logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Gavin Friday - ...
Concertreviews

Ozark Henry

Ozark Henry plays Ozark Henry 4 Hands – knus, gezellig, emotievol

Geschreven door

Na een reeks succesvolle platen van subtiel uitgekiende, cleane, radiovriendelijke songs, orkestraal of met soundscapes aangevuld, neemt Piet Goddaer even de tijd om het over een andere boeg te gooien … De sing/songwriter herbront en slaat een nieuwe invalsweg in om gekende en minder gekende Ozark Henry songs intimistisch, puur, sober en emotievol op klavieren te spelen . Hij heeft pianist Didier Deruytter als soulmate , plaatst twee witte vleugelpiano’s tegenover elkaar, speelt ‘vier handen’ en brengt voldoende variaties aan z’n zacht, innemende, heldere stem.
De twee heren gaan langs theaters en culturele centra’s om de  ingetogenheid van de hartverwarmende poprock en lovermateriaal te benadrukken. Goddaer, met enkel een weifelende merci op de tong,  kan rekenen op heel wat bijval; we hoorden soms geen evidente songkeuze, maar smolten hoe de twee elkaar aanvoelden en op elkaar ingespeeld waren. Ze gaven het innemende, dromerige  materiaal een handige vingertoets en ritme. Op die manier creëerden de twee een broeierige spanning, hielden het uitermate boeiend en zakte het anderhalf uur durende concert niet in. De sobere spotlights sierden de  twee witte vleugelpiano’s van de fijn uitgedoste heren in het zwart.
In het eerste deel hoorden we “Vespertine”, “Godspeed” en werd oud materiaal van o.m. ‘This last warm solitude (’98)’ opgerakeld, van “Radio” en “This hole is the whole” naar “To walk again”, “See the lions”, “Jailbird” en “Sundance”. De sfeervolle, dromerige, melancholische songs bezorgden ons kippenvel en konden krachtig en bedreven zijn. “Me & My Sister” klonk creatief en was inspiratievol door de percussie van handen op de knieën. De song deinde uit naar het ingetogen “Memento”.
In het tweede deel steeg de herkenbaarheidsfactor, maar de popbubbels van “These days”, “Word up” en “Sweet instigator” werden soms grondig vertimmerd: Ze dwongen, in de voetsporen van Jef Neve, respect af. Het afsluitende “Inhaling” was gewaagd en boeide door de onverwachtse wendingen en de fluister-/zegzang van Goddaer.
Een emotievolle set speelden ze. Twee maal kwamen ze terug; het haardvuur knetterde  op “This one’s for you” en ‘Hvelreki’, titelsong van de recentste cd. . Spelplezier hadden ze nog op een filmisch, beeldrijk Bolero aandoende “Out of this world”.

De 4 Hands Theater Tour van Ozark Henry songs is er eentje om gezellig en knus de donkere dagen te inspireren. Maar mag het concept nog lief en leuker zijn in een soort ‘DuoInABox’, midden de zaal, zoals Zita Swoon hen vooraf ging ...

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Beoordeling

Envy

Envy - een Japans warm bad in een tot SentM omgebouwde Kreunzaal

Geschreven door

Het was Oathbreaker dat vorige zaterdag het ijs mocht breken in de Kreun. De Belgische band - met Gent als uitvalsbasis - bestaat uit 3 leden van het ter ziele gegane No Recess, aangevuld met een nieuwe drummer en werd midden 2008 opgericht. Ze brachten onlangs hun eerste full album ‘Mælstrøm’ uit op het prestigieuze Deathwish Inc.-label van niemand minder dan Converge zanger Jacob Bannon. En het moet gezegd: het is een dijk van een album geworden! Het werd een perfecte mix van metal, punk en hardcore. De vooruitgang die de band sinds hun debuut-EP ‘Oathbreaker’ maakt, spat ervan af. Ook live was het vuurwerk! Het gemene en venijnige stemgeluid van zangeres Caro is het ziekste geluid dat we ooit van vrouwelijke stembanden te horen kregen. In combinatie met het schitterende gitaarwerk van Lennart en de donderende ritmesectie (Gilles op bas en Ivo op drums) gaf dit een nieuwe definitie aan de term ‘brutaal’. Vooral in “Hierophant” waar de grenzen van brutaliteit werden afgetast, kwam deze krijsende, krassende stem ten volle tot haar recht. Voeg daar de headbangende, over de microstandaard gedrapeerde, lange haardos van Caro aan toe en je kreeg zin om zelf iets brutaals te doen. Na een groot half uur was het ijs niet alleen gebroken, maar volledig gesmolten!
Oorzaak: een ontketende locomotief die De Kreunzaal volledig onder stoom zette net voor het hoofdprogramma. Grote klasse van eigen bodem! (*)

