AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Crystal Castles

Crystal Castles: weirde en wilde electroclash!

Geschreven door

Wat een gekte en show zagen en hoorden we van het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike) uit Toronto. Crystal Castles klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt. Maar we mogen op de nieuwe plaat uitstapjes verwachten naar dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop à la Vive la Fête.
Het duo, niet zozeer de meest sociaal actieve, kwam met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples. Energieke livesets op Pukkelpop, Dour en in de AB Club deed het duo onderscheiden, die live aangevuld worden door een drummer.

Live werden we letterlijk meegezogen in de electro ‘onder’wereld van het trio. Pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screams en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal ergens bleef hangen bij een Rolo Tomassi. De zang moest opboksen tegen de instrumenten, die beiden schreeuwden en beukten om het hardst, in een hallucinant decor van stroboscoops en sobere spotlights. Kortom, het trio haalde alles uit de kas om het door de elektronische mallemolen te draaien. En frontdame Alicia gaf de indruk haar weekenddagje vrij te hebben van een verblijf in de plaatselijke ontwenningskliniek, er eens voor het volle pond te gaan en in het publiek te zweven.
Het publiek ging totaal loos op de elektronicasalvo’s en -gefreak. De nieuwe songs gaven een beetje meer kleur tav hun doorgeslagen tsunami-electrovoer. De eerste nummers, de nieuwe “Fainting spell” en “Baptism”, toonden meteen die bredere elektronicalaag en waren de warming up voor wat volgde. Op “Courtship dating” werd het tempo verhoogd en was het hek helemaal van de dam. De zangeres hotste heen en weer en sprong op de drums om dan tot slot te eindigen in het publiek. In de chaotische brij bleven we eventjes verdwaasd achter. “Insecta” en “Doe deer” sloten goed aan. “Celestica” begon met dromerige, zalvende beats, maar ontspoorde algauw door de krachtige elektrobeats en noise erupties. “Crime wave” en “Reckless” waren binnen dit weirde concept nog de meest toegankelijke en zorgden voor wat ademruimte. Soms deden ze me hier zelfs denken aan het tien jaar oude “Blue” single succes van Eiffel.
Maar daarna was het bloem-klatsch-patat. Iedereen werd wild van “Air war” en de instant klassieker “Alice practise”. Tot slot drongen de dreunende, repeterende beats van “Intimate” en “Black panther” in elke zenuwbaan. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar. Zelfs de PA man was niet meer te houden …

De nummers volgden elkaar in een onnavolgbaar tempo op. Ondanks het feit dat vele songs meer-van-hetzelfde zijn, en eigenlijk 1 concept vormen , probeert het Canadese duo, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Velen beleefden hun dansavondje sinds jaren, anderen hadden het nakijken. Verbluffend! Mooi meegenomen dus!

Het Franse Team Ghost leunde aan de shoegaze en dromerige slowcore van Slowdive, Pale Saints, Loop, Ride, het dromerige Cocteau Twins, My Bloody Valentine en de early indie van Galaxie 500 en Kitchens Of Distinction.
De eerste songs konden ons nog niet meteen boeien, maar het tweede deel had nét dat broeierige karakter, repeterend opbouwende gitaarlagen en aanzwellend krachtiger voer. Niet voor niks had de zanger een t-shirt van ‘shoegazer’.

Organisatie: Botanique, Brussel

New York Dolls

The NYD - Nostalgische proto-punk

Geschreven door

Samen met The Stooges (die we vorige week nog magistraal aan het werk zagen in Lille, check het verslag op deze website) kunnen de NewYork Dolls aanzien worden als de ware voorvaders van de punk. Net als Iggy’s wilde bende speelden zij al punk van voor het woord werd uitgevonden. Daar waar The Stooges vooral rauwer waren, gingen de Dolls wat meer richting glamrock en soms ook zelfs 50’s bubblegum pop, maar de spirit en oerkracht van wat men later punk zou noemen zaten al duidelijk in hun muziek vervat. De platen ‘New York Dolls’ (1973) en ‘Too Much too soon’ (1974) zijn de mijlpalen die als vereeuwiging van The Dolls hun proto-punk in onze platenkast staan te pronken.

Op vandaag staan The New York Dolls er terug, weliswaar maar met twee originele bandleden (de rest is al lang het hoekje om), de graatmagere zanger David Johansen die zijn Mick Jagger allures nog niet is kwijtgespeeld en de immer fris ogende en uiterst sympathieke gitarist Sylvain Sylvain. Het zijn ook deze twee die vanavond de meeste aandacht naar zich toe trekken. Verder is de band aangevuld met een drietal jongere gasten die zich met gemak het nonchalante NYD imago aanmeten. De sound die het vijftal groep weet te brengen is fel, verbeten en straight to the bone. Volledig naar onze goesting, dus.
Onder de reünie bezetting hebben The Dolls trouwens al twee voortreffelijke platen opgenomen die live de nodige aandacht verdienen. Vooral de snelle en potige songs “Cause I sez so” en “Gotta get away from Tommy” beuken dat het een lust is. Ook de felle jungle rock van “Dance like a monkey” is hier welgekomen, alleen jammer dat The Dolls er geen “Stranded In The Jungle” aan koppelen, een song waar wij vergeefs de hele avond op zitten te wachten.
Van jungle rock gesproken, Met het heftige “Pills” wordt de erfenis van Bo Diddley in ere hersteld. De song wordt uitgebreid met flarden “Bo Diddley” en “Who Do you love” en mondt zo uit tot een knap eerbetoon aan de overleden bluespionier.
Ook The Dolls hun eigen punk-icoon Johny Thunders wordt geëerd in het knappe “You can’t put your arms around a memory” (Sylvain achter de micro) met daaraan een fraai “Lonely planet boy” geplakt.
Nog een hoop klassiekers : “Looking for a kiss” en “Private world” rammelen dat het een lust is, “Who are the mystery girls” is spits, fel en very punk, “Trash” is gloeiend heet en is middenin voorzien van de frisse reggae uitwaaier die het ook op de laatste plaat heeft meegekregen en “Personality Crisis” is de onvermijdelijke stomende genadestoot als afsluiter.

Het mocht van ons gerust iets meer zijn, want een hoop van onze NYD favorieten (“Frankenstein”, “Puss’n boots”, “Subway train”, “Chatterbox”,…) worden vanavond jammerlijk achterwege gelaten. Maar ja, wij zijn dan ook nooit content.
Uiteraard kan dit niet tippen aan die uitmuntende buffelstoot van een concert waarmee The Stooges ons vorige week overdonderden in Lille, maar qua oudjes die nog steeds geloofwaardig rock’n’roll plegen te spelen, kan dit ook wel tellen.

