logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Lovvers

Ocd Go Go Go Girls

Geschreven door

De jonge Engelse pubrockers Lovvers hebben na een paar (korte) EP’s hun debuut uit: rauw rammelende rock’n’roll/punkrock, (mes)scherp, stuwend en broeierig. De songs lijken regelrecht van het repetitielokaal te komen. Twaalf songs in een dertigtal minuten, rechttoe- rechtaan en zonder al te veel franjes. Sommige nummers hebben onbeduidende songtitels, “1-2-34 count”, “Axtxtx…” en “D.boon”. De groep grijpt terg naar de 1, 2, 3, 4 van de Buzzcocks en refereren nauw aan die andere strakke band Wavves en de eerste Thermals. Op een drietal songs klinken ze nog feller en gaan ze harder tekeer (“100 flowers”, “Alone with a girl” en “Human hair”). De zang is er soms over … moeilijk verstaanbaar en overstuurd. Het draagt allemaal bij tot het punkwiel van the good old jaren ’70, die de band hoog in het vaandel draagt.

The Low Anthem

Oh My God Charlie Darwin

Geschreven door

The Low Anthem was een goed bewaard geheim van drie muzikanten uit Rhode Island, Ben Knox Miller, Jeff Prystowski en Jocie Adams. Eerst was hun cd enkel verkrijgbaar via de internet downloads, maar door een groeiende belangstelling en respons werd de plaat op het Nonesuch label uitgebracht. Opzoekingwerk leverde op dat het hier gaat om een do-it-all-self-band, ze aan hun tweede plaat toe zijn, opvolger van het in 2007 verschenen ‘What the crow brings’, waarbij 27 verschillende muziekinstrumenten werden gebruikt over de twaalf songs. De groep put uit de indie/americana en graaft in het verleden van de sing/songwriting van Cohen - Dylan – Young – Waits en plaatst zich geruisloos naast een Bon Iver, Sparklehorse, Great Lake Swimmers en Ray LaMontagne. We horen vooral ingetogen materiaal door de brede omlijsting, wat de songs uitermate gevoelig sfeervol maakt (o.a. “Charlie Darwin”, “To Ohio”, “Home I’ll never be” en “Cage the songbird”). Af en toe mag het eens rocken, beuken en rauw klinken, “Ticket taker”, “The horizon is a beltway” en “Champion angel”). Verslavend inwerkende songs, die bijdragen tot de gevarieerde aanpak. The Low Anthem onderscheidt zich van de doordeweeks americana bandjes …

Muse

Muse: beste stadionrock van het moment

Geschreven door

Als er vandaag één band is waar de term stadionrock voor uitgevonden is dan is het Muse wel. Meer nog dan U2 zijn zij de absolute live act van het moment. Terwijl U2 nu meer dan ooit teert op hun status en de credibility die zij vooral in het verleden verworven hebben, is Muse de groep van het moment, met een nieuw album dat weliswaar bol staat van het bombast en theatraal gedoe, maar de formule werkt wonderwel, op een podium nog meer dan in de studio.

Aan kosten is er niet gespaard in hun live act. Prachtige videobeelden en een originele opbouw met wolkenkrabbers op een rond podium zorgen voor een maximale respons bij de fans. Hun repertoire met uitmuntende songs doet de rest. Schitterend nieuw werk als “Uprising”, “United States of Eurasia”, “Unnatural Selection” en zelfs het semi klassieke “Exogenesis symphony, part 1” (hier in de bisnummers opgenomen), staat mooi te pronken tussen de klassiekers van de vorige platen. Enkel de fletse ballad “Guiding light”, ook al een zwak broertje op ‘The Resistance’, valt door de mand wegens te weinig om het lijf. Maar voor de rest: super !!
Matthew Bellamy is de grote man achter Muse. Zijn stem die eenzame hoogten bereikt en vooral zijn machtige gitaarspel maken van de man een supertalent. Tevens weet hij op de rustige momenten, een geweldig “Feeling good” en een intiem “Unintended”, fijne klanken uit een vleugelpiano te toveren. Hij mag dan al een beperkte pianist zijn, hij slaat de juiste toetsen aan op het juiste moment.
Het bombast waarvoor wij een beetje vreesden na beluistering van ‘The Resistance’ blijft live binnen de perken en dat is de sterkte van dit ganse optreden. Muse speelt krachtig, luid, loepzuiver en vooral geweldig.
Hoogtepunten, vraagt u ? Het volledige optreden is één lang hoogtepunt. Laat ons als mega fantastische momenten de volgende eruit halen : Een machtig “New Born”, een uiterst fel “Plug in baby” en als absolute knaller een immens wervelend “Knights of Cydonia” dat een ideale intro meekrijgt met een hier volledig op zijn plaats staande schitterende interpretatie van “The man with the harmonica” uit ‘Once upon a time in the West’ van Morricone.

Muse is dé supergroep van het moment. Ook een zekere Herman S. kan hier niet aan voorbijgaan.

Organisatie: Live Nation

The Congos

The Congos slagen in een héél frisse set

Geschreven door

The Congos mochten een afgeladen Minnemeers verwelkomen, nog maar eens het bewijs dat de reggae-scene ook in België springlevend is. Knap ook om te zien hoeveel er alleen al in België georganiseerd wordt, met vaak artiesten die enkel bij de liefhebbers van het genre een belletje doet rinkelen. In veel opzichten is het dus een ‘way of life’.

Merkwaardig toch ook hoe tieners kwamen kijken naar artiesten die hun opa konden zijn. Niet je reinste rock’n roll, om het zo te zeggen en ik stel me daarbij toch de vraag in hoeverre ze The Congos hun platen echt kennen of dat ze slechts meedraaien in het circuit van reggaeconcerten, die qua sfeer en publiek op zich inderdaad ook al een belevenis zijn. Zelfs een ma met tienerdochter gezien, dus is het misschien gewoon erfelijkheid. Het was weer erg aardig om de gigantische mutsen en dreadlocks tevoorschijn te zien komen, het publiek loom of ook wel op het ritme te zien meedeinen terwijl ze het rookverbod achteloos aan hun misschien wel sandalen lapten. Dat laatste heb ik niet gecontroleerd. Een sfeertje kortom waar je wat mee aankan.
En het moet gezegd, de Congos hadden er zin in. Ze draaien al sinds hun legendarische plaat ‘Heart of the Congo’s’ uit de verre jaren zeventig mee en zijn ondertussen getransformeerd tot krasse knarren met zilveren baarden die met ijle kopstemmetjes de leadzanger begeleiden, soms springen als jonge apen en er vooral heel veel lol aan leken te beleven. Hun geluid sluit, meer nog dan op plaat, heel erg aan bij pure dub, maar het is de combinatie met de vocalen die hen toch tot een van de meest originele reggae-bands maken.
We hoorden een wel heel erg herwerkte versie van en haast als afsluiter een klassieker als “Fisherman’s Row”, maar het gaat toch vooral om de flow van het concert. De nummers gleden naadloos in elkaar over, werden soms behoorlijk uitgesponnen en dat was uiteindelijk misschien een punt van kritiek. Een genre als reggae lijdt soms wel wat aan een gebrek aan variatie, ook al omdat de groove aangehouden dient te worden, wat inderdaad net het punt hoort te zijn bij een stomend reggaefeestje.

Maar goed, net een band als The Congos slaagt er meer dan andere reggaegroepen in door de vocale acrobatieën hun nummers fris te houden en al bij waren we getuige van een leuk reggae-feestje en dat op nota bene een maandagavond.

Organisatie: Democrazy, Gent

Sinner’s day Festival 2009: the kings of new wave & punk all together – uiterst geslaagd!

