logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Nouvelle Vague

Nouvelle Vague gaven de perfecte sensuele (tong) kus

Geschreven door

Het Franse Nouvelle Vague zijn producers uit Parijs, Marc Collin en Olivier Libaux, die net zoals ik de jaren ’80 hebben meegemaakt en een zekere voorliefde behouden. Maar ik beluister eerder graag die platen terug en ga retrobands bekijken, terwijl zij als muzikanten al drie cd’s uitpakken met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die een prominente rol innemen. Er is oudgediende Melanie Pain (in glitterjurk), met haar broeierige, fluisterende sexy stem in navolging van de Cocorosie dames, die groots is in het lichtvoetig materiaal en er is de performster Nadeah Mirande (in avondjurk), een blonde diva, die als een bezetene kon tekeer gaan en grauw en grimmig kon uithalen … een podiumbeest … de lange blonde haren wild om zich heen slaand, wat de mannen hun fantasie op hol deed slaan … De dames voelden elkaar heel erg goed in hun wisselende en gevarieerde zang.
Op de recente Nouvelle Vague cd horen we minder de bossonova en reggae inslag. Een diepe contrabas, sfeervolle psychedelica toetsen, een tokkelende gitaar en bezwerende, zalvende drums vormden de toonaard en boden de ideale cocktailparty, die op de dansspieren inwerkte, opwindend en hitsig kon zijn en soms veel aan de verbeelding overliet …Letterlijk voelden we hun adem en knuffel, de ‘perfecte sensuele (tong) kus’ van hun recentste plaat.

In loungestijl opende het gezelschap met “So lonely” van The Police, die buiten de tekst, muzikaal moeilijk herkenbaar was. De danspasjes van de bevallige dames zagen we op “Master & servant” en “Ever fallen in love”. Verleidelijk klonken “Road to nowhere”, “Human fly” en “The guns of Brixton”. We voelden de zweetparels van de uitzinnige perform van Nadeah, die zich in de zaal smeet op de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to fuck”; het refrein werd eerst zachtjes, dan harder meegezongen. Een moment van rust ervaarden we door een beheerst gehouden “God save the queen”, gedragen door Melanie’s fluisterstem in een meezingdialoog, wat gevolgd werd door een schitterend origineel gecoverde versie van Madness’ “Grey day”, die qua act naar een soort duiveluitdrijving neigde. Om totaal loos te gaan, was nog een paaldanseres tekort op het podium.
Er viel naast de muzikale originaliteit veel te beleven op het podium. Een boeiende gig, die het dromerig met het meer uptempo werk afwisselde en verrassende wendingen bood: van “I just can’t get enough”, “Blister in the sun”, naar obscure versies van “All my colours” en “Parade” (van Magazine), tot een freefolkversion van “Friday night, saturday mornings” (van The Specials) en een waverockende “Dance with me”. “Love will us tear us apart” van Joy Division was de terechte afsluiter na anderhalf uur. De song klonk gaandeweg krachtiger en de dames lieten het publiek de ruimte om het refrein mee te zingen en de herkenbare sound mee te neuriën.

Ook de bis was om van te snoepen … een huiveringwekkende “Bela Lugosi’s dead” van Bauhaus, die de dreigende spanning en wave behield van het origineel , een groovy “Not knowing” en een ingehouden “Manner of speaking” (Tuxedomoon), op cello en akoestische gitaar.
Om maar even te zeggen hoe sterk en overtuigend Nouvelle Vague de gecoverde nummers verrassende, avontuurlijke en aangename wendingen gaf, van meezinghits tot van onder het stof gehaalde ‘80’s classics.

Ook de support mocht er best zijn …The Error Team, een trio op synths (Hammond), piano en drums, bracht de Nouvelle Vague’s bossonova , de latin/exotica van Gotan Project, de Cinematic Orchestra’s filmmusic en een ‘50’s jazzy boombal samen. Een instrumentaal uiterst beheerste lounge en easy listening …

Organisatie: Democrazy, Gent

The XX

XX

Geschreven door

The XX is een jong Londens kwartet, 2 meisjes, 2 jongens, die zich in de spotlights plaatsten met hun ‘XX’ debuut. Ze maken deel uit van de huidige lichting The Maccabees, Chairlift, Big Pink en verder hebben ze een connectie met de groove van o.a. Hot Chip. Ze houden het op broeierig intense, intieme ‘darkwave’ songs. Fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. Een ‘pop noir’, die door ‘the less is more’ aanpak van minimalisme intrigerende, subtiele songs met een ingehouden spanning oplevert. Een boeiende sound dus. Het ‘spooky’ gitaarspel en getokkel, de prikkelende, gestripte synths en beats en de prachtduetten van Romy Madley Croft en Oliver Sim bepalen dit hemels debuut. De groep linkt aan het vroegere Young Marble Giants (een paar jaar geleden brachten ze nog de verzamel 3 cd ‘Colossal Youth’ uit - een terechte aanrader, trouwens!), halen elementen funk en r&b aan en zoeken het in de subtiliteit en finesse van Cocteau Twins sferen, een psychedelisch Stereolab en een donkere Chris Isaak.
Na de inleidende intro zijn er meteen prachtsongs “VCR”, “Crystalised”, “Islands” en “Heart skipped a beat” … intiem sfeervolle, emotievolle songs; na de tweede instrumental “Fantasy” hebben we in het tweede deel van de cd overtuigende, sterke songs als “Shelter” en “Basic space”.
Betoverend melancholisch plaatje van deze vier twintigers …

Monsters Of Folk

Monsters Of Folk

Geschreven door

Een sterke cohesie en kracht vormt de samenwerking tussen de songschrijvers M. Ward (She & Him), Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes, …). Het trio had in 2004 soms een paar gezamelijke optredens en vanuit die contacten begon het drietal deze optredens als de Monsters Of Folk. Naast hun eigen projecten en bands, doken ze vanaf dan regelmatig de studio in met Mike Mogis van het label Saddle Creek, die als producer en vierde bandlid fungeerde. Deze plaat kwam uiteindelijk tot stand, met een overbrugging van een goede twee jaar. Rustig werkten de heren, individueel – gezamenlijk, aan het materiaal. Hun americana/rootsrock doet denken aan de Traveling Wilburys (ook al zo’n vervlogen project) en Crosby, Stills, Nash & Young. Ook aan de hoes maak je onmiddellijk die link.
De songs krijgen een vervaarlijk monsterlijk hoge score; we horen pittig , gedreven songs , “Man named truth” en “Losin to head”, broeierig dromerig materiaal met een lichte groove als “Dear God”, “Say please” (de single), “Whole lotta losin’” en “Ahead of the curve”, en er zijn innemende ballads, die door de gitaarslides en steelpedal een hoge emofactor hebben, “The right place”, “Goodway”, “Temazcal”, “Magic marker” en “His master’s voice”.
Het weze duidelijk dat deze drie gerenormeerde artiesten deze stijl perfect beheersen, de songs vocaal, ofwel apart ofwel tesamen, zeggingskracht geven en aandachtig zijn voor allerlei subtiele geluidjes.
Grootse artiesten, die een uniek en gevarieerd plaatje uithebben … te koesteren dit ‘Monsters Of Folk’ project.

Mika

The boy who knew too much

Geschreven door

De jonge 26jarige popartiest Michael Penniman (aka Mika), who knew too much, bezit alvast de kunst om aanstekelijke traditionele pophits te schrijven; ze zijn speels, onschuldig, vrolijk en optimistisch. De Britse artiest met Libanese roots scoorde een handvol commerciële nummers van z’n debuut ‘Life in cartoon motion’, waaronder “Love today”, “Grace Kelly”, “Real, take it easy” en “Lollipop”. Hij balanceert ergens tussen George Michael, Scissor Sisters, Queen, Elton John, Bee Gees en Abba.
’The boy who knew too much’ is geen herhalingstoets , maar een logisch vervolg, waarbij bruisende en sfeervolle pop probleemloos naast elkaar kunnen staan. En hij geeft ze zelfs een handige draai tussen dromen en dansen! “We are golden”, “Rain”, en “Blame it on the girls” zijn alvast drie schitterende openers van de nieuwe cd; “Touches me” rockt en “Toy boy” kon regelrecht uit een musical komen, en met songs als “I see you”, “One foot boy”, “By the time” en “Pick up off the floor” weet hij de gevoelige zieltjes te raken.
Kijk, dit is een echte ‘feel good’ en ‘pur sang’ popplaat, of hoe je erin slaagt met een eenvoudige aanpak grootse nummers te schrijven en grootse dingen te doen …

James Morrison

James Morrison: ‘Big it up for James’!

Geschreven door

Iedereen kent James Morrison waarschijnlijk wel van zijn doorbraakhits “You give me Something” en “Wonderful World”. Zelf zijn we hem nadien eerlijk gezegd wat uit het oog verloren maar dat zal wel aan ons liggen want een uitverkochte Ancienne Belgique illustreerde dat deze Engelsman ook in ons land een ruime aanhang kent.

