logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

The Dodos

The Dodos: als vanouds ontladen …

Geschreven door

The Dodos – Megafaun - de twee Amerikaanse bands kregen in Tourcoing een dezelfde tijdsduur aangemeten in hun avontuurlijk warme sound van freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons. Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun en The Dodos, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Megafaun bracht een spannende gig van frisse, dromerige ‘70’s retro. Het trio, de broers Cook en Joe Westerlund, speelde een uiterst genietbare set door een hitsig, broeierig gitaargetokkel op akoestische gitaar en banjo, de toegevoegde handclaps, de bezwerende percussie en een meerstemmige zang. We hoorden een paar energieke en boeiende solopartijen en ze schuwden het experiment niet in de songstructuur; de songs ondergingen diverse tempowisselingen en deinden op spannende wijze uit, wat schwung en pit gaf. De drummer haalde zelfs een vuilnisemmer boven en klapte met de cymbalen. Het was allemaal, met gevoel voor drama.
Deze bebaarde mountainhouthakkers overtuigden dus en daar zaten zeker de songs van hun tweede plaat ‘Gather, form + fly’ voor iets tussen; we koesterden vooral “Kaufman’s ballad”, “The fade”, het mijmerende “Worried man” en de semi acapella “Darkest hour” tot de puike rockers “Guns” en “Impression of the past”!

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze zijn in ons landje al erg geliefd, maar net over de grens moeten ze nog warm gemaakt worden om hun heerlijk warme subtiliteit te proeven, ondanks het feit dat de huidige cd ‘Time to die’ toegankelijker klinkt. Was de band wat beheerst en sfeervoller tijdens hun optreden in de Bota van september ll, dan waren ze hier als een jaartje terug, - remember de gigs in de VK, Pukkelpop en Dour! De songs kregen een ietwat rauwe, rammelende en zompige inslag, onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long.
We waren terug onder de indruk van het compacte samenspel en de weirde ideetjes in het creatieve, aanstekelijke gitaargetokkel, de –licks en de -slides, de bezwerende, opzwepende drums, het gestoei met de strijkstokken en de subtiele geluidjes op vibrafoon.
Het opbouwende en feller wordende geluid, de broeierige intensiteit en de frisse groove zorgden ervoor dat de songs het publiek bij de kraag vatten. In de set ging het gaandeweg naar een stomend feestje door “Small death” en “Two medicines” te plaatsen naast “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Zelfs de lieflijke, meeslepende intimiteit van sommige nummers kregen een nerveus, gejaagd ritme, iets wat het geheel alvast ten goede komt.
Ze speelden op een los ontspannende manier de pannen van het dak. Wat een ontlading hoorden we op het podium, waarbij het trio niet ten onder ging in de intrinsieke schoonheid en fijnzinnige subtiliteit, waarvoor we eerst vreesden. Integendeel, we ondersteunen hun huidige muzikale strategie en attitude …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Christopher Cross

Geringe opkomst voor popmonument Christopher Cross

Geschreven door

De kans dat je Christopher Cross te pakken krijgt voor een concert in ons land is heel erg klein. Het was immers al van in 1992 geleden dat de man nog in ons land was. Toen stond Cross in Antwerpen samen met o.a. Joe Cocker op het podium tijdens de ‘Night Of The Proms’ shows. De toch wel unieke gelegenheid om deze singer-songwriter aan het werk te zien in de Handelsbeurs grepen we dan ook met open armen.
Christopher Cross, geboren in Texas en ondertussen ook al 58 jaar, schreef geschiedenis in 1981. Zijn titelloos debuutalbum ‘Christopher Cross’ (uit 1980) was toen één van de meest invloedrijkste albums van die tijd en het werd ook bekroond met een Grammy Award voor het beste album van het jaar. Een prijs die hij wegkaapte voor de neus van Pink Floyd’s ‘The Wall’. “Sailing” werd in 1981 ook verkozen tot de beste song van het jaar. Christopher Cross bleef maar prijzen verzamelen doorheen zijn carrière en heeft na 5 Grammy Awards, ook nog een Golden Globe en een Oscar beeldje op zijn schouw staan. Die laatste trofee kreeg hij voor de song “Arthur’s Theme”, die hij schreef voor de film ‘Arthur’, een tragikomedie met Dudley Moore en Liza Minnelli.

In de lente van 2008 nam Christopher Cross een nieuw album op met als titel: ‘The Café Carlyle Sessions’, opgenomen in het legendarische Café van het Carlyle Hotel in New York. Deze kleine setting bleek de ideale plaats om de songcomposities om te toveren in lichte jazzpareltjes, vaak erg verschillend van de originele, traditionele poparrangementen.
Dit concept bracht Cross tot in een mager gevulde Handelsbeurs, waar het publiek zichtbaar genoot van de unieke stem van Christopher Cross, de vele bekende popklassiekers en een erg sterke, gepassioneerde begeleidingsband.
Vanwege de beperkte opkomst (“A Small But Lovin’ Bunch”, aldus Cross ) kreeg dit concert toch wel een uniek, intiem karakter. Het was alsof je op de eerste rij zat in het Carlyle Café. Echt uitbundig werd het nooit maar het publiek vol Cross kenners genoot vooral van een evenwichtige, grandioze set. Christopher Cross liet zich op het podium omringen door een vierkoppige sterke live band vol virtuoze muzikanten. De meeste muzikanten hoefden zich niet meer te bewijzen en verdienden hun sporen al eerder in de jazz scène. In de band o.a. L.A. Jazz pianist Nick Manson, die zich meermaals positief in de kijker speelde. Vooral zijn subtiel, jazzy intro voorafgaand aan de wereldhit “Sailing” maakte enorm veel indruk. Naast Manson was het vooral de Fin Andy Suzuki op saxofoon, dwarsfluit,…die de show stal. Bijna alle nieuwe songarrangementen droegen zijn stempel. Popliefhebbers kwamen gelukkig ook aan hun trekken want nooit werden de vernieuwde jazzarrangementen te confronterend. Klassiek, pop & jazzelementen werden harmonieus versmolten. De songbasis bleef behouden en ook voor niet jazz liefhebbers werd het geheel toegankelijk gehouden. De songs kregen dan wel een nieuw jasje, het was toch vooral de typerende, hoge en kristalheldere stem van Cross die imponeerde. Hoogtepunten volgden elkaar snel op en tussendoor hield Cross contact met zijn publiek. “Think Of Laura”, het eerbetoon aan het vermoorde meisje Laura Carter, was één van de vele hoogtepunten naast de gekende pophits: “Sailing”, “Arthur’s Theme”, “Ride Like The Wind” en “All Right”. Tijdens “In A Red Room” mocht de band eens voluit gaan of zoals Cross het zo treffend zei: “Now It’s Time For The Band To Spread Their Wings And Do Their Thing”.Op de setlist echter ook minder bekende songs zoals “Open Up My Window en “Hunger”. Deze laatste song kwam uit Christopher Cross laatste studioalbum ‘Walking In Avalon’, dat al dateert van 1998. Echt productief is hij als songschrijver de laatste 10 jaar niet geweest. In 2007 bracht Cross wel nog een kerstalbum uit. Ook daaruit kregen we een song, de zelfgeschreven compositie “Does It Feel Like Christmas”. Met het prachtige “Talking in My Sleep” kwam er een einde aan het erg mooie, intieme concert.

Ondanks de matige belangstelling, bedankte Cross zijn promotors. Hij was duidelijk tevreden en relativeerde de zaak door een stuk van de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het was immers veel te lang geleden dat hij nog in België was geweest. Plannen voor een uitgebreide tour in 2010 staan op stapel want dan zou er eindelijk ook een nieuw studioalbum verschijnen. In een kort gesprekje met Christopher Cross na het concert vertelde hij mij dat het nieuwe album totaal anders zal klinken en meer een Crowded House georiënteerde popplaat zal worden. Hopelijk zien we deze zeer getalenteerde en uiterst charmante muzikant dan ook terug in een van onze concertzalen. Warm aanbevolen!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Setlist: *Never Be The Same *Deputy Dan *Open Up My Window *Walking In Avalon *Sailing *Kind Of I Love You *I Really Don’t Know Anymore *Does It Feel Like Christmas *No Time For Talk *Hunger *In The Blink Of An Eye *Think Of Laura *In A Red Room *Swept Away *Arthur’s Theme (Best That You Can Do) *Ride Like The Wind
*All Right *Talkin In My Sleep

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Patrick Watson

Patrick Watson en Wooden Arms: geniale pracht van instrument en stem

Geschreven door

’Ongrijpbare sprookjesachtige droompop’ citeerden we al bij de platen ‘Close to Paradise’ en ‘Wooden arms’ van de jonge Canadees Patrick Watson. De charismatische multi- instrumentalist/songschrijver en zanger heeft een even lieftallige band rond zich vergaard en weet subtiliteit, finesse te breien aan avontuur en grilligheid. De broeierige opbouw wordt moeiteloos gekoppeld aan onverwachtse wendingen. Een magische vonk die aan het sfeervol, intens meeslepende materiaal een bevreemdende trip biedt. Een ‘nightclubbing Tom Waits’ kamerorkest lijkt neergestreken, die hun charmante pop overdekt door een instrumentarium van akoestische gitaar, bas, piano, toetsen, en durft te experimenteren met jazzy loops, percussie en allerhande geluidjes, waaronder een zingende zaag en xylo. De falsetstem en -varianten (door een soort vocoder apparaatje aan de microfoon toegevoegd!) van Watson en de samenzang creëren een apart sfeertje.
Maw het is een gestroomlijnde zoektocht en een dromerige chaos van deze (unieke) klankenwereld, wat we meteen hoorden in openers “Tracy’s water” en het avontuurlijke “Be-ing”. We konden even op adem komen binnen dit concept met het toegankelijke “Big bird in a small cage” (evenwel zonder de background zang van Katy Moore). Op “Weight of the world” was er sprake van een soort circuscarrousel door de toetsen en vervormde hij z’n warme stem door een megafoon. In al die dromerige complexiteit van warme, subtiele en dissonante klanken (van o.a. xylo en een zingende zaag) gaf Watson een krachtige (rauwere) wending aan “Luscious life”, Drifters”, “Man like you” en “Close to Paradise”. Impressionant! Verder hoorden we nog de stemmenpracht op “Traveling salesman”, een sober ingehouden “The great escape” (op piano solo) en “Wooden arms”, de soundtrack voor een stomme film, die na meer dan een uur en verve het concert besloot.
Traditiegetrouw in de bis begaf Watson zich met z’n band in het publiek. Met z’n zelf gebouwde micro aan 4 megafoons en de niet versterkte instrumenten, speelden ze een uitgebreide semi acapella “Man under the sea”, waarbij het refreintje ‘The fish & the sea’ zachtjes werd meegezongen of geneuried. De band tussen publiek en Watson & Band werd op die manier opgeheven! Dat hij een aardig mondje Frans kon, bewees hij in een intieme jam “Je te laisse, des mots”.
Kortom, Watson wist z’n gevoel voor drama om te zetten in toegankelijke, complexe boeiende droompop van diverse tempowisselingen en climaxen …

Ook Fredo Viola was een man van verrassingen. Deze grafische vormgever en videokunstenaar uit NY debuteerde pas op z’n 39ste met het bevreemdend mooie ‘The turn’. Een warme, zalvende sound van muzikale subtiliteit vs stemmenpracht. De songs hadden een minimale omlijsting en werden gedragen door een acapella koorzang van hij en z’n band en was uiterst origineel door de toegevoegde handclaps en footsteps. Een melancholisch geluid en geniaal stemmenwerk.
Fredo Viola vormde een belangvolle schakel binnen The Flying Pickets vocals, de ‘60’s Beach Boys en de ’70’s americanapop van My Morning Jacket en Grizzly Bear …Een intelligent en sober gebruik van instrument en stem, daar draaide het ‘em rond Fredo Viola. “Sad son”, een ode aan z’n overleden vader, betekende qua emotionaliteit en intrinsieke schoonheid hierin een hoogtepunt.

