logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Brett Anderson

Brett Anderson presenteert het singer/songwriterschap in een groots Suederecept

Geschreven door

In de jaren ’90 ontstond er een ware Suede-mania rond Brett Anderson en z’n Londense band, zowel naar hun pose, uitstraling als naar hun ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. Referenties naar T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths waren op hun plaats, en het Briticoon kreeg terecht ook de gelijkenis met David Bowie opgezadeld.
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast. Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; het daaropvolgende The Tears werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!). Tot slot waagde hij zich solo. De tijd dat hij gehuld in leren jasje vetgalmende gitaarsongs stond in te zingen, behoren tot het verleden. Hij presenteert zich als een singer/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorziet. Pas met de recente derde cd ‘Slow attack’, die in de winterperiode verscheen, begon hij z’n weg te vinden; de twee vorige cd’s ‘Wilderness’ en het titelloze debuut hadden samen maar een handvol interessante songs. Hij heeft nu een echt compleet solo album uit , waarvan de nummers beter ingekleurd zijn met strijkers en blazers (cfr. vergelijk met de muzikale evolutie van Suede!). Een impressionistisch geluid die terecht Japan’s “Nightporter” en het eerste werk van David Sylvian oproept.

Live kreeg het innemende materiaal een flinke scheut Suede glamrock’n’roll mee. Anderson en de zijnen speelden een gevarieerde set, een directer geluid, zonder brede arrangementen en tierlantijntjes; de intense ingehouden en begeesterende piano- en toetsen en Anderson’s unieke heldere, overtuigende gepassioneerde stem boden de gepaste emotionaliteit.
In de goed halfgevulde zaal drumden die-hard fans om hun halfgod een handdruk te kunnen geven. Het stapje terug in kleine zalen gaf een goed gevoel en zorgde voor een nauw contact met het publiek.
De eerste songs “Hymn” en “Wheatfields” lagen in de lijn van de plaat, hadden een donkere ondertoon en waren indringend. “Hunted” toonde hoe het anders kon; een broeierige spanning, een rauwer geluid en een opbouw die krachtiger klonk. Ook zagen we een bezielde zanger die vol overgave te werk ging; z’n vroegere podiumprésence, de armbewegingen en de danspassen was hij nog niet verleerd. Dan stapte hij over naar een spaarzame “Ashes of you” en “Leave me sleeping”, bepaald en gedragen door breekbare pianotunes en emotievolle vocals.
Hij wisselde verschillende stemmingen af, onmiskenbaar was de oude Suede te horen op bedreven versies van “Julian’s eyes” en “The swans”, die konden rekenen op een warm onthaal. Het werd muisstil toen hij, gezeten op een barkruk, akoestisch “The empress” en “Clowns” speelde. Om kippenvel van te krijgen. Z’n stem alleen al fascineerde en hield je in de ban! Een ingetogen “Chinese whispers”, terug die twee-eenheid stem-piano, en een sober gehouden “A diff’rent place” volgden .In een closing final’ reeks, hoorden we ouder solowerk, “Love is dead” en “Back to you”, in een onversneden intense rockversie, voorzien van de gepaste galm en pathos. Kale nummers op plaat, die live harder en feller waren. Voor de aanwezigen was het de link naar de hoogdagen van Suede!
En of dat ze er nog zin in hadden … een ingehouden ”Scarecrows” en een intens meeslepende, verbeten “Funeral mantra” volgden in de bis. Samen met z’n band haalde hij hier krachttoeren uit, en stopte het in een grootse, stevige jam, die door de pedaaleffects, noise-erupties en repetitieve zware toetsen glans kreeg.

Op die manier tekende Anderson voor een uiterst gevarieerde, avontuurlijke set; de muzikale streken van vroeger waren goed ingebed in de huidige sound! Een oude vos verliest z’n …, maar niet z’n …

Organisatie: Trix, Antwerpen

Machine Head

De ‘Black Procession Tour’ van Machine Head

Geschreven door

Na de traditionele parkeerperikelen in en rond Vorst moesten we Bleeding Through aan ons laten voorbijgaan maar waren we net op tijd om 2de opwarmer van de avond Hatebreed te zien aftrappen.

Dit kwintet onder leiding van zanger Jamey Jasta heeft de laatste jaren in ons landje een enorm fanbase gecreëerd en dat was ook te zien aan de reacties van de bijna volgelopen zaal. De band had er zin in en begon zonder veel compromissen gezwind aan hun set, de metalcore doorspekt met hardcore-invloeden ging erin als zoete koek. In '02 met het album 'Perseverance' kenden ze wereldwijd een enorme doorbraak en hun liveshows zijn steevast een feest voor circle- en moshpitfans en ook in Vorst was het niet anders... Na enkele nieuwe tracks uit het gelijknamig album 'Hatebreed' kwam klassieker "I will be heard" dat enorm onthaald werd, na 45 minuten was de zaal op ideale temperatuur gebracht om de main act te ontvangen. Check ze zeker wanneer ze afsluiten op Groezrock binnenkort.

De headliner van de 'Black Procession Tour' was Machine Head en dat ze niet gekomen waren om op hun lauweren te rusten werd al snel duidelijk...
Volksmenner en frontman Rob Flynn haalde meteen mokerhamer "Clenching the fists of dissent" boven en de zaal ontplofte onmiddellijk. Het gaspedaal ging de hoogte in de volumeknop werd nog een paar decibel omhoog geschroefd en de basdrum ging door merg en been.
Waar het geluid in eerste instantie zeer goed zat, bleek na enkele nummers dat het in de soep aan het draaien was, net op tijd hadden de geluidsmensen door dat er moest bijgesteld worden en even later waren de geluidsgolven weer 'hoorbaar'. Ondertussen genoot het dankbare publiek met volle teugen en gooiden de Bay area trashers met "Old" en "Bulldozer" 2 nieuwe splinterbommen in de zaal.
Toen Machine Head vorig jaar nog als voorprogramma speelde van Metallica in het Sportpaleis mochten we al vaststellen dat ze enorm veel aanhangers kennen hier en dat ze het betere beukwerk nog niet verleerd zijn. Opmerkelijk was wel dat er vooral veel nummers uit hun laatste wapenfeit 'The Blackening' voorbijkwamen terwijl hun absolute krakers vooral uit hun beginperiode stammen.
Maar niet getreurd, door hun enthousiasme in combinatie met de op hol geslagen metalheads konden we enkel respect opbrengen voor dit optreden dat echt af was.
Slotakkoorden "Halo" en het onvermijdelijke "Davidian" werden afgevuurd en een laatste keer ging de volledige zaal loos op de vette riffs uit de loeiharde gitaren van dit viertal uit Oakland California.
Na deze tour duiken ze de studio in een gaan ze sleutelen aan hun 7 de langspeler.
Een plaat waar in metalkringen enorm naar uitgekeken wordt.