Geschreven door

Zwart Zwart en nog eens Zwart! Wie vandaag wou opvallen in Hasselt had best geen ‘Black’ uit zijn kleerkast genomen. Een donker geklede massa stond reeds om 13u aan te schuiven aan de Ethias Arena, allemaal met één doel, ‘Back (of eerder ‘Black’) In Time’ te gaan…
En ja hoor, de organisatoren waren er weldegelijk in geslaagd om een ‘wow-effect’ te creëren: een zwarte omlijsting met de nodige rookgordijnen en een indrukkwekkende videowall. Nu afwachten of de helden van vroeger dit gevoel konden doortrekken.

Om 14u stipt mochten onze Belgische jongens Dirk Da Davo & T.B. Frank de KickOff geven: en of ze dit deden! Met “Chinese Black” en “Miss Brown” was de toon gezet, strak en vol overgave. Daarna “Tomorrow In The Papers”, en aansluitend de inside klassieker “The Fashion Party”, die de 1ste maal de zaal aan diggelen (figuurlijk) bracht. Ook nieuw werk uit hun huidige CD ‘Smack’ mocht niet ontbreken en dit o.a. met “Leash”. Als bis mocht de Neon Judgement een extra nummer (“TV Treated”) brengen; de samenstellers hadden hier ook door dat een 30minuten durende set van dit kaliber veeeeeeeeeeeeeel te kort was. Het 1ste nostalgie-moment van de dag was een feit.

Tweede in de rij was Lydia Lunch. Van het hevige noise gedoe van vroeger bleef weinig over, een goede ‘rock’ set die met kleine mate werd geproefd door het publiek. Geen uitschieter en uiteindelijk zal ook wel blijken dat men ‘Lydia en haar Lunch’ vlug zal vergeten zijn.

Hoe zegt men dit ook alweer … ‘andere en betere’, en ja hoor daar zijn The Bollocks. Zanger Jock McDonald. (gekleed in een soort damboord in 1-stuk-pyama met grijze en zwarte vlakken) zette meteen de toon: “Faith Healer”, intens, meeslepend en direct de kop eraf. Daarna volgde “Harley David Son Of A Bitch”, in een ‘rock’-versie gespeeld. Na de “Bunker” mocht de ex-drummer van Nacht Und Nebel hun “Beats of Love” als tussendoortje ten berde brengen, wat direct luidkeels werd meegezongen! Ook Jock’s zoontje (nog een heel stuk bedeesder dan zijn papa) mocht het Belgische publiek eens toespreken. Na “Horror Movies” was het tijd voor een korte pauze, dacht leadzanger Jock, hij ging de stage af met “Pretty Vancant” als gevolg; lang leve de punk van de Sex Pistols. Dit schitterende optreden werd overtuigend afgerond met “King Rat & Count Dracula”.

Tijd voor wat verademing en poëzie om op te dansen. Inderdaad Anne Clark… Opkomend met strakke lederen jekker en haar poëziebundel onder de arm.
Het 1ste gebrachte deel, met songs als “Virtuality”, “Killing Time“, “The healing” en “Leaving”, was woord en muziek, in een vertel-fluister-schreeuw stijl. Ook het 2de gedeelte, “Echoes remains Forever”, “Seize The Vived Sky” en “Full Moon”, was af, met een bepalende invloed van zware beats. Ook het langverwachte “Sleeper In Metropolis” en bisnummer “Our Darkness” waren opzwepend in pure onvervalste hedendaagse dansstijl verweven. Dank Anne voor uw performance.

De vervangers van The Psychedelic Furs waren Gang Of Four. 4 gedreven gasten, bepalend voor de Engelse postpunk. Zanger Jon King ging als een beest te keer op het podium, een jonkie van 20 leek hij wel. Wat een drive en energy ging er van die gasten nog uit, chapeau! Bij het begin, met nummers als “Return The Gift” en “Ether & Great Men” was er weinig belangstelling, maar door hun enthousiasme en opzwepende groove kwam het publiek dichter te staan.
Bekende songs als “What We All Want”, “Anthrax” & “I Love A Man In A Uniform” konden zeer gesmaakt worden. Ook de act met de microgolf en baseball-bat - die als extra drum fungeerde bij het nummer “He’d Send In The Army” zal in ons geheugen gegrift staan.

… De klok wees reeds 19u30 …: tijd voor de 1ste hoofdact: Gary Numan
Hierbij kunnen we vaststellen dat Gary meer industrial -metal minded was op Sinner’s Day dan een poging te wagen de sfeer van de ‘80’s op te roepen. Zijn t-shirt was blijkbaar ‘de hint’: NiN (Nine Inch Nails). Het recentere werk zoals “Jagged” was dus industrial-goth getint. Zelfs de enige grote meezinger deze avond “Are Friends Electric” was hard tot snoeihard. Dit was niet wat het publiek verwacht had van Gary Numan op Sinner’s Day, maar dit neemt niet weg dat we mogen besluiten van een knap, sterk en verrassend optreden.

Na de hevige sound van Gary naar de mega synth pop van The Human League. In een 6-koppige bezetting en zanger Philip Oakey, in zwarte stijlvolle pardessus met daaronder een spierwit hemd en zwarte das, begonnen ze met “The Lebanon” en “The Sound Of The Crowd”: het publiek reageerde uitzinnig op deze nummers. Een prachtige set waarvoor het massaal meebrullende publiek gekomen was. En ja, het is eigenlijk onvoorstelbaar wat voor Hit-machine deze band wel is: “Love Action”, “Open Your Heart”, “Empire State Human”, “Fascination”, “Mirror Man” en “Don’t You Want Me”; het vroegere werk passeerde de revue en was feilloos gebracht. “Being Boiled”, het bisnummer met de fabelachtige intro, was de kers op de taart. Thx !!!

En ja, nog was het niet gedaan, want de Electronic Body Music van Front 242 was ongelofelijk, zeer veel energie en in een echte commando stijl; ook de frontmannen hadden hun oude commando kleren aangetrokken. Zowel oude als nieuwe songs (o.a. “Happyness”, “Moldavie”, “Tragedy”, “Commando”, “Quite Unusual”, “No Shuffle” en “Headhunter”) konden het publiek zonder moeite overtuigen en het verwachtte hoogtepunt van de avond inlossen!

Ja hoor, de reeds voorzien datum van 31 oktober 2010 staat in onze agenda met stip aangeduid. De daarbij horende opgeblonken puntschoenen, zwarte t-shirt en Arafat-sjaal liggen reeds klaar. Als de heren organisatoren deze mix van Punk-Wave-Pop-Electronic kunnen aanhouden zal ook deze dag een zwarte dag zijn in de Hasseltse geschiedenis. CU Next Year.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sinner’s day Festival

Muse

Muse: the next story in theatraliteit

Geschreven door

Eventjes vooraf: le Stade Couvert Régional de Liévin is een spliksplinternieuwe grote zaal waar ruim 12000 bezoekers terecht kunnen. Mooi, imposant, groots en een loepzuivere akoestiek zijn zaken om even de aandacht naar de andere kant van Brussel of Antwerpen te richten, met name op zo’n 80 km over de grens in Noord-Frankrijk … Een DéCouvert …

