logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

Cowboys & Aliens

Morbid Orbit -single-

Geschreven door

De Belgische stoner-trots Cowboys & Aliens bracht zopas de volledig nieuwe digitale single “Morbid Orbit” uit. Die werd in volle covid-periode door de band opgenomen als cadeau voor de fans die Cowboys & Aliens al 25 jaar op de voet volgen. Het nummer staat op de verzamelplaat ‘Polderriffs II’, onlangs uitgebracht door hun label Polderrecords. Het nummer zal daarnaast ook verschijnen op het nieuwe album van de band zelf, maar daarop is het nog wachten tot 2022. Om hun jubileum dit jaar waardig te vieren, mag Cowboys & Aliens aantreden op Alcatraz in Kortrijk en nadien als headliner spelen op het nieuwe Belgian Blast Festival in Desselgem.

“Morbid Orbit” is een oorveeg die liefst 9 minuten blijft nazinderen. Een pompende stoner-bulldozer die alles op zijn pad vermorzelt. Inzake stoner heeft Cowboys & Aliens in ons land het pad geëffend en het ziet er naar uit dat ze nog even op hun troon willen blijven zitten.

https://www.youtube.com/watch?v=4bJd_DdXLh0

Aafke Romeijn

Godzilla

Geschreven door

De Nederlandse Aafke Romeijn is ook in België uitgegroeid tot een graag geziene artieste. Ze scoorde hits met de singles “Alles Went” (met rapper Sef) en met “Zal Ik Dan” (met Tom Pintens). Met haar vorige album ‘M’ (de soundtrack bij haar boek ‘Concept M’) kon ze zich profileren met de singles “Ameland” (met Spinvis) en de Noordkaap-cover “Een Heel Klein Beetje Oorlog”. Op haar nieuwe album ‘Godzilla’ doet ze het zonder duetten en dat is niet de enige reden waarom dit haar meest persoonlijke album ooit is.

‘Godzilla’ is de muzikale vertaling van haar dichtbundel Leegstand. Godzilla, het monster uit de bekende Japanse (en later ook Amerikaanse) films, staat hier misschien een beetje symbool voor een allesverslindende depressie. In de lyrics is ze daarover bloedeerlijk en ontwapenend op een manier waarop – toch in het Nederlands – enkel Guido Belcanto en Stippenlift dat ook doen. Stippenlift is de Nederlander met wie Aafke Romeijn vorig jaar nog de single “Was Ik Maar Dood” uitbracht. Bij Stippenlift is het niet altijd duidelijk of hij zijn gutsende zelfmedelijden als een gimmick gebruikt, terwijl we bij Aafke Romeijn sneller overtuigd zijn van de authenticiteit van haar leed. En je voelt tegelijk een klein beetje schaamte dat je haar als luisteraar op haar zere plekken hoort duwen.

Net als Belcanto en Stippenlift verpakt Romeijn haar persoonlijke ellende, twijfels en angsten in soms zelfs lentefrisse, fruitige popmuziek. Ze kiest op ‘Godzilla’ muzikaal voor vrolijke, eclectische artpop met een moderne en soms dansbare urban vibe, als tegengewicht voor het duister in de lyrics. Ze zingt ook op een relatief naïeve en onbezorgde manier, zodat het allemaal niet zo erg en existentieel lijkt.

Voor dit album werkte ze enkele van de Leegstand-gedichten om tot songs om de monsters uit haar hoofd te verdrijven. Het is moeilijk om songs aan te duiden die misschien wat beter zijn dan de andere. Elk op zich zijn ze prachtig in hun eerlijkheid.
Mijn persoonlijke favoriet is “Piepschuim”, over hoe fake de hele wereld is voor iemand die op de bodem zit en eenzaam naar boven, naar het licht moet kruipen.

‘Godzilla’ is ramptoerisme op de dansvloer. Zachtjes shaken tot het huilen voorbijgaat.