Organisatie: Live Nation

Air

Air: perfect onthaasten met een postcoïtaal lovedream recept

Geschreven door

De Franse elektronica freaks Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin (beiden in het wit gekleed) zoeken niet echt meer naar vernieuwing, maar borduren op hun eigen unieke manier voort in hun ambiente popelektronica van dromerige soundtracksferen, mijmerende midnight summerdreams (zoals JJ Burnel van The Stranglers het zo mooi kan omschrijven!), lekkere chillende saunalounges, transpirerende lichamen, onderkoelde cocktails, ontluikende seksualiteit en zwoele, sensuele, romantische Valentijnen. Kortom, we horen een betoverend, elegant en stijlvol geluid, die alles aan de verbeelding overlaat; de aanstekelijke deuntjes, de zalvende en dreunende beats en de fluister-/vocoderzang schudden ons even wakker en helpen om de dagdagelijkse realiteit onder ogen te zien.
Air = ’Softfocus seksmuziek’, las ik onlangs, wat het ook mag betekenen of wat we ons er mogen van voorstellen… Op de zesde plaat ‘Love 2’ gaat het duo deels terug naar hun nostalgische beginperiode ‘Moon Safari’, basis van de lounge 12 jaar terug!

Het duo, te zien onder een pak elektronica en synths, gitaar, bas en drums, kwamen soberder voor de dag dan op de vorige passage, toen ze zelfs met vijf aantraden en vergezeld waren van Charlotte Gainsbourg (niet toevallig want ze stonden in voor haar plaat ‘5:55’ en de soundtrack ‘The virgin suicides’).
Het duo werd aangevuld met een drummer, plaatste de recente cd centraal, greep sterk terug naar hun memorabel debuut, ‘10000 Hz’ (‘01) en ‘Talkie Walkie’ (’04). De lichte koerswijziging van elektronisch vernuft, Indiase invloeden en de inbreng van guestvocalisten van de vorige cd ‘Pocket Symphony’ werd overboord gegooid. Na bijna elk nummer kwam één van de roadies de apparatuur bijstellen, wat ervoor zorgde dat elk typisch geluidje in een song paste.

’ENJOY’ was de muzikale steekkaart van het trio. De eerste songs “Do the joy”, “So light is her football” en “Love” van de nieuwe cd, straalden een oase van rust uit … ze zijn de perfecte onthaasting of zijn de ideale nummers na een superstressy week als je oververmoeid in de zetel ploft … Het sfeervolle lichtdecor dito projecties hielpen ons op weg. Een gemoedelijke drumpartij en een verdwaalde vocoderstem vulden soms aan … In het oudje “Remember”, al snel door de die-hard fans herkend, hield het typische sfeertje aan door de diverse lagen elektronica en pianoloops. “J’ai dormi” opende letterlijk de ogen door de diepe bassnaar, de zwaardere Hammond en een krachtige beat. Air’s droomwereld hoorden we verder in “Venus” en “Missing the light of the day”; de lichtjes fonkelden in de opbouwende “Tropical disease” en “People in the city”, die een forse, krachtige tune hadden. Dan kwam het gekende werk, “Radian”, die elan kreeg door sneeuwvlokjes, de fijne gitaarloops door Godin op “Cherry blossom girl”, de lichte sensuele groove van “Talisman” en de flutes op “Alpha beta gaga”; ze vormden de perfecte overgang naar een venijnig en broeierige “Kelly watch the stars”, hun doorbraaksingle, die ze in een ander kleedje stopten.
Ook “Sexy boy” in de bis klonk zwierig en scherp door een aangepast elektronicabed. De kers op de taart was “La femme d’argent”, openingssong van hun debuut ‘Moon Safari’ én vaste afsluiter bij hun sets, waarbij we een staaltje elektronisch vernuft en ‘70’s psychedelicatoetsen hoorden van Dunckel!

Ondanks het feit dat we nog een cocktailbar, strandzetels, een ondergaande zon en een handvol singles als “All I need”, “Playground love” en “Sing sang sung” misten, treurden we niet van hun postcoïtale lovedream recept …

Organisatie: Live Nation

Joss Stone

Joss Stone: Feel love & happiness – onvoorwaardelijke liefde voor muziek

Geschreven door

Ongelofelijk tot wat de mooi ogende lieftallige en de immer glimlachende Britse jonge Joss Stone, nog maar 23, in staat is. Ze is al toe aan haar vierde cd, debuteerde op 16 jarige leeftijd met een aparte cover CD, ‘The soul sessions’, en viel op met haar goddelijke, doorleefde, gevoelige, soulstem in de voetsporen van de Motown sound, Aretha Franklin en Dusty Springfield. We horen gave, puntige soulsongs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums. Het geheel klinkt intens pakkend, warm, sfeervol en broeierig; de uitstapjes naar gospel en hiphop geven een fris, freakende indruk.

Wat een muzikaal talent zagen we on stage! Ze speelde een evenwichtige, gevarieerde en afwisselende set met haar puike, mooi uitgedoste begeleidingsband, die naast de traditionele opstelling aangevuld werd met bezwerende Hammond en sax, vocaal gedragen door fijne, zalvende backing vocals. Joss dompelde ons onder in een wereld van romantiek, verleidelijkheid en bonkende Valentijntjesharten door haar love & peace attitude en haar onvoorwaardelijke liefde voor muziek. Een heerlijk geluid, hoe instrumentatie en zang bij elkaar pasten. We moeten zeggen dat de black music door de jonge blanke dame met de gouden fluwelen stem geestesgenoten Amy Winehouse, Duffy en Adele achter zich liet en het moet mooi zijn om onze eigen Selah Sue te zien groeien naar dit talent.
Ze putte uit haar vier cd’s, zonder écht het recentste ‘Colour me free’ voorop te stellen. Wat wel opviel was dat het tweede album ‘Mind, body & soul’ bijna zo goed als niet aan bod kwam.
Joss trad op in een spannend bloemetjesshirt, was op blote voeten en ging gretig in op de reacties van het publiek. Middenin de set, tijdens “Victims of a foolish heart” kon ze probleemloos de microfoonproblemen omzeilen. Ze bleef even speels, optimistisch en enthousiast.
Het sfeervolle, innemende “Choking Kind” van haar debuut, opende de ruim anderhalf uur durende set. Ze zette dan meteen de zwierige, funkende groove van het schitterende “Free me” in van de huidige cd. Een happy gevoel creëerde ze bij de afwisselende, uitgesponnen versie van “Super duper love”, die niet omheen gospel kon; de ‘Say yeahs’ en de handclaps sloegen om de oren. Om kippenvel van te krijgen.
Als een volleerd fotomodel wandelde ze en als een dartelend veulen swingde ze op het podium. “Put your hands on me” ademde de sfeer van een donkere, rokerige nachtkroeg in gedempt licht en door de broeierige sax klonk de ‘50’s swingjazz door. Ze gaf haar stem meer draagkracht door de armbewegingen, die ook een teken waren over te stappen van een vollere naar een beperktere instrumentatie. Joss Stone ging gepassioneerd te werk, wat overtuigende versies gaf van subtiel uitgewerkte “Fell in love with a boy” en “Could have been you” (bezwerende pianotoets!), een heupwiegende cover van “Some kind of wonderfull” en een opwindende “You had me”. In het afsluitende “Tell me about it” stipte ze een medley aan van verschillende covers waaronder … jawel “You got to love” van Candi Station (het meest gecoverde nummer nu - is ook op de plaat te horen!), konden de groepsleden eventjes soleren en kwamen de twee backing vocalisten op het voorplan.

