logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

The Tragically Hip

The Tragically Hip: positieve balans van 26 jaar music@work

Geschreven door

Canadezen, het zijn best wel eigenzinnige jongens in het muzikale landschap van de jongste decennia. In het rijtje waar ook meestertroubadour Neil Young en meesterproducer Daniel Lanois thuishoren kan The Tragically Hip uiteraard niet ontbreken: een eigen geluid door velen gekopieerd doch nooit echt geëvenaard, het hardnekkig vastklampen aan artistieke integriteit los van commerciële belangen, en bovenal een dijk van een live reputatie. In de vroege 90ies maakte dit sympathieke vijftal zijn groepsnaam zelfs heel even helemaal waar toen ze na de release van het album ‘Fully Completely’ (’93) eensklaps tot één van de grote beloften van de arenarock werden gebombardeerd. De geschiedenis heeft ons intussen geleerd dat het (gelukkig) niet zo’n vaart is gelopen. The Tragically Hip liet in de 90ies wel nog tal van andere klassieke albums los op een hondstrouw legioen liefhebbers van pure rootsrock, maar de eerlijkheid gebiedt ons om de relevantie van Hip’s jongste platen toch te betwijfelen. Over een avondje uit met deze oerdegelijke Canadese rockers moeten we echter geen twee keer nadenken. Afgelopen zondag hield de ‘We Are The Same’ tour halt in de Brusselse AB ter promotie van Hip’s gelijknamige en inmiddels 12de studioalbum. Getuige de grijzende kopjes en versleten Hip shirts, een beleving waar menig dertiger en veertiger met een boontje voor doorleefde rootsrock zat naar uit te kijken...

The Tragically Hip live betekent eigenlijk zoveel als Gordon Downie & band. De manische frontman zoog zoals steeds alle publieksaandacht moeiteloos naar zich toe met zijn onnavolgbare mimiek, een occasioneel schaduwgevecht met de microfoonstandaard en, als rode draad van de avond, zijn talloze visuele kunstjes met een dozijn witte zakdoeken die hij één voor één vanuit de coulissen toegeworpen kreeg. En toch, ondanks Downie’s unieke performance en zijn prima musicerende maats liet de groep gedurende het eerste concertkwartier niet echt een bevlogen indruk. Er werd nochtans sterk geopend met “New Orleans Is Sinking” uit Hip’s debuutalbum ‘Up To Here’ (‘89). De ironie van de recente geschiedenis wil dat dit nummer een tijdlang werd geweerd door verschillende Amerikaanse radiostations na de doortocht van orkaan Katrina in 2005, maar op Europese bodem nooit echt uit Hip’s setlist is verdwenen. Het langdradige “The Depression Suite” en het routineus afgehaspelde “Fireworks” klonken vervolgens toch wat te gewoontjes om van een geslaagde start te spreken, en het duurde tot “Courage (For Hugh MacLennan)” en “Fully Completely” vooraleer de groep echt op kruissnelheid kwam. Spijtig genoeg kon de groep dit momentum niet vasthouden door een foute songkeuze waarbij klassieke oudjes te snel werden afgewisseld met mindere nieuwe nummers. Meteen werd duidelijk waarom het eerder dit jaar verschenen ‘We Are The Same’ als één van de minst memorabele albums uit de Hip catalogus wordt beschouwd. De groep lijkt tegenwoordig te hard zijn best te doen om andere muzikale wegen te verkennen, maar verliest daardoor een stuk identiteit. Het country niemendalletje “Morning Moon” hoort eerder thuis op een vroege Eagles plaat, en met “Coffee Girl” komt de groep zowaar gevaarlijk dicht in de buurt van een afgeborstelde hitparadesong. Nee, dan liever rauwere vintage Tragically Hip nummers als “Poets” en “Love Is A First” die de eerste set afsloten.
Zoals vooraf aangekondigd deelden Downie & co hun optreden op in twee sets van elk tien nummers. Bij aanvang van de tweede set verschenen onze Canadese vrienden op het podium enkel vergezeld van akoestische instrumenten. Het leverde een mooi kampvuurmoment op met naast “Thompson Girl” en “The Last Recluse” een doorleefde versie van “Fiddler’s Green”, het enige rustpunt op onze all-time favourite Hip plaat ‘Road Apples’ (’91). De groep plugde vervolgens de elektrische gitaren in voor een overrompelend “Gift Shop” dat eindigde in ware Crazy Horse stijl. Na ruim een kwarteeuw lijkt niet de minste sleet te zitten op de gitaartandem Bobby Baker en Paul Langlois, en ook Gord Sinclair (bas) and Johnny Fay (drums) geven menige ritmesectie vandaag nog steeds het nakijken. In de tweede set stak overigens nauwelijks een nieuw nummer, waardoor de groep heel wat beter uit de verf kwam dan tijdens de eerder matige eerste set.
Vele van Downie’s teksten mogen dan al doortrokken zijn van dramatiek en melancholie, toch is de begenadigde songschrijver niet te beroerd om als eerste sommige van zijn schrijfsels te relativeren. Volgens de boomlange Canadees had “Ahead By A Century” bij nader inzien (bijna 15 jaar na datum) immers beter “Behind By A Century” kunnen heten. Het publiek reageerde laconiek en genoot met volle teugen van deze zeldzame radiohit uit Hip’s repertoire, alsook van doorleefde versies van “Springtime In Vienna”, “Bobcaygeon” en “Nautical Disaster”. De tweede set werd afgesloten met het enthousiaste “My Music At Work” dat moeiteloos alle handen de lucht in kreeg. Downie slaagde er in om de microfoon tot bijna in het midden van de zaal door te geven, tot groot jolijt van heel wat plaatselijke zangtalenten die in verschillende toonhoogten en Amerikaans/Engelse accenten de titel van het nummer eindeloos meebrulden. De volksmenner in Downie was duidelijk in zijn opzet geslaagd en kon met een welgemeend “Thank you music lovers!” meer dan tevreden de gordijnen induiken.
Een korte bisronde werd op gang getrapt door “Family Band”, al dan niet een verdoken verwijzing naar het feit dat The Tragically Hip sinds 1983 nog steeds bestaat uit dezelfde vijf jeugdvrienden. Een begeesterend “Grace, Too”, het openingsnummer uit ‘Day For Night’ (’95), sloot met verve een ruim twee uur durend concert af en stuurde ons uiteindelijk toch met een voldaan gevoel huiswaarts.

Achteraf gezien bleek het opnemen van nieuwe nummers in de setlist zowel een verdienste als een vloek voor de groep. Fans van het recente afgelikte werk (ja, ze blijken te bestaan!) werden niet ontgoocheld, terwijl de eerste generatie Hip adepten vooral in het tweede concertdeel de vertrouwde vonken van het podium zagen spatten. The Tragically Hip blijft na drie decennia ontegensprekelijk één van Canada’s belangrijkste muzikale exportproducten, doch hopelijk evolueert hun marktaandeel niet tot Billboard’s eenheidsworst…

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Golden Years (2009) maakten hun naam weer waar

Geschreven door

Op zaterdag 28 november maakten 12500 toeschouwers in het Sportpaleis in Antwerpen de 21e editie van The Golden Years mee, één van de oudste manifestaties die hier doorgaan. Volgens de geijkte formule, met de VIP’s aan tafeltjes op het middenplein, werd alles weer gepresenteerd door Carl Huybrechts, die dit keer een aantal groepen mocht aankondigen die het einde van de sixties en de seventies mee kleur gaven. Hij praatte alles vlot aan elkaar en kreeg de zaal telkens aan het juichen toen hij de belangrijkste gebeurtenissen van die jaren overliep, vooral toen hij vijf keer een overwinning van Eddy Merckx in de Tour de France mocht aanhalen.

Daardoor doet het evenement onvermijdelijk aan de Proms denken: zelfde mega-evenement, zelfde locatie, zelfde presentatie. Alleen zonder orkest of koor op het podium. En waar op de Proms de groepen dikwijls verdrinken in de dikke violensaus, kennen de Golden Years een andere probleem: popgroepen van veertig jaar geleden zijn nooit wat ze toen waren: meer en meer muzikanten vallen uit om diverse redenen: ouderdom, ziekte of gewoon omdat ze overleden zijn.
Daardoor zijn de groepen die op het podium staan bijlange niet meer in oorspronkelijke samenstelling. Je kan daar op verschillende manieren tegen aan kijken: ofwel beschouw je dit als een doodzonde, en dan blijf je ver weg ervan, ofwel sluit je compromissen. En dan kan je proberen de groepen op het podium zo objectief mogelijk te beoordelen. Van veel van de groepen uit die tijd zijn alleen één of een paar leden echt gekend bij het grote publiek. Meestal gaat het om een zanger of een gitarist. Het beste is natuurlijk als die er bij zijn, maar voor mij telt dat de klankkleur van de groep niet verandert door de inbreng van de vervangers. Niemand zit op een eigenzinnige persoonlijke interpretatie te wachten van één of ander hitje uit die tijd. Een zanger vervang je door iemand met een even goede, of betere, stem, maar met dezelfde stemkleur, een gitarist moet klinken als zijn voorbeeld.

