logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gary Numan
L7
Erik Vandamme

Erik Vandamme

Gwen Sainte-Rose – Een zinnenprikkelende set in klank en beeld

Na vijf dagen vol concerten, workshops, expo’s en andere activiteiten liep ‘AB’s Housewarming’ op zondagochtend stilaan naar zijn ontknoping. Met dit feestelijke programma stelde Ancienne Belgique haar vernieuwde vleugel in de Steenstraat voor. Op deze autoloze zondag mocht Gwen Sainte-Rose in de vernieuwde AB salon voor een rustige muzikale start van de dag zorgen.

De in Brussel gevestigde muzikant, componist en klankkunstenaar Gwen Sainte-Rose (******) benadert geluid als een levende en ruimtelijke ervaring. In de AB Salon presenteert die ‘Floe and Scoria’, een nieuwe liveperformance waarin cello, loop station, field recordings en videobeelden samenvloeien. Voortbouwend op de wereld van Collines/Racines verkent Sainte-Rose de elementen vuur en water. Dit resulteert in een zinnenprikkelende set die ons drie kwartier lang volledig in haar greep houdt en diep op het gemoed inwerkt.
Met zachtaardige natuurbeelden en het geluid van een vogel die op een tak zit te tsjilpen, biedt Sainte-Rose vanaf de eerste ogenblikken een haast zalvend tegengewicht aan de gejaagdheid van de buitenwereld. Poëtische celloklanken, subtiele field recordings en langzaam bewegende beelden brengen ons in een toestand waarin tijd en ruimte even lijken op te lossen. Gedurende die drie kwartier vergeten we alles om ons heen en genieten we samen van een stilte die haast oorverdovend klinkt. Frustraties en pijn waarmee we de zaal misschien zijn binnengekomen, verdwijnen gaandeweg volledig naar de achtergrond. Wanneer op het scherm mensen rond een vreugdevuur dansen op een soort marktplein, bereikt die gedeelde verstilling haar warme apotheose. Het knetteren van de vlammen vormt uiteindelijk het laatste geluid, alsof ook het vuur langzaam uitdooft en ons weer aan de werkelijkheid teruggeeft.
Een magische zondagochtend, zonder meer!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv BRDCST)

Rockfest 28 2026 - Rock & Metalnight - Drie generaties, één verpletterende avond
Rockfest 28 2026
Rockfesthall
Hamme
2026-09-11
Erik Vandamme

In 1983 beleefden we in de Roxy in Hamme met The Kids ons allereerste concert. Meer dan veertig jaar later ontdekken we, nauwelijks enkele kilometers verderop, opnieuw een stukje Hams muziekverleden waarvan we het bestaan niet kenden. Een mens is blijkbaar nooit te oud om in zijn eigen achtertuin nog verborgen parels te vinden.
Achter de deuren van de Rockfesthall houdt Black Hawks MC al ongeveer veertig jaar de vlam van motoren, hardrock en heavy metal brandend. Onder de vlag van Rockfest 28 worden er al minstens sinds 2006 geregeld concertavonden georganiseerd waarop gevestigde waarden en lokaal talent elkaar ontmoeten. Wij zijn aanwezig voor een heuse 'Rock & Metal Night' met Dead Serious, Mantah en Albion Cover Project: drie uiteenlopende bands die in een gemoedelijke sfeer ons een verpletterende avond bezorgen.

Na circa 32 jaar uit zijn as herrijzen, een onvergetelijke try-out spelen in eigen stad en vervolgens in razendsnel tempo clubs en zalen platspelen. Op nationale televisie terechtkomen dankzij het programma Vrede op Aarde, tijdens de festivalzomer de ene affiche na de andere aan flarden spelen en uiteindelijk op het vermaarde Alcatraz ook de tent opblazen. Het lijkt wel een sprookje, maar dat is daadwerkelijk wat het uit Zele afkomstige fenomeen Dead Serious (*****) momenteel meemaakt.
En dat verhaal is nog lang niet afgelopen. Tijdens sommige optredens werden al twee nieuwe nummers voorgesteld. Op een nieuwe plaat is het wellicht wachten tot volgend jaar, maar de toekomst ziet er bijzonder rooskleurig uit. Ondertussen blijft Dead Serious nadrukkelijk zijn stempel drukken op het metallandschap.
Ook in Hamme wint de band opnieuw heel wat zieltjes, al vergt dat deze keer iets meer inspanning. Een deel van het publiek blijft aanvankelijk wat afwachtend achteraan staan. De heren van Dead Serious zijn echter geen groentjes in het vak en drukken op zo'n moment gewoon het gaspedaal wat dieper in. Terwijl de muzikanten muzikale vuurpijlen afschieten en er enkele opblaasbare eendjes door de zaal vliegen, blijft de beweeglijke frontman zijn publiek onvermoeibaar opjutten. Uiteindelijk ontstaat er een voorzichtige moshpit en tegen het einde worden enkele meisjes crowdsurfend op handen gedragen.
Het hek gaat helemaal van de dam wanneer gitarist Jan Schepens, met zijn gitaar in de hand, op sterke schouders door de zaal wordt gedragen. Het is iets wat ondertussen haast een vast onderdeel van een optreden van Dead Serious is geworden. William Lawson duikt vervolgens zelf het publiek in om de moshpit nog wat extra leven in te blazen.

Zelfs wanneer het publiek aanvankelijk de kat wat uit de boom kijkt, slaagt Dead Serious erin een heerlijk oldschool-thrashmetalfeestje te laten losbarsten. Daar kunnen heel wat bands binnen de scene nog iets van leren. Alweer… Ook Mantah (*****) heeft ondertussen een lange weg afgelegd. We ontdekten de band in 2022. Debuutplaat ‘Evoke’ blijkt toen al een uppercut die nog steeds nazindert. Qua sound wordt al snel verwezen naar nu-metal in het algemeen en naar Korn in het bijzonder - nog altijd een van onze favoriete bands binnen die scene.
Onze waardering groeit alleen maar wanneer Mantah ons in 2024, in het voorprogramma van Bizkit Park, een ware mokerslag bezorgt. Sindsdien zien we de band steeds verder groeien. Mantah staat onder meer op Alcatraz en mocht dit jaar, op donderdag 18 juni, de North Stage van Graspop Metal Meeting openen. Ook dat optreden draait uit op een overtuigend succes.
In Hamme lijkt het alsof een groot deel van het publiek speciaal voor hen is gekomen: zodra de band begint, schuift iedereen merkbaar dichter naar het podium. Het sterke aan een band als Mantah - en dat geldt eerder op de avond eveneens voor Dead Serious - is dat de muzikanten voor een beperkt publiek met evenveel energie en vuurkracht spelen als op een grote festivalweide. Dat siert hen.
Het spelplezier loeit uit de boxen, terwijl de verpulverende riffs en het verschroeiende drumwerk al vroeg een kleine moshpit doen ontstaan. Zelfs een technisch mankement kan geen roet in het eten gooien en wordt met de nodige kwinkslag opgelost. Mantah zet anno 2026 de nu-metal in ons land nog nadrukkelijker op de kaart.
In een goedgevulde Rockfesthall bewijst de band dat hij helemaal niet meer hoeft onder te doen voor de gevestigde namen binnen de scene. Wat een lekkere oplawaai is dit toch weer!

Met liefst veertig jaar op de teller hoeft Albion Cover Project (****) niemand meer uit te leggen hoe je een publiek op sleeptouw neemt. De ervaren Belgische coverband grasduint voornamelijk door de hardrock en heavy metal van de jaren tachtig. Persoonlijk zijn we niet zo'n voorstander van het fenomeen coverbands of tributebands. Nothing beats the real thing, weet je wel. We zijn er sceptisch tegenover.
Maar wat Albion Cover Project hier neerzet, is echter van een heel ander kaliber. De rock- en metalsongs worden zo verpletterend gebracht dat we ons prompt veertig jaar jonger voelen. De riffs klieven diep door onze rockziel, terwijl de drumsalvo's en heerlijke keys voor de ultieme adrenalinestoot zorgen. Dat bewijst de band al snel met onder meer “T.N.T.” en “Holy Diver”.
Toch voert Albion Cover Project ons niet alleen terug in de tijd, want deze heren staan met beide voeten stevig in het heden. De ene knaller na de andere doet de aanwezigen headbangen, meebrullen en uit de bol gaan alsof het opnieuw 1987 is.
Klassiekers van onder meer Dio, Helloween, Scorpions en Metallica worden niet zomaar netjes nagespeeld, maar ingezet als “fuel’ voor een uitbundige metalavond.
Een sublieme versie van “I Was Made for Lovin' You” luidt de finale in. Daarna zorgen “Balls to the Wall”, “Rock You Like a Hurricane” en “Fear of the Dark”, met het verpulverende “Ace of Spades” als sluitstuk, voor de ultieme apotheose.
Voor de bis, “Highway to Hell”, “Breaking the Law” en “We're Not Gonna Take It”. Alles wordt met zoveel energie en buikgevoel gebracht dat zelfs de grootste scepticus uiteindelijk overstag moet gaan. Ook wij gooien onze terughoudendheid achterover tegenover coverbands.
Een betere manier om dit onstuimige rock- en metalfeest af te sluiten, konden we ons nauwelijks dromen.

Organisatie: Rockfest 28

Underwaves – Wie ons echt wil ontdekken, moet naar een van onze shows komen

Tijdens Female Fronted Violence Fest in Club Hell in Diest maakte het Roemeense Underwaves indruk met een energieke combinatie van metalcore, melodie en stevige uitbarstingen. De band ontstond in 2017 in Brașov en is sindsdien ook buiten de eigen landsgrenzen goed bezig.
In een ontspannen gesprek – zelfs de poes kwam even piepen – hadden we het met Laura Ana en Carol over het ontstaan en de evolutie van de band, hun releases, de show in Diest en hun ambities voor de toekomst.

Live Female Fronted Violence Fest 2026 - Een kleurrijke ontdekkingstocht straight to hell!

Underwaves ontstond in november 2017 in Brașov. Hoe is het verhaal van de band begonnen?
Laura Ana:
Het was mijn idee om de band op te richten. Ik wilde zingen, op het podium staan en misschien ooit met mijn idolen het podium delen. Daarom nam ik contact op met iedereen die ik kende binnen de muziekwereld. Zo is alles begonnen. November 2017 beschouwen we als onze officiële startdatum. Toen kwamen we voor het eerst samen om te repeteren. We wisten nog niet precies welke muziek we wilden maken of hoe we wilden klinken. We begonnen gewoon te jammen en besloten samen een band te vormen. Ons eerste optreden volgde een jaar later, in november 2018. Aanvankelijk wilde ik iets doen in de richting van Evanescence en Lacuna Coil, maar uiteindelijk is het anders gelopen. Onze eerste nummers bevatten zelfs nog geen grunts of screams. Die kwamen er later bij, toen onze muziek vanzelf steviger en meer door hardcore beïnvloed werd.

In jullie muziek en uitstraling meen ik ook iets van jullie Roemeense achtergrond te voelen. Speelt jullie afkomst een rol in wat Underwaves doet?
Carol:
Misschien gebeurt dat onbewust. Op het podium willen we ons net zo voelen en gedragen als wanneer we zelf tussen het publiek staan. Als wij plezier beleven aan een band, willen we datzelfde gevoel ook vanaf het podium overbrengen. Dat is niet echt gepland; het komt heel natuurlijk. Roemenië heeft trouwens een grote en sterk ontwikkelde metalscene, met heel wat bands en festivals. Rockstadt Extreme Fest – dat voortaan Rockstadt Fest zal heten – is daar een belangrijk voorbeeld van en vindt plaats in onze thuisstad Brașov. Daarnaast zijn er festivals als Posada Rock en Artmania. Ook het clubcircuit heeft zich de voorbije jaren sterk ontwikkeld. Er zijn meer goede zalen en de omstandigheden om op te treden zijn veel beter dan acht jaar geleden.

Was Rockstadt Extreme Fest een van de redenen waarom jullie Underwaves hebben opgericht?
Laura Ana:
Nee, de band is niet vanwege dat festival ontstaan. Er optreden is natuurlijk wel een droom, zoals voor veel bands. Ik heb Underwaves in de eerste plaats voor mezelf opgericht. Muziek maken en optreden werken voor mij als een vorm van therapie.

