logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Deadletter-2026...

Lapsley

Lapsley – Meer dan de hipsterversie van Adele

Geschreven door

Holly Lapsley Fletcher, de frontvrouw van Lapsley, is amper 20 jaar. 20! Maar slaagde erin het de afgelopen twee jaar tot BBC Sound Of The Year te schoppen, ‘Long Way Home’ haar  full length debuutplaat te releasen en wereldwijd harten te veroveren. Oh, en daarnaast electroplaten te producen en al haar teksten zelf te schrijven.

Twee jaar geleden kostte het mij –omstreeks 15u op Pukkelpop- de grootste moeite mijn gezelschap mee te tronen naar Lapsley. Achteraf was iedereen, van dat gezelschap tot de voltallige Vlaamse pers, het erover eens: dit is een nieuwe popster in wording. Sindsdien maakte ze haar passage in verschillende Belgische zalen, op 31 maart van dit jaar stond ze al eens in de AB en nu afgelopen weekend nogmaals. Lapsley maakt mechanische soul en wordt ook weleens in het rijtje James Blake, The XX of Elliot Moss –waar het Belgische voorprogramma Yellowstraps ook duidelijk goed naar geluisterd had- genoemd.

Lapsley ziet er misschien uit als een Zweedse schone, ze is afkomstig uit Liverpool. Zelfs zonder haar mond open te doen doet ze al denken aan de hipsterversie van Adele, wanneer ze dat wel doet, is de vergelijking compleet. Maar Lapsley verdient meer dan een makkelijke vergelijking. Openen doet ze voorzichtig en met een nieuwe song. “Falling Short”, tweede op de setlist, knalt onmiddellijk. Het nummer ademt evenveel ballen als kwetsbaarheid. De doodse blik en droge vingerklik van Lapsley zorgen voor een afstand met het publiek. Maar wel eentje die ruimschoots goedgemaakt wordt door de soul in haar stem. En de clumseyness –“ik kan absoluut niet op hakken lopen”- die dienst doet als de perfecte bindtekst.
“Painter” schreef ze toen ze 17 was, zegt ze, terwijl ze plaatsneemt aan de piano en het nummer a capella aanvat. De volgende minuten zullen schommelen tussen de kinderlijke onschuld van een xylofoon en de verzwelgende dreiging van de drums. Een dreiging die tot kippenvel aanzwelt wanneer Lapsley zelf haar eerste stem ondersteunt met een tweede mechanisch, bijna buitenaards geluid.
Een trucje dat ze ook in “Station” herhaalt en het nummer naar een hoger niveau tilt. Een absoluut hoogtepunt. “Love is Blind”, meer naar het einde van de set geschoven omwille van zijn dansbaarheid, is een onmiskenbaar popnummer, maar scheert weinig hoge toppen.
De drie muzikanten, drie exacte kopietjes in het zwart, met ronde bril en opgekruld mutsje, verdienen ook wel wat lof, maar blijven jammer genoeg zo goed als onzichtbaar gedurende het optreden.

“Falling Short” en Painter werden in 2014 en 2015 al gereleased, haalden het nu ook op de debuutplaat en werden vlot meegelipt door het publiek. En met reden. Het zijn de sterkste nummers van de plaat. Of de eerste. De rest lijkt meer van hetzelfde. Binnen een spectrum van licht verteerbare pop, naar warm digitaal minimalisme. Van intiem tot een klein beetje saai. De set kabbelt voort. Op zang en beats is niets, of toch niet veel, aan te merken. Maar dat is het net. Liever een uitschuiver door een niet altijd weloverwogen risico, dan helemaal geen. Lapsley kan meer. Geef ze wat tijd, ze is amper 20.