Joss Stone had een groot charisma en overstelpte haar fans met bloemetjes in de bis. We hoorden een swingende” Big ol’game”, waarin ze elementjes van andere covers verwerkte en “Uncredible”, die ze haar best geschreven song vindt. De twee nummers besloten de uiterst heerlijke, aangename, sfeervolle, broeierige set van een grootse, lieve dame die vooral zichzelf bleef.

Ook de support Jenny Lane mocht er best zijn. De 31 jarige Nederlandse zangeres kreeg de kans een dik half uur de debuut cd ‘Monsters’ voor te stellen. Ze won trouwens de talentenjacht in het Apollo Theatre in Harlem, NY. De vrolijke spring in ‘t veld is van vele markten thuis en brengt een warme, aanstekelijke en groovy sound van soul, pop en jazz. Ondanks de middelmatigheid van de songs, kon ze in sommige songs pit en dynamiek steken, wat ervoor zorgde dat we een prikkelende en bruisende “Say say say”, “Fear” en “Something beautiful” hoorden. De act, de podiumprésence en de sensuele danspassen waren een leuke toevoeging. Ze slaagde als een Lily Allen erin haar publiek op te hitsen en te verleiden tot meezingbare “Oohoohs” en handclaps. Kortom, iemand die je met de glimlach naar buiten deed gaan!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

David Gray

David Gray trakteert een vroege Valentijn …

Geschreven door

Met een ruim twee uur durende meeslepende show bezorgde de Brit David Gray zijn fans een avond vol emotie, melancholie en euforie. De uitverkochte AB trakteerde het popicoon op grenzeloos enthousiasme alsof de zege al vanaf de eerste noot een feit was.
Maar eerst was er nog Phosphorescent die als voorprogramma mocht dienen.

Het blijft een aparte gebeurtenis die opwarmacts in de AB. Allereerst is er het zeer ondankbare vroege uur waarin de artiest zich moet bewijzen. Vaak is de belangstelling uiterst miniem, om de simpele reden dat de meeste mensen op dit vroege uur nog steeds onderweg zijn naar de AB en er dus nog geen kat aanwezig is in de Brusselse muziektempel. Daarnaast zijn er ook vaak de verkeerd geprogrammeerde acts die te weinig gemeen hebben met de hoofdact. Zo was het voor Phosphorescent geen eenvoudige opdracht om het publiek op te warmen voor David Gray.
Phosphorescent, de eenmansband van de Amerikaan Matthew Houck bracht een soort poëtische indie country-folkrock. Zijn belangrijkste troef: zijn klagerig fragiel stemgeluid dat hier en daar wat aan Neil Young en Bonnie Prince Billy deed denken. Zijn songs bleken stuk voor stuk echte gedichten, meestal voorzien van een zeer deprimerende ondertoon.
Een ruim halfuurtje waar we het warm noch koud van kregen.

Bijna exact 4 jaar terug (2 februari 2006) zagen we David Gray & Band een eerste maal in de AB. We waren toen zeer onder de indruk van het optreden. Ik was dan ook zeer benieuwd hoe de man er het deze keer vanaf zou brengen, want in de afgelopen jaren onderging de succesvolle Brit vaak ingrijpende muzikale wijzigingen. David Gray brak definitief door in 1998 met het album ‘White Ladder’. Een plaat die ik nog regelmatig draai en koester. Geen superorigineel album maar gewoon een geniale schijf vol prachtige songs. Nadien scoorde Gray in de UK nog twee nummer één albums. Zeer verwonderlijk was dit succes de aanleiding voor Gray om het over een andere boeg te gooien. Eind 2006 stuurde hij vrijwel de ganse begeleidingsband de laan uit, waaronder ook de excentrieke, podiumgekke drummer Craig McClune. Enkel basgitarist Rob Malone mocht aanblijven. Nieuwkomers in de band zijn: James Hallawell op keyboards, Keith Pryor achter de drumkit en gitarist Neill MacColl. Op het eerste zicht een vrij oude, klassieke begeleidingsband.
Met deze nieuwe groep nam David Gray het vorige jaar verschenen ‘Draw The Line’ op. Op deze laatste schijf ging Gray op zoek naar zichzelf en koos voor een meer singer-songwriter gerichte aanpak. De bombast van vorige albums verdween maar verder bleef de typerende Gray sound behouden. Het nieuwe album werd in de UK echter vrij lauw ontvangen. Gelukkig is het vasteland een stuk positiever voor Gray’s nieuwste creatie.

De titeltrack van het nieuwe album diende ook als opener van de avond. De eerste single uit de nieuwe plaat: “Fugitive” volgde. Een zeer fraai begin van de avond. Al van bij deze start was het geluid in de AB glashelder, de perfectie werd benaderd. Het publiek genoot met volle teugen van Gray, die blijkbaar zonder enige moeite de meest toonvaste stem aan de dag legde. Bij “Kathleen” ging David een eerste maal achter de piano zitten, maar dit kon niet beletten dat deze song ook live toch een van zijn mindere liedjes is. “The One I Love” kreeg een te geknutselde uitvoering aangemeten. De band probeerde deze hit om te toveren tot een echte rocksong…iets te stoutmoedig! Over de rest van het optreden kan ik enkel lovend enthousiast zijn.
De nieuwe band was erg goed op elkaar ingespeeld en gaf ons fijnzinnige pareltjes zoals “Now And Always” en het sublieme “This Years Love”. “Babylon” kreeg dan weer onverwacht een opvallend, sobere, akoestische benadering. Bombast en melancholie troef tijdens de “Slow Motion” finale, een song die ook integraal werd gebruik in mijn favoriete televisieserie E.R. Een ontketende band trok alle registers open tijdens het slotstuk “Nemesis”. Dit pareltje uit het nieuwe album klonk eerst subtiel en breekbaar maar mondde uit in een bombastische oceaan van passie en gedrevenheid. Onder luid applaus werd David Gray teruggeroepen voor een extra bisronde met 4 songs.
De ultieme toegift werd: “Please Forgive Me”, waarin David Gray aan het einde van de song zich eventjes liet verleiden tot wat geflirt met wat elektronica. Het uitzinnige publiek dat zo vaak stilzwijgend en met open mond had genoten, verliet nu al fluitend en dansend de uitverkochte zaal.

Een fabelachtig sterk concert. Valentijn viel dit jaar op 4 februari…dank U David Gray!

