AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Mono

Mono – Mono Machtig Mooi

Geschreven door

Mono op maandag. Kan een mens de week beter beginnen? We denken het niet. Zeker niet als er voluit geput wordt uit het vorig jaar verschenen ‘Hymn to the Immortal Wind’, een album dat ons bij elke beluistering met een open mond opzadelt.
In Het Depot werden van deze moderne klassieker slechts twee nummers (“Silent Flight, Sleeping Dawn” en “The Battle to Heaven”) achterwege gelaten. De eerste noten van “Ashes in the Snow” dompelden ons meteen onder in de feeërieke wereld die de Japanners telkens weer tevoorschijn toveren. Hun veel-lagige postrock wordt frequent gelardeerd met een toets die ook de liefhebbers van klassieke muziek weten te waarderen. Niet te verwonderen dus dat het viertal onlangs zijn tienjarig bestaan vierde met het Wordless Music Orchestra, een samenwerking die eind april op CD, LP en DVD verschijnt.

Hoogtepunten noteerden we maandagavond niet want anderhalf uur lang bleef de kwaliteitslat aan het hoge plafond geplakt. In een krampachtige poging om kritisch te zijn zochten we met de beste wil van de wereld naar minpuntjes, maar het enige waarmee we op de proppen kunnen komen is dat de pauzes tussen enkele nummers soms net iets te lang duurden. U merkt het, we moeten al ferm mierenneuken om Mono een schoonheidsfoutje te kunnen aanwrijven. Een ouderling die zich comfortabel in één van de vele zetelzitjes genesteld had, vertelde ons achteraf dat de balans van zachte en harde klanken tijdens de eerste drie nummers nog niet 100% in orde leek. Wijzelf – die ons in de buurt van de geluidstechnici gepositioneerd hadden – hoorden echter gedurende het ganse optreden een perfecte klank dus dat minpuntje hebben we enkel ‘van horen zeggen’ (en dan nog van een ouderling die door de jaren heen misschien iets te veel gehoorschade opgelopen heeft om een correct oordeel te kunnen vellen?).
Om te vermijden dat de afwezigen onterecht zouden denken dat het geen ramp is dat zij maandag niet in Leuven waren, laten we de volzinnen even voor wat ze zijn en halen we het grof geschut boven door in enkele alfabetisch gerangschikte woorden het concert (en de veelheid aan emoties die we ondergingen) samen te vatten: adembenemend, “af”, atmosferisch, beklijvend, betoverend, bezwerend, imponerend, ingetogen, intensief, machtig, melancholisch, overdonderend, subtiel, verdovend. Mocht het zo klef niet klinken, dan zouden we hier zelfs het woord “romantisch” durven gebruiken.
Als bovenstaande opsomming soms tegenstrijdig lijkt, dan is dit te danken aan het feit dat Mono erin slaagt om een breed spectrum te bestrijken. Wie stil kon blijven staan of zitten, deed dit enkel maar omdat hij/zij murw geslagen werd door de uitgekiende set (een set die de laatste tijd trouwens grotendeels onaangeroerd bleef maar daar dit zullen wij hen niet euvel duiden want we menen dat de opbouw van die set nauwelijks te verbeteren valt). In een zinderende finale nam de bassiste na “Halcyon (Beautiful Days)” plaats achter de keyboards om het ontroerende orgelpunt getiteld “Everlasting Light” in te zetten. Kippenvel van Leuven tot in Tokyo was ons deel. Unisono klonk het achteraf dan ook: Bravo, Mono, voor dit bravourestuk!

De jonge bende van Agents in Panama noemt Mono als één van hun grote voorbeelden, ze maakten in ieder geval geen slechte indruk in hun voorprogramma. Het thuispubliek liet luidkeels blijken dat hun soms wat bluesy en psychedelische postrock in goede aarde viel. De inbreng van de celliste bracht een mooi tegengewicht voor het gitaargeweld. Helemaal overtuigd werden we zelf nog niet maar het was in Het Depot wel duidelijk dat dit vijftal na de release van hun debuut ‘A New Language for Clearer Pictures’ nog progressie gemaakt heeft. Agents in Panama is dus één van de vele Vlaamse bands met potentieel. We kijken samen met u nieuwsgierig uit naar hun nabije toekomst.

Organisatie: Depot, Leuven

Method Man

Method Man, Streetlife, Cilvaringz & Dj Mathematics, of alles waar hip hop om draait!

Geschreven door

Bij aankomst in de Petrol zat de sfeer er al goed in. Het publiek was duidelijk klaar voor de rauwe en meedogenloze hip hop van de familieleden van de Wu-tang Clan. Overal werd al ‘Method Man’ gescandeerd, maar eerst mochten enkele andere leden van de clan de zaal opwarmen. Daar zorgden Cilvaringz uit Tilburg en tevens de eerste Europese rapper binnen de Wu-tang Clan en Streetlife voor. Typerende Wu-tang Clangeluiden en rauwe beats met hier en daar wat ragga-invloeden zweepten de zaal op en de interacties “Make some muthafucking noise!” en “Are you louder than Amsterdam?” waren eigenlijk overbodig. Het dak van de Petrol ging er zowaar al af en het was definitely louder than Amsterdam !!

Streetlife kon op twee oren slapen, het publiek was klaar voor Method Man, zijn associates en hun beatproducer Dj Mathematics. Om het helemaal te gek te maken gooiden ze er zelfs nog wat nieuwe loeiharde “Technoshit” in.

Method Man, ook een beetje bekend onder zijn echte naam Clifford Smith, maakt deel uit van de Wu-tang Clan. Een hip hop familie die in 1993 opgericht werd in de straten van Staten Island New York, met ondermeer RZA, GZA, Method Man en natuurlijk Ol’ Dirty Bastard. Method Man zijn uitstekende raptechniek en vooral zijn opmerkelijke donkere rauwe stem zorgen ervoor dat Method Man binnen dit collectief een opvallende rol speelt.
Ook Dj Mathematics is binnen dit ensemble geen onbekende. Hij is er de officiële dj,  stond in voor meerdere platenproducties binnen de Wu-tang Clan, waaronder GZA's ‘Beneath The Surface’, ‘Method Man's Tical 2000: Judgement Day and Method Man & Redman’s Blackout’, en tekende de wereldbekende Wu-tang ‘W’. Een teken dat al in afwachting van de start Method Man’s optreden overal onder het Petrolpubliek te zien was en de zaal in de ware Wu-tang Clan sfeer dompelde.
Zware beats met de typische Wu-tangklanken, rauwe hip hoplijnen, het startschot was gegeven. Method Man, Dj Mathematics en entourage kozen resoluut voor de Wu-tangschijven vooraleer eigen werk “When the blood clot” van het solo album ‘Tical’ er door te gooien. Daarna volgde een uiterst geslaagde freestyle-sessie.
Het is geen publiek geheim dat Method Man niet vies is van het groene spul. Een ode er aan mocht dan ook niet ontbreken. En het publiek scandeerde “Roll that shit, like that shit, smoke that shit!” graag en luid mee. Vervolgens werd “How high” ingezet, naar de film waarin Method Man en collegarapper Redman speelden. Er komt trouwens een Part 2 !!
Met “The model” zette Method Man één van zijn persoonlijke favoriete nummers in om daarna vrolijk verder de Wu-tang Clan te vertegenwoordigen. Daarbij mocht tevens een ode aan grootmeester ODB niet ontbreken, maar er ging ook een shout out naar Michael Jackson, Amelia, Eazy E, Tupac, Notorious Big en andere gesneuvelde grootheden uit de hip hopwereld.

Method Man mocht dan, naar eigen zeggen, a little beat up zijn, geen enkel moment verloor het gezelschap op het podium de pedalen. De samenhang, de interactie met het publiek, de oh zo aanstekelijke pompende beats en zweverige Wu-tanggeluiden van Dj Mathematics en de flowende rauwe raps recht van de straat, alles waar echte hip hop om draait !! Het publiek zag dat het goed was en Method Man bevestigde “you are definitely louder than Amsterdam!”. Of course we are!!

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Lee Scratch Perry

Kaarsjes uitblazen voor de verjaardagsparty van Lee Scratch Perry & Friends

Geschreven door

De lente bracht de godfather van de dub, Lee Scratch Perry naar de Vooruit en voor zijn verjaardag had hij een aantal grote namen meegebracht. De Vooruit was dan ook afgeladen met een gemengd publiek van tieners met dreads en melomanen die hun ouders konden zijn. Je vraagt je toch af in welk genre je zo’n gemengd publiek kan krijgen en voor welke andere artiesten die hun grootvader konden zijn jongeren de moeite zouden nemen om op zondagavond buiten te komen. DJ Optimo verzorgde de opwarming, maar eens The Congo’s aan hun act begonnen was het platenmoghul Adrian Sherwood, de man achter On-U-Sounds die de geluidsinstallatie voor zijn rekening nam, terwijl op het podium een uitgebreid gezelschap muzikanten als luxe-begeleidingsband voor de krasse reggaeknarren optrad.

