logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26

The Black Keys

Delta Kream

Geschreven door

Na de belegen mainstream-rock van hun laatste twee albums ‘Turn Blue’ en ‘Let’s Rock’ hadden wij The Black Keys al bijna bij het grof huisvuil gezet, maar de heren Dan Auerbach en Patrick Carney roepen ons prompt terug met het verrassend frisse ‘Delta Kream’, een plaat waarmee ze teruggrijpen naar hun eerste liefde, de blues.
Met de albums ‘The Big Come Up’ (2002) en onze favoriet ‘Thickfreakness’ (2003) stak het duo destijds de neus aan het venster met de meeste vettige en compromisloze bluesrock die enkel zijn gelijke vond in de eerste platen van The White Stripes. Het is met dit soort blues dat The Black Keys nu terug het mooie weer maken, niet meer zo venijnig en vettig als toen, wel meer relaxed en groovy. Geen eigen werk deze keer, The Black Keys graven in delta-blues originals van John Lee Hooker, RL Burnside en hun all time favorite Junior Kimbrough, die ze ook al prezen met het geweldige ‘Chulahoma’ uit 2006.
John Lee Hooker’s “Crawling King Snake” mag dan al ettelijke keren gecoverd zijn, de Black Keys versie mag er toch maar best wezen met dat heerlijke slide gitaartje die doorheen de song rolt. Een ander prijsbeest is “Going Down South” (van RL Burnside) die bediend wordt van dat hoge soulstemmetje die The Black Keys zich na al die jaren hebben toegeëigend. “Come On And Go With Me” van Junior Kimbrough is ook zo’n soulvolle laidback-blues waarbij wij ons maar al te graag laten doorzakken, whiskeytje binnen bereik.
Niet zelden doen The Black Keys ons denken aan The North Mississippi Allstars, ook al toegewijde bluesadepten uit de entourage van RL Burnside die de blues van een frisse wind voorzien.

Voor Carney en Auerbach, die zich hier trouwens ook laten begeleiden door een stel rasmuzikanten die de stiel rechtstreeks hebben geleerd bij RL Burnside en Junior Kimbrough, is ‘Delta Kream’ maar een corona-tussendoortje. Het heeft hen echter meer dan goed gedaan om even opzij te stappen van hun mega-groep allures, want ze hebben in tijden zo fris en puur niet meer geklonken.
Laat ons hopen dat ze die herwonnen fleur en energie kunnen overzetten op het nieuwe werk dat er nog zit aan te komen.  

Squid

Bright Green Field

Geschreven door

Nieuw, fris, dwars, spannend, avontuurlijk, energiek, spits, bijzonder en uniek. Mogen wij u voorstellen: Squid, jonge Britse creatieve geesten die in het kielzog van andere eigenzinnige bands als Black Midi en Black Country New Road de Britse rock compleet binnenstebuiten keren. Bij momenten is dit dansbaar als de pest, elders dan weer zo tegendraads dat een mens er haast gek van wordt, maar steeds is het opwindend en zuigt het al onze aandacht op.
Hier valt geen genre op te plakken. Doe vooral geen moeite, Squid omzeilt met verve alle hokjes. Dit klinkt eigenwijs en vooral onvoorspelbaar. Nerveuze gitaartjes landen plots in een poel van noise (“2010”), prikkelbare postpunk slaat halverwege om in een verwarde sonische geluidseruptie (“Boy Racer”), punk-funk à la LCD Soundsystem wordt door een Sonic Youth molen gedraaid (“Peel St”) en een streep gekraakte jazz snijdt doorheen een dreigend “Global Groove”. Hoogtepunten “Narrator” en “Pamphlets” zijn zowat de meest opwindende dingen die we de laatste maanden gehoord hebben, bruisend, prettig gestoord en bijzonder aanstekelijk.
‘Bright Green Field’ is sowieso één van de meest vernieuwende en spannende albums van het jaar.
Squid speelt, als tante Corona het belieft, op 08/10 in de Brusselse Botanique. Eentje om absoluut bij te zijn.