Organisatie: Depot, Leuven

K's Choice

K’s Choice speelt thuismatch in Lotto Arena maar vergeet de verlichting aan te zetten

Geschreven door

Vol optimisme en voor een thuispubliek dat hoofdzakelijk bestond uit familie, vrienden, bekende gezichten en fans van het eerste uur, speelde K’s Choice in een zo goed als uitverkochte Lotto Arena hun eerste Belgische zaalconcert in meer dan zes jaar! Vorige zomer stonden ze al in een dampende tent tijdens de 35ste editie van Folk Dranouter (nu Festival Dranouter genaamd!). Maar dit was de echte vuurdoop van deze sympathieke Kapellenaren, die de popband K’s Choice sinds kort nieuw leven proberen in te blazen. Een afwezigheid van zes jaar is erg lang. Zeker als je weet dat er ondertussen in de muziekwereld heel wat veranderd is. Dat de band zich opnieuw moet bewijzen bleek uit het feit dat de Lotto Arena (net) niet uitverkocht geraakte.

Als supportact (lees special guests) hadden ze de Customs meegebracht. De heren speelde een vrij korte en strakke set en naast een nieuw nummertje werd er vooral gegrepen uit het spraakmakende debuut ‘Enter The Characters’. De postwavepunksound van het Leuvense viertal sprak niet iedereen aan maar beroerde toch de arena tijdens de hitjes “Rex”, “Justine” en “The Matador”. Troef van deze band is ongetwijfeld de energieke stem van frontman Kristof Uttebroek, al viel deze dan wel weer erg tegen met zijn lullige, banale bindteksten. Net zoals hun maatpak een keurig setje.

Het duurde lang (tot 21u45) vooraleer K’s Choice aan het optreden begon. De band pakte meteen erg hard uit met “Hide”, uit ‘Cocoon Crash’, één van de stevigste songs van de band. Naast Sarah Bettens op de Gibson Flying V en broer Gert Bettens op gitaar herkenden we nog meer vertrouwde gezichten zoals: de Amerikaanse bassist Eric Grossman en drummer Koen Lieckens. Nieuwkomers gitarist Thomas Vanelslander en Reinou Swinnen op keyboards maakten de line-up compleet.
Al vlug werd er met “Perfect”, een eerste maal gerefereerd naar het nieuwe dubbelalbum. Na een zinderende versie van “Believe”, kwam trouwens de titeltrack van de nieuwe plaat ‘Echo Mountain’ voorbij. Al vlug kwam er ook een verplicht akoestisch intermezzo rond de piano van Reinou Swinnen. “Come Over Here”, een song uit Sarah’s soloplaat ‘Scream’ uit 2005, was achteraf gezien zeker een van de zwakkere momenten in de set. Gelukkig kon het ontroerende, nieuwe “16” en het nog steeds leuke en fel meegezongen: “Butterflies Instead” deze akoestische trilogie toch wat opkrikken.
De sound die de band neerzette was trouwens heel erg goed! Veel minder enthousiast ben ik over de lichtshow die de band in de kijker zette. Of beter gezegd, niet in de kijker zette! Zeker van op grotere afstand was de band moeilijk zichtbaar en stond de zeskoppige band bijna de ganse show in het halfdonker te spelen. Ongetwijfeld zal men getracht hebben een trendy, intiem kader te creëren maar was het nu echt nodig om ons na elke song volledig in het duister achter te laten. Kortom, dit was de allerslechtste lichtshow die ik ooit gezien heb. Best jammer, want de band verdiende beter.
Gelukkig zat het muzikaal wel gepolijst in elkaar. Een verrassend vroeg “Not An Addict” deed de zaal op haar grondvesten daveren. In plaats van “Put It Out For Good”, uit Sarah Bettens soloplaat ‘Shine’, hadden we liever ook een song van Gert Bettens’ ‘Woodface’ gehoord. Zeer evenwichtig en vooral het allerbelangrijkste binnen deze band blijft de hemelse samenzang tussen broer en zus, zoals tijdens “Killing Dragons”.
Tijdens de bisronde viel vooral een dromerig en ontroerend “Say A Prayer” op, een laatste keer volle gas met de hit “Everything For Free” en het mooiste moment van de avond: het imponerende, ingetogen “God Is In My Bed”. Een staande ovatie volgde en Sarah, die de communicatie met het publiek zeer beperkt had gehouden, bedankte vrienden, bekenden, en haar familie uit de Verenigde Staten.

Dit eerste Belgische zaalconcert van K’s Choice maakte duidelijk dat de band nog lang niet vergeten is. De songs uit het nieuwe ‘Echo Mountain’ sloten perfect aan bij het ouder materiaal. Natuurlijk had ieder wel zijn song die hij op setlist verwacht had maar niet te horen kreeg maar over het algemeen was dit een zeer evenwichtige, interessante pluk uit K’s Choice indrukwekkende oeuvre.
Ikzelf vond het jammer dat we niets te horen kregen uit het debuut ‘The Great Subconscious Club’. Een toffe leuke avond waarbij het vooral leek alsof de band nooit is weggeweest en daar kunnen we heel blij om zijn! Maar de volgende keer toch een andere lichttechnicus meenemen aub!

Setlist:
*Hide *Perfect *Believe *Echo Mountain *Another Year *When I Lay Beside You *Come Live The Life *Come Over Here *16 *Butterflies Instead *I Will Carry You *Not An Addict *Put It Out For Good *Killing Dragons *Cocoon Crash *If This Isn’t Right *If You’re Not Scared
*Say A Prayer *Too Many Happy Faces *Everything For Free
*God In My Bed

Organisatie: Greenhousetalent, Gent / SonyMusic

Zeni Geva

Zeni Geva - krachtvoer

Geschreven door

De Kreun in Kortrijk voegde vrijdag terug een ronkende naam uit het alternatieve circuit toe aan hun excellente programmering: het wist namelijk het Japanse 3-tal Zeni Geva te strikken voor een bezoek aan hun vernieuwde concertzaal.
Zeni Geva werkt momenteel een Europese tour af naar aanleiding van het begin dit jaar uitgebrachte ‘Alive and Rising’, een loeiharde live-cd die in september 2009 werd opgenomen tijdens twee concerten in Kyoto en Kobe. In tegenstelling tot Shrinebuilder, dat enkele dagen eerder geprogrammeerd stond in de Kreun maar jammer genoeg moest afzeggen wegens vastzitten in NYC door de IJslandse aswolk, waren de sympathieke Japanners gelukkig wel van de partij.
Zeni Geva, de vanuit Tokyo opererende favoriete groep van Steve Albini (Big Black, Shellac), is met de terugkeer van Tatsuya Yoshida op drums, brulboei Kazuyuki Kishino, ook gekend als KK NULL en Mitsuru Tabata (beiden op gitaar) opnieuw de strakke 3-eenheid van weleer. Opgericht in 1987 en meerdere bezettingswissels en 12 platen later - waarvan 5 geproducet door Albini en enkele releases via het platenlabel van Dead Kennedy’s Jello Biafra (Alternative Tentacles) - is Zeni Geva een gevestigde waarde in het alternatieve circuit.

