AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Live Nation concert: DEADMAU5

Geschreven door

DEADMAU5
ANCIENNE BELGIQUE, BRUSSEL
WOENSDAG 19 MEI 2010 – 20u

Joel Zimmerman alias Deadmau5 wordt unaniem beschouwd als één van de meest invloedrijke DJ/producers van het moment. De Canadees wordt geboren in 1981 en verdient zijn eerste muzikale strepen bij het label Play Digital in Toronto. In 2006 verschijnen zijn twee eerste albums onder de naam Deadmau5. Zijn muziek schommelt tussen electro en minimale techno met een vleugje trance of house en slaat direct aan. Single « Faxing Berlin » uit het vierde album wordt opgenomen in de playlist van de legendarische radiomaker en DJ/producer Pete Tong en vindt zo zijn weg naar het grote publiek. Deadmau5 wordt al snel één van de belangrijkste figuren in de wereld van de progressieve house. Zijn nummers worden op menig gerenommeerde compilatie-albums opgenomen waaronder het alom bekende « In Search of Sunrise ». 2008 luidt een nieuwe fase in voor de artiest die niet alleen een Juno Award in de wacht sleept maar ook de titels van beste producer van het jaar en beste electro-house artiest de zijne maakt. Zijn stijl slaat aan bij het grote publiek en ook critici zijn overtuigd en zien hem als de meest invloedrijke en avant-garde artiest van de electromuziek. Als kers op de taart haalt hij een record met 30.000 downloads van zijn singles « Not Exactly », « Faxing Berlin » en « Ghosts N Stuff ». In 2009 laat Deadmau5 zijn passie voor electro verder de vrije loop en wordt hij daarvoor ook wederom beloond moet o.a. een Grammy Award nominatie. In oktober van datzelfde jaar verschijnt zijn vijfde album « For Lack Of A Better Name » dat hij explosief voorstelde tijdens I Love Techno. Vandaag bevestigt Deadmau5 zijn komst naar België, hij bouwt een feestje op woensdag 19 mei in de Ancienne Belgique!

Info & tickets :
Ticketprijs: 22 euros  (- excl. reserveringskosten)
De tickets kunnen vanaf nu gereserveerd worden via
Proximus Go For Music : 0900 2 60 60 (| 0,5 euro per minuut. prijs incl btw) – www.proximusgoformusic.be

Artistinfo :
Website: www.deadmau5.com - www.myspace.com/deadmau5
Record company: EMI Music
Album: “For Lack Of A Better Name”

INFO http://www.livenation.be

Vampire Weekend

Vampire Weekend brengt de eerste zonnestralen in de AB

Geschreven door

Vampire Weekend heeft ‘alles’ om een grootse band te worden. Ze bieden een zomerse ‘positive’ vibe van mooie, toegankelijke popliedjes, rijkelijk geschakeerd van swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco, die inwerken op de dansspieren. Ze integreren de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid en refereren aan Paul Simon, Talking Heads en Peter Gabriel. De deuntjes van hun aanstekelijke singles werden al door velen meegezongen en – gefloten. Het zijn vier charismatische knuffelkerels die elke jongvolwassene van het andere geslacht wel eens wil vastpakken. Laat de zon, de liefde prikkelen en je hart bonken. Het kan onze eigen Frederik Sioen muzikaal gezien een hint zijn, die eerder al op z’n ‘Calling Up … Soweto’ stoeide met afroritmes.

Enkele jaren terug waren ze nog support van een ander opwindend, bruisend bandje Los Campesinos, werden ze sterk onthaald met een prima titelloos debuut, waaronder de puike singles “A punk”, “M79”, “Walcott” en “Oxford Comma”, en tot slot slaagden ze in een leuke, ontspannende en frisse trip in de Pyramid Marquee van Werchter. Afgelopen zomer op Pukkelpop lieten ze al enkele nieuwe songs horen; hier was duidelijk dat 2010 de definitieve doorbraak zou betekenen naar een breder publiek.
Hun optreden in zaal was in geen mum van tijd uitverkocht. De onlangs verschenen tweede cd ‘Contra’ ligt in het verlengde van het debuut en getuigt opnieuw van een wereldse aanpak; een melodieus aanstekelijke, groovy sound, die een warme, broeierige sfeer uitstraalt, lentekriebels aanwakkert en doet hunkeren naar die langverwachte eerste zonnestralen. Ze werden dan ook door een vrij jong publiek ingehaald met confetti.
Tijdens de set schoten volgende termen me steeds door het hoofd: speels, dansbaar, fun en feest; ze hielden het leuk, fris en levendig! Wat ze allemaal uit hun instrumenten toverden, dwingt respect af; de tandem Ezra Koenig (zang/gitaar) – Rostam Batmanglu (toetsen/synths/gitaar) halen op een bijna onwaarschijnlijke, inventieve wijze allerlei invloedssferen als reggae, funk en dancehall aan, die hun afropopmelodieën grootser maken. Op het podium zagen we een metershoge grote CD hoes van de nieuwe plaat. De jongste nummers “White sky” en “Holiday” vatten meteen de juiste toon en groove aan. Koenig was een uiterst sympathiek singer/leidersman, die de fans aan z’n lippen kreeg. We hoorden geweldige versies van ‘de oudjes’ “Cape Cod Kwassa Kwassa” en “M79”, die aantoonden hoe speels en creatief ze wel konden zijn met tokkelende gitaarlijntjes, ritmes, vibes en stijlen. De smile van hun gezichten zetten ze moeiteloos over naar hun publiek, die dolenthousiast op deze songs klapte!
Na een sprankelend “California” (wat een fijne gitaarriedels!) en een krachtiger, eerder direct gespeelde “Cousins”, namen ze wat gas terug en speelden een ingetogen sfeervolle “Taxi cab”, waarop ze lichtjes experimenteerden met een bezwerende synthtoets, contrabas en drumticks en het kleurrijke dromerige “Diplomat’s sun”, dat mooi verstopt zat binnen het ‘skank’plezier, van feestelijke knallers “Run” (ingehaald met toeters en bellen), “A punk” en “One (blake’s got a new face); ze kregen alle handen op elkaar, en meezingbare refreinen en “heyheys” sierden de songs. Wat een hoogtepunt. De huidige single “Giving up the sun” kreeg een forsere beat mee, “Boston ladies Cambridge” (op geen plaat te vinden!) klonk opwindend en de oogjes van de dame op de CD hoes flikkerden in de stomende slotreeks “Campus” en “Oxford Comma”, die ze verwenden met diverse tempowisselingen, bepalende ‘70’s synths en een dansbare groove.
In de bis zweepten ze het tempo nog op met de afroritmes van “Horchata” “ en twee songs van hun debuut, die ze krachtig en dansbaar speelden, “Hansard roof”, dié song over architectuur, en “Walcott”.

In hun nog jonge bandgeschiedenis waren de charismatische Vampire Weekend de leveranciers van het zonnetje in huis en brachten ze op ongelofelijke wijze speelse, leuke, aanstekelijke dansbare ritmes en vibes, die grootse, boeiende, avontuurlijke klassesongs onderstreepten; ze beleefden enorm veel speelplezier en zorgden voor een heupwiegende en dansende AB. Een grootse band in wording. Checken dus op de grote podia tijdens de festivalzomer. Het is hen van harte gegund …!

De lichtvoetige pop van de dames van Fan Death viel soms wat licht uit, maar was mooi meegenomen voor de losse, ontspannende sfeer van de avond. “Veronica’s veil” en “Cannibal”, te vinden op de EP ‘A coin for the well’ zullen we alvast onthouden …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

The Australian Pink Floyd Show

The Australian Pink Floyd Show - The Pink ‘Kangoeroe’ Floyd Show

Geschreven door

We keken er naar uit en we moeten er eerlijkheidshalve meteen aan toevoegen: we zagen Gilmour-Waters en co nooit live aan het werk, al hield de PULSE-dvd ons ’s nachts al wel eens lang wakker. Fans dus van Pink Floyd, ontegensprekelijk. En we wilden ‘ze’ nog eens zien en horen. In de vorm van The Australian Pink Floyd Show in Vorst, al hebben we het in se niet voor tribute bands. Maar hiervoor maakten we graag een uitzondering.