In het voorprogramma etaleerde Selah Sue haar kunstjes. Op haar 20ste is zij momenteel nog 2 jaar jonger dan Morrison ten tijde van zijn debuutplaat dus in principe heeft deze sympathieke psychologie-studente een lichte voorsprong op hem. De vraag blijft echter of Selah Sue ooit een zelfde internationale doorbraak zal kunnen forceren. In België is zowat iedereen ondertussen sterk overtuigd van het feit dat ze er alleszins de capaciteiten voor heeft.
Het meisje met de nogal problematische initialen charmeerde het Brusselse publiek met haar complimentjes aan enerzijds ‘de liefste vrouw van de hele wereld’ (“Mommy”) en anderzijds James Morrison (die haar ook de voorgaande avond bij onze noorderburen een kans gaf als zijn voorprogramma). Ze stal voorts vele harten door ook een mondje Frans te praten om uiteindelijk als echte Belgische met het Engels als compromis op de proppen te komen.
Na “Black Part Love” meenden we dat het tijd werd om even de gitaar te stemmen want tijdens “Fyah Fyah” hoorden we meer dan één valse noot. Niet dat dit echt stoorde want Selah Sue tracht met opzet niet al te gepolijst te klinken. Een perfect gestemde gitaar zou in combinatie met haar karakteristieke stem trouwens als een tang op een varken slaan. Zoals gewoonlijk dreef ze haar hese stembanden frequent tot het uiterste. Het valt te betwijfelen of we dit als een goede gewoonte mogen bestempelen, haar stemdokter zal er ons inziens alleszins zijn bedenkingen bij hebben. Naar het einde van de 35 minuten durende set toe gooide ze het steeds meer over de “Raggamuffin’”-boeg om uiteindelijk (uiteraard met een vet Jamaïcaans accent) te besluiten met de woorden “Big it up for James!”.

Het gebeurt niet vaak dat een voorprogramma op meer dan een beleefd applausje kan rekenen, in het geval van Selah Sue waren de reacties echter zodanig enthousiast dat James Morrison zich achter de schermen vermoedelijk begon af te vragen of hij ook een dergelijk onthaal zou krijgen. Een klein half uurtje later werd hij meteen gerustgesteld want de stevige opener (“The only Night”) kon op de luidkeels geuite goedkeuring van het publiek rekenen. Een publiek dat trouwens in redelijk grote mate van het vrouwelijk geslacht was, iets wat ons nu ook niet zó erg verwonderde want uiteindelijk was het één van onze persoonlijke drijfveren om James Morrison te gaan bekijken….doch dit geheel terzijde want uiteraard kwamen we zoals steeds vooral voor de muziek. Nu we het daar toch over hebben: tot onze aangename verrassing swingde ook het tweede nummer, “Save Yourself”, meer dan behoorlijk. Daarna deed men het wat kalmer aan. Tijdens “Please don’t stop the Rain” liet Morrison zijn gitaar voor het eerst links liggen en deed hij ons qua gestes denken aan Chris Martin van Coldplay (waar hij met zijn korte coupe ook heel erg op lijkt…al zullen de dames op dit punt mogelijks van mening verschillen). Hierna bracht men een nieuw lied (vermoedelijk “Standing on the same Side” getiteld) dat met zijn orgel-intro en soulvolle zang een stevig gospel-tintje kreeg. Het mooi opgebouwde “Love is hard”, de openingstrack van het vorig jaar verschenen ‘Songs for you, Truths for me’, maakte duidelijk dat de ganse band in een goede vorm verkeerde. Na “You make it real” uitte de zanger expliciet zijn dankbaarheid voor de enthousiaste meute die vervolgens getrakteerd werd op wat sexy time aangezien de bekoorlijke achtergrondzangeres (Miss ‘Foxy’ Beverly Brown) even op de voorgrond mocht treden tijdens “Broken Strings”, een nummer dat voor Morrison een kleine hit werd in duet met de evenzeer bevallige Nelly Furtado. De hoofdrol die de gitarist in het bluesy begin van “If you don’t wanna love me” mocht spelen, klonk erg Jeff Buckley-achtig. Na die hemelse gitaarklanken trok James Morrison in deze erg retro klinkende soulsong vocaal alle registers open. Voor wie nog nooit het voorrecht had om hem te horen zingen: ook zijn stem is hemels en doet qua heesheid niet onder voor die van zijn voorprogramma. De daarop volgende steamy rocksound bracht de afwisseling die eigenlijk het gehele optreden kenmerkte. Ook de uitstekende geluidsmix en de knappe belichting verdienen trouwens een eervolle vermelding.
Als we toch een minpunt moeten vermelden, dan kiezen we voor het te lang uitgesponnen “Call the Police”. Dit lied omvatte wel uitstekend gitaarspel maar viel te zwak uit om minutenlang gerekt te worden middels o.a. geforceerde meezingmomenten. Gelukkig herpakte Morrison zich snel in een opnieuw naar gospel neigend “Precious Love”. De ‘one, two, three, four’ die de overgang naar het daarop volgende nummer verzorgde, klonk alsof Bruce Springsteen zelve “Born to run” aanhief. Spijtig genoeg serveerde James Morrison een veel makkere song dan die sublieme live-klassieker. Het concert eindigde wel goed met zijn eerste hit, het drie jaar oude “You give me Something”.
De bisronde werd afgetrapt met een eerbetoon aan Michael Jackson. Het breekbare “Man in the Mirror” kreeg een gepast sobere versie met enkel keyboards en Morrison zelf op akoestische gitaar. In “Fix the World up for you” mocht opnieuw de volledige band invallen. Voor de volledigheid merken we op dat die verdienstelijke band naast de keyboards-speler bestond uit een organist, een bassist, een drummer, de reeds herhaaldelijk vermelde gitarist en twee achtergrondzangeressen. Zoals verwacht koos Morrison als afsluiter voor “Wonderful World”, ’s mans grootste hit uit het succesvolle “Undiscovered” waarmee hij in 2006 debuteerde. Na afloop maakte de volledige groep enkele diepe buigingen en ging James Morrison uitgebreid handjes schudden met de fans die zich tot op de eerste rijen gewrongen hadden.

Velen zullen zich afkerig houden van James Morrison vanuit het door gebrek aan kennis gevoede vooroordeel dat deze jongeman enkel kleffe ballads brengt. Zelf kunnen we ook slechts zijn twee doorbraakhits mee neuriën en dienen we toe te geven dat die songs de muziekgeschiedenis niet echt ingrijpend veranderd hebben. Wie zich echter met een objectieve en open geest naar de Ancienne Belgique begaf, moest na afloop erkennen dat James Morrison met veel verbetenheid en vakmanschap een zeer degelijk en gevarieerd optreden kan geven. Jong en oud (we zagen niet enkel schoolmeisjes maar ook vele moeders en zelfs grootmoeders!) schonken hem een welverdiende staande ovatie, iets waar vele vernieuwende artiesten niet altijd recht op hebben.
Om Selah Sue te citeren: ”Big it up for James!”.

Organisatie: Live Nation

Athlete

Athlete: evenwichtige set van doorwinterde artiesten

Geschreven door

Als we de muziek van het sympathieke Britse kwintet horen, komen volgende zaken naar boven … Band met hitpotentie… radiovriendelijk, toegankelijk, neigende naar stadionrock … Coldplay, Snow Patrol, Keane en Doves. De band heeft totnutoe vier cd’s uit, waarvan ‘Beyond the neighborhood’ uit 2007 het minst sterk klonk. Maar ze bijten sterk van zich af op het recente ‘The black swan’, dat kwalitatief gerust naast de oudere ‘Vehicles & animals’ en ‘Tourist’ kan staan.
In Engeland zijn ze succesvol, bij ons loopt het veel minder vaart; de singles horen we regelmatig. Athlete is geen hype, nee, het is een bedreven band die de kunst heeft goede Britpop te produceren van dromerig, sfeervol, ontroerend en emotievol materiaal. Ze hebben met Joel Potts een sterke zanger.