Billy F Gibbons

Hardware

Geschreven door

‘Hardware’ mag dan al een soloplaat zijn van Billy Gibbons, dit is net als zijn vorige album ‘The Big Bad Blues’ (2018) vintage ZZ TOP. En wel ZZ Top op zijn scherpst met een zompige sound, die eeuwige grol-voice van Gibbons, de gitaar die laveert tussen stomende riffs en snedige solo’s, en songs die hebben liggen rijpen in een ouderwets bluesvat. Op zijn 72 ste klinkt Gibbons vitaler dan ooit, hij gromt als een jonge snaak en laat zijn gitaar naarstig jongleren doorheen een set kloeke rockers. Tussendoor tovert Gibbons ook nog een tex mex stiftertje (“Hey Baby, Que Paso”) en een onvervalste ballad (“Vagabond Man”) uit zijn hoed. Eindigen doet hij met een heerlijk relaxe talkin’ blues “Desert High” waarin hij zijn bariton richting wijlen Leonard Cohen stuurt terwijl de gitaar zachtjes glooit op de achtergrond.
Fijn plaatje, Billy Gibbons ten voeten uit.

Gary Numan

Intruder

Geschreven door

Gary Numan was ooit toonaangevend en vernieuwend in de wereld van de electro-rock. Helemaal op het einde van de jaren 70 kwam hij, toen nog onder de groepsnaam Tubeway Army, aanzetten met de vooruitstrevende platen ‘Tubeway Army’ en ‘Replicas’. Kort daarna kwam onder zijn eigen naam het al even knappe ‘The Pleasure Principle’ uit. Het waren drie essentiële albums die mee bepalend waren voor de evolutie van het elektrogenre.
Helaas was al snel het vet van de soep en kwam Numan in de drie decennia daarna niet verder dan het brouwen van slappe plaatjes met daarop verwaarloosbare synthpop die gemaakt leek als achtergrondmuziek voor de supermarkt. Tot hij in 2011 met ‘Dead Son Rising’ zijn eigen muziek plots nieuw leven inblies. Het leek alsof hij plots Nine Inch Nails had ontdekt en tot de constatatie kwam dat elektro-rock ook gevaarlijk, krachtig, urgent en dreigend kon zijn. Daarna volgden ‘Splinter’ (2013) en ‘Savage’ (2017), twee albums die hem weer volledig op de wereldkaart zetten met een frontale en diep kervende elektrorock-sound die het bloed terug Nine-Inch-Nails-gewijs door de aderen joeg.
Het nieuwe ‘Intruder’ is misschien niet zo fel als ‘Savage’ en niet zo donker als ‘Splinter’, maar het album mag zonder blozen dat aardige rijtje vervoegen. De nieuwe inspiratiebron lijkt nog steeds niet te zijn leeggelopen. Numan vindt een evenwicht tussen de nieuwe sound en het iconische geluid van de eerste drie platen van meer dan dertig jaar geleden. Had de ijzersterke titelsong op pakweg ‘The Pleasure Principle’ gestaan, het was een hit. Maar omdat Numan nu niet meer zo hip is als toen, zal het gewoon bij een goede song blijven. Ook “I Am Screaming” flirt met de prille jaren tachtig en met de betere platen van Peter Gabriel uit die tijd. De Arabische toetsen die ook al floreerden op ‘Savage’ mogen nog eens terugkomen op het vervaarlijke “The Gift”. De onvermijdelijke Trent Reznor invloed heerst onder meer op “The Chosen” en “Now and Forever”, bezielde songs die een sluimerende filmische ondertoon hebben.
Gary Numan is helemaal terug onder de levenden met muziek die niet langer gedoemd is om de lokale Carrefour op te fleuren, maar wel om een verduisterde concertzaal in beroering te brengen.