Met die gedachte in het hoofd zagen wij ‘The Escorts’ als eersten een drietal nummers van ‘T.Rex’ coveren. Goede muzikanten, perfect als opwarmers. ‘Christie’ had niet meer dat enkele hits bij ons, maar kreeg toch een warm applaus: ze klonken dan ook heel goed, vooral door de erg herkenbare stem van Jeff Christie, die er nog steeds bij was. Met ‘The New Seekers’ kregen we dan een meer vocale gerichte groep op het podium. En ondanks hun verdienstelijke prestatie konden zij toch niet verbergen dat de stemmen (vooral van de dames) hun beste tijd gehad hebben. Ze kregen toch veel bijval van een welwillend publiek.
‘Sailor’ moest het in de seventies vooral hebben van hun kostuumpjes en hun act, en dat was nu niet anders. Toch hebben ze een drietal stevige hits op hun palmares, die nog steeds heel goed te pruimen zijn.
Voor ‘Middle Of The Road’ is vooral de unieke stem van zangeres Sally Carr belangrijk. Ze was er bij en ze klonk, na een opwarmingsperiode, best goed!
Het eerste hoogtepunt van de avond kwam er met ‘Slade’. Zanger Noddy Holder is er niet meer bij, maar zijn vervanger zingt minstens even goed. En gitarist Dave Hill kan, ondanks zijn gekke bekkentrekkerij en fratsen, een behoorlijk stukje spelen! Op sommige momenten klonken ze bijna als ‘AC/DC’. ‘Alvin Stardust’ had een aantal hits, maar hij bewees dat hij vooral een echte rocker is, die nog steeds goed bij stem is. Zijn versies van “I Love Rock’n’Roll”, “2,4,6,8 Motorway” en “Johnny B. Goode” mochten er best wezen.
‘The Rubettes feat. Alan Williams’ zijn nog steeds erg flamboyant. Een aantal hits rolden er vlot uit, en ze waagden zich zelfs aan goede a capellaversies van “After The Goldrush” en “Barbara Ann”. Het tweede hoogtepunt kwam er met de slotact. ‘10CC’ trad op met Graham Gouldman, geen spoor van Godley of Creme. Maar de zanger, die de hoge stemmetjes (zoals op “Donna”) bracht, was ronduit schitterend. En ook “I’m Not In Love” klonk echt goed, evenals hun andere hits, met als uitschieter “Dreadlock Holiday”.

Het obligate slotnummer “Rockin’ All Over The World”, met de meeste artiesten op het podium, was eigenlijk overbodig, maar deze ruim drie uur muziekavond mocht er best wel wezen.
Laat editie 22 maar komen…

Organisatie: Sportpaleis – The Golden Years - Antwerpen

Oost-Vlaams Rockconcours 2009: Intergalactic Lovers wint!

Geschreven door

Ieder oneven jaartal zo rond december ligt het episch centrum van het Oost-Vlaamse muziektalent in de Vooruit te Gent waar een finale doorgaat die de 'beste' Oost-Vlaams bands/artiesten verzameld van het moment onder de noemer Oost-Vlaams Rockconcours.
In de finale geraak je door voorrondes te doorstaan georganiseerd in voornamelijk jeugdhuizen, maar liefst 130 inschrijvingen kreeg de organisatie te verwerken waaruit oorspronkelijk 8 voorrondes met 6 bands geselecteerd werden om dan zo naar 4 halve finales te gaan waaruit dus de 8 finalisten gedistilleerd werden.
Het is een cliché maar als je tot de finale doorstootte dan was je eigenlijk al een beetje een winnaar want dan wordt je opgenomen in het 100% Puur project, dit biedt organisatoren de komende 2 jaar de kans om de helft van de gage van een artiest/band uit de finale terug te krijgen ( tot een bep. limiet), dit geldt voor alle finalisten uit alle provincies, een zeer mooi initiatief waarin jonge bands zich wel kunnen vinden.

De finale dan... die stond bol van diversiteit en genres met Maya's Moving Castle, Catatonics, Vegas!, Amatorski, The Curvy Cuties Fanclub, As You Like It, Look & Trees, Intergalactic Lovers en een surprise act.
Door allerlei beslommeringen konden we pas inpikken tijdens de set van As You Like It, de opkomst viel in eerste instantie wel wat tegen, een iets meer dan de helft gevulde zaal in tegenstelling met de vorige editie die stampvol zat. As You Like It liet er geen gras over groeien, met een melodieuze rocky sound probeerden ze iedereen van hun kunnen te overtuigen, een stagediver werd gespot en het publiek lustte er wel pap van.
Vervolgens betrad het bonte allegaartje van Look & Trees de bühne.
Met een sound die deed denken aan Wilco pakte het op z'n eigen manier de zaal in, er was veel cohesie en speelvreugde te vinden in de sound en de band stond er alsof ze al 10 jaar spelen, een leuk en gevarieerd optreden.
Als laatste mocht Intergalactic Lovers hun ding doen, na hun winst deze zomer op de Beloften waren ze volgens velen de topfavoriet voor deze wedstrijd. Met een naturelle flair begon de band aan z'n set, "Gimme", "Soul for hire" en "Fade away" zijn schitterende poprockdeuntjes die bovendien nog sterker kunnen worden mits een goede productie, de band is immers nog maar 6 maanden samen. De lovers waren solide en zetten een sterke set neer zonder veel verrassingen maar wel met een oerdegelijk 'resultaat'.
Na het optreden viel er nog een surprise act uit de lucht... Niemand minder dan Steven H de meest besproken act uit het concours en afvaller in de halve finale mocht nogmaals bewijzen dat hij zeker z'n plaats in de finale had, dat bewees hij door achtereenvolgens "Saai in den backstage" en " 't Zit tegen" het publiek in te blazen, op " 't zit tegen" werd hij nog versterkt door 6 dansers wat het plaatje echt af maakte, jammer dat deze topentertainer over het hoofd werd gezien!

Even later werd Look & Trees derde, bezette Vegas! de tweede plaats en werden Intergalactic Lovers oververdiend tot winnaars gekroond.

Organisatie: Team OVRC

Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 1 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. In dat concept moet je natuurlijk keuzes maken om hen aan het werk te zien.
Op dag 1 had men South San Gabriel (feat. Will Johnson), Shit & Shine, Hank & Lily, Tony Dekker, Krakow, Scout Niblett, Joe Gideon & The Shark en Micah P.Hinson geprogrammeerd. Toutpartout kon deze eerste dag rekenen op een sterke belangstelling. Door ziekte van Jason Molina (Songs: Ohia/ Magnolia Electric Co) kwam de ganse crew van Will Johnson, South San Gabriel langs en werden Cave Singers (ook ziekte van één van de leden) vervangen door het Belgisch beloftevolle Krakow.

De Amerikaanse songwriter Micah P. Hinson (Rotonde) gaf de aftrap. Hij benaderde de donkere kantjes van de americana scene. Hij heeft dan ook veel te vertellen want hij heeft al een getormenteerd leven achter de rug. Muzikaal brengt hij z’n ervaringen in bezwerende luistersongs op akoestische gitaar gedragen door z’n bedwelmende, emotievolle vocals, wat hem nauw verwant maakt met Dylan en Drake en de songwriters van Wilco en Lambchop. In die vijfenveertig minuten fascineerde hij met enkele bloedstollende songs, die een spaarzame begeleiding meekregen. Maar hij kon ook krachtiger klinken zowel op z’n gitaar als met z’n stem. Hij stipte even het werk van z’n eerder drie verschenen cd’s aan, maar legde vooral de klemtoon op de recente cd ‘All dressed up & smelling of strangers’, die uit een handvol overtuigende covers van z’n muzikale helden bestond, waaronder “Are you lonesome tonite” (Elvis Presley) - opener van de set-, verder “Not forever now” (van Centro-matic, die andere band van Will Johnson), “Slow & steady” –van de eerder onbekende Pedro the lion -, en tot slot “This old guitar” van John Denver, de song die z’n vader en hem na jaren ruziemaken opnieuw samenbracht. We hoorden nog enkele parels, een innemende “Digging a grave” en een hymne aan één z’n allerbeste vrienden, een zekere Michael Gilmore die hij in 2007 verloor. Hinson houdt van de zaal, hij had hier al een paar keer gespeeld en droeg z’n publiek een warm hart toe, wat wederzijds was. Al meteen een schot in de roos voor de Toutpartout crew.

Het broer-zus duo Joe Gideon & The Shark (Orangerie) schuimde de festivalzomer af; ze brachten een broeierige spanning in hun rauw rockend materiaal. Zij, ‘Viva Seifert’, ‘the Shark’, deed dat op haar drumstel en haalde tussendoor een klanktapijt uit haar keys en xylo, hij ‘Joe Seifert’, ‘de Gideon’, switchte van gitaar en bas, creëerde een spaarzaam zompig geluid en dompelde de songs onder in een grauw galmende zegzang. Hun americana/garageblues had raakvlakken met de vertelkunst van Cave, Waits en Reed tot zelfs een Marianne Faithfull. Ze trokken de aandacht door een persiflage op de ‘80’s iconen Eurythmics. De rauwe intensiteit van de songs had bijna steeds een rustige, voortkabbelende aanzet, zoals op “Miss Kathy Ray”, “Anything you love that much will see you” en de titelsong van hun cd; de ‘Harum Scarum’ nummers vormden hierdoor een filmische soundtrack. Op het eind vervoegde een derde persoon de drums, wat het geheel hitsender maakte.

De Engelse singer/songschrijfster Scout (Emma Louise) Niblett (Rotonde), leek wel een weekendje vrijaf te hebben gekregen in de kostschool. Ze stond daar op het podium met haar blauw kostuumpje met witte knopen, rode kousen en opvallende schoentjes, bijna de voeten tegen elkaar. Een bedeesd meisje, een stil watertje op elektrische gitaar, zo leek het…, maar dan had je buiten de waard gerekend dat deze dame van 35 jaar al een handvol platen uitheeft binnen de indiefolk/americana, en we fronsten even de wenkbrauwen toen ze de gitaar inplugde en begon te zingen . Ze beet sterk van zich af met haar spannend dreigende sound, dissonante riffs en lieflijk getokkel, gedragen door haar indringende, hese soms hoog uithalende stem. Moeiteloos stapte ze over van een ingetogen naar een strakkere, fellere lijn. Ze intrigeerde en bezorgde ons kippenvel door de intrinsieke schoonheid van hartverscheurende ervaringen, eenzaamheid en fatalisme die in de songs schuilde. Polly Harvey meets Liz Phair/Cat Power meets de jongere generatie Soap & Skin en Jolie Holland. In de venijnige set werd op het eind de pedaaleffects stevig ingedrukt; binnen haar muzikale zwerftocht was er één keer een ‘dust in the wind’ moment, toen ze een song op de drums mepte.

