logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Guns N Roses
Jon Spencer
Festivalreviews

Crossing Border Festival 2013 –– Een festival van uitersten

Crossing Border Festival 2013
Arenbergschouwburg
Antwerpen
2013-11-17

Afgelopen zondag vormde de Antwerpse Arenbergschouwburg voor de vijfde maal het fraaie decor voor het jaarlijkse Crossing Border festival. 
Het Belgische luik van dit festival dat in 1993 voor de eerste maal georganiseerd werd in het Nederlands Den Haag en intussen uitgegroeid is tot zowat het meest vooraanstaande internationale, interdisciplinaire literatuur- en muziekfestival in zijn soort in Europa, werd – in tegenstelling tot enkele voorbije edities – herleid tot één dag. Maar met zowat 40 muzikanten, schrijvers, dichters, tekenaars en vertellers gespreid over vier zalen, was er opnieuw aan keuzemogelijkheid geen gebrek. Hierbij de bevindingen van de redactie van Musiczine

Het kwintet Lucius (***) afkomstig uit Brooklyn, New York, was niet enkel de opener van de  festivaldag maar mocht meteen ook aantreden in de grote zaal (voor de gelegenheid omgedoopt tot La Zona Rosa). Opvallende kenmerk was dat er vanuit de groep duidelijk gewerkt wordt aan een ingestudeerd imago, niet in het minst via de twee zangeressen
Jess Wolfe en Holly Laessig. Zo stonden zij niet enkel centraal op het podium tegenover elkaar, waren ze getooid in een identiek geruit kostschoolpakje en zwarte kniekousen en voorzien van een zelfde kapsel, maar bovendien pakten ze uit met hun harmonieuze samenzang die vaak deed denken aan sixties groepjes als The Shirelles of The Shangri-Las. Waar op visueel vlak symmetrie troef was, was de diversiteit muzikaal des te groter. Zo ging het van country, blues over soul naar indie-, elektro- en AOR-pop. Qua percussie kon er dan weer gerefereerd worden aan Local Natives. Maar waar hun passage enkele jaren geleden op Crossing Border nog gensters sloeg, kon het speelse en flirtende Lucius – hoe suggestief men ook tracht te zijn (zie maar bijvoorbeeld de hoes van hun zonet verschenen eerste volledige album, ‘Widewoman’)  - niet  verhullen dat globaal het songmateriaal nog wat te licht is om in oor en geheugen lang te blijven hangen.

Dit laatste ging zeker op voor de passage van het Engelse Swim Deep (**1/2). Genietend van enige populariteit in hun thuisland, is dit in alle opzichten jonge bandje uit Birmingham in onze Lage Landen nog een vrij onbekende. Ze kwamen op Crossing Border hun debuutalbum ‘Where The Heaven Are We’ voorstellen. Op plaat klinken ze als een reïncarnatie van Britse 90’s groepjes als Lightning Seeds, Mocking Turtles, Northside of Stone Roses maar live lieten ze de uitgekiende productie voor wat het was en gingen ze meer gaan rocken. En dat bleek hun zomerse melodieën en teksten niet altijd goed te doen. Ook de stem van zanger Austin ‘Ozzy’ Williams kwam er door het extra aan volume niet steeds naar behoren uit. Inzet, potentieel en goede pogingen ten spijt leken alle nummers ook nog eens qua stijl in elkaar over te vloeien. « She Changes The Weather » (fraaie opbouw met piano, synth en gitaar) en vooral het uptempo « King City » konden ons dan wel weer bekoren maar jammer genoeg waren dit niet toevallig de twee laatste nummers zodat er van enig herstel geen sprake meer kon zijn. En ook de eerder gebrachte cover van « Girls Just Want To Have Fun » (Cindy Lauper) verschafte geen meerwaarde.

De tribune in de Red Eyed Fly zat bomvol voor de Welshe singer-songwriter Cate Le Bon (***). Le Bon (een artiestennaam die als flauwe grap refereert naar de zanger van Duran Duran) is dertig, verhuisde dit jaar van Wales naar Los Angeles en brengt deze maand haar derde album ‘Mug Museum’ uit. Niet iedereen is gecharmeerd door haar hoge stem, het eerste folknummer dat ze zong klonk nogal zwaar op de hand en was een beetje gedateerd, maar in de meer uptempo nummers konden wij haar groot zangbereik wel appreciëren. Deze Welshe dame met het pagekopje schakelde soepel over van een lage zangstem (denk aan Nico van The Velvet Underground) naar hogere vocalen (Sinead O’Connor), stond op de tippen van haar schoenen zich uitreikend naar de microfoon en toverde splijtende gitaarmelodieën uit haar vingers waarbij de gebrachte indierock verwantschap toonde met haar grote voorbeeld Pavement. « Fold The Cloth » met zijn farfisa orgelgeluid had dan weer iets weg van Stereolab. Cate zong zondag geen nummers in het Welsh. Alleszins hebben wij toch geen songteksten gehoord met vreemde keelklanken.

Phosphorescent (****) onder leiding van Matthew Houck, bevestigden in de volgelopen La Zona Rosa opnieuw na hun erg sterke passage afgelopen zomer op Pukkelpop. Ook in Antwerpen werd aangetreden met dezelfde ruime bezetting (6 extra muzikanten inclusief twee keyboards). De groep wisselde Alt-Country en Americana af met een vleugje elektronica en bracht sterke songs in de beste traditie van Will Oldham en de onlangs veel te vroeg overleden Jason Molina. Uitschieters waren onder meer « Down To Go » (mede door een fraaie slidegitaar), « Song For Zula » (extra elektronica en opvallende voetdrum zorgden voor een mooie omkadering) en afsluiter « Los Angeles » (samenzang in combinatie met mooie gitaaraccenten en een 70’s klinkende orgel). Ook toen Houck zijn band – die hij overigens meermaals dankte – wegstuurde naar de coulissen, bleef hij uitermate boeien. Met het ontroerende « Muchacho’s Tune » kreeg hij de zaal muisstil en bij « Wolves » uit ‘Pride’ (2007) maakte hij op het einde gebruik van een loop machine om zijn stem- en gitaargeluid te samplen. We zagen het op Crossing Border Ed Harcourt hem al voordoen en ook nu pakte het bijzonder fraai uit. Of hoe Americana ook eigentijds kan klinken.
Het dit jaar uitgebrachte album ‘Muchacho’ is er eentje voor de eindejaarslijstjes en met zijn uitstekend concert onderstreepten Houck en zijn bandleden dat dit volkomen terecht zou zijn.

We hadden mede op basis van hun uitverkochte passage in de Brusselse AB Club vorig jaar, opnieuw heel wat verwacht van de set van Radical Face (***). Zeker nu hun vorige album ‘Family Tree: The Roots’ (2011) zopas een mooi vervolg kreeg in de vorm van ‘Family Tree: The Branches’, het tweede deel uit een trilogie. Maar de groep onder aanvoering van de Amerikaanse zanger-liedjesschrijver Ben Cooper (ook de helft van onder meer Electric President), bezorgde ons niet het verhoopte gevoel. Hun luisterliedjes gingen niet zozeer de mist in (deze was gelukkig de nacht ervoor opgetrokken) maar verdampten nagenoeg volledig in het lawaai van publiek dat binnenkwam of de dorst leste aan de naastgelegen toog. Dat ieder groepslid van Radical Face ook nog eens neerzat, deed het stem- en volumebereik geen goed. Bijgevolg dat de humor van Cooper niet verder reikte dan de eerste rijen. En ook de details (zoals met een drumstick over de cymbalen strijken tijdens het prachtige « Always Gold » of het bij wijze van percussie op de billen klappen tijdens het afsluitende, via het gebruik in een reclamefilm van Nikon bekende « Welcome Home »)  gingen voorbij aan de aandacht van velen. Dat « The Gilded Hand » een uitvoering à la dEUS ten tijde van hun ‘Worst Case Scenario’ meekreeg, werd evenmin in de thuisstad van Barman en co opgemerkt.

