logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Stereolab

Gauss

Heartbeat

Geschreven door

De ‘moeilijke tweede plaat’ wordt weleens beweerd maar dat lijkt niet op te gaan voor Gauss. Het helpt misschien wel als je weet wat je wil en je je daar door niets rondom je heen laat vanaf brengen. Het feit dat bands dezer dagen veel meer in eigen handen hebben in vergelijking met vroeger waar de grote platenlabels beslisten welke producer en songs er moesten komen op je album zal er ook wel voor iets tussen zitten.
In elk geval gaat het duo van Gauss gewoon verder van waar ze stopten met hun eerste album: het maken van elektronisch sfeervolle maar alternatieve muziek. Muziek met meerdere lagen en met een heel eigen smoel. Getuige van de eenheidsworst die radiostations dezer dagen uitzenden , zijn we dan ook blij met een streepje originele muziek. En dat is bij Gauss wel het geval. De stem van Mati Le Dee is begeesterend en feeëriek.
Het doet mij soms een beetje aan SX denken. De synths van Emile Sertyn zijn groots, tegendraads, sfeerrijk… Je hoort heel veel variatie en toch vormt het geheel een mooie homogene sound. Opener “Dance” trapt Portishead-gewijs af (vooral inzake ritmiek) en is vrij introvert. De vervormde mannenstem past heel goed tussen dit grootstad geluid. “Heartbeat” drijft op een sound dat aan een hartslag/monitor refereert. Een song als “A Walk” klinkt de eerste maal wat gek en moeilijk maar zit heel clever in elkaar. De bas, de percussie en de eigenzinnige zang (Björk?!) geven een vreemde sfeer aan de song. Maar wel een topnummertje.
Tien van deze eigengereide nummers staan er op “Heartbeat”. Heerlijke songs die de middelmaat met gemak overstijgen. Ik was al mee met hun debuut en met deze tweede lijken ze nog beter geworden te zijn. In plaats van Hooverphonic naar Eurosong te sturen met een vrij onopvallend liedje hadden ze beter Gauss gestuurd. Ze zouden zeker opvallen en een resem verschillende meningen oproepen. In elk geval klinkt alles goed en zal je met elke beluistering nog nieuwe dingen ontdekken. Super plaatje!

John Blek

The Embers

Geschreven door

John Blek is een Ierse folkartiest en singer-songwriter die al menig jaren zijn sporen heeft verdiend binnen deze muziekstijl. In 2018 werd hij zelfs genomineerd voor de beste song op de Internationale Folk Music Awards voor “Salt In The Water”. Het betekende zijn doorbraak in 2019. Dit dankzij het album 'Thistle & Thorn'. Met 'The Embers' brengt John Blek zijn ondertussen vijfde plaat uit. Boeiende songs, waar de man zich profileert als een troubadour en klasseverteller.
Breekbare songs verpakt in een sound die je naar adem doet happen, worden door die bijzonder warme stem van John toegedekt met een deken tegen koude nachten. Dat is de rode draad op deze gezapige plaat, die eigenlijk wat diezelfde lijn uitgaat maar geen seconde verveelt doordat John Blek je hart vanaf de eerste tot de laatste noot letterlijk omarmt. Vanaf “Empty Pockets” voel je dan ook een intense gloed over jou neerdalen. Met de ogen gesloten wanen we ons in een toestand van complete 'zen' even weg van de harde realiteit rondom ons. Nee, de man doet niet aan scherp uithalen of geluidsmuren omver werpen., noch meningen door de strot rammen of heilige huisjes omver stampen.  Maar op een eenvoudige en sobere wijze die gevoelige snaar raken. Telkens opnieuw en opnieuw. Dat doet John Blek wel keer op keer. In die lijn gaat het dus ook uit bij “Death & His Daughter”, “Ciara Waiting” en andere “Old Hand”. Elke song opnieuw doet hij je naar adem happen, waardoor de pijn in je hart verzacht. Een opvallend mooi moment krijgen we bij “Revived”. De Ierse singer-songwriter Mick Flannery zingt met Blek een mooi duet. Flannery zijn diepe stem past perfect bij de zachte stem van John. Het zorgt voor nog een magie die de haren op je armen doet rechtkomen. Die bedwelmende sfeer keert terug tot het einde met een kers op de taart in de vorm van “Walls”.
John Blek doet je op deze 'The Embers' voortdurend naar adem happen met zijn toch wel zeer bijzondere warme stem. De dromerige en bedwelmend mooie songs op deze plaat zijn één voor één verslavend. Eens onder hypnose gebracht, pink je een traan weg door de emotionele impact van dat wondermooie en het zeer unieke stembereik dat John Blek tentoon spreidt. Het mooiste echter is dat de klasseverteller in alle eenvoud je hart doet bloeden, zonder je pijn te doen. Eerder doet hij een warme gloed over jou neerdalen, waaruit ontsnappen onmogelijk blijkt.