Setlist:
*Draw The Line *Fugitive *You’re The World To Me *Sail Away *Kathleen *The Other Side
*The One I Love *Freedom *Now And Always *This Years Love *Babylon
*Falling Down The Moutainside *First Chance *Slow Motion *Nemesis
*Ain’t No Love *Jackdaw *Be Mine *Please Forgive Me

Organisatie: Live Nation

Dizzee Rascal

Tongue ‘n Cheek

Geschreven door

Some people think I’m bonkers/ But I think I’m free/ Ma, I’m just livin’ my life / There’s nothing crazy about me. Veel jongeren zullen dit zinnetje luidkeels kunnen meebrullen, net zoals de rest van het nummer. De grootste zomerhit van 2009 is van de hand van deze Dizzee Rascal, al rappend op de muziek die hij opgestuurd kreeg van Armand Van Helden. Voor Dizzee (né Dylan Mills) betekende dit de doorbraak bij het grote publiek.
Zijn leven liep niet altijd over rozen. Voor Mills bedacht dat muziek een veiligere en meer winstgevende manier was om de kost te verdienen, had hij al een heuse carrière in de criminaliteit, vandaar ook zijn bijnaam en latere artiestennaam. Toen hij achttien was en werd neergestoken, begon hij dan maar aan een rapcarrière. Aanvankelijk met weinig succes. Nu zijn we aan album nummer vier – ‘Tongue ’n Cheek’-  en reikt het fenoneem Dizzee Rascal verder dan het Verenigd Koninkrijk.
De albumnaam zegt ook veel. Wie de uitdrukking “tongue in cheek” niet kent: het betekent zoveel als ‘iets niet serieus nemen, met zin voor humor’. Van de pot gerukte lyrics zoals in “Money, Money” vormen hierbij een prachtexemplaar.
Cause my legs are skinny but my wallet ain't thin/ Everytime I bust a smile it's a big money grin.’ Nog een nummer over geld, een belangrijk handelsmerk bij hedendaagse rappers blijkbaar, is het nummer “Dirtee Cash”. Spellen moet blijkbaar op een gansta manier, met klinkende titels als “Dance Wiv Me” (héérlijk nummer, met muziek van Calvin Harris, vergelijkbaar met andere hit “Holiday”), “Can’t Tek No More” (vrij basic nummer met terugkerende sample uit een toespraak) en “Chillin Wiv Da Man Dem” (dat nog het meest doet denken aan de hiphop uit de jaren ’90 met een lager tempo). Tongue in cheek dus.
Monsterhit “Bonkers” heeft op dit album twee soortgelijke broertjes die rap met een vettige elektrosound combineren, namelijk “Bad Behaviour” en “Road Rage”. Zijn verleden blijft een grote inspiratiebron voor de teksten van het duizelige boefje.  

Local Natives

Gorilla Manor

Geschreven door

In 2009 werden we overstelpt met bands in de voetsporen van Fleet Foxes, Grizzly Bear, Patrick Watson en Band Of Horses. Op die manier kwamen de huidige rits bands Megafaun, Fredo Viola na Local Natives bovendrijven.
De vijf Californiërs van Local Natives putten uit de traditie van warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana en beschikken zelfs over vier zangers!
Ze kunnen zich een eigen plaatsje toe eigenen, want ze durven krachtiger en harder te gaan, en geven aan sommige nummers verrassende wendingen door een popgroove van kleurrijke en zalvende toetsen, huppelende ritmes en een dubbele, opzwepende percussie, wat hen richting ‘andere geestesgenoten’ Vampire Weekend en Yeasayer brengt. We vergeten hierbij de invloed van het Canadese Arcade Fire niet, maar zeerzeker klinkt de ‘60’s traditie door van Beach Boys, Simon & Garfunkel, Crosby, Stills & Nash, en de ‘80’s funky loops van Talking Heads; niet voor niks staat “Warning sign” op dit grootse debuut ‘Gorilla Manor ‘ als cover.
De plaat is dus een heel gevarieerde en evenwichtige plaat in zijn genre. Aan de basis van hun indiepop liggen de subtiele, verfijnde melodieën, de leuke, speelse ritmes, de emotievolle stemmenpracht (vooral Ryan Hahn – Taylor Rice) en de sfeervolle aanpak, die wat kracht kon worden bijgezet.
De eerste songs, “Wide eyes”, “Sun hands” en “Airplanes” (wat een nummer!) rocken, net als “Camera talk” die middenin de set verstopt zit. Hun gevoelige sound krijgt elan in “Shape shifter”, “Cards & quarters”, “Stranger things” en het afsluitende “Sticky thread” door piano, strijkers en de stemmenpracht. En dan zijn er nog de ingehouden, ingetogen sfeervolle parels “World news”, “Who knew who cares” en “Cubism dream”.
Kortom, dit is een band die het moet hebben van de wisselende stemmingen, gevoelige en bedreven instrumentatie en ontroerende vocale pracht! Moet er nog zand zijn ? Schitterende debuutplaat.

Joss Stone

Colour me free

Geschreven door

Ze is nog maar goed twintig jaar en is al toen aan haar vierde plaat. Wat ons fascineert is de unieke warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar doorleefde goddelijke, gevoelige stem. Toen ze 16 was waren we onder de indruk van ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad. ‘Mind Body & Soul’ waren veertien eigen songs, die broeierig klonken en een gevarieerde aanpak hadden. De derde cd was de meest swingende plaat, groovende soulpop met een vleugje hiphop en beats.
Ze neemt nu een stapje terug qua muzikale omlijsting, maar het resultaat is en blijft doeltreffend. Ze koos voor de onvoorwaardelijke liefde in de muziek, want we horen gave, puntige songs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums, gedragen door haar fraaie stem en de fijne, zalvende backing vocals. Een heerlijke, sfeervolle, verleidelijke sound dus, onder haar alles-veroverende aangrijpende soulstem, waarbij de beats tot een minimum zijn herleid. “Free me” en “Could have been you” zetten de toon van hoe instrumentatie en zang bij elkaar passen; “ 4 and 20”, “Big Ol’ Game”, “Stalemate” en de passende cover van Candi Station “You got to love” duiden op een volwassen plaat die aangenaam, leuk en gepassioneerd klinkt, wat ervoor zorgt dat‘Colour me free’ onweerstaanbaar klinkt!

Devandra Banhart

What will we be

Geschreven door

Een goede twee jaar na ‘Smokey rolls down thunder canyon’ is er nieuw werk uit van de freakfolkgoeroe Devandra Banhart, ‘What will we be’. Hij hanteert en freewheelt in diverse stijlen, wat een gevarieerde, boeiende plaat, maar weinig samenhangende plaat oplevert. Het past bij mans concept van ‘iedereen komt & gaat’ … het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in muziek en denkpiste.
Het gaat in de veertien songs van freakende folkpop (o.a.“Can’t help but smiling, foolin”) naar mooi breekbare en betoverende droompop (waaronder “First & last song for B”, het leuke “Chin chin & muck muck” en “Walilamdzi”), Spaanstalig songmateriaal (“Brindo” en “Meet me at lookout point” en tot slot ‘70’s retrorock, “16th & Valencia Roxy Music” en “Rats”.
We horen dus een aangename, ontspannende, frisse veelkeurige stijl in een ‘big smile’ concept. We stellen alvast “Angelika” en “Baby” voorop van de fraaie composities – in – een - verknipte aanpak!