Stipt om 20h15 trapte het Ierse Altar of Plagues de concertavond af met een dubbele bezetting op drums (naar analogie met hun voorbeeld Big Business – het project van Jared Warren en Coady Willis van Melvins) en brachten een stoner/sludge-set om U tegen te zeggen: knap werk!
Daarna was het de beurt aan het Franse Year of No Lights, dat een mengeling bracht van black metal, sludge en drone (op een bepaald moment deed de zanger me denken aan de te vroeg gestorven Chuck Schuldiner van de legendarische band Death). Beiden verdienstelijke bands dus, die het publiek opwarmden voor de hoofdact van de avond.

Zeni Geva nam van bij de start van hun optreden het publiek bij de keel en hield het meer dan een uur in een Japanse houdgreep. Een set, gevarieerder dan een Mangastrip en rauwer dan sushi, was wat volgde. Opener “Alienation”, gevolgd door “Disorganisation” en “Hate trader” - alle drie songs van het in 1995 uitgebrachte ‘Freedom Bondage’-album - zetten de toon van deze loeiharde avond.
Daarna lieten de Japanners, die ondertussen goed op dreef waren, achtereenvolgend “10,000 Light Years”, “Implosion”, “Blastsphere” en “Last Nano Second” op het reeds murw geslagen publiek los. Geen nanoseconde te verliezen, want daaropvolgend was het de beurt aan “Stigma”, de openingstrack van het door Steve Albini geproducete album ‘Desire for Agony’ uit 1993 om na nog twee songs uit het ‘Freedom Bondage’-album (de titeltrack en “Ground Zero”) te eindigen met het fantastische up-tempo “Autopsy Love” waar de 3 Japanners nog eens het onderste uit de kan haalden, het publiek verweesd achter latend! Geen verzoeknummers, encores of hoe je het ook wil noemen. Volumeknop op nul en versterkers uit. Take it or leave it!

Waren we nog maar pas bekomen van de uitbarsting van de Eyjafjallajökull-vulkaan en stonden we versteld van zoveel natuurgeweld, waardoor zelfs het Europese luchtruim voor een lange tijd plat lag, dan moest Zeni Geva daar met hun krachtige prog-hardcore set niet voor onder doen! De nieuwe Kreunzaal daverde nog lange tijd na op zijn grondvesten door deze overdonderende set en liet het publiek kreunend en met bloedende oren achter… als daar maar geen tinnitus van komt…

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Midlake

Midlake – Muzikale Misviering volgens het evangelie van Midlake

Geschreven door

Twee uur lang werden we overspoeld door de retroBritfolk van het uitgebreide collectief Midlake uit Texas, onder Tim Smith. Het rootsrockende karakter van de vorige cd ‘The trials of van Occupanther’ mag dan op het achterplan zijn geraakt, een handvol songs van deze cd zaten mooi verweven binnen de setlist van de nieuwe songs op ‘The courage of others’ en vormden op die manier een aangename variant van het huidige Midlake recept. In de bijna uitverkochte grote Trix zaal vierde Midlake z’n eucharistie van dromerig, sfeervol vernuftig in elkaar gestoken neofolk. De uiterst subtiel gearrangeerde songs hebben een melancholische klankkleur door toetsen, dwarsfluiten en een ingehouden bezwerende drums, naast de vier gitaaropstelling en heerlijke zangstem van Smith, die ondersteund werd door de backgroundvocals van Eric Pulido.
Midlake heeft zich verdiept in de ‘70’s Britfolk van Fairport Convention, Steeleye Span en integreert invloeden van dezelfde geestesgenoten Focus (luister maar eens naar de flutes op de nummers), Pink Floyd (altijd al een voorname invloed voor Midlake!) en de bard Angelo Branduardi.
We konden ons net als Smith onmiddellijk neerploffen op de uiterst verzorgde en mooi uitgesponnen “Winter dies”. De daaropvolgende “The horn” en “Small mountain” vulden de gemoedelijkheid van hun stadsgeörienteerde folkrock aan. De nummers van de vorige cd klonken iets directer en zaten netjes verdeeld in het nieuwe materiaal. “Bandits”, vooraan in de set, de rustig sfeervolle, de dromerige retrorockers “Van Occupanther” en de single “Roscoe”, middenin de set, stortten ze in een genadeloze jam, en tot slot “Headhome” die overtuigend kon besluiten.
Tussenin was het genieten van het variërende aanbod van de warme luistersongs en de feeërieke droomwereld van Midlake, “The courage of others” door de meerstemmige zang, de flutes op “Fortune”, het zalvende ‘birds en the bees’ gevoel van “Rulers, ruling all thing”, “Bringdown”, de huidige single “Acts of man” en de forsere aanpak op “Children of the ground” en “Core of nature” die op het eind van de set werden gespeeld.
De groep was onder de indruk van de ruime belangstelling en de respons en bedankte dan ook uitgebreid z’n publiek. Na de voorstelling van het uitgebreide ensemble (btw met 7) en zes personen op één rij, werd op sobere, ingehouden wijze de set beëindigd met “Branches”, die een pakkende piano/gitaarsoli meekreeg.

Het harmonieuze samenspel, het verdiepen in de instrumentatie en de hemels heerlijk zang beroerde en ontroerde het publiek. Tja, dit leek wel een Crosby, Still, Nash x 2. Midlake heeft zo z’n eigen muzikale misviering. De foto van enkele groepsleden in habijt aan tafel, refererend aan de 12 apostelen tijdens het Laatste Avondmaal, versterkt dit idee maar.

Support The bear that wasn’t aka Nils Veresen trekt gedurende een jaar op de fiets (in oktober gestart) ons landje rond met z’n akoestische gitaar. Hij is graag uitgenodigd op een lokaal logeerpartijtje, houdt haltes in je living room, doet gewoon een parochiezaaltje aan of is te bewonderen met andere bands in het clubcircuit, solo of met andere muzikanten. Een jaar lang gratis leven, dat is zijn uitdaging. En dan is elke verdiende euro graag meegenomen. Verhalen kunnen vertellen en levenservaring opdoen, als inspiratie voor nieuw materiaal.
Songs van het debuut ‘And so it is morning dew ‘ bracht hij op akoestische gitaar; af en toe werd hij bijgestaan door een tweede gitarist. De puur oprechte en goudeerlijke fluisterliedjes straalden emotie uit, ergens tussen Elliott Smith, Tom Mc Rae en Tom Helsen. We koesterden alvast deze jonge gast met z’n dozijn slaapwelliedjes en de single “Headphones” als hoogtepunt.