Een goed gevulde Orangerie kon een evenwichtige band aan het werk zien die uit elke cd een handvol songs plukte en de huidige cd in de spotlights plaatste. We hoorden gevarieerd materiaal, waarvan de afsluitende song “Light the way” mag ingelijst worden als één van de meest melancholisch pakkende, breekbare songs van het moment. Het zijn doorwinterde artiesten, die zonder enige stress midden de set een stroompanne overwonnen door doodleuk twee songs akoestisch en niet versterkt te spelen. Potts zorgde voor een kampvuursfeertje en betrok onmiddellijk het publiek erbij door handclapping en obligate ‘oohoohs’. Een pluim!
Het nieuwe “Superhuman touch” opende, directe poprock, ondersteund door kleurrijke synths, die op de recente cd een belangvolle rol innemen. De daaropvolgende songs “You got the style”, “Shake those windows” en de oude single “Half light” hadden een intense opbouw, wisten meer aan te zwellen en klonken soms krachtiger. Het ingetogen “The black swan” was gericht aan z’n grootvader, die onlangs was overleden en heldheftig had gestreden in WO II. Na de sfeervolle, dromerige liefdessong “Tourist” viel bij aanvang van “One million” plots de stroom uit. Bij controle bleek er verlies te zijn op hun versterkers; Joel Pott was niet uit z’n lood te brengen en bracht een ‘all together’ gevoel in ‘een singalong’ van “One million” en “Wires”. Na een paar valse starts kon de band terug inspringen met de melodieus aanstekelijke “Westside”, “The outsiders” en “Magical mistakes” die net als bij een Keane bepaald werd door een beheerste dosis elektronica en beats. Athlete besloot krachtiger met “24 hours” en het melodieus broeierige “The getaway”, die op het eind een sterk meezinggehalte kreeg.
Door het speelse karakter en hun spontaniteit kon de groep rekenen op een warm onthaal. Twee toegiften kregen we nog na ongeveer anderhalf uur: een snedige, stevige versie van “Love comes rescue” en “Light the way”, de hartenbreker van het moment!

We hoorden een uiterst verzorgde set van een band, die het verdient naast de groten te staan. Waarschijnlijk zijn het nog te ‘ordinary guys’. Eén ding is wel zeker, Athlete is een kwalitatief sterke band die live staat als een huis …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel

Green Day

Green Day: Spektakel en Punkrock zonder scruples

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’, hun gig op Rock Werchter en eerste zaalconcert sinds mensenheugnis, was het Amerikaanse punkrocktrio Green Day (live met zes!), onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewezen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen; hun catchy, vaardig en gedreven geluid dompelden ze onder in een twee en half uur durend totaalspektakel … Amusement en show, zonder hun roots van punkrockers ook maar te verliezen… Hou er zelf maar eens de aandacht bij om te putten uit een rijkelijk gevulde carrière, het publiek op te jutten, in te gaan op reacties van de eerste rijen, ruimte te laten voor enkele jeugdige fans, speelse intermezzo’s toe te laten en alles te laten knallen met een (gezonde) dosis vuurwerk!

Net vóór de aanvang dwarrelde een reuzengroot (dronken) konijn rond op het podium en hitste de menigte op met ‘rock’n’roll high skools’ en ‘YMCA’s. Plots floepten de lichten uit, en stonden we aan de rand van een grootse stad van hels verlichte flatgebouwen, waarvóór de band Green Day stond. Het hyperkinetisch leuke gezelschap (aangevuld met een toetsenist en twee gitaristen (waarvan 1-tje schuin achter de boxen)), onder Billie Joe Armstrong, vloog erin met een paar songs van de recentste cd, “Song of the century”, “21st Century breakdown” en “Know your enemy”. ‘Punkrock without rules’, want Armstrong haalde er al iemand van het publiek bij om het feestje op gang te trekken … refreinen werden luidkeels meegezongen en de menigte zwaaide met de handen in de lucht. ‘A typical American show’, maar eentje die beheerst, doordacht en zonder scrupules was … Een klein jongetje mocht zich een moment een ‘groots artiest’ wanen aan de zijde van Armstrong.
Ze hielden het tempo met “Holiday” en “The static age” hoog. Met dezelfde positieve en enthousiaste ingesteldheid hoorden we meer gematigde versies van “Are we the waiting”, “St. Jimmy” en “Boulevard of broken dreams”, die naadloos in elkaar overgingen en intrigeerden dor een puike opbouw.
Tijd voor wat afkoeling en animatie, dacht Billie Joe dan … hij spoot de eerste rijen met een waterpistool en een tuinslang. Alsof dit nog niet genoeg was, gebruikte hij nog een wc rolschieter, schoot hij met een kanon t shirts het publiek in en knalde het op het podium met vuurwerk. Het gaf elan aan de snedige uptempo rockers “Hitching the ride”, “Welcome to Paradise”, “When I come around”, “Brain stew” en “Jaded”.
Op “Longview” werd een jonge gast uit het publiek heel even Billie Joe op zang, terwijl hij zich dan toelegde op z’n gitaarspel. Zonder podiumvrees zong onze vriend de tekst, wat luidkeels werd onthaald. Een stagedive maakte een eind aan deze sterrentocht ..  “Basket cage” volgde. Refererend aan de skapunk van Rancid (met blazer!), was er plaats voor een volgende medley op “She”; flarden “Stand by me”, “I can’t get no satisfaction” en “Shout” waren te horen. De huidige single “21 guns” en “Minority” besloten na twee uur het feestje en verve.
Ze breidden er in de bis nog een leuk vervolg aan en zweepten het publiek op met verrassende wendingen van “American idiot” en “Jesus of Suburbia”. Wat een apotheose! Groots vertoon van deze artiesten! Terecht kwam zanger/gitarist en frontman Billie Joe in de spotlights en zorgde met de akoestische versies van “Wake me up when september ends” en “Time of your life” voor kippenvelmomenten … Een heerlijk tokkelende gitaar en gevoelige vocals …, waarbij iedereen de refreinen meezong!

Green Day stond garant voor speelplezier en entertainment vol emotie. Doorwinterde punkrockers die weten wat ze willen en kunnen. Kortom, een viersterren concert ‘to remember’ van deze dolle bijna veertigers

Support was Prima Donna, die een half uur doorsnee American Rock speelde. Hun gig verbleekte na het muzikaal concept van Green Day …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Live Nation

Joan Baez

Joan Baez: the voice of an angel

Geschreven door

Joan Baez debuteerde als folkzangeres in 1959 op het Newport Folk Festival. Dit was de start van een lange carrière, die nog steeds voortduurt. Ze ontwikkelde zich langzaam meer als protestzangeres, en dat is ze nu nog steeds. Ze was betrokken bij alle belangrijke gebeurtenissen uit de sixties en later, en dat is geen understatement. Samen met Pete Seeger symboliseerde zij de stem van het volk in het protest tegen de Vietnamoorlog en de beweging voor burgerrechten. Ze nam deel in 1963 aan de mars op Washington, waar Martin Luther King zijn onsterfelijke “I Have a Dream…”-rede uitsprak.
Ze nam Bob Dylan mee op tour en lag daarmee aan de start van zijn schitterende carrière. De twee trokken heel veel samen op en zongen elkaars nummers. Ze inspireerde talloze andere muzikanten, zoals Led Zeppelin en The Animals, door nummers aan hen voor te stellen.

68 jaar oud is ze ondertussen, en nog steeds staat ze op de barricades, met Cesar Chavez, met Nelson Mandela, voor het Iraanse volk in hun vreedzaam protest…
Meer dan 50 jaar, 40 platen en talloze onderscheidingen en awards later, stond ze in de oude Stadsschouwburg in Brugge met haar groep.
En toch is ze weinig veranderd. Niet op gebied van ideeën, niet qua uitzicht. Natuurlijk is haar lange zwarte haar grijs geworden en kort geknipt. Maar haar belangrijkste attribuut, haar stem, heeft nog steeds niets aan kracht ingeboet: een krachtige sopraan met een natuurlijk tremolo en een bereik van drie octaven. Ze vertelde (ja, dat doet ze ook nog steeds heel graag) dat ze op een dag een uitgeputte Martin Luther King moest wakker zingen, omdat hij een toespraak moest houden. Op het einde van de song mompelde King: “I hear the voice of an angel” en sliep verder. Als iemand zoiets over zichzelf vertelt komt dat een beetje opschepperig over, maar van haar wordt dat getolereerd.

De oude Stadsschouwburg is het gedroomde decor voor zo’n concert: prachtige akoestiek, schitterende zaal waar iedereen dicht bij het podium zit. De groep van Baez bestaat uit vier heel goede muzikanten, die verschillende instrumenten bespelen. Zo kregen we piano, fiddle, mandolines, akoestische gitaren, accordeon, contrabas en percussie te horen, allemaal perfect gespeeld. Joan Baez zelf beheerst de akoestische gitaar volledig. Ieder nummer een andere, die dan ook nog rigoureus gestemd werd.
De grote dame begon heel ontspannen aan haar concert en vertelde dat ze tegenwoordig heel gelukkig is, op tournee met haar bandleden en met haar 96-jarige moeder. Ze had zelfs een dankwoordje in de drie landstalen en een pluim voor Brugge, waar het prachtig wandelen is. Zelfs ons klimaat kon haar niet tot negatieve uitspraken verleiden. Het is duidelijk dat ze een levensfase bereikt heeft die haar rust geeft, zonder de ongeduldigheid van de jeugd, maar met dezelfde gerijpte idealen.
“With God on our Side” van Dylan bracht het eerste kippenvel: even waren we terug jong in de vroege sixties. Een gospelsong en een Spaanse song boden dezelfde ingrediënten, die altijd in haar eigen songs opdoken: een grote liefdesgeschiedenis, die eindigt in tragedie en dood. Ze deed er zelf ironisch over, maar staat er wel zelf nog volledig achter.
Verder kregen we ook nog “Angelina” en “Joe Hill” in een wat swingende versie te horen. Tot ze alleen op het podium achterbleef en “Swing Low, Sweet Chariot” inzette. Na enkele maten stapte ze voor de microfoon en zong zonder versterking en begeleiding verder. Een innig mooi moment… Ze ging probleemloos over in “Blowing in the Wind”, een zoveelste hoogtepunt.
Na een staande ovatie kwamen de bisnummers: drie parels. “Love is just a Four-Letter Word” met groep, alleen met “Diamonds and Rust” uit 1975 (‘Well I'll be damned, here comes your ghost again’) en een a capella samenzang met alle bandleden.