De Canadese songwriter Tony Dekker (Orangerie) bood met één van z’n Great Lake Swimmers leden, Erik Arnesen, een mooi overzicht van hun oeuvre. Dekker plukte uit elke cd wel iets en slaagde erin ons hart te veroveren met z’n weemoedige, sfeervolle, melodieuze breekbare americana, geënt op het intieme akoestische gitaarspel, -getokkel en de mandoline, en gedragen door z’n licht klaaglijke zang. In het melancholische recept droomden we zomaar weg, mijmerden we, zagen bij valavond de kust voor ogen en hoorden vanuit een hut het geluid van het klotsende water. Ondanks de meer luchtige aanpak op het recente ‘Lost channels’ bracht Dekker de verstilde pracht van z’n songs. Er waren pakkende versies van “Still”, “Concrete heart” en “Stealing tomorrow” uit de laatste plaat en verder klonken “Moving pictures, silent films” en “Let’s trade skins” groots. Het stemde Dekker gelukkig dat het oude materiaal terug makkelijker verkrijgbaar was, om op die manier mans kwetsbare muziek te leren kennen …

We werden uit onze droomwereld getrokken toen Shit & Shine (Rotonde) aan hun set begon. Ze speelden een loeiharde, bezwerende drone/noisetrip van ontspoorde, vervormde en overstuurde synths en opzwepende drums. Twee drumstellen stonden er deze keer opgesteld. Vorig jaar was het nog anders toen een zestal drummers in de set betrokken raakten. Het draaide ‘em rond noise en ritmiek; doel was het publiek in een soort trance te brengen met die repetitief, voortdeinende sounds. De elektronica en drums stuwden de sound naar een hoger niveau. Ze maakten het ons alvast iets draaglijker door er wat show aan te koppelen. Buiten de drummer waren 2 bandleden verkleed in een soort bunnypak en kwam een derde uit een NYC politiereeks. Het hoorde er allemaal bij om hun loodzware sound te ondergaan. Het was geen hapklare brok wat het vaste duo Clouse en McKayhan ons voorschotelde. Van deze livesensatie waren de meningen verdeeld …

Intussen moesten we de optredens van Krakow en de Hank & Lily show missen, die we eerder al aan het werk zagen; Krakow overtuigde met hun bloedmooie sound van countryrock/slowcore en de theatergig van Hank & Lily, bood een weirde sound van country/garagerockabilly, wat hen een beetje in de voetsporen bracht van Bob Log III.

Tot slot kwam South San Gabriel (Orangerie) opdagen, het tweelingbroertje van Centro-matic (vaste bandleden voor beide bands, naast spil Will Johnson). Door de afwezigheid van Jason Molina konden we dus optimaal gaan voor het sfeervol, intimistisch, weemoedig materiaal van rustige broer South San Gabriel. Muzikaal refereren ze aan de dromerige americana van Crosby, Still, Nash & Young en worden ze in één adem opgenoemd met The Jayhawks, Sparklehorse, Wilco, Lambchop, Bonnie ‘Prince’ Billy en Ryan Adams. We hoorden gevoelige steelpedal, subtiele piano- en orgelpartijen, een voorzichtige percussie en Johnsons breekbare gitaarspel, dito -slides, gedragen door z’n warme, intieme stem. Een muzikale bloemlezing waarbij de groep nogal sterk teruggreep naar hun doorbraak in 2003, ‘Welcome, Convalescene’ met songs als “Smelling medicinal”, “Everglades” en “Saint- Augustine”. Bloedmooie songs die door hun ingetogen karakter gemoedsrust uitstraalden. We hoorden recenter werk met “Feel too young to die” en uit de laatste plaat ‘Dual hawks’ speelden ze “Emma Jane” en “Alabama crusade”. Hoogtepunt vormde een broeierige slow motion version van Lionel Ritchie’s “All night long”. Inderdaad, hun muziek luidde de nacht in. Een overtuigende en terechte afsluiter van een eerste avond Toutpartout. Ook hier uitte Johnson z’n appreciatie voor het warme onthaal en de 15 jaar Toutpartout …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

Wavves

Wavves: overdonderend harde beproeving

Geschreven door

Het trio uit San Diego, Wavves, bepaald door zanger/spil Nathan Williams, smeedt nu het ijzer terwijl het heet is. Ze hebben op een goed jaar tijd twee cd’s uit waarvan de ‘vv’’s in de albumtitel gegeerd zijn en nummers van 2x een goede 35 minuten ons om de oren vliegen. De band brengt een potje rauwe, weinig gestructureerde, ontregelde sounds samen. Daaronder zit wel een erg pakkend popliedje verscholen. Het zijn op zich eenvoudige songs bedekt door een dikke laag gierende gitaar, ruis, pedaaleffects en Williams’ galmende zangkoortjes. Wavves biedt ‘alternative’ punk/noise/surf/indie/lofi psycherock, die als ‘nofi’ wordt omschreven. Bands als My Bloody Valentine, Jesus & Mary Chain, Nirvana, Pixies, The Ramones, Therapy, The Thermals, Black Angels en last but not least Ramones trekken ze door hun muzikale maalmolen.

Een ontspannen, charismatische band trad aan en hitste het talrijk opgekomen publiek in het uitnodigend Charlatan rockzaaltje op, maar kon het maar een goede vijfenveertig minuten volhouden. Misschien was de cocktail van ecstay, valium en xanax, die zanger Williams een paar weken terug deed instorten, nog niet voldoende uit mans lichaam! We kregen wel vijfenveertig minuten een wervelstorm van opzwepende rammelende, door de stofzuiger gehaalde overstuurde rock, waaronder “Beach deeemon”, “California gothz”, “Friends were gone” en “No hop kids”. Het tempo werd af en toe eens teruggedrongen door de broeierig slepende opbouw en het stileren van een fijne melodie. Hiervan hadden we “To the dregs”, “Side your on” en de vrolijke “Wavves” meezinger. Op adem konden we even komen met het rustig voortkabbelende “So bored”. Ondanks het praktisch ondoordringbaar geluid, bleek de galm op de zang wat te storend, en kwam het geheel niet steeds ten goede!

Wavves was nu niet direct de revelatie waarover de laatste maanden werd gesproken en moeten dus duidelijk nog sleutelen om er te geraken.

De support was nu ook meteen niet direct van de poes, 1982 bleek alvast leuk, als je er even de google site op nahield en surfte. Ik weet niet of zij eens stilstonden welke belangvolle nieuwsfeiten er in dat jaar waren: Ozzy die de kop van een vleermuis afbeet, het faillissement van scheepswerf Cockerill Yards, de dood van John Belushi (Blues Brothers), Henry Fonda, Brezjnev en Grace Kelly, de bezetting van de Falkland-eilanden, de geboorte van Justine Henin, het WK voetbal in Spanje (btw Italië won!), de vrijlating van Lech Walesa Solidarnosc, een paar (bloedige) aanslagen en neergestorte Boeings. Het zal hen misschien worst wezen als je hun zware ontregelde nosiepop in een ware Mars Volta jam hoorde. Ook hier waren de vocals jammerlijk schreeuwend en overstuurd. Hun muzikaal brouwsel klonk ook uiterst vervormd.

Binnen deze nieuw omschreven nofi scène, zorgden zowel 1982 als Wavves voor een overdonderend harde beproeving.

Organisatie: Democrazy, Gent

Customs

Een onderhouden Customs: band met groeipotentieel

Geschreven door

Op één van de meest herfstachtige dagen van het jaar kozen we de Magdalenazaal in Brugge uit om enkele vaderlandse bands onder de loupe te nemen, namelijk Customs – Superlijm – Intergalactic Lovers

Oorspronkelijk stonden de winnaars van de beloften '07 The Curvy Cuties Fanclub geprogrammeerd maar bij aankomst bleek dat ze vervangen waren door de recentste winnaars van de Beloften wedstrijd, met name Intergalactic Lovers ( en na zaterdag de winnaars van het O-Vlaams Rockconcours!).
Intergalactic Lovers zag in april van dit jaar het levenslicht en schoot de afgelopen maanden als een komeet in de lucht. De jonge bende had een fris, gevarieerd en eigen geluid en pakte de tot dan weinige bezoekers in. Een prominente rol was weggelegd voor zangeres Lara. De eerder in Brugge 'onbekende' band won heel wat zieltjes. "Fade away" en "Soul for hire" zijn mits een goeie productie singlerijp en met wat meer tijd zal dit combo zeker nog van zich laten spreken, de Humo’s Rock Rally finale staat alvast aangestipt ...
 
Even later verscheen Superlijm ten tonele. Toen hun single "Michael Jordan" deze zomer opgepikt werd door StuBru, Jim en TMF ging het voor deze jonge gasten opeens heel snel en hun onlangs verschenen split EP met Winterslag kreeg eveneens enorm lovende commentaren. Het collectief rond Oostendenaar Pieter-Jan Delesie brengt een mix van elektronica overgoten met veel distortion en af en toe wat ingetogen momenten, een hele boterham dus. Toch moesten we vooral denken aan hun vrienden Team William, toen we even onze ogen sloten door de op de voorgrond tredende elektronica riedeltjes.
De gedrevenheid was groot en "Input selector" en "Why bother California" zijn lekkere nummers maar we merkten ook op dat kleine schoonheidsfoutjes in hun set slopen. Doch moesten we na 40 minuten concluderen dat mits wat snoeiwerk in overtollige nummers en een goede begeleiding van de band er zeker plaats is voor een goeie Superlijm.