Onopgemerkt en ten onder gaande aan het rumoer in de Continental Upstairs was ook de set van RM Hubbert (*) (niet in het minst vanwege de setting). Eveneens hier brachten enkel de voorste rijen van de toeschouwers enige aandacht op voor de akoestische nummers van de uit Glasgow afkomstige zanger-gitarist terwijl er heel wat bestellingen aan de bar werd gedaan of dat fans van John Grant reeds hun opwachting maakten aan de deuren richting grote zaal. Noch de imposante verschijning van Hubbert of een afsluitend duet met Aidan Moffat waren hier tegen opgewassen. Het was wellicht beter geweest om de man in de kleine zaal van de Red Eyed Fly te programmeren omdat die locatie afgesloten was van de vele passanten. Daar zouden zijn mooie – laten we dat niet vergeten - folknummers veel beter tot hun recht gekomen zijn. Een gemiste kans.

Fat Possum was ooit een legendarisch bluesrock label maar de laatste tijd brengen ze ook meer popgetinte releases uit. Een voorbeeld hiervan is het tweede, zelf getitelde album van het New-Yorkse vijftal Caveman (**1/2). Zanger Matthew Iwanusa mepte in de Club De Ville tijdens een aantal nummers stevig op een drum, de band wisselde gitaarmelodieën af met keyboardlijnen en het geheel klonk poppy en optimistisch maar desondanks zinderden niet alle nummers even sterk na.

Wél nazinderend was het concert van John Grant (****) in de La Zona Rosa. De gewezen frontman van het in de jaren ’90 opgerichte The Czars die door het uitblijven van succes in de schemerzone belandde, jarenlang vocht tegen zijn alcohol- en drugsverslaving en ook nog diende op te boksen tegen gevoelens van verwarring en vervreemding, kerfde aan de hand van zijn gevoelsmatige, autobiografische teksten meermaals vlijmscherp in het hart en het gemoed van de toeschouwers. Vooral het aangrijpende « Glacier », ontsproten aan het feit dat Grant diende te leren omgaan met zijn homoseksualiteit en geschreven om zichzelf moed in te spreken, liet niemand onberoerd. En dat het Grant ook zelf nog steeds niet onbewogen laat, bleek toen hij bij aanvang van het nummer de setlist gelegen aan zijn microfoonstandaard, als uitlaatklep met een krachtige beweging wegtrapte.     
Grant die het publiek af en toe in het Nederlands toesprak, plukte vooral nummers uit zijn in het voorjaar verschenen, tweede soloalbum, ‘Pale Green Ghosts’. Dat daarop door de input van Birgir Þórarinsson (a.k.a. Biggi Veira) van de IJslandse formatie Gus Gus veel meer elektronica gebruikt werd dan op zijn voorganger, het excellente ‘Queen Of Denmark’ (2010), werd ook in Antwerpen nog eens overvloedig gedemonstreerd. Tijdens « It Doesn’t Matter To Him » was de inbreng van elektronica nog sporadisch en « Pale Green Ghosts » vertoonde gelijkenissen met het vroege werk van The Human League, Fad Gadget of Depeche Mode. Maar het was in de eerste plaats « Black Belt » voorzien van een prachtige opbouw, dat de grote zaal van de Arenberschouwburg injecteerde met een clubsfeer. Daarbij imponeerde Grant telkens met zijn krachtige baritonstem door moeiteloos het volume te kunnen weerstaan.
Het voormelde drieluik verdeelde het publiek – net als in de Botanique eerder dit jaar – in voor- en tegenstanders. De eensgezindheid keerde tegen het einde van de set terug met een schitterend uitgevoerd « Queen Of Denmark », door Grant solo op piano ingezet en uitmondend in een mooie finale.
John Grant en zijn nagenoeg volledig IJslandse begeleidingsgroep (de man woont tegenwoordig in Reykjavik) kregen na afloop een staande ovatie.  

Het was al de vierde keer dat we dit jaar Savages (****) aan het werk zagen. Om maar aan te duiden dat dit voor ons qua nieuwe bands dé live band van 2013 is. Terwijl de productie van hun plaat ‘Silence Yourself” de intensiteit van hun concerten mist, is live de postpunk sound van deze vier Londense meiden een sonische mokerslag. Natuurlijk brengt Savages niets nieuws. Net zoals Interpol zijn Savages gigantisch schatplichtig aan de troosteloze new wave sound van de vroege jaren ‘80, met Joy Division, Magazine en Siouxsie And The Banshees als grote inspiratiebronnen. Maar de power en de dynamiek van de ritmesectie (ook op Crossing Border was het drumwerk van Fay Milton in alle betekenissen van het woord doeltreffend), gecombineerd met de gitaarbeheersing van gitariste Gemma Thompson en de vocale kracht en podiumprésence van zangeres Jehnny Beth Beth (echte naam: Camille Berthomier), is ongeëvenaard. Op het kleine podium van de Club De Ville hadden Savages weinig bewegingsruimte maar toch vonden we ze beter (lees: strakker) dan op Pukkelpop afgelopen zomer of een drietal weken geleden in Le Grand Mix (Tourcoing). Tijdens « Shut Up » kregen we een machtig samenspel tussen de spattende hi-hats en de slappende bas van de jarige bassiste Ayse Hassan en voerde de declamatie van Jehnny Beth de zaal naar een eerste hoogtepunt. Ook « City’s Full » had een machtige drive waarbij Gemma Thompson gretig gitaaruitbarstingen rondstrooide. Savages namen toen een beetje gas terug met « Strife » en « Waiting For A Sign » dat veel mee had van Jeff Buckley’s rauwste nummers in hun legendarische live uitvoeringen (zie ‘Eternal Life’). « She Will » had dan weer evenveel meezinggehalte als de vroege Editors maar het refrein was vlijmscherp als een net uit de verpakking gehaald nieuw scheermesje en Jehnny Beth deelde muzikale karateslagen uit als een vrouwelijke Bruce Lee. Savages ontbonden al hun punkduivels in het  korte « Hit Me » en trakteerden de Arenbergschouwburg nog op een verschroeiende finale met het abrasieve « Husbands » en de aan het Gang of Four schatplichtige disco not disco van « Fuckers ». Savages: Game, set en match.