The Congo’s waren voor de tweede keer in enkele maanden in Gent. Het blijft een belevenis om deze zeventigers als uitgelaten kinderen over het podium te zien hossen en zonder moeite het hele publiek mee te krijgen met jaren-zeventig-klassiekers als “Fisherman’s Row”. Het concert was wat te kort om de sfeer te scheppen die het Minnemeers-concert van november kon evenaren, maar het was een meer dan leuke opwarmer. Als tweede stond Max Romeo geprogrammeerd die vooral bekend is om zijn hit “Chase the Devil”, die de Prodigy nog hun eerste grote hit bezorgde in Vlaanderen. Zeker ok, maar muzikaal vond ik het persoonlijk wat te vlak, te weinig origineel, hoewel dit natuurlijk wel een artiest van de eerste generatie is.
Tussenin draaide Adrian Sherwood leuke plaatjes die muzikaal al wat uitdagender waren en flirtten met de mengvormen waar zijn On-U-Sounds label voor bekend is en was er tijd om wat van de sfeer te genieten, of oude vinyls om te woelen.

Zo rond elven was het dan tijd voor het feestvarken, Mr. Perry himself die getrakteerd werd op een taart met veel te weinig kaarsen, zelf tussen de nummers in verviel in mystieke psychobabble, waarbij niet altijd duidelijk was of de onverstaanbaarheid aan zijn extreme variant van het Engels of aan een enigszins gestoord contact met de werkelijkheid lag. Tussenin wel leuke nummers gehoord, waarbij je altijd in herinnering moet houden dat deze man het genre zowat uitvond, nog met Bob Marley legendarische platen opnam en vooral als studioartiest de revolutie heeft gepredikt. Maar zelfs ondanks het feit dat we een monument zagen, was het gewoon een sterk concert.
Jammer dat het zondag was, wat mij de kans op een eindeloze afterparty door de neus boorde, maar we komen volgend jaar zeker terug.

Organisatie: Democrazy, Gent

Noah & The Whale

Noah and the Whale – Muzikaal potentieel niet ten volle benut

Geschreven door

Twee jaar geleden scoorde de Londense formatie Noah And The Whale in eigen land een top 10 hit met het aanstekelijke, zomers getinte «5 Years Time». Aan het succes werd een vervolg gebreid toen de reclamewereld dit nummer oppikte en aanwendde bij onder meer enkele TV-filmpjes. Ook hun debuutalbum ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 dat gekenmerkt werd door een mix van pop, folk en rock, mocht op tal wat positieve reacties rekenen.

Het leek de groep dan ook voor de wind te gaan maar toen groepslid Laura Marling niet alleen haar relatie met liedjesschrijver, zanger/gitarist Charlie Fink beëindigde maar daarenboven de  samenwerking met de totale groep staakte om een solocarrière uit te bouwen, maakte de euforie plaats voor gemis en verdriet. In de eerste plaats was het Fink die verweesd en behept met een gebroken hart, achterbleef. Hij vond een manier om de treurnis van zich af te zetten en vooral van zich af te schrijven door de relationele breuk te verwerken - in alle betekenissen van het woord - in de opvolger van hun debuut, het vorig jaar uitgebrachte album ‘The First Days Of Spring’. Of zoals hij zelf zingt in «Love Of An Orchestra», een van de hoogtepunten die daarop te vinden zijn: “I’ll know i’ll never be lonely. I’ve got songs in my blood”.
Weg waren de optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap. In de plaats hiervan kregen een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor de boventoon met daartussen de vocalen van Charlie Fink die als het ware volledig aangepast aan de sfeer van de plaat, veel donkerder doorklonken als voorheen. De bijzonder sterke gelijkenis met het stemgeluid van Adam Green dat op de debuutplaat nog nadrukkelijk aanwezig was, verdween hiermee wat meer achter de coulissen.
Het resultaat van deze koerswijziging was dat naar onze mening Noah And The Whale met  ‘The First Days Of Spring’ niet minder dan een meesterwerkje had gemaakt. In die mate zelfs dat ondergetekende het tot album van het jaar verkoos.

Met bijzonder hooggespannen verwachtingen reisden we dan ook richting Tourcoing alwaar de groep – kan het nog toepasselijker gelet op de albumtitel? – afgelopen zaterdag bij het astronomisch begin van de lente acte de présence gaf in Le Grand Mix.
Opener van de avond was «Blue Skies», een lied voor iedereen met een gebroken hart. Mede door de intro die aanleunt bij de somberheid van het monumentale «Atmosphere» van Joy Division, blijft de studioversie ons na ontelbare draaibeurten nog steeds kippenvel bezorgen. Maar meteen werd duidelijk dat de trieste schoonheid en grandeur die op plaat terug te vinden zijn, niet geëvenaard konden worden op het podium.
De band koos er immers voor om nagenoeg alle nummers van een extra elektrische laag te voorzien met als gevolg dat de set een tweeslachtig karakter kreeg. De op het eerste gehoor eenvoudig klinkende folk van ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ verloor hierdoor namelijk aan sympathie en onschuld, terwijl de emotie wat wegebde bij de nummers uit het  album ‘The First Days Of Spring’.
»Love Of An Orchestra», een liefdesverklaring aan de muziek zelf, vormde hierop een uitzondering. Omwille van de afwezigheid van enig zangkoor, was de uitvoering in Le Grand Mix aardser en minder orkestraal en bleek de eenvoud positief  uit te pakken. Het had zelfs iets weg van een southern rock versie uit de jaren ‘70.
Er vielen ook andere fraaie momenten te noteren, vooral bij de passages waarbij Tom Hobden op het voorplan trad en zich met behulp van viool propageerde als een van de bepalende factoren van de groep. Op de rustige momenten, zoals bij «My Broken Heart», verschafte hij een extra portie gevoeligheid, terwijl de uptempo nummers mede hierdoor extra aangestuurd en onderbouwd werden. Onder meer bij «Rock And Daggers» uit de eerste plaat, was dit duidelijk merkbaar.
In voormelde twee nummers was er ook een mooi samenspel met de basgitaar bespeeld door Matt ‘Urby Whale’ Owens, die als het ware een optreden binnen een optreden aan het geven was door zijn expressieve houding. Geheel in contrast met Fink. Dat hij een introverte persoonlijkheid heeft, is geweten maar nu bleef enige interactie met het publiek grotendeels uit (enkele Franse woorden buiten beschouwing gelaten).
Er kwamen in totaal slechts 11 korte nummers aan bod en het concert zelf duurde amper een uur (wat inhield dat de Rijselse formatie ‘Roken Is Dodelijk’ als voorprogramma langer musiceerde dan de hoofdact). En dit valt dubbel te betreuren.
Alles voltrok zich supersnel (hun «5 Years Time» die terug op de setlist werd geplaatst, werd als het ware afgehaspeld), terwijl het album dat ze kwamen voorstellen, het nu net moet hebben van een voortschrijdende en langzaam opbouwende sfeer.
Bovendien bleken de laatste twee nummers van de set de beste te zijn die we zaterdag te horen kregen. «The First Days Of Spring» was onderhuids dreigend door de mooie gitaarsolo en de expressieve outtro van Fink, terwijl de enige toegift van de avond, zijnde «Tonight’s The Kind Of Night», een swingende uptempo rocker was met een al even vlotte melodie en dito instrumentale ondersteuning. Hobden nam plaats achter de keyboards en toverde er een deuntje uit die zo uit de ‘Born To Run’ plaat van Bruce Springsteen leek gehaald te zijn,  toetsenist Fred Abott nam de gitaar ter hand nam en voegde er een americana rifje aan toe, terwijl drummer Jack Hamson (die vorig jaar Doug Fink – de broer van – verving toen deze zich voltijds wou toeleggen op zijn job als arts) voluit zijn ding kon doen.
Dat de afsluiter van de avond een volledig nieuw nummer betrof en de voorloper is van het later dit jaar te verschijnen derde album, opent perspectieven voor de toekomst maar kon niet meer verhinderen dat de groep naliet over de gehele lijn voldoening te verschaffen.

Wat Noah And The Whale live in Tourcoing bracht, was goed maar moet gelet op het potentieel, als een gemiste kans beschouwd worden.

Setlist: Blue Skies, Give A Little Love, Slow Glass, My Broken Heart, Love Of An Orchestra, Jocasta, Shape Of My Heart, 5 Years’Time, Rock And Daggers, The First Days Of Spring, Tonight’s The Kind Of Night

Organisatie: GrandMix, Tourcoing

Novarock Kortrijk 2010: Het eerste festival van het jaar belooft!

