logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic

Nick Cave

Skeleton Tree

Zal er ooit iemand het album ‘Skeleton Tree’ kunnen loskoppelen van het drama dat er achter schuilgaat ? Niemand, en al zeker niet nadat men de prent ‘One More With A Feeling’ heeft gezien, nog nooit heeft een film ons zo aangegrepen als deze. De plaat en de film vormen een onlosmakelijk geheel, deze keer niet zomaar een verhaal van leed en duisternis maar wel de harde realiteit.
In de film stelt Cave klaar en duidelijk dat een vreselijke traumatische gebeurtenis als het overlijden van zijn zoon, in tegenstelling tot wat journalisten en recensenten graag beweren, helemaal niet bevorderend is voor het creatieve proces van een artiest. De meeste songs waren ook al neergepend voor het noodlot zich voltrok, maar het is de teneur waarmee Cave ze uiteindelijk op plaat heeft gezet die een diepe indruk nalaat.
Nick Cave heeft sowieso altijd al donkere platen gemaakt die telkenmale als hardnekkige teer aan de ribben bleven plakken, maar deze keer zat hij plots zelf middenin het onheil. Het klinkt daarom nu allemaal nog ruwer, beklemmender, dieper en hartverscheurender dan op al zijn andere albums. Maar in hoeverre is dat geen wishful thinking van de luisteraar? Stel dat Cave die plaat zou gemaakt hebben zonder dat het drama zich voltrokken had. Zou men dan ook nog van een onovertroffen meesterwerk spreken zoals iedereen op vandaag beweert ? Als je immers met dit nieuwe noodlottige gegeven terug in Cave zijn volledige oeuvre graaft, kan eigenlijk zowat elke plaat doorgaan als soundtrack bij zo een tragische gebeurtenis.
Op de één of andere manier nodigt Cave ons uit om met ‘One More With A Feeling’ en ‘Skeleton Tree’ mee te delen in zijn leed, langs de andere kant vinden wij het wat onbehaaglijk om als een voyeur -ik zou bijna zeggen ramptoerist- diep in zijn zwaar op de proef gestelde privé leven rond te wandelen.
Wij hebben er onze tijd voor genomen en de plaat trachten los te denken van het drama dat er omheen hangt, we zijn tot het volgende besluit gekomen : ‘Skeleton Tree’ is wel degelijk een hartverscheurende prachtplaat, maar neen, het is niet Cave zijn beste. Een handvol absolute meesterlijke songs en soundscapes zijn hier te bespeuren. “Jesus Alone” is een opener die het onheil al aangeeft, Cave zijn stem zweeft slepend over de drone-onweerswolken die de onmisbare Warren Ellis uit allerlei attributen haalt, het is een song die tot diep onder de aderen kruipt en genadeloos onze adem afsnijdt. Het bijzonder pakkende en pijnlijk mooie “Girl In Amber” komt gewoon de tranen uit onze ogen halen, geen mens die hiervoor niet bezwijkt. Ook “Magneto” is zo een aangrijpende less is more song waardoor een mens diep geraakt wordt. In “I Need You” klinkt Cave’s stem uiterst breekbaar terwijl The Bad Seeds op de achtergrond toch ergens een lichtje proberen te vinden tussen de dreigende onweerswolken, een haast onhaalbare opdracht. De integere afsluiter “Skeleton Tree” is ook weer zo een klein stukje smart die uit ‘The Boatman’s Call’ lijkt te zijn weggelopen.
Zo staat ‘Skeleton Tree’ bijna vol met hartroerende schoonheid en beklijvende treurnis, maar gelukkig  nergens met aandoenlijk sentiment, dit is tenslotte Nick Cave.
Alleen met het alom bejubelde “Distant Sky” hebben wij wat moeite, we twijfelen er niet aan dat de Deense sopraan Else Torp een sterk staaltje kan zingen, maar de song had die overdreven pathetiek niet echt nodig. De vertwijfelde raps van “Rings Of Saturn” kunnen wij ook maar moeilijk thuisbrengen, maar wij zitten dan ook niet in Cave zijn vel.
‘Skeleton Tree’ is een beladen prachtplaat die zwaar op de maag ligt en diepe wonden achterlaat. Wij wensten dat Cave die nooit hoefde te maken. Misschien moeten we deze schijf een plaatsje geven naast ‘Magic and Loss’ van Lou Reed, nog zo’n schitterend rouwalbum dat bijna nooit de weg naar onze cd lader heeft gevonden omdat het toch zo verdomd zwaar doorweegt.