Pure kracht en subtiele verfijning lagen op Crossing Border maar enkele traptreden van elkaar verwijderd. Onze gehoororganen moesten zich dan ook even aanpassen toen we de grote zaal betraden waar de afsluitende band van deze festivaldag, These New Puritains (****), reeds aan hun set begonnen waren. Terwijl Savages nog volop de kaart van de postpunk trekken, hebben These New Puritains dit genre intussen al geruime tijd nagenoeg volledig achter zich gelaten. De weg die ingeslagen werd met hun vorige album, het fel bejubelde ‘Hidden’ (2010) wordt met hun nieuwe, derde album ‘Field of Reeds’ verder gevolgd en geplaveid met een extra aan speciale instrumenten en klanken. Het leidt hun artrock nog meer richting uitgekristalliseerde klassieke muziek, elektronica en jazz. Bij momenten deden ze ons in de Arenbergschouwburg denken aan The Cinematic Orchestra of in mindere mate Bonobo maar dan met minder soulinvloeden. Wel hadden ze een jazzzangeres meegebracht die haar stempel op enkele nummers kon drukken.
« Organ Eternal »
wist te verleiden door zijn combinatie van een repetitief keyboard thema (zoals vaak te horen bij minimalistische klassieke muziek) met vibrafoon en blazers. De havik die ze in de studio zouden losgelaten hebben om het gekrijs te kunnen opnemen en verwerken in het nummer, hadden ze gelukkig voor de toeschouwers en het welzijn van het beschermde diertje niet mee. De freejazz in « Field of Reeds » werd zo beheerst gespeeld dat het net niet alle kanten op stuiterde mede door een erg mooi refrein, mijmerende blazers, verzorgde gitaarstukjes en de samenzang tussen Jack Barnett en de gastzangeres.
In het Nederlandse luik van Crossing Border zou Barnett naar verluidt de toeschouwers uitgeput hebben waarbij slechts een handvol toeschouwers achterbleven. Maar zo’n vaart liep het in de Arenbergschouwburg zeker niet. Ondanks de niet hapklare brok muziek, bleef de zaal toch vrij goed gevuld tot op het einde.
Enige minpunt was dat er soms een zo hevige geluidslaag werd aangebracht dat de stem van Barnett bij momenten veel moeite had om er bovenuit te geraken en te weinig op het voorplan kwam.
Wat These New Puritains brachten, deed ons denken aan de passage van The Kyteman Orchestra vorig jaar. Een mengelmoes van stijlen en tempo’s zonder de eenheid daarbij te verliezen maar synchroniserend tot een perfecte cross-over. Volledig passend dus in de sfeer van het Crossing Border festival. Of om maar aan te duiden dat het festival niet enkel symbool staat voor het samensmelten van literatuur en muziek maar dat ook binnen één culturele tak nog uit verschillende vaten getapt kan en mag worden.

Editie 2013 van Crossing Border had op muzikaal vlak dan wel niet de grote kleppers en de affiche oogde commercieel misschien minder aantrekkelijk als vorige edities (de publiekstrekkers stonden ook al eerder dit jaar op een Belgisch podium) maar haalde toch voldoende kwaliteit in huis om iedereen te kunnen boeien.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

I Love Techno 2013 - Breathe to the Beat

Geschreven door

I Love Techno 2013 - Breathe to the Beat
ILT 2013 - Parking op, koffer open, muziek aan. Wie de start van de negentiende editie van I Love Techno 2013 gemist heeft, zat waarschijnlijk nog met een drankje in zijn hand op één van de vele minifeestjes op de parking. I Love Techno heeft een reputatie tot over de grenzen van ons Belgenland, en dat zag en hoorde je meteen bij aankomst. Als je internationale feestvierders vraagt waarom ze speciaal tot hier komen, bekijken ze je aan alsof je een vraag hebt gesteld waarvan je de enige bent die het antwoord niet weet: „voor de goede affiche, natuurlijk!

Helmut Lotti op I Love Techno? We hebben het lang niet geloofd tot we de bewijzen zwart op wit zagen. De Compact Disk Dummies mochten het indoorfestival aftrappen en stuntten met een Belgische topper. Misschien heeft Helmut wat inspiratie opgedaan voor een nieuwe Lotti goes - reeks, het publiek kon zijn komst wel smaken.

Wij waagden onze eerste danspasjes op de set van Bakermat. De Nederlandse dj was begin dit jaar bekend geworden bij het grote publiek met zijn brave hit „Vandaag”. We vreesden aanvankelijk een beetje voor teveel braafheid, maar hij kon ons toch verrassen met veel variatie. Hij sloot zijn set af met zijn bekendste plaat en iedereen haalde enthousiast zijn denkbeeldige saxofoon boven.

Daarna bleven we even in de zaal, want wie het Britse duo Disclosure aan het werk wou zien, was maar beter vroeg aanwezig. Veel volk kwam opdagen en de toegangspoort van de Green Room werd al snel toegeschoven. 2013 kon voor deze Britten niet meer stuk. Hun debuutalbum ‘Settle’ werd goed onthaald, mede dankzij het catchy „White Noise” en het prachtige „Latch”. Bij het horen van deze nummers werd het publiek uitzinnig, maar van begin tot einde brachten de broers een set  van jewelste en de sfeer was fantastisch. Ongetwijfeld één van de toppers van de avond.

Van de Green Room gingen we naar de Red Room, waar we hoopten te smullen van een beetje girl power van Nina Kraviz. We misten echter wat power, ze kon ons niet boeien. Als je vòòr Mister Deejay Laurent Garnier komt te staan, zijn de verwachtingen natuurlijk een stuk hoger. Laurent Garnier is een vaste waarde op het festival en hij leunt qua stijl nog altijd het dichtst bij de kern van het festival, namelijk techno. Deze meneer dwingt respect af, vanaf de eerste beat die hij door de boxen laat knallen. Toch konden wij het niet opbrengen om de set volledig uit te doen.

Martin Garrix stond namelijk ook op ons verlanglijstje, dus het was tijd om ons naar de Blue Room te begeven. Dillon Francis was er nog de dirigent van een serieus feestje, het publiek was zichtbaar aan het genieten. Garrix nam over met een compleet andere stijl, maar met evenveel zin om er stevig in te vliegen. Voor de tweede keer deze avond voelden we dat het écht goed was. Als je op je zeventiende op hetzelfde tijdstip mag draaien als toppers zoals Laurent Garnier en The Bloody Beetroots, ben je volgens ons toch al héél goed bezig. Het lichtspektakel versterkte de sfeer in de zaal en op Animals werd er g-e-f-e-e-s-t!

Nieuwsgierigheid leidde ons tot bij Baauer. Heel wat minder volk in de zaal voor de Amerikaan, maar zijn fans benutten hun extra dansruimte volop. Hiphop gemixt met dancebeats, het is de ideale formule om je dansenergie kwijt te raken. Harlem Shake-gewijs mag je gerust wild gaan, alles kan en alles mag. Nadien twijfelden we even tussen Booka Shade en Digitalism. Jammer genoeg vonden we bij geen enkele van de twee écht onze gading. Hét moment dus om ons oog ook eens wat te entertainen.

Als je groovy danspasjes je in de steek lieten, kon je nog altijd proberen om te scoren met je outfit. Wie naar I Love Techno gaat, trekt niet zomaar een outfit aan. Bovendien moet je om op te vallen tussen 30.000 bezoekers toch wat meer moeite doen dan alleen een flashy zonnebril op je neus. Pruiken, maskers, fluo t-shirts, fluo leggings (voor mannen!), vikinghelmen, paardekoppen en berenmutsen (warm!). Als je het helemaal af wilde maken, koos je gewoon voor één volledige outfit. Prinses, Batman, wandelend skelet, indiaan, hert, koe, konijn, of zelfs een Romeins keizer. Werkelijk iedereen kon je daar tegenkomen. Wie niet was voorbereid op zoveel carnavalspektakel, kon nog altijd beroep doen op de make up- & hairstand op het festival zelf. Leuke ontspanning tussen twee optredens door.