Rond jullie eerste release, Hiatus, bestaat enige verwarring. Was dit een EP en waarom zijn er vandaag nog maar twee nummers van terug te vinden?
Carol:
Hiatus was inderdaad onze eerste EP en dus ons eerste echte wapenfeit. Uiteindelijk behielden we alleen “Minding My Own Pain” en “Burn”. Op een bepaald moment vonden we dat de andere nummers ons als band en onze sound niet langer vertegenwoordigden. Sommige speelden we ook niet meer live. We willen dat mensen die ons via Bandcamp, Spotify of een ander streamingplatform ontdekken, een eerlijk beeld krijgen van hoe Underwaves vandaag klinkt. Die vroege nummers maakten vooral deel uit van onze zoektocht naar een muzikale identiteit. We probeerden een genre en richting te vinden, maar beseften later dat die songs niet langer echt bij ons pasten.

Hebben jullie intussen het geluid gevonden waarnaar jullie op zoek waren?
Carol:
Ja, al blijven we ons ontwikkelen. We willen professioneler worden en voortdurend werken aan onze productie en manier van componeren. “Prayers”, dat in 2020 verscheen, vormde een belangrijk keerpunt in de richting van onze huidige kernsound. Vandaag hebben we veel sterker het gevoel: dit is Underwaves.

De titel Hiatus verwees ook naar een moeilijke periode voor de jonge band?
Carol:
Ja. Kort na onze start verhuisde een van de bandleden tijdelijk naar het buitenland, waardoor we ongeveer drie maanden stillagen. Voor een band die nog maar pas bestond, was dat erg moeilijk. We wisten niet of we zouden doorgaan of ermee ophouden. Dat was een van de redenen waarom we de release Hiatus noemden. Daarna kwam ook de coronaperiode. Tijdens die jaren veranderde de bezetting enkele keren. Dat hoort soms gewoon bij het leven: mensen krijgen andere prioriteiten of kunnen zich niet langer volledig voor een band inzetten. Dat is prima, zolang die persoon gelukkig is. We willen niemand dwingen muziek te blijven maken wanneer hij of zij het niet langer voelt.

Jullie brengen voornamelijk afzonderlijke singles uit. Is dat een bewuste keuze?
Carol:
Ja. De manier waarop mensen naar muziek luisteren is veranderd. Veel mensen kopen nog een album als tastbare herinnering aan een optreden, maar luisteren in de praktijk vooral via streamingdiensten. Wanneer je meerdere singles per jaar uitbrengt, kun je regelmatiger iets nieuws laten horen en in de aandacht blijven. Elke nieuwe song biedt een nieuwe kans om playlists te bereiken en belangstelling te wekken. We houden zelf van albums, maar voor Underwaves werkt het momenteel beter om singles uit te brengen. Zo kunnen we telkens met iets nieuws komen en ons aanpassen aan de manier waarop muziek vandaag ontdekt en beluisterd wordt.

Vertel eens wat meer over de EP Chapter II. Waarom kozen jullie voor die titel?
Laura Ana:
Chapter II is onze recentste EP en ontleent zijn titel aan het gelijknamige nummer. Dat is een van onze belangrijkste songs. We hebben hard gewerkt aan een interessante en professionele videoclip, en voor mij is het nummer erg persoonlijk. De titel staat ook symbool voor een nieuw hoofdstuk voor Underwaves.
Carol:
Op de EP staan de nummers die ons vandaag het beste definiëren en duidelijk de identiteit van Underwaves dragen. Wie ons wil leren kennen, raden we aan om naar Chapter II te luisteren.

Ook achter “Ghostweight” lijkt een persoonlijk verhaal te schuilen. Schrijf je vaak vanuit je eigen ervaringen?
Laura Ana:
Al onze nummers bevatten iets persoonlijks. Ik schrijf over mijn leven, mijn ziel, mijn problemen en de gevechten die ik met mezelf lever. Vaak gaat het om dingen die mij bezighouden, maar die ik moeilijk in gewone woorden kan uitdrukken. Via onze songs lukt dat wel. Muziek is voor mij een vorm van therapie en elk nummer onthult iets over mijn persoonlijke strijd. Titels bedenken vind ik trouwens moeilijk. De andere bandleden stelden de titel “Ghostweight” voor. Het nummer stond ook centraal tijdens onze Europese tournee. Wanneer we een nieuwe tour aankondigen, proberen we altijd iets nieuws mee te brengen. We willen niet telkens op dezelfde plek met exact dezelfde setlist terugkeren, want dan dreigt het zowel voor het publiek als voor onszelf voorspelbaar te worden.

Het optreden in Diest was niet jullie eerste Belgische show. Hoe hebben jullie de concerten in België ervaren?
Laura Ana:
Het optreden in Diest voelde intiem aan, maar tegelijk kregen we ontzettend veel energie van het publiek. Dat hadden we niet verwacht. Het was geweldig om als band uit Oost-Europa zo’n sterke reactie te ontvangen. Voor mij was dit optreden zelfs nog beter dan onze eerste Belgische show. Dat eerste bezoek, op 4 april in De Mooie Molen in Roeselare, blijft natuurlijk bijzonder omdat het de eerste keer was dat we hier speelden. We bewaren er heel goede herinneringen aan, ontmoetten fijne mensen en bands en werden uitstekend ontvangen. De organisator maakte zelfs spaghetti bolognese voor ons. In Diest waren er meer bands en hing er meer een festivalsfeer. Ook de zaal en de gastvrijheid waren fantastisch.

Is die wisselwerking met het publiek bijzonder belangrijk voor Underwaves?
Carol:
Absoluut. Je krijgt vaak dezelfde energie terug als je zelf geeft. Onze muziek komt uit de hardcore- en metalcorescene en heeft die energie van het publiek nodig. Het podium en de zaal vormen samen één groot feest: iedereen moet plezier beleven, springen of moshen. Wanneer die interactie ontstaat, voelt het als een spelletje pingpong tussen de band en het publiek. Dan weten we dat we iets goed doen. Underwaves is in de eerste plaats een liveband. Wie ons echt wil ontdekken, raden we aan om naar een van onze shows te komen. We zijn heel actief op het podium en daar komt onze muziek het beste tot haar recht.

Laura Ana, naast het podium kom je eerder rustig en verlegen over, maar tijdens een optreden lijk je volledig te transformeren. Waar komt dat contrast vandaan?
Laura Ana:
Voor een optreden ben ik bijzonder zenuwachtig. Ik trek me meestal wat terug en word heel stil en verlegen. Zodra ik op het podium sta, gebeurt er echter iets en verander ik volledig. Zowel de cleane zang als de grunts maken deel uit van wie ik ben. Als kind had ik nooit gedacht dat ik later extreme vocalen zou gebruiken. Ik heb operazang gestudeerd en zag mezelf eerder iets in de richting van symfonische metal zingen. Vroeger luisterde ik zelfs niet graag naar vrouwen die extreme vocalen gebruikten. Toch wilde ik op een bepaald moment iets nieuws leren en veelzijdiger worden. Ik wilde de extreme zang ontdekken zonder mijn normale stem en melodieuze kant te verliezen. De combinatie van die twee kanten weerspiegelt mijn gevoelens en zorgt misschien ook voor een verrassingseffect.
Carol:
Dat Laura Ana zowel clean als rauw kan zingen, is een grote troef. In hardcore en deathmetal hoor je vaak voornamelijk extreme vocalen, terwijl symfonische metal vooral op cleane zang focust. Wij ontdekten dat zij beide goed kan combineren. Als iets binnen de muziek werkt en goed klinkt, is er geen reden om die mogelijkheid niet te benutten.
De emoties komen uiteraard niet alleen uit de zang. De instrumenten zijn even belangrijk voor het contrast tussen melodie, sfeer en agressie. Het is de volledige band die dat gevoel neerzet.

Jullie traden al op in onder meer Hongarije, Polen, Nederland, België, Italië en Slovenië. Wat is de volgende grote ambitie voor Underwaves?
Laura Ana:
Ik droom ervan om ooit in Azië en vooral in Japan op te treden.
Carol:
Op korte termijn werken we aan een nieuwe song en videoclip. Vanaf volgende maand volgt ook een najaarstournee door Roemenië. Voor volgend jaar staan opnieuw buitenlandse optredens en verschillende Europese festivals gepland, maar daarover mogen we voorlopig nog geen namen bekendmaken. We blijven dus nieuwe muziek uitbrengen en buiten Roemenië optreden.

Waar hopen jullie over twintig jaar te staan?
Carol:
Hopelijk zijn we er dan nog steeds, maar staan we op grotere podia. We willen muziek blijven maken, doen wat we graag doen en nog altijd over het podium springen.

Pics homepag @Peter Vangelder (Musika)

Bedankt voor de fijne babbel. Hopelijk zien we jullie snel opnieuw terug op een Belgisch podium. We wensen Underwaves alle succes toe met alles wat binnenkort en in de toekomst op jullie pad komt

donderdag 17 september 2026 09:21

Trust

Met ‘Trust’ brengt Ola Tunji een debuutalbum uit dat duidelijk vanuit een persoonlijke en spirituele zoektocht is ontstaan. Vertrouwen vormt de rode draad doorheen de plaat, waarbij zelfbewustzijn, innerlijke rust, verbondenheid en liefde centraal staan.
Titels als “Speak Up! (Your Voice Is Your Strength)”, “Intuition”, “Work On Your Peace”, “Awakening” en “We Choose Love” laten weinig twijfel bestaan over de boodschap die de groep wil meegeven.
Toch moet uiteindelijk vooral de muziek bepalen of die spirituele intentie ook daadwerkelijk wordt overgebracht. En precies daar wordt ‘Trust’ interessant.

De spirituele jazz van John Coltrane vormt een belangrijke voedingsbodem voor Ola Tunji. Het Brusselse kwartet rond saxofoniste Ornella Noulet, laat zich inspireren door o.m. Alice Coltrane, Pharoah Sanders en Albert Ayler. Ook de groepsnaam verwijst naar die muzikale erfenis: Babatunde Olatunji, de Nigeriaanse percussionist en goede vriend van Coltrane, stond mee aan de basis van de ritmische en spirituele kruisbestuiving die de jazz in de jaren zestig zo'n bijzondere impuls gaf.
Die invloeden zijn duidelijk aanwezig op ‘Trust’, zonder dat Ola Tunji als een doorsnee eerbetoon aan de spirituele jazz klinkt. De saxofoon van Noulet krijgt een prominente plaats en bepaalt in belangrijke mate het karakter van de plaat. Luister maar naar het wondermooie “Awakening” of verderop naar “Speak Up! (Your Voice Is Your Strength)”, dat haast letterlijk als een oproep klinkt om je stem te laten horen. Daar staat de saxofoon heel nadrukkelijk op de voorgrond: helder, expressief en opvallend aanwezig.
Toch wordt haar spel nergens een solistische aangelegenheid. Piano, contrabas en drums zorgen voortdurend voor beweging, tegenwicht en ruimte, als op “Root Motion”. Juist in die wisselwerking ontstaat de spanning die deze vorm van spirituele jazz zo boeiend maakt. De muziek kan intens en zoekend klinken, maar evengoed verstillen en ademruimte creëren. Nummers als “Intuition” en “Request” zitten vol weerhaakjes die onmiskenbaar aan Coltrane doen denken.
Maar vooral beschikt Ola Tunji over een eigen smoel. Die eigenzinnige, spirituele en improviserende aanpak primeert. Het blijkt ook uit “Marsaxlokk”, om uiteindelijk via “We Choose Love” dit toch wel bijzondere debuut sprankelend af te sluiten.

Noulet ontdekte Coltrane aanvankelijk via zijn album ‘Ballads’, maar vertelt dat ze pas later, na haar komst naar Brussel en het ontstaan van Ola Tunji, via een meer spirituele weg opnieuw aansluiting vond bij de jazz.
Dat gegeven lijkt ook ‘Trust’ mee te kleuren. Dit is geen poging om de muziek van Coltrane simpelweg opnieuw te spelen, maar een zoektocht naar wat die spirituele dimensie vandaag nog kan betekenen. En daarin slaagt Ola Tunji over de hele lijn met brio.

ÆNIMA speelt integraal ‘Ænima’, Zaal Goedleven, Oostakker (Gent) op 26 september 2026

Dit jaar is het de dertigste verjaardag van “Ænima”,  het tweede studioalbum van Tool. Een baanbrekend album zo bleek, want het werd ook het eerste studioalbum met Justin Chancellor die een fenomenale invloed zou hebben op de legendarische Tool-sound. Een paar jaar later werd “Ænima” door Kerrang! uitgeroepen tot het zesde meest invloedrijke album aller tijden en plaatste Rolling Stone het album op de 18e plaats in de lijst van de 100 beste metal-albums ooit.

