logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
avatar_ab_22

Vicious Rumors

Concussion Protocol

Geschreven door

Vicious Rumors, een oudgediende in de wereld van de powermetal, heeft met ‘Concussion Protocol’ een nieuw album uit. Het is het eerste studio-album met Nederlander Nick Holleman achter de microfoon en de Sloveen Tilen Hudrap op bas. Die twee waren ook al te horen op de live-registratie ‘Live You To Death 2’, de neerslag van de tour die ze met de band deden in 2013, en die twee hebben de band duidelijk een nieuwe adem gegeven. Meer dan hun andere recente albums is ‘Concussion Protocol’ voor Vicious Rumors de terugkeer naar de hoogste regionen van de powermetal en laten ze veel jongere bands een poepje ruiken.

De jongste jaren is deze Amerikaanse powermetalband uitermate productief. Vicous Rumours startte reeds in 1979 in Los Angeles. Hoewel hun debuut ‘Soldiers of the Night’ en opvolger ‘Digital Dictator’ hen indertijd wereldwijd heel wat bijval opleverden, was het toch vooral in Europa dat hun optredens aansloegen, omdat hier meer fans zijn van het genre. De band kende heel wat bezettingswissels, zodat vandaag enkel nog gitarist Geoff Thorpe overblijft als lid van de originele line-up. Daarnaast is drummer Larry Howe er al bij van 1985. Ondanks het wisselen van de bezetting en van label, geven Thorpe en Howe niet op en blijven ze albums uitbrengen en optreden.

De eerste single van het nieuwe album is “Chasing The Priest” en gaat over hoe iedereen naar religie teruggrijpt als het einde van de wereld nabij is. Het is een catchy song die meer verwant heeft met het oudere werk van Vicious Rumors van hun meesterwerk ‘Digital Dictator’ dan met het recentere.

Titeltrack en opener “Concussion Protocol” is een welgemikte slag in het gezicht die meer aanleunt bij albums als “Razorback Killers” en “Electric Punishment”, terwijl Holleman op andere nummers dicht in de buurt komt van Carl Albert als zanger. Het toont hoe veelzijdig de nieuwe zanger is en ook dat Vicious Rumors niet voor één gat te vangen is.

Met “Chemical Slaves” wordt het tempo de hoogte ingetrokken zonder aan subtiliteit in te boeten. Hier toont Vicious Rumors dat ze nog steeds bij de beste powermetalbands ter wereld horen. Het drammerige “Victims Of A Digital World” haalt jammer genoeg een beetje de vaart uit de plaat, maar het blijft leuk om de gitaristen Geoff Thorpe en Thaen Rasmussen die knappe solo’s en rifjes te horen brengen. Het “Chasing the Priest” en “Last Of Our Kind”, met opnieuw Thorpe als uitblinker, gaat het tempo daarna opnieuw de hoogte in. Het hoge tempo wordt aangehouden op “1000 years”, met deze keer Holleman die zijn hele stembereik mag showen.

“Circle Of Secrets” is een powerballad die opnieuw de vaart wat uit het album lijkt te gaan halen, maar met een spetterende finale wordt nog heel wat goedgemaakt. “Take It Or Leave It”, de tweede single, schakelt opnieuw een versnelling hoger en heeft bovendien een goede meezingfactor. Dit nummer zal het zeker en vast goed doen op de festivals en op de zaalshows. Het nummer levert, net als “Every Blessing Is A Curse”, ook weer een mooi muzikaal duel op tussen Thorpe en Holleman. “Bastards” en afsluiter “Life For A Life” zijn dan weer meer heavy en thrashy, met zelfs een lichte grunt erbij.

Met “Concussion Protocol” toont Vicious Rumors dat ze nog een tijdje meekunnen met jongere powermetalbands als pakweg Sabaton, Powerwolf of Dyscordia. De band mag dan ‘oud’ zijn, hij is nog lang niet oud genoeg voor het rusthuis, en daar kunnen de fans alleen maar blij mee zijn.

Cocaine Piss

The Dancer

Geschreven door

In januari werd Cocaine Piss reeds getipt als één van de bands die dit jaar zouden doorbreken. Live is dat alvast gelukt, met passages in bv. de Charlatan en op Ieperfest, Rock Herk en Dour. Ook in het buitenland en met name Nederland kijken ze uit naar dit viertal uit Luik. In het najaar volgt een Europese tournee.
Fans kijken dan ook reikhalzend uit naar het debuutalbum ‘The Dancer’ dat eind deze maand verschijnt. Zij kunnen alvast met een gerust hart het album aankopen: dankzij producer Steve Albini klinkt Cocaine Piss op ‘The Dancer’ net zoals ze live spelen: goor, snel, met veel energie en grofkorrelig.
De band is sterk verwant met de crust punk-scene uit Luik en speelt een soort vuile old-skool punk zoals de Dead Kennedys, Fugazi en The Damned, met een prominente rol voor de bas, met daarover het hoge stemmetje van zangeres Aurélie Poppins. Sterke stellingnames over gelijkheid tussen de geslachten zitten vaak verborgen onder een laagje malle humor. Zo zijn nummers als “Cosmic Bullshit”, “Shiny Pants of Black Speedo” veel maar dan enkel een gekke titel.
In de paar rustigere nummers, zoals titeltrack “The Dancer” of “Average Romance”, komen ze in de buurt van The Pixies (met Kim Deal op zang dan) of Equal Idiots.
‘The Dancer’ is als album een perfecte weerspiegeling van wat Cocaine Piss live brengt.  