Organisatie : Aéronef, Lille

Left Lane Cruiser

Left Lane Cruiser: rauw en intens!

Geschreven door

Was er dan werkelijk niemand onder de concertorganisatoren geïnteresseerd in Left Lane Cruiser (Fort Wayne, Indiana) waardoor het duo uiteindelijk in JH 'T Schipke in Lauwe belandde? Niet meteen de meest geschikte locatie, ook al omdat zanger-gitarist Freddy J IV zijn set al zittend afwerkt, waar slechts enkele gelukkigen iets konden zien.

Even vreesde ik dat de magie van vorig jaar verdwenen was toen Left Lane Cruiser zó voorspelbaar begon met een nogal makke versie van Muddy Waters' "Rollin' and tumblin' ". Toen na het tweede nummer ook nog eens technische problemen opdoken groeide die vrees nog, maar eenmaal die panne verholpen begon het concert pas echt. Met een stem die stilaan Beefheart-dimensies begint te krijgen gromde Freddy zich door een bijzonder lekkere pot "high voltage" blues. Als een bezetene geselde hij zijn snaren (veel slide) en met drummer Brenn "Sausage Paw" Back (ook op mondharmonica, washboard en koebellen) produceerde hij een muur van geluid waarbij ik me meerdere keren afvroeg of er soms niet stiekem een derde man meespeelde. Heel wat covers passeerden de revue : een tweede maal Muddy Waters, Leadbelly (Black Betty), R.L. Burnside, Robert Johnson, Hound Dog Taylor en zelfs Elton John werd even door de mangel gehaald.
Maar uiteindelijk moesten die het allemaal afleggen voor hun eigen songs die ik toch nog een stuk hoger inschatte. Alle frustraties (ze waren per vergissing eerst naar Amiens gereden; iemand uit het publiek riep de zanger gemene verwensingen toe) werden met liters bier op een elektrificerende manier onder tafel gespeeld. Blues zoals ze hoort te klinken : rauw en intens. Na een behoorlijk lange set zag de drummer geen extra bisnummers meer zitten en besloot Freddy J IV dan maar om zelf achter de drum kit te kruipen en als een one-man-band verder te spelen. Na reeds een paar keer naar de groep verwezen te hebben volgde haast onvermijdelijk nog een AC/DC-cover (“Hells bells”) en werd er afgesloten met "Whipping post" (Allman Brothers). Zo veel stelden die laatste nummers niet meer voor maar de man had letterlijk alles gegeven en na afloop verliet hij strompelend het podium.

Dit was één van die optredens die nog dagenlang in mijn hersenpan zal nazinderen. En omdat ik hier nooit genoeg van krijg ga ik ze vrijdag nog eens zien in Amiens, hopelijk rijden ze dan niet eerst naar Lauwe.

Organisatie: JH ’t Schipke, Lauwe

Gong

Gong – Anderhalf uur mystiek, magie, mythologie en realiteit

Geschreven door

Halfweg de jaren ’60 had de Australiër Daevid Allen zich als gitarist en medeoprichter van Soft Machine reeds op verschillende vlakken in de kijker en in de rockgeschiedenis gespeeld. Na één enkele singleopname kwam evenwel aan zijn inbreng in deze toonaangevende groep binnen de Canterbury scene abrupt een einde toen Allen omwille van visumproblemen het Verenigd Koninkrijk niet meer binnen mocht en Soft Machine noodgedwongen als trio   verderging. Residerend in Frankrijk en vervolgens Mallorca en bulkend van de creativiteit, bleef hij niet bij de pakken zitten en richtte samen met zijn vrouw Gilli Smith de formatie Gong op die nadien een al evenzeer grote cultstatus zou verwerven.
Het in kaart brengen van de levensloop, laat staan het inventariseren van de diverse creaties van de formatie Gong, grenst al evenzeer aan het onmogelijke als het oplijsten van het aantal vrouwen die het bed met Robbie Williams hebben gedeeld. Ook al is de beschikbare informatie bijzonder accuraat, men zal steeds rekening moeten houden met een foutenmarge van enkele tientallen exemplaren. Omwille van herhaalde personeelswissels en bijhorende zijsprongen en –projecten ontstonden er immers her en der Gonggerelateerde formaties en samenwerkingsverbanden zoals pakweg Paragong, Pierre Moerlen’s Gong, Planet Gong, Mother Gong, new York Gong of Gong Maison. En dan laten we de solo-escapades nog buiten beschouwing.
Wat er ook van zij, de groep Gong zelf bereikte haar artistieke hoogtepunt met de albums ‘Flying Teapot’ (1973), ‘Angel’s Egg’ (1973) en ‘You’ (1974) die samen de zogenaamde ‘Radio Gnome Trilogy’ vormden, een mythologische verhalenbundel die ontsproten is aan een visioen van Allen en werd opgebouwd rond de centrale figuur Zero The Hero. Deze laatste reisde af naar een afgelegen, onzichtbare planeet Gong bevolkt door onder meer Pot-Head Pixies en Octave Doctors, om er aldaar diverse avonturen te beleven. Als u weet dat ieder groepslid van Gong daarbij ook een alter ego toegemeten kreeg en een rol speelde in dit geheel, is het niet moeilijk te begrijpen dat het beluisteren van platen van Gong enige verbeeldingskracht en een gezonde dosis humor vereisen. Als toeschouwer hield men dit dus best in het achterhoofd op het ogenblik dat men afgelopen zaterdag de Gentse Handelsbeurs binnenkwam om Gong na hun - uiterst geslaagde - passage op Dour afgelopen zomer, nu ook in zaal te komen gadeslaan.

Aan de basis van de uitgebreide tournee ligt onder meer het feit dat het precies veertig jaar geleden is dat Gong hun allereerste concert ooit – in België nota bene – gaven maar bovendien werd in september ook een nieuwe plaat ‘2032’ uitgebracht, het jaartal waarin de planeet Gong voor het eerst met de aarde contact zal opnemen. Aldus wordt dit album als de directe opvolger van de ‘Radio Gnome Trilogy’ aanzien. Bijkomende bijzonderheid aan  ‘2032’ is dat voor het eerst in ongeveer drie decennia de opnames plaatsvonden in een bezetting die grote gelijkenissen vertoonde met deze ten tijde van de klassieke trilogie, zijnde behalve Daevid Allen ook Gilli Smith, Steve Hillage, Didier Malherbe, Miquette Giraudy en Mike Howlett.
Op het podium in Gent waren Malherbe (wel gastspeler in Parijs) en Howlett (van de partij  tijdens de concerten in het Verenigd Koninkrijk) er niet bij. Allen (gitaar en zang), Smith (achtergrondzang), Hillage (gitaar en zang) en Giraudy (toetsen en achtergrondzang) werden bijgestaan door Ian East (saxofoon en dwarsfluit), Chris Taylor (drums) en - in plaats van Howlett - Dave Sturt (basgitaar). Kortom, een bezetting waar Gongfans al lang naar uitkeken.
Toen de lichten in de Handelsbeurs doofden en op het grote beeldscherm felgekleurde, vliegende theepotjes te zien waren en de groepsnaam opflakkerde, was dit het sein voor het publiek om zich te laten onderdompelen in de mystieke en magische wereld van Gong.
Na een korte instrumentale intro kwam Allen met puntmuts op het hoofd en getooid in zwart-witte pak bedrukt met doodshoofdjes (een pak dat hij later zou omruilen voor een futuristisch witte uitrusting), het podium opgewandeld en werd met “Escape Control Delete” uit het nieuwe album geopend. Dit luid en strak gespeelde, melodieus getinte nummer voorzien van een flinke vleug psychedelica en krautrock eindigde in weids uitwaaiende gitaarpartijen. Meteen werd de toon voor de gehele set gezet.
Het modern klinkende album ‘2032’ is namelijk minder zweverig dan weleer en elk nummer bulkt van de muziekgenres. Live werd dat vlotjes overgedaan. Of nu de ene keer de psychedelica en de space rock primeerden, dan wel op andere momenten alle registers der jazz fusion werden opengetrokken, telkenmale werd het geheel verweven met onder meer funk (“Digital Girl”), folk (de tweede helft van het swingende “Dancing With The Pixies”), oosterse wereldmuziek (“Flute Salad” uit ‘Angel’s Egg’), punk (het nerveuze “Guitar Zero”) of new age (“Yoni Poem” waarbij Smith’s fluisterende poëzie met de jaren griezeliger blijkt te worden). Om de hoek loerden herhaaldelijk ook Pink Floyd en Van der Graaf Generator.
De saxofoon is steeds een bepalende factor geweest in het geluid van Gong maar in Gent werd dit instrument via Ian East nog duidelijker op het voorplan gebracht. Dit gold eveneens voor de basgitaar van Dave Sturt. Beiden waren bijzonder bepalend voor het ritme en mede verantwoordelijk dat er van rustpauzes nauwelijks of geen sprake was.
Het meest opgetogen waren we met de aanwezigheid van Hillage. Er kon volop genoten worden van zijn geëtaleerde gitaarkunsten. Vooral in nummers als “Wacky Baccy Banker” of het instrumentale, door hem gecomponeerde “Portal” kon hij zich met zijn headless Steinberger ruimschoots uitleven, daarbij ondertussen ook vaak keuvelend met Giraudy die af en toe een gooi leek te doen naar de titel van meest bizarre luchtgitaarspel.
De ruimtereis van Gong ging natuurlijk ook richting het verleden en er werd dan ook herhaaldelijk teruggeblikt op de reeds aangehaalde trilogie. Er was niet alleen in het begin “Zero The Hero And The Witch’s Spell” (uit ‘Flying Teapot’) dat een outtro meekreeg die leek op een jamsessie, maar ook “Flute Salad”, “Oily Way”, “Outer Temple / Inner Temple” en “I Never Glid Before” (allen uit ‘Angel’s Egg’) en “Master Builder” (uit ‘You’) kwamen aan bod.
Uit ‘Camembert Electrique’ (1971) werden dan weer het in psychedelica gedrenkte “You Can’t Kill Me” en het door Allen en Sturt repetitief gescandeerde “Dynamite / I Am Your Animal” geplukt. Bij dit laatste nummer werkten de gitaren tegendraads in tegen de overige instrumenten maar blonk het geheel toch uit in alle homogeniteit.
Muzikaal zat alles goed maar een klein minpuntje noteerden we toch bij de vocale prestaties van Allen. Bij “Wacky Baccy Banker” en “I Never Glid Before” werd niet zuiver gezongen. Aanvankelijk dachten we aan een slechte geluidsmix maar dit zou een beetje verwonderlijk zijn, gezien nu net de Handelsbeurs in het verleden via haar akoestische kenmerken eerder een extra troef dan een remmende factor bleek te zijn.
Al snel werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Allen hield herhaaldelijk nauwlettend de tekstbladen in het oog, had wat begeleiding nodig toen hij op een ogenblik enigszins verdwaasd achter het podium wandelde en leunde enkele malen met zijn hoofd tegen de achterkant van luidsprekers aan. Maar bovenal bleven de doorgaans grappige passages en toespelingen uit.
Nadat met “Selene” de reguliere set werd afgesloten en het publiek om meer schreeuwde, kwam Gilli Smith met het verdict: Daevid Allen had een lelijke griep te pakken en de koorts was te hevig om de voorziene toegiften te brengen. Ze excuseerde zich uitvoerde en hoopte de toeschouwers binnenkort terug te zien. Laten we duimen dat die kans zich nog voordoet want gezien de leeftijdsgrens van enkele protagonisten (Allen is er 71 en Smith zelfs 76) is enige voorzichtigheid hierbij op zijn plaats.