Wie al dit moois ook wil meemaken krijgt nog één kans: volgende maand in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge ism Greenhouse Talent


The Cult

The Cult anno 1985, maar dan 25 jaar later

Geschreven door

1985… het jaar dat de BRT top 30 werd gedomineerd door Baltimora’s, Sandra’s, A-Ha’s en andere lichtverteerbare hitparadepulp. Liefhebbers van postpunk en gothrock hadden duidelijk weinig te zoeken in deze lijst, totdat plots in maart van dat jaar “She Sells Sanctuary” van The Cult even kwam ruiken aan de onderste regionen van de vaderlandse hitlijst. Deze killertrack met één van de meest mystieke gitaarintro’s uit de 80ies moest de aandacht vestigen op ‘Love’, het tweede en waarschijnlijk ook beste album van deze Engelse groep. Dankzij de unieke combinatie van Ian Astbury’s gekwelde vocals en Billy Duffy’s gotische gitaarlijntjes blijkt ‘Love’ een kwarteeuw later te zijn uitgegroeid tot één van de absolute klassiekers in het genre. Aan de vooravond van de 25ste verjaardag werd het album onlangs heruitgebracht in een geremasterde versie met allerlei extraatjes, en besloten de twee overgebleven originele leden Astbury en Duffy opnieuw de boer op te gaan met de integrale collectie ‘Love’ songs onder de arm. Het Belgische luik van de ‘Love Live’ tour bracht The Cult amper anderhalf jaar na hun vorige passage opnieuw naar de AB voor een niet van enig sentiment gespeende flashback naar 1985.

Lang geleden trouwens dat ik in een concertzaal nog eens werd geflankeerd door muffige T-shirts van Zodiac Mindwarp & The Love Reaction en Fields Of The Nephilim ... dat waren nog eens groepsnamen! Op de tonen van voodoo gezang en onder de troosteloze aanblik van een indiaan op het projectiescherm zette de vijfkoppige band het opzwepende “Nirvana” in. Meteen werd duidelijk dat Ian Astbury’s huilende strot bijzonder goed geolied bleek om dit openingsnummer uit ‘Love’ van de nodige dramatiek te voorzien. Een groot redenaar zal Astbury wel nooit worden, en als alternatief voor overbodige bindteksten verkoos de groep om elk nummer van passende visuals te voorzien. Zo kreeg het publiek een staaltje van Astbury’s uitgesproken fascinatie voor de indianencultuur tijdens één van de zeldzame rustpunten “Brother Wolf, Sister Moon”, en werd een reeks geweldloze wereldverbeteraars opgevoerd in het begeleidende filmpje van een begeesterend “Revolution”. Pathetisch of idealistisch, wat er ook van zij, de symbiose tussen muziek en beeld gaf het optreden wel een extra dimensie. Gitarist Billy Duffy van zijn kant kneep met schijnbaar achteloos gemak de meest loepzuivere akkoorden uit zijn parelwitte Gibson. Tijdens de intro van “The Big Neon Glitter” demonstreerde de blonde virtuoos dat hij eigenlijk niets hoeft te vrezen van The Edge in een robbertje echogitaar, en ontegensprekelijk de muzikale bezieler van The Cult is. De immer coole Duffy had tijdens de intro’s van “Rain” en “She Sells Sanctuary” al aan een halve noot genoeg om de AB keer op keer nabij het kookpunt te brengen, en hij genoot zichtbaar van de kunsten die de talrijke luchtgitaarvirtuozen in het publiek uithaalden tijdens deze gothrock classics. Met een kippevel versie van het profetische “Black Angel” werd het ‘Love’ album en meteen ook het eerste deel van de set besloten.
Na een korte pauze graaiden Astbury en Duffy vervolgens gretig uit de albums die na ‘Love’ The Cult langzaam maar zeker een mainstream publiek opleverden. Reeds vanaf de opvolger ‘Electric’ (’87) hadden de gothic invloeden plaats geruimd voor de rechttoe rechtaan party rock van AC/DC, maar ook na ruim twee decennia klinken “Electric Ocean” en vooral “Wild Flower” nog steeds onweerstaanbaar en werd hier en daar opnieuw de luchtgitaar boven gehaald. De hardste noten kreeg het publiek helemaal op het eind te kraken met het epische “Sun King” en vooral een ongemeen stevig “Rise” uit de onwaarschijnlijke comeback plaat ‘Beyond Good And Evil’ (’01). Met “Dirty Little Rockstar” probeerde The Cult twee jaar geleden zichzelf opnieuw uit te vinden maar mislukten daarin jammerlijk, en het nummer was meteen goed voor de enige valse noot van de avond.

Na ruim anderhalf uur werden de dolle dertigers en veertigers voor het huiswaarts keren nog getrakteerd op een rondje “Love Removal Machine”. En of ze tevreden naar vrouwlief, minnares, moeder, hond of PC konden terugkeren; het zal hen en ons immers worst wezen dat Astbury en Duffy wellicht nooit meer een tweede ‘Love’ op de wereld zullen loslaten. The Cult was vanavond een goed geoliede teletijdmachine waarin meer nog dan sentiment het gevoel van tijdloosheid overheerste.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Phoenix

Phoenix: Over de grens op handen gedragen!

Geschreven door

Buiten de Franse dansscène zijn er maar een handvol rockbandjes van over de grens die de voorbije jaren onze aandacht trokken en de moeite waard zijn. Eentje is alvast Phoenix, vijf jonge gasten die al sinds 2001 bezig zijn. In 2004 vielen ze ons land binnen met enkele aanstekelijke popsingles “Too young”, “If I ever feel better”, “Everything is everything” en “Run run run”. Ondanks het feit dat de huidige cd een afschuwelijke titel heeft ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ vinden we ook hier puike songs terug als “Lasso”, “1901”, “Rome” en “Countdown”, die een respectvolle ‘goed’ mee krijgen.
In Frankrijk is dit eventjes anders … want Phoenix wordt daar op handen gedragen! Genoeg om U te zeggen dat we ginder bij elke noot, elke beweging en elk solopartij gillende en krijsende keelgaten horen. Menig meisjeshart bonkte toen ze het podium kwamen gelopen. Als de band nog zo’n hapklare singles produceert, komen we vervaarlijk in de buurt van Tokio Hotel. Deze maffe toestanden terzijde, beleefden we een leuke avond en overtuigde Phoenix met hun toegankelijke, sfeervolle pop dito meezingbare refreinen. Ze hadden hun broeierig, fris en intens singlepakket mooi verdeeld.
Ze begonnen alvast met vier heerlijke, zwierige hits: “Liztomania”, “Lazy distance call”, “Lasso” en “Run run run”. De synths kwamen wat meer op het voorplan op “Fences” en “Girlfriend”, wat het geheel kleurrijker maakte.
Een geslaagd waagstukje, zowel op plaat als live, was “Love like a sunset (part 1 & 2)”: een lange intro, een subtiel tokkelende gitaar, een diepe bas en zalvende synths, dan een speelse overgang en een intense opbouw, om tot slot rustig uit te deinen. Ze neigden naar de bombast van Muse op die manier. Het was de aanzet van een tweede luik poprock van “Too young”, “Rome” en “Consolidation prize”, die een fris, twinkelend gitaarspel hadden. En net zoals het jongerenbands beaamt (cfr. zie Air Traffic en Tokio Hotel), kon je niet omheen enkele akoestisch gespeelde nummers: “Everything is everything” en Air’s “Playground girl” hadden een uiterst sobere, emotievolle aanpak. De zoet binnenglijdende “If I ever feel better” en “1901” besloten na een klein anderhalf uur de set.

Per plaat beschikt Phoenix over houdertjes die er net voor zorgen dat de band zich voldoende kan openbaren in een boeiende gig. Hun succes en respons zal bij ons zal wel niet zo’n vaart lopen; desalniettemin zagen we eens een Franse popband die het gemiddelde oversteeg!

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Baddies

Baddies: een uurtje stomende postpunk!

