logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26
Festivalreviews

Gentse Feesten 2026 - Circle Unbroken + Painted Scars - de vlucht Vooruit!

Geschreven door

Gentse Feesten 2026 - Circle Unbroken + Painted Scars - de vlucht Vooruit!
Gentse Feesten 2026
Korenmarkt
Gent
2026-07-23
Erik Vandamme

De Gentse Feesten zijn intussen meer dan een week aan de gang. Voor ons werd het een dubbel weerzien: niet alleen met de Gentse Feesten zelf, maar ook met Circle Unbroken, een band die we al van in ’t begin op de voet volgen. Circle Unbroken werd in 2015 opgericht door toetsenist Franky, bekend van onder meer Iron Mask, Entering Polaris en Rik Priem's Prime. Met zangeres Marieke vond hij de ideale muzikale partner om zijn visie vorm te geven.
Een jaar later verscheen het debuutalbum ‘Vincere’ via het Nederlandse Painted Bass Records, waarna het een tijd stil werd rond de band. Tot voor kort, want met een indrukwekkend optreden in de Crossover bewees Circle Unbroken onlangs nog dat het nog lang niet is uitgespeeld.
Ook Painted Scars wist ons al eerder volledig te overtuigen. Sinds hun optreden op Devils Rock For An Angel 2024 dragen we de band een warm hart toe.
Voor beide groepen vormde de passage op de Korenmarkt tijdens de Gentse Feesten een uitgelezen kans om zich aan een veel breder publiek te presenteren. Die kans grepen ze met beide handen. De avond sloten we af met niemand minder dan Metallica... of toch bijna. De Belgische tributeband MAGNETICA zorgde voor een explosieve afsluiter die de Korenmarkt nog één keer volledig op zijn grondvesten deed daveren.

Painted Scars - Een band die als één geheel groeit
Sommige bands overtuigen al bij een eerste kennismaking. Andere zie je groeien, optreden na optreden. Painted Scars behoort duidelijk tot die tweede categorie. We zagen de band de voorbije jaren verschillende live aan het werk en telkens viel er vooruitgang te bespeuren.
Op de Gentse Feesten werd die evolutie meer dan ooit bevestigd. Uiteraard blijft frontvrouw Jassy 'Hyacien' Blue de meest opvallende verschijning op het podium. Met haar indrukwekkende vocals, aanstekelijke energie en natuurlijk charisma weet ze alle blikken naar zich toe te trekken.
We zagen nu een band die als collectief een enorme stap vooruit heeft gezet. Het samenspel oogt hechter dan ooit. De gitaren klinken voller en krachtiger, de ritmesectie legt een stevige fundering en de muzikanten stralen zichtbaar spelplezier uit. Iedereen lijkt dezelfde richting uit te kijken, waardoor Painted Scars vandaag aanvoelt als een geoliede machine.
Vanaf opener “Glow in the Dark” zat de vaart er meteen goed in. Eigen werk als “Live and Alive”, “Liquid Gold” en “Knock Knock” liet horen dat de band niet alleen technisch groeit, maar ook steeds meer zelfvertrouwen uitstraalt. Met “Freedom” ging het gaspedaal nog wat dieper in en kreeg het publiek nauwelijks de kans om op adem te komen.
Dat Painted Scars zich ook covers eigen kan maken, bewezen ze opnieuw met een fenomenale uitvoering van “Black Velvet”. De klassieker van Alannah Myles kreeg een eigen smoel en groeide uit tot een van de absolute hoogtepunten van de set. Het was zo'n moment waarop de Korenmarkt even helemaal stil leek te vallen om vervolgens in luid applaus uit te barsten.
De finale liet niets aan de verbeelding over. Met “Nobody’s Wife”, “Highway to Hell” en een knallende afsluiter “Higher” trok de band alle registers open. Het publiek ging gretig mee in het enthousiasme.
Na hun sterke passage op Devils Rock For An Angel in 2024 en een overtuigend optreden op Goera Rock eerder dit jaar, bevestigt Painted Scars op de Gentse Feesten dat de stijgende lijn zich onverminderd doorzet.
De band beschikt over een charismatische frontvrouw, sterke songs én - misschien nog belangrijker - een groep muzikanten die elkaar steeds beter vindt. Als ze deze evolutie kunnen vasthouden, lijkt een doorbraak naar een nog groter publiek slechts een kwestie van tijd.
Setlist:
Glow in the Dark  // Won't Give Up // LIFE And ALIVE // Hit me with your best shot // Are You gonna go my way // Liquid Gold // Knock Knock // Freedom // Familair Taste of Freedom// On top of you // Are you gonna be my girl / Vida Loca Medley // Black Velvet // Nobody's wife // Highway to Hell // Enough is Enough // Higher

Circle Unbroken - Alsof de tijd had stilgestaan
Na jaren van relatieve stilte was het optreden van Circle Unbroken op de Gentse Feesten veel meer dan zomaar een festivalshow. Voor ons voelde het vooral als een warm weerzien met een band die we al sinds haar beginjaren volgen. En het mooiste van alles? Het leek alsof de groep nooit was weggeweest.
Vanaf de eerste tunes stond Circle Unbroken als een huis. De muzikanten vinden elkaar nog steeds blindelings. Dat mag ook niet verbazen: stuk voor stuk zijn het ervaren muzikanten. Hun technische bagage - messcherpe gitaarpartijen, sfeervolle keys en een ritmesectie die blijft doordenderen - staat ten dienste van de songs. Frontvrouw Marieke is het stralende middelpunt van de set. Haar heldere stem klinkt indrukwekkend, maar het is vooral haar theatrale podiumprésence die blijft fascineren. Ze zingt niet alleen de nummers, ze beleeft ze, en neemt het publiek mee.
Met “In the Shadow of My Bones” werd de toon meteen gezet. De keuze om “Enjoy the Silence” van Depeche Mode te coveren was gewaagd, maar Circle Unbroken slaagde erin de klassieker volledig naar zijn hand te zetten. De essentie van het origineel bleef behouden, terwijl de band er tegelijk een heel eigen interpretatie aan gaf. Zo hoort een cover te klinken. Gaandeweg kreeg de groep steeds meer vat op het publiek. Nummers als “The Call” en “Bad Romance” bewezen hoe breed het muzikale palet van Circle Unbroken vandaag is. Opvallend daarbij is dat de band zich minder laat vastpinnen op pure metal dan vroeger. Zonder de kracht van het genre te verliezen, kiest Circle Unbroken vaker voor melodie, dynamiek en sfeer. Die evolutie voelt natuurlijk aan en opent nieuwe muzikale mogelijkheden.
Tegen het einde van de set verscheen ook Jassy van Painted Scars op het podium. Haar krachtige stem bleek een perfecte aanvulling op die van Marieke, een extra emotionele en energieke dimensie.
De finale met “Black Fire”, “Circle Unbroken” en een ronduit sublieme uitvoering van “Portrait” vormde het absolute hoogtepunt.
Een optreden dat nazinderde. Een terugkeer door de grote poort. Circle Unbroken bewees op de Gentse Feesten niet alleen dat het niets van zijn klasse heeft verloren, maar ook dat het muzikaal nieuwe horizonten durft op te zoeken. Met een nieuw album in aantocht belooft de toekomst.
Setlist: Intro + Odyssey // In the shadow of my Bones // Ejoy the Silence // Salomé / Warriors  Wife  Lament // Damantio // The Call // Bad Romance // The incantation // Titanium //Black Fire // Circle Unbroken // Portrait

MAGNETICA - Een tributeband die meer doet dan kopiëren
We geven het eerlijk toe: tribute- en coverbands zijn zelden aan ons besteed. Hoe goed de muzikanten ook zijn, meestal blijft dat gevoel knagen dat niets kan tippen aan het origineel. Als Metallica-fan van het eerste uur stonden we dan ook met een gezonde dosis twijfel voor het podium van MAGNETICA.
Die twijfel verdween echter al na de eerste nummers. “Fuel” en “The Four Horsemen” maakten meteen duidelijk dat MAGNETICA veel meer doet dan Metallica kopiëren. De band brengt de songs met dezelfde explosieve energie, maar voegt er tegelijk een eigen dynamiek aan toe. Ze vermijden op die manier de val waarin zoveel tributebands terechtkomen: technisch perfect spelen, maar zonder ziel.
Klassiekers als “Battery”, “Master of Puppets” en “One” kregen alle respect die ze verdienen, zonder dat het louter een exacte kopie werd. Net daarin schuilt de kracht van MAGNETICA. De band durft de nummers een eigen karakter mee te geven, zonder de essentie van Metallica uit het oog te verliezen.
Het enthousiasme op de Korenmarkt groeide. “Wherever I May Roam” en “Sad but true” werd luid meegezongen, terwijl “Enter Sandman” bewees dat MAGNETICA ook de meer atmosferische kant van Metallica overtuigend weet neer te zetten.
Een applaus van herkenning en waardering waarop de band deze klassiekers bracht. De finale met ”Creeping Death”, “Whiplash” en het uit volle borst meegebrulde “Seek & Destroy” zorgde voor een laatste adrenalinekick.
MAGNETICA bewees dat een tributeband meer kan zijn dan een kopie. Soms is passie, vakmanschap en spelplezier voldoende om zelfs de grootste twijfelaars te overtuigen.
Setlist: Soundtrack : Never - Long intro//Fuel // The four Horseman // Harvester of Sorrow // Battery // Maser of Puppets // One // The Memory Remains // Blackened // Wherever I May Roam // Sad But true // Enter Sandman // Creeping Death // Bells // Whiplash // Seek and Destroy

Organisatie: Gentse Feesten (Korenmarkt) 

DOEL Festival 2026 - Hypnotiserende techno op DE uniekste locatie van de festivalzomer

Geschreven door

DOEL Festival 2026 - Hypnotiserende techno op DE uniekste locatie van de festivalzomer
DOEL Festival 2026
Doel
2026-07-25
Audric Govaert

(BLANKA, Partiboi69, BAMBII etc)

Vanuit je shuttlebus plots de oude kerncentrale van Doel zien opduiken, het festival was nog niet eens begonnen maar dat dit een unieke festivaldag zou worden was al meer dan duidelijk. Je hoeft de geschiedenis van het dorp niet eens volledig te kennen om meteen meegezogen te worden in de mysterieuze sfeer van de omgeving.
Neen, Doel is geen spookdorp en dat probeert dit festival nu al voor een vijfde editie (jubileumeditie!) in de verf te zetten, missie meer dan geslaagd vonden meer dan 5000 bezoekers.
5 jarig bestaan? Het perfecte moment om naast de gebruikelijke elektronische line-up nu ook live-bands te programmeren, een waar dorpsfeest. Punk-rock op het kerkplein, violisten een paar straten verder, reggae op een kruispunt, drag-performances verstopt in verlaten huizen, maar vooral hypnotiserende techno. De mix van een goeie programmatie met sterke licht+rook visuals zorgde voor een dag waarop de wereld even stil leek te staan, in Doel telde tussen 12- en 2uur enkel de muziek.

Dat het festival het volledige dorp in beslag nam, zorgde voor een indrukwekkende samenstelling van podia en settings. Waar de ‘Pastorij’ deed denken aan een spontane street-rave, werd in de ‘Bungalow’ een verlaten woning gebruikt als zomers dj-podium. Ook de ‘Garage-box’ sprak tot de verbeelding. Het is dan ook jammer dat in de grootste stage ‘Haven’, een industriële stalen constructie op een grasveld bij de ingang, amper elementen van het dorp terug te vinden waren. We zien dit heel snel door de vingers want als we eerlijk zijn klopte organisatorisch alles tot in de puntjes.
De Belgisch-Spaanse Mariona gebruikte haar vroeggeprogrammeerde set om met haar zomerse beats de festivalgangers in het dorp te lokken. Spannend werd haar set nooit, maar daar beloofden de nachtelijkere artiesten wel nog voor te zorgen.
Als een eendagsfestival in totaal meer dan 40 sets aan je voorschotelt is het onmogelijk overal bij te zijn, maar FOMO overheerste nooit. Eerder een gevoel dat er overal wel iets te zien was, voor iedereen wat wils. Hewan Aman op de Pastorij en Leafar Legov (Live) gingen mee op de zomerse inzet van deze zaterdagnamiddag.
Onverwacht hoogtepunt om 19 uur, niet in de vorm van een dj-set. Rehash Neu Klang uit Antwerpen zorgde voor een strakke postpunk-set die in een half uur voor meer extase zorgde dan menig internationale band in een volledig concert. Niet verrassend, techno en punk vinden al sinds het begin van hun bestaan sterke overlap, mooi dat Doel hierop durfde inspelen.
Met Partiboi 69 kregen we om 20 uur meteen al de grootste naam van de line-up te zien. Een uur vol energie, zoals we van het Australisch fenomeen gewoon zijn.
Voor wie verrassende of hoogstaande techno zocht, was de Haven-stage tussen 20 en 21uur niet het juiste adres, maar het is ondenkbaar dat iemand hierbij kon blijven stilstaan. Dat de zon stilaan onder begon te gaan was ergens jammer, de eindsprint kon beginnen, er bleven nog maar enkele uren van deze unieke festivaldag over.
Maar als deze uren worden ingeleid door de Spaans-Berlijnse Blanka, kunnen we alleen maar dankbaar zijn. Haar set is goed uitgewerkt, light-show inclusief. Minimale techno-structuren worden afgewisseld met verrassende hedendaagse afwisselingen in intensiteit. Het zou voor niemand als een verrassing mogen komen dat deze vrouw de bekendste Berlijnse clubs al meerdere keren mocht headlinen, we geven Berghain meer dan gelijk. Nagenieten met Efdemin & nthng.

Het is nog onzeker hoeveel edities dit event kan blijven doorgaan. Moeilijk als je missie als festival is een dorp terug te doen opleven, maar daardoor ook je eigen festivalsetting terug weg te geven. Dankbaar dat we erbij mochten zijn, dat is zeker.

Organisatie: DOEL festival

Raut Oak Fest 2026 - Festival met het mooiste podiumdecor

Geschreven door

Raut Oak Fest 2026 - Festival met het mooiste podiumdecor
Raut Oak Fest 2026
2026-07-10 t-m 2026-07-12
Riegsee (Beieren)

… Als we de divorce-party van organisator Christian, waarop ook een band optrad en waarmee alles begon, buiten beschouwing laten, was dit de elfde editie van Raut Oak Fest. Meteen ook de tiende keer dat James Leg afzakte naar het Beierse Riegsee, dat deel uitmaakt van de Landkreis Garmisch-Partenkirchen, vooral bekend van het schansspringen op nieuwjaarsdag. De Duitse organisatoren wisten James Leg immers te strikken op het Deep Blues Festival in Clarksdale (Mississippi) met de belofte dat hij voortaan op elke editie van hun festival welkom zou zijn. Die belofte werd nagekomen en mocht uiteraard gevierd worden. Maar daarover later meer.
Raut Oak Fest is een DIY-festival zonder sponsors die de beste undergroundbands uit de blues, garagerock, psychedelica en aanverwante genres naar zijn feeërieke locatie weet te lokken. Een podium met de monumentale Alpen als decor: daar raak je nooit op uitgekeken. Het weer bleek geen spelbreker: de gevreesde hitte bleef grotendeels uit. En als het dan toch te warm werd kon men steeds verkoeling zoeken onder de imposante eik in het midden van de festivalweide.

vrijdag 10 juli 2026
Gewalt, een trio uit Berlijn, mocht de spits afbijten. Zanger-gitarist Patrick Wagner vertelde dat hij zichzelf ooit beloofd had nooit bij daglicht te spelen maar dat hij voor Raut Oak met plezier - en inmiddels al voor de tweede keer - een uitzondering maakte. Of zijn electro noise-rock in het duister echt beter tot zijn recht zou komen, valt nog maar te bezien. Het visuele plaatje - Wagner geflankeerd door twee bevallige dames op gitaar en bas - mocht er zeker zijn, maar de muziek werd te vaak gebruuskeerd door 'industrial' geweld om me uit de schaduw van de eik te lokken, terwijl de drumcomputer het afstandelijk gevoel alleen maar versterkte.

Karkara, een trio uit Toulouse, wist me een stuk meer te bekoren. Karkara mag dan in het Tunesisch voor punks of slackers staan, muzikaal leek het trio zich toch in een andere wereld te bevinden. Zanger Karim Rihani, gehuld in een Daniel Johnston-t-shirt, liet tijdens de instrumentale opener meteen horen dat hij een begenadigd gitarist is. Dit was werkelijk begeesterende psychedelica. Van zodra de zang erbij kwam boog het geluid langzaam richting stoner. En dat bleek niet altijd een even gelukkige keuze. Maar de drive bleef onverminderd aanwezig, terwijl de sporadische Moog-interventies van Hugo Olive best wel smaakvol waren. Jammer dat de nummers wat te lang werden uitgesponnen - typisch stoner, zeker? - maar tijdens de subtielere passages was Karkara zeker meer dan genietbaar.

pôt-pot, zonder hoofdletter geschreven, is een Iers-Portugees quintet dat zich gretig wentelt in de psychedelica. Het leek een onwaarschijnlijke combinatie maar het werkte wonderwel. En er waren nog meer onwaarschijnlijkheden. Zo bespeelde Elaine Malone het harmonium, een instrument dat me nogal onhandig lijkt en waarvan de klank al snel zou kunnen gaan vervelen. Zo niet hier: het nestelde zich gracieus in de stuwende krautrockgrooves. Instrumentaal was deze hypnotiserende psychedelica werkelijk weergaloos, maar helaas wist de zang dat niveau nooit te evenaren. Vooral toen drummer Mark Waldron-Hyden zijn lyrics afstandelijk begon te declameren, verdween de magie. Toch bleef dit een mooie set en kan ik hun debuut "Warsaw 480km", gemasterd door de alomtegenwoordige Mickey Young, aanbevelen.

