logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Deftones

Zelfverzekerde Deftones serveren withete alt.metal

Geschreven door

Beste muziekliefhebber, welke verschrikkelijke trauma’s heeft U mogelijks over gehouden aan de term ‘nu-metal’? De kans is groot dat het ego van Limp Bizkit frontman Fred Durst, de ontspoorde doedelzak van Korn opperhoofd Jonathan Davis of de hapklare raprock van Linkin Park in dit verband een belletje doen rinkelen. Ook de uit Sacramento, CA afkomstige Deftones leken heel even op weg om de zoveelste nu-metal act in rij te worden, maar sinds het verschijnen van hun mijlpaal en voorlopige magnum opus ‘White Pony’ in 2000 denken we daar heel anders over. Frontman Chino Moreno liet zich op dit album naar eigen zeggen inspireren door de zangstijl van PJ Harvey en evolueerde hierdoor van indrukwekkende brulboei tot meester in hard-zacht nuances. Deftones verheffen lawaai tot kunst, en draperen hun gitaarmuren bij gelegenheid met etherische soundscapes.
Moreno & co zijn nooit echt vrolijke jongens geweest, en daar kwam zeker geen verandering in toen twee jaar terug bassist Chi Cheng na een autocrash in een maandenlange coma belandde. Het album dat op dat moment bijna een feit was, met als werktitel ‘Eros’, werd prompt verbannen naar de kluizen. Deftones werkten met voormalig Quicksand bassist Sergio Vega hun tourverplichtingen af, wat hen vorige zomer o.a. op Pukkelpop bracht, en doken met Vega vervolgens de studio in voor de opnames van het vorige maand verschenen ‘Diamond Eyes’. Met dit nieuw werkstuk keren Deftones overtuigend terug van nooit echt weggeweest, en lijkt de groep nog steeds heel erg populair getuige de druk bezochte ruilkassa die de AB vlak voor de aftrap van dit uitverkochte optreden opende.

Het publiek kon zich geen betere opener wensen dan “Diamond Eyes”, titelnummer en tevens nieuwe single uit de jongste Deftones worp. Een aanzwellende synth intro van Frank Delgado, een kurkdroge riff van Stephen Carpenter, het akelig strakke ritme van tandem Sergio Vega en Abe Cunningham, en de melancholische zang links en rechts onderbroken door een manische oerschreeuw van Moreno: de nummers op het jongste album mogen dan al wat minder experimenteel dan vroeger klinken, aan het beproefde recept lijkt de groep weinig te hebben gesleuteld. De groep liet van meet af aan een heel ontspannen doch gretige indruk, en zoals steeds moest Moreno maar weinig moeite doen om alle aandacht naar zich toe te trekken. De ooit zo imposante frontman heeft intussen de nodige kilootjes verloren, en leek hierdoor -in alle betekenissen van het woord- scherper dan ooit te staan. Tussen zijn monitors staat gewoontegetrouw een voetbankje verscholen opgesteld van waarop Moreno het legioen Deftones aanhangers begroet, observeert en ophitst. Alsof dat laatste nog nodig was wanneer reeds vroeg in de set met “Feiticeira”, “Knife Party” en “Elite” drie klassiekers op rij uit het meesterlijke ‘White Pony’ gloeiend heet werden opgediend. De songs kregen bovendien nog wat extra dimensie door sobere spooky visuals.
Na een vlammende start namen Moreno & co wat gas terug met het epische “You’ve Seen The Butcher” en vooral met “Sextape”, een luchtig doch bloedmooi popnummer waar ook Faith No More vroeger meer dan eens mee weggekomen is. Wat er ons meteen ook deed aan herinneren dat, net als Mike Patton, ook Chino Moreno over een indrukwekkend breed stembereik beschikt dat zowel fluisterend, croonend als schreeuwend onder je vel kruipt. Geen wonder dus dat Moreno’s strot nu en dan wel een slokje kruidenthee kon gebruiken, zeker als je er vervolgens ook nog een heerlijk oudje als “Minerva” moet uitpersen. Zelfverzekerd en zichtbaar genietend van de publieksrespons wisselde de groep dergelijke oudjes af met het nieuwe werk waarvan wij vooral het heerlijk dreigende “Prince” en een alweer opvallend melodieus “Beauty School” onthouden.
De finale werd ingezet met een trits nummers uit het doorbraakalbum ‘Around The Fur’ (1997); voor zover dat nog niet gebeurt was veerden nu ook de oudere fans recht op de tonen van “Be Quiet And Drive (Far Away)”, “Around The Fur” en het onvermijdelijke “My Own Summer (Shove It)”. De kers op de taart kwam er met alweer twee prijsbeesten uit ‘White Pony’. Ook zonder het gigantische strot van Tool’s James Maynard Keenan blijft “Passenger” moeiteloos overeind, en met “Change (In The House Of Flies)” hebben ook de Deftones na twee decennia zwoegen hun eigen “Stairway To Heaven” te pakken.

Na een zowel voor groep als publiek uitputtende set kwamen de Californiërs nog één keer de neus aan het venster steken met twee nummers die vooral de fans van het eerste uur moesten plezieren. “Root” is een korte en felle crossover eruptie daterend uit de tijd dat Deftones nog druk op zoek waren naar een eigen muzikale identiteit, en pronkt op het debuut ‘Adrenaline’ uit ’95. Uit datzelfde debuut werd “7 Words” als slotakkoord en als broederlijke steunbetuiging aan de inmiddels langzaam revaliderende bassist Cheng geserveerd.
“Was dit dan een perfect optreden?” hoor ik U dan denken. Wel, we moeten hard ons best doen om daar iets tegen in te brengen. Geen nummers uit het ferm onderschatte vorige album ‘Saturday Night Wrist’, en dus ook geen “Hole In The Earth” of “Cherry Waves”? Teveel pauzes tussen de nummers? Nee, onbelangrijke zaken laten we liever aan de politiek over. We zijn al dik tevreden dat Deftones met verve hun derde decennium als alt.metal pioniers lijken in te gaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Marina & The Diamonds