In elk geval kwam aldus een onverwacht einde aan het concert en maakte de magische wereld van Gong na anderhalf uur plaats voor realiteit. De afstand tussen de planeet Gong en het aardse leven bleek plots erg klein geworden te zijn. ‘2032’ werd heel eventjes gewijzigd in ‘2009’.

Setlist: * Intro * Escape Control Delete * You Can't Kill Me * Zero The Hero And The Witch's Spell * Dynamite/I'm Your Animal * Digital Girl * Yoni Poem * Dancing With The Pixies * Wacky Baccy Banker * I Never Glid Before * Portal * Flute Salad * Oily Way * Outer Temple/Inner Temple * She's The Great Goddess /Master Builder * Guitar Zero * Selene

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Massive Attack

Massive Attack, duister en imposant

Geschreven door

In afwachting van een nieuw album die er maar niet doorkomt is Massive Attack toch al volop aan het toeren. In België stonden ze al in de uitverkochte zalen Vorst en Lotto Arena, maar net even de grens oversteken tot in Lille was ook een optie.

Het was geleden van de Lokerse Feesten 2008 dat we de band aan het werk zagen, een memorabel concert was dat. Wat ze hier vanavond presenteerden was van hetzelfde niveau. Een indrukwekkende, imposante en donkere sound, bij momenten dreigend luid, met songs die gestaag naar een trance climax toe groeiden en dit alles nog wat sterker in de verf gezet via knappe visuele effecten. Nieuwe songs klonken veelbelovend en wisselden keurig af met de onweerstaanbare niet kapot te krijgen klassiekers.
De heerlijke zang van ouwe rot Horace Andy maakte van een overweldigend “Angel” een absoluut hoogtepunt, ook de krachtige soulstem van de ferm uit de kluiten gewassen Deborah Miller maakte van “Safe from harm”en “Unfinished sympathy” absolute kippenvelmomenten (dat heb je met die negerinnen, hoe dikker ze zijn hoe beter ze zingen). De lome en bezwerende raps van 3D en Daddy G contrasteerden perfect met de hemelse stemmen van hun gastvocalisten. Enkel de sprookjesachtige verschijning Martina Topley Bird was er een beetje te veel aan. De enige zwakke momenten in de set waren deze waarbij zij aan de microfoon mocht hangen. We hadden het kunnen weten, want de dame had al het bijzonder bleke voorprogramma verzorgd (ze heeft geen onvergetelijke stem, en ook haar songs zijn te verwaarlozen). Neen, zij is hoegenaamd geen aanwinst voor Massive Attack, zelfs een prima song als “Teardrops” wist ze hier naar de fillistijnen te helpen, ook al hadden de heren 3D en Daddy G hier wel wat mee te maken door de song in een ietwat ander, en als het van ons afhangt helemaal niet geslaagd, arrangement te brengen.

Maar voor de rest was dit toch weer een uitermate fantastisch concert. Een duistere en claustrofobische sound, een trance-trip zoals enkel Massive Attack deze kan verwekken. Deze band is uniek.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Colin Blunstone feat. The Zombies

Colin Blunstone feat. The Zombies: een heerlijke trip in het popverleden

Geschreven door

In het begin van de sixties startte de merkwaardige carrière van The Zombies in een Londense voorstad, waar ze een plaatselijke wedstrijd wonnen. Hun eerste single “She’s Not There” kwam in de top 20 terecht in de U.K., maar bereikte de 2e plaats in de States.
Dit moest een schitterende start worden voor een groep, die barstte van het talent. Zanger Colin Blunstone, met zijn prachtige hoge stem, en toetsenist Rod Argent, die jazzy en klassieke invloeden mengt, zijn topmuzikanten.
En toch liep het niet zo goed met de band. In 1965 haalde “Tell Her No” nog de top tien in de U.S., maar dan slaagde de groep er niet meer in een hit te produceren. Nochtans zijn hun nummers uit die tijd kwalitatief zeer goed, misschien iets te moeilijk voor die tijd. Het gebrek aan succesvolle singles zette de groep erg onder druk. Nadat hun contract met Decca afgelopen was tekenden zij een nieuw contract met CBS voor één enkele LP. Daarvoor kregen zij een klein budget toegewezen. ‘Odessey And Oracle’ verscheen in 1968 en deed helemaal niets in de charts. De groep splitte dan maar, waarna de single “Time Of The Season” toch nog uitgebracht werd. Het werd een grote hit, maar de Zombieleden weigerden een doorstart van de groep. In het begin van de seventies had Colin Blunstone nog enkele solohitjes, terwijl Rod Argent met zijn nieuwe groep ‘Argent’ vooral scoorde met “Hold Your Head Up”.
Ondertussen werd hun ‘Odessey And Oracle’ door verschillende muzikanten en groepen (Paul Weller, Foo Fighters en Fleet Foxes) regelmatig vermeld als hun favoriete album aller tijden. En zo kreeg de plaat meer dan twintig jaar na het uitbrengen een tweede kans. Het wordt nu algemeen aanvaard als één van de topalbums van de sixties. In 1982 en later zong Colin nog als gastzanger enkele onvergetelijke nummers op ‘Eye In The Sky’ en drie andere albums van ‘The Alan Parsons Project’ …Reden genoeg dus om de groep te gaan beluisteren in de Schouwburg in Kortrijk …
En nog steeds sukkelde de groep met hetzelfde probleem: de zaal vol krijgen. De mix van echte fans en dasdragende notabelen die met hun abonnement de meest diverse acts gaan bekijken kregen nochtans waar voor hun geld. Naast Blunstone en Argent hoorden we bassist  Jim Rodford, die 18 jaar bij ‘The Kinks’ speelde, zijn zoon Steve op drums en gitarist Keith Airey.

Blunstone en Argent begonnen alleen met een drietal nummers, waarna de rest van de band er bij kwam. Voornamelijk een afwisseling van nieuwe nummers, die net niet de kwaliteit van het oudere werk benaderen, en een zestal tracks van ‘Odessey And Oracle’ warmden het publiek op voor “Time Of The Season”, waarna we even de kans kregen de dorstige kelen te laven.
Na de pauze werd de volumeknop enkele keren serieus opengedraaid, vooral toen iedereen rechtveerde om luidkeels mee te brullen op “Hold Your Head Up”. De uitvoering van “Old And Wise” was veel beter dan die op You Tube en zorgde zowaar even voor vochtige ogen bij deze sentimentele oude hippie. Ook “Summertime”, waarmee het concert afsloot, was van superieure kwaliteit. Een staande ovatie, ook van de aanwezige dasdragers en hun gades, besloot deze zalige muziekervaring met een hemelse stem en heerlijke Hammondklanken.
Maar waar zaten jullie?