Nog steeds geen tijd om naar huis te gaan, want er stond nog Goose (Live) te wachten. Goose sleepte diezelfde avond nog de Red Bull Elektropedia Award binnen voor Beste Live Act. Die prijs was zeker geheel terecht. Ook Yellow Claw trad volledig live op, en sloot de Orange Room af. Yellow Claw had dit jaar een hit met die andere bekende Hollanders van The Opposites „Thunder”. Deze hit brachten ze in ware slowstijl, inclusief aanstekers, maar de ontploffing in de zaal bleef uit. We houden er wel van als een MC zijn publiek opjut, maar daardoor kwam er nooit echt tempo in de set. De vermoeidheid speelde ons natuurlijk parten. Niet alleen wij waren vermoeid, ook de andere feestvierders waren zichtbaar uitgeput. Sommigen lagen uitgeteld op de grond, waar een Chill Out Room allemaal niet goed voor is…

Stemmen gaan op dat I Love Techno te ver weggaat van zijn kernconcept, namelijk techno. Dat ze met hun brede aanbod dancemuziek te commercieel worden en de echte technofanaten daardoor wegblijven. Wat ons betreft mag het indoorfestival deze koers blijven volgen en vele aanwezigen zullen dat bevestigen.
Volgend jaar de twintigste verjaardag op 8 november 2014, plan het alvast in je agenda!

Organisatie: I Love Techno - Live Nation

Night Of The Proms 2013 – Latinofeestje

Night Of The Proms 2013 – Latinofeestje
Night Of The Proms 2013
Sportpaleis
Antwerpen

Night Of The Proms - De 29ste editie begon door files voor vele aanwezigen moeilijker dan verwacht (het was ook de organisatie en presentator Carl Huybrechts niet ontgaan) …

R. Groslot en Il Novecento en Fine Fleur openden met “Love me again” gevolgd door “Tritsch tratsch polka”. De 34 jarige Japanse pianiste en componiste Hiromi (Uehara), was de blikvanger van de avond die aldus Carl Huybrechts de goedkeuring van Chick Corea wegdraagt en dat zegt al bijzonder veel. Zij bracht om te beginnen “the Tom and Jerry show”.

Een adaptatie van het TV-programma ‘De Slimste Mens’ en meer bepaald een onderdeel hiervan, zijnde ‘De Galerij’ bracht het publiek via enkele rebussen tot het antwoord op de vraag wie dit jaar als special guest mocht fungeren. Al snel bleek dit Bent Van Looy te zijn. Het antwoord vinden bleek gemakkelijker te gaan dan dat het publiek hem figuurlijk in de armen sloot. Hoewel zijn soms wel broze stem goed het volume van het orkest Il Novecento kon weerstaan, bleek zijn set minder gemakkelijk aan te slaan. Nochtans vonden wij dat door de orkestrale inbreng “The Game” extra cachet en dimensie kreeg. Zijn bijna misstap op de catwalk leek een voorbode te zijn. Jammer, hij verdiende meer maar een NOTP-publiek zit doorgaans meer op meezingers te wachten en dit bleek ook dit jaar het geval te zijn.

2013 is het Verdi jaar- 200 jaar geleden werd één van de bekendste componisten ooit geboren, Giuseppe Verdi. Op zijn begrafenis werd Nabucco (Slavenkoor) gezongen en het publiek werd door C. Huybrechts  verzocht om ook van jetje te geven maar deze liet het massaal afweten. Van meezingen was geen sprake.

The battle tussen Fine Fleur en Il Novecento – 2 jaar terug voor de eerste maal ingevoerd (battle tussen il Novcento en Discobar A Moeder) (vorig jaar was het tussen Il novecento en Naturally 7). Dit jaar ging het tussen Il Novecento en Fine Fleur en opnieuw bleek dit een schot in de roos met een reeks hits die de revue passeerden zoals :

·         Otto Knows – Million Voices

·         Queen –Bohemian Rhapsody

·         Land of Hope And Glory

·         The Wiz – Brand New Day

·         Bastille- Pompeii (piano versie)

·         Lady Gaga – Bad Romance

·         Lady Gaga – Pokerface

·         Avicii – Wake Me Up

·         Coldplay – Viva La vida

John Miles bracht een flauwe te gladde versie van ‘Feeling Good’ (geschreven door de Engelse singer-songwriters Anthony Newley en Leslie Bricusse voor de 1964 musical ‘The Roar Of the Greasepaint’ – ‘The Smell Of The Crowd’. Hij probeerde er een extra cabaret lading aan te geven maar kroop nooit onder de huid (zeker niet als je de versie van Nina Simone ooit gehoord hebt). Dit was in schril contrast met de uitstekende vertolking van Hiromi van Rhapsody in Blue (G. Gerswin).

Amy Macdonald volgens Carl Huybrechts : combinatie van uiterste gevoeligheid met een stem als een klok. “This is the life” miste het folky van het origineel door de extra muzikale omlijsting van het orkest. Dit paste beter bij haar vertolking van “Dancing in the Dark” van Bruce Springsteen en de emotie kon volledig spelen bij de uitstekende versie van “What Happiness Means to Me” dat de zaal stil kreeg .

Wyclef Jean in wit pak en witte hoed kwam zittend aan een piano via een lift naar boven geschoven. Een klein showelement en dat geldt voor de hele set. Show primeerde op het vocale. “I Wanna Hear You Scream” en “Make Some Noise” kwamen meermaals aan bod. Daar stonden zwakke vocalen tegenover bij zijn medley van “Killing Me Softly”, “Ready Or Not”, “No Woman No Cry”, “Guantanamera” en “Hips don’t Lie”. Voordeel was dat de drie achtergrondzangeressen, Hille Bemelmans, Marjolein Cneut en Liv Van Aelst de rol van Lauren Hill en Shakira op zich mochten nemen en dit uitstekend deden (en ons inziens de set kwalitatief rechthielden). Het nummer “Ne Me Quite Pas” van J. Brel in het Frans gezongen overigens, was mooi als eerbetoon aan het Belgische publiek maar was eerlijk gezegd ontstellend zwak en zelfs bij momenten tenenkrullend. Het fraaie pianospel van Hiromi kon hier niets aan verhelpen. Het publiek oordeelde er helemaal anders over. Men zat duidelijk al een tijdje te wachten om te kunnen dansen en vanaf de eerste tonen van Wyclef Jean bleek dat hij voor dat de juiste man op het juiste moment was. Hij werd meteen de publiekslieveling en toen hij tot hilariteit alom een oudere heer uit het publiek van zijn stoel plukte om een dansje te wagen, werd dit fel gesmaakt. Alleen het scanderen van “Waar is dat feestje, hier is dat feestje” ontbrak er nog aan. “I’ve Got The Rhythm” door Hiromi met een flard Flintstones er doorheen was uitstekend.

Lieven Verstraete (VRT) mocht via een vooraf opgenomen filmpje met Carl Huybrechts over het nieuwe fenomeen ‘Light of the Proms’, via een app de smartphone laten opkleuren – vervangt tot allerhande commotie (check maar facebook) het alomgekende lampje – het sloeg niet aan want het aantal smartphones die de download hebben gedaan was erg weinig en brachten niet de verhoopte sfeer in de zaal als vroeger. Blijkbaar is niet iedereen klaar om deze digitale overstap te maken, of was het uit protest?  Lieven Verstraete mocht ‘Music Maestro’ zeggen en John Miles (Mister Proms) bracht zijn onverwoestbare klassieker “Music” met verve.