Maurice Engelen

Moreese.com: de nieuwe trip van Maurice Engelen

Geschreven door

Maurice Engelen, de man achter Praga Khan en Lords of Acid, is op reis. Een trip door Vlaanderen met een reisverhaal van een jongen (Vince) in zichzelf. ,Ik maakte al veel mee’, aldus Engelen, ,maar dit was echt een avontuur. Want ik werk met mensen die geen kansen kregen. Ik gaf ze hen. Dit is een van de mooiste momenten in mijn leven.’ Dit moment is een theatertournee genoemd MOREESE.COM.

If you can dream it you can do it !
Het was het avondje wel van ongekend talent want Engelen is naast muzikant en totaalspektakelman ook jurylid van X-Factor en sinds kort beschermengel van Tom Dice, de jonge man uit Eeklo die ons land gaat vertegenwoordigen op het Eurosongfestival. Hij mocht de Gentse Handelsbeurs opwarmen en deed dat (verrassend) sterk. Stemvast, met de teneur van een performer, soleerde hij met zijn gitaar in vier nummers.  Inhoudelijk zitten zijn nummers misschien nog wat puberaal ineen, maar de stem- en andere artistieke mogelijkheden zitten in Dice verankerd. Losgooien die trossen, Tom. En zo snel mogelijk Eurosong achter je laten, luidt ons advies.

If you don’t risk anything you risk even more
Maar de echte journey was die van MOREESE.COM, het derde totaalspektakelproject van Engelen dat verschillende podiumkunsten in de mixer gooit. In Code Red mengde hij nog een mayonaise die eerder plakte dan pakte, maar MOREESE.COM is af- en gestroomlijnder, vooral muzikaal en multimediaal gebaseerd en dat alles komt het geheel ten goede. Het kitscherige randspektakel – vooral in deel 1 - neem je er dan maar bij want MOREESE staat niet voor niets voor Maurice. Deel 2 leefde meer en volwassener door de schwung en de meer gerichte randattributen.

All children are artists…
Het bindmiddel is simpel, misschien zelfs iets té: het verhaal van een jongen (Vince) die op zoek gaat – gedwongen en/of gestimuleerd door zijn omgeving -  naar zijn eigenste talenten. Vince is the shadowman who didn’t have a chance, zingt Engelen zelve op een manier die ontegensprekelijk zwaar Bowie-getint was, al klonk hij bij enkele ‘hogere’ nummers voor de pauze wat onvast. Toch was de muzikale baseline van de hele trip meer dan voortreffelijk.

…but how to remain an artist when you grow old?
Michel Janssen, opgepikt in het kermismilieu, neemt de rol van Vince op zich. Niet echt de beste keuze, maar gegeven dat Engelen deze zomer op trektocht trok door Vlaanderen op zoek naar ongekend ‘talent’, moeten we Janssen misschien het voordeel van de twijfel geven. Al kunnen we ons niet voorstellen dat er in die duizenden audities geen betere Vince kon gecast worden.

The creative adult is the child that has survived
Engelen onderbouwt zijn Mooreese.com knap met montages van zijn audities en filmpjes die zelfs in de muzikale draad verweven worden. Voor die muziek positioneerde hij links een drummer en vaste Engelengitariste Simi Nah en liet hij hen op de bühne vechten en vleien met een keyboards (de pianist van Lotti) en de gitaar van Erhan Kurkun rechts. Daartussen en in de fijne choreografie van Marc Bogaerts  beweegt Engelen zich zingend als de beschermengel van Vince. Dat hij intussen fijn geselecteerd debiteert uit wat je www.oneliners.com (zie tussentitels) zou kunnen noemen, omstrikt het geheel met een mooi dieper cachet.

Avoiding boredom  is what we should do
Maar Engelen moest zijn ‘creativikitsch’ nog kwijt en tegelijk een plaats geven aan zijn ontdekte figuranten. En dan draait het de we-hebben-een-tof-chiro-feestje-kant uit. Een aantal gimmicks zijn functioneel en knap gevonden (kruipende doeken, fluoriscerende armen en benen, een weergaloos engelmoment met Inja Van Gastel), maar het overgrote deel van rondhuppelende, dwaas aangeklede jeugdclubwezens met ET-gehalte  geven de performance een amateuristisch trekje.
Gelukkig houden de echte talenten MOREESE.COM online. Helena Maes zingt met kippenvelmomenten het project omhoog en Gwen Hamerlynck beweegt en danst het geheel aan naadloos elkaar. Zij – samen met de muziek en de filmpjes - dragen de voorstelling. Vraag is of de pas ontdekte talenten geen steunpilaren waren door het gekke attributenshowtje dat uit de trip van Engelens hoofd vloeide of dat hij zijn eigen quote ‘Everybody is an artist’ toch even moet herbekijken.

Play list Tom Dice: 1. Too late 2. Bleeding Love (cover van Leona Lewis) 3. Why? 4. Always and forever

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Big Pink

Noise duo The Big Pink overtuigen met korte set.

Geschreven door

Meer dan twintig jaar geleden, zo ergens tussen 1988 en 1991, was shoegaze een van de vernieuwende stromingen binnen de indie-rock. Een hele resem bands bouwden dromerige soundscapes op basis van noise en distortion, en het genre kreeg de name shoegaze omdat de bandleden veelal naar hun effectpedalen staarden van under hun pagekapsels, en dus weinig of niet in interactie gingen met het publiek. Voorlopers waren Jesus and Mary Chain, absolute vernieuwers waren My Bloody Valentine, en in hun kielzog kwamen een hele reeks bands zoals Ride, Slowdive, Curve, Medicine.De grunge die in 1991 vanuit Seattle overwaaide, zou al deze bands wegblazen.
Alles keert terug in de rock, dus ook shoegaze. In 2009 zette het reünieconcert van My Bloody Valentine een nieuw record qua decibels, en kwam er ook een nieuwe lichting bands op de voorgrond die noise als melodisch element van hun sound zou aanwenden. The Pains of Being Pure at Heart, A Place to Bury Strangers en ook de The Big Pink, die vanavond in Trix hun debuut ‘A Brief history of love’ kwamen voorstellen.