Marina & The Diamonds: frisse speelsheid van een popdiva-in-wording

Geschreven door

De 24 jarige half Welshe, half Griekse Marina Diamandis schiet de hoogte in met het debuut ‘The family jewels’, frisse, zwierige hitparade en balladpop, voorzien van een stevige scheut elektronica, bombast, galm en kitsch en die een mate van theatraliteit en dramatiek uitstralen. Een meerwaarde is alvast de uitbundigheid, de levenslust en zelfverzekerde houding van de mooi ogende jonge Diamandis, die over een expressieve stem beschikt. Ze voelt zich duidelijk goed in haar vel. Ze entertaint haar fans door haar performance en choreografie. Mooi is het allemaal, de act, de attributen en de kledingwissel met een gepaste dosis zelfrelativering.
De singles “Hollywood” en “Mowgli’s Road” kregen al heel wat airplay en zorgden ervoor dat ze binnen de ganse rits vrouwelijke opkomende artiesten Ellie Goulding, Little Boots, La Roux, Florence Welsch en Kesha al haar plaatsje innam. Trouwens, ze eindigde nog tweede in de race naar de BBC’s sounds of 2010. Tja, ze kijkt op naar artiesten als Gwen Stefani, Britney Spears, Kate Perry en de gadgets van Lilly Allen en Lady Gaga. Op een speels enthousiaste wijze verwerkt ze er invloeden van. Maar ook de intimiteit van een Regina Spektor en Heather Nova, de wave van Toni Halliday van het oude Curve, Catherine Ringer van Les Rita Mitsouko en Natasha Khan van Bat For Lashes. En tot slot kunnen we niet omheen Amanda Palmer (Dresden Dolls) en Kate Bush in de gimmick, de gig en de muziek.

Een goed uur lang kregen we deze zaken voorgeschoteld van Marina & The Diamonds en flitsten de invloeden ons door het hoofd. Ze goochelde maar al te graag met haar stem en ondanks het feit dat het er misschien soms over was, hielden we van de frisheid, de groovende, huppelende ritmes en haar uitstraling. In de eerste songs “Girls”, “17”, “The outsider”, “I am not a robot” en “Oh no” was het duidelijk dat zij zich ontpopte als een grootse popdiva-in-wording en dat ze er stond als artieste. De synths en toetsen gaven kleur en dynamiek. De singer/songwritster in haar kwam naar boven in het ingetogen “Numb” dat ze solo speelde op piano en “Obsessions”, die een spannende opbouw had. Op “Shampain” hoorden we zwaar aangezette partijen en een disco tune, die net als de single “Hollywood” en “Guilty” de nokvolle Rotonde aanzette tot de eerste danspassen. Ook het nieuwe “Rootless” bleek een veelbelovend nummer.
In de bis keken we eerst op naar de lingerie die in haar kleedje was verwerkt en kregen we een stevige “Mowgli’s road”, die de diverse stijlen van haar sound overtuigend samenvatte …

Ondanks de stijgende populariteit waande ze zich in haar living room. De toekomst wenkt van een grootse artieste, die performance, entertainment en gig evenwichtig verdeelde …als een volleerde actrice en zangeres ging ze te werk, zoals op een reclamespot … je bent jong, spontaan en joviaal … je wilt wat … én je kan wat … Die kans nam ze … en wij namen de kans met beide handen om haar nog te zien in de kleine pittoreske Rotonde …

Organisatie: Botanique, Brussel

Jamie Cullum

Jamie Cullum - Jazzy Jamie goes pop

Geschreven door

Jamie Cullum slaagde er misschien niet in Vorst Nationaal helemaal te vullen, maar zij die erbij waren in de ‘Club’ begin juni 2010 stroomden neuriënd buiten, vol- en aangestoken door de energieboost van de Engelse pianist-singer die steeds meer het jazzpad links laat liggen en zich tot een poppy entertainer ontwikkeld heeft.
The Pursuit’ (November 2009) heet – na ‘Twentysomething’ en ‘Catching Tales’ het meest experimentele van zijn drie full albums te zijn. In elk geval is het de plaat waar hij het langst over deed, zo’n kleine vier jaar toch. Zijn concerten blijven echter even experimenteel als gedegen en gedreven. Jazz, ja zeker, maar zo veel meer. Zo veel lekkers ook. En niet enkel voor de vrouwelijke fans onder ons.

Klokslag 21u – na de matige opwarmer van Lauren Pritchard – sneed de virtuoos een volle twee uur durende musiccake aan met zijn hit “I’m all over it”: stevig meteen maar het catchy refrein had weinig tijd om te blijven hangen, want er waren nog zo veel andere indrukken op komst. ”Just One Of Those Things” bijvoorbeeld, de opener van zijn laatste cd, volgde gedwee. Beetje speciaal qua zang, maar met een leuke jazzy groove en met een sax-moment om dan al u tegen te zeggen. Dat was één van de weinige momenten dat zijn band uit de schaduw mocht treden, want het was overduidelijk de Jamie Cullum show met de witte spot vooral op hem gericht. Even waren er wat probleempjes met het geluid, maar die werden snel – zij het niet onopvallend - recht gezet en aan Cullum zelf viel niets te merken.
Van romantisch over jazz naar uptempo terug nog offtempo, hij wist zich te ontpoppen tot een nog veelzijdiger muzikant in het bijzonder, artiest in het algemeen. En hij pikt en vervormt, maar met een duidelijke meerwaarde. “Don't Stop The Music” van Rihanna kreeg een experimenteel kleedje en het stond mooi. Echt en eerlijk, verrassend sexy incluis. “Twenty Something” liet hij door de contrabas sterk eindigen. De zaal ging even alleen door na de laatste haal en Mister Jamie pikte er gewiekst op in. “Photograph”  zette dan weer even zachtjes de drummer op de voorgrond en Cullum ging zichzelf samplend verder terwijl hij – zijn gekend en publiekopwindend trucje – zijn piano op een klopronde trakteerde. “These are the days” zorgde opnieuw voor lekkere ambi in Vorst en even zette hij bij “We run things” het feestje zelfs zonder micro voort. Bij ,Het eerste dat je ons ooit hoorde spelen’ ging de zaal weer zachtjes meewiegen: “What a difference a day makes”, een schitterend duel-duet met de sax trouwens! Zijn contrabas mocht dan weer intens “I get a kick out of you”  inzetten vooraleer hij Gene Kelly arm in arm liet dansen met Rihanna, natuurlijk al ‘zingend in de rain’ onder haar ‘umbrella’.
Had El Jamie het ooit gelezen van de schaal van Richter die Vorst op zijn kaart zette toen Faithless er passeerde? In elk geval was zijn “Let’s make this building shake” een vingerwijzing die insloeg. Met de nodige “ooo-ooo”-momenten lukte het wel. En dan was het plots 23 uur en zij waren af. Het publiek zong verder en de band keerde snel terug voor nog twee bissertjes. Eerst het enthousiaste “Wind cries merry” en daarna kuste Cullum helemaal alleen met het ingetogen “Grand Torino”, de titeltrack van de gelijknamige film van Clint Eastwood, zijn fans genacht.