Envy, de in 1992 opgerichte Japanse hardcoreband, schakelde in de loop der jaren geleidelijk over van pure hardcore en screamo naar post-hardcore en post-rock. Het vijftal uit het land van de rijzende zon is live één grote belevenis. Zanger Tetsuya Fukagawa zingt met zoveel overgave dat de koude rillingen je constant over de rug lopen. En dit in een nochtans broeierige zaal. Wie doet hem dat na? De overige 4 leden van de band (gitaristen Nobukata Kawai en Masahiro Tobita en ritmesectie Manabu Nakagawa – bas – en Dairoku Seki – drums) zijn één voor één rasmuzikanten die hun instrumenten binnenste buiten keren.
We kregen een schitterende versie van “Worn Heels And The Hands We Hold” uit hun laatste album “Recitation”. Een song die ingetogen startte en openbloeide als een Japanse kerselaar in hardere hardcore- en zachtere postrockvertakkingen.
Of de post-rock parel “A Breath Clad In Happiness” van hetzelfde album waar Fukagawa zijn keelgat zodanig openzet dat we spontaan een inkijk kregen van ’s mans trillende longen. “A Warm Room” was heel toepasselijk voor de conditie waarin de Kreunzaal zich op dat moment bevond. Een song die je onderdompelde in een warm bad waar je jezelf volledig in verloor en werd overgelaten aan één van de mooiste natuurelementen, verder drijvend op niets dan gelukkige gedachten. De song overmeestert je en de subtiele opbouw kan je best vergelijken met de manier waarop de Japanners aan ‘ikebana’ doen. Alles valt in zijn plooi en alle stukjes passen perfect in het geheel. Pure Japanse klasse.
Het met militair drumgeroffel van Seki onderbouwde “As Serenity Calls Your Name” is nog een dergelijk meesterwerk: geen schuingemarcheer maar een ontluikende song die moeiteloos uitgroeit tot een protestmars met een oerschreeuwende Fukagawa om daarna in alle sereniteit uit te monden in een bijna klassieke finale.
Buitenbeentje bij dit alles werd uitsmijter “Farewell To Words” uit hun overgangsalbum '’All the Footprints You've Ever Left and the Fear Expecting Ahead’  uit 2001, met nog wel de hardcore-elementen van vroeger maar al meer richting hun latere post-hardcore en post-rock getinte muziek. Een mooi einde van een geslaagd concert. En daarmee is alles gezegd.

(*) Setlist Oathbreaker
[1] Glimpse Of The Unseen [2] Origin [3] Downfall [4] Black Sun [5] Ashes [6] Hierophant [7] Agartha [8] Shelter
Hier kan je zelf zien en horen hoe Oathbreaker live klinkt: http://www.youtube.com/watch?v=fxM708FdWVk .
De video werd trouwens gefilmd en gemonteerd door niemand minder dan Mathieu Vandekerckhove (gitarist van Amenra en Syndrome).

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Roger McGuinn

(An evening with) Roger McGuinn en de kunst van de autobiografie

Geschreven door

Laat ons even een lans breken voor de vergrijzing. Iedereen zeikt maar door dat dit fenomeen ons handenvol geld kost, maar geen mens die zich schijnt af te vragen wat we daar voor in de plaats krijgen. Afgelopen week deed Bob Dylan met zijn 70 lentes een verdienstelijke poging om die vraag te beantwoorden in het Antwerps Sportpaleis, maar het meest overtuigende bewijs dat er wel degelijk sprake is van enige ‘return on investment’ moeten we deze week toch op het conto van Roger McGuinn schrijven. Met de knus klinkende aankondiging ‘An evening with ...’ deed dit Amerikaanse icoon de Gentse Handelsbeurs afgelopen zaterdag aardig vollopen voor een niet te missen afspraak met de folk- en countryrock geschiedenis.