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Van Jets

The Van Jets - fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics + live foto’s …
The Van Jets kwamen hun nieuwe CD ‘Cat Fit Fury’ aan een volgelopen Depot presenteren. Vanaf het eerste nummer “Matador” zat de vlam erin. “Dancer” en “Down Below” zetten het forse tempo verder.
Doorheen het optreden waren de drums duidelijk een belangrijk deel waarbij basgitarist Frederik Tampere en zanger Johannes Verschaeve zelf even de daad bij het woord voegden en zelf de drumsticks in handen namen . Hier en daar werd er nog een nummer gespeeld uit hun vorige albums met “High Heels” en “Ricochet”.
Bij deze stevige set liet zanger Johannes het niet na om toch eens van het podium in de massa te springen waar hij na zijn gitaar solo zijn gitaar aan een dolgelukkige fan gaf.
Het uitbundig publiek en de vonkende Van Jets waren een geweldige combinatie. Het nummer “Onawa” sloot de puike performance van de hele band af.

Organisatie: Depot, Leuven

Admiral Freebee

Admiral Freebee - fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics – live foto’s …
Admiral Freebee deed ook Leuven aan voor het voorstelling van zijn vierde CD ‘The Honey & The Knife’. Het Depot liep vol en iedereen had er zin in én den Admiraal duidelijk ook… Het werd een afwisselende set met nieuwe nummers zoals “The art of walking away “en “Always on the run” en oudere hits als “Einstein Brain”. Bij “Admiral for President” zong het ganse publiek het refrein mee; ook de nieuwe songs werden uitstekend onthaald.
De band had alles van zich gegeven en dit apprecieerde de fans duidelijk, niet 1 maar 2 bisnummertjes werden er gespeeld waarna iedereen tevreden terug naar huis keerde …

Organisatie: Depot, Leuven

Rodrigo y Gabriela

Rodrigo Y Gabriela - “ Schrik voor verveling” of “ Een wervelwind van Flamenco tot Metal.”

Geschreven door

Vorst Nationaal, woensdagavond 21/4, gevuld met een breed, gemengd publiek. De Vulkanische stofwolk gooide even roet in het eten voor de metalfans van Alex Skolnick Trio. Het voorprogramma werd op het laatste moment afgelast omwille van problemen in het luchtverkeer. Weliswaar kregen Gabriela Y Rodrigo reeds om 20.30u carte blanche...en dat werd voor hun laatste Europese show van hun ‘11:11- tour’ enthousiast onthaald.

Van bij het begin werden we meegesleurd in een Mexicaanse wervelwind van bas- beats, flamenco- fantasieën, ondertonen van metal en dansbare Zuiderse lounge. De opzwepende melodieën en ritmes brachten de hele zaal in beweging en al snel dansten de (metal)fans, ouderen en zelfs kinderen mee op de zwoele ritmes van het Mexicaanse nachtleven.
Zo leek het als het ware...de eenvoudige set gaf een beeld weer van de donkere straten aldaar met eenvoudige straatlantaarns. Al leek het enkele nummers later alsof we live naar een oude zwart-witfilm keken, waarin Rodrigo Y Gabriela de hoofdrol speelden.
De achtergrondbeelden zorgden voor een discrete dimentie in hun show. Was het niet dat Rodrigo interacteerde met het publiek, was het Gabriela die haar muzikale charmes bovenhaalde met haar vingervlugge muzikale talenten.
De verrassende ritmes en frivole klanken die het duo uit hun gitaren toverden klonken als didgeridoos, scratchen van dj’s, gedempte trompetten, schreeuwende elektrische gitaren. Een gitaar leek plots meer te zijn.

Een avond vol muzikale variatie, voor elk wat wils en geenszins neiging tot verveling. Het duo bracht aaneensluitend nummers uit hun 3 albums. De invloeden van Metallica, Pink Floyd, wereldmuziek, ...zorgden voor een verrassend klankenpalet waarbij het verleidingsspel tussen de ritmische klanken van de beide gitaren groeide tot inspelen op en tegen elkaar... Hun nieuwe album scoorde!
Voor wie zelf het vingervlugge tokkelen wil proberen. Rodrigo y Gabriela plaatsten onlangs videotutorials op hun website:  http://www.rodgab.com/videos_tutorials.html.

Organisatie: Live Nation

We Have Band

WHB

Geschreven door

Het trio uit Manchester, We Have Band, is maar al te graag bezig binnen de electropop en punkfunkstyle. We Have Band gaat van een dromerig , sfeervolle popgroove van “Piano” en “Buffet”, naar de dansbare stijl van Friendly Fires en Hot Chip met songs als “Divisive”, “Oh” en “Centerfolds & empty screens”. Ze borduren hier op de gekende stijl van The Klaxons, !!!, LCD Soundsystem, de ‘70’s funk en ‘80’s Talking Heads, Gang Of Four en de electro van New Order. De dansspieren worden aangesproken door de aanstekelijke beats en percussie. En na deze ravesound maken ze een brede bocht naar de onderkoelde Human League elektronica en de warmte van Pet Shop Boys, waaronder “How to make friends”, “Honey trap” en “Hear it in the cans”. Samen met de drie afsluitende songs tappen ze hier ietwat teveel uit hetzelfde zalvende vaatje waardoor de songs zich niet echt meer van elkaar onderscheiden. Op die manier merken we dat We Have Band deel uitmaakt van de grote meute bands met hun mix tussen indie en elektronische popmuziek. 

Built To Spill

There is no enemy

Geschreven door

Built To Spill, onder Doug Martsch, zijn samen met Galaxie 500 één van de pijlers van de ‘independant’ indierock eind’80’s. Slepende, hemels klinkende gitaren, repetitief opbouwende en uitgesponnen gitaarlagen gelinkt aan Neil Young’s Crazy Horse en The Feelies, gedragen door de dromerige, melancholische en breekbare stem van Martsch. Ook de nieuwe plaat, ruim vier jaar na de vorige cd, moet écht niet onderdoen aan het vroegere materiaal. De sympathieke band heeft met “Good ol’ boredom”, “Done”, “Things fall apart” en “Tomorrow” enkele uiterst genietbare gitaarparels uit, songs soms aangevuld met blazers.
Mijmerende, aanstekelijke, aantrekkelijke hoogstaande gitaarpracht horen we op de songs, die knipoogt naar hun oudbakken formule, maar ook ruimte biedt voor een breder instrumentatie. Met opgeheven hoofd slaagt BTS er na al die jaren nog in zich te manifesteren in de huidige indie-boom. Ontegensprekelijk besluiten we dus met respect voor zo’n band!