And Then Came Fall

Should We -single-

Geschreven door

And Then Came Fall was op hun debuutalbum nog wat moeilijk te plaatsen. We bleven toen wat hangen in termen als ‘loungy’ en ‘herfstig’. Op hun nieuwe single “Should We” is hun bandgeluid nog wat puurder, maar zeker niet makkelijker te definiëren. Ergens tussen Blue Blot en SX in op deze track, beetje dansbare blues, beetje introspectieve singer-songwriter, … De urban-feel is deze keer wat verder weg dan op het vorige album en ingeruild voor een sound waarin de hele band aanwezig is. De lyrics en emoties staan iets meer centraal. Puike single. Misschien toch eerder Radio 1 dan Radio 2.

https://www.youtube.com/watch?v=NIjF9aNbmvg

The Milk Factory

Aula

Geschreven door

Edmund Lauret en pianist Thijs Troch, vertegenwoordigers van de avontuurlijke Gentse jazzscene die momenteel furore maakt, kwamen na een duoconcert op het idee om een nieuw project op te starten. Met Viktor Perdieus (tenorsaxofoon), Jan Daelman (dwarsfluit), Kobe Boon (bas) en Benjamin Elegheert (drums) was het collectief The Milk Factory geboren. De band spitst zich bewust toe op een meer melodieuze en intieme aankleding, in een vaak totaal andere richting dan hun andere projecten. Met ‘Aula’ stelde The Milk Factory in janurai 2020 zijn eerste volledige album voor. We horen een warme plaat, waarbij grenzen van jazz worden verlegd naar eerder improviserende muziek. Zonder geluidsmuren af te breken, eerder door harten diep te raken op een intieme maar magisch mooie wijze.
Intimiteit is inderdaad het sleutelwoord bij die eerste song “Verrevan”. Hoewel daarop al lichtjes wordt geëxperimenteerd met klanken , zorgt de band ervoor dat de trommelvliezen niet worden aangevallen, eerder strelend zacht wordt je ziel verwarmd. Warmte die je niet in slaap wiegt, maar eerder terugbrengt naar de essentie van het leven. Songs als “Groef”, “Whistle Island” en “Tref” doen dan ook eerder een gemoedsrust over jou neerdalen.
Daar waar de heren binnen andere bands vaak zodanig experimenteel tewerk gaan dat het soms bevreemdende tot oorverdovend aanvoelt, kiest The Milk Factory er zeer bewust voor de rust te doen wederkeren in je hart. En dat is een verdomd goede keuze, want die rust kunnen we gebruiken in gejaagde tijden van het leven. Diezelfde impact, met voldoende oog voor buiten de lijntjes van jazz kleuren, keert over de hele lijn terug. Daardoor blijf je aandachtig zitten luisteren en genieten tot de toppen van je tenen als jazzliefhebber, die houdt van bands die buiten die comfort zone durven treden van dit genre. Dat is wat de heren voortdurend doen.
Uiteraard bestaat The Milk Factory uit topmuzikanten die al heel wat watertjes hebben doorzwommen. Uit songs als “Aula”, “Gitaar” en “Houtdokken” blijkt die virtuositeit en absolute klasse van elk van hen voortdurend. Echter is er geen enkel element binnen de band dat er uitspringt, wat kan gezien worden als een pluspunt. Het is net die meesterlijke kruisbestuiving tussen elke muzikant binnen dit project, dat ons over de streep trekt. Een stelling die bij afsluiters “Bunny” en “Papegaai” nog maar eens in de verf worden gezet.
Over de hele lijn is 'Aula' een kristalheldere debuutplaat geworden van een band die naast zoveel projecten, op zoek is naar een rustpunt waar ze zichzelf kunnen in terugvinden binnen een gejaagd leven.  Op ons heeft het in elk geval die inwerking dat we even achterover leunen en gewoon genieten van het magische klankentapijt dat The Milk Factory uitspreidt om die noodzakelijke gemoedsrust te doen wederkeren in hart en ziel. Waardoor de band in zijn missie met brio is geslaagd, intimiteit creëren die een gevoelige snaar raakt. Met voldoende oog voor het improviseren en op avontuur trekken door het landschap dat jazz heet.

