Toen vanaf de tweede helft van de jaren ’70 de punk als muziekstroming en sociaal verschijnsel ook zijn sedimenten achterliet op de Limburgse alluviale vlakten, zagen De Brassers daarin de geschikte voedingsbodem om er vanuit Hamont muzikaal mee aan de slag te gaan. Ze lieten zich niet enkel beïnvloeden door groepen als de Sex Pistols, The Damned of The Clash maar vonden eveneens inspiratie bij Joy Division, PIL, Cabaret Voltaire en Fad Gadget. Mede hierdoor vermengden ze hun geluid met new- en coldwave, combineerden dit met een grote dosis anarchistische ingesteldheid en dit alles leidde ertoe dat zowel de teksten als de klank even rauw als gitzwart kleurden als de schachten van de in die periode reeds tanende koolmijnen.
Amper drie jaar, van 1979 tot 1982, bestond deze Belgische groep. Onder meer een reeks problemen naar aanleiding van verdovende middelen lagen aan de basis van de split. Niettemin volstond die korte periode om enkele ondergrondse classics op hun naam te schrijven met wellicht als bekendste resultaat “En Toen Was Er Niets Meer” (1980).
Jarenlang vertoonde de groep geen teken van leven meer maar na ruim vijftien jaar waren de Brassers opnieuw her en der op een podium te bespeuren. En hun aanhang is zeker nog even trouw getuige het feit dat de eind vorig jaar op het lovenswaardige platenlabel OnderStroom Records uitgebrachte gelimiteerde vinylcompilatie ‘De Brassers 1979-1982’, reeds helemaal uitverkocht is. De Balzaal van de Vooruit liep afgelopen vrijdag niet vol maar deels had dit natuurlijk ook te maken dat de groep begin deze maand in de AB het voorprogramma mocht vervullen van één van voormelde inspiratiebronnen, namelijk P.I.L., en dat niet iedereen nu nogmaals de verplaatsing richting Gent maakte.
De Brassers lieten het niet aan hun hart komen en speelden als vertrouwd met naar eigen zeggen de ingesteldheid dat ‘de hunker naar de vibe van het spelen groter is dan de hunker naar erkenning’. Oudgedienden Willy Dirkx (gitaar), Marc Haesendonckx (basgitaar) en de nog steeds hyperkinetische zanger Marc Poukens die heden ten dage worden bijgestaan door Erwin Jans (ex-Struggler) op drums, Joachim Cohen (o.m. Infernal Beauty) op keyboards en Willy’s zoon Jules op gitaar, slaagden er op een intense en doordringende wijze in om het publiek via pakweg het reeds vermeldde “En Toen Was Er Niets Meer” en het al even sterke “Kontrole” mee te nemen op een retrotrip zonder gedateerde bijwerkingen.
Al even sterk geënt op de punk als de Brassers zijn de in 1985 opgerichte The Godfathers. Deze Engelse groep met in de rangen de twee broers Peter (zang) en Chris (basgitaar en zang) Coyne ontstond uit de as van het cultgroepje Sid Presley Experience en leverde in de jaren ’80 met ‘Hit By Hit’ (1986) , ‘Birth, School, Work, Death’ (1988) en ‘More Songs About Love And Hate’ (1989) drie uitstekende albums op een rij af. Ook het daaropvolgende ‘Unreal World’ (1991) was van even hoogstaande makelij hoewel sommige puristen de afgelijnde productie laakten.
Van dan af verliep het heel wat moeilijker. Er werden personeelswissels doorgevoerd en ook het succes bleef wat uit. Maar in 2008 maakten The Godfathers evenwel van de gelegenheid gebruik om naar aanleiding van de heruitgave van hun debuut ‘Hit By Hit’ in originele line-up een reeks concerten te geven die hen onder meer ook naar de Gentse Handelsbeurs brachten. Lang duurde de hereniging niet want amper een jaar later verlieten gitaristen Kris Dollimore en Mike Gibson alsook drummer George Mazur opnieuw de groep en hun plaats werd ingenomen door De Bartle (gitaar, zang en ex-lid van de Sid Presley Experience) en nieuwkomer Grant Nicholas (drums, percussie en zang). En in die opstelling traden ze in de Vooruit ook aan.