Chris Isaak

First Comes The Night

Geschreven door

‘First Comes the Night’ is het eerste album van Chris Isaak sinds hij in 2011 enkele klassiekers opgenomen in de Sun Studio’s verzamelde op zijn Beyond The Sun. Het was toen voor het eerst toen dat hij op plaat voluit de kaart trok van de sixties-iconen die hij altijd al een beetje in zich had en zijn favoriete nummers coverde van o.m. Elvis, Johnny Cash, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis.

Tot dan kenden we Isaak vooral als een ietwat mysterieuze misantroop met de looks van James Dean en een stem als een klok. Geen andere artiest kon eind jaren ’80, begin jaren ’90 met een knik in de stem en met zoveel pathos het Gebroken Hart verkondigen zonder dat het camp werd. Het typische geluid van gitarist James Calvin Wilsey had daarin een groot aandeel, net als de bijhorende muziekclips op MTV. Het leverde de Amerikaan met de (nog steeds aanwezige) vetkuif wereldbekendheid op met de singles “Blue Hotel”, “Wicked Game”, “Dancin’” en “Lie To Me”.

Dat wereldwijde succes duurde tot het album ‘Wicked Game’. Daarna kwam onverwacht het frivolere album ‘San Francisco Days’, waarna gitarist Wilsey vertrok en vervangen werd door Hershel Yatovitz. Isaak veranderde Isaak het geweer van schouder. De volgende platen stonden vol van weinigzeggende countryriedels, fletse rootsrock en hapklare popdeuntjes. Alvast in Europa deemsterde het succes van Chris Isaak langzaam weg, hoewel hij in Amerika nog steeds volle zalen trok.

Het nieuwe ‘First Comes the Night’ eet van twee walletjes. Zowat de helft van het album is retro-pop die zo lijkt weggelopen uit de sixties en bouwt dus voort op de periode van ‘San Francisco Days’ tot ‘Beyond The Sun’, terwijl de andere helft tot op zekere hoogte weer aansluit op de ‘Wicked Game’-albums. Het is eigenlijk alleen nog de twang van de gitaar van Wilsey die deze songs net dat tikje meer zou kunnen geven, al komt Yatovitz soms aardig in de buurt op o.m. titeltrack “First Comes The Night” en vooral op “Please Don’t Call”, waarin ook Isaak zijn stem mooi laat vibreren. Nog in het ‘Wicked Game’-kamp zitten het weemoedige “Reverie” en het zo mogelijk nog weemoedigere “Kiss Me Like A Stranger” en de swingende preek “Insects”. De andere helft, het ‘Sun’-kamp, wordt aangevoerd door o.m. de Johnny Cash-rip-off “Down In Flames” (Isaak’s versie van “Ring Of Fine”, zo u wil), het Orbison-achtige “Perfect Lover”, “Running Down The Road” (de jonge Elvis?) en voorts “Don’t Break My Heart” en de slappe ballad “The Way Things Really Are”. Twijfelgevallen zijn “Baby What You Want Me To Do” en “Dry Your Eyes”. Maar ook als het camp dreigt te worden, blijft er een zweem van kwaliteit over de nummers hangen. Die knik in Isaak’s stem maakt nog altijd veel goed.

Wie de versie met de bonus tracks koopt of downloadt krijgt er nog het mysterieuze “Some Days Are Harder Than The Rest”, het redelijke “The Girl That Broke My Heart” en drie overbodige liedjes uit het ‘Sun’-kamp bovenop.

Samengevat kan je ‘First Comes The Night’ nog het makkelijkst aanbevelen aan de oude fans, die er zeker hun gading in zullen vinden, en tegelijk als inleiding laten dienen voor wie deze crooner uit Californië nog moet of wil ontdekken. Meer voor ieder wat wils dan de terugkeer door de grote poort.