Met Customs als headliner stond de meest besproken Belgische groep van 2009 op het podium. Begin dit jaar wonnen ze onder de naam Dôppelgangers nog de vi.be on air wedstrijd op StuBru en even later werd onder de vleugels van Alex Callier "Rex" opgenomen en wat dat teweeg bracht, weet U wellicht wel.
Onlangs verscheen hun debuut ‘Enter the characters’ en dat kwamen ze hier voorstellen.
De opzwepende opener van de plaat "The Matador" was tevens de start van een energiek en strak optreden. De ondertussen volgelopen zaal kon het best smaken en OK hier en daar hoor je Interpol en Editors invloeden maar de sound is vooral Customs en dat bewijzen het succes van "Rex" en "Justine".
Het tempo lag zeer hoog en in no time was de gehele plaat de revue gepasseerd, "Shut up,narcissus" was een mooi einde aan een onderhouden en nogmaals herhalen strakke set.
Toen ik ze deze zomer enkele keren live zag, had ik zo m'n twijfels maar met deze passage toonde de band flink gerodeerd te zijn en ieder optreden nog te groeien. Hou ze in de gaten!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Ian Siegal

Ian Siegal: gematigd positief concert

Geschreven door

Stel: je bent een gevierd bluesartiest en drie dagen voor je op tour vertrekt breek je je duim zodat van gitaarspelen, toch het meest essentiële onderdeel van je show, geen sprake meer kan zijn. Wat doe je: de tour cancellen of alsnog een wonderoplossing zoeken?
Wel, Ian Siegal koos voor het laatste en stoomde in 24 uur de jonge Dusty Ciggaar van The Rhythm Chiefs klaar en het dient meteen gezegd: het ging die laatste bijzonder goed af, daar zal iedereen het wel over eens zijn. Schitterend gitaristje maar of je het publiek hier echt een dienst mee bewijst, blijft de vraag want die kwamen uiteindelijk allemaal om Siegal zelf te zien excelleren op gitaar. Ik had er alleszins een dubbel gevoel bij.

Het concert begon desondanks geweldig met een broeierig "Bo Diddley" gevolgd door een paar zompige nummers waarin je zo de swamps van Louisiana rook. Bij gebrek aan gitaar struinde Siegal dan maar over het podium, een wandelstok en bijna voortdurend een glas wijn in de hand. Hij bleek over een meer dan behoorlijke stem te beschikken waarmee hij zelfs Howlin' Wolf kon imiteren. Na Bo Diddley kreeg ook de onlangs overleden Willy DeVille een speciale vermelding via Warren Zevon's "Carmelita". Allemaal best aardig maar toch zaten er een paar serieuze dippen in de set door enkele te lichtvoetige nummers die zowaar naar pop zweemden. En Dusty Ciggaar durfde zich al eens te bezondigen aan het nodeloos etaleren van zijn kunstjes : zo was het eindeloos herhalen van enkele noten er voor mij te veel aan. Toch was dit slechts een kleine smet op een glansprestatie.
Dat we gans de avond naar een noodoplossing stonden te kijken werd pijnlijk duidelijk tijdens de bisnummers. Toen bleek dat de ingestudeerde songs erdoor gejaagd waren en er werd gekozen voor enkele covers die zowel Ciggaar als Siegal bekend waren. Zo kreeg Chuck Berry's "Nadine" een ellendige bluesbehandeling. Siegal, die even voordien nochtans beweerd had geen blues maar een rock-'n-roll band te zijn, zou beter moeten weten! Nadien volgden nog totaal overbodige versies van "I shall not be moved", "Mystery train", "That's allright mama" en "Folsom prison blues", aan elkaar gebreid in een medley. Zo schopte Ian Siegal een gematigd positieve quotering alsnog onderuit.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Customs

Customs galmt zichzelf in slaap

Geschreven door

Het was ons eerste bezoek aan De Kreun nieuwe stijl in het centrum van Kortrijk en het knusse zaaltje belooft voor de toekomst in het clubcircuit. Met de programmatie van De Staat – Team William – Customs haalden ze een mooie kopie van de Vooruit binnen voor wat een Tweede Student Night gedoopt werd. Veel jong volk dus en niet enkel voor het podium.

De Nederlanders van De Staat rockten de avond op gang. Energetisch, helder en strak afgelijnd met een nadrukkelijk plaats voor drums in wat ze zelf alternatieve rock noemen. Na twee nummers sleepte zanger-schrijver Torre Florim het publiek naar voor en het werkte eventjes. Bij momenten donker en broeierig psychedelisch (en iets te lang gitaarwerk), af en toe wat knappe ritmeveranderingen maar het hele plaatje blijft stevige gitaarrock. Even deed de band uit Nijmegen ons wat denken aan dEUS en voorwaar geen toeval, zo bleek achteraf, want ze vergezelden Barman en co eerder op hun Engelse tournee.
Veel applaus kregen de bovenburen niet van het Kortrijkse jonge volkje en dat moet hen raar gedaan hebben, want in Nederland zijn ze hip en kijkt men al reikhalzend uit naar de opvolger van hun debuutalbum Wait For Evolution, het laatste nummer van hun set. Wij kijken toch uit naar hun ‘Evolution’.

Een stevige opwarmer was het wel voor Team William dat die eigenlijk niet nodig had. Het Oost-Vlaamse viertal is jong en speels, maar brengt volwassen songs. Niet in het minst omdat zanger-gitarist Floris De Decker - met een stem die bijwijlen naar Marianne Faithful - neigt heel intiem volwassen en geanimeerd de sterke en leuke teksten brengt.
Brons in 2008 op Humo’s Rock Rally (na Steak Number Eight en Jasper Erkens), maar intussen al een stuk geëvolueerd, ook al omdat Studio Brussel hen inslikte. Terecht trouwens, want wat ze serveren gaat er makkelijk in. Het is catchy en poppy met een pure onderbouw. Ook live waren ze optimaal in wat ze hun laatste optreden noemden voor de ‘vakantie’, waar vakantie staat voor ‘examens’.
Enkel het op en neer gedraaf van wacko keyboarder Arne Sunaert werkte op de zenuwen en op de (uit)lachspieren. Wat minder spastische trekjes om op te vallen( we kunnen ons moeilijk voorstellen dat dit enkel ‘uitleven’ is) zou het indiepopgehalte een stuk geloofwaardiger maken. Het truukje met de toeschouwer uit het publiek werkt (nog altijd), maar we onthouden gewoon: een sterk kwartet dat elke (Belgische) zaal plat krijgt. Het meezinggehalte van hun hits is inderdaad hoog en ok, the audience has their heart.

Moeilijk dus voor Customs om zich boven Team William en de verwachtingen van het publiek zelf te hijsen. Iedereen had al zijn vergelijking klaar met The Editors of zelfs Interpol en zoals verwacht bracht de Leuvense band een strakke set, maar wel zonder veel opwinding of show. Vooral het geluid zat niet lekker. Te veel bewuste galm op de nochtans briljante stem van Kristof Uittebroek en toch een gebrek aan enthousiasme lieten de avond helemaal niet naar een hoogtepunt glijden. Integendeel, na het laatste nummer kwamen de Leuvenaars schoorvoetend en zonder applaus toch maar eventjes twee bisnummers spelen. Bijna tot verrassing van het publiek.
Jammer, want de eighties sound – jaja ze klinken ook een beetje als Joy Division, Echo & The Bunnymen en zelfs House of Love waarvan ze “Shine on” coverden – die ze in knappe songs vermixen klinkt aanstekelijk.  Hun eerste cd ‘Enter the characters’ werd terecht warm onthaald in het Belgische muziekland. Hopelijk was hun Kortrijkse passage niet meer dan een offday.

Play lists
De staat 1. Sleep tight 2. Habibi 3. My blind baby 4. Leader 5. Devil 6. Journey 7. Wait for Evolution
Team William 1. Lord of the Dogs 2. Everything was a verb 3. FUCK 4.Wonderyear 3 5. Judo Kid 6. First Snow 7. Me + my hobo 8.Hotel 9.70% 10. You have my heart, ok 11. You look familiar 12. London Lofi 13. Peptalk
Customs 1. The matador 2. Tonight we all stand out 3. Talk more nonsense 4. We are ghosts 5. Rex 6. Violence 7.Where the moon spends it days 8. Shine on 9. Justine
Bisnummer 10. There is always time for one more pole dance 11. Narcissus

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Joe Bonamassa

Virtuoze powerblues - Joe Bonamassa

Geschreven door

Als Joe Bonamassa de laatste jaren alom geprezen wordt om zijn supertalent, dan gaat het duidelijk niet om zijn songschrijverschap, maar wel om zijn virtuoze gitaarspel. Zijn songs zijn gebouwd op de aloude vaste structuren die al sinds mensenheugenis vastliggen in de wereld van de bluesrock, maar de man onderscheidt zich door zijn indrukwekkende gitaarspel. De sublieme gitarist refereert vooral naar blanke grote voorbeelden als Jimmy Page, Rorry Gallagher en Stevie Ray Vaughan, van de authentieke zwarte blues heeft hij veel minder kaas gegeten.
Op Bonamassa’s platen vinden we dus niet echt onvergetelijke songs terug, maar voelen we wel in de uitvoering ervan de klasse van het schijfje druipen. De coverkeuze is vaak verassend maar al even vaak een beetje ongelukkig, zo verbrandt Bonamassa zich op zijn laatste plaat aan “Stop” van Sam Brown, “Feeling good” (onsterfelijk gemaakt door Nina Simone) en “Jockey Full of Bourbon” (Tom Waits coveren is altijd riskant, nog nooit heeft iemand een Waits song beter gebracht dan the man himself).