Vanaf het begin van de set werd duidelijk dat The Godfathers noch hun oorsprong noch hun voorbeelden zouden verloochenen. Zo lieten ze meteen de Sid Presley Experience als een feniks verrijzen via het instrumentale openingsnummer “Public Enemy Number One” (ook “Hup Two Three Four” zou de revue passeren) en tijdens “When Am I Coming Down” werden flarden tekst van onder meer “Strawberry Fields Forever” (The Beatles) en “Lazy Sunday” (Small Faces) binnengesmokkeld. Het tot dusver enkel op de liveplaat ‘Shot Live At The 100 Club’ (2010) terug te vinden “I Can’t Sleep Tonight” vertoonde dan weer niet enkel de kenmerken van maar werd zelfs geheel opgedragen aan de Ramones (wiens “Blitzkrieg Pop” The Godfathers trouwens ook nog eens door de luidsprekers lieten schallen vooraleer aan hun concert te beginnen).
De punk(rock) verpakt in drieminutensongs, primeerde. Ruimte voor lang uitgesponnen nummers werd nauwelijks gecreëerd. “Cause I Said So”, “Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t Mean To Say They’re Not Going To Get You!” en “This Damn Nation” waren puntig en bij momenten snediger dan een goed geslepen keukenmes. Maar ook de nummers “Back Into The Future” en “The Outsider” die zullen prijken op een album dat mag verwacht worden in de loop van de maand september, vertoonden dezelfde tekenen van rauwheid.
Toen de groep toch eens een zijstapje waagde naar bijvoorbeeld rockabilly leidde dit meteen tot hoogtepunten, zoals bij de publiekslieveling 3Walking Talking Johnny Cash Blues” (waarbij meteen ook duidelijk is aan wie deze ode gericht is) en bij “Brand New Cadillac” (een cover van Vince Taylor en tevens bekend in de versie van The Clash).
Ook “She Gives Me Love” voorzien van een mooi gitaarrifje, wat tamboerijn en samenzang en “If I Only Had Time” met een combinatie van hardere rock en melodieuze vocalen klonken fraai.
Net voor de toegiften stond het onvermijdelijke en uitmuntende “Birth, School, Work Death” (voorzien van een valse start omdat tot groot jolijt van de groepsleden Chris Coyne een verkeerde noot aansloeg) geprogrammeerd en een in hogere versnelling gespeelde versie van John Lennon’s “Cold Turkey” fungeerde als gebalde afsluiter.
Net zoals vijfentwintig jaar geleden waren de donkere maatpakken – die door de paar kilootjes extra die ze anno 2011 moeten torsen, strakker dan ooit oogden - nog steeds het handelsmerk van de groep waarmee een nadrukkelijk contrast werd beoogd met het ongeborstelde van de muziek.
Ook de nuchterheid bleek nog even intact te zijn gebleven. Zo werd enkele malen “Unreal World” als verzoeknummer aangevraagd waarop Peter Coyne met de woorden “We Don’t Play What You Want But What You Need” kordaat liet verstaan hier niet te willen op ingaan om zich vervolgens toch te verontschuldigen voor de botte houding. Waarmee nog eens onderstreept werd dat punk(rock) spelen bij The Godfathers geen synoniem is om zich aldus ook zo te gedragen.
De eindbalans van het voor België exclusieve concert van The Godfathers is zeker positief te noemen maar het geheel liet niet een even onuitwisbare indruk na als tijdens hun eerste passage in ons land, namelijk op het Futurama festival in Deinze. En dit is alweer van 31 oktober 1987 geleden.
Setlist
Public Enemy Number One, I Want Everything, Cause I Said So, I Can’t Sleep Tonight, Love Is Dead, Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t mean To Say They’re Not Going To Get You!, Strange About Today, She Gives Me Love, When Am I Coming Down, This Is War, Lonely Man, Back Into The Future, Walking Talking Johnny Cash Blues, How Low Is Low, Hup Two Three Four, This Damn Nation, Birth, School, Work, Death
The Outsider, If I Only Had Time, Brand New Cadillac, Cold Turkey
Organisatie: Amusez-Vous (New-Wave-Classix)