logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010

Geschreven door

In tijden van overaanbod mag Rock Zottegem niet klagen. Hun tweedaags festival geraakte zonder problemen uitverkocht, en dit amper een weekend na Rock Werchter. En ook Zottegem kreeg de hitte cadeau. In de grote festivaltent zorgde dit uiteraard voor de nodige liters zweet die dan alweer gecompenseerd dienden te worden met liters bier. En van een heuse wolkbreuk bleven ze ginder op zaterdag evenmin gespaard. Het was dus een festivalletje met alles erop en eraan.
Ook de affiche was lekker gekruid met Belgisch jong geweld naast een paar legendarische namen als Iggy and The Stooges en PIL. Een geslaagde combinatie, zo bleek.

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010 – Open Up and Bleed

Das Pop, het bandje van de immer sympathieke Bent Van Looy, bleek na een geslaagde doortocht op Rock Werchter ook in Zottegem een publiekslieveling te zijn en bracht met hun frisse aanstekelijke pop een erg enthousiast publiek op de been.

The Charlatans zijn als overlevers van de Manchester scene (nu toch ook alweer zo een twintig jaar geleden) niet zo gekend bij het overwegend jonge publiek. Zij moesten dus keihard hun best doen om het volk voor zich te winnen. Waar ze bij momenten toch aardig in slaagden, uiteraard met een song als “The only one I know” die na al die jaren nog heel vitaal klinkt en hier een prima uitvoering mee kreeg, maar ook de rest kon ons bekoren. The Charlatans speelden strak en met de nodige drive. Soms werd het tempo wat gedrukt en verslapte de aandacht van het publiek wat, maar over het algemeen kunnen we hier toch van een puik optreden spreken met vooral een sterk en zinderend slot.

De organisatie van Rock Zottegem mag de handjes in elkaar wrijven. Zij hebben het meest legendarische Iggy and The Stooges concert uit de recente ‘Raw Power’ tournee te boek staan.
Iggy, die alweer als een ongelooflijke zot tekeer ging, dook tijdens de mokerslag “I wanna be your dog” met een kattesprong het publiek in, smakte met zijn smoel ergens tegen de reling aan en kwam met bebloed gezicht het podium terug op om er vervolgens nog een fellere lap op te geven, alsof zijn onzachte landing hem nog meer had opgejut. Enkele ogenblikken na zijn onfortuinlijke stunt kondigde hij de volgende song aan met ‘This is a song about blood’ en zetten The Stooges “Open up and bleed” in, het kon niet toepasselijker. Ze zullen het op Rock Zottegem niet snel vergeten, Iggy moest trouwens na de set voor enkele hechtingen even een ommetje maken langs het hospitaal. Rock’n’roll !!
Niet alleen daarom was dit optreden onvergetelijk. De ganse set had immers terug een brute orkaankracht. Iggy And The Stooges hadden ons tijdens dezelfde tour al eens overdonderd in Lille, april ll (check het verslag op deze site), maar in Zottegem was het, voor zover men dit mogelijk acht, nog straffer.
Op “Penetration” na werd de ganse ‘Raw Power’ plaat er als een splinterbom doorgejaagd, van de smerige oerblues van “I need somebody” en “Gimme danger” tot de vuile punk van “Your pretty face is going to hell”, “Raw Power”, “Search and destroy”, “Shake appeal” en “Death Trip”. James Williamson’s gitaar klonk even gortig en rauw als destijds, Mike Watt molesteerde als een halve gek zijn bass en Scott Asheton mepte zijn vellen aan flarden. De hete punksong “I got a right” blies het dak er af. Iggy haalde ook weer de uit het oog verloren platen ‘Kill City’ (“Beyond the law”, “Kill City”, “Night theme”) en ‘Metallic K.O.’ boven. Uit deze laatste was de ultra heftige rock’n’roll van “Cock in my pocket” fenomenaal en natuurlijk was “Open up and bleed” de song van de avond omwille van Iggy’s bebloed gezicht. Tijdens “Shake appeal” mochten naar goede gewoonte de fans met Iggy het podium op en ving een te opdringerige fan hierbij enkele rake klappen. Kwestie van het gewelddadige karakter van dit hete concert nog wat meer in de verf te zetten. Met hulde aan de security man die nogal flink doormepte en hiermee Iggy met succes afschermde.
Het explosieve feestje eindigde met een uitzinnig en spetterend “No Fun”, de tent ging helemaal plat.
Er is geschiedenis geschreven in Zottegem. Fuckin’ fantasisch !

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rock Zottegem 2010: zaterdag 10 juli 2010

Geschreven door

The Opposites kan je gemakkelijk verwarren met de Jeugd van Tegenwoordig: het Nederlandse hiphopduo rond Willy, aka de Polderneger en Big 2, mengt net als die eerste band hiphop met euro-dance, gabber en breakbeats, en net als de JvT houden ze graag spelletjes met hun jonge publiek: The Opposites lieten de hele tent op de knieën gaan, en hun bekende hits (“Licht uit” en “Broodje Bakpao”) werden luidkeels meegezongen in Zottegem. Heel diep graaft het allemaal niet, maar als partyband zijn deze Hollanders wel een meester in hun vak.

Taylor Hawkins, de andere drummer van de Foo Fighters, heeft net als Dave Grohl al eens de behoefte om met vrienden een hobbybandje op te richten. Terwijl dat bij Dave Grohl in Them Crooked Vultures resulteert, is Hawkins ondertussen al twee albums de frontman van Taylor Hawkins en de Coattail Riders. Net zoals bij Them Crooked Vultures blijven er weinig memorabele songs hangen, en draait het vooral om het speelplezier van de bandleden. Waar Taylor Hawkins ons vorige week op het hoofdpodium maar matig kon overtuigen; veel geschreeuw en een metalige drumklank die alles overheerste, werkte de hobby aanpak deze namiddag beter: het geluid zat goed, en we hoorden vettige bluesrock nummers en een zang van Taylor Hawkins die er boenk op zat. Live werkte dit wel, maar ik denk toch niet dat ik een van de twee albums van Taylor Hawkins nog eens zal opleggen, dan toch maar de Foo Fighters.

Ik had er geen flauw idee van dat de Guano Apes nog bestonden, maar kijk, ze stonden toch maar mooi op het podium van Rock Zottegem. Na een split van vijf jaar, zijn de Duitsers in 2009 weer bij mekaar gekomen, en ze werken momenteel aan hun vierde studioalbum. Frontvrouw Sandra Nasic gaf zich volledig, met een podium présence die ze mooi van Mike Patton afgekeken had: gehurkt haar raps afvurend, dan weer de camera-man in de song betrekken of gewoon het publiek opzwepen. De band was in vorm, en publiekslievelingen “Open your eyes”, Alphaville cover “Big in Japan” en het snowboard anthem “Lord of the boards” werden tot achteraan in de tent luid meegebruld. Dat het ondertussen buiten aan het stortregenen was, droeg bij tot de verhitte en opgehitste sfeer binnen in de tent.

Als je je afvroeg waarom al de punks afgezakt waren naar Rock Zottegem, dan lag het antwoord niet bij PIL, maar bij Flogging Molly. Het enige Ierse aan deze band moeten zowaar de rosse bebrilde kop van frontman Dave King en zijn blik Guinness zijn, maar deze Californiërs hebben hun Irish act zo geperfectioneerd (kledij, podiumversiering, songs en intonatie), dat je zou zweren dat ze in Galway of Cork de folk op familiefeesten geleerd hebben, terwijl het natuurlijk Californische punkers met een whiskey adeptie zijn. Songs als “Swagger” en “Requiem for a dying song” werden luid meegebruld, we zagen een mohawk door de crowd surfen, en toen besloten we maar om ons zelf ook maar in het pogo-feestje te smijten, net als de punks, de hard-core meisjes, de folkberen en de scholieren die Flogging Molly wellicht de eerste keer aan het werk zagen. All united and slamming for Ireland!

Na dit uurtje Punk & Folk hadden we nood aan wat verfrissing, en die kwam er naast de obligate pint ook door Joost Zweegers’ Novastar. In geruite broek, speelde deze Belgische Nederlander / Nederlandse Belg een selectie van hits, waarbij het vooral vanaf “Mars needs woman’ crescendo ging. In ware Elton John stijl sprong Zweegers met gitaar en al op zijn witte vleugelpiano, en bracht daar “Wrong” en misschien ook wel “The best is yet to come” *(mijn notitieboekje was net gesneuveld in de pogo bij Flogging Molly, dus het kan ook zijn dat hij dat nummer op de begane grond bracht). In ieder geval stond de Joost zich meer dan 100% te geven, en dat sloeg over op het publiek. Verrassen doet Novastar al lang niet meer, maar iedere festivalorganisator kan er zeker van zijn dat hij met Novastar een brok kwaliteit inhaalt die niet teleurstelt.

Het was afwachten of Public Image Limited er zou staan als hoofdact van Rock Zottegem.
De tent was maar matig gevuld voor PIL, en het was vooral de oude garde die voor het podium plaatsgevat had om hun oude punk icoon te bewonderen. Een aantal jaren geleden voelden die veertigers en vijftigers zich dik in het kruis gepakt door John Lydon, toen die bij de Sex Pistols reünie vooral zijn publiek vierkant aan het uitlachen was omdat ze zo dom geweest waren om zijn portefeuille te spijzen. Met PIL is het anders, John Lydon is bloedserieus over deze band, legt er zijn hart en ziel in, en is ook wel wat gefrustreerd omdat hij vindt dat hij als grondlegger van de post-punk veel te weinig erkenning gekregen heeft voor zijn prestaties met PIL. In 2009, na zeventien jaar stilliggen, besloot Lydon PIL weer op te starten, deels uit geldnood, maar ook omdat de creatieve vlam weer aangeslagen was. De reacties op de concerten in de Engelse pers waren overwegend positief, en in 2010 doet PIL dus een Europese toer die hun ook naar Zottegem bracht. De band, die bestaat uit John Lydon (zang), Lu Edmonds (gitaar), Bruce Smith (drums) en Scott Firth (bas) begon met “This is not a love song”.
Lydon had een soort kazuifel met kruis aangetrokken, maar het zou snel duidelijk worden dat hij zich niet, zoals een bepaalde andere die ondertussen de wei in Werchter aan het entertainen was, tot Jehovah bekeerd had.
Af en toe van zijn fles cognac lurkend, nam Lydon ons mee door zijn acht PIL albums die hij van eind jaren zeventig tot ergens begin jaren negentig met wisselend succes uitgebracht had. Qua sfeer varieerden de nummers van donker en claustrofobisch (denk aan het geluid van de vroege Cure), tot Oosters en dubby, waarbij Scott Firth aantoont dat Jah Wobble eigenlijk niet gemist wordt. Dat Oosters geluid wordt geschapen door de artiesten, want eigenlijk gebruiken ze vrij traditionele rock instrumenten, de elektrische luit die Lu Edmonds af en toe gebruikte, dan buiten beschouwing gelaten. Vooral de snerende stem van Lydon, zijn rollende rrrrr in het bijzonder dan, dragen bij tot dat dubby, Libanees geluid. In”Warrior’, “Albatros’ en “Religion”, was vanavond dat Oosters geluid tot zijn uiterste consequentie uitgewerkt, en in dit laatste nummer nam kon Lydon het natuurlijk niet laten de paus en de katholieke kerk nog een extra stamp op de pedofiele kont te geven.
Het was aandoenlijk om een oude punk, duidelijk geëmotioneerd, elk nummer woord voor woord te zien meezingen: John Lydon was duidelijk levensbepalend geweest voor die man, en voor nog een tiental anderen die zowat voor het podium geplant stonden. Achteraan in de tent was het enthousiasme voor de niet evidente muziek van PIL minder duidelijk, Lydon kon het dan ook niet laten uit te halen naar ‘the back of the tent’, maar het pleitte voor PIL dat het ruime publiek, dat wellicht enkel de ‘hitjes’ kent, bleef staan.
Ruim na enen sloot PIL af met een bis, waarin naast de klassieker “Public Image’, waarmee Pearl Jam de week ervoor nog zijn set geopend had, en “Rise (Anger is an energy)”, ook “Open up”, de samenwerking met Leftfield, duidelijke statements vormden van waar John Lydon, op zijn vierenvijftigste nog altijd voor staat: woede tegen het establishment als positieve energie gebruiken.