Organisatie:
Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel  

Mike Watt

Mike Watt - Legende van de jaren tachtig

Geschreven door

Mike Watt en King Champion Sounds
N9
Eeklo
2016-10-01
Nick Nyffels

Een absolute legende van de Amerikaanse underground stond op zaterdag in de N9 in Eeklo: Mike Watt. Mike Wie? Wel iedereen kent een nummer van hem, maar niemand beseft dat het van Mike Watt’s Minutemen is: “Corona” uit ‘Double nickels on the dime’ uit 1984 is het kenwijsje van MTV’s Jackass met Johny Knoxville en Steve-O. Wij leerden Watt kennen in 1995 met zijn solo album ‘Ball Hog or Tugboat?’, zijn solodebuut dat hij opnam met de crème de la crème van de alternatieve scene: J Mascis, Frank Black, Evan Dando, Mark Lanegan, Dave Grohl, Flea en Eddie Vedder, om er maar een paar te noemen.
Sindsdien heeft Watt in verschillende bands en projecten gespeeld, onder meer met Wilco gitarist Nels Cline en ook als live bassist bij de reunie van The Stooges.

In Eeklo stond Mike Watt er als Il Sogno del Marinaio, ofte de droom van de zeeman, een trio dat hij met twee Italianen, Stefano Pilia en Andrea Belfi opgezet heeft. Watt, met zwarte ziekenfondsbril, introduceerde de band, en zei vereerd te zijn dat een select Eekloos publiek er voor had gekozen om op zaterdagavond naar zijn muziek te luisteren. Il Sogno del Marinaio speelde rock met een jazz insteek, veel instrumentale nummers, met veel dynamiek en tempowisselingen, en de kenmerkende met de deur in huis vallende basstijl van Watt: van zacht ging hij plots over naar hard, krachtig en dominant. Soms zong Watt, maar meestal was het dus instrumentaal, met veel gitaarsolo’s, hoekig, soms kubistisch van inslag en dikwijls met vijf nummers die  in een enkele song gedrumd werden. Je kon het een beetje vergelijken met het Belgische Stuff. Naast nummers in het Engels, kregen we ook nummers in het Italiaans, en omdat de drummer tegenwoordig in Berlijn woont, ook in het Duits. Toen de gitarist een snaar brak, bewees Watt ook een volleerde stand up comedian te zijn. Tijdens de bisronde kroop er een funkske tevoorschijn, Nile Rodgers zou er trots op geweest zijn.

De hoofdact vanavond King Champion Sounds is een Nederlands-Engelse band rond zanger G.W. Sok van The Ex, aangevuld met een aantal jonge honden. Mike Watt speelde op de laatste plaat van King Champion Sounds, maar kon vanavond niet mee spelen omdat ze vroeg de ferry moesten nemen voor hun volgende optreden in Sheffield. Waar Watt een heel diverse, grillige set bracht, was King Champion Sounds veel duidelijker en eenvormige van klank: GW Sok, zijn tekstvellen in de hand, declameerde zijn nummers in jaren tachtig stijl, ondersteund door een new wave bass, en dit contrasteerde met de vrolijke blazers. Dit was voer voor de dansvloer, feestmuziek voor fans van The Fall, Gang of Four, The Pop Group, Madness en ska in het algemeen.

Het voorprogramma had een link met de hoofdact: Deutsche Ashram is een Nederlands duo dat bestaat uit de gitarist van King Champion Sounds, Ajay Saggar, en zangeres Merinde Verbeek. De ritmesectie stond op de computer, en verder hoorden we een geluid dat het ging gaan zoeken bij Beach House, Mazzy Star en new waveklanken. Charmant.