Geschreven door

Het Britse energieke kwartet Baddies zagen we als één van de openers op dag 1 van Pukkelpop. Strakke, hoekige, stevige en opwindende, frisse postpunk …Compromisloos, rechttoe-rechtaan en melodieus …We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. Ze brachten onlangs hun debuutcd ‘Battleships’ uit en stortten zich letterlijk op de clubs om de plaat optimaal te ondersteunen …

Ondanks de matige opkomst ging deze uiterst gemotiveerde band een uur lang bezield en vol overgave te werk. De heren met hun tot aan de hals geknoopt wit hemd, zwarte broek en legerboots, maakten op het podium statische bewegingen, wat refereerde aan de Devo tijd in de jaren ’80. Ook de zanger plaatste zich in de spotlights; hij kon bekkentrekken en keek soms dwars door je heen. Kortom, Baddies zorgde voor een leuke, aangename show.
We werden eerst ondergedompeld in een handvol krachtige korte rocksongs, “Tiffany I’m sorry”, “Call colin’”, “Black it out , “Open one eye” en “Hug the bomb”. Ze klonken iets breder en opbouwend op “At the party” en “Stone” … minder heftig én zonder de snedige gitaarloops en uitspattingen te verliezen!
Het geheel was best gevarieerd, waarbij ze steeds het publiek nauw bij de set betrokken. De zanger mengde zich zelfs op het eind in het publiek om de eerste rijen de refreinen te laten meezingen of -brullen, wat kleur gaf; “I’m not a machine”, “We beat our chests”, “Holler for my holiday” en de titelsong pasten aardig binnen dit concept.
Binnen de postpunk verdient deze bende het alvast een graantje te mogen meepikken. Het ontbrak hen niet van enthousiasme en dynamiek. Ze hebben een rits melodieus vaardige songs klaar en het zal even wachten zijn op die unieke single, die de definitieve doorbraak kan betekenen …

Het Belgische duo Yum, bestaande uit de Canadees/Nederlandse zanger Lennerd Busé en drummer Reinert d’Haene, kwam in de belangstelling een kleine acht jaar terug met het onvolprezen ‘Monokid’. Het duo (live met vier) geeft aan de electropop een subtiele draai, wat hen fraaie singles opleverde als “Caught alive”, “Fake”, “Dreamin’ in colour”, “Day 1” en “All she said”. De groep klonk wat onwennig, moest wat op dreef komen en was ondanks alles in het Brusselse niet echt gekend. Hun singles trokken wel de aandacht van de luisterende toehoorders en werden warm onthaald.

Organisatie : Botanique, Brussel

Porcupine Tree

Porcupine Tree brengt pure genialiteit!

Geschreven door

Op de avond dat Fleetwood Mac concerteerde in het Antwerpse Sportpaleis, de indierockers van de Pixies in Vorst onveilig maakten, genoten wij van het geniale concert van Porcupine Tree in een uitverkochte Ancienne Belgique.
Een kleine twee jaar terug (22/11/2007) was de band voor het eerst in Brussel. Toen liep de AB aardig vol. Vandaag is Porcupine Tree’s populariteit duidelijk toegenomen want de zaal was uitverkocht en tot de nok gevuld. Opvallend was dat zowel jongeren en zeg maar oudere jongeren deel uitmaakten van het publiek. Een band voor alle leeftijden dus, die zowel psychedelische progrockers als metalfreaks weet in te palmen. Maar in de eerste plaats is Porcupine Tree vooral een zeer energieke live band! De perfecte akoestiek van de AB gaf de band vleugels, waardoor (alweer) een onvergetelijk concert tot stand kwam.

Voor Porcupine Tree aantrad kregen we eerst nog een halfuurtje Robert Fripp voorgeschoteld. Fripp, ondertussen reeds 63, is vooral bekend van zijn gitaarwerk bij de progressieve rockband King Crimson. Robert Fripp leverde ook wat samples en soundscapes voor Porcupine Tree’s ‘Fear Of A Blank Planet’ en nu mocht deze eigenzinnige, maar legendarische, gitarist voor de Britse band openen.
Robert Fripp startte erg vroeg (19.30) waardoor velen Fripp aan het neus zagen voorbij gaan. De afwezigen hebben echter niet veel moeten missen want de mooie, dromerige gitaarklanken en samples konden weinigen echt boeien. Meer dan een beleefdheidsapplausje kreeg de man niet.

Voor het concert van Porcupine Tree begon werden we vriendelijk verzocht om geen foto’s en geluidsopnames te maken. Ook werd er op aangedrongen geen foto’s te nemen met draagbare telefoons. Die boodschap werd niet door iedereen op evenveel enthousiasme onthaald, maar begrip kon men er wel voor opbrengen. Tijdens het optreden heb ik dan ook bijna niemand gezien die zich niet aan deze afspraak hield; wat getuigd van een grenzeloos respect voor Steve Wilson & de zijnen. Zo’n concert zonder GSM’s in de lucht en fotoflashes werkt trouwens ook heel erg bevrijdend!

Erg lang moesten we niet wachten op Porcupine Tree want onverwacht gaf de band al om 20u20 de aftrap.
De bombastische intro van “Occam’s Razor” diende als opener en de band werd onmiddellijk begeleid door bijpassende, synchrone videoprojecties. Bijzonder knappe videoanimaties, gecreëerd door de Deense grafische artiest Lassie Hoile, versterkten visueel de songs gedurende het grootste deel van het optreden.
Dit was de start van “The Incident”, het nieuwe conceptalbum van de band. Bij “Great Expectations” ging het helemaal fout en was de bassound van Colin Edwin zo ernstig verstoord, dat de band na het ophelderen van het technische euvel, de song gewoon hernam. “We willen immers niet zoals Spinal Tap klinken”, gekscheerde Wilson nog. Zoals verwacht speelde de band het ganse nieuwe conceptalbum live. Het werd een opwindende, hallucinerende progressieve rocktrip gebracht door een onvermoeibare band. Hoogtepunten uit deel 1 waren het gedreven “Drawing The Line”, het sublieme “Time Flies” (nu al een echte Porcupine Tree klassieker) en afsluiter “I Drive The Hearse”, waarin de bekoorlijke harmonieuze zanglijnen van Wilson & Wesley nog eens voorop stonden. Na het spelen van het nieuwe conceptalbum ging de band onder een oorverdovend applaus voor 10 minuten de coulissen in. Een countdownklok hield ons bij de les. Niet echt een drank- en plaspauze maar eerder een symbolische break om twee aparte delen te creëren in het liveoptreden. “10, 9, 8, 7……..3,2,1”…..en
Steven Wilson, Richard Barbieri, Colin Edwin, Gavin Harrison en John Wesley stonden er weer voor deel 2.
Dat werd een setlistje vol met oldies. De start was alvast fenomenaal met het wondermooie “Start Of Something Beautiful” en het bijzonder knappe, psychedelische “Stars Die”, welke een tourpremière was. Het lange “Anesthetize” werd ingekort tot de essentie en bracht de zaal in vuur en vlam. Wat een energie en creativiteit! Misschien wel het hoogtepunt van de avond. Vanwege de belachelijke vroege ‘curfew’ van 22.30 verdween “Lazarus” van de setlist en werd naar het einde toe iets teveel de metal-kaart getrokken. Bissen deed mijn dan weer iets te voorspelbaar. Ik had ook de indruk dat Steve niet helemaal tevreden was met die avondklok die hem achterna zat. Ondanks de voorspelbaarheid is het toch altijd mooi om “The Sound Of Muzak” en “Trains” te horen.
Porcupine Tree bevestigde opnieuw waardoor ik, iedereen die open-minded is en iets meer wil dan hedendaagse radiomuziek, deze band dan ook heel erg sterk kan aanbevelen! Geen enkele keer heeft Porcupine Tree mij live teleurgesteld en hun ongekende dynamische creativiteit bezorgt mij live steeds weer een constante opwinding. Absoluut pluspunt is de perfecte geluidsbalans die de band keer op keer neerzet. Ga ze dus zien als je de kans krijgt…je zal er geen spijt van hebben.

Setlist: *Occam’s Razor *The Blind House *Great Expectations *Kneel And Disconnect *
Drawing The Line *The Incident *Your Unpleasant Family *The Yellow Windows Of The Evening Train *Time Flies *Degree Zero Of Liberty *Octane Twisted *The Séance *Circle Of Manias *I Drive The Hearse
*Start Of Something Beautiful *Stars Die *Anesthetize *Remember Me Lover *Strip The Soul *.3 *Mother And Child Divided
*The Sound Of Muzak *Trains

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Pixies

Pixies – ‘Doolittle’: Een briljante pot nostalgie

Geschreven door

Vorst Nationaal was volgelopen voor deze lekker eigenzinnige band die eind jaren tachtig en begin jaren negentig vier magistrale en essentiële platen afleverde en er daarna prompt mee ophield.

