logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Deadletter-2026...
Festivalreviews

Sonic City 2017 – Thurston More cureert - Geniale Thurston trekt de kaart van de avant-garde en jazz

Geschreven door

Sonic City 2017 – Thurston More cureert - Geniale Thurston trekt de kaart van de avant-garde en jazz
Sonic City 2017
Kreun (Depart)
Kortrijk
2017-11-12
Lode Vanassche

Terwijl we op dag één en dag twee konden kennismaken met vijfsterren beuk- en noisewerk, tovert Moore en Sonic City een combinatie van hakbijlen, betonmolens en heerlijke jazz, zelfs klassieke jazz. Sonic City kan niet meer stuk en deze tiende editie zal zonder twijfel in de annalen geboekstaafd staan als een van de beste alternatieve festivals ooit. Kortrijk doet zijn reputatie van muziekstad alle eer aan.

The New Blockaders : pure aanslag op de muziek en pure climax. Dit duo met bivakmuts is in een perfect pak gehesen en vernielen met ongeziene ijver hun piano, met zagen en hamers. Het instrument of wat ervan rest zal een ereplaats krijgen in het Wilde Westen. Puur muzikaal lawaai dus. Blixa Bergald zal ongetwijfeld duimen en vingers aflikken van dit minimalistisch gedoe. Betonmolens en emmers worden tegendraadse instrumenten. Het publiek smulde ervan. Thurston deed het in ieder geval. En moesten we ons voorbereiden op zware effecten en experimenten van Moor Mother. Er worden allerlei instrumenten en materialen gebruikt en ook de stemmen moeten door de mallemolen. Hardcore poëzie en protestsongs voor de liefhebbers. 

Tweede hoogtepunt zijn zonder twijfel onze noorderburen van The Ex. Ooit op Gent Jazz. Al een dikke veertig jaar brengt The Ex likkebaardend hun mix van jazz, wereldmuziek en politiek betoog, en doen dit zonder weerga nog eens over in Kortrijk. Genieten van maatschappijkritische boodschap, door het energieke, ritmische, atonale gitaarspel, en door de woedende zang in de simpele bas/drum/gitaar/zang formatie zonder ook maar een gram passie te verliezen.  Het zal voor andere bands moeilijk worden om dit te evenaren.

En het opsommen van de superlatieven houdt maar niet op. Heerlijke oorwurm met Keiji Haino + Teun Verbruggen + Jozef Dumoulin. De Japanse legende slaat de handen samen met twee van de meest actieve en gewaardeerde Belgische muzikanten : Toetsenist Teun en drummer Jozef. Keiji Haino is een Japanse muzikant/singer-songwriter ging al aan de slag ging met de meest uiteenlopende genres. De meest conventionele daarvan is rock, maar ook noise, percussiemuziek, psychedelica, minimalisme, free jazz en drones zijn niet veilig voor de experimentele Japanner.

Thurston Moore
kwam nog eens het podium op met Stephen O’Malley en saxofonist Gustafson om nog eens serieus zware aanslagen op de gitaren te plegen, zij het zonder hakbijlen en hamers. Stadsgenoot Andreas zal het geweten hebben en mocht Moores gitaren prepareren en fixen. Voor de ene pure teringherrie, voor de andere heerlijke geïmproviseerde vechtpartijen tussen drie instrumenten. Ik ga alvast voor het tweede. Nogmaals, het regent hier climaxen. Zit er iets in het leidingwater van Kortrijk?

En dan hadden we Joe MCPhee en zijn DKV trio nog niet gezien. Deze multi-instrumentalist zou ook niet misstaan op Gent Jazz. Het DKV trio is een van de meest eigentijdse ensembles van de improvisatie. Welig tierende underground met een heerlijk streepje jazz op sax. Of nee, welig tierende sax met een heerlijk streepje underground. Joe McPhee (78) met als begeleiders: Hamid Drake op drums, Kent Kessler op contrabas en Ken Vandermark op saxofoon en klarinet. Eén woord: wereldtop.