Wie er nog mocht aan twijfelen: Jamie Cullum is niet langer dat jazzpianist-artiestje. Hij is een gefortuneerd entertainer die voor iedereen muziek wil maken. Noem het poppy, wij noemen het sterk.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Band of Skulls

Band Of Skulls: rock’n’roll pur sang

Geschreven door

Trouwe Botaniquebezoekers weten het ondertussen reeds langer dan vandaag … een verstandig muziekfan is beter op tijd want meestal zijn de voorprogramma’s nieuwe ontdekkingen die wel eens groot zouden konden worden.
Gisteren konden we reeds het Ierse Sisters Lovers bewonderen bij Kate Nash maar vandaag koos de Botanique voor nieuw Belgisch (nu ja, half Italiaans) talent met de groep Romano Nervoso.
Meteen bleek dat de groep zijn naam niet gestolen heeft want vanaf de eerste momenten gedroeg zanger
Giacomo Panarisi zich als een Mike Patton in zijn jonge dagen. Al snel bleek het podium voor deze mens te klein en razend enthousiast liep hij doorheen de Rotonde op zoek naar vrouwelijk schoon, en vooral op zoek naar waar deze groep recht op heeft : een beetje erkenning.
Toegegeven, Waalse topbands zijn op je één hand te delen maar deze groep maakte een soort van aanstekelijke stonerock die verrijkt was met invloeden als de vroegere ZZ Top of Wolfmother, maar vooral door een waslijst van groepen die de jaren ’70 onveilig maakten (en dan grabbelen we terug in onze platenbakken om ergens uit te komen bij Thin Lizzy).
Giacomo is zonder twijfel één van de meest aangename podiumbeesten die ik gezien heb, zonder ooit zijn waardigheid te verliezen en natuurlijk kon deze grapjas het niet laten om naar de huidige Belgische politiek te verwijzen en in twee talen sprak onze vriend zijn wens uit dat België vooral België mocht blijven.  Om dit te staven kwam onze lolbroek op het einde van het optreden plots opdraven met een gemeentebord van La Louvière … neen, we zien niet alle dagen zo’n act maar dit waren geen amateurs, dit was Waalse klasserock die je een kans moet geven….

Klasserock was wel het minste wat je van de nieuwe belofte Band Of Skulls kan zeggen. Russell, Emma en Matt mogen dan wel Brits zijn tot op het bot, toch klinkt hun debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’ zeer Amerikaans en meteen denk je aan fantastische releases op Touch & Go Records, of zoiets als Subpop in de begindagen. Blijkbaar heeft ook het Belgische publiek dit begrepen want de Rotonde zat goed gevuld ook al was het niet zo lang geleden dat dit trio hun showcase gaf in de Witloofbar, en zanger Russell Marsden kon het dan ook niet laten om hier een grapje over te maken, “Last time we were here, we played in the basement”. Als er zoiets als een Botanique-hiërarchie bestaat, dan spelen deze Engelsen de volgende keer in de Orangerie want dit was één van de fijnste concerten die ik de laatste tijd mocht aanschouwen.

Het geluid van deze mensen is quasi perfect te noemen. Emma’s bass trilt zo hard dat je daadwerkelijk de Rotonde voelt trillen terwijl Russell over een ongelooflijk breed gamma van pedalen beschikt en die ook daadwerkelijk gebruikt. Trouwens zelden gezien maar bij bijna elk nummer kreeg Russel een andere gitaar toegediend wat Band Of Skulls deed aanvoelen als een groep die over oceanen van gitaargeluiden beschikt.
Soms is het psychedelisch, soms denk je aan Kings Of Leon, soms denk je aan Galaxie 500, soms aan de onderschatte Nikki Sudden, even zelfs aan Neil Young maar binnen een paar jaar zal je vooral aan Band Of Skulls denken want deze groep heeft alles in zich om zeer groots te worden.
Rock ’n’roll pur sang, maar zeker niet met het verstand op nul. Prachtconcert en meer moet je daar niet aan toevoegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Band of Skulls

Baby darling doll face honey

Geschreven door

Het Britse Band Of Skulls uit Southampton van het trio Russell Marsden (zang/gitaar), bassiste Emma Richardson (bas/tweede zang) en drummer Matt Hayward plaatsen zich meteen in de spotlights met het overtuingende debuut ‘Baby darling doll face honey’. Ze brengen Led Zeppelin, The White Stripes, The Black Keys, The Kills, The Raconteurs, Black Mountain en het oude Smashing Pumpkins samen.
Toegankelijke en aanstekelijke garagerock’n’roll, rauwe en vunzige stonerblues en een stevige scheut alternatieve indierock. Ze behouden een subtiele melodielijn en verliezen zich niet in oeverloze soili. Allemaal gedoseerd en beheerst. De samenzang geeft kleur aan het materiaal.
De eerste songs “Death by diamonds & pearls” en “I know what I am” scherpen meteen de aandacht. Op de plaat vinden we ook enkele heerlijk ballads als “Honest”. Of je geraakt gefascineerd door Led Zeppelin op “Hollywood bowl”. De afsluitende songs “Blood”, “Dull gold heart” en “Cold fame” klinken uitermate doorleefd en durven refereren naar de begindagen van The Smashing Pumpkins van het oude ‘Gish’ door de sfeervolle, dromerige intensiteit, de variaties en de tempowisselingen.
Band Of Skulls zorgt voor schurende emotionaliteit en broeierige, bezwerende trips … straf, onweerstaanbaar en fraai …eerlijk, puur en oprecht …

Good Shoes

No Hope No Future

Geschreven door

Good Shoes is een beloftevol kwartet uit Londen die aan de tweede cd toe zijn. ‘No Hope No Future’ toont een sombere toekomst aan, die ze muzikaal omzetten in gave,gortdroge, puntige (Britpop) gitaarrock en postpunk. Het zijn catchy, frisse, hoekige, snedige en strak gespeelde songs die met een zekere swing worden gebracht; tav hun debuut ‘Think before you speak’ zijn enkele songs breder van opzet, in de zin van trager, slepender en die een meer desolate indruk nalaten.
De groep haalt invloeden van The Jam, The Buzzcocks en Wire aan en houden van de huppelende ritmes van The Gang Of Four; de nasale zang van Rhys Jones zweeft over de songs heen en gaat naar Mark E Smith van The Fall. De groep leunt aan geestesgenoten Futureheads, Maxïmo Park en Little Man Tate.
De single “Under control” lijkt wel de maatstaf van de cd en met het afsluitende “City by the sea” , dat leuk rammelt, helt het Londens kwartet over naar Pavement. Tof plaatje!

