bekoren om van een sterke opener te spreken. Zijn 365 opeenvolgende huiskamerconcerten zijn hoogstwaarschijnlijk stuk voor stuk sterker dan hetgeen hij in grote zaal of op een festivalpodium ten berde brengt. Songs als "Winterwandering" en afluiter “Headphones” illustreerden dat Nils Verresen heel wat in zijn mars heeft, maar het zou ons verbazen als hij ooit massa’s in vervoering zal brengen. Misschien is het dus ook beter om dit materiaal - waarmee hij trouwens heel terecht hoge ogen gooit! – enkel in zijn meest pure vorm (dus zonder versterking) aan de waarlijk geïnteresseerde liefhebbers te presenteren. Het is immers spijtig als de meeste toeschouwers zich een optreden zullen herinneren dankzij de weinig alledaagse songtitels (wat denkt u van "The Exciting Adventures Of A Bad Bet, A Bad Alliteration And Mister Consequence"?) i.p.v. o.v. de tekstuele en muzikale pareltjes die deze singer-songwriter op zijn debuutplaat liet persen.

Hoofdact Mercury Rev tapt muzikaal uit andere vaatjes. Deze Amerikanen etaleerden vier jaar terug zowel hun eigenzinnigheid als hun veelzijdigheid op ‘The Essential Mercury Rev – Stilness Breathes 1991-2006’. Na een periode waarin rijk georkestreerd, haast etherisch werk op de voorgrond kwam (hierbij denken we vooral aan ‘All is Dream’ uit 2001) greep deze groep twee jaar geleden op ‘Snowflake Midnight’ terug naar de meer experimentele, vaak psychedelische muziek waarmee ze op Yerself Is Steam’ (1991) enBoces’ (1993) debuteerden. Het Leuvense publiek kreeg een twaalftal eigen nummers en twee covers te horen. Omdat we verrast werden door het stipte aanvangsuur van het optreden (we waren diepgeconcentreerd aan het proberen om één van die moderne kunstwerken te snappen, belastende hersenactiviteit die ons belemmerde om vlot de uitgang van de museumzalen te vinden), misten we het begin van hun set. Het eerste hoogtepunt waarvan we zelf getuige konden zijn, was “Holes” (uit doorbraakalbum ‘Deserter’s Songs’ - 1998). Het daaropvolgende “You’re my Queen” begon goed maar kreeg vervolgens een te lange uitloper die muzikaal niet spannend genoeg was om minutenlang te boeien. Gelukkig was dit één van de zeer schaarse momenten waarop Jonathan Donahue en de zijnen de pedalen verloren. Over het algemeen hadden we niet te klagen: o.a. “Diamonds” (uit ‘The Secret Migration’ - 2005), “Spiders and Flies” en het onverwoestbare “The Dark is Rising” werden met de vertrouwde gedrevenheid geserveerd. Tijdens Peter Gabriels “Solsbury Hill” dachten we even dat een middelmatige covergroep de honneurs waarnam, maar gelukkig bewees Mercury Rev niet veel later met “Once in a Lifetime” (Talking Heads) dat een gedurfde eigen toets een cover kan rechtvaardigen (wie had ooit gedacht dat deze klassieker overeind kon blijven zonder refrein?).
Na een stomende (en veel te korte!) versie van “
Senses On Fire” namen de heren hun biezen. Ongetwijfeld omdat Keizer Louis strenge instructies gegeven had, kregen we tegen tienen met “Goddess on a Highway” slechts één bisnummer. Al te lang moeten de fans van Mercury Rev echter niet op hun honger blijven zitten: op 20 november zal de groep onder de noemer ‘The Mercury Rev Clear Light Ensemble’ avantgardistische films begeleiden. Een kolfje naar hun hand dus dat wordt ongetwijfeld opnieuw een fantastische avond….ook al is het in Antwerpen…;-)

De allereerste avond van dit Leuvense festival maakte duidelijk dat het veel potentieel heeft. Organisatorisch was het alvast af. Nu maar hopen dat het voldoende publiek lokt om een blijver te worden in het stilaan verzadigde festivallandschap.