Gelukkig voor ons heeft JB de vermelde coverversies vanavond wijselijk links laten liggen, hij speelde wel het reeds platgecoverde “Further on up the road” maar zijn versie mocht er best wezen.
Bonamassa en zijn puike band begonnen de set meteen met de twee sterkste songs van het laatste album ‘The Ballad of John Henry’, namelijk de titelsong en een snedig en scherp “Last kiss”. Hiermee bewees JB meteen een artiest te zijn die je best live aanschouwt (een virtuoze gitarist op een podium aan het werk zien heeft toch altijd iets meer dan gewoon thuis naar een plaatje te luisteren dat overstroomt van de solo’s). Het was een lust voor oog en oor om die kerel met volle overgave op zijn instrument te zien loos gaan. Bonamassa soleerde er op los, al dan niet met bijhorende smoelentrekkerij, beheerste alle mogelijke truukjes van het genre en kon werkelijk geen enkele keer op een foutje of een scheve noot betrapt worden. Overdaad, zegt u ? Bwah, wie geen liefhebber is van een waterval aan gitaarsolo’s had ook geen reden om hier te zijn.
Bonamassa schakelde geregeld over van stevige rockers als “Bridge to better days” naar powerbluesballads als “So many roads” en een heel mooi en lang uitgesponnen “Sloe Gin”.
Een echte demonstratie was “Woke up dreaming”, in zijn eentje en op akoestische gitaar schakelde Bonamassa in die ene song met branie over van snelle boogie naar blues naar zonnige Spaanse oorden en castagnetten.
En van een goeie coverkeuze gesproken : Om te eindigen trakteerde hij ons op een lange en felle versie van “Just got paid” (tijdloze ZZ TOP klassieker) met daarin op geniale wijze een flinke scheut “Dazed and confused” van Led Zeppelin verwerkt. Een stevig hoogtepunt van een toch wel hoogstaand concert.

Liefhebbers van elektrische powerblues hadden hier een vette kluif aan, fans van meer authentieke blues waren vorige week beter af geweest met Seasick Steve. Wij hebben beiden gezien en vonden het vooral een interessant contrast. Waarom niet beiden op één affiche ?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent ism AB, Brussel

Sukilove

Static Moves

Geschreven door

Pascal Deweze is de muzikale duizendpoot achter Sukilove. Na het melodieuze rockavontuur van Metal Molly, zagen we hem talrijke leuke bands opstarten als Mitsoobishi Jackson en Chitlin’ Fooks. Sinds een paar jaar is er nu Sukilove. Daarnaast staat hij in voor allerlei producties en duikt hij op in Mauro & The Grooms en Big Star. Het onderstreept mans veelzijdigheid.
Onder Sukilove is hij al bezig sinds 2001, bracht al een paar EP’s uit en na cd’s ‘Sukilove’, ‘You kill me’ en ‘Good in your bones’ voegt hij er nu ‘Static Moves’ aan toe. Hij is met z’n band moeilijk in een hokje te stoppen en dat hoeft ook niet, want we horen hier broeierig, intens slepend, dynamisch materiaal, die oog hebben voor melodie, avontuur en experiment. Geen gladgepolijste popdeuntjes dus!
Er zijn al heel wat mooie zinnen omschreven voor z’n muziek als ‘pop met roestige weerhaken’ en ‘homo erotische rock zonder lipstick’. Kijk, het draait ‘em rond dat Sukilove heerlijk complexe muziek maakt die uiterst gevarieerd klinkt, onverwachtse wendingen ondergaat en doordacht, subtiel is gearrangeerd. Het zorgt er op die manier voor dat de band alle valkuilen kan ontwijken en een eigen geluid heeft, wat nu net de mystiek is van Sukilove. “Rebel” en “Choose your love” zijn alvast uitnodigend, werken prikkelend werken en wekken nieuwsgierigheid op naar de rest van de plaat.

Info op http://www.sukilove.com 

Heathen Foray

Another profile

Geschreven door

Een aanstekelijk en rijkelijk gearrangeerd debuut is afkomstig van de band rondom zanger/pianist Jan Vandecasteele. Hij liet z’n taak van leraar plastische opvoeding even voor wat het was om zich volledig toe te leggen op de uitwerken van deze composities. Samen met de broers Frederik (gitaar)en Simon Segers (drums) en bassist Matthias Debusschere (eerder al Bolchi en Sioen) horen we op ‘Another profile’ broeierige songs die een geheel bevatten van jazzy pop, funk en wave. Het zijn fijne en goed uitgewerkte songs.
Vandecasteele scherpt onmiddellijk de aandacht met “Oh my God”, die a capella start en bepaald wordt door een sober ingehouden pianotoets. Het tweede nummer “Hey hey” ligt in het verlengde, maar klinkt intenser en bedreven. Vocaal doet hij hier denken aan  Antony (van The Johnsons) en Jeff Buckley. Maar in dit nummer durft hij met z’n band al iets voller te klinken, wat op andere songs “Don’t worry” en “Blame” gebeurt met koperblazers en een strijkkwartet. Hij kan in de zang diep gaan (“Hidin’ girl”) en neigt naar Sivert Hoyem van Madrugada of kan hemels en hoog zingen.
Kartasan verrast aangenaam en heeft een sfeervolle, gevarieerde, spannende plaat uit. Als aanzet is dit debuut meer dan hoopgevend voor de toekomst.

Info op http://www.myspace.com/kartasan 

The Flaming Lips

Embryonic

Geschreven door

De weirdo’s van Flaming Lips hebben hun recentste album opgenomen op Mars en hebben daar overvloedig aan de paddestoelen gezeten. Het resultaat is even vreemd als wonderlijk. Zelfs voor een band die van geschifte muziek zijn handelsmerk gemaakt heeft, is dit nog een op zijn minst gezegd buitengewone plaat geworden. Maar het mag dan al een ongewoon album zijn, het ding werkt enorm verslavend. Wayne Coyne, die zich hier ontpopt als de muzikale bastaardzoon van Syd Barret en Captain Beefheart, gaat weer volledig zijn eigen weg en begeeft zich op paden waar nog nooit iemand gekomen is, of ’t moeten dan toch buitenaardse wezens geweest zijn. Coyne gaat meermaals aan het zweven in zijn songs die doorspekt zijn van allerhande spacy vreemde geluidjes, bliepjes en Tarzan kreten. Wat hij hier allemaal staat te verkondigen, weet hij waarschijnlijk zelf niet goed meer, maar het resultaat is even geflipt als boeiend. Traditionele nummers met een kop, een staart en middenrif zijn ver te zoeken, meezingbare refreintjes zijn al helemaal niet te vinden.
Openers “Convinced of the hex” en “The sparrow looks up at the machine” komen nog het dichtst in de buurt van een laat ons zeggen traditionele songstructuur. Het zijn twee fantastische ongeslepen diamanten.
De overige songs mogen lekker piepen, kraken en heerlijk ontsporen, doch ze klinken vooral magisch en avontuurlijk. Zo is het zweverige “Evil” een spacy pareltje, net als “Powerless” dat ondermeer dankzij een gebroken VU- gitaartje een wondermooi brokje emotie is. De gitaren gaan prettig gestoord de meest vreemde richtingen uit in het instrumentale“Aquarius sabotage” en “The Ego’s last stand”, en ook de keyboards hebben aan de acid gezeten in “Worm mountain” en “The Impulse”. De ganse plaat is eigenlijk één buitenaardse trip.
‘Embryonic’ is juist daarom zo goed, omdat je duidelijk hoort dat Flaming Lips hier volkomen hun eigenzinnige goesting gedaan hebben. Ook de productie is rauw en heel open, wat doet blijken dat er niet echt een buitenstaander aan dit kunstwerkje heeft gesleuteld. Was ook absoluut niet nodig.
Het album duurt dik 70 minuten, dus als u eens voor een goed uur van deze aardbol wil verdwijnen, treedt dan binnen in de geestesverruimende wondere wereld van Flaming Lips.

The Raveonettes

In out of control

Geschreven door

Het in LA en New York wonende Deense The Raveonettes, Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), zijn aan hun vierde cd toe, de in 2002 debuterende EP ‘Whip it on’ niet meegerekend. Ze vielen toen op met hun versmelting van ‘60’s gitaar garage rock’n’roll en ‘80’s wave met distortion en feedbackgeraas. Wat hen meteen linkte aan Jesus & Mary Chain, BRMC, The Cramps en Blondie. Door de jaren werd hun sound subtieler en verfijnder, en werd het geluid getypeerd als een soort ‘road movie’ en kauwgomballenpop door de typerende broeierige ‘60’s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en de zweverige samenzang. Meer en meer kwamen iconen als The Ronettes en terecht Duane Eddy om de hoek kijken.
De drie vorige cd’s ‘Chain gang of love’, ‘Pretty in black’ en ‘Lust lust lust’ hadden goede dromerige en wervelende songs , maar de ‘jus’ was er toch een beetje van af . Ook de nieuwe cd ‘In out of control’ balanceert tussen een vrolijke en donkere sound, een mix van oud en nieuw in die ‘60’s stijl. Het klinkt allemaal leuk, ontspannend maar ook ingetogen. Zo hebben we de lekker in het gehoor liggende “Bang!” en “Gone forever”, kunnen ze sfeervol en dromerig zijn op de niet voor de hand liggende meezingers “Last dance”, “Boys who rape should all be destroyed”, “Suicide” en “Drugs”, grijpen ze terug naar de ‘80’s wave op “Heart of stone” of durven op een nummer als “Break up girls!” rauw noisy en pittig gekruid te klinken en verwennen ze op die manier de huidige generatie shoegaze fans. Voor elk wat wils dus en goed bevonden, maar ook niet meer dan dat …

Vivian Girls

Everything goes wrong

Geschreven door

De drie rockchicks van Vivian Girls uit NY, zijn misschien wel bloedverwant met de moeder aller rockchicks Kim Gordon; hun sound refereert duidelijk aan Sonic Youth en de ‘90’s vrouwbands als Hole, L7 en PJ Harvey. Ze brengen een frisse wind in navolging van andere andere meidengroepen Shonen Knife en Sleater-kinney.
We horen in een kleine veertig minuten dertien strakke, energieke en opbouwende songs. Spannend en bedreven songmateriaal, met lekkere compromisloze gitaarlicks en –hooks in een Ramones stijl; luister maar eens naar de rechttoe-rechtaan stijl van “Walking alone at night”, “I have no fun”, “The desert” en “Out for the sun”. De groep neemt was gas terug en overtuigt met enkele opbouwende nummers als “Tension”, “I’m not asleep” en “Double vision”. En ze zijn niet vies van de huidige lichting shoegaze van leeftijds- en streekgenoten The pains of being pure at heart, te horen op“The end” en “When I’m gone”.
‘Everything goes’ wrong’ geldt alvast niet voor de knallende, bruisende muziek op de plaat!