Prestige

Exit -single-

Geschreven door

Prestige brengt dit jaar een nieuw album uit bij Massacre Records. De band werkt sinds 2006 aan een comeback en nu is er eindelijk ook nieuw materiaal.
Deze Finse thrashmetalband bestond in een eerste versie van 1987 tot 1992, waarbij enkel materiaal werd uitgebracht bij een lokaal label. Daarna zat gitarist Jan Örkki Yrlund in een hele reeks bands zoals o.m. Lacrimosa en het (half-)Nederlandse Imperia, maar ook in de Belgische bands Danse Macabre en Ancient Rites.
Met de nieuwe drummer van Prestige, Matti Johansson, die lang bij Korpiklaani zat, komt de comeback van Prestige in een stroomversnelling. De nieuwe single heet "Exit" met "You Weep" als B-kantje, want dit komt gewoon ook op vinyl (45 T) uit. Beide tracks klinken alsof de tijd is blijven stilstaan in 1992: catchy thrash met veel Amerikaanse en Teutoonse invloeden. "Exit" heeft een mooie, klassieke intro terwijl "You Weep" meteen met de deur in huis valt en ook nog een hoog meebrulgehalte heeft. Goeie thrash kan du sook gewoon uit Finland komen.

https://www.youtube.com/watch?v=jcnB_jTfzKk

Tannhauser Orchestra

The Fade

Geschreven door

Tannhauser Orchestra (vroeger Tannhauser) is nog steeds de band van Erick De Deyn. Voor het nieuwe album ‘The Fade’ krijgt hij hulp van Geert Janssens (sinds 2012 bij de band) en nieuwkomer Loes Besieux. Zij leverde ook het knappe artwork voor deze release.
In deze opstelling klinkt Tannhauser Orchestra heel erg als tal van alternatieve/shoegaze/indie gitaarbands van eind jaren ’80 begin jaren ’90. Denk aan The Jesus And Mary Chain, Dinosaur Jr., Yo La Tengo en zelfs Pixies en Sonic Youth zonder de scherpste kantjes. De tracks waarop Loes zingt, voeren mij terug naar de hoogdagen van Elastica, Belly, Lush, Juliana Hatfield en Echobelly. De mannelijke vocalen springen er in verhouding wat minder uit, maar de variatie is wel top.
De vaak dreamy gitaar/synthsound van Tannhauser Orchestra op ‘The Fade’ is betoverend en geeft deze band een unieke plek in het muzikale landschap van vandaag, al slaat de slinger net zo goed in de richting van artpop en grunge.
Dit album schittert het hardst op het mysterieuze “Yamahaze” en ook nog op “Plain Jane” en “Late In The Game”. Het lang uitgesponnen “Deaf” heeft soms wat moeite om de luisteraar de volle negen minuten bij de les te houden, maar heeft net zo goed momenten die die epische speelduur verantwoorden. “Three Little Birds” (geen cover van Bob Marley) is met zijn trage ritme een beetje een spelbreker, maar heeft ook wel wat charme.
Tannhauser leverde met ‘The Fade’ een charmant en gevarieerd album dat in zijn leukste momenten ongegeneerd linkt naar het strafste uit de nineties.

https://tannhausermusic.bandcamp.com/

Del Amitri

Fatal Mistakes

Geschreven door

De Schotse rockband Del Amitri had in ons land twee radiohits: “Nothing Ever Happens” in 1989 en “Always The Last To Know” in 1992. Die hits zijn wat in de vergetelheid geraakt, maar de oudere muziekliefhebber zal ze meteen herkennen. Na die internationale hits volgden nog hits in de UK en na de split in 2002 ging zanger Justin Currie solo. In 2014 en 2018 waren er echter succesvoille reünie-tournees en nu is er nieuw werk van de band, met vooral gitarist Iain Harvie als vaste waarde.
De kans dat één van de tracks op ‘Fatal Mistakes’ een internationale hit wordt is niet onbestaande, maar toch ook weer niet zo groot. Currie en Harvie zijn heel degelijke songschrijvers en performers, maar de jaren ervaring hebben de scherpe kantjes er wat afgevijld. Het klinkt allemaal heel degelijk, maar tegelijk ook heel smooth en het passeert zonder veel sporen na te laten. Dat Del Amitri op ‘Fatal Mistakes’ nog steeds klinkt als eind jaren ’80, begin jaren ’90 is tegelijk een vloek en een zegen.  Het is vooral herkenbaar, maar meteen ook een beetje gedateerd.
“Otherwise” zou als single zeker zijn plaats vinden op Radio 1, meer dan de door band en label uitgebrachte eerste single “Close Your Eyes And Think Of England”. “Otherwise” is één van de sterkste songs op het album. Andere uitblinkers zijn de stuwende tracks “Missing Person” en “Nation Of Caners”, het heel intimistische “Lonely” en het catchy “You Can”t Go Back”.

