Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

Muse

Muse - Indrukwekkend totaalspektakel

Geschreven door

 

Nu U2 voor onbepaalde tijd zichzelf op non actief heeft gezet, is de baan vrij voor Muse om de grootste stadionact van het moment te worden. De band heeft het na 6 platen voor mekaar gekregen om geliefd te zijn bij een heel ruim publiek en dat met een sound die tegelijkertijd bombastisch, episch, alternatief en toch weer helemaal rock is. Hoewel bombastische muziek nooit echt ons ding geweest is gaan wij nog altijd graag plat voor Muse. De band wordt tot vervelens toe vergeleken met Queen, maar de braakneigingen die we spontaan krijgen bij de meeste Queen platen, zijn nog bij geen enkele Muse plaat naar boven gekomen.

Muse had al één en ander bewezen de afgelopen jaren, dus waren de verwachtingen wel heel hoog gespannen. Geen probleem zo bleek, de heren losten die verwachtingen volledig in. Ze hadden er wel een vierde man voor nodig, die hier een beetje in de schaduw stond keyboards te spelen, maar die ons toch vooral onmisbaar klonk. Waarom moest hij eigenlijk zo nodig naar de achtergrond ?
De nieuwste plaat ‘The 2nd Law’ stond vanavond centraal  (niet hun beste, maar toch wederom een indrukwekkend werkje) en de heren startten met “The 2 nd law : Unsustainable” waarin hun geslaagde live interpretatie van dubstep meteen voor vuurwerk zorgde. “Supremacy”, een andere vette kraker uit die nieuwe plaat, volgde en sloeg om in de heftige klassieker “Bliss” uit ‘Origin of Symmetry’, wat tot op heden nog steeds ons favoriete Muse album is. Wij wisten na drie songs al dat het goed zat, dit was een grote band in topvorm, hier was niets aan het toeval overgelaten en ook de sound zat bijzonder goed, wat in het Sportpaleis al wel eens anders kan uitdraaien.
Met het naar INXS neigende “Panic Station” kwam een indrukwekkende visual wall van uit het plafond neergedaald. Met verbluffende beelden van dansende Shrek-achtige marsmannetjes werd de funky sound van die lekkere song nog wat extra in de verf gezet. De uiterst knappe en vernuftige visuals zorgden van dan af het hele optreden door voor een verbluffend spektakel die de epische en stevige sound van Muse alleen maar kracht bijzette.
Het Sportpaleis ging volledig uit zijn dak met het geweldige “Knights of Cydonia”, misschien wel de allerbeste Muse song ooit, die hier ook weer voorzien was van die hemelse Ennio Morricone intro uit “The Man with the Harmonica”. Niet minder dan overweldigend.
We merkten tussendoor wie Matthew Bellamy’s grote voorbeelden waren. In de pianoballad “Explorers” kwam de Freddie Mercury in hem naar boven en in “Madness” waagde hij zich aan een heuse Bono persiflage, inclusief donkere zonnebril. Wetende dat “Madness” eigenlijk maar een bedenkelijke song is, was dit toch voortreffelijk entertainment (nog zo iets wat Muse bijzonder maakt, zwakkere songs worden live altijd naar een hoger niveau getild, zie ook weer U2). Bellamy schitterde vervolgens in het oudje “Sunburn” (uit hun debuutplaat ‘Showbiz’, u weet wel, die plaat met dat eeuwige Radiohead juk) en haalde fel uit in nog zo een onvermurwbare klassieker “Time is running out”, ondertussen deed hij zijn gitaar in alle richtingen open splijten.
Bassist Chris Wolstenholme mocht in het snedige “Liquid State” de vocals voor zich nemen en hoewel hij bijlange niet het stembereik van Bellamy had was het een aangename afwisseling die de song iets punky meegaf.
Misschien toch wat detailkritiek, het luchtige en melige hitje “Undisclosed desires” zal nooit onze favoriete song worden , het nummertje klonk ondanks alweer knappe beeldprojecties nog altijd als een Lenny Kravitz afleggertje.
Na dit te verwaarlozen minpuntje kwam de machine terug helemaal onder stoom met een spetterend “Plug in Baby” en een compleet uit zijn voegen barstend en keihard “The Stockholm Syndrome”.
Alsof we nog niet helemaal overdonderd waren deden in de finale nog drie onsterfelijke klassiekers (“Uprising”, “Starlight” en “Survival”) het boeltje helemaal ontploffen.