’Rock for clever people’ lezen we op de site van het Britse Muse … Ze zijn uitgegroeid tot één van de gezichtbepalers van het nieuwe millennium. Er was het groeipotentieel met de cd’s ‘Showbizz’ en ‘Origin of symmetry’ naar de ‘real’ stadionrock en theatrale bombast op ‘Absolution’ en ‘Black holes & revelations’. De pas verschenen nieuwe cd, de vijfde in de reeks, gaat nog een stapje verder en wordt overspoeld door de dramatiek van potsierlijke pathos van Queen’s ‘A night in the opera’ en Chopin, te horen door de elektronica en de opera accenten en –koortjes.
Muse maakt dus de link tussen rock, klassiek, bombast en symfo door een pittig, gedreven en sfeervolle, dramatische sound, gedragen door de gekwelde zang van Matthew Bellamy. Toegegeven, de hoogdravende dramatiek is er misschien op de laatste plaat soms over, waardoor ik als fan van het eerste uur, soms even de draad moet loslaten. Anno 2009 staat Muse dus garant voor pompeuze stadionrock of ‘scifi rock’, wat tegenwoordig de juiste term is ... Gelukkig hoorden we nog het ‘ouderwets’ gas geven op een handvol nummers en in hun liveset.
We waren nog steeds getuige van een opwindende, sterke liveband; het enthousiaste trio, (Bellamy – Wolstenholme –Howard) aangevuld met vierde groepslid op toetsen en synths, ging nog steeds als een muzikale wervelwind tekeer en koos voor een gevarieerd wisselende aanpak. We hadden snedige, krachtige en subtiele gitaarpartijen, ondersteund door een diepe, soepele (soms dreunende) bas en opgezweept door de drums. Bellamy legde zich meer toe op z’n gitaarspel, en liet de vierde man de ruimte om de pathos te laten doorklinken. Maw Muse zorgde voor het gepaste evenwicht zonder te verzuipen  in die pompeuze dramatiek van de “Exogenesis symfonies” van de laatste cd.
Gedurende twee uur liet de band een rits gekende songs op ons los, afgewisseld met het gevarieerde, brede materiaal van hun ‘Resistance’ plaat. Ook op het podium viel er wat te beleven. De bandleden speelden eerst apart op een soort verkapt verhoog. De visuals van de drie en een overdaad aan licht en laserlights beklemtoonden de stadionallures. Na “Uprising” en “The resistance” daalden de leden naar de dagdagelijkse realiteit op een ‘ stage’.
Wat een dynamische start, waarbij de songs op gepaste wijze rijkelijk gearrangeerd waren. Het tempo hielden ze strak door “Newborn”, “Maps of the problematique” en “Supermassive black hole”; ze stapten dan moeiteloos over naar de potsierlijkheid en het elektronisch vernuft van “Guiding light” en de Queen’s pastiche “United States of Eurasia”, waarbij Bellamy zelf piano speelde. Zonder echt te verglijden in de Chopin lijkende bombast, trok de band de aandacht met een steviger en opbouwende “Hysteria” en de klassieke motiefjes van “Undisclosed desires”, bepaald door de harmoniumgitaar van Bellamy.
Tientallen ballonnen werden net als de vorige keer het publiek ingegooid en gaf de aanzet van een schitterende ‘closing final’: van het poprockende “Starlight”, de knallende rocker “Plug it in” naar “Time is running out”, waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen en de band letterlijk op handen werd gedragen! Ohja, in de set hoorden we dikwijls een ‘interlude’ naar de volgende song . Ook hier maakten ze er handig gebruik van om even op adem te komen en de overgang te verzekeren naar “Unnatural selection”, een klassieker in wording btw!, die de beide Muse stijlen integreert, en een terechte afsluiter was. Enkel “MK Ultra” misten we nog in deze apotheose …
 
We kregen een deel van het drieluik van het ambitieuze “Exogenesis” te horen, balancerend tussen klassiek, de dreiging van Halloween en een lichtpuntje rock. Ze hadden voor deze gelegenheid zelf een duivels pak aan en speelden de demonen letterlijk van hun lijf met dampende rockversies van “Stockholm syndrome” - waarop de drie heren hun spelvirtuositeit kwijt konden -, en “Knights of Cydonia”, een definitief wordende afsluiter op hun concerten, die eerst ingeleid werd door bassist Wolstenholme, die ‘The man with the harmonica’ van Ennio Morricone speelde. De song was letterlijk een knaller van formaat, want op het eind van het refrein “You & I, fight for our rights, you & I, fight to survive” verdween Muse in een rookgordijn …

Duidelijk was dat deze band nog niks heeft ingeboet aan vitaliteit. Ze smeten zich letterlijk voor een opwindende show, bezeten, gedreven en enthousiast. De symfonische stukjes die Muse een eigen identiteit gaven met de jaren zitten feilloos in het totaalconcept en –spektakel van de band. Muse wordt de niet te ontbreken band op de komende festivals …

Hun landgenoten The Horrors konden de uitnodiging van Muse niet weigeren om met hen op tournee te trekken. Daardoor weken hun eigen clubconcerten. Hun punk/garagerock&rollende electrowave klonk uiterst beheerst en gestroomlijnd. Geen rommelige kantjes te bemerken, maar een toegankelijk, melodieus geluid, wat een doorbraak kan betekenen naar een breder publiek. Toch blijkt een immense zaal als le Stade Couvert Régional of het Sportpaleis iets te hoog gegrepen om te beklijven …

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Johann Johannsson

Music In Mind 2009: Johann Johannsson - Verbeelding aan de macht

Geschreven door

Een festival dat zichzelf aankondigt als ‘een gebeuren dat letterlijk tot de verbeelding wil spreken’ en als ‘een atmosferische trip door een fascinerend geluidsuniversum’ kon zich eigenlijk moeilijk permitteren om Jóhann Jóhannsson links te laten liggen. Wie erin slaagt om op amper 6 jaar tijd met ‘Englabörn’, ‘IBM 1401, A User’s Manual’ en ‘Fordlandia’ 3 tijdloze, ‘tot de verbeelding sprekende’ albums op ons los te laten, had die avond zijn bekroning als hoofdact zeker niet gestolen.
Met dit ijzersterke repertoire onder de arm heeft Johann Johannsson de voorbije jaren heel wat klassieke concertzalen en kerken afgeschuimd in Europa en daarbij een uitstekende reputatie opgebouwd. Ook in het Brugs Concertgebouw stelde hij niet teleur.

Tijdens nummers, of beter gezegd ‘composities’ als “Fordlandia”, “Sun’s Gone Dim” en “Odi Et Anno” nam Johann Johannsson zelf plaats achter de piano om een eenvoudig, repetitief motief in te zetten dat naar verloop van tijd werd aangezwengeld met een strijkkwartet en elektronische arrangementen om uiteindelijk los te barsten in een overrompelende climax die weinig concertgangers onberoerd liet. “Melodia (Guidelines For A Space Propulsion Device Base don Heim’s Quantul Theory)” vulde het imposante Concertgebouw, dat qua volume de omringende middeleeuwse kerken naar de kroon steekt, tot de nok met luide decibels terwijl de interactie van violen en elektronische drums tijdens “The Rocket Builder” griezelig perfect klonk.
Klassieke muziek puristen zullen hoogstwaarschijnlijk hun neus opgehaald hebben voor deze blasfemie waarbij het geluid van ‘kille’ machines infiltreerden met dat van ‘natuurlijke’ klassieke instrumenten. En laat dat nu juist hét handelsmerk zijn van Johann Johannsson!
Ook de knappe, zwart wit projecties, waarbij woest beukende zeegolven afgewisseld werden met industriële bouwwerven, illustreerden de fascinatie van de IJslandse multi-instrumentalist en producer voor de interactie tussen mens en natuur, en dan meer bepaald voor het grenzeloze vooruitgangsoptimisme van eerstgenoemde, met alle gevolgen van dien. Zo is ‘Fordlandia’, het vorig jaar verschenen album waaruit live de meeste nummers gebracht werden, zelfs integraal gewijd aan een mislukt utopisch experiment om een rubberplantage neer te poten midden in het Amazonewoud. Wat onszelf betreft in ieder geval een interessanter en diepzinniger inspiratiebron dan de bemoste lavavelden, zwaveldampen en afsmeltende gletsjers waarmee Johann Johannsson en zijn artistieke landgenoten de laatste jaren tot vervelends toe geconfronteerd worden.