The National

High Violet

Geschreven door

Zouden er nog mensen zijn op deze wereldbol die nog nooit van The National gehoord hebben? Of je het nu wou of niet, The National werd sinds ‘Boxer’ uit 2007 uitgeroepen als één van de belangrijkste groepen van dit decennium. Het ging zelfs zover dat Obama één van hun nummers gebruikte voor zijn verkiezingscampagne en iedere concertganger zal ondertussen wel weten hoe ‘gemakkelijk’ het was om een ticket te bemachtigen voor hun concert in de AB op 21 november.
Met al de superlatieven uit het verleden wordt natuurlijk verwacht dat deze ‘High Violet’ op zijn minst één van de hoogtepunten uit 2010 moet worden en zelfs de derde plaats in de Top 10 zal nog niet goed genoeg zijn…
’High Violet’ bespreken is eigenlijk een ongelukkige opgave gewoonweg omdat de muziek van The National tot uiting komt na tientallen beluisteringen en het zal eigenlijk alleen de toekomst zijn die kan uitwijzen of deze plaat ‘Boxer’ kan evenaren of niet. Als je de cd moet samenvatten dan is ‘prachtig’ het kernwoord, en dat ligt niet alleen aan Matt Berninger’s stem. Meteen bij opener “Terrible love”hoor je dat dit een plaat is die je 45 minuten aan je stoel zal gekluisterd houden.
Het is trouwens een plaat die als een perfecte balans van deze tijd aanvoelt want op bepaalde nummers berijdt deze groep uit Brooklyn dankbaar de wegen van de verrezen new wave-revival (“Anyone’s ghost” klinkt als Joy Division terwijl “Conversation 16” Editors met een engelkoor is) en op andere nummers verkiest men de route van de Americana weg (op afsluiter “Vanderlyle Crybaby geeks” kun je Bon Iver horen, terwijl “Runaway” enorm dicht bij Leonard Cohen ligt.).
Of dit nu een plaat is die binnen een paar jaar in de Tijdloze 100 zal prijken is moeilijk te zeggen, maar ik weet nu al heel zeker dat ‘High Violet’ de komende maanden dicht in de buurt van mijn cdspeler zal liggen.

The Dead Weather

Sea Of Cowards

Geschreven door

Je mag van Jack White denken wat je wil maar de man is een bezig bijtje want deze ‘Sea Of Cowards’ is ondertussen de tweede cd van zijn derde groep (naast White Stripes en The Raconteurs) geworden. Naast White vind je er ook schoon volk als Jack Lawrence (The Raconteurs), Dean Fertitia (Queens Of The Stone Age) en Alison Mosshart (The Kills). Met zulke line-up heb je alle redenen om terecht te kunnen spreken van een supergroep maar in plaats van de luisteraar te overdonderen met een over geproduceerde plaat krijg je hier wat je best kan omschrijven als een lekker vuil garagerockplaatje dat zijn ziel ontleed heeft aan de psychedelische rock van de jaren ’60.
Alle nummers klinken spontaan en stralen een sfeer uit die je tegenwoordig enkel nog terug vindt bij groepen als Grinderman en natuurlijk Jon Spencer Blues Explosion, of in een ietsje verder verleden The Make Up. Deze prachtplaat werd uitgebracht op Jack White’s eigen label Third Man Records en ondanks het feit dat je hier met leden zit van vier verschillende megagroepen is er geen enkel nummer op deze cd die ook maar een beetje refereert naar deze bands.  
Het is overduidelijk dat deze groep zich liet inspireren door groepen als Jefferson Airplane, MC5 of zelfs The Doors maar door rauw, vies en vooral vitaal te klinken is deze plaat één van de betere aanraders van deze maand.

Paul Weller

Wake up the nation

Geschreven door

Weller, een klasbak van alle tijden en stijlen, heeft nog maar eens een puike plaat afgeleverd in de goeie ouwe traditie van wijlen The Jam, althans wat de duur van de nummers betreft, die zijn kort en spits. Niet dat we daarom het geluid van The Jam moeten verwachten -ook al mag bassist Bruxe Foxton een keertje meedoen op het fijne rockertje “Fast car, slow traffic”-, het is gewoon terug zo een typische Weller plaat die verschillende richtingen uit gaat maar nergens de weg kwijtraakt.
Veel variatie en verscheidenheid dus op dit album. Er is splijtende rock in “Moonshine”, knappe soul in “No tears left to cry” (waarin Weller wel heel dicht bij de betreurde Willy Deville aanleunt), onvervalste seventies funk in “Find the torch, burn the plans” (pure Curtis Mayfield), psychedelica in “7 & 3 is the strikers name” en stevige punkpop in “Two fat ladies”. In het buitenbeentje “Trees” zijn al die verschillende stijlen dan nog eens in één song gepropt, een mini rock-musical zeg maar (bij Pete Townshend op bezoek geweest, Paul ?).
Na de vette kluif die voorganger ’22 dreams’ toch wel was is dit alweer een boeiend en bruisend Weller album. Zo mag hij nog lang doorgaan.

Delphic

Acolyte

Geschreven door

Delphic is een beloftevolle Britse band. Ze hebben op hun debuut aanstekelijke, dromerig en soms dansbare songs klaar. In de tien nummers brengen ze popelektronica, rock, punkfunk, postpunk en ‘80’s synthpop samen, en er flitsen beelden van Pet Shop Boys, Bloc Party, Hot Chip, The Klaxons, LCD Soundsystem en Friendly Fires voor de ogen. Inderdaad, ze creëren een mooie, broeierige muzikale formule die een hoge graad van hitpotentie heeft, waaronder songs als “Doubt” en “This momentary”. Ook de drie lange tracks op de cd, “Counterpoint”, “Remain” en de instrumentale titelsong hebben een variërende, intrigerende opbouw, betoverende, bezwerende ritmes en klinken uiterst boeiend door de rijke invloedssferen. De synths en soundeffects nemen een prominente plaats in. Knap, leuk en goed is het debuutalbum.