Muse was groots en indrukwekkend op alle gebied. In juni komen ze alles nog eens overdoen in Werchter Boutique. Gaan, zou ik zeggen.

En ook met een knipoog, support en bedankt aan StuBru’s Music for Life, jouw herinnering aan ‘de week van dementie’ via het ‘de Betties’ project , aangekondigd door de heren van Muse , een koor geleid door Stephanie Foquet, die vanavond een ongelofelijke ervaring opdeed.

Neem alvast een kijkje naar de pics , een samenwerking van Indiestyle.be (http://www.indiestyle.be) en Musiczine.net (http://www.musiczine.net)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/muse-18-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/muse-pt-2-18-12-2012/

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

John Mayall

John Mayall - Ouwe bluesrat still alive & kicking

Geschreven door

John Mayall is één van de pioniers van de Britse bluesrock. Het legendarische album ‘John Mayall’s Bluesbreakers with Eric Clapton’ is een mijlpaal in de wereld van de blues.
Hoewel John Mayall niet de meest begaafde muzikant of zanger is mogen we hem in bluesrangen toch beschouwen als een begrip. Dit omdat hij een onuitwisbare stempel op de blanke blues heeft gedrukt, en vooral door zijn samenwerking met topmuzikanten als Eric Clapton, Peter Green, Mick Taylor, Jack Bruce en nog een handvol anderen. Vooral zijn sixties werk is essentieel. Daarna maakte hij geen onvergetelijke platen meer, enkel eindeloze variaties op steeds dezelfde bluesthema’s.

Mayall is al die jaren het genre trouw gebleven, en zoals het rasechte bluesmuzikanten betaamt, blijft hij optreden tot hij er bij neervalt. De man is ondertussen al 79, maar op het podium ziet hij er nog behoorlijk kwiek uit. Zijn stem is nog steeds bij de pinken (op enkele uitschuivers na), hij speelt een aardig potje keyboard en gitaar, en vooral met de mondharmonica is hij echt in zijn nopjes.
John Mayall wordt omringd door een feilloos spelende band bestaande uit enkele bedreven gasten die allemaal wel ergens hun strepen verdiend hebben. De Texaanse gitarist Rocky Athas, een jeugdvriend van Stevie Ray Vaughan, heeft wel een beetje te veel macho poeder in zijn gitaar gegoten, hij serveert soms van die smoelentrek bluesrock- solo’s die we al iets te veel gehoord hebben. Beetje overdaad, laat ons zeggen, maar goed, hij kan het wel. Wij vinden Athas trouwens beter wanneer hij zich wat meer moet inhouden, dit bij de songs waar Mayall zelf ook de gitaar ter hand neemt. Zo vormen ze een perfecte tandem in het pareltje ‘Dirty Water’. Ook drummer Jay Davenport en bassist Greg Rzab krijgen hun onvermijdelijke solomomentje in de klassieker “Room to Move”, maar ook dat is wat ons betreft niet echt nodig.
Voortreffelijke muzikanten, daar niet van, maar de drum- en bassolo halen eerder de vaart uit het nummer dan dat ze er iets aan toevoegen. Jammer, want het betekent dat een sterke song als “Room to move” hier overdreven uitgemolken wordt, en doet doe je nu eenmaal niet met goeie songs.
Maar goed, verder valt het viertal weinig te verwijten, want dit is oerdegelijke Britse blues gespeeld met tonnen respect, passie en klasse. De heren weten op tijd te rocken, maar raken ook bijtijds de gevoelige snaar met echte bluesslepers. Dit is anderhalf uur aangenaam bluesvertier waar de aanwezige veertigers ,vijftigers en kersverse zestigers met volle teugen van genieten.

Het bisnummer “All your love” uit die legendarische debuutplaat is de winnaar van de avond omdat daar alles nog eens perfect in zijn plooien valt. Niet te veel franjes, gewoon een prachtige blues/boogie song gespeeld met kracht en overgave.

