logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Suede 12-03-26

Duff McKagan’s Loaded

The Taking

Geschreven door

Duff McKagan moet in het rock-n-roll-wereldje een echte ‘survivor’ zijn… dat lijkt ons toch de enige, juiste conclusie als je ziet welke rij verslaafden z’n muzikale pad kruisten.  Hij was het laatste originele lid die het zinkende schip van Axl Rose en Guns N’Roses verliet. Verder  speelde hij in Velvet Revolver samen met Scott Weiland, een graag geziene gast in tal van ontwenningsklinieken.  Tenslotte was  hij in 2010 eventjes actief in Jane’s Addiction, de band van veelbesproken figuren als Navarro en Pery…
De man heeft in ieder geval nog altijd iets te zeggen en hij doet dat met z’n eigen Loaded-band.  Na eerder werk in  2001 en 2009 is deze ‘The Taking’ het derde full-album.
Gelieve niet te vergelijken met Velvet Revolver of Guns N’ Roses, niet alleen is Duff McKagan’s kwalitatief iets minder maar ook muzikaal zeer sterk verschillend.
Duff McKagan en zijn band maken muziek die je zo in de jaren negentig zou kunnen situeren en in het verlengde ligt van groepen als Smashing Pumpkins, Foo Fighters, Alice In Chains en The Stooges. 
We horen invloeden uit de punkrock (vooral dan in de zeer herkenbare stem van Duff), grunge, stoner  en alternative rock.  De ene keer komt de band vrij complexloos uit de hoek, de andere keer doet ze dat vrij agressief en met het nodige pit.  Heel wat songs klinken zeer radiovriendelijk en  dat geldt met name voor “We Win”, “Indian Summer” en “King Of The World”.  De meeste nummers hebben slechts 1 of 2 luisterbeurten nodig en blijven meteen hangen in je geheugen. 

Kortom, Duff McKagan maakte met ‘The Taking’ een verdomd lekker plaatje waarmee hij meer dan zomaar uit de schaduw van z’n vorige bands treedt!

Collection d’Arnell-Andrea

Vernes-Monde

Geschreven door

Ondertussen bestaat het Franse collectief Collection D’Arnell-Andrea reeds zo’n twintig jaar en is deze ‘Vernes-Monde’ hun negende cd geworden.
Gedurende deze jaren konden oprichters Christophe d’Arnell en Chloé Saint-Liphard op een ruime aanhang rekenen waarbij hun neoklassieke klanken vooral succes hadden in gothicmiddens. Dit viel vooral te verklaren door de vaak sombere en melancholische geluiden die deze groep uit Orléans wist te brengen en natuurlijk ook door hun verwantschappen met andere darkwave-acts als Opera Multi Steel.
Nadat op vorige platen werd geëxperimenteerd met een geluid waarin gothgitaren de bovenhand haalden is deze ‘Vernes-Monde’ eerder een terugkeer naar hun vroeger geluid en voor wie daar met vertrouwd is, weet meteen ook dat je dit in de cdkast mag gaan klasseren naast Dead Can Dance.
Prachtrelease dus!


The Dø

Both ways open jaws

Geschreven door

Enkele jaren terug intrigeerde het Frans/Finse duo The Do met het verslavende plaatje ‘A mouthful’, hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop. Een goede drie jaar later heeft de tandem Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) en de Franse multi-instrumentalist en drummer Dan Levy een nieuwe plaat uit ‘Both ways open jaws’, prikkelende pop die de woorden geraffineerd, eigenzinnig, pompeus, gevarieerd, catchy, toegankelijk en verrassend verdient. Spannend materiaal dus met avontuurlijke wendingen, bepaald door het kirrende stemmetje van Olivia, die ook in haar stem voldoende variaties biedt. Een soort ballerina ‘sprookjesachtige’ pop op z’n Rita Mitsouko, die elan krijgt door talrijke geluidjes, cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen, tierlantijntjes, xylofoon, blazers en een dubbele percussie. En die ons wakker schudt in de realiteit.
Grillige en toegankelijke wendingen van geluidseffectjes, trance gerichte pompende en ontspoorde synths en de dromerige, sfeervolle en ingehouden songs raken. En daarvan zijn het pakkende “Too insistent”, “Bohemian dances” en “Slippery Slope”, uitersten …

Cobra Skulls

Bring the War Home EP

Geschreven door

Dat Fat Mike een neus heeft voor muzikaal talent, is wel het minste dat je kunt zeggen van de eeuwig grappende frontman van NOFX.  Nieuwste aanwinst van z’n Fat Wreck Chords zijn deze Cobra Skulls.  Dit drietal uit het Amerikaanse Reno bestaat al sinds 2005, maakte twee full albums en tourde dat het een lieve lust was.
Om hun overstap naar het label van Fat Mike te vieren, brengen ze deze EP ‘Bring The War Home’ uit. We horen vier nieuwe vlammende punkrocksongs en 1 cover van het legendarische Bad Religion.   Dit cd’tje duurt slechts 12 minuten maar het is meer dan genoeg om ons te overtuigen dat de Cobra Skulls verduiveld veel in hun mars hebben. Ze combineren ouderwetse melodieuze punkrock met een flinke scheut rockabilly en hanteren daarbij een lekker tempo. Opvallen doet ook de zeer fijne strot van zanger Devin Peralta (die Argentijnse roots heeft en op vorig werk regelmatig in het Spaans zong) die de sound van Cobra Skulls net dat extraatje meer geeft.
Deze EP doet ons reikhalzend uitkijken naar  het eerste volwaardige album van dit drietal  op Fat Wreck Chords!