Kate Nash

Kate Nash: ruwe bolster, maar blanke pit?!

Geschreven door

De besprekingen van de tweede cd ‘My best friend of you’ van Kate Nash, intussen 23 geworden, zeggen allemaal hetzelfde: het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurige jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Toegegeven, er staan zwakkere songs op de cd, die z’n weerslag live kunnen hebben; en na de liveset van vanavond zijn we terecht bezorgd en ongerust hoe de toekomst van deze lady er zal uitzien, want we zagen een zorgwekkende set.

Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid was er geen sprake meer. Muzikaal haspelde het kwintet nogal de nummers af, het feminisme werd torenhoog in het vaandel gehouden en onderhuids drong de gelatenheid en onverschilligheid door, die ze maar af en toe doorprikte met haar predikende stijl; van haar band slaagde de bassist erin drie/vierde van de set het publiek de rug toe te keren en de andere leden keken bijna niet op.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop was duidelijk op het achterplan geraakt. Er werd maar matig geput uit het debuut ‘Made of bricks’ wat het jonge vrouwvolkje wel ontgoochelde; we hoorden het aanstekelijke en de inleidende ‘friday night feeling’ van “Mouthwash” in het begin, de betoverende “Merry happy” en “Foundations”, middenin de set en een straf snedige “Pumpkin soup” als enige bis. Basta, daarmee was het verleden afgesloten. Het hier & nu van de tweede cd ‘My best friend of you’, drie jaar na haar debuut, kwam centraal te staan.
Nash, de ogen fel zwart gemaskeerd, begon alvast poppy aan de set met een broeierige “Paris”, en de huppelende ritmes van de eerste single “Doo wah doo” en “Kiss that grrrl”. Vroeger hoorden we nog wat vervolgen ‘60’s Motown music, maar dat werd opzij gezet door een rauwere, punky sound, gedragen door haar schreeuwerige vocals, die refereerden aan Karen O (Yeah Yeah Yeahs) en Nina Hagen, “Take me to a higher place” en “Don’t want to share the guilt” waren de eerste songs in die richting. Ze had haar toetsen en piano ingeruild voor gitaarlicks. Het publiek liet de nieuwe songs wat aan zich voorbij gaan. Ze kreeg wel de volledige aandacht op het solo gespeelde akoestische, ingetogen “I hate seagulls”.
Vervolgens neigde Nash met haar band naar een wisselvallige The Breeders en gingen ze deels de mist in op “I’ve got a secret”. Net als op “Mansion song” en “Model behaviour”, die ondanks de onverwachtse wendingen en de experimentjes uiterst gewaagd waren, maar stuurloos en onbeholpen een vreemd allegaartje samenbrachten. “I just love you more” gaf meer soelaas, was overtuigender en bracht Iggy’s “I wanna be your dog” en “Tame” van de Pixies samen.

Ze liet haar fans verdwaasd achter met een concert van ups & downs. Een jonge leeuwin met klauwen is ze wél geworden en muzikaal klinkt het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger.

De support was Sisters Lovers uit Ierland, die een handvol potentiële pretentieloze, puike gitaarsongs speelden. Ze hielden van Camper Van Beethoven en lieten ergens een meer afgelijnde Pavement horen. De songs hadden een broeierige, dromerige opbouw. Spannend verhaal dus van een veelbelovend bandje.

Organisatie: Botanique, Brussel

Megadeth

Megadeth, RIP 1990 – 2010, … doet zijn naam alle eer aan

Geschreven door

Persoonlijk had ik Megadeth al veel eerder willen en moeten zien, maar op één of andere duistere reden was me dit nog niet gegund. Ik keek er dan ook naar uit de Amerikaanse thrash metal band rond Dave Mustaine op 8 juni in de Brusselse AB te aanschouwen.
Megadeth mag gerust gezien worden als één van de pioniers van de thrash metal. De band werd omstreeks 1983 opgericht in Los Angeles door gitarist en zanger Dave Mustaine, die het Metallica nest had moeten verlaten.
Binnen zijn eigen band kreeg hij de kans om zijn uniek stemgeluid en virtuoos gitaarwerk ten volle te brengen en dat zijn net de twee zaken zijn, die karakteristiek zijn voor het Megadeth oeuvre. De band kende door de jaren heen heel wat veranderingen in de line-up, maar behaalde desondanks ook heel wat successen met ondermeer ‘Rust in Peace’ (1990) en ‘Countdown to Extinction’ (1992). In 2002 was Dave Mustaine verplicht de nodige rust te nemen na ernstige zenuwbeschadiging in zijn linkerarm. Maar Megadeth en Mustaine herrezen in 2004 met ‘The System Has Failed’, gevolgd door ‘United Abominations’ in 2007. Het recentste wapenfeit van Megadeth stamt uit 2009 en werd ‘Endgame’ gedoopt. Deze tournee was echter aangekondigd als ‘Rust in Peace 1990 – 2010’, dus ik verwachtte weinig nieuw materiaal.

Vooraleer Megadeth, met bezetting Dave Mustaine, Chris Broderick David Ellefson en Shawn Drover, het podium betrad werd de AB opgewarmd door Halestorm. Een Amerikaanse rockband die al een hele tijd actief is en momenteel aan populariteit wint. Dat kan te maken hebben met de knappe verschijning van zangeres- gitariste Lzzy en mogelijk ook met het drumwerk van showman Arejay, die niet verlegen is een drumsolo met megasticks te verzorgen. De band speelt strakke maar niet zo opmerkelijke rock.