De 69-jarige McGuinn mag dan al ruim vijf decennia in het vak zitten, toch blijven vooral zijn jaren als frontman van The Byrds van pakweg 1965 tot 1971 tot de collectieve verbeelding spreken. De Amerikaan speelt dus misschien wat op veilig door het gros van zijn set vol te stoppen met Byrds klassiekers, maar de manier waarop hij omspringt met dit cultureel erfgoed levert hem niettemin nog steeds tonnen respect op. Vanuit de coulissen zette een zichtbaar relaxte McGuinn “My Back Pages” in, zoals gewoonlijk vergezeld van zijn trouwste ‘compagnon de route’: een diep oranje Rickenbacker met het uit duizenden herkenbare jingle jangle geluid. Het is en blijft een fantastisch schouwspel hoe dit 12-snarige wonder van gitaartechniek op z’n eentje bijna een halve band op het podium kan toveren. Ook McGuinn raakte tijdens zijn set maar niet uitverteld over zijn onafscheidelijke sidekick die hij zich trouwens voor het eerst aanschafte na het bekijken van de Beatles film ‘A Hard Day’s Night’. Ook zijn Martin HD-7, een eigen ontwerp van een akoustische folkgitaar waar de eigenzinnige zestiger zowaar een zevende snaar heeft aan toegevoegd, kreeg een hoofdrol toebedeeld op het sober aangeklede Ha’ podium.
McGuinn is echter niet enkel een meesterlijk gitarist, zoals hij ten overvloede demonstreerde tijdens het van Woody Guthrie geleende “Pretty Boy Floyd”, bovendien beheerst hij ook de kunst van het ‘storytelling’. Wie plannen heeft om in een biografie van The Byrds of Roger McGuinn’s te duiken kan zich dus veel beter naar een optreden van de man zelf begeven. De persoonlijke anekdotes en muzikale faits divers vliegen je namelijk om de oren, boeiender dan dit wordt om het even welk boek echter nooit.
Tussen de desbetreffende songs vertelt de kwieke zestiger honderduit over de soms heel banale ontstaansgeschiedenis van Byrds klassiekers als “Mr. Tambourine Man”, “Eight Miles High” en “Ballad Of Easy Rider”, zijn fascinatie voor metafysica en ruimtevaart ter inleiding van respectievelijk “5D (Fifth Dimension)” en “Mr. Spaceman”, of de vele oneliners van Dylan. Op het podium is McGuinn tegenwoordig trouwens in zowat alles de tegenpool van generatiegenoot Dylan: goedlachs, mondig en virtuoos.
Een mens zou bijna vergeten dat er voor McGuinn ook nog een leven was in de post-Byrds jaren. Zo haalde hij na de pauze zijn succesvolste solo album uit de 70ies ‘Cardiff Rose’ (‘76) van onder het stof bij wijze van het folky “Jolly Roger” en “Dreamland”, en eerder citeerde hij ook al een jammerlijk ingekort “King Of The Hill” uit zijn onwaarschijnlijke come-back exploot ‘Back From Rio’ (‘91). Het catchy wegwerpdeuntje “Don’t You Write Her Off” dat McGuinn samen met voormalige Byrds kompanen Gene Clark en Chris Hillman in ’79 zowaar een top 40 hit opleverde hoefde dan weer niet echt. Gelukkig volgde al snel een hemels “Turn, Turn, Turn” dat het grotendeels 50+ publiek op het eind van de set zowaar deed recht veren uit de knusse rode zeteltjes.

