AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Stereolab

The Kut

Valley Of Thorns

Geschreven door

Even dacht ik met een tributeband van Hole te maken te hebben, maar The Kut heeft toch wel een eigen gezicht. Princess Maha, de enige constante in de band, heeft een stem die hard lijkt op die van Courtney Love en ze zingt ook nog eens net zo verveeld-boos als de weduwe van Kurt Cobain op het eerste volledige album ‘Valley Of Thorns’ van dit meidentrio.
Maar tekstueel en muzikaal zijn er wel verschillen. Princess Maha is zeker geen doetje, maar ze gebruikt toch minder beledigingen en schuttingtaal als Love. Het groepsgeluid van The Kut zit dichter bij de grunge van L7, Alice In Chains en Screaming Trees, terwijl Hole misschien eerder richting The Melvins en Nirvana zat. Net zo goed zit er wat hardrock en soms wat van de Runaways in deze ‘Valley Of Thorns’.
Er zijn wel meer bands die vandaag teruggrijpen naar de luide gitaarmuziek van de jaren ’90 en The Kut doet dat hier met een raak neergezette sound en brengt alles met veel overtuiging en vertrouwen. Dat mag ook als je in eigen land op de grotere festivals speelt en volop awards en (terecht) lof krijgt.
Maar de tijdsgeest leert ons dat het Belgische publiek op dit moment meer openstaat voor breekbare muziek met veel emotie. Vandaar dat deze Britse band in ons land nog niet verder geraakt is dan de Kinky Star in Gent. Er zijn slechtere plaatsen als startpunt om ons landje te veroveren, maar het zet je als band wel mooi met beide voeten op de grond. Om met deze grunge een Vlaams/Belgisch publiek voor je te winnen, wordt een werk van lange adem.

Subsonics

Fresh Colored Paint

Geschreven door

Men haalt veel inspiratie uit de Jaren 70 en 80. Waarom niet teruggaan naar de jaren 60? Dat is wat dit Amerikaans trio, uit Reno Nevada, doet. Rock and roll brengen dat teruggrijpt naar de Bo Diddley’s, The Little Richards en hedendaagse bands zoals Nightmen. Op hun achtste album doen ze exact wat ze op hun vorige deden. Rock and roll spelen net alsof we in de jaren 60 leven. Heel basic en trouw aan het genre. We horen vocals, gitaren, bas, drums en wat orgel, violen om de boel op te fleuren.
Het moet gezegd n het rockt. Luister maar eens naar “You Got Eyes” of “Baby & Chita”. Allemaal nummers die rond de twee minuten duren. Niet langer dan nodig en zonder ingewikkelde songstructuren. 14 songs in een goeie dertig minuten. De vocals zijn goed maar je moet wel aan zijn klankkleur en accent zijn. Hij legt een bepaalde nadruk in zijn zang waardoor het wat als een gimmick klinkt. Voor de rest fijne liedjes zonder meer.
Een degelijk rock n roll plaatje.

Mignon

Toys Tantrum

Geschreven door

Mignon heeft zijn wortels stevig in de rock n roll van de Jaren 60 en de punkrock van de jaren 70 zitten. Het is de derde release van deze Duitse dame. Want Mignon is in feite het werk van Mignon Baer (Vocals, gitaren, keys) aangevuld met Corwin Hambrick (bass en gitaar) en Matthias Brendel (Drums).
Ze serveert ons nummers die soms richting garagerock opgaan (bv “Dollhouse”) en soms eerder richting punkrock (zie bv “Bulldog” of “Ghost of a Memory”). Op “Ghost of a Memory” komt Adrian Stout van The Tiger Lilies even meedoen op zingende zaag. Ze probeert overal wel catchy te klinken. Soms komt ze daarmee in de buurt punkpop  (“Hands of Time”) , net als bands The Kills en The Yeah Yeah’s. Op “Make Believe” komt een Hammond orgeltje zijn ding doen. Een mooi opgebouwde track. Zo weet ze variatie en melodie in haar liedjes te steken. Heel basic en  op een eenvoudige manier.
Mignon heeft een nieuw album dat heel degelijk is. Niet wereldschokkend maar het zit goed in elkaar en het heeft wel eigenheid.
Rock n roll en garagerock in een hedendaags jasje gestoken met een punky attitude.