Sonic City, het festival voor de fijnproevers met een heerlijke mix van alle genres die je maar kan bedenken. Mocht er hiervoor een Michelingids bestaan, dan kreeg SC vijf sterren…. SC is de Noma van de festivals.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sonic-city-2017/
Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Sonic City 2017 – Thurston More cureert – Thurston Moore komt, ziet en overwint

Geschreven door

Sonic City 2017 – Thurston More cureert – Thurston Moore komt, ziet en overwint
Sonic City 2017
Kreun (Depart)
Kortrijk
2017-11-11
Lode Vanassche

Beste lezers, het is niet van mijn gewoonte een recensie te openen met een portie vleierij, maar laat dit nu een geval van overmacht  zijn. Het Wilde Westen stond dit weekend garant voor een zo goed als perfecte locatie en organisatie en blijft zo ons geliefde Kortrijk op de wereldkaart zetten. Twee podia, perfecte sound, een lounge ruimte, een platenhoek en heerlijke witte wijn: Meer heeft een muziekliefhebber niet nodig. En met Thurston Moore als curator ben je uiteraard zo goed als uitverkocht.

Nought,
een project van Moores gitarist James Sedwards zorgde voor de eerste vijf sterren met een overheerlijk gitaarspel dat dweept tussen verschillende genres zoals Jazz, postrock en metal. Godspeed materiaal op een achtergrond van het beter beukende percussiewerk. Ontoegankelijke toegankelijkheid.

Steve Gunn
is met zijn variërend gitaarwerk wat opener en meer acceptabel. De invloed van zijn voormalige broodheer Kurt Vile is nog duidelijk aan te voelen. Deze singer/songwriter laat ons genieten van zijn roots Philadelphia. Gunn heeft weinig akkoorden nodig om zijn kunnen met de lome blues te tonen. Pareltjes zoals  “Park Bench Smile”, “Way out Weather” en vooral “Ancient Jules” zijn hiervan het overtuigend bewijs.

Sun Kill Moon
was niet bepaald in zijn nopjes en begon, naast wat provocatie met een eerder beperkt instrumentarium (Bas, gitaar, Rhodes en drum) minimalistisch te experimenteren met verschillende klanken en dissonanten. De zwarte teksten doen wat denken aan het poëtische doemdenkerig gezwam van de jaren tachtig en probeert bij momenten wat over te vloeien in wat meer dynamiek van de kalmere Birthday Party. Er is te weinig variatie in de stem waardoor er te veel wordt gedeclameerd en de spanning wat verslapt. Dat zijn huiskat niet van Trump houdt, interesseert niet. Niet voor 100 % pakkend.

Dan maar liever Pharmakon met haar noise, loops en pedalen. Zij schuwt de gezonde provocatie niet en wil ook niet het publiek schofferen , maar eerder meenemen in haar gewelddadige bash of confrontatie tussen geest en lichaam. Ritmes (nou ja) worden opgedreven terwijl ze in haar eentje als een vuurspuwende draak allerlei knopjes bedient. De mokers gaan dwars door je heen. Iedere vierkante centimeter van het podium is van haar, en ook het publiek. Omvergeblazen worden door een op het eerste zicht frêle dame, altijd leuk. Onverstaanbare kreten en een wall of sound: de ideale soundtrack voor moderne en plastische kunsten.

Liars
begon met een ‘leugen’ wanneer de prettig gestoorde zanger Angus Andrew als een heuse in een verlept roze trouwjurk gehesen dramaqueen aan zijn proeverij van de betere Siouxie of Bauhaus met de aangepaste hedendaagse elektronica. Zelfs PJ Harvey ziet er beter uit.  Does it bother you? Ok dan, een punksausje is ook welkom. Ook de oordoppen. ‘A Mess on a Mission’: beter kan je niet verzinnen. Je zou voorminder een scheermes inslikken.