Een feestje dat moet gevierd worden, daarom nodigt Muziekcentrum Goedleven op 26 september de tributeband Ænima uit om het album integraal te spelen. Volgens de band moet het doel zijn dat wanneer het publiek de ogen sluit dat ze zich op een Tool-optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar op die manier ligt de lat hoog en wordt Ænima wereldwijd beschouwd als één van de beste tributebands.

Itv Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Pics homepag @Theo De Rycke

https://muziekcentrumgoedleven.be/

Jah Wobble – Van Radio Cairo tot Mystic Liverpool: muziek kent geen grenzen

Op Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook geeft Jah Wobble samen met zijn zonen John en Charlie Wardle, oftewel TIAN QIYI, een nieuwe invulling aan het psychedelische repertoire van The Beatles.
CD review 2026 Mystic Liverpool - The Beatles' Psychedelic Psongbook
Live 2025 Jah Wobble & The Invaders Of The Heart – Een galmende ‘dub’ waas van jammende, bezwerende, dromerige, groovy sounds + Rebuilt van ‘Metal box’
We hadden het over een ‘zengevoel met een groove’, zware bastonen, traditionele Aziatische instrumenten en een muzikale droomwereld die generaties met elkaar verbindt. Het bleek meteen ook de ideale aanleiding voor een gesprek met de voormalige bassist van Public Image Ltd. Een interview met Jah Wobble laat zich echter moeilijk in een strak keurslijf dwingen. Wat begon bij digitalisering en zijn fascinatie voor muziek uit het Midden-Oosten, groeide uit tot een gesprek van ruim een uur over Radio Cairo, wereldmuziek, boeddhisme, George Harrison, zijn familie, havensteden, punk, abstracte schilderkunst en de vraag waar muziek eigenlijk vandaan komt.
Uiteindelijk belandden we zelfs bij vers brood, Franse boter en Belgisch bier. Jah Wobble antwoordt niet in rechte lijnen, maar neemt je mee op reis.
Lees met ons mee het resultaat

Je bent ondertussen al verschillende decennia actief in de muziekwereld. Wat is volgens jou, los van de digitalisering, de grootste verandering geweest in de manier waarop muziek wordt gemaakt en beleefd?
Streaming heeft de grootste invloed gehad. Toen we niet langer duizenden fysieke producten zoals cd’s en vinylplaten konden verkopen, werd het bijzonder moeilijk om financieel te overleven van opgenomen muziek. PledgeMusic verzachtte die klap een tijdje, omdat mensen geld konden toezeggen om een plaat te kopen en het opnameproces te ondersteunen. Uiteindelijk kwam ook dat financiële model in de problemen. Tegelijkertijd is de digitale revolutie fantastisch geweest. Ik kan thuis in mijn eentje goede muziek maken op mijn iPad. Ik hoef niet eens naar mijn kleine muziekkamer te gaan; ik kan gewoon vanuit de zetel werken of zelfs op een bus in Londen muziek opnemen. Digitale technologie — en streaming in het bijzonder — is daarom zowel de duivel als een god geweest. Zelf ontdek ik via streaming ook nieuwe ambientmuziek. Als iemand me plots zou vertellen dat ik voortaan afzonderlijk voor al die platen moet betalen, zou ik daar waarschijnlijk niet gelukkig mee zijn. Je kunt dus niet alles tegelijk hebben. Het is een zegen en een vloek, net zoals ik via mijn iPhone mijn zaken kan regelen terwijl sociale media tegelijkertijd mijn concentratie ondermijnen. Blijkbaar keren nogal wat jongeren zich tegenwoordig van smartphones af. Veel succes ermee.

Doorheen je carrière ontwikkelde je een sterke band met Arabische en Midden-Oosterse muziek. Voor mij is dat nog een vrij onbekende muzikale wereld. Wat trok je aanvankelijk aan in die klanken, en waar zou iemand zoals ik volgens jou het best beginnen luisteren?
Wat wij het Midden-Oosten noemen, omvat een enorme verscheidenheid aan muziek: onder meer Noord-Afrikaanse, Egyptische, Iraanse en Perzische tradities. Trek je verder Afrika in, dan kom je Ethiopische, Somalische en Malinese muziek tegen, naast de hele griottraditie. Zelfs de Chinese provincie Xinjiang alleen al is het bestuderen waard. Door de Zijderoute vind je er Oeigoerse, Tadzjiekse en Perzische invloeden. Mijn zonen hebben een Chinees-Mongoolse achtergrond en beschikken over een grondige kennis van sommige van die toonladders. Mijn eerste kennismaking met muziek uit het Midden-Oosten was vermoedelijk de Egyptische zangeres Umm Kulthum. Ik hoorde haar via de kortegolfradio. Ik luisterde naar die radiogolven om in slaap te vallen; ze klonken dromerig, alsof je de sterren van miljoenen jaren geleden hoorde spreken. Toen mengde Radio Cairo zich plots tussen die geluiden en leek die ongelooflijke muziek uit een ander universum te komen. Umm Kulthum werkte samen met de grote Egyptische componist Mohammed Abdel Wahab. Dat zijn alvast twee namen die het ontdekken waard zijn. Via Radio Teheran hoorde ik ook wat volgens mij soefimuziek was. Ik hield er enorm van. Als ik in een islamitisch land was geboren, was ik vermoedelijk een soefi geworden — en had ik mezelf waarschijnlijk in de problemen gebracht. Ik ben van nature nieuwsgierig. Als iemand mij Armeens brood aanbiedt, wil ik daarvan proeven. Wanneer ik Tottenham ga bekijken — wat altijd een deprimerende ervaring is — eten we misschien Jamaicaans, Turks of Somalisch. Ik hou van fusion in de keuken. Muzikaal voelt het voor mij even natuurlijk om een Midden-Oosterse toonladder te nemen, die een dubgevoel te geven en er iets nieuws mee te creëren.

Toch vind ik het vreemd dat we hier in het Westen zo weinig over Midden-Oosterse muziek weten. Hoe verklaar je dat?
In de jaren negentig bestond er een tijdlang bijzonder veel belangstelling voor wereldmuziek. Ik bracht zelf fusionplaten uit en speelde op festivals zoals WOMAD. Het was een vrij kleine markt, maar de mensen die ermee bezig waren, ondersteunden de muziek echt: ze bezochten festivals, lazen tijdschriften zoals Songlines en Folk Roots en kochten platen. Destijds leek het alsof wereldmuziek en fusion verder zouden blijven groeien, maar volgens mij is die scene uiteindelijk verschrompeld. We hebben nu cultuuroorlogen, alles is versnipperd geraakt en hier in Groot-Brittannië heeft de brexit sommige mensen nationalistischer en meer naar binnen gericht gemaakt. Ze reizen misschien nog naar Spanje om op het strand te liggen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat ze belangstelling hebben voor de cultuur van een ander land. De wereldmuziekscene is nooit verdwenen, maar ontwikkelde zich niet verder zoals we ooit hadden verwacht. ;Vandaag bestaat er ook een compleet andere onlinewereld. Sommige muzikanten zijn bij het grote publiek nauwelijks bij naam bekend, maar halen honderdduizenden views op Instagram of YouTube. Mijn zonen zijn eveneens erg actief op Instagram. De muziek en haar publiek zijn een vormeloze, versnipperde massa geworden. Wanneer ik met mijn zonen speel, voelt het vermengen van culturen volkomen natuurlijk aan. Ze luisteren naar jazzmuzikanten zoals John Coltrane, maar voegen net zo spontaan drones en Mongoolse invloeden toe om die vervolgens een dubgevoel te geven. Het behoort tot onze familiecultuur om dub met Mongoolse en Ierse muziek te combineren. Alles begint als fusion. Iets is aanvankelijk nieuw en opwindend, maar krijgt uiteindelijk een vaste vorm en wordt traditie. Neem nu coq au vin: ooit besloot iemand een oudere kip in wijn te bereiden en ontdekte vervolgens dat sjalotten beter werkten dan uien. Een experiment groeide uit tot de vaste manier waarop het gerecht wordt klaargemaakt. Openstaan voor iets nieuws betekent niet dat ik traditie afwijs. Als iemand een traditionele Franse kok wil zijn, jazzstandards wil spelen of zoals Rembrandt wil schilderen, vind ik dat prima. Fusion windt mij persoonlijk gewoon het meest op. Dat was ook de geest van de vroege punk: alles was mogelijk. Je kon doen wat je zelf wilde en er gewoon voor gaan.

Dat brengt ons bij Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook. Wat trok je aan in de psychedelische kant van The Beatles? Was er ook een spirituele band?
Absoluut. Het voelde natuurlijk aan, omdat zoveel muziek van The Beatles door India werd beïnvloed. George Harrison was oprecht spiritueel. Wanneer hij “My Sweet Lord” zong, meende hij dat werkelijk. Ik werd boeddhist omdat die manier van denken en leven voor mij het meest geschikte pad leek. Tegelijk noem ik mezelf soms een “Atman-smokkelaar”. Het boeddhisme leert anatta, het ontbreken van een permanente ziel, maar toch geloof ik dat er een soort universele goedheid bestaat — en Harrison stond daarmee in verbinding. Op dit familiealbum is de klank niet zozeer Arabisch als wel Mongools. Mijn zonen houden van drones, die je ook in Ierse folkmuziek en Indiase muziek aantreft. Voor mij roept zo’n drone een waarnemende aanwezigheid op: onder al onze individuele identiteiten bevindt zich een universele brom of resonantie. Daardoor wordt de muziek van het persoonlijke naar het onpersoonlijke getild. Ik vergelijk het soms met een golf die de kust nadert. De golf vreest dat hij zal sterven wanneer hij breekt, maar kan niet werkelijk sterven omdat hij deel uitmaakt van de oceaan. Via de drone proberen we iets van dat absolute gevoel te vatten. Cirkelvormige ritmes, baslijnen en soms ook de zang functioneren vervolgens als mantra’s, die de luisteraar hopelijk in een tranceachtige toestand brengen. Er zit eveneens een element van bhakti, of devotie, in. Daardoor nemen we afstand van die egoïstische vraag: “En ik dan?” Wij gaven die oosterse invloed een Mongoolse interpretatie. Charlie bespeelt de erhu, een Chinees strijkinstrument, maar ook de Mongoolse morin khuur. Dat instrument roept de steppen en graslanden op waaruit het afkomstig is.

Wat me tijdens het beluisteren opviel, is dat je nooit louter nummers van The Beatles lijkt te coveren. Songs zoals “Tomorrow Never Knows” en “Strawberry Fields Forever” worden haast composities van Jah Wobble. Hoe belangrijk was het om ze naar jouw hand te zetten zonder de geest van de originelen te verliezen?
Je moet trouw blijven aan de melodie. Soms kwam ik in de verleiding om de baslijnen te veranderen en ze nog meer als mezelf te laten klinken, maar zodra je te slim probeert te zijn, dreig je het nummer kwijt te raken. Ik wilde dat mensen onmiddellijk herkenden dat dit “Strawberry Fields Forever” of “Tomorrow Never Knows” was. De melodieën zijn uitstekend, dus er bestaat geen reden om ze niet te respecteren. We hebben de ritmes opnieuw uitgevonden, zodat ze bij onze Mongoolse benadering en onze dubstijl pasten. Dub was belangrijk omdat The Beatles de psychedelica verkenden en dub zelf eveneens een vorm van psychedelica is. De grootste fout zou zijn geweest om te hard ons best te doen. We moesten ontspannen blijven en zien wat er ontstond.

Het album voelt als een ontmoeting tussen verschillende culturen. Na je verkenningen van dub, postpunk, jazz en muziek uit alle hoeken van de wereld: denk je nog in genres, of is muziek voor jou één enorme taal geworden?
Muziek voelt voor mij grenzeloos aan. We hebben labels en taalkundige omschrijvingen nodig, maar proberen er tegelijk altijd aan voorbij te gaan. Hoeveel ik ook over muziek kan vertellen, de daadwerkelijke scheppingsdaad vindt ongelooflijk snel plaats — misschien zelfs nog vóór het bewuste denken. Dat gevoel heb ik al sinds ik bij Public Image Ltd. begon te spelen. Ik kan bewust beslissen om met de stippen op de hals van mijn basgitaar een bepaalde vorm te maken, maar wanneer de muziek echt ontstaat, kan ze zo uniek aanvoelen dat ik me afvraag: “Waar is dit in godsnaam vandaan gekomen?” Ik beweer niet dat ik een sjamaan of medium ben. Het gaat eenvoudigweg om de verwondering dat je iets aanboort wat al vóór het bewustzijn lijkt te bestaan.