In het begin van de avond weet de 34 jarige Tiny Legs Tim onze aandacht te strikken, en niet alleen die van ons, ook mijnheer John Mayall staat hier geboeid naar te kijken.
De jongeman (naar bluesnormen een regelrechte snotneus) speelt zeer overtuigend in zijn dooie eentje stokoude blues zoals legendes als Robert Johnson, Son House en Lightnin’ Hopkins het hem hebben voorgedaan. Het is alsof hij met zijn voeten in de moerassen van de Mississippi Delta zit te spelen.
Zijn passie voor de blues heeft voor een deel te maken met zijn ellendig ziekenhuisverleden. De kerel zijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen, maar bij een levensnoodzakelijke transplantatie werd de blues meteen mee ingeplant, en nu klinkt zijn werk nog authentieker. Tiny Legs Tim heeft dus reden genoeg om de blues te verkondigen en wij varen alleen maar wel met zo een talent.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Mission Of Burma

Mission Of Burma - more than accomplished

Geschreven door


We zijn Moby best wel erkentelijk voor een hoop toffe dansdeuntjes, maar ook in de annalen van de indierock geschiedenis heeft hij middels zijn remake van “That’s When I Reach For My Revolver” een spoor van betekenis achter gelaten. Zijn versie haalde in ’96 zowaar de UK charts, en liet meteen een nieuwe generatie alternativo’s kennis maken met de originele uitvoerders Mission Of Burma.
In de prille 80ies was dit postpunk gezelschap wereldberoemd in en rond Boston omwille van hun intense live shows, maar platen verkopen deden ze daarentegen niet of nauwelijks. Al vlug bleek dat de Amerikanen hun tijd te ver vooruit waren, en toen hardnekkige tinnitus werd vastgesteld bij zanger/gitarist Roger Miller leek het in ’83 al meteen over en uit voor Mission Of Burma. Het mag dan ook een medisch wonder heten dat Miller en zijn maats twee decennia later de draad terug oppakten, en sindsdien een stuk of vier puike albums hebben afgeleverd. Afgelopen zomer verscheen hun jongste worp ‘Unsound’, meteen reden genoeg voor de overjaarse indiehelden om in een veel te klein busje veel te kleine zaaltjes langsheen het Europese clubcircuit af te schuimen.

De 4AD muziekclub mag best trots zijn dat Mission Of Burma voor een exclusief Belgisch optreden uitgerekend naar Diksmuide kwam afgezakt. De drie oorspronkelijke leden trapten met veel goesting en de nodige portie nonchalance de set op gang met een beperkte bloemlezing uit hun recentste albums. Openers “Good Cheer” en “2wice”, respectievelijk uit ‘The Sound The Speed The Light’ (‘09) en ‘The Obliterati’ (‘06), blonken al meteen uit door het soort strakke rommeligheid waar pakweg Guided By Voices zijn hand niet voor omdraait.
De grondvesten van de 4AD moesten hierbij wel al meteen de nodige decibels slikken, maar Roger Miller lijkt wat dat betreft alvast een pak wijzer geworden. Zo staat Miller tegenwoordig vooral naast en niet voor zijn versterker van jetje te geven, en staat er tussen hem en de drumvellen van Peter Prescott een plexiglas scherm opgesteld die de grootste klappen moest incasseren. Zowel Miller, Prescott als bassist Clint Conley namen afwisselend de vocals voor hun rekening, en alhoewel niet alles even toonvast klonk ging er toch een zekere charme van uit.
Ook anno 2012 sijpelt de hoekige ritmiek van Gang Of Four en de artpunk van Wire nog steeds duidelijk door in de sound van Mission Of Burma. De Amerikanen voegen er echter nog een flinke dosis noise aan toe, en hebben net als tijdens hun hoogdagen een vierde groepslid achter de mengtafel staan die allerhande tapes en loops manipuleert. De plaats van de oorspronkelijke manipulator Martin Swope is intussen ingenomen door Bob Weston, tevens actief bij Shellac en Volcano Suns. Het laten uitdeinen van gitaren tot monotone drones of het saboteren van vocals tot cartoonachtige heliumstemmetjes: Weston deed het allemaal en kwam er nog mee weg ook. Deze en andere grapjes maakten de bijwijlen furieuze postpunk uiteindelijk toch redelijk verteerbaar en onderhielden de ontspannen sfeer gedurende gans de set.
Voor de fans van het eerste uur werd het pas echt genieten toen de groep haar essentiële platen begon aan te boren. Uit de debuut EP ‘Signals, Calls And Marches’ (‘81), verplicht voer voor al wie beweert iets met postpunk te hebben, werden het melodieuze “Red” en het splinterbommetje “This Is Not A Photograph” geplukt. Op het eerste full album ‘Vs.’ (‘82) werd de teneur ineens een stuk grimmiger. Ook in de 4AD behoorde het van die plaat getrokken “That’s How I Escaped My Certain Fate” tot één van de meest intense en noisy momenten van de avond.
Haar eigen geschiedenis indachtig sloot Mission Of Burma het eerste deel van de set af met de single die 32 jaar het vuur aan de lont stak. Op de B-kant de arty uppercut “Max Ernst”, op de A-kant de onsterfelijke punk evergreen “Academy Fight Song” die in een betere wereld minstens evenveel draaibeurten verdient als pakweg “Teenage Kicks” of “Ever Fallen In Love”.