Op naar de absolute climax met een performance van een duidelijk ontspannen curator Thurston Moore. Zou hij zijn zorgvuldig uitgekozen bands kunnen overtreffen? Heeft hij het zich moeilijk gemaakt door zo’n kwaliteit te selecteren en programmeren?  Nee dus. Met opener  “We are The Blue Wave Radicals and this is called ‘Cease Fire’” (een van zijn quotes) wordt zo waar door onze man  uit het land van Velvet Underground een van de betere concerten aangekondigd die we mochten aanschouwen. James en Thurston gaan met hun gitaarwerken in debat met elkaar. “Turn on” krijgt een heerlijk noise sausje en andere nummers laat hij heerlijk uit elkaar vallen. En dan moeten we nog hebben over de keiharde percussie van bassiste Deb Googe en slagwerker Steve Shelley. Dit duo laat de twee gitaristen hun ijver toe. Hoogtepunten legio:  “Ono Soul” en “Smoke of Dreams” , om er maar twee op te noemen.  En ja , er was al veel kwaliteit, maar onze Sonic Youther en zijn kompanen zijn er met verve in geslaagd de rest naar huis te spelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sonic-city-2017/
Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Sonic City 2017 – Thurston More cureert – Sonic City triggert met enkele stomende concerten

Geschreven door

Sonic City 2017 – Thurston More cureert – Sonic City triggert met enkele stomende concerten
Sonic City 2017
Kreun
Kortrijk
2017-11-10
Sam De Rijcke

Sonic City begon een beetje met een valse noot. Eerst had Love Theme moeten afzeggen, wat toch jammer was, want wij waren wel benieuwd naar het nieuwe projectje van Alex Zhang Hungtai. Onder zijn pseudoniem Dirty Beaches zagen wij hem immers eerder in de De Kreun al straffe dingen doen.

Dan was het maar aan de beurt van Brian Case om het festival te openen, en dat was op zijn zachtst gezegd geen onverdeeld succes. Jawel, wij houden enorm van de krautrock van Case zijn groep Disappears, maar hetgeen hij hier kwam voorstellen was ondermaats. De experimentele klanken die hij uit zijn electrobak haalde hadden maar weinig of niks om het lijf. Nu weten we ook wel dat Sonic City, dit jaar met Thurston Moore als curator, van nature uit niet voor de hand liggende muziek programmeert, dat is trouwens hun handelsmerk. Maar het mocht toch iets meer zijn. Als elektronische muziek voldoende spanning en dreiging in zich heeft dan kunnen wij dikwijls meegaan met de flow van het experiment, maar bij Brian Case was daar niets van aan, de mot zat er in. Op dat vroege uur was de zaal was al halfleeg bij de aanvang van zijn set, maar ze was nog meer verlaten toen hij eindelijk de stekker er uit trok. Dat zegt genoeg.

De valse start was snel vergeten, en dat dankzij Metz. Met de nieuwe plaat ‘Strange Peace’ op zak, die zowaar nog ziedender is dan diens twee voorgangers, mochten we ons wel aan een snedig concertje verwachten. Zo geschiedde, de Canadezen raasden genadeloos door hun set van vlijmscherpe punk en noise. Loeiend hard, pokkenluid en waarlijk fantastisch. Dit had de brute kracht van het jonge Nirvana en de wilde gedrevenheid van Cloud Nothings. Hoogtepunt was “Raw Materials”, een songtitel die alles zegt over de sound van Metz. Energetische noise-punk onder hoogspanning. Geweldig.