Rupa & The April Fishes

Esta Mundo

Geschreven door

Rupa & The April Fishes is een multiculturele band die op anderhalf jaar tijd twee leuke, frisse en charmante platen uitheeft. Al kon de band rond de charismatische, maar kritische Rupa Marya in 2008 nog niet doorbreken met ‘Extraordinary rendition’, dan moet dit zeker lukken met deze opvolger. Rupa Marya is een Indische vrouw die opgroeide in Frankrijk en Noord –Amerika en is momenteel met haar veelkoppige band gehuisvest in San Franscisco. Muzikaal horen we de meertalige teksten in een gezellige ‘mishmash’ van zigeunermuziek, Balkan en chanson binnen een groovy, sfeervolle melodie. Bands als Devotcha, Oi Va Voi, Beirut, Les Negresses Vertes en Manu Chao sluipen om de hoek, maar we kunnen ook niet omheen een vleugje ‘Doe maar’ Nederpop en ons Vaya Con Dios. Ze brengen dit in een breed instrumentarium van blazers, cello’s, accordeon, hobo, contrabas, gitaar en drums.
Ook de teksten en de groepsnaam hebben een bijzonder verhaal: tekstueel is er de veroordeling van cynisme, egoïsme en de terugkeer naar menselijkheid, mededogen en samenhorigheid. April Fish is de Amerikaanse verbastering van wat in het Engels ‘April fool’ wordt genoemd: een idealist, een mens die zo geraakt wordt door de bloesems en beloftes dat hij denkt dat alles mogelijk is, ook al is het onmogelijk; blijven geloven dus, ook als die om je heen ver te zoeken is. Met songs als “Por la frontera”, “Culpa de la luna”, “Soledad” en “Soy payaso” moet het lukken om een breder publiek aan te spreken. Maw deze Rupa & The April Fishes zijn alvast een mooie ontdekking!

Jack Peñate

Leuk, ontspannend en dansbaar avondje met Jack Penate

Geschreven door

Bij het horen van de muziek van de Londense singer/songwriter Jack Penate komen meteen volgende woorden naar boven: leuk, ontspannend, fris, luchtig, bruisend, dynamisch en charmant. In een goede vijftig minuten stelde Penate met z’n vierkoppige band songs voor van z’n twee cd’s ‘Matinée’ en ‘Everything is new’. Een kort, krachtig, ontstressend setje van fraai springerig en sfeervol popmateriaal met aanstekelijke, opzwepende ritmes.

Vanavond bereikte hij ons aan met de ideale muziek om de donkere avonden door te komen en het gure weer van de voorbije dagen even te vergeten; kortom, het ‘Piet-wat-heb-je-geleerd’ recept om je wintervakantie te starten.
Popmuziek als medicament om je zorgen te vergeten, want hij wou iedereen een fijne avond bezorgen, maar hij moest toch wel eerst verdomd veel moeite doen om het publiek warm te krijgen! Het duurde dus even voor de vonk oversloeg naar het publiek, die eerder genoot van die catchy (zomerse) pop, de uitzinnigheid van Penate op het podium en de meezingbare refreinen. De synths en de vrouwelijke backing vocals waren een duidelijke meerwaarde.
De rock’n’roll groove van “Spit at stars” uit het debuut ‘Matinée’ (2007) gaf meteen de juiste maat en tempo, gevolgd door het fris sprankelende “Everything is new”, titelsong van de huidige cd en “So near”. Net als de band kwamen we even op adem met het ingetogen “Every glance”. Maar Penate legde de klemtoon op ‘happy music’, zoals in de dansbare droompop van het opzwepende “Pull my heart away” (klassesong!), de drumbeats van “Let’s all die”, die door de ritmes kon gelinkt worden aan Vampire Weekend en Paul Simon’s ‘Graceland’, “Second minute or hour” was een regelrecht ‘60’s uptempo nummer en van de vaardige “Have I been a fool” en “Today’s tonight” ging het naar het broeierig opbouwende “I’ll be” en “Bodydown”, waarbij Jack de toetsen bespeelde. “Torn on the platform” kon wel de godvergeten doorbraaksingle zijn van ‘Matinée’ en verdient een duidelijke herkansing als men uitgeput lijkt met het huidig single aanbod.
De uitgelatenheid bracht hij in de bis terug aan met een uiterst dansbare en uitgesponnen “Be the one”, die door de diepe bastune de dansspieren sterk injecteerde.

Ondanks de korte set, overtuigden de fraai gearrangeerde, melodieus, relaxte dansbare popsongs, die zich nestelden in onze hersenspinsels. Van deze vrouwelijke Lily Allen konden we al fluitend in de regendruppels huiswaarts rijden. Tof concertje!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Jerry Lee Lewis

Jerry Lee Lewis in concert: familiereünie in het Kursaal Oostende

Geschreven door

Jerry Lee ‘The Killer’ Lewis is een rock’n’roll legende. Hij werd in 1935 geboren in L.A. en ontpopte zich al snel tot een natuurtalent op de boogie woogie piano. Hij scoorde een aantal reuzehits, zoals “Whole Lotta Shakin' Goin' On” en “Great Balls Of Fire” en baarde opzien met zijn pianospel, dat zeer spectaculair was. Jerry Lee bespeelde de piano ook met zijn voeten, danste er bovenop en stak ze soms zelfs in brand.
Hij leidde een turbulent leven vol drank en vrouwen en veegde de vloer aan met moraal en normen. Als jonge twintiger huwde hij zijn 13-jarig nichtje. Een schandaal, dat zijn carrière in het Verenigd Koninkrijk een halt toeriep en waardoor hij in de ban geslagen werd door de moraalridders in de U.S.
Het duurde twaalf jaar voor hij er in slaagde uit het dal te klimmen en beleefde in 1989 weer triomfen met de biografische film ‘Great Balls Of Fire’. De laatste jaren toert de nu vierenzeventig jarige opnieuw. We waren erg benieuwd wat hij er nog zou van terecht brengen.

Maar eerst verscheen zijn zuster Linda Gail Lewis op het podium. Zij is absoluut geen onbekende, maakt ook reeds platen sinds 1969 en nam zelfs een CD vol duetten op met Van Morrison. Het visueel plaatje klopte helemaal: de bandleden, allemaal oudere heren, waren stuk voor stuk rasmuzikanten. Ze zagen er heel authentiek uit, vooral de gitarist met zijn vetkuif en de 62-jarige Linda zelf met haar ouderwetse kapsel en haar grote lederen handtas! Als zuster van de meester speelde ze piano als de beste. Haar bevallige dochter Annie Marie nam ook een deel van de zangpartijen voor haar rekening. Met een resem klassiekers, zoals “Jambalaya”, “Cotton Fields”, “Good Golly Miss Molly”, “Shake, Rattle And Roll” en “Let’s Have A Party” brachten ze de zaal op temperatuur. Helemaal niet slecht, maar ietwat stereotiep, met de typische countrystem van Linda Gail en haar energieke pianospel met iets té veel Jerry Lee loopjes.

Na de pauze keek iedereen in de goed gevulde zaal reikhalzend uit naar de oude meester. Maar hij liet zich nog niet zien. Eerst kwam zijn band, een stelletje uitstekende en grijzende muzikanten uit Memphis (Tennessee), het podium op. Iedereen, drummer, bassist en de twee sologitaristen mochten om beurten een nummertje zingen. Niet slecht, maar iedereen zat toch uit te kijken naar het moment dat The Killer op het podium zou verschijnen.
Toen dit uiteindelijk dan toch gebeurde en de oude, versleten en gebogen legende het podium opslofte, ontplofte de zaal. Jerry Lee liet het zich minzaam welgevallen en plofte zich neer achter de piano. En toen bleek dat hij het métier nog helemaal niet verleerd heeft. Hij bracht een voor zijn doen lange set van 37 minuten met mindere bekende blues en rock’n’roll nummers. Af en toe kon er een flauwe glimlach af en een snedige opmerking, zoals tegen de mensen op de eerste - dure - rijen:
"I don't mind if you don't applaud, as long as you are having a good time". Hij besloot met “C.C. Rider”, “Whole Lotta Shakin’ Goin’ On” en “Great Balls Of Fire”, met grandioze piano- en gitaarsolo’s. Waarna hij, na enkele stramme buigingen richting zaal, terug de coulissen in schuifelde. Totaal uitgeput, dat was duidelijk te zien. Je vraagt je af waarom de man nog steeds blijft optreden.