Net als de originele bandleden doen de Australiërs on stage niet veel meer dan hun muziek spelen. En dat doen ze verdomd goed. Niet moeilijk, want al meer dan twintig jaar imiteren ze de legendarische psychedelisch-symfonische Britse grootmeesters van de rock. Zelfs David Gilmour zag hen ooit goedkeurend aan het werk en nodigde hen zelfs uit op zijn vijftigste verjaardag. Voorwaar een compliment.
Ze zijn muzikaal dus goed, al zaten ze een beetje te strak gepakt in hun setting en trok de zang bij momenten wat verkeerd. Een geluk dat de driekoppige backing vocals toen de zaak overnamen en rechtrokken.
Het concert was aangekondigd als de ‘Greatest Hits’ en dat was niet helemaal het geval. Een aantal minder gekende nummers werden erin geduwd, ook al omdat de Aussies per se uit vier legendarische elpees (’Dark Side of the Moon’, ‘Wish You Were Here’, ‘The Wall’ en ‘Animals’) wilden selecteren. Lovenswaardig, maar dat deed de titel van de tour onrecht aan. Uiteindelijk misten we bijvoorbeeld “Mother” en “Money”, om er maar twee te noemen.
En ‘Money makes the world go round’. Het is big business geworden natuurlijk, die Australian Pink Floyd Show. Hun tourzak steekt vol met een ongelooflijke show, groot varken incluis. Het is ook niet elke ‘coverband’ gegeven om Vorst te vullen, maar werk wordt soms routine. The Aussies deden hun job in Brussel, we misten begeestering.
Ook de kiwi-knipoogjes van Down Under vielen niet bij iedereen in de smaak. Even in de kleine pauze voor ‘Wish you were here’ de deuntjes van ‘Neighbours’, ‘Suns and Daughters’ en Men at Work spelen, kon er nog mee door. De kangoeroe die in plaats van de originele ‘man on the flying bed’ constant doorheen het concert huppelde, kon op den duur op minder bijval rekenen, al was die in het eerste deel  op de visuals de discjockey van dienst en haalde telkens een nieuwe plaat uit de kast, wat steeds op applaus onthaald werd.
Want fans waren het wel in Vorst. De gemiddelde leeftijd schatten, daar wagen we ons niet aan, maar het was aangrijpend hoe grijzende en al helemaal grijs-en-kale mannen uit luide borst de bijwijlen filosofische songteksten meebrulden. Mooi.
De visual projecties, waarin geprobeerd werd dezelfde atmosfeer  van de Floyds te hercreëren, waren fijn en bijwijlen goed gekozen, al bleven het allemaal computeranimaties. Ook gaven ze daar hun eigen(tijdsere) interpretatie van “Brain Damage” door ‘recentere politici’ op te voeren. De afsluitende beelden van de originele bandleden - door de tijd heen - duwde de melancholie bij de fans nog even wat steviger door de strot.

We blijven achteraf bij ons idee over coverbands, maar waren blij het gezien en bovenal gehoord te hebben, vooral het tweede deel waar veel meer schwung in stak met als top of the evening het gevoel dat “Comfortably Numb”, hun hoogtepunt en meteen afsluiter, teweeg bracht. Dat was alvast overweldigend. “Run like hell” als bis was dan weer naar af. Het varken (en gelukkig geen kangoeroe) ten spijt.

Organisatie: Live Nation

The Horrors

Derde keer, goede keer voor The Horrors in de Minnemeers

Geschreven door

“The Horrors are playing hard to get”... het zou voor de Democrazy een passende promoslogan geweest zijn om dit hip Londens vijftal na twee keer uitstel dan uiteindelijk toch op het podium van de Minnemeers te krijgen. Een bende jonge honden die het in nauwelijks een aantal maanden voor elkaar krijgt om als voorprogramma te worden uitgenodigd door mega-acts als Muse en Depeche Mode kiest uiteraard voor de iets grotere (?!) muziektempels zoals de Royal Albert Hall; de vraag is alleen of hun nieuwe muzikale handelsmerk, een zwartgallige mix van postpunk, shoegaze en psychedelische garagerock, kan aanslaan bij het ‘grote publiek’. Maar eerlijk, who cares? The Horrors leverden afgelopen jaar met ‘Primary Colours’ een indrukwekkende opvolger af voor hun fel gehypte debuut ‘Strange House’ (’07), en belandden daarmee steevast in de bovenste regionen van diverse eindejaarslijstjes. Ondanks het uitblijven van commercieel succes en radiohits leverde dit album hen alvast wel een hondstrouwe aanhang op aan beide kanten van het kanaal, en ook de Minnemeers was afgelopen zondagavond aardig volgelopen met jongeren-van-alle-leeftijden die zich doorgaans een zwarte dresscode hadden aangemeten.

Op de tonen van een elektronische klankenbrij en gecamoufleerd door een zorgvuldig opgetrokken rookgordijn verschenen de vijf Horrors op het podium in een, jawel, zwarte outfit. Opener “Mirror’s Image” bleek een uitstekende keuze om meteen de juiste sfeer op te bouwen; de atmosferische synths van Spider Webb, de stuwende baslijntjes van Tomethy Furse, de holle drumpartijen van Coffin Joe en de breed uitwaaierende gitaar van Joshua Von Grimm vormen de basisingrediënten van de Horrors sound die op dit openingsnummer uit ‘Primary Colours’ laagje per laagje in een lekker smerige geluidsmix werden gegooid. Een kil geluid dat onmiskenbaar naar de 80ies verwijst, hetgeen nog wordt versterkt doordat de groep in de persoon van Faris Badwan een bezielde frontman in de rangen heeft wiens stemgeluid het midden houdt tussen Julian Cope, Brett Anderson en de onvermijdelijke Ian Curtis.
Tijdens het uptempo “Three Decades” kwam de groep echt op kruissnelheid en kon de manische Badwan voor het eerst zijn duivels ontbinden, gevolgd door het inmiddels klassieke “Who Can Say” en het rauwe aan Black Rebel Motorcycle Club schatplichtige “I Can’t Control Myself”. Eigenaardig genoeg bleek de enige echte adempauze in de set, “I Only Think Of You”, het onbetwistbare hoogtepunt van de avond. De pastorale pracht van deze lang uitgesponnen oefening in monotonie deed onvermijdelijk denken aan Joy Division’s “Atmosphere”, waarbij de cirkel tussen heden en verleden ineens gesloten leek. De kille sound straalde ook af op het podium: de bandleden wisselden nauwelijks een blik, en behalve de verschoning “It’s good to be here, finally” onthield Badwan zich dan ook van elke interactie met het publiek. Het lijkt allemaal mooi te passen in het imago van een groep die zo authentiek mogelijk wil zijn op en naast het podium.
In de korte bisronde werd met een handvol nummers terug gegrepen naar het manische Horrors debuut waarbij Von Grimm’s gitaardecibels duidelijk de bovenhand haalden op Spider Webb’s spaarzame keyboards. Het bleek een verstandige keuze in de setlist, want de psychotische garagerock van de begindagen lijkt mijlenver verwijderd van de doomerige gothic waar de groep tegenwoordig voor staat.

Mogelijks tot spijt van de fans van het eerste uur bewees deze Londense band in amper 75 minuten dat hun gedurfde muzikale metamorfose ook live meer dan geslaagd is. Wie als 80ies adept zijn gitaren en keyboards graag een pak scherper en smeriger opgediend krijgt dan deze van generatiegenoten White Lies of The Big Pink kan dus zondermeer aankloppen bij The Horrors.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beach House

Beach House: onthaasten tussen behaarde paddestoelen

Geschreven door

Aan Beach House houden we live niet zo een goede herinneringen over. Toen ze enkele jaren geleden in de Botanique nog in het voorprogramma van Fleet Foxes speelden, overviel ons tijdens ieder nummer de onweerstaanbare drang om een verse pint te gaan bestellen. We herinneren ons nog goed dat het bewust ietwat vals afgestelde orgeltje aanvankelijk nog spookachtig klonk, maar na verloop van tijd steeds meer op de zenuwen ging werken. En dat de set zich tergend traag naar het einde toe sleepte. Nog een geluk dat Fleet Foxes ons achteraf met een memorabel optreden alsnog een zeer geslaagde concertavond bezorgde.

Nadien is het echter snel gegaan voor het hippe duo uit Baltimore. Het begin dit jaar uitgebracht album ‘Teen Dream’ wordt in de muziekpers overladen met superlatieven, en voor wie deze plaat nog steeds niet aangeschaft heeft: deze zijn volledig terecht! Een uitverkocht optreden in de Balzaal in de Vooruit was het logische gevolg, deze keer voorafgegaan door een eigen voorprogramma. En wat voor één! Lawrence Arabia, een jong vijftal uit Nieuw-Zeeland had het allemaal: strakke geruite hemdjes, trendy baardjes en vooral een aaneenschakeling van uitstekende nummers die live ook nog eens en met veel deskundigheid en enthousiasme gebracht werden. Vraag ons niet hoe het komt, maar de wereldwijde wederopstanding van de muzikale erfenis van de Beach Boys bleek die avond zelfs tot aan de andere kant van de planeet niet te stuiten,  al kreeg de harmonieuze samenzang tijdens nummers als “Apple Pie Bed” en  “I’Ve Smoked Too Much” aardig wat concurrentie te verduren van The Beatles. Tijdens nummers als “The Beautiful Young Crew” en “Auckland CBD Part Two” voegde Lawrence Arabiahier nog een flinke scheut psychedelische folk à la Devendra Banhart aan toe. Geen wonderdus dat achteraf een lange rij stond aan te schuiven om een exemplaar van hun nieuwe album “ChantDarling” op kop te tikken.