Sam De Rijcke


Nick Cave - Waardig rouwen - In de rockumentary van Andrew Dominik over de genese van Cave’s ‘Skeleton Tree’ krijgen we deze prachtige quote voorgeschoteld. “Time is elastic. We can go away from the event but at some point the elastic snaps and we always come back to it.” Het gaat uiteraard over de verschrikkelijke dood van zijn zoon Arthur die na een foute trip van een klif viel. Skeleton is het muzikaal antwoord op de rouwarbeid die Cave aan het leveren is. Het moeten aanvaarden van de dood, het verwerken van de pijn, hat aanpassen aan een leven zonder zijn zoon en het trachten weer te vinden van het plezier in het leven wordt vertaald in ingetogen en tegelijk vlammende pareltjes.
Zijn eeuwige compaan en rechterhand Warren Ellis is ook hier weer van onschatbare waarde. Het is zelfs naar Cave normen een heel donkere plaat geworden. Toch wordt er nog ruimte gemaakt voor schoonheid, empathie en liefde. Opener “Jesus Alone”, geschreven voor het ongeval, krijgt met de zin “You fell from the sky, crash-landed in a field near the River Adur” een akelige profetische waarde. “Rings of Satyrn” blijkt wat vrolijker, maar de zwarte ondertoon blijft prominent. Geniet verder van het piano en synth-spel op “Girl in Amber”. En zo kunnen we verder gaan. De juweeltjes stapelen zich op. Wel niet voor gevoelige oren. Deze donkere schijf eindigt wel met het hoopvolle  “And it’s all right now.”

Lode Vanassche

The Avalanches

Wildflower

Geschreven door

Het verhaal van de Australische The Avalanches doet in grote lijnen denken aan dat van Talk Talk. Die scoorden halfweg de jaren ’80 een paar hits waarna iedereen vol verwachting uitkeek naar nieuw werk. De band sloot zichzelf enkele jaren op in de studio en kwam eruit met ‘Spirit of Eden’. Daarop stonden songs met dezelfde ingrediënten als op hun hits, maar de bandleden hadden zo hard aan het succesrecept zitten sleutelen dat het album geen halve degelijke track opleverde. ‘Spirit of Eden’ werd de zwanenzang van die Britse band.

The Avalanches dreigen dezelfde tour op te gaan. In 2000 had dit Australische collectief een wereldhit met “Since I Left You”, een mix van een eindeloze reeks samples en zelf ingespeelde instrumenten, en het hele gelijknamige album werd wereldwijd bejubeld. Daarna werd het collectief herleid tot een duo: Robbie Chater en Tony Di Blasi, al staat de intussen opgestapte James Dela Cruz nog mee als bandlid op de credits van het nieuwe album.
Pas in 2005 zijn The Avalanches gestart aan een opvolger voor ‘Since I Left You’ en die is nu pas klaar. Zestien jaar tussen twee dancepop-albums is een moedige keuze. Het toont dat het duo niet uit is op snel geldgewin, wat in dit genre eerder uitzondering dan regel is. Het schept ook een zekere verwachting: als er zo lang aan een plaat gesleuteld wordt, zal het wel een pareltje zijn dat het debuut mijlenver overstijgt. The Avalanches nemen ook de moeite om voor elke sample officieel de goedkeuring te krijgen om hem te gebruiken. Als je dan samples of stukjes tekst wil gebruiken van o.m. John Lennon, the Bee Gees, Randy Newman en de Beatles, verklaart dat al minstens een deel van de lange broedperiode.