McGuinn hield met “So You Want To Be A Rock’N’Roll Star” en “Chimes Of Freedom” nog twee Byrds classics achter de hand voor de bisronde, en sloot definitief af met het profetische “May The Road Rise To Meet You” wat hem voor de tweede keer een staande ovatie opleverde. Vermoedelijk ging de gemoedelijke Amerikaan hierna nog een bescheiden feestje bouwen met vrouwlief Camilla die uitgerekend zaterdag zestig lentes jong werd. Dylan deed ons nog twijfelen, maar McGuinn zette de puntjes op de i: de actieve vergrijzing is niet te stoppen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Pat Travers

De rock’n’roll blues in Pat Travers’ normen

Geschreven door

We keken er al een tijdje naar uit : Pat Travers in zaal ‘Splendid’ in Lille ! Ik hoor het U al zeggen : Pat ‘who the fckng hell‘ Travers ?!?!? ...... Ok dus, tijd voor een korte introductie ! Wat voorafging : We schrijven ergens midden jaren 70 : Een jonge Canadees trekt naar Londen in de hoop daar een carrière als rockster uit de grond te stampen. Aanvankelijk lukt hem dat ook en met de UK als uitvalsbasis slingert ie een 3-tal swingende, stomende bluesy hard rock LP’s de wereld in.  Stuk voor stuk klassiekers in het genre, waarop Travers zich reeds met een typische eigen stijl profileert, getekend door zijn krachtige stem en vooral zijn unieke mix van bijtend heavy, maar tevens bluesy en funky gitaarspel.  Platen die hoog aanzien genieten in de Britse 70’s hard rock scene, getuige daarvan de gastrollen door grootheden als Deep Purple’s Glenn Hughes of Thin Lizzy gitaristen Brian Robertson & Scott Gorham (ook huidig Maiden drummer Nicko McBrain maakte toen deel uit van zijn band). Eind jaren 70 trekt ie - een pak ervaring rijker – terug naar de nieuwe wereld, en van de hernieuwde Pat Travers Band verschijnt in 1979 ‘Go For What You Know’,  simpelweg één van de beste heavy rock live albums uit de ‘glorious seventies’!

Fast forward 32 jaar ... naar de ‘Splendid’ in Lille : Zaaltje voor de helft gevuld met naar schatting een paar honderd vooral grijzende, kalende mannen, al dan niet met bierbuik, waarvan ik vermoed dat de meesten inderdaad die fantastische live plaat destijds grijs gedraaid hebben.
Opwarmer van dienst was de Franse Lynyrd Skynyrd tribute band ‘Swamp’. Te laat om de volledige set mee te pikken –wij komen immers van ’t buitenland- maar wat we nog hoorden en zagen smaakte wel naar meer. Een stel eveneens grijzende (maar bijlange niet kalende) veertigers en vijftigers die hun idolen alle eer aandeden : “Gimme Back My Bullets” stond als een huis, gevolgd door een pakkende versie van “That Smell” (een persoonlijke LS favoriet !). De set werd –hoe kon het ook anders- afgesloten met een daverend “Free Bird”, waarin de drie lead gitaristen om beurt compleet loos mochten gaan, zoals het hoort !! Swamp : een waardig Europees alternatief voor de nog steeds actieve echte Skynyrd, die zich hier amper nog laten zien, en die op zich eigenlijk ook al een soort veredelde tribute band is!