Tegendraads zijn de Pixies altijd een beetje geweest en ook vanavond startten ze, om het publiek een beetje te plagen, met een viertal obscure b-kantjes. Daarna ontplofte de boel en kwam het publiek ten volle wakker met de integrale vertolking van de klassieker ‘Doolittle’, na 20 jaar nog steeds een mijlpaal in de geschiedenis der rockmuziek. Dat deze plaat van de eerste tot de laatste snik absoluut prachtig is wist iedereen al lang, daarvoor waren ze tenslotte ook gekomen. De songs staan als een huis, en dat was hier niet anders, dus was het ook echt genieten. Tussen de nummers door werd er soms iets te lang getalmd, maar de bevallige Kim Deal maakte er gebruik van om de interactie met het publiek toch een beetje aan te houden, want brompot Frank Black hield als gewoonlijk de lippen stijf op elkaar.
Moet het nog gezegd, de volledige ‘Doolittle’ werd prachtig gebracht, in het tweede deel was de band nog een stuk beter op dreef, onze favorieten van de avond waren dan ook de felle punker “Crackity Jones” en heerlijke versies van “Hey”, “Mr Grieves” en “Number 13 baby”. Kim Deal maakte meer dan duideljik hoe onmisbaar haar geniale basloopjes zijn voor het geluid van de Pixies, Frank Black’s vlijmscherpe strot is intact gebleven en Joey Santiago haalde alweer de meeste splijtende klanken uit zijn gitaar. Bovendien kreeg het sowieso al fantastische ‘Doolittle’ een uiterst gesmaakte meerwaarde in de vorm van originele en indrukwekkende visuals. Bijzonder knap en met een gezonde dosis humor.
Het publiek werd alsmaar uitbundiger en na het geweldige “Gouge away”, dat ‘Doolittle’ op magistrale wijze afsloot, joelde, krijste en stampte men om meer.
Pixies kwamen terug het podium op voor nog enkele b-kantjes met o.a. de fijne slow motion versie van “Wave of mutilation” en, het meest naar onze strot grijpend, een sluipend en volledig in rookwolken gehuld “Into the white” met een ijle Kim Deal in de hoofdrol.
Na wel een beetje lang wachten, was het in een volgende bisronde de beurt aan de prijsbeesten van ‘Surfer Rosa’. Met de zaallichten aan brachten de wervelende Pixies met uitstekende versies van “Vamos” (jaaaaaa !!) , “Gigantic” en absolute kraker “Where is my mind” de zaal in volle extase.

Heerlijk concert van een groep die in de annalen van de rockmuziek echt geschiedenis heeft geschreven, meer nog dan Nirvana of U2.
Het volledige concert is te verkrijgen via pixies.sandbag.uk.com. U kan het bestellen als dubbel cd, USB polsband of digitale download, uiteraard tegen betaling. Doen!

Organisatie: Live Nation

Editors

In This Light And On This Evening

Geschreven door

Zo fronsten we een paar keer flink de wenkbrauwen toen we “Papillon” voor het eerst hoorden. Een onherkenbare metamorfose van Editors. Het was snel duidelijk dat ze voor hun derde album de gitaren in een stoffig hoekje gezet heeft en ze voor een resem synthesizers inruilde. Het is niet de eerste band die dit doet (denk maar aan Franz Ferdinand), maar hier gaan ze wel heel drastisch te werk. Editors lijkt in het niets nog zoals op debuut ‘The Back Room’ of doorbraak ‘An End Has A Start’, bijna alsof het hier gaat om een totaal andere groep gaat (of misschien in extremis een zijproject van Tom Smith). De postpunk is hier nergens meer terug te vinden. Enkel de donkere ondertoon in muziek, tekst én stem is behouden. Joy Division meets Depeche Mode om het zo te stellen. De vorige sound was meer dan oké en het is jammer dat die al afgevoerd wordt. Tijden veranderen nu eenmaal. Of is het een poging om de fans van Interpol te sussen?
We betreurden de verandering zeker niet. Editors mag dan wel vriend en vijand verrassen, ze staan er wel als een huis met hun negen songs. Anders dan vorige albums draagt de stem van Smith het geheel meer. Zoals gezegd een overwegen donkere toon zoals te horen in “In This Light…”, “You Don’t Know Love” en “The Big Exit”. Huidige single “Papillon” klinkt dan nog het opgewekst van al. Overigens heeft dat nummer al geschiedenis geschreven door vanuit het niets op nummer 1 te komen in de Ultratop. Het kinderlijk aandoend deuntje in “The Boxer” klinkt in het begin nogal ridicuul, maar door de opbouw verdwijnt dat idee al snel. We verwachten dat “Bricks And Mortar” en “Eat Raw Meat = Blood Drool” nog in de hitlijsten zal geraken. Die nummers liggen gemakkelijk in het gehoor tussen al de zware kost. Afsluiter “Walk The Fleet Road” laat ons een laatste keer horen dat Smith ons moeiteloos laat meeslepen met zijn stem.
De fans zullen geschokt zijn en we weten nu al dat de meningen grondig verdeeld zullen zijn. Geef ze gerust een kans. Het kan geen kwaad toch?

Sunn O)))

Monoliths & Dimensions

Geschreven door

Het Amerikaanse Sunn O ))), Stephen O’Malley en Greg Anderson, masters of doom en dronetrips, bereikten met de vorige cd ‘Black one’ terecht een ruimer publiek. Hun hallucinante tranceachtige trips werden gestuurd en bepaald door logge, lome en repeterende, donkere ritmes van gitaar- bas feedbackgeraas en Moog synths, onder een muur van versterkers en pedaaleffects … Grensverleggend …doom en drones als kunstmuziek.
Op het recente ‘Monoliths & Dimensions’ staan vier indrukwekkende composities (een trip van ruim 50 minuten) van massief, slepende gitaardrones, ingevuld met keelgezangen, mannen – en vrouwen koren, blazers, violen en synths. Een verbluffend geheel …IJzingwekkend, ontroerend en filmisch.
Sunn O ))) staat garant voor avantgarde, een kruispunt van drone, modern klassiek, minimalisme en jazz. For fans of Earth, Oren Ambarchi, Eyvind Kang en Sun Ra…kwestie dat we deze bands niet zouden vergeten melden …

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …

Mudhoney

Mudhoney: Punkrock van het betere allooi

Geschreven door

Mudhoney stond begin jaren 90 samen met Nirvana aan de wieg van de grunge scene in Seattle. Beide bands waren even belangrijk voor de grunge beweging, maar Mudhoney is in de underground scene blijven circuleren terwijl Nirvana ondermeer door toedoen van geldruikende businesslui tot wereldact werd gebombardeerd en nu letterlijk onder de grond zit.
In tegenstelling tot verwante bands als Pearl Jam en Soundgarden, wiens sound eerder gericht was op de oer-rock van Led Zeppelin en Black Sabbath, lagen de roots van Nirvana en Mudhoney duidelijk in de punkrock. Tot op vandaag is Mudhoney aan dat rauwe geluid trouw gebleven. De groep is gestaag de clubs blijven afschuimen en bleef ver weg van stadions en mega zalen. Ook op de festivals vond je Mudhoney steevast terug op de kleinere nevenpodia, daar stond je dan welgemutst met uw kop te schudden tussen de echte liefhebbers, die kerel links van u met een Melvins t-shirt, die rechts met één van Dead Moon.
Moet het gezegd dat Mudhoney zich thuisvoelt in een zaaltje als Minnemeers waar de toog zich op enkele meters van het podium bevindt en waar het bier van de muren druipt ?

Het concert kwam een beetje moeilijk op gang. De band putte voor de eerste vijf songs uit hun nieuwste -en wat ons betreft voortreffelijke-  album ‘The Lucky Ones’ en dat was niet bepaald waar de zaal zat op te wachten. Niet slecht maar een beetje braaf, dachten wij zo. Het bleek maar een opwarmingsronde.
Vanaf nummer zes, een ferm “You got it” (uit de prille beginperiode, toen ze hun haren nog niet wasten), plugde ook zanger Mark Arm zijn gitaar in en de groep was vanaf dan goed vertrokken voor een wervelend uurtje punkrock van het betere allooi, gevuld met een mooie greep uit hun 9 platen. Fel en verbeten waren de bloedende kronkel “Sweet young thing ain’t sweet no more” en de publiekslieveling “Touch me I’m sick”, die er met het elan van de vroege jaren keihard doorgeramd werd, punkrock it is.
Mark Arm ging heviger en agressiever zingen naarmate de set vorderde en dat resulteerde in een knallende finale. Helemaal op het eind blies Mudhoney er met een geweldige kwak “In and out of grace “ en “Hate the police “ door, twee uiterst gemene lappen uit hun klassieker van 1990 ‘Superfuzz bigmuff’ (rode draad doorheen dit optreden en dit jaar heruitgebracht, u weet wat u te doen staat), waarmee ze meteen een vettig punt zetten achter een fijn concertje. 

In het voorprogramma mochten de Gentse straathonden Kapitan Korsakov hun nieuwe cd komen voorstellen (het kreng was helaas na de persing in Duitsland blijven steken waardoor ze het niet konden verkopen aan de toog, balen is dat). Ze deden hun ding met veel power, energie, geschreeuw (echt gezongen werd er niet) en korte gemene harde stroomstoten van songs. Tamelijk luidruchtig, maar er zat iets in.