Damien Jurado

Visions of us on the land

Geschreven door

Was de vorige cd ‘Brothers & Sisters of the Eternal Son’ (2014) kort , krachtig , goed , dan is deze hier met zijn ruim 50 minuten even goed , intens spannend . De uit Seattle afkomstige sing/songwriter is al vele jaren bezig , maar wist pas door te breken hier met ‘Maroqopa’ (2012), melancholiedjes ergens te situeren tussen Bonnie Prince Billy en de zacht aanpak van My Morning Jacket en Neil Young.
Hij ging opnieuw in zee met producer Richard Swift . We horen een sterke plaat , een afwisselende combinatie van sing/songwriting, rootscountry en 70s neopsychedelica . De songs zijn warm , sfeervol , ontroerend , intiem, lief, levendig en extravert . De songs raken door de mooie arrangementen en opbouw . We houden van de sing/songwriterpop van het kaliber Damien Jurado …

Explosions In The Sky

The wilderness

Geschreven door

Explosions In The Sky uit Texas zijn één van de belangrijkste pijlers van de postrock. Zichzelf uitvinden in het genre is geen evidentie , maar ze wisten hun sound te verbreden een paar jaar terug met akoestische instrumenten en elektronica , wat nog meer een filmisch concept en een soundtrack gevoel ademde.
Explosions In The Sky brengt op ‘The wilderness’ een toegankelijk, avontuurlijk geluid, filmisch , broeierig, dat het experiment niet schuwt , maar zich blijft richten op atmosferische klanken die de luisteraar langzaam in trance brengen.
De songs zijn wel een stuk korter dan we van de band gewoon zijn. De elektronica ,  piano , cello sluipen naar binnen, en de Texanen weten ons naar hogere oorden te doen wegdromen.
We noteren sfeerschepping in een nevelig decor , opbouwende, dwarrelende klanken door de glooiende, aanwakkerende gitaren  en de andere instrumentatie , een aanhoudende spanning, intensiteit te creëren, zonder echt effectief te exploderen .
Rustpunten zijn “Logic of a dream” , “Losing the light” en het afsluitende “Landing cliffs”.
Een gloed in atmosfeer, schoonheid en melodie. Explosions in the sky staat weer definitief aan de top van het genre!

Soulwax

Belgica – original soundtrack

Geschreven door

Soulwax - De vraag van regisseur Felix Van Groeningen kwam als geroepen om Soulwax terug in het leven te roepen . Van Groenigen won in 2014 bijna een oscar  voor beste buitenlandse film met ‘The broken circle breakdown’ .
Hij kon nu niet omheen de broertjes gezien de film zich afspeelt in de Charlatan , aan de deur van hun eigen studio in Gent . Soulwax van Dewaele broertjes kwam ook naar Pukkelpop en werd aangekondigd als een project van ‘three staccato drums and analogue synths’ met een combo van (jawel) drie drummers ( metaldrummer Igor Cavalera btw!), een bassist en backing vocalistes. De broers zagen we rechtover elkaar , omgeven van immense elektronica. Die Cavalera is trouwens een van de bevriende muzikanten die op de soundtrack terug te vinden is . Op Pukkel verwerkten ze hun kenmerkende punkfunk in een potpourri van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals opgezweept door een diepe bas en drums. Ze gingen diep, rauw, knallend, schurend  en dreunend .
Op de soundtrack hebben we zestien tracks gespeeld door vijftien fictieve namen . Tweemaal staan ze hier onder The Shitz die rocken als Soulwax  in zijn  jaren van ‘Much against everyone’s advice’ . Muzikaal een ‘rock Soulwax’ als de ‘Soulwax Nite Versions’. Check de vette techno van White virgins of Erasmus eens, die het brede veld onderstreept van Stephen en David .
Niet verwonderlijk gezien Soulwax transformeerde van rock naar dance en zij hun ervaring van The Flying Dewaele Broers naar 2 Many DJs stopten in de soundtrack . Dit is een eclectisch geheel , waar Soulwax (nog maar eens) aantoont dat ze met iets gaafs, origineels naar buiten komen , die een club-/radio- of culthit herbergt. Het is een heel divers verzamelalbum en te beluisteren soundtrack , die ook tracks bevat die minder met Soulwax te associëren zijn , o.m. de indie-electro/neosoul “The best thing” (Charlotte) , de swingende world trance  van Kursat 9000 (“Colde kutup ayisi”) of de sfeervolle pop tussen Beck-Air van Robert Vanderwiel (“Nine Thousand Eyes”) tot stevige, snoeiharde hardcore van Burning Phlegm, met Cavalera. En zo kan je verder in de muzikale rijkte slalommen van Soulwax op de soundtrack .
Het is duidelijk , hun elektrorock is uniek en intrigeert -  Een mooi concept - Soulwax rules (again)!