Groep en publiek wisten van geen ophouden wat resulteerde in twee korte bisrondes met vooral wat recenter werk. Als ultieme uitsmijter kwam het trio ineens op de proppen met een flard “Youth Of America” van de onvolprezen Wipers, tijds- en genregenoten van Mission Of Burma die er een al minstens even legendarische status op nahouden.
De muzikale blauwdruk van Mission Of Burma heeft ontegensprekelijk erg diepe sporen nagelaten in het Amerikaanse indierock landschap. Van Hüsker Dü tot Big Black, en van R.E.M. tot Nirvana, allen hebben ze ooit de loftrompet afgestoken over hun helden uit Boston. En ja, zelfs zonder “That’s When I Reach For My Revolver” op de setlist was deze zaterdagavond in de 4AD er alweer één om in te kaderen.

Opwarmers van dienst Movoco kregen eerder op de avond al de handjes van Mission Of Burma op elkaar. Een appreciatie die kan tellen voor dit jonge trio uit Nieuwpoort dat sinds hun gouden plak op de ‘Verse Vis’ competitie van muziekclub De Zwerver gestaag aan de weg timmert. Met hun strakke postpunk en coldwave aangelengd met een ferme scheut shoegaze resideert de groep in hetzelfde straatje als pakweg Swervedriver en vroege Ride. De Wablief?! tent op Pukkelpop als volgende halte op het parcours van Movoco? Het zou mooi en verdiend zijn.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Beoordeling

The Kyteman Orchestra

The Kyteman Orchestra – 50 Shades of Contemporary Music

Geschreven door

… En dan nu, beste lezers van Musiczine, something completely different! The Kyteman Orchestra
Wie is Kyteman? Kyteman is eigenlijk ene Colin Benders, opgegroeid in Utrecht, kind van Afro-Amerikaanse moeder en Hollandse vader, ADHD-er en-  Obelixgewijs -  reeds op jonge leeftijd in de pot der muzikale en filosofische schoonheden gevallen.
Hij startte met name als hiphopartiest, wat resulteerde in The Kyteman Hiphop Orchestra., wat een eerste CD ‘The Hermit sessions’ opleverde. Kyteman zélf speelde alle instrumenten in, en werd bejubeld van uit diverse muzikale hoeken. (Met dank aan Wikipedia,nvdr)
Hij is dus zo een beetje van heel vele markten thuis, die Kyteman:  Zanger, hiphopartiest, entertainer, instrumentalist (trompet, bugel, klavier) Zijn bugelpartij op North Sea Jazz van vorige zomer deed iedereen verstijven en staat in het geheugen van elke rechtgeaarde fan gegrift.