MGMT

Congratulations

Geschreven door

Een goede twee jaar terug waren zij één van de meeste hippe bands, Management aka MGMT, het leuke gezelschap onder Ben Goldwasser en Andrew VanWyngaerden. Hun geestesverruimende pop, rock’n’roll en dancepsychedelica zetten ze om in enkele meesterlijke hits als “Time to pretend”, “The electric feel” en het meezingbare- fluitende “Kids” van de plaat ‘Orucalar Spectacular’. De plaat werd een wereldsucces. De band, die tuimelt in de ‘70’s retrosychedelica, haalde de sound van Pink Floyd, Pavlov’s Dog , Hawkind, Bowie, The Doors en jongere bands Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles van onder het stof. Ze maakten er een kleurrijke ‘peace en love’ van.
De opvolger ‘Congratulations’ is andere koek. Het duo verbleef lange tijd op het strand van Malibu voor het schrijven en opnemen van nieuwe songs. Ze putten uit een creatief psychedelisch vaatje en borgen de hitgevoeligheid op. Een drietal toegankelijke nummers horen we binnen hun poppsycherock, “Flash delirium”, “Brian eno” en de titelsong. “ Siberian breaks” is het epos van de cd, ruim twaalf minuten, én wel in vier stukken verdeeld: een dromerig concept, verrassende, onverwachtse en gewaagde wendingen, slepende melodieën, (vocoder) stemmen, synths, (akoestische) gitaarloops, symfo en orkestraties. Samen met “Lady Dada’s nightmare” is er sprake van een lang instrumentaal stuk en een elektronische outtro. Eerbetoon aan The Beatles en Brian Eno zijn op z’n plaats.
Ze benaderen op die manier wat Flaming Lips op hun laatste plaat deed. Pete Kember, die in de ‘90’s deel uitmaakte van de poppsychedelica van Spacemen 3 en Sonic Boom stond mee in voor de productie.
’Congratulations’ is een apart plaatje, apart muziek, een muzikale rijkdom, maar waar soms geen touw aan vast te knopen is …

Arkona

Goi, Rode Goi

Geschreven door

Help, de Russen zijn daar! De Russen!!! En ze hebben dan nog eens goede muziek mee ook! Wie zijn de Russen? De Russen zijn Arkona. Wat is de goede muziek? Dat is hun nieuwste album ‘Goi, Rode Goi!’
Arkona is een Russische Slavian Pagan Metalband die in 2002 opgericht werd door de blonde zangeres Maria Arichipowa. Na enkele bezettingswisselingen staan ze er nog altijd. Intussen hebben ze al vier studio-albums, een live-album en dvd en toch bestaat het dat ik nog nooit van deze band gehoord had. Tot nu, want met hun vijfde album ‘Goi, Rode Goi!’ hebben ze me grondig wakker geschud. Rusland is blijkbaar ook in staat om goede Folk/Pagan Metal af te leveren.
En dan halen ze het in hun hoofd om na een uitstekend openingsnummer en twee goede nummers er onmiddellijk al een episch, muzikaal avontuur tegenaan te gooien in de vorm van “Na Moey Zemble”. Het nummer duurt ruim een kwartier en bevat enkele opmerkelijke gastbijdrages. Zo hoor je o.a. Nederlandse zang van de zanger van Heidevolk, aan aangename verrassing tussen al dat onverstaanbare Russisch. Let wel, geen slecht woord over dat Russisch. Die taal leent zich er uitstekend voor om zo'n liederen te zingen.
Tjah, het hele album gaat verder met dit hoge niveau en deze mengelmoes van Folkinstrumenten en het Metalen geweld. Alsook de kruising van Russische folkzang en grunts.
Een klein minpuntje is de lange speelduur van 78 minuten. Want dit soort muziek vergt toch wel veel aandacht van de luisteraar en die aandacht gaat na een tijdje toch verminderen. Ondanks dit is het toch een heerlijk album geworden!

The Hotrats

Turn ons

Geschreven door

The Hotrats, genaamd naar dat fantastische Zappa album, zijn het hobbyclubje van Danny Goffey en Gaz Coombes van Supergrass en Radiohead producer Nigel Godrich.
Met ‘Turn Ons’ hebben zij een fris plaatje vol met covers gekwakt. Fijne, veelal straightforward rockende versies van bekende en minder bekende songs van de betere der aarde. Een vrij aardige selectie met maar een paar uitschuivers.
“Fight for your right” van de Beastie Boys is op hoogst originele wijze omgebouwd tot een sixties song in regelrechte Who- en Kinks traditie. The Kinks hun “Big sky” wordt hier trouwens ook met verve gecoverd. Costello’s “Pump it up” heeft nog nooit zo stevig gerockt en “The Lovecats” van The Cure is zo opzwepend dat we met graagte het origineel (wat ook al niet mis was) onderaan in de kast gaan opbergen. “I can’t stand it” van de Velvet Underground is nog feller en verbetener dan het al grillige origineel (wij durven wedden dat ouwe knorpot Lou Reed deze versie maar niks zou vinden maar wij zijn er helemaal weg van, en wij zijn wel degelijk VU-fan !) en The Doors hun “Crystal ship” krijgt een extra portie dynamiet toegediend. En we hadden er nog nooit eerder bij stilgestaan maar “Queen Bitch” van Bowie is een verdomd krachtige song. Met de psychedelica van Syd Barrett’s Pink Floyd in “Bike” weten ze ook wel raad en de eighties klassieker “Damaged Goods” van The Gang of Four krijgt een uiterst potente viagra injectie.
Het is evenwel niet altijd feest, “Up the junction” (Squeeze) is wat slapjes, met “Love is the drug” (Roxy Music) hebben The Hotrats bitter weinig aangevangen en The Sex Pistols’ “E.M.I” is ontdaan van al zijn punk energie, en dat kan niet de bedoeling zijn geweest.
Desalniettemin, heel fijn coverplaatje.