Leffingeleuren 2016 – van 9 t/m 11 september 2016 - Overzicht van het driedaags festival - Drie dagen feest voor de muzikale avonturier

Leffingeleuren mocht dit jaar veertig kaarsjes uitblazen, proficiat!, maar misschien nog belangrijker : dit was de tweede editie in de afgeslankte versie en ook dit jaar bleek dit de meest geknipte formule voor het festival. Het was bij momenten echt op de koppen lopen in het centrum van Leffinge voor het gratis gedeelte van het festival met zijn talloze dj’s, foodtrucks, kinder- en straatanimatie en het ‘Buskerstreet’ podium waar jonge artiesten hun ding mochten doen. Binnen (in de zaal, de kapel of het café) was het minder druk. Soms iets te weinig volk maar dat had dan weer het voordeel dat je als bezoeker altijd alles zonder problemen vanuit een comfortabele positie kon beleven.

dag 1 – vrijdag 9 september 2016
Het parcours begon in de zaal met de tongbreker, Hypochristmutreefuzz. Net als hun naam al liet vermoeden is dit Gentse vijftal niet van één markt thuis. Het ene moment kregen we strakke noise te horen waarna ze enkele nummers later zowaar in (best genietbare) progrock verzeild geraakten. Naast de gekke stemmetjes van Ramses Van Den Heede stonden vooral de synths van Thijs Troch centraal en die zorgden toch wel voor wat gemengde gevoelens. Soms spuuglelijk een andere keer voor een aangenaam warme gloed zorgend. Nu nog iets te wisselvallig maar het potentieel is er. (Ollie)

In de Kapel (een houten constructie in de schaduw van de kerk) zag ik vervolgens de uiterst sympathieke Louis Berry uit Liverpool. Ik had nog nooit van deze voormalige kruimeldief, die via zijn gitaar terug op het juiste spoor belandde, gehoord, maar zijn eerste drie songs behoorden tot het beste wat er dit jaar op Leffingeleuren te rapen viel. Dave Edmunds op de thee bij The Streets, zoiets. Daarna spatte de droom jammerlijk uiteen met een afknapper van formaat, een wansmakelijke popsong die ik eerder vond thuishoren in een circus. Na die monumentale misser liet Louis met dat bijzonder smakelijke accent (“verstaan jullie mij? In Engeland niet!”) het tempo zakken en gaf de rock-‘n-rollgitaar van het begin niet thuis. Maar naar het einde toe kwam middels nummers als “Cocaine” en “Rebel” de magie toch nog onverhoopt terug. (Ollie)

De sympathieke Brit Louis Berry bracht een fris mengelpapje van strakke rock’n’roll, folk en britpop. Wij moesten af en toe denken aan Miles Kane en The Strypes. Berry zijn songs waren misschien niet echt onvergetelijk maar zijn enthousiasme en bij wijlen stevig rockende begeleidingsband maakten veel goed. Laat die kerel nog wat harder werken en iets origineler uit de hoek komen en we gaan er in de toekomst nog  van horen. (Sam)

In het café was het stilletjes genieten van de akoestische mijmeringen en de teergevoelige stem van singer/songwriter Christopher Paul Stelling. Geen sentimentele rijstpap maar wel fijne folkrocksongs voor bij het haardvuur. (Sam)

Eagulls uit Leeds zijn begonnen als een post-punk band maar daar bleef zo te horen niet veel van over. Wat was het dan wel? Een indrukwekkende, dicht geplamuurde eighties sound die ik nog enigszins te verteren vond maar de ellendig pathetische zang van George Mitchell die daar bovenop werd gesmeerd , joeg me de gordijnen in. In het beste geval hoorde je een vage echo van The Cure maar meestal riep dit bijzonder nare herinneringen op aan de new romantics, net nu ik dacht dat die verwaarloosbare stroming uit de jaren tachtig definitief uit mijn geheugen was verbannen. (Ollie)

Eagulls
is een bandje die wij twee jaar geleden meteen in de armen sloten dankzij dat driftige debuut en een kwiek live optreden ergens in een bouwvallig zaaltje aan de Gentse dokken. Toen wij de heren een jaartje later op Best Kept Secret aanschouwden was onze euforie meteen een heel stuk gekoeld. De band ontgoochelde er met een stel overwegend nieuwe en deprimerende songs waarin het tempo serieus was afgeremd. De driftige punkrock had plaats moeten ruimen voor lauwe en oppervlakkige post-rock. Dit voorspelde al niet veel goeds voor de nieuwe plaat en helaas kwamen die lauwe verwachtingen met ‘Ullages’ ook uit, het is de weergave van een band die zich verlaagd heeft tot tweederangs Cure klonen die geen treffelijke song meer weten bijeen te schrijven. Die lijn trok zich zoals we al vreesden ook door in hun overwegend slappe act in Leffinge die te vergelijken was met de dooie boel van op Best Kept Secret. Bovendien legde de band weinig of geen enthousiasme aan de dag en gaven ze de indruk er helemaal geen zin in te hebben. Een optreden voor in de vergeetput. Jammer. (Sam)

Thurston Moore, de man waarop iedereen zat te wachten, begon zijn set met een ellenlang, repetitief en minimalistisch stuk dat slechts weerspannig zijn schoonheid prijsgaf. Klassiek opgebouwde songs hoef je bij hem niet te zoeken, wel grillige en immer boeiende gitaarexcursies, hier en daar voorzien van een flard tekst die de eeuwig jong ogende Moore toch moest aflezen van een statief. Rond hem een erg solide band waarin weliswaar geen Steve Shelley, maar een mij onbekende drummer met verder de uitstekende bassiste Debbie Googe en zijn ideale sparringpartner op gitaar, James Sedwards. Samen construeerden ze een epische sound die af en toe gedemonteerd werd voor experimentele reflecties en die momenten waren, wat mij betreft, de mooiste van de set. Daarnaast bleef het nieuwe en stevige “Cease fire” het langst in mijn hersenpan nazinderen.