Zo rond kwart voor twee zou Daan nog een feestelijk einde aan Rock Zottegem 2010 breien, maar wij hielden het voor bekeken na PIL, net zoals de oude punks vooraan …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Gent Jazz Festival 2010: Pat Metheny Group – Jungle Boldie

Geschreven door

Jungle Boldie - Line up: Tony Overwater (electric & acoustic bass), Maarten Orstein (tenor saxophone & bass clarinet), Wim Kegel (drums) … Deze drie sympathieke Nederlanders brengen met duidelijk plezier én virtuositeit hun ‘stukken’ of ‘studies’, zoals ze dit zelf graag benoemen. Van ingetogen tot swingende tegelijk herkenbare en onherkenbare wereldjazz wordt ons voorgeschoteld met iedere keer de nodige duiding, als was het in een sterrenrestaurant. Vele stukken komen dan ook uit de eerste decennia van de vorige eeuw. Het is er duidelijk aan te merken dat deze kezen al heel lang samenspelen. Voer dus voor echte liefhebbers en kenners. En nee, ze hebben niet over de voetbal geluld, wat hen uiteraard siert.

Pat Metheny Group - De man is 56 en speelt nog steeds de pannen van het dak. Weinig volk op deze laatste dag van het eerste deel van Gentjazz. De hitte en de ontknoping in het wereldbeker voetbal zal hier ongetwijfeld iets mee te maken hebben, al mist een echte fan niet één optreden. Hij doet niet iedere week, laat staan ieder jaar, ons landje aan.
Metheny passeerde twee jaar terug op Gent jazz en bracht toen zijn trio mee. Een beklijvend concert, (zie uw vertrouwde webstek), die mede door het enorme onweer op dat ogenblik, mythische proporties kreeg.
Een passage met zijn groep, beloofde dan weer iets heel anders te worden. Het was van 2006 geleden dat ik de groep nog aan het werk zag. Toen in een heel uitgebreide bezetting met backings en heel de poespas. Ongelooflijk wat een geluid hij toen voortbracht. Op Gentjazz komt Metheny langs met niet de minste muzikanten uiteraard. Wie goed is, heeft het voorrecht zich te laten omringen met de betere muzikant.
Pat Metheny (gitaar, gitaarsynthesizer), Lyle Mays (keyboards), Steve Rodby (bas), Antonio Sanchez (drums). Vooral Antonio Sanchez staat bekend als een wereldvermaard drummer en maakt al menig decennia deel uit van Metheny’s vaste band. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat ook hij op heel wat applaus kon rekenen na een solomoment. Velen kwamen dan ook voor hem…
Metheny putte uit zijn uitgebreid repertoire. Opener “Phase dance” gaf meteen een impressie van wat nog komen zou. Met zijn vieren zetten de heren een formidabele klank neer. De akoestische gitaar – op standard én op correcte hoogte voor de meester zelve– werd bijwijlen geruild voor de vertrouwde ibanez.
Metheny neemt zoals steeds het voortouw in elk van zijn composities. Zijne vingervlugheid laat ruimte voor improvisatie bij piano en bass, en doet dan – zoals het een grote betaamt – een stapje achteruit. Vaste pianist Lyle Mays ziet er niet uit, maar compenseert dit dan weer met een meesterlijkheid op klavieren. Het vertrouwde ‘travels’geluid laat hij botvieren op “Are you going with me” (1983) en legt even later een klanktapijt neer wanneer Metheny “This is not America” inzet. Het is voor het eerst dat ik het nummer live hoor brengen en ben er niet goed van. ‘Goose bumps’, en tranen verbijten.
Dat laatste is ijdele hoop, want Hij die steeds meer op Angelo Branduardi gaat lijken, zet een akoestische versie van “Farmers trust” in. Contrabassist Steve Rodby neemt even later over en Mays legt er nog een tapijtje bovenop. Heerlijk! Fenomenaal! Metheny ten top.
Zijn speciaal ontworpen gitaar (Pikasso guitar), een 42-snarig instrument gebruikt hij nog even om “In the dream” te brengen. Meesterlijk, al was het maar om niet in een knoop te draaien tussen al die snaren.
Metheny komt terug voor een bis, de tent is wildenthousiast en hij gaat nog es grasduinen in ‘Travels’: “Song for Bilbao” is absolute afsluiter, en ondanks een foute aftrap (verkeerde klank op de juiste gitaar), geeft de band  nog es alles van zichzelf. De solomomenten volgen elkaar nu rap op. De gitaarsynthesizer van M. (Roland GR-300 voor de kenners)
)zorgt voor het vertrouwde geluid. De zaal is tevreden. De hitte verdreven.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Status Quo

Status Quo - 40 years of hits

Geschreven door

De inhoud en het aantal ‘hits’ op de website van MusicZine groeit gestadig. Je vindt er stilaan een massa nuttige informatie over concerten en nieuw uitgebracht werk op cd en dvd. De site is niet gespecialiseerd maar bestrijkt alle denkbare genres van de populaire muziek. Als nu de vaste recensent van hun afdeling ‘klassieke krakers’ bij zijn lief in Zweden zit, wil de hoofdredacteur de concertgangers toch plichtsgetrouw een verslag aanbieden. Daarvoor sprak hij mij als vervanger aan met de missie: ga op 10 juli naar het Status Quo -concert in het Kursaal in Oostende en schrijf om de liefde Gods iets voor die mensen… Ik durf zeggen dat ik vrij goed op de hoogte ben als het over Engelse bands gaat, maar een Quo-kenner ben ik allerminst. Toch kan je waarschijnlijk haast niemand vinden die geen vijf songs van Status Quo kent en herkent. Zelfs de meest gesofisticeerde medemens wil geen slecht woord kwijt over de groep. Een gevoel van onzekerheid bekroop mij omtrent de vraag: zal ik in staat zijn iets zinnigs toe te voegen aan wat al bekend is? Wat weet uiteindelijk iedereen al op voorhand? Geweten is toch dat de teksten kort zijn, maar wel knal er op. Dat de melodietjes rechtdoor gaan om er op los te beuken. Is het echter überhaupt mogelijk om hier meer over te zeggen?

Toen ik met wat ongelukkige vertraging het Kursaal binnenstapte viel die druk echter meteen van mijn schouders. Meteen werd ik opgetild en ik rockte het nummer dat bezig was gewoon uit tot op het eind, zo’n 80 cm boven de grond in mijn geval. Het is duidelijk dat de présence van frontman Francis Rossi en zijn maat Rick Parfitt dit voor mekaar krijgt. Beheerst gooien zij de bekende riffs over de massa, die niet anders kan dan reageren zoals de hond van Pavlov. Figuurlijk dan, want gekwijld wordt er niet, waar wel overal om je heen wordt er gestampt en geschud. Ik zie een veertienjarige ongelovig zijn grootouders observeren die blijkbaar opgaan in hun opvoedende rol en hun kleinzoon even tonen hoe dat nu eigenlijk moet met die rock ‘n’ roll. Beneden, vóór het podium, bruist het ondertussen van de beweging van de fans voor het leven. Met opgestoken handen wordt er gedanst en gesprongen. We moeten de organisatie alvast nageven dat de hardcorefan hier in Oostende nog steeds zijn idolen van op enkele meters aan het werk kan zien. Niks geen dranghekkens, niks betutteling: iedereen gedraagt zich hier rock en roll, maar opvallend verantwoordelijk: enkele kinderen worden door een pak omstaanders behulpzaam tot bij het podium geloodst, waar zij hun ogen uitkijken op de groepsleden en hun instrumenten.
Twee van de vijf muzikanten deden al mee in het prille begin: Francis Rossi en Rick Parfitt . Andy Bown (keyboards) en John Edwards (bas ) kwamen erbij in 1986. Zij worden de laatste jaren aangevuld met Matt Letley (drums). Het concert is overduidelijk heel goed en de muzikanten zijn in supervorm. Ik zie hen voor het eerst. Doen zij dit elke keer op zo’n overtuigende manier of hebben wij vanavond geluk gehad? De klank is goed bij het podium, maar nog beter bovenaan in de zaal en wij verplaatsen ons om het beste plekje te vinden. Waarschijnlijk is het uitzonderlijk dat een optreden van Quo plaatsvindt in een zaal vol gerieflijke zetels, maar niemand kan blijven neerzitten want elke intro doet de mensen overeind veren. “Down Down”, “Whatever You Want” en “Roll Over Lay Down” zijn daar natuurlijk bij. En ook “Rockin’ all over the World” (van John Fogerty) en het nummer “Rock ‘n’ Roll Music” (met “If you wanna dance with me”). Zij breien er nog “Bye Bye Johnny” achteraan terwijl al wie een gitaar vastheeft op zijn achterste voor het drumstel gaat neerzitten, want zij nemen nog enkel de begeleiding voor hun rekening terwijl het publiek voor de stemmen instaat.

Na 40 jaar samenspelen met een onderbreking à la Clijsters/Henin blijft een optreden van Status Quo duidelijk nog een echte belevenis. Je ziet gewoon dat de muzikanten zich rot amuseren. De organisatoren van het volgende Belgisch concert mogen gerust zijn dat de fans hun zaal komen opvullen … btw Country Hall, Liège 7 oktober …

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Gent Jazz Festival 2010: Toots Thielemans

Geschreven door

Toots Thielemans - Line up: Toots Thielemans (mouth organ) , Kenny Werner (piano), Oscar Castro-Neves  (guitar).
Onze immer sympathieke en ‘slechts’ 88-jarige Marollien kan uiteraard voor een thuispubliek niets verkeerds doen, en dat heeft hij ook niet gedaan. Begeleid door zijn trouwe vrienden Kenny en Oscar kreeg hij de afgeladen volle tent meteen stil . Het trio heeft gedurende de ganse set niet eens het wereldberoemde “Bluesette” nodig gehad om ons in te pakken.
Hij wandelde door en koos uit een breed gamma van stukken die hem na aan het hart liggen, van het “I love You Porky” over “C-jam”, ”Smile” en een Sinatra-medley tot een waardevolle afsluiter “What a wonderfull world”. Het was in ieder geval een ‘wonderfull ‘ concert.
Valt er dan niets op te merken? Helaas wel. De leeftijd heeft zijn virtuositeit afgenomen. Let wel, er is nog bakken vol emotie en muzikaliteit, maar de vingervlugheid en notenkunstenarij zijn danig getaand. Ik hoorde kwatongen zelfs fluisteren of het niet beter zou zijn er mee op te houden, wat dan ook weer té is. Neem Toots zijn muziek niet af en neem ons zijn muziek niet af.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Prince

Prince heeft het nog ‘grotendeels’

Geschreven door

Samen met een kleine 25.000 anderen (waaronder aardig wat Belgen en Nederlanders) trokken we vrijdag naar de nieuwe locatie van het Main Square Festival om getuige te zijn van de passage van Prince.

Vooraf mocht het vijftal genaamd Mint Condition de meute opwarmen, een nutteloze job want de thermometers sloegen onder een loden zon sowieso al tilt. Heel veel beweging kregen ze dus ook niet echt in het puffende publiek dat eerder zocht naar een manier om enige koelte te vinden. Ook Larry Graham maakte met zijn Graham Central Station deel uit van het vaste voorprogramma, vooral de nummers van het mede door hem gevormde Sly & the Family Stone deden de vlam extra in de pan slaan. Klassiekers als “Family Affair”, “Dance to the music” en “Thank you (for lettin’ me be mice elf again)” werden massaal meegezongen en toonden aan dat het publiek klaar was voor ‘The One’, Prince dus.