Pat Travers dan : Meteen met de toon zettend met opener “Life in London” gevolgd door het slepende “Crash and Burn” en een sterk “Heat in the Street”, die laatsten beiden titelsongs van enkele van zijn jaren 70 LP’s. Na een 2-tal songs uit de laatste CD ‘Fidelis’ -degelijk, maar niet de klasse van zijn vroegere werk- trakteert Travers ons op een schitterende uitvoering van “I La La La Love You”, uit de vroege eighties plaat ‘Black Pearl’. Niet meteen de beste song van die plaat, maar live wint de song wel degelijk aan kracht.
Voor zijn huidige incarnatie van de PT band, heeft Travers ook Sandy Gennaro terug opgevist, drummer op enkele vroege jaren 80 platen (Gennaro toerde recenter ook met niemand minder dan legende Bo Diddley, tot kort voor diens dood in 2008). Sinds enkele jaren ook een vaste waarde in de de PT band is gitarist Kirk McKim, die naast frontman Travers excelleerde in een hemels “Stevie” en in de vlammende up-tempo bluesrocker “Rock & Roll Susie” (2 top-tracks van die prachtplaat ‘Makin’ Magic’ uit 1977).
In de jaren 90 stortte onze man zich, net als geestesgenoot wijlen Gary Moore, met veel passie op de blues. Dit uitte zich vanavond in een sublieme versie van “Red House”, waarin ook de uit Texas afkomstige McKim vrij spel kreeg en bewees niet te hoeven onderdoen voor zijn huidige werkgever.  Nog een ferme lap blues – met PT op slide gitaar - in een stampend “If I had Possession over Judgement Day”,  een Robert Johnson blues classic uit 1935 (!). Hoogtepunt van de avond dachten we, maar dan hadden we het verpletterende “Snortin’ Whiskey” en vaste afsluiter “Boom Boom (Out Go the Lights)” nog te goed. Die laatste is oorspronkelijk een Little Walter blues standard uit 1957,  die PT zich als het ware toegeëigend heeft en die sinds zijn debuut in ‘75 onmisbaar is in elke live-set ..... en terecht !
Na amper één bisnummer hield de band het voor bekeken, maar wat voor één : Knal erop met alweer een up-tempo blues klassieker in een heavy PT jasje : “Statesboro Blues”, ronduit schitterend !!

Een uiterst gesmaakt weerzien dus met de ondertussen 57-jarige gitaarheld, EN een geslaagde kennismaking voor die (enkele) jonge gasten in het publiek die doorhebben dat de ‘seventies’ garant stonden voor veel van de beste rock muziek ooit.
 Eén kritische noot -als die dan toch moet-  : Het mocht gerust wat langer ! Maar dit werd na het concert –voor wie er nog was- ruimschoots gecompenseerd door een handtekeningetje, een fotootje en de kans voor een persoonlijk complimentje aan de man zelf ! ‘Great show, Mr. Travers !’

Setlist : Life in London – Crash and burn – Heat in the street – Josephine – Ask me baby – I la la la love you – Stevie – Rock and roll Susie – Red house – If I had possession over judgement day – Snortin’ whiskey – Boom boom (out go the lights) – Statesboro blues.

Organisatie: Vérone Productions, Lille

Beoordeling

Band of Skulls

Band Of Skulls - Strak, bluesy en vettig

Geschreven door

Het nieuwe album van Band Of Skulls zit er aan te komen en voortgaande op hun meer dan geslaagde doortocht in de Botanique belooft het een voltreffer te worden.
Hun huidige reeks concertjes dienen we immers als een soort ‘try-out’ te zien voor het nieuwe materiaal dat zal uitgebracht worden begin volgend jaar, met daaropvolgend een nieuwe tournee ondermeer in het voorprogramma van The Black Keys. En we mogen in ons handjes wrijven, want ze zouden ons landje niet links laten liggen.

Band Of Skulls openen hun set al meteen met enkele nieuwe kleppers als “Sweet sour” en “Got it going on” en we merken dat de spirit van hun debuutplaat onaangeroerd is gebleven, rauwe indie bluesy rock met snedig en spetterend gitaarwerk verpakt in zweterige rocksongs. Ook de moddervette nieuwe single “The devil takes care of his own” kan als rake adrenalinestoot wel tellen.
Het is ons meteen duidelijk dat de nieuwe plaat gaat vlammen. Het trio weet hun invloeden (Black Keys, White Stripes, Blood Red Shoes, Led Zeppelin) goed te verwerken, Russel Marsden laat zijn gitaar flink schreeuwen, kraken en barsten, doch hij gaat nooit over de rooie. Hij soleert bij momenten bedrijvig door, maar minutenlange instrumentale intermezzo’s zijn niet aan Band Of Skulls besteed, de sound is steeds hitsig en altijd ‘to the point’ en de songs staan fier op hun poten.
Natuurlijk komen er ook een handvol geweldige songs uit ‘Baby Darling Doll Face Honey’ de boel opvrolijken, want laten we niet vergeten dat het debuutalbum, dat inmiddels alweer dateert van 2009, een ferme kopstoot van een plaat was.
“Light of the morning”, “Patterns” en “Death by diamons and pearls” razen over de Botanique en publiekslieveling “I know what I am” is uiteraard een hoogtepunt.
In de bissen gaat het er nog een stuk steviger aan toe, “Hollywood bowl” ontpopt zich als een ijzersterke song en vooral “Impossible” bezorgt ons het nodige kippenvel.
Russell Marsden mag dan al de belangrijkste pion zijn in deze groep, zijn kompane Emma Richardson op bass, en geregeld ook op vocals, is een bijzondere meerwaarde voor het geluid van de band. Het geheel doet dankzij haar inbreng een beetje denken aan Blood Red Shoes, The Kills en The White Stripes, allemaal bands waar de combinatie man/vrouw resulteert in een buitengewone chemische reactie. Het strakke drumwerk van Matt Hayward doet de rest en zorgt voor een hechte en compacte totaalsound.
Vooral een lekker vettige sound, zeg maar, beetje retro, maar toch steeds met beide voeten in het heden.