Omstreeks 21u was de zaal tot de nok gevuld met Megadethfans van alle leeftijden, die luidkeels juichten bij de eerste tonen van de intro – een eigen versie van de intro van Black Sabbath's “Black Sabbath” – en de band enthousiast onthaalden. Megadeth ging in één lijn verder met ondermeer recent werk “Dialectic Chaos” en “Headcrusher” van op ‘Endgame’ en klassiek werk “Wake up Dead” uit het schitterende ‘Peace Sells … But Who’s Buying’. Toen was al duidelijk dat dit niet het optreden zou worden waar ik op gehoopt had. De klank werd geheel overstemd door de bassdrum en de stem van Mustaine, … Hij had ze duidelijk thuis gelaten, of Dave had er gewoon geen zin in.
Met een kort “Here we go” werd “Rust in Peace” aangezet en werden de nummers “Holy Wars… The Punishment Due”, Hangar 18” tot “Rust in Peace… Polaris” zondermeer afgehandeld. De klank was toen al bijgeregeld en de band hield er een stevig tempo op na, wat door het publiek wel degelijk gesmaakt werd. Maar op het podium werd weinig van dat enthousiasme overgenomen. Het enige lichtpunt was het onnavolgbaar en strak gitaarwerk van Dave Mustaine, die de ene riff na de andere afvuurde. Dat kan hij nog steeds als de beste, maar zijn teksten wauwelen tijdens deze show jammer genoeg ook. Gelukkig werd hij geregeld overstemd door het publiek dat er wél zin in had.
Na integraal RIP gespeeld te hebben ging Megadeth verder met “A Tout Le Monde” en met de woorden “These are the last words I’ll ever speak” hoopte ik dat dit de realiteit zou worden. De show ging echter verder met “Trust” en “Sweating Bullets”. Vanaf hier leek Megadeth de drive terug gevonden te hebben, maar het was vooral het enthousiaste publiek dat – ondanks alles – deze show redde en de klassieker “Symphony of Destruction” en toegift “Peace Sells” luid meebrulde.

De show was voor mezelf al iets eerder afgelopen. In de foyer van de AB vond ik een fris pintje en gelijkgestemden die – replicerend op mijn Tshirt – de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ van Life Of Agony veel beter vonden. Vesten werden ondertussen uit de garderobe gehaald, de uittocht was al begonnen. In de zaal waren er gelukkig wel enthousiastelingen voor de performance van Megadeth. Als fan kan ik alleen hopen om in de toekomst nog een goed optreden van hen mee te maken, maar van deze show kan ik enkel beklemtonen dat Megadeth zijn naam waar maakte, het optreden was megadoods.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Harlem

Harlem: dartele veulens vallen live wat licht uit …

Geschreven door

Aangekondigd in het Beurskaffee bleek het concert door te gaan in de Zolderzaal die we na een ellenlange reeks trappen bereikten. Unieke locatie waaraan een prachtig terras hoog boven Brussel is gekoppeld en die tijdens de zomermaanden gebruikt wordt om enkele muziekfilms te projecteren. Ook hier dezelfde ziekte als in zoveel grote steden: veel te lang wachten om het optreden te laten beginnen waarna men de groep voortijdig laat stoppen. Het overkwam hier ook het Israëlische Tv Buddhas, die ik onlangs nog zag schitteren in de 4AD. Hier waren ze een stuk minder maar dat had veel te maken met de akoestiek. Hun aan de seventies schatplichtige harde rock bleef te veel galmen onder de metalen dakplaten. Toch was het weer genieten van die spetterende gitaren, een aan Zen Guerrilla herinnerende brulboei en een ,ondanks haar wel erg rudimentaire spel, adembenemende drumster.

Harlem, afkomstig uit Tucson, Arizona maar inmiddels verkast naar Austin, Texas, had minder te klagen van de klank maar toch bleek dit een slag in het water. Nochtans heeft dit drietal twee behoorlijk goeie platen uit met de niet mis te verstane titels ‘Free drugs’ en ‘Hippies’. Op vinyl weet hun rammelpop, een soort Black Lips light, wel te beklijven maar live viel dit veel te licht uit. De bandleden sprongen als dartele veulens in het rond maar dat kon niet verhelpen dat de voortdurende samenzang wat klungelachtig overkwam. Bovendien was zanger/drummer/gitarist Michael Coomers (het kan ook Curtis O'Mara geweest zijn, beiden spelen gitaar en drums en zingen en wisselen regelmatig van plaats) serieus dronken. Sommigen kunnen dit euvel ombuigen in een voordeel (cfr Jack Oblivian), hier was het ronduit gênant. Na zowat de hele ‘Hippies’ lp erdoor te hebben gejaagd volgden op het einde nog de krakers van de eerste plaat "Psychedelic tits" en "Caroline" maar zelfs dat kon het schip niet meer behoeden van het kapseizen. Maar misschien ben ik gewoon een ouwe zeur want zowat de ganse zaal stond zich in het zweet te dansen en wordt Harlem straks nog een hele grote.

Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

Magnapop

Chase Park

Geschreven door

Voor de iets oudere muziekliefhebber doet Magnapop ongetwijfeld een fijn belletje rinkelen. De band rond zangers Linda Hopper en gitariste Ruthie Morris bestaat al sinds begin jaren negentig. De band uit Atlanta won eerst aan populariteit in de Benelux waarna de rest van Europa en nadien ook de VS voor de bijl gingen.
De eerste twee realeases van de band werden  geproduced door ene Michael Stipe, midden jaren negentig zou hij de band zelfs meenemen naar Europa met de ‘Monster’-tournee van zijn eigen band. Magnapop scoorde vooral met de albums ‘Magnapop’ (1992) en ‘Hot boxing’ (1994) en met de nummers “Slowly Slowly”, “Open the door” en de onvervalste klassieker “Lay it Down”.
De band kende nadien wat personeelswissels en verzeilde in de anonimiteit. In 2005 verscheen de band even terug op het toneel met het weinig succesvolle ‘Mouthfeel’.
Anno 2010 doen ze opnieuw een poging om op de voorgrond te treden en brengen ze het album ‘Chase Park’ uit. De band speelde onlangs op het nieuwe ‘Masters of Rock’-festival in Torhout en later deze maand hebben ze nog een aantal andere optredens in België en Nederland.
Het leek ons daarom de moeite om de nieuwe plaat van naderbij te bekijken. Het valt meteen op dat Magnapop na al die jaren als twee druppels op de band uit de begindagen lijkt. De stem van Linda Hopper is nog steeds dezelfde en ook het gitaarwerk van Morris is amper veranderd. De band speelt nog altijd up-tempo nummers  en staat voor pop met een klein punkrandje. Jammer genoeg zijn er op deze nieuwe cd geen nummers te vinden die ook maar een beetje in de buurt komen van de vroegere hits, geen enkel nummer komt zelfs maar even boven de middelmaat. Misschien dat nostalgische fans van het eerste uur hier iets aan zullen hebben, voor ondergetekende is dit album een zware tegenvaller.