Om kwart voor tien tokkelde de toetseniste van de New Power Generation flarden van “Venus de Milo” op haar keyboards alvorens eindelijk ook ‘His Royal Badness’, Prince zelve op de bühne verscheen. Het waanzinnige “Let’s go crazy” werd verweven met “Delirious”. Een uitzinnige gitaarsolo verzorgde de overgang naar de klassiek geworden synthesizer-intro van “1999” waarna een traag ingezet “Little Red Corvette” bevestigde dat de vroeger vaak grilligheid verweten artiest tegemoet komt aan de smaak van het hem resterende publiek door vooral hits te spelen. Na “Take me with U” weerklonk de heerlijke riff van “Guitar”, een drie jaar oud nummer dat in Arras nog meer rockte dan de versie die op ‘Planet Earth’ prijkt. Wie vindt dat Prince al jaren passé is, kreeg met “Guitar” ontegensprekelijk een zwaar tegenargument te slikken. Toen meteen erna de nieuwe single (“Hot summer”) weerklonk, begonnen zelfs de fanatiekste fans te vrezen dat die eerder vernoemde disbelievers misschien wel een punt hebben. Gelukkig weet ‘The Minneapolis Midget’ zelf ook dat zijn laatste single allesbehalve zijn beste is dus na een minuutje schakelde hij met “Controversy” over naar één van zijn allereerste successen.
Het feestje werd verder gezet met “Le Freak” (van Chic) en hoewel Prince vol overtuiging beweerde dat men nog maar net begonnen was, verdween hij meteen erna in de coulissen om energie bij te tanken terwijl één van de drie achtergrondzangeressen op het voorplan mocht treden. Een goeie vijf minuten later was het tijd voor een duet waarin diezelfde zangeres, Shelby J., haar baas “Nothing compares 2 U” mocht toezingen (iets wat het voltallige publiek trouwens massaal beaamde). Tot onze grote vreugde kregen we vervolgens voor het eerst in decennia het machtige “Mountains” live te horen. Als eerbetoon aan zijn generatiegenoot Michael Jackson werd “Shake your body (down to the ground)” (van The Jacksons) gecoverd, gewoontegetrouw werd er eveneens tijd gemaakt voor een Sly & the Family Stone-medley (met o.a. “Everyday People” en “I want to take you higher”). Met “Alphabet Street” en de in de eerste bisronde gebrachte klassiekers “Kiss” en “Purple Rain” bewees Prince dat hij geen covers brengt omwille van een ontoereikend eigen oeuvre.
Reeds in de beginjaren van zijn indrukwekkende carrière hamerde hij op het belang van het pionierswerk dat respectabele voorgangers uit de soul- (zoals Otis Redding), gospel- (zoals Mavis Staples), funk- (zoals George Clinton) en jazzwereld (zoals Miles Davis) deden, er zijn maar weinig optredens waarin hij nalaat om hieraan te herinneren.
Tot grote vreugde van het publiek kwam hij nog een tweede keer terug voor een bisronde waarin eerst wat geplukt werd uit zijn nieuwste CD (die hij in meerdere Europese landen als gratis bijlage bij populaire kranten laat voegen).
Een nieuwe song als “Everybody loves me” heeft nog een lange weg te gaan alvorens tot een klassieker uit te groeien, maar bon, iedereen in Arras was ondertussen voldoende goed gestemd om een dergelijke prul als instant-classic te onthalen. Prince toonde zich tevreden over zoveel enthousiasme en bood ons met “Peach” nog een extra zoetigheid aan.

Na twee uur trekt het publiek tevreden huiswaarts. We zijn getuige geweest van een meer dan gemiddeld - maar spijtig genoeg niet legendarisch - optreden. Prince was minder snedig en minder venijnig dan in zijn jongere jaren. Ook fysiek beginnen ’s mans 52 jaren wel degelijk hun tol te eisen. Hier en daar lazen we dat hij een week eerder in Roskilde nog danste als in zijn beste dagen, maar zelf zagen we geen enkele verbluffende move zoals hij er wel nog meerdere uit zijn broekpijpen schudde tijdens zijn laatste Belgische passage (in 2003 in het Sportpaleis zagen we hem bijvoorbeeld nog bewegingen maken die zelfs Kim Clijsters op die gewijde grond niet zou aandurven). Zijn heupen functioneren wel degelijk nog maar van de soepelheid waarmee hij er vroeger mee zwierde is toch niet zo veel meer te merken. Hij maskeert dit professioneel door veel te springen en allerlei minder halsbrekende danspasjes uit te voeren maar de schwung die hij tot enkele jaren terug met de vingers in de neusgaten etaleerde is er toch een beetje uit. Wie anders beweert, heeft hem vroeger waarschijnlijk nooit zien optreden.
Ook het feit dat hij na een uurtje even van het podium verdween, getuigt niet van een bloedvorm. Om nog maar te zwijgen van zijn schoeisel dat door oneerbiedige fashionista als ‘orthopedische turnsloefkes’ bestempeld zou worden.
Maar laat ons vooral niet te negatief zijn want dat verdient Prince na zo’n puike prestatie niet. Dit concert bewees dat hij er nog steeds staat en muzikaal nog niet versleten is (al zal men lang moeten zoeken om iemand te vinden die oprecht gelooft dat hij qua platen nog een relevante rol zal spelen).
Terwijl velen al bijna aan de auto waren, weerklonk plots die strakke beat van het beklijvende “Forever in my life”. De daaropvolgende minuten mochten we genieten van een zanger die even cool en zwoel klonk als in de tijd dat “Sign’o’the times” een mijlpaal werd in de muziekgeschiedenis. Nadien werden we nog verwend op een groovy versie van “7”. Om middernacht deed de makke reactie van het gelaïciseerde Franse publiek op iets wat waarschijnlijk “Let go, let God” genoemd wordt de diepgelovige Prince zijn bed opzoeken. Het was mooi geweest en de dag erna wachtte hem nog het ongetwijfeld eveneens veeleisende Belgische publiek.

Afsluitend onthouden we dat Prince met de glimlach in zijn rijkgevulde hits-trommel tastte en nog steeds gitaar speelt alsof hij het instrument zelf uitgevonden heeft. Dat alles soms iets minder gezwind verliep in vergelijking met vroeger zien we makkelijk door de vingers want de gehele show was beter dan hetgeen de zogezegd hedendaagse toppers een week ervoor op Rock Werchter lieten horen en zien. Hopelijk maakt hij zijn belofte om binnenkort terug te keren dus waar, graag zien we hem nog eens schitteren in een zaal zoals hij dat in 1998 in een kolkend Vorst-Nationaal deed tijdens een optreden dat bij ons nog steeds als het beste dat we ooit meemaakten geboekstaafd staat.
We dienden in het Sportpaleis, Flanders Expo en Vorst-Nationaal al meermaals te beamen dat er geen betere live-artiest bestaat dan Prince, hopelijk slaagt hij er in de toekomst nog in om dat niveau opnieuw te evenaren. In Arras twijfelden we wat maar uiteindelijk slaat de balans toch over naar de positieve zijde. Er is dus nog hoop. Of zoals de religieuze Prince zou zeggen (ware hij een Vlaming geweest): “Ge moet erin geloven!”.

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

FeestinhetPark 2010 – 12 tem 15 augustus - Donkvijvers Oudenaarde: affiche compleet

Geschreven door

FeestinhetPark 2010 – 12 tem 15 augustus - Donkvijvers Oudenaarde: affiche compleet
* bericht juli 2010
- Met o.a. The Opposites, DeWolff, Jaydee en Mish Mash Soundsystem and friends + special guests sluit Feest in het Park zijn affiche voor dit jaar af. Opmerkelijk is dat The Opposites op donderdag 12 augustus een speciaal concert zullen geven in de gevangenis van Oudenaarde. Ook dit jaar werkt het festival samen met de Gentse muziekclub Democrazy. Vroege beslissers kunnen nog tot en met 14 juli hun slag slaan en voor 62 euro een weekendticket op de kop tikken.
- Feest in het Park trekt voor het laatst dit jaar een blik nieuwe namen open. Naast The Opposites komen ook de Nederlandse rocksensatie DeWolff en Mish Mash Soundsystem & friends  (Geht's Noch, Keatch  en special guests die op 11 augustus bekend worden gemaakt). De legendarische Jaydee, Cook-e & Matic, Soulphonic, Fred Nasen, Tofke, Black Jack, Carlito & Del Piero, Ultravid en Koentje zorgen voor nog wat extra party-geweld.
Op uitnodiging van Feest in het Park gaan The Opposites op donderdag 12 augustus trouwens in de gevangenis van Oudenaarde spelen. Op die manier wil de organisatie een heel specifieke groep van de samenleving bereiken die het gewone programma van Feest in het Park niet kan meemaken. Iedereen kijkt alvast heel erg uit naar dit bijzondere concert.
- Op zondag 15 augustus slaan Feest in het Park en de Gentse muziekclub Democrazy opnieuw de handen in elkaar. Democrazy fungeert die dag als ‘presenting partner’ van de festiviteiten. De artiesten en line-up van zondag reflecteren helemaal waar Democrazy voor staat: de rock van The Raveonettes, Absynthe Minded, Admiral Freebee, Mintzkov, Living Colour, DeWolff en Creature with the Atom Brain. De punk van de Mad Caddies. De reggae van Alborosie, Steel Pulse, Dubmatix en TLP. De drum and bass van Subfocus en Netsky.
De dubstep van N-Type, …..
- Vroege beslissers kunnen nog tot en met 14 juli hun profijt doen een slagje slaan. Tot die datum kost een weekendticket voor 4 dagen Feest in het Park 62 euro. Vanaf 15 juli kost een ticket onherroepelijk 72 euro. Tickets zijn verkrijgbaar in een van de vele Dexia Ticketshops, bij Free Record Shop of online via www.feestinhetpark.be
- Campingtickets kosten dit jaar 12 euro.

*
bericht juni 2010 - FihP 2010 - Affiche Feest in het Park bijna compleet – vroegboekactie bijna afgelopen!
Feest in het Park, met zijn gezellige festivalterrein aan de Donkvijver in Oudenaarde, loopt dit jaar van donderdag 12 tot zondag 15 augustus. Zoals gebruikelijk biedt de line-up een interessante mix van de betere namen uit pop, rock, hiphop, reggae en dance.
“We streven ook dit jaar naar een mix van grote en minder bekende namen, een dampende smeltkroes van stijlen en genres, de mooiste parels uit het binnenland en een pak heerlijk interessante acts uit het buitenland”, aldus Wim Merchiers, organisator van Feest in het Park.”Een volgende reeks namen, ticketinfo over dagtickets en meer nieuwigheden maken we binnenkort bekend”.

Met o.a. The Raveonettes, Shameboy, Stijn en Customs lost Feest in het Park nog een laatste lading interessante nieuwe namen. Eerder mocht het festival o.a. al uitpakken met Orbital, Fun Lovin’ Criminals Paul Kalkbrenner en Absynthe Minded. De succesvolle ‘early bird’ actie van het festival, dat dit jaar plaatsvindt van donderdag 12 tot zondag 15 augustus, loopt nog tot en met 14 juni.

De voorbije weken onthulde het Oudenaardse Feest in het Park al een mooie reeks namen, met o.a. Orbital, Fun Lovin Criminals, Paul Kalbrenner, Etienne De Crécy, Admiral Freebee, Absynthe Minded, Das Pop, Alborosie, Peaches, Just Jack en Vive La Fête.

Met de toevoeging van The Raveonettes, Shameboy, Stijn, Disko Drunkards, The Glimmers, Customs, Partyharders Squad ft Highbloo, Sound of Stereo, Mish Mash Soundsystem, Villa, Maxim Lany, Netsky en Sicko ft. MC Mush als extra party - injecties is de affiche bijna compleet.