Beetje voorbarig misschien, maar mogen wij nu al een warme oproep doen naar de concertorganisatoren voor de volgende festivalzomer. Zet dit opwindend bandje op de affiche, het zal u niet beklagen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Bruno Mars

Bruno Mars – The Hooligans European Tour – van alle markten thuis

Geschreven door

Peter Gene Hernandez alias Bruno Mars kon tijdens de zomer op Rock Werchter maar een korte set spelen van amper 40 minuten. Dit smaakte naar meer … de jonge sing/songwriter en producer, amper 26 jaar, wordt gegeerd door een jong publiek, wat duidelijk was met een uitverkocht FN. We waren uitermate benieuwd tot wat hij in staat was …
Wat we al wisten , is dat zijn debuut ‘Doo-Wops & Hooligans’ hoge toppen scheerde, een perfecte plaat met een subtiele mix van genres en een aantal sterke hits, “Grenade”, “Just The Way You Are”, “The Lazy Song” en “Easy come, easy go”. Het gaat hard voor Bruno Mars. En de beloningen volgen elkaar maar op (MTV Awards, Grammy Awards,…).

Mars kan alvast rekenen op een uitgebreide band: een achtkoppig gezelschap van blazers, synths, gitaristen , drummer en een rapper ; samen maakten ze er, ruim anderhalf uur lang, een dans- en zangfeest van! De vele tienermeisjes in het publiek zongen, riepen, tierden en gilden. Even waanden we ons terug bij Tokio Hotel …
Hij is opgegroeid in een muzikale familie en dat hoorden we duidelijk vanavond; hij beheerst op z’n jonge leeftijd een smeltkroes van grooves’n’slows van rock, funk, r&b, soul, ska reggae, gospel en doowop. Hij is intussen een status aan het opbouwen als de nieuwe Michael Jackson. Hij heeft een zachte, dromerige, hemelse stem, varieert, en gaat spontaan, goedgemutst swingend en dansend door de songs, met zelfs een perfect uitgevoerde ‘MJ moonwalk’. Een klassebak zonder meer, die probleemloos van gitaar, ukelele en piano wisselde.
Een goed op elkaar ingespeelde en gemotiveerde band  gaf kleur en elan aan het concert. De leden kregen voldoende ruimte wat de  song en het geheel ten goede kwam. En de dirigent en entertainer was … Bruno Mars natuurlijk … die letterlijk vonken schoot in het publiek …
Het debuut werd volledig gespeeld, aangevuld met een drietal nieuwe nummers, waaronder één met zangeres Skylar Grey, die eerder als support optrad.

… Een uiterst geslaagd concert voor de tieners en een mooi meegenomen concert voor de ouders ... Toen we huiswaarts reden, zongen dochter en vader in de auto de melodieën van “Just the way you are", "Grenade" en "Mary you". Zo hoor je maar hoe de beloftevolle artiest z’n doelpubliek verbreedde.

Het voorprogramma Skylar Grey had veel bombast en poeha om zich,  maar kon enkel maar boeien bij covers van Coldplay en Rihanna!