https://www.youtube.com/watch?v=lCGigqiAEXU

Fragmentum

Masters Of Perplexity

Geschreven door

De Belgische melodic deathmetalband Fragmentum houdt het creatieve duo Jan en Gunnar graag de touwtjes in eigen handen. Voor hun nieuwe album ‘Masters Of Perplexity’ werd de band gereduceerd tot zijn creatieve kern (de gitaristen/zangers Jan en Gunnar) en aangevuld met de nieuwe drummer Paul De Smet (Transport Aerian). Alles werd opgenomen in hun eigen studio en het album komt uit op hun eigen Zoorka Records.
‘Masters of Perplexity’ bouwt voort op het uitstekende ‘Pugnacity’, in 2019 uitgebracht na hun Amerikaanse tournee als support voor Children of Bodom. Daarna gingen ze nog op een Europese tournee met Soulfly.
‘Masters Of Perplexity’ heeft de Maya’s als thema en er is ook een muzikale koerswijziging: meer aandacht voor de melodie en iets minder op de doom. Het accent ligt nog steeds op de snelle en virtuoze gitaarpartijen, maar Jan en Gunnar profileren zich hier ook als masters in productie en arrangementen. De intro van “Mountain Of The Dead” is een pareltje inzake productie, wat maakt dat het daaropvolgende grunten er mooi tegen afsteekt. Op het nieuwe album wisselen ze de grunts af met een paar zuinige cleane vocalen (zoals op “Screechings Of The Sacrifice”) en die variatie is welkom.
Fragmentum speelt graag met contrasten: catchy melodielijnen tegen agressieve gitaren, drumritmes die niet altijd klinken zoals je verwacht tegenover gitaarsolo’s die dan weer meer wel dan niet klassiek zijn, … Het thema van de Maya’s is – al zeker voor een Belgische band – uniek en zit mooi verwerkt in de lyrics, al teert de band toch veel op het cliché van de mensenoffers.
Eén van de betere tracks het album is het gejaagde “Clash Of The Clans”, waarop de grunts mooi in de gitaarmelodie en eenvoudige drumpatroon blenden. Op “Trick Of The Twins” doen ze dat nog eens over. Feast Of The Flesh is een heel stuk trager, heeft een knap cello-arrangement en lekkere doomy intro. Daarna gaat deze track meer in de richting van melodische deathmetal, om dan nog een paar keer heen en weer te switchen tussen die genres. De tracks van Fragmentum zijn zelden in één hokje te duwen. 
‘Masters Of Perplexity’ is voor Fragmentum een paar stappen vooruit ten opzichte van ‘Pugnacity’, zowel in de muziek als in de productie. Een heel aangenaam en gevarieerd album.

https://www.youtube.com/watch?v=B3F3xJPuPH8&t=6s

Love Supreme

Tuesday

Geschreven door

De Nederlandse gitaarband Love Supreme heeft een cheesy groepsnaam, maar dat maken ze meer dan goed met hun muziek. Daarvoor vinden ze inspiratie bij Superchunk, Replacements en Lemonheads. Denk bv. Ook aan Nemo, Golden Green, BRUCE, The Romans, Lagwagon en Hüsker Dü. Een bijzonder aangename mix van punk en indierock.
Op hun tweede album ‘Tuesday’ (omdat ze elke dinsdag repeteren) klinken deze Nederlanders snel, smerig en snedig, zoals we dat in de jaren ’80 en ’90 zo leuk vonden. Eén van de hoogtepunten is “Felix Leiter”, waarop de band klinkt alsof de dood hen op de hielen zit: zelfs geen tijd om op adem te komen en enkel een compacte solo als die de snelheid niet uit de song haalt. Hetzelfde geldt voor “She Said To Me“. De lyrics halen niet op elke song ook het niveau van de muziek, maar dat is misschien eerder omdat de sound altijd zo goed zit.
Op “People Know“ wordt wel wat gas teruggenomen en zitten de lyrics prominenter in de mix. Love Supreme is echter niet de band van de grote boodschappen die moeten verkondigd worden. Maar wat een sound.
Een paar leuke details: de wielrenner op de foto is Harry Ligter, vader van frontman Jeroen. De foto werd genomen door Frist Veerman, de eerste klokkenluider van Nederland. In de outro van de slome slottrack “Love Supreme“ zit een gedicht van Lucas Hirsch.