Dit is ook een familieproject, waaraan jezonen John en Charlie en hun moeder Zi Lan Liao meewerken. Is muziek maken met je kinderen anders dan samenwerken met muzikanten met wie je geen familieband hebt?
Het is prachtig en voelt volkomen natuurlijk aan. Ik hou van de muzikale keuzes die ze maken en niets voelt geforceerd. John heeft een eigen stijl, maar zijn benadering doet me denken aan Jaki Liebezeit van Can, die ik altijd bewonderde. Jaki was geen bombastische drummer. Hij kon een droog, ingehouden geluid creëren en speelde met enorm veel nederigheid en concentratie. John bezit diezelfde aandacht. Jaki was als een beoefenaar van krijgskunst: in plaats van honderd slagen te spelen, speelde hij honderd reeksen van telkens één slag. Iedere slag was bewust. John kan soms druk spelen, maar blijft altijd beheerst. Dat maakt het een absoluut plezier om met hem samen te werken. Mijn zonen weten waarvan ik hou, terwijl ze hun eigen smaak en persoonlijkheid behouden. Het generatieverschil vormt nooit een hindernis.

Er schuilt iets moois in verschillende generaties die nummers interpreteren die zelf al meerdere generaties hebben overleefd. Ben je door de samenwerking met je zonen anders naar The Beatles gaan luisteren?
Ze hebben de keuze van de nummers zeker beïnvloed. Songs zoals “Rain” en “Norwegian Wood” waren hun ideeën. John ontdekte zelfs een instrumentaal Beatles-nummer waarvan ik het bestaan niet kende. Ze voelden meteen dat ze die songs in hun eigen stijl konden interpreteren. Iedereen wilde “Tomorrow Never Knows” spelen, terwijl “Within You Without You” zich vanzelf voor de drums leende. De twee nummers die ik er absoluut bij wilde, waren “Strawberry Fields Forever” en “I Am the Walrus”. Gelukkig konden zij zich ook in die keuzes vinden.

Liverpool staat centraal in de albumtitel, hoewel je zelf in Londen bent opgegroeid. Wat betekent Liverpool voor jou, los van het feit dat The Beatles er vandaan kwamen?
Ik kom uit Oost-Londen, dat eveneens een havengebied was. Mijn familie bestond uit watermen en lightermen; mijn grootvader en de generaties vóór hem werkten met binnenvaartschepen en in de dokken. De arbeiders- en havencultuur van Liverpool voelt daardoor vertrouwd aan. Een vergelijkbare sfeer vind je in steden zoals Rotterdam of Oostende. Historisch waren dat ruige plekken vol dokwerkers en dronken zeelui, al werken er door de automatisering tegenwoordig veel minder mensen op schepen en in de havens. Mijn vrouw kwam op dertienjarige leeftijd vanuit China in Liverpool terecht, nadat ze als klein meisje met een rode vlag nog het einde van de Culturele Revolutie had meegemaakt. Stel je voor dat je zonder Engels te spreken op een harde arbeidersschool aankomt en leerlingen hun leerkrachten openlijk ziet tegenspreken. Voor haar betekende dat een enorme cultuuromslag. Liverpool is onderdeel geworden van mijn gezinsleven. Mijn oudste zoon woont er, mijn schoonfamilie is er gevestigd en ik heb er goede vrienden. Wij wonen in de buurt van Manchester, op slechts ongeveer drie kwartier rijden. Het East End waarin ik opgroeide, is grotendeels verdwenen. Mijn uitgebreide familie woonde ooit binnen dezelfde vierkante mijl; vandaag woont niemand van ons daar nog. Londen is, zoals men weleens zegt, binnenstebuiten gekeerd. Veel oorspronkelijke Londenaren verhuisden naar de buitenste zones of nog verder. Steden en bevolkingen veranderen voortdurend, omdat mensen nu eenmaal op zoek gaan naar een beter leven. Het voordeel van ouder worden is dat ik die veranderingen gewoon kan observeren. Wanneer vrienden me vragen wat ik aan een politiek probleem zou doen, antwoord ik: “Ik hoef helemaal niets te doen. Ik ben maar een bassist.”

je komt uit een generatie die met punk en postpunk de muzikale regels verscheurde, maar grijpt nu terug naar muziek van de generatie vlak vóór jou. Heeft het ouder worden je kijk op traditie veranderd — en misschien ook op het idee van rebellie tegen het verleden?
De jaren zeventig vormden een bijzonder hard decennium in Groot-Brittannië, gekenmerkt door armoede en politieke onrust. Ik ben in 1958 geboren, in een periode waarin beter onderwijs en sociale huisvesting arbeiders meer kansen boden. Daardoor ontstond in de jaren zestig een explosie van schrijvers en muzikanten uit de arbeidersklasse. The Beatles kwamen grotendeels uit dat milieu en later gold hetzelfde voor punk. Tegen de jaren zeventig was rock grandioos en pseudovirtuoos geworden. Progressieve rock was technisch complex, maar miste vaak groove. Ik hield meer van zwarte muziek, reggae, bluebeat en ska. Punk vormde een woedende reactie tegen het establishment van de oude rockers. Ironisch genoeg kon de muziek zelf behoorlijk conservatief zijn — vaak niet veel meer dan elementaire rock-’n-roll — maar de houding was kwaad, grappig en oneerbiedig. Malcolm McLaren, John Lydon en de mensen rondom die scene leken soms op de Marx Brothers: ze lachten met het establishment terwijl ze het tegelijkertijd provoceerden. Vóór Public Image Ltd. woonde ik alleen in een kraakpand, met een basgitaar maar zonder versterker. Die had ik verkocht, waarna ik mijn instrument tegen het hoofdeinde van een bed drukte om te kunnen spelen. Zelfs toen dacht ik al aan iets abstracters: baslijnen gecombineerd met synthetische geluiden en geschreeuwde of gesproken vocalen. Nadat ik uit het kraakpand was gezet en tijdelijk opnieuw bij mijn ouders woonde, vroeg John me om bij PiL te komen. Beeldende kunstenaars lijken nieuwe ideeën vaak eerder te bereiken dan muzikanten. Binnen de postpunk stonden wij dichter bij de abstract-expressionisten uit de jaren vijftig. We waren kwaad en nihilistisch, verzetten ons tegen traditie en zochten naar een andere vorm van expressie. Ik kan me perfect voorstellen dat Metal Box bij een schilderij van Rothko wordt afgespeeld: een compromisloze geluidsmassa die zich niet zoals een conventioneel verhaal netjes van links naar rechts ontvouwt. Ze beweegt evenzeer verticaal als horizontaal.

Toen je Metal Box hielp creëren, kon niemand vermoeden dat mensen bijna een halve eeuw later nog altijd over die muziek zouden praten. Vraag je zich soms af welke muziek van vandaag over vijftig jaar nog een vergelijkbare impact zal hebben?
Ik veronderstel dat die muziek er zal zijn, maar ik kan me echt niet voorstellen hoe ze zal klinken. Misschien wordt het iets microtonaals, zoals de muziek van dat Frans-Canadese duo — Angine de Poitrine, geloof ik? Misschien ontstaat er een beweging weg van de diatonische muziek. Ook ritmisch spelen ze bijzonder slim. Hun muziek is gebaseerd op loops in regelmatige maatsoorten, maar door de accenten die ze leggen, suggereren ze allerlei onregelmatige maatsoorten. Ze hebben duidelijk hard en haast obsessief gewerkt aan wat ze doen.

Na meer dan vier decennia vol dub, postpunk, jazz, wereldmuziek en experiment: zoek je nog altijd actief naar klanken die u kunnen verrassen?
Absoluut. Ik wil nog altijd aangenaam verrast worden. Dat kan evengoed met eten als met muziek gebeuren. Onlangs at ik vers brood dat nog een beetje warm was, met heerlijke boter uit Bretagne en enkele goede ansjovissen. Zoiets eenvoudigs kan je doen denken: “Wauw, dit is het beste wat er ooit heeft bestaan.” Muziek kan mij nog altijd op precies dezelfde manier treffen en plots hemels klinken. Ik probeer te bewaren wat zenleraar Shunryu Suzuki de geest van de beginner noemde: “In de geest van de beginner zijn er veel mogelijkheden, maar in die van de expert slechts enkele.” Ik wil de bas benaderen als een beginner, alsof ik het instrument nog nooit eerder heb bespeeld. Dan kan alles opnieuw als nieuw aanvoelen.

Na alles wat je hebt meegemaakt — PiL, Invaders of the Heart, samenwerkingen over culturele grenzen heen en nu muziek maken met je familie — wat kan muziek je nog leren?
Ik beschouw leren niet als het louter opstapelen van intellectuele informatie. Dat kan oppervlakkig en haast materialistisch worden. Muziek brengt ons dichter bij iets wat vóór het bewustzijn bestaat. Net zoals je van die boter proeft en alleen maar “wauw” denkt, kan muziek de denkende geest even stilleggen. Binnen spirituele tradities kan een leerling voortdurend om meer informatie vragen in de hoop de verlichting te bereiken, terwijl precies die zoektocht hem gevangenzet in het gewone denken. Daarom kan een zenmeester een leerling plots met een sandaal slaan: gedurende één ogenblik stopt het denken en blijft alleen het naakte bewustzijn over. We zijn getraind om voortdurend informatie op te nemen en krijgen zelden de tijd om ons te herpakken. Muziek kan die cyclus doorbreken. Ze geeft ons niet noodzakelijk nog een antwoord; soms leert ze ons iets door de vragen en het denken even te laten zwijgen.

Pics homepag @David Guttridge 

Bedankt voor het fijne interview
Jah Wobble is in november 2026 live te zien in de Cactus Club, Brugge (26 november 2026)

Female Fronted Violence Fest 2026 - Een kleurrijke ontdekkingstocht straight to hell!
Female Fronted Violence Fest 2026
Club Hell
Diest
Erik Vandamme
2026-09-04 t-m 2026-09-06

Sommige organisatoren lijken over een glazen bol te beschikken wanneer het over jong en nieuw talent gaat. We ontdekten al dikwijls op een concert een interessante band, om achterna vast te stellen dat die een jaar eerder al op het podium van Club Hell in Diest stond. Helaas waren we er toen nooit bij.
We proberen in onze muzikale ontdekkingstocht er verandering in te brengen. Van 4 t-m 6 september was Club Hell de verzamelplaats voor liefhebbers van metal, met vrouwen aan het roer. De tijd waarin de metalwereld uitsluitend als een mannenbastion werd beschouwd, ligt gelukkig achter ons. Mooi. Het werd tijdens deze driedaagse overtuigend bevestigd.
Ons verslag.

dag 1 - vrijdag 4 september 2026- De eerste duivels worden ontbonden
De Brusselse symfonische-metalband Skeptical Minds (****) is al actief sinds 2002 en combineert een melodieuze zang met elektro-industrial, gothic en metal. In Club Hell levert dit een energieke en gevarieerde set op, waarin speelsheid en een gezonde dosis humor de rode draad vormen. Zangeres Karolina Pacan heeft een veelzijdige stem, alsook een sterke uitstraling. Het ene moment duister en dreigend, het andere speels en ongedwongen. Haar charisma is bepalend. Clichés als ‘handjes in de lucht’ horen erbij, het werkt; het publiek gaat gretig mee in haar verhaal. Missie geslaagd!

Shatterheart (****1/2) is een symfonische-metalband uit Göteborg, die vorm kreeg in 2023. In het voorjaar nu verscheen via Art Gates Records het debuutalbum ‘Infernal Symphony’. Dat de band nog maar aan het begin van haar verhaal staat, valt op het podium nauwelijks te merken.
Shatterheart gaat tekeer als doorwinterde muzikanten. Met een zelfverzekerde aanpak laat het de Club Hell op zijn grondvesten daveren. Kleurrijk was de  prominente inbreng van de keys.

Kon het nog beter? Jazeker! De volgende formatie Ancient Settlers (*****) werd in 2020 in San Sebastián opgericht door muzikanten met Venezolaanse wortels. De groep verkent de grenzen van de moderne melodieuze deathmetal en bouwde met ‘Our Last Eclipse - The Settlers Saga Pt. 1’ (2022) en ‘Oblivion's Legacy - The Settlers Saga Pt. 2’ (2024) een eigen verhaal op.
Met de komst van de Braziliaans-Italiaanse zangeres Mylena Monaco begon in 2026 een nieuw hoofdstuk. Haar inbreng is een schot in de roos. Muzikaal voelt het optreden aan alsof we voortdurend tegen een geluidsmuur botsen. Mylena's rauwe vocals zorgen voor deugddoende huiver. Haar vocals gaan alle richtingen uit, terwijl het verpulverende drumwerk en de vlijmscherpe riffs de laatste restjes weerstand slopen. Het hoogtepunt van deze openingsdag, zonder twijfel!