Nog voor Beach House één noot gespeeld had, stampte multi-instrumentalist Alex Scally, die in zijn strakke, met zilverknopen bezette jasje zelfs het Vooruit café niet ongemerkt zou binnen stappen, al zijn schoenen uit. Bleek om tijdens het dromerige openingsnummer “Walk In The Park” de orgel te bespelen met de voeten. Even voordien werden al vreemde decorstukken het podium opgesleept die zich nog het best laten omschrijven als met wol behaarde paddestoelen op struisvogelpoten, die tijdens het optreden ook nog eens af en toe gevaarlijk begonnen op te lichten. Een ‘normale’ groep zal Beach House dus wellicht nooit worden, al waren ze met hun nieuwe, meest toegankelijke plaat tot nu toe onder de arm wel ‘the right band on the right place’ die avond in de Vooruit, meer nog dan Florence&The Machines die tezelfdertijd in de concertzaal speelde. “Lover Of Mine” klonk live als het beste 80’s nummer ooit dat niet in de ‘80’s gemaakt werd en tijdens “Used To Be” klonk de mysterieuze zangeres Victoria Legrand zowaar opgewekt van achter haar keyboards. Waaruit je nu ook weer niet moet concluderen dat dit optreden de muzikale lente inzette. Het refrein “It’s happening again” of “Silver Soul” klonk bepaald niet alsof Victoria aan een echt vrolijke gebeurtenis terugdacht. Ook “Zebra” en “Gila” waren live vintage Beach House: trage, melancholische maar bedwelmend mooie nummers, waarin ergens de geest van Mazzy Star leek rond te waren.
Ronduit fantastisch zelfs was bisnummer “10 Mile Stereo”, een nummer dat qua muzikale opbouw  en refrein wereldgroepen als Coldplay naar de kroon stak en uitmondde in een zinderende postrock apotheose.

Perfect was de set zeker niet. Daarvoor gingen nummers als “Norway” en “Take Care” net iets te veel de mist in.Zelfs “Master Of None”, de single uit het titelloze debuut, leek zo veel jaar later nog weinig toe te voegen aan het geheel.
Maar dat Beach House dankzij ‘Teen Spirit’, waaruit behalve “Real Love” alle nummers live gebracht bracht werden, enkele reuzensprongen vooruit gezet heeft, stond die avond bij iedereen buiten kijf.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent

Fear Factory

Fear Factory: een overtuigende comeback

Geschreven door

Een uitverkochte en overvolle Vaartkapoen was zondag getuige van een knap en knallend optreden van de herenigde industrial metalband Fear Factory. Het Californische viertal rond zanger/oprichter Burton C. Bell en de teruggekeerde gitarist Dino Cazeras (Divine Heresy, Asesino, Brujeria) kregen versterking van nieuwe rekruten bassist Byron Stroud (Strapping Young Lad, Zimmers Hole, Tenet) en drummonster Gene Hoglan (Strapping Young Lad, Dark Angel, Death, Testament, Dethklok). Muzikanten die hun strepen al lang verdiend hebben in de 'zware metalen-sector' en dus niet van de minsten.

Ze openden hun set met het titelnummer van hun nieuwe vertrouwd klinkend album ‘Mechanize’. De geluidsmix was hierbij nogal onevenwichtig. Dit euvel verdween naarmate het optreden vorderde. Ze vervolgden hun concert met drie songs van ‘Obsolete’ ('98): het overdonderende “Shock”, het gedreven en groovy “Edgecrusher” met gescratch en het vette “Smasher/devourer”. Het enthousiaste publiek genoot duidelijk van de verrichtingen van het gezelschap. Getuige daarvan waren de luid meegebrulde refreinen. De afwisselende melodieuze, soms cleane maar heerlijk brullende vocals van Burton C. Bell vertoonden enige vorm van slijtage. Toch had dit geen storend effect. De korte afgemeten staccatoriffs van axeman Dino Cazares klonken even strak als vijftien jaar geleden en zijn nog steeds een typisch en essentieel ingrediënt van de Fear Factory-sound. De sonische geluidsstorm werd voortgezet met het moordende “Industrial discipline”, het vervaarlijke “Acres of skin” en het energieke “Linchpin” (van ‘Digimortal’). Minpunt was dat de atmosferische, duistere keyboardgeluiden meeliepen via tape. Hun laatste, minder kwalitatieve albums ‘Archetype’ en ‘Transgression’ kwamen niet aan bod. Dit kon de pret niet drukken.
De granaatbom “Powershifter” en recente single “Fear campaign” lieten de aanwezigen geen ademruimte. Het oude, immer fantastische “Martyr” (van ‘Soul of a new machine’) en verwoestende “Christploitation” passeerden daarna de revue. Gene Hoglan demonstreerde hier zijn bovenmenselijke drumkwaliteiten. Een lust voor het oog en oor.
”Resurrection” zorgde voor het eerste welgekomen rustpunt. De subliem opgebouwde song met weergaloze zangpartijen was voor velen het hoogtepunt van de avond. Ook bij het rustige en gevoelige “Final exit” was het genieten geblazen.
Het beste werd voor het laatst gehouden. Met vijf songs van '’Demanufacture’ werd er afscheid genomen van het Belgische publiek. “Demanufacture”, “Self bias resistor”, “Zero signal”, ”Hunter-Killer” en live-favoriet en MTV-hit “Replica”.

Jammer genoeg was er geen ruimte meer voor bisnummers. Toch konden we spreken van een geslaagde en goede show van een band die nog lang niet afgeschreven is!

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Chokebore

Chokebore: het verleden van Von Balthazar

Geschreven door

Je hebt zo van die bands waarvan je het werk kent van de zanger/componist, maar niet de band kent waarvan hij deel uitmaakte … Troy ‘Bruno’ Von Balthazar vs Chokebore is er een prachtig voorbeeld van. En op de koop toe is Chokebore vooral gekend bij onze Franstalige vrienden en werd met het solowerk van Von Balthazar net de Vlaamstaligen warm gemaakt. Kijk, onze nieuwsgierigheid werd aangewakkerd om Chokebore live te zien, mede door het feit dat ze herenigd zijn en er dit jaar een nieuwe plaat zal verschijnen.

De roots van Chokebore liggen in Hawaii. Spil van deze al van in ’94 fungerende band was zanger/gitarist Troy ‘Bruno’ Von Balthazar. Het rockende kwartet haalde invloeden uit de ‘90’s grunge, gaf de songs een broeierige en donkere injectie en zorgde voor een emotionele geladenheid, wat hen zelfs richting Girls Against Boys bracht; enkele integere, gevoelige songs traden op het voorplan, wat een goede afsluitende cd in 2003 opleverde, ‘A part of life’. En de heren zijn nu terug bij elkaar. Troy verbleef zelfs een tijdje in ons land, een bron van inspiratie voor het nieuwe materiaal.
In de tussentijd hoorden we materiaal van Von Balthazar, waarbij de klemtoon viel op rauw rammelend gitaarwerk, lofipop, noise en electro, bepaald door een pak effectpedalen en weirde acts.
Chokebore betekende een kennismaking, maar waren opnieuw een Frans onderonsje. Ze brachten een afwisselende set van grillige, broeierige en integere gitaarrock, die soms een stevige, opzwepende ritmesectie meekreeg en hadden oog voor enkele ingetogen songs, onder de typerende klaagzang van Von Balthazar.
We onthouden alvast opmerkelijke songs als “Days of nothing”, “Police”, “You are the sunshine of my life” en “It could run your day”. In “Ciao LA” haalde het kwartet krachttoeren uit. Btw, ze gaven mee dat we ons altijd mochten inschrijven op hun site als we betere songtitels konden verzinnen. Na elk nummer werden ze warm onthaald. Het sterkte hen, wat de drijfveer kan zijn verder te doen.