Geschreven door

”Zaten jullie ook te wachten op het eerste festival van het jaar? Wij ook !” Met dat statement vatte Kristof Marie Albert Uittebroek van Customs, de tweede groep in de Nova Hall het gevoel en de sfeer op Novarock in de Kortrijkse XPO samen. En dat festivalseizoen belooft.
Novarock staat er. Weer. Eindelijk weer. De negende editie al, maar enkele jaren terug leek het op sterven na dood. Maar enkele weken voor Pasen zijn verrijzenissen nog verrassingen. Hoewel, gezien de affiche kon dit moeilijk mislopen. Zo’n kleine 5.000 festivalgangers – en niet enkel 14-15-jarigen, verre van – kwamen, zagen en hoorden dat het goed was.
Naast de schroeiende Belgische (en zelfs nogal Zuid-West-Vlaams getinte) line-up geeft Nova Rock – naast Comedy - ook enkele beginnende groepen de kans in een Novarockrally die om 16u al de Electrovastage mochten openen.

Novarockrally
Maya’s Moving Castle klinkt goed..als naam. De rest was slecht, vervelend, saai. Haast geen nummers, geen dynamiek. Tja, waardeloze trash en dus dumpen. People of the Pavement (waar Absynthe Minded later nog een nummer zou aan opdragen) had het voordeel na de vorige groep te komen en kreeg meteen het etiket ‘aangenaam’. Een beetje jazzy, maar dan heel breed tot fusion en gipsy swing. Helemaal niet strak, met een gedegen zangeres. Alleen was het al (iets te?) lang geleden dat ze nog on stage stonden. Winnaar van het concours zou Adyssa worden. Een boeket van episch-symfonische rock, een vleugje Coldplay erin, maar in elk geval krachtig en met een zanger vol overgave. Présence en grappig. Een terechte winnaar, al was het close.

Festival
Intussen had SX het festival geopend met hun electro-pop. Een band uit de buurt van Kortrijk die met synthesizers en gitaren van vettig naar opzwepend neigt. Eerst goed vol liep het voor Customs die enkele maanden eerder al hun opwachting maakten in de nabije De Kreun, maar daar een zwakke set speelden, met te veel galm op hun zang. Dat euvel werd intussen uit de wereld geholpen en ze hadden er duidelijk ook meer zin in. In return kregen ze ook de eerste handen op elkaar. En aan hen die in De Kreun waren droegen ze “Talk more Nonsense” op. De Leuvenaars testten met hun wall of sound trouwens meteen de akoestiek van de XPO die toch niet ideaal bleek als je achter de pa kwam te staan.

Reggae Flip
Na SX nog een inboorling na Customs: Flip Kowlier, die net zijn “Moa ban nin” zijn eerste single uit zijn nieuwe cd releaste. De Izegemnaar stapte - op de tonen van de Bolero die hij verder zette in zijn eerste nummer – het podium op in kaki legerkostuum. De reggaelink was meteen gelegd en iets anders zou het publiek – een beetje tegen zijn zin – niet te horen krijgen.
Kowlier had daarbovenop tijdens zijn eerste twee nummers nog wat microproblemen en het kwam een tijdje niet meer echt goed met de verraste aanwezigen. “Moest ik dwo goan vannacht” had iets intiems met het Kurt Weil orgeldeuntje, maar de reactie was lauw, het geroezemoes warm. De West-Vlaming voelde het en stak met “Verkluot” dan maar een oud nummer in een nieuw ska-jasje net voor hij zijn nieuwe single uitgebreid en grappig duetterend met het publiek helemaal uitspon. “Het enige waar we succes mee hebben blijkbaar”, liet hij zich zelf op het podium ontvallen. Tja, aanpassing vraagt tijd als het niet meteen waw is.

Venijn van vermijn
Van dan af was het hinken en spurten in Novarock. The Hickey Underworld en Salvador begonnen op hetzelfde moment en de nieuwsgierigheid bracht ons eerst naar de Kortrijkse onbekenden en hun meegraaiende, symfonische sfeerrock hield ons voor hun podium. Drie stevige mannen – zelfs één in halflange broek - op gitaar voor hun drums geposteerd, het zweepte op. Zonder zang en dat stoorde helemaal niet. Maar zelfs een dankuwel kregen ze niet geuit, want de micro stond uit. Te volgen, al zijn ze nu al zo’n vijf jaar bezig en klagen ze wel over het beperkt aantal kansen dat ze krijgen. Een buitenkansje, dus boeken die handel, trouwens de winnaars van de Novarockrally van vorig jaar !
The Hickey moest na het laatste Salvadornummer dan nog een halfuur spelen, maar gaven er een kwartier voor gepland de brui aan, al vonden we ze sterk bezig toen we de zaal in kwamen. En dat vond men rond ons ook. Het “We want more”, werd echter niet beantwoord. Af en weg, The Hickey.
The Vermins Twins zou wel eens een hype kunnen worden. Micha Volders en Lotte Vanhamel (ja, zus van) is een gekke poppenkast op electrotonen, al eens aangezwengeld met een gitaar erbij. Draaitafels, verkleedpartijen, ADHD-madam en een beat die ondefinieerbaar is maar aantrekt. Al stond er (veel) te weinig volk.

Orgie van noten
De reden daarvoor was natuurlijk hype-of-the-moment Absynthe Minded. Vonden we ze twee weken eerder in de Vooruit in Gent nog strak en weinig interactief, in de Kortrijkse XPO waren ze (en het publiek) onvergelijkbaar. “We zijn in vorm”, gaf Bert Ostyn al meteen mee. En dat was aan de andere kant van het podium insgelijks. En je moet met twee zijn om te dansen, toch zeker met het muziekmateriaal van Absynthe. Ze waren met veel.
Dan was het de beurt aan Balthazar, eveneens met hometown Kortrijk en ergens wel linkbaar aan wat Absynthe maakt, al puren ze steeds meer hun eigen geluid uit. Eigenlijk werd Novarock een soort cd-voorstelling, zonder hun oudere hits te vergeten. Ze stonden er, vier op een rij, de drummer erachter en hadden er meesterlijk veel zin in, tot spijt van een gitaar die in al hun enthousiasme al meteen bewust richting achtergrond geworpen werd. Het illustreerde de adrenaline die door de Electrovastage straalde. Aanstekelijk.

De Kortrijkzanen hielden hun zaal vol, zelfs al was Daan dan al een halfuur aan het performen. Zelden zagen we Daan zo strak, geconcentreerd en geanimeerd aan het werk. De hele band in het zwart, Daan zelf bij momenten met donkere zonnebril (what’s new) en toch heel toegankelijk. De rood beschenen gordijnen op de achtergrond gaven het een kitchy gehalte dat perfect paste, ook bij de nostalgie die af en toe de kop op stak. “The Player” van mijn vorige plaat, ik zing het nog altijd heel graag”. En iedereen hoort het nog graag ook.
Wie van Balthazar de indoorgrasweide van het ECO-festival overstak naar Daan was net op tijd om het collectief orgasme mee te maken met “Victory” (“mijn voetbalhymne die er nooit één geworden is”) en “Swedish Designer Drugs”.
Zijn bis zette hij alleen in met een cover van Buffalo Tom, maar zijn entourage sprong en viel in en dreunde schitterend verder in de “House Wife”-afsluiter waar Daan een vooraanstaande rol gaf aan de gitaren en trompetten, voorwaar een schitterend arrangement dat ontplofte in een orgie van aangename noten.

De ideale dance-opwarmer dus voor de DJ-sets die volgden. Met Magnus riep ‘speedy’ Tom Barman het danspubliek mee op het podium terwijl Murielle Scheire met La fille d’O het beschaafder en minder technobeat hield in de zaal ernaast. En dan moesten Howie en (Lady) Linn, DJ Lotto, Sam De Bruyn (Stubru) nog aan de plaat. Tot diep in de nacht dus…

Het liet de festivalgangers moe achter met nog één drang: aftellen naar de volgende gigs, want dit was alvast een geslaagde opener van het festivalseizoen. Het belooft een hete zomer te worden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Novarock, Kortrijk

Milow

Milow: de ideaal zalvende smeltablet

Geschreven door

De charismatische teddybeer Jonathan Vandenbroeck aka Milow werkt aan een nieuwe plaat, die de succesvolle ‘Coming of age’ moet opvolgen. We hoorden er alvast enkele van; de plaat zelf zal pas uit zijn begin 2011.
Vorig jaar was hij enkel te zien op Folkdranouter en vanavond bracht hij de Nederlandstalige en de Franse vrienden samen in een tot de nok gevulde KC … of hoe mooi het is om ons landje zo verenigd te zien in de dromerige, radiovriendelijke pop van Jonathan; hij beschikt over een rits sterke muzikanten en wordt vocaal bijgestaan door Nina Babet. En als je dacht dat hij ondertussen lekker zat te niksen, ben je eraan voor de moeite. Hij heeft er met de band een tournee opzitten in Frankrijk, Duitsland en Spanje en ondernam ook een korte tournee in Canada.
In de zes jaar is hij een groots artiest geworden. Na het in 2006 verschenen debuut ‘The bigger picture’ volgde de doorbraak. We zien nog de solo optredens en de jaren plaatselijke clubs voor ogen. In 2004 haalde hij de finale van Humo’s Rock Rally en was in één adem te noemen met artiesten als Tom Helsen, Sioen en Venus In Flames. In het sing/songwritermilieu komt er met The bear that wasn’t en Jasper Erkens een sterke opvolging.