Afsluiter Hellcats (****) werd in 2003 in Ljubljana opgericht door de zussen Saša en Sonja Zagorc en schreef geschiedenis als de eerste volledig vrouwelijke metalband uit Slovenië. Een vurige bandnaam die het niet zoekt in hel en duisternis , maar in pure, ongecompliceerde rock-'n-roll. Het wordt onderstreept in covers als “Breaking the Law” van Judas Priest en een eigenzinnige uitvoering van AC/DC's “T.N.T.”. Ook in de Club Hell kiest Hellcats voor rechttoe-rechtaan hardrock en heavy metal, met riffs die aanstekelijk inwerken.
Enkele technische problemen halen tijdelijk de vaart uit de set, maar de dames laten zich erdoor niet uit hun lood slaan.
Met zichtbaar spelplezier en een sterke podiumuitstraling trekken ze het optreden opnieuw op gang.
Ancient Settlers mag dan onze persoonlijke winnaar zijn vandaag, Hellcats zorgt zonder meer voor de perfecte afsluiting.

dag 2 - zaterdag 5 september 2026 - Onbekend is niet onbemind
'Onbekend is niet onbemind' is een uitspraak die perfect bij deze tweede festivaldag past. De affiche staat vol bands die voor ons nog een onontgonnen terrein vormen …

Beginnen doen we met Metaforya (****). Deze formatie uit Istanbul werd opgericht in 2012 en maakt vooral indruk door de veelzijdige stem van Hilal Türker. Heel wat variatie in diepe grunts en heldere, cleane vocals. De muzikanten sluiten vakkundig aan met verpulverend drumwerk en messcherpe riffs.
Opvallend zijn de subtiele folkloristische invloeden uit hun land van herkomst, die het geheel een eigen karakter geven. Het plaatje is ermee compleet. Metaforya blijkt alvast een aangename ontdekking en een band om in het oog te houden.

Abstracted Mind (*****) ontstond in 2020 in Buenos Aires rond zangeres Juli Hope en gitarist Yamil Ladner en verhuisde later naar Nederland. De groep combineert symfonische metal met progressieve en moderne elementen. Psychologische thema's en persoonlijke verhalen worden in de instrumentatie als in de vocals op een bombastische, haast sprookjesachtige manier uitgebeeld. Er borrelen voortdurend uiteenlopende emoties op en het optreden krijgt bij momenten de allure van een rockopera.
Opmerkelijk is ook de vocale wisselwerking tussen Juli Hope en Yamil Ladner. De gitarist neemt enkele zanglijnen voor zijn rekening en zorgt voor extra afwisseling en contrast. Abstracted Mind zet dan ook geen doorsneeconcert neer, maar een fantasierijk muzikaal schouwspel dat de verbeelding voortdurend prikkelt.

De alternatieve-metalformatie Lokead (****) uit de omgeving van Parijs bouwt haar muziek op rond tegenstellingen: organisch tegenover elektronisch, licht tegenover duisternis en melodieuze passages tegenover groove en agressie. Die veelzijdigheid vergt aanvankelijk enige inspanning door het beperkte contact en nog wat op gang komen. Maar eenmaal op dreef, is Lokead echter niet meer te stuiten en rinkelt het muzikaal tussen hemel, vagevuur en hel.
Een ontstaan een voorzichtige moshpit en een gezamenlijke sit-down. De muziek klinkt rauw en toont een melodieus kantje waar nodig. Een intrigerende, boeide afwisseling.

Ontdekkingen kunnen helaas ook op een stevige ontgoocheling uitdraaien. Arluna (**) wordt aangekondigd als een Nederlandse symfonische-metalband die een orkestrale sfeer, een melodieuze zang en stevige riffs samenbrengt. Een omschrijving, die verwachtingen biedt , maar die spijtig genoeg nauwelijks werden ingelost. Aan inzet en gebaren ontbrak het niet, maar achter de bombast schuilt weinig om te beklijven. De nummers klinken pijnlijk voorspelbaar en missen de spanning en emotionele kracht die dit soort muziek nodig heeft. Arluna had het niet (vandaag). Een teleurstelling.

Gelukkig volgt met Lyra's Hell (*****) een ferme kentering. De Spaanse gothic-metalband dompelt de Club Hell onder in een sfeer die angstaanjagend als woest is, gedragen door bezwerende vocals en zware ritmes.
Sinds de oprichting in 2024 gaf de groep met singles als “Silence” al een overtuigend visitekaartje af. Live neemt Lyra's Hell ons mee op een donkere trip die perfect aansluit bij de intieme en vurige omgeving van de club. Toch draait het niet uitsluitend om duisternis en pijn: er blijft voldoende ruimte om het leven uitbundig te vieren.
Lyra's Hell gebruikt de hel niet als een verstikkende poel van eeuwige verdoemenis, maar ook als speeltuin van uitbundige feestjes. Dat enthousiasme dragen de muzikanten na hun optreden ook uit aan de bar, tussen de fans en bij de andere bands.
Muzikaal grijpt de groep geregeld terug naar de oorspronkelijke, onstuimige hardrock waarmee The Runaways en Girlschool ooit hoge ogen gooiden, maar dan verpakt in een eigentijds en donkerder jasje.
Deze Spaanse furies brachten vuurkracht in ontwapenend spelplezier. Het hoogtepunt van de tweede festivaldag, zonder enige twijfel!

Underwaves (*****) is al sinds 2017 bezig en boekte na het verschijnen van debuutalbum ‘Hiatus’ in 2019 een vroege overwinning tijdens Rock'n'Iasi. Daarna volgden optredens op grotere festivals als Rockstadt Extreme Fest.
Van de speelse hel van Lyra's Hell blijft weinig over: donkere wolken pakken zich samen aan de horizon en brengen ons terug naar de harde realiteit. Underwaves raast als een pletwals, gedragen door zware distortion, agressieve riffs en percussieve  mokerslagen.
De frêle verschijning van zangeres Ana Ignis staat in schril contrast met de enorme vocale kracht die ze ontwikkelt. Ze trekt alle registers open met een heldere zang en rauwe uitbarstingen. De instrumentatie doet de rest. Er ontstaat een stevige moshpit en zelfs een heuse wall of death. Kortom: Underwaves klonk verpulverend.

De heavymetalformatie Scarblade (*****) onderstreept de diversiteit van het festival. De spirit van Judas Priest, Warlock, Accept en W.A.S.P. waart voortdurend rond in de klassieke riffs, opzwepende ritmes en de uitgesproken heavymetalattitude. Toch beschikt het combo over een eigen smoel en geeft de vrouwelijke insteek en de vertrouwde stijl extra dimensie. Hier worden de nekspieren aangesproken en er is de denkbeeldige gitaar. Hoewel de groep consequent binnen het klassieke kader blijft, stoort dit geen moment. Integendeel: net die ongecompliceerde oldschoolaanpak en het onvervalste spelplezier vormen de grote kracht van het optreden.
Scarblade bewijst dat klassieke heavy metal nog altijd springlevend is, zolang het genre met voldoende overtuiging en vuur wordt gebracht.

Afsluiter FlowerLeaf (*****) werd in 2017 in Brazilië opgericht door zangeres Vivs Takahashi en bassist Marcelo Kaczorowsky, maar is tegenwoordig gevestigd in Duitsland. De moderne symfonische metal van de band combineert orkestraal arrangement met toegankelijke melodieën en krachtige riffs.
Muzikaal bevindt FlowerLeaf zich in hetzelfde vaarwater als Nightwish en Within Temptation, al ligt de nadruk nog sterker op de operazang. De hoge sopraanstem van Vivs en de bombastische instrumentatie spreken sterk tot de verbeelding.
De groep beschikt voorlopig nog niet over een internationale uitstraling en grandeur van die grote voorbeelden, maar compenseert het ruimschoots met overtuiging, schoonheid en een geheel eigen charme. FlowerLeaf ontpopt zich tot een symfonische parel die ons heerlijk doet wegdromen.
Een brede, kleurrijke ontdekkingstocht was het, die je een warm, blij gevoel gaf.

dag 3- zondag 6 september 2026 - Duistere misvieringen en piratenfeesten
De zondag beginnen we met traditionele heavy metal uit Barcelona, iets anders dan een traditionele misviering. Wicked Leather (*****) werd opgericht in 2023 en combineert de klassieke heavy metal met rauwe kracht, een donkere sfeer in een occulte ondertoon.
Nu verscheen het debuutalbum ‘Season of the Witch’. Ook in de Club Hell sluit de band geen enkel compromis: vuil, vuurkrachtig en liefst zo luid mogelijk worden alle registers opengetrokken. Centraal staat de roodharige frontvrouw Yami, die zich ontpopt tot een demonische verschijning.  Wanneer ze aan het einde in een rode jurk met kap verschijnt, verandert de Spaanse furie in een kruising tussen Roodkapje en een verleidelijke vamp.
Voor een jonge band klinkt Wicked Leather overweldigend en zelfverzekerd. Een indrukwekkende start van de slotdag.

Ook Orchid Sanction (***1/2) staat nog maar aan het begin van zijn verhaal. De vijfkoppige band uit Luik ontstond in 2023 en is in vergelijking met Wicked Leather nog wat krampachtig en zoekend. Aan inzet ontbreekt het niet en de glimlachende frontvrouw heeft een mooie sprookjesachtig stem. Orchid Sanction verkent de gotische en mysterieuze kant van het genre, maar blijft voorlopig wat te braaf om volledig te overtuigen. Meer podiumervaring en een extra punch kan verandering brengen. De subtiele fantasieprikkels laten ons echter niet onberoerd: wie zich openstelt voor hun ingetogen wereld, ontdekt wel degelijk iets moois.

De Nederlandse black- en folkmetalband Vrøde moet op het laatste moment afhaken en wordt vervangen door Entropic Dissonance (****). Deze jonge Nederlandse formatie brengt sferische en progressieve (extreme) metal samen in technische precisie, melodie en gecontroleerde chaos. Zangeres Nina Boele verschijnt gemaskerd op het podium. Wanneer het masker afgaat, beweegt ze zich op hypnotiserende wijze tussen een bosnimf en kwelduivel. Ook muzikaal prikkelen de vele contrasten.
Geprojecteerde beelden hadden deze bevreemdende wereld nog sterker kunnen maken, maar zelfs zonder visuele effecten voert Entropic Dissonance ons mee naar de sprookjes van Grimm: diepe bossen waarin demonen, kwelgeesten en elfen naast elkaar leven. Een bijzonder intrigerende vervanger.

Behind The Veil (*****) volgen we al sinds het prille begin en de band heeft ons nog nooit ontgoocheld. Sinds de komst van zangeressen Sofie Foster en Delphine De Vusser ontstond een kruisbestuiving die zich nauwelijks in woorden laat vatten. ‘A match made in hell’ komt nog het dichtst in de buurt. De kleuren rood en zwart worden niet alleen zichtbaar in hun kledij, maar ook hoorbaar in hun stemmen. Delphines rauwe en demonische vocals staat tegenover de emotioneel geladen en bezwerende vocals van Sofie. Wanneer Delphine het publiek intrekt alsof ze vers bloed zoekt, biedt Sofie het perfecte tegengewicht.
De muzikanten geven een stevig fundament en openen in wisselende intensiteit de deuren tussen hemel en hel.
Behind The Veil neemt ons volledig mee in die prachtige botsing tussen donker en licht. Wat een totaalbeleving opnieuw!

"We sluiten af met een feestje",
lijkt het motto van Pirate Queen (****). De internationale, volledig vrouwelijke formatie combineert symfonische power metal met piratenverhalen, fantasie en kleurrijke kostuums.
Persoonlijk zijn we niet de grootste liefhebber van carnavaleske acts als Alestorm en Electric Callboy, maar het doet niets af aan de kwaliteit van de muziek, de klasse van de muzikanten en het doordachte spektakel.
De dames amuseren zich zichtbaar en krijgen ook het publiek moeiteloos mee. Muzikale diepgang is misschien niet het voornaamste doel; plezier maken des te meer.
De theatrale presentatie en de uitgesproken piratenlook geven Pirate Queen bovendien een eigen gezicht. Dit was ‘feestmetal” die iedereen een brede glimlach bezorgde.
De perfecte feestelijke afsluiter van drie boeiende dagen in de (Club) Hell.