In ons weirde landje moet de band de kans krijgen over de taalgrens te geraken, ondanks het feit dat de set in z’n geheel me niet volledig raakte en overtuigde. Maar we waren alvast getuige van de muzikale scherpte van het kwartet en hoorden een terugblik van Troy’s verleden, wat leuk meegenomen was …

Organisatie: Botanique, Brussel

Gemma Ray

Het getormenteerde brein van Gemma ‘Tarantino’ Ray

Geschreven door

Gemma Ray op je affiche … zeggen, dat is durven. Gemma wie? Ja, wij moesten ook even grasduinen op het Net. En lap, ze heeft niet eens een Wikipedia-pagina ! Op een aantal Engelstalige musicsites wordt ze dan wel bejubeld en vergeleken met de meest uiteenlopende madammen en meneren: PJ Harvey, Tori Amos, Björk, Tom Waits, Sandy Dillon, Dresden Dolls, Nick Cave, The Raveonettes, Lee Hazlewood. Wij dus naar ’t Manuscript in Oostende op een lauwe zondag. Om zelf te oordelen. Ja, amai !
Wat wisten we? Dat ze al twee cd’s uit heeft: ‘The Leader’ en ‘Lights out Zoltar !’. Zwoele stem, scherp bij momenten en vooral vintage: fifties country, sixties ballads met groeve kanten. Durven dus, zo’n programmatie van de heren van Leffingeleuren. En niet enkel omdat ze ongekend is, ook wel (en vooral) omdat ze zelf een flair heeft voor contrasten, een getormenteerd koppetje dus bijna.

’t Manuscript liep snel vol, the ‘Lady of the Night’ was nog even wandelen aan zee. Een half uur later dan gepland stapte ze het podium op waar twee gitaren, een resem knopjes en een pot bloemen voor haar beatmachine haar opwachtten.
De slanke verschijning was inderdaad zeer vintage. Haar (maar dan wel zwart) plat-opgestoken a la Kate Pierson van de B’52’s (waar ook klankflitsen van op te vangen waren), zwartwit bolletjeskleedje, zwarte kniekousen, witte puntenschoenen, rode bloem in haar lokken. Zelfs zonder haar eerste gitaaraanslag waanden we ons terug in Twin Peaks en Pulp Fiction.
Het muzikale schizootje in Gemma Ray is duidelijk een vrouw met ballen. En onvoorspelbaar. Net wanneer je dacht dat je eindelijk door had wat voor soort ‘singer-songwriter’ je voor je had, ging het de andere kant uit. Soms diep ingetogen bluesy, met gezucht en diepe emotie, vertellende folky zelfs even. Soms dan weer gejangel, tripperig met een onbegrensde, stevige geluidsop- en -afbouw. Ze hanteerde hierbij sterk en veel de talrijke knopjes aan haar voeten waarmee ze zichzelf constant sampelde. Bij momenten - naar ons gevoel - te veel.
Het gaf ons allemaal de indruk dat er geen opbouw in haar gig zat, dat ze zichzelf wat kwam amuseren en niet eens de moeite deed om een nieuw potentieel publiek te overtuigen. Ze speelde, lalde er wat tussen en stapte het af. Al kwam ze even terug voor twee ‘encores’, eraan toevoegend dat ze Belgium wat “old school” vond met die bistoestanden.
Old school was haar muziekkeuze wel zeker, want naast haar eigenste repertoire dat ze onder het 50’ies en 60’ies stof vandaan toverde, diepte ze nog een aantal covers op. Uit een coveralbum dat ze pas in Frankrijk had opgenomen, zo gaf ze zelf toch mee.

Maar het bleef allemaal netjes vintage, zij het niet van het traditionele soort. Nee, was ze de dochter geweest van Quentin Tarantino, we hadden het geloofd. En niet enkel de fysieke genen…

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Japandroids

Japandroids: (h)eerlijke no-nonsens catchy trashy rock

Geschreven door

Vancouver, Canada, staat dezer dagen in de belangstelling door de Olympishe Winterspelen. Het duo, Brian King (gitaar) en David Prowse (drums), zijn geworteld in die stad en overstelpten ons de vorige maanden met een woeste bak onvervalste garagerock, rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, At the drive-in, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt, McClusky en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Ze ondernemen een heuse clubtour om hun overtuigende plaat ‘Post-nothing’ elan te geven.

Ze serveerden een flinke scheut energieke, frisse, dynamische, opzwepende en frisse songs uit hun cd en de twee eerder verschenen EP’s ‘All lies’ en ‘Lullaby death James’. Broeierig, snedig materiaal bepaald door heftige, droge drums, een ziedende, scheurende, ronkende gitaar en snelle, verbeten soms vettige riffs, allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodielijn en een goed op elkaar afgestemde zang. King martelde zijn gitaar, krijste en gromde, kon de gaspedaal fors indrukken, sprong op de drumkit en jutte het publiek op… En ook de drummer moest niet onderdoen qua dynamiek en enthousiasme, wat terecht referenties opriep aan The White Stripes, Death from above 1979, The Kills, Shellac en ons Black Box Revelation en Madensuyu.
Het lukt het duo allemaal in een soepele, elegante stijl. “No alliance for the queen” opende sterk en na een lange intro zetten ze “The boys are leaving town” in. Meteen was de toon gezet van een puike act van het duo, die de songs lieten exploderen door diverse tempowisselingen en krachtige erupties; de aan Helmet gelinkte “Darkness on the edge of gastown”, “Heart sweats” en “Wet hair” waren pareltjes hierin. Ze betrapten elkaar op schoonheidsfoutjes, maar dit drukte de pret niet. In hun speels enthousiasme hielden ze er een fijne finale op na met “Crazy/forever”, “Sovereignty”, de van Big Black genomen “Racer x” en Young hearts spark fire”; ze porden aan het refrein mee te brullen … Het spelplezier droop er van af dus …

Japandroids bood (h)eerlijke no-nonsense, catchy trashy rock, die ze zelf doodleuk omschrijven als “Post-nothing”. Overtuigende set van een band die we zeker nog mogen terug verwachten …

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Go Find

The Go Find ….some excitement please!

Geschreven door

Een avondje aparte Belgische (Vlaamse) rock in de Magdalenazaal in Brugge lokte op een vrijdagse februariavond vooral de fans van de drie bands zelf. En enkele nieuwsgierigen die zagen hoe Tape Tum, het muzikaal familiezaakje van Benjamin en Lieven Dousselare, de sfeer er trachtten in te brengen, maar het bleef een hele avond snuisteren naar wat echte opwinding. Het hoogtepunt was al lang voorbij toen Go Find niet eens een bisnummer kreeg.

De link van Tape Tum naar de volgende groep lag er meteen want de vaste slagman van The Portables hanteerde de drumsticks voor de avondopeners. De ervaring van de Brugse Gentenaars (of is het omgekeerd?) schakelde de verwarming van de Magdalenazaal een tandje hoger. Zonder dat het saunatemperaturen haalde weliswaar, want telkens wanneer je verwachtte dat ze eindelijk zouden openbarsten, draaiden ze de knop wat terug.
Afgebroken psychedelische momenten wisselden af met elektronica en wat ingetogener impressies, wat vooral in “It’s better to turn(h)out than to fade away” met de ondersteuning van trompetgeblaas zwoel tot zijn recht kwam. Met een (te) voorzichtige pas tot Turnhoutenaar omgetunede Bert Lafontaine (veel succes!) aan de zang toen. ‘The Honorable man’ – aka visualist Hendrik  Dacquin aan de mic – was een eveneens een verwarrende verademing, op de hielen gezeten door een degelijke cover van Lou Barlow.
“Underachievers”, noemde een diehardfan The Portables achteraf en ook wij hadden de indruk dat er veel meer in stak dan eruit kwam. Opendraaien dus die handel, al is de wellicht gegronde vrees dat dit na twintig jaar ook wel niet meer zal gebeuren. Maar achteraf gezien hadden we het beste van de avond al gehad. We wisten echter niet beter.

The Go Find mocht afsluiten en daar ging het allesbehalve crescendo. What’s in a name zou de stouterd in ons kunnen verwijzen naar hun pas gereleasede derde album ‘Everybody Knows It's Gonna Happen Only Not Tonight’. Misschien ook niet de muziek om de vrijdagnacht stevig in te zetten, die gepolijste, melancholische deuntjes die eerder aan dons dan aan stevig schuurpapier doen denken. Al deed de enige beweegbare factor on stage - zanger Dieter Sermeus - zijn uiterste best om er de swing in te brengen, het bleef een poppy tune die we liever in onze cd-wekker steken om zachtjes in te slapen. En ze beseffen verder ook nog dat ze volop in de cursus bindteksten zitten. Voorwaar een troef, die zelfkennis.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Local Natives

Local Natives brengen de Californische zon naar Le Grand Mix.