Organisatie: N9, Eeklo

Moderat

Moderat - Beats voor de meerwaardezoeker

Geschreven door

De Berlijnse underground dance-scene wordt groot, dat kunnen we toch besluiten na het uitverkochte concert van Moderat in Vorst-Nationaal. Uitverkocht, wil in dit geval zeggen de kleine versie van Vorst, zonder de bovenste ring, maar niettemin blijft het een prestatie die we nooit verwacht hadden toen we Moderat de eerste keer zagen op Pukkelpop 2009. Hun debuutalbum hebben ze ook met de nieuwe plaat ‘III’ niet overtroffen, maar toch hebben ze hun aanhang gestaag weten uit te bouwen. Wat ons nog heel goed bijstaat van die Pukkelpop-passage waren de uiterst verzorgde visuals die de elektronica van Moderat naar een hoger plan brachten, en dit was ook de sterkte vanavond in Vorst.
Uiteindelijk is een elektronisch trio niet zo interessant om naar te kijken, dus sterke visuals zijn een must voor een boeiende concertavond. Net als Kraftwerk pakken Sascha Ring (Apparat), Gernot Bronsert en Sebastian Szary (beiden ook aan de slag als Modeselektor) met ‘Deutsche Grundlichkeit’ het design van muziek en beeld als een ‘Gesamtkunstwerk’ aan. Vóór aanvang van het concert vroeg Moderat om geen flits te gebruiken, om de sfeer van hun donkere projecties te bewaren zodat iedereen de Moderat-ervaring kon ondergaan. Voor een concertfotograaf was dit dus een heel ondankbaar concert, maar dat belette niemand in het publiek om toch uitgebreid foto’s en filmpjes te schieten met de smartphone tijdens het concert, die waarschijnlijk achteraf toch verwijderd werden wegens veel te donker en onscherp.

Moderat begon met “Ghostmother”, waarin Sascha Ring de eerste keer zijn ijle stem over de beats liet glijden, met passende beelden van schimmige, amorfe vormen die als het ware uit de duistere diepten van de zee opdoken. Mijn absolute favoriet, “ A new error”, met zwart-witte projecties van bewegende handen, werd ook door het publiek op herkenningsapplaus onthaald. De huidige single “Running” combineerde de elektronische Radiohead met acid house, beats voor de meerwaardezoeker dus, maar altijd dansbaar, een beetje als Underworld bij momenten, maar nooit met een simpele vierkwartsbeat, maar altijd met breakbeats die de bouwstenen zijn die deze producers naar believen toevoegden of weglieten, zoals een stel meesterkoks die hun kunnen etaleerden. “Rusty nails” was sensueel, ook door de projecties van spookachtige figuren in wapperend textiel. “Reminder” klonk als een samenwerking tussen Jonsi van Sigur Ros en Breakbeat Era.
Wij genoten vooral van de meer stevige nummers, omdat de zang van Sascha Ring in de rustige nummers op de duur toch wel wat eentonig klonk. Beelden van versplinterde betonblokken kondigden een stevige versnelling van het tempo aan, het publiek ging echt loos op een trance nummer dat sterk opbouwde en mij deed denken aan een mix van “King of Snake” van Underworld met “French Kiss” van Little Louis. Er zijn slechtere mash-ups denkbaar. “Last time” ging het in de jaren tachtig zoeken, bij Depeche Mode en Human League. “Les grandes marches” was het hoogtepunt van het concert, een langgerekte climax van de eerste tot de laatste minuut, gevolgd door een hard inkomend “Nr. 22”. De lichtshow speelde daar passend op in met vloeiende laserlijnen. We kregen ook nog een comic strip in de stijl van Charles Burns (voor wie deze comic tekenaar niet kent, de hoes van Iggy  Pop’s ‘Brick by brick’ is van hem) dat “Bad kingdom” illustreerde met een opeenhoping van clichés uit de film noir.
Het einde van het concert zakte een beetje in met “The fool” en “Intruder”, beiden iets te veel downtempo om het concert mee af te sluiten, gelukkig riep het publiek Moderat nog eens terug voor “Versions”, een stevige psychedelische stamper zoals we die kennen van The Orb.