56 is ze maar nog steeds een frisse verschijning : de in Cuba geboren Gloria Estefan. Ook haar zangkwaliteiten zijn niet aangetast. Mocht zelfs –het afsluitende nummer incluis – 8 nummers brengen. Naar de normen van NOTP bijzonder veel. Startte veelbelovend met “Rhythm is gonna get you” (waarbij een man met ontbloot bovenlijf uit het publiek gehesen werd en dacht dat hij het woord “Rythm” kon vervangen door zijn voornaam – op catwalk flirtend dansen met Estefan die zich net niet van de wijs liet brengen. En meteen zorgde voor het meest spontane , onverwachte moment van de avond). Maar toen leek de set als een pudding in elkaar te zakken met “Smile” en “What A Wonderful World”, twee nummers uit ‘The Standards’ (een album met vertolkingen die haar na aan het hart liggen – 2 maand geleden uitgebracht). Kon niet wedijveren met de versies van Nat King Cole en Michael Jackson (“Smile”) of Louis Armstrong (“What A Wonderful World”). Gelukkig kon er nadien wél genoten en vooral gefeest worden met enkele van haar klassiekers zoals “Mi tierra”, “Don’ t wanne lose you now”, “Turn the beat around”, “Conga”. Bijzonder jammer was wel dat “Dr. Beat” niet de oversteek had gemaakt tot in Antwerpen.

Het afsluitende nummer met alle artiesten was niet “Land of hope and glory” of een nummer van The Beatles maar wel “Let’s get loud” , in 2000 een bijzonder grote hit voor Jennifer Lopez maar meegeschreven door jawel, Gloria Estefan.

Conclusie: niet tot de beste uit de reeks, was lang wachten op enig feestfgedruis en daar blijft het toch om draaien bij NOTP: het publiek laten proeven van klassieke muziek maar er ook voor zorgen dat het niet te stevig op de maag blijft liggen. Het moet luchtig en vooral uitbundig zijn en plaats voor meezingers. We geven het graag als tip mee voor de jubileumeditie van volgend jaar. NOTP nog tot 17 november.

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Heidenfest 2013 – zondag 6 oktober 2013

Geschreven door

Heidenfest 2013 – zondag 6 oktober 2013
Heidenfest 2013
013
Tilburg

Heidenfest is ondertussen al lang geen geheim meer voor de pagan/folk metal fan. Ieder jaar passeert deze hoogmis (alhoewel ze deze term waarschijnlijk niet graag horen) van pagan/folk metal door onze contreien. Op zondag 6 oktober zakte ik af naar de 013 te Tilburg om te zien wat de pot deze keer schafte.

Hoewel het ernaar uitzag dat we het Finse Frosttide gingen missen door het verkeer raakten we toch nog net op tijd binnen en moesten we geen noot missen. Of we veel gemist gingen hebben door later toe te komen is nog maar de vraag. Slecht was het zeker niet maar de mix symfonische metal en vrij standaard folk metal was nogal saai. Het enige ietwat originele was de keyboard die helaas ook onmiddellijk het meest irritante instrument was van de set. Ik heb geen probleem met keyboards zolang je niet elke beschikbare seconde vult met nodeloos geriedel… Zowat het enige interessante aan de set waren de random kerels die verkleed wat op het podium kwamen dansen maar die kwamen bij quasi iedere band terug dus zo speciaal was het niet. Ik moet wel toegeven dat het een geboren live-band is en dat merkte je ook. Alhoewel dit de laatste show van de tour was straalden de heren van geluk en speelden ze alsof hun leven er vanaf hing. Ook het publiek kon ze best wel smaken. Ahja, misschien volgende keer beter.

Eostre was mij blijkbaar niet echt gunstig gezind vandaag. Ook de 2e band van de dag Winterstorm was niet onmiddellijk mijn ding en dat is nog zacht uitgedrukt. Naar eigen zeggen spelen ze een mix van power Metal, Epic Metal, Folk Metal en Viking Metal. Ik hou het eerder op typische Duitse power metal met een folky tintje en een keyboard ook wel gekend als “van die huppeltrut muziek die 20 keer op Wacken speelt waar enkel Duitsers van kunnen houden”. Het Nederlandse volk was dit blijkbaar met mij eens want naast wat bescheiden beweging op de eerste rijen was de rest niet echt geboeid gezelschap. Toen dan ook de vraag viel of ik niet achter een pitta wou gaan heb ik snel het hazenpad gekozen. De pitta was trouwens beter dan de band – alhoewel, nu ook weer niet zoveel.

Na de middelmatigheid van de eerste 2 bands was het tijd voor de band waar ik eigenlijk voor aanwezig was, Suidakra. Ik wou deze heren al een eeuwigheid eens aan het werk zien maar slaagde er nooit in om een showtje mee te pikken. Vandaag was dus de dag. Na de voorgaande bands was ik een beetje bang dat ook deze heren mij enorm teleur gingen stellen maar niets was minder waar. Ze speelden de pannen van het dak en bombardeerden zich onmiddellijk naar de op één na beste band van heel Heidenfest. Ook het publiek was daarmee akkoord en ging helemaal los op de Celtic metal van deze heren die je nog het best kan vergelijken met Unleashed. Ergens was het wel spijtig dat ze niet wat hoger op de affiche stonden, gezien je deze band als één van de grondleggers van het subgenre mag zien.

Nu was het de beurt aan het oer-hollandse Heidevolk. Vreemd genoeg had ik eigenlijk niet echt veel verwacht van hen, ik had ze al 4 keer gezien en muzikaal vind ik ze ook niet bijster boeiend. Toch slaagden ze er in om mij volledig weg te blazen, de beste band van de avond te worden en toch de helft van mijn favoriete nummers niet te spelen. Ze waren in topvorm en al vanaf de eerste song lieten ze mij luidkeels meebrullen. Vreemd genoeg was het aanwezige publiek niet zo bekend met de teksten als ik had verwacht, slechts de helft van de Nederlanders stond mee te brullen. Althans, dit was zo tot ze publieksfavorieten Saksenland en het o zo geweldige Vulgaris Magistralis speelden. Hoewel dit eigenlijk een cover is word het toch gerekend als één van de beste songs van de band en dat weten ze ook. Een andere band deze avond had dat helaas niet zo goed begrepen…
Ondanks de geweldige show miste ik toch nog wel nummers zoals “Koning Radboud”, “Zwaarden Geheven” en “Hulde Aan De Kastelein” maar ach… Ik kan niet altijd krijgen wat ik wil.

Equilibrium was nog zo’n band waar ik niet echt veel van verwachte. Zoals eerder aangegeven ben ik geen bijster grote fan van huppelende melodietjes aangebracht door een keyboard op ieder mogelijk moment. Daarnaast vind ik het wel een vrij goede band, maar ze slagen er op album toch altijd in om mij na 2 nummers de gordijnen in te jagen. Toen ze openden met mijn persoonlijke favoriet “Blut Im Auge” was ik blij en teleurgesteld tegelijk. Nu had ik geen reden om de rest van de set uit te kijken. Wat ben ik blij dat ik mij vergist heb. Hoe irritant de band ook kan zijn op album sluit allesbehalve hun geweldigheid op het podium uit. Nummers waarbij ik normaal instinctief op next zou drukken lieten mij nu allemaal bewegingen maken waarvan ik niet eens wist dat ik dat kon ( of wou kunnen). Het was dan ook onmiddellijk de enige band van de avond waarvan ik het oprecht jammer vond dat ik niet vrolijk kon gaan mee moshen dankzij mijn vers versneden kruisband. Veel te vroeg was het gedaan maar dat kon mij niet schelen want hierna was het de beurt aan de band waarvan ik verwachte dat ze een spetterende show gingen neerzetten.