Vroege beslissers kunnen nog tot en met 14 juni een slagje slaan. Tot die datum kost een weekendticket voor 4 dagen Feest in het Park 52 euro. Vanaf 15 juni komt daar 10 euro bij en vanaf 15 juli kost een ticket onherroepelijk 72 euro. Tickets zijn verkrijgbaar in een van de vele Dexia Ticketshops, bij Free Record Shop of online via www.feestinhetpark.be

Campingtickets kosten dit jaar 12 euro.

www.feestinhetpark.be

Crosby, Stills & Nash

David Crosby (68), Stephen Stills (65) en Graham Nash (68): Icoon opa’s om te koesteren!

Geschreven door

De in 1969 samengesmolten supergroep (Byrds, Buffalo Springfield en The Hollies) bewees nogmaals dat ze nog niet afgeschreven zijn. Alhoewel de 3 bandleden niet zo productief zijn bij het maken van nieuwe platen in vergelijking met hun goeie vriend Neil Young is het optreden van de drie ééntje om nog lang van na te genieten.

De set bestond hoofdzakelijk uit hun 2 eerste LP’s, de titelloze ‘Crosby, Stills & Nash’ (’69) en de fel gelauwerde ‘Déjà vu’ (‘70). Men koos ook om nummers te plukken uit ieders soloplaten. Sedert kort vertoeven de 3 pioniers geregeld in de studio met producer Rick Rubin met als bedoeling een plaat uit te brengen met nummers die ze zelf graag hadden geschreven. (The Who, The Beatles, Bob Dylan, Rolling Stones, The Allman Brothers Band, Neil Young, James Taylor en Tim Hardin). Naar wat we te horen kregen belooft dit een heel mooie plaat te worden!
De harmonieuze samenzang waardoor C, S & N zo gekend is, heeft toch wat moeten inboeten. Dit was vooral te merken bij Stills. Het gevoel van gitaar spelen is hij echter nog niet verleerd. De drie werden verstekt door een band waar vooral James Raymond (zoon van David Crosby) op toetsen en Joe Vitale op drums uitblonken. Het optreden was een resem hoogtepunten na elkaar dat door het veelal oudere publiek ferm gesmaakt werd.
Crosby op zijn best tijdens “Almost cut my hair” en “Delta” (opgedragen aan Jackson Brown), de meezingers van Nash, “Teach your children” en “Our house” en de Buffalo Springfields “Rock’n roll woman” en “Love the one you’re with” van Stills.

“Come and see us again” beloofde Nash op het einde van het optreden. Wat mij betreft, graag en breng … Neil Young dan maar eens mee.

Setlist:
Woodstock (Joni Mitchell), Military madness , Long time gone , Bluebird , Marrakesh express , Southern cross, In your name, Long may you run (Neil Young), Déjà vu, Wooden ships, Helplessly hoping, Norwegian wood (this bird has flown) (The Beatles), Midnight rider (The Allman Brothers band), Girl from the north  (Bob Dylan), Ruby Tuesday (The Rolling stones), What Are Their Names?, Guinnevere, Delta, Cathedral, Our house, Behind blue eyes (The Who), Rock ’n roll woman, Almost cut my hair
Love the one you’re with, Teach your children

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

The Fabulous Thunderbirds

The Fabulous Thunderbirds laten ons het WK voetbal even vergeten

Geschreven door

Wat heb ik van deze groep uit Austin gehouden! Hun eerste vijf LP's heb ik destijds grijsgedraaid. Vooral de eerste bezetting was legendarisch met naast wonderkinderen Kim Wilson en Jimmie Vaughan (die ik zo veel meer bewonderde dan broer Stevie Ray), Keith Ferguson (later nog bij de fantastische Tailgators en intussen reeds wijlen) op bas en Mike Buck (later nog bij The Texas Tornados en het South Filthy van Jack Oblivian en Jeffrey Evans) op drums. Al vlug begon de eindeloze reeks personeelswissels maar hun swampy rock-'n-roll bleef tot de verbeelding spreken. Toen in '89 ook Jimmie Vaughan de handdoek in de ring gooide (om solo nooit echt gensters te slaan) hield ik het definitief voor bekeken. De laatste plaat met Jimmie deugde eigenlijk ook al niet meer.
En nu 20 jaar later spelen ze plots aan mijn achterdeur en kon ik het toch niet laten om mijn oude helden nog eens te gaan zien. Correctie : oude held want ‘The Fabulous Thunderbirds’ staat eigenlijk gewoon voor Kim Wilson & band. Een beetje tegen mijn verwachtingen in maakten ze er een behoorlijk spetterende avond van en zal het toch net iets leuker geweest zijn dan ‘Duitsland – Spanje’.

Nochtans begonnen ze als een doorsnee bluesband waar ik het warm noch koud van kreeg. En veel oude nummers (buiten "Tuff Enuff", "She's tuff" en "My babe") om me aan op te trekken waren er ook al niet. Maar gaandeweg kwam de vaart er toch in en dat vooral dankzij gitarist Johnny Moeller. Een Jimmie Vaughan is hij zeker niet, integendeel, hij leek wel diens tegenpool. Terwijl Vaughan, steeds strak in het pak, zijn spel ook steeds bijzonder strak hield, zagen we hier een gitarist met wapperend bloemenhemd en dito haren die zich niet op één stijl liet vastpinnen en zijn inspiratie de vrije loop liet. Naast de traditionele blueslicks hoorden we een waaier aan invloeden (funk, soul, psychedelische rock, ...). Kim Wilson van zijn kant is nog steeds een begenadigd zanger en superb op mondharmonica. Toch ging hij één keer serieus uit de bocht met een oneindige mondharmonicasolo die de groep de gelegenheid gaf om achter de coulissen uitgebreid te gaan eten. Wou Wilson misschien bewijzen over wat voor een adem hij beschikt? Het is hem vergeven want plots hing er zowaar magie in de lucht toen tweede gitarist Mike Keller de leadgitaar voor zijn rekening nam en Johnny Moeller op een verse gitaar ramde alsof hij solliciteerde bij The Gories. "Payback time" klonk plots even swampy als de Thunderbirds uit de begindagen en het is verdomd een nummer uit 2009!! Zou ik dan toch eens naar hun laatste plaat moeten luisteren?

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Gent Jazz Festival 2010: Gent Jazz Festival 2010: Ornette Coleman – Pierre Vaiana

Geschreven door

Pierre Vaiana & Salvatore Bonafede `Itinerari Siciliani` feat. Manolo Cabras - 20h30
Het warme en brede geluid van de sopraansaxofoon van Pierre Vaiana was meteen herkenbaar toen ik het festivalterrein opkwam.
Waal en wereldburger Vaiana graaft dit keer naar zijn Siciliaanse wortels, samen met de verfijnde pianist en Siciliaan Salvatore Bonafede en de Sardijnse bassist Manolo Cabras. Een trio om u tegen te zeggen. Bonafede is ondertussen één van de belangrijkste pianisten in Italië geworden…

Pierre Vaiana zette al verscheidene projecten op die gebaseerd zijn op het thema ‘ontmoeting’. Dit is er aan te horen. Vaiana is een componist naar mijn hart. Hij is een romantische ziel, en dit vertaalt zich duidelijk in zijn werk. De van Waterschei afkomstige sopraansaxofonist speelt die stukken die liederlijk en romantisch melodieus uit de hoek komen en daar hou ik van. Dit is jazz a la Catherine, maar dan op sopraan.
”Il sogno di mare du sud” – en zo nog een paar andere ‘sognos’ die hij aankondigt, tonen aan dat Vaiana een dromer is. Garbarek is nooit veraf. Het elegante geluid van een sopraansax doet je als toeschouwer dromen – het is een bezwerend geluid, gebruik maken van zuiderse en Oosterse toonladders, om het mediterrane en Siciliaanse karakter van zijn werk te harden.
Wat een ontdekking die Vaiana!
Pierre Vaiana (sopraansaxofoon), Salvatore Bonafede (piano), Manolo Cabras (bas).

Ornette Coleman (22.30 concerttent)
The Stooges, MC5, Patti Smith en Lou Reed en Velvet Underground zijn zelfverklaarde fans van Ornette Coleman. Het was dus uitkijken voor mij om deze meester aan het werk te zien.

De man meet de witte saxofoon speelt in een – voor mij althans – nooit eerder geziene  bezetting.Naast drums (Denardo Coleman), pakt de zelfverklaarde uit met een dubbele basbeztting! Tony Falanga neemt daarbij de contrabas voor zijn partij, en maakt vrij vaak gebruik van de strijkstok. Een heel beklijvend geluid! Al is het bij momenten een dissonant zootje als hij samenkomt met andere melodieuze instrumenten. All Mcdowell is dan weer elektrisch bassist, maar doet dit met een dergelijke virtuositeit, dat je mond ervan openvalt.
Aanvankelijk maakt Coleman ervan wat ik verwacht had. Hij start met een compositie om vanachterover te vallen. Drummer Denardo mept erop los (dat drumstel is te klein voor zo’n  vent), en doet dat eigenlijk de hele set door. Jazz- en rockthema’s wisselen elkaar af in een hels tempo, tempowisselingen, harmonie en disharmonie wisselen elkaar af, dissonantie bij het samenkomen van strijk en elektrische bas. Coleman laat onmiddellijk zien wie de baas is, en waarom hij wel eens de Samuel Beckett van de jazz genoemd wordt.
Er is weinig interactie (verbaal dan) met het publiek. Coleman spreekt enkel bij aanvang enkele onverstaanbare woorden en pakt dan uit met één van zijn drie instrumenten die hij moeiteloos beheerst: viool, trompet en saxofoon.

De jazz en composities van Coleman zijn niet zo toegankelijk. Het is soms wat zwaar op de hand, en gaat vaak in de richting van freejazz. De elektrische bassist zorgt voor het melodieus gedeelte en neemt de gitaarpartijen voor zijn rekening. Machtig gewoon! Maar moeilijk te begrijpen en te doorgronden voor de doorsnee leek, waartoe ik mezelf nog steeds reken.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

The Agitators

Among Friends

Geschreven door

Uit de as van de groepen Double US en het legendarische Eightbal herrees in 2000 The Agitators. Deze Antwerpse heren maken  een heerlijke mix van streetpunk en melodieuze ‘oi’ in het verlengde van bands als Cockney Sparrer, GBH, The Clash en Rancid. Ze zingen bovendien over de belangrijkste zaken in het leven: voetbal, vrienden en bier drinken! De mannen zijn al een decennium actief maar dit is naast een split cd met de punkrockers van The Heartaches  en twee full cd’s slechts hun derde volwaardige album.
Nu is er dus ‘Among Friends’ en het moet gezegd worden: dit plaatje weet ons te bekoren! De straatpunkers slaagden erin verschillende sterke nummers te componeren waarbij het onmogelijk is om niet luidkeels mee te blèren of om je hoofd stil te houden. De hele plaat is zeer melodieus en de productie is ijzersterk.
Het begint al met het gevarieerde en meezingbare openingsnummer “Eddy Would Go” dat de toon zet voor de hele plaat. Zoals vanouds handelen er op ‘Among Friends’ heel wat nummers over de meest edele der balsporten: in “4 minutes”, onze favoriet op deze plaat wordt het legendarische kopbaldoelpunt van Georges Grun bezongen, in “Red and White” declareren The Agitators hun liefde voor Royal Antwerp FC en in “No to the Merger” laten ze duidelijk blijken wat ze denken van een eventuele fusie met een paarse voetbalvereniging. Ook “Markus Agitator”, een ode aan hun overleden drummer, “You’re going down” en het emotionele “Friends (are there for you)” vinden wij ongelooflijke klassenummers.. Een laatste pluspunt is  het accent van zanger Mark Van Lier die rechtstreeks weggeplukt lijkt uit de Engelse straatpunkscène.