Aanvankelijk stond Sjock 50 op de planning en was ik absoluut niet van plan om naar Riegsee af te zakken. Tot ik plots Daughter of the Vine in de line-up van Raut Oak zag opduiken. Die naam alleen volstond om me te doen besluiten de trip van 950 km naar Riegsee te maken. Veel keuze had ik trouwens niet: dit was hun enige optreden in Europa. Heel wat wenkbrauwengefrons opgemerkt toen ik dit aan vrienden probeerde uit te leggen. Ook op het festival zelf leek niemand deze band uit Cambridge, Massachusetts te kennen, behalve Christian van Raut Oak, die hen speciaal voor de gelegenheid liet overvliegen. Toch prijkte hun debuut "Mystic Valley PKWY" helemaal bovenaan mijn eindejaarslijstje van 2024. Daughter of the Vine is de nieuwe band van Margaret Garrett, frontvrouw van het onsterfelijke Mr. Airplane Man. De overige groepsleden zijn zanger-gitarist Gregory Porter (The Concerns), bassist Chris Lohring en drummer Kurt Davis (The Konks en in een ver verleden ooit zanger bij Bullet LaVolta).
Met die nieuwe groep kiest Margaret resoluut voor de psychedelica, maar voor wie haar soloalbum "Live at the Charles River Museum of Industry" heeft gehoord komt die keuze allerminst uit de lucht komt vallen.
Daughter of the Vine begon meteen met een van hun beste nummers: "Camera", afkomstig van de EP "Sonic Projection", die helaas alleen digitaal verkrijgbaar is. De bedwelmende gitaren en zoemende bas creëerden een hypnotiserende groove die me naar een transcendente wereld voerde. De angelieke zang van Margaret versterkte dat gevoel alleen maar. Soms wat zweverig maar met net genoeg ballen om mijn rock-'n-rollhart niet te schofferen. Niets dan hoogtepunten, maar toch wil ik er twee uitlichten. "Cosmic eye" met heerlijk repetitieve gitaren die een paar keer loos mochten gaan, en "Meant to be high", dat eindigde in een uitbundig gezongen "Glory, glory (Lay My Burden Down)". Plots werd ik echter bruusk uit mijn trance gewekt toen de stroom uitviel. Kurt Davis bleef nog minutenlang doordrummen, terwijl Margaret van de gelegenheid gebruik maakte om wat te mediteren.
Na een vrij lange stroompanne kon de band uiteindelijk toch nog afsluiten met het stevige "Object/Actor". Hoewel ik hier mateloos van genoten had, bleef ik toch met het gevoel zitten dat dit beter tot zijn recht zou komen in de intimiteit van een kleine club.

Dat we met Daughter Of The Vine het beste van Raut Oak '26 hadden gezien leek toen al buiten elke discussie te staan. Maar die mening moest ik meteen herzien, want The Schizophonics speelden alle concurrentie op een hoopje. Wat een explosie van energie! Het trio uit San Diego kwam zo mogelijk nog wilder voor de dag dan een week eerder in de 4AD. In een wervelende set, die heel toepasselijk begon met Rufus Thomas' "Tiger Man", werden meteen alle remmen losgegooid. De onwaarschijnlijke capriolen van frontman Pat Beers trokken het publiek als een magneet naar voren, waarna hij zich roekeloos in de menigte wierp en eigenhandig een moshpit ontketende. De voortdurend buitelende en onvermoeibaar in de spagaat duikende Beers leek de ultieme belichaming van rock-'n-roll. Achter hem hadden drumster Lety Beers en bassiste Sarah Linton duidelijk de tijd van hun leven terwijl ze de motor van de onstuitbare drive vormden. De ongebruikelijke mix van authentieke rock-'n-roll en vuige Detroit-protopunk, gekruid met een vleugje Jimi Hendrix en wat soulinvloeden, was simpelweg onweerstaanbaar. Achteraf bleek Pat Beers de minzaamheid zelve. Breed lachend poseerde hij geduldig met zowat iedereen voor een selfie.

Pretty Lightning, een duo uit het Duitse Saarbrücken wist me in 2020 aangenaam te verrassen met "Jangle Bowls", een album waarop broeierige zuiderse blues en psychedelische rock elkaar moeiteloos vinden. Intussen is er een derde man aan boord gehesen en is ook muzikaal het een en ander veranderd. De laatste plaat, "Night wobble", die ze hier kwamen voorstellen is volledig instrumentaal en heeft nog maar weinig gemeen met de plaat waarmee ik hen leerde kennen. De podiumopstelling, waarbij bassist en gitarist op een stoel vlak voor het drumstel tegenover elkaar zaten en elkaar in de ogen keken, zorgde voor een intieme sfeer. Ook muzikaal hielden ze het intiem maar hun stoffige mix van spaghettiwestern scores en trippy psychedelica zorgde voor net iets te weinig rimpelingen. Dit was niet het Pretty Lightning waar ik naar had uitgekeken.

zaterdag 11 juli 2026
De keuze voor The Jackson Pollock als bandnaam leek me toch iets te prestigieus. De manier waarop het duo uit Bologna muziek maakt vertoont misschien gelijkenissen met de werkwijze van de Amerikaanse kunstschilder, het eindresultaat allerminst. Veelbelovend aangekondigd als rauw en luid. Dat was het zeker, maar ook erg rudimentair en onbeholpen. Drumster Emily oogde niet alleen spectaculair, ze klonk ook zo. Haar zang daarentegen klonk schril en weinig toonvast. Dat hoefde op zich geen hinderpaal te zijn, gitarist Davide bleek dat helaas wel. Voortdurend met zijn rug naar het publiek gekeerd bleef hij zielloos op zijn gitaar rammen. Ik hou absoluut van primitieve muziek maar ook daar zijn grenzen aan.

Het was nog vroeg op de middag, maar met The Reverend Beat-Man & Milan Slick uit het Zwitserse Bern kende Raut Oak op zaterdag al een eerste hoogtepunt. De koning van de bluestrash, die al sinds 1986 de podia teistert, heeft in Milan Slick een jonge zielsverwant gevonden. Het bleek een gouden combinatie en ik meen zelfs dat ik The Beat-Man nooit eerder zo sterk bezig zag. Net als de Reverend zelf combineerde Milan Slick drums met gitaar, die hij te gepasten tijde inruilde voor een orgel. Milan, die met zijn gitaar uitgebreid tussen het publiek zwierf, tilde met zijn interventies de primitieve blues naar een hoger plan. De Reverend brulde zijn als vanouds provocerende lyrics met een bijzonder rauwe strot, waarmee hij een enkele keer zelfs in de buurt van de Tuvaanse keelzang kwam. Daarbij mocht een sneer naar de AfD niet ontbreken. Hoewel hij even van zijn stoeltje donderde bewees Reverend Beat-Man dankzij Milan Slick een nieuwe adem te hebben gevonden.

Hoewel ik hun net verschenen nieuwe plaat "Van Jams Vol.1" wat vind tegenvallen, heb ik met volle teugen genoten van The Hooten Hallers. Het trio uit Columbia, Missouri maakte zich er gelukkig niet van af met een voorstelling van die nieuwe plaat, maar putte uit een mooie selectie van hun inmiddels zeven albums tellende repertoire. De set werd feestelijk geopend met "Life during wartime" van Talking Heads, een cover die ze zich moeiteloos eigen maakten. The Hooten Hallers toonden eigenlijk twee gezichten. Wanneer gitarist John Randall de zang voor zijn rekening nam, bevond de band zich op een vreemd kruispunt tussen glamrock en rootsrock. Terwijl de falset van drummer Andy Rehm de groep feilloos richting soul loodste, zoals bleek uit zijn schitterende cover van "The Rubberband Man" van The Spinners. Maar het geheime wapen van The Hooten Hallers blijft de baritonsaxofoon van Kellie Everett. Zij zorgt ervoor dat de groep net iets unieker klinkt dan het legioen aan rootsrock- en americanabands.

En dan werd het tijd voor een terugkerend fenomeen op Raut Oak: James Leg, organ grinder from Chattanooga, Tennessee! Dit was al de tiende keer dat hij er mocht optreden en dat mocht zeker niet onopgemerkt voorbijgaan. Maar eerst bracht hij nog een gewone set. Al is 'gewoon' bij James Leg natuurlijk een relatief begrip. De man schreeuwde naar goede gewoonte weer de ziel uit zijn lijf met een stem die ondanks die immense rasp steeds soulvoller lijkt te klinken. Daarbij haalde hij vingervlug uit op zijn overstuurde Fender Rhodes, terwijl pompende bastoetsen voor een onweerstaanbare groove zorgden. Het uitermate explosieve drumwerk van Marlon Saquet uit Straatsburg vormde de kers op de taart van dit begeesterende spektakel. Die onwaarschijnlijke mix van gospel, soul, blues en rock-'n-roll blijft zonder meer uniek, terwijl ook de stilaan vertrouwde covers, "A forest" (The Cure) en "Can't stop thinking about it" (The Dirtbombs), tot de verbeelding blijven spreken. Met de stralende zon intussen pal in het gezicht sloot James Leg een alweer beklijvende set af met de ultieme Black Diamond Heavies-song "Fever in my blood".
Mooi, al begin ik stilaan wel te snakken naar nieuw werk. Achteraf beloofde hij nogmaals werk te zullen maken van een nieuwe plaat. Ik ben benieuwd of er eindelijk eens iets van in huis zal komen.

Kosten noch moeite werden gespaard om de tiende passage van James Leg op Raut Oak de nodige glans te geven. Voor deze bijzondere gelegenheid werd een unieke set in elkaar gesleuteld, 'James Leg & Special Guests', met enkele gastartiesten die speciaal hiervoor naar Riegsee afreisden. Het oogde vooraf behoorlijk indrukwekkend, maar veel vertrouwen had ik er toch niet in. De ervaring leert me dat dit soort toestanden maar al te vaak verzanden in oeverloze, vervelende jams. Maar dat gebeurde hier nu eens niet: van de eerste tot de laatste seconde bleef het genieten geblazen. James Leg liet zich duidelijk geen tweede keer verrassen door de zon en verscheen dit keer gewapend met hoed en zonnebril op het podium.
De eerste gasten waren Catl., een duo uit Toronto bestaande uit Jamie Fleming (gitaar, zang) en Sarah Kirkpatrick (drums, zang). Zij brachten bijzonder energieke garageblues die, in combinatie met het bezielde pianospel van James Leg, me meermaals deed denken aan "Exile on Main St.", het onaantastbare meesterwerk van The Rolling Stones. De vergelijking lijkt misschien hoog gegrepen maar wat Catl. hier neerpootte, soms met wat extra steun van Andrew 'Bonneville' McGibbon (gitaar) en CW Ayon (mondharmonica), zorgde voortdurend voor gensters. Daarna mochten The Hooten Hallers, die eerder op de dag met hun eigen set al behoorlijk wat indruk hadden gemaakt, opdraven.
Het trio stelde zich volledig ten dienste van James Leg en blies daarbij twee lang niet meer gehoorde Black Diamond Heavies-nummers nieuw leven in. Onze jubilaris haalde vocaal nog eens alles uit de kast tijdens het stemmige "Bidin' my time" en het uitzinnige "Take a ride", oorspronkelijk van T-Model Ford.
Dat ook The Bonnevilles van de partij waren mag geen verrassing heten. Het duo uit Belfast steekt zijn bewondering voor James Leg immers niet onder stoelen of banken. Gitarist Andrew McGibbon en drummer Chris McMullan, beiden in een onberispelijk wit hemd, vlogen er zoals verwacht dolenthousiast in. Samen met een zichtbaar genietende James Leg en een zich bescheiden opstellende Pedro De Dios, gitarist van Guadalupe Plata, ramden ze zich door een reeks behoorlijk beukende nummers. The Bonnevilles brachten elektriserende garageblues met een hoog punkgehalte: het Noord-Ierse antwoord op Left Lane Cruiser als het ware. Deze uitputtingsslag eindigde uiteindelijk met iedereen samen op het podium, met uitzondering van een paar drummers die het veld moesten ruimen voor Marlon Saquet. Veel finesse hoefde je van zo'n bende niet te verwachten, maar het door James Leg gebrulde "Fire and Brimstone" (Link Wray) bleek een fraaie apotheose van deze feestelijke set.

Na dat intense geweld had ik even moeite om me op te laden voor de volgende band. Die band was Guadalupe Plata, een duo uit het Andalusische Úbedo met zes titelloze platen op het actief. Een gevestigde waarde bovendien, die hier al verschillende keren mocht aantreden. Zanger-gitarist Pedro De Dios en drummer Carlos Jimena gaven de blues een geheel eigen invulling. Rauw en onconventioneel, maar tegelijk ook ingetogen met wat psych- en surfinvloeden. Hierbij kregen ze soms de hulp van een tweede zanger, nauwelijks zichtbaar vanuit mijn positie, die met zijn bijdrage een vleugje flamenco toevoegde. Bekendste nummer was zonder twijfel de traditional "El cóndor pasa". Soms dreigde het wat te veel te gaan kabbelen maar gelukkig werd die grens nooit echt overschreden.

Intussen was het middernacht en weigerden mijn leden verder dienst, waardoor ik Katharr, een instrumentaal duo uit München, miste.

zondag 12 juli 2026
Zondagmiddag raakte ik verzeild in een diepgaand gesprek met de artiest voor wie ik naar Riegsee was gekomen, waardoor ik de eerste groep miste. Nochtans had ik Dead Wolf, een trio uit het Duitse Rosenheim, met dikke stift aangekruist. Helaas heb ik hun optreden enkel op de achtergrond gehoord. Hun muziek wordt omschreven als heavy garage blues maar ik hoorde toch vooral de rauwe, primitieve blues die in de jaren negentig op Fat Possum furore maakte. En laat dat nu net de blues zijn waar ik het meest op verlekkerd ben. Ik kan dan ook alleen maar hopen dat Dead Wolf ooit nog eens in mijn contreien optreedt

Er was op zondag met onder meer CW Ayon, die twee jaar geleden nog zijn kat stuurde, heel wat blues te beleven. CW Ayon, die voor de helft Cherokee-bloed door de aderen heeft stromen, komt uit Las Cruces, New Mexico. Hij leerde gitaar spelen van zijn vrouw, een geschoolde muzikante, en nadat hij wat had aangemodderd in verschillende bandjes, trekt hij als one-man-band de wereld rond. Zichzelf begeleidend op gitaar en drums bracht hij een ontwapenende vorm van blues die zo uit de Fat Possum-catalogus had kunnen komen. Mooi, maar na een tijdje loerde de eenvormigheid toch om de hoek. Gelukkig dook gitarist Ben Todd van Lonesome Shack plots op, wat die pijn enigszins verzachtte.

The Hobknobs Is het nieuwe bandje van Arie van Vliet, voormalig frontman bij het Rotterdamse Lewsberg, een groep die ik echt wel kon smaken. Dit keer probeert hij het als duo, samen met zangeres Yaël Dekker van The Klittens uit Amsterdam. Op Raut Oak kregen ze evenwel versterking van bassiste Katja Kahana, eveneens afkomstig van The Klittens. Van Vliet heeft het juk van The Velvet Underground, waarmee Lewsberg voortdurend werd vergeleken, van zich afgeworpen. Dit klonk beduidend lichter en balanceerde ergens tussen Young Marble Giants en The Moldy Peaches. De wat afstandelijke praatzang van van Vliet contrasteerde fel met de zonnigere keelgeluiden van Dekker, maar het werkte wonderwel. De muziek leek soms kinderlijk eenvoudig en dat gold evenzeer voor de manier waarop ze gebracht werd. Zo stond de percussie op afzonderlijke cassettes, die na elk nummer moesten worden verwisseld. Ondanks die minimalistische aanpak bezweek ik voor de wankele charme van The Hobknobs en ik was zeker niet de enige want de band werd tot tweemaal toe teruggeroepen.

De leden van Lonesome Shack komen uit alle windstreken van de VS: Californië, New York en Seattle, zo vertelde zanger-gitarist Ben Todd. Dat hij zelf tegenwoordig in Londen woont, vergat hij gemakshalve. Todd ontpopte zich als een meesterlijke fingerpicker terwijl drummer Kristian Garrard en bassist Luke Bergman met evenveel klasse hun rol vervulden. Lonesome Shack joeg eerst de volledige nieuwe plaat "The Dance" erdoor, vooraleer zich aan het oudere werk te wagen. Niet dat dat veel uitmaakte, want veel verschil tussen oud en nieuw was er niet. Ben Todd klonk nog steeds als een veredelde versie van Junior Kimbrough, en dat is zeker niet pejoratief bedoeld. Hij mist wat van de rauwheid van die oude bluesheld maar zijn vreemde verfijning kan evenzeer hypnotiserend werken. Toch vond ik het een schitterende set, al had wat meer variatie zeker geen kwaad gekund.

Het was het tweede jaar op rij dat The Dharma Chain, een Australisch kwartet dat Byron Bay achter zich liet voor Berlijn, op Raut Oak te gast was. Dat zal wellicht geen toeval zijn, want de band viel duidelijk in de smaak bij het publiek. Op Bandcamp wordt hun muziek omschreven als een mix van shoegaze, postpunk en garagerock. Ik hoorde vooral psychrock en neo-psychedelica met af en toe zelfs een vleugje jaren '70 spacerock. De omfloerste zang van Amanda McGrath riep herinneringen op aan Tess Parks terwijl de groots galmende gitaren zo van The Brian Jonestown Massacre hadden kunnen komen, een band waarmee Parks trouwens een band heeft.
Op hun sterkste momenten klonk The Dharma Chain ronduit meeslepend en betoverend. Helaas gooiden de industriële synths van Benjamin Rompotis soms roet in het eten waardoor het geheel onnodig bombastisch begon te klinken. Gelukkig bleef de schade beperkt en bleek The Dharma Chain een waardige afsluiter van een mooi en aantrekkelijk festival.

Ik ben nu al benieuwd wat organisator Christian volgend jaar weer uit zijn hoed zal toveren.