Al na 75 minuten kwam Johann Johannson zich stuntelig excuseren dat hijzelf en zijn begeleidingsband niet meer songs in petto hadden. Toch wel een anticlimax voor een voor de rest bij momenten erg beklijvend concert en een ruw ontwaken uit de ‘atmosferische trip’.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

Placebo

Placebo herboren

Geschreven door

Op de tournee die Placebo maakte na ‘Meds’ uit 2006 gaven de heren een beetje een uitgebluste indruk. Ze stonden toen ook op Rock Werchter maar gaven daar in geen geval een onvergetelijk optreden, integendeel, wij waren geen klein beetje ontgoocheld.

Maar kijk, het kan verkeren, anno 2009 werd de band nieuw leven ingeblazen en dit vooral via nieuwe drummer Steve Forrest die met ware Dave Grohl allure zijn trommels molesteert. Ook de uiterst vinnige nieuwe plaat ‘Battle for the sun’ zorgt ervoor dat Placebo er weer helemaal staat. Dit album is zo sterk dat de band er hier maar liefst 9 songs uit puurde, waarvan de kleppers “For what it’s worth” , “Ashtray heart” en “Battle for the sun” al helemaal vooraan zaten. Hiermee was de toon gezet voor een pittig en krachtig optreden. Op het podium is Placebo niet langer een trio, een extra gitarist en bassist en een ravissante blondine die af en toe de strijkers en toetsen beroerde, zorgden voor een volle en krachtige sound. Die extra muzikanten bleven netjes onopvallend op de achtergrond zodat half vrouw half man Brian Molko en lange wapper Stefan Olsdal, die bijna gans het optreden gitaar speelde in plaats van bas, als gewoonlijk de show konden stelen. Beiden waren trouwens goed op dreef en speelden al hun songs met power en vuur.
We kregen niet zozeer een greatest hits ( met uitzondering van “Every you en every me” dat in een ander kleedje zat werden de eerste twee albums volledig achterwege gelaten) maar dat misten we nergens.
De set was evenwichtig, barstte van sterke songs en was van een constant hoog niveau. Placebo hield er twee uur lang een strak tempo op na en werd dan ook door een tevreden publiek op handen gedragen.

Setlist : For what it’s worth - Ashtray heart – Battle for the sun – Soulmates – Speak in tongues – Follow the cops – Every you and every me – Special needs – Breathe underwater – Because I want you – 20 years – Julien – Neverending why – Blind – Devil in the details – Meds – Song to say goodbye – Bright lights – Special K - Bitter end – Trigger happy – Infra red – Taste in men

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Warp Label Night

Music In Mind 2009 – Warp label night – Red Snapper, Plaid

Geschreven door

Het door de organisatoren van de Cactus Club opgezette festival Music In Mind probeert de vinger aan de muzikale pols te houden, en dan kan je slechtere dingen doen dan bijvoorbeeld het Warp-label voor een avond in huis halen. Dit label is onder electronica-adepten in de jaren 90 vrij legendarisch geworden met releases van projecten zoals Autechre en lag ook aan de basis van de vaak verguisde term intelligent techno. Voor velen was het probleem dat je op intelligent techno helemaal niet kon met de benen kon benen en slechts wat meewiegen op het ritme in je hoofd. Muziek kortom die te veel enkel voor het hoofd gemaakt was.
Na al die jaren heeft Warp ondertussen wel een aantal artiesten in huis die niet meer in dat hokje gestoken kunnen worden en deze avond gaf ook de gelegenheid om dat te ontdekken.

Red Snapper maakt niet eens elektronische muziek, wat ik nou niet per se als blasfemie wil beschouwen. Ze maken een soort instrumentale jazz, die steeds gekenmerkt wordt door een goeie groove. Heel ritmische muziek die soms wat te weinig punch had en ergens ook wel last van een gebrek aan variatie. Kwaliteit zonder meer, maar er ontbrak iets wat de songs boven de middelmaat deed uitsteken. Op het einde ging iedereen enthousiast op vraag van de frontman recht staan maar meer dan wat meedeinen op de groove werd er door de meesten ook niet gedaan, behalve dan door die ene enthousiasteling helemaal vooraan. Leuk moment.

Dan was ik meer bekoord door Plaid, een echte Warp studio-act, die hier haar typische abstracte soundscapes bracht, ondersteunt door sterke visuals. Het kraakte en knisperde dat het een lust was. Dit is zo een act die in het verlengde van de dubtech monumenten als Basic Channel en Rhythm & Sound ligt, maar er zit nog meer dynamiek in, onder meer door de bijkomende breakbeats. De visuals waren heel atmosferisch en ik denk dan haast iedereen wel heel erg op ging in het geheel. Later kwamen er meer afgewerkte filmpjes waarvan ik gerust zou willen weten wie ze in elkaar gestoken heeft. De muziek evolueerde ook mee naar minder vloeiende klankexperimenten, wat ik op zich geen verbetering vond. Het satirisch filmpje op het eind deed vermoeden dat deze gasten in de linkse hoek gezocht moeten worden, maar in dat aspect heb ik me ook niet verder verdiept.

De afterparty heb ik niet meer gehaald, en dat kon ik niet anders dan jammer noemen.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

 

White Lies

White Lies tekenen voor de nieuwe lichting waverock …

Geschreven door

Kijk, soms kan een live review in alle eenvoud worden opgemaakt …Het Londense White Lies leverde één van de debuten van het jaar af met hun donkere, intens bedreven en meeslepende waverock/postpunk; ze dingen (het oude) Editors en Interpol naar de kroon en staan probleemloos naast de ‘80’s bepalende waverockers The Chameleons (remember “Up down the escalator”), The Lords Of The New Church (remember “Dance with me”), The House Of Love (remember “Shine On”), Teardrop Explodes en Echo& The Bunnymen. Kortom, een CV om U tegen te zeggen.
Inderdaad, het kwartet onder de vriendelijke, licht nerveuze zanger/gitarist Harry McVeigh wist zich op een jaar tijd letterlijk uit de vergetelheid te spelen, van een handvol geïnteresseerden op Pukkelpop 2008, naar een onmiddellijk uitverkochte Bota Rotonde in maart jongstleden, een ijzersterke set op de Mainstage in Werchter en nu … een uitverkocht concert in de AB. Zo zie je maar …

White Lies stak vaart in de songs; we kregen een broeierig sfeertje door hun strak snedige rock. Binnen deze wave explosie zijn er sommige bands, waaronder ook iLikeTrains die hun dosis dramatiek van een krachtiger, directer en steviger geluid voorzien. Het rockte …goed en elk instrument kwam goed uit de (zwarte) verf.
Ze vielen met de deur in huis met de huidige single “Farewell to the fairground”. Ze trokken de lijn van een forser geluid door in een opbouwende “The price of love”, “To lose my life” en “Unfinished business”, gekenmerkt door een bezwerend uptempo ritme en bepaald door de invloedrijke, indringende, heldere vocals van McVeigh. Hij zong de ziel uit z’n lijf en ging soms totaal op in z’n teksten.
White Lies moest niet inboeten in die typische ‘80’s ’darkwave’, integendeel de verschillende invalshoeken gaven een sterk elan en fundament. Hun melodramatiek, met een dreigende, donkere ondertoon, kwam door in “Taxidermy”, een b side nummer; de toetsen namen een prominente rol in, wat we ook hoorden op “A place to hide”, “Fifty on the foreheads” en “Nothing to give”. Ze refereerden hiermee sterk aan de melancholie van Joy Division, The Sound en Ultravox. En op het podium hielden ze de belichting uiterst sober door staande witte spotlights.
In de bis speelden ze een onverwachte cover van de Talking Heads, een opwindend rockende “Heaven”, een broeierige “From the stars” en tot slot de doorbraaksingle “Death”, die de nodige adrenalinestoten toebedeeld kreeg als apotheose. Het refrein werd luidkeels meegezongen en in een rookwolk verdween het kwartet van het podium.