Flying Lotus

Cosmogramma

Geschreven door

Binnen de elektronica hebben we er een nieuwe weird bij, Flying Lotus aka FlyLo alias Steven Ellison, Usa. Hij is een elektronicabricoleur, in de voetsporen van Aphex Twin, Squarepusher, Venetian Snares en Mouse On Mars. Geen hapklare songs dus, maar een ingenieus avontuurlijk en broeierig brouwsel van underground elektronica, klassiek, hiphop en dance. De muzieklagen boxen niet tegen elkaar op en gaan niet over elkaar, maar de overgangen zijn er om sfeer te creëren. Een soort ‘I can do all things princip’. We horen alvast een vlammende start van korte gejaagde, verontrustende songs en kunnen even op adem komen op “…And the world laughs with you”, een song met Thom Yorke. Hij neemt wat gas terug en de klemtoon komt op sferische stukken met spacy sounds, jazz en triphop. Een closing final horen we alvast met “Sance op the pseudo nymph” en “Table tennis”, kunststukjes door weergaloze handclaps en pingpongballs.
‘Cosmogramma’ is mans werkstuk genaamd…een nieuw elektronica wonder is opgestaan … Hou er maar rekening mee …

The Black Heart Procession

6

Geschreven door

The Black Heart Procession, de band uit San Diego rond de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel, zijn toe aan hun zesde cd, simpelweg ‘6’ genaamd. De cd hoes is sprekend met twee tegenover elkaar staande kruisen. Het weinig vrolijke gezelschap brengt muzikaal een intens pakkende, doorleefde tristesse met verhalen over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( btw dit jaar wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!). De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle toetsen, vioolpartijen, gevoelig gitaargetokkel en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven, wat een donkere intimiteit in een breder rockend concept betekent. Rootsamericana durft het zelfs te gaan, zoals op “Witching stone”, “Forget my heart” en “Suicide”.
Sfeerdragers binnen hun doom zijn dan “Wasteland”, “Heaven & hell” en “In sulu” zijn dan pareltjes door Jenkins’ klaagzang en het gitaargetokkel, de pianotune en de zingende zaag, die zorgen voor de subtiliteit en klankkleur.
Op ‘6’ komt de band er alvast beter uit dan op vorige platen …

Bear In Heaven

Beast rest forth mouth

Geschreven door

Tja, die psyche roch heeft toch wel iets na de muzikale uitspattingen van Animal Collective, Fuck Buttoms en Yeasayer in de voetsporen van een Flaming Lips en Spacemen 3. Of het nu wat rauwer, dynamischer, lieflijker, dromerig of avontuurlijk klinkt, verrassend blijft het wel. Bear In Heaven uit Brooklyn, NY past probleemloos in het rijtje. Ze hebben op hun doorbraakplaat ‘Beast rest forth mouth’ een boeiende, bezwerende en broeierige luistertrip klaar onder de ruimtelijk zalvende zang van Jon Philpot. Popelektronica, ijle keyboards, indiewave, krautrock en classic rock uitstapjes sieren de plaat. Het zijn niet alledaagse maar onweerstaanbare popsongs, die vernuftig in elkaar zitten en een fraaie, aanstekelijke, groovende sound hebben. We zijn onder de indruk van die pulserende, opzwepende, spannende en minimalistisch opbouwende ritmes. Per beluistering winnen de songs aan zeggingskracht. “Wholehearted mess”, “You do you”, “Lovesick teenagers”, “Dust cloud” en “Casual goodkbye” tonen aan tot wat moois de band in staat is! Laat gerust je fantasie er maar op los, want deze band slaagt erin je mee te drijven in hun zweverige (synth)trips …

Balthazar

Applause (2)

Geschreven door

’Applause’, de eerste plaat van de Belgen van Balthazar is een absolute voltreffer. De band rond Maarten Devoldere en Jinte Deprez is natuurlijk ook niet de eerste de beste. Begonnen in 2004 won Balthazar  al snel Westtalent, het rockconcours van de provincie West-Vlaanderen. In 2006 stond de groep samen met The Hickey Underworld en The Black Box Revelation in de finale van Humo’s Rock Rally. Won Balthazar niet, dan kaapte ze wel mooi de publieksprijs mee. Daarna scoorde de band in diverse hitlijstjes met de eerste twee singles “This is a flirt” en “Bathroom lovin’ situations”. Balthazar speelde al diverse keren in het buitenland én op verschillende grote festivals als Dour, Marktrock en Dranouter.
Nu komen ze eindelijk met hun debuutalbum en die weet ons duidelijk te bekoren. Wie de catchy single “Fifteen Floors” ondertussen niet kent, leefde de voorbije maanden op een andere planeet: een leuk pianodeuntje, een zeer meezingbaar refrein en een dreigende bas. De hele plaat is trouwens opgebouwd rond de (groovy) basgitaar die gecombineerd wordt  met heerlijke melodielijnen en nonchalante en vaak meerstemmige zangpartijen. Op gepaste tijdstippen voegt men er nog wat vioolklanken bij en zo komt men tot elf heerlijke popnummers die stuk voor stuk zeer radiovriendelijk zijn. Hoewel de band beïnvloed is door groepen als Artic Monkeys, Das Pop, Gorillaz, The Streets heeft men onmiskenbaar een eigen geluid.
Iedere luisteraar en fan van de band zal bij het beluisteren van deze plaat zijn favoriete nummers hebben, maar als wij er enkele moeten uithalen zijn dat naast de genoemde single ook het puntige “Morning”, het tegendraadse en Millionaire-achtige “Hunger at the door” en “Blues for Rosann” waarbij de intro nogal aan Portishead doet gelijken. Ook “Throwing a ball” is een fantastisch nummer dat heel lang in je hoofd blijft hangen. Een luid applaus dus voor de debuutplaat van Balthazar!