Thurston Moore heeft met het legendarische gitaarnoise gezelschap Sonic Youth serieus zijn stempel gedrukt op de alternatieve muziekscene. Na zijn scheiding van Kim Gordon werd definitief het doek neergelaten over Sonic Youth, maar de geest van deze invloedrijke band hangt meer dan ooit rond in de sound en de songs van Thurston Moore. Moore stak furieus van wal met “Forevermore” en “Speak To The Wild”, twee ongeslepen pareltjes uit die ruwe diamant ‘The Best Day’. Als vanouds scheurde hij met zijn uitmuntende band de songs middendoor en de gitaren mochten heerlijk uit drie bochten tegelijk vliegen om dan telkens weer op hun poten terecht te komen. Moore trakteerde ons ook op fantastisch nieuw werk, bloedende songs waar de geest van Sonic Youth nog heviger in doordrong. En natuurlijk liet het zinderende combo de gitaren af en toe eens fel uitbarsten in een galm van distortion en feedback, some things never change. Het voelde gewoon aan als een heuse geruststelling dat een zeer levendige Thurston Moore met een stel energieke en weerbarstige songs trouw is gebleven aan de stomende en gruizige sound die hij zelf heeft uitgevonden.
Sorry, Lee Ranaldo en Kim Gordon, maar we hebben jullie vanavond geen seconde gemist.
Sonic Youth is dood, leve Thurston Moore! (Sam)

Met “Solicitor returns” maakte Matthew Logan Vasquez (Austin, Texas) één van dé americana platen van het jaar en die kwam hij in het café voor bedroevend weinig volk voorstellen. Jammer want dit was één van de beste optredens van Leffingeleuren 2016. Nadat ze vooraf met een flinke teug Jack Daniels de kelen spoelden , ging het drietal furieus van start met een trits driftige rock-‘n-rollsongs waartussen ze ook nog eens treiterig een Nirvana nummer inzetten. Even vreesde ik voor een rommelig onderonsje maar mits wat rustiger nummers kwam de onmiskenbare klasse bovendrijven. En met een lang Neil Young-achtig epos en het withete “Everything I do is out” kreeg ik de krop nog helemaal in de keel. Matthew Logan Vasquez, onthoud die naam.

dag 2 – zaterdag 10 september 2016

Ooit al gehoord van Mahler? Vanaf nu mag je deze naam niet meer vergeten, want België heeft er duidelijk een pronkstuk van een band bij.  Ze wonnen eerder dit jaar Verse Vis en stonden dus op het podium van Leffingeleuren. Volledig terecht, deze band heeft hét! Dromerige synths, een melancholie in de stemmen en hier en daar wat psychedelica in hun gitaarspel. Mahler klinkt catchy én strak tegelijkertijd. Onbegrijpelijk dat deze band tijdens Humo’s Rock Rally niet verder is geraakt dan 1 ronde. O.m. “Bout to go down”, “In my Head” en “Sheria” (gekenmerkt van een heel aanstekelijk refrein) zijn nummers van formaat, om nog maar te zwijgen over al de rest. Even kort gezegd: Mahler weet hoe een goed popnummer in elkaar zit, nu is het enkel nog aan jou om die goede popnummers te ontdekken! (Kimberley)

Ontzettend benieuwd waren we dan weer naar de eerste show van Felix Pallas. De finalisten uit De Nieuwe Lichting 2015 besloten al hun oude nummers in de kast te steken en naar buiten te komen met volledig nieuw
materiaal. Eerste twee singles “Rakata” en “Curse” klonken al enorm veelbelovend en we kunnen je verzekeren dat ook de rest van de nummers absoluut niet teleurstellen. Felix Pallas is gegroeid, heeft eindelijk de juiste sound gevonden en staat er meer dan ooit. Elektronica vermengd met melancholie en twee stemmen die perfect op elkaar inspelen. Dansbare muziek waar je tegelijkertijd kan bij wegdromen … (Kimberley)

Mike Krol (Milwaukee, Wisconsin) won vorig jaar de Vera concertpoll en als je de lijst winnaars daarvan (Dead Moon, Jon Spencer Blues Explosion (2x), Godspeed You Black Emperor!,...) bekijkt wil dat toch wat zeggen. De politie-uniformen van dat concert toen in Groningen werd ingeruild voor iets wat nog het meest leek op een gevangenisplunje. En het moet gezegd : Mike Krol gaf zowat alles wat hij in zich had. Hij begaf zich voortdurend in het publiek, zo ver zijn microfoonkabel toeliet. Spurtjes lopend, rollend over de grond, niets was hem teveel en er viel altijd wel wat te beleven. Maar (je voelt het al komen) al die energie stond niet in verhouding met de veel te brave garagepop die we hoorden. Slecht was het niet maar had dit een stuk ruiger geklonken dan kwam ik waarschijnlijk superlatieven tekort terwijl het nu bij een goedkeurend hmm bleef. (Ollie)