We zagen een uiterst geconcentreerde en perfect spelende band, die een goed uur voluit ging, Voor White Lies is een mooie toekomst weggelegd. Hun kernachtige, krachtige en emotievolle sound en présence onderscheidt zich duidelijk binnen de huidige rits retrowave …Een terechte hype ...

Het Californische vijftal Darker My Love trad aan als support. Zij speelden catchy americana rock, waarin waverock en shoegaze (vooral in het tweede deel van de set) onderhuids aanwezig waren. Ze tekenden voor een boeiende, broeierige, emotievolle set door de subtiele, snedige gitaarpartijen en een meerstemmige (zweverige) zang.
Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Absynthe Minded

Absynthe Minded: een warme, aangename, onderhouden avond

Geschreven door

Om een druilerige herfstavond door te spoelen repte ondergetekende zich naar Kortrijk waar 2 vliegen in één klap te vangen waren met de cd voorstelling van Absynthe Minded en de 'nieuwe' locatie van de kreun.
De nieuwe zaal oogde fris en trendy en deed denken aan een mini AB, daar het Gentse vijftal op zich liet wachten werd het nieuwe gebouw van kop tot teen gekeurd en goed bevonden.
Iets voor 21u kwam de band onder leiding van Bert Ostyn bijna geruisloos het podium op en nam plaats achter hun respectievelijke instrument.
Er werd afgetrapt met de opener van hun nieuwe album “If you don't go, I don’t go”, meteen was de toon gezet voor het eerste halfuur waarbij we ahw op een trein zaten met een constante 'lage' snelheid maar waarop het aardig toeven was.
”Multiple choice”, “Heaven knows “( wordt zeker een single) en “Paramount” werden volgens het vaste ingetogen recept gebracht en goed bevonden maar gaven ook weinig duiding van vernieuwing in hun oeuvre.
Na het openingshalfuur met 6 nieuwe tracks was het uptempo “Plane song” een verademing in de set waarin duidelijk was geworden dat de rocky gitaren volledig verdwenen waren en alles nog meer jazzy klonk en de balkan invloeden nooit veraf waren.
Het knappe “Weekend in Bombay” leidde ons naar de Hugo Claus vertolking “Envoi” wat voor het éérste hoogtepunt uit hun set zorgde, kort daarna gevolgd door het onvermijdelijke “My heroics” en het speelse nieuwe “Fortress Europe”.
Lag het aan het makke publiek of de lauwe reacties van de band feit was dat er de hele avond een behouden 'sit and relax' sfeertje hing in Kortrijk.
Eindelijk werd er een versnelling hoger geschakeld en met “Stuck in reverse” en “There is nothing” beiden uit hun vorige langspeler kwam er meer animo en schwung in hun set, we klokten na een kleine 90 minuten reeds af op 17 tracks.

In de bisronde volgden de klassiekers “I like you when you're sad”, “I'm a fan” en “Twisted” wat voor de spreekwoordelijke apotheose zorgde, we zagen een goed geoliede band zonder veel verrassingen volgend het aloude Absynthe Minded recept, een warme, aangename, onderhouden avond.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Brendan Benson

Brendan Benson: overtuignede poppy retro-rock

Geschreven door

Iets na acht uur begon de ons onbekende Cory Chisel aan zijn half uur durende set. In dat korte tijdsbestek werden we echter meteen omgetoverd tot fans voor het leven. De appel is duidelijk niet ver van de boom gevallen want deze zoon van een predikant (met een naar het schijnt erg hoog showgehalte) bleek getooid met een stem die vol bezieling het ene kippenvelmoment na het andere teweeg bracht. Normaliter tourt hij met The Wandering Sons, een zevenkoppige band waarvan hij in de Rotonde enkel toetseniste Adriel Harris kon presenteren. De bewuste selectie gebeurde volgens een goedgeluimde Chisel enkel maar omdat de optredens aldus meer geld zouden opbrengen. De combinatie tussen de zichzelf op akoestische gitaar begeleidende Chisel en de af en toe ook hemels zingende Harris was voldoende om al meteen van een geslaagde avond te spreken. Enkel al “Your love is so wrong for me” (waarin Harris de toetsen - maar alleszins niet onze harten - onberoerd liet door met de handjes op de rug haar vocale inbreng te doen) deed ons stante pede besluiten om in de toekomst blindelings alle platen van Cory Chisel aan te schaffen, iets wat niet evident is want hij excuseerde zich dat er na afloop van het concert enkel t-shirts beschikbaar waren. Eén van de komende dagen reppen wij ons dus naar de platenboer in de hoop aldaar ’s mans debuut, getiteld ‘Death won’t send a Letter’, aan te schaffen. Evident zal dit niet blijken want als we het goed begrepen hebben zou het hier slechts in maart 2010 beschikbaar zijn. Eén van de daarop prijkende songs, “Born Again”, schreef Chisel trouwens in samenwerking met Brendan Benson en Adriel Harris. Dat wondermooie lied was de afsluiter van een korte set die ons nog lang zal bijblijven. De manier waarop Cory Chisel zong, deed ons doen vermoeden dat hij vaak naar Bruce Springsteen, Elvis Costello en Tom Petty geluisterd heeft. Ook Tom Waits heeft een belangrijke invloed gehad, iets waarvoor Chisel Waits wilde bedanken middels een heel eigen versie van “Rosie” (uit het onvolprezen “Closing Time”). In tegenstelling tot de zonet vernoemde grootheden bedient ons nieuwe idool zich echter steeds moeiteloos van loepzuivere stembanden, geen enkele noot kwam geforceerd uit zijn strot hetgeen dus wel frequent het geval is bij elk van die tijdens de jaren ’70 gedebuteerde idolen.