Organisatie: Democrazy, Gent

Sophia

Sophia: gelouterde ziel maakt van de Minnemeers een knusse huiskamer

Geschreven door

Welkom in de droefgeestige leefwereld van Robin Proper-Sheppard. De man overtuigt in giftig en pittig donker songmateriaal over de dramatiek in z’n ‘lief en leed’- relaties. De autobiografische pijn weet ons te pakken …”It hurt writing these fucking songs” .. en ‘de fucks’ vlogen ons tussen de nummers om de oren … de ’terneure’ stemming is z’n inspiratiebron, hij put er energie uit en het is z’n broodwinning. Gelukkig beschikt hij nog nét over die zelfrelativering in z’n zwaarmoedige teksten door een dosis luchtigheid aan de dag te leggen (waaronder vanavond met de Belgisch melocakes). Robin Proper-Sheppard houdt van z’n Belgisch publiek door een bijna twee uur durende set, waarbij hij putte uit de vijf herfstplaten; op het eind bracht hij ons in ontroering door een handvol intieme songs naakt, puur en oprecht te spelen op akoestische gitaar en een vervlogen strijker.

Heerlijk somber materiaal konden we dus horen, bepaald door (slide) gitaartokkels, steelpedal, piano, een spaarzame percussie, het strijkerensemble The Sophia Quartet en gedragen door mans emotievolle diep stem. Proper-Sheppard dompelde de anders zo rockende Minnemeers zaal om tot een knusse huiskamer om die broeierig sfeervolle songs optimaal tot hun recht te laten komen. De laatste jaren zijn de strijkers een constante factor geworden en zorgen in de set voor extra draagkracht door de mooie, aanzwellende partijen. Met negenen waren ze on stage.
In een intiem donker decor openden de dromerige “The sea” en “Swept back”. “Signs” werd gekenmerkt door een intense opbouw en een iets forsere aanpak. Je hoorde op het uiterst breekbare en sober gehouden “Ship in the sand” haast een speld vallen. Hier ontbrak een kamerlamp en een kaars nog … “Storm clouds” bood haast letterlijk het beeld golven en het klotsende water.
Het aandachtige publiek in een haast uitverkochte Minnemeers onthaalde onze gelouterde songwriter en z’n band erg warm. Sophia ging iets breder in een uitgesponnen “Desert song”, “Pace”, “Dreamin’” en “I left you”. De laatste twee ging naadloos in elkaar over. Toch durfde hij en z’n band krachtiger klinken, zoals op “Oh my love” en “obvious”. Traditiegetrouw besloot het broeierig opbouwende “The river song”, z’n eerbetoon aan z’n overleden soulmate Fernandez van The God Machine, na meer dan een uur de set.
Wat we in de ruime bis te horen kregen, was om te likkebaarden, ondanks de verlieservaringen en zelfbeklag, die hij probeerde te relativeren. Solo bracht hij beklemmende versies van “Lost en “Something”, met z’n band o.a. “If only” en tot slot haalde hij van onder het stof met een strijker op de achtergrond “Holidays are nice” en “Directionless” (voor z’n puber-ende dochter!).

We hadden te maken met intens doorleefde, hartbrekende songs. Proper-Sheppard schrijft z’n pijngevoelen van zich af; ze zijn nét de juiste impulsen om richting te geven aan z’n leven. We mogen dus blij zijn dat hij het op die manier kan doen, of we waren de man al (lang) kwijt gespeeld … Kortom, een kalm en sfeervol optreden om te koesteren …

Organisatie: Democrazy, Gent

Under Byen

Underbyen - Danish Night - Underbyen, Our Broken Garden en Mads Langer

Geschreven door

’Eigenzinnigheid en experiment troef op Deense nacht’

Denemarken staat al jarenlang garant voor een van de meest inventieve en verfrissende muziekscènes binnen Europa. Beperkt door een kleine thuismarkt slaagt dit land er bovendien in om haar meest belovende bands succesvol te exporteren naar het buitenland. Zo strijkt op 26 november 2009 al voor het derde jaar op rij een rits veelbelovende Deense groepen neer in de Ancienne Belgique in het kader van ‘Spot On Denmark’. De ‘Danish Night’ in de Botanique bleek méér dan een opwarmertje te zijn.

Our Broken Garden
Bij onze aankomst in de Orangerie stierven juist de laatste woorden van singer songwriter Mads Langer weg. Het publiek in de zaal applaudisseerde beleefd en langdurig, waardoor we ons voor de zoveelste keer voornamen om de volgende keer toch wat vroeger te vertrekken thuis.
Crisis of niet, ieder jaar staat Denemarken bovenaan het lijstje van meest ontwikkelde landen in de wereld. Maar zoals Our Broken Garden klonk moet het leven er geen lachertje zijn. Reden daarvoor waren de prominente, melancholische cello en orgel die door ieder nummer spookten.  Bovendien wist ook gitarist Sören Bigum weinig vrolijke noten uit zijn treurig galmende instrument te toveren.
Nu, een gezonde dosis melancholie en zwaarmoedigheid is op zich geen enkel probleem. Sommigen durven er zich zelfs graag in wentelen, zeker wanneer de bladeren van de bomen beginnen te vallen. Een plaat als ( ) van Sigur Rós tovert ook niet direct een glimlach op je gezicht. Maar terwijl de nummers van deze IJslanders er stuk voor stuk in slagen om te overdonderen en te overrompelen, bleven die van hun voormalige kolonisatoren hopeloos in het luchtledige zweven. Enkel “When Your Blackening Shows” van het gelijknamige debuutalbum (verschenen op het uitstekende “Bella Union” label) wist echt te beklijven.
’Traag’ lijkt nog het beste woord om dit optreden te omschreven. Niet voor niets proberen platenverkopers deze groep aan de man te brengen onder het hokje ‘slowcore’. Drums of enige vorm van percussie waren nauwelijks aanwezig in de set, zodat het optreden futloos voortkabbelde naar het einde. Dat leek ook zangeres Anna Brönsted te beseffen. Tot twee keer toe verliet de frontvrouw met haar etherisch stemgeluid de piano om een draagbare drumcomputer te omgorden teneinde wat extra ritme en schwung in de set te pompen. Maar in combinatie met haar ABBA-achtig blauw mantelpakje, mikte dit eerder op de lachspieren dan op de heupen. Nog een geluk dat ze er ook zelf konden om lachen.

Under Byen
Een pak snediger en gevarieerder ging het er aan toe tijdens Under Byen (spreek uit: ‘Oh’nah Boon’, betekenis: ‘Below The City’). Geniet deze 8-koppige, multi-instrumentele band in thuisland Denemarken een ware cultstatus, dan blijft Under Byen in België tot op vandaag nog steeds een goed bewaard geheim.
Met ieder nummer dat verstreek werd steeds duidelijker hoe jammer dit wel is. Bijna anderhalf uur lang musiceerde Under Byen op het scherpst van de snee, waarbij geen enkel nummer klonk als het voorgaande. Een genrenaam, laat staan muzikale invloeden, op deze muziek plakken lijkt onbegonnen werk, al komt een kruisbestuiving van Tortoise, Motorpsycho, Mercury Rev en Björk misschien nog het dichtst in de buurt.
Under Byen stond op het podium met de attitude van een experimenteel jazzcombo, maar was er niet vies van om haar nummers op sleeptouw te laten nemen door een stuiterende hiphop beat of donkere oorden op te zoeken aan de hand van een huilende elektrische zaag of dreigende violen. Maar, die ingebakken hunker naar experiment zat een goede melodie nooit in de weg, wel in tegendeel!
Percussioniste Stine Sörensen mepte tijdens “Den her sang handler om at få det bedste ud af det” en  “Af samme stof som stof” op een smeedwerk van metalen buizen en ketels als betrof het een toegangsexamen voor plaatslager in de hoogovens van Arcelor Mittal. Voeg daar nog de bedwelmende, poëtische lyrics van zangeres Henriette Sennenvalt aan toe en je begrijpt dat het moeilijk was om niet overstag te gaan voor deze eigenzinnige band. Vraag ons trouwens niet wat de songtitels betekenen, bijdragen tot de ongrijpbaarheid van de muziek deden ze alleszins.
Het concert is de Botanique was het laatste van een Belgisch vijfluik in verschillende cultuurcentra. De kans dat Under Byen volgende keer met haar binnenkort te verschijnen nieuw album voor uitverkochte stadia speelt in ons land lijkt eerder klein. Daar was het concert te grillig en te eigenzinnig voor. Maar ons hoor je niet klagen. Dit is een band die je liefst wil koesteren en niet met teveel mensen wilt delen. En die je vooral zo vlug mogelijk opnieuw aan het werk wilt zien.