De
Chileense Föllakzoid tapte vervolgens in de zaal uit een totaal ander vaatje. Soundscapes, vakkundig en geduldig met diverse lagen loops opgebouwd door gitarist Domingo Garcia-Huidobro en van aanstekelijke ritmes voorzien door bassist Juan Pablo Rodriguez en de wonderlijke drummer Diego Lorca. Bleef het eerste nummer nog wat teveel hangen in gepingel, tijdens nummers twee en drie steeg Föllakzoid boven zichzelf uit en werden we meegezogen in een hallucinante trip vol psychedelische gitaren, hypnotiserende en soms etnisch klinkende drums en een stuwende bas. Adembenemend! (Ollie)

De Chileense krautrockband Föllakzoid‘s laatste album “II
I” dateert van 2015 en werd enorm goed onthaald. Ook live staat deze band er , en is elke show een hele sensatie om naar te kijken. Zowel nummers uit hun gelijknamig album ‘Föllakzoid’ als uit hun album “II” en “III” werden gespeeld. Ingrediënten voor hun muziek zijn hedendaagse elektronische muziek, de kraut en industrial-nalatenschap van Neu!, Kraftwerk en Can met daarbij antieke ritmes vermengd. Terwijl deze band op plaat niet altijd overtuigt, waren wij nu wel razend enthousiast. Dikke bal! (Kimberley)

Vervolgens kon Night Beats (Seattle) in de Kapel niet over de gans lijn overtuigen. Nochtans weet niemand beter dan D. Lee Blackwell sixties garagerock te combineren met de recente psychedelicagolf. Zwetend als een rund maar halsstarrig weigerend zijn hoed af te zetten toverde hij als vanouds de meest wonderlijke klanken uit zijn gitaar. Alleen hadden sommige nummers iets te weinig om het lijf of bleven ze steken in de tonnen gruis die kwistig werd uitgestrooid. Maar wie hield van uit de bocht scheurende psych gitaren, die ondanks alle distortion stijlvol bleven klinken, kwam hier ruimschoots aan zijn trekken. (Ollie)

Soldier’s Heart is nog een artiest uit De Nieuwe Lichting die hier vanavond stond op Leffingeleuren. Ze brachten dit jaar hun debuutplaat ‘Night by Night’ uit, waarmee ze enorm overtuigden . Vrolijke dansbare popsongs die je een gelukkig gevoel geven. En ze hebben een sterke uitstraling. Sylvie Kreusch is een frontvrouw met veel charisma en een schattigheidsfactor. Nummers tijdens de set waren o.a. “New Housie”, eerste single “African Fire” en de onlangs uitgebrachte single “Savage”. Opnieuw werd duidelijk dat Soldier’s Heart een vrij ondergewaardeerde band is in België , ondanks ze deze zomer niet van de festivalweides weg te slaan waren. Hoog tijd om daar verandering in te brengen! (Kimberley)

Na Terakaft vorig jaar stond er opnieuw een Touareg bluesband op het programma in de Kapel. Imarhan komt uit Tamanrassee, een stad uit het zuiden van Algerije en met zijn vijven op één lijn geposteerd , brachten ze aanvankelijk erg gedreven desert blues met de gebruikelijke hypnotiserende gitaren en een opjuttende kalebas. Naarmate de set vorderde probeerden ze wat afwisseling in hun sound te smokkelen door er elementen uit de funk en zelfs hardrock aan toe te voegen. Nobele bedoelingen, helaas met minder gelukkige gevolgen. Gelukkig trok het overwegend vrouwelijk, dansende publiek zich niets aan van mijn randbemerkingen maar (voorlopig) kan Imarhan toch niet tippen aan een Terakaft, laat staan Tinariwen, bij wie ze familieleden in de rangen zouden hebben. (Ollie)

Deze mooie zaterdag eindigde voor mij  in het café met een waar splinterbommetje, genaamd Wooden Indian Burial Ground, een drietal uit Portland, Oregon. Waar ik eerder dit jaar hun motor nog hoorde sputteren op het Stellar Swamp Festival werd ik hier totaal van de sokken geblazen. Wat een heerlijke razernij was dit. De gitaar hoog op de borst gedragen vond Justin Fowler zijn inspiratie in zowel surf, psychedelica als garage- en punkrock terwijl hij zong als een Jello Biafra in acute ademnood. En dat aan een moordend tempo, opgejaagd door een onwaarschijnlijke drummer, Dan Galucki, die niet voor niets in de frontpositie had postgevat, en bassist Sam Farell, die zich ook al niet aan de snelheidsregels hield. Opgefokte rock-‘n-roll waar toch even het gaspedaal werd gelost voor een magistrale cover van “Dead moon night”, een eerbetoon aan stadsgenoten Dead Moon.
Toen alle nummers erdoor gejaagd waren en het publiek nog meer wou speelden ze dan maar “Fight for your right” van de Beastie Boys om het feestje compleet te maken. Na afloop diende de drummer even plat op de grond te gaan liggen wat zeker niet onbegrijpelijk was na zo’n inspanning. (Ollie)


dag 3 – zondag 11 september 2016 (Ollie)