De hoge verwachtingen kan ‘Wildflower’ niet helemaal waarmaken. Opener “The Leaves Are Falling” is niet meer dan een valse intro. Het eerste echte nummer, “Because I’m Me”, een beetje Jackson 5-achtige light-disco met opnieuw die mix van eindeloos veel samples en een stukje rap erover, komt dicht in de buurt van de oude successingle “Since I Left You”.
Op “Frankie Sinatra”, de eerste single uit Wildflower, halen Chater en Di Blasi er opnieuw ook een reeks keyboards en andere instrumenten bij, maar toch pakt de mayonaise veel minder dan op “Because I’m Me” of “Since I Left You”. Het nummer lijkt eerder op haastwerk van een beginneling in het genre dan op het magnus opus van een succesduo.
Daarna gaat het alleen nog maar bergaf. Nummers als “Subways”, “Going Home” en “The Noisy Eater” stuiteren alle kanten tegelijk op, de samples en raps lijken willekeurig aan elkaar geplakt en de nummers wisselen zo vaak van ritme en beat dat het enerverend wordt. Nog verder op het album worden de nummers vaak onderling inwisselbaar en komen ze langs als een rustig kabbelend beekje met af en toe een sample of een stukje tekst dat je vaag herkent.
Toch heeft ‘Wildflower’ nog enkele goede momenten. “If I Was A Folkstar” is geen slechte track en zou het ook op de dansvloer goed moeten doen. De pareltjes zitten in de staart. Op het bevreemdende en tegelijk vrolijke “Kaleidoscopic Lovers” levert Jonathan Donahue van Mercury Rev/Flaming Lips een vocale gastbijdrage, op het licht swingende “Stepkids” is een vioolpartij te horen van Warren Ellis (Nick Cave) en zingt Jennifer Herema van Royal Trux mee en op de licht rockende afsluiter “Saturday Night Inside Out is” een gastrol weggelegd voor Josh Tillman, beter bekend als Father John Misty. Die tracks leveren nog enigszins bescheiden vuurwerk op.

Alles bij elkaar is ‘Wildflower’ niet de zwanenzang van The Avalanches geworden, maar gokken we er op dat dit album vooral opgepikt zal worden door dj’s die een lounge-set draaien aan een strandbar.

Thee Oh Sees

A Weird Exits

Geschreven door

Met de regelmaat van de klok (quasi jaarlijks) levert John Dwyer, de drijvende kracht achter het explosieve bandje Thee Oh Sees, het ene na het andere sublieme plaatje af. In juli heeft de band nog maar net het ophitsende ‘Live In San Francisco’ gedropt, een schitterende registratie van hun zinderende live reputatie, of ze zijn daar al met hun volgende studio plaat. Het moet zowat al de veertiende plaat zijn op 10 jaar tijd, maar schiet ons niet af als we er eentje naast zitten want we zijn onderweg misschien wel een beetje de tel kwijt geraakt.
‘A Weird Exits’ is voor een stuk een vintage Thee Oh Sees plaatje met de geliefde ingrediënten als geflipte garage rock en ontspoorde hardrock met psychedelische uitsteeksels. We krijgen met name een stel uiterst energieke songs die zich lekker zullen thuis voelen in de opwindende live sets. Extatische songs als “Dead Man’s Gun”, “Ticklish Warrior”, “Plastic Plant “ en vooral het uitzinnige “Gelatinous Cube” zijn ideale bommetjes om menig concertzaaltje te doen ontploffen.
Maar Thee Oh Sees verkennen hier ook andere oorden. Met de fijne instrumentals “Jammed Entrance” en “Unwrap The Fiend Pt 2” begeven ze zich op krautrockterrein en naar het einde van de plaat toe gaan ze breeduit relaxen met de luie psychedelica van “Crawl Out From The Fall Out” (doet ons trouwens sterk denken aan het bandje Brightblack Morning Light, waar hangen die tegenwoordig eigenlijk uit ? ergens ver in de kosmos?). Ook de in de sixties gedrenkte afsluiter “The Axis” - Procol Harum lonkt hier zelfs om de hoek- wijkt nogal van het spoor af, maar dat maakt er de zaken alleen maar interessanter op.
Een verdomd straf plaatje. Alweer.