Setlist: Let it go, Sanctuary, The Way I Feel Inside, I Don’t Believe In Miracles, I Love You, Can’t Nobody Love You, What Becomes Of The Brokenhearted, Any Other Way, A Rose For Emily, Care Of Cell 44, This Will Be Our Year, Beechwood Park, I Want Her, She Wants Me, Time Of The Season.
Pleasure, I Must Move, Whenever You’re Ready, Tell Her No, I Do Believe, Say You Don’t Mind, Hold Your Head Up, Old And Wise, Indication, She’s Not There.
God Gave Rock And Roll To You, Summertime

Organisatie: Cultuurcentrum Kortrijk

Marianne Faithfull

Marianne Faithfull & Band: grenzeloos respect voor …

Geschreven door

Ondanks de (bijna) pensioengerechtigde leeftijd, houdt de 63 jarige rock’n’roll diva zich op haar recentste platen kranig en (levendig) jong door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze werkte samen met de nineties generatie Polly Harvey, Beck, Damon Albarn, Nick Cave en Morrissey, grijpt jonge artiesten en bands aan als Antony Hegarty, The Decemberists en BRMC of tuimelt veertig jaar terug in het hitarchief naar The Rolling Stones, Duke Ellington, Smokey Robinson, Randy Newman en Dolly Parton.
Ze had soms een geheugensteuntje nodig voor de liederenteksten (full understanding!) en kon haar getalenteerde begeleidingsband maar voorstellen met de hulp van haar walking memory / rechterhand en multi-instrumentalist Dave (?). Ze hield een nauwe, intense band met het publiek en haar bescheidenheid, dosis zelfrelativering en humor en stijl van thanks sierden.
Ze kon in de herbewerkte songs haar eigen stempel drukken en er een venijnig, scherp randje aan geven. Ze werden door haar zevenkoppige begeleiding tot in de puntjes uitgewerkt en werden gedragen door haar grauwe, rokerige stem. De fijne, subtiele arrangementen boden een donkere, broeierige ondertoon.
Jeugdsentiment hoorden we in het ouder materiaal: opener “Time square” trok al meteen de aandacht, halverwege was er “Broken English” en tot slot hoorden we “The ballad of Lucy Jordan” ergens achteraan; ze werden in een soort Van Morrison stijl breed omlijst door toetsen, piano, viool, dwarsfluit, klarinet, hobo, zingende zaag en een harmonium, en kregen soms een adrenalinestoot door een begeesterend gitaarspel, die richting Robert Cray durfde uit te gaan. En in haar archief konden een bloedmooie “Sister Morphine” en een beklijvende “As tears go by”, de Rolling Stones links, niet ontbreken!
De songs van haar recentste worp ‘Easy come, Easy go’ stonden moeiteloos naast deze classics. Een broeierig “Down from Dover” (Dolly Parton), een rockende “Hold on, hold on” en een sfeervolle “In Germany before the war” (Randy Newman). Ook de bewerkingen van de jongere generatie overtuigden live, “The crane wife” van The Decemberists, haar closest filosophy of life in “Crazy love” van Cave en een strak gespeelde “Salvation” van de ‘zwartjacket-ers’ van BRMC.
In deze uiterst gevarieerde set grepen nog volgende nummers ons bij het nekvel: een innemend, sober gehouden en jazzy aandoende “Solitude” (Duke Ellington), de ‘60’s songwriting van ene Jackson Frank in “Kimbe”, wat zomaar kon geplukt zijn uit de Leadbelly stal en in de muzikale outfit van Grace Jones, “Why’ve yo do it”, die fascineerde door een funkende groove, een broeierige intensiteit en Faithfull’s grauwe zegzang.
Vanavond moesten er geen visuals aan te pas komen. Ze vatte haar OOR encyclopedie samen in een anderhalf uur durende innemende grootse set. Het spelplezier en haar enthousiasme leverden haar zelfs ruikers bloemen op ... Ze onderstreepte nogmaals de soberheid van haar shows en blies lof over haar ‘real band’, haar real singing en het warme onthaal.

Ook de bis was uiterst genietbaar ondanks de valse noot die we eerst hoorden in het breekbare “Sing me back home”. Ze kon ‘dat ietsje meer songwriterschap’ niet onder stoelen of banken steken voor Morrissey en besloot definitief met een opbouwende “Dear God, please help me”. Het droeg bij tot het grenzeloos respect, dat ze voor heel wat artiesten en bands heeft. Klasse!

Organisatie: Live Nation + AB

A-Ha

AB duidelijk te klein voor Noorse hitband A-Ha

Geschreven door

De Noorse synth pop/rock band A-Ha bracht dit jaar zijn negende studioalbum uit ‘Foot Of The Mountain’. Net zoals ‘Analogue’ uit 2005 een prima plaat vol verrukkelijke popsongs.
A-Ha werd opgericht in 1982. In 1985 verscheen hun debuutalbum ‘Hunting High And Low’. Dit album werd éen van de best verkopende platen van 1986 en mede dankzij de befaamde videoclip bij de single “Take On Me” werd deze Noorse band wereldwijd bekend. Die bekendheid verloor wat van zijn glans gedurende de jaren maar sinds de reünie in 1998 heeft de band opnieuw steevast fans gewonnen. De Noren maakten dan ook in hun carrière geen enkele slechte plaat, maar ondanks alles haalde A-Ha niet meer de status zoals tijdsgenoten Simple Minds of U2.
Het nieuwe radiovriendelijke album is beresterk en net nu de A-Ha de tour op gaat om deze plaat te promoten kondigde het in één adem ook het definitieve einde aan van de band. Harket & co gaan rentenieren, nog niet meteen want in 2010 komt er nog een gigantische wereldwijde afscheidstournee…..die dan hopelijk ook nog eens België zal aandoen. Het allerlaatste A-Ha concert zal plaatsvinden in Oslo op 4 december 2010. Eind 2005 zag ik de band al in Vorst Nationaal. Toen liep FN slechts halfvol.
Deze ‘Foot Of The Mountain’ tour bracht de Noren echter dat in de kleinere (lees gezelligere) Brusselse AB, die al maanden vooraf uitverkocht was. Heel wat fans zonder kaartje zakten toch nog af naar de AB in de hoop nog een ticket te bemachtigen…. Het was duidelijk dat de AB wat te klein was voor de nog steeds bijzonder populaire Noren van A-Ha. Opvallend was hoeveel vrouwelijk schoon zich onder het publiek bevond. Voor alle duidelijkheid, die kwamen allen voor de eeuwig jonguitziende zanger Morton Harket, die ondertussen reeds 50 geworden is. Naast Harket ook nog de enthousiaste synthgod Magne Furuholmen en de wat bleke gitarist Paul Waaktar-Savoy. Live werd het trio versterkt door een drummer en een extra keyboardspeler die zich vooral heel erg op de achtergrond hielden. Deze A-Ha live-productie was een stuk groter en indrukwekkender dan de show van 2005 in Vorst, met deze keer imposante LED videowalls, opblaasbare poppen en een mooie, doeltreffende lichtshow. Een show die duidelijk op maat gemaakt was voor iets grotere zalen.

Omstreeks 20u30 doofden de lichten en begon de set met één van hun allergrootste hits: “The Sun Always Shines On TV”, nog steeds een geweldig popnummer. Perfect aansluitend kregen we de synthesizer aangedreven popsongs “Riding The Crest” & “The Bandstand”. Sterke songs uit het nieuwe album, die al even overtuigend werden gebracht. Een eerste hoogtepunt kwam er met het betoverende “Stay On These Roads”. Bloeimooi gebracht onder een zeer sfeervolle belichting. Het viel me ook op hoe bijzonder stemvast zanger Morton Harket was. Bovendien was hij ook een stuk zelfzekerder dan toen ik hem in 2005 zag, maar een grote prater en contactlegger met het publiek is hij nog steeds niet. Deze job was weggelegd voor toetsenist Magne die meermaals het publiek in keurig Frans (en enkele woorden Nederlands) toesprak en bedankte. Gitarist Paul Waaktar-Savoy bleef dan weer opvallend op de achtergrond en leek zowat vastgelijmd in de rechterhoek van het podium. Af en toe trok A-Ha ook de danskaart zoals tijdens “The Blood That Moves The Body” en het opzwepende “I Dream Myself Alive”. Deze laatste song kende een wat bizar slot, toen de heren aan het einde van de song het podium verlieten en drie grote opblaaspoppen hun plaats innamen. Dit vormde de brug tot een akoestisch luik (met zanger Morton Harket op gitaar!) waarin vooral het mooie “Velvet” luidkeels werd meegezongen.
Vreemd genoeg waren het vooral de nieuwere songs die naar het einde toe de handen op elkaar kregen. “Shadowside” en vooral het up-tempo “Foot Of The Mountain” maakten erg veel indruk. De band werd teruggehaald voor een bisronde vol hits. Popklassiekers die vaak in een iets aangepast, hedendaags arrangement werden gebracht. “Analogue” kreeg opnieuw alle handen op elkaar. Jammer dat dit de enige song was die we te horen kregen uit dit schitterende album. “The Living Daylights”, deed het na een valse start opnieuw erg goed; al is deze song niet meteen een van mijn favorieten. Natuurlijk werd “Take On Me” de voor de hand liggende afsluiter. De kers op de taart! Er werd de band toegeroepen vanuit het publiek er nog eens 25 jaar bij te doen. Een publiek dat duidelijk nog niet vertrouwd was met de nakende split  van hun idolen.
Een zeer enthousiast publiek trouwens dat genoot van een selectie klasse popsongs in een loepzuivere productie. A-Ha is nooit de band geweest die tijdens optredens op zoek gaat naar een sterke wisselwerking met het publiek. Ook deze keer was dit niet anders. Het was vooral genieten van de vele schitterende, vaak tijloze popsongs en vooral de sterke vocale klasse van Morton Harket, waarbij ik zijn aanlokkelijke ‘looks’ dan nog volledig negeer. Laten we hopen dat deze band volgend jaar terug (voor een allerlaatste keer dan!) België aandoet. Waarschijnlijk kan de band dan nog meer tot zijn recht komen in een iets grotere zaal of festivalpodium. Nu al aanstippen op je ‘to remember’ lijstje voor 2010!!

Setlist:
*The Sun Always Shines on TV *Riding The Crest *The Bandstand *Scoundrel Days *Stay On These Roads *Manhattan Skyline *Hunting High And Low *The Blood That Moves The Body *I Dream Myself Alive *And You Tell Me *Velvet *Train Of Thought *Sunny Mystery *Forever Not Yours *Shadowside *Summer Moved On *Foot Of The Mountain

*Cry Wolf *Analogue *The Living Daylights *Take On Me


Organisatie: Live Nation

 

Yo La Tengo

Yo La Tengo: kwarteeuw klasse

Geschreven door

Het Depot werd woensdagavond ingepalmd door twee acts die al lange tijd meegaan. Men zou op wapenstilstandsdag van een bende oud-strijders durven spreken, ware het niet dat zowel Wreckless Eric als Yo La Tengo hun strijd nog niet gestaakt hebben.

De Brit Eric Goulden debuteerde in 1977 als Wreckless Eric op het fameuze Stiff-label (zie ook Elvis Costello, Nick Lowe en Ian Dury), zijn ‘Whole wide world’ wordt over het Kanaal als een hoogtepunt van de punkrockgeschiedenis beschouwd, dit terwijl zowel de uitvoerder als het lied zelf weinig belletjes doen rinkelen in onze contreien.
In Leuven liet deze vrolijke Frans zich bijstaan door zijn echtgenote Amy Rigby die in “Raising the bars” klonk als Patti Smith om enkele nummers later vocaal de ene keer heel licht richting Joni Mitchell en de andere keer richting Lisa Loeb te zweven. In de eerste helft van het nogal rommelige optreden beperkte het echtpaar zich tot gitaar en keyboards, nadien verraste Wreckless Eric het publiek door plots een beatbox in gang te steken hetgeen de aandacht wat kon afleiden van ’s mans povere zangpartijen. De tekst van “Bobblehead Doll” zorgde, in combinatie met de naar Sinead O’Connor neigende vocalen van Rigby, voor een mooi contrast met de eerdere vrolijke geluiden die de reeds vermelde beatbox teweeg bracht. Het daaropvolgende nummer werd gelardeerd met een opzwepende samenzang en enkele danspasjes van de basgitaar bespelende Wreckless Eric. We hoorden geen wereldnummers maar weinigen namen daar aanstoot aan want het publiek slikte tien songs lang de allesbehalve verfijnde hutsepot die het sympathieke koppel opdiende. Wie kan immers geen vergiffenis schenken aan een pretentieloos duo dat excelleerde in zelfrelativering? De in het voorlaatste lied gezongen zinsnede “Together we were crap” spreekt wat dat betreft boekdelen. Ook het feit dat Wreckless Eric afsluiter “Whole wide world” aan The Proclaimers (die het nummer in 2007 effectief coverden op ‘Life with you’) toeschreef, illustreerde dat de vele lof die hij voor dit nummer toegedicht krijgt hem aan zijn reet kan roesten.