The Big Pink is een Londens duo, Robbie Furze and Milo Cordell. De ene heeft een verleden als gitarist bij de geluidsterrorist Alec Empire, de andere bracht noise bands uit op zijn eigen platenlabel. The Big Pink werd heel snel door de Engelse rockjournalisten opgepikt, met een lichte hype en een voorprogramma van Muse als gevolg.
The Big Pink hadden roze versterkers meegebracht, bij wijze van visueel en auditief statement. Op de tonen van “I want too get high” van Cypress Hill betraden Furze en Cordell zo rond tienen het podium. Net zoals op de plaat, hadden ze versterking bij: de band was uitgebouwd tot een viertal, met als opvallendste verschijning de bevallige Akiko Maatsuura aan de drums, in glitterjurkje.
Er werd snedig afgetrapt met het uptempo “Too young to love” en “Frisk “, dat bij momenten aan de Young Gods deed denken. Naast industrial en shoegaze, haalt The Big Pink ook inspiratie uit rave, en donkere trip en hip-hop à la Massive Attack, maar de melodie blijft altijd op de eerste plaats staan. Het viel ons ook op hoe helder de stem van Furze in de mix zat, het deed ons bij momenten aan Richard Ashcroft van het vroege The Verve denken  ten tijde van ‘A Storm in Heaven’, vooral dan bij de single “Velvet”. Een mooie verrassing was ook “Sweet Dreams”, waar The Big Pink een stukje “Mayonaise” van Smashing Pumpkins in binnengesmokkeld had. Met enkel hun debuut uit, wisten we dat het een korte set zou worden, en dat bleek ook zo te zijn toen na vijftig minuten afgesloten werd met “Dominos”. Geen bisronde, voor meer zullen we moeten wachten op nieuw werk.

Setlist
Too young to love, Frisk, War with the sun, Velvet, Crystal visions, Count backwards, Sweet dreams , Tonight, Dominos

Waldorf is een band uit het Gentse rond Wolfgang Vanwymeersch. Ze hebben net hun nieuwe ‘Twelve seconds to none’ uit, na een aantal jaren stilte sinds hun debuut uit 2005 en de single “Information” passeert wel eens op Studio Brussel. We hoorden melodieuze stonerrock, die gerust naast Them Crooked Vultures kan staan, al zegt dat wellicht meer over de plaat van Them Crooked Vultures dan over Waldorf. Niet slecht, maar we hoorden toch niet veel nummers die potten gaan breken in de Afrekening, en dat zullen ze toch nodig hebben indien ze ruimere bekendheid in Vlaanderen willen ambiëren om maar te zwijgen van buitenlanden als Nederland en Wallonië.Toen de zanger vroeg wie de plaat had, was er niemand in het publiek die reageerde, en dat zegt veel vrees ik.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Channel Zero

Channel Zero een must & lust to see!

Geschreven door
Channel Zero is back in business… twintig jaar na hun oprichting, 6 albums en dertien jaar na de noodgedwongen stop, begonnen ze vorig jaar onder impuls van Marlon W. in een nagenoeg ongewijzigde bezetting te werken aan een reünie, nl. Franky DSVD, Tino DM en Phil B – enkel gitarist Xavier C moest afhaken door oortrauma, maar werd en verve vervangen door Mikey Doling (ex Soulfly).
Het kwartet onderscheidde zich, eiste hun plaats op binnen de Belgische metalscene, had de energie, de look en podiumprésence, maar strandde internationaal ondanks spraakmakende supports (Bodycount, Danzig, Kiss, Megadeth, Biohazard). Erg succesvol was de ‘Unsafe’ plaat (medio de jaren ‘90), met een handvol singles, die ook het rock-mindende publiek bereikte.
Een triomfantelijke reünie kun je achterna wel zeggen, want de zes concerten (oorspronkelijk was er maar eentje voorzien) waren in een mum van tijd uitverkocht. Ze wekten, naast de vroegere fans, de interesse op van de jonge metalheads. Ze bewezen op het podium dat hun terugkeer meer dan terecht was en vielen terecht over de tongen. Ze speelden een fris, gedreven, gebalde set die sterk en oorverdovend was … Meteen plaatsten ze zich middenin de huidige metal … en sloegen een bres, alsof er nooit een gapende leegte had bestaan.
12000 fans zagen de band aan het werk. Het is voor Channel Zero een hart onder de riem en is de aanzet van een geslaagde en happy return, met een nieuwe single, “Black flowers”, een gig op de GMM en de motivatie te werken aan nieuw materiaal. Het kwartet voelt aan dat ze meer dan ooit op dezelfde golflengte zitten … Ook weinig gezien was dat de ABbar goed verkochte. De stevige sound van Channel Zero smaakte des te beter met een stevige pot bier!

De lichten doofden … ”She watch Channel Zero” van Public Eenemy, de hiphopband van de eighties, het nummer waaraan de band destijds zijn naam ontleende, knalde door de boxen … Al subiet werd Channel Zero enthousiast onthaald. In de eerste minuten van opener “Black fuel” was de band afgeschermd van het publiek door een groot wit doek. We zagen de schaduw van de members, achteraan flitste de groepsnaam en er waren projecties van ruis en beelden vanuit een politiehelikopter. Toen het kwartet dan te zien was, werden ze meteen op handen gedragen. De AB barstte uit zijn voegen. Iedereen wou een glimp zien van de vier gespierde, afgetrainde kerels, wou een luchtgitaar vastnemen, het refrein met gebalde vuist mee scanderen, springen of skydiven, maw genieten van elke seconde Channel Zero.
De band zette er verder stevig de beuk in met het energieke “Heroin”: een catchy melodie, pompende, stuwende en dynamische ritmes, een diepe bas, ferme riffs en soli, gitaarexplosies, gevatte tempowisselingen en de helder overtuigende zang van Franky. We hielden Pantera en Metallica in het achterhoofd bij zo’n nummers. Het tempo hielden ze even hoog met “Back to the bone”, die elan kreeg door de snelle riffs, de opzwepende ritmes en waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen. Ze deelden de ene na de andere mokerslag uit en waren top.
”Mastermind” klonk iets slepender, maar een snedige “Why” en een opbouwende “My self control” volgden, die sommige momenten explodeerden.
Alles viel in z’n plooi … de muziek … en de entourage van gesplitte projectie schermen, de verhogen waarop de groepsleden hun ding konden doen en een zanger die z’n publiek aanporde, voeling hield, alle kanten van het podium rond draafde en op de verhogen te zien was.
In een verschroeiend tempo hoorden we schurende versies van “Run WTT (With The Torch)”, “Unsafe” en “Dashbord devils”. Ze waren in de vier uithoeken te zien op het dreigende, bezwerende en mooi uitgesponnen “Call on me”. Ook de nieuwe song “Black flowers”, al hoog in onze Belgische charts, kon rekenen op een sterke respons. Het Nederlandse gitaarwonder Marcel Coenen (In Nederland een begrip met z’n instrumentale soms snelle gitaarmuziek) was de special guest en gaf de medley van ‘oudjes’ “Succeed or bleed” – “Inspiration to violence” en “No lights” cachet.
Na een korte pauze vatten ze de classics “Help”, “Fools parade” en “Lonely” aan, die de massa massaal meebrulde, en tot slot explodeerde al de samengebalde energie op “Suck my energy”. Wat een finalereeks! Het afsluitende “Man on the edge” was hierbij eerder een outtro van de anderhalf uur energieke, gebalde set!