Black Midi

Cavalcade

Geschreven door

Met debuutplaat ‘Schlagenheim’ had Black Midi al meteen een eigen sound gecreëerd die met niets of niemand te vergelijken viel. De band kwam met iets uniek, apart en eigenzinnig. Het prikkelde en stuiterde langs alle kanten, een soort free jazz in een rockkleedje.
Het nieuwe album gaat nog een stapje verder, het kompas wijst in alle windrichtingen terwijl de band nergens het noorden verliest.
‘Cavalcade’ liet zich al veelbelovend voorafgaan door het hotsende en botsende “John L”, een flipperkast van een song die werd voorzien van een geschifte doch geniale videclip. Hier hadden we al meteen door dat dit alweer een onnavolgbaar en dwarsliggend werkstukje zou worden dat uitblinkt in lef en verscheidenheid.
De vitaliteit en experimenteerdrift gutsen uit alle lichaamsgaten, de instrumenten zetten het vaak op een spookrijden en de stem van frontman Geordie Greep wurmt zich in alle bochten. Zijn vocale prestaties bevinden zich ergens tussen Dave Thoams (Pere Ubu), Les Claypool (Primus), Captain Beefheart en een snipverkouden boomkikker. Op zijn meest melodramatische momenten lijkt het zelfs haast Scott Walker (“Marlene Dietrich” en “Ascending Forth”).
De vaak tegendraadse songs neigen wel eens naar de averechtse composities van Frank Zappa en de genuanceerde sound heeft iets van King Crimson. Dit maar om te zeggen dat de piepjonge muzikanten hier niet zomaar wat staan aan te modderen. Dit is fijntjes georkestreerde chaos die nerveus, hyperkinetisch en weerspannig klinkt.
Coldplay fans zullen meer dan één dafalganneke moeten slikken om hier heelhuids doorheen te komen, wij vinden het geweldig.

Whispering sons

Several Others

Geschreven door

‘Several Others’ is het tweede full album van onze nationale postpunktrots Whispering Sons. Sinds hun passage op de Rock Rally hebben ze eerst ons land en dan de rest van de wereld veroverd met het vorige album, ‘Image’, als voorlopige hoogtepunt. In de geschiedenisboeken mag u inmiddels ‘Several Others’ aanduiden als de volgende overtreffende trap.
Alle ingrediënten die van ‘Image’ een feestmaaltijd inzake postpunk maakten, vind je ook terug op ‘Several Others’: warme, ronde baslijnen en ijle, koude gitaren, de contralt van Fenne, … Het zit allemaal nog wat degelijker in elkaar en juister gedoseerd. Ze hebben lessen getrokken uit ‘Image’ en weten duidelijker in welke richting ze willen gaan. Nog meer dan op het vorige album heeft deze band zijn eigen toon en ritme gevonden. Hoe trager het ritme, hoe roder het dreigingsniveau, zo lijkt het wel.
“Dead End” roept met zijn stuiterende ritmes herinneringen op aan zowel The Sound als TC Matic. Het opzwepende en pogo-vriendelijke “Heat” zou het goed kunnen doen als single. “(I Leave You) Wounded” heeft een broeierige, onderhuidse dreiging die we kennen van het oudere werk van Nick Cave en PJ Harvey. Die referenties komen nog eens terug bij het een eenvoudig piano-akkoord drijvende “Aftermath”.
“Vision” is een beetje experimenteler en speelt met de clichés van de postpunk. Ook de beverige intro van “Screens” is verrassend, terwijl het ook verfrissend is hoe Whispering Sons wegblijft van de platgetreden paden. “Flood” is dan weer een stuk ‘klassieker’ en heeft een bijna hypnotiserend, mantra-achtig refrein. Van de vooruitgeschoven single “Surface” onthouden we dat sommige tracks van Whispering Sons meerdere luisterbeurten nodig hebben om helemaal binnen te komen. “Satantango” is een leuke track met een heel enerverende intro. “Surgery” is drammerig op een vriendelijke manier.

‘Several Others’ is voor Whispering Sons meer dan een bevestiging. Het is niet één, maar twee of drie stappen vooruit. Veel diverser en nog meer eigen gezicht dan op ‘Image’ en toch trouw aan het genre en de eigen geschiedenis.