De kern van Yo La Tengo bestaat al sedert zijn ontstaan uit het echtpaar Ira Kaplan en Georgia Hubley. Bassist James McNew was dus de enige die woensdagavond zonder zijn halve trouwboek op het podium stond. Meer dan eens monden songs van Yo La Tengo uit in hevige distortion, in de openingssong gebeurde dit op gitaar terwijl Kaplan in de twee daaropvolgende nummers ook het orgel voluit liet janken. Hubley nam voor het eerst de lead-vocals voor haar rekening tijdens “Little eyes” (uit het in 2003 gereleaste ‘Summer Sun’). Hoewel deze groep ondertussen al een kwarteeuw meegaat, bewijst het veelvuldig putten uit hun recentste platen (het sublieme ‘I am not afraid of you and I will beat your ass’ en het recente ‘Popular Songs’) dat ze – in tegenstelling tot de meeste andere acts die al enkele decennia meegaan - niet teren op oud werk. Voorts valt de grote afwisseling op, er was in Het Depot zowel plaats voor een poppy song (zoals “Mr. Tough” dat met zijn hoge vocalen erg doet denken aan enkele van de meer vrolijke deuntjes die Ween op plaat perste) als voor de naar Sonic Youth neigende feedback-orkanen die tijdens enkele extreem lang uitgesponnen nummers weerklonken. Na een uurtje kregen we zelfs twee nummers lang rust gegund, vooral het door Hubley gezongen “I feel like going home” deed velen extra onderuitzakken in hun comfortabele zetel…..om direct daarna bruusk gewekt te worden door de keihard snerpende gitaar van Kaplan.
De instrumental die na anderhalf uur de reguliere set afsloot, deed ons – mede door de manier waarop Kaplan met lijf en leden opging in zijn gitaarspel – terugdenken aan het uitstekende optreden dat we Explosions in the sky twee en een half jaar terug op hetzelfde podium zagen brengen. Op een bepaald moment bleek de flow even weg waardoor het leek alsof Yo La Tengo zich even verslikte in de massaal meanderende akkoorden. Lang duurde deze hapering echter niet want het drietal (dat tijdens die afsluiter aangevuld werd met een stoïcijns spelende organist) is zodanig goed op elkaar ingespeeld dat ze alles snel weer op de rails kregen.
Een dubbele bisronde was het logische gevolg van dit alles. Eerst mochten Wreckless Eric en Amy Rigby nog eens bewijzen dat ze zelfs een classic als “Dizzy” (van Tommy Roe) de vernieling in kunnen zingen. Vervolgens etaleerde Yo La Tengo zijn klasse in “Our way to fall”. Ook op verzoeknummers van de Leuvense fans gingen ze in. Terwijl men pas na zes nummers een eerste woord tot het publiek gericht had, ontdooide Kaplan zich in de bisnummers dus tot de perfecte gastheer. Voor het laatste lied kwam Hubley nog eens van achter haar drumstel vandaan om - samen met haar (zichzelf op de akoestische gitaar begeleidende) man – een mooi orgelpunt te zetten achter dit zeer degelijke concert.

Ooit zagen we Yo La Tengo al indrukwekkender voor de dag komen, maar dit weerhoudt ons er niet van om te concluderen dat ze na 25 jaar nog steeds moeiteloos bewijzen dat ze hun plaats aan het rockfirmament meer dan verdienen. The Rock’n’Roll Hall of Fame weet dus meteen voor wie ze een plaatsje mogen reserveren. Alhoewel, we gaan niet eisen dat ze daar snel in opgenomen zullen worden aangezien die ‘hall’ vooral bevolkt wordt door artiesten die hun beste tijd al gehad hebben…iets wat in het geval van Yo La Tengo allerminst opgaat.

Organisatie: Depot, Leuven

Lady Linn & Her Magnificent 7

Here we go again

Geschreven door

Muzikale duizendpoot Lien De Greef legde zich na haar werk met trippop Bolchi, de hippop van Skeemz en haar werk met DJ Red D (zanglijnen verzorgen en soms zelf eens mee dj-en) toe op haar voorliefde voor jazz. De charismatische en talentrijke Lien kon al evenzeer rekenen op even talentrijke muzikanten en formeerde Lady Linn and her Magnificent Seven, die groeven in het muzikale archief van de ‘50’s jumpin’ jive, ballroom jazz en bebop. Ze toerden twee jaar met covers van jazz- en swingnummersuit de jaren ’30 tot ’50. Sensueel, zwoele en broeierige jazzysoulpop dus.
Ze begon zelf ook eigen nummers te schrijven, wat resulteerde in de vorig jaar verschenen cd ‘Here we go again’. Naast vaste man Jeroen de Pessemier (ook Subs), plaatste de ganse Gentse scène zich achter dit project, dat tot op de dag vandaag een groots succes is in het reguliere clubcircuit en op de festivals.
Het is een uiterst genietbare cd waar de verschillende instrumenten, de blazersectie en haar emotievol pakkende stem op elkaar zijn afgestemd. Songs als “A love affair”, “Cool down” en Eddie Grant’s “I don’t wanna dance” hebben een lekkere groove; ze worden afgewisseld met een uiterst sfeervol gehouden “Waiting” en de titelsong “Here we go again”; “Shopping” lijkt gegrepen uit de jive stal van één van de platen van Joe Jackson en met “I am aware” ( met Bert Ostyn – Absynthe Minded) heeft ze een ontbrekende ‘50s crooner uit.
Ze won dit voorjaar nog de MIA, als beste vrouwelijke artieste en hierbij liet ze Natalia, Kate Ryan en Sandrine achter zich …Kortom, een terecht verdiende doorbraak!

Wilco

Wilco (the album)

Geschreven door

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

Fight Like Apes

… And the mystery of the golden medaillon

Geschreven door

Binnen het hokje van de alternative rock mogen we gerust het jonge kwartet Fight like Apes plaatsen, afkomstig uit Dublin, Ierland. .Ze staan garant voor uptempo gedreven synth/poppunk. Inderdaad, de synths staan tegenover de gitaar en de songs worden gedragen door de indringende, verbeten stem van zangeres Mary Kate (Maykay). Hun straight forward songs klinken leuk, dynamisch en opzwepend met “Battlestations”, “ Do you karate?” en “Something global”.
Ze speelden zich al in de kijker op het Noorderslag en op het Pukkelpopfestival en werden al een paar keer genomineerd in eigen land. Fight like Apes brengen na twee beloftelvolle DIY Ep’s een voortreffelijk debuut uit …

Morrissey

Morrissey’s verrijzenis: te kort maar krachtig

Geschreven door

In 1987 werd het fanlegioen van The Smiths abrupt verscheurd in twee kampen. In het ene kamp de fans van het eerste uur, die de creatieve spil Morrissey (aka The Moz) en Johnny Marr op dezelfde eenzame hoogte als Lennon & McCartney de hemel in prijzen, maar Morrissey als solo performer maar een verschrikkelijke zage-vent vinden. In het andere kamp de ware Moz adepten, die in hun platenkast naast oude Smiths albums evengoed ‘Viva Hate’, ‘Your Arsenal’ of ‘Vauxhall And I’ hebben staan. Voor die laatste groep fans leek 2009 heel even het jaar van de ultieme vervloeking te worden: een groot deel van Morrissey’s voorjaarstour werd geschrapt wegens ziekte, en toen de Moz dit najaar dan eindelijk terug op het podium verscheen was het plezier wel van heel erg korte duur toen de prille vijftiger twee weken terug in het Engelse Swindon al tijdens het eerste nummer zijn band in ijl tempo moest inruilen voor een medisch interventieteam. Afgelopen dinsdag klaarde de hemel dan eindelijk toch op boven Rijsel waar een herrezen Morrissey en zijn bijzonder gretig musicerende begeleidingsgroep neerstreken ter gelegenheid van de ‘Swords Tour’.

Ondanks zijn recente medische geschiedenis was Morrissey duidelijk niet afgezakt naar de tot de nok gevulde l’Aéronef voor een gezondheidswandeling. Want geef toe, wie opent met een bijzonder snedige versie van de Smiths evergreen “This Charming Man” krijgt probleemloos iedereen op zijn hand en kan rustig freewheelend nummers uit het jongste album ‘Years Of Refusal’ tussen dergelijke klassieke oudjes smokkelen. Morrissey & co trekken op dat album overigens ongemeen stevig van leer, en ook op het podium werden nummers als “Black Cloud” en de Calexico pastiche “When I Last Spoke To Carol” als potige rockers het publiek ingeslingerd. Maar even goed deed Moz zijn vermeende homosexualiteit alle eer aan en ontpopte hij zich tot een gentlemen crooner op de knappe single “I’m Throwing My Arms Around Paris” en het in vitriool gedrenkte “One Day Goodbeye Will Be Farewell”. Onze favoriete Mancunian bleek overigens opvallend goed geluimd, schudde regelmatig handjes met het publiek en nam dankbaar geschenkjes aan. Het stond allemaal wat in contrast met de ongeziene restricties waaraan elke concertganger zich diende te onderwerpen op expliciete vraag van Morrissey’s management: iedereen werd grondig gefouilleerd, en al wie ook maar aanstalten maakte om met zijn mobieltje een kiekje te nemen werd beleefd op andere gedachten gebracht door de talrijk aanwezige security. De onverlaten die dit laatste toch aan hun laars lapten werden in geen tijd bij de kraag gevat en niet altijd even discreet de zaal uitgezet.
Wie het enkel op de muziek had begrepen kreeg intussen een eigenzinnige ‘best of’ selectie voorgeschoteld. Uit het geslaagde come-back album ‘You Are The Quarry’ (’04) werden “First Of The Gang To Die” en “Irish Blood, English Heart” opgevist, en voor de fans van het eerste uur werd ook een blik Morrissey/Marr composities open getrokken. “Cemetry Gates”, een vergeten pareltje uit het onvolprezen ‘The Queen Is Dead’ (’86) werd op Moziaanse wijze opgedragen aan “people from the city with nothing to do, much like you really”. Nog meer zelfrelativering bij het nog steeds bijzonder catchy “Ask”, waar Morrissey de enthousiaste reacties van het publiek fijntjes counterde met “You see, the oldest songs are the worst”. Maar het prijsbeest van de avond bleek zonder twijfel en tot niemands verbazing toch weer “How Soon Is Now?”. In de persoon van Boz Boorer en Jesse Tobias waren er weliswaar twee gitaristen nodig om Johnny Marr even te doen vergeten, maar het was vooral The Moz zelf die met het nodige gevoel voor pathos deze 80ies classic deed herleven.