Hij spreekt vanuit het hart en z’n bescheidenheid siert hem. Hij deed menig vrouwenhartje sneller slaan en bracht een horde jonge (verliefde) koppels op de been; ruim anderhalf uur lang konden we genieten van de sfeervolle, innemende, intimistische en luchtige ‘Milow’ pop, onder z’n zalvende stem en de warme zang van Babet.
Iedereen was op z’n paasbest om er een warme, gezellige en fijne avond van te maken. In de gevarieerde set was Milow als artiest én band uiterst gemotiveerd. De eerste twee songs “The kingdom” en “Stephanie” klonken krachtig, hadden een vollere instrumentatie en onderstreepten hoe sterk de band op elkaar was ingespeeld. In de nummers was er ruimte voor kleurrijke toetsen en intens begeesterende gitaarpartijen. Een zorgvuldig uitgekiende, vaardige, frisse en gevoelige aanzet, wat voor de ganse set kon worden gezegd. En ze hielden van de amicale, familiale sfeer in Brussel … het semi-akoestische “Until the morning comes” en het prachtige opbouwende, sprankelende en ontroerende “Canada” volgden, songs die terugblikten hoe hij z’n carrière begon en ervoor zorgden dat hij beide voeten op de grond hield. Terecht kwam hier de gitarist in de spotlights. Hij kreeg zelfs ruimte om iets verderop drie schlagers, afhankelijk van het land waarin ze vertoefden tijdens de tour, in elkaar te laten overgaan. Leuk en origineel btw! En Nina trok een glansrol naar zich toe op de emotievolle “Darkness ahead & behind”.
De melodieuze, hapklare droompop was om van te snoepen, refreinen werden moeiteloos meegezongen en er werden enkele obligate “oohoohs” geneuried. “The ride”, “You don’t know” en “Born in the eighties” waren de ideale opwarmers naar de apotheose van het mooi gearrangeerde “Ayo technology” (van 50 Cent), de definitieve doorbraak naar het grote publiek. Handclaps gaven elan en gsm’s kleurden het decor … Milow met een Joost Zweegers gehalte. De factor emotionaliteit ging de hoogte in en de instrumentatie sprak voor zich! Intussen kregen we met “Building bridges” één van de nieuwe songs, haalden ze met een akoestisch duet “Out of my hands” sterk uit en was er een eerste ‘campfire’ met “The priest”; ze speelden hier handig in op het publiek en de samenzang en de afwisselende zangpartijen overtuigden.
Op het solo ingezette “Little in the middle” wijzigde hij de tekst en maakte Brussel plots de ‘favorite town to be’. En ook de uiterst sober gehouden “One of it” en “Dreamers & renegades” kregen een handige draai.
Tot slot stonden de leden dicht bij elkaar opgesteld, bouwden het KC om tot een groots kampvuur en jamden erop los met gemoedelijk gehouden, bezwerende aangepakte songs.

Een knieval voor een dolenthousiast publiek deed de temperatuur nog stijgen … Wat was iedereen onder de indruk van de fijne, gevarieerde set. Milow was de smeltablet om de stresserende werkweek achter ons te laten. Hij staat al neergepend voor de volgende gig met de nieuwe plaat.

Organisatie: Live Nation

Under Byen

Under Byen veroorzaakt intieme explosies onder ’t Stad

Geschreven door

 

Weinig volk vanavond in Petrol voor Under Byen, maar ieder nadeel heb zijn voordeel, je kon net voor het podium gaan zitten, zodat je het gevoel kreeg dat Under Byen in je woonkamer kwam spelen.  In april komt ‘Alt er tabt’ (All is lost), het vierde album van deze band uit Aarhus uit. Weg is de piano, aangezien Thorbjorn Krogshede, die vroeger alle songs schreef, de band verliet. In de plaats krijgen viool, cello en gitaar een prominentere rol, samen met subtiele percussie. Door het vertrek van Thorbjorn, hebben alle andere bandleden noodgedwongen de pen opgenomen. Het resultaat is een sobere, uitgepuurde sound, die na verschillende luisterbeurten zijn veellagigheid blootgeeft.

Zo rond halfeen betrad Under Byen het podium, met de cellist Morten Svenstrup, prominent vooraan, terwijl zangeres Henriette Sennenvaldt, in trenchcoat de personificatie van de Scandinavische femme fatale benaderend (of Isobel Campbell, indien je het wat Angelsaksischer wil), de veilige achtergrond opzocht naast bassiste Sara Saxild. Aanvankelijk kregen we vooral rustige, sfeervolle nummers, die omdat ze in het Deens gezongen zijn, een beetje exotisch maar vooral smachtend en melancholisch klinken. Aangezien ik geen woord Deens versta, ben ik eens gaan googelen of die teksten wel degelijk zo melancholisch zijn, of enkel zo klinken. Blijkt dus dat de teksten heel beeldend zijn, met impressies van de natuur, of taferelen in de stad, die voor de ik-persoon een psychologische betekenis hebben. Wat wel opvalt, is dat Henriette Sennenvaldt veel ingetogener zingt dan vroeger, de uithalen zoals we die van Bjork kennen zijn weg, en er is meer plaats voor samenzang met de bassiste. De kenmerkende zingende zaag werd ook maar in een nummer gebruikt, en we kregen ook maar een nummer uit hun doorbraak album
Det er mig der holder træerne sammen (It is me who keeps the trees together)”
Zo ergens halverwege, trad de percussie (xylofoon of marimba, ik haal die twee altijd door mekaar) meer op de voorgrond, en werd het tempo flink opgedreven, zodat het geluid in de buurt kwam van The Arcade Fire. De violist nam ook een deel van de zang voor zich, met een minder geslaagde grafstem, zodat je onbedoeld aan Fred Schneider (B52’s) of de schreeuwlelijkerd van The Sugarcubes moest denken. Van dan af werd het gaspedaal flink ingeduwd, gitaar en viool zorgden voor een flink stukje feedback, in kubistische rock ala Grinderman, aangespoord door het ophitsende tempo van paukestokken of koebellen, wat uitmondde in een grote apotheose, een orkaan van feedback en distortion, die ons lichtjes verdwaasd achterliet. Under Byen’s intieme explosies mikten recht in de roos vanavond.

Tape Tum is opgebouwd rond de broertjes Dousselaere, die ook in The Violent Husbands actief zijn, die nummers brengen in het Engels en het Westvlaams - “Boeren van vroeger” met veel humor. Tape Tum is subtieler, rijk gearrangeerde pop opgebouwd rond de twee keyboards, en met een prominente rol voor de trompet. Bij momenten, had het wel iets van The Cinematic Orchestra (de blue notes), of van de clevere alternatieve pop van Dead Man Ray, maar dan met een electro-sausje. Interessante kennismaking met een nieuwe Belgische band.

Post war years is een Londonse band, sinds 2008 actief, die een album uit hebben ‘The greats and the happening’,waarin ze elektronica en indiepop versmelten, een beetje zoals Friendly Fires of Passion Pit. De jongens gaven een heel korte set, ze waren langer bezig met het opstellen van de instrumenten, met flink wat speelse punkfunk invloeden.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Mr. Scruff

U zalig overgeven aan de DJ-set van Mr. Scruff

Geschreven door

De Democrazy had voor de tweede maal Mr. Scruff naar Gent gehaald en door de perikelen met de Minnemeers hadden ze hem deze keer in de concertzaal van de Vooruit geprogrammeerd. Goede keuze als je zag hoe hij blijkbaar in staat is een volledige concertzaal te vullen. Dat heeft er misschien mee te maken dat zijn DJ-sets van verschillende walletjes eten en dus publiek uit verschillende subgenres kan aantrekken. Muzikaal zijn zijn DJ-sets een stuk meer up-tempo dan zijn platen, maar ons hoor je niet klagen. Hiphop vormt nog altijd de basis van zijn platencollectie, maar het gaat evengoed richting pure conga-tracks en de occasionele disco-klassieker of Blaxploitation van de betere soort.