Tijd om te zweven op de hallucinogene klanken van het fantastische Moon Duo (vanavond eigenlijk Moon Trio). Onder een psychedelische beeld- en lichtshow wist Moon Duo ons een uur lang te hypnotiseren met hun verslavende sound die bepaald werd door de zwevende gitaarsolo’s van Erik ‘Ripley’ Johnson en de begeesterende krautrock-keyboards van Sanae Yamada. Moon Duo had met hun repetitieve en meeslepende muziek de zaal in een stevige greep en voerde het publiek mee in een flow van intrigerende psychedelische beats. Geestverruimende tracks als “Cold Fear” en “White Rose” brachten de Kreun in een hogere atmosfeer. Heerlijk was het om samen met Moon Duo hiermee door de ruimte te zweven. Als laatste track kregen we een verrassend “No Fun” van The Stooges, een versie waar wij als doorwinterde Stooges-fan wel konden mee leven. Sterker nog, we waren er helemaal weg van. Moon Duo, een geweldig trio.

We zaten nu al een tijdje te wachten op nieuw werk van The Soft Moon, maar een nieuw album hadden ze nog altijd niet meegebracht, wel een koppel verse songs die veelbelovend klonken, zo flitste nieuwe single “Burn” zeer energiek voorbij. De typische sound klonk ondertussen bekend in de oren. Eighties duisternis met dwangbuisgitaren, flink wat echo’s, diepe bassen en stomende industrial synths.
The Cure op stap met Joy Division, Bauhaus, Nine Inch Nails, DIIV en A Place To Bury Strangers.
Wij hadden de indruk dat Luis Vasquez wel een en ander op voorhand op tape had gezet, maar het maakte de set er niet minder opwindend op. Van achter het rookgordijn en de vaak felle stroboscoop lichten kwam The Soft Moon indringend en vaak agressief uit de hoek. Vooral de gitaararme songs botsten fel tegen de muren, alsof Nine Inch Nails en Skinny Puppy samen het hellevuur in gingen.    

The Soft Moon was dan ook een gedegen afsluiter van een eerste dagje Sonic City die misschien een beetje in mineur was gestart, maar uiteindelijk met drie stomende concertjes uitgroeide tot een memorabele avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sonic-city-2017/
Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

RGMC, Jeugdhuis Comma, Brugge – 5 jaar - Hard, Harder, Steak Number Eight

Geschreven door

RGMC, Jeugdhuis Comma, Brugge – 5 jaar - Hard, Harder, Steak Number Eight
RGMC, Jeugdhuis Comma, Brugge
Entrepot
Brugge
2017-10-28
Louis Follebout

RGMC, Jeugdhuis Comma, Brugge - RGMC bestaat 5 jaar en dat vierden ze met een verjaardagsfeestje in het Entrepot, Brugge. Volgende bands traden aan Wasted 24/7 - After All - King Hiss - La Muerte - Steak Number Eight

Door omstandigheden moesten we spijtig genoeg de eerste twee bands missen. Aan de reacties te horen van het publiek, was het jammer dat we ze niet konden meepikken.

After All
Gelukkig waren we wel op tijd voor After All. Een band die het maakte in de jaren ’90 maar nog steeds brandend actueel is in de metalscene.  Het was ondertussen al vier jaar geleden dat de Brugse band nog eens in eigen stad speelde. Dit keer stonden ze klaar met een nieuwe zanger (Mike Slembrouck). De trashmetal beukte meteen stevig in op het publiek in het Entrepot. Mike verkende het podium als geen ander en wist het volk te boeien. De nieuwe zangstijl, die iets melodischer is dan hun vorige zanger, sloeg zeker aan.

King Hiss
Hoewel we King Hiss niet meteen onder de categorie metal zouden plaatsen (zeker niet sinds hun laatste cd ‘Mastosaurus’), pasten ze perfect in dit avondprogramma. King Hiss speelt overwegend stevige rock overgoten met een heerlijke mix van stoner en sludge. De nonchalante attitude van de band zet alvast de sfeer die avond. Het moet niet te serieus zijn, een mopje kan er zeker van af. Het lachen vergaat echter snel wanneer de nummers uit ‘Mastosaurus’ volgen. De laatste cd beukt er echt op in. De hardcore en stoner attitude van de band kunnen me zeker bekoren en doen me instant headbangen op hun voor me kort onbekende muziek. We krijgen die avond een mooie mix uit de drie platen, maar hun laatste cd blijft bij mij toch hoofdzakelijk aan de ribben kleven. We zullen hen binnenkort meer aan het werk zien aangezien ze touren met Channel Zero.