Organisatie: M-idzomerfestival ism Depot, Leuven

Red Sparowes

The fear is excruciating, but therein lies the answer

Geschreven door

Wij hebben een zwak voor bands die zich begeven in de duistere gangen van de post-rock en  post-metal. Wij houden van de woeste uithalen afgewisseld met ingetogen pracht van groepen als Isis, Pelican, Mogwai, Godspeed You black Emperor en Explosions in the Sky. Op de meeste van deze bands hun platen wordt geen noot gezongen en wordt er prachtige gelaagde muziek gemaakt die je op geen enkel radiostation zal horen, of het is in de late uurtjes. In dezelfde buurt vind je ook Red Sparowes. En waar je Isis en Pelican in de post-metal moet gaan situeren en Godspeed, Explosions en Mogwai in de post-rock, mag je Red Sparowes daar netjes tussenin plaatsen. Kwestie dat u zich een beetje kan voorstellen hoe dit klinkt. Ook de prog-rock van Anathema of Porcupine Tree komt hier zelfs om de hoek loeren.
‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ (een beetje moeilijkdoenerij in de titel vergeven we hen wel) is vooral een mooie en warme instrumentale plaat geworden met hier en daar wat stevige uithalen, maar nergens wordt over de rooie gegaan (dat is bijvoorbeeld bij Isis wel eens anders). Er wordt een zweverige sfeer gecreëerd zonder dat er psychedelica aan te pas komt en de gitaren kronkelen in lagen over elkaar bovenop een solide onderbouw van golvende bassen en drums.
Op deze sterke harmonieuze plaat wordt bovenal knap gemusiceerd, een zanger missen we geen seconde. Doe ons een plezier en beluister dit werkje in één ruk, van kop tot staart, zo komt dit album het meest tot zijn recht. Ga dat zien, en vooral beluisteren, op 09/10 in de Trix in Antwerpen …

Sparklehorse & Danger Mouse

Dark night of the soul

Geschreven door

Een plaat met een wel heel wrange nasmaak. Het album werd door Mark Linkous en Danger Mouse volledig ingeblikt met gastvocalisten (Linkous vond deze keer dat zijn eigen stem niet paste bij de songs) in 2009, maar de release werd uitgesteld omwille van problemen met de platenmaatschappij. Inmiddels maakte de immer depressieve Linkous een einde aan zijn leven. Zijn plaat ziet nu pas het levenslicht, enkele maanden na zijn dood. Ook frappant, de verwante ziel Vic Chesnutt, die hier een beklijvende bijdrage levert op twee songs onderging hetzelfde lot en stapte na jarenlange depressies en kwellingen eveneens uit het leven. Zo is de titelsong, waarmee het album eindigt, de meest onheilspellende brok emotie die we dit jaar al gehoord hebben, Chesnutt zingt het onheil tegemoet op de wrange desolate tonen gecreëerd door Linkous. Dit kunnen we bijna niet anders interpreteren dan als een aankondiging van het noodlot die beide gekwelde geesten te wachten stond. Heel bevreemdend en donker, een prachtsong met een heel bittere bijklank.
Ook “Grain Augury”, eveneens ingezongen door de arme Chesnutt, is een bezield hoogtepunt waar je stil van wordt.
Een ander onvergetelijk moment is opener “Revenge” met Wayne Coyne op vocals, een hemelse song, helemaal Sparklehorse, waarin Coyne zich volledig overgeeft. Ongelooflijk mooi.
De andere songs zijn helaas niet altijd van hetzelfde hoge niveau en we hebben zo de indruk dat er iets te veel met computers geprutst werd (zal wel Danger Mouse geweest zijn) zodat deze ‘Dark night of the soul’ niet de eenzame hoogtes haalt van de Sparklehorse mijlpalen ‘Vivadixiesubmarinetransmissionplot’ en ‘Good morning spider’. Linkous mocht best wel wat gasten thuisgelaten hebben en was beter zelf op enkele songs achter de microfoon gaan staan, want niet alle nummers zijn gediend met de guest vocals die ze hebben meegekregen. Een indrukwekkende gastenlijst (Suzanne Vega, Iggy Pop, Black Francis, Julian Casablancas,…) staat niet altijd garant voor kwaliteit. Let wel, geen enkel nummer is ondermaats, en het meervoud aan zangers zorgt aan de andere kant wel voor een gevarieerd album die toch steeds typisch Sparklehorse blijft klinken.
De songs die ons het meest zullen bijblijven zijn dus deze met Vic Chesnutt, Wayne Coyne en ook wel Grandaddy’s Jason Lytle (“Jaykub”en “Everytime I’m with you).
‘Dark night of the soul’, oorspronkelijk bedoeld als een creatief samenwerkingsproject van verschillende artiesten, is ongewild (of misschien net niet) een begeesterend afscheid geworden van een miskend talent die met zichzelf nooit in het reine kon komen.
De man heeft enkele wonderbaarlijke platen als erfenis achtergelaten, we zullen ons erin koesteren.