Op toer dus met zijn 30-koppig koor en uitgebreid orkest. Ik zou ze niet willen te eten geven…

Zonder specifieke verwachtingen ga ik naar het concert, want ik ken Kyteman niet.  Ik ben dus onbevangen en enkel beïnvloed door de sterke verhalen van mijn vriendin en enkele vrienden. (Kyteman stond in het voorjaar nog in de AB)
Helemaal verwonderd was ik niet dat het concert in gang geschoten werd met muziek van Patrick Watson (‘The Great Escape’). Ik herken onmiddellijk zijn wonderbaarlijke manier van zingen en schrijven. Watson is ondermeer pianist bij The Cinematic Orchestra, wat ik als muzikaal concept een stukje met The Kyteman Orchestra vergelijk. Waar The Cinematic vocaal en elektronisch gaat, blijft Kyteman voornamelijk akoestisch zijn ding doen. Maar de vergelijking gaat voor een groot stuk op.
Wat we te horen kregen was een zeer gedifferentieerde en uiterst dynamische set:
Een intro om U tegen te zeggen. In de kleine zaal die de schouwburg is word je van uw sokkel geblazen door een immense trompet annex trombone annex tuba annex iets koperblazers, die als baspartij fungeert, maar tegelijk krachtig rauw en hees uithaalt. Een trio bas en tenorzangers, een barokke opstelling van instrumenten, twee klavieren, tweemaal drums, percussie, een uitgebreid koor, blazers en strijkers. Een vreemde compositie die Colin Benders meesterlijk tot een goed einde brengt, als dirigent van deze 90-koppige draak, die licht spuwt en klanken uitbraakt, als was het een openluchtfestival. Crevits haar oren zouden tuiten! De toon is gezet. Benders legt voor zichzelf de lat wel heel erg hoog door op zo’n wijze te starten.
Nirvana meets Carmina Burana, of hoe hedendaags klassiek ook rock’n’roll kan klinken. Kyteman herschikt en doopt zijn orkest in een heuse fanfare en laat even de Balkan weerklinken. Michael Nyman is hier ook niet veraf. Uiterst repetitieve dreunen, staccato’s als messen op uiterst gevoelige plaatsen. Het zal niet de laatste keer zijn dat deze man deze muziek aanhoort als was het de soundtrack van melodramatische horror roadmovie – of zoiets…
Tijd voor een ballad. Voor het eerst treden een aantal hiphoppers/rappers het podium aan. Plots staan ze daar zelfs met drie, eentje lijkt wel de reïncarnatie van Rudeboy. Urban Dance Squad meets Buckshot Lefonque – rap met blazers en strijkers – ik had het nog niet gehoord.
Kyteman speelt ook een stukje trompet. – zit plots in totaal andere sfeer- maakt ook het concert zeer divers, zeer dynamisch. Aaibaar deze keer, en het vult de volle zaal met heerlijk klankbehang.
Een Nederlandse rapper doet het in het frans ditmaal. Andermaal een bewijs dat deze taal zich uitstekend leent voor het genre. Drums en percussie dragen dit deel van de show. Alleen jammer van het ‘klap maar in je handjes-gedoe’ op het einde. Rap-met- zwaaiende handjes in een schouwburg. Ik weet het nog zo niet…
Jammen geblazen. Benders komt het publiek uitleggen wat zijn bedoelingen zijn. Met gebarentaal (soort vingercode) maakt hij zijn muzikanten duidelijk wat ze verondersteld worden te spelen. Soms de blazers, dan weer eens de strijkers dragen de band. Fenomenaal – en wat een bugelsolo! De man krijgt niet het applaus die hij verdiende. Dan doen de bandleden het maar aan het einde van de song.
Een streepje marsmuziek dient zich aan. De in het blauw gehulde violiste mag van jetje geven, als een volleerde tsarina. Het heeft iets Russisch tegelijk, iets Rebrovs. Hiphop als regelrechte woordkunst.
U ziet. Kyteman beschrijven in een review is niet zo vanzelfsprekend. Je wordt overweldigd oor indrukken. Soms weet je niet goed wat ervan te denken. Nu eens een jazzfeel, dan weer Balkan, straks zal het ongetwijfeld klassiek of rock’n’roll klinken. Maar dit maakt een concert van de man in ieder geval zeer ge(s)laagd. Al was de set vergelijkbaar met die van de AB eerder op het jaar (uit goeie bron).