The Last Shadow Puppets

Everything you’ve come to expect

Geschreven door

The Last Shadow Puppets is een uniek samenwerkingsproject tussen Alex Turner en Miles Kane . In 2008 overtuigden ze erg sterk met ‘The age of the understatement’, orkestrale sixties in een Britpop elan. Een combo met violisten biedt net dat ietsje meer. De samenzang , de afwisselende zangpartijen en het indringend gitaargetokkel creëren een sfeertje van spaghetti westerns en Tarentino habit. De gevarieerde composities klinken lekker ouderwets, zitten ingenieus en subtiel in elkaar en zijn mooi uitgewerkt.
De opvolger is geen klassieker als hun debuut, minder indrukwekkend dus, maar de afwisseling is en blijft er met een rits sfeervolle en vaardige , zwierige nummers als “Aviation”, “Miracle aligner” , “The elements of surprise” , “Bad habit” en “Used to be my girl”. Ze tonen het zang- en compositorisch talent van de twee nogmaals aan . De andere songs klinken meer gewoontjes , maar raken door de integere, zalvende, groovende aanpak. Een uiterst beheerste , aangename afwisselende plaat dus .

Jack Garratt

Phase

Geschreven door

Jack Garratt is één van die fijne nieuwe ontdekkingen , waarvan je afvraagt waar die man je hele leven was . Hij doet het op z’n eentje , een do-it-all-alone , hij schreef , produceerde en speelde elk nummer op het debuut zelf in . De getalenteerde multi-instrumentalist brengt een amalgaan van stijlen, pop, indie, elektronica , r&b, trippop, drum’n’bass, postdubstep . Moeiteloos speelt hij de instrumenten bij elkaar , met z’n imposante drums , elektronica , gitaar en z’n indringende stem . Sjiek ! We horen van deze know-it-all een paar afwisselende heerlijke warme, koude (retro) gelaagde motiefjes , niet vies van bezwerende, bedwelmende , ronkende grooves en experimentjes , als “Weathered”, “Breathe life” , “The love you’re given” en “I know all what I do”. James Blake zweeft over sommige nummers heen . Tja , niet voor niks staat Garratt bovenaan de BBC Sound Of 2016 toplijst!

Sarah Ferri

Displeasure

Geschreven door

De Gents/Italiaanse Sarah Ferri werd ontdekt met de Jonge Wolven – contest tijdens de Gentse Feesten, een wedstrijd die ze in 2008 won . Intussen hoorden we al een puik debuut , ‘Ferri-tales’ (2012) , een plaat sprankelende liedjes gedrenkt in een swingjazzy sfeertje . Op het vervolg , pas vier jaar later uit,  is ze gegroeid als muzikante en zangeres . We ervaren een Lana Del Rey sfeertje , een emotionele muzikale schemerzone die een dromerige , donkere melancholische invalshoek toont in de nummers, gedragen door haar hoog- laag stemtimbre. De songs voelen mysterieus, zwoel aan , zijn ingenomen , meeslepend, klinken sfeervol en hebben een intense broeierige spanning . Er schuilt ‘schoonheid’ en ‘fataliteit’ in het materiaal, wat de plaat sterk , mooi maakt!