Moderat bewees vanavond een grote zaal aan te kunnen. Festivalprogrammatoren, doe eens zot en zet die mannen eens als afsluiter op de main stage ipv voor de elfendertigste keer Chase & Status of Chemical Brothers te programmeren. ‘Moderat ist
fertig’!

Setlist: Ghostmother – A new error – Running –Abandon Window – eating hooks –Rusty  nails –reminder –animal trails – last time – Les grandes marches –nr. 22

Milk – bad kingdom – the fool – Intruder – Versions

Organisatie: Live Nation

Nickelback

Nickelback – Haters krijgen lik op stuk

Geschreven door

Volgens sommigen verdienen ze de titel van meest gehate band ter wereld, volgens anderen zijn de Canadezen dan weer  één van de beste rockbands ter wereld. Een tot de nok gevulde Lotto Arena bewees ondanks al het namedroppen dat Nickelback nog een grote schare fans heeft in ons Belgenlandje.

Opwarmer van de avond is Monster Truck. De band afkomstig uit Hamilton, Ontario lanceerde met ‘Sittin’ Heavy’ (2016) een tweede album en mag die vanavond deels promoten. De band die deze zomer nog op de affiche van Graspop Metal Meeting prijkte, stelt niet teleur. Hun experimentele rock ’n roll met invloeden uit de hard and blues rock werkt aanstekelijk en het duurt niet lang voor de eerste hoofden gestaag het aangegeven ritme van drummer Steve Kiely volgen. Zanger en bassist Jon Harvey is goed bij stem en toetsenist Brandon Bliss neemt ons bij momenten mee naar de symfonishe rockwereld van Kansas. Mijns inziens een meer dan geslaagde opener die het afzakken naar de arena al waard maakt.

Rond 21.25 u., met een 25-tal minuten vertraging,  floepen de witte spots van de grote rondboog op het podium aan en maakt de duisternis plaats voor een zee van licht. Op het podium verschijnt de band waar de hele avond om draait: Nickelback. Een luid gejoel stijgt op vanuit het publiek en Chad Kroeger en co antwoorden met protest song “Edge of Revolution”. Het lied wordt met zoveel muzikale energie gebracht, dat de mensen op het middenplein bijna letterlijk en figuurlijk uit hun sokken geblazen worden.
Na een hartelijke begroeting door een fris ogende Chad, zonder golvende manen weliswaar, volgen “Something in your Mouth”, “Animals” en “Too Bad”.  Een eerste gevoelige snaar wordt beroerd door “Far Away”, gevolgd door “Photograph”. Romantiek wordt blijkbaar gesmaakt in het publiek en de sfeer doet bij momenten denken aan  een prom night.
Monsterhits als “How you remind me”, “Hero” (Chad Kroeger) en “Rockstar” kunnen (uiteraard) rekenen op veel bijval en zorgen ervoor dat menig stemmetje schor zal zijn de volgende dag.  
Na de geslaagde Foo Fighters cover “Everlong” drukken de Canadezen nog een laatste maal hun stempel met “Burn it to the Ground”.

Hoewel het lijkt alsof we het hoogtepunt van de charmerockers reeds een tiental jaren geleden gehad hebben, bewijst dit optreden dat de band nog steeds in staat is om een zaal in vuur en vlam te zetten. Dit was een meer dan geslaagd optreden waarmee Nickelback overtuigend ‘the haters’ lik op stuk geeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/monster-truck-30-09-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/nickelback-30-09-2016/

Organisatie: Live Nation

Moose Blood

Moose Blood – Een draaikolk vol emoties

Geschreven door

Moose Blood zit momenteel erg in de lift. In eigen land, UK,  is de band de nieuwste trots voor de emotionele rockliefhebbers, in Europa is de band langzaam maar zeker aan zijn opmars bezig. De nieuwste plaat ‘Blush’ kwam uit op het befaamde Hopeless Records waar bands als All Time Low, Sum 41 en Yellowcard deel van uitmaken. Het resultaat is een toegankelijke plaat vol stadionanthems waarop het volledig publiek de nummer luidkeels kan meezingen. Voorlopig nog in een kleine zaal als La Péniche maar binnenkort in gigantische zalen.