Matt Watts

Queens

Geschreven door

Matt Watts heeft wat van een crooner in een rockband. Hij hangt wat tussen zingen en fluisteren in, wat bijdraagt aan de emotie van zijn albums. De in Brussel aangespoelde Amerikaan heeft een opvolger klaar voor ‘How Different It Was When You Were Here’. Dat was een schilderij in dertien tinten grijs, terwijl hij voor ‘Queens’ het penseel ook in de lichtere, montere kleuren dopte.
Zoals schilder Adriaan Brouwer zich uitleefde in het schilderen van café-taferelen, zo schildert Matt Watts in elke song een personage uit zijn ontmoetingen in café Queens in Sint-Gillis. Net als Adriaan Brouwer beperkt hij zich niet tot het beschrijven van de café-gasten, maar geeft hij een soort van situatieschets. En net als Adriaan Brouwer neemt Watts gretig deel aan dat café-leven. De songs op ‘Queens’ zijn de op muziek gezette bedenkingen die Watts die maakte op de terugweg van het café naar huis. Dat gaat van medeleven en goede raad tot virtueel nog wat verder flirten. Alles wat je bij nacht en ontij op café kan verwachten. Het is ook in die context dat je de cover van Michael Jackson’s “Billie Jean” moet zien: discussies over vermeend vaderschap zijn één van de vaste ingrediënten in de nachtelijke gesprekken op café.
Muzikaal gaat het alle kanten uit, van smoothe rock tot trage folk en americana. Van catchy tot meeslepend. “Sha La La La Jim” heeft nauwelijks een shalalala in de lyrics en heeft dat ook niet nodig om je mee te nemen op zijn easy-rock-fluister-trip. “Lula” is een bezwerende popsong , die wat doet denken aan de eerste tracks van Zita Swoon (toen nog als Moondog Jr).  “Smoke All Around My Brain” is kampvuur-americana-folk die zelfs fans van The War On Drugs zal kunnen bekoren.
Op de trage pianoballad “With Every Heating Mile” wandelt Matt Watts met een ongepast enthousiasme door een diepdonker tranendal. Deze song sluit nog het beste aan op die van ‘How Different …’ en toont nogmaals dat deze Amerikaan een meester is in het vangen van verdriet en ontgoocheling. De vrouwenstemmen die Watts hier van repliek dienen, snijden door merg en been. Zo pijnlijk eerlijk kom je de lyrics zelden tegen, of het zou bij Guido Belcanto moeten zijn. Van hem heeft Watts zijn “Ik Weet Niet Waar Mijn Meisje Is” vertaald en als bonustrack toegevoegd.
“Lay Your Years” heeft een murderballad-sfeer met daarover wat heerlijke, zwevende psychedelica in de synths en de gitaren. Daarna klaart de hemel op bij “Waking Up” of is het maar schijn? Het lijkt een naïef en onschuldig verhaaltje en de muziek stuurt deze track nog wat dieper die richting uit, maar Watts legt er altijd een paar dubbele bodems onder, zodat zelfs een ‘ooh-ooh’ plots een betekenis krijgt. Hetzelfde verhaal ongeveer bij “There I Have Come For You”, een catchy en vrolijke riedel met veel venijnige doornen onder de roos. “Penniless Carpenter” flirt met americana en country en straalt wat dreiging uit. De finale van deze track heeft een Stef Kamiel Carlens-stempel. Samen met “Lay Your Years” en “With Every Heating Mile” behoort dit tot het mooiste drieluik van dit album.
Het is verbazend hoe Matt Watts zijn schilderijtjes kan verpakken in popmuziek van drie minuten, met telkens de treffende kleuren en de juiste accenten. Dat kunnen alleen de groten.