Iron Fate

Cast in iron

Geschreven door

Blijkbaar moet je voor een vette portie kwaliteitsmetal nog steeds naar Duitsland trekken en op die tocht kom je zeker bij Massacre Records terecht, een label dat sinds enkele jaren (o.a. door de topact Crematory) tot één van de betere in hun soort behoort.
Iron Fate zijn een nieuwe Duitse band en meteen bij de eerste noten van dit debuut hoor je dat deze lieden zich hebben laten inspireren door de grootste voorbeelden uit de traditionele hard rockgeschiedenis zoals Iron Maiden, Judas Priest of om wat recenters te noemen Hamerfall.
Deze stevige brok powermetal voldoet aan alle kwaliteiten die je van een metalplaat verwacht : prachtige hoes, loeiharde (maar ultramelodische) gitaren, de verplichte ballad (“Imagine a better world”) en een stem van Denis Brosowski die klinkt als dat van het typisch gekastreerd koorknaapje. U kan natuurlijk best leven zonder deze aanwinst maar wie ooit gek was van pakweg “Number of the beast” moet dit maar eens een kans geven.

INFO www.myspace.com/ironfateband

We Are Scientists

Barbara

Geschreven door

Nerdy is hotter dan de eerste hittegolf op het jaar. We Are Scientist verraadt aan de bandnaam alleen al dat ook zij uit hetzelfde vaatje tappen zoals muziekmakende pioniernerds Weezer of onze eigenste Galacticos. Wat wel opvalt is dat ze hetzelfde genre muziek produceren. Degelijke, snedige poprock. ‘With Love And Squalor’ was de debuutplaat die hen in 2005 lanceerde als ‘the next big thing’, maar het is toch vreemd dat we sinds die debuutplaat niet veel meer van hen vernomen hebben. Tot onze verbazing is ‘Barbara’ al hun vierde plaat en komen ze nu opzetten met een bescheiden hitje “Rules Don’t Stop Me”. Oprichters Keith Murray en Chris Cain worden nu versterkt met ex-Razorlight drummer Andy Burrows nadat de vorige drummer Michael Tapper in 2007 de band verliet. Op papier al een mooie aanwinst.
Op deze langspeler vinden we enkele goede popnummers terug. De single “Rules Don’t Stop Me” is een schot in de roos. Verder hebben “I Don’t Bite”, “Nice Guys” en “Central AC” die ons naar het niveau van “With Love And Squalor” kan tillen. Dan hebben we het enkel over de nummers met de klassieke ingrediënten die een popgroep zoals deze moet combineren. Ze missen bij momenten wel hun punch, maar blijven toch overeind. “Pittsburgh” is een beklijvende track die blijft hangen en is een waar hoogtepunt. Een ander nummer waar het tempo omlaag gaat is “Foreign Kicks”.
Er werd ook met synths geëxperimenteerd in “Jack & Ginger” en “Break It Up”, maar de uitkomst daarvan stelt ons wat teleur. Na een halfuurtje zal je al merken dat alle 10 nummers er al doorgejaagd zijn.
Al bij al mogen we het over een geslaagde comeback hebben na een lange radiostilte (althans bij ons). De formule zit nog niet helemaal lekker, maar ze kunnen zich zeker herpakken. Hopelijk maken We Are Scientists een opmerkelijke doortocht als ze op Pukkelpop spelen later in deze warme zomer.

Fool’s Gold

Fool’s Gold

Geschreven door

Een warm, tropisch geluid horen we op het debuut van de muzikale smeltkroes uit L.A., Californië, Fool’s Gold. De band gecentraliseerd rond Luke Top (zang/bas) en Lewis Pesacov (gitaar) verweven Afrikaanse, Oosterse, Indiase aanstekelijke ritmes en melodieën in Westerse pop en intrigerende, tintelende gitaarakkoorden. Hun world(beat)pop wordt dan nog dikwijls in het Hebreeuws gezongen door de Israeli roots. Het draagt bij tot de muzikale veelkleurigheid, opgezweept door de percussie, blazers en samenzang … speels, zomers, ontspannend maar met een ‘message’ van wat er ginder aan de andere kant van de wereld gebeurt …een glimlach en een traan … stof tot nadenken dus! Ze zijn alvast reikende hand met de grensvervagende muziek. Een hechte eenheid en een sterk op elkaar ingespeelde band, die al meteen boeit met de eerste songs “Surprise hotel” en “Nadine”.
Acht mooi uitgewerkte, soms uitgesponnen songs die nauw durven te leunen aan de Tinariwen sound en ervoor zorgen dat Stone Roses’ “Fools gold” een even aanstekelijk en broeierig eerbetoon krijgt. Een coherent, diepgaand en veelkleurig meesterwerkje dus!

Kelis

Flesh tone

Geschreven door

We waren de laatste jaren Kelis wat kwijtgeraakt. De plaat ‘Kelis was here’ had niet het verhoopte succes als haar andere platen, waarop steevast enkele puike singles waren te horen als “Caught out here”, “Good stuff”, “Flash back”, “Trick me” en “Milkshake”. Een grillige muzikale loopbaan van grootse hits en tragische missers …
Op ‘Flesh tone’ komt de r&b, funk, soul geluid grotendeels niet meer voor. Ze is een dance diva en vamp geworden, die niet zonder handschoentjes te pakken is. Ze is recent gescheiden van rapper Nas, kwam dikwijls in aanraking met de politie, liep arrestaties op en had ruzie met bontbestrijders. Een gevaarlijke katje dus, die met de nieuwe plaat de clubdance tour opgaat. Ze heeft opnieuw een grootse single op zak, “Acapella” door David Guetta geprocudeerd btw; de elektronica, elektro en beats klinken fors door in “22nd century” , “4th of July” en “Brave”. Op die manier wint ze het jonge publiek voor zich en borduurt ze op het danceconcept van Madonna en Lady Gaga. ‘Mission succeed’ om opnieuw op het voorplan te treden…

Angus & Julia Stone

Down the way

Geschreven door

Angus & Julia Stone - broer en zus uit Sydney, Australië … alles met de naam Stone heeft (toch wel) iets magisch. Joss Stone zit gegrift in ons geheugen qua emotievolle soulpop en het duo uit Australië verbaast en intrigeert met subtiele, elegante songs, alsof het niks is om indringende, soepele popsongs te schrijven … Het duo heeft de songwriterschap in zich! Na 2 EP’s en het debuut ‘A book like this’ (’08) zijn ze toe aan hun tweede cd, ‘Down the way’.
Geen enkele van de dertien dromerige songs moet onderdoen; er is voldoende variatie te horen, ofwel door de spaarzame begeleiding van piano/akoestische gitaar, “For you”, “Santa monica dream”, “The devil’s tears” en de opbouwende “I’m not yours”, “Dream your swords”, ofwel worden op ze gepaste en gevatte wijze georkestreerd door keys, elektronische strijkers en  blazers, “Hold on” en “Big jet plane”. En breed kleurenpalet dus. En ze zijn niet vies van een flinke scheut country/americana waaronder ”On the road” en het uitgesponnen “Yellow brick road”, door steelpedal – gitaarslides en -soli.
Het is genieten van het mooie sfeervolle, dromerige materiaal. Vocaal wisselen ze elkaar af of vullen ze elkaar aan. Julia’s bedeesde vocals neigen in de richting van Hope Sandoval en Angus durft naar Damien Rice of de falsetto van Jeff Buckley te gaan.

Gent Jazz Festival 2010: Norah Jones - DjanGo! 100 Years Django Reinhardt - A Tribute

Geschreven door

Opwarmer was een Tribute to Django Reinhardt. Wie kan dit beter dan ouwe rot Koen de Cauter, een wandelende roman inmiddels, die met zijn drie zonen Was, Myrdinn en Waso de hort opgaat.
Django Reinhardt wordt door velen beschouwd als de grootste muzikale persoonlijkheid die de Europese jazz heeft voortgebracht. Koen De Cauter, al bijna vier decennia de verdediger van de gipsy jazz, brengt met een octet een hommage aan het weergaloze genie. We waren getuige van een schitterend concert met stuk voor stuk virtuoze muzikanten. Met een staand publiek en bijbehorend geroezemoes (ze haalden nét niet het vuvuzelaniveau) ging té veel van het concert verloren. Foei!
Koen De Cauter (sopraansax, klarinet en zang), Fapy Lafertin (gitaar), Jon Birdsong (cornet), Myrddin De Cauter (klarinet), Waso De Cauter (gitaar), Bart Vervaeck (gitaar), Dajo De Cauter (bas), Lionel Beuvens (drums)

Geetali Norah Jones Shankar – zo heet de dame voluit, en ons genoegzaam bekend als ‘dochter van’ én inmiddels wereldberoemde jazzdiva. Met haar eerste album ‘Come away with me’ (2002) had ze meteen een monstersucces. Terecht, want la Jones creëert een vrij nieuw geluid binnen de vocale jazz, waar ze vooral haar Texaanse en zuiderse invloeden toevoegt bij haar frisse stemgeluid. ‘Come away with me’ was een millionseller, evenals opvolger ‘Feels like home’.
Dat Norah Jones een veelzijdige dame is, bewijzen haar optreden als actrice in ‘My blueberry nights’ en -niet in het minst- haar keuze om het bij het uitbrengen van een nieuwe plaat, over een totaal andere boeg te gooien. Met ‘The fall’ (2009) gaat ze de rocktoer op. Ze haalde hier reeds platina mee, en bij ons is vooral de single “Chasing pirates” een ware hit geworden.
Het doet een beetje vreemd aan om haar met een gitaar te zien omgord. Waar ze voorheen als het ware aan haar pianostoel kleefde, staat Jones nu frontaal op het podium, mét gitaar en bijhorende gele skirt met witte bollen – als was ze weggelopen uit een Grease-movie). Even wennen toch…

De set was helemaal opgebouwd rond de laatste plaat, en het was er ook aan te horen (en te zien). De band,
Norah Jones (piano, Wurlitzer, guitaar, zang), Sasha Dobson (meerdere instrumenten), Smokey Hormel (guitaar), John Kirby (keyboards), Gus Seyffert (bas), Joey Waronker (drums), was een stevig 6-tal, met tweede frontvrouw Sasha Dobson (talking of being ‘hot’!) als dragende backing vocal én stevige ritmegitarist. Met Smokey Horne als lead en Norah Jones zélf als begeleidend gitarist (en ze doet het uitstekend), maakt dit dat het geluid voornamelijk door gitaren voortgebracht wordt, en binnen de set was dit er ook aan te horen.
What am I to you (feels like home/2004) – (tell me darling true)” zette meteen de toon van het concert. Een stevige opener, volledig in de stijl van Hare dochter van de meester op sitar. Weliswaar niet op piano zoals op plaat, maar stevig met de gitaar in de hand. Het moet gezegd, het doet vreemd, maar het staat haar wel.
De set is verder bijna uitsluitend opgebouwd rond ‘The Fall’. “Chasing pirates” (gewéldige gitaardelay!) zit wat verder in de set, evenals haar tweede hitsingle “It’s gonna be”. Vooral deze laatste was vrij indrukwekkend, met ondersteuning van extra percussie. Jones kon voor dit nummer even thuiskomen achter haar Wurlitzer.
Jones en haar muzikanten slagen erin om doorheen de set de songs vrijwel nooit liederlijk uit te spinnen, zoals vele muzikanten wel eens beogen. Nooit was er een ‘kijk, mama zonder handen-moment’. Solo’s werden tot het strikte minimum beperkt, en dat resulteerde ook in een kwalitatieve set.
De rock-uitstap van Jones was -tot voor het concert- een beetje aan mij voorbijgegaan. Haar verschijning gisteren heeft hier wat aan veranderd. Vooral haar swamp influences kan ze niet wegsteken. Bijwijlen maakt ze er een country-feestje van (“Cry cry cry/ ‘a song about a dog’”) …’Chicken skin moment’.
De volgelopen Bijloke-site wachtte uiteindelijk braaf af tot la Jones wat ouder werk uit de kast haalde. Als ze achter haar piano schuift, weet je het wel. “Sunrise (feels like home)” en vooral “Come away with me” konden op veel bijval rekenen.
Het staand publiek (jaja, hoe meer plaats, hoe meer volk) kreeg nog enkele hits en werd op hun wenken bediend. Als Gus Seyffert de staande bas ter hand neemt, zetten ze “Sinking soon” in. Een folky en pakkende rif uit ‘Not too late’ (2007). Dit moment bewijst nogmaals dat de dame van vele markten thuis is.