De looks hebben ze alvast mee, vooral frontman Eddy Brewerton dan. Met een felwitte T-shirt, een lichaam vol tattoos en een zwarte muts is hij de droom van alle jongedames die vooraan post vatten. Naast dit idool staan nog drie muzikanten die een klein beetje verdwijnen in de spotlights, gericht op de frontman. Muzikaal start de set erg catchy met “Pastel” en horen we een streepje van The 1975. Een misleidend begin want niet veel later met “Honey” gieren de gitaren door de boot ; een orkaan-gevoel.
De pop punk van Moose Blood wordt met zoveel overgave gebracht dat het lijkt op emo rock als van Brand New of Modern Football. Op “Bukowski” begint het publiek voor het eerst gezamenlijk mee te zingen en dit blijven ze doen tot het eind van het concert. De stem van Eddy Brewerton is erg rauw, passioneel en bij de grote uithalen erg toonvast. Schreeuwen doet hij net niet maar in de luide refreinen neigt het er wel naar. In de ontroerende songs wenst hij het pijnlijke gevoel te associëren met zijn vocals.

De hartstocht van Brewerton maakt dit concert zo sterk. Nog meer valt het op bij de oudere songs als “Boston” en “Cherry”. “Cherry”  biedt zelfs rust in het concert, enkel zang en een kalme, rustgevende gitaar , die het nummer boordevol liefde en overgave biedt. Niet veel later volgen dan weer vette riffs, lekkere solo’s en een sound die de post rock fan siert, o.m. op een “I Hope You’re Missing Me”.
Naar het einde toe teert de band vooral op hun nieuwste plaat . Die songs hebben een grote meezingwaarde. De hechte schare fans schreeuwen hun geluk uit op “Sulk” of “Shimmer”. Ze beginnen te springen, gaan aan het dansen en zingen luidkeels mee. De band speelt de nieuwe duidelijk met een ‘happy feeling’ . Er valt zelfs een lach te bespeuren op de gezichten. Moose Blood sluit af met “Knuckles” , een bis-ronde  blijft uit .

Moose Blood - Een set van net geen uur , boordevol stevige songs en een gefascineerd zanger als emotioneel hangijzer.


Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Yak

Yak - Wat een band!

Geschreven door

Yak kwam donderdagavond hun eerste album ‘Alas Salvation’ aan het publiek voorstellen. Een support act was er niet, maar wij vonden daar geen reden voor. Yak moest volledig in de spotlight staan om te overtuigen en niemand met een slecht gevoel naar huis te laten gaan. En dat gebeurde.

Yak zijn twee Britten en een Nieuw-Zeelander die in de UK al een fikse podiumreputatie hebben opgebouwd en die klaar zijn om nu ook de rest van de wereld te overtuigen. Na het beluisteren van debuut ‘Alas Salvation’, dat in mei uitkwam, ben je eigenlijk in drie woorden uitgepraat: Wat een plaat. Ook bij hun optreden in de Witloof Bar was dit niet anders. 3 kwartier vol noise, punk, pop, garagerock. Zolang het maar hectisch bleef. Nummers vol anarchie waaronder “Victorious”, “Roll Another” en “Curtain Twitcher” werden uit die eerste gespeeld. Punky, maniakaal, strofes- en een refreinuitspuwende zanger, drumstokken die hels tegen de drumvellen kletterden en simplistische gitaarrifs is wat je die avond kon zien. En dat allemaal op 1 podium.

YAK kwam, zag en overwon meer dan ooit. Dit optreden gemist? Dan krijg je sowieso een herkansing volgende festivalzomer, want deze band kan wel eens de underground revelatie van 2017 worden. Je bent gewaarschuwd!