Kyteman is een fenomeen. Punt. Een must see . Als muzikant heeft hij duidelijk een geheel eigen visie en wil dit aan het publiek laten zien. En het werkt nog ook. Hij bouwt op, legt stil, fraseert, interpungeert. Je hoort het graag of niet. Wit zwart. Kyteman maakt van eigentijdse muziek een aangrijpende bedoening. De man wil vanalles wat en weet dit goed in zijn product te integreren. Geen wit, geen zwart. Vooral veel grijs, maar dan in verschillende tinten.


Organisatie: Kortrijkse Schouwburg

Beoordeling

The Herbaliser

The Herbaliser – De terugkeer van de zeven

Geschreven door

17 jaar na de release van hun debuutalbum ‘Remedies’ is The Herbaliser nog steeds immens hot in de scene! Hun gekende recept - een blend van jazz, hip hop, funk en soul -  wordt nog steeds gesmaakt bij hun fans. Toch is hun typische sound van de jaren '90 is doorheen de jaren wel blijven evolueren. In de jaren '90 gaven ze een soul-jazz touch aan de trip-hopbeweging en hielpen ze mee de sound van Ninja Tune te definiëren. Sinds de uitgave van ‘Take London’ in 2005 transformeerden de studiobeesten Ollie Teeba en Jake Wherry The Herbaliser tot een stijlvolle, organische live jamband met koperblazers, basgitaar en elektronica. Hun nieuwe album ‘There Were Seven’ is nog altijd een mix van jazz, hip hop, elektronica, trip hop en deep funk, maar nooit eerder klonken nooit zo volwassen en vitaal als nu. Toch zal het nieuwe studioalbum iets meer geduld vragen van de ware Herbaliser-fan.

Voor het laatste concert van hun tour stranden de magnificent seven in de Brusselse Vk*. De ijzersterke live-reputatie wordt nog maar eens alle eer aangedaan en komt op geen enkel ogenblik aan het wankelen. Voor de gelegenheid werd de Canadese rapper Ghettosocks bij de kraag gevat om het boeltje aan elkaar te rijmen. In vergelijking met vroegere gast-MC's als MF Doom, Roots Manuva of What What valt Ghettosocks wat bleekjes uit. Zijn podiumprésence en zijn grijze-muis-stemgeluid zetten hem onverbiddelijk in de schaduw van voornoemde rappers. Zijn werk is professioneel maar hij slaagt er nooit in om de act naar een nóg hoger niveau te tillen. Alle pluimen gaan zonder twijfel naar de buitengewoon getalenteerde zeven. De flair en de gretigheid waarmee ze voor de dag komen, bewijzen andermaal dat The Herbaliser een supersolide geoliede machine is. Bovendien kunnen ze ook putten uit een repertoire dat bulkt van de klassiekers.
Hun stomende set starten ze met “The Return Of The Seven”, tevens ook het openingsnummer van de nieuwe plaat. Toen al bleek dat de nieuwe plaat voller en donkerder zou klinken dan hun voorgaande werk. Opvallend is ook dat er meer gitaar met een warme en dirty fuzz distortion wordt gebruikt. Veel nieuw materiaal krijgen we uiteindelijk niet te horen. “Take ‘em On” en “March Of The Dead Things” zijn een paar van de nieuwe nummers die we menen te herkennen. Uptempo, klassieke oorwormen als "Ginger Jumps The Fence" en "Battle Of Bongo Hill" zetten de Vk* moeiteloos op zijn kop terwijl "The Sensual Woman" en "The Next Spot" voor een aangename afkoeling zorgen. De live-arrangementen zijn zoals steeds heel losjes, zonder een strak georkestreerd gevoel. Hun ongebreidelde feestmentaliteit en de ruimte voor jamsecties maken hen tot één van de boeiendste live-acts dat wij dit jaar op een podium zagen staan.

The Herbaliser anno 2012 is intelligenter en volwassener en heeft dankzij de buitengewoon getalenteerde bandleden en hun lijvige repertoire steeds meer te bieden op een podium. Ze zijn terug, Same as it never was! Brussel zal het geweten hebben!