Gil Hockman

Becoming

Geschreven door

‘Becoming’ is het vierde album van deze Zuid-Afrikaanse muzikant. Het album is al een half jaartje uit maar bereikte ons nu pas. Hij combineert wat traditionele singer-songwriter instrumenten met meer elektronische elementen om zo tot een eigen geluid te komen. Alles werd grotendeels geschreven en opgenomen in een kamer van zijn appartement in Johannesburg.
Het resultaat is een album originele , sfeerrijke liedjes. Het heeft een beetje een DIY vibe mee van Gotye. Op “Monday 7 september” komt Julian Redpath meezingen. Dat zorgt niet meteen voor grote verrassingen want de song ligt geheel in de lijn van de andere liedjes. De teksten gaan deze keer meer over de grote vragen van het leven en de weg die we afleggen in het leven. Echt vrolijke materie is het niet maar het past wel allemaal mooi in het geheel. Desondanks die teneur staan er best wel wat catchy dingen tussen.
‘Becoming’ is een sterk album. Sing/songwriting, maar we zouden het ook indiefolk kunnen noemen, goede songs  en een eigen geluid. Intrigerend album.

Meadowlake

Meadowlake

Geschreven door

Het vijfkoppig Groningse Meadowlake brengt op 11 mei hun debuut uit. Muzikaal zijn ze wat verwant aan acts zoals The National, M83 en andere indierock bands. Een stevige bas, een donkere stem, een weidse sfeervolle sound in de songs typeren hen.  Intussen zijn er al verscheidene singles uit het album uitgekomen. “Hot Punch” was de eerste en klinkt wat als een wave song. De gitaren en synths roepen dit beeld op. Met erboven de warme zang. Een mooie bridge maakt de song af. “Heavy” is misschien nog een stukje beter. Het is een nummer over afscheid nemen. Afscheid nemen in al zijn aspecten: sterfgeval, emigratie, stukgelopen relatie… Vrij melodieus nummer. “No Tomorrow” is een stuk ritmischer en uptempo. Terug zit alles goed in elkaar. De zang doet voornamelijk dienst als sfeerschepper en als muzikaal onderdeel. De melodieën komen vooral van de gitaren en/of synths.
Alles werd opgenomen in de Dufry studio in Amsterdam en de Mailmen in Utrecht onder productie van Minco Eggersman (o.a. At the Close of Everyday, The Spirit That Guides Us, The Beautiful Mess…).
We vinden hier op dit debuut 10 subtiele , sfeervolle songs die best goed in elkaar steken. Heel fijn debuut dat indie liefhebbers zal bekoren. Hier hebben we bandje met potentie en dat het ontdekken waard is.

Jimi Hendrix

Both Sides Of The Sky

Geschreven door

Om te beginnen willen we dit even duidelijk stellen : Jimi Hendrix is de Eddy Merckx van de elektrische gitaar. Geen mens de er aan twijfelt dat hij de grootste aller tijden was en er zal nooit een betere opstaan.
Maar wij fronsen toch altijd een beetje de wenkbrauwen als men komt opzetten met alweer een ‘nieuw’ Jimi Hendrix album. Je mag niet vergeten dat Hendrix in zijn korte leven amper drie platen heeft uitgebracht. Met alle postume releases kan je ondertussen wel al een hele platenwinkel vullen, liefst in een ruimte met uitbreidingsmogelijkheden.
Een mens mag dus terecht vrezen dat er 48 jaar na de dood van Hendrix enkel maar wat kruimels zouden overblijven. Maar dat is buiten Eddie Kramer gerekend. De geluidstechnicus heeft destijds uren, dagen, nachten, maanden met Jimi in de studio gesleten en hij weet perfect in welke schuif welke opname ligt. Jimi Hendrix blijkt nu eenmaal een artiest te zijn geweest die quasi alles opnam wat hij deed, enkel toen hij moest kakken werd de bandopnemer even afgezet.
Dus, releasen die handel, dacht Eddie Kramer dan maar, iemand zal er wel beter van worden.
Naar ons weten heeft Hendrix nergens nog directe erfgenamen rondlopen, Kramer zal hier dus ongetwijfeld zelf wel een aardige stuiver aan overhouden.