De opwarming gaf al the Ventures en wat sleazy house, maar toen hij eenmaal goed op dreef was, waren het zware hiphopbassen die alles domineerden. Het publiek lustte er bepaald pap van, zelfs het meisje in wiens weg we waren gaan staan. Een van de leuke dingen aan Mr. Scruff zijn altijd de visuals, simpel maar behoorlijk aanstekelijk; er figureren wat gekke mannetjes in die erg aanstekelijk dansen of uit de bol gaan op imaginaire ritmes, en dit wordt dan weer afgewisseld met aanmoedigingskreten aan het publiek om in de grond hun funky stuff te strutten. Big ups voor zelfs Deinze. Al spijt van dat ik me geen T-shirt heb aangeschaft.

Behalve flarden Wu Tang Clan heb ik eigenlijk weinig herkend in het centrale deel van de set, maar zoals elke goede DJ-set is het gewoon zaak om je over te geven aan het ritme, het huppelende congalijntje te volgen en je vooral heel hard te concentreren op je amuseren en dat is eigenlijk zonder meer gelukt. Zo rond een uur of halfvier hebben we er dan maar de brui aan gegeven wegens een behoorlijk drukke agenda tijdens de rest van het weekend en toch ook wel een opspelend hongergevoel. Aangezien de organisatie het voorzien van stempels wat te moeilijk vond, hebben ze ons niet meer teruggezien. Deze man moeten ze eens naar een festival halen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Retribution Gospel Choir

Retribution Gospel Choir: kwalitatief sterk én harder dan Low

Geschreven door

Het was reeds een tijdje geleden dat Alan Sparhawk met Low in België had gespeeld. In 2005 had hij te kampen met een pak psychische problemen en sindsdien waren ze slechts één keer in ons land te zien. Op 19 maart stond hij eindelijk opnieuw op een Belgisch podium, maar dan wel met één van zijn vele andere creatieve uitlaatkleppen, Retribution Gospel Choir.
De muziek van RGC is niet vergelijkbaar met wat Low brengt, alhoewel beide bands trio’s zijn in een klassieke bas/gitaar/drum bezetting en muziek maken die rechtstreeks naar de strot grijpt. Maar daar stopt wat mij betreft iedere vergelijking, want beide groepen hebben een geluid van een totale andere orde.

Met een verse (schitterende) cd onder de arm serveerde RGC vooral nummers uit hun laatste worp en daar was niemand echt rouwig om. Want het moet gezegd, hun eerste was geen vet beestje. We hoorden en zagen een bevlogen band aan het werk die de gitaarescapades niet schuwde. Hun songs hadden, net als op cd, poten en oren, maar live werd duidelijk wat meer buiten de lijntjes gekleurd.
Twee songs benaderden zelfs de 15-minuten grens en dit waren tegelijk ook de meest beklijvende songs. Niet dat de rest minder goed was, bijlange niet. Maar hier zag je duidelijk hoe goed de drie ondertussen op elkaar zijn ingespeeld. Steve Garrington toverde minutenlang magische baslijnen tevoorschijn terwijl Eric Pollard volledig loos ging op zijn nochtans zeer summiere drumstel. En dit allemaal terwijl Sparhawk zich Crazy Horse gewijs volledig gaf op gitaar. Aan zijn gezichtsuitdrukkingen te zien heeft deze mens nog niet volledig afgerekend met zijn demonen.
Ook de rest van de ruim één uur durende set zat strak en was van een constant hoog niveau, één dipje niet te na gesproken, niet toevallig een nummer van hun eerste cd.
Live opvallender dan op de cd is het feit dat Sparhawk zich ook in RGC vocaal laat bijstaan door een tweede stem. Bij Low zorgt zijn vrouw Mimi Parker voor de prominent aanwezige tweede stem terwijl die bij RGC voor rekening wordt genomen door Pollard. Ook hier klopte de combinatie met het toch wel specifieke stemgeluid van Sparhawk volledig.
£Tussen de nummers door waren de drie heren (met uitzondering van Pollard’s witte das, allen in een gitzwarte outfit gehesen) weinig spraakzaam, maar misschien was dit maar goed ook. Zo antwoordde de frontman het volgende op de publieksvraag “How do you feel?” …“Like... the air here... foggy... but with lights...” waarop prompt het volgende nummer werd ingezet. Ik hou wel van groepen die hun sterktes kennen.

De band is duidelijk een stuk harder dan Low, maar daarom niet minder intens. Het heeft geen zin beide bands met elkaar te vergelijken, maar als ik dan toch nog een raakpunt zie, dan is het zeker de kwaliteit van hun concerten.  

Organisatie: de Kreun, Kortrijk 

Soap&Skin

Soap & Skin Ensemble: adembenemende, huiverende performance

Geschreven door

We waren aan de grond genageld van de adembenemende, intrigerende en huiveringwekkende en niet-van deze- wereld gig van de 20 jarige Oostenrijkse Anja Plasch, die haar optreden in het najaar van 2009 noodgedwongen moest annuleren door stemproblemen.
Het getalenteerde, schuchtere, maar geëmotioneerde wonderkind is een perfectionist. Ze kwam in de AB bikkelhard terug met een strijkerensemble. Zelf legde ze zich toe op haar intense pianospel en laptopgeluiden van donkere, dreigende soundscapes en logge, lome synthbeats; verder vulden violen, cello, trompet, contrabas en een backing vocaliste aan.

Op Pukkelpop zagen we haar nog solo, was iedereen muisstil en liet ze ons helemaal verdwaasd achter in de kleine tent; we hadden enkele minuten nodig om terug tot dit aardse bestaan te komen. En ook vanavond, moesten we na de set even bekomen. De jonge deerne, behaalde vorig jaar talrijke prijzen met haar debuut ‘Lovetune for Vacuum’/ ‘Marche Funèbre EP’, sfeervolle, donkere, onheilspellende songs, doordrenkt van melancholie en tristesse en gedragen door haar indringende, soms hoog uithalende en schreeuwerige stem.
Het op klassieke leest repertoire greep bij het nekvel, deed filmisch aan en kon door merg en been gaan. Soms ontbond ze duivelse demonen en hadden ‘living deads’ de wereld veroverd. Op die manier versmolten de hemelse onbevangenheid van Elisabeth Frazer, Hope Sandoval en Kate Bush met de magie van Sigur Ros en de helse gothic van Nico((ex) V.U.), Jarboe (ex Swans) en de doom & drone/ apocalyptica van Sunn O ))). De verschillende sfeerscheppingen kwamen aan bod; een ijzige, kille, gitzwarte sfeer en pijnlijk, kwetsbare momenten wisselden elkaar af tot een claustrofobisch mooi geheel. Een veld van melodieuze schoonheid, dreigende spanning en apocalyptische taferelen …
Ze was totaal uit haar lood van het warme onthaal en de belangstelling, want de AB was zo goed als uitverkocht; ze prevelde zelfs of ze nog wel een tweede kans zou verdienen om haar songs te spelen, want deze vond ze soms niet sterk genoeg gespeeld. Ze barstte bijna in tranen uit… De jongedame is soms niet te vatten waar ze mee worstelt, maar OK we willen geen verkeerde linken leggen hoe in het leven te staan …
Duidelijk was dat iedereen overspoeld werd van de wondere, bevreemdende muzikale (leef)wereld. Op een soundscape van gekeelde varkens kwam ze onwennig het podium op. We hoorden heerlijke, fijnzinnige en breekbare composities als “Cynthia”, “The gaunt pt 1000”, “Cry wolf”, “Brothers of sleep” en het instrumentale “Turbine womb”, bepaald door het begeesterende virtuoze, intieme en zwaarmoedige pianospel, de laptopsounds, de subtiel gedoseerde klankkleur van het strijkerensemble en de golvende, hemelse backing vocals … stukken die kippenvel bezorgden en die door haar stem en piano beklijfden.
En op andere nummers haalde de onderwereld het van het aardse bestaan door de onheilspellende, dreigende elektronica-soundscapes en experimentjes. Plasch kon vocaal erg hoog uithalen, schreeuwde en spuwde letterlijk gif in de donkere, duistere en gruizige nummers. “Sleep” en “Fall foliage” waren inleidende triggers naar de duivelse huiver van “Thanatos”, “Surrounded” en “O Tannenbaum (?)”, die vertwijfeling, onzekerheid, angst, bevreemding en chaos boden. Alsof dit nog niet genoeg was, kwelden de demonen op de synths van “Marche Funèbre” en “Ddmmyyy” haar zo erg, dat ze die op alle mogelijke manieren trachtte van zich af te schudden en te verdrijven. En in de bis overtrof ze met de holocaust hymne “Zog nit keynmol”, een jiddisch partisanenlied. Enkel een dimmende spotlight zagen we op het podium, waardoor we een makkelijke prooi waren van de angstaanjagende sound.