La Muerte
De meest obscure band van de avond mag wel gezegd worden. Deze band maakte vooral de podia in de jaren ’80-’90 onveilig. Sinds 2015 zijn ze echter weer beginnen optreden. De leuze ‘Love Sex, Fear Death’ blijft alvast hangen, alsook het altaar die vakkundig voor de show in elkaar werd gezet. “I Lost My Hand” opent de set alvast stevig, grijpt ons bij de keel en laat ons niet meer los. Spijtig genoeg kwam de zang door het masker die avond minder over waardoor de grunts hier en daar verloren gingen tussen al het gitaar geweld.

Steak Number Eight
De Brugse fans hebben er lang op moeten wachten, maar na 5 jaar komt de band onder leiding van Brent Vanneste eindelijk nog eens naar Brugge. Het publiek was opgewarmd, de obligatoire pinten waren getapt en het geluid stond op punt, nu alleen de band nog.
Al vanaf de eerste seconde dat het jong metalgeweld het podium betrad, was duidelijk dat de band er zin in had. Als een bokser net voor zijn kamp van zijn leven begint, stond de frontman met gitaar in de hand klaar voor de eerste gitaaraanslag. Na een korte intro, die bestond uit een kakofonie van geluiden, werden de eerste tonen door de boxen geblazen. Als orkaan Harvey raasde de postrock/metal over het publiek, dat verrassend genoeg overeind bleef. Het bleef eerst bij een bescheiden knikje met het hoofd. Het publiek genoot, maar bleef verder rustig. Na 4 nummers trekken en sleuren, slaagden de mannen uit Wevelgem erin om een eerste moshpit los te krijgen. Eens de locomotief vertrokken was, was er geen sprake meer van stoppen. Al snel volgden de eerste crowdsurfers en begon de massieve vloer van het Entrepot te beven met een kracht waarvan de schaal van Richter in het niets vergaat. Nu kon het feest helemaal beginnen.
‘Hardcore is leven, wij zijn hardcore en hardcore will never die!’ Met deze gevleugelde woorden vervolgden ze hun set en er werd niet afgeweken van deze leuze. Het publiek werd getrakteerd op een waterdichte set bomvol melodische en sferische momenten, die zorgden voor een buitenaardse trance, afgewisseld met loeiharde sludgemetal waardoor het publiek weer met beide voeten op de grond kwam. En dit was nodig want het ging er wild aan toe. Jong en oud, man en vrouw, Steak Number Eight had iedereen voor zijn kar gespannen.
Ook het vermelden waard: de podiumprésence van de frontman. De gemiddelde Vlaming zou zeggen: die man heeft een pilletje te veel op, maar niet is minder waar. Brent geniet van zijn muziek te spelen en gaat hier volledig in op.  Gitaarrammend rolde hij van de ene kant van het podium naar de andere, zelfs zo hard dat er halverwege de show een snaar richting het publiek vloog. Als een hondsdolle wasbeer bleef Vanneste over het podium razen , het was prachtig om te zien.
Scoren doen ze met klassiekers als “Your Soul Deserves To Die Twice” en “The Sea Is Dying”, maar bij publieksfavoriet “Dickhead” blijft er niets meer van het Entrepot over. De eerste rijen konden het snel stijgende aantal stagedivers nog maar net van een snelle duik richting grond redden. Alsof dat nog niet genoeg was, kregen we nog een toetje. Tijdens het allerlaatste nummer, “Return To The Kolomon”, perste Brent het laatste beetje energie uit zijn lichaam en met een sprong des doods in de mensenmassa, werd de besnorde held letterlijk op handen gedragen om vervolgens helemaal leeg, maar enorm voldaan uitgeput terug op het podium te belanden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/rgmc-2017/
Organisatie: RGMC, Comma Brugge