Channel Zero moeten we anno 2010 stevig vasthouden. De overweldigende, keiharde set & sound toonde een band in bloedvorm, die sterk op elkaar was ingespeeld! Ze deden de adrenaline stijgen, de harten bonken, brachten genadeslagen toe en sloegen een krater binnen de huidige metal. Kortom Channel Zero is een must & lust to see!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie : CNR ism AB


Sunn O)))

Niet – van – deze – wereld - Sunn O)))

Geschreven door
Het Amerikaanse Sunn O))) is een unicum binnen het muzieklandschap. De band gecentraliseerd rond het – core duo Stephen O’Malley en Greg Anderson, biedt een aparte combinatie van avantgarde, dronemetal, modern klassiek, minimalisme en jazz; een sound van massief, slepende, logge, lome en repeterende gitaarlagen, drones en synths, met de nodige distortion en feedbackgeraas. Deze ‘Masters of Doom & Drone’ hebben sinds hun ontstaan, samen met Earth een tiental jaar terug, een trouwe aanhang en zijn invloedrijk op bands als Neurosis, Isis, Sun ra en Amenra.
Een indrukwekkende rij versterkers en pedaaleffects, een opgetrokken mistgordijn, een sober donker gehouden lichtdecor en heren in een monnikspij wanen ons in een nevelig moeras van een creepy wereld. Het trio maakt de sfeer nog meer angstaanjagend door de huiveringwekkende keelgezangen van Atila Cszihar, te horen op twee nummers van het recente ‘Monoliths & Dimensions’ (“Agatha” en “Big church”) en op songs van de EP ‘Oracle’ van twee jaar terug. Die songs vormden de basis van de anderhalf uur durende set.

Het publiek was uiterst geconcentreerd en gaf zich volledig over aan de hallucinante, meeslepende tranceachtige trip, van verwaaide en verdwaalde sounds en de grauwe, zalvende maar door merg en beende gaande paters – en keelgezangen van Attila, die kippenvel bezorgde op de songs van de recentere platen, het geluid van de psalmen van ‘The Grimmrobe Demos’ en de apocalyptische verzen van Seldom Hunt. Ze verbleekten het logge karakter en de diepe grafstem van Michael Gira in z’n Swans beginjaren. Beelden van Koyaanisquatsi (Philip Glass), nachtelijke offergangen, zwarte magie en van de apocalyps borrelden op…
De zwarte mis ging gepaard met de typische rituelen van handgebaren, kruistekens, aanrakingen en ernstige, coole en ontmoedigende blikken: ijzingwekkend, filmisch, mysterieus, donker en dreigend. Cryptisch kon het worden omschreven als zo hard als staal, log als beton en traag als lava.
Ze openden knarsend de kerkdeuren met het traag slepende “Agatha” en sloten ze piepend en krakend met de rauwe en de ontspoorde ritmes van “Cry for the wheeper” uit de vorige ‘Black one’ cd.
We moesten toch eventjes de tijd nemen om terug tot de realiteit te komen, toen het concert was beëindigd; de muzikale leefwereld van Sunn O))) is geen gewone brok popmuziek, nee, ze is lichtschuw, is hard en meedogenloos en klinkt huiveringwekkend en oorverdovend …

Ook de support Eagle Twin was lekker op dreef met hun straffe cocktail van postmetal, sludge, doom, drone, noise en fuzz, bepaald door een opbouwende, krachtige, slepende, bezwerende gitaar en strakke, opzwepende drums én gedragen door een rauwe soms schreeuwende zang. Eagle Twin speelde één langgerekte brij, zorgde voor een dreigende spanning en bood grauwe, emotionele schoonheid, m.a.w. de ideale aanzet naar Sunn O))) …

Organisatie: Aéronef, Lille


Société Anonyme

Société Anonyme – EP

Geschreven door

Na de sabbatical van de Belgisch beloftevolle indieband Orange Black besloot drummer Micha Onzia nieuwe wegen in te slaan. Hij kon zanger Ludovic Nyamabo, Mathias Onzia en de broers Bens en Larsen Bervoets (Maxon Blewitt) op de kop tikken. Tot slot werd met een blazersectie de Antwerpse band Société Anonyme een feit. Ze hebben hun eerste EP uit in eigen beheer, halen inspiratie bij Sly & The Family Stone, Prince, Amp Fiddler, doen de dagen van het onvolprezen Wizards Of Ooze heropleven, en stralen een Maroon 5 sfeertje uit.
Ze brengen aanstekelijke, frisse en sfeervolle soul/jazz/pop, met dwingende funky ritmes en blazers. De eerste drie songs “Doesn’t matter”, “Last night” en de single “Luvsong” klinken groovy, werken in op de heupspieren en kunnen een stomend setje opleveren. De twee volgende “Gone” en “Dry London Gin” zijn emotievoller en dwingen een rokerige nachtkroeg af. Trouwens Peter Revalk van de oude Wizards trok met het voltallige gezelschap de studio in om de EP in te blikken … Zo zie je maar …

Info http://www.societeanonyme.be 

Yew

White swan on black water

Geschreven door

Het beloftevolle Yew, een Luiks kwintet debuteert met ‘White swan on black water’. Een prachttitel voor een cd trouwens. Het jonge gezelschap put uit de energie van de alternative folkrock van The men they couldn’t hang, The Waterboys en The Levellers, grijpt terug naar de ‘70’s retrofolk van Fairport Convention en Steeleye Span en schiet met stevige Dropkick Murphys punk. Integere en zwierige vioolpartijen kruiden de sound die nog wat meer gevarieerd en breder wordt door uitstapjes naar de americana/blue grass en tropische geluiden. Het draait ‘em rond de klankkleur en leuke, frisse tegenstrijdigheden in de sound en songtitels.
Ze bijten meteen sterk van zich af en scherpen de aandacht met “May I have” en “Jacobites by name” door een bedreven geluid en verrassende wendingen. Stijlvarianten horen we dan o.a. in “Kingston Dublin”, die reggae, punk en folk experiments samenbrengt, een freakfolkende “Mobile beer” en een klassiek neigende titelsong. Ook de instrumentale nummers zijn de moeite waard, zorgen voor een aangename afwisseling en staan mooi verdeeld tussen de andere nummers.
Kortom, Yew lijkt ons een fijne ontdekking.