Men kan zich de vraag stellen of een dame als Norah Jones wel thuis hoort op een jazz festival zoals Gentjazz. Uiteraard programmeren de heren organisatoren ook wat breed, en met een dame als Norah Jones loopt de keet vol. Vooral in een eerste week van Gentjazz met wat klassieke en meer oldschool jazz, doet de programmatie van Norah Jones wat vreemd aan. Maar dat ze een klassedame is, is een understatement van jewelste …En dat Gentjazz nu mag beginnen…

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com of op ons eigen site van haar optreden in Vorst Nationaal in juni ll

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Rock Werchter 2010: donderdag 1 juli 2010

Editie 36 van Rock Werchter was er (terug) eentje onder een verzengende, tropische hitte. Zonder twijfel de warmste aflevering ooit. 4 keer 80000 bezoekers werden genoteerd door de organisatie.
Rock Werchter is internationaal gekleurd: België en Nederland waren goed voor driekwart van het bezoek. Verder volgden UK, Frankrijk en Ierland. En opvallend was de aanwezigheid van Australiërs die de weg naar Werchter vonden.
De Shelter, de rustzone bij de Pyramid Marquee was welgekomen en was de nieuwe afspraakplek en schuilhut.
De ‘tournipit’ vooraan de Mainstage doet ook z’n werk: om te vermijden dat er een te grote druk kan ontstaan in het publiek vooraan, konden via een draaihek een gelimiteerd aantal mensen de toegang krijgen tot de afgebakende ruimte voor het podium.
Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld.
Om de vier vurige dagen Werchter mee te maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun. Ondanks het feit dat de meeste headliners er een kortere set op nahielden, Greenday niet nagelaten, zorgden zij soms letterlijk voor vuurwerk!
Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek, een tevreden organisatie ...
Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2010’…

- dag 1: donderdag 1 juli 2010
Met het Nederlandse De Jeugd Van Tegenwoordig was meteen het vierdaags Werchter feest begonnen. Vorig jaar zetten ze de Pyramid Marquee op stelten en als opener op de Mainstage was het nu al niet veel beter. Ze waren de smaakmaker voor het (jonge) publiek die er al geraakt was … onvervalste Hollandse ambiance, waarbij de refreinen onder een eenvoudige elektrotune luidkeels werden meegezongen. De drie opjuttende MC’s zorgden voor de nodige ambiance en porden aan tot handjeszwaaien; de leuke, vettige, vunzige teksten gingen erin als Parels voor de Zwijnen: “Hollereer”, “Watskeburt” en “Deze donkere jongen komt zo hard” palmden de eerstelingen probleemloos in en met “Get Spanish” lacht de toekomst hen nog meer toe …

Alsof ze nooit waren weggeweest … na tien jaar … hotste de zwarte frontlady van Skunk Anansie, Skin, heen en weer. Ze hadden muzikaal alvast niks ingeboet van een grootse festivalband: energiek, gedreven, enthousiast en gemotiveerd … Alive & Kicking! We waren onder de indruk van de ‘best of sellers’ “Selling Jesus”, “Weak”, “Charity”, “Charlie big potato”, “Hedonist” of van een nieuwtje als “Because of you” … Gebald, weerbarstig en subtiel. Zangeres Skin entertainde haar fans en flirtte met alles en iedereen … “They were glad to be back, and we also”!

Zomerse pop die wat aan Das Pop kan gelinkt worden komt van het Franse Phoenix, die al een handvol heerlijk frisse, zwierige, hapklare radiohits uithebben. Toegankelijke, sfeervolle lichtvoetige pop dito meezingbare refreinen, die live af en toe forser werden aangemeten … van “Liztomania”, “Long distance call”, “Lasso”naar “If I ever feel better”, “Rome” en “1901”. Zoethoudertjes die de rits Franse rockbands oversteeg …

We konden vorig jaar alvast niet omheen The XX. Het Britse trio houdt het op broeierige, intense en intieme darkwave pop, een soort ‘pop noir’ fluisterpop, die een bijzondere, spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep. The XX kon daardoor diep raken. Een nokvolle tent liet zich moeiteloos meedrijven en ze sleepten ons na “Islands” en “Crystalised” mee in een bezwerende trance van repetitieve, opbouwende ritmes en percussie van songs als “Nighttime” en “Infinty”.

Electrodiva Elly Jackson aka La Roux draagt haar steentje tot de huidige lichting vrouwenpop. De ‘rosse’ kleedt zich opvallend mannelijk, onderscheidt zich met een vetkuif en brengt leuke, vrolijke, spannende en ophitsende synthpop. Ze was duidelijk toonvaster dan bij de vorige optredens, maar dié beperktheid blijft haar wel achtervolgen bij de paar minder lekker in het gehoor liggende nummers. “Tigerlily” en “Quiksand” werkten aanstekelijk op de dansspieren. De Rolling Stone cover “Under my thumb” trok de zwakkere momenten middenin de set op en met “Colourless colour”, “In for the kill” en “Bulletproof” ging het richting pure elektrodance en dwong La Roux zich een plaatsje af binnen Fun Fun’s “Happy Station”.

The Stereophonics mogen dan al in de UK een mega status verworven hebben en stadions en festivalweides doen vollopen, op het vasteland zijn ze maar één van de vele bandjes op de affiche. Misschien was dat de reden waarom ze in Werchter zichtbaar niet voluit leken te gaan. Frontman Kelley Jones gaf een beetje de indruk er niet echt veel zin in te hebben en straalde weinig overtuiging uit, en ook de andere bandleden waren op zijn zachtst gezegd nogal statisch. Alhoewel de set bij momenten toch wel lekker rockte en stevig door de bochten ging. We hebben de band op ditzelfde festival enkele jaren geleden al veel slapper aan het werk gezien en waren dus nu aangenaam verrast, maar een beetje meer enthousiasme op het podium had toch wel gemogen. We onthouden vooral een sterke start met de oudjes “The bartender and the thief” en “A thousand trees”, verder nog de felle punky rock van “Trouble” uit hun vrij behoorlijke nieuwste album, en als apotheose kon het onverslijtbare “Dakota” ook wel tellen.

Muse is uitgegroeid tot één van de bepalende gezichten van het nieuwe millennium. Muse maakt de link tussen rock, klassiek, bombast en symfo door een pittig, gedreven en sfeervolle, dramatische sound, gedragen door de gekwelde zang van Matthew Bellamy. Pompeuze stadionrock konden we besluiten na hun zaalconcert van vorig jaar.
Maar op festivals laat het trio de bombast en kitsch aan zich voorbij gaan en trokken ze de kaart van ‘gas geven’, een stevig, krachtig, gedreven, opgefokt en rauw geluid, met behoud van een tedere emotionaliteit. Met z’n dubbele neckgitaar op “Uprising” trekt Bellamy de boel op gang en samen met Wolstenholme –Howard werd een opwindende ‘best of’ gespeeld met songs als “Newborn”, “Maps of the problematique” en “Bliss”. Naast de vierde man op toetsen en synths onderscheidde Bellamy zich als een begenadigd muzikant en hield hij het publiek in z’n greep met “Feeling good” en het orkestrale “United States of Eurasia”, een pastiche op Queens ‘Night of the opera’. Na het sfeeervolle “Undisclosed desires”, wordt het tempo terug opgedreven met “Resistance”, “Hysteria” en “Time is running out”.
Hoe de drie te werk gingen, werd enorm geapprecieerd en onderstreepte hun vakmanschap en de gedrevenheid. En met knallers als “Stockholm syndrome”, “Plug in Baby” en “Knights of Cydonia” speelden ze een geweldige, schitterende closing finale. Moest er nog zand zijn … Muse was TOP!
Waarop Sam zegt … Hoogtepunt van de avond, en waarschijnlijk van het hele weekend, was, hoe kon het ook anders, Muse. Fel, indrukwekkend, hard, melodieus en uiterst fantastisch. U moet al van een andere planeet komen om dit niet goed te vinden. Muse, beste mensen, is de beste live groep van het moment en maakte dat in Werchter nog eens heel duidelijk.

Tot slot konden we terecht bij die andere festivalgrootmeesters Faithless. De publiekslieveling van de nineties slaagden er nog steeds in een puike set af te leveren. Na de paar gematigde platen weet hun lieflijk zalvende opbouwende popdance op ‘The dance’ opnieuw in te werken op de dansspieren.Uniek klinken ze misschien niet meer om een ganse wei in beroering te brengen, want naast de resem hits zijn er meer ‘gewone’ luisternummers uit. Op een festival krijgen ze wel een forsere beat mee. De hits “God is a DJ”, “Mass destruction”, “Insomnia”, “Salva mae” en “What about love” zaten mooi verdeeld binnen het gevarieerde aanbod, waarvan de recente “Sun to me” en “Feel me now”, vocaal een glansrol voor Harry Collier, zich duidelijk onderscheidden. En de single “Not going home” sloot overtuigend de set af door steviger wordende ritmes, beats en percussie. Het directe “Muhammed Ali” en de samenhorigheidssong “We come 1” konden niet ontbreken. Faithless droeg ons een warm toe, met terechte V-vingers in de lucht.
Ondanks de charme en het enthousiasme van de Britse band rond rapper Maxi Jazz en de elektronicawonders Sister Bliss en Rollo Armstrong.zijn ze evenwel minder betoverend dan vroeger. Dat heeft Muse overgenomen. Slotsom geen bom meer die nazindert, maar een aanstekelijke band die terug op het voorplan komt en kan overtuigen dankzij de nieuwe cd ‘The dance’.
Waarop Sam zegt … Faithless is een beetje over zijn hoogtepunt heen. De magie van vroegere jaren is wat weggeëbd en een aardbeving werd er dit keer niet vastgesteld. Er was dan ook verrassend veel ruimte voor de Mainstage (hier zaten Crookers natuurlijk ook wel voor iets tussen), maar toch was het weer dansen geblazen, en dat vooral op de tonen van de oudjes “Insomnia” (nog maar eens wervelend), “God is a DJ”, “Mass destruction” en helemaal op het eind “We come 1”. Het publiek reageerde een beetje onwennig op de nieuwe songs, hoewel “Not going home” toch een klassieker in wording is, maar al bij al durven wij hier toch van een zeer geslaagd optreden spreken, ook al is de massa hysterie van hun beste jaren er nu wel voor goed uit.

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2010: vrijdag 2 juli 2010

Op dag twee hadden we een even verzengende hitte, kon het jonge volkje zich uitleven op Green Day, Paramore en 30 Seconds To Mars, was er het topconcert van Editors, noteerden we getalenteerde bands in de Pyramid Marquee en openden twee komende Belgische groepen.

We kunnen het maar aan Triggerfinger en Customs vragen hoe het moet zijn om in kostuum op te treden onder hels warme temperaturen. Het muzikaal beestje werd alvast geïnjecteerd bij het kwartet, want ze speelden een uiterst gecharmeerd strak wavepoprockend concert. De band rond Kristof Uittebroek heeft elkaar gevonden na het ter ziele gegane Larsson. De vroegere ‘artist in residence’ van Leuven houden er een fijn debuut op na, ‘Enter the characters’, en hebben met “Rex “en “Justine” al aardige hits uit. Beelden van White Lies, The House of Love en Interpol springen ons voor de ogen als we hen bezig zagen. Ook de songs “Shut up Narcissus”, “We are ghosts” en “The matador” stonden hun mannetje en ze konden niet omheen een Joy Division nummer, “Transmission”.