Guano Apes

Bel Air

Geschreven door

Om eerlijk te zijn dachten we dat de Duitsers van Guano Apes er enkele jaren geleden de brui aan gaven. Blijkbaar besloten zangers Sandra, gitaristen Henning en Stefan en drummer Dennis op er in 2009 opnieuw een lap op te geven.  Een lap erop geven, dat is althans wat de band in haar beginjaren (zo eind jaren negentig) deed en waardoor ze enorme successen kende  met overbekende hits als “Lords of The Boards” en “Open Your Eyes”.  Guano Apes stond toen voor een fijne cocktail van puntige rocksongs met wat metalinvloeden én met de ruige,  schreeuwerige stem van frontvrouw Sandra.  Je zou kunnen stellen dat het viertal toen de juiste band op het juiste moment was...
Nu is er na al die jaren het comeback-album ‘Bel Air’ en van alle fijne opmerkingen van hierboven  is jammer genoeg geen sprake meer. Weg zijn de rauwe vocalen, de stevige riffs  en het ruwe kantje van de band, in de plaats krijgen we veel poppy en melodieuze geluiden én ongevaarlijke, gepolijste vocalen. Zo krijgen we een twaalftal ‘popsongs’ waarvan enkele misschien wat airplay zullen krijgen maar waar wij toch niet warm van komen.  Ipv de juiste band  op het juiste moment, lijkt Guano Apes ons nu een volledig voorbijgestreefde muziekgroep.
Wie houdt van Avril Lavigne of Gwen Stefani kan dit plaatje misschien een kans geven, fans van het eerste Guano Apes-uur lopen best met een boogje rond ‘Bel Air’. 

The Young Gods

Everybody knows

Geschreven door

Een vijftal jaar terug verscheen een mooie compilatie van de twintigjarige carrière van deze grootmeesters binnen de industrial/rock. Ze waren samen met Swans en Einstürzende Neubauten de basis van de industrial, door hun elektronicasounds. Trouwens, zonder hen was er geen sprake van de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands.
Door de jaren bleef hun muzikaal recept wel uniek: dwarrelende elektronica, een strakke en opzwepende percussie en een dosis voorgeprogrammeerde metalgitaarloops, bepaald door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler. De songs hadden een dreigende, onheilspellende spanning, en er waren de slepende ritmes en verrassende wendingen.
In 2008 verbreden ze ietwat het gezichtsveld met een akoestische sound op ‘Knock on wood’, een geluid dat in vroegere nummers al eens doorsijpelde …
Op de nieuwe plaat hoor je de evenwichtsoefening, een dosis oud vertrouwde elektronica, industrial en een akoestische setting.
Ondanks het feit dat ze minder ruig, hard en experimenteel klinken, intrigeren ze in hun toegankelijk karakter; ze voeren met regelmaat het tempo op en behouden de aandacht in die nerveuze, broeierige sfeer en spanning, gedragen door de herkenbare stem van Treichler, o.m. op songs als “Blooming”, “No man’s land”, “Mister sunshine”, “Miles away” en “Once again”. “Tenter le grillage” is stevig en krachtig. Intussen kun je even wegdromen en genieten van enkele sfeervolle songs als “Two is tango” en “Introducing”.
Uitgeblust is de band zeker niet, integendeel ze gaan nog steeds creatief te werk en zorgen voor meeslepend materiaal. Jong zijn ze niet meer, maar de goden leven nog steeds  

Marnie Stern

Marnie Stern

Geschreven door

Een origineel, rauw, aanstekelijk gitaargeluid, aangevuld door een verbeten dreunende bas en een opzwepende, droge drum. Huppelende en frisse ritmes, die onstuimig, fel en intens klinken. Dat is de muziek van de Amerikaanse blonde Marnie Stern. Hier horen we invloeden van ‘90s iconen Pixies, Throwing Muses, het oude Polly Harvey, de Kim Deal projecten The Breeders / The Amps, Melt Banana en de dames van Sleater-Kinney.
Ze geeft een portie stevige, jachtige, dynamische en bruisende rock. Ze valt op door vingervlug tikkend gitaargejengel en haar schelle stem, die over de songs heen waait. Ze kan haar gitaar geselen en martelen. Tien songs ‘to the point’.
Het Kill Rock Stars label heeft een killrockende lady in huis, die op  de meeslepende songs speldenprikken toedient en zorgt voor ferme explosies tussenin.

Twin Shadow

Forget

Geschreven door

Twin Shadow is het alter ego van multi-instrumentalist George Lewis. De man laat z’n roots deels doorsijpelen in z’n sfeervolle elektronicapop. Dominicaan van geboorte, opgegroeid in Florida en NYC als thuisbasis hebben, verdiepte hij zich in modieuze elektronica. Hij verwerkt het met ‘80s sounds , die hij innemend kan houden , van een lichte groove voorziet, of er forsere beats tegenaan gooit om het dynamisch, sprankelend en dansbaar te maken. Lewis grijpt terug naar Godley & Creme, Eno/Byrne, Echo & The Bunnymen, Roxy Music, en New Order, en geeft er een eigentijdse en eigenwijze tic aan. Hij kon beroep doen op Chris Taylor van Grizzly Bear als co-producer.
We waren dan ook snel gewonnen voor gevarieerde songs als “When we’re dancing”, “I can’t wait”, “Tether beat” en “Slow”.

Pagina 361 van 460