Organisatie: Botanique, Brussel

Masters Of Reality

Masters Of Reality: Goss & co vegen alle stonerrock clichés van tafel

Geschreven door

Wie of wat was er eerst: de kip of het ei, God of de mens, Chris Goss of stonerrock? Als bezieler en enige constante factor van Masters Of Reality wordt zanger, gitarist en meesterproducer Goss tegen wil en dank opgevoerd als één van de founding fathers van de zogenaamde woestijnrock, terwijl zijn muzikale smaak heel wat verder reikt dan slepende gitaarrifs, diepe bassen en logge drums. Zo blijkt de inmiddels 50-jarige Amerikaan immers een fervente aanhanger van Cream’s psychedelische powerblues, heeft hij zijn bewondering voor The Beatles (met name John Lennon) nooit onder stoelen of banken gestoken, en is hij dikke maatjes met UNKLE brein James Lavelle met wie hij in 2007 het onbegrepen post-triphop meesterwerk ‘War Stories’ opnam. Masters of Reality is ontegensprekelijk het prototype cult band: ze worden op de voet gevolgd door een hondstrouwe aanhang, produceren tijdloze albums die verder voor geen meter verkopen en kunnen dus op weinig tot geen radio airplay rekenen. Op twee decennia tijd heeft de figuur van Chris Goss lichtjes mytische proporties aangenomen, een gevoel dat enkel maar wordt versterkt doordat het aantal optredens van Masters Of Reality op Belgische bodem gemakkelijk op één hand te tellen is. Het moet intussen van die ijskoude decemberdag in 2001 geleden zijn dat we Masters Of Reality nog eens aan het werk zagen in de inkomhal van het Gentse S.M.A.K.. Ter gelegenheid van de release van het zesde Masters Of Reality studioalbum ‘Pine/Cross Dover’ verkoos Goss ook deze keer Gent als locatie voor hun enige Belgische optreden wat De Vooruit afgelopen zondagavond aardig deed vollopen.

Het late night concert werd ruim na 23u op gang getrapt met “Absinthe Jim And Me” en “Dreamtime Stomp”, twee uitstekende nummers uit het jongste album die boven alles een onheilspellende en psychedelische sfeer uitademen. Het publiek bleef aanvankelijk wat onberoerd bij dit nieuwe materiaal en leek vooral onder de indruk van de imposante verschijning van Goss. Pas toen “The Blue Garden” brutaal werd ingezet kon het feest der herkenning echt beginnen. Dit nummer uit het inmiddels niet meer in de reguliere handel te verkrijgen Masters Of Reality debuut (’88) kan met zijn bombastische openingsrif en vocal harmonies gemakkelijk doorgaan voor de missing link tussen Black Sabbath en The Beatles, en prijkt als publiekslieveling al sinds jaar en dag op de live setlist van de groep. Goss bleef hierna de evergreens uit de Masters Of Reality catalogus kwistig in het rond strooien: het repetitieve “Deep In The Hole” kreeg een symfonische intro aangemeten, het tekstuele niemendalletje “V.H.V.” werd verheven tot een slepende bluesstandaard en “Third Man On The Moon” is nog steeds het beste nummer dat Led Zeppelin vergat te maken.
De innemende Goss leek zijn rol van retrorock peetvader overigens vrij ernstig te nemen. Hij zocht slechts met mondjesmaat contact met het publiek en liet vooral tijdens de meer complexe nummers uit ‘Pine/Cross Dover,’ zoals het psychedelische dub experiment “Worm In The Silk”, een heel geconcentreerde indruk. Vanwege hun laag instant classic gehalte haalden deze nieuwe nummers wat de vaart uit het optreden, maar fraaie versies van de oudjes “Doraldina’s Prophecies” en “Rabbit One” maakten dat de aandacht echter nooit lang verslapte. Midden in de set ging Goss zelfs helemaal op de rem staan tijdens een akoestisch intermezzo. Hierbij werd hij enkel begeleid door soulmate en drummer John Leamy, die voor de gelegenheid overschakelde op keyboards, en beide heren dwongen het publiek zonder veel moeite tot een bijna ijzige stilte. Met breekbare vertolkingen van “Lover’s Sky” en vooral “Hey Diana” kregen de verstokte Masters Of Reality adepten eindelijk ook eens een nummer te horen uit de minder bekende albums ‘Welcome To The Western Lodge’ (‘99) en ‘Give Us Barabas’ (’04).
De finale van de avond werd ingezet met “High Noon Amsterdam”, dat ook zonder het vocale gezelschap van de melancholische opperbrombeer Mark Lanegan moeiteloos overeind bleef. Goss kreeg vervolgens een akoestische 12-string in zijn magische handen gestopt, verloor zichzelf heel even in wat percussie gestoei met zijn maats, maar zette net op tijd de beginakkoorden in van “John Brown”. Indien er één nummer uit de Masters Of Reality catalogus als dronkemanslied kan worden bestempeld dan is dit het wel, en ook het publiek had dit begrepen en scandeerde vrolijk mee met Goss: “Holiday, holiday, I declare a holiday, no matter what the doctors say”.

Na een korte break verscheen de groep opnieuw voor één enkel bisnummer, maar wat voor één! Het retestrakke “She’s Got Me (When She’s Got Her Dress On)” werd ingeleid door een opzwepende jamsessie, en voor het eerst op de avond ontpopte de anders zo serene Goss zich warempel als volleerd publieksmenner. Het bleek een waardig slotakkoord van een ruim twee uur durende retrotrip waar moddervette blues, psychedelica, vintage Beatles en hardrock hand in hand gingen ... de stonerrock ver voorbij dus!

Het publiek werd eerder op de avond opgewarmd door een uitgelezen selectie local celebraties. Tussen de optredens door graaiden de als het DJ duo Janssen & Janssen vermomde Dewaele broertjes gretig in de stoffige platenbakken van papa Zaki. Het leverde een geslaagde trip down memory lane op die spijtig genoeg werd ontsierd door een overdosis aan decibels.

Diezelfde decibels waren er ook in overvloed tijdens de set van Drums Are For Parades, een Gents trio dat door Chris Goss wordt bestempeld als zijn favoriete Belgische band van het moment en dus maar wat graag in diens voorprogramma wou opduiken. De drie heren met baarden beschikken over een monsterachtige sound die op een goeie dag zelfs de Lange Wapper brug tot schroot kan herleiden, en daar ligt precies ook de zwakte van dit gezelschap. Vervaarlijk ogend en snoeihard, dat wel, maar achter hun granieten muur van stonerrock met verankeringen in noise en crossover schuilen momenteel te weinig beklijvende songs om behalve wat pijnlijke oorsuizingen echt indruk te kunnen maken op onze trommelvliezen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Joan As Police Woman

Joan As Police Woman: opmerkelijke covers en een voorsmaakje van nieuw werk

Geschreven door

Joan Wasser en België blijft een latrelatie om te koesteren. Samen met producer en multi-instrumentalist Timo Ellis zorgde Joan, in een minimalistische bezetting, voor een warm gevoel op een al even warme herfstavond. In de tussenperiode van haar tweede en derde eigen album bracht ze een coveralbum uit dat enkel te koop is tijdens de ‘Interpretation Domination’ concertreeks, een geslaagde marketingstunt die de Handelsbeurs aardig deed vollopen met fans van het eerste uur die hun limited edition exemplaar op de kop wilden tikken. Opmerkelijk was immers dat het hebbeding met de weinig originele naam ‘Cover’ massaal verkocht werd na het concert. Het werkstuk is een verzameling covers geworden over verschillende genres heen met opmerkelijk eigenzinnige interpretaties van Joan as Police Woman.

Joan vatte haar set rustig aan met een een pianonummer dat opgedragen werd aan Freddy Mercury. Ze beperkte verder, met o.a. “Start of My Heart” en het soulvolle “Save Me”, vroeger werk in de setlist en legde de nadruk op opmerkelijke bewerkingen van bestaande nummers en een voorproefje van nieuw te verschijnen materiaal. Met “Whatever You Like”, een hiphop-nummer van artiest T.I., toonde Joan haar van een stoere vrouwelijke kant. Verder in de set herhaalde ze dit nog eens door het hiphop-nummer “She Watch Channel Zero” van Public Enemy vakkundig te verbouwen tot een echt Joan as Police Woman nummer. Met de Jimi Hendrix-cover “Fire” begaf ze zich op glad ijs. Joan gaf er echter een bijzondere wending aan met zowel hoge als bezwerende uithalen. Knap om van deze oerklassieker iets te maken dat ons als Hendrix-fan van het eerste uur nooit tegen de borst heeft gestoot! Idem eigenlijk voor het bijna onherkenbare “Sweet Thing” vanop Bowie’s ‘Diamond Dogs’. De cover van Britney Spears’ “Overprotected” deed ons met verstomming slaan. Joan bewerkte dit eenvoudige popliedje met schijnbaar gemak tot een catchy rocksong. Verder hoorden we nog een gestripte, ietwat punky versie van “Sacred Trickster” van Sonic Youth en met als bijzondere afsluiter van de avond een naar ons gevoel als eerbetoon aanvoelend “Keeper of the Flame” van Nina Simone. Qua nieuw werk konden we kennis maken met de potentierijke ballade “Flash”, het funky “Be Nervous” en hartenwringer “The Human Condition” in de toegift.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pagina 450 van 498