The Glücks

Youth On Stuff

Geschreven door


The Glücks komen uit Oostende en zeggen van zichzelf dat ze zich ophouden in de driehoek tussen The Cramps, The Stooges en Thee Oh Sees. De band bestaat uit Tina op drums en Alex op gitaar. Op hun debuutalbum Youth On Stuff zingen beiden. Soms om de beurt, soms samen, maar steeds met een grove korrel.
Als tweepersoonsband verwacht je gelijkenissen met The White Stripes of The Black Box Revelation, maar in die richting moet je The Glücks niet zoeken. Denk eerder aan Jon Spencer Blues Explosion op speed, The Gories of Bass Drum Of Death. Met een heerlijk overstuurde gitaar en lekker veel galm op de stemmen, waardoor je soms nauwelijks kan uitmaken wie zingt, maakt deze band vuile garagerock die zo energiek is als de punk van The Damned en de UK Subs en die zo rammelt als The Mummies, met daarover een lofi-retro-saus als waren ze The Areola Treat of The Automatic. Ook 50 Foot Combo is nooit ver weg…

‘Youth On Stuff’ opent met het lekker rockende en swingende “Cucucool”, gezongen door Tina en met een intro die een beetje naar de surfrock neigt en een eenvoudige drumroffel die zo uit de sixties lijkt weggelopen. Eens op dreef wordt duidelijk dat The Glücks een eigen universum hebben opgebouwd met invloeden uit zowat de hele rockgeschiedenis en dat alle referenties deze band te kort doen. Titeltrack “Youth On Stuff”, gezongen door Alex, schakelt een versnelling hoger en pikt eerder aan bij de punk, met meer energie en meer fuzz.
“Kill The King” en “The Drugs Won’t Work” zijn licht drammerig en tegelijk dreigend en tonen dat deze band niet voor één gat te vangen is. “Slave”, met een oerschreeuw van Alex, en “Anger in Your Eyes” laten dan weer een meer psychedelisch kantje van The Glücks horen. “Panopticon” is iets lichtvoetiger, terwijl “Sick City”, “Brand New Gun” en “Bugs” dan weer eerder vuile punktracks zijn.

Op ‘Youth On Stuff’ schurken The Glücks tegen heel wat genres aan zonder voluit voor één van die genres te kiezen. Ze zoeken zich een eigen weg waarbij hun energie en hun spelplezier altijd vooropstaan.  Het album sluit af met “No Savior” en dat is eigenlijk de samenvatting van de hele plaat: The Glücks zijn zo aanstekelijk dat er geen redding meer is. Je moet ze wel goed vinden.

Pauwel De Meyer

Having Fun

Geschreven door

‘Having Fun’ is het derde solo-album van Pauwel De Meyer van Monster Youth. Op dit album heeft hij zijn Monster Youth-maatjes Koen De Gendt op gitaar en Klaas Borms op drums, zodat de grens tussen de twee bands wel heel dun wordt.
De muziek ademt wel een andere sfeer dan Monster Youth. Having Fun is ook minder folky dan voorganger ‘Hideaway’ en gaat meer op zoek naar de perfecte popsong, met veel rijkere arrangementen en meer aandacht voor sfeer en melodie.
‘Having Fun’ opent met “Lonely Boys”, wat een mooie aanzet is, maar geen volledige song oplevert. “Here Again”, de eerste single uit het album en samen geschreven met bassist Anton De Boes, gaat dan direct in de richting van de perfecte pop om uit te komen in de buurt van Wilco en My Morning Jacket. Zoals in wel meer songs op dit album krijgt deze track veel laagjes maar zitten er in de tekst weinig weerhaken, al is de sfeer wel altijd duidelijk.
“Nothing To Prove” en “Eiaha Ohipa” starten beide ingetogen, maar worden dan laagje per laagje instrumentaal ingekleurd naar een rockende finale. “Mom’s Car” opent met een prachtige gitaarlick die niet had misstaan op een vroeg Chris Isaak-album en scheert daarna langs invloeden als Buffalo Tom, Soul Asylum en The Jayhawks. Dit is een song die het zeker goed zou doen op Radio 1 en misschien zelfs ruimer kan aanslaan dan dat.
Het album van Pauwel De Meyer heeft nog enkele pareltjes: “Easy” is een beetje een verkoelde en tegelijk psychedelische versie van The War On Drugs, terwijl “Shana-Na” een onbeschaamd vrolijke kruisbestuiving is van The Beach Boys met Bon Iver.
‘Having Fun’ is een dromerig en bij momenten vrolijk album dat vaak heel dicht in de buurt komt van de perfecte popsong. De bescheiden rock-toetsen maken dat Pauwel De Meyer tegen heel wat genres aanschurkt zonder er resoluut eentje uit te kiezen. Bij de mooiste songs wordt het gaspedaal licht ingedrukt. Een perfect album om ’s nachts mee te nemen als je nog een lange rit op de snelweg voor de boeg hebt of om in de lente van de eerste zonnestralen te genieten.