En ook Balthazar beschikt over tonnen talent en enthousiasme. Het kwintet rond de componisten Devoldere – Deprez boden een uiterst gevarieerde, broeierige, dynamische en intens slepende set. Ondanks dat de subtiliteit van hun songs live wat meer met synths werd overgoten en een krachtiger en huppelende aanzet hadden, kunnen we niks anders zeggen dan dat ze live overweldigend waren, een goed geoliede machine en een fantastische samenzang. Alles zat goed in elkaar en de West-Vlamingen uit Kortrijk bewezen dat er ginder heel wat potentieel blijft leven na Ozark Henry, Goose, Hitch en Amenra. “Fifteen floors” en “Hunger at the door” waren al in ons geheugen gegrift, evenzeer waren we verbaasd van “Blues for Rosann” en het afsluitende “Blood like wine”.

Het NY-se Coheed & Cambria kun je niet direct onder de metal plaatsen, daarvoor zijn de invloeden te breed. Ze borduren op de ‘70’s hardrock van Thin Lizzy, voegen er de donkere Tool aan toe, kruiden het met de verrassende en spannende wendingen van The Mars Volta en zijn intussen niet vies van poppunk en postrock. Ondanks het feit dat de groep ons niet meteen raakte, kon je wel spreken van een melodieus harde maar fijnzinnige set, onder de nasale zang van Sanchez.

The Morning Benders uit Liverpool zitten in dezelfde lijn van Avi Buffalo en Grizzly Bear, en bands als Beach Boys, The Last Shadow Puppets, Band Of Horses en The Shins waren invloedrijk. Aanstekelijke, sfeervolle dromerige ‘summerfeeling’ indiepop, die af toe forser klonk als op Joy Division’s (opnieuw!) “Ceremony” en het afsluitende “Excuses”. De zang van frontman Chris Chu lag in de buurt van Alex Turner van Arctic Monkeys. In het oog te houden dus, dit jonge bandje, als was het niet ‘the cup of tea’ van velen.

Rise Against zijn mee op tour met Green Day en kregen op die manier een kansje op de Mainstage. De punkrockers wisselden hun hard melodieus, strak werk af met enkele intieme songs, waaronder “Swing life away”, die zanger Mcllrath in een glansrol plaatste qua stem en akoestische gitaar. Moeiteloos stapten ze dan terug naar hun gekende punkrock en porden rondedansjes aan in circle pits. Punkfeestje dus!

Het Amerikaanse The Gaslight Anthem uit New Jersey, onder zanger gitarist Brian Fallon, vormt een evenwichtige driehoek van de American ‘Bruce Springsteen’ stadionrock, de folky rock van The men they couldn’t hang en de punkrock van The Clash. De James Dean lookalikes, met een lijf vol tatoeages, speelden een straffe ‘straight from the heart’ set: vitaal goed onderbouwd, energiek en dynamisch … gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, ruige en snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. De band kreeg letterlijk een ‘warm onthaal ‘ en speelde een prachtset , waaronder “The backseat”, die de laatste cd ‘The ’59 sound voorop plaatste.

Tieners houden van de Joepie-rock van Paramore en 30 Seconds To Mars … We waren alvast aangenaam verrast van de uit Tennessee afkomstige band Paramore rond de bevallige zangeres Hayley Williams. Als een jonge Axelle Red sprong ze wild om zich heen. Springerige, strakke en prikkelende gitaarrock, vol overgave gespeeld, maar te horen als dertien in een dozijn. De jeugd van tegenwoordig houdt van de ‘Twilight’ series en van een nieuwe Avril Lavigne … De jongeren om me heen waren alvast gefocust op songs als “Crush crush crush”, “That’s what you get” en “Misery business”. Teenage rock’n’roll dus!

Intussen was het ook duidelijk dat Nederland van Brazilië had gewonnen want talrijke Oranje shirts kleurden de wei …

Corinne Bailey Rae bracht zwoele, sfeervolle cocktail funky soulpop, gedragen door haar zacht pakkende fluisterstem. Na een paar jaar van hel & verdoemenis keert ze gelouterd terug op het front met nieuw werk en beschikt ze over een charismatische band. Lazy Sunday StuBru Music (“Paper dolls”/“Closer”) hoorden we, en het waren de herkenbare “Like a star” en het iets fors klinkende “Put your record on” die aanzetten tot heupwiegen. Ze genoot van de positieve respons, wat haar ertoe bracht om met Doris Day’s “Que sera sera” hartelijk afscheid te nemen …

Dezelfde jongeren van Paramore waren even interessevol gestart om 30 Seconds To Mars te zien, de groep rond de Amerikaanse acteur Jared Leto. Samen met z’n broer zijn zij de helden van de emorock voor onze jongsten. We moesten hard op de tanden bijten om deze American kitschrock en Performance te doorworstelen. Publiekspelletjes en flauwe grappen kruisten de songs. Een pompeuze sound en een omhoog gevallen godverheven Leto als blonde mohawk met witte zonnebril … Pfff, écht niet voor ons!

Onder de indruk waren we dan wel van de groovy, aanstekelijke en bezwerende popdeuntjes van Jack Johnson met z’n drie muzikanten. Eerlijk, puur en oprecht. Na de Hollywood kapsones van Leto bracht de zomers getinte singsongwriterpop van JJ een frisse bries en was maar al te graag meegenomen! Johnson deed denken aan de onvolprezen Bobby Sichran uit de vervlogen ‘90’s want dezelfde pop, blues, soul, en hiphop waren verweven. Golvende muziek en Happy tunes, daar zal het recentste ‘To the sea’ en z’n vroegere surfcarrière deels voor tussen zijn geweest. Mooi was het allemaal van “If I had eyes”, “Go on”, tot “Good people”, “Bubble” en de titelsong van de recente cd. De ongelofelijke respons bezorgde de man kippenvel … Op handen gedragen dus!

Het optreden van Editors was al op voorhand een gewonnen match. De band heeft België aan zijn voeten sedert de laatste passage op Werchter en de kolkende optredens dit jaar in Vorst en de Lotto Arena. Met nog maar 3 albums op hun palmares (drie pareltjes, dat wel), hier mooi over de setlist verdeeld, is de groep uitgegroeid tot een heuse topact met een hoop onverslijtbare prachtsongs. Editors bevestigde dit met grote onderscheiding en Werchter ging helemaal door de knieën op de tonen van “Papillon” (wat een prachtsong is dit toch). De volgende keer staan die gasten hier op het hoogste schavotje, neem dat van ons aan.

The Specials waren in hun glorieperiode al eens te gast … op TW ’80 weliswaar … Met Terry Hall, Neville Staples, maar zonder bezieler Jerry Dammers … British ska, rocksteady, dub, reggae en wavepunk, die de jaren ’80 ingingen met The Selector, Madness, Dexys midnight runners en Bad Manners. Verder kenden we hun projecten Special AKA en Fun Boy Tree. In navolging van Johnson waren er opnieuw zonnige, huppelende ritmes van een vitale band op leeftijd. Publiek als band ‘skankten’ erop los en het was uitermate leuk de tunes en deuntjes te horen van classics als “Gangsters”, “Rat race”, “Too much too young” en “Message to you Rudy”, opgehitst door een diepe bass, ’70’s Hammond toetsen, blazers, percussie en trommels. Opwindende nostalgie, die af en toe wat vaart minderde. Een uitgelaten “Enjoy yourself” besloot het leuke, ontspannende overtuigende concert. “Ghost town” leek diep opgeborgen in de playlist, maar dat bedierf de pret niet!
Waarop Sam zegt … Prachtige nostalgie kregen we met The Specials. Door de prachtige set van Editors hebben we hier helaas de eerste songs moeten missen, waaronder volgens onze betrouwbare bron een geweldig “Gangsters”. Onze beentjes gingen gewillig de lucht in op de tonen van onbreekbare ska klassiekers als “A message to You Rudy” en “Too much too Young”. The Specials waren fijne ska, dub en reggae en volle fun.

LCD Soundsystem in de Pyramid Marquee mocht het feestje compleet maken. ‘Hot Hotter Hottest’, met een pluk uit de drie cd’s. Nu net dat James Murphy’s LCD live op z’n scherpst zijn, leggen ze er het bijltje bij neer na deze worldtour. Hun muzikaal trancy bezwerende, dansbare en rockende punkfunk zal worden opgedoekt. Ze wisten sommige nummers mooi uit te spinnen … “Us vs Them” was de aanzet naar een venijnig, retestrakke “Daft punk is playing at my house”. Dan volgde een sfeervoller en rustiger middendeel met “All my friends” en “I can change”. Op “Tribulations”, “Losing my edge” en “Yeah yeah yeah” kon de bezwerende, repetitieve funkende trance niet meer op. Tot slot klonken ze ‘Scherp Scherper Scherpst’ met “NY, I love you but you’re bringing me down …” Band als publiek hebben zich rot geamuseerd … laat het misschien toch geen definitieve herinnering blijven …

‘Te veel is te veel’, wil er dat dringend eens iemand aan Billy Joe Armstrong van Greenday gaan vertellen. De set was zeer professioneel en nogal, euh.. Amerikaans. Een fan op het podium vragen, oké, maar dat tot drie keer toe is er over. Het publiek mee laten zingen mag ook al eens van ons , maar niet voortdurend, alstublief. Om maar te zeggen, Billy Joe is een puike entertainer, maar helaas ook een overdrijver. Greenday speelde twee en een half uur, en dat was minstens een uur te veel, maar als ze goed op dreef waren was het dan ook geweldig en krachtig. De hits gingen er in als peperkoek en er werd verdomd stevig en hard gespeeld, en dat maakte dan weer dat dit toch een potige set was.
Hoewel de muziek van deze band duidelijk op punkrock geïnspireerd is , was dit een concert dat in alle opzichten indruiste tegen de ongeschreven regels van de punk. Maar daar veegt Billy Joe volledig zijn gat aan, en dat is dan op zich ook weer punk.

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2010: zaterdag 3 juli 2010

Klinkende namen, een handvol talentrijke bands … én show, entertainment en verkleedpartijen sierden dag drie. We waren benieuwd hoe ze het ervan af brachten … 

Het beloftevolle Delphic gaf het startschot in de Pyramid Marquee. Hun aanstekelijke, dromerige, dansbare songs werkten in op de dansspieren, vooral toen ze de elektrodrums ten volle benutten. Popelektronica, rock, punkfunk, postpunk en ‘80’s synthpop waren samengebald. De singles “Doubt” en “This momentary” plaatsten ze naast een uitgesponnen “Counterpoint”; meteen een feestje op de vroege middag. Delphic … smth to believe ...

Het Australische Temper Trap brak vorig jaar door met de cd ‘Conditions’: bezwerende, dromerige poprock, die door krachtige ritmes, een brok psychedelica en bombast voortgestuwd werden, gedragen door de falsets en de meer directe zang van spil Dougy Mandagi. Het kwintet had er duidelijk zin en speelde een snedig gedreven, energieke rockset. De singles “Rest” en “Sweet disposition” klonken krachtiger en neigden naar de stevige aanpak die we kennen van “Fader”. Ook kreeg “Drum song” elan door de dubbele percussie en de vele cymbalen. En op het eind van “Science of fear” ging de gitarist volledig prat en gooide de zanger zich op de eerste rijen …

Wij zijn niet echt metallisten, maar de Belgische metalen trots Channel Zero heeft ons moeiteloos weten te overtuigen met hun snoeiharde set. Zwaar, loodzwaar, maar het ging er goed in op de Werchterse weide en wij waren echt niet de enigen die dat vonden. De heren durfden het aan om met hun prijsbeest “Suck My Energy” aan te vatten en hielden de drive het hele optreden aan. Franky DSVD zijn strot trotseerde zonder veel problemen de kwellingen van het bijtende “Help” en de loeiende afsluiter “Black Fuel”. Een set even moordend als de hitte.