Soap & Skin verlegde grenzen, liet de kwelling afdruipen en ging soms naar de tegendraadse grilligheid en complexiteiten van Aphex Twin. Wat een adembenemende performance …

Ook de support Nils Frahm verbaasde en overtuigde. Hij kreeg ruim 45 minuten toebedeeld en ging in z’n instrumentale pianostukken van zachte, ingetogen en dromerige naar hevige, verbeten stukken. Het boeiende, gevarieerde spel straalde een soundtracksfeertje uit. De 25 jarige Duitser gaf een pianoles en bracht lange bezwerende songs, die een aandachtig publiek lokten. Ook hier kon je een speld horen vallen …
Wat een AB- avondje …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel 

Coeur de Pirate

Vlaanderen mag zich gewonnen geven voor Coeur de Pirate

Geschreven door

Het aantal Vlamingen waren afgelopen dinsdag waarschijnlijk op 1 hand te tellen. Coeur de Pirate aka Béatrice Martin, 21 lentes jong, een getatoeëerde schoonheid met blonde haren, uit Montréal, Quebec/Canada, palmde Frankrijk en onze Franstalige vrienden in met haar gevoelige, kwetsbare, intieme, pakkende en broze pianopop; maar naast haar ingetogen, begeesterende partijen op de grote vleugelpiano, werd ze omringd door vier muzikanten, die de nummers spaarzaam en breder omlijsten, en de dromerige songs een zalvende popkleur gaven.
Coeur de Pirate zingt in het Frans en spreekt alle leeftijden aan; ouders waren er met hun kinderen en jongeren en volwassen luisterden naar één van de nieuwe sensaties, die de Franse pop en chanson wereld verovert. Ze geraakte met “Comme des enfants” in de Franse top, en het werd verkozen tot song van het jaar tijdens het prestigieuze ‘Victoires de la Musique’. Na het optreden kreeg ze nog een gouden plaat overhandigd.

De mooie blondine werd letterlijk het podium opgeroepen en we waren op z’n minst gezegd verbaasd van de respons en de uitzinnige reacties. De refreinen werden zelfs meegezongen door de jongsten. Haar sfeervolle pop klonk meer dan goed, onder haar fluwelen gouden stem. Een immer glimlachende, spontane Martin (ze knoopte losse gesprekjes aan) begon uiterst sober en elegant de set met “Le long du large”, “Fondu du noir” en “La vie est ailleurs”. Op ingehouden wijze vergezelde de band haar bij de drie nummers. “Berceuse” – une chanson très jolie – ging richting melancholie en donkere kroeg door de broeierige ondertoon van akoestische gitaar, viool en contrabas. Forser klonk het ensemble op het ruimer gearrangeerde “Tout reste du pareil au même”, één van de nieuwe songs. De lichtjes van het grote hart, dat als achtergrond geprojecteerd stond, flikkerden nog meer …
Tijd om de liefdesperikelen op een rijtje te zetten … solo hoorden we bloedstollende versies van “Corbeau” en “Playground love” van Air (probleemloos in het Engels gezongen); elke pianotokkel, -tune en haar adembenemende stem bezorgden kippenvel en onderstreepten dat ze heel wat in haar mars had.
Een dosis ‘Coeur de Pirate’- pop hoorden we in de folky swing van “Le primtemps”; ze had intussen haar piano verlaten en zong rechtopstaand. Het was de aanzet van enkele opbouwende songs als “Pour un infidele”, “C’est salement romantique” en de nieuwtjes “Place de la Republique” en “La petite mort”. Af en toe kregen de nummers een verrassende lichte swing en sierlijke viool- en cellopartijen vulden aan.
Ze besloot na een klein uur de harmonieus sfeervolle, dromerige, intieme set. Maar zoals eerder al aangegeven, Béatrice Martin werd op handen gedragen. Ze breidde er nog een aangename bis aan en gaf enkele plaagstootjes om naar die ene grootse Franse elegante hit van haar te gaan, “Comme des enfants” … een poppy versie van Phoenix’ “Lasso” waar het refreintje “Where would you go?” luidkeels werd meegezongen en de folky ballad, “Loin di’ici”. Verder kregen we nog een in elkaar lopende medley van Rihanna’s “Umbrella” vs “Bad romance” van Lady Gaga … Spitsvondig met een leuke, zwierige melodie.

Tot slot maakte iedereen een hartje met de vingers wat het ingetogen “Francis” elan gaf. “Quelles chansons magnifiques”, hoorde ik naast mij fluisteren … Coeur de Pirate brengt daadwerkelijk goede pop waarvoor we gewonnen zijn … na deze gig en een puik concert in de Bota vorig jaar, kunnen we haar nog eens aan het werk zien in het Koninklijk Circus in mei … Vlaanderen mag nu veroverd worden …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Him (Finland)

Screamworks – Love in theory and practise – chapters 1 - 13

Geschreven door

De Finnen van HIM zijn met ‘Screamworks: Love in theory and practice’ al aan hun zevende album toe. De groep is bij ons vooral bekend omwille van hun cover van Chris Isaak’s hit “Wicked Game”. In 2000 schopten ze het zelfs tot het hoofdpodium van Werchter. De band krijgt nogal vaak het label gothic opgeplakt, de groep zelf beweert eerder een soort ‘love metal’ te maken. In ieder geval klinkt Screamworks meer poppy dan metal en dit heeft ongetwijfeld te maken met producer Matt Squire die vooral bekend staat vanwege zijn werk met Panic! at  the Disco, Katy Perry en Boys like Girls.
Tekstueel ligt Screamworks volledig in het verlengde van de vorige albums want ook nu handelen de 13 nummers  over de thema’s liefde en dood. Muzikaal combineert Him nog steeds snedige en leuk in het gehoor liggende riffs met synths, zeer aanwezige drums en de karakteristieke stem van Ville Vallo.
Uitschieters op de plaat zijn de catchy single “Heartkiller” , “Ode to solitude” (wat een heerlijk  refrein) en het geweldig openende “Like St Valentine”.
Screamworks is een stuk luchtiger dan voorgaand werk maar betekent allerminst een stijlbreuk. Trouwe fans kunnen de plaat dus blind aanschaffen en voor mensen die minder bekend zijn met Him is het misschien het moment om kennis te maken met deze Finnen.

The Van Jets

Cat Fit Fury!

Geschreven door

Eerste vaststelling: Met die knoert van een Bowie fixatie waar The Van Jets zouden mee zitten valt het reuze mee. Enkel op de laatste song, de knappe ballad “Our heads”, is Bowie prominent aanwezig.
Tweede vaststelling : Bepaalde media die al wel eens een belangrijk tweejaarlijks rockconcours organiseren moeten altijd de door hen ‘ontdekte’ beloftevolle bands volledig de hemel in prijzen, hierbij morsend met de superlatieven dat het geen naam meer heeft. Als u het ons vraagt, hebben bijvoorbeeld de Deus klonen van Mintzkov het talent van een regenworm op sterk water. Toch een beetje relativeren en wat voorzichtig zijn met bepaalde lofbetuigingen, bedoelen wij daarmee.
Met dit in het achterhoofd kunnen we stellen dat The Van Jets een vitaal, consistent en pittig rockplaatje hebben gemaakt maar dat er toch ook wat wisselvalligheid is te bespeuren. Het is op zijn beste momenten allemaal lekker vinnig, maar de ene song blijft toch al wat meer hangen dan de andere. “The future” bijvoorbeeld, die als opener zijn entree niet gemist heeft, en een geweldige kraker als “Givers & takers” doen ons volop naar de luchtgitaar graaien. De puntige gitaarsolo’s op de plaat grijpen ons trouwens evenveel naar het nekvel als die op dat wervelende plaatje van The Soft Pack van begin dit jaar (recensie moet u maar eens nalezen op deze site). De schwung en het hitsige tempo maken van “Dancer”, één van onze favorieten, in het duivels knappe “Comes the crying” huist een flinke streep White Stripes en op “Matador” wordt er gescheurd dat het een lust is.
Dingen als “Onawa” en “Teevee” klinken dan weer zeer matig en zouden zelfs in tweede klasse in de degradatiezone bengelen.
Het venijn zit hem duidelijk in de staart, want de betere songs nestelen zich in de tweede helft van de plaat.
De balans helt echter wel naar de positieve zijde. Overtuigend plaatje dus, met een paar struikelmomenten.