Desertfest 2017 – Voor fans van Stoner-Doom-Sludge

Geschreven door

Desertfest 2017 – Voor fans van Stoner-Doom-Sludge
Desertfest 2017
Trix
Antwerpen
2017-10-13 t/m 2017-10-15
Yentl Stée

In het weekend van 13-15 oktober werd de Trix wederom ondergedompeld in een combinatie van muziek die aankomt als een sloophamer, langharig schorriemorrie en een walm van rook met een wel heel speciale geur.

dag 1 – vrijdag 13 oktober 2017
Op vrijdag 13 oktober startte ondergetekende met de lange, gevaarlijke reis vanuit Brugge naar Antwerpen. Deze reis omvatte vele gevaren, romantiek en filosofische inzichten die de maatschappij volledig zouden kunnen veranderen. Jammer genoeg ben ik te lui om dat uit te schrijven en zal ik onmiddellijk aan de review beginnen.

Bij het aankomen op Desertfest was All Them Witches al hun bluesy psychedelische rock op het publiek los te laten. Dat All Them Witches niet zomaar een klein bandje meer is was duidelijk aan de opkomst. De mainstage was goed gevuld en het was vrij moeilijk om dicht bij het podium te geraken. Helaas wisten ze me niet echt te boeien, alhoewel het muzikaal allemaal in orde was kwam het voor mij nogal saai over. Dat ik nog maar net toegekomen was en geërgerd door die eeuwigheid op de trein te zitten (ehm, ik bedoel door mijn verbazingwekkend avontuur) zal wel een invloed gehad hebben. Toen het bijna tijd was voor Grime om te beginnen besloot ik maar te vertrekken. Vertrekken uit de zaal ging vrij vlot, er was zichtbaar minder volk dan bij aanvang van de show.

Toen ik aankwam in de kleine zaal was het al vrij snel duidelijk dat het zowel een zegen als een vloek was dat Grime (de Italiaanse sludge band, niet de pop-artiest genaamd Grimes) daar kon spelen. De zaal was goed gevuld en voelde warm en zweterig aan. Perfect voor zo’n smerige muziek. Iets minder perfect is dat ik naast één van de speakers belandde en m’n gehoorhaartjes flink moest martelen. Grime was voor mij een onbekende naam, dat ze op tour waren met (16) was voor mij echter reden genoeg om ze te gaan bekijken. Dit was een goeie beslissing, Grime bevindt zich aan het zwaardere uiteinde van het sludge-spectrum en moet zeker niet onderdoen voor grotere namen in het genre. Niet moeilijk dat ze genomineerd werden voor sludge-album van het jaar (2015) door Cvlt Nation.

Tijd voor een andere naam waar ik al reeds bekend mee was, maar eigenlijk nauwelijks beluister. Dat Lowrider één van de beste bands binnen het desert rock-genre is maakt de schaamte des te groter dat ik er eigenlijk nooit naar luister. Onterecht zo blijkt want Lowrider wist een indrukwekkende show neer te zetten. Ze lijken niet echt in dezelfde val te lopen als hun collega’s in het genre en weten tijdens de show alles fris te doen klinken terwijl ze toch het typisch repetitieve weten te behouden. Indrukwekkende show alhoewel enkele medetoeschouwers mij wisten te vertellen dat ze het eigenlijk maar wat saai vonden.  