Yeasayer

Odd Blood

Geschreven door

Begin 2008 verschenen verschillende bands uit de New Yorkse wijk Brooklyn op het alternatieve rocktoneel. MGMT, Vampire Weekend, White Rabbits…. Ze profileerden zich allen als eigenwijze bands met een eigen geluid waarbij ze rock en pop wisten te vermengen met wereldse en spirituele invloeden.
Ook Yeasayer mag je als een van de vaandeldragers van deze muziekscène beschouwen. Hun eerste plaat ‘All hour Cymbals’ , een  mix van psychedelische samenzang, experimentele pop, hoekige gitaarrifs, exotische sferen, dreigende ritmes, bizarre tempowisselingen en al even vreemde teksten sloeg in als een bom. Zelf  omschreven ze hun sound als ‘Middle Eastern-pscyh-snap-gospel’!
Net als de meeste van reeds genoemde groepen komt ook Yeasayer dit voorjaar met een nieuwe plaat op de proppen. ‘Odd Blood’ is allesbehalve een doorslagje van het debuutalbum en Yeasayer heeft duidelijk niet voor de gemakkelijkste weg gekozen; er wordt op deze plaat volop geëxperimenteerd met een wirwar van instrumenten. De band componeerde tien zeer uiteenlopende nummers die wonderbaarlijk genoeg toch één geheel vormen.
Nog steeds overheerst het psychedelische geluid van de eerste schijf maar ‘Odd Blood’ klinkt toch iets toegankelijker (uitgezonderd dan het dreigende openingsnummer “The Children”). De zweverige zang van Chris Keatin is niet meer weggestopt in de geluidsmix maar knalt fris uit de speakers. Opvallend ook is dat de percussie meer op de voorgrond staat en dat levert met het poppy “One”, “Rome” en het zeer catchy “Love me girl” enkele zeer dansbare nummers op. De iets tragere composities zijn evenzeer de moeite waard, uitschieters zijn de single “Ambling Alp” en het liefdesliedje “I Remember” dat door de synths nogal doet denken aan Kraftwerk.
Het is duidelijk dat  Yeasayer in al zijn experimenteerdrift er opnieuw in geslaagd is een zeer fijn plaatje te maken die het zeker op de zomerfestivals prima zal doen.

Chapel Club

Chapel Club: Hype uit de UK - kort, krachtig, beloftevol

Geschreven door

Sinds een tijdje organiseert de Brusselse Botanique onder de noemer ‘New Talents, Cool Prices!’ optredens van bands die het waarschijnlijk zullen maken, en dit zoals we van ze gewoon zijn aan zeer scherpe prijzen.
Het definieert meteen de geest van Botanique die zich reeds meer dan een decennia zonder schaamte de alternatieve rocktempel van België mag noemen want het aantal groepen die hier hebben gespeeld en nu op een overvolle weide te bewonderen zijn, is ontelbaar geworden.
Dinsdag 20 april viel de keuze op de Engelse Chapel Club, een groep die nota bene nog hun debuutcd ‘Oh Maybe’ op de markt moeten uitbrengen maar nu al door de Britse pers als absoluut heilig beschouwd wordt. Dat enthousiasme is deels te verklaren door het feit dat de Britse pers nu eenmaal werkt via hypes maar een andere verklaring heeft natuurlijk ook alles te maken met de terugkeer van de shoegazescene.
Voor de oudere lezers (niet daar iets mis met is want ondergetekende kan ook al aankijken op een grijze baard) zal dit zeker een belletje doen rinkelen, maar voor de jongere lezers misschien een woordje uitleg.
De shoegazescene ontstond zo’n 20 jaar geleden wanneer groepjes zoals Slowdive, Ride, Moose, My Bloody Valentine, Chapterhouse of The Telescopes het gitaargeluid van Jesus & The Mary Chain en Cocteau Twins herontdekt hadden. De meeste van die groepen brachten het meestal niet verder dan een memorabele lp maar niemand kan de impact van deze muziekbeweging ontkennen.
Deze scene die zo genoemd werd door een Britse journalist omdat die groepjes altijd naar hun schoenen staarden, werd een halt toegeroepen door ene Kurt Cobain die plots van Seattle het Mekka van de alternatieve muziek maakte.
De tijden veranderen zong Bob Dylan ooit en in het geval van de shoegazescene had hij nog gelijk ook want 20 jaar later is er plots in het land dat de shoegazescene doodde, Amerika dus, een ware shoegaze-boom aan de gang. Groepen als A Place To Bury Strangers of Veil Veil Vanish teren voort op de noisegitaren van Slowdive en Jesus & The Mary Chain en worden nu door de pers als de nieuwe gitaargoden ontvangen.

England kon ook niet wegblijven en na de opmerkelijke entree van The Big Pink is er dus nu Chapel Club uit Londen die hetzelfde truukje uithalen. Chapel Club is een groep uit de My Space-generatie, zoveel is duidelijk.
Ze zijn niet uniek, ze hebben gewoon het uniek geluk dat zij het winnende lot waren.
De pers overtuigen is een gave, maar het publiek in België overtuigen moet nog moeilijker zijn want ondanks het feit dat zij aangekondigd waren als de nieuwe Joy Division of de opvolgers van The Smiths (origineel in woorden is de Britse pers nooit geweest) kwamen hier maar zo’n 50 tal Belgen voor opdagen. Een blik op de setlist leerde ons vrij vlug dat deze groep ons 7 nummers zou brengen. Maar, en laten we daar maar meteen eerlijk over zijn…het waren 7 nummers die konden tellen en ook al gaat de groep nu al gebukt onder een vorm van arrogantie (had je iets anders verwacht van een Britse hype?) toch hebben ze een groepsgeluid die er staat. En trouwens, beter 7 goede nummers dan 14 slechte!
Van bij de opener “Surfacing” zagen we niet alleen piepjonge smoeltjes van de Londenaars maar ook een blik die een kruising uitstraalde tussen twijfel en arrogantie.
“Bonsoir” zei zanger Lewis Bowman en meteen verschool de band zich achter een geluidsmuur van gitaartjes die je doen zweven, de zang onverstaanbaar maken maar ook ons even deed terugtuimelen in de tijd want hoewel ik vanaf het eerste moment tot het laatste moment genoot, had ik toch het gevoel dat ik ergens in 1991 naar Ride stond te staren.
Deze heren hebben overduidelijk talent maar hebben ook ontegensprekelijk het geluk dat de pers besloten heeft om in 2010 een shoegazerevival te organiseren want dit geluid zou tien jaar zeker weg gelachen zijn door diezelfde pers die toen zijn heil zag in post-grungegroepen.
En is Chapel Club nu de nieuwe Joy Division?
U kent het antwoord zonder het optreden te hebben gezien ook al deed de starende blik van zanger Lewis ons wel eens denken aan Ian Curtis. Na een dikke 35 minuten was het optreden afgelopen en na meer dan 25 jaar intens het Belgisch concertleven te hebben gevolgd moet dit, op Babybird na, misschien het kortste optreden dat ik ooit gezien heb, maar ik reed tevreden naar huis.
De toekomst had ik niet gezien, maar wel een verdomd goed groepje.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Unthanks

The Unthanks: de ideale tea-set op een zondagavond

Geschreven door

Binnen de Britse folkrock kunnen we momenteel niet omheen de zusjes Rachel en Becky Unthank uit Northumberland, UK. Ze brachten al een paar platen uit en kwamen vorig jaar in de spotlights met ‘The bairns’, toen nog onder de groepsnaam Rachel Unthank & The Winterset. Ze zijn te situeren binnen de folkie songwriters Maddy Prior, June Tabor en Eliza Carthy.
De wisselwerking tussen Rachels ongepolijste en Becky’s lieflijke zang vormen een meerwaarde aan de folkroots van de band met o.m. echtgenoot Adrian McNally op piano en toetsen. Verder worden ze nog bijgestaan door 2 multi-instrumentalisten, die gitaar, bas, contrabas en drums afwisselen en 2 dames waaronder een celliste en supportlady Lucy op viool.