Quadron

Quadron

Geschreven door

Dat de Denen niet steeds verantwoordelijk hoeven te zijn voor koude golven wordt ruimschoomts bewzen met één van de mooiste zonnige cd’s die je op dit moment kan bedenken nl. Quadron.
Niet dat er hier sprake is van enige Deense salsa of zo, maar Robin Hannibal en Coco O (een mens moet nu eenmaal een naam hebben) weten op deze cd een sprookjesachtige mix te brengen die haltes houdt bij vele stations uit de muziekgeschiedenis. Het vrolijk handgeklap lijkt weggerukt te zijn uit één of andere Motownplaat waarbij het lijkt of er ene Ronnie Spector achter de producerstafel zit, terwijl de zeldzame synths in de buurt komen van de latere Broadcast.
Eerder vegeleek de BBC Quadron met Eryka Badu en je hoort ontegensprekelijk de vele funk/jazz (zelfs soul) invloeden maar door de minimale aanpak van hun muziek lijkt het allemaal wat speelser.
Meer en meer toonaangevende tijdschriften (waarbij onze eigen Musiczine dus niet mag ontbreken) mijmeren de naam van Quadron en het zou best kunnen dat deze twee het wel eens ver zouden kunnen schoppen.

Info www.myspace.com/quadronquadron

The Gaslight Anthem

American Slang

Geschreven door

Ware het niet dat ze zelf onvoorwaardelijke fans zijn, je zou zo stilaan toch gaan denken dat de heren van The Gaslight Anthem de eindeloze vergelijkingen met Bruce Springsteen kotsbeu zijn. Het werkt ons precies meer op de heupen dan henzelf, want zij vinden het helemaal niet erg, terwijl wij een acute aanval van diarree niet kunnen afhouden telkenmale als we de naam Springsteen horen vallen.
Kijk, de stem van zanger/gitarist Brian Fallon neigt inderdaad wel naar die van de vermeende all American hero, maar wat The Gaslight Anthem op de opvolger van het zeer aanstekelijke ‘The ‘59 sound’ presteert is wat ons betreft veel heter, energieker en soulvoller dan wat de ouwe zeurpiet al tientallen jaren weet te brengen. Kortom, dit hier rockt, Springsteen zwalpt. Had men de zogenaamde ‘Boss’ jaren geleden opgesloten met een handvol platen van The Clash en The Replacements en met een zwaar ontvlambare dosis buskruit in zijn reet, dan had ie misschien net zo opwindend geklonken als The Gaslight Anthem.
Om maar te zeggen, wij houden enorm van dit plaatje. Waarom? Omdat de 10 songs op ‘American Slang’ beresterk zijn. Allemaal nummers met een felle kop, een flinke staart, ijzersterke melodieën, potige riffs en met een refrein om U tegen te zeggen. Amerikaanse muziek met tempo, power en brains, gemaakt voor lange ritten op de snelweg, en een garantie voor enthousiaste zwetende concertzalen.
‘American slang’ is 34 minuten kolkend entertainment met tien kanjers van songs vol vuur en passie.
Dit is, samen met The Hold Steady en Drive by Truckers, één van die bands die voor een stevige nieuwe wind zorgen in de Amerikaanse pure roots-rock. En als we The Gaslight Anthem dan toch moeten vergelijken met een ouwe rocker, dan kunnen wij veel beter leven met Tom Petty. Op 14/11 in de AB ! U moest al weg zijn.

Auld Corn Brigade

A Fighter’s Lullabies

Geschreven door

De zes muzikanten van Auld Corn Brigade komen uit het Duitse Nordhausen maar zijn duidelijk in het verkeerde land geboren. Dat is duidelijk te horen op ‘A fighter’s Lullabies’ waar ze volop hun liefde voor Ierland bezingen. Op dit album horen we traditionele Ierse folksongs (“I’ll Tell Me Ma”, “Muirsheen Durkin”, “ Dirty Old Town“ ) in een modern punkjasje oftewel de combinatie van stevige gitaren  met de typische folkviool. Enerzijds handelen de teksten over de prachtige Ierse landschappen en de lokale pubs. Anderzijds heeft Auld Corn Brigade ook aandacht voor de tragische geschiedenis van het eiland en horen we eigentijdse versies van oude verzetsongs.
Eerlijk gezegd is dit niet echt onze favoriete variant van punkrock maar wie houdt van  bands als The Pogues, Flogging Molly of The Dropkick Murphys kan deze Duitsers gerust een kans geven!