Organisatie: Botanique, Brussel

Mitski

Mitski – Jonge dame met groeipotentieel!

Geschreven door

Mitski is de uitlaatklep van de Japans-Amerikaanse sing/songschrijfster Mitski Miyawaki . Zij is reeds aan haar tweede album toe en kan met ‘Puberty 2’ een doorbraak forceren in Europa . Terecht , gezien er in haar sobere, integere, rauwe sound een elegante schoonheid heerst, die raakt , lieflijk is, weet open te barsten en tot slot doelt op berusting . Live wordt ze geruggensteund door een getalenteerd gitarist en een geconcentreerde drummer .

Als bassiste is ze wat onwennig op de kleine stage van de AB Club, maar het warme onthaal , de respons bieden standvastigheid, en zijn stress reducerend. Haar diepe, indringende, zwoele  vocals, soms hoog uithalend, geven letterlijk diepte en zeggingskracht aan het materiaal. De indie-rockster  biedt een mooie afwisseling in het plaatwerk van ‘Bury me at make-out creek’, het debuut van twee jaar terug, en de recente plaat . De jonge dame  is al overal ergens geweest en tekstueel moet ze niet onderdoen, een gevoel van vervreemding , worstelen met de eigen identiteit en de verhoudingen met geluk pakken je emotioneel. 
De eerste songs “Townie” , “First love/late spring” en “I want you”, uit haar debuut, tonen haar muzikaal gelaat , innemend , een intense, broeierige spanning , sober opgebouwd , die (lichtjes) durft te exploderen .
Een goed uur lang worden we in dit muzikaal web verweven. Middenin de set verleidt ze ons met de “How deep is your love” cover van Calvin Harris + Disciples, die overtuigt door  het rinkelend gitaarwerk , dito solo. Het is de aanzet om extravert, gedreven  te klinken. “Once more to see you”, “Francis forever” en “I don’t smoke” zijn ingenieuze rockers en nodigen uit tot deze aanpak . We horen Pavement, Weezer, Fountains of Wayne , gekruid van een oud PJ Harvey- tune. De set boeit, intrigeert en wordt steeds sterker met “You best american girl”.  “Drunk walk home” is een spannende , rauwe melodieuze rocker, ze zingt , krijst en preekt . Deze plakt aan de ribben! Ze besluit alleen met elektrisch gitaargepingel van “A burning hill” en “Last words of a shooting star” , smachtend en uiterst gevoelig .

Mitski bracht een pak nieuwsgierigen naar de AB Club . Het is een getalenteerde dame , met een enorm groeipotentieel. Ze overwon de podiumongemakken en oversteeg  zichzelf in de gitaarsongs …

