Boy & Bear - Het sympathieke Australische gezelschap was voor de derde keer in de Brusselse Bota en ze schuiven steeds een plaatsje op, zo te horen. In eigen land zijn ze nogal populair , hier groeit de respons . Boy & Bear zijn één van die indiepopbands die de roots halen uit de folky americana en dus boeien met sfeervolle , dromerige, broeierige, aanstekelijke nummers, die aangenaam en nergens buiten de lijntjes klinken . Ze kloppen aan bij een Fleet Foxes , Local Natives, Grizzly Bear , The Lumineers en ook wel een beetje Mumford & Sons die een semi-akoestische/elektrische aanpak en meerstemmige zangpartijen vooropstellen.
Het kwintet heeft al een handvol singles uit, die het hier niet onaardig doen . Een nieuwe plaat ‘Harlequin dream’, dus een nieuwe toer. Bijna een volle Orangerie genoot anderhalf uur lang van de geraffineerde aanpak van hun emotievolle, zeemzoeterige , stekelige sound . Geen bissen , daar houden ze niet van, wel een afgewerkte set , net als hun songs.
Meteen met de deur in huis, want ze openden met één van hun gekende prachtige singles “Bridges”, een mooi samenspel met kleurrijke keys en omgeven door fijne zangpartijen, bepaald door frontman David Hoskin .
De klankkleur is belangrijk, we horen de subtiliteit druipen in “Old town blues” , al een tweede sterkhouder vroeg in de set. “Milk & sticks” krikte dan het tempo op.
Vreemd was een cover als “Fall at your feet” niet, Crowded House had diezelfde finesse, waarvoor Boy & Bear ons uitnodigt. Verder heerlijk genietbare trips , waar elk instrument voldoende ademruimte krijgt, die soms nog het dichtst leunen aan The Veils, waaronder “My only one” , “Stranger” en “End of the line”.
De spanning minderde soms , wat de gemoedelijkheid onderstreepte, dobberend aan een meertje. Het lijkt erop dat de Orangerie voorlopig het hoogst haalbare is.
Op tijd werd de aandacht verscherpt en steeg de hitpotentie met “Arrow flight”, “Southern sun” en “Feeding line”, die ietsje meer ‘fond’ hebben dan hun andere.
De band genoot van het warme onthaal . Puur , oprecht, eerlijk, onschuldig klonk het, kortom dit was lekker in het gehoor liggende huiskamer/highway road music …
Toch even meegeven dat net in het andere zaaltje , de Rotonde Nick Mulvey bezig was , een getalenteerd sing/songwriter die terecht lovend werd onthaald op Pukkelpop . Voortgekomen uit de Britse jazzgroep Portico Quartet , is hij sinds een drietal jaar solo bezig en komt hij aandraven met de cd ‘First mind’ . Ook hier druipt de finesse en subtiliteit er van af.
Hij is op tournee met een voltallige band en brengt warme gitaarpop gedragen door z’n innemende, indringende stem. Meeslepende songs als “Meet me there” en “Jurilmidam” pikten we op en samen met “Cucurucu”, die later zou gespeeld worden, komen hier andere songwriters als Damien Rice, Ben Howard en Jose Gonzalez samen. Deze Mulvey onthouden we!
Organisatie: Botanique, Brussel