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Beoordeling

The Tangerines

The Tangerines - Come on!

Geschreven door

Even leek het erop dat de Rotonde eerder halfleeg dan halfvol zou blijven voor het optreden van The Tangerines, het voorprogramma van Elvis Black Stars. Dat The Tangerines momenteel nog onbekend zijn voor het Franstalige publiek bleek uit het aantal neerzittenden. Wij hadden The Tangerines echter in primeur bezig gezien tijdens Dourfestival 2012 en wisten dat neerzitten eerder een faux pas was. Meer nog, The Tangerines waren voor ons één van de revelaties van het Dourfestival. Hun album komt begin volgend jaar uit en vanavond trakteerden ze ons op enkele hors d’oeuvres.
The Tangerines zijn afkomstig uit Mons en brengen rauwe rockriffs gecombineerd met electro-psychedelische geluiden in een decor van pure rock’n’roll. Bij hun outro’s waan je je zowaar in het midden van een psychedelische paardenrace. Ze creëren een eclectische atmosfeer en zetten de zaal onder hoogspanning.
Onder hun motto ‘Come on’ brengen The Tangerines een overweldigende show en zijn ze duidelijk muzikanten die uit het beste rockhout gesneden zijn!
Na zes nummers was hun repertorium voor deze avond ten eind en wat later stonden we in een volle zaal met nieuwsgierige oren te wachten op Elvis Black Stars, een bandnaam die reeds hoge verwachtingen schept. Deze jongens worden onder andere vergeleken met de Black Rebel Motorcycle Club, Triggerfinger en de Black Box Revelation. Naar mijn mening nogal grote namen voor wat dit trio te bieden heeft. De tonen van rock’n’roll zijn de rode draad in hun nummers, en deze zijn dan ook bruisend, in sterk contrast met  de wat eentonige stem van de frontzanger.

Het leek een omgekeerde wereld. Daar waar wij laaiend enthousiast naar Brussel waren afgedropen om The Tangerines in vol ornaat te zien, kwam Brussel voornamelijk om Elvis Black Stars te zien.
Blijkbaar is er -toch voor deze avond- een sterk contrast tussen de muziekvoorkeur van Vlaamssprekend Vlaanderen en Franssprekend Vlaanderen. Elvis Black Stars kende duidelijk een enthousiaste fanbase, na elk nummer volgende een overdonderend applaus. De doodsteek voor ons kwam in het derde nummer, toen de band het publiek aanmaande mee te klappen. Onze handen bleven koud en we lieten de volle Rotonde achter voor een publiek die hun handen en oren gewillig aan de tonen van Elvis Black Stars overgaf .

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Jim Jones Revue

The Jim Jones Revue - Rock’n’roll Psychosis !

Geschreven door

 

The Jim Jones Revue - Rock’n’roll Psychosis !

Laten we beginnen met een boodschap aan onze hoofdredacteur : Beste vriend, het wordt tijd dat je eens wat meer naar gortige rock’n’roll concertjes gaat in plaats van naar al die arty farty indierock bandjes. Je hebt wederom iets gemist, man. We leggen u uit waarom.

Er zijn zo van die artiesten waar een mens maar niet genoeg kan van krijgen. Vanaf de allereerste keer dat wij de ontketende live show van de zotten van The Jim Jones Revue mochten aanschouwen waren wij verkocht. Die keer in oktober 2010 in de 4AD te Diksmuide beloofden wij plechtig aan onszelf dat we geen enkel van de volgende passages van The Jim Jones Revue in onze contreien zouden missen. Zo geschiedde, vanavond in de Trix was al ons vierde bezoek aan The Jim Jones Church Of Explosive Rock’n’roll.