De pauze tussen voor- en hoofdprogramma was welgekomen want het gebeurt niet vaak dat je nietsvermoedend een concertzaal betreedt om iets later volledig verbluft te worden. Er werd dus gretig gebruik gemaakt van de beschikbare zitplaatsen want wie niet omver geblazen werd door de schoonheid van hetgeen Cory Chisel gepresenteerd had, was ons inziens doof (of zou het moeten zijn want zo iemand verdient het niet om over gehoor te beschikken!). Maar bon, genoeg over de ondertussen al genoeg opgehemelde ‘sound of CC’, tijd om verslag uit te brengen over ‘the sound of BB’.
Brendan Benson bracht enkele weken terug zijn vierde solo-album (‘My Old, Familiar Friend’) uit., het eerste sedert hij aan de zijde van Jack White als Raconteur grote bekendheid verwierf. Deze singer-songwriter wijkt af van de meeste hedendaagse collega’s aangezien hij niet de neo-folk-toer opgaat doch opteert voor een iets meer poppy retro-rock.
De openingstrack van zijn laatste plaat, “A whole lot better”, zette meteen de toon voor een snedige show waarin aan een hoog tempo de voor het merendeel catchy songs elkaar afwisselden. Tot tevredenheid van Benson veerde het publiek na het eerste lied massaal op om plaats te vatten in het staanplaats-gedeelte voor het podium. Pas na een viertal nummers uit zijn jongste worp (waaronder “Don’t wanna talk” en “Eyes on the Horizon”) greep Benson met “Good to me” (uit het in 2002 verschenen “Lapalco”) terug naar ouder werk.
Daarna schakelde Benson over naar de akoestische gitaar maar dit niet om een meer intimistisch nummer te brengen want zijn band bleef nog steeds voluit gaan. Als Benson twee songs later terug de elektrische gitaar ter hand nam, leek het alsof Costello’s versie van de Nick Lowe-klassieker “What’s so funny ‘bout peace, love and understanding” verweven werd met de ritmische rock van “I can’t stand up for falling down”. Costello bleef door onze hoofden spoken als in het volgende nummer diens “Pump it up” vermengd leek met “I’ll be there for you” van The Rembrandts. Tijdens sommige songs drongen zich echter nog andere vergelijkingspunten op, nu eens meenden we “Lucky Man” van The Verve te herkennen, dan is het alsof Joe Jackson zijn oude vorm hervonden heeft, een andere keer neigde het naar The Beatles en soms (zoals in “Poised and Ready”) kwam je tot de conclusie dat de inbreng van Benson in The Raconteurs allesbehalve minnetjes geweest is. Het verschil met deze laatste band is dat Benson solo minder de experimentele (lees: vaak nogal gecompliceerde en minder toegankelijke) toer opgaat, zijn muziek krijgt bijna altijd een poppy injectie die ervoor zorgt dat ze nooit moeilijk te verteren valt. Nu en dan levert dit alles eerlijk gezegd wel iets te vlotte (en dus eigenlijk weinig grootse) songs op, maar niet van die aard dat die schaarse mindere nummers in ons waardeoordeel de doorslag geven.
Na een 15-tal songs (die er trouwens aan een heerlijk strak tempo doorgejaagd werden) verlieten Benson en zijn band het podium om zo’n vijf minuten later terug te keren. De bisronde werd afgetrapt met “What I’m looking for” uit ‘The Alternative to Love’. Nadien bracht hij “Listen to her Heart” op een zodanige manier dat we plots beseften dat het tijd wordt dat Tom Petty zelf nog eens naar ons land komt afgezakt. Wanneer vervolgens Cory Chisel vanachter de coulissen gehaald werd om mee te zingen tijdens “American Girl”, kregen we de bevestiging van hetgeen we eerder op de avond vermoed hadden: Cory Chisel verslaat moeiteloos alle soundmixshow-concurrentie wanneer hij een nummer van Tom Petty ten berde brengt. Die “American Girl” was voor ons persoonlijk misschien wel het hoogtepunt van de avond want eindelijk konden we zelf ook eens van de eerste tot de laatste noot meezingen…..spijtig genoeg dan wel tijdens een nummer dat diegenen die de rest van de avond met Benson meebrulden tot zwijgen bracht. Die anderen zijn dus meer vertrouwd met het oeuvre van Benson dan wijzelf. We waren in de Rotonde echter zodanig ‘verkocht’ dat we beloven om die achterstand tegen ’s mans volgende passage goed te maken.

Concluderend kunnen we stellen dat het niet eerlijk is om beide artiesten tot copycats te reduceren. Ze zijn ontegensprekelijk hevig beïnvloed door verschillende voorgangers maar die invloed dringt niet dusdanig door dat hun songs slechts afkooksels zouden zijn van de sterke originelen. Zowel Chisel als Benson drukken immers hun eigen ferme stempel op het vele lekkers dat ze ons presenteerden. De volgende keer dat ze in de buurt zijn, zullen we dus weer van de partij zijn. We raden U ten zeerste hetzelfde aan.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Shantel

Shantel & Bucovina (Club) Orkestar: Shantel speelt AB letterlijk plat

Geschreven door

Iedereen die Musiczine bezoekt zal op een of andere manier al Disko Partizani of Bella Ciao al eens door zijn oor voelen lopen hebben. Twee hitjes Balkanmuziek van de hand en het opgefokte brein van de Duitser Shantel die naast zijn eigen platenlabel ook nog een ‘eigen’ amalgaam muzikanten onder de naam Bucovina Club Orkestar in zijn tourbus propt. Wie Shantel live nog nooit aan het werk zag houdt hier beter op met lezen, want zijn gigs zijn amper te beschrijven. Wie de Balkanmuziekguru wél al bezig zag, was woensdag 28 oktober in de AB (of had een reden die enkel overmacht kan geweest zijn) en moet ook niet verder lezen: die weet al dat het één groot feest was.

We zagen Shantel als DJ en Bucovina Club Orkestar als band enkele jaren geleden al aan het werk op Dranouter en de man en zijn gezelschap zijn er niet minder psychiatriek op geworden. Onze fotograaf Wim Demortier sleurden we woensdag eind oktober mee voor zijn balkandoop. Al goed dat we zijn fotokanon hielpen vasthouden, of hij  had enkel wat onscherpe beelden geschoten.
Stilstaan kan niet. Mag niet. Hoort ook niet. De AB was (onbegrijpelijk) niet helemaal gevuld en had nog wat zetels over, al werd ook daar van links naar rechts en van voor naar achter gedraaid en gezwierd.
Hun nieuwe passage in de AB kaderde in de voorstelling van hun jongste ‘Planet Paprika!’. Hun eerdere debuut 'Disko Partizani' (doorgebroken met de meezingers “Disko Partizani” en “Disko Boy”) had Europa al bezwangerd met een nieuwe rage: Balkanpopbeat van hoogstdansbaar karaat. De Bucovinaroots situeren we in Roemenië-Moldavië-Oekraïne en de folklore van heel Oost-(en Zuid-)Europa zit erin vervat.
Laat ons – als je toch verder gelezen hebt – dan maar het vat wodkasuperlatieven aanslaan. Fiesta, zotte boel, uit de bol swingend, extatisch, uitzinnig, een muzikaal machinegeweer, excentriek en vooral veeeeeeeeel ritme.  De polonaise door de zaal tijdens het laatste nummer “Opa Cupa” was al een ode aan de Oostblokfestiviteiten.
Met zijn zevenen begonnen ze: twee strijkers,  één trombonist, één trompetter, een accpordenoist, een drum en Shantel zelf aan…tja…zang, drum, gitaar, …. In de nieuwe line-up vervoegden ook twee zangeressen het geheel vanaf het vierde nummer. De kleine, in het wit geklede Shantel met bruine pet op, was omnipresent, maar van zijn gevolg moest niemand onderdoen. Ze stonden er met heel veel plezier en zin. 
Maar Shantel, die stond echt overal. Tot zelfs  IN het publiek. Hij troonde zich naar het midden van het opgezweepte publiek  en kreeg zijn fans allemaal op de grond. Shantel speelde de AB letterlijk plat.
En als hij IN het publiek mag, dan mag het publiek OP het podium. Zo dachten de fans. Aanvankelijk hield de security de enkelingen nog gedisciplineerd midden hun eigen menigte, maar tijdens de bisnummers was het voor de AB-gardisten dweilen met de kraan open. Nog een half uur na zijn laatste geplande encore krijste Shantel zich steeds weer een weg door de massa die vooraan was komen meefeesten. En toen de Balkanman en zijn zotte gasten al lang het podium verlaten hadden en de hele set al door de crew was opgebroken, dansten er nog  geëxalteerde fans in een rondedans rond een paar (lege) flessen wijn.
Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest.
Nazdrovie!