Geschreven door

Local Natives was in 2009 één van de revelaties op het showcase festival South by Southwest in Austin, Texas. Het is ons opgevallen hoeveel bands die daar staan, een aantal maanden later ook doorbreken in Europa. De editie van maart 2009 had ook onder meer The Big Pink en Ebony Bones geprogrammeerd. We kijken dus al uit naar de nieuwe bands die op South by Southwest zullen staan in maart 2010, en vermoedelijk zullen een aantal van die bands in de herfst van 2010 ook de Grand Mix passeren.
Local Natives: een vijftal uit Los Angeles, die met ‘Gorilla Manor’ een debuut uitbrachten met frisse, springerige nummers waarin close harmony gecombineerd wordt met Afrikaans klinkende gitaarrifjes en dynamische tempowisselingen, dit alles met een flinke scheut jaren ‘70 countryfolk. Qua ritmiek doen Local Natives wel wat aan Vampire Weekend en Talking Heads denken, maar dan zonder de punkelementen.

Zo rond tienen betraden Taylor Rice, Kelcey Ayer, Ryan Hahn,Andy Hamm en Matt Frazier het podium. Alhoewel ze misschien wel een van de hippe bands van het moment zijn, zagen ze er niet echt cool uit: zo droeg de bassist een dwaas petje ruwweg geïnspireerd op Urbanus en leek het of de andere leden de jaren zeventig kledingrekken van de kringloopwinkel geplunderd hadden: een van de zangers moest wel de jongere broer van de cowboy van The Village People zijn. Geen flauwvallende meisjes dus zoals bij MGMT … Local Natives zou ons dus met hun muziek moeten overtuigen.
En dat deden ze, er werd fel aangevangen, met dubbele percussie die voor een spervuur van tempowisselingen zorgde. Leuk om te zien hoe een van de mannen gelijktijdig de piano en de zijkant van zijn drumkit bespeelde. Het bespelen van de rand of de zijkant van de drum was een vaak weerkerend trucje om een tempoversnelling in te zetten. De vijf van Local Natives wisselden vaak van instrumenten, en ook de zangpartijen werden netjes verdeeld. Qua aanpak delen ze dus een beejte de filosofie van het Australische Architecture in Helsinki.
Redelijk vroeg in de set kregen we een mooie cover van “Warning Sign’ van Talking Heads. Vervolgens werd wat gas terug genomen, met meer folkrock geïnspireerde nummers waarin de close harmony sterk op de voorgrond kwam. We waanden ons op slag op een zomers Californisch strand. Natuurlijk mocht de prachtige single “Aeroplanes” niet ontbreken, en na een klein uurtje, werden we naar huis gestuurd met een afwisselende bisronde.

Local Natives, een tip voor de meerwaardezoeker, een klein juweeltje dat we deze zomer zeker wel eens op een festival willen terugzien.

Het voorprogramma werd gebracht door Clues, een band uit Montreal, Canada, met onder meer leden van Arcade Fire en Unicorns. Ze brachten vorig jaar hun debuut uit op het legendarische Constellation label, dat midden de jaren negentig toonaangevend was met bands zoal Godspeed You Black Emperor! en Do make say think. Dit Constellation label probeert zowat zijn tweede adem te vinden, en Clues is één van de bands die het nieuwe geluid van de Montrealse rockscene moet neerzetten, We hoorden een donkere, intense en metalige sound, hier en daar wat Pink Floyd invloeden, maar Clues kon ons toch niet echt overtuigen: ze hebben dan wel een heel eigen geluid, maar de pakkende songs ontbreken. Qua contrast met de vrolijke, springerige songs van Local Natives die zou volgen, kon dit optreden echter tellen. Vreemd dus om deze twee bands met elkaar te zien optrekken, omdat ze toch niet veel raakpunten hebben. Misschien dat Constellation eens een label-night moet organiseren, zodat we Clues in de juiste omgeving aan het werk kunnen zien, want nu waren ze toch een beetje miscast.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Novastar

Novastar – Joost Zweegers - 'Le Tour Bangor' Solo en Intiem

Geschreven door

De muziek van Joost Zweegers en Novastar intrigeert, slaat aan en doet menig vrouwenhartje sneller slaan. Sinds het ontstaan in ‘96 neemt de singer/songwriter steeds de tijd om aan een plaat te werken. Het debuut verscheen pas in ’99, ‘Another loney soul’ in 2004 en ‘Almost bangor’ in 2008. De weemoedige pop en de hartenpijn staan centraal, gedragen door z’n lichthese melancholische, maar kristalheldere stem. Het is puur oprechte, emotievolle sing/songwriterpop, die sfeervol, dromerig, lieflijk en innemend klinkt. Telkens valt er iets moois te ontdekken in de toegankelijke melodieuze songstructuren, die vertrouwd en spannend aanvoelen.
Live zagen we al dat hij graag met z’n band exploreert en de songs een breder concept geeft, waardoor ze krachtiger en gedreven kunnen klinken. Hij plaatst een rockend Novastar moeiteloos naast de hartverwarmende artiest. Hij ontpopte zich als een voortreffelijk songwriter en ontplooide zich als een groots performer wat succesvolle clubtours opleverde dito zomerfestivals. Na de ‘sold outs’ in de Lotto Arena en Folkdranouter bereidde hij zich voor op de solo-theaterperformances, die het ganse voorjaar in beslag nemen.
Ook de ‘Solo en Intiem ‘Le Tour Bangor’ kunnen bijna telkens rekenen op een ticketje ‘Uitverkocht’. Hij laat geen kans onbenut om z’n eigen nummers opnieuw uit te vinden en ze live als nieuw aan te voelen en te interpreteren. De inzet van de solotournee is de intimiteit van de man, zijn gitaar, zijn vleugelpiano, zijn mondharmonica … en zijn liedjes. De uitgebreide arrangementen worden dus terzijde gelaten en we zagen dé man, vijf akoestische gitaren en een vleugelpiano, in de voetsporen van grootmeester Neil Young, die het hem al overtuigend eens voordeed …

De songs werden van enige franjes ontdaan en kregen een ingetogen outfit door de sobere, spaarzame begeleiding. De intense spannende opbouw gaf een forsere en fellere stoot. Hij deelde de set op in 2x 45 minuten van 8 songs. We hoorden een afwisselende set van z’n repertoire, maar hij stelde natuurlijk wel het materiaal van de laatst verschenen cd voorop. Wat onwennig, zoekend en nerveus opende hij met de nieuwe sfeervolle poprockers op gitaar, “Bangor” en “Tunnelvision”; door een soort traporgel, naast de effectpedalen kregen ze dat extraatje sfeer-schepping. Altijd fijn om te zien zijn de talrijke houdingen van z’n gitaar en de worstelingen die hij met z’n microstatief maakt.
’Hartbrekers’ volgden … de onbereikbare liefde van “Millersan” en de spannende, breekbare pop van “Never back down” en “Where did we go wrong”. Een ingehouden en spaarzaam gehouden “When the lights go down …”, kreeg zeggingskracht door de spotlight, Neil Young’s “Sugar mountain” klonk adembenemend mooi en dromerig en ” The medicine jar” kreeg een grillige, grauwe trek mee. Hij eindige met een opwindende versie van “Mars needs woman”, waarbij hij zich op z’n gitaar, mondharmonica en effectpedalen uitleefde … een multi-instrumentalist die de elegante schoonheid van z’n songs vasthield …
Na een korte pauze hoorden we een ontstellend verhaal van het zielverzachtend genot en kracht van whisky en stilnocts … “Making waves” en “All day long” werden elektrisch gespeeld; hij stapte dan opnieuw over naar de oorstrelende ingetogen pianopop van “Sundance” en “Just because”; een gevoelige “Waiting so long” (een ‘Music For Live’ song) en “10/11 miles” volgden. “The golden slumbers” was een niet evidente Beatles cover uit hun befaamde ‘Abbey road’ (’69). “The best is yet to come” op piano besloot overtuigend de set. De song kreeg nog wat finesse en rauwheid door de daaraan gekoppelde outtro.
Het warme onthaal leverde nog twee sprankelende nummers op, een ingetogen “Lost & blown away” (voor de dames) en “Caramia”, op verzoek, klonk aangrijpend en werd lang uitgesponnen; het onderstreepte het vocale talent van een sterke songwriter, een enorm goede muzikant en een puike, sympathieke performer.

Joost Zweegers – Novastar ’Le Tour Bangor’ – Solo en Intiem serveerde heerlijke akoestische pareltjes, gaf songs een broeierige spanning mee en viel het meest op met het gekende en oude materiaal!