Organisatie: Raut Oak Fest

Sjock 2026 – 50 jaar - Liefde voor authentieke rock-'n-roll

Geschreven door

Sjock 2026 – 50 jaar - Liefde voor authentieke rock-'n-roll
Sjock 2026
Festivalterrein
Gierle
2026-07-10 t-m 2026-07-12
Erik Vandamme

Vijftig jaar Sjock Festival. Alleen al daarvoor gaat het volume iets hoger. Terwijl zoveel festivals zich door hypes en trends laten meeslepen, bleef Sjock koppig zichzelf: welig vertier, een Zijne Heiligheid voor rock-'n-roll, punk, rockabilly en alles wat naar benzine, leer en bier ruikt. Geen franjes, geen modegrillen, maar vijftig jaar pure passie.
En precies daarom verdient Sjock een oorverdovend applaus. Sjock staat of valt bovendien niet met één grote headliner. Integendeel. Natuurlijk was het uitkijken naar Joan Jett & The Blackhearts en is Chris Isaak een publiekstrekker van formaat, maar de ware kracht van Sjock schuilt in de breedte van de affiche. Met namen als The Toy Dolls,  L7, Cock Sparrer, Jon Spencer, The Kids, The Paranoiacs, Street Dogs en Dwarves – om er slechts enkele te noemen – bewijst het festival dat het veel meer is dan een verzameling grote namen.
Hier draait het om ontdekkingen, sterke livebands en vooral om de liefde voor authentieke rock-'n-roll.

dag 1 - vrijdag 10 juli 2026
We trappen de eerste festivaldag af aan de Bang Bang Stage met The Queers (★★★★), die de Sjock formule moeiteloos bevestigen. De Amerikaanse punkrockband, opgericht in 1981, speelt op Sjock alsof ze gisteren pas begonnen zijn. Van routine is geen sprake: ze staan met de speelsheid en het enthousiasme van jonge wolven op het podium, binnen een energieke punkvibe. Met songs als “I Can't Stop Farting” en “Monster Zero” doen The Queers misschien niets wereldschokkends of vernieuwends, maar hun aanstekelijke aanpak overtuigt en lokt al vroeg op de dag een indrukwekkende toeloop.
Een opvallende vaststelling: Rockabilly lijkt even naar de achtergrond verdwenen op Sjock, al zal later blijken dat de programmatie op vrijdag een uitzondering is. Want tijdens die eerste festival dag werd het leuk gelinkt aan country invloeden.

Zo staat op de Titty Twister Stage – vroeger hét rockabillypodium bij uitstek – Ellis Bullard (★★★★). De band uit Austin, Texas, deelde eerder het podium met namen als Randy Rogers, Reckless Kelly en Cody Johnson, en dat hoor je. De tent is al goed gevuld en gaat gretig mee in de aanstekelijke countryklanken die het gezelschap brengt. Opvallend is hoe Ellis Bullard de klassieke countrycomfortzone verlaat en geregeld de pure rock-'n-roll opzoekt. Net die avontuurlijke aanpak maakt deze band zo interessant.

Op de Main Stage is het de beurt aan Mariachi El Bronx (★★★★½). Dezelfde muzikanten zouden een dag later nog terugkeren als The Bronx, maar vandaag krijgen we een totaal ander verhaal. De band vermengt westerse punkrock met traditionele Mexicaanse mariachi. Akoestische gitaren, violen, trompetten en een uitbundige samenzang, zorgen voor een stevig, opzwepend dansfeest met een hoek af. Gehuld in traditionele zwarte kostuums zwepen de bandleden het publiek op. De vioolpartijen zorgen bovendien voor een folky inslag, die perfect aansluit bij de zinderende temperaturen op de festivalweide.

Ook Emily Nenni (★★★★) blijft trouw aan de countrytraditie. De Amerikaanse zangeres houdt het klassieke honky-tonkgeluid springlevend met een krachtige stem en een innemende podiumprésence. Soms intiem, dan weer uitbundig en dansbaar, weet ze de tent tot ver achteraan in beweging te krijgen. Nenni geeft de klassieke countrysound een eigentijdse twist en krijgt het publiek moeiteloos mee.

Omdat de Main Stage en de Bang Bang Stage elkaar geregeld overlappen, moeten er keuzes worden gemaakt. Alsof dat nog niet moeilijk genoeg is, wordt ook de wedstrijd België-Spanje op een groot scherm uitgezonden, waar eveneens heel wat festivalgangers verzamelen. Wij kwamen echter vooral voor de muziek.

The Lords of Altamont (★★★★½) – alleen al die bandnaam – serveren een broeierige cocktail van psychedelische rock en garagerock, overgoten van een mysterieus sausje. Nummers als “Death on the Highway” en “Rusty Guns” slaan meteen aan. Frontman Jake Cavaliere doet qua uitstraling wat aan Joey Ramone denken, terwijl muzikaal vooral de seventies-hardrock doorschemert. Toch klinkt de band nergens gedateerd. Integendeel, door een flinke dosis experiment aan hun sound toe te voegen, blijven ze verrassend fris en eigentijds. Een van de absolute toppers van de dag.

Dat geldt misschien nog meer voor Vandoliers (★★★★★). In hun biografie staat te lezen dat ze country, folk en bluegrass combineren met een punkattitude. Geen woord daarvan is overdreven. De Texanen zorgen voor het absolute hoogtepunt van de vrijdag – zelfs los van de sterke afsluiter Chris Isaak. Met songs als “Troublemaker”, “Endless Summer” en “Every Saturday Night” volgen de adrenalinekicks elkaar in sneltempo op. De combinatie van pure rock-'n-roll, folk en country doet de tent letterlijk daveren. Tijdens de afsluitende cover van “I'm Gonna Be (500 Miles)” van The Proclaimers verandert de hele tent in één uitgelaten dansvloer. Klasse.

Dat betekent allerminst dat Chris Isaak (★★★★½) in de schaduw blijft staan. De Amerikaan laveert  tussen crooner en rockster, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Na “Beautiful Homes” en “Somebody’s Crying” volgt de klassieker “Wicked Game” al verrassend vroeg in de set. Vervolgens haalt Isaak nog enkele iconische covers boven, waaronder Roy Orbisons “Oh, Pretty Woman” en Elvis Presleys “Can't Help Falling in Love”, waarmee hij menig verliefd koppel nog dichter tegen elkaar aan doet kruipen.
Toch draait het allerminst om de covers alleen. Ook eigen werk als “Baby Did a Bad Bad Thing” en “Black Flowers” maakt diepe indruk. Chris Isaak is een ras entertainer die schakelt tussen ontroeren en uitbundig rocken. Bovendien gunt hij zijn uitstekende begeleidingsband alle ruimte om te schitteren, wat hem alleen maar sympathieker maakt.
Van routine of een obligate greatest hits-show is geen sprake. Isaak neemt zijn publiek mee op een muzikale trip die laveert tussen romantisch slowen in het gras en stevig headbangen. Het onderstreept nog eens met een wervelende finale waarin “The Way Things Really Are” de ultieme afsluiter vormt van een bijzonder geslaagde eerste festivaldag.

dag 2 - zaterdag 11 juli 2026
Rockers en punkers, verenigt u!, leek de leuze op de tweede festivaldag van Sjock.
Straight Arrows (★★★★) heeft zijn naam allerminst gestolen. Als een nietsontziende pijl schiet dit prettig gestoorde gezelschap alles aan flarden. De Australische vaandeldragers van de psychedelische garagepunk razen compromisloos door met een rauwe, fuzzed-out sound die niemand onberoerd laat. Een vlammende start van de dag op de Main Stage.

‘Daft Punk, maar dan de rockversie’, noteerden we. Misschien wat overdreven, maar Bob Log III (★★★★) stond moederziel alleen op het podium, gehuld in een opvallende motorhelm die onvermijdelijk aan Daft Punk deed denken. Muzikaal gebeurt er ondertussen van alles. Als multi-instrumentalist bewandelt hij de meest uiteenlopende muzikale paadjes, terwijl hij zijn optreden doorspekt met een flinke dosis absurde humor en theater. Bob Log III tilt rock-'n-roll zowel visueel als muzikaal naar een compleet andere dimensie en bewijst ermee een van de meest eigenzinnige figuren van de hedendaagse rockscene te zijn.

The Datsuns (★★★★) zijn voor ons geen onbekenden meer en hebben ondertussen een indrukwekkend parcours afgelegd. Ze brengen rock-'n-roll zoals die moet zijn: zonder franjes, recht door betonnen muren heen. Snedige gitaarriffs, smerige tot furieuze drums en een zanger die zijn stembanden tot het uiterste drijft, zorgen al vroeg op de dag voor de eerste echte moshpit.
The Datsuns blijven een van de meest onderschatte rockbands. Op Sjock bewijzen ze nog maar eens hoe energiek en authentiek ze zijn binnen het hedendaagse rocklandschap. Eerlijke, oprechte rockers waar we alleen maar respect voor kunnen hebben.

Het sprankelende Braziliaans-Deense duo The Courettes (★★★★), bestaande uit Flavia Couri (gitaar en zang) en Martin Couri (drums), draait intussen al enkele jaren mee in de Europese neogaragescene. De weg van de underground naar een goedgevulde festivaltent lijkt lang, maar daar trekken ze zich niets van aan. Alsof ze al decennialang samen op een podium staan, laten ze zonder verpinken het beest los. Met een onweerstaanbare mix van pure punk en rauwe rock-'n-roll slaan ze een brug tussen verschillende muzikale werelden. De ene energiebom volgt de andere op, waardoor het dak van de Titty Twister Stage er haast letterlijk af vliegt. Over een deugddoende uppercut gesproken...

Op de eerste festival dag genoten we al van Mariachi El Bronx, op dag twee keerde dezelfde bende terug als The Bronx (★★★★). En dat leverde een totaal ander, maar minstens even indrukwekkend schouwspel op. Geen Mexicaanse straatmuziek deze keer, wel een portie rauwe punkrock. Ruw waar het ruw moet zijn, onstuimig waar het kan en vooral alles op hun pad genadeloos platwalsend. Precies zoals we het graag hebben. The Bronx joeg de temperatuur naar het kookpunt en deelde een muzikale oplawaai uit die nazinderde.

Jon Spencer (★★★★) leerden we eind jaren negentig kennen met The Jon Spencer Blues Explosion, een band die het begrip 'blues' volledig hertekende. Ook solo bewijst de veelzijdige Amerikaan nog altijd van alle markten thuis te zijn. Op de Titty Twister Stage profileert hij zich als een ras performer. Messcherpe riffs, een stem met bakken karakter en een band die als een geoliede machine draait, zorgen voor een onweerstaanbaar rockfeest. Jon Spencer laveert tussen toegankelijk en eigenzinnig, zonder aan geloofwaardigheid in te boeten. Op een speelse, doordachte manier wint hij het publiek helemaal voor zich.

SONS (★★★★) volgen we al sinds hun doorbraak in De Nieuwe Lichting van Studio Brussel in 2018. De Wase wolven hebben sindsdien een indrukwekkend parcours afgelegd en bewijzen ook op Sjock waarom ze tot de sterkste livebands van België behoren. Live klinkt SONS als een niet te stoppen pletwals. Robin Borghgraef is niet alleen een begenadigd zanger, maar ook een entertainer pur sang die het publiek in beweging krijgt. Crowdsurfers en moshpits volgen elkaar in snel tempo op, net zoals we dat eerder op Rock Werchter zagen. Opvallend: daarvoor hebben ze hun grootste publieksfavorieten, zoals “Ricochet”, niet eens nodig. Ook het recentere werk klinkt even krachtig en doorleefd. SONS deelt opnieuw een stevige mokerslag uit.

"Vijftig jaar Sjock, vijftig jaar The Kids!" schreeuwde Ludo Mariman bij de start van de set. Meteen was de toon gezet voor een punkfeest alsof het opnieuw 1976 was. The Kids (★★★★★) voelden zich als een vis in het water op Sjock. Vanaf de eerste tune hadden ze het publiek helemaal mee en straalde het spelplezier van het podium af. Zelfs Ludo bleek spraakzamer dan gewoonlijk. Misschien niet meer zo beweeglijk als vroeger – wij eerlijk gezegd ook niet meer – maar nog altijd even rebels en vastberaden. Met klassiekers als “Bloody Belgium”, “No Monarchy”, “Dead Industry”, “For the Fret” en “Freedom Liberty Democracy” bewees de band dat die songs, vijftig jaar later, nog niets aan relevantie hebben ingeboet. De tent ontplofte van voor tot achter. “There Will Be No Next Time” zorgde voor een nieuw hoogtepunt, terwijl “If the Kids Are United” werd meegebruld. Het publiek kreeg zelfs nog een bisronde met “Fascist Cops” en “Do You Love the Nazis”, waarna de cirkel helemaal rond was. Punk leeft nog altijd, en The Kids bewezen op Sjock waarom zij nog steeds tot de absolute vaandeldragers van het genre behoren. We zagen The Kids ondertussen al negentien keer aan het werk. Je zou denken dat er dan nog weinig verrassingen mogelijk zijn. Toch wist deze passage op Sjock ons opnieuw te overdonderen. Zonder twijfel een van de hoogtepunten van het festivalweekend.

Bekomen van de mokerslag die The Kids hadden uitgedeeld, kregen we nauwelijks de tijd. Osees (★★★★) stonden al klaar op de Main Stage. Meteen springen de twee drummers, Ryan Moutinho en Dan Rincon, in het oog. Ze meppen hun drumstellen genadeloos af alsof elke slag de laatste moet zijn. Toch draait Osees allerminst alleen om dat indrukwekkende ritme duo. Ook frontman John Dwyer eist voortdurend de aandacht op, terwijl de terugkeer van Brigid Dawson – voor het eerst sinds 2013 opnieuw deel van de band – het geheel extra kleur geeft. Haar bijdrage blijft beperkt tot achtergrondzang en percussie, maar maakt het plaatje wel compleet.
Osees profileert zich als een feilloos geoliede machine die het publiek inpakt. De ruim tien minuten durende finale, waarin zang en instrumentaal vuurwerk elkaar in snel tempo afwisselen, zet daar nog eens een dikke streep onder.

Met Southern Culture on the Skids (★★★★) werd even teruggegrepen naar de country-invloeden. Een welgekomen adempauze tussen al het punk- en rockgeweld, al bleef ook hier stilstaan onmogelijk. De sfeer kreeg gewoon een andere kleur. Op de aanstekelijke mix van country, rock-'n-roll en zuiderse schwung werd uitbundig gedanst. Een heerlijke set die perfect op haar plaats viel.

Levende legendes Cock Sparrer (★★★★★) zijn intussen al bijna 55 jaar bezig. Dat was ook op de festivalweide duidelijk merkbaar. Waar veel bezoekers overdag nog verkoeling zochten in de schaduw, stroomde het terrein voor Cock Sparrer plots helemaal vol. Binnen de oi!-punk zijn ze ware pioniers, en dat bewezen ze op Sjock nog maar eens. Met volle overtuiging en een flinke dosis vuur het publiek meesleuren in een stomende punkshow. Moshpits volgden elkaar in sneltempo op en elk refrein werd luidkeels meegezongen. Cock Sparrer brengt oi!-punk nog altijd recht uit het buikgevoel en walst met een indrukwekkende vanzelfsprekendheid over alles heen. Een onvergetelijk punkfeest.

The Raveonettes (★★★) bleken vervolgens een beetje de vreemde eend in de bijt. Nochtans kunnen we hun donkere, dromerige en bij momenten ronduit bevreemdende sound best smaken. De witte lichtflitsen waren echter zo fel dat je de bandleden nauwelijks zag staan. Noise, melancholie en een muur van geluid zorgden voor een intense ervaring, maar we misten net dat tikkeltje extra om helemaal over de streep getrokken te worden. Hun compromisloze aanpak kwam eerder al prachtig tot haar recht in een club als Trix, maar op een open punk- en rockfestival als Sjock verloor die magie toch wat van haar kracht. Soms is de setting minstens even belangrijk als de muziek zelf.

Afsluiten deden we met een feest waarbij werkelijk alle remmen losgingen. The Toy Dolls (★★★★★) verschenen strak in het pak en met vlinderdas op het podium, vastbesloten om het publiek anderhalf uur lang alle zorgen te doen vergeten. Dat lukte moeiteloos. Nog voor de set goed en wel op gang was gekomen, liep een bandlid al met ontbloot bovenlijf rond en werd tijdens “The Lambrusco Kid” een gigantische champagnefles ontkurkt, waarna confetti de tent in werd geschoten. De hilariteit was compleet. The Toy Dolls spelen niet alleen hun songs, ze spelen voortdurend met hun publiek. Met de cover “Nellie the Elephant”, de  klassieker waarmee ze wereldberoemd werden, volgde de ultieme apotheose. Heel even deed het spektakel denken aan een show van Green Day, al zijn The Toy Dolls intussen zelf levende legendes die al sinds de jaren zeventig bewijzen hoe tijdloos hun aanstekelijke mix van humor, punk en ska klinkt. Een uitzinnig slotfeest dat deze tweede festivaldag onmogelijk beter had kunnen afsluiten.

dag 3 - zondag 12 juli 2026
Een opvallende vaststelling op deze derde festival dag: waar er op vrijdag en zaterdag al vroeg heel wat volk voor de podia stond, bleef het nu aanvankelijk opvallend rustig. Naarmate de avond dichterbij kwam, stroomde de festivalweide steeds voller met een publiek dat toch net iets anders oogde dan de voorbije twee dagen. Het had ongetwijfeld ook te maken met afsluiter Joan Jett & The Blackhearts, de absolute publiekstrekker van de dag.

Wij begonnen al vroeg in de namiddag bij Provocador (★★★★). De energieke punk- en hardrockband uit Gierle speelde letterlijk een thuismatch en maakte daar optimaal gebruik van. Ooit ontstaan vanuit de lokale Chiro en intussen een debuutplaat uit met o.m. “I Lost My Cerebellum” en “Fuckmachine”, ging het vijftal compromisloos tekeer. De band smeet zich vanaf de eerste noot. Precies dat engagement maakte indruk. Hun aanstekelijke portie punk/rock-'n-roll bleef nog lang nazinderen.
Een bende jonge wolven met stevig potentieel.

Arrested Denial (★★★★) is een streetpunk-/ska-punkband uit Hamburg die sinds 2009 melodieuze streetpunk combineert met invloeden uit oi!, ska en klassieke punkrock. Hun uitgesproken antifascistische boodschap gaat hand in hand met energieke liveshows, en precies dat, kregen we ook voorgeschoteld in een goedgevulde Titty Twister Stage. Geen overbodige franjes of ingewikkelde capriolen, maar pure, rechttoe-rechtaan punkrock in voldoende energie om al vroeg op de namiddag beweging in de tent te krijgen. Missie meer dan geslaagd.

De rock-'n-rollliefhebbers kwamen vervolgens ruimschoots aan hun trekken met The Schizophonics (★★★★½) uit Detroit. Het trio, bestaande uit zanger/gitarist Pat Beers, drummer Lety Beers en bassiste Sarah Linton, ging als een losgeslagen roedel wolven tekeer. Vooral Pat Beers ontpopte zich tot een waar podiumbeest. Hij dook in elke uithoek van het podium op en eindigde zelfs tussen het publiek. Zijn spierwitte hemd was tegen het einde van de set volledig doorweekt van het zweet, het beste bewijs dat hier geen druppel energie werd gespaard. De band joeg de temperatuur op de Bang Bang Stage nog een paar graden hoger, alsof die snikhete zondagnamiddag op zich nog niet warm genoeg was.