De zusjes speelden sober, ingehouden materiaal maar ook songs die een vollere instrumentatie hadden; de gevarieerde aanpak gaf elan aan het vakmanschap, die we in de nummers horen. Tekstueel groeven ze in ijzingwekkende geschiedenisverhalen en klaagliederen. Het familiale gezelschap zorgde voor een amicale sfeer en bracht ons in de pittoreske Rotonde nog dichter bijeen. Ze lieten ons lekker wegschuiven, dagdromen en huiveren in hun neofolky, ideaal passend bij een tea-set op zondagavond. De songs kwamen van de drie cd’s ‘Cruel sister’, ‘The bairns’ en de huidige cd ‘Here’s the tender’.
De stemmenpracht van de zusjes kwam meteen in de spotlights: de traditional “Sandgate” door Rachel geopend, “Riverman” door Becky en samen zongen ze, ergens middenin de set, “John dead” en “The testinomy of patience Kershaw”. Voor de rest wisselden ze hun intens ingetogen songs als “20 long weeks”, “Lucky gilchrist” en “Annachie Gordon” af met elegante, broeierige, soms aanzwellende “Sad february”, “Sexy sadie” en “Flowers of the town”. Naast de brede omlijsting in deze nummers, was er ietwat ruimte voor de leuk meegenomen footsteps/tapdance van de twee zusjes, wat het geheel soms deed denken aan een balorkest. En ook support Johnny sprong bij op toetsen.
Vooral een ouder publiek was te vinden voor de ingetogen, warme, gezellige muziek van het sympathieke Britse gezelschap. Terecht werden ze dan ook sterk onthaald …

Johnny en Lucy leidden de Unthanks in.  We hoorden sobere traditionele folkpop op akoestische gitaar en viool. De zangpartijen vulden elkaar aan. Tussenin vertelden ze verhalen en indrukken van hun tour.

Kijk, The Unthanks als Johnny en Lucy bezorgden ons een fijne, sfeervolle, ontspannende avond; ze straalden gemoedelijkheid en rust uit en waren de geleiders om een stressvolle werkweek aan te kunnen vatten!

Organisatie: Botanique, Brussel

RPWL

RPWL: Ganz Prima!

Geschreven door

RPWL, de Duitse Progressieve rockband waarvan de groepsnaam gevormd werd uit de beginletters van de achternamen van diens bandleden: Phil Paul Rissettio, Chris Postl, Kalle Wallner en Yogi Lang, vierde zijn tienjarige bestaan in de Spirit Of 66 in Verviers. De jonge progband is bijzonder geliefd in het progmilieu; al zijn er ook heel veel mensen die serieuze vraagtekens plaatsen bij de bijzondere hoge dosis Pink Floyd elementen die ze zeer rijkelijk in hun sound importeren. Ondertussen is ook de line-up van de band gewijzigd en vinden we naast zanger/frontman Yogi Lang, gitarist Kalle Wallner en bassist Christ Postl, nu ook nieuwkomers Marc Turiaux (op drums) en Markus Jehle (keys) in de huidige RPWL groepsbezetting. Voor dit 10-jarig bestaan bracht de band de dubbel-cd 'The Gentle Art Of Music' uit. De eerste disk bevat een compilatie met studio-opnamen. Op de tweede cd zijn herwerkte akoestische versies van ouder werk te horen.

Zondagavond, dus kende het optreden naar goede gewoonte in de Spirit Of 66 een vroege start. Even na 19.00 begon de band eraan met “Astronomy Domine”, jawel de Pink Floyd cover uit ‘The Piper At The Gates Of Dawn’, de eerste track uit Pink Floyd’s debuutalbum. De overgang naar “Start The Fire” gebeurde naadloos en met een ongelooflijke sterke kwalitatieve sound. Hier geen klachten over een oorverdovend pijnlijk zaalgeluid maar wel een professionele geluidstechnicus die de beperking van deze kleine club eerbiedigde. “Spring Of Freedom” liet de eerste zwakheden binnen deze band horen. Zanger Yogi Lang had het bij momenten moeilijk om de hoge noten uit zijn stem te toveren en ook het publiek afwisselend toespreken in het Engels en het Duits had beter gekund. Het is duidelijk dat deze band, als het echt in gans Europa wil gaan doorbreken, nog wat kan werken aan een meer internationale uitstraling. Kwaliteit heeft deze band nochtans genoeg en dat liet ze horen in een zeer aanstekelijke “This Is Not A Prog Song” medley waarin tientallen fragmenten van prog- en rockklassiekers verweven zaten. “Solsbury Hill”, “Owner Of A Lonely Heart”, “Kayleigh”, “I Want To Know What (Prog) Love Is”, “Firth Of Fifth”, “Heat Of The Moment”,….deze band kende duidelijk haar klassiekers. Het opbouwende “3 Lights” sloot deel 1 wervelend af, waarna de band voor een klein kwartiertje het podium verliet. Na de rookpauze (eindelijk is deze club ook echt rookvrij!) nog meer hoogtepunten met o.a. “Day On My Pillow” dat, met “I Know What I Like” (Genesis), een schitterend uitlopertje kreeg. Tijdens het stevige “Silenced” liet de band ook horen wat krachtiger te kunnen uithalen. Vooral de riffs en het melodieuze gitaarspel van Kalle Wallner maakten bijzonder veel indruk. Wallner is wat mij betreft de absolute ster binnen deze band. Een schitterende gitarist, een lust voor oor en oog! Op een verjaardagsfeestje mag een taart natuurlijk niet ontbreken. Tijdens “Cake”, minimalistisch aangekondigd als ‘A song About A Cake’, deelde Yogi Lang toepasselijk taartjes uit aan de eerste rijen en kwam er ook een zeer uitgebreide voorstelling van de band. “Roses”, de bekendste RPWL song die oorspronkelijk werd ingezongen door Ray Wilson (ex-Genesis), sloot de reguliere set af met een bom. Al vlug werd de band teruggehaald voor een eerste bisronde die startte met de Pink Floyd cover “Have A Cigar” en eindigde met de allereerste RPWL song “Hole In The Sky” uit het debuutalbum ‘God Has Failed’ uit 2000….en zo was de cirkel volledig rond!
Toch kwam de band nogmaals terug en was het al bijna 22 uur toen de band definitief afscheid nam met een schitterende versie van de King Crimson cover “Court Of The Crimson King” en het bluesy “Biding My Time” van Pink Floyd.