Info op http://www.myspace.com/yewbelgium 

Living Colour

The chair in the doorway

Geschreven door

Wat ooit een belangrijke band was in de alternatieve scène is nu een quasi vergeten groepje dat moeizaam probeert om terug aan het front te komen met een nieuw album. Helaas zitten daar, ondanks al het moois wat Living Colour in het verleden al gebracht heeft, weinigen op te wachten. Als we er dan bij vertellen dat het vuur, de power en de klasse van ‘Vivid’ (’88) en ‘Time’s up’ (’90) hier maar bij vlagen terug te vinden zijn, dan weet u al hoe laat het is. De levende kleuren zijn wat verbleekt op ‘The chair in the doorway’ en de inspiratie van weleer is voor een groot stuk weggeëbd. Hier en daar komt Living Colour nog wel eens venijnig uit de hoek, maar die momenten zijn te schaars. “Bless those” is zo een kloeke song die volledig onze goedkeuring wegdraagt, ook “Decadence” is een verbeten rocker, maar naar betere songs is het verder toch wel zoeken. Verdienstelijke pogingen als opener “Burned bridges” en het felle “Out of my mind” komen ook nog ergens in de buurt van een geslaagde song, maar dan is het vet van de soep. Alhoewel, met de hidden track “Asshole” mogen ze op het eind toch nog even schitteren : fijne riff, Glover en Reid goed op dreef, lekker rollend nummertje.
De mooie soulvolle stem van Corey Glover is wel immer present en ook het virtuoze gitaarwerk van Vernon Reid komt geregeld de kop opsteken, doch te weinig naar onze goesting. Die dingen zijn ze dus niet verleerd, maar er staan niet echt onvergetelijke dingen op ‘The chair in the doorway’. Wat we horen klinkt allemaal wel onderhoudend en soms wel stevig, maar niets blijft echt hangen, en dat is de zwakte van deze nieuwe plaat. Beetje jammer toch, want ze kunnen het nog, dit hebben we in den lijve ondervonden in de Vk* (eind 2009) en vooral bij hun onvergetelijke vlammend concertje in de Botanique in 2008.

Beak>

Beak

Geschreven door

Portishead producer en multi instrumentalist Geoff Barrow heeft onder de naam BEAK> een raar, donker, minimalistisch en tamelijk onheilspellend plaatje gemaakt die niks te maken heeft met hetgeen hij doorgaans met zijn reguliere band doet. We merken raakpunten met duistere eighties wave, Suicide, krautrock, een beetje dub en een lap Mogwai. Zelfs de donderwolken van Sunn O))) komen ons voor de verdoemde geest.
De plaat is quasi volledig instrumentaal en zit vol met stoorzenders, laaggestemde gitaren en depressieve synthesizers. Heel zelden hoor je op de achtergrond wat verdwaalde vocals die ook al helemaal niet de bedoeling hebben om het boeltje op te vrolijken. Een grimmig en onderkoeld sfeertje wordt hier verwekt maar de plaat werkt wel verslavend en is nogal bedwelmend voor de geest.
Interessant werkstukje, doch iets voor geoefende oren. Om de donkere winterdagen nog net iets meer te verduisteren.

Das Pop

Das Pop

Geschreven door

Deze plaat van het Gentse Das Pop leek eventjes op de Vlaamse versie van de klucht ‘Chinese Democracy’ te gaan lijken wegens zijn talloze verschuivingen in de releasedata. Maar eindelijk is ze er dan, de langverwachte opvolger van ‘The Human Thing’.
Slimmerik Bent Van Looy en de zijnen brengen een plaatje dat bulkt van de zwierige poprock, wat ook niet anders kan met die bandnaam. Opener “Underground” herbergt een heerlijke viool en koebel die samen met Van Looy’s stem een geniaal catchy nummer neerzetten. Die kleine en subtiele keuzes van korte klanken zijn de sterkste punten van het album en Das Pop kan die formule meermaals herhalen. Op en top pop dus. Heel goede pop zelfs.
Het geheel klinkt in tegenstelling dan wat je zou vermoeden niet extreem gelaagd. Voorbeelden te grabbel. Zo hebben we de mandoline in “Wings”, de stevige baslijn met handengeklap op “Try Again”, alweer die viool tijdens hit “Never Get Enough” en tweeluik “Saturday Night” part 1 & 2 moet het dan weer hebben van korte gitaarslagen. De schwung wordt nooit uit de nummers gehaald, maar het geheel is niet dansbaar van a tot z. Zo zitten de ballads “Girl Be A Man” en “September” meer naar het einde toe verstopt, waarna ze er weer wat steviger tegenaan gaan in “Feelgood Factors”.
Producers van dienst zijn de Dewaele broers, maar nergens is hun invloed stevig doorgedrukt. Ze stonden er op dat er géén synths gebruikt werden. Bent Van Looy (wie weet, binnenkort officieel De Slimste Mens) stuurt u de groeten vanuit Fuckland!

Rammstein

Liebe ist für alle da

Geschreven door

Het Duitse Rammstein heeft zich gaandeweg opgewerkt tot een grootse band met hun metal – rock - industrial concept binnen een melodieus toegankelijke lijn. De band rond Till Lindeman geeft elan aan het geluid door totaalspektakel op hun optredens en vunzige, seksuele fantasieën en nihilistische teksten.
Na ‘Reise Reise’ en ‘Rozenrot’ laste de band een noodgedwongen rustpauze in. De gigs eisten hun tol en leverden heel wat interne twisten op. ‘Liebe ist für alle da” is krachtig, rockt, beukt, en klinkt meer aanstekelijk door sfeervolle toetsen. De strakke, straffe riffs en de zwaardere electro (“Rammlied”/ “Ich tu dir weh”, “Waidmanns Heil”) wisselen ze met “Pussy”, “Früling in Paris”/”Mehr”/”Roter sand”, die opbouwend, sfeervol en dansbaar kunnen zijn.
Al bij al is de nieuwe cd toegankelijk door het afgewerkte karakter. Rammstein zorgt voor een avondje fun en ‘all what you think bout …, but afraid to do’ …

Tokio Hotel

Humanoid

Geschreven door

De vier jonge gasten uit Maagdenburg slaagden er twee jaar geleden in het jonge publiek te veroveren. Ze haalden zelfs vier TMF Awards binnen als beste nieuwe artiest, beste album (‘Scream’), beste clip en beste pop. Tokio Hotel, rond de tweeling Bill & Tom Kaulitz, waren het ideale exportproduct voor elke ‘rockmindende’ tiener.
Ook op de nieuwe plaat klinkt de band niet anders dan voorheen. Ze brengen melodieus stevige en pittige poprockers, gaan wat breder door de synths en hebben oog voor enkele ballads. Op die manier hebben we lekker in het gehoor liggende songs. Het zijn vooral “World behind my wall” en “Phantomaider” die sterk bekoren . “Dog unleashed” en “Human connect to human” refereren aan de ‘80’s electro en er klinkt een “Personal Jesus” –riff van DM door. “Zoom into” tot slot doet de meisjesharten sneller slaan. En daarmee heb je het recept gehoord van de toegankelijke poprock van de Tokio Hotel twintigers.

Rolo Tomassi

Hysterics

Geschreven door

We waren de voorbije zomer sterk onder de indruk van de uit Sheffield afkomstige noise band Rolo Tomassi. De band, onder broer James en zus Eva Spence, brengt een combinatie van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend. “Oh Hello ghost” en “I love turbulence” geven de toon aan voor de rest van de plaat. Een song als “Fofteen abraxas” klinkt grauwer en donkerder en de psychedelica klinkt door op “An apology to the universe” en het afsluitende “Fantasia”. We krijgen momenten van rust aangeboden met enkele soundscape instrumentals. De herriemakers zorgen voor een letterlijke pletwalssound op ‘Hysterics’.

Pagina 444 van 498