Die band was Turisas (wie de review van PPM gelezen heeft zal weten dat ik absoluut omver geblazen werd door de spetterende show van deze band). Nu waren ze één van de headliners en ging er dus nog meer spektakel inzitten. Ondanks de vele klachten over het nieuwe album ‘2013’ keek ik ook uit naar die nieuwe nummers. Teleurgesteld, dit is toch wel het voornaamste dat ik kan zeggen. Ik was overduidelijk niet de enige met dit sentiment, mijn compagnone die mij en iedereen zonder enige twijfel zou offeren om te trouwen met de frontman was zelfs teleurgesteld. De nieuwe nummers pasten niet in de set en zouden beter gepast hebben in een integrale live-set van het hele album. Deze nieuwe nummers namen de plaats in van klassiekers zoals “One More” en “The March Of The Varangian Guard”. Afsluiten deden ze dit keer niet met “Battle Metal” maar met “Stand Up and Fight”, de meesten – waaronder mezelf – hoopten natuurlijk op één van de beste covers ooit “Rasputin”, maar nee. Ondanks dat zowat het gehele publiek “Rasputin” zat te roepen kregen we het niet te horen. De band was ook niet zo actief zoals we gewoon van hen zijn maar dat kan natuurlijk ook liggen aan de vermoeidheid van de tour. Spijtig…

Ten slotte was het de beurt aan Ensiferum. Ondanks het feit dat het grondleggers van het genre zijn en hun gigantische populariteit heb ik het toch niet echt voor deze band, de muziek is daar net iets te gewoontjes. Ook live slaagden ze er eerder niet in om mij te bekoren door de nogal statische performance en een zwak geluid. Hoewel ik moet toegeven dat ik ze beter vond dan op hun passage op Frostrock x-aantal jaar geleden zal dit nog steeds niet mijn favoriete band worden. De klachten die ik bij deze show had zijn zo een beetje dezelfde als degene die bovenaan staan maar ietsje afgezwakt. Ze slaagden er immers dit keer wel in om mij te doen mee brullen met enkele nummers. Het zwakke geluid bleef voor mij toch wel het grootste struikelblok te zijn, blijkbaar is deze sound juist kenmerkend voor Ensiferum maar de drums die veel luider gaan dan de gitaar en de zang is toch niet aan mij besteed. Toen er mij gevraagd werd of ik het super erg vond dat we wat vroeger vertrokken om niet vast te staan met de auto viel mijn keuze dus nogal vrij snel en was ik weg.

Op zich was het best wel een leuke avond en zie ik wel in waarom Heidenfest zo immens populair is, ook de 013 was best wel een leuke locatie. Alleen spijtig dat drinkhoors niet langer toegelaten waren en de vreemde manier van binnen- en buitengaan. Wel altijd tof om Jupiler te krijgen, ook al ben je niet in België en moest je er 2,50€ voor betalen. Ik had immers al nachtmerries van het idee dat ik op Heineken zou moeten overleven die dag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4201
Organisatie: Heidenfest (ism 013 Tilburg)

 

Odegand by Night 2013 - Begin van een nieuwe traditie?

Geschreven door

Odegand by Night 2013 - Begin van een nieuwe traditie?
Odegand by Night 2013
Diverse Locaties
Gent

Eerste editie van Odegand by Night, een tweetal weken na de intussen klassieke versie bij dageraad. Op 6 locaties op loopafstand in de Gentse binnenstad waren een aantal artiesten uitgenodigd die ergens de grenzen tussen klassieke muziek en hedendaagse elektronica aftasten.

Jef De Neve begon in de Minard met een aantal pijnlijk mooie stukken, die iedereen stil kreeg. Maar een beetje duiding bracht hij halverwege het concert dan toch wel.  Leuk hoe hij het publiek toen wat uitleg verschafte over de stukken die hij speelde, en nog leuker was het om te zien dat hij zo een beetje overal de mosterd vandaan had gehaald, ook bij jonge artiesten als Goose en Netsky, van wie het origineel toch wel enigszins anders klinken dan deze bewerkte versies. Open geesten zijn misschien eerder zeldzaam, maar leveren dan ook meer op.

De Luxemburgse pianist Francisco Tristano is zo iemand die graag buiten de lijntjes kleurt. Hij wist al enige bekendheid te verwerven met pianoversies van technoklassiekers als “Strings of Life” en ook live bracht hij een mengeling van klassieke piano met sequencerklanken, en met een beat. Een soort live uitgevonden tracks. Niet altijd onvergetelijk, soms wat te weinig subtiel, maar hij wist het niet al te talrijke publiek wel te boeien. 

Afsluiter en absolute top-of-the-bill was Jeff Mills, die zich zijn passages in de jaren 90 in Gent nog herinnerde en die zich tegenwoordig naast het componeren van soundtracks voor imaginaire sci-fi-films ook soms bezig houdt met het begeleiden van symfonische versies van zijn technoklassiekers. Het is een kant die minder bekend is bij het publiek dat hem vooral kent van zijn hard-as-nails techno met Underground Resistance en later solo.
De Sint-Annakerk was een grandioos decor voor deze avond, met een mooie verlichting die het neo-byzantijnse interieur heel mooi tot zijn recht deed komen. Mills hield zich nogal op de achtergrond en gaf de beats die de melodieën moesten ondersteunen. Het is soms moeilijk om de originele nummers te herkennen, maar dat geeft ook maar aan hoeveel vrijheid hij het Symfonieorkest van Vlaanderen had gegeven om zijn nummers te bewerken. Af en toe ging er een opgewonden kreet van herkenning door het publiek als er een bekend of vermeend bekend nummer passeerde en dat waren dan waarschijnlijk wel de technoheads. Aan de andere kant was het ook heel mooi om te zien dat een heel divers publiek de gelegenheid kreeg om het werk van Jeff Mills te leren kennen. Het zal trouwens ook wel zo zijn dat veel Millsfans deze kant van hem ook niet zo echt kennen, en het blijft ook een zeldzame gelegenheid dat je een symfonische Mills ten gehore krijgt.
Deze avond was iets heel anders dan een dj-set waarbij een ontelbaar aantal nummers door de mangel gedraaid worden. er was tijd en ruimte om de stukken tot hun recht te laten komen. Het publiek luisterde geboeid en respectvol, er was enkel herkenning bij de versie van “The Bells”, die ook nog eens hernomen werd in de encore. Mooi was ook hoe Mills een absolute disco-klassieker als “Bourgie bourgie” opdiepte en het publiek ook toonde waar ook zijn roots en die van de techno liggen.
Ik veronderstel dat het aangeeft dat je muziek niet in hokjes mag opdelen.  Op een of andere manier is techno full circle gekomen.

Het is blijkens deze avond wel degelijk de klassieke muziek van deze tijd.

Organisatie : Playout – Odegand by Night

Bozar Electronic Arts Festival 2013 – dag 3 - zaterdag 28 september 2013

Geschreven door

Bozar Electronic Arts Festival 2013 – dag 3 - zaterdag 28 september 2013
Bozar Electronic Arts Festival 2013
PvsK
Brussel
Bozar Electronic Arts Festival (BEAF), voorheen Bozar Electronic Weekend,  werd sinds vorig jaar in een nieuw jasje getooid. De focus in deze tweede ligt niet alleen op elektronische muziek maar de nieuwe naam verklapt meteen ook dat  de nieuwste technologische ontwikkelingen in de beeldende kunsten , film en fotografie in de spotlight worden gezet. Het zou ons iets te ver leiden om alle bezigheden uit deze driedaagse hoogmis voor elektronische kunsten aan bod te laten komen.  Daarom concentreren we ons op dag drie vooral op de muzikale hoogtepunten.