Dit verjaardagsfeestje van RPWL zullen we nog lang blijven herinneren. Het werd een perfecte Progressieve Rock avond. RPWL is een zeer brave, toegankelijke band met een zeer beperkt rock’n’roll gehalte. Doch de band wist te imponeren met technisch kunnen en een grandioze mix van eigen composities en enkele sublieme covers. Deze avond gaf ons een perfect overzicht van de tienjarige carrière van RPWL: ‘Ganz Prima’!

Setlist:
*Astronomy Domine *Start The Fire *Spring Of Freedom *Breathe In, Breathe Out *In Your Dreams *Gentle Art Of Swimming *This Is Not A Prog Song/Prog Classic Medley *Medley:: How It Is / Crazy Lane / I Don’t Know (What It’s Like) / Wasted Land *3 Lights
*Trying To Kiss The Sun *Sleep *Day On My Pillow / I Know What I Like *Silenced *Cake *Roses
*Have A Cigar *Hole In The Sky
*Court Of The Crimson King *Biding My Time

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Karma Hotel 2010: Muzikale zeebries doet stofwolk opwaaien ter hoogte van Oostende!

Geschreven door

Door de stofwolk wordt de line-up van vanavond wat door elkaar geschud. Geen Howie & Lynn, geen Tiefschwarz en geen  Buraka Som Sistema. Geen paniek verzekert de presentator, alles komt goed! Het werd goed! Namen als Goose en Hermanos Inglesos zorgden voor waardige vervangers.

Superlijm is de opener van vanavond, door de stofwolk begint Selah Sue een uurtje later. Als Oostendse band spelen ze op Karma Hotel een thuismatch. Gewonnen volgens mij! Enthousiaste en ook erg grappige band. Met hun asymmetrische kapsels, jeansvestjes, skinny pants, de nerdy-hip look, stáán ze er! De snerpende gitaartonen en de poppy sound doen de luttele vijftig man enthousiast meewiegen op hun hit “Michael Jordan”.

Op naar Selah Sue! Op youtube ook bekend als ‘white girl rhymes like a Jamaican’. Selah Sue, vroeger een klein bedeesd meisje op dat grote podium is een madam -mét band- geworden. Ze staat er, ze danst, trekt gekke bekken, maar heeft ook gewoon vooral een klok van een stem! Het optreden bestaat vooral uit veel nieuwe nummers waaronder het prachtige “Crazy Vibes” maar ook hits als “Raggamuffin” en “Black Part Love” worden niet vergeten. De nieuwe nummers bevestigen opnieuw haar veelzijdigheid, qua stem en qua genres. Een voorprogramma bij onder andere Jamie Lidell bewijst dat de wereld klaar is voor Sanne Putseys, ‘the future queen of soul’!

Het gaat Balthazar voor de wind: recent nog de Poulains van Flip Kowlier op Studio Brussel, begin april hun debuutplaat ‘Applause’… Dat belooft! Vooral nieuwe nummers passeren de revue en bewijzen wederom de veelzijdigheid van de band. De groep blijft groeien! Dit bewijzen ze nogmaals met hun nieuwe single “Hunger at the door” alle vier op één rij, alle vier in koor “We’ll get older”! Er verschijnt spontaan een glimlach op je gezicht. De mix van pop, rock en elektro zorgt onmiddellijk voor een hierop-staan-we-niet-stil-gevoel! De snijdende viool van Patricia zorgt voor dat net ietsje meer. Vooraleer ze afsluiten met hun hit “Fifteen Floors” draagt Maarten nog een nummer op aan dé band van het moment: The Van Jets. We kijken er al naar uit!

We snellen van Balthazar in de Delvauxzaal naar Nouvelle Vague die reeds begonnen is op de mainstage. Door het weinige volk is er veel plaats vooraan. Gelukkig maar! Eén blik van de madammen van Nouvelle Vague betovert de eerste rijen! De ene in een doorzichtig zwart kleedje, felrode lippen en angstaanjagende ogen, de ander lang, mager en guitig, maar allebei ongelooflijk knap. Samen stralen ze pure seks uit op het podium. Dit bewees ook de blik van Olivier Libaux, aan de gitaar, die het volledige optreden vol bewondering keek naar ‘zijn madammen’. Een ongelofelijk sterke show in combinatie met de covers van New Wave klassiekers als “Ever Fallen in Love”, “Too Drunk to Fuck” en “God Save the Queen” laat het volk toch nog toestromen. En terecht!

Tupolev soundcrash wordt omschreven als een mix van baile funk, nuevo cumbia, tropical bass, barefoot, dubstep en third world rave alarm. Met een encyclopedie aan genres zijn de verwachtingen hoog. Onterecht blijkbaar. Met een overvloed aan sirenes, alarms, fluittonen en pompende beats kan Tupolev Soundcrash niet langer dan tien minuten boeien.

Op  naar ‘dé band van het moment’ , “iets waar we hier in West-Vlaanderen trots op moeten zijn!” zo kondigt de presentator The Van Jets aan. En gelijk had hij! Rock’n’roll to the bone! The Van Jets hebben het publiek onmiddellijk mee, iedereen is in de ban van furieus tierende frontman Johannes. Hun nieuwe plaat ‘Cat Fit Fury’ met daarop onder andere “Matador”, “Damage” en dé hit van het moment “Future Words” wordt duchtig meegezongen. Ook nummers als “Our Love is Strong” en “What’s going on”, bijna klassiekers geworden, blijven overtuigen! Een flinke dosis rauwe, strakke rock ‘n roll, een overdosis show en een resem meezingers maken hen inderdaad tot dé band van het moment!

Daarna nemen we een kijkje bij Eppo Janssen. Een echt feestje als je het mij vraagt. De wild dansende Krushclub aanwezigen gaan akkoord! Eppo Janssen als Pukkelpop-programmator en Duyster-samensteller kent er iets van! Van Béyoncé naar David Bowie tot The Strokes, het publiek kan deze uiteenlopende dj set wel smaken!

De eclectische dj set van Hermanos Inglesos belooft nog enkele uren door te gaan met het feestje in de Krushclub. Op de mainstage nemen Goose en Sound of Stereo het over terwijl in de Delauxroom Chase & Status voor een pompende drum’n’bass afsluiter zorgt.
Het belooft nog een lange, opzwepende dansnacht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

Les Paradis Artificiels 2010: Triggerfinger, The Black Box Revelation en Iggy & The Stooges

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: The Black Box Revelation, Triggerfinger en Iggy & The Stooges

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: Iggy & The Stooges, The Black Box Revelation en Triggerfinger

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Pagina 438 van 498