O
ok onze platenkast puilt uit van de postume releases, maar we vragen ons nu toch stilaan af of de schatkist ondertussen nog niet tot op de bodem is leeggeroofd. Op ‘Both Sides Of The Sky’ is het gitaargenie Hendrix immers nog maar eens in volle glorie te bewonderen, maar een pak van dat met veel poeha aangekondigde ‘nieuwe’ materiaal hebben we toch al wel eens eerder gehoord.
Wat ben je eigenlijk met de 37 ste versie van “Hear My Train Coming” ?, natuurlijk een fantastische song, maar de versie op ‘Both Sides Of The Sky’ voegt bitter weinig toe aan al deze die er zijn aan voorafgegaan. “Power Of Soul” is ook weer typisch zo’n take die weinig verschilt van alle andere uitvoeringen. Vertrouwde songs als “Lover Man”, “Steppin’ Stone” en de Muddy Waters cover “Mannish Boy” krijgen hier versnelde interpretaties mee, best wel leuk, maar echt onmisbaar zouden we die niet noemen.
Toch valt hier heus wel wat te rapen, zelfs voor de doorwinterde Hendrix fan die dacht dat ie alles al in huis had. Jimi had immers wel eens bezoek in de studio en de passanten mochten geregeld een potje komen mee jammen, en natuurlijk mocht alles op tape. Stephen Stills zingt aardig en speelt een fijn staaltje hammond orgel op zowel “$20 Fine” als op Joni Mitchell’s “Woodstock”, waarop Jimi trouwens de basgitaar beroert. Johnny Winter komt zijn gitaartrukendoos bovenhalen op “Things I Used To Do”, een straffe bluestrack en één van de redenen waarom je moet overgaan tot het aanschaffen van dit album. Met “Georgia Blues” komt er nog zo’n knappe trage blues aan met de bekoorlijke soulvolle vocals van Lonnie Youngblood.

Verder is het uiteraard alom smullen van Jimi’s gitaarvernuft. Een hoogtepunt is “Send My Love To Linda” dat heel breekbaar en fluisterend begint om dan halverwege over te gaan in een soort Blue Cheer jam. Afsluiter “Cherokee Mist” is ook absoluut de moeite, Jimi trekt hier met een vliegend tapijt naar het Oosten en laat zijn gitaar heerlijk psychedelisch uitfreaken. Deze was al eens eerder op plaat gezet, wij vinden hem terug in onze vierdelige box ‘The Jimi Hendrix Experience’ uit 2009, maar die versie had duidelijk minder tijd in de papavervelden doorgebracht.
Een pluspunt is dat al deze opnames van onberispelijke studiokwaliteit zijn, een pluim die we ook weer mogen steken op Eddie Kramer’s hoed. Iets heel anders bijvoorbeeld dan al die krakkemikkige en halfslachtige opnames die we kennen van generatiegenoten The Stooges of The Velvet Underground. Uiteraard ook steengoede muziek, maar het leek soms wel of al die tracks met een aftands cassetterecordertje waren opgenomen in de kelder van het plaatselijke wassalon.
Natuurlijk zullen de fans deze ‘Both Sides Of The Sky’ aanschaffen, hun collectie zou wel eens onvolledig kunnen zijn. Maar aan zij die Jimi Hendrix nog moeten ontdekken en niet echt weten waar te beginnen zouden wij de simpele raad geven : koop gewoon de drie studio albums waar Hendrix zelf in levende lijve bij betrokken was (‘Are You Experienced’, ‘Axis : Bold As Love’ en ‘Electric Ladyland’) en stort u nadien desgewenst op al dat formidabele live materiaal.

Voor de fans, Kramer laat weten dat het nog niet gedaan is. Het studio materiaal is zo goed als op, maar er zou nog een hele hoop live shit klaar liggen.