De headliners voor deze zaterdag waren ongetwijfeld Jon Hopkins en Moderat (Modeselektor + Apparat). Spijtig genoeg werd de organisatie door overmacht genoodzaakt de albumvoorstelling van Moderat van de affiche te schrappen.  Sascha Ring aka Apparat belandde na een motorongeluk in het ziekenhuis en de geplande concerttour werd afgelast. Gelukkig  is de man na een operatie wel weer op de been. Het Berlijnse duo Modeselektor was zo vriendelijk om het gat in de affiche op te vullen. Wie wil er nu ook niet die fantastische Henri Le Boeuf-zaal eens volledig op stelten zetten? En dat heeft de schijnbaar nog steeds in festivalmodus verkerende Modeselektor met opener “Blue Clouds” ook netjes voor mekaar gekregen.  In een mum van tijd werd de Le Boeuf-zaal een omgetoverd tot een bruisende danstempel.  De lichtjes geschifte mannen van Modeselektor weten perfect hoe ze de tot de nok gevulde zaal in beweging moeten houden. Soms vragen wij ons af hoe ze telkens opnieuw wegkomen met hun gekende, op het randje van het platvloerse balancerende sets.

Onze absolute held van de avond had met zijn grand piano-show niet meteen de bedoeling de tent volledig op zijn kop te zetten zoals Modeselektor.  De adembenemende en met emotie gevulde audiovisuele liveset van Jon Hopkins sloeg menig toeschouwers met verstomming. Dreigende en aardverschuivende drones wisselt hij in het begin van zijn set af met wondermooi en breekbaar pianospel. Zijn broze toetsenwerk ontaardt uiteindelijk in een aanstekelijke technoset dat ten top wordt gedreven met de single “Open Eye Signal”. De uitmuntende akoestiek in de Henri Le Boeuf-zaal maakte onze bewondering voor Hopkins alleen maar groter. 

Deze derde dag van BEAF was een volstrekt goed gemikt schot in de roos. Horta zou echter wel een hartaanval krijgen indien hij zou zien dat Henri Le Boeuf in zekere zin wordt mismeesterd door een uitzinnige massa.

Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4173

Org: PvsK (Bozar), Brussel

Elementsfestival 2013 – De vierde Elements editie, nog maar eens een geslaagd feestje

Geschreven door

Elementsfestival 2013 – De vierde Elements editie, nog maar eens een geslaagd feestje
Elementsfestival 2013
Stal Tillegem
Brugge

Op 21 september 2013 was het de 3de keer op rij dat we het festivalterrein van Elements mochten betreden. We zijn het nog steeds niet beu! Dubstep, Hardcore en Techno was terug in grote getale aanwezig op deze 4de Editie.
Een prima afsluiter voor de festivalzomer, ook al was de thermometer niet echt meegaand.  Geen probleem, de sfeer op de camping zat meteen goed, en dat zou ons wel warm houden.  Als persmedewerkers begaven wij ons immers tussen de die hard elements-bezoekers en maakten we er een driedaagse van. We waren als het ware undercover,  geen betere manier om de sfeer op te snuiven.

We moeten toegeven dat het na een zware nacht moeilijk was om de volgende dag van de camping weg te geraken. Maar met een duwtje in de rug, en een glas water in combinatie met een dafalganneke, zijn we er toch geraakt. Eens op de weide kwamen we volop in de juiste mood, we liepen meteen Point.Blank tegen het lijf op de Skankerz  Stage en het feest was voorgoed ingezet (de pré party op de camping even niet in aanmerking genomen). Point.Blank is altijd een aangename verrassing. We kunnen onze positieve commentaren net zoals vorig jaar niet achterwege laten. Deze Dubsteppers hebben laat ons zeggen deftig werk geleverd!
Hierna zijn we even ‘hallo’ gaan zeggen bij de Filthy-crew van Deinze ,die te vinden waren aan de Cliché Stage en heel hard hun best deden om er voor te zorgen dat de dorstige festivalgangers toch maar niet zouden uitdrogen (er mocht dan misschien al geen zon schijnen, dorst hadden we toch allemaal). Na onze dorstlesser hebben we besloten aan de Cliché Stage te blijven om Kraantje Pappie even de aandacht te geven die hij nodig heeft. Deze populaire rapper wist tot onze grote verbazing  het volk helemaal warm te maken voor een uitbundig feestje. Ons kon hij niet bekoren, dus zijn we maar heel hard weggelopen richting de Musick Stage waar het voor ons toch wel om te doen was op dit Festival. Daar hebben we onder andere Le Bask Live kunnen bewonderen, onze favoriete hardtek en hardcore techno producer uit Parijs die verrassend genoeg ook heel bekend was bij de festivalgangers. Zijn harde bassen slaagden er in om ons volkomen loos te laten gaan en er een heet fuifje van te maken.
Die Musick Stage was helemaal ons ding, er kwamen nog kleppers als Noize Suppressor en Angerfist. Met zo’n groepsnamen lijken het wel extreme metalbands. Nu goed, met zo’n vibraties en pompende core beats had het inderdaad ook dezelfde energie van de meest gore metalacts.
Toch snel even naar de Suburbs Soundz Stage gelopen voor de grootste naam op het festival, de gekende Amerikaanse technoproducer Jeff Mills, na al die jaren nog steeds een topact, zo bleek.
We eindigden onze trip met… Tripped, alweer op de Musick Stage, core in zijn meest stevige en agressieve vorm, ideaal om er een finale lap op te geven.
Om 01.00 hr ’s nachts gingen de deuren onherroepelijk dicht, er zat niks anders op dan de party verder te zetten op de camping, tot in de vroege uurtjes. Een mens leeft maar één keer.

Elements, tot volgend jaar !

Organisatie: Suburb Soundz – Elementsfestival, Brugge

Leffingeleuren 2013 thru the eyes & ears of Ollie Nollet

Geschreven door

Eerlijk gezegd vond ik de affiche van het anders immer sympathieke Leffingeleuren dit jaar wat aan de magere kant. Niet zozeer omdat het allemaal slechte groepen zouden zijn, nee, veeleer omdat er te veel namen op stonden die ik reeds eerder zag en een mens wil al eens verandering van spijs. Achteraf bekeken viel het muzikaal uiteindelijk beslist wel mee (enkel de zaterdag kende een dip) en was het de regen die de grote spelbreker was hoewel we daar op het terrein weinig hinder van ondervonden.

De laatste weken zorgde de terugkeer van Girls In Hawaii, na een lange afwezigheid wegens een verongelukte drummer, voor nogal wat laaiend enthousiaste commentaren. Maar hetgeen ik in Leffinge zag kwam niet veel verder dan wat braaf muzikaal behang. Ook het publiek bleef er opvallend mak bij tenzij bij die te schaarse momenten toen de gitaren wat forser mochten klinken.

Nee, geef mij dan maar And So I Watch You From Afar. Dit viertal uit Belfast grossiert in bijna volledig instrumentale postrock. Een genre dat me de laatste jaren steevast zure oprispingen bezorgt omdat de meeste groepen niet verder komen dan wat steriele vingeroefeningen. Maar het kan dus anders. And So I Watch You From Afar klonk krachtig en energiek terwijl het bijwijlen razendsnelle gitaarspel van Rory Friers ons de adem benam. Postrock-'n-roll !!