(Met dank aan Musika)

Organisatie: Club Hell, Diest

Echoes of a Dying World – We moeten opnieuw als een eenheid leren samenleven

Na de debuut-EP Before the Fall uit 2022 en het album Tribulation uit 2023 rondt Echoes of a Dying World eind augustus de trilogie af met Revelations. De nieuwe EP verschijnt in eigen beheer en vormt allerminst een vrijblijvend sluitstuk. Duisternis en hoop, individuele afzondering en maatschappelijke verbondenheid staan voortdurend tegenover elkaar.
Tijdens Hellbound Fest zagen we hoe die tegenstellingen ook live tot leven komen. De veelzijdige stem en expressieve podiumpresence van Tine Vanmuysen trokken daarbij de aandacht, maar het was vooral de wisselwerking tussen alle muzikanten die het optreden liet uitgroeien tot een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving.
Over Revelations, de hechte band tussen de muzikanten, haar jazzachtergrond en de voortdurende zoektocht naar evenwicht hadden we een fijne babbel met Tine.

Ik zag jullie onlangs op Hellbound Fest en schreef dat jullie live meer brengen dan zomaar een concert. Het wordt bijna een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving. Herkennen jullie jezelf in die omschrijving?
“Die omschrijving klopt zeker, al zijn het niet altijd mooie sprookjes die daaruit voortkomen. Elk sprookje heeft vaak een mooie, maar ook een duistere kant. Het is precies die tegenstelling die we in onze muziek proberen te verweven. Onze nummers gaan wel degelijk over de realiteit, maar die wordt telkens in een groter verhaal gegoten. Op dat vlak herken ik ons dus zeker in die omschrijving.”

In mijn verslag schreef ik ook dat jullie voortdurend balanceren tussen pure duisternis en sprankelend licht. Is die tegenstelling bewust in jullie muziek aanwezig?
“Absoluut. Je mag problemen benoemen. Eigenlijk moet je dat zelfs doen, maar tegelijkertijd moet je ook de hoop die er nog is durven zien en tonen. Er hangt altijd een duistere walm over onze muziek en teksten, maar daarbinnen proberen we toch steeds een boodschap van hoop uit te dragen. Die tegenstelling is dus heel bewust aanwezig.”

Jullie muziek wordt vaak omschreven als symfonische death- en doommetal, maar klinkt tegelijk bijzonder filmisch en atmosferisch. Hoe belangrijk is sfeer wanneer jullie aan een nieuw nummer beginnen?
“Wanneer we aan een nieuwe song beginnen, staan we eigenlijk niet bewust stil bij dergelijke omschrijvingen. Het begint vaak heel klein, met één enkele riff waaraan we vervolgens elementen beginnen toe te voegen. We kneden het geheel en geven het geleidelijk vorm. Zodra er een soort structuur ontstaat, begin ik met de teksten te spelen en creëren we verschillende lagen. Elke laag wordt afgetoetst. Soms verdwijnt er opnieuw eentje en soms wordt er nog iets toegevoegd. We geven onze nummers de tijd om te groeien en durven er ook kritisch naar te kijken. Er zullen altijd songs of ideeën zijn die nooit de eindstreep halen. Wat die eindstreep wel haalt, zijn de nummers waarover we voor honderd procent tevreden zijn en waarbij we het gevoel hebben dat het verhaal af is en er niets meer aan hoeft te worden toegevoegd.”

De opkomst op Hellbound Fest was niet enorm, maar jullie speelden alsof er een volle zaal voor jullie stond. Maakt het voor jullie uit hoeveel mensen er voor het podium staan?
“Persoonlijk maakt het mij niet uit of we voor één persoon of voor honderd mensen optreden. Ook die ene persoon heeft voor een bepaalde ervaring gekozen en verdient minstens evenveel aandacht als die honderd. Bovendien beleven we zelf veel plezier aan wat we doen. Of er nu veel of weinig volk staat, dat plezier blijft hetzelfde.”

Toch hoorde ik ooit iemand zeggen dat optreden voor vijfentwintig mensen soms moeilijker is dan voor vijfhonderd. Ervaar jij het eveneens zo?
“Dat klopt zeker. Wanneer er weinig mensen staan, voel je je soms extra bekeken. Dat is een heel vreemd gevoel en in het begin had ik het daar behoorlijk moeilijk mee. Wat me daarbij geholpen heeft, is optreden in cafés, waar je op gelijke hoogte met het publiek staat en de mensen letterlijk in de ogen kijkt. Aanvankelijk vond ik dat heel confronterend, maar uiteindelijk moet je je daaroverheen zetten en die knop omdraaien.”

Ook vocaal zit de tegenstelling tussen licht en duisternis diep in de muziek van Echoes of a Dying World verankerd. Op plaat en podium beweeg je tussen breekbare, bijna feeërieke passages en demonische uitbarstingen. Zoek je die verschillende kanten van je stem bewust op?
“Ik probeer elke emotie de kleur te geven die ze verdient en die haar het beste ondersteunt. Soms is dat rauw of agressief, maar op andere momenten klinkt het juist hoopvol en zacht. Ik probeer daarin altijd een goede balans te bewaren. Bij sommige nummers voel je echter dat er nauwelijks plaats is voor lieflijkheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij ‘Anarchia’, zowel muzikaal als tekstueel. Dan blijf je bewust binnen dat rauwe gevoel.”

Zonder de muzikale wisselwerking met de andere bandleden zou die veelzijdigheid echter nooit hetzelfde effect hebben. Hoe belangrijk is die onderlinge band? Zijn jullie een ‘match made in heaven’ — of misschien eerder in hell?
“Ik heb de eer en het genoegen om met ontzettend goede muzikanten te mogen werken. Zij weten waarover mijn teksten gaan, kennen het bereik van mijn stem en spelen daar perfect op in. Meestal beginnen we met de muzikale omlijsting. Vervolgens puzzelen we aan de tekst en bekijken we samen welke richting we ermee kunnen uitgaan. Ik let daarbij ook op hun reacties. Wanneer ze spontaan met hun hoofd beginnen mee te knikken, weet ik dat het goed zit. Ze bouwen de spanning automatisch mee op. Op de een of andere manier komt alles telkens opnieuw mooi samen. Doorheen die drie releases is het niet zozeer de bezetting, maar vooral onze muziek die veranderd en gegroeid is. Ondertussen kunnen we elkaar zonder woorden aanvullen. Eén blik is soms voldoende. We hebben ook moeten leren dat, wanneer een van ons valt, de rest klaarstaat om alles recht te houden. Het is uiteraard de bedoeling dat het publiek daar niets van merkt.”

Die onderlinge wisselwerking viel me inderdaad op. Ik woon veel jazzoptredens bij en herken iets van dat improviserende karakter ook in jullie muziek.
“Ik ben opgeleid als klarinettiste en heb veel jazz gespeeld. Daarnaast ben ik een enorme fan van Nina Simone en Billie Holiday. Zulke invloeden neem je automatisch mee in je eigen muziek. We luisteren als band bovendien niet uitsluitend naar metal, maar volgen allemaal verschillende genres. Daar komt dat improviserende karakter waarschijnlijk gedeeltelijk vandaan.”

Het hokjesdenken lijkt de laatste jaren stilaan te verdwijnen. Speelt dat in jullie voordeel? Jullie muziek valt tenslotte moeilijk in één hokje te duwen.
“Toen we met Echoes of a Dying World begonnen, probeerden mensen ons wel degelijk in een bepaald hokje te plaatsen. We hebben onszelf toen ook lange tijd afgevraagd wat voor muziek we nu eigenlijk maakten. Op een bepaald moment zijn we gestopt met ons die vraag te stellen. De laatste twee of drie jaar merk ik bovendien een kentering. Er zijn ondertussen zoveel nieuwe hokjes bijgekomen dat niemand er nog een duidelijk overzicht van heeft. Daarom hebben we die hokjes zelf maar overboord gegooid. We merken dat dit een positieve uitwerking heeft op de band. We houden niet van grenzen en willen uiteindelijk gewoon muziek maken waarbij we onszelf goed voelen.”

Jullie nieuwe EP Revelations vormt het laatste deel van een trilogie. Wanneer wisten jullie dat Before the Fall, Tribulation en Revelations samen één groter verhaal zouden vormen?
“Toen we aan Before the Fall begonnen, wilde ik mijn wereldbeeld beschrijven: hoe de wereld op mij overkomt en hoe beangstigend die soms kan zijn. Ik kan heel blij zijn en vervolgens plots heel verdrietig worden. Dat is een eigenschap van mezelf die ook in mijn teksten naar voren komt. Metalmuziek kan bijzonder duister zijn, maar wij wilden daar altijd een boodschap van hoop tegenover plaatsen. Na het uitbrengen van onze eerste EP merkten we dat we veel meer nummers hadden dan oorspronkelijk voorzien. Uiteindelijk is daar een trilogie uit ontstaan. Het eerste deel gaat over hoe alles begonnen is en wat de aanleiding was. Vervolgens zitten we midden in de gebeurtenissen. Op Revelations stellen we de vraag welke zaken in ons leven ons hebben gebracht tot waar we nu staan en hoe we binnen die context toch een boodschap van hoop kunnen uitdragen. Revelations vormt de afrekening van alles. De voornaamste boodschap is dat we opnieuw als een eenheid en als een hechte groep moeten leren samenleven. Wanneer iedereen in zijn eigen cocon blijft zitten, gaat uiteindelijk degene met het meeste geld en het meeste lawaai met alles lopen. Die eenheid moet terugkeren in onze maatschappij. We proberen mensen aan te sporen om te durven benoemen wat er fout gaat en daar vervolgens samen iets aan te doen.”

Had het feit dat Revelations het sluitstuk van de trilogie zou worden invloed op de manier waarop jullie de nummers schreven? Was er een gevoel dat het verhaal nu afgerond moest worden?
“Eigenlijk niet. Je kunt de trilogie vergelijken met een boek dat in drie delen werd uitgegeven. Nu is het gewoon tijd voor een volgend boek, want het verhaal is nog lang niet verteld. Misschien wordt ook dat volgende boek opnieuw een trilogie. Je weet vooraf nooit hoeveel delen je nodig hebt om een bepaald verhaal te vertellen.”

Ik had tijdens het beluisteren inderdaad het gevoel dat Revelations wel het einde van het drieluik vormt, maar niet het einde van het verhaal. In welke richting kan dat volgende hoofdstuk gaan?
“Volgens mij komen we nu uit bij een soort toestand van evenwicht, of beter gezegd: het streven daarnaar. Er is nog altijd zwart en er is nog altijd wit, maar het leven bestaat vooral uit het voortdurende balanceren tussen die twee uitersten.
Ik vermoed dat onze nieuwe nummers verder in die richting zullen gaan. De vraag wordt dan: hoe vinden we dat evenwicht? We weten ondertussen wat er fout is gelopen en we weten dat we moeten blijven hopen, maar de vraag hoe we dat concreet moeten doen en waar dat evenwicht precies ligt, blijft voorlopig onbeantwoord.”

Hoe proberen jullie het evenwicht muzikaal te vinden?
“Door een nummer voortdurend te veranderen. Onze nummers blijven tijdens de repetities groeien. Soms voelen we dat er nog iets ontbreekt en dan blijven we eraan werken tot we gevonden hebben wat het nummer nodig heeft. Zo was er een song die oorspronkelijk op Revelations had moeten staan. We hadden echter het gevoel dat hij nog niet af was en dat er meer in zat. Soms zijn we maanden met één nummer bezig. We moeten onszelf de tijd gunnen om niet te snel tevreden te zijn en een compositie verder te laten groeien, tot ze het punt bereikt waarop alles klinkt zoals wij het echt willen. Die balans vinden is dus een zoektocht. Het is een lang proces van proberen, uitproberen en opnieuw veranderen.”

Ik heb de EP beluisterd en jullie live gezien. Hoewel de muziek ook op plaat overeind blijft, voelt het verhaal pas helemaal compleet wanneer je de band op het podium ziet. Heeft dat eveneens met dat groeiproces te maken?
“Zeker. Toen ik met Echoes of a Dying World begon, had ik nog nooit gegrunt. Ik kwam uit een classic-rockcoverband en had wel nummers van Iron Maiden en AC/DC gezongen, maar dit was toch iets helemaal anders. Tijdens onze eerste optredens was ik zo intensief met de zangtechniek bezig dat ik de interactie met het publiek soms vergat. Naarmate de screams me meer eigen werden, kwam er ruimte vrij om bewuster met het publiek bezig te zijn. Eigenlijk lukt het me pas sinds ongeveer drie jaar om die interactie echt ten volle op te zoeken. Het livegebeuren maakt dus absoluut deel uit van het groeiproces waarover we het hadden.”