Dirty Hips

Crisis, What Crisis?!?

Geschreven door

We hebben ze graag, zo van die bands die in De Grote Zoektocht naar een ‘eigen geluid’ in verschillende vijvers gaan vissen om de vangst vervolgens in een melting pot te laten pruttelen tot de vibe goed zit. Met Dirty Hips heeft Limburg er zo een groepje bij. Het vijftal beroept zich op latin, bossa, cocktail jazz, boogie, bluesrock en pop als basisingrediënten en brouwt er op hun eerste full album ‘Crisis, What Crisis?!?’ een radiovriendelijk mengsel mee dat lekker ongecompliceerd wegluistert. Wie Santana en Los Lobos wel kan pruimen is hier aan het goede adres, al ontbreekt het de Hips voorlopig aan wereldsongs genre “Jingo” of “Kiko” om echt brokken te maken. Daarvoor klinkt de groep nog te vrijblijvend, is de productie een tikje té clean en lijken lyrics nog te veel op een noodzakelijk kwaad. Met deze worp bewijzen de muzikaal bijzonder goed onderlegde Dirty Hips dat ‘feelgood music’ geen scheldwoord hoeft te zijn, al kijken we nu al uit naar wat meer scherpe randjes op die ‘moeilijke tweede’.
Uitgebracht in eigen beheer, recorded at The Bad Hip studio aka Yellow Tracks

Bob Wayne

Bob Wayne - Hillbilly troubadour houdt De Zwerver in zijn ban

Geschreven door

Bob Wayne - Hillbilly troubadour houdt De Zwerver in zijn ban
Bob Wayne
café de Zwerver
Leffinge
2016-09-18
Ollie Nollet

Bob Wayne, altijd goed voor een pot onversneden hillbilly music voorzien van smeuïge teksten. En hoewel hij wat door zijn stem zat , ontgoochelde hij ook deze keer niet. In de loop der jaren heeft de man toch een aantal songs geschreven die niet zouden misstaan in het verzamelde werk van een Johnny Cash of een Steve Earle.
Ik bedoel maar dat Bob Wayne veel meer is dan de vuilbekkende countryboy die perfect een stoomfluit kan nabootsen.

Bovendien had de man een uitstekende groep, The Outlaw Carnies, meegebracht waarvan enkel de drummer er twee jaar geleden, toen ik ze in Binic zag, ook bij was. Wayne rekruteert zijn muzikanten in alle uithoeken van de States en de sublieme banjospeler, die de plaats van de violist innam, was hij zelfs helemaal in Brazilië gaan zoeken. Zijn recent verschenen zevende plaat, ‘Hits the hits’, bevat enkel covers (waaronder zelfs songs van Adele en Rihanna) en is zeker niet zijn beste. Gelukkig beperkte hij zich tot twee nummers uit de plaat en die vielen uiteindelijk nog best mee : “Sympathy for the devil” (Rolling Stones) en “Rock and roll” (Led Zeppelin).

Maar naast eigen songs als “There ain’t no diesel trucks in heaven” en “Hillbilly heaven” bleken ze toch verwaarloosbaar. Hij hield zijn publiek in de ban voor een spannende set.


Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Pagina 479 van 967