Met een vers hemd om het lijf opende Morrissey de bisronde met een verbeten “Something Is Squeezing My Skull”, en net toen het publiek al een volgend verzoeknummer in gedachten had nam hij droogjes afscheid met “Thank you Lille, and of course, thank me!”. De fans keken elkaar dan ook met blikken vol ongeloof aan toen de zaallichten luttele seconden later daadwerkelijk aanfloepten. Misschien moest The Moz zijn set wel beperken tot 75 minuten op doktersadvies? Hoe dan ook, de muzikale verrijzenis van Morrissey is een feit, al had de trip naar the light that never goes out beslist wat langer mogen duren.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelaune, Lille

Yes

Yes: YES, we (still) can!

Geschreven door

“Yes We Can”, moet zowat het motto geweest zijn toen dit Yes besloot om zonder Jon Anderson op tournee te gaan. Doorheen de geschiedenis van deze Progrock dinosauriërs zijn er trouwens al heel wat bezettingswijzigingen geweest. In 1980 werd de line-up ook al eens drastisch aangepast toen gelijktijdig twee nieuwe leden (toen waren dat Trevor Horn & Geoff Downes) Yes mochten vervoegen. Hoewel het album ‘Drama’ die de band toen maakte een schitterende plaat was, werd de afwezigheid van Jon Anderson door de fans toen als erg pijnlijk ervaren. In 1982 keerde Jon Anderson terug en zou actief blijven bij Yes tot 2004. Na 2004 ging Yes de koelkast in en was er plaats voor talrijke nevenprojecten. Jon Anderson werd ziek. Hij kreeg ernstige ademhalingsproblemen en moest noodzakelijkerwijs de geplande tour van 2008 afzeggen. Een beetje onrespectvol werd de man aan de kant gezet waarop bassist Chris Squire (het enige Yes lid dat op elk album actief was) op zoek ging naar een nieuwe Yes line-up.
“This is now Yes” verklaarde Squire toen hij onlangs aankondigde dat de nieuwe leden Benoit David & Olivier Wakeman nu officieel deel uitmaakten van het nieuwe Yes. Deze ‘In the Present’ tournee moest het dus vooral hebben van de nieuwe line-up want een nieuw album was er (nog) niet. Olivier Wakeman, zoon van Rick Wakeman (ook al voormalig Yes lid) mocht in zijn vaders sporen treden en zich ontpoppen tot toetsentovenaar. De onmogelijke en ondankbare taak om Jon Anderson te vervangen werd door de sympathieke Canadees Benoit David echter met open armen ontvangen. Het lijkt wel een trend maar ook hij werd weggetrokken bij een coverband die onder de naam Close To The Edge als Yes tribute band opereerde. Chris Squire merkte de man op in de vele Youtube video’s en vond in hem een waardige vervanger voor mister Anderson. De machtige akoestiek van de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen moest ook ons overtuigen van dit vernieuwde Yes.

De zaal liep onverwacht vol met zo’n 1500 ouwe rockers & hun zonen die vanuit hun comfortabele fluwelen zitjes de band het best konden gadeslaan. Ooit is het anders geweest met uitverkochte concerten in grotere zalen. Het podium was opvallend lelijk aangekleed met hangend boven de muzikanten vleermuisachtige witte doeken. Zo was er de ganse avond visueel erg weinig te beleven met een wat ondermaatse lichtshow. Vanaf “Siberian Khatru” zat de sfeer er goed in en was het duidelijk dat de fans dit Yes een kans wilden geven. Zanger Benoit David maakte meteen een goede indruk. Zingend met de falset stem kwam hij dicht in de buurt van Jon Anderson’s stembereik. Echter vanaf de opener was het duidelijk dat Steve Howe opnieuw de man van de avond zou gaan worden. Met zijn virtuoze gitaarstijl en knotsgekke bekken bracht hij het publiek meermaals in totale extase. Zo was zijn solospot middenin de set bijzonder indrukwekkend! Vooral het akoestische “ Laughing With Larry”, die hij maakte met het Jazz combo Steve Howe Trio, klonk buitenaards.
Andere hoogtepunten waren het sublieme “And You And I” (met een eerste staande ovatie!) en het schitterende “Onward”. Verrassend waren de twee tracks uit het ‘Drama’ album met o.a. “Tempus Fugit” in een erg heavy uitvoering. Helaas waren er ook wat minder sterke momenten in de show. Tijdens “Yours Is No Disgrace” ging het helemaal mis toen tijdens het grootste deel van de song de versterking richting zaal volledig uit viel. Vreemd om een band gedurende vele minuten live te horen spelen enkel op de podiummonitors. Ook de finale had wat verrassender mogen zijn. De uitvoering van “Heart Of Sunrise” kon mij niet echt overtuigen en tijdens de encore ronde met “Roundabout” en “Starship Trooper” nam de automatische piloot te veel de overhand. Een duidelijk vermoeide band nam na bijna 150 minuten hoogstaande ‘progressieve rock old school’ afscheid van het dolenthousiaste publiek.

Het nieuwe Yes met ploegbaas Chris Squire aan het hoofd en de nieuwkomers Benoit David en Olivier Wakeman kon mij toch wel bekoren. Wel twijfel ik of deze line-up wel de toekomst is voor Yes. De mystieke spiritualiteit van Jon Anderson bleek toch een ernstig gemis maar ik moet toch wel toegeven “YES, They Still Can!” en daar zullen de fans vooral heel erg gelukkig mee zijn.

Setlist: *Siberian Khatru *I’ve Seen All Good People *Tempus Fugit *Onward *Astral Traveller *And You And I *Yours Is No Disgrace *Steve Howe: Surface Tension/Laughing With Larry *Owner Of A Lonely Heart *South Side Of The Sky *Machine Messiah *Heart Of Sunrise
*Roundabout
*Starship Trooper

Organisatie: Live Nation

The Flaming Lips

The Flaming Lips: Song en Show uitgekiend!

Geschreven door

The Flaming Lips hebben zo hun eigen plaatsje in het muzieklandschap … Ondanks het feit dat ze een sprookjesachtige sound hebben weten te ontwikkelen, kleur- en beeldrijk ineen, pendelen ze tussen droom en werkelijkheid; de heren onder zanger/gitarist Wayne Coyne gaan de strijd aan om er een betere, leukere wereld van te maken; een boodschap, die hij tussen de nummers liet doorschijnen … ‘a wonderful life & happy faces’ ondanks dat sommigen het in deze wereld niet echt menen.

Twee uur lang konden we genieten van hun wondere, fantasierijke muzikale leefwereld, met als doel een onvergetelijke feestavond. Ze houden van een dosis experimenteerdrift op hun platen. Het recente ‘Embryonic’ bundelt de vroegere platen ‘Transmissions from the satellite heart’ (uit ’93 – met de instant klassieker “She don’t use Jelly”) het poppier ‘The soft bulletin’ (’99) en de mystieke psychedelica van ‘Yoshimi battles the pink robots’ (’02) en ‘At war at the mystics’ uit 2006. Het lijkt een soort ‘Space Odyssey: watching planet earth in 2009’ in achttien nummers weergegeven en omschreven als een sci-fi trip.
The Flaming Lips hebben hun succes ook te danken aan het totaalspektakel binnen hun optreden in een club of op festivals. Al op voorhand lag door een luchtkanon de zaal vol oranje snippers en hingen papierslingers in de AB omkadering. De instrumenten werden geplaatst door de in oranje stadswerkplunje geklede roadies, de FL leden deden zelf de soundcheck, waar al een woordje commentaar werd geleverd. Coyne verwittigde de eerste rijen van z’n ‘space bubble’; hij legde uit dat je maar beter je pint of ander drankje uit had. En inderdaad, bij de aanvang van hun spacey trip, rolde Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Een indrukwekkende start en een luid onthaal …Ze vatten ”Race for the prize” aan…, wat spectaculairder werd door de ingegooide ballonnen en het blazen van confetti en papiersnippers… Moest er nog zand zijn?
En er was érg veel te zien …Coyne maakte nog gebruik van een filmcamera aan z’n microfoon, flashy stroboscoops, een videowall met kitscherige pictures, de tragiek van schrijnende pics en erotiek (bij de intro hoorden we dreunende psychedelica en werden we allemaal in een vibrerende vagina gestopt); langs de beide kanten van de zaal zagen we een groot dierenbos van lukraak gekozen mensen uit het publiek, die zich hadden verkleed om de ganse set te staan huppelen en dansen; en tot slot een rookgordijn. Het bracht allemaal bij om die unieke sound van The Flaming Lips speels te houden en leuk in te kleuren. Muzikaal bewegen ze ergens tussen ‘70’s Pink Floyd, Spacemen 3, Ozric Tentacles, Mercury Rev, Air en de drone van Sunn O))). En dat oudjes Pink Floyd en Spacemen 3 invloedrijk waren, hoorden we vooral op het recente materiaal waaronder een mooi uitgesponnen “Silver trembling hands”, al vroeg in de set, die elan kreeg door de screamo’s van huilende wolven van het publiek en Coyne die op een verklede dansend, lachende gorilla zat. Het tempo hielden ze nog strak door de single “The yeah yeah yeah song”. Wat een eerste half uur van sound en entertainment. Op adem konden we even komen met een uiterst sfeervolle “Fight test”. “Morning of the magicians” benaderde de ‘psyche rock’ van Pierre Henry, een aparte muzikale trip met Kermit frogs op het podium. Het was een broeierig, slepende song, met zin voor experiment en gedragen door ontstemde vocoders van de gitarist en Coyne’s bedwelmende zang!
Ze gingen de geflipte psychedelica toer op met “Convinced of the hex”, een donkere dreiging met synths, orkestraties en cimbalen, die de ‘evil things on this planet’ bestreed, wat niet toevallig werd verder gezet door het aanzwellende “Evil”, van vervlogen gitaarpartijen en straffe synths. Onder de indruk waren we van die soepele, speelse, avontuurlijke, energiek geïnjecteerde, intrigerende psychedelicatrips en showelementen. Zelfs in een minimaal sfeervol gehouden “Yoshimi battles the pink robots” slaagden ze erin het publiek uit hun dak te laten gaan; de tekst werd luidkeels meegezongen. De sfeercreatie was ten top op “Pompeij am götterdämmerung” en op “The w.a.n.d.”, niet voor de hand liggende bezwerende songs die zeggingskracht kregen door in een rookgordijn confetti te blazen, vuurwerk en een oase van stroboscoops. Een grote gong werd zelfs bovengehaald en Coyne zong door de trompetopening en door een megafoon. Verrassend en gek! De doorbraak “She don’t use jelly” vormde het sluitstuk, klonk uiterst gevarieerd en werd sober ge-outtroëd op piano. Kers op de taart was een strak gespeelde “Do you realize?”, die het magnifieke optreden definitief besloot van een dolenthousiaste band, die song en show schitterend kon uitkienen. Een daadwerkelijke ‘feelgood’- ervaring …Kortom een ‘fantasmatische’ blijver …