Fantastisch album. Nu al op bandcamp, in september ook op vinyl.
https://lovesupremeams.bandcamp.com/album/tuesday

The Calicos

The Soft Landing

The Calicos - The soft landing - Zeemzoet tot kunst verheven
Drie jaar terug wonnen The Calicos Humo’s Rock Rally. Wie denkt dat Quinten en compagnie sedert dan heeft stil gezeten heeft het verkeerd voor. The Calicos smeedden verder aan hun soft en poppy americana sound waar de pedal steel een prominente rol in speelt. Wilco meets How Gelb, hoewel ze niet graag in een vakje worden gedropt. “Nova” was hun single die zowat overal werd gedraaid. Met hun nieuwe “How Was I To Know”  wordt ook voor het melodieuze en de juiste moodswing gekozen. “Heartbreaker” houdt het bij de eenvoud van een paar akkoorden en gelaagde arrangementen. Groot Radio 1 gehalte. Het akoestische begin van “Follow You Down” zwelt geleidelijk aan, kiest niet voor een explosie en stoelt alweer op een zeemzoet melodietje. Zo ook voor “Desire”.
Eigenlijk is de vorige single “Nova” de enige song op deze schijf die wat meer tempo en power toont. Voor “Cruel”, “I don’t Need It”, “Day by Day” en titelsong “The Soft Landing” wordt wederom dezelfde receptuur gebruikt, waardoor er niet kan ontsnapt worden aan het gevoel dat je naar negen dezelfde nummers zit te luisteren.
Alles is zeer goed ingespeeld en zeer homogeen geproducet. De productie nam de band zelf in handen, geholpen door levende legende Firmin Michielsen andermaal loepzuiver afgewerkt door Tobie Speleman (blackwave., Geppetto & The Whales, EMY, The Haunted Youth)
Wel heel aangenaam, warm en zoet. Te hartig om in één ruk uit te luisteren.
(Lode)

Voor wie The Calicos nog niet kent kunnen we jullie vertellen dat ze in 2018 Humo’s Rock Rally wonnen. Daarna bracht dit zeskoppig ensemble enkele singles uit en deden ze, voor de lockdown, best wel wat optredens. Ze hebben hun tijd genomen om hun debuut uit te brengen. Meestal een teken dat het blijvertjes gaan worden en dat ze na de hype nog gehoord willen/zullen worden.
The Calicos maken een soort van Amerciana/alternatieve indierock. Kenmerkend in hun geluid is bijvoorbeeld de pedalsteel dat meteen ook voor een warme klank zorgt in de songs. Maar ze zijn ook meer dan dat hoor.
Op ‘The Soft Landing’ presenteren ze ons negen songs. Opener “How Was I To Know” is een song dat ergens tussen The Verve en The War On Drugs te situeren is. Een ijle en breed uitwaaierende soundscape met een warme stem erboven op. Elk instrument zit hier mooi op zijn plaats en is mooi opgebouwd. Een topsong van een dikke zeven minuten!
Op “Heartbreaker” gaan ze iets meer bondiger rocken. Een bitterzoete song. “Follow You Down” kon zo van Mooneye zijn (een andere band uit dezelfde stal). Melancholie in de stem, semi-akoestische gitaren en een fijn refrein. Ze gebruiken ook keys maar dan als achtergrond en ondersteuning van de rest zoals op “Desire” dat terug richting The War On Drugs lonkt maar dan wel met hun eigen identiteit.
“Nova” heeft een interessante intro en een pulserende bas. Met de pianopartijen erbij lijkt het wat naar Novastar te klinken. Maar wat een mooi uitspringend refreintje hier. Ook een topliedje dit. “Cruel” is een beetje een ballad. Maar dan niet van die zeemzoete ballads maar eerder een die miserie verbergt. 3Day By Day” is ook een interessante track. Met een mooie percussie en bas. Een fijne groove waarop de rest is gebouwd. Er wordt geëindigd met de titelsong dat wat in de mood als de openingssong zit.
The Calicos hebben toekomst. Hun debuut klinkt matuur, melancholisch en warm. De teksten zijn eerder bitterzoet. Dat alles maakt dat ze met een klassiek klinkende sound toch hun eigen ding weten te doen en dat ook wel goed doen. De jaren 70 klinken soms wat door en het album bevat enkele topsongs. Nice debuut.
(Wim)


Americana/Indierock
The Soft Landing
The Calicos
The Calicos is: Quinten Vermaelen (guitars vocals) Aäron Koch (guitars pedalsteel) Sander Smeets (guitars keys) Maximilian Dobbertin (keys) Guido Op de Beeck (bass), Olivier Penu (Drums)

Pagina 86 van 460