Tom McRae

The alphabet of hurricanes

Geschreven door

Plaatjes van Tom Mc Rae, vrolijk gaan we er nooit van worden. Den Tom weet het zelf ook wel en geeft het grif toe in interviews, hoezeer hij ook probeert om optimistische dingen uit zijn pen te schudden, toch komt hij altijd bij iets droevigs uit. Het is tegelijkertijd zijn sterkte, want zo klinken zijn songs altijd eerlijk en oprecht. Zijn droefgeestige debuutplaat uit 2000 met heel integere en breekbare liedjes blijven wij koesteren, het is een pareltje die hij met de drie opvolgers niet meer heeft kunnen evenaren, ook al waren dit knappe werkjes. ‘The Alphabet of hurricanes’ zullen we mogen bij die drie indelen, menen wij. Weer staan er prachtige mijmeringen en mooie songs op, maar het niveau van het onvolprezen debuut wordt (net) niet gehaald.
La tristesse nestelt zich deze keer in “Summer of John Wayne”, “American spirit”, “Out of the walls” en “Fifteen miles downriver”, kommer en kwel vertaald in mooie songs met diepe groeven.
Soms gaat het er iets luchtiger aan toe. Een meer opgewekte song als “Please” is zijn oor gaan leggen bij Paul Simon, in “Told my troubles to the river” springt Mc Rae mee op de momenteel hippe trein van groepjes met een folky inslag (Mumford & Sons en allerhande volgelingen) en in het fijne “Won’t lie” schuilt er zelfs een Balkan toets.
Tom Mc Rae is vooral zichzelf op ‘The alphabet of hurricanes’, meer moet hij niet doen.

Hot Chip

One life stand

Geschreven door

Het Britse kwintet Hot Chip, onder de tandem Alexis Taylor en Joe Goddard, hebben al een handvol leuke singles uit hun vorige platen waaronder “And I was a boy from school”, “Over & over”, “Ready for the floor” en “Hold on”. Binnen hun dancepop/elektronica houden ze van variatie en originaliteit, waardoor invloeden te horen zijn van ‘70’s psychedelica, ‘80’s wave, drum’n’ bass, postpunk, dwarrelende geluidjes en bleeps. Misschien niet altijd even geslaagd, maar ingenieus, gewaagd en leuk. Hot Chip heeft al de nodige credits opgebouwd.
Al van op de vorige cd ‘Made in the dark’ hielden ze van een dromerige aanpak en sfeervolle, zalvende melodielijnen, een lijn die ze op de huidige cd verder zetten, zij het iets minder donker, maar relaxt en luchtig.
’One life stand’ valt op door de poppy koers en biedt linken met disco, soul, house en psychedelica. Het is een vernuftige, consistente plaat, zeemzoeterig, melancholiek en dansbaar en onderstreept het credo van ‘happiness is what we all want’!
Hot Chip vaart zo z’n eigen koers en dat maakt de band uniek binnen de dancepop. De band bouwt gestaag verder aan een compleet eigen universum. De afwisseling biedt een paar uitschieters als “Hand me down your love”, “I feel better”, “Brothers”, “Slush”, “We have love”, “Take it in” en natuurlijk de titelsong van de cd.

The Scene

Liefde op doorreis

Geschreven door

In 2007 kwam de Nederlandse The Scene, onder de tandem The Lau en Emilie Blom-Van Assendelft, terug samen. Ze brachten toen een soort doorstart album uit van vnl. herbewerkingen van bekende nummers en ondernamen een heuse club en festival tour. Drie jaar later krijgt hun Nederlandstalige pop nu z’n eerste volwaardig vervolg, ‘Liefde op doorreis’, binnen het vertrouwde recept van poprockers en ballads, onder de doorleefde, gevoelige, emotievolle stem van The Lau.
Krakers als in de begindagen horen we o.a. met “Mijn land”, “Atlanta” en “Straat” die een stuwende opbouw hebben. Maar de heren en de dame van The Scene zijn al een jaartje ouder en de intimiteit sijpelt door, wat een pak sfeervolle pop, fijnzinnig van aard en mooi uitgewerkt, oplevert. Ze krijgen kleur door piano en toetsen, waaronder “Vrouw”, “Breek de ban”, “Vier seizoenen” en “Paradijs”. De laatste twee songs, “Tijd” en “Sterven op de planken” (xtra track!) zijn bloedmooi, broos en breekbaar.
De teksten zijn opnieuw poëtisch, beeldend en surrealistisch, wat het geheel van de cd sterkt en ervoor zorgt dat we na achttien jaar spreken van ‘The Scene staat opnieuw op de planken’ en ze een harmonieus homogene eenheid vormen.

Megafaun

Gather, Form & Fly

Geschreven door
De bebaarde mountainhakkers van Megafaun van de broers Cook en Joe Westerlund zijn goede vrienden van Bon Iver. Zij bleven achter om in North Carolina te werken aan de eigen specifieke variant van de americana van de tweede plaat ‘Gather, Form & Fly’. Megafaun tuimelt naar de periode van Crosby, Still en Nash en The Band met hun sfeervolle, dromerige en ingetogen pop.
In de eerste helft van de plaat horen we een voller geluid en klinkt de instrumentatie van mandoline, banjo en viool door, aangevuld met  een bezwerende percussie, handclaps en de meerstemmige zang, toch wel het handelsmerk van het trio; “Kaufman’s ballad”, “The fade”, “The process” en “Solid ground” zijn mooie voorbeelden. Live geven ze de nummers een solide dosis schwung en pit en klinken ze intens broeierig en hitsig. Het zijn elegante, frisse uitvoeringen.
Het gevoel voor drama en intimiteit horen we dan in “Columns”, “The longest day” en de titelsong, misschien op zich niet steeds goede composities, maar wel songs die piekfijn zijn uitgewerkt en een doordachte subtiliteit hebben. Dat ze het experiment niet schuwen en houden van half instrumentale nummers is te horen aan “Impressions of the past” en “Darkest hour”. En ze sluiten en verve af met de finesse van “Tides” en “Guns”, een sfeervol opbouwende sterke song, die elan krijgt door de dreunende soundscapes.
Spannend plaatje die varianten biedt in die typische americana …
Toch even meegeven dat Megafaun past in het plaatje van de freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, C, S & Nash, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons.
Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Blood Red Shoes

Blood Red Shoes: elektriciteit & vuurwerk

Geschreven door

De twee jonge wolven van Blood Red Shoes leverden twee jaar terug met ‘Box of Secrets’ een schitterend debuut af: een rauw, fris melodieus plaatje met catchy bondige nummers, snedig gebalde riffs, opzwepende drums en afwisselende en mooi in elkaar vloeiende zangpartijen, kortom beklijvend harmonieus materiaal van een full-on rockband, die weet te intrigeren en naar de keel te grijpen. ‘Fire like this’ is de pas verschenen nieuwe, tweede cd en het duo doet waar ze goed in zijn en durven af en toe iets breder te gaan en de songs meer ruimte te bieden. De speelse, ongedwongen stijl en attitude wint het en net als het debuut hebben we een uiterst genietbare plaat, onstuimig en opwindend door die energie, riffs, vaart, hooks en power.

Het sympathieke man-meisje duo, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar), heeft een hele horde jonge fans die samen met het duo er een stomend feestje van maken. Blood Red Shoes kon rekenen op een volle AB Box. Sommige momenten spatten de vonken er van af en gingen de jongeren aan het springen, aan het dansen, maalden niet om een skydive meer of minder en hielden er van op het podium te klauteren en zich te laten vallen op de eerste rijen. Taferelen die herinnerden aan de Magnapop, Nirvana en Urban Dance Squad nineties …
Het was hun ‘biggest show’ dat ze totnutoe in ons landje in zaal speelden. Ze wisselden een oudere met een nieuwe song af, wat de aandacht en intensiteit hoog hield. “Doesn’t matter much”, “It is happening again”, “I wish I was someone better”, “Light it up” en “It’s getting boring by the sea” waren dynamische songs, strak, pittig, gedreven en broeierig.
Steve was vol lof en bewondering over het enthousiaste publiek, die er hun avondje van maakten. Laura-May, de zwarte haren voor de ogen, liet alles wat over zich komen, deed een beetje denken aan een jonge Chrissie Hynde Pretender en toverde felle, soms punky akkoorden … Ongelofelijk wat het duo met maar twee instrumenten presteerde … een huppelend, tintelend ritme, opbouwen en exploderen … Onstuimig, beheerst en doordacht … “Count me out” en “When we wake” (glansrol Laura-May!) boden ademruimte en refereerden aan een Breeders aanpak. En explosies volgden op “This is not for you”. Tot slot schoten alle remmen los, ontbonden alle duivels en raasden over ons heen met stevige, hevige en vaardige, snelle nummers, “Don’t ask” (wat een song!), “Say something, say anything”, “Keeping it close” en “Heartsink”. Blood Red Shoes overrompelde

De nieuwe songs stonden duidelijk naast de aanstekelijke oudjes. Meer van hetzelfde, maar nog altijd voltreffers, die door de fans erg gewaardeerd werden … De bis was er eentje om van te snoepen en om de veters toe te trekken, een strak gespeelde “You bring me down” en een uitgesponnen “Colours fade”, die zelfs een minutenlange, oorverdovende outtro had; Steve grapte met de RHCP, toen hij in ontbloot bovenlijf verder drumde en het publiek indook. Elektriciteit en vuurwerk gaf het …