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Woman

Woman - Extreme music for noise & swamp blues lovers

Geschreven door

Zo'n twee jaar geleden kocht ik ,na een goeie recensie gelezen te hebben, de debuutplaat van het New Yorkse Woman. Sterk plaatje, maar toch niet van dien aard om na een jaar niet tussen de mazen van de vergetelheid te verdwijnen. Dat dit uiteindelijk toch niet gebeurde kwam enkel en alleen door die ene instrumental op het einde van de plaat. Meestal is zo'n instrumentaal nummer een vingeroefening die ze er alsnog bij kwakken maar dit is anders. Het geweldige "Icy drone" moet zowat de beste instrumental zijn die ik de laatste 20 jaar gehoord heb en ik overdrijf hier echt niet. Een ijzingwekkende drone van bas en drums waarbij de twee gitaren proeven van progrock en anderzijds elkaar de nek proberen om te wringen. ‘Extreme music for noise & swamp blues lovers’ las ik ergens. Beter kan ik het ook niet zeggen.

Twee jaar na de feiten kwam Woman alsnog die plaat voorstellen in de Pit's wat niet meteen getuigt van een perfect gevoel voor timing. Ook de keuze van de groepsnaam is niet meteen een meesterlijke zet, googel dat maar eens! Vandaar misschien de wat teleurstellende opkomst?
Maar die afwezigen hadden nog maar eens ongelijk want dit optreden behoort zeker tot de beklijvendste van 2011. Er werd meteen furieus geopend met, jawel, "Icy drone" dat ze -toch wat jammer- niet de volle vijf minuten lieten uitrazen. Dat is trouwens het enige wat ik op de show aan te merken heb. Want zelfs de stemmen, op plaat toch de zwakke schakel, kwamen live veel beter tot hun recht. Vergelijken is altijd moeilijk maar kieper de Chrome Cranks, Barkmarket en Cheater Slicks in de blender met daar bovenop een scheut Beefheart en het resultaat zou wel eens sterk kunnen lijken op hetgeen we in de Pit's voor de kiezen kregen. Drummer Alex Velasquez en bassist Skeleton Boy zorgden voor logge, doorzopen en donkere ritmes waartussen de twee gitaristen hun eigen weg zochten. Brett W. Schultz uit Mexico City ging daarbij het meest de noisetoer op terwijl, de van Australische origine, Kristian Brenchley duidelijk niet vies was van de blues en hierbij regelmatig een bierflesje over zijn snaren liet glijden. Die Skeleton Boy had zeker zijn naam niet gestolen. Met zijn spichtige uiterlijk en verwilderde blik zoog hij het meest de aandacht naar zich toe. Dat terwijl hij aan twee snaren genoeg had onontbeerlijk te zijn bij dit schitterende Woman.

Dit was één van die optredens die sommigen onder ons deed mijmeren over de gloriedagen van de oude Democrazy. Jammer dat ze geen nieuw werk mee hadden maar ze zijn er naar verluidt mee bezig.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Beoordeling

New Order

Reünie in glans - New Order

Geschreven door

We kunnen op één hand tellen hoeveel optredens New Order in ons landje speelde. Zes jaar terug gaven ze op Rock Werchter met de nieuwe cd ’Waiting for the siren’s call’ in een evenwichtige set een representatief overzicht. En dan moesten we al diep tuimelen in de eighties … Remember Seaside Festival in De Panne. Matige set door onverschillig- en grilligheid …OK, that was the past … De eigenzinnige invloedrijke band uit Manchester , ontstaan uit Joy Division, bracht wavepop, dancerock  en electro dichter bij elkaar.