Fysiek verval verhinderde me zondag om van het ene naar het andere podium te spurten. Toch miste ik de belangrijkste afspraken niet zoals Aidan Knight (Victoria, British Columbia, Canada) in de zaal. Goed voor intieme, herfstige indiepop, spaarzaam maar mooi ingekleurd door twee bandleden (drums en keys) en zijn eigen melancholisch klinkende gitaar. Na een poosje besloot hij om alleen verder te gaan wat me een stuk minder beviel. De man mag dan al vergeleken worden met Bill Callahan, zijn bijna fluisterende stem raakte nooit in diens buurt. Toen zijn twee begeleiders terugkwamen en het meisje een trompet bovenhaalde werd het opnieuw bijzonder mooi.

Op basis van hun laatste plaat die geproduced werd door tUnE-yArDs’ baas Merill Garbus waren mijn verwachtingen voor Sonny & The Sunsets niet bijster hoog. Wat research achteraf leerde me dat dit reeds zijn zesde LP was en vooral dat hij bij de vorige hand- en spandiensten had gekregen van onder meer John Dwyer (Thee Oh Sees) en San Francisco music scene veteraan Kelley Stoltz.
Het eerste nummer bleek een fausse queue maar daarna werd steeds meer duidelijk dat Sonny Smith verdomd goed wist een song in elkaar te knutselen. Meestal vond hij zijn inspiratie in een ver verleden (doowop bijvoorbeeld) maar wist daar dan telkens boeiende dingen mee te creëren. Meestal klonk hij als Jonathan Richman op valium, waar niets mis mee is. Jammer genoeg waren het niet alleen zijn songs die loom klonken, zelf bleek hij ook enorm traag en zelfs slaperig. Na ieder nummer moest hij telkens ontzettend lang zijn gitaar stemmen wat één keer zelfs totaal niet lukte en hij dan maar een andere pakte. Het haalde de vaart, als die er al was, totaal uit de set. Jammer!


De laatste plaat van Daniel Romano, ‘Mosey’, vond ik een stuk minder dan zijn vorige twee maar na zijn passage in Leffinge klinkt die plots veel beter. Is dit nu net niet de kracht van de allergrootsten om een plaat via optredens aan importantie te laten winnen? En dat Romano een grote is, laat niemand daaraan twijfelen. Weg is het countrykostuum, tegenwoordig houdt hij het bij een leren jekker. Hij opende de set, net als op de plaat, met het Mexicaans klinkende “Valerie Leon” om dan resoluut, met een stem die steeds verder richting Bob Dylan opschuift, de forse rock-‘n-rolltoer op te gaan. Het paste hem uitstekend. Ongeveer halverwege de set wisselde elk van de vijf groepsleden Oblivians-gewijs van instrument en klauterde Daniel Romano net als Greg Cartwright achter het drumstel. Na precies één noot nam iedereen zijn vertrouwde stek terug in zonder dat iemand ook maar een krimp gaf. Hilarisch en toen iemand even later riep “Tell us a story” antwoordde hij kurkdroog “I don’t speak English”.
Ja, het draait hem om de muziek bij Romano en voor de tweede helft betekende dat vooral een geheel eigen interpretatie van wat country zou kunnen zijn. Deze schitterende band zorgde voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren!


Na Aidan Knight en Daniel Romano probeerde ik nog een derde Canadese groep : July Talk uit Toronto. Maar dat bleek een verkeerde keuze. Terwijl de Australische singer-songwriter, Julia Jacklin, het café muisstil hield, zag ik een band proberen belegen seventiesrock nieuw leven in te blazen via een paringsdans tussen Peter Dreimanis en Leah Fay wat niet meteen lukte.

Daarna was het uitkijken naar The Tubs op het Buskerstreet podium. Wat is deze band de laatste jaren toch gegroeid! Van een sympathiek rommelig garagebandje naar een volwassen eigentijdse countryrockgroep. De groep tourde onlangs in de USA en dat heeft hen blijkbaar deugd gedaan. De band speelde strakker dan ooit en zanger Simon lijkt zich nu helemaal onttrokken te hebben aan zijn Daniel Johnston-status. Opvallend ook hoeveel prachtige songs, die zich stuk voor stuk kunnen meten met hun ‘Byrds’-cover “You ain’t going nowhere”, deze band heeft. En die werden erg aanstekelijk en opgesmukt met een lapsteel voor het voetlicht gegooid terwijl er naar het einde toe al eens een scheurende Neil Young gitaar tussen gemoffeld werd. Schitterende groep!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge  