Organisatie: Ancienne Belgique , Brussel

Radio Moscow

Live In California

Geschreven door

Overdaad schaadt, ’t is maar hoe je het bekijkt. Dit is dan ook een live album van een groepje die zodanig met de seventies dweept dat een mens er stoned zou van worden.
Bands die in de studio al vrij gul zijn met gitaarsolo’s doen er sowieso live nog een flinke schep bovenop, zo ook Radio Moscow. Dit trio heeft zowat alle inspiratie gehaald bij The Jimi Hendrix Experience, Cream, Blue Cheer, Cactus en Grand Funk Railroad, allemaal groepjes die bij wijze van spreken al eens durfden doorjammen tot een stuk in de ochtend.
Gitaarbeul van dienst bij Radio Moscow is Parker Griggs die zich in zijn overtollige solo’s laat bijstaan door trouwe volgelingen bassist Anthony Meier en drummer Paul Marrone. Een beetje zoals Hendrix en zijn toegewijde Experience luitenanten Noel Redding en Mitch Mitchell, de heren vallen niet echt op maar ze vormen wel een onmisbare en verdomd sterke ritmesectie.
Griggs is hier natuurlijk de grote hoofdrolspeler, zijn vocale capaciteiten zijn op zijn zachtst uitgedrukt eerder beperkt en daarom laat hij wijselijk dan ook uitvoerig zijn instrument spreken. Als u niet houdt van een overvloed aan gierende gitaarsolo’s dan mag u vroegtijdig de les verlaten. Wij daarentegen lusten hier wel pap van, maar wij hebben dan ook een dik pak platen van Jimi Hendrix en Rory Gallagher in onze kast staan.
Er komt 14 songs lang flink wat vuur uit Griggs zijn gitaar, de riffs en solo’s stromen in dikke lagen van de muren en de wah-wah pedalen zijn continue in de weer. Hoogvliegers zijn de bluesy medley “250 Miles/ Brain Cycles”, het in psychedelica ondergedompelde “Before It Burns” en de stevige afsluiter “So Alone”.
Fans die zoeken naar nieuw of onuitgegeven Radio Moscow materiaal blijven wat op hun honger zitten, de songs komen voornamelijk uit ‘Brain Cycles’ (2009) en uit de laatste studioplaat ‘Magical Dirt’ (2014). Het enige unicum dat hier te rapen valt is “Chance Of Fate”, een cover van het obscure seventies powertrio Sainte Anthony’s Fyre (een bandje die u heus even moet checken, we hebben dat ook gedaan en hebben het ons niet beklaagd) .
Gedurende een dik uur en een kwart gaat Radio Moscow onverstoord door met dit soort langharige retro-rock. Een beetje te veel van het goede misschien, maar dat heb je met zulke live platen. Love it or hate it.

Whitney

Light upon the lake

Geschreven door

Het Amerikaanse Whitney uit Chicago draait rond ex Smith Westerns gitarist Max Kakacek en voormalig Unknown Mortal Orchestra drummer Julien Erlich . We horen hier heerlijk genietbare nazomerse pop  met een verkoelend briesje. Een close harmony poprock wordt verwezenlijkt door soulfulle , jazzy tunes van trompet en toetsen, in een gepaste dosis orkestratie. De hoge vocals doen de rest.
Een sfeervol dromerig geluid hebben , soms wat extravert als op “Follow” en de titelsong . De single “No matter where we go” betekent de doorbraak en refereert naar hun 60s helden The Lovin’ Spoonful en The Zombies.
Pure popsongs noteren we in een ongedwongen schoonheid, die ergens weemoed , verlating , en verdriet ademen.

Anohni

Hopelessness

Geschreven door

Anohni is de nieuwe benaming van Antony Hegarty, die we kennen als de zanger/fenomeen van Antony & The Johnsons. Een transformatie is het niet direct. Hij is al openlijk transgender en had altijd een voorkeur aan vrouwelijke voornaamwoorden .
Muzikaal is hett anders dan zijn vroegere artists projecten. Er is de link met de dance elektronica van Hercules & The Love Affair,  die weliswaar luchtiger klonk en waar hij de zang eens deelde .
We horen een rits intense,  spannende , prikkelende , titelende, sfeervolle , donkere nummers, die avantgarde en een popgevoel ademen, donderende trippopbasses en sinistere elektronica bevatten in een lichte of loodzware  groove . Voor het producers – en synthwerk kreeg hij steun van Hudson Mohawke en Oneohtrix Point Never . Anohni is messcherp, luister maar naar “Obama”, politiek geladen en maatschappijkritisch  Hij draagt de wereld bijna letterlijk op zijn schouders, o.m. op “4 degrees” over de opwarming van de aarde . Pessimisme schuilt .
De songs zitten ingenieus in elkaar , zijn sfeervol , kleurrijk en durven uit de bocht te gaan door de beats en de experimentjes .”Drone bob me” en “Marrow”, net de opener en afsluitende track van de plaat zijn toegankelijk(er). Kortom , een muzikaal kunstwerkje hebben we hier met ‘Hopelessness’.

Pagina 478 van 967