Tijd voor wat rauwe kost. Nine Pound Hammer (★★★★) klonk als rauwe biefstuk én dus niet voor een gevoelige maag; voer voor liefhebbers van ongepolijste rock-'n-roll. Precies dat soort compromisloze muziek past perfect binnen het DNA van Sjock Festival.
De cowpunkers uit Kentucky draaien al sinds de jaren tachtig mee en doen nog altijd koppig hun eigen ding. Geen franjes, gewoon rechttoe-rechtaan rock-'n-roll en in een wat een attitude.
In de ondertussen goed volgelopen Titty Twister Stage sloeg die aanpak meteen aan. Hun muziek voelde als een onwrikbare muur waar je keer op keer met volle overtuiging tegenaan knalt. Hard, ruw en compromisloos. Wat een zalige gewaarwording.

Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van het Sjock Festival werd speciaal de Sjock's Rendez-Vous Band (★★★★★) samengesteld. Een gelegenheidsformatie met klinkende namen als Kevin Maenen (Shalalees, Sore Losers), Alessio Di Turi (Wixcakes, Sore Losers), Steven Gillis (50ft Combo, Thee Andrews Surfers, Straight Shooter), Cedric Maes (Shalalees, Sore Losers, El Guapo Stuntteam) en Peter Van Elderen (Peter Pan Speedrock, TankZilla). Geen kleine jongens dus.
Vanaf de eerste noot greep dit illustere gezelschap het publiek bij de lurven. Voor het eerst die dag stond er een opvallend grote massa voor het podium om deze eenmalige verjaardag sessie mee te beleven. De verwachtingen waren hoog, maar werden moeiteloos ingelost. De band bracht een energieke set waarin rock-'n-roll, spelplezier en puur vakmanschap hand in hand gingen. Het voelde niet aan als een vrijblijvend gelegenheidsproject, maar als een hechte band die al jaren samen op het podium stond.
Meer nog: dit smaakte naar meer. Stiekem hopen we dat dit geen eenmalig verhaal blijft.

Street Dogs (★★★★★) uit Boston werd in 2002 opgericht door Mike McColgan, de voormalige frontman van Dropkick Murphys. Na een afscheid in 2020 keerde de band in 2024 opnieuw terug, tot grote vreugde van de trouwe fans. Wij leerden Street Dogs kennen op Groezrock in 2005. Sindsdien is de liefde nooit meer weggegaan. De vraag was dan ook of de Amerikanen, ruim twintig jaar later, nog altijd even relevant zouden klinken. Het antwoord is een overtuigende, volmondig ‘ja’.
Nog steeds brengen Street Dogs die karakteristieke spierballenpunk, met een flinke portie humor; messcherpe songs en een sound die staat als een huis.
Een band die na al die jaren met evenveel goesting speelt, als een roedel hongerige wolven. Wat een dynamiek en intensiteit. Precies zoals het hoort.
Street Dogs bewezen op Sjock dat hun comeback in 2024 allesbehalve een nostalgische reünie is. Ze klinken nog altijd even gedreven én relevant. We love it!

‘Kiezen is altijd een beetje verliezen’ luidt het spreekwoord. Op een festival als Sjock hoeft dat gelukkig niet altijd zo te zijn. Voor de volgende twee bands besloten we onze tijd netjes te verdelen.
Eerst trokken we naar de Bang Bang Stage voor Angry Zeta (★★★★). Ondanks hun naam klonk de zevenkoppige band uit Buenos Aires allesbehalve boos. Ooit begonnen als een traditionele bluegrass-, country- en hillbillyband, groeiden ze uit tot een vaste waarde binnen de Argentijnse punkscene. Die brde invloeden vloeien vandaag moeiteloos samen in een aanstekelijke cocktail van folk, punk en ska. Het resultaat was een uitbundig dansfeest met een heerlijk Zuid-Amerikaans sausje. Opzwepend, eigenzinnig en vooral ontzettend plezant.
Daarna ging het richting Main Stage, waar Cosmic Psychos (★★★★) voor een totaal andere aanpak kozen. Geen feestelijke folkpunk, maar rauwe, ongepolijste rock-'n-roll met de nodige spierballen. De Australiërs speelden een impulsieve, energieke en compromisloze set waarin vuige riffs en een loodzware groove de boventoon voerden. Minder speels dan Angry Zeta, maar minstens even doeltreffend. Twee totaal verschillende bands, twee keer raak.

Terug naar de Titty Twister Stage, waar Zeke (★★★★½) het gaspedaal meteen tot op de bodem indrukte. De punkrockers uit Seattle klinken al sinds 1992 alsof Motörhead een extra versnelling heeft gevonden. De jaren lijken geen enkele vat op hen te hebben. Ook nu staat Zeke nog altijd als een blok graniet op het podium.
Handelsmerk: korte, messcherpe songs die als een botte bijl blijven inhakken op je lijf. Geen overbodige franjes, geen seconde tijdverlies, alleen pure snelheid, vuige, vurige riffs en een niet aflatende drive. Lemmy had hier ongetwijfeld goedkeurend staan knikken. Wij alleszins ook, samen met een Titty Twister Stage die compleet uit zijn dak ging.

Hoe later de avond vorderde, hoe voller de festivalweide liep. The Paranoiacs (★★★★★) kwamen aan bod, een absolute publiekslieveling op het programma. De band werd midden jaren tachtig opgericht en groeide uit tot een vaste waarde binnen de Belgische garage- en punkrockscene. Niet voor niets werden ze jarenlang ‘de Vlaamse Ramones’ genoemd.
Ter gelegenheid van vijftig jaar Sjock Festival maakten deze Belgische garagerockiconen een uitzonderlijke comeback. Geen uitgebreide reünietour of nieuw album, maar slechts een handvol exclusieve optredens. Sjock mocht daarbij uiteraard niet ontbreken.
Vanaf de eerste noot voelde je dat dit veel meer was dan een nostalgische terugblik. The Paranoiacs speelden alsof ze nooit waren weggeweest. Ze moesten eigenlijk nauwelijks moeite doen om het publiek helemaal in te pakken, Het gaspedaal werd ingedrukt. Het tempo ging nog een paar versnellingen hoger, de energie spatte van het podium en de festivalweide ging gewillig mee in een wervelend garagepunkfeest.

‘Boze dwergen bestaan dus wel degelijk’,  noteerden we. The Dwarves (★★★★) draaien al mee sinds het midden van de jaren tachtig en groeiden uit van een compromisloze hardcorepunkband tot een van de meest controversiële namen binnen de Amerikaanse punkscene. Hun choquerende imago en de vele personeelswissels doorheen de jaren deden nooit afbreuk aan waar het uiteindelijk om draait: snoeiharde, razendsnelle punkrock. Op Sjock bewezen ze dat nog maar eens.
The Dwarves ramden zich in ijltempo door een meedogenloze oldschoolpunkset die je niet probeert te analyseren, maar gewoon moet ondergaan. Chaotisch, opwindend en zonder één moment gas terug te nemen. We werden murw geslagen, zoals het hoort bij hen!

Tegen de tijd dat L7 (★★★★½) het hoofdpodium beklom, stond de festivalweide bijna helemaal vol. De Amerikaanse rockband uit Los Angeles, die sinds het midden van de jaren tachtig een vaste waarde is binnen de alternatieve rock- en grungescene, liet er geen gras over groeien.
Met onder meer “Deathwish” werd de set meteen stevig op gang getrokken. Toch profileerde L7 zich allerminst als een band die uitsluitend op haar klassiekers teert. Integendeel. Elke song werd gespeeld met dezelfde overtuiging en hetzelfde buikgevoel als veertig jaar geleden. Dat enthousiasme sloeg moeiteloos over op het publiek, waar uitbundig werd mee geheadbangd, meegezongen, met vuisten in de lucht gezwaaid en de nodige luchtgitaren werden bovengehaald.
Klassiekers als “Fuel My Fire”, “Pretend We're Dead” en “Bad Things” volgden elkaar in snel tempo op en maakten van deze show een voorbeeld van hoe eenvoudige, compromisloze rock-'n-roll nog altijd goed, hard kan binnenkomen. Geen overbodige franjes, geen routine, maar nostalgie die raakte en overeind bleef Klasse, dames.

En toen was het tijd voor een brok folkpunk. Mike McColgan & The Bomb Squad (★★★★), de band rond voormalig Dropkick Murphys-frontman Mike McColgan, bracht een integrale ode aan ‘Do or Die’, het debuutalbum van zijn voormalige band. De vergelijking met Dropkick Murphys is vanzelfsprekend snel gemaakt. De doedelzak, de meezingbare refreinen en de aanstekelijke folkpunk liggen in dezelfde lijn. Toch beschikt McColgan met zijn Bomb Squad over voldoende eigen smoel om niet als een ordinaire coverband over te komen. Integendeel. Met zichtbaar spelplezier en het gaspedaal voortdurend tegen de vloer ontstond opnieuw een wervelend folkpunkfeest in een uitgelaten Titty Twister Stage. De songs van ‘Do or Die’ klonken nog even fris en overtuigend als destijds.

Na drie kwartier compromisloze rock van L7 lag de lat bijzonder hoog. Joan Jett & The Blackhearts (★★★★) koos niet voor dezelfde explosieve aanpak, maar voor een show die dreef op charisma, tijdloze songs en een band die al jarenlang perfect op elkaar is ingespeeld. “Victim of Circumstance was een sterke opener, waarnaDo You Wanna Touch Me (Oh Yeah) de eerste handen op elkaar kreeg. Met “You Drive Me Wild dook ook meteen een eerste Runaways-klassieker op, wat voor een eerste hoogtepunt zorgde.
Naarmate de set vorderde, zaten er enkele rustigere momenten tussen, maar Joan Jett bleef onverstoorbaar haar koers varen.
De apotheose volgde vanzelf metI Love Rock n Roll en “Crimson and Clover. Twee covers die inmiddels zo hard met Joan Jett verbonden zijn, dat je haast vergeet dat ze ooit door anderen werden geschreven. Ze brengt ze met zoveel overtuiging en liefde dat ze volledig haar eigen songs lijken.
Afsluiten deed ze krachtig met de eigen klassiekers “I Hate Myself for Loving You en “Bad Reputation”. Geen spectaculaire finale, wel een waardige afsluiter van een festival waar rock-'n-roll drie dagen lang centraal stond.

Sjock Festival draait niet om de grootste naam op de affiche. Het draait om bands die spelen alsof ze headliner zijn, en een publiek dat elke band op die manier behandelt. Precies daarom blijft dit festival, vijftig jaar na zijn ontstaan, zo uniek.
Lang mogen ze dit gedoodverfd concept blijven koesteren. Want soms schuilt de grootste kracht net in trouw blijven aan jezelf.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9918-sjock-2026?Itemid=0
Organisatie: Sjock, Gierle

Cactusfestival 2026 – van 10 juli t-m 12 juli 2026 - Sfeer, gezelligheid, zonovergoten weer … én goede muziek, aangename verrassingen en ontdekkingen!

Geschreven door

Cactusfestival 2026 – van 10 juli t-m 12 juli 2026 - Sfeer, gezelligheid, zonovergoten weer … én goede muziek, aangename verrassingen en ontdekkingen!
Cactusfestival 2026
Minnewaterpark 2026
Brugge
2026-07-10 tot 2026-07-12

Op papier leek de affiche mij vooraf niet meteen een topeditie te beloven, maar uiteindelijk bleek het tegendeel waar. Vooral de bijzonder sterke mix van stijlen en genres wist mij aangenaam te verrassen. Ik vermoed dat de nieuwe artistieke coördinatie onder Felix Van De Loock daar niet vreemd aan is. Ook de uitbreiding van het festival met een extra podium voor opkomend talent verdient een pluim. Het zorgt voor een duidelijke meerwaarde.
Alles wat over ons heen laten komen en genieten van de brede waaier, gewoonweg muziek beleven, was de bedoeling … En natuurlijk keek ik uit naar mijn favoriete liveband, The Afghan Whigs.
Voor het zover was, stonden er nog enkele andere bands op het programma. De openingsdag kreeg af te rekenen met een laattijdige annulering én met stevige concurrentie van de kwartfinale van de Rode Duivels tegen Spanje. Daardoor was het op vrijdag merkbaar rustiger dan tijdens de uitverkochte zaterdag en zondag.

dag 1
High Hi mocht het hoofdpodium openen. Ik had de band eerder dit jaar al aan het werk gezien en wist dus ongeveer wat ik kon verwachten. Toen stonden ze nog met drie op het podium, nu werden ze versterkt door Daan Schepers, bekend van Bazart. Die extra muzikant gaf de songs meer body en zorgde ervoor dat het geheel ook op een groot festivalpodium beter tot zijn recht kwam. Hoewel het nog niet druk was voor het podium, speelde de band met volle overtuiging en kreeg ze het aanwezige publiek moeiteloos mee.

Daarna was het de beurt aan SONS. Ik heb deze band ondertussen al meermaals live gezien, dus ik houd het kort. Na hun passage op Rock Werchter stonden ze bijzonder scherp te spelen. De energie spatte van het podium, al bleef het vooraan opvallend rustig. Hun recordpoging om zoveel mogelijk crowdsurfers tegelijk boven het publiek te krijgen strandde uiteindelijk op exact één crowdsurfer. We steken het maar op de hitte. Muzikaal draaide alles als een geoliede machine en de band zorgde voor een stevige opwarmer

Met Stone ging de energiemeter nog een flink stuk hoger. Alle bandleden leken een overdosis cafeïne of energiedrank achter de kiezen te hebben voor ze het podium opstapten. De frontman rende onophoudelijk van de ene naar de andere kant van het podium, dook vervolgens het publiek in en besloot zelfs een boom naast het podium te beklimmen om van daaruit nog een nummer te brengen.
Het was een explosief optreden van een band die hier misschien nog niet zo bekend is, maar die het publiek moeiteloos wist mee te sleuren. Absoluut een naam om in de gaten te houden wanneer ze opnieuw een zaalshow aankondigen.

Daarna was het eindelijk tijd voor The Afghan Whigs. Om een clash met de voetbalwedstrijd te vermijden, speelde de band iets vroeger dan oorspronkelijk gepland. Uiteraard ben ik niet helemaal objectief wanneer ik over hen schrijf, maar opnieuw bewezen ze waarom ze mijn favoriete liveband zijn. Deze zomer spelen ze een beperkt aantal festivals als voorbereiding op hun najaarstournee, waarmee ze hun veertigjarig bestaan vieren. Greg Dulli en John Curley staan al sinds het midden van de jaren tachtig samen op het podium en dat leverde een set op die mooi door hun indrukwekkende carrière wandelde. Sommige klassiekers bewaren ze wellicht voor de jubileumtournee later dit jaar.
Er werd onlangs ook een nieuw album aangekondigd, maar dat kreeg tijdens deze festivalset nog relatief weinig aandacht. Misschien volgt er na de jubileumtour wel een aparte albumtour. Een mens mag blijven hopen. De huidige bezetting speelt ondertussen al geruime tijd samen en dat hoor je ook. Alles klonk bijzonder hecht. Enkel vaste drummer Patrick Keeler ontbrak, omdat hij op tournee is met Jack White. Bryan Lee Brown nam zijn plaats achter het drumstel over.

Na The Afghan Whigs trok ik samen met enkele vrienden naar de andere kant van het terrein om de voetbalwedstrijd te volgen. Daardoor heb ik Glintsal en Zwangere Guy aan mij laten voorbijgaan. Er stonden tenslotte nog twee volle festivaldagen op het programma.

dag 2
Voor mij begon zaterdag pas laat. Rond vier uur in de namiddag wandelde ik het festivalterrein op. Lézard en Nusantara Beat hadden toen hun passage op het hoofdpodium al achter de rug.

Joshua Idehen was bezig het publiek volledig in te pakken. Als een moderne festivalprediker bracht hij, samen met een dj en twee backingzangeressen, een bijzondere mix van spoken word, dansmuziek en inspirerende boodschappen. Het enthousiasme bereikte een hoogtepunt toen hij een massale aerobicsessie aankondigde. Alles gebeurde met veel humor en zelfrelativering. Na zijn optreden bleef hij nog een tijd in de frontstage hangen om platen, cd's en boeken te verkopen en uitgebreid met het publiek te praten. Heel wat bezoekers gingen met een gesigneerd exemplaar naar huis of maakten van de gelegenheid gebruik voor een selfie.

Daarna volgde Dry Cleaning, een band die de laatste jaren stevig wordt opgepikt. Hun combinatie van indie en alternatieve rock doet soms denken aan Wet Leg. Frontvrouw Florence Shaw bleef vrijwel onbeweeglijk op haar plaats staan, terwijl de rest van de band met hoekige bewegingen en zichtbaar spelplezier het tegenovergestelde uitstraalde. Vooral gitarist en bassist trokken de aandacht met hun ironische podiumpresence. Ik begrijp perfect waarom deze groep zoveel lof krijgt en ook waarom ze op deze affiche thuishoorde.

Omdat een festivaldag ook af en toe om een rustmoment vraagt, liet ik Kevin Morby aan mij voorbijgaan. Als achtergrond klonk het alvast aangenaam en van verschillende mensen hoorde ik achteraf dat het een sterk optreden was.

Aldous Harding bracht vervolgens een bijzonder ingetogen en gevoelige set. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter put duidelijk inspiratie uit de Britse folktraditie, al hoor je af en toe ook echo's van PJ Harvey, wellicht versterkt door haar samenwerking met John Parish. Het was een optreden vol songs die blijven nazinderen en een groot contrast vormden met wat daarna volgde.