Support was Stardeath and white dwarfs, eveneens afkomstig uit Oklahoma City en deel utmakend van de Coyne crew. Qua titel een persiflage op de ‘Death Star’ van de Star Wars serie, maar muzikaal overtuigde het jonge kwartet met krachtig opbouwende psychedelicarock; de poppy sound was doordrenkt van fuzz en distortion. De Madonna cover “Borderline” overtrof de andere nummers van hun gig.

Organisatie: Live Nation

Grizzly Bear

De stemmingen van Grizzly Bear vormen een melodieus apart gevoelig, dromerig geluid

Geschreven door

Grizzly Bear is een kwartet uit Brooklyn, NY; elk van de bandleden krijgt een evenwaardige rol toebedeeld. Inderdaad, ze staan met vier netjes op een rij tijdens de live gigs en er is een meerstemmige zang (gevarieerd en wisselend) van de gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen, ondersteund van de andere twee.
Ze braken definitief door met de derde cd ‘Veckatimest’, opvolger van de in 2004 verschenen ‘Horn of plenty’ (Droste in z’n eentje!) en ‘Yellow house’ in 2006.

Ze speelden een uitgekiende, uitgebalanceerde set in een decor van naast elkaar hangende lichtjes in steriliseerbokalen en een spaarzame belichting. Een fijne vondst in een knus KC, die hun magistraal warme, sfeervolle opbouwende folky/americana/psychedelica/jazzy aandoende popsongs beter uit de verf deed komen.
De band put energie uit songwriters Elliott Smith en Devandra Banhart, refereert aan Beach Boys meets Fleetwood Mac meets Fleet Foxes door de dromerige opbouw en er zijn de bedwelmende stemmen - hoog uithalend en bedeesd -, het handelsmerk van de band. Ze bieden op plaat betoverend ontroerende, zweverige songs, die zich door de fijne gitaarakkoorden, de willekeur aandoende gitaaraanslagen en de intrigerende zalvende drums laten ontdekken; hun subtiel uitgewerkte melodieën worden gekenmerkt door boeiende muzikale kronkels, die onverwachtse wendingen ondergaan en ondersteund zijn door allerhande geluidjes van synths, klarinet, dwarsfluit, sax en een autoharp. Live kregen ze soms een wt meer stevige injectie.
Een klein anderhalf uur lang dompelde het kwartet het publiek onder in deze muzikale leefwereld. “Southern point” en “Cheerleader” waren de geslaagde openers, die snedig, direct als meeslepend en zweverig klonken door de kenmerkende GB sound en zang. De prachtsingle “Two weeks”, die een deuntje elektronica verstopte, zat middenin in de set. We hadden al sfeervolle poppareltjes gehoord: “Fine for now” greep in de intense opbouw terug naar de ‘70’s retro en americana en mocht zelfs iets rauwer zijn; oudje “Lullabye” hielden ze sober en in het bezwerende “Knight” klonken de drums iets forser, naast het gitaargetokkel. De band hield z’n publiek in hun klauwen en laveerden op boeiende wijze doorheen de set: een donker intrigerend en aanzwellend “Colorado” (ook uit 2006 ), een broeierig “Ready able” en de lieflijk “I live with you” en “Foreground” konden ingehouden en breder zijn en gingen moeiteloos in elkaar over; het staartje van deze twee kreeg een rockend My Morning Jacket van de laatste jaren mee.
Een magische droomwereld ging voor ons open , die kon worden verder gezet met “While you wait for the others”, bepaald door de vocale stemmenpracht en het rauw ontstemde gitaarspel. Tot slot deinden ze uit in de sixties Beach Boys pop met “On a neck, on a split”, een te vroeg einde van hun set.
De band werd enorm sterk onthaald. Die warme appreciatie zetten ze om in een emotievol beklijvend bis van “Hit me and I felt like a kiss”.

Grizzly Bear houdt van stemmingen … de instrumentatie als de vocale pracht vormden de pijlers van hun melodieus apart gevoelig, dromerig geluid. Terecht een fel bejubelde band!

Ook de support mocht er zijn, St. Vincent aka Annie Clark. Ze stond er deze keer alleen voor na haar tour in Dour en in de clubs. Haar dromerige indie/freefolk klonk eenduidiger; songs als “Marry me”, “Actor out of … “ en “Marrow” waren ontdaan van venijnige grillen en experimenteerdrift; de beperkte omlijsting - enkel gitaar (soms rauwer), computerbeats en soundscapes- voelde als een ijzige wind in ons gezicht. Vocaal klonk ze zacht, teder en hemels, maar durfde soms verbeten uit te halen, wat haar ergens tussen Bjork, Polly Harvey, Feist en Joan Wasser bracht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation in coprod Botanique, Brussel

Gov’t Mule

Gov’T Mule: authentieke stevige ‘no bullshit’ rock rules …

Geschreven door

Tussen de resem ‘Greatest hits’ en ‘Best of’s die traditioneel het eindejaar aankondigen, verschijnt er gelukkig ook nog wat interressant nieuw werk. Zoals ‘By a thread’, de jongste studio CD van het fijne gezelschap Gov’T Mule. Ondertussen reeds hun 9de studio album, en het mag gezegd, één van hun beste. Potige heavy blues rock zonder veel franjes, zoals het hoort ! Ter promotie hiervan zijn ze momenteel op de hort in Europa en deden ze zaterdag ll. de Trix in Antwerpen op zijn grondvesten daveren. Voor wie ze niet kent : Gov’t Mule is de band van gitarist Warren Haynes, in thuisland VS immens populair, maar slechts sporadisch in Europa te bewonderen (vanwege hier niet zo ‘immens populair’). Slide gitarist extra-ordinaire Haynes’ roots liggen in de ‘Southern Rock’, want sinds begin jaren ’90 is hij gitarist van de legendarische Allman Brothers Band. In 1994 richt hij samen met Allman Bros maatje Allen Woody (bas) en Matt Abts (drums) Gov’t Mule op, waarmee meteen ook het (typisch Amerikaanse) verschijnsel ‘Jam Band’ in het leven wordt geroepen. ‘The Mule’ is immers op zijn best live : Authentieke stevige ‘no bullshit’ rock met lange uitgesponnen jams, doordrenkt van smeuige blues, swingende jazz en alle denkbare andere stijlen tussenin.

En zo was het zaterdag ook in Borgerhout : Na een gezapige start met ‘Hammer and nails’ en ‘Million miles from yesterday’ schakelden Haynes, Abts, Danny Louis (keyboards) en nieuwe bassist Jorgen Carlsson meteen een tandje bij met een spetterend “Rocking horse” gevolgd door het slepende, dreigende “Temporary saint”, beiden van hun debuut CD uit ’94. Na de obligate ballad “Soulshine”, een Haynes compositie nog daterend uit zijn pre-Mule Allman Brothers tijd, volgde een tenenkrommende uitvoering van “Broke down on the brazos”, het prijsbeest op de nieuwe CD en een absolute Mule klassieker in wording ! Op de CD met een glansrol voor special guest ZZ TOP’s Billy Gibbons (doet ons al uitkijken naar de nieuwe CD van de ‘little ol’ band from Texas’ zelf ), hier in A’pen weliswaar zonder Gibbons, maar toch meteen goed voor een eerste hoogtepunt van de nog prille (alhoewel al een klein uur bezig!) avond.
Nog 2 nieuwe nummers volgen: het zeer Southern klinkende ‘Railroad boy’ en ‘Monday morning meltdown’, alvorens deel 1 van de set af te sluiten met het jazzy (en een een dik kwartier durende) “Sco Mule”, oorspronkelijk een nummer uit de ‘The Deep End’ CD van 2001, waarin Haynes bijgestaan - of uitgedaagd - werd door jazz gitarist John Scofield. Naast zijn bezigheden met Gov’t Mule, The Allman Brothers en ook nog als vaste gitarist bij ‘The Dead’ (zijnde de herrezen Grateful Dead, na de dood van frontman Jerry Garcia), is Warren Haynes immers een vrij bezig baasje, getuige de legio samenwerkingen met andere artiesten van allerlei pluimage. Zo was hij te gast op platen van ondermeer Blues Traveler, Atomic Bitchwax, Bottle Rockets, Mountain, Corrosion of Conformity, ....  En voor wat hoort wat : op diverse Gov’t Mule CD’s waren o.a. reeds te gast : Flea (Peppers), Jack Bruce (Cream), Les Claypool (Primus), Billy Cox (Hendrix’ Band of Gypsys), Jason Newsted & James Hetfield (een of ander metalbandje), P-funk legende Bootsy Collins, John Entwistle (The Who),  etc...
Na de pauze haalde Danny Louis zijn trompetje tevoorschijn voor “The shape I’m in”, opener van deel 2 en een track uit het ‘dub & reggae’ experiment ‘Mighty High’ uit 2007 (waarop Spearhead’s Michael Franti als special guest). Een krachtig “Monkey hill” (terug uit de debuut CD) volgt, waarna even gas terug genomen wordt met de oude blues standard “Need your love so bad”, gespeeld volgens het Peter Green (Fleetwood Mac) recept, zonder onder te doen voor deze blues grootmeester zelf (alhoewel ik sterk betwijfel of Green deze classic zelf nog met dergelijke overtuiging kan brengen). Na dit rustpunt wordt terug voluit gegaan met het licht fantastische, lang uitgesponnen swingend jazzy meesterwerk “Devil likes it slow”. Drummer Matt Abts mag vervolgens een staaltje van zijn kunnen ten gehore brengen – 10 minuutjes drumsolo, voor velen tijd voor een plaspauze – gevolgd door “About to rage” en een schitterend “Steppin ligtly” uit de nieuwe CD.
Deel 2 (de avond is ondertussen een kleine 3 uur gevorderd) wordt afgesloten met een daverende versie van terug een absolute Mule klassieker “Blind man in the dark” uit de 2e studio CD ‘Dose’ (1998), misschien wel de ultieme Gov’t Mule song : de perfecte samensmelting van door merg en been gaande gitaren, een dreigend basritme en de immer doorleefde soulvolle bluesy stem van Haynes.
Gebist wordt er ook nog : “Nothing but the blues” met Robert Johnson’s “Come on in my kitchen” (Haynes solo) en een stevige uitvoering van de Elmore James classic “Look on yonder wall”, samen terug goed voor een 20 minuten durende finale !