Tool

Fear Inoculum

Geschreven door

Er is nogal wat geschreven en gepraat over deze schijf. Reeds lang voordat ze uitkwam. Het was dan ook lang wachten op de vijfde release van Tool: niet minder dan dertien jaar. Alleen al hierdoor was de plaat al een succes bij de release ervan. Maar we mogen zeggen dat de plaat daarnaast ook wel steengoed is. Zoals altijd leveren ze geen half werk af. Dat begint met de muziek maar ook met alles ernaast: video’s van de hand van gitarist Adam Jones, het artwork… Ook nu is het artwork bijzonder. Het is voorzien van een oplaadbaar 4inch HD-scherm en een luidspreker waarop een verborgen track staat. Over de kostprijs van het hebbeding gaan we het niet hebben hier , maar wel over de muziek.
Op de fysieke versie staan zeven tracks die goed zijn voor bijna 80 minuten muziek. Er wordt geopend met de titeltrack en de eerste single uit ‘Fear Inoculum’. Zoals steeds wordt alles heel langzaam en doordacht opgebouwd. Alles in een soort van roes en eigenlijk met veel emotie in zang en gitaarwerk. Met monumentale percussie en drumwerk. Wie nog aan hen twijfelde , zal nu wel overtuigd zijn denk ik. “Pneuma” begint een beetje zoals de vorige song maar krijgt daarna een steviger inborst die met horten en stoten komt, maar zich onverwijld doorzet. Er wordt stevig maar beheerst afgesloten met “7emptest”. Hier zingt Maynard vrij stevig en met een echte rockstem. Eén van de topnummers op dit epos.
Staan er verrassingen op dit album? Niet in de zin van dat ze elementen gebruiken die ze nog niet voorheen in hun muziek staken. Je moet geen toestanden met folkmetal of wat anders verwachten. De zang klinkt minder steriel en koud dan vroeger. Ook technisch en op het vlak van melodie blendt alles mooi en zelfs warm tesamen. Dat is misschien wel een verandering en iets dat ik vroeger soms miste bij hen. Verder weten ze met hun doos blokken weer een mooi bouwwerk te maken waar velen niet kunnen aan tippen.
Het album zal niet de impact hebben die hun werk uit de jaren ‘90 had (daarvoor is de tijdsgeest al teveel veranderd) maar ze blijven hier terug flirten met de term meesterwerk. Dit is een ontdekkingstocht van een anderhalf uur lang.

The Rescue

Inhale

Geschreven door

Als we spreken over The Rescue, dan spreken we niet over de door God geïnspireerde, Amerikaanse band maar over het gelijknamige Belgische project dat door keyboardspeler Philippe Gunst werd opgericht. Nog nooit van gehoord? Dat zou best kunnen maar de naam Philippe Gunst zal je misschien wel kennen als de bassist van de Joy Division-tribute band Curtis. Daarnaast zat hij reeds tweemaal in de Rock Rally-finale: een keer met Shangai en een keer met Always Loved You.
Met dit project wil hij vooral eigen nummers brengen. Hij begon alleen aan dit project, maar wordt intussen bijgestaan door bassist Manu Terneus. Recentelijk werd ook zangeres en synthspeelster Sophie Peperstraete aangetrokken. Wat kunnen we muzikaal verwachten van dit trio? Warme instrumentale muziek dat qua inkleuring elektronisch gericht is. Het doet wat aan een minimalistische versie van Orbital denken of aan Johan Troch. Wat zweverig bij momenten, maar toch haast dansbaar en melodieus.
Met dit zal The Rescue geen Rock Rally-finale halen, maar het is muziek waar ze een aantal kanten mee uitkunnen. ‘Inhale’ kan tot een clubtrack gemixt worden. En als je wil kan je het ook ombouwen richting ambient.