Bij de aankondiging van Madness stelde ik me vooraf toch wat vragen. Tegelijk begreep ik ook waarom ze geprogrammeerd waren. Hun mengeling van ska, pop en humor blijft nog altijd bijzonder aanstekelijk. Ze begonnen sterk met “One Step Beyond”, gevolgd door “Embarrassment” en “My Girl”. Tussen de nummers door werd er veel gepraat en gegrapt, waardoor het tempo wat uit het optreden verdween. Pas na een achttal nummers volgde opnieuw een aaneenschakeling van klassiekers met “House of Fun”, “Baggy Trousers”, “Our House” en “It Must Be Love”.
Tijdens de bisnummers “Madness” en “Night Boat to Cairo” kreeg het publiek nog een laatste keer waar voor zijn geld, waarna “Always Look on the Bright Side of Life” de perfecte afsluiter vormde.
Ik had de band eerder op een nostalgiefestival gezien en vond hun plaats op Cactus aanvankelijk wat vreemd, maar dankzij de brede programmatie werkte het uiteindelijk toch. Alleen het middengedeelte van de set had iets strakker gemogen.

Goose sloot de zaterdag af met een stevig dansfeest dat nog lang de nacht inging. Goose en Brugge blijft een geslaagde combinatie.

dag 3
De zondag was als eerste volledig uitverkocht. Dat had ongetwijfeld veel te maken met Editors, die als afsluiter geprogrammeerd stonden.

De dag begon bijzonder sterk met Bleech 9:3. De band leek zo uit de grungescene van Seattle uit de jaren negentig te zijn weggelopen. De muziek deed geregeld denken aan Soundgarden en de zanger riep af en toe herinneringen op aan Chris Cornell. Dat is uiteraard een grote vergelijking, maar het potentieel is zonder twijfel aanwezig. Ook op Rock Werchter kregen ze al lovende reacties en die bevestigden ze moeiteloos in Brugge. Er waren weinig bindteksten en de zanger had even tijd nodig om los te komen, wat op een vroege festivalmiddag perfect begrijpelijk is. Nadat hij zich excuseerde voor de uitschakeling van de Rode Duivels en grappend opmerkte dat Ierland zelfs niet deelnam, riep iemand uit het publiek dat ze dan maar wereldkampioen muziek moesten worden. Even later dook de zanger ook nog het publiek in.

Hiqpy bracht vervolgens dromerige, zweverige indiepop die af en toe aan Sylvie Kreusch deed denken. Niet alleen muzikaal, maar ook de manier waarop de zangeres zich over het podium bewoog riep die vergelijking op. Het was een bijzonder aangename ontdekking en een optreden dat absoluut naar meer smaakte. Wie hen gemist heeft, krijgt later dit jaar trouwens nog een herkansing in Cactus Club.

Daarna volgde Ão, die ik eerder dit jaar al eens live zag. Opnieuw bewees deze band hoe breed de programmatie van Cactus kan zijn. Hun Portugese invloeden brachten het publiek meteen in vakantiesfeer, zeker in combinatie met het zomerse weer. De set wisselde gevoelige nummers af met opzwepende ritmes en werd extra kracht bijgezet door dansers die voor een mooie visuele meerwaarde zorgden. Een bijzonder geslaagd optreden.

Jehnny Beth was voor mij een van de absolute hoogtepunten van de dag. Verschillende mensen hadden mij op voorhand verteld dat ik haar zeker niet mocht missen en ze overtrof alle verwachtingen. De voormalige frontvrouw van Savages werkte samen met onder meer Gorillaz, Noel Gallagher en recent nog Mike Patton. Ook live straalt ze een enorme intensiteit uit. De band speelde een van de laatste concerten van de tournee en ik hoop oprecht dat er snel een nieuwe reeks zaalshows volgt. Voor liefhebbers van postpunk, indie en alternatieve rock is dit verplichte kost.

Los Bitchos zorgde vervolgens voor een totaal andere sfeer. Persoonlijk had ik er iets meer van verwacht, maar tegelijk vormde hun optreden een aangenaam rustpunt tussen de meer explosieve concerten. Het gaf mij ook de gelegenheid om iets te eten en te drinken voor de volgende storm losbarstte.

Die storm kwam er in de vorm van Osees. De band veranderde door de jaren heen meermaals van naam, maar bleef altijd trouw aan zijn eigen mix van garagepunk, krautrock, psychedelica en folkinvloeden. Ook de podiumopstelling was bijzonder, met twee drummers vooraan, John Dwyer links op het podium en de backingzangeres haast verborgen achteraan. Osees beschikt duidelijk over een bijzonder trouwe fanbasis. Ik zag onder meer leden van Maria Iskariot en Ronker enthousiast tussen het publiek staan. Van begin tot einde werd er gecrowdsurft en bleef de moshpit onafgebroken doorgaan. Hopelijk keren ze snel terug voor een Belgische zaalshow.

The Haunted Youth bewees daarna waarom de band in zo'n korte tijd is uitgegroeid tot een absolute publieksfavoriet. Eerder dit jaar zag ik hen nog in een kleine zaal in Nederland, die toen eigenlijk al te klein was geworden voor hun populariteit. Hun sterke live-reputatie maakten ze ook op Cactus volledig waar. De opbouw van de set zat uitstekend in elkaar en heel wat nummers voelen nu al aan als moderne klassiekers.

Editors heb ik ondertussen al verschillende keren live gezien en deze keer was Tom Smith en C° opniewu het beste van zichzelf met een resem hits en enkele nieuwkomers van ‘surface, echo & sound’ als “the rush”. Optimaal genieten dus van deze band.

Het was een dagje  vol nieuwe ontdekkingen en verrassingen. Na Osees stroomde het terrein vooraan bovendien helemaal vol met mensen die speciaal voor Editors waren gekomen en The Haunted Youth als ideale opwarmer zagen.

Tot slot wil ik Felix Van De Loock feliciteren met de keuzes die hij als programmator maakte. De afwisseling tussen stijlen, de kwaliteit van de affiche en de vele verrassingen maakten van deze editie een van de aangenaamste van de voorbije jaren. Ook alle medewerkers die achter de schermen instaan voor de praktische organisatie verdienen een welgemeende pluim.

Cactusfestival 2026 was voor mij een bijzonder geslaagde editie, en met dit versalg wou ik even de klemtoon leggen op persoonlijke indrukken en muziek beleven …

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9960-cactusfestival-2026?Itemid=0


Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival)

Rock Werchter 2026 – 51 ste editie - Vier dagen muziekbeleving, die verschillende muzikale generaties met elkaar verbindt

Geschreven door

Rock Werchter 2026 – 51 ste editie - Vier dagen muziekbeleving, die verschillende muzikale generaties met elkaar verbindt
Rock Werchter 2026
Festivalterrein
Werchter
2026-07-02 t-m 2026-07-05

Vier dagen muziekbeleving , die verschillende muzikale generaties met elkaar verbindt
Rock Werchter danst, popt en rockt. Rock Werchter heeft aandacht voor de gerespecteerde waarden, artiesten, opkomend talent en Eigen Werk. Voor elk wat wils dus.
Na het feest van 50 jaar, blijft Rock Werchter de kaart trekken van innovatie, verjonging en nostalgie, van welk decennia ook. Opkomend talent naast gevestigde waarde. Zich vinden in eigen bands en stijl. Elke dag werd deze connectie gemaakt. Een mooi evenwicht op alle vlak..
Het festival klinkt vertrouwd, leuk, gezellig, aangenaam en spannend. Het is en blijft Vlaanderens meest prestigieuze festival.
Vier dagen muziekbeleving in al z’n aspecten. Liefde en Muziek, het maakt het festival universeel, streven naar gelijkheid, gelijkwaardigheid, samenhorigheid en respect.
Het festivalpark werd herschikt, meer plek om te bewegen, meer ademruimte. Iedereen moet zich comfortabel voelen met bankjes, zitjes, shelters, eet- en bar gelegenheden, mooi aangepast qua inrichting, inkleuring … Meer dan muziek, ook comfort, rust- en genietplek. Een vlottere doorstroming tussen de podia en de zones.
Meest in het oog springende veranderingen: de herlocatie van KluB C, het gloednieuwe NEST (een soort arena), verder Het Magazijn, De Smaakfabriek en verschillende activatiestanden . Elk jaar inzetten van de tenten, locaties in een upgrade en in een prachtige outfit.
Festival-, totaalbeleving dus, Quality time … Een dikke 10 voor gezelligheid en sfeer. De muziek en beleving wint in die vier dagen.
Rock Werchter was een rimpelloze editie met een uniek bezoekersaantal van 156000, met bijna 90000 muziekliefhebbers per dag.
Rock Werchter - sfeer, muziek, beleving, een absolute must
Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek dus! Van Mumford & Sons (met verrassende act van onze Pommelien!) naar The xx tot Twenty One Pilots en The Cure, als voornaamste pijlers van deze editie. Gerijpte rijke nostalgie. Met een magi-e-straal parcours om af te leggen.
Ons verslag

dag 1 – donderdag 2 juli 2026 – Bands van de laatste nostalgische golf, maken het nog steeds waar, Kasabian, The Vaccines, Lumineers, Prodigy en The War On Drugs. België sterk met Yong Yello, Monza, Zwangere Guy en Triggerfinger. Tot slot, Werchter ten top met Pommelien en Mumford & Sons. Wie had dit gedacht?!

Yong Yello (mainstage
) is één van de artiesten, die de hiphop naar een hoger niveau plaatst in ons landje en het hart op de juiste plaats heeft. Er is nu net een ‘deluxe’ versie uit van z’n tweede album ‘Benny en de banaliteit van ons bestaan‘.
Met veel toeters en bellen opent hij het vierdaags rockfestival; met de ‘fanfare van de goede hoop’ krijgen z’n songs wat meer ruimte en klinken ze breder, kleurrijker door keys, flute, percussie, blazerssectie tot zelfs een muziekdoosje, o.m. op “tis nooit genoeg” en ”ik moet dringend op vakantie” als openers. ‘Liefde voor alle mensen wie/hoe dan ook’ is het centrale thema. “Zoeken naar wa liefde” rapt, zingt hij met Sef erbij. “We geven ni op” is er één met Loïs, “luchtkasteel” en “destructief” volgen. “Koppigaard” ging in première hier uit deze deluxe.
Vol overgave kregen we dus een puike set, die muzikaal wat deed denken aan 90s The Goats en Arrested Development (zeker eens checken!), waarbij hij aardig het publiek steeds meehad. Mooi.

Ben Ellis (nest), trio uit Wales, brengt net met de regenachtige middag een grauwer, mistiger geluid in hun emotievolle, dromerige, soms rauw, rammelende melodieuze folkpop. Niks nieuws onder de zon in het genre, maar de kunst van het songschrijven zat ‘em wel in de vingers, zagen we in dit half uurtje.

‘Inpluggen en spelen’ was het met Amerikaanse kwartet uit Nashwille, All them witches (the barn), die zich met de jaren op het voorplan plaatsten inde stofferige ‘stoner’ desertrock. Ze hebben al uit een handvol albums uit, ‘house of mirrors’ als recentste. In een zekere coolness, maar met kunde klinkt de sound korrelig, gruizig, zonder aan finesse, subtiliteit in te boeten. Sterk op elkaar ingespeeld horen we een donkere filmische trip, zeker in het tweede deel van de set; “alabaster” o.m., waarbij de repetitieve, meeslepende, opbouwende ritmiek de boventoon had. Over de gitaar en bas zweefden de slides, de vioolpartijen en70s organ. Met een knipoog naar Kyuss, Earthless, Black Crowes en 16 Horsepower.

Basht. (nest) past goed in het rijtje van de huidige UK/Ierse postpunk, en maakt een mooie link van Pavement naar Fontaines DC. Het kwartet klinkt opwindend, dynamisch, snedig en rammelt zwierig om zich heen met hun opzwepende nummers van gitaar, bas en drums. Binnenkort komt hun debuut uit.

Het Britse kwintet The Vaccines (the barn) vieren het 15 jaar bestaan van hun debuut, ‘what did you expect?’ en spelen met plezier de oudere leuke, sprankelende poprocksongs met een sneert. Het zijn wel die oudjes die ‘em doen en we krijgen in sneltempo een pak hapklare opwindende nummers, als “wreckin bar”, “post break-up sex” en “wetsuit”, waarvan de refreinen spontaan, luidkeels worden meegezongen. Het zit goed in elkaar, het swingt en de zanger Justin Hayward-Young entertaint ren dweept het publiek op. Het zorgt ervoor dat de recentere “headphones baby” en “heartbreak kind” wat naar omhoog worden getild.
Geestige muziek in een party gevoel , een uurtje samenhorigheid en ‘the time of your life ‘beleven. “Teenage icon”, “i always knew” en “all my friends are falling in love” waren dan ook geslaagde afsluiters. Nu nog die oude drive en zwier terugvinden op het nieuwere werk.

Een aanhoudende spanning en groove in een rollarcoaster van tempowissels vinden we bij het Britse Yard act (klub c) uit Leeds. Kregen we voorheen The Fall als ijkpunt, dan klinkt hun gortdroge, hoekige postpunk nu iets funkier zonder het jazz alternatief te verliezen, door diepe bassgrooves, messcherp gitaarspel, een verdwaalde, ontspoorde sax en hitsende drumpartijen, die op hun beurt Talking Heads doen opborrelen. En er is en blijft de verteltrant van podiumbeest-woordkunstenaar James Smith.
Ze zijn toe aan bijna drie platen in hun nog jonge carrière. Sterkhouders “dark days”, “dream job”, “tall tales”, “we are hits” en enkele nieuwtjes als “empty pledges”, “redeemer” en “you’ re gonna need a little music”, titelsong van de nieuwe plaat, sieren de set. Het publiek moest eerst worden meegetrokken in hun muzikaal verhaal.
De sound en présence deed denken aan ons eigen Lavvi Ebbel van Lukas Vander Taelen in de 80s. Boeiend in tempowissels en diversiteit. Een gelijkenis waardig.

Die andere Britse band Kasabian (mainstage) is er eentje die graag inspeelt op een toffe festivalsfeer. Hun muziek nodigt uit tot smileys en party feelings. En ze hebben wat te vieren, want ze zijn ook 25 jaar bezig. Dit gevoel en beleving ervaarden we met hun oudjes. In een mallemolen van elektronica, percussie, beats, samples (o.m. van “we are your friends”, “insomnia”) worden de dansspieren geprikkeld. De refreinen worden meegezongen en er wordt lekker met de handjes gezwaaid.
Een dance machine van groovende, dansbare rock, ook al een beetje nostalgie, opgezweept door hun zanger Serge Pizzorno. Energiebommetjes dus met een “club foot”, “underdog”, “you’re in love with a psycho”, “vlad the impaler”, “release the pressure”, “LSF” en “fire”.

Intussen was Karen Dio (nest), Braziliaans-Brits, ook goed op dreef, weirde korte punkrock- grunge, die flirt met The Hives. Stevig, gedreven hoedanook, met interessante songs als “casual” (Chappell Roan), “i wanna be” en “sick ride”. Het publiek smulde ervan in de avondzon. 

Bizar genoeg blijven de Amerikanen van Lumineers (mainstage) populair in ons landje, ze zijn onmiskenbaar verbonden met happy feeling nummers “hey ho” en “ophelia”, die in hun carrière erop uit springen, hier niet konden ontbreken, en dus zorgden voor de nodige ambiance bij ondergaande zon. Ze waren de ideale geleider op Mumford & Sons, die later de eerste avond van Werchter besloten.
Ze brengen melodieuze folkpop/rootsamericana. Het klinkt sfeervol, groovy, dromerig, zwierig, opwindend en tekent voor samenhorigheid, een kampvuurgevoel en meezingmomenten door het kenmerkende mandoline-gitaargetokkel, viool, piano, keys. Niet direct nieuw werk uit, maar hier putten ze uit hun roemrijke start, 15 jaar terug. Genieten en de dansspieren prikkelen is de boodschap, het ging er moeiteloos in als zoetenkoek, met een dosis confetti erbovenop. “Cleopatra” en “stubborn love” waren mooie afsluiters.

Het Canadese Pup (nest), ook al zo’n tien jaar bezig, nestelt zich in de gitaarunderground, graaft graag in die grunge scene en steekt er wat nieuw leven in. Ze zijn al toe aan hun vijfde plaat ‘who will look after the dogs?‘. Gevolg is een leuk, snedig, ruig, energiek, uptempo concertje van rammelende noiserock, zonder al te veel franjes, die ergens bands als Weezer, Buffalo Tom als Mudhoney, Nirvana bij elkaar brengt.

Tom Smith (klub c), frontman van Editors, komt met z’n band met nieuw werk af, ‘surface, echo & sound’. Solo neemt hij even de ruimte om Editors’ en eigen materiaal ‘there is nothing in the dark that isn’t there in the light’ te ontdoen van allerlei vernuft; het klinkt sober, spaarzaam, elegant, treffend als gevoelig, emotievol, pakkend onder z’n innemende, indringende vocals en expressieve stijl.
Schitterend wat we hier hoorden van pareltjes waarbij Smith (met een tweede gitarist) als het publiek sterk geëmotioneerd waren. In zo’n Smith jasje kregen we op gitaar, piano en mondharmonica “sugar”, “munich”, “smokers outside the hospital door”, “the rush” en afsluiters “papillon” en “no sound but the wind” van Editors, Samen met een “life is for living” en “northern line”. Sing-songwriting die op alle vlakken overtuigde, met een Smith dicht bij z’n publiek.

The War On Drugs (mainstage) beleefde hun succesvolste periode ook al zo’n kleine tien jaar terug, met ‘lost in a dream’ en ‘a deeper understanding’. Op het hoofdpodium met de avondzon, komt hun muziek nog steeds het best tot uiting. Het is ‘on the road music’, een soort ‘route 66’, uiterst genietbaar en heerlijk wegdromend in een Dire Straits/Neil Young badje. Het recente materiaal, ook al een paar jaar oud, van ‘i don’t live here anymore’, klinkt wat directer, met een “i don’t wanna wait” en “harmonia’s dream” maar het blijft breed, kleurrijk door die keys, piano, sax, het kenmerkende psychedelische gitaarspel, -getokkel en die dromerige lichthese vocals van Adam Granduciel . De oudere “red eyes”; “pain” en “an ocean between the waves” zaten in t begin.
Letterlijk werden we meegesleept in het tweede deel met het lange “thinking of a place”, “under pressure” en “the strangest thing”, die ons meevoerde naar prachtige uitzichten en onbekende oorden . Hoedanook blijft het filmisch, boeiend en dromerig, ontroerend door de repetitief opbouwende ritmiek en tempowissels. Puike set. Altijd goed. Niet verrassend.