En, hebben we genoten? Zeker! De pianosolo’s van Jerry Lee zijn steeds inventief, met de meest onverwachte wendingen en twists. Dit viel des te meer op omdat we zijn pianospel konden vergelijken met dat van zijn zuster.  Zijn stem is nog steeds dezelfde, alleen is de dynamiek ver te zoeken. Maar wat wil je? Wie had verwacht dat de man de meeste van zijn beroemde leeftijdsgenoten zou overleven? Zo’n gulzige levensstijl moet zijn tol eisen.
Blij dat we deze laatste kans om hem te zien optreden benut hebben. Laatste kans? Dat zei men vijf jaar geleden ook reeds…

Organisatie: Kursaal Oostende

Crossing Border Festival 2009

Geschreven door

Crossing Border Festival 2009: bijzonder geslaagde eerste editie van het Crossing Border Festival met Patrick Watson en Monsters of Folk als uitschieters

Het Nederlandse Crossing Border Festival in Den Haag bestaat al sinds 1993 en brengt een mix van literatuur, muziek, en alles wat daar rond hangt zoals kortfilms en interviews met muziekjournalisten of fotografen. Crossing Border besliste om dit jaar ook in België dit festival te organiseren, en zo kwam het dat we naar een uitverkochte eerste editie van Crossing Border Antwerpen konden gaan in de Arenbergschouwburg.
De organisatie was er in geslaagd een fantastische affiche samen te stellen, die muzikaal zeker ver boven de programmatie van De Nachten uitstak, dat andere Antwerpse muziek- en literatuurfestival. Het zou dus kiezen worden, een beetje zoals op Pukkelpop dus, en slenteren tussen de grote zaal (omgedoopt tot La Zona Rosa) en de drie kleinere zalen. We kozen er voor om optredens volledig uit te zitten, en niet om zoals op Pukkelpop 25 minuten van een optreden mee te pikken om dan nog 30 minuten van een ander concert te gaan bekijken. Je zal hier dus geen verslagen vinden van Wild Beasts, The Antlers, Steve Earle of Madensuyu …

Het Crossing Border festival werd voor ons geopend door Mumford & Sons, een viertal uit Londen, die hun debuutalbum, ‘Sigh no More’, pas in oktober uitbrachten. Ondertussen is deze Engelse folkrock groep rond Marcus Mumford, opgepikt door de media en is het heel snel gegaan: de single “Little lion man”, met de fantastische zinsnede “But it was not your fault but mine, and it was your heart on the line, I really fucked it up this time, didn’t I my dear” zit bijvoorbeeld in heavy rotation op zowel Radio Eén als Studio Brussel. Een pluim dus voor de organisatie dat ze deze band opgepikt hadden nog voor ze goed en wel bekend waren. Marcus Mumford leek van ver wel een beetje op Greg Dulli van Afghan Whigs of Twilight Singers: stevig gebouwd en een Romeinse, lichte haviksneus. Naast de typerende banjo die in “Little Lion man” gebruikt wordt, hadden Mumford en Sons een ruime set instrumenten: staande bas, drums, gitaren en piano. Ook opmerkelijk is dat de muzikanten dikwijls van instrumenten wisselden en natuurlijk ook de a-cappella zang, die misschien wel niet zo hoog ging als bij Fleet Foxes, maar hoedanook de nummers naar een hoger niveau stuwde. Na vijfendertig minuten zat het optreden er op, maar we hadden alvast een eerste hoogtepunt van Crossing Border meegemaakt.

Over naar de grote zaal dan, waar we nog een nummer of drie van The Low Anthem konden meepikken. Volgens velen is ‘Oh my God, Charlie Darwin’ één van de beste albums van 2009. We pikten nog net drie totaal verschillende nummers mee, een honky tonk blues a la Tom Waits en twee mooie akoestische nummers, met onder meer het spooky geluid van crotales (een soort mini-cymbaaltjes op een rij), die met een strijkstok bespeeld werden.

Na deze twee klasse optredens, naar de Red Eye Fy zal dan, voor een korte fotoprojectie op beats van de Engelse rockfotograaf Kevin Cummins. Eigenlijk louter toevallig heeft Kevin Cummins een hele generatie van essentiële rockgroepen uit Manchester op de gevoelige plaat gelegd, van de late jaren zeventig tot de midden jaren negentig. We kregen dus mooie maar ook grimmige foto’s van onder meer The Buzzcocks, Joy Division, New Order, The Fall, The Smiths, The Stone Roses, Happy Mondays en Oasis en het wereldje rond de legendarische club ‘The Factory’ (zie ook de film ‘24 hour party people’). Cummins heeft eigenhandig mee de rockfotografie veranderd (een beetje zoals Anton Corbijn) en heeft ook een heel groot aandeel gehad in de iconografie van bands zoals Joy Division, door die groepen in ongewone poses af te beelden in het grauwe, door crisis geteisterde Manchester van de jaren tachtig. Tijdens het interview met de man kwamen we te weten dat die klassieke foto’s, eigenlijk niet bedoeld waren om langer mee te gaan dan de volgende editie van de New Musical Express, maar het is anders uitgedraaid. We maakten ons ook de bedenking, dat het grauwe, desolate Manchester van die tijd allang niet meer bestaat. Niettemin, een interessant interview en prachtige foto’s.

Patrick Watson zorgde voor het volgende hoogtepunt. De grote zaal was goed volgelopen, zodat we nog net een plaatsje vonden op het uiteinde van het balkon. Het grote voordeel daarvan was dat we bijna op het podium zaten, zodat we de man van heel dicht in actie konden zien. Deze dertigjarige Canadees, met de iconische pet en de zijden stem die soms aan Jeff Buckley doet denken, bracht in 2009 het album ‘Wooden Arms’ uit, nadat hij al eerder onder meer een belangrijk aandeel had in het album ‘Ma Fleur’ van Cinematic Orchestra. Veel nummers dus uit ‘Wooden Arms’, met onder meer uitschieters zoals “Big Bird in a small cage” en “Travelling salesman”. Intieme ballads werden afgewisseld met cabareteske nummers waar Tom Waits dus niet het alleenrecht op heeft. Zeker een hoogtepunt, wat ook bleek uit de staande ovatie van het publiek. Patrick sloot af met een a-capella “The man under the sea”, waarbij de micro op zij gezet werd en hij de zaal het refrein ‘the fish and the sea’ liet meezingen.

Na dit prachtige concert was het tijd om even te bekomen, een drankje, plus nog een stuk van de akoestische set James Yorkston meepikken, die niet echt kon overtuigen, ook al omdat de man zelf niet voor de volle honderd procent er voor ging.

The Bony King of Nowhere, de enige Belgische groep die we vanavond zouden zien, wist ons te overtuigen, door de warme klank, de stem van Bram Vanparys die wel wat van Nick Drake heeft, en de single “ Taxidream”. Toch wel een verrassend optreden, want de debuutplaat ‘Alas my love’, vonden we niks, vooral dan door het kale geluid op die plaat.

We wisten niet wat we moesten verwachten van Stephen Malkmus solo, net als Evan Dando vanThe Lemonheads, één van mijn jaren negentig indie-helden, maar net als Evan Dando, lid van de orde van de notoire valszingers. En ja, onze vrees leek bewaarheid te worden, de eerste drie nummers was het niet alleen de gitaar die vals klonk, ook de stem van Stephen Malkmus tuimelde ongegeneerd van de toonladders. Het was pas toen de man zijn bril afzette, en een pintje aangereikt kreeg, dat zijn stem en gitaarspel erop verbeterde. En toen kwam het toch nog goed, met een hele reeks briljante Pavement klassiekers zoals “Spit on a stranger”, “Trigger-cut/Wounded kite at :17”, “Heaven is a truck”, “We Dance” (“There is no castration fear”), waarbij rake observaties en complete onzinteksten elkaar afwisselden. Op het einde mochten de Pavement fans nog verzoeknummertjes aanvragen, zodat we nog getrakteerd werden op “Shady Lane” en “Range Life”. Hopelijk passeert de Pavement-reünie ook in België volgend jaar.

We zouden bijna vergeten dat er ook nog literatuur aan bod kwam op Crossing Border, maar door de overvolle muziekprogrammatie, hadden we eigenlijk weinig tijd om ook eens interessante schrijvers bezig te zien. De grote zaal zat overvol voor Monsters of Folk, maar eerst kregen we nog een korte opwarmer door Luuk Gruwez, die korte gedichten bracht waarin hij bommen op Kortrijk wou gooien (zijn geboortestad), reflecteerde over de dood van zijn vader, en het had over dikke mensen en moeders.

Monsters of Folk, begon om kwart na tien aan een marathonconcert van twee uur kwart (het was dus al goed maandagmorgen en werkweek toen het concert afgelopen was). Deze supergroep met Jim James van My Morning Jacket, Conor Oberst van Bright Eyes, M. Ward en Will Johnson van Centro-Matic/ South San Gabriel, had er zin in op de laatste avond van hun Europese tournee. De heren zaten net in het pak, en gingen stevig van start, het leek wel of we in Nashville op een concert van Billy Ray Cyrus beland waren, of in een country and western revue. Jim James leidde zijn boys in, en iedereen kreeg zijn kans om een stukje te zingen. Meest waren we gecharmeerd van de duetten tussen Jim James en M. Ward, want de combinatie van hoge falset met de groezelige stem van M. Ward werkte het best. Spijtig dat Will Johnson maar een nummer mocht zingen, want hij bracht het er schitterend vanaf. Conor Oberst moest het vooral van zijn teksten hebben, want zijn karakteristieke stem biedt weinig variatie. Het best was Monsters of Folk in de rustige folksongs, of in de mid-tempo harmonieën, zoals de triphopballade “Dear God”, waarin zowel Jim James, Conor Oberst als M. Ward een stuk van de zang voor hun rekening namen. De uptempo countryrockers kon ik minder smaken, omdat die songs gewoon minder sterk waren. Aangezien het concert meer dan twee uur duurde, kregen de individuele leden van Monsters of Folk ook de kans eigen solonummers te brengen. Een van de hoogtepunten uit eigen werk was beslist M. Ward’s “Chinese Translation” (What do you do with the pieces of a broken heart), waarna een warm applaus volgde.
Iets voor halfeen sloten Monsters of Folk de eerste editie van Crossing Border af met een razende slotsong waarin alle registers opengezet werden.

De eerste editie van Crossing Border was bijzonder geslaagd, dus volgende jaar mag het zeker opnieuw. Misschien moeten er dan wel een paar groepen minder geprogrammeerd worden, zodat er meer rustpunten zijn, en iedereen ook de literatuur en interview sessies kan meepikken.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

A Place To Bury Strangers

A Place To Bury Strangers: stofzuigers zonder geluidsdemper

Geschreven door

Het trio A Place To Bury Strangers meende waarschijnlijk dat een vorm van ‘je m’en foutisme’ bij hun muziek hoort en legde dan ook de volgens hen nodige dosis arrogantie aan de dag door hun communicatie met het publiek volledig tot nul te herleiden. Geen woord kregen we, geen simpele hello of thank you. Gewoon opkomen, amper een uurtje spelen, en zonder commentaar terug weg, geen bis of wat dan ook. U mag het arrogant vinden, zij vinden het ongetwijfeld cool, want ze hebben het vroeger hun grote voorbeelden Jesus And The Mary Chain ook zien doen en die waren extremely cool, niet ?