Het eigenwijze Yeasayer uit NYC, Brooklyn goochelt nog meer dan Delphic met diverse stijlen, en voegen er world en Indiase elementen aan toe. De toegankelijkheid kan sierlijk gestoord worden door bevreemdende, geflipte melodieën, dreigende, tegendraadse ritmes en experiment. Met momenten bizarre muziek dus, die intrigeert en op de dansspieren werkt. Daar zorgde songs als “O.N.E”, “Mondegreen” en “Ambling Alp” voor van de recente ‘Odd Blood’. Ook hier het nodige spelplezier, verrassende wendingen, wisselende toonhoogtes in de vocals en leuke interventies (btw ze herinnerden zich nog steeds hun eerste optreden een paar jaar terug in Gent!).

Ontgoocheling van het festival was Gossip. Wij verklaren ons nader: Vandaag hadden wij hier vooral onze zinnen op gezet, maar ja, een dagje eerder hadden wij ook al ons geld gezet op Brazilië tegen Nederland, het mocht ook niet zijn en daarmee zat Werchter dan ook dit weekend opgescheept met luidruchtige zatte Hollanders. Maar goed, we wijken af. Dikke Bertha kwam met zichtbare tegenzin het podium opgewandeld, speelde om te beginnen een slappe versie van “Standing in the way of control - een song die normaal een hoogtepunt zou moeten zijn-  en haspelde heel de set af op automatische piloot, ongeïnspireerd en een verveelde indruk nalatend. Hadden we enkel voor haar betaald, we vroegen meteen ons geld terug. Enkel afsluiter “Heavy cross” deed even het vuur oplaaien, maar toen was het kalf (of de koe, zoals u wil) al lang verdronken.

Des te meer vonden wij het jammer dat we Gossip niet vroeger hadden gelaten voor wat het was om naar Porcupine Tree te gaan zien. Een prog-rock groep zowaar, nooit gedacht dat zo iets op Werchter zou geraken. Wij zagen fantastische muzikanten en hoorden knappe songs met geweldige gitaarrifs, we dachten heel even aan Archive, Dream Theater of aan Pink Floyd met zware gitaarversterkers. Helaas maar twintig minuutjes van gezien, maar wel genoten.

Het Britse The Ting Tings heeft al twee jaar z’n debuut uit, was één van de revelaties met Blood Red Shoes en trekt nog steeds rond in diverse clubs en op festivals. Momenteel zijn ze ‘on tour’ met Pink en kregen een hoge plaats aangemeten op het hoofdpodium. Sprankelende, springerige, frisse en speelse gitaarpop van Jules de Martino (drums/vocals) en de bevallige Katie White (gitaar/effects/vocals) in een verleidelijke verpleegsteroutfit (wat een verzorging zou zij ons kunnen geven …). De aanstekelijke, huppelende ritmes, de gitaar- en syntheffects en een opzwepende bassdrum, de sexy looks en de speelse onbevangenheid zorgden voor een opwindend , stomend setje van “We walk”, “Great DJ”, “Fruit machine”, “Shut up & let me go”, “We started nothing” en “That’s not my name”.
Band met charisma, die duidelijk de aandacht trok en optimisme en levensvreugde uitstraalde. Kortom een positieve vibe … Nu zijn we toch écht benieuwd naar het nieuw materiaal van het duo …

De Pyramid Marquee tent puilde uit voor de sensatie van het moment Florence and The Machine. Nog in de roes van de hype die er rond haar persoontje is ontstaan, had zij Werchter al volledig aan haar voeten vanaf de eerste noten die haar groep speelde. Jawel, Florence kan zingen, en publiekslieveling “Dog days are over” is waarlijk een knappe song, maar laat ons toch nog even wachten tot de hype over is, eens zien of ze dan nog een publiek weet te overtuigen.

Pink: een on-the-road Last Vegas (Pink) show van pop, rock, glamour, show & entertainment & verkleedpartijen… alles erop en eraan , professioneel en uitgekiend. Maar het muzikale wordt deels onderdrukt en er is veel opzichtige kitsch in de performance door het kunst - en vliegwerk, de vrouwelijke toydolls, de outfitwissels en de vlammenwerpers. “Get the party started” en “Funhouse” waren dan ook de terechte openers voor haar rockshow; verder volgde nog een medley met ene Butch Walker over haar muzikale roots en friends (The Who – Greenday- The Police en Four Non Blondes ), enkele intieme songs waaronder “Dear Mr President”, en met “So what” leverde ze een krachtige dansbare afsluiter af … It’s the way of life van Pink …

De absolute revelatie van zaterdag was Empire of the Sun. U mag het misschien kitscherig en erover vinden, wij vonden het fantastisch. Het swingde en rockte tegelijkertijd, de tent kolkte over dankzij de wervelende show met ondermeer een viertal danseressen die geregeld van pakjes veranderden (het ene nog gekker dan het andere), uiterst zwevende psychedelische visuals en vooral een knap musicerende frontman die duidelijk wat kneepjes van Prince had geleerd. De heerlijk geflipte sound mag u gaan zoeken in de richting van Prince, Funkadelic, The Flaming Lips en The Scissor Sisters. Knap, bijzonder knap.

Ook show en spektakel kon bij het Duitse Rammstein niet ontbreken. Rammstein doolde en marcheerde met Duitse metal, perverse, vunzige teksten en gedachten en had uitgewerkte ideeën om vuur, veel vuur in hun performance te steken. Muzikaal leedvermaak dus… En net zoals de Deutsche Mannschaft Argentinië had verpletterd, dienden zij mokerslagen toe in hun ‘stahlarbeitende’ muziek, als “Rammlied” en “Feuer frei”. Verder ontvlamde iemand op “Benzin” en was “Pussy” het orgastisch hoogtepunt, waarbij Lindemann op een enorm falluskanon kroop en de eerste rijen volspoot met … snippers en badschuim. Tot slot hadden we classics als “Links”, “Du hast”, “Sonne” en “Ich will”, waarbij de toetsenist bootje vaarde over het publiek. Een oprechte ‘Danku, merci’ toonde aan dat de heren ook maar mensen waren. En hoorden we daar ergens niet “Don’t cry for me Argentina” uit de luidsprekers …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2010: zondag 4 juli 2010

Dag vier bood een stevig rockmenu en hier werd het rockmindende publiek op z’n wenken bediend … Waar voor hun …!

Meteen werden we wakker geschud door het beloftevolle The Van Jets. De glamourrock’n’roll van ‘Electric Soldiers’ werd omgezet in onversneden, broeierige rock’n’roll op de tweede ‘Cat Fit Fury’, hoewel de scheutjes ‘Ziggy Stardust’ en ‘Fashion’ van David Bowie nooit veraf waren. We hoorden aanstekelijke openers “Down below” en “Dancer”, een spannend middendeel met “What’s going on” en “The future”, en waren onder de indruk van de krachtige licks, pedaaleffects en percussie op “The matador” en “Onawa”. The Van Jets hebben potentieel voor de toekomst (die hen nu kan toelacht!).

De zwoele, sensuele, exotische jazzy soulpophouse van het kleurrijke, charismatische Antwerpse gezelschap Sweet Coffee, onder Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx, kreeg in de Pyramid Marquee een flinke dancebeat mee, die hen richting Groove Armada, Basement Jaxx, Arsenal en Faithless bracht. Ze waren de helende cocktail bij spanning en stresstoestanden en hadden voor deze unieke gelegenheid een resem gastzangers en - zangeressen mee. “U-Turn”, “Tomorrow”, “Alone” en “Don’t think” waren de ‘Tune-your-summer en het recept van de ‘lazy sundays’ kreeg je o.m. door “Lost in tears”. Je zomer werd alvast gekleurd door Sweet Coffee ...

Pure, onversneden rauwe rock’n’roll en blues met weerhaken, dat hadden we nog niet gehad. Tot de komst van The Black Keys. Met zijn tweetjes serveerden ze de meest rauwe rock die we in Werchter mochten meemaken. Toen ze wat hulp kregen van een keyboard speler en een bassist werd er bovendien nog wat authentieke soul in de weide gegooid. En denk nu maar niet dat ouderwets klinkt, hoegenaamd niet, bijwijlen klonken ze funky as hell. Dan Auerbach is de meest gedreven zanger/gitarist die dit weekend op de Mainstage mocht postvatten. Zo puur als ’t maar zijn kan, een vijfsterren-optreden. Hebben wij van heel het weekend iets beter gezien ? Ik denk het niet.

De herrezen Alice In Chains (met nieuwe zanger, omdat de vorige een klein beetje dood is) brachten met verve de Grunge opnieuw tot leven. Hun set was een mooie combinatie van de nieuwe plaat (“Check my brain”, Man in the box”) afgewisseld met enkele oudjes (o.m. “Would). De gitaren op scheurstand, de versterkers volledig open. Zo moest het en zo was het ook.


De Engelse indierockers van Gomez zijn mee op tour met Pearl Jam. Een goede tien jaar terug boden zij heel wat varianten en verrassingen aan in die sound en ze beschikken over drie zangers en gitaristen pur sang. De laatste platen verbleken wat en gaan eerder aan ons voorbij vanwege ‘gewoontjes’ en ‘al veel gehoord’. Een dromerig, subtiel doordachte sound die af en toe werd doorbroken door een krachtiger aanzet of een licht vrolijke noot, waaronder “Silence”, “Whippin’ piccadilly”, “Ping one down” en afsluiter “How we operate”.

Ware het niet dat wij tegen dan al volledig gaar en doorbakken waren, we zouden gezegd hebben dat Vampire Weekend het zonnetje terug op de weide bracht. Heerlijke zomerse muziek met fijne knipoogjes naar Talking Heads. Frivool, knap en leuk, en een fijne verademing na al het luide rockgeweld dat hier aan voorafging. Wat een “Holiday” …

Ook weer volledig naar onze goesting was de monstersound van Them Crooked Vultures, uiterst vitale rock van heren met standing (u kent ze ondertussen wel al). In tegenstelling tot het bommenarsenaal van Greenday en Rammstein, zat het vuurwerk hier volledig in de muziek. Josh Homme is een goddelijke gitarist, Jones basst geweldig en Dave Grohl moet maar in één drummer zijn meerdere erkennen, en dat is Animal van The Muppet Show. Them Crooked Vultures was er boenk op.

The Arcade Fire
stond nogal hoog op de affiche, maar ze stonden er terecht. De nieuwe plaat is nog niet uit en hits hebben ze nooit gehad, dus het grote publiek moest toch wel even wennen. Dit optreden was er eentje voor de fijnproevers en blonk uit in kwaliteit. De band deed ons vanavond met veel honger uitkijken naar hun nieuwe album ‘The Suburbs’. “Keep the car running”…

Pearl Jam waren weer volledig hun eigenste zelf. Als absolute headliner van het hele festival speelden zij vooral pure rockmuziek, rechtdoor, niks geen vuurwerk, luchtballonnen, opgezwollen lichtshow of acrobatische standjes. Rocken was de boodschap. En dat is waar Pearl Jam goed in is en steeds in zal blijven. De setlist is ook nooit een greatest hits bij die mannen (afgezien dan van het obligate “Even flow”, “Alive” en “Jeremy”). Ook nu weer de nodige verrassingen, zo werden we als opener al getrakteerd  op een bruisende versie van “The Public Image” van PIL  en gingen alle registers op het eind volledig open met de MC 5 klassieker “Kick out the jams”. Alles wat daartussen zat was hard, meedogenloos en zonder franjes . En altijd even prachtig, kortom Pearl Jam pur sang.

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Pagina 432 van 498