Sade

Soldier of love

Geschreven door

Het Britse model Sade Adu (Afrikaanse roots, Nigeria) bracht medio de jaren ‘80 drie pakkende, smachtende laidback r&b souljazzy platen uit, ‘Diamond Life’ – ‘Promise’ – ‘Stronger than pride’. Van haar debuut onthouden we alvast volgende spraakmakende singles “Smooth operator”, “Your love is king”, “Hang on to your love” en de gekende cover “Why can’t we live together” . Verder hadden we nog “Is it a crime” en “The sweetest taboo” uit de tweede cd en tot slot “Paradise” en de titelsong “(love is) Stronger than pride”. Het daaropvolgend materiaal had weinig meer om het lijf. Invloedrijk voor haar werk waren Ray Charles, Al Green, Stevie Wonder, Aretha Franklin, Nina Simone, Billie Holiday, Dianne Warwick, Diana Ross en Grace Jones. Samen met Everything but the girl en Swing Out Sister gaf ze die souljazz een poppier gezicht …
Na tien jaar stilte komt ze met een nieuwe cd af, ‘Soldier of love’ .Even leek het er op dat ze met de titelsong nieuwe wegen zou inslaan door de trippende beats en ritmes, maar aan haar muzikale formule van heerlijk (weg)dromende en ingetogen soulpop is weinig veranderd. De eerste songs boeien nog “The moon & the sky”, “Babyfather” en “Long hard road”, er is de toevoeging van strijkers, blazers en piano, maar dan zinkt ze weg en zijn de songs een herhalingstoets, mooi maar onopvallend door de weinige varianten. Kortom de songs klinken als Sade … en niks anders …

The Go Find

Everybody know it’s gonna happen only not tonight

Geschreven door

The Go Find is een goed bewaard Belgisch geheim. Ze spelen in op onze gevoelswereld met hun sfeervol zalvende dagdromende (indie)poptronica. De band rond Dieter Sermeus, ex Orange Black, is al toe aan de derde cd (eerder verschenen ‘Miami’ en ‘Stars on the wall’). Muzikale pracht en schoonheid siert het materiaal van The Go Find door de zeemzoeterige melodieën, de zachte ritmes, de warme klanken en de zachtaardige stem van Sermeus, die op een paar songs wordt bijgestaan door Karo van Few Bits en Lies Lorquet van Mintzkov.
De onschuldige, relaxte, smachtende en rustig voortkabbelende songs gaan in de richting van The Album Leaf, Postal service, Lali Puna, The Notwist en Styrofoam.
Lichtvoetig, licht verteerbaar en opgewekt klinkt het allemaal; dit fijne gevoel bevestigen ze met sterke tracks als “It’s automatic”, “Just a common love”, de titelsong van de cd, een aan Pavement gelinkte “Cherry pie”en een slepende versie van “Heart of gold”. Te koesteren, dit bandje!

Dissapears

Lux

Geschreven door

Dissapears (Chicago, USA) staat voor zinderende gitaren die vertrekken vanuit Velvet Underground fuzz en zich richting shoegaze begeven. Onderweg passeren ze bij The Fall, Alan Vega, Ride en Wipers. Ze eindigen in een poel waar hedendaagse geestesgenoten als Wooden Shjips en A Place to Bury Strangers ook in woelen.
Meer underground dan mainstream dus, een geluid die scherp en noisy is, gitaren die stoten en grommen en vocals die ergens vanuit de verte er overheen roepen (denk aan Mark E Smith van The Fall).
In tegenstelling tot een hoop andere noise- en shoegazebands verdwaalt Disappears echter niet in ellenlange songs met oorverdovende uitbarstingen. Met amper tien songs van tussen de twee en vier minuten houden ze het vooral kort, bondig en punky, en na amper 29 minuutjes is het liedje al uit.
Een boeiende en meeslepende underground plaat.

Pagina 430 van 498