Er was één naam die je de hele dag kon horen als band waar iedereen naar uitkeek, namelijk Radio Moscow. Dat hun bluesy rock populair is nogal een understatement. Wanneer ze bijna moesten beginnen zag je de zaal in een mum van tijd vollopen en kon je gewoon niet meer binnen. In ieder andere zaal van de Trix was er zo goed als niemand meer. Goed nieuws voor mij want ik vind ze namelijk behoorlijk saai en ze speelden zo goed als op hetzelfde moment als (16), de allereerste sludge band die ik ooit aan mijn 14 jaar beluisterd heb en in de afgelopen 11 jaar nog geen enkele keer live heb kunnen zien. De keuze tussen wat vroeger naar (16) gaan en een goed plaatsje bemachtigen of geplet staan tussen enkele zwaarlijvige, zweterige mannen om dan vervolgens het grootste deel van (16) te missen omdat ik nooit uit die zaal zou geraken was snel gemaakt. Een slechte keuze was het niet want ik heb de beste show die ik tot dan op Desertfest heb gezien meegemaakt. De muziek van (16) kun je nog het best omschrijven als sludgecore. Trage, harde, smerige riffs die afgewisseld worden met iets snellere riffs, maar minstens even smerig en hard. Het duurde dan ook niet lang tegen dat er een stevige pit ontstond, iets dat niet zo vaak voorkomt op Desertfest, en het was zonder twijfel de hardste die ik al op dit festival heb meegemaakt. Beste organisatoren van Desertfest, ik hoop dat jullie ervoor zorgen dat (16) er volgend jaar weer staat. Indien jullie niet aan mijn eisen voldoen zullen er gevolgen zijn, verwacht je dan maar aan een sterk teleurgestelde blik!

Afsluiter van de avond was Steak Number Eight. Aangezien ik deze review in het Nederlands aan het schrijven ben, is een inleiding niet echt nodig want zelfs mijn oma heeft al van ze gehoord (wat behoorlijk indrukwekkend is aangezien ze uitsluitend naar iets genaamd ‘familieradio’ luistert). Sinds ik ze de eerste keer zag op Graspop , zag ik ze op ieder optreden groeien en dat zijn er behoorlijk wat. Op Desertfest braken ze niet met deze traditie, maar gooiden ze er nog een stevig schepje bovenop. De Canyon-stage zat afgeladen vol dus er was al niet veel nodig om het publiek te doen ontploffen, Steak Number Eight zorgde ervoor dat het publiek zo hard ging dat ze waarschijnlijk zich mogen verantwoorden voor het Europees hof voor de rechten van de mens. Ook is het altijd leuk om te horen dat een band een boodschap brengt die iets verder reikt dan ‘racisme is slecht’ of ‘legalize drugs and murder’, maar een boodschap brengt die je doet nadenken over jezelf, het bestaan en de menselijke geest. Gabber ben je immers niet voor even, maar voor het leven...

dag 2 - zaterdag 14 oktober 2017
Door problemen met mijn slaapplaats en mijn wens om niet in Antwerpen op straat te slapen kwam ik net op tijd aan voor Stoned Jesus en moest ik helaas The Vintage Caravan missen, een band waar ik behoorlijk hard naar uitkeek. Of het nu aan mijn teleurstelling lag dat ik ze moest missen of aan het feit dat ze nu in de grote zaal stonden ipv de kleinere zaal boven enkele jaren geleden, het optreden van Stoned Jesus kan ik nog het best beschrijven als ‘meh’. Ik kan niet echt zeggen dat ze slecht gespeeld hebben, gewoon saai. De lijn tussen dromerig, rustig en levenloos, slaapverwekkend is soms zeer dun. Stoned Jesus had deze keer de pech dat ze naar mijn mening aan de verkeerde kant van de lijn stonden. Het publiek leek er echter een andere mening op na te houden en amuseerde zich kapot.

Tegen wat noise rock/metal zeg ik nooit nee dus uiteraard was ik aanwezig bij Unsane. Ze wisten een goeie set neer te zetten en vulden netjes alle verwachtingen in. Echt hoogtepunten of speciale momenten waren er niet echt, desondanks kwam de show helemaal niet routineus of geforceerd over. Indien dit toch één van hun mindere shows bleek te zijn ben ik wel benieuwd hoe een goeie show dan klinkt aangezien ik nu al onder de indruk was.