Op naar het café dan, want traditiegetrouw vielen de fijnste verrassingen ook dit jaar daar te beleven. Nadat ze op 5 maart nog in Trix hadden gespeeld waren Dead Ghosts uit het Canadese Vancouver reeds opnieuw in het land. Lekker weghappende sixties garagerock met een groot fungehalte. Duizenden groepjes deden het hen voor en reeds tijdens de eerste song hoorde ik een baslijntje dat gepikt was van The Animals. Maar wat geeft dat? Zanger-gitarist en tevens auteur van alle nummers, Bryan Nicol, en kompanen brachten het met zoveel vuur en passie dat het toch weer onweerstaanbaar werd. Toegegeven : er zaten enkele veel te softe songs tussen maar vanaf de 13th Floor Elevators-cover "You're gonna miss me", het garage anthem bij uitstek, ging het enkel nog steil bergopwaarts waarop vooraan de vlam definitief in de pan sloeg.

Na het pretentieloze amusement van Dead Ghosts kon het contrast met de dodelijke ernst van Amen Ra (doommetal uit Kortrijk) niet groter zijn. Allen in stemmig zwart produceerden ze een indrukwekkend geluid. Alleen miste die intense sound wat variatie om te blijven boeien en de prestatie van zanger Colin van Eeckhout, voortdurend met de rug naar het publiek gekeerd, was niet van die aard om me langer dan een halfuur in de zaal te houden. Zo miste ik het slot waarin naar verluidt een versnelling hoger werd geschakeld.

Op zaterdag zorgen Bed Rugs uit Antwerpen al voor een vroeg hoogtepunt. Dit vijftal vuurde met een aanstekelijk enthousiasme heerlijke, psychedelische pop/rock de zaal in. Goeie songs, een wat vrouwelijk klinkende zanger en wijds meanderende gitaren waren de voornaamste ingredienten. Nog tijdens het laatste nummer werd alles van het podium weggehaald, inclusief het drumstel, zodat roepen om een bis zinloos werd. Net nu ik daar eens goesting in had.

Na deze zeer gesmaakte set bleef ik heel lang (4 1/2 uur) op mijn honger zitten. Eerst bezorgden The Horrors (uit Londen) me nog een ware indigestie. Gothic rock, bedolven onder de synths, of het galmende niets. Meer kan ik er niet bij bedenken. Gitarist en bassist pleegden geregeld een dansje maar wat de reden daartoe was bleef me een raadsel. Ik ben uiteraard wat bevooroordeeld want van dit soort muziek heb in nooit moeten weten maar ook de reacties van een fel uitgedund publiek leken me wat lauw.

Jacco Gardner dan, het nieuwe wonderkind uit het Nederlandse Hoorn die een plaat, ‘Cabinet of curiosities’, uit heeft op het toonaangevende undergroundlabel, Trouble in Mind, waar ook het fantastische Night Beats onderdak vond. De piepjonge Jacco zorgde op keys, bijgestaan door gitaar, bas en drums, voor een mooie, subtiele en warme sound. Neo-psychedelische barok-pop heet dat dan en die voortdurende vergelijkingen met Syd Barrett bleken inderdaad terecht. Jammer dat het teveel bleef kabbelen en de power-injectie, die ik toch ergens verwachtte, uitbleef. Mooi maar tevens slaapverwekkend en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Mijn verwachtingen voor het optreden van Max Romeo, als ik er al had, waren niet bepaald hoog. Onterecht bleek want deze krasse knar van bijna 69 lentes gaf één van de beste reggae-optredens die ik in jaren zag. Zijn achtkoppige begeleidingsband (4 mannen/ 4 vrouwen) met als uitblinkers de twee blazers en een hemelse mama op bas, die zich doorlopend verborg achter haar versterker, had hierin een groot aandeel. Maar ook Max Romeo zelf was goed op dreef en hield het naar reggaenormen ongelooflijk strak. Hier geen oeverloos gelul tussen de nummers. Hij hield de communicatie met de menigte erg beperkt. Opmerkelijk : "Chase the devil", dat dankzij The Prodigy blijkbaar door iedereen gekend is en een a capella gezongen versie van Marley's "Redemption song".

Na dit orgelpunt kon ik maar net de lokroep van de warme lakens weerstaan en strompelde ik de zaal binnen waar om één uur A Place to Bury Strangers afspraak hadden. ‘The loudest band of New York’, zoals ze gemeenzaam worden genoemd, greep me meteen bij mijn nekvel om niet meer te lossen. Gitzwarte noiserock die het daglicht niet verdraagt met gitaren die klonken als... Tja, als wat? De effectpedalen zullen wel hun voornaamste instrument zijn. Al na drie nummers gooide zanger Oliver Ackermann zijn gitaar twee keer keihard tegen de vlakte en wou dan gewoon verder spelen maar het ding was kompleet naar de vaantjes. Als milieubewuste mens heb ik daar wel moeite mee maar zo'n gitaar in het halfduister door de lucht zien klieven heeft visueel wel wat. Wereldschokkend was het allemaal niet maar qua intensiteit zijn er weinig groepen die hieraan kunnen tippen. Een bevreemdende totaalervaring met als bonus een weliswaar onherkenbare Dead Moon-cover.

Op zondag kon Trixie Whitley, ondanks een prachtige en bijzonder wendbare stem, me maar matig bekoren. Te gesofisticeerde pop of speelde haar begeleidingsband teveel met de handrem op?

Nee, dan liever Strand Of Oaks, uit Philadelphia, die het met veel minder middelen moesten doen in het café. Strand Of Oaks staat in feite voor Timothy Showalter, een man die eruit zag alsof hij in een metalband speelde maar hij klonk allerminst als een gekeeld varken. Integendeel, zijn stem smaakte hemelszoet. Soms heb je niet veel nodig om boeiende muziek te maken : een stem, een gitaar en wat drums. Maar hier klonk die stem nooit minder dan indrukwekkend, fonkelde zijn gitaar weids en majestueus en bleek de drummer een waar geheim wapen. Jason Slots leek wel te toveren met zijn drumstokken. Toen hij halverwege de set het podium verliet om Timothy Showalter zijn ding alleen te laten doen (waarin hij met verve slaagde) hoopte ik al vlug dat hij snel terug zou keren en ik was zeker niet alleen met die gedachte. Dit optreden in De Zwerver was het eindpunt van een 16 maanden durende tour en het werd er eentje om in te lijsten. Achteraf nam vriend Timothy nog eens ruim de tijd om de mensen die vooraan stonden te knuffelen.

Na deze hartverwarmende en in al zijn eenvoud schitterende set terug naar de tent voor afsluiter Seasick Steve die op zijn beurt alle harten voor zich won. Het recept is bekend en onveranderd. Primitieve blues op zelfgebouwde gitaren, een meisje uit het publiek pikken voor wie hij dan een liedje zong, ostentatief een fles wijn aan de lippen zetten waarop het volk hem telkens weer luidkeels aanmoedigde,.... Voorspelbaar als de pest en toch kon ik er opnieuw breed grijnzend van genieten. Seasick Steve blijft gewoon een onweerstaanbaar sympathieke kerel die ondanks het succes, dat hij nu toch al een ettelijk aantal jaren kent, nog geen spat veranderd is. Uiteraard kent hij intussen alle trucs om de toeschouwers voor zich te winnen door en door maar dat hypothekeerde zijn set allerminst en sloot hij samen met drummer Dan Magnusson Leffingeleuren in schoonheid af.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4061

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge  

Pagina 85 van 147