Of New Order nu tot het verleden behoort, laten we in het midden.  Ze speelden twee comeback concerten , eentje in Frankrijk (Parijs) en eentje bij ons (Brussel). Natuurlijk werden we overspoeld door een ganse rits Engelsen. De reünie van New Order was bedoeld om de ZH kosten te betalen voor één van de vrienden van het eerste uur, videomaker Michael Shamberg, die trouwens ook nog instond voor het befaamde Factory label begin de jaren ’80. Leden van het eerste uur Bernard Sumner (zang/gitaar), Stephen Morris (drums/synths) konden niet meer rekenen op bassist Peter Hook, die met z’n diepe, hoekige , strakke, dreunende bas de sound van Joy Division en New Order bepaalde . In 2007 liet hij New Order voor wat het was en is sinds vorig jaar ‘on tour’ met de ‘Unknown pleasures’ – tribute. Maar toetseniste Gillan Gilbert was terug bij de band. Ze schoof even de taken als zorgdragende moeder opzij en kon de band als vanouds vervoegen. Ze werd warm onthaald toen de eerste synthtunes te horen waren … Tom Chapman nam perfect de rol van Peter Hook over en speelde gemotiveerder dan z’n peetvader. Phil Cunningham (gitaar/keys) is er al een tijdje bij en gaf een ferme kopstoot in New Order’s dromerige, melancholische gitaarspel …
Vóór het optreden bracht een DJ ons op dezelfde golflengte, en een kortfilm volgde , waarin hulde werd gebracht aan de zieke Shamberg …

Op Werchter waren we al behoorlijk onder de indruk. Vanavond kon de band (definitief) een dikke streep trekken met een uitroepteken; op dit afscheidsfeestje noteerden we motivatie, enthousiasme en spelplezier, getriggerd door de jonge bandleden. Sumner bedankte telkens z’n publiek en was niet vies van een vleugje humor.
Het kwintet blikte diep in de ‘80s terug ( ‘Movement’, ‘P, C & L’, ‘Low Life’ en van een handvol EP’s) , vulde het aan met enkele broeierige gitaar- en synthpopsongs. Voldoende nostalgie, variatie en klankkleur dus; een sound, die aanstekelijk werkte op de dansspieren. De onvaste, dromerige zang van Sumner kwam iets sterker uit de verf door de bijhorende galm. En het publiek genoot van de tunes, de vibes, de beats, de gitaarlicks en het beleven op zich, geruggensteund door knappe visuals en een voorliefde aan de Yeah Yeah Yeahs.
De eerste rijen lieten zich volledig gaan op de opbouwende, aanzwellende songs . Het instrumentale “Elegia” was een gepaste opener die meteen een brug sloeg naar het recente materiaal, het prachtige gitaargeoriënteerde “Crystal” uit ‘Get ready’, mooi uitgesponnen, die een forse gitaarstoot kreeg, gewenteld in een bad van zalvende elektronica en drums. Ook “Regret” klonk extravert. De nostalgie droop in de postwave melancholie van “Ceremony”, “Age of consent” en “Love vigilantes”. Het rockende “Krafty” bracht ons naar dit decennium terug.
“1963”, op één van de EP’s te vinden met “True faith” werd al af en toe eens gescandeerd . De sfeervolle tripsong was de aanzet om de electro synths op het voorplan te plaatsen, een chillende “Bizarre love triangle” volgde samen met aanstekelijke, ophitsende  en dansbare versies van “True faith” en “The perfect kiss”, die zelfs een rauw rammelende noise outtro kreeg. De diepe basstunes hadden een belangvolle inbreng binnen het electroconcept.
De  synths van “586”, de ruwe “Blue Monday” song met een knipoog naar Bollock Brothers’ “Harley David son of a bitch”, werd wat aangepast en gevuld met allerhande bleeps en sounds. Een intens meeslepend en bedreven schitterend lang gespeeld oudje vol herfstkleuren en lentebloesems, “Temptation” ( te horen op één van hun EP’s  en op de compilatie CD), besloot overtuigend deze reünie. In de bis ontbrak “Blue Monday” niet en een hartverscheurende “Love will tear us apart” is anno 2011 van treurwilgklassieker uitgegroeid tot een heuse meezinger . Zo zie je maar …

New Order had alvast z’n tweede of derde adem gevonden met de combinatie oude en nieuwe groepsleden. Semi- klassiekers hebben ze bij de vleet en er stonden er nog op ons verlanglijstje maar ze zullen nu waarschijnlijk definitief  in de kast opgeborgen zijn. We houden er hier een fijne herinnering aan over  ..  

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 292 van 386