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge ism Greenhousetalent

She Keeps Bees

She Keeps Bees - Jimi Hendrix in vrouwenlichaam

Geschreven door

Het jonge Brooklynse duo She Keeps Bees kwam live moeilijk op gang die avond in de Rotonde van de Botanique. Voor een deel kwam dit door het feit dat ze uitsluitend zeer korte nummers (nooit meer dan 3 minuten) in huis bleken te hebben. Songs die na anderhalve minuut tot volle uitbarsting kwamen, werden vaak kort nadien al abrupt afgebroken. Een andere reden was dat frontzangeres Jessica Larrabee tussen de nummers door dikwijls haar toevlucht zocht tot clichématige gespreksonderwerpen als “pommes frites”, “tunnels” en “mooie gebouwen”. Nu zijn er wel meer Amerikanen die uitblinken in oppervlakkige babbelzucht. Maar bij She Keeps Bees kregen we toch de indruk dat er behoorlijk wat tijd moest gerekt worden tussen de korte nummers door. Tot overmaat van ramp moest de arme Jessica nog eens 5 minuten met haar vingers staan draaien toen drummer Andy LaPlant een kapotte gitaarsnaar moest repareren.

Enkel vergezeld van gitaar en drums leek het duo dus aanvankelijk een beetje geïntimideerd door de matige respons van het nuchtere Botanique publiek dat eerst wel eens wil horen wat een groep muzikaal in zijn mars heeft vooraleer applaussalvo’s los te laten. Kan je voor oppervlakkig Amerikaans entertainment niet even goed in de zetel blijven liggen en kijken naar pakweg ‘Sex and The City’?
Maar naarmate de set vorderde bleek dat de vuile, rauwe bluesrock van She Keeps Bees best genietbaar was, waarbij Jessica zowel qua stem als présence niet eens moest onderdoen voor de jonge Patti Smith, gelukkig zonder de feministische hippie bullshit van laatstgenoemde. Chan Marschall, alias Cat Power, was een andere referentie die ons tijdens intense nummers als “Gimmie” en “Release” door het hoofd flitste, maar dan met minder jeugdtrauma’s.
Naarmate de reactie van publiek enthousiaster werd groeide het zelfvertrouwen van She Keeps Bees zichtbaar en tijdens “Ribbons” durfde Jessica Larrabee het zelfs aan om enkel met handengeklap de zaal in vervoering te brengen. Ook van haar onthulling dat ze er al enkele dagen ongewassen bijliep nam het publiek in deze tijden van hygiënische profileringdrang goedkeurend akte.
Tijdens het beste nummer “Cold Eye”, dat helemaal achteraan zat in de set, kregen we zelfs heel even de indruk dat Jimi Hendrix in een vrouwelijk lichaam getransformeerd was. Maar waar Jimi er niet voor zou terugschrikken om naar het einde toe nog een luide portie feedback en distortion uit zijn snaren te toveren, werd ook dit nummer helaas veel te vroeg abrupt afgebroken.

Met wat minder entertainment en wat meer uitgesponnen songs kan She Keeps Bees misschien ooit in de voetsporen treden van The White Stripes.

Organisatie: Botanique, Brussel

Defeater

Lost Ground EP

Geschreven door

Defeater is een Amerikaanse hardcore groep uit Boston. Het vijftal debuteerde vorig jaar met het magistrale debuut ‘Travels’. Wat opvalt, is dat Defeater niet zo maar een zoveelste hardcoregroepje blijkt.  De band profileert zich als een zeer sociaal en milieubewuste groep. Zo zijn zowel hun debuutalbum als deze ep vervaardigd uit 100 % recycleerbaar materiaal. Drummer Andy Reitz blijkt verder mede eigenaar te zijn van Green Vans,  een bedrijfje dat busjes verhuurt die rijden op plantaardige  olie en bio-diesel.
Ook op tekstueel gebied blijkt Defeater zeer bijzonder: zowel hun debuutalbum als deze ep blijken een conceptalbum. Zo volgt ‘Lost Ground’ het leven van een zwarte man die tijdens WO II dienst neemt in het Amerikaanse leger. Nadat hij heel wat van zijn strijdmakkers ziet sterven, keert hij na de oorlog terug naar Amerika waar hij vooral geconfronteerd wordt met racisme en rassensegregatie.
De teksten van Defeater zijn een juweeltje maar dit geldt evenzeer voor de muziek. De emotionele hardcore van de band ligt in het verlengde van groepen als Verse, Fugazi en Modern Life is War. Terwijl de groep op hun debuutalbum er een verschrikkelijk tempo op nahield, neemt ze met ‘Lost Ground’ een beetje gas terug en kun je spreken van  midtempo hardcore gecombineerd met rustige, meer tragische stukken.
De absolute uitschieter is openingsnummer “The Red”, “White and blues”, deze song alleen al rechtvaardigt de aanschaf van deze EP
Defeater was vorig jaar al te zien op het Dourfestival en keert dit jaar  terug naar België. Op zaterdag 24 april speelt de bank op het Groezrock-festival.

The Twilight Sad

Forget the night ahead

Geschreven door

Al bij de eerste tonen van “Reflection of the television” uit de cd ‘Forget the night ahead’ zijn we onder de indruk van het uit Glasglow afkomstige The Twilight Sad. De groep draait rond Andy MacFarlane, muzikaal architect van de band en zanger James Graham, die met z’n Schots accent de songs een extra dimensie geeft.
De songs passen binnen de ‘80’s waverock/shoegaze/pop, waarbij Joy Division, Echo & The Bunnymen, The Smiths, en verder The Chameleons moeiteloos staan naast My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. Gooi er nog de melodieuze finesse van Snow Patrol, de glamwave van Glasvegas, oudere broers IlIketraIns en Editors, de melancholie van Arab Strap en de postrock van Mogwai tegenaan, en we hebben de ideale cocktail klaar voor The Twilight Sad. Wat een kennismaking! Opzoekingwerk leverde op dat ze al aan hun tweede cd toe zijn en debuteerden in 2007 met ‘Autumns & fifteen winters’.
We horen broeierige, intens meeslepende, dromerige songs, die een donker kantje hebben met ontregelde gitaarstormen, net gepast en nooit te fel en te hard. Het is genieten van het boeiende materiaal als “I became a prostitute”, “Seven years of letters”, “Made to disappear” en “The birthday present”. De pianoloops die in sommige songs voorkomen, waaronder “At the burnside” en “The room”, geven kleur aan het heerlijke materiaal.
Tja, daar smeult iets in Schotland.

Hockey

Mind Chaos

Geschreven door

Uit Portland, Oregon komt het energieke, groovy kwartet Hockey. Los van de sport hebben ze een even beweegbare danssound. Ze halen invloeden van de punkfunk, ‘70’s retro en ‘80’s popwave. Ze hebben de rock-, wave- en psychedelicalooks (kijk maar naar eens naar zanger Ben Grubbin) en onderscheiden zich met een aantal opwindende, frisse, aanstekelijke popsongs als “Too fake”, “Learn to lose”, “Song away” en “Put the game down”. Ze steken er nog meer swing in op “Wanna be black”, “Four holy photos” en “Peacher”. Enkel “3 A.M. Spanish” valt uit boot en klinkt weinig doeltreffend, maar voor de rest houdt de band er duidelijk de pit en dynamiek in en straalt het materiaal een ‘positive vibe’ uit. De groep put uit de punkfunk van LCD Soundsystem, The Rapture en The Klaxons, linkt het aan het huppelende Hot Hot Heat en het oude Franz Ferdinand en kruidt het tot slot met de ‘70’s retro van The Strokes. Het zorgt ervoor dat ze naast geestesgenoten Friendly Fires en Passion Pit komen.
Hockey: we hebben er alvast een leuk bandje bij die alles in zich heeft om een groots succes te worden …