Individual Friends

Individual Friends

Geschreven door

Het heeft iets van een commune uit de jaren ’70 of ’80: een groep van 13 muzikanten die elkaar als worstelaars in een tag team aflossen op het podium en per song of zelfs per deel van een song iemand anders in de spotlights zetten. Dat is ongeveer wat het Brusselse collectief Individual Friends doet en dat concept hebben ze na enkele decennia touren ook op vinyl geperst. De tracks zijn – trouw aan het uitgangspunt – de optelsom van telkens verschillende zangers en muzikanten. Dat is dan ook de enige samenhang op het album. Het is een komen en gaan van muziekstijlen, zangers, melodielijnen en van talent. Een beetje zoals Brussel een über-smeltkroes is van verschillende culturen en groepen worden o.m. rock, blues en psychedelica op een hoopje gegooid met singer-songwriter, folkpop, roots, chanson en americana. Voor wie niet meteen afhaakt bij zoveel heterogeniteit: het album is als geheel vlot te verteren. Als je weet dat er klasbakken als Matt Watts, Jef Mercelis en Kris Dane meedoen, kan dat ook moeilijk anders.
De ene track is muzikaal al interessanter dan de andere. Titeltrack “Individual Friends” is een heel klassieke, brave rocksong die uitmondt in een leuke spoken word. “Roses” is een nog klassiekere blues-song, maar wat een verhaal: ‘your roses don’t do the trick no more’. “Nothing New Under The Sun” is een spooky, vibrerende en trage rocker die iets heeft van een jonge Neil Young op lsd. Het broertje daarvan is “White Dresses”. “Regarde” lijkt op die zweverige, typisch Franse praat-chansons uit de jaren ’70. “Low Motion” heeft dan weer dat schijnbaar verveelde zingen van de Velvet Undergound.
Eén van de absolute hoogtepunten is “Wake Up”, een soort “Everybody’s Free To Wear To Wear Sunscreen” van Baz Luhrmann, maar dan niet op een dancetrack, maar op een rockabillytrack op steroïden. Het tweede schot in de roos is het tweestemmige “Sail Away”. Wie niet instant verliefd wordt op dat Spaanse refrein over die camino moet checken of zijn hart nog wel klopt.

Te koop op vinyl en digitaal. https://www.youtube.com/watch?v=tpWhUuwK1pg

Blue And Broke

Night Shadows

Geschreven door

Blue And Broke is terug met een derde album. Op 'Night Shadows' staan twaalf tracks die inzake stijl en genre van verschillende walletjes eten. Ze werden allemaal door gitarist Pedro De Bruyckere geschreven en gecomponeerd. Pedro is ook de producer van 'Night Shadows'. Henk Hofstede van The Nits doet een beetje verrassend mee op één track en in de band speelt Augustijn Vermandere op bas. Hem kan je ook kennen van zijn uitstekende solo-werk. Als band heeft Blue And Broke twee muzikale top-troeven: zangeres Melissa Anthuenis en een heerlijke blazerssectie.
Het gaat op dit album van pop naar rhythm & blues en rokerige jazz, met nog kleine uitstapjes naar funk en gospel. Al naargelang de track komen er vergelijkingen naar boven met o.m. La Piovra, Sheryl Crow, Vaya Con Dios, Foxey, Bellemont, Norah Jones, Blue Blot, De La Vega, Pitti Polak, Handkerchief, …
Maar eigenlijk doen al die referenties weinig ter zake, behalve dat ze de juiste richting aangeven voor wie Broke And Blue nog helemaal niet kent.
De songs zijn heel degelijk in opbouw en lyrics, maar kleuren misschien vaak te braaf binnen de lijntjes. Vooral op het hitsige “Ready” en op het catchy “Outside” weet zangeres Melissa onze aandacht tot op het einde vast te houden, terwijl vele andere tracks langskomen zonder slachtoffers te maken. Ze missen dan een refrein of catchphrase die je meteen het verhaal insleuren. Dat is best jammer, want op ‘Night Shadows’ staan een paar sterke verhalen die bij de luisteraars zeker op interesse en verwondering zullen kunnen rekenen: “Stone”, “Dear Vivian” en “Was It Worth It”.

Pagina 83 van 460