Jullie muziek vertelt verhalen die de luisteraar aan het denken zetten en de fantasie prikkelen. Willen jullie dat iedereen de teksten en concepten op dezelfde manier begrijpt, of vinden jullie het interessant wanneer luisteraars er een eigen verhaal in ontdekken?
“Er zit veel beeldspraak in onze muziek. Daardoor kunnen luisteraars bepaalde passages anders interpreteren. Met mijn bindteksten probeer ik tijdens een optreden een korte inleiding te geven en duidelijk te maken in welke richting het nummer gaat. Het mooie aan muziek blijft echter dat iedereen er het zijne kan uithalen. Veel van onze nummers zijn dualistisch opgebouwd. Er kan bijvoorbeeld Bijbelse beeldspraak in voorkomen, zoals in ‘Iskariot’, terwijl daarachter een heel andere boodschap schuilgaat. Verhalen met een boodschap, daar draait het voor ons om. In het verleden lag dat anders. Toen bracht ik bijvoorbeeld verhalen uit de Noorse traditie, maar nu wil ik verhalen vertellen met een boodschap die binnenkomt en mensen doet nadenken. Het is zeker de bedoeling om hun nieuwsgierigheid te prikkelen en ervoor te zorgen dat ze uiteindelijk hun eigen verhaal in onze muziek kunnen ontdekken.”

Iets helemaal anders: de laatste jaren zien we steeds meer vrouwen hun plaats opeisen binnen de metalwereld. Naast jou zijn er bijvoorbeeld zangeressen actief bij Behind the Veil, Painted Scars en Circle Unbroken. Wat is er veranderd? Metal gold vroeger toch vooral als een mannenbastion
“Ik vind de term ‘female fronted’, zoals dat vaak wordt uitgedrukt, eigenlijk complete zever. Men spreekt toch ook niet over ‘male fronted’ wanneer er een man zingt? Los daarvan is de aanwezigheid van vrouwen in de metalwereld doorheen de jaren gewoon gegroeid. Je had onder anderen Doro en Arch Enemy. Zulke vrouwen hebben gaandeweg hun stempel op de metalwereld gedrukt, waardoor anderen eveneens het heft in handen durfden te nemen. Ik herinner me nog dat het bijna als een vorm van heiligschennis werd beschouwd wanneer ik als vrouw covers van AC/DC zong. Ook daarin is de laatste jaren gelukkig een kentering gekomen. Daarnaast bestaat er tegenwoordig gespecialiseerde vocal coaching waar vrouwen terechtkunnen om grunt- en screamtechnieken te leren. Vroeger was die begeleiding voornamelijk op mannenstemmen gericht en was ze voor vrouwen veel minder toegankelijk. Iris Goessens, die bij Spoil Engine zong, helpt bijvoorbeeld heel wat beginnende zangeressen binnen de metal. Ik heb het destijds allemaal zelf moeten uitzoeken. Het is goed dat dergelijke begeleiding nu bestaat voor een volgende generatie. Er is duidelijk een kentering aan de gang om de weegschaal eindelijk meer in evenwicht te krijgen.”

Tot slot: stel dat ik Echoes of a Dying World nog niet ken. Hoe zou je me dan overtuigen om jullie muziek een kans te geven? Wat maakt de band volgens jou bijzonder?
“Wij willen niet zomaar muziek brengen, maar de luisteraar meenemen op reis door verschillende landschappen en hem aanzetten om daarover na te denken. Niet iedereen vindt alle landen even mooi en daar is niets mis mee, maar je moet ze eerst ervaren om dat te kunnen weten. Voor avonturiers die graag op reis gaan, is er Echoes of a Dying World om al die verschillende landschappen mee te ontdekken.”

Welke ambities koesteren jullie nog? Wat is het hoogste doel dat Echoes of a Dying World als band wil bereiken?
“We willen natuurlijk zoveel mogelijk mensen bereiken met onze muziek en misschien een kleine aanzet geven tot een betere wereld. Muzikaal willen we blijven groeien, experimenteren en vooral veel plezier blijven beleven aan wat we doen. Het zou mooi zijn mochten we ooit op een festival als Alcatraz, Graspop Metal Meeting of Dynamo Metalfest kunnen staan. Dat zou de kers op de taart zijn.”

Jullie muziek is niet meteen de meest toegankelijke, maar daar is uiteraard niets mis mee. Willen jullie koste wat het kost naar zulke grote podia doorgroeien, of zouden jullie er vrede mee hebben om binnen de underground een sterke status uit te bouwen?
“We willen vooral altijd onze eigenheid bewaren en de vrijheid behouden om op muzikaal vlak te doen wat we zelf willen. Als we daardoor in de underground blijven, zullen we proberen daar een zekere status te verwerven. Either way, our echo will be heard!”

Bedankt voor de fijne babbel, heel veel succes in alles wat jullie nog doen, we blijven het op de voet volgen…
Revelations
verscheen eind augustus 2026 in eigen beheer

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Toen Sandra Kim in 1986 als eerste en voorlopig enige Belgische artieste het Eurovisiesongfestival won met “J’aime la vie”, gingen voor haar heel wat deuren open.
Maar die enorme doorbraak had ook een keerzijde. De piepjonge zangeres werd door een dominante producer in een bepaalde richting gestuurd en kreeg nauwelijks de vrijheid om zelf te ontdekken welke artieste ze werkelijk wilde worden.
Dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms beseft, bewees ze onder meer met haar overwinning in The Masked Singer.
Ook tijdens haar recente optreden op de Fonnefeesten liet ze horen hoe moeiteloos ze schakelt tussen chanson, pop en soul. In ons verslag schreven we dan ook dat achter die ene wereldberoemde song een bijzonder veelzijdige zangeres en rasentertainer schuilgaat.
Lees gerust Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Sandra Kim behoort bovendien tot het selecte gezelschap Belgische artiesten dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië een breed publiek weet te bereiken. Veertig jaar na haar historische overwinning praat ze openhartig over de schaduw van “J’aime la vie”, haar gebrek aan artistieke vrijheid tijdens haar jonge jaren, haar hernieuwde succes in Vlaanderen en haar liefde voor het podium. Achteromkijken doet ze zonder verbittering, terwijl ook de toekomst haar niet voortdurend bezighoudt: “Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment!”

Tijdens het optreden op de Fonnefeesten verving je Isabelle A, die haar tournee om gezondheidsredenen moest annuleren. Was het moeilijk om onder die bijzondere omstandigheden het podium op te stappen?
“Nee, dat was niet moeilijk. Wanneer ik het podium opga, voel ik altijd veel adrenaline en zelfvertrouwen. Uiteraard heeft het nieuws over haar gezondheid mij diep geraakt.”

Tijdens het concert sprak je meermaals uw bewondering en steun voor Isabelle A uit. Is die solidariteit tussen artiesten belangrijk voor je?
“Jazeker. Ik moet zeggen dat wij als Belgische zangers elkaar vaak helpen. Enkele maanden geleden had ik bijvoorbeeld problemen met mijn stem. Mijn collega’s en vrienden Garry Hagger en Udo hebben mij toen verschillende keren vervangen.”

Je creëerde meteen een warme en spontane sfeer met het publiek. Voel je na veertig jaar carrière nog altijd dezelfde opwinding wanneer je het podium betreedt?
“Ik sta heel graag samen met mijn muzikanten op het podium. Daar laat ik me volledig gaan. Het is precies die spontaniteit die ik graag met mijn publiek deel.”

Op de Fonnefeesten liet je verschillende kanten van je stem en persoonlijkheid horen. Je  optreden bewoog zich tussen chanson, pop en soul. Heeft die muzikale veelzijdigheid altijd deel uitgemaakt van je artistieke identiteit?
“Ja, ik ben geen zangeres die zich tot één genre beperkt. Mijn muzikale smaak is heel eclectisch. Op het podium geniet ik ervan om mijn eigen nummers te brengen, aangevuld met enkele covers uit uiteenlopende muziekstijlen. Blijkbaar slaat die combinatie goed aan bij het publiek.”

Je staat vooral bekend als popzangeres, maar je stem bezit ook veel kracht en diepgang. Heb je er ooit aan gedacht om soul, blues of andere muziekstijlen verder te verkennen?
“Dat is vriendelijk van u om te zeggen, maar daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Misschien is het een idee voor de toekomst?”

In mijn concertverslag schreef ik dat je veel meer bent dan ‘de zangeres van J’aime la vie’. Heb je soms het gevoel dat het enorme succes van dat nummer de andere kanten van je carrière heeft overschaduwd?
“Ja, dat zeg ik iedere dag tegen mezelf. Tegelijkertijd kunnen we de media en het publiek dat niet kwalijk nemen. Het Eurovisiesongfestival en die ene overwinning zijn nu eenmaal in het collectieve geheugen gegrift. Toch probeer ik na al die jaren nog steeds te bewijzen dat ik ook iets anders kan zingen dan ‘J’aime la vie’.”

‘J’aime la vie’ heeft enorm veel deuren voor je geopend, maar kan zo’n beroemde song voor een artieste tegelijkertijd een zegen en een last zijn?
“Allebei!”

Welke band heb je na al die jaren met ‘J’aime la vie’? Zing je het nummer nog steeds met hetzelfde plezier en dezelfde emotie?
“Ik heb me met het nummer verzoend. Hoewel het niet de song van mijn hart is, zing ik het voor mijn publiek, voor wie ik bijzonder veel respect heb.”

Je was nog bijzonder jong toen je n 1986 het Eurovisiesongfestival won. Kreeg je destijds voldoende vrijheid om te ontdekken welke artieste je werkelijk wilde worden?
“Nee, ik had geen enkele vrijheid. Dat kwam door een tirannieke producer die alle beslissingen nam. Pas veel later ben ik mezelf die vraag beginnen te stellen.”

Hebt je soms het gevoel gehad dat producers, de media of de muziekindustrie je wilden opsluiten in een imago dat niet volledig bij je persoonlijkheid paste?
“Helaas lijkt dat haast onvermijdelijk te zijn. Gelukkig veranderen de mentaliteiten stilaan.”

Dankzij je deelname aan ‘The Masked Singer’ kon een nieuw publiek de kracht en veelzijdigheid van je stem ontdekken. Heeft die overwinning veranderd hoe het publiek en de muziekwereld naar je kijken?
“Ja, absoluut. Het was een fantastische ervaring en betekende een enorme nieuwe impuls voor mijn carrière in Vlaanderen. Kortom: alleen maar positief!”

Je bent een van de weinige Belgische artiesten die zowel in Wallonië als in Vlaanderen een breed publiek weet te bereiken. Hoe belangrijk is die rol als brug tussen de verschillende gemeenschappen van ons land voor je?
“Het is een enorme kans en een grote eer om zowel in het noorden als in het zuiden van het land bekend te zijn. Hoewel die twee gemeenschappen sterk van elkaar verschillen, passen we ons aan.”

Tijdens het concert zette je je muzikanten geregeld in de schijnwerpers. Hoe belangrijk is de band voor de manier waarop jouw nummers op het podium tot leven komen?
“Ik heb bijzonder veel respect voor hen. Het zijn uitstekende muzikanten en we kunnen het heel goed met elkaar vinden, ondanks het leeftijdsverschil. We vormen een echt team. Hun mening is voor mij dan ook belangrijk wanneer we beslissen welke nummers we op het podium zullen brengen.”

Je optreden combineerde eigen nummers met verschillende covers. Hoe kies je de covers die je wilt brengen? Moet zo’n nummer iets over jezelf vertellen?
“Nee, niet noodzakelijk. De keuze wordt gemaakt door mijn muzikaal directeur en mezelf. Ik wil vooral plezier beleven op het podium en tegelijkertijd mijn publiek een fijne tijd bezorgen.”

Op het podium schakel je moeiteloos tussen emotionele momenten en feestelijke, dansbare passages. Welke kant past het best: de gevoelige zangeres, de krachtige vertolkster of de entertainer die het publiek laat dansen?
“Al die elementen samen vormen de show. Bovendien is geen enkel optreden hetzelfde. Ieder concert is anders.”

Wanneer je terugkijkt op je volledige carrière, is er dan een nummer, album of periode waarop je bijzonder trots bent, maar die volgens u nog te weinig bekend is bij het grote publiek?
“Ja, er is een album waarbij ik heel nauw betrokken was en waarvan de muziekstijl niet meteen door het publiek werd verwacht. Dat is Make Up, een album dat u zeker eens moet beluisteren. Ik had mensen als Ozark Henry, Dani Klein, Adamo en Anthony Sinatra gevraagd om eraan mee te werken.”