Prodigy (the barn) waren een van de smaakmakers in de 90s binnen de dancerock. Schitterende, spraakmakende, succesvolle platen tot 98, met een ‘music for the jilted generation’ en ‘the fat of the land’. Ze zijn een soort ‘rebel warriors’ in hun geluid, beats en schreeuwerige vocals. Het heeft iets agressiefs door die pompende, harde, knallende beats. Prodigy is één met z’n publiek, ze zijn ‘one fxx family’.
Het onverwachtse overlijden van mede spil Keith Flint, deed deze Britten bijna kraken, maar kijk, sinds een kleine vijf jaar willen ze die oude hits, kleppers in alle gretigheid ons opnieuw mee overdonderen. Het zijn sterkhouders, energiek, fel, hectisch, weirdo en … nostalgisch door al die elektronicariedels, die door de mallemolen worden gedraaid.
En de lightshow was even flashy, hyperkinetisch. “Voodoo people”, “poison” zaten bij de openers, verder een “firestarter”, “no good” en in de laatste rechte lijn “smack my bitch up”, “out of space”.
The barn was dan ook meteen full house om nog eens die Prodigy muzikale gekte te ondergaan. ‘Back to life’ dus, klaar voor de mainstage opnieuw!

Ondertussen had iedereen zich verzameld aan de mainstage om vrienden van Rock Werchter nog eens te omarmen. Het Londense collectief Mumford & Sons werd opgewarmd door een Lumineers injectie, en hebben sinds hun vorige passage op Werchter een nieuwe boost gekregen. Hun materiaal klinkt goed op ‘rushmere’ en ‘prizefighter’; er is opnieuw de goesting en de gretigheid. Spil Marcus Mumford is een entertainer die publiek en band in zijn greep houdt.
Meteen speelden ze enkele prijsbeesten, “i will wait”, “awake my soul” en “lover of the light”. Een mooie, wisselende reeks van meeslepende, broeierige als aanstekelijke, zwierige tracks, leuk, ontspannend en die een eenheidsgevoel oproepen.
Er was het moment met The Lumineers, maar de eenheid met België was ten top met de onverwachtse verschijning van Pommelien Thijs, onze popqueen bij uitstek, die er eentje meezong van hen, het recente” badlands” (Pommelien in het Engels hier!) en omgekeerd begeleidde Mumford & Sons haar met eentje van haar oeuvre, “atlas” (Jawel, in het Nederlands, leuk moment voor allemaal). Zondermeer sterk en wat een response. Pommelien en Mumford & Sons werden letterlijk op handen gedragen. Wat een euforie en uitgelatenheid. Het oversteeg de ganse eerste dag (en misschien wel van de festivalzomer).
Een uniek sfeertje blijven ze bieden in hun folkpop-rock van akoestisch gitaargetokkel, mandoline, blazers, contrabas en strijkers. Een feelgood groove die een breed publiek bereikt.
Ze werden sterk onthaald met een Marcus in het publiek op “ditmas” en het werkte even aanstekelijk op hen. “Little lion man”, “the banjo” en “the cave” sloten een perfect concert af.
Net als vorige keer is dit combo meer dan enthousiasmerend en overtuigend, anderhalf uur lang, die zich sinds een paar jaar duidelijk hebben herpakt en terug op het hoogste niveau bezig zijn.
Een terechte afsluiter. We konden mooi nahuppelen en -genieten op die folky riedels!

Check ook de optredens van Monza, Triggerfinger, Zwangere Guy die we hier niet konden zien, maar die we dit jaar in een club zagen. Ze zijn een mooi houvast van hun set op Werchter.
Lees gerust
Monza (try-out) - Great Gigs In The Park 2026 - De Vlaamse Beatles!
Monza (try-out) - Nederlandstalige pop op z’n best van een fijne band, even warm onthaald door een fijn publiek
Triggerfinger - Een eeuwige knaldrang!
Zwangere Guy – Vlammen zonder Vuur!
Zwangere Guy – try-out – Vredesduif met een missie en een solidaire boodschap

dag 2 – vrijdag 3 juli 2026 – Jong Talent, Sing-songwriters en Jong Nostalgie.
In ons parcours heel wat moois op verschillende vlakken. Uitschieters in de barn met Viagra Boys, Franz Ferdinand, FKA Twigs en Charlotte De Witte. The xx mocht het in somberheid uitwuiven. Jong Nostalgie die we maar al te graag opnieuw hoorden.

Nog even nagenietend van Mumford & Sons komt hier al een opvolger aankloppen op de grote deur. Het Ierse Kingfishr (mainstage) heeft alles in zich om definitief door te breken met hun melodieus kwalitatief sterke folkpop. Vier ingenieursstudenten hebben hun droom waargemaakt om als muzikant een breed publiek te bereiken. Twee jaar terug waren ze hier al eens op de Slope, nu werd het tijd voor het grotere werk.
De charismatische frontman heeft een klok van een stem, die de songs naar een hoger niveau tilt. Momenteel proberen ze de Ierse pubs te ontgroeien. De songs klinken aanstekelijk, groovy door gitaar-, mandolinegetokkel en mondharmonica. “I cried, i wept”, “man on the moon” en “caroline” zijn er maar drie die het publiek moeiteloos omarmde.

Onze begische Ise (Smeets) (klub c) geeft haar innemend songmateriaal zeggingskracht met een heuse band, waaronder twee van The Haunted Youth. De Limburgse provinciegenoten  geven het materiaal een gezwinde indie-droomsound, door een vleugje galm en psychedelica. “Just a lie” en “goodbye letter” wisten dit te onderschrijven.
Samen met Emmy d’Arc wil ze de huidige jonge generatie vrouwelijke sing/songwriting een boost geven. Solo speelde ze “lonely days”, dat teruggrijpt naar die roots. Terug steviger, ruwer, snediger zonder aan emotionaliteit in te boeten klonk “remember”. Tja, met die van The Haunted Youth erbij, heb je chance.
Haar lichthese vocals zijn gelinkt aan een Melissa Etheridge. Met Ise mogen we in ons landschap rekening mee houden. Het debuut is er, de sound is er, nu nog een beetje aan haar podiumprésence werken.

Het Britse Wolf Alice (mainstage) is geëvolueerd van indienoise naar meer indiepop in die kleine 15 jaar. Het zorgt ervoor dat ze nu een paar singles uithebben die toegankelijk, sfeervol, gevoelig klinken, o.m. “just two girls” en “the sofa” uit de nieuwe, vierde ‘the clearing’.
De set werd dus afgewisseld tussen de twee sferen. Toegankelijk alternatief, waarbij het kwintet met zangeres Ellie Rowsell zo goed mogelijk het publiek bij hun set betrekken.
Alle registers worden open gezet op “formidable cool” en “play the greatest hits” door een megafoon en schreeuwzang; tot slot wuiven ze ons uit met het dromerige “don’t delete the kisses”. Duidelijk een wolfje met een schapenvacht van twee kleuren.

Het ierse Cardinals (nest) van de broers Manning worden bestempeld als ‘the next big thing’. Hun debuut ‘masquerade’ zit een beetje in dezelfde nonchalance als Fontaines DC en dan weet je het wel, hier is sprake van fris, gedreven, snedig, rommelig, rammelende indiepostpunk. Het klinkt allemaal losjes uit de pols, wat onvast maar behoudt een intens broeierige spanning. Rauw, ruw, emotievol met een lofi inslag.

The last dinner party (mainstage) zijn graag geziene dames op het festival. Ze debuteerden hier twee jaar terug. Ze presenteren een soort barokke pop in een Louis XIV stijl en pathos. Glamour & kitsch is vervat in die galmende indiepop. Het nieuwe materiaal van ‘from the pyre’ is minder beklijvend. De mainstage leek iets te hoog gegrepen, waardoor het wat over ons heen waaide. De zwierige act en de engelenzang van Abigail Morris hield ons bij de leest. Goed zondermeer met songs als “sinner”, de single “big dog” en doorbraak “nothing matters”, dat vooraan mooi werd meegezongen en uitgewuifd.

De Zweedse weirdos Viagra Boys (the barn) van Sebastian Murphy, hebben zich opgewerkt en hadden een volle barn voor zich. Je wordt meegesleept in hun zompige garagerock’n’rollende postpunk, welke song er ook wordt gespeeld van hun totnutoe vier platen; er zijn de snedige, broeierige gitaarkronkels, de psychedelische keys, de opzwepende drums, een ontspoorde sax, kortom een tegendraads toegankelijke ritme, met hierbij de imposante entertainende zanger, in ontbloot bovenlijf vol tattoes en Adidas trainingsbroek, die zich in allerlei bochten wringt en het publiek tot alles beweegt. Bier, sigaretten en politiek bewustzijn (free palestina), het hoort er allemaal bij.
Dit is een dolgedraaide punklocomotief, sneltrein die van geen ophouden weet; het ging van “man made of meat”, “low learner” tot “sports” en een to the bone uitgediept “research chemicals”. Wat een uitzinnig gekke live set en veroveringstocht.

Het was even back to earth komen na zo’n set van de Viagra Boys. In schril contrast klonk Royel Otis (mainstage). We hoorden melodieuze poprock in een ontspannen zomers jasje , die een stevige sneert kon verteren. De dromerige, indringende vocals leunden nauw aan deze van Kevin Parker van Tame Impala. De muziek hielden we aan als background met hitjes “murder on the dancefloor”, “say something” en “linger”.

Een ander fenomeen, toegankelijker weliswaar dan Viagra Boys in diezelfde barn, was de springerige, groovy postpunk van de Schotse Franz Ferdinand, die nieuw leven wordt ingeblazen en eigenlijk wel iets te vieren heeft met hun schitterende twee eerste albums, ‘franz ferdinand’ en ‘you could have it so much better’, nu ruim 20 jaar oud. Plaatwerk met een sterke herkenbaarheidsfactor door okselfrisse, sprankelende nummers, die erin gingen als zoetenkoek. Franz Ferdinand van Alex Kapranos lijkt herboren. Onlangs verscheen ‘the human fear’, die de brug tracht te slaan met vroeger.
Vol goesting, gretigheid en speels, spontaan klonk het van het kwintet. Nieuw materiaal kreeg ook voldoende ruimte met een ‘built it up’ en ‘night and day’, die aantonen dat ze terug op het goede spoor zitten. “The dark of the matinée”, “walk away”, “do you want to” en “40” zijn twinkelend, energiek, sfeervol. Het ging naar een prachtig closing final, waarbij de ganse meute tot op het podium nog eens lekker kon hotsen-springen en meezingen op “michael”, “take me out” en “this fire”.
Wat een ambiance opnieuw. The barn had nu wel na deze twee gitaaracts het kookpunt bereikt …

De slam poetry van de brit Kae Tempest (voorheen Kate Tempest) (klub c) is sterk onderbouwd. We worden overspoeld in de lichthese zangrap, die sfeervol omlijst was door keys en zalvende beats. We worden in zijn verhaal meegezogen doorheen de handvol verschenen platen in de 15 jarige carrière. Het is nu meer gematigd en met een kwinkslag.
Ook zijn er verschillende novels verschenen, altijd goed om het eens door te nemen.

De Britse FKA Twigs (the barn) is ook nog een apart dametje. Op een niet direct te vatten muzikaal badje van soultrippop/r&b/rock/drum’n’bass, kregen we een spectaculaire zinnenprikkelende choreografie van dansers en danseressen in sensualiteit die tot de verbeelding sprak, terwijl op een groot verhoog de elektronica en een gitaar knalde en zalfde.
Zijzelf zingt, rapt en weet beheerst het publiek naar zich toe trekken. Het gaat stappen verder dan Rosalia en Christine & the queens. Je wordt heen en weer geslingerd in de pikante, spraakmakende act en het geluid tussen hemel en de ondergrond. ‘Eusexia afterglow’ en het nakende ‘body high’ stonden hier voorop.
Op het eind werden we samen met haar tot tranen toe bewogen toen ze helemaal alleen, soulvol, helder, innemend, oprecht zong. Dit was hoedanook een aparte show met een even apart geluid.

Agnes Obel (klub c) laat ons lekker wegdromen op haar etherisch geluid. Haar hemelse stem, de warme pianotunes, de sfeervolle keys, de cello (getokkel) en de bezwerende drums bieden een intimistisch ingerichte huiskamer, maar nu op een groot podium. Mooie filmische songs, deels donker getint, ergens gelinkt aan Tori Amos, tekenen dit concept. “Fuel to fire”, “riverside” en “the curse” waren herkenningspunten.

Rock Werchter laat ruimte voor een Tomorrowland techno gevoel; één van de lievelingen is Charlotte De Witte (the barn), toonaangevende DJ in het genre, die net als twee jaar nu terug the barn en ver daarbuiten iedereen overstelpt met bonkende trancy beats&bleeps in een spectaculaire lightshow. Zij port het publiek steeds aan, geeft er een lap op en zorgt voor wat variatie in dit smiley technoconcept met tribal, afro en andere styles of music. En op de schermen zagen we onze Charlotte, met een boodschap die doorsijpelde tussenin ‘protect club culture’, ‘one’ en ‘resistance’ … Heerlijk genietbaar en dansbaar voor wie ervan houdt.

The xx (mainstage) - Goed dat het Britse trio elkaar heeft teruggevonden na wel acht jaar.  Oliver Sim, Romy Madley Croft en Jamie xx wisten zich een kleine twintig jaar terug te profileren met sober, spaarzaam, dromerige indie electropop, die een spannende dreiging en dark ondertoon had; en doorheen de drie platen werd het meer omfloerst van een ontspannende dansbare grooves en beats, die de dansspieren prikkelde.
Net die twee elementen hoorden we in de goed uur durende set. Dat ze een derde maal mochten aanwezig zijn op Werchter, werd sterk geapprecieerd.
In eerste instantie hadden we een sober decor van somber gebroken wit licht en wat stroboscoops, waarop een gigantische lichtgevende ‘X’ te zien was, verder Romy en Oliver als grote silhouetten op het scherm, en op het achterplan electrotechneut Jamie xx.
In de eerste nummers hadden we die slepende wave, het galmend gitaargetokkel, de diepe basstunes en de zangpartijen die elkaar aanvulden en/of afwisselden. In de zang dus, de helder, indringende, melancholische zang van Romy en de zwierige pasjes en baritonstem van Oliver. “Crystalized”, “say something loving”, “islands” en “angels”, het is een schone so(m)berheid die raakte. Het maakte en maakt The xx groots.
Gaandeweg kreeg Jamie xx meer ruimte, rolden de beats en klonk het trio krachtiger, energieker en opwindender. Stijlvolle synthrock en respect voor elkaars werk, waar ze hun ei kwijt konden in de eigen projecten, o.m. op een “loud places”, “wanna”, “enjoy your life” en “GMT”.
“On hold”, “i dare you” en “intro” konden dan definitief de melancho/groovy elegante set besluiten. Het warme onthaal deed het trio deugd en we mogen nog zeker van hen iets opnieuw verwachten. Benieuwd.  

dag 3 - zaterdag 4 juli 2026 – Jonge beloftevolle bands en Nostalgie maken de brug
De beloftevolle Landmvrks, The New Eves, Halsey, CMAT Kneecap, Bleech 9:3, The Haunted Youth maken de brug naar nostalgische bands en artiesten Beirut, Matt Berninger, Gorillaz, Pixies tot de volwassen geworden showbeesten Twenty One Pilots. 

Op deze zaterdagmiddag hadden we meteen een krachtige opener met het Franse Landmvrks (mainstage), die binnen de metalcore sterk bezig zijn. Ze passen binnen het rijtje van Bring me the horizon, Bury me tomorrow en samen met landgenoten Gojira maken ze deze scene levendig; we hebben een stevige, opwindende sound, er zijn de tempowissels en de zangpartijen gaat alle kanten uit, van diepe uithalen tot grunts. Het kwintet perst het allemaal samen op songs als “death”, “sulfur”, “blood red” en “self-made black hold”.
Lijkt me ook wel iets voor videogames. Na Graspop, Werchter Parklife nu ook overtuigend op Rock Werchter.

The New Eves (nest) uit Brighton is er eentje die we nog kunnen terugvinden op Festival Dranouter. Eerst kwam de klemtoon op indiekfolkende tunes van gitaar/baslijntjes, spaarzame staande drums, viool, cello, dat leuk, ontspannend, dromerig , onaards klonk, beetje als het Finse Varttina toen, maar de sound van de vier dames evolueerde naar meer rauwe indie rock, met net een folky ondertoon . Interessant bandje dus die wat muzikale verrassingen in petto had.

Dogstar (the barn) met bassist-steracteur Keanu ‘matrix/john wick’ Reeves, zit in de typische Amerikaanse AOR lijn, die zelfs richting U2 uitgaat. De songs zijn melodieus, compact, meeslepend, rocken en laten ademruimte voor de instrumenten, als op “siren” en “the whisper”. Goed, al veel gehoord, niet verrassend, wel een op elkaar ingespeeld trio, die een ergens een stadionrock gevoel heeft.

Sterk onder de indruk waren we het Noord-Ierse Kneecap (mainstage), die na Pukkelpop een breed publiek willen bereiken en ons wakker schudden met hun politiek beladen boodschappen in snedige riot-punk raps en stevige hiphopbeats. De drie overweldigden met allerhande bolwassingen van wat er in onze maatschappij gebeurt. ‘Fine art’ en het pas verschenen ‘fenian’ zijn alvast de moeite.
Rebel warriors binnen de hiphop dus, waarbij de DJ/MC een Ierse bivakmuts over zich heen heeft getrokken. Het heeft iets mee van een ver verleden van Public Enemy, Beastie Boys en RATM. Ze wonden er geen doekjes om op nummers als “smugglers & scholars”, “guilty conscience”, “H.O.O.D.” en “recap”; ze knalden en zorgden voor een uitzinnige menigte.
De beelden op het achterplan spreken voor zich van wat we meemaken in deze oorlogsvoerende wereld met zijn gevolgen en de strijd naar een free palestine. Wat een tsunami in tempo’s, salvo’s en beats. In het najaar te zien in Vorst! Een must see!

Terug één van die bandjes die ‘the next big thing’ kunnen zijn. Het Brits/Ierse Bleech 9:3 (nest) hield ons in hun greep met een rits spannende, intense, stevige indiegrunge, waarvan je niet omheen Fontaines DC met een Nirvana tune kunt. Uitschieters waren “canonball” en “tourniquet”. Af en toe klonk het kalmer, sfeervoller. Kijk, in die scene het ontdekken waard dus. Komt nog terug in de Bota, dit najaar.