Elektro/Dance
Inhale
The Rescue
 

Natashia Kelly

Inside The Wave

Geschreven door

Natashia Kelly is een uit Antwerpen afkomstige componiste en zangeres die folkinvloeden verbindt met een dromerige stem, en kruidt met de nodige jazzvibes. In 2016 verscheen Nahashia Kelly’s debuut-EP. Nu volgt het album ‘Inside The Wave’ waarmee ze uitpakt in een double bill met Pentadox waarmee ze trouwens op tournee gaat in het land. Onder de naam Natashia Kelly Group bracht ze een uiterst veelzijdig album uit in eigen beheer. Hiervoor laat ze zich bijstaan door Jan Ghesquière op elektrische gitaar en Brice Soniano op dubbele bas. Het zorgt voor een sprookjesachtig mooie schijf, waar zowel instrumentaal als vocal, intimiteit je tot een gemoedsrust brengt waaruit ontsnappen onmogelijk blijkt.
Ondanks de magistrale inbreng van de muzikanten van dienst, die een enorme meerwaarde vormen binnen dit geheel, is het dat bijzonder uiteenlopend stembereik van Natashia dat ons het meest over de streep trekt. “Tightrope Dancer” is al zo een binnenkopper van jewelste die aan je ribben kleeft. Intiem raakt ze de gevoelige snaar, maar even goed gaan de registers open waardoor je zweeft over de dansvloer in een trance. Nee, geluidsmuren worden niet afgebroken. Maar die gevarieerde aanpak zorgt ervoor dat je gekluisterd aan Natashia’s lippen geboeid blijft zitten luisteren en genieten. Blues, country, folk en jazz, het passeert allemaal de revue. Dat deze virtuose zich niet vastpint op één stijl en met haar muzikanten aan het improviseren slaat tot het oneindige, doet ons nog het meest naar adem happen.
De vele kleuren van de regenboog komen boven drijven bij elke song opnieuw. Daarbij wordt de Ierse achtergrond van Natashia trouwens uitvoerig tentoon gespreid. Binnen deze sfeer gaat ze zeer ingenieus tewerk om de aanhoorder op het verkeerde been te zetten, en voortdurend schippert ze tussen die weemoedige intimiteit en een folky sfeer die op de dansheupen werkt. Luister maar naar “Sacred Song” waar de stem van Natashia zeer gevoelige snaren raakt, om dan lekker de teugels te vieren in een mengelmoes van vreemde geluiden die in een mix van golvende bewegingen de oorschelpen strelen en je gemoed tot een sprookjesachtige soort rust brengen. Binnen diezelfde folkse sferen verlegt Natashia dus meerdere grenzen. En dat blijft ze doen tot het wondermooie “Round Midnight” als afsluiter van dit meesterwerk.
Door middel van melodieën die je hart beroeren en een kristalheldere stem stelt Natashia Kelly group met 'Inside The Wave' een album voor dat zoveel kanten uitgaat dat het je enerzijds ontroert en anderzijds doet zweven over de dansvloer van het leven. Vooral wordt op deze wijze alle emoties van een mens aangesproken, waardoor een al even ruim publiek aan folk, blues tot jazz liefhebbers over de streep zou moeten worden getrokken door deze veelzijdige artieste en plaat, die in golvende bewegingen elke snaar in je hart diep raakt.

Pagina 128 van 460