The Black Box Revelation

Silver threats

Geschreven door

The Black Box Revelation, het duo Jan Paternoster (zang/gitaar) en Dries Van Dijck (drums) 20 en 18 jaar jong nota bene!, zijn héél goed op elkaar ingespeeld. Ze verbaasden een paar jaar terug met hun debuut ‘Set your head on fire’, dat rauwe, vette en retestrakke garage rock’n’roll blues bevat met een gevoelig randje, want ze toverden ook een paar breekbare parels. Venijnig, scherp, broeierig, fris materiaal, dat intrigeerde en beklijfde…
‘Silver threats’ ligt in het verlengde van de vorige cd. Ze hebben met Mario Goossens, drummer van Triggerfinger een goed producer, die op dezelfde golflengte staat …tja, hoe kan het ook anders …, trokken met hem de studio in van Ray Davis, perfectioneerden hun geluid en brachten een reeks van 11 fraaie overtuigende strakke, toegankelijke, melodieuze lappen gitaarrock, waaronder een catchy melodie, smerige rock’n’roll, rauwe rhythm & blues, Barkmarket dreiging en psychedelica schuilt.
Hun ‘less is more’ aanpak is hot en is op de leest van een strakke, robuuste White Stripes. Het is genieten van hun stomende rock’n’roll pur sang als “Where has all this mess begun”, “Run wild”, “5 o’clock turn back the time” en “Love licks”. Ook de single “Do I know you” heeft iets aparts met die gitaarlicks. Ze zijn van het juiste (rock) hout gesneden, dit wild enthousiast energieke duo. Het afsluitende “Here comes the kick” (met hulp van Beverly Jo Scott) is een lange bezwerende gitaartrip en ze schroeven even de versterkerknoppen terug met een sfeervol gehouden “Our town has changd for years now” door het gitaargetokkel en de tromroffels. Enkel de single “High on a wire” verraadt een “Personal Jesus” lick van DM, maar OK, daar maalt niemand om want we hebben een heerlijke cd van Belgisch beste live act …

Xavier Rudd

Zomers enthousiasme in deze koude winterdagen

Geschreven door

Xavier Rudd heeft blijkbaar de wat donkere en mysterieuze inslag van zijn vorige plaat ‘Dark shades of blue’ (schitterende plaat trouwens) achter zich gelaten. Zijn volgende ‘Koonyum Sun’ (binnenkort in release) zal zo te horen een stuk vrolijker klinken, want in de AB was het vooral de happy factor die de hoogte in ging. Kon misschien ook geen kwaad in deze gure winterperiode, en dan nog op een dag waarop een twintigtal mensen het leven lieten bij de treinramp in Halle. Xavier Rudd droeg trouwens een song op aan de overledenen en hun nabestaanden, waarvoor alle aanwezigen hem dankbaar waren.

Maar verder wou Rudd vanavond duidelijk de opgewekte toer op en hij had daarvoor met zijn Zuidafrikaanse ritmesectie (de twee ervaren supermuzikanten Tio Molontoa op bass en Andile Nqubezelo op drums en percussie) de ideale band meegebracht. Zij hielden voortdurend de drive erin via opzwepende ritmes en gezwind tromgeroffel. Xavier Rudd liep over van de goesting en toonde een ‘joie de vivr’e die we ook van Manu Chao kennen, hij zette geregeld een indianendansje in waarbij hij de fans op het podium riep om gezellig met hem mee te swingen op de ophitsende jungleritmes.
Wij onthouden toch vooral zijn instrumentale klassestaaltjes op de slide gitaar, niet zelden in combinatie met de aboriginal geluiden die hij uit zijn didgeridoo toverde. Elders haalde hij dan weer een mondharmonica naar boven die hij op de snelle funky ritmes van zijn elektrische gitaar liet meedrijven. Een gedreven multi-instrumentalist dus, en ook wel een goeie zanger, laten we dat niet vergeten.

Zoals gezegd, vanavond lag de klemtoon geheel op fun en optimisme, wat zeer in de smaak viel bij het dolenthousiaste publiek. De nummers werden soms wel wat te lang uitgesponnen, maar niemand die daarover mekkerde, want de spelvreugde maakte alles goed.
De enige vorm van kritiek die wij dan ook willen uiten is dat we ergens toch wel een intiem moment misten, want van zijn platen weten we dat Xavier Rudd hele mooie breekbare liedjes kan schrijven die in de AB schitterden door hun afwezigheid. Maar verder hoort u ons niet morren, de wereld is al triestig genoeg in deze barre winterdagen.

Een zomerse festivalweide lijkt me bijgevolg de aangewezen plaats om dit staaltje nog eens over te doen. Hallo, Schuer.

Organisatie: Live Nation + AB, Brussel

Boutik Rock 2010 - 10 febr tem 13 febr 2010

Geschreven door

Boutik Rock - woensdag 10 tot en met zaterdag 13 februari

Neem gerust een kijkje naar de pics

*Een coprod. van Programme rock en Botanique in samenwerking met Court-Circuit en Wallonie Bruxelles Musiques
Boutik Rock geeft de gelegenheid aan Franstalige, opkomende groepen zich voor te stellen aan mensen uit de muziekbusiness (agents, organisatoren, labels,...) en aan het publiek. Boutik Rock viert dit jaar zijn 10de verjaardag en behoudt nog steeds de muzikale honger naar nieuw talent.
Vergelijkbaar met de Vlaamse Provinciale Popconcours trekken deze concerten elk jaar 2000 bezoekers en staan er ruim 30 verschillende bands geprogrammeerd.
Ideaal moment om te ontdekken wat er leeft en broeit in het zuiden van't land dus!

Woensdag 10 februari
Ok Cowboy (B), Resistance (B), The E.T.B.B (B) – OR
Applause (B), Le Prince Harry (B), K-Branding (B) – RO

Donderdag 11 februari
Too much and the White Nots (B), Joy as a Toy (B), Wild Boar and Bull Brass Band (B) – OR
Clare Louise (B), David Bartholomé (Sharko) (B), Papa Dada (B) – RO
+ after party @ CBS met Sonar (B), Elle De lux (B)

Vrijdag 12 februari
Dan San (B), Frank Shinobi (B), Vismets (B) – OR
Emmanuel (B), Faustine Hollander (B), Blue Velvet (B), Set the Tone (B) – RO
+ after party @ CBS met Stel'r (B), Costanza DJ (B)

Zaterdag 13 februari
13 Hor (B), Natsuko (B), Surfing Leons (B) – OR
Convok (B), Victoria Tibblin & Sal Jean (F), La Biur (B), la DK Dance (B) – RO
+ after party @ CBS met Superlux DJ SET (B)

Org: Boutik Rock ism Botanique, Brussel

Front 242

Een hard, fel en meedogenloos Front 242

Geschreven door

Front 242: electronic body music pioniers, opgericht in ’81, uit Brussel, waren één van Belgisch (Brussel) invloedrijke en baanbrekende bands in de dance. Zij haalden de mosterd bij de electro van Kraftwerk, de synthwave van Suicide, de avantgarde van Einstürzende Neubauten en de punkfunk van Cabaret Voltaire en waren samen met Nitzer Ebb, DAF, The KLF, Front Line Assembly, SPK en Lords Of Acid de vaandeldragers van de ‘90’s en huidige dance/electro/techno/industrial scene.
Front 242 had naam en faam door z’n energieke en opzwepende live acts. De heren waren toen gekleed in uniforme commando-gevechtskleding. Platen als ‘Geography’ (’82), ‘No Comment’ (’85) en ‘Official version’ (’87) zijn in het geheugen gegrift door de dwingende, monotone en pompende beats van synthesizers, (elektronische) percussie en de felle zegzang. Ze evolueerden naar een breder, kleurrijker en meer geraffineerd klankenspectrum. ‘Tyranny for you’ (’91) en ‘I Up Evil/Off’ (’93) waren doorspekt met pop en trancegerichte beats.
De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing), Tim Kroken (live drums) en Daniel B aan de mengtafel, gaven de jaren ’80 ‘smile new beat’ een bepalende push. En de wave/electrorevival zorgde ervoor dat naast dertigers en veertigers, jongeren de muziek leerden kennen. De motivatie van het touren scherpte terug aan met hun 25 jarig bestaan in 2006, toen ze letterlijk op handen werden gedragen op hun twee uitverkochte jubileumconcerten in de AB.