Het NYse Beirut (the barn) van Zach Condon laat de blazers, gitaar-mandoline getokkel, accordeon en sfeervolle keys vloeien in hun sound. Een unieke combinatie van indiefolkpop americana, tex-mex en Balkan. In die mix borrelt ergens een Goran Bregovic en Calexico op. ‘A study of losses’ brengt hen opnieuw naar Werchter. We kregen  een fijn backcatalogue in hun twintigjarig oeuvre. Condon begeleidt, zalft de broeierige, groovy, aanstekelijke dromerige, zachtmoedige nummers met z’n innemende weemoedige vocals. Heerlijk genietbaar, heupwiegend en mee neuriënd slalomt het combo doorheen de set van “no no no”, “gallipoli” naar “guericke’s unicorn” (van de nieuwe plaat), “postcards from italy” en “the rip tide”. Een sterke closing final tot slot met “sante fé”, “a sunday smile”, “nantes” en “the gulag orkestar”.
Beirut heeft wel op elke plaat enkele uitschieters en deze werden vanavond niet geweerd. Puike set dus.
Na al die jaren mag Dranouter het combo van Zach naar zich eens toetrekken.

Show en entertainment zit ‘em zeker in de Amerikaanse popdiva Halsey (mainstage). Ze maakt deel van de lichting dames Chappell Roan, Olivia Rodrigo enz. We hebben gedreven, sfeervol materiaal , én in voorbereiding van Twenty One Pilots, krijgen ze alvast een stevige sneert.
Persoonlijk hebben we niet direct affiniteit met haar show en muziek, maar duidelijk is dat er hier wat glamour, kitsch en gimmick is gesmeerd van “nightmare”, “closer” (Chainsmokers) tot “colors” en “gasoline”. Op die manier hebben we nu ook haar eens gezien binnen deze dames lichting.

Matt Berninger (the barn) van The National is een publiekslieveling. De charismatische zanger weet hoe hij z’n publiek voor zich kan winnen; ook al zijn de songs niet steeds evident en hapklaar, hij deelt ze letterlijk met hen en is midden hen te vinden. Het zorgt voor eenheid en samenhorigheid.
Naast het rijkelijke oeuvre van The National, nam hij de voorbije jaren ook de tijd voor twee soloplaten intussen, ‘serpentine prison’ en ‘get sunk’; ze zijn popmelodieus met een donker randje en ze zijn bepaald door z’n kenmerkende bariton stem.
Af en te dweept hij met z’n mondharmonica in een nummer; het charmeert nog maar eens hoe hij bezig is, zonder de politieke beladenheid in deze wereld te vergeten. “Frozen oranges” en “distant axis” moet ons vooruit helpen naar een free palestine.
Op “no love” krijgt Trump een schop onder de kont op de 4th of July; er was eerst een valse start, maar was al gauw verholpen door een entertainer als hij. “One more second” bood herkenbaarheid en op “slow show” en “terrible love”, met blazers van Beirut, was hij één met z’n publiek.
We kregen dus een uiterst aangename set die ons even de realiteit deed vergeten maar die ons evenzeer deed stilstaan van wat er rondom ons gebeurt allemaal. Schitterend hoe hij het allermaal aan elkaar knoopt.
Een goed op elkaar ingespeelde band weet met de mooi opbouwende “bonnet of pins” en “inland ocean” te overtuigen. Niemand die twijfelde dat we hier een schitterend optreden hadden.

Gorillaz (mainstage) - Leuk, chillend, ontspannend, kleurrijk, groovy, opwindend klonk Gorillaz, het project van Damon Albarn en Jamie Hewlett. Ook al is het materiaal van hun recentste ‘the mountain’ met een afro-Indische touch, niet steeds even evenwichtig, toch weet het uitgebreide combo in hun all-style music het in elkaar te doen vloeien met een loungy, aanstekelijke touch. Muzikale creativiteit, kunde, intensiteit van deze muzikale duizendpoot Albarn, die als een maestro zijn gorilla’s dirigeert en iedereen in zijn greep houdt.
Hij heeft enkele gastzangers (Yassin Bey, Bootie Brown ) en zangeressen (Kara Jackson, Yukimi) mee, en de clips van de vier gekende fictieve personages doen hun werk. Op die manier heb je een totaalbeleving die maakt dat Gorillaz zich sterk op de borst mag kloppen.
We kregen heel wat nummers die opvallend kort waren, zeker tot bijna aan het finale deel. Hier was ‘on melancholy day’ de eerste echte herkenning, zonder afbreuk te doen aan de rits andere nummers die uitermate groovy, sfeerrijk, aangenaam waren.
Albarn ging doorheen het oeuvre van hun 25 jaar bestaan. We kregen een rits sterke uitsmijters als “stylo”, “dirty harry”, “feel good inc.” en “clint eastwood”, die de laatste zonnestralen uitwuifden.  

The Pixies (the barn) moet het hebben van hun plaatwerk van de end80s-begin 90s. 40 jaar rockgeschiedenis van deze uit Boston afkomstige band. Korte, krachtige noisepop die in sneltempo wordt gespeeld van deze zestigers. Ook hier een portie nostalgie van hun spraakmakende albums ‘surfer rosa/come on pelgrim’, ‘doolittle’, ‘bossanova’ en ‘trompe le monde’. We vinden hier een rits hectische nummers en hits die in ons rockgeheugen gegrift zijn.
Af en toe komt er nog iets nieuws uit, o.m. anderhalf jaar terug nog ‘the night the zombies came’  met bassiste Emma Richardson; ze hebben natuurlijk niet meer de vaart van voorheen, hoeft ook niet , en er zit wat meer blues in.
Black Francis (Frank Black) zingt, schreeuwt, krijst nog altijd in de nummers. “Cactus”, “nimrod’s son”, “mr grieves” openden het goed uurtje noisepop; “Here comes your man” was de eerste echte herkenning; snedig, scherp blijft “vamos”, “gouge away”, “bone machine”, “debaser” en “isla de encanta”.
Wat minder vaart, maar door iedereen wel meegezongen, “monkey gone to heaven” en ”where is my mind”, het zijn songs die Pixies naar een breder publiek bracht. En dan zouden we er nog een paar vergeten uit hun classical time. Hoedanook het nieuwe blijft opgebaard. Pixies is en blijft een goed geoliede machine. Zestigers die te bewonderen zijn.

Twenty One Pilots (mainstage) - Met z’n twee (Tyler Joseph en Josh Dun) wisten ze na hun vorige passage op Werchter opnieuw een typische Amerikaanse show neer te zetten, zoals Green Day dat maar al te graag doet. De drummer mept er op los en de zanger is een waar multi-instrumentalist (gitaar, bas, piano, keys) die alle andere instrumenten voor z’n rekening neemt.
De twee betrekken het publiek nauw bij de songs, de zanger is overal bij het publiek en soms eens midden hen; de drummer slaagt erin zomaar voorbij het podium een verhoog op te klimmen en daar nog eens te drummen.
Voor de jongeren is het een ‘smul’ show , entertainment ten top met leuke nummers, covers, die tekenen voor een zorgeloos anderhalf uurtje. Muzikaal ging het alle richtingen uit, van opener “the contract” naar “shy away” tot de Milky Chance cover “stolen dance” en de extra meezinger “one way”. Het werd nog leuker met “jumpsuit”, “drag path” en “ride” met een security fan die het refrein mocht meezingen. “Tally” werd gecombineerd met Cher’s “believe” en tot slot kregen we nog een deuntje “seven nation army” erbovenop.
Fun & plezier in allerhande statements dus bij deze twee, die hotsten en sprongen, en iedereen in beweging brachten. “Stressed out” en “trees” sloten een zinderende show af.
Twenty One Pilots is aan volgende adem toe; de recentste “clancy” en “breach”  zijn reeds het resultaat nu; songs als “drum show” en “rawfear”, die we live hoorden, zijn alvast veelbelovend.
Trouwens, in deze show viel aardig wel een vergelijk op met onze Oscar & the wolf ’s Max Colembie in présence en zang.
Twenty One Pilots was er eentje voor het jongere volkje, iets anders dan de afsluiters van de voorbije twee dagen en van morgen The Cure.

Check ook de optredens van The Haunted Youth en CMAT die we hier niet konden zien, maar die we dit jaar in een club zagen. Ze zijn een mooi houvast van hun set op Werchter.
Lees gerust
The Haunted Youth – 2025 Festival Dranouter 2025 – Muzikale Beleving en Vakantie in Dranouter
CMAT - 2026 Un concert généreux et intensément vivant…

dag 4 – zondag 5 juli 2026 – The Cure simpelweg magie-straal en kleppers Mogwai, Moby, David Byrne moesten bijna niet onderdoen. Gerijpte rijke nostalgie! Belgische bands evenzeer sterk op het voorplan met Kaat Van Stralen, Dressed Like Boys en Psychonaut.

Kaat Van Stralen (mainstage) was superblij hier te mogen zijn op Werchter; een droom is werkelijkheid geworden. De winnaar van de Nieuwe Lichting van vorig jaar, brengt melodieus broeierige, snedige rock in een punky attitude en jasje. De scherpe teksten, het opkomen voor wie je bent en de mate van politieke beladenheid sieren; pijlen worden afgeschoten naar wat om ons heen en van wat er in onze eigen politiek gebeurt. “Aerobics”, “hoe wil je me? (wat ik doe, wat ik wil, hoe ik ben)”, “vieze vlinder”, “ik weet hoe het werkt” en natuurlijk “stop met wenen” waren nummers die ons op dit middaguur wakker schudden, ons lieten meehuppelen en -zingen.
Live stonden de declamerende songs er en Kaat, breedgerokt op het podium, ontpopte zich tot een El sympathico. Sterke opener!

Bad Nerves is hier op Werchter ook al geen onbekende meer. Nu staan ze op de mainstage, na de Slope paar jaar terug. We hebben hier een portie stevige rock’n’roll door de verschroeiende riffs. Ze raasden door hun set heen, en ook al zijn de nummers an sich niet direct radio edit, ze klinken energiek met een “antidote”, “can’t be mine” die het publiek wist te triggeren.

Dressed Like Boys (klub c) is de uitlaatklep van Jelle Denturck van DIRK. Hier komt het emo kantje in finesse met sfeervol, gevoelig, straight from the heart materiaal aan bod, waarin hij zijn ziel steekt en met een zekere pathos.
Net als bij Kaat Van Stralen is het een opkomen voor jezelf, voor wie/wat/hoe je bent (het ganse concept van de LGBTQ+) en met enige maatschappijkritiek van wat er om ons heen gebeurt.
Sfeervol twinkelende piano/keys en de helder indringende vocals zijn de pijlers in de rakende nummers, die een sterke integere opbouw hebben, ergens tussen The Beatles, Sufjan Stevens, Rufus Wainwright en Perfume genius in. Hij heeft wat te vertellen en smijt zich letterlijk in de nummers als “Jaouad”, “lies” en de afsluiters “pinnacle” en de geschiedenisles in “stonewall riots forever”. De response was enorm.
Puik werk opnieuw van deze West-Vlaming die met Dressed Like Boys een grootse band in spé wordt, gezien de klub hier al vol zat.

Westside Cowboy is één hecht blok op het podium. Een spervuur aan gitaarriffs, stuwende drums en de sterke vocale samenzang, zorgen voor een heerlijke sound in the nest. Westside Cowboy is nog een relatief jonge naam binnen de scene, maar kon zich voldoende onderscheiden. (Erik)

Sinds hun doorbraak in 2018 via De Nieuwe Lichting heeft de Wase band SONS (mainstage) al een indrukwekkend parcours afgelegd. Sons klinkt straight forward, zonder al te veel franjes, een niet te stoppen pletwals. Een nieuwe plaat is uit, ‘Hallo’. Leuk om vooraan al wat moshpits en crowdsurfers te zien. Twee leden zijn net ook papa geworden, van Elliott en Oskar, en dat betekent dat ze met hun gitaarrock er nog ne lap op geven. Robin Borghgraef zingt, entertaint, port het publiek aan en dook ook nog het publiek in om hier een Belgisch wereldrecord crowdsurfen neer te zetten. “Do my thing”, “surfin”, “family dinner”, “bike”, “ricochet” en “waiting on my own”, het zijn allemaal nummers om het publiek naar hun hand te zetten. Sons zijn de jonge vaders van de Belgische rock!

Cory Wong in the barn, is een Amerikaanse gitarist, songwriter en producer, die zowel als soloartiest als in tal van samenwerkingen actief is. Een mix van jazz, rock en funk krijgen we, Zelfverzekerd, virtuoos, speels en met een mate van improvisatie. Verfijnd gitaarwerk in adrenalinekicks. (Erik)

NewDad (nest) is er ook eentje als ‘the next big thing’, uit Ierland weliswaar. Op hun beurt laten ze het wat meer rammelen en is er een 80s galm in hun gitaarspel te bespeuren. Een indrukwekkende muur van gitaren dus, met de dromerige, heldere zang van Julie Dawson, tekende voor een melodieus meeslepende, opzwepende set.
Een aangename ontdekking, dit kwartet, die ons nieuwsgierigheid nog meer opwekte met die Yeah Yeah Yeahs cover “heads will roll”.

Rise Against - De Amerikanen timmeren ondertussen al een kwarteeuw aan de weg en zijn op heel wat festivals zelfs een gedroomde headliner. Op de mainstage kregen we de perfecte harde show vol rauwe uppercuts en energiebommetjes. Compromisloos, rechttoe-rechtaan, een heerlijk wild feestje van moshpits en crowdsurfers. Rise Against , ‘alive and kicking’, zondermeer (Erik)

Mogwai is één van de postrockiconen. De vijf Schotten hebben een nieuwe adem gevonden in het genre, en weten sinds een paar jaar opnieuw te overweldigen. De spannende dreiging is er in de oude traditie van repetitief opbouwende, aanzwellende partijen en explosies, waarbij de subtiliteit, finesse reikende hand zijn met de overstuurde, noisy uithalen en de registers opentrekken. ‘Rave tapes’ en het vorig jaar verschenen ‘the bad fire’ gaven de aanzet van hun tweede adem in hun 30 jarige carrière. En ook hier politieke thema’s met Palestina vlaggen.
Oud en nieuw vinden elkaar hier moeiteloos. Al meteen kregen we twee oude kleppers “yes! I Am a Long Way from Home” en “cody” , die mokerslagen toedienden. De nieuwere “hi chaos”, “remurdered” en “lion rumpus” meten zich ermee. Gepast, gevat is er in hun instrumentale muziek opening naar enkele beheerste zangpartijen.
Mogwai klonk ingetogener, met sfeervolle, zalvende keys en een spaarzamere begeleiding op “hunted by a freak” en “nipale vegan hip pain”.
Maar met “mogwai fear satan”, “we’re no here” kregen we onvermijdelijk prachtige climaxen. Postrocksongs bij uitstek in alle tempowissels. Het extravert slot zinderde na. Klasse!

Last Train (the nest) is een Franse band, die sinds het debuutalbum ‘weathering’ uit 2017 al meteen een ijzersterke live-reputatie heeft opgebouwd. Ook op Rock Werchter vuurwerk en een muzikale sneltrein. (Erik)

A Perfect Circle (mainstage) heeft z’n verwantschap met Tool. Niet verwonderlijk want Maynard James Keenan, is hier ook de spil. Eigenlijk als je er hun set op nahoudt, hebben we een short versie van de opzienbarende Tool. Er is de somberheid, de hoekige ritmes en de begeesterende, slepende, opzwepende tempowissels onder die over-herkenbare zegzang. Live stond A Perfect Circle hier niet echt op zijn plaats, gezien het (single) materiaal minder gekend is en het in deze blakende zon wat voorbij waaide. Beter hadden ze in één van de tenten gestaan, die nummers als “rose”, het nieuwe “starless” en “judith” naar een hoger nivau konden tillen.
Enfin soit, hier was sprake van kunde, klasse, kracht, finesse in een mysterieus, mystiek, hypnotiserend sfeertje.

Van donkerte geen sprake bij David Byrne (the barn), de frontman van wijlen Talking Heads die in de 80s een verfrissende input gaf aan de rock met funk, afro, tribal, salsa, sampling in een artyfarty concept; allerhande stijlen werden met elkaar verweven. Vernieuwend was het toen en 40-45 jaar later, klinkt dit nog steeds even eigentijds intrigerend, sterk overtuigend. Byrne houdt van kleuren tijdens zijn shows, en vandaag op Werchter werd blauw de keuze. Hier werden de dansspieren geprikkeld van Talking Heads materiaal en van z’n solowerk; er is de unieke sfeer, dynamiek en de act op het podium , de instrumenten zijn gekluisterd aan zijn bandleden en met dansers worden synchrone pasjes gezet of wordt er door elkaar gelopen. Het tilt alles omhoog. Schitterend opnieuw wat deze 74 jarige presteert, waarbij zijn vocals nog steeds even sterk als vroeger klinken. We waren van de vorige passage met ‘american utopia’ al verbaasd, nu met ‘who is the sky?’ waren we opnieuw onder de indruk. Aanstekelijk, Uitbundig, Feestelijk, Gemoedelijk, Theatraal.  
Opnieuw was the barn reeds een half uur op voorhand een full house.
De nieuwe single “everybody laughs” opende , en dan kregen we met “and she was” een rits Talking Heads nummers, “nothing but flowers”, “this must be the place” en “strange overtones” (eentje nog Brian Eno toen), die net toont hoe het nummer met zijn trancy world/tribalsounds de tand des tijds overleeft. Verder de grote classics “slippery people”, “psycho killer”, “once in a lifetime” en “burning down the house”. Indrukwekkend, wat een ontlading, met de act en de rondstappende instrumentalisten. Op alle vlakken was er iets te ontdekken, een totaal beleving tot in de puntjes uitgewerkt! Respect.