Snoeihard en pokkeluid ramde APTBS hun noise en shoegaze vanaf een quasi onbelicht en in rook gehuld podium door de zaal. Enkel een zuinige schijnwerper richtte een dreigend wit, geel of rood licht de zaal in.
Nu goed, deze opzet paste eigenlijk wel bij hun sound, een wervelwind van donkere en wilde gitaarerupties en loden bastonen onder weinig verstaanbare duistere vocals. Voor wie een beetje vertrouwd was met ‘Exploding head’, het pas verschenen nieuwe album, waren er wel wat herkenbare momenten en sterke songs doorheen de noise te bespeuren. De plaat werd er dan ook bijna volledig doorgeramd via een onophoudelijke geluidsmuur met een duurtijd van 50 minuten en dat was het. Net als op het album werd er afgesloten met “I lived my life to stand in the shadow of your heart” dat uitmondde in een pijngrensoverschrijdende gitaarherrie.

Een wel heel kort concertje, niet onvergetelijk maar zeker ook niet slecht, want dit soort lawaai hadden we eigenlijk ook wel verwacht na het beluisteren van ‘Exploding head’, en wij houden nogal van dat plaatje. Wie geen oorbescherming mee had zit nu volgens ons met onherstelbare schade.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Tortoise

Tortoise: spannend concert van een band die nieuwe horizonten blijft opzoeken

Geschreven door

Kortrijk heeft misschien de reputatie van de stad te zijn van ‘la petite bourgeoisie qui boit du champagne’, maar de laatste jaren is er toch een nieuw elan in de stad, er wordt dikwijls over de grenzen samengewerkt, en als je avant-garde wil zien, ben je in Kortrijk eigenlijk beter bediend dan in Gent of Antwerpen. Het Next Festival, is een mooi voorbeeld waar avant-garde, dans en  theater samenkomt; een tiendaags festival in onder meer Doornik, Kortrijk en Rijsel. In het kader van dit festival, kon je vanavond dus ook naar Tortoise in de Kortrijkse Schouwburg.

Ik was te vroeg aanbeland in Kortrijk, want het concert begon dus maar om tien uur. Ruim tijd genoeg om de Schouwburg te bewonderen: een neogotische facade uit 1920, en binnenin een klein Italiaans theater met 3 balkons, een koninklijke loge, en fuchsiarode zetels en aankleding en een opvallende glaskoepel met dierenriem van de Franse kunstenaar Alberola. Kwa grootte is de Schouwburg eigenlijk wel te vergelijken met de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Het publiek was niet alleen uit de streek gekomen, we hoorden ook veel Frans en er waren ook diehard fans van Tortoise die de dag ervoor al het concert in het Stuk in Leuven meegepikt hadden.

Tortoise zijn zowat de vaandeldragers van de post-rock zoals die opkwam in de tweede helft van de jaren negentig, maar eigenlijk doet die term geen recht aan hun muziek, ze staan mijlen af van de typische post-rock gitaargroepen zoals Mogwai, Explosions in the sky, of het Japanse Mono, die hun nummers vooral op spanningsbogen van hard naar zacht laten lopen. Het gebruik van elektrische gitaren, bas en drums, en het ontbreken van zang is eigenlijk het enige wat Tortoise gemeen heeft met die typische post-rock groepen.
Tortoise is het altijd veel avontuurlijker geweest, met uitstappen naar Ennio Moricone, jazz, dub, minimale techno, ambient en nog veel meer. Tortoise bracht eerder dit jaar hun zesde ‘Beacons of ancestorship’, dit vijf jaar na hun vorige ‘It’s all around you’ en stond ook Pukkelpop deze zomer, maar ik had hun eigenlijk een beetje uit het oog verloren, dus ik was benieuwd.

Iets na tienen begon Tortoise er dus aan, en het publiek werd meteen verrast met een furieus begin: de dubbele drumopstelling hakte er op los, terwijl de bas stevig pompte. Een aantal jaren geleden had ik de band rond John McEntire nog in de AB gezien, en toen kabbelde het optreden maar een beetje lusteloos verder, maar dit zou duidelijk niet het geval zijn vanavond: we leken wel op een concert van Battles te zijn.
In het derde nummer werd wat gas terug genomen, het kon “ I set my face to the hillside” of “ Swing from the gutters” geweest zijn, in ieder geval kregen we  een prachtig filmisch nummer, je waande je zo in een Franse of Italiaanse zwart-wit film uit de jaren zestig, met Alain Delon en Catherine Deneuve die in een Citroen DS in de Gorges du Verdon rijden. Dit is een van de grootste sterktes van Tortoise, ze slagen er heel goed in je op een verrassende muzikale trip mee te nemen, met steeds iets nieuws om de hoek.
De nummers van Tortoise lijken soms geïmproviseerd, het lijkt op jazz ,maar ze zijn het niet, ze zijn eigenlijk heel zorgvuldig en kunstig opgebouwd, bijna als een architect die verschillende bouwelementen in mekaar schuift.
Zoals we van Tortoise gewoon zijn, werd er dikwijls van instrumenten gewisseld, en na een halfuur of zo, kwamen we in rustiger vaarwater terecht, met een heel aantal nummers uit wellicht hun beste album ‘TNT’, waarin de marimbas(die mij altijd heel sterk aan Indonesische gamelans doen denken)  en xylofoon het voortouw namen. Zo kregen we onder meer “Ten day interval”, met de marimba die het nummer leidt, waarna het thema ingezet wordt, bijna zoals bij “Clocks” van Pink Floyd en “In sarah menchen, christ, beethoven there were woman and man,” een heel relaxte groove met een jazzy gitaarmotiefje.

Tortoise blijft zijn muzikale grenzen verkennen, zo hoorden we vanavond ook een soulnummer a la Curtis Mayfield, en kon je in “The suspension bridge at Iguazu falls” en “It’s all around you” bossa nova ritmes ontwaren.
Na ruim een uur en drie kwart werden de bissen ingezet (we zouden twee bisrondes krijgen), en die sloten het concert weer even stevig af als het begonnen was. “Yinxianghechengqi” en “Gigantes” , (twee nieuwe nummers) die als een rollende donder over het goedkeurende publiek in de Schouwburg raasden, vormden de mooie apotheose van een spannend en avontuurlijk concert.

Organisatie: Kreun, Kortrijk (ikv Next-festival)

Seasick Steve

Heerlijke non nonsens blues met Seasick Steve

Geschreven door

Seasick Steve blijft niet bij de pakken zitten en maakt gretig gebruik van het onverhoopte succes dat hem nu al twee jaar te beurt valt. In februari zagen we hem nog aan het werk in de Brusselse AB in het kader van de promotie van zijn vorig album ‘I started out with nothing and still got most of it left’, een tournee die hem later op het jaar ook naar de grote festivals, waaronder Rock Werchter, zou brengen. Nu is er alweer een nieuwe overigens prima plaat ‘Man from another time’ waarmee Steve terug de hort optrekt.

Blijkbaar is in Frankrijk de hype rond zijn persoontje nog niet zo hoog opgelaaid, te merken aan de eerder matige opkomst in le Grand Mix in Tourcoing. Steve liet het niet aan zijn hart komen, integendeel. Nu hij het gewoon is om voor uitverkochte zalen te spelen, vond hij het toch bijzonder interessant om nog eens als vanouds in een kleinere club, die dan nog maar halfvol was, zijn duivels te ontbinden. Hier kon hij zich tenminste nog eens volledig uitleven en hij maakte dan ook van de gelegenheid gebruik om zich even tussen het publiek te begeven en aldaar een lekker potje boogie te spelen.
Tourcoing ging dan ook volledig door de knieën voor deze onweerstaanbaar sympathieke ouwe man die onwaarschijnlijke klanken haalde uit de meest primitieve gitaren. Nou ja, gitaren, een sigarenkist en een houten plank met maar één snaar zullen we voor ’t gemak ook maar gitaren noemen. Uit dat laatste ding puurde hij trouwens op geniale wijze de uiterst stomende boogie “Diddley Bo”.
Steve had ook twee trouwe vrienden meegebracht. De eerste was een krachtige en bij momenten wilde drummer die de ideale aanvulling was voor diens rauwe sound, de tweede een goeie ouwe fles Jack Daniels. Een mens moet zo zijn vrienden weten te kiezen.
Heerlijk ook hoe Steve zijn bluessongs telkens inleidde met fijne, uit het leven gegrepen, verhalen. Naast een opmerkelijke gitaarspeler (misschien wel beperkt, maar wel uniek) en een begenadigd blueszanger, is hij vooral ook een zeer entertainende storyteller. Zijn verhaal die “Chiggers” aankondigde, een song over ellendige motherfuckers van beestjes die vreselijke jeuk veroorzaken, was verdomd geestig en de song zelf was werkelijk fenomenaal en rolde als de beesten. Ook de boogie krakers “Thunderbird” en “Never go west” rockten als opgefokte dekstieren, maar Steve kwam ook met een paar wondermooie rustpunten op de proppen. Voor het pareltje “Walking man” nodige hij een dame uit om op het podium naast hem van die heerlijke song mee te genieten (de vrouw in kwestie was trouwens speciaal voor Steve helemaal van het verre Newcastle overgekomen) en samen met de wonderlijke verschijning Amy Laverge (ze lurkte eerst even flink aan de whiskey en kwam daarna met een hemelse stem tevoorschijn) speelde hij een bloedmooie versie van de Hank Williams klassieker “I’m so lonesome I could cry”. Prachtig.
Steve eindigde als verwacht zijn set met een spetterend “Dog house boogie” waarbij hij, na een alweer aangrijpend verhaal midden in de song, op het einde gans de zaal aan het zingen kreeg.

Dit was een onvergetelijk concert waarmee een uiterst goedlachse Seasick Steve zich letterlijk terug onder de mensen begaf. Fantastische man.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Pagina 447 van 498