Heb je na veertig jaar carrière nog dromen of muzikale projecten die je absoluut zou willen verwezenlijken?
“Ja, die heb ik, maar ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment! De toekomst houdt mij minder bezig.”

Als je de echte Sandra Kim vandaag in één zin aan het publiek zou mogen voorstellen, ver weg van alle etiketten en het Eurovisiesongfestival, wat zou je dan zeggen?
“Authentiek!”

Pics homepag @Danny Wagemans Photography

Fijne dank voor de fijne babbel, veel succes in alles wat je doet , we blijven het op de voet volgen

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek. Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Voor hun optreden op Fonnefeesten - https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/103583-fonnefeesten-2026-dag-5-wat-een-intensiteit-van-aenima-en-een-afscheid-in-majeur-van-channel-zero  hadden we een fijne babbel met de band over hoe dat in zijn werk gaat? Wat is de drijfveer, de plannen en de ambitie

Ænima bestaat inmiddels al geruime tijd. Hoe is het project oorspronkelijk ontstaan, en wat was de aanleiding om jullie zo intensief op de muziek van Tool te richten?
Mario: Het is heel naturel ontstaan, door enkele mensen die gewoon de muziek van Tool wilden spelen voor mensen die graag live naar de muziek van Tool luisteren. Niets meer en niets minder eigenlijk. In 2015 begonnen Jay en Joris, die net Los Bastardos del Bronco hadden achter zich gelaten, samen te brainstormen over een nieuw project. Dik 10 jaar later ben ik de enige overgebleven van de oorspronkelijke bezetting, door het leven dat nu eenmaal gebeurt.

Tool staat bekend om complexe composities, ongewone maatsoorten en lange, gelaagde nummers. Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen bij het live brengen van die muziek?
Stephan: Zonder afbreuk daaraan te doen, een AC /DC tribute zouden we nooit doen. Wat we doen , doen we gewoonweg uit passie voor de geniale muziek van Tool. Die passie delen we allemaal, en dan gaat dat allemaal een beetje vanzelf.
Timmy: De grootste uitdaging blijft toch om een manier te vinden om het kritische Tool-publiek mee te trekken in de ervaring die we ook voor onszelf creëren op het podium. Aan hen om te oordelen of we daar in slagen.

Ik zag jullie in 2018 live in De Casino en schreef toen dat jullie veel meer brachten dan een gewone tribute-act. Nooit overwegen om dat in nummers te brengen?
Joshua: Dat ligt moeilijk, we hebben allemaal andere projecten waar we ons ei in kwijt kunnen. En in de meeste gevallen zijn dat nummers die moeilijk daarnaast kunnen liggen. Daarom doen we met dit project specifiek Tool nummers.

Het is nu ook niet dat dit een ‘zijproject is dat je er even bij neemt’, jullie nemen dit wel serieus op?

Mario: Zoals daarnet al gezegd weten we voor welk publiek we spelen. We zijn zelf fanatieke Tool fans, en dus zijn we super kritisch als we b.v. een andere Tool tribute bezig zien. De lat ligt heel hoog, we komen er niet mee weg als we maar half werk afleveren.

Hoe bereiden jullie een nieuw Tool-nummer voor? Wordt alles noot voor noot geanalyseerd, of laten jullie ook ruimte voor een eigen interpretatie?
Timmy: De nummers heel goed beluisteren, en keuzes maken, en vooral daarbij elkaar aanvullen en aanvoelen is het belangrijkste. Vroeger was dat een pak moeilijker want toen was er nauwelijks beeldmateriaal waar we op kunnen terugvallen. Nu kunnen we de nummers verbinden aan beelden, dat scheelt in keuzes maken. Soms gebeurt het dat we een nummer instuderen en denken: ‘Hij speelt het zo!’, en dan is het totaal anders (lacht).  En dan moeten we daar weer op in spelen.  Het is een kwestie van voortdurend schakelen en elkaar aanvullen daarin.

Waar ligt voor jullie de grens tussen zo trouw mogelijk blijven aan Tool en toch een eigen identiteit als band ontwikkelen?
Mario: Wij willen de nummers brengen zoals Tool ze brengt. Ons publiek moet de ogen kunnen sluiten en zich op een Tool optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar zo hoog moet de lat liggen. Onze fans en wijzelf zijn niet gek van compromissen hierin (lacht).

Jullie noemen jezelf ‘A Tool Experience’. Wat betekent dat woord ‘experience’ voor jullie, en waarin onderscheiden jullie je van een klassieke tribute- of coverband?
Stephan: Dat is er later bij gekomen, toen we op het podium merkten dat de beleving toch helemaal anders is dan in het repetitiekot. We zitten met een kritisch publiek. In het begin voelden we de energie die we op het podium brachten maar moeilijk terugkomen uit het publiek. Langzaam maar zeker komt dat goed en dat is voor ieder wel iets apart. En dat is dus die ‘experience’.

Wanneer zie je dat zo een experience geslaagd is? Want een Tool publiek zal je niet gauw in een moshpit zien of zo..
Timmy: De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee.

Hoe belangrijk zijn de visuals, belichting en de algemene podiumbeleving? Worden die bewust afgestemd op de muziek en de sfeer van elk nummer?
Mario: We zorgen er eerst en vooral voor dat de nummers klinken zoals het hoort. Geen improvisatie wat dat betreft. Jarenlang werkten we met Nico, een visual artist die zelf beelden maakte gebaseerd op wat Tool zoal brengt in zijn shows. Het is een essentieel deel van de experience, om op die manier ons publiek compleet mee te krijgen.  De mensen kennen de muziek, en als het totaalplaatje klopt, dan ontstaat er altijd iets magisch.

Als ik het goed begrijp, spelen jullie de nummers gewoon zoals ze zijn? bij sommige tribute bands zie je dat ze daar iets mee doen …
Joshua: Dat is ook niet de bedoeling. Er is bij Tool nummers niet zoveel ruimte om te improviseren eigenlijk. De muziek is op een manier ook een beetje heilig, en denken dat je er iets beter van kan maken zou misschien ook een tikje arrogant zijn. Alleen in de visuals, daarin hebben we de kans om mee een universum te scheppen.  Zo voelt het aan als een cinema met een band die vooraan staat te spelen, een filmische beleving.

Tool heeft een bijzonder trouwe en kritische fanbasis. Voelen jullie extra druk wanneer er doorgewinterde Tool-fans in de zaal staan?
Stephan: Dat wisten we toen we eraan begonnen. En dat lukt tot op heden best prima.

Op Fonnefeesten was er nog een extra probleem, hoe doen jullie dat dan met een ‘mainstraim publiek’; doen jullie een soort best of (bewust)? Of hoe zit dat?
Mario: Sowieso. Fonnefeesten wordt een ‘Greatest Hits’, als zoiets bij Tool al bestaat. Ook dan breng je dus de essentie van Tool, alleen gaan er meer mensen nummers herkennen.

Jullie brengen soms een volledig Tool-album integraal. Is zo’n albumshow een andere uitdaging dan een set met nummers uit verschillende periodes van Tool?
Mario: Voor de 30-jarige viering van het legendarische ‘Ænima’ album brengen we dit jaar het album integraal van de eerste tot de laatste noot. Daar zijn natuurlijk nummers bij die we niet spelen voor een publiek zoals op Fonnefeesten. Die kun je alleen maar brengen voor doorwinterde fans. Als je een album integraal brengt ligt de spanning helemaal anders.

Past de muziek van Tool niet beter in een club dan op een festivalpodium of is dat ver gezocht?
Timmy: Mensen hechten soms wat te veel belang aan locatie. Het publiek van sommige bands groeit door de jaren sterk aan, denk aan AmenRa. Bovendien, ooit was iedereen muisstil op festivals. Als je naar Tool gaat in een zaal, nemen ze je smartphone af als je staat te filmen. Om die nummers voor te bereiden was het de max om dat op een festival te kunnen doen, om ons daarop voor te bereiden. Dus .. het hangt wat van situatie tot situatie af, maar is niet concertzaal of festival plein gebonden.

Zijn er Tool-nummers die jullie bewust niet spelen omdat ze technisch, vocaal of productioneel te moeilijk zijn om live te reproduceren?
Mario: Ook dat hangt van situatie tot situatie af. Bij onze eerste passage in zaal Casino kwam de stagemanager, ook een Tool fan, nadat we het nummer H en Jimmy van op Ænima hadden gespeeld, ons zeggen: ‘Zalige nummers, maar ik zou dat niet brengen op een festival’.  En inderdaad, je kunt die niet spelen voor een breed publiek. Dan gaan ze pinten halen .. dus ja we houden daar zeker rekening mee, dat we op festivals bewust nummers niet spelen die in een zaal beter tot hun recht komen.

Hebben jullie zelf een favoriet Tool-nummer om te spelen, en is dat ook het nummer waar het publiek doorgaans het sterkst op reageert?
Timmy: The Grudge! Eén van de beste rocksongs aller tijden. Ik content, en het publiek ook (lacht)

Wat hebben jullie door Ænima geleerd als muzikanten en als groep? Naar jullie andere projecten toe bijvoorbeeld?
Joshua: Vooral die sound en dynamiek van Tool, al dan niet door de studies waarin de muziek van Tool altijd wel aanwezig is geweest. We nemen dat op een of andere wijze zeker mee in onze andere projecten. Dus vooral op dat vlak hebben we door Tool nummers te spelen, daaruit iets geleerd om te gebruiken bij wat we los daarvan doen.
Stephan: Ik ben beginnen luisteren naar Tool ongeveer wanneer ik gestart ben met drummen. Doorheen mijn studies is Danny Carey dus altijd aanwezig geweest. Ik heb zelfs mijn eindexamen gespeeld in teken van Tool-nummers. Omdat ik leerde drummen met Tool in de figuurlijke achtergrond, zit dat gebakken in mijn manier van spelen. Ik zou het zelfs niet uit mijn drumstijl kunnen weg krijgen, als ik zou proberen, dus het is onvermijdelijk dat ik het ook hanteer bij andere groepen waar ik in speel.

Welke ambities of plannen hebben jullie nog met Ænima? Zijn er albums, producties, podia of landen die jullie graag nog willen verkennen? Buitenland?
Mario: Zolang het in één weekend kan is alles mogelijk. Maar stel dat een promotor zegt, ‘Jullie kunnen een maand op toer’; wel dat gaat met ons werk en gezin niet lukken. We moeten daar realistisch in zijn. We hebben al meer shows gedaan in Nederland dan in eigen land. Vooral wat tribute bands betreft loopt men hier precies wat achter.
Joshua: Maar zeg nooit “nooit”…

Nochtans hoor ik veel organisatoren net zeggen dat als ze een affiche maken met tribute bands is die zaal uitverkocht , merken jullie dat dan ook? En het verschil met jullie eigen projecten?
Timmy: Zeker een vast, het is een tendens die al een tijdje bezig is. Maar het publiek kiest, en heel veel mensen kiezen voor ‘veilig’. Voor onze andere projecten is dat vaak jammer. Gelukkig kijken niet alle organisatoren alleen maar naar de portemonnee en krijgen eigen projecten met originele muziek toch ook nog kansen. Maar het zou best wat meer mogen zijn (lacht)

Zouden jullie, dit wetende, niet overwegen om nog enkel die Tool experience te doen, en de andere projecten niet meer?
Joshua: Creatief gezien zou dat wel een jammer zijn. En om even terug te komen op wat we daarnet zeiden; als je een AC/DC tribute doet liggen de kaarten anders. Dan kun je bij wijze van spreken op elk stadsfestivalletje, in elke club en menig café gaan spelen. Dat is met een Tool Experience toch even anders, ook dat zorgt ervoor dat we nooit alleen dit zullen doen.
Timmy: Want als wij de experience willen overbrengen hebben we natuurlijk een goede muziekinstallatie nodig maar ook een degelijk projectiescherm-met-beamer of LED-wall… anders kunnen we dit gewoon niet brengen. En dat kost natuurlijk geld.

Jay is er door zijn werk en andere omstandigheden mee gestopt onlangs, wanneer stopt het voor jullie eigenlijk?
Mario: Aangezien ik de enige ben die een organisch instrument bespeelt zal ik wel als eerste de pijp aan Maarten geven zeker! (lacht). Maar dat zal nog een tijdje duren als ’t God belieft.

Tot slot: stel dat iemand Tool nog niet kent en ook nog nooit van Ænima heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om jullie live te komen ontdekken?
Stephan: hem een pint beloven die hij krijgt na het eerste nummer?
Mario: Als je zegt dat de band zijn nummers baseert op de Fibonacci code, dan ben je toch direct verkocht. Enough said.

Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen

Pagina 1 van 207