Playlist 1. Intro 2. Mahala 3. Macedonia 4. Yahari 5. Da Zna Zora 6. Sandala 7. Disko Partizani 8. Disko Boy 9. Usti 10. Fige 11. Ciganka 12. Bella Ciao 13. Opa Cupa
Bisnummers
14. Bucovina 15. Gadja Dilo 16. Bota 17. Disko Partizani

Neem gerust een kijkje naar de pics live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Matt Bioul

Daystripper

Geschreven door

Brusselaar Matthieu Bioul legde zich eerder toe op z’n sing/songwriterschap en maakte eerder al twee Franstalige albums. Voor deze nieuwe plaat paste hij z’n naam wat aan, trok naar Engeland, maakte een Engelstalig album en dompelde z’n nummers onder in typische Britpop. We horen een warme sfeervolle, dromerige, broeierige sound, die veelvuldig omlijst wordt door achtergrondkoortjes. Deze koortjes en orkestraties zijn eigenlijk even goed als slecht … ze duiden enerzijds op een breder geluid, anderzijds voelen ze ietwat kitscherig aan.
Er is aanstekelijke feelgoodmusic op songs als “Mister”, “Back to 5”, “Waiting for the sun”, “Lucy Brown” en de titelsong. “On my own” lijkt zo weg van The Beatles. Naar het eind van de cd gaat Bioul op ingetogen wijze te werk.
Over de hoes zijn we nu niet echt te spreken en proberen we het ego van de man te plaatsen binnen ‘daystripping’, maar laat dit terzijde en geniet van de uiterst sfeervolle plaat, wat nog steeds het uitgangspunt is van onze vriend.

Info op http://www.mattbioul.com

Waldorf

Twelve seconds to none

Geschreven door

Waldorf is gegroeid rond Wolfgang Vanwymeersch, gitarist bij The Van Jets. Een week vóór de cd verscheen, werden we dagelijks bestookt met een brief waarop 1 woord te vinden was. Eind die week begon de puzzel steeds meer in elkaar te passen. Een zwarte, grijpgrage, boze wolf wil zich meester maken van z’n luisterende prooi, en van het toegevoegde cd’tje hoorden we een soort ‘rewind’ geluid; we waren dus duidelijk nieuwsgierig om wie het hier nu eigenlijk ging. De kat kwam op de koord toen we kort nadien de échte cd ontvingen. Voorzichtiger dan Roodkapje openden we de post …om …hop … de tweede cd van Waldorf in ons handen te krijgen.
We horen potig, bedreven gitaarrock en een stonerwind blaast om de oren. Waldorf is in één adem met Creature with the atom brain en Hulkk op te noemen. “2012”, “Information” en “Good to know” (wat een huiveringwekkende synths op deze song) zijn alvast sterke kanjers. De groep refereert aan de Queens en de Masters Of Reality, maar komt op “It’s you, it’s me” gevaarlijk in de buurt van het oude Screaming Trees en Kyuss door de logge ritmes, rauwe gitaren en een declamerende zang.
Waldorf & Statler van de Muppets mogen vanuit hun loge met respectvolle blik neerkijken op hun kleinzonen …

Info op http://www.abandcalledwaldorf.com

Why ?

Eskimo Snow

Geschreven door

Het Amerikaanse Why?, uit Oakland California, bepaald door de broers Wolf, is al zo’n kleine vijf jaar bezig en hebben met hun vierde plaat, de opvolger van ‘Alopecdia why?’, mét band uit. Ze maakten van hun pseudoniem de groepsnaam Why. We horen op ‘Eskimo Snow’ tien bezwerende, leuke intens opbouwende indie/rootspopamericana songs. Ze zijn soms rijkelijk ondersteund door allerlei instrumenten en geluidjes (piano, toetsen, xylo, blazers, …) en zorgen voor een kleurrijk palet. Op die manier klinkt het geheel broeierig, dromerig en sfeervol. De zegrap van Jonathan ‘Yoni’ Wolf maakt het nog iets specialer. De vroegere hiphopinvloeden zijn duidelijk ondergeschikt geworden, wat ruimte biedt aan de country en folk van de twee andere groepsleden. Pareltjes zijn alvast “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback” en “This blackest purse”.

Wild Beasts

Two dancers

Geschreven door

Het Britse Wild Beasts uit Leeds, onder de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming, heeft een uiterst sfeervolle plaat uit, met songs die per beluistering steeds beter uit de verf komen. Aanstekelijke doordachte popsongs, die door een fris tintelend gitaarspel en piano/toets dromerig en broeierig zijn, en zelfs richting freefolk overhellen. Daarvoor is de falsetzang van Thorpe verantwoordelijk, een bepalende factor binnen de sfeerschepping, die de band creëert. Hij kan soms hoog uithalen en durft te gillen, maar net op tijd wordt dit opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat net niet verglijdt in een theatraal aandoende Muse.
We horen een vleugje The Veils, Shearwater en Antony (die van the Johnsons) terug. ‘Two dancers’ is een groeiplaatje met enkele overtuigende songs, die zeer zeker een ruime aandacht verdienen: “The fun powder plot”, “Hooting & howling”, “This is our lot” en “The dancers story”. “All the king’s men”, “We still got the taste …” en ook het afsluitende “Empty nest” tonen een bredere stijl aan, en weten door hun meeslepende emotionaliteit en de intrigerende, spannende opbouw als lieflijke rootspop te klinken. ‘Two dancers’ vormt de aanzet tot een geslaagde prachtplaat …

The Big Pink

A brief history of love

Geschreven door

Na het beluisteren van dit plaatje van het Londense duo Robbie Furze en Milo Cordell is het me wel duidelijk dat deze The Big Pink een ‘real’ big pink is. ‘A brief history of love’ is een debuutplaat om U tegen te zeggen …broeierig, intens meeslepende shoegazepop. Inderdaad, het zijn goed in elkaar gestoken beheerste popsongs, met gedoseerde industriële beats en gevatte galmende wave; door hun opbouw en invloeden her en der klinken ze uitermate boeiend. De eighties wave, de indiewave van de jaren ‘90 en de psychedelische retrotrips schieten ons rond de oren; en dat betekent dat namen als Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride, Spacemen 3, Curve, BRMC en de huidige rits Horrors meets Black Angels de referenties vormen.
Feit is dat The Big Pink een band is met groeipotentieel; “Dominos” zorgt voor de definitieve doorbraak en biedt de kans om oudere singles als “Too young to love” en “Velvet” terug op te loaden! Aanstekelijk en fris klinkt het allemaal; terecht mag deze band ‘high hip’ worden!
Ze overtuigen sterk door een eigen geluid aan die verschillende stijlinvloeden te geven … Ze hebben alvast héél véél in petto, luister maar eens naar de opener “Crystal visions”, “At war with the sun”, “Golden pendulum”, “Frisk” en “Count backwards from Ten”.
Vorig jaar was er Glasvegas, dit jaar kan de fakkel overgedragen worden aan deze ‘big next thing’, The Big Pink!

Micachu & The Shapes

Micachu & The Shapes: tussen toegankelijkheid en experiment

Geschreven door

De Botanique stelde vanavond twee prille bands voor die al een lange periode samen op tournee zijn. Beiden bieden een niet alledaagse sound, die origineel, gewaagd en gevat klinkt. Ze waren in het voorjaar al te zien op het Dominofestival als supports van The whitest boy alive.

The Invisible trok net als Micachu & The Shapes Matthew Herbert aan als producer. Het trio maakt een eigen bereide sound door een potpourri aan stijlen van pop, funk, soul, jazz en elektro, en halen hierbij de new rave en de punkfunk overhoop. Zelf noemen ze het ‘Experimental Spacepop’. We horen invloeden van A Certain Ratio, Foals, !!! en TV On The Radio. De zachte soulstem van de imposante zanger/gitarist, Dave Okumu, zweeft boven en tussen de instrumentatie van synths, bas gitaar en drums. Soms klonk het geheel van deze som wat etherisch. Groovy stukken als “Monster’s waltz” en “London girl” wisselden met intens sfeervoller werk. “Jacob & the angel” bracht de twee sferen  samen.
Ze balanceerden tussen toegankelijkheid en experiment.