International Hyper Rhythmique

Uncity Nation

Geschreven door

Bij vele Franse indiepopgroepjes heb je na het beluisteren nogal vaak het ‘net niet’-gevoel en dat is grotendeels te wijten aan het feit dat de Fransen zich wel eens durven bezondigen aan het zich blind staren op buitenlandse kopieën wat hun vaak niet meer maakt dan een flauw afkooksel.
Deze nieuwe band International Hyper Rhytmique zijn echter een uitzondering op de regel en dat merk je meteen al bij de eerste tonen van hun debuutcd, gewoonweg omdat het veel origineler  is dan de rest ook al hebben ze goed begrepen dat shoegaze weer in is. Dit trio kan je ook omschrijven als het familiebedrijf Martial-Guilhem want die zijn broers en zussen (we kunnen moeilijk geloven dat je niet ontroerd zal geraken door de vrouwelijke zang van Laurence) en het is duidelijk dat deze drie perfect op elkaar ingespeeld zijn, ook al lijkt deze plaat soms een beetje op een zoektocht naar welk geluid nu het best bij hun past.
Zo is “Six AM” niet ver af van een poppy Magnapop terwijl een nummer als pakweg “Carry Out” verwijst naar Mazzy Star of is “Fucked Up” iets als Granddaddy met vrouwelijke vocals (en dus geniaal prachtig).
We kunnen inderdaad over ieder nummer wel iets anders schrijven en dat maakt het misschien bij momenten een beetje een onsamenhangend geheel maar het is beslist een groepje die wat aandacht verdient. Volgens de laatste webberichten zou dit Frans trio weldra in de States spelen, als ze dus ooit groot zullen worden dan weet u meteen waar u het eerst over ze gelezen hebt …

The City

The City

Geschreven door

De Antwerpse zwaar getatoeëerde rockers van The City komen met een pittig album op de proppen. We horen vooral Guns ‘n’ Roses, maar de meligheid van die band hebben ze gelukkig niet overgenomen. In plaats daarvan heeft The City wat rauwe punk opgenomen in hun sound, en dat levert knappe brokken punkrock op als “Hate to love you”  en “Ghostship”.
Echt origineel is het allemaal niet, maar de band produceert overtuigend een vettig en stomend hard rock geluid met een punky edge. Pretentieloze straight edge rock, zeg maar. Het klinkt alleszins lekker.

Check op www.myspace.com/thecity13 of
www.faktorecords.be

Pixies

We Love The Pixies

Geschreven door

’We love The Pixies’ …scandeerden we in onze jonge jaren. Frank Black, Kim Deal, Joey Santiago en David Lovering lagen aan de basis van de noisepop en de grunge eind de jaren ‘80. Samen met tijdsgenoten Sonic Youth bepaalden zij het geluid van een Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden. De nostalgische sound vormde voor de huidige gitaarbands een voorname referentie.
Een eerste reünie was er op Rock Werchter 2004. We konden spreken van een welgekomen terugkeer waarbij het viertal een frisse indruk naliet, een goede set speelde en aangenaam speelplezier had. Verder was de band te zien op Pukkelpop, waar ze een meer gematigde set speelden. Sinds vorig jaar begonnen ze aan een volgende ronde reünieconcerten in het teken van de ‘Doolittle’ plaat. Eerst was er nog sprake om eventueel in die tussentijd nieuw materiaal uit te werken, maar toen we een paar songs hoorden tijdens de festivals, konden we net als de band zelf besluiten dat ze deze wijselijk hebben opgeborgen.
Vier platen brachten ze uit tussen ’87 en ’93, ‘Surfer Rosa & Come on pilgrim’ (‘87/’88), ‘Doolittle’, ‘Bossanova’ en ‘Trompe le monde’, waarvan de meeste songs in ons geheugen gegrift staan. De eigen carrière van de artiesten, specifiek van Frank Black en The Breeders (de zusjes Kim & Kelly Deal) was muzikaal wisselend, net als hun livegigs. Dat ze het momenteel doen om een aardig spaarpotje te hebben, nemen we er weliswaar bij, zolang ze maar overtuigende optredens spelen.

Na het schitterende optreden in Vorst oktober ll, stonden ze ook vanavond op scherp. De eerste 45 minuten waren bijzonder goed, dan was er een meer gematigd middendeel, en tot slot hadden ze genoeg reserves over om een schitterend derde deel te spelen. Kortom, de drive en de muzikale spetters waren er nog met de selectie songs die ze serveerden. Frank Black kon nog steeds schreeuwen en brullen en ook Kim Deal wist de songs mooi te ondersteunen met haar backing vocals.
Van start gingen ze met korte opwindende en dynamische tracks als “Cecilia”, “Rock music” en “Bone machine”. De eerste rijen konden al wild om zich heen slaan, en de dertig- en veertigers vooraan konden zich al uitleven! Subtieler klonken alvast “Monkey gone to heaven”, “Velouria”, “Dig for fire” en “Hey”, maar de adrenaline bleef door de aderen stromen door de venijnige speldenprikjes en explosies. Ondanks het slepende middendeel boeiden pareltjes als “Planet of sound”, “Debaser”, “Break my body” en een broeierige “Caribou”. ‘They keep the flame alive’ hoorden we ergens boven ons … terecht, want in het derde deel van de set werd het tempo terug voortgestuwd door gitaarexplosies, pedaaleffects, diepe bas en opzwepende drums als op “Tame”, “Isla de encanta”, “Head on” (remember Jesus & Mary Chain), “River euphrates”, “Wave of mutilation”, “Broken face” en “Nimrod’s son”. Alle registers werden nog eens opengezet met een mooi uitgesponnen “Vamos”, die ongelofelijk sterk was door de noise en de dosis experiment. Tussenin ontbraken de melodieuze “Gigantic”, “Where is my mind” en “Here comes your man” niet.
Een dertigtal songs kregen we voorgeschoteld, en net als het publiek genoot het kwartet ervan. Ze bedankten uitgebreid de fans.
Tussenin was het commentaar misschien schaars maar werd eerder onderhouden door Kim Deal.

De Pixies stonden garant om oude herinneringen te koesteren, er eens te kunnen op headbangen en te springen, maar op onze gezegende leeftijd ook te kunnen genieten van hun broeierige songs.

Voor het jonge tienerbandje Bombay Bicycle Club was de Lotto Arena te hoog gegrepen. De aanstekelijke, broeierige en soms rauwe opbouwende gitaarsongs konden niet beklijven. De afwissende rocksound van hard en zacht, uitbundigheid versus donkere melancholiek en de lekker in het gehoor liggende pop konden onvoldoende doorwegen … De vier gasten uit Londen verdienen zeker een volgende kans , zoals eerder dit jaar in de Vk*, toen ze overtuigden in de kleinere zaal …

Organisatie: Live Nation

Pagina 434 van 498