Cabbage

Nihilistic Glamour Shots

Geschreven door

Beetje vreemd, dit moet doorgaan voor het zogenaamde debuutalbum van Cabbage, maar de band heeft in de afgelopen drie jaar el een pak EP’s en singles uitgebracht met in totaal zo een slordige 30 songs, dat zijn zowat drie albums als je ’t ons vraagt. Al die tracks maakten trouwens duidelijk dat Cabbage niet zomaar in één hokje is onder te brengen, dit is een bandje die er deugd in vindt om de mensen herhaaldelijk op een verkeerd been te zetten.
Cabbage brengt hun eigenwijze rock met rebelse trekjes en een typische zweem van Britse arrogantie, het presenteert zich als een dwarse kroegentocht doorheen de afgelegen steegjes van de meest eigenzinnige Britse pop, punk en postrock. Cabbage ontgint er grond waar een hoop bekende en minder bekende goden hen zijn voor geweest zoals The Fall, Arctic Monkeys, Virgin Prunes, Black Grape, Fat White Family, Future Of The Left en Idles.
Met het begin van “Preach To The Converted” zou je denken dat de nieuwe Ho99o9 of Death Grips is aangekomen, maar dan helt de song over naar wilde en tegendraadse rock met weerhaken.
We herkennen de humor en spitsvondigheid van het ons zeer genegen Future Of The Left in prikkelende songs als “Obligatory Castration” en “Molotov Alcopop”. “Postmodernist Caligula” is een dol punkertje waar The Buzzcocks in rondhangen en “Celebration Of A Disease” is dan weer je reinste garage-rock met een gestoord sixties orgeltje in de gelederen. “Subhuman 2-0” is een semi akoestische afsluiter waarmee Cabbage er uit gaat met flair in nonchalante Doherty stijl.
Elke track op dit album heeft zo zijn sterktes, er staan geen vullertjes op dit album.
Er valt dus heel wat te ontdekken op deze ‘Nihilistic Glamour Shots’, een rijk en gediversifieerd album met geregeld een hoek af.

Eliminator

Last Horizon

Geschreven door

Er is een nieuwe generatie van jonge muzikanten die wel wat zien in wat we vroeger de New Wave Of British Heavy Metal (NWOBHM) noemden. Bij ons heb je Ironborn die een beetje die richting van de klassieke heavy metal uitgaat, in Duitsland heb je Pulver, maar in Groot-Brittannië zijn er tal van bands die teruggrijpen naar de erfenis van Iron Maiden, Angel Witch en Raven. Eliminator is een relatieve nieuwkomer in die groep. Deze Britten brachten zopas hun debuutalbum ‘Last Horizon’ uit.
Eliminator had een tijdlang Dave Pugh, de gitarist van folkmetallegende Skyclad, als zanger, maar die heeft het te druk om Eliminator erbij te nemen.  Daarvoor kwam Danny in de plaats en dat is verdomd een heel sterke zanger. Geen Bruce Dickinson, dat ook weer niet, maar als deze Danny nog wat kan groeien in stemvolume en bereik, zit Eliminator op rozen. Ook de gitaristen leveren sterk werk. In de teksten en de songopbouw zitten dan weer weinig verrassingen, maar deze Britten doen hun ding met veel vuur en gedrevenheid. Die passie zie je nog zelden in het materiaal dat de dinosaurus-bands uit de klassieke heavy metal recent uitbrengen.
Eliminator doet de kunstjes van Iron Maiden en Judas Priest nog eens over op een sublieme manier. Maar we zitten in een compleet andere tijdsgeest. Een album als ‘Last Horizon’ zal dus nooit dezelfde impact hebben als de eerste albums van de NWOBHM.  
Eliminator zal hard moeten werken, in donkere kroegen en op kleine festivals, om deze muziek aan de man te kunnen brengen. Als ze dat een paar jaar na elkaar met dezelfde passie kunnen doen als waarmee ze dit album opnamen, dan kan het lukken om ook in België door te breken.

Pagina 187 van 460