Front 242 kan rekenen op een trouwe fanshare; de weken op voorhand uitverkochte Vooruit was er het harde bewijs van; ze hadden nog steeds een puike livereputatie en toonden aan dat ze een act zijn om rekening mee te houden, ondanks het feit dat ze zich wat ‘krampachtig’ vasthouden aan dezelfde playlist. We zagen een Front, die nog maar bitter weinig zo hard, fel en meedogenloos z’n publiek inblikte. Wat een (neverending) jeugdig enthousiasme, ondanks hun gezegende leeftijd! ‘Play it loud & hard’, dachten ze, want “98” en “Moldavia” klonken aanstekelijk, militant, pompend en gedreven en zorgden voor pogoënde taferelen vooraan. Het kon even geen kwaad zich een frisse tiener of jeugdige gast te voelen. “Together” en “Circling overhand” waren gematigder door de bezwerende, trancy ritmes en de krachtige, duistere beats. Op die manier stak het kwartet voldoende afwisseling en variatie in de set. Een stuwende “Religion” en een luidkeels meegezongen “Welcome to Paradise” volgden. Wat een broeierige, verbeten ritmes en hels tempo! De commandostijl wakkerden ze aan met “Funkhadafi” en de ‘warnings’ en ‘emergencies’ van “Commando” zelf. De spannende dreiging droop er van af!
Ze kwamen even op adem met slepend en lomer materiaal, maar draaiden letterlijk de beheersingknop om in een schitterende ‘closing final’. Moest er nog zand zijn na de mokerslagen van “No shuffle”, “Take one”, “In rhythmus bleiben” en de vette bezwerende “Quiet unusual” en “Tragedy for you”.
Ze speelden een perfecte, uitgebalanceerde set, injecteerden de arm- en dansspieren en deden het pogoën heropleven. De uitgelaten menigte schreeuwde om meer en werd op hun wenken bediend met enkele voortreffelijke salvo’s van “Headhunter” en het oude, steengoede “Kampfbereit”, die “Radio activity” van Kraftwerk in een repetitieve pianoloop integreerde. Ze besloten en verve de set met “Unidentified man”, live al lang opgeborgen, maar één van de smaakmakers op fuiven. Het maakte hun feestje compleet en de Vooruit daverde op z’n grondvesten. De oude electrowave liefhebbers genoten van de dolgedraaide vijftigers op het podium …

Ook A Split Second, een trio rond Mark Ickx, kreeg ruim de tijd om het oude materiaal van onder het stof te halen. Dat ze opnieuw te zien zijn is te zoeken in het verschijnen van de ‘Complete Discography’. Midden de jaren ‘80 slaagden ze erin de discotheken te veroveren met “Flesh” een song die snelle, onrustige en neurotische electrobeats vuurde en een monotoon lomer, trager en slepend ritme kreeg door het toerental van 45rpm naar 33rpm te veranderen, de kiem van de new beat rage. Samen met “Rigur mortis” zat het nummer middenin de set verstopt. We hoorden dreunende, zwaardere en opzwepende ritmes en beats, waarvan we Suicide, Die Krupps en Front in één adem konden opnoemen, en ze schuwden hierin de pure industrial niet.
A Split Second was een leuk weerzien en vormde de aanzet van een resem gigs buiten de discotheken van weleer …

Organisatie: Amusez-Vous

We’re Open: aandacht naar talentvolle, opkomende artiesten vs gevestigde waarden van eigen bodem

Geschreven door

Voor het 2de jaar op rij verzamelde Muziekcentrum Trix het kruin van de beste inlandse artiesten in een mix van talentvolle, opkomende artiesten met enkele gevestigde waarden, 2 dagen was Trix het middelpunt voor iedere vaderlandsliefhebbende concertganger; dat 2 dagen het bordje SOLD OUT mocht bovengehaald worden was dan ook geen verrassing.

Wij gingen op vrijdag een kijkje nemen en stelden vast dat reeds vrij vroeg op de avond al veel volk op de been was, bij aankomst was het Kortrijkzaanse Balthazar aan z'n laatste minuten bezig, de grote zaal zat reeds volledig vol en we konden nog net een nieuw nummer uit het binnenkort te verschijnen debuutalbum 'Applause' meepikken; deze band checken we binnenkort zeker nog eens in de clubs.

We repten ons naar de club waar het Brusselse Tommigun net van wal stak. Dit nieuwe project van Thomas Devos ( Rumplestitchkin) en Joeri Cnapelinckx ( Kawada) speelde onlangs nog op Eurosonic en brengen binnenkort hun eerste plaat uit, met ook nog oude rot Pim De Wolf ( Thou, Waldorf) en Kaat Arnaert ( zus van...) in de gelederen waren we benieuwd naar hun performance. Hun set werd ingezet met een duet tussen zanger/gitarist Thomas en de stem van Kaat, een ingetogen samenspel dat direct een indicatie gaf wat we komende 40 minuten konden verwachten.
We kregen veelal donkere, breekbare melodieën waarin de stemmen van Devos en Arnaert een hoofdrol vertolkten en ook de piano/keys een belangrijke rol kregen. Melancholische, sfeervolle indierock met af en toe rauwere uitspattingen lijkt ons een goede weergave van wat Tommigun ten berde bracht. In april touren ze reeds als support van Daniel Johnston doorheen Europa en dat zal hen als band veel rijper maken.

Vreemde eend in de bijt was het Nederlandse Bettie Serveert dat als enige niet Belgische act op de line up stond. Reeds 20 jaar ‘on the road’ en ‘alive and kicking’ kennen de meesten hen van hun beginjaren waarin ze met debuut ‘Palomine' een klassieker afleverden. Hier in Antwerpen kwamen ze hun 7 de studioalbum 'Pharmacy of love' promoten en dat met nieuwe drummer Victor Van Woudenberg in de rangen voor wie het trouwens z'n allereerste concert was. Frontvrouw Carol Van Dijk hield de vaart er goed in en de rockband speelde een solide set met weinig verrassingen waarin het zwaartepunt lag op de nieuwe langspeler.Wanneer toch enkele oudere werkjes de revue passeerden, merkten we toch meer variatie en pit en reageerde het publiek ook meteen een stuk enthousiaster. De melodieuze zang van Carol en haar gitaarpartijen vormen samen met de drive van gitarist Peter Visser toch het uithangbord van de band, de indiepoprockers gaven met verve hun visitekaartje af en de zaal kon het wel smaken.

Toen we even later naar de Club wilden om The Go Find uit te checken bleek dat de maximum capaciteit van de kleinere zaal bereikt was en we dus niet meer werden toegelaten, dit was het enige minpunt en misschien een aandachtspunt voor de toekomst om evt een extra zaal te gebruiken en zo meer spreiding te hebben. Rond de klok van 23.30u verscheen Mintzkov op het podium.
De zaal was volledig volgelopen en het vijftal opende furieus met "One equals a lot" één van hun succesvolle singles uit hun vorige '360°' plaat.
Meteen zat de vlam in de pan en de band maakte daar gebruik van om 2 nieuwe tracks de zaal in de gooien, "Roadbuilding'"en "Circle future" bleken de titels van de werkstukken en deze volgens het gekende Mintzkov recept: vette riffs in combi met de synths, de volle drumpartijen en de slepende zang van Bosschaerts met daarenboven de niet te vergeten meerwaarde van bassiste Lies Lorcquet die met haar vocals dat tikkeltje extra brengt. "Return en smile", "Ruby red" en nieuwe single "Opening fire" klonken enorm strak en de band raasde als een niet te stoppen TGV doorheen hun setlist, een klein uurtje later moest die halt houden maar werden ze teruggeroepen om met bis "Violetta" nog één keer plankgas te geven. Mintzkov klonk vet en deze live prestatie zal niet onopgemerkt voorbijgaan, reikhalzend kijken we dan ook uit naar maart wanneer hun 'Rising sun, setting sun' cd in de rekken ligt.Topconcert!

Toen het podium werd omgebouwd voor Das Pop, vielen onmiddellijk de plooibare ballonnen op in de letters van de band die bevestigd waren aan de versterkers, een eenvoudige ingreep waarin de setting enorm cool oogde en bovendien de drums ook volledig vooraan gezet werden op één lijn met de andere instrumenten. De band met de verse Nieuw-Zeelandse drummer Matt Eccles en Bent Van Looij met een poging tot poncho rond het lijf gebonden openden met “Underground”. Direct werd een brok ‘feel good’ energie de zaal ingepompt en bleek 'het nieuwe das pop' in grote vorm te steken met deze live bezetting. Dat we 6 jaar moeten wachten hebben op een opvolger voor 'The human thing' is waar, maar het resultaat mede door de inbreng van de Dewaeles, mocht dan ook gezien worden.Uit de nieuwe schijf werden een pak songs gehaald: "Saturdag night", "Girl be a man" en "Never get enough" klonken fris, poppy en laten een nieuwe wind waaien door de das pop sound die vroeger toch iets rauwer en minder afgelikt klonk.
Nu Bent vanachter de drumkit werd gebannen was het uitkijken naar de nieuwe slagmuzikant, die mepte vol overgave op de vellen en bewees z'n plaats niet te hebben gestolen in dit geoliede geheel; Van Looij entertainde en speelde meermaals met het publiek, nu en dan pingelde hij even op z'n piano om even later weer als een bronstig veulen over het podium te huppelen. In het laatste kwartkregen we schitterende vertolkingen van"Try again", "Fool for love" en een super "You", er werd afgeklokt na 75 minuten maar het dansende publiek was nog niet verzadigd, in de bisronde zorgden "Let me in" en de Frank Sinatra cover "It's a good year" dat iedereen met een goed gevoel andere oorden kon opzoeken.
Das Pop is terug van nooit weggeweest!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 443 van 498