Met zijn album ‘Play’ , al een goede 25 jaar oud, groeide Moby (mainstage) uit tot één van de pioniers van de elektronische popdance. Dat hij nu nog steeds accuraat en baanbrekend is, bewees hij op Werchter. Moby is altijd al een eigenzinnige performer geweest én het siert hem. We waanden ons op een ware rockende rave party met soms pompende beats; langs de andere kant zorgden de gastzangeressen, met Moby op gitaar dan, voor een haast soulfunky aanvulling op sommige chillende droompopsongs. Die brede, diverse aanpak ging erin als zoetenkoek, overtuigde en overdonderde.
Zijn ode aan David Bowie, deelde hij met een beklijvende versie van “heroes”. Moby heeft ook heel wat te vertellen over de animal rights en de wereldproblematiek, maar hij zorgt evenzeer voor ontspanning en een feestje.
We kwamen al meteen in beweging met de openers “bodyrock”, “go”; het ging verder naar “why does my heart feel so bad”, “honey”, “natural blues” (iedereen gsm lichtjes in de lucht!) tot de prachtafsluiters “porcelain”, “lift me up”  en het vermakelijke “feeling so real”.
Schitterende return, het smaakt na al die jaren naar meer! (+ Erik)

Psychonaut (nest) - Toen we de band nog aan het werk zagen op GGITP in Sint-Niklaas waren we diep onder de indruk. Lees gerust "Emotionele mokerslagen werden hier toegediend. We lieten ons de hele set lang meevoeren door intensiteit, rauwheid en subtiliteit."
Ook vanavond kunnen we die neerslag van deze definitieve afsluiter op de nest maar beamen. In die harde, stevige, bezwerende sound is “the fall of consciousness” een absoluut hoogtepunt. Het maakt Psychonaut pur sang in de opbouw, de spanning, de kracht en de emotionele ontlading. “You are the sky” en “everything else is just the weather” wuift de editie op het alternatiever podium definitief uit.
De ode aan hun overleden vaders – en het vader-zijn algemeen– raakte . Kijk, Psychonaut brengt net die combinatie van emotie, intensiteit en muzikale kracht. We bleven achter met een wauw gevoel (Erik)

Een blij weerzien terug met The Cure (mainstage), één van de iconen binnen de new wave scene. Als waardig ouder wordende festivalganger blikken we maar al te graag terug naar die eighties, toen we als prille tiener “a forest” hoorden en vrijwel onmiddellijk ‘seventeen seconds’ aankochten.
45 jaar later valt het ons op dat er hier op Werchter niet veel ‘zwartzakken’ waren , nee, verschillende generaties zijn met elkaar verbonden, die genieten van de decennia Robert Smith en C°. Nu is The Cure hier terug na zeven jaar.
“Plainsong” en “pictures of you” zetten meteen de sfeer van die twinkelende gitaren, de sfeervolle keys, de diepe bas, de bezwerende drums en die eigen unieke weemoedige stem van Smith.
Hij heeft op zijn eigen manier contact met het publiek met begroetingen langs alle kanten, vaak met een kwinkslag en met korte ‘thank you’s’.
Gretigheid en spelvreugde, toegankelijkheid en somberheid zijn het muzikale houvast, die het publiek moeiteloos meevoert, bijna twee en een half uur lang.
Volgende herkenning in alle wisselende stemmingen: “lovesong”, “fascination street”, “in between days”, “just like heaven” en “a forest”, die de festivalweide doet ontploffen. Sterk. Perfect op elkaar ingespeeld bolt The Cure in hun indrukwekkende oeuvre, de songs vloeien bijna in elkaar over en met het mooie, zeemzoeterige, zachtmoedige, krachtige “disintegration” wordt overtuigend besloten.
Een bis om van te smullen volgt, o.m. “lullaby”, “the walk”, “friday i'm in love”, “close to me”, “why can't i be you? en uiteraard “boys don’t cry” die voor een laatste collectieve ontlading zorgde, en ons definitief uitwuifde.
Op hun manier hield The Cure een volledige festivalweide moeiteloos in de ban. En in welk genre ook, The Cure staat op eenzame hoogte te soleren. Doortastend, mooi, verbluffend, precies, intens, ontroerend en bovenal simpelweg magi(e)straal. Gerijpte, rijke nostalgie!

Setlist: Plainsong // Pictures of You // High // A Night Like This // Lovesong // Treasure // Want // Burn // Fascination Street // Never Enough // alt.end // Push // In Between Days // Just Like Heaven // Trust // Secrets // Play for Today // A Forest // From the Edge of the Deep Green Sea // Disintegration
Bis: Lullaby // Wrong Number // The Walk // Mint Car // The Lovecats // Friday I'm in Love // Close to Me // Why Can't I Be You? // Boys Don't Cry
(Erik-Johan)

Een gedroomd slot van een werkelijk onvergetelijke vierdaagse. Verbazing en euforie , die ons nostalgisch deed terugblikken. Een mooi closing end!

Op naar een nieuw hoofdstuk ‘Rock’ Werchter Live
Tot volgend jaar! In 2027 is Rock Werchter er op 1,2,3 en 4 juli.

Neem gerust een kijkje naar de pics van Down The Rabbit Hole, Groene Heuvels, Beuningen, die in het hetzelfde weekend plaatsvond in Nederland, met deels gelijklopende bands @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9882-down-the-rabbit-hole-2026?Itemid=0
Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Gent Jazz 2026 – Singer-songwriterveteranen, ‘A journey to the outer sounds & colours of live music’

Geschreven door

Gent Jazz 2026 – Singer-songwriterveteranen, ‘A journey to the outer sounds & colours of live music’
Gent Jazz 2026
Bijlokesite
Gent
2026-07-04
Geert Huys

Met de veelzeggende ondertitel ‘A journey to the outer sounds & colours of live music’ lijkt Gent Jazz de puristen van het genre vriendelijk te waarschuwen dat ook dit jaar het festivalprogramma niet vies is van muzikale zijuitstapjes. Met drie singer-songwriterveteranen die hun mosterd eerder halen bij folk en blues, oogde de affiche van dag 3 dan ook alsof ze was weggelopen uit de hoogdagen van Festival Dranouter.

Afwisselend met de internationale kleppers op de Main Stage kreeg jong Belgisch talent een vrijgeleide op de Garden Stage. Zo mocht RAMAN. (***½) op een van de groenste plekjes van de Bijlokesite bewijzen waarom zijn in januari verschenen debuut ‘I Do’ nu al tot de strafste Belgische releases van 2026 wordt gerekend.
Toegegeven, zowel qua stem als muzikaal blijven vergelijkingen met Jeff Buckley en vooral Chris Whitley onvermijdelijk. Toch voegt Simon Raman zoveel eigen emotionele zeggingskracht en muzikale bezieling toe dat elke verdenking van epigonisme al snel verdwijnt. Met de loden namiddagzon als bondgenoot serveerden de Gentenaar en zijn stevig uit de kluiten gewassen ritmesectie een doorleefde set die laveerde tussen bezwerende voodoo blues en atmosferische neo-soul. Muzikale mentor en boezemvriend Tiny Legs Tim keek ongetwijfeld trots toe vanaf De Overkant en zag zijn poulain hier –wellicht niet voor het laatst– een Groots Concert geven in hun thuisstad.

Telkens wanneer hij vanuit de Ierse westkust afzakt naar Gent, voelt dat voor LUKA BLOOM (****) een beetje als thuiskomen. De vonk voor die blijvende liefde voor de Arteveldestad sloeg al over in 1989, toen Barry Moore onder zijn kersverse nom de plume Luka Bloom in de Vooruit mocht opwarmen voor de Cowboy Junkies.
Tijdens het uur speeltijd dat de Ier deze keer kreeg toebedeeld, gunde hij het publiek een intieme inkijk in zijn levensverhaal. Persoonlijke herinneringen en anekdotes vormden hierbij de natuurlijke aanloop naar de songs die eruit waren gegroeid. De aan zijn overleden vader opgedragen opener “The Man Is Alive” bleek de voorbode van één lange aaneenschakeling van hoogtepunten. In combinatie met zijn diep in de Celtic tradition gewortelde zweverige gitaarspel weet Bloom in z’n dooie eentje het publiek keer op keer ademloos aan de grond te nagelen. Tijdens het anti-oorlogslied “I’m Not at War With Anyone” kon je haast een speld horen vallen, terwijl hij het publiek zachtjes zijn mantra liet meefluisteren: ‘I don’t need to be friends with everyone, but I’d like to live in peace with everyone’.
Met de tijdloze neo-folk evergreens “Gone To Pablo”, “Rescue Mission” en “You Couldn’t Have Come At A Better Time” –alle drie geplukt uit zijn weergaloze doorbraakschijf ‘Riverside’– verliet de kleine Ier de Bijlokesite langs de grote poort, na alweer een Gentse thuismatch die niemand onberoerd liet.

De prijs van stijlvolste performance had SUZANNE VEGA (****) al van bij haar opkomst beet. Met goudkleurige sandalen, keurig gemanicuurde nagels, flink aangezette pretoogjes en een zwarte Victoriaanse hoge hoed etaleerde ze meteen haar fascinatie voor klassieke diva’s. Het bruggetje naar opener “Marlene On The Wall”  –het iconische folkrock liedje over (de poster van) Marlene Dietrich– was daarmee snel gemaakt. Meteen was ook de toon gezet voor een strak geregisseerde set.
De rol van haar sidekick Gerry Leonard, meesterlijk gitarist en voormalig artistieke rechterhand van David Bowie, bleek daarbij van onschatbare waarde. Met een funky bluesriff herleidde hij het muzikale complexe “99.9 F°” moeiteloos tot zijn naakte essentie. Vega zelf liet geen kans onbenut om met het publiek te dollen, en kondigde met een knipoog aan dat we eerst allemaal oude klassiekers zouden voorgeschoteld krijgen alvorens nieuw werk te ‘moeten’ aanhoren. “The Queen and The Soldier” omschreef ze als ‘a long and very sad song’, maar mede dankzij de subtiele bijdragen van celliste Stephanie Winters groeide het uit tot het tweede beklijvende anti-oorlogslied van de avond.
Ook na ruim vier decennia blijft de 67-jarige New Yorkse nieuwe parels aan haar repertoire toevoegen. In Gent kregen zowel het titelnummer van haar jongste album “Flying With Angels” als “Speaker’s Corner” een plaats op de setlist, een donker relaas over hoe de freedom of speech almaar verder onder druk komt te staan. Toch bleef Vega nooit lang hangen in zwaarmoedigheid. In “Chambermaid” kroop ze met zichtbaar plezier in de huid van Bob Dylan’s imaginaire kamermeisje, inclusief een ondeugende knipoog naar diens “I Want You”. Na trefzekere uitvoeringen van haar twee ultieme signature songs, “Luka” en “Tom’s Diner”, bracht ze met “Walk On The Wild Side” ook nog een warm eerbetoon aan stadsgenoot en vriend Lou Reed.
Eén conclusie drong zich op: deze Suzanne Vega is nog lang niet van plan op haar lauweren te rusten.

Exacte cijfers hebben we niet, maar we durven erop te wedden dat het laatste concert van JOHN HIATT (***½) op Belgische bodem dé doorslaggevende trekpleister was van deze al vroeg uitverkochte festivaldag. De bijna 74-jarige Amerikaan wil zich in de toekomst onthouden van uitputtende trans-Atlantische trips, en gunt daarom de landen waar hij al vroeg in zijn carrière voet aan de grond kreeg nog een laatste passage tijdens zijn European Farewell Tour.
Op de Bijlokesite –de voorlaatste halte van deze akoestische solotour– werd echter al snel duidelijk dat ook Hiatt’s stembanden hun beste tijd hebben gehad. Zelf sprak hij over ‘a frog in the throat’, maar moeilijker te verbergen was dat sommige hoge noten en lange vocale uithalen hem niet meer moeiteloos afgingen. De introspectieve opener “My Old Friend” kreeg daardoor ongewild een extra emotionele lading. Ondanks die vocale kwetsbaarheid werkte de veteraan zich dapper door een gevarieerde set, enkel gewapend met een akoestische gitaar en mondharmonica. Aan rootsrock klassiekers geen gebrek in Gent: “Thing Called Love”, “Memphis In The Meantime”, “Slow Turning”, “Tennessee Plates” en “Real Fine Love” bleven ook in hun meest uitgepuurde vorm overeind als bakens binnen de Amerikaanse singer-songwritertraditie.
Van vorige passages herinneren we ons vooral een spraakzame, guitig entertainende Hiatt. Dit keer bleef de interactie met het publiek beperkt, alsof het nakende afscheid alle woorden overbodig maakte. Net daardoor wonnen ingetogen songs als “Long Time Comin’” en “Feels Like Rain” alleen maar aan zeggingskracht en groeiden ze uit tot de beklijvendste momenten van de avond. En daar bleef het niet bij. ‘Dat was onze openingsdans!’ fluisterde ergens een trotse fan toen uberclassic “Have A Little Faith In Me” als slotakkoord werd ingezet. Het daaropvolgende applaus hinkte op twee gedachten: uitgelaten dankbaarheid voor alles wat geweest is, maar tegelijk het pijnlijke besef dat één van de grootste Amerikaanse singer-songwriters van de voorbije halve eeuw wellicht voorgoed afscheid heeft genomen van het Europese continent.

Neem gerust een kijkje naar de pics op de site www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz

Gent Jazz 2026 - Van ingetogen luistermuziek, José González, naar dansende benen, Dressed Like Boys, en broer en zus, Angus & Julia Stone, die liefdevol op het podium

Gent Jazz 2026 - Van ingetogen luistermuziek, José González, naar dansende benen, Dressed Like Boys, en broer en zus, Angus & Julia Stone, die liefdevol op het podium
Gent Jazz 2026
Bijlokesite
Gent
2026-07-03
Jasper Vanassche en Michiel De Meyere

De tweede festivaldag begon zoals een zomerdag hoort te beginnen: veel zon, weinig haast. Het publiek druppelde binnen, de tent vulde zich pas laat op de dag echt. Van ingetogen luistermuziek naar dansende benen en broer en zus die liefdevol op het podium.

Marble Sounds - Aan Marble Sounds de taak van de opener. Deels ondankbaar, want het publiek was nog matig aanwezig, en dat voel je op zo'n groot podium. De band, het geesteskind van de Vlaamse singer-songwriter Pieter Van Dessel, trok zich daar echter weinig van aan. Het samenspel van instrumenten en lichtontwerp zat mooi in elkaar, en er bleef zelfs ruimte voor een improvisatiemoment dat je bij deze band niet altijd verwacht. De glasheldere stemmen van de zangers droegen het geheel. Een ingetogen en zorgvuldige start.

Cassandra Coleman - Cassandra Coleman zorgde voor de soundtrack bij het eerste glas. De singer-songwriter uit Nashville brengt indiefolk en dreampop die je ergens tussen Florence Welch, Bon Iver en AURORA kan plaatsen, ingetogen en filmisch. Haar tonen dreven op de achtergrond terwijl mensen iets gingen bijhalen aan de bar en zich lieten opwarmen door dat zalige zonnetje. Niks mis mee: niet elke set hoeft de aandacht op te eisen. Ze bleef ondertussen interactief met het publiek, wat de losse, ontspannen sfeer alleen maar versterkte.

Dressed Like Boys - Hier ging de knop om. Dressed Like Boys is het soloproject van de Gentenaar Jelle Denturck, bekend van de indieband DIRK, en op het podium kwam dat binnen alsof het zo uit de jaren 80 was gestapt, outfits incluis. Zijn muziek leunt ergens in de buurt van Sufjan Stevens, Rufus Wainwright en Perfume Genius, en live vertaalt dat zich in songs met veel tempowisselingen en een mooie opbouw naar de climax. Het meest aangrijpende moment was "Jaouad", een eerbetoon aan Jaouad Alloul, de Belgisch-Marokkaanse acteur, schrijver, zanger en dragqueen die hij bezingt als iemand die simpelweg zichzelf durft te zijn. Ondertussen stond de tent helemaal vol. "Lies" kreeg het publiek na een intiemer stuk in beweging, "Pinnacle" hield dat vast, en met "Stonewall Riots Forever" als afsluiter zette hij er een punt achter dat bleef nazinderen. Een sterk optreden, het kantelpunt van de dag.

Lambert - Na dat feestje kwam Lambert de temperatuur weer wat terugdraaien. De pianist en componist, geboren in Hamburg en gevestigd in Berlijn, treedt altijd op met een gehoornd Sardijns masker. Zijn neoklassieke piano heeft diepe jazzwortels, en improvisatie staat er centraal. Dat verklaart de gezellige, bijna garden-style sfeer waar het publiek gezapig op doorbabbelde. Geen muziek die de zaal stillegt, wel muziek die een namiddag draagt, en op een jazzfestival zit die man met het masker helemaal op zijn plek.

José González - José González bracht het concert waar je even je adem voor inhoudt. De Zweeds-Argentijnse singer-songwriter uit Göteborg, zoon van ouders die de Argentijnse dictatuur ontvluchtten, begon ooit in punk- en hardcorebands en studeerde biochemie voor hij met zijn debuut ‘Veneer’ (2003) koos voor fluisterzang en klassieke gitaar. "Line of Fire" en "Killing for Love" zetten het publiek weer in beweging, en met zijn eigen "Crosses" en zijn befaamde cover van "Heartbeats", oorspronkelijk van The Knife, bewees hij nog eens hoeveel hij uit één gitaar en één stem haalt. Zijn versie van "Teardrop", naar Massive Attack, was een hoogtepunt, en hij sloot af met "Blackbird" van The Beatles. Knappe songs van een echte artiest, al bleef het eerder luistermuziek dan festivalmuziek. Prachtig, op voorwaarde dat je erbij stilstaat.

Angus & Julia Stone - En dan het slot. Angus en Julia Stone zijn broer en zus uit Sydney, kinderen van folkmuzikanten, en sinds hun doorbraak met ‘Big Jet Plane’ (2010) een van de mooiste duo's in het genre. Wat kan Julia eigenlijk níét: gitaar, trompet, mondharmonica, ze pakt het allemaal op. "Yellow Brick Road", met die regel "she shot me down with a revolver", en "Just a Boy" deden hun werk, en hun cover van Sam Smiths "Stay With Me" werd een meezinger met de hele zaal. Fans houden hen wel eens voor een koppel door die gedeelde achternaam, maar het is net de zichtbare band tussen broer en zus die het mooiste was. Ze amuseerden zich duidelijk terwijl ze speelden, en dat plezier stapte zo de zaal in. Het publiek genoot mee.

Conclusie
Dag twee had een duidelijke boog: van de ingetogen opener naar een uitverkochte tent, van dansmuziek naar fluisterstil luisteren en weer terug. Dressed Like Boys leverde de energie, José González de klasse, en Angus & Julia Stone de warmte om op af te sluiten. Zon, goede timing tussen de sets, en een publiek dat mee ademde.

Neem gerust een kijkje naar de pics op de site www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz

Pagina 2 van 146