De derde doortocht van Gov’t Mule in ons Belgenland (voorheen te zien in Rivierenhof 2005 en Peer BRBF 2007) was dus weerom uiterst genietbaar voor de liefhebber van een stevige lap (= 3 uur ! Altijd waar voor je geld bij Gov’t Mule) ‘no nonsense’ rock & roll ! Voor wie er niet bij was : Naast de 9 studio albums kunnen vooral de vele live albums wat soelaas bieden ! Sterk aanbevolen zijn : ‘Live at Roseland Ballroom’ (1996) en ‘Live ... with a little help from our friends’ (1999). Check it out !

Organisatie: Trix, Antwerpen


Editors

Editors slaagt in examen om bij de grote jongens te horen

Geschreven door

Editors zijn zo stilaan een topact aan het worden, hun vorige passages in België passeerden nog via de AB en de Vooruit, nu moet Vorst Nationaal er al aan geloven, en ze zijn er klaar voor.

De nieuwe plaat ‘In this light and on this evening’ blijkt een zegen voor de band, de koerswijziging die ze ermee hebben aangegaan wordt ook doorgetrokken in hun live act en net dit zorgt voor een aangename variatie in hun live set. De koele synthesizers van het nieuwe album wisselen mooi af met de meer gitaargerichte songs van de eerste twee platen. Het geheel baadt meer dan ooit in een eighties sfeer die afwisselend naar Joy Division, Depeche Mode, The Cult en The Sound lonkt. Songs van hun drie platen wisselen elkaar vlot af en zo wordt de drive en de schwung er gans de tijd ingehouden. Want Editors mogen dan al een donker geluid tevoorschijn toveren, hun muziek klinkt nooit echt depressief als bij grote voorbeelden Joy Division. Door een eerder opgewekte sound begint Editors zo stilaan ook van dat Joy Division etiket af te geraken. Een andere sterkte is de warme krachtige stem van Tom Smith die de vaak donkere songs mooi verteerbaar maakt. Met sterke nummers als “Racing rats”, “Blood”, “Munich”, “Lights” en “Smokers outside the hospital door” is de herkenbaarheidsfactor hoog en hangt het volk aan hun voeten. Het nieuwe materiaal stoot bij het publiek nog op wat onwennigheid, maar wij vinden dat een beetje onterecht want “Eat raw meat = blood droll”, “In this light and on this evening” (indrukwekkende opener) en “Bricks and mortar” zijn uitstekende songs. Het ultieme toetje, de kraker van het moment “Papillon” wordt gespaard tot helemaal op het einde en brengt Vorst in volle extase, ook al wordt naar onze mening de song een beetje te rap en te zenuwachtig afgehaspeld. Doch, laat dit een zweempje van detailkritiek zijn, want we gaan niet morren, Editors bewijzen hier wel degelijk bij de grote jongens te horen.

De band heeft duidelijk een eigen smoel gekregen en speelt zonder scrupules op een overtuigende manier een zaal als Vorst Nationaal plat. En, reken maar, volgende zomer ook Rock Werchter, en ’t zal niet onderaan de affiche zijn.

Organisatie: Live Nation

Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - donderdag 5 november 2009
Wegens het vroege aanvangsuur pikten we maar in tijdens Amanda Blank. Amanda Blank is een Amerikaanse rapster uit Philadelphia die al sinds 2005 actief is met o.m. samenwerkingen met Spank Rock, Santigold en M.I.A. Op haar debuut ‘Ilove you’ kreeg ze hulp van onder meer Spank Rock, Diplo en David Sitek (van TV on the Radio) Een Dj zou ons eerst vijftien minuten opwarmen, met een elektrische set met veel jaren tachtig invloeden, old school hiphop, Madonna en Italo-disco, maar ook met vuile hedendaagse electro in de stijl van Crookers. Het was duidelijk dat niet iedereen in het publiek hier op zat te wachten, maar ook bij de oudere rockfans werd de aandacht gewekt toen Amanda Blank tenslotte op het podium verscheen: zeker toen ze haar boksercape afgooide en er een mooi stel benen en billen tevoorschijn kwamen. De link naar Lady Gaga was duidelijk gelegd, niet alleen in de uitdagende verschijning, maar ook in de stijl van de nummers die elektropop met hiphop vermengden. Natuurlijk kwam er een song ‘for the ladies in the house’, en daarnaast kregen we nog een ode aan de vuilbekkende eighties rappers van 2 Live Crew (herinner u “Me so horny”), maar de meest memorabele song was toch “Might like you better”.

Na Amanda Blank, kregen we direct een complete stijlbreuk met Black Lips, een garage rock groep uit Atlanta. In 2009 werd deze groep opgepikt in het alternatieve circuit met hun vijfde album, ‘200 Million Thousand’. We kregen een heel afwisselende set, waarin de ritmesectie een bepalende rol speelde. We hoorden en zagen heel veel sixties invloeden (de vloeistofdiaprojecties op de achtergrond), en ze deden ons met momenten heel erg denken aan de vroege Beatles (in hun Hamburg periode), ook al omdat de zanger een basgitaar bespeelde die wel heel erg op die van Paul McCartney leek. Naast die sixties-invloeden, refereerden Black Lips ook naar The Clash en The White Stripes. Black Lips waren op hun best wanneer ze mid-tempo songs speelden, omdat dan de melodieuze kracht van de nummers de overhand haalde.

Ebony Bones!, een Engels zevental rond zangeres Ebony Thomas, mocht de donderdagavond afsluiten. We keken onze ogen uit toen deze groep het podium betrad: het leek wel of de Antwerpse modeacademie zijn afstuderende ontwerpers een forum gaf: we zagen een Egyptische farao of het kan ook een Perzische prins geweest zijn op gitaar, op keyboards een rastafari met een Zorro-masker, de drumster had zwarte lipstick op, er waren twee danseresjes met blauwe en paarse pruikjes, en het fantastische middelpunt was Ebony Thomas, een kop blond kroeshaar aka Kelis, met een roodgroen ballonjurkje en een legging waarvoor ze wellicht een aantal van de 101 dalmatiers gevild hadden. De muziek dan: een feestige mix van indie-rock, electronica, en punkfunk met soulinvloeden. Ebony Thomas kreeg het Franse publiek op handen, en slaagde er zelfs in ditzelfde publiek tot zijwaartse danspasjes te verleiden. Een geslaagde afsluiter van de eerste dag, ook al omdat afgesloten werd met een leuke versie van Iggy’s “I wanna be your dog”.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille

Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - vrijdag 6 november 2009
We konden nog net twee nummers van Two Door Cinema Club meepikken, en die konden ons overtuigen met hun dansbare UK indie rock in de stijl van Friendly Fires of Maximo Park.

De tweede act van de avond, Lissy Trullie, kon ons minder overtuigen. Lizzie McChesney is een model en singer-songwriter uit New York die een Ep’tje uit heeft, waarin ze zwaar naar de eighties refereert. Haar indierock bleef niet echt hangen, enkel een leuke cover van Hot Chip’s “Ready for the floor’ bleef ons bij. Modellen of actrices die ook beginnen zingen, meestal is het geen geslaagde combinatie (zie ook Juliette and The Licks of Scarlett Johansson).

Hoogtepunt van de tweedaagse was zeker en vast Florence And The Machine. Florence Welch haar debuutalbum, ‘Lungs’, mag zeker tot een van de belangrijkste van 2009 gerekend worden, een jaar waren jonge vrouwelijke popartiesten de toon aangegeven hebben (La Roux, Bat for Lashes, maar waarom ook niet Lady Gaga).
Op Pukkelpop waren we met moeite de Club ingeraakt en hadden we maar een kort stukje kunnen meepikken, zo populair is Florence And The Machine al op korte tijd geworden, dus we waren benieuwd hoe ze het er in een volledige set zou vanaf brengen. Florence had opnieuw haar kenmerkende zwarte cape en ditto korte broekje aan, maar deze keer stond er geen gigantische ventilator op het podium, dus wapperende knalrode haren zouden we vanavond moeten missen. Een harp hadden The Machine wel meegebracht, en hierop werd dan ook “Between 2 lungs” ingezet. Het was lang geleden dat we nog zo een Stem met een grote S gehoord hadden,  ergens tussen Heather Nova en Sharon Den Adel van Within Temptation in. Waar Heather Nova echter een totaal gebrek aan podium présence heeft, en Within Temptation aan de verkeerde kant van theatraal zit, heeft Florence and The Machine nu nét die présence, en weet ze perfect op het randje van de theatraliteit te balanceren. Een stem met een enorme soepelheid en ongelooflijk bereik. Nummers die we absoluut onthielden waren “Drumming”, “Dog days are over”en“If I had a heart”. Tijdens één van deze nummers moesten we zelfs aan Robert Plant denken, wat toch wel bewijst hoe uniek de stem van Florence is. Het Franse publiek was superenthousiast, zodat de set stomend afgesloten werd met de disco-klassieker “U got the love” (cover van Candi Station) en finaal natuurlijk “Rabbit Heart”.

Na Florence and The Machine zou Passion Pit het moeilijk krijgen om beter te doen. Dit vijftal uit Massachussets brengt elektropop a la Hot Chip of Friendly Fires, heel dansbaar en inventief dus. Passion Pit was zeker niet slecht, maar wat voor mij het optreden een beetje de das omdeed was de falset stem van zanger Michael Angelakos, die ook veel te dicht tegen Mika aanschuurde. Het publiek was ook niet echt overtuigd, het was maar naar het einde van de set dat kopjes goedkeurend op en neer gingen. Afgesloten werd met “The reeling”.

Al bij al was deze editie van Les Inrocks opnieuw zeer geslaagd, met bands uit heel verschillende genres, waarbij Florence And The Machine met vlag en wimpel boven de rest uitstak.

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 448 van 498