Micachu & The Shapes is evenzeer afkomstig uit Londen en kon ook rekenen op de steun van knoppenfreak Matthew Herbert. Een avontuurlijke combinatie van garagerock, postpunk en elektronica, die onverwachtse wendingen ondergaan en tegendraadse ritmes hebben; de sound kan explosief en zacht zijn en is doorspekt met de (excentrieke) stemvariant van MC Mica Levi. Een versmachtende popmelodie is te horen binnen hun gewaagde aanpak van synths, drums en Levi’s ‘chu’ , een zelf geprepareerde gitaar waaraan een bassnaar is toegevoegd en een pedaal werd bevestigd om het gitaargetokkel scherper en rauwer te laten klinken, zijn de basis . Het debuut ‘Jewellry’ kwam vanavond in de spotlights, aangevuld met enkele EP nummers en één nieuw nummer die ze tijdens de tour in elkaar al hadden geflanst (niet pejoratief bedoeld!). Openers “Curly teeth” en “Vulture” klonken behoorlijk stevig en strak, terwijl “If I could eat your heart” en “Lips” grillig klonk. Ook de wisselende soms vervormde vocals speelden een rol.
De sfeer en toon van het concert was als bij The Invisible, een variatie tussen toegankelijkheid en experiment. “Turn me well” teerde op sfeerschepping en stemvariatie, terwijl “Wrong “ bijvoorbeeld het moest hebben van het aparte geluid. “Guts” en “Golden phone” volgden en lagen in dezelfde lijn.
Het trio eindigde met een sober gehouden en stemmige “Hardcore (?)” en “Not so sure”, bepaald door het gitaargetokkel, de onverwachtse wendingen en de stemmen van Levi en tweede dame Raisa Khan.

Micachu & The Shapes en The Invisible waren niet alledaagse nieuwigheden, die het bordje ‘te ontdekken’ opgehangen kregen …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Drones

The Drones: stomende, broeierige rock’n’roll blues on a monday night

Geschreven door

Het Australische The Drones is al een goede vijf jaar bezig en bevindt zich binnen de zompige broeierige rock’n’roll met een doorleefd bluesy randje. Hun eerste platen en EP’s klonken smerig, gemeen en bedreven. Op het recentste ‘Havilah’ neemt het kwartet wat gas terug en laat de propere subtiliteit van een song horen. Ze halen invloeden aan van landgenoten Beasts Of Bourbon en Cave’s Birthday Party; in de venijnige, slepende, beheerste en bezielde songs horen we Crime & The City Solution, Two Gallants en zelfs Woven Hand!

Live putte de band uit hun verschillende cd’s. Hun broeierige rock’n’roll sound ontspoorde pas op het eind met een muur van distortion, feedback en gitaargeseling. Het sympathieke kwartet begon alvast met twee sterke nieuwe songs, “Nail it down” en “The minotaur”, meteen goed voor ruim tien minuten spannend, bedreven en intens slepende rauwe rock’n’roll, onder een spervuur van teksten. De oudjes van hun debuut uit 2005 ‘Wait long by the river …’, “Freedom in the loot”, “Sitting on the edge” en “Sharkin’ blues” volgden; ze bewezen een frisse aanpak en bezetenheid door boeiende wendingen en mate van subtiliteit. Na een paar beheerste songs werden alle registers opengetrokken en pedaaleffects ingedrukt. Ze klonken rauwer en lieten hun instrumenten spreken door gitaarexplosies en soli, waaronder “She had an abortion that she made me” en de definitieve afsluiter “Millers daughter uit 2006 als absoluut hoogtepunt.

Vier gewone gasten (waaronder een vrouw op bas!) gaven een goed half gevulde Rotonde een uurtje stomende, broeierige rock’n’roll blues on a monday night. De Rotonde was eventjes een rokerig domende kroeg …

Organisatie: Botanique, Brussel

Massive Attack

Massive Attack: Lekker indrukwekkende trips

Geschreven door

Het trendsettende Britse Massive Attack neemt ruim de tijd voor zijn producties. Ook de concerten van de trippopformatie zijn op 1 hand te tellen. Na de ‘100th Window’ tour (2003-2004) was er nog een ‘Best of’ cd met optredens op Pukkelpop (2006) en de Lokerse Feesten (2008). Een fortcoming album komt begin 2010. Zowel op de Lokerse Feesten als vanavond in Vorst lieten ze met de EP ‘Splitting the atom ‘, die deze maand verscheen, horen dat ze terug diep graven in de triphopscene van midden de jaren ’90 van diep repetitief bezwerende, hitsige gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. De soul die we vooral van het memorabele debuut ‘Blue lines’ haalden, blijkt definitief op het achterplan geraakt.

Sterk nieuw materiaal dus, waar we halsreikend kunnen naar uitkijken van de spil 3d (Robert del Naja) en Daddy G Marshall. De groep ontsluierde een pak nieuwe songs en wisselde ze mooi af met het ouder werk, waarvan de klemtoon kwam op het in ’98 verschenen ‘Mezzanine’. Drie guestvocalisten vulden aan, Deborah Miller voor het ouder werk, Horace Andy voor de kippenvelmomenten en Martina Topley –Bird (voorheen Tricky, nu al twee soloplaten en support van Massive trouwens) wakkerde het triphopvuur aan. Ze werden ondersteund door een heus nest synths, bas, gitaar en twee drums.
Op het podium zagen we een indrukwekkende lichtkrant die refereerde aan de ‘Close Encounters’ …lichteffects en visuals om met elkaar in contact te treden, nieuwsfeiten en kritische wijzers in de Nederlandse en Franse taal.
Meteen werden we ondergedompeld in die triphopsfeer met songs als “Bullet proof love”, “Heartcliff star”, “Babel” en “16 seeter”. Die unieke stijl kreeg een scheutje cognac door de rauwe zegzang van beide heren en Martina’s zang (die vocaal een groot deel van het nieuwe materiaal voor haar rekening nam!). Sommige van deze songs kregen meer groove , een krachtiger intenser gitaarspel en een virtuoze,dreunende bastune…
Na een klein half uur klonk de factor herkenbaarheid met “Rising son” en “Futureproof”. Deze oudere tijdloze klassiekers kregen een ietwat nieuwere bewerking door de prikkelende dreiging en melancholie. Ondanks het feit dat niemand anders dan Elisabeth Frazer “Teardrop” zo sterk kan zingen, was Martina’s interpretatie de moeite waard.
De aandacht verslapte op geen moment in de keuze van het songmateriaal en in de vocale afwisseling: een prettig gestoorde spooky “Mezzanine”, een hemels mooie “Angel” (met Horace Andy) en een betoverende versie van “Safe from Harm” (met Deborah Miller) door een pompende, stuwende beat volgden; een uitgesponnen begeesterende versie van “Inertia creeps” besloot de set.
In deze slepende boeiende trips zagen we op de visuals allerlei citaten en nieuwsfeiten van de dag, waaronder een RIP Jef Nijs’ ‘Jommeke’ en een cancel van Morrissey’s optreden.
De titelsong van de pas verschenen EP ‘Splitting the atom’ huiverde door een kermiscarrousel uit de dertiger jaren . De guestvocalisten van vanavond stonden op één rij, en zongen lichtjes naast 3d en Daddy G. Een closing final hoorden we van “Unfinished sympathy”, “Marakesh” en “Karmacoma”, die de wervelende gig en show compleet maakte. De songs waren indrukwekkend door de spannend verrassende wendingen en maakten een plaatsje vrij in ons geheugencentrum … Om maar te zeggen dat deze charismatische band enthousiast te werk ging en duidelijk in 2010 zal imponeren!

Martina Topley-Bird bracht het er beter van als gastvocaliste bij Massive dan op haar eigen werk. De zaal was veel te groot om haar ingetogen, innemende, donkere (grimmige) songs tot hun recht te laten komen; de sound was te minimaal om net die trippende kick te geven. Naar het eind kwamen verschillende subtiele geluidjes samen en durfde ze venijniger te werk gaan. Een kaart die ze achterna gezien beter eerder trok …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Pagina 449 van 498