De band had met ‘The Savage Heart’ een nieuwe plaat te promoten en die was vanavond goed om het vuur aan de lont te steken met vunzige rockers “It’s gotta be about me” en “Never let you go”. Bijna het ganse album werd er hier in extase doorgejaagd en het bleek een vette opwarmer voor een bruisend en wild rock’n’roll feestje, want na een goed uurtje ontplofte het boeltje helemaal met de meest smerige en bijtende rock’n’roll beestjes uit die roodgloeiende eerste twee platen.
Had The Jim Jones Revue de zaal in het eerste deel goed op temperatuur gebracht, dan deden ze die in deel twee danig overkoken. Splinterbommen als “Cement Mixer”, “Shoot First”, “Princess & the Frog”, “Elemental”, “Righteous Wrong”en een bezeten “Rock’n’roll Psychosis” raasden als een hondsdolle door rock’n’roll gebeten bizon doorheen de Trix. Geen mens die nu nog stil kon staan, krukken vlogen in de lucht, bier klutste in het rond, zweet droop van de muren. De zaal op zijn kop, zeg maar, het was rocken, dansen, freaken en ondertussen blijven pinten hijsen (wat op zich een heus huzarenstukje was in die kolkende heksenketel).

Dit was een onstuimig, ruig en stomend rock’n’roll dansfeestje, en dat dankzij de heerlijk vettige razernij van de uiterst explosieve Jim Jones Revue, het perfecte medicijn om compleet uit uw bol te gaan te gaan.

Oh ja, we zouden het bijna vergeten, opwarmer van dienst was het veelbelovende Gentlemen of Verona die hier een kersverse nieuwe plaat kwam voorstellen. Venijnige en hevig stuiterende garagerock met een zot vrouwmens op de voorgrond. Amai, had dat kind présence, en een podiumact, en die benen ! Het slangenmens kronkelde zich in allerlei poses op en naast het podium, hierbij vergeleken is Madonna een watje.
Stevig bandje, sterke sound, songs met pit en een wijf met ballen.

Beste hoofdredacteur, begrijp je nu waarom ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gentlemen-of-verona-13-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-jim-jones-revue-13-12-2012/

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

The Bewitched Hands

The Bewitched Hands – brengt het publiek in optimale stemming

Geschreven door

De sprankelende , aanstekelijke , betoverende indiepop van het Franse The Bewitched Hands brengt het nodige optimisme; we horen enthousiasme, vitaliteit en ervaren schouderklopjes door de leuke , luchtige en opgewekte tunes . We trotseerden er al een modderig Dour en een barre winteravond voor . Hun goed gemutste indiepop smaakt naar likeur , die je een goed gevoel geeft, je vooruit helpt, er helpt invliegen, en zorgt voor de minste prikkeling en frustratie . Heerlijk zwierige muziek die nog een duwtje in de rug krijgt door de meerstemmige zangpartijen . De groep maakt deel uit van de wind Los Campesinos , Architecture in Helsinki, I’m from Barcelona en grijpt naar de jaren Polyphonic Spree , Broken Social Scene en ‘60s Beach Boys. Mooi meegenomen dus in deze periode.

Ze waren in hun nopjes en brachten je in optimale stemming . We genoten van de muzikale trip van het zestal, dat danspasjes maakte op het podium en in het publiek . Door de vriendelijke uitstraling en de handclaps werd het  publiek op elk moment bij de songs betrokken . Materiaal van de beide cd’s ‘Birds  & Drums’ en ‘Vampiric way’ werden goed afgewisseld .
In feeststemming kwamen we met “Sea”, “50s are good” , “Westminster” en “Cold”. Andere nummers “Words can let me down”, “Work” , “Thank you goodbye it’s over” en “Hard to cry”, die wat minder vaart hebben en geleest zijn op een broeierige intensiteit, kregen  live een ferme boost mee, zwollen aan , hadden een swingende groove en klonken feller door de synths, de bijkomende percussie en allerhande tierlantijntjes, wat hen naar een hoger niveau tilde .
Eerlijk gezegd , er schuilt magie in hun live set door de vakkundige arrangementen en toeters en bellen . Spe(e)lplezier door de frisse, opborrelende, scherpe , relaxte ritmes . Af en toe dwaalde ons aandacht wat af , maar de prima ‘feel good’ vrolijke, zonnige stemming werkte zalvend.
Een ferme schop onder de kont kregen we nog het eind met een handvol kleppers “Vampiric way” , “The laws of walls” en “Happy with you” .

The Bewitched Hands waren een verademing en tekenden voor een zorgeloos avondje, feestgedruis , ambiance en samenhorigheid . Mooi meegenomen dus …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 257 van 386