Support was het uit Leeds afkomstige Pulled Apart By Horses. De wild enthousiaste jonge bende speelde een stevige portie gitaarrock, grunge en noise, de pedaaleffects stevig ingedrukt. De schreeuwerige zang gaf zeggingskracht. Ze speelden een korte, puike set en gingen fel tekeer. Terecht was hun EP’tje in de kortste tijden uitverkocht … Bandje om in het oog te houden …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Live Nation concert: Kasabian

Geschreven door

KASABIAN
ANCIENNE BELGIQUE, BRUSSEL
MAANDAG 31 MEI 2010 – 20u
Welcome back Kasabian! Want sinds hun passage in een uitverkochte ABBox november 2007 ging het snel voor de band rond zanger Tom Meighan en gitarist Sergio Pizzorno. Met hun derde studio album ‘West Ryder Pauper Lunatic Asylum’ en de daarbij horende hitsingle ‘Fire’ plaatst de band zich definitief in de Champions League van Britse rockbands die in hun thuisland moeiteloos stadions vullen. Een album vol rock noir dat 12 songs lang weet te bekoren en dat de perfecte soundtrack lijkt bij een in Frankrijk gedraaide Tarantino film. ‘West Ryder …’  is ondertussen bijna een jaar oud en het stond 2 weken op 1 in de Britse charts; leverde hen (alweer) een podiumplaats op het gerenommeerde Glastonbury festival op; werd genomineerd voor de Mercury Prize en was Best Album op de Q Magazine Awards. Nadien werd Kasabian ook nog Best Group op de Brit Awards 2010 en kaapte ‘West Ryder …’ nog Best Album weg op de NME Awards. Die ijzersterke reputatie zullen ze dus nogmaals waarmaken op 31 mei in de Ancienne Belgique.
Info & tickets :
Ticketprijs: 22 euro (excl. reserveringskosten)
De tickets kunnen gereserveerd worden via
Proximus Go For Music : 0900 2 60 60 (0,5 euro per minuut. prijs incl btw )  www.proximusgoformusic.be
Artistinfo :
Website: www.kasabian.co.uk ; www.myspace.com/kasabian
Record company: SONY MUSIC
Album: “ West Ryder Pauper Lunatic Asylum ”

INFO http://www.livenation.be

Why ?

Why?: de mysterieuze leefwereld van de Wolf- broers

Geschreven door

Why? … Een apart bandje toch wel, het Amerikaanse gezelschap van de broers Wolf uit Oakland, California. Ze zijn al een kleine vijf jaar bezig en krijgen met de huidige vierde cd ‘Eskimo Snow’ voet aan de grond. Intussen zijn ze uitgegroeid tot een kwintet. Een terechte, verdiende doorbraak, want het weirde gezelschap zorgt voor een avontuurlijke, creatieve aanpak van hun leuke, hypnotiserende, bezwerende, intens opbouwende indie/rootspop/americana, die onderhuids Pink Floyd en Grandaddy psychedelica verraadt. Ze zijn niet in een hokje te duwen, die er alternative hiphop, folk en garagerock aan toevoegen. Door hun instrumenten geven ze de songs verrassende wendingen, allerlei geluidjes en bleeps, zorgen voor een kleurrijk palet en balanceren tussen doordachte subtiliteit en georchestreerde chaos.

We werden een goed uur ondergedompeld in die mysterieuze muzikale leefwereld van de Wolf broers. En de neurotische zegrap, beatbox en spastische bewegingen van Yoni maakte het nog specialer. De songs van de recente ‘Eskimo Snow’ sprongen al meteen in het oog “These hands”, “January twenty something” en “Against me”. Een opgefokte, ijsberende zanger op z’n Mark E Everett gaspelde en reeg de dwarrelende, broeierige, dromerige en sfeervolle songs aaneen. Hij leek de tussenpersoon tussen hemel en aarde, die de boodschappen van bovenaf moest meedelen aan het aardse publiek.
Uitzinnige partijen hoorden we, en sommige songs klonken op het gevoel af, lofi en gaven de indruk dat ze abrupt afgebroken werden, maar niemand die er zich aan stoorde, integendeel, het behoorde tot het Why?- concept, die een schitterende finalereeks klaarstoomde met “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback”, “Eskimo Snow” en “Gemini (birthday song)”. Het oudere materiaal van (vooral) de vorige cd ‘Alopecia’, “Good friday”, “Song of the sad assassin”, “A sky for shoeing horses under” en “By torpedo or Crohn’s” onderstreepten de aanzwellende toegankelijke opbouw, maar ook de niet-van-deze-wereld groove. Tot slot konden we niet omheen de verpletterende mokerslagen, het aanstekelijk gegoochel op drums en de sounds van “These few presidents” en “The vowels pt2” die ‘en honneur’ en overtuigend de set beëindigden. Jaknikkend moeten we besluiten dat They Might Be Giants uit de nineties een belangrijke referentie waren qua huppelende ritmes, muzikale kronkels en rapzang.

Ook de support I might be wrong intrigeerde …genoemd naar een album van Radiohead. Het kwintet met zangeres Lisa von Billerbeck is toe aan de tweede cd ‘Circle the yes’. De band uit Berlijn integreert invloeden van hun grote voorbeeld, maar haalt elementen Notwist en Lali Puna aan; sfeervolle zweverige indiedroompop onder een licht klaaglijke, zacht zalvende vrouwstem. Net als bij Why? stonden de bassist en de gitarist op de tweede rij op het podium, en ook hier kwam de klemtoon op de toetsen/piano/synths/drums en de zangstijl. We hoorden broeierige songs, die een betoverende melodie en boeiende opbouw hadden. Zij kregen de kans zich te profileren, want ze speelden een ruime set en kregen een warm onthaal. Chique wat de jonge band presteerde en een ontdekking waard. De bedeesde zangeres namen we er bij .

Tot slot was er nog ruimte voor werk van de eigen Why?-stal van één van de broertjes Wolf. Inderdaad, drummer Josiah Wolf kan naast drums ook gitaar spelen en zingen; begin 2010 bracht hij ‘The trailer & the truck’ uit; hij deed het met enkele in Mississippi gedrenkte akoestische ‘desertblues’ songs, die sober, ingetogen en spaarzaal begeleid werden, gedragen door opvallende goede vocals. Hij ontpopte zich als een multi-instrumentalist. U weze gewaarschuwd van het diverse en afwisselende werk van de Wolf-brothers …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Fleshtones

Vlammende soulpunk versus kolkende garage-rock: The Bellrays en The Fleshtones geweldig op dreef

Geschreven door

Waar er op de albums van The Bellrays wat rustpunten te bespeuren zijn in de vorm van knappe soulnummers, is dit op een podium nauwelijks het geval. Enkel met het mooie “Have a little faith in me” ging men een beetje op de rem staan, voor de rest was de stomende set van The Bellrays een sneltrein van korte soulpunk songs die loeihard en quasi zonder adempauzes de zaal werden ingeramd. De soul zit hem vooral in de krachtige stem van Lisa Kekaula, een indrukwekkende madam met een strot die niet zelden een orkaan veroorzaakt en met een imposant afro kapsel waar een heuse nest spreeuwen zich in kan huisvesten. De solide sound van The Bellrays is een uiterst vitaal huwelijk van soul, punk, snedige gitaren en een madam met ballen. Op het podium vertaalde zich dat in vuurwerk.

De heren van The Fleshtones zijn blijkbaar dikke vriendjes met The Bellrays. Op het einde van de set van The Bellrays kwamen zij al een deuntje mee rammen en voorts speelde de drummer ook gewoon verder op hetzelfde drumstel. Het stak allemaal zo nauw niet.
Overigens geen makkelijke taak om de overweldigende prestatie van The Bellrays te evenaren, laat staan te overtreffen. The Fleshtones lieten algauw merken dat zij het perfect opgewarmde publiek niet zouden ontgoochelen. Dit via hun ophitsende mengeling van garage rock, ronkende funrock en sixties toestanden. Een geestige bende die de bruisende songs in spoedtempo aan elkaar reeg. Een zanger (Peter Zarembe) die een beetje de fleur had van New York Doll David Johansen en een gitarist (Keith Streng) die alle uithoeken van de zaal ging opzoeken om zijn potige riffs te spelen en er ondertussen een paar vlammende vocals uit te schreeuwen. De afwisseling in zang tussen de twee heren kwam de set alleen maar ten goede en ook bassist JM Pakulski mocht al eens aan de micro gaan lurken terwijl Zarembe terloops zijn smoelschuiver bovenhaalde om het zaakje nog wat meer op te vrolijken. Het typische Fleshtones orgeltje was ook meegekomen maar had vanavond toch maar een bescheiden rolletje gekregen, de nadruk lag meer op de gitaar en vettige rock’n’roll in de juiste mood. Simpel, opzwepend, rechtdooor. Een groepje als pakweg The Hives kwam ons wel eens voor de geest vanavond. Dikke fun was het.

Bijzonder geslaagde avond met twee uiterst energieke acts!

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 441 van 498