Underworld

Barbara, Barbara , we face a shining future

Geschreven door

Het Britse Underworld houdt ons stevig vast met heerlijk genietbare trips, waar we meegevoerd en -gezogen worden op de repetitieve ritmiek , de geraffineerde opbouw , de tempowissels , de lichtvoetige elektronica van pompende en zalvende, trancy beats en de soundscapes waarover de zanglijnen zweven.
De doorbraakkiller ‘Dubnobasswithmyheadman’ en zijn opvolger ‘Second toughest in the infants’ plaatsten hen in de frontlinie van de Britse dance horden . Underworld gaf samen met o.m. Chemical Brothers en Prodigy de dance een gezicht . Het vaste duo Karl Hyde (zang) en Rick Smith (knoppenfreak) zijn nu al een paar jaar aangevuld met Darren Price.
Twintig jaar later , wisselend succes , en een rewind van hun doorbraak, dringt positivisme diep door, wat de nieuwe plaat ‘Barbara Barbara, we face a shining future’ , een beetje gekke, omslachtige titel, wenst uit te stralen. Meteen raak is het met die single “Exhale” , die ons acht minuten lang in zijn greep houdt . Je geniet , golft , zwalpt, danst , hotst heen en weer  met de armen in de lucht of in allerlei bewegingen op die intrigerende repetitieve, opbouwende ritmes en grooves . Ook het daaropvolgende “If rah” met een (mompelende) praatzang op z’n Mark E Smiths van The Fall zet de trend (rustig, sfeervol ) verder. De aangename trance, dub, technobeats, de dwarrelende gitaarloops en de zweverige , nasale (vocoder) vocals doen hun werk . World (hier op “Santiago cuatro”), ambientstukken en  lounge eisen hun plaatsje op. “Ova nova” en “Nylon strung” zijn meeslepende deephouse,  rustpunten, die melancholisch aanvoelen en een hemelse zangpartij omvatten.
Elk nummer heeft zo wel zijn verhaal en hangt tussen toegankelijkheid , avontuur en experiment. De clubsfeer, de huiselijkheid en samenhorigheid … Underworld heeft het als hun motto. Straf!

Poliça

United crushers

Geschreven door

Poliça , uit Minneapolis, Minnesota , en rond Channy Leaneagh , neemt een apart plaatsje in. Ze zijn toe aan de derde cd en de combinatie van indie/electro/trippop is iets speciaals . De sound intrigeert , heeft een sfeervolle, donkere touch en wordt nog geïnjecteerd door die indringende, licht galmende , gepassioneerde zang van Channy Leaneagh. Een trippy concept, de songs zijn spannend, bezwerend, bedwelmend , betoverend, waaroverheen een paranoïde sluier wappert . “Lime habit” is een prachtige single , die de rest van de cd kenmerkt,  zalvend, gejaagd , met een lichte dreiging . Muzikaal hobbelig bochtenwerk. “Wedding” rockt en is extravert . De percussie,  keys en de toegevoegde geluidjes zorgen net voor een broeierige (ondraaglijke) groove en spanning.
Poliça biedt iets unieks . Het materiaal bengelt tussen droom en zwaarmoedigheid, tussen  introspectie en extravertie, dat verrassende wendingen ondergaat en handig wordt verruimd. Die afwisseling geeft kleur en emotie aan de songs. Fijn plaatje opnieuw!

Violent Femmes

We can do anything

Geschreven door

De carrière van deze indie/folky/garagerock’n’roll helden verloopt al dertig jaar hobbelig . Het ene jaar uit elkaar , dan terug bijeen, toeren ze of is er een slaande ruzie . Hun grootste hit “Blister in the sun” werd nog in een rechtszaak besmeurd door de tandem Gordon Gano en Brian Ritchie . Een geschil dat uiteindelijk bijeen werd gelegd .
Na de EP ‘Happy new year’ is er nu na zestien jaar een nieuwe plaat , ‘We can do anything’, die ‘Freak magnet’ opvolgt . De ingrediënten van de twee zijn nagenoeg hetzelfde gebleven, rauw melodieuze excentrieke rootspop , met een folky semi-akoestische inslag , dat vertrouwd, leuk , grappig , speels, luchtig , vitaal klinkt en komisch - tragisch is. We ervaren in de eenvoud en speelsheid een samenhorigheidsgevoel in het materiaal . We hotsen, botsen in de tien nummers , de eerste twee “Memory”, “I could be anything” hebben een Kermit/Muppet show gehalte , de daaropvolgende “Issues”, “Holy ghost” en “What you really means” klinken intens broeierig. Het tweede deel van de cd brengt de verschillende invalshoeken van stampen en ontroering samen , energiek en introspectief, knap in elkaar, maar iets minder scherp dan vroeger , wat de slotsom  maakt van een degelijke comeback! Violent Femmes straalt een eeuwige jeugdigheid uit …

Pagina 480 van 967