Eindelijk tijd voor de band waar ik het meest naar uitkeek op zaterdag, namelijk Windhand (sorry Graveyard). Voor wie duidelijk dringend naar goeie muziek moet beginnen luisteren, Windhand is een Amerikaanse doom-band die de termen ‘traag’ en ‘hypnotisch’ naar nieuwe hoogten heeft getild. In combinatie met de ronduit fantastische vocals van Dorthia Cortrell heeft deze band sinds 2008 netjes ieder andere band in het genre irrelevant gemaakt. Een optreden van Windhand is dan ook niet zomaar een optreden, het is een belevenis. Niet dat er een grote show gemaakt wordt, het optreden is al even minimalistisch als de muziek zelf en dat maakt het net perfect. Zelf eens een optreden van meepikken is dus de boodschap want ik kan onmogelijk neerschrijven hoe fantastisch het was.

Dat Graveyard dit jaar als headliner aanwezig was een verrassing was is nogal een understatement. Voor wie niet weet waar ik het over heb, vorig jaar hebben ze vlak voor het festival besloten om ermee te stoppen wegens persoonlijke problemen binnen de band. Het was koffiedik kijken of dit definitief was of niet en indien ze terug samen zouden spelen zou dit waarschijnlijk wel nog even duren. Vrij kort erna waren ze echter terug actief en nu hebben ze hun beste show dat ik ze al heb zien geven neergezet op de Desert stage. Dat er zo kort geleden nog zoveel problemen waren dat ze moesten splitten , was totaal niet te zien aan hun optreden. Integendeel, als er iemand was die zich harder aan het amuseren was dan het publiek was het wel de band zelf. Een fijne afsluiter voor wat voor mij toch de minste dag van het festival was.

dag 3 - zondag 15 oktober 2017
Aangezien ik er de afgelopen dagen iedere keer in geslaagd ben om een band te missen die ik graag wou zien , besloot ik vandaag er voor te zorgen dat ik zeker op tijd was. Dit zorgde er wel voor dat ik me moest zien bezig te houden tot Monolord begon. Big Fat Lukum was hiervoor perfect en mag zich tot de verrassing van het festival rekenen. Deze jongens kwamen blijkbaar uit Namen en mogen zich van mij tot rijzende sterren binnen de Belgische stoner-scene rekenen want indien ze geen erkenning krijgen na dit optreden… Muzikaal neigen ze naar de snellere kant van stoner rock met een vleugje sludge waarmee ze een uniek geluid weten te maken die gewoon perfect is om een feestje op te bouwen. Als ik het goed begrepen heb zou hun nieuwe plaat bijna moeten uitkomen of is die net uit … en indien ze op album even vet klinken als ze live klinken…

Iedere Desertfest is er wel een band die een betere show speelt dan iedere band die ooit voor hen op Desertfest gespeeld heeft. Het gebeurt echter zelden dat dit tweemaal gebeurt, maar Monolord slaagde er in om (16) van hun pas veroverde troon te stoten. Monolord is zo één van die bands waar ik het moeilijk mee heb om op album te beluisteren, ik mis altijd iets. Om één of andere reden klinken ze op album gewoon niet als Monolord. Live zou ik ze echter iedere dag kunnen bekijken. Niet dat er eigenlijk zoveel variatie in hun shows zit, net zoals op iedere show sloegen ze je gezicht in met hun loodzware songs om je vervolgens als een vlek achter te laten op de vloer met “Empress Rising”. Het is echt moeilijk om te beschrijven hoe ze er toch in slagen om iedere show harder en dromeriger te maken dan de vorige, ik kan al niet wachten tot de volgende.

Een band die tegelijk een goeie show neerzette, maar toch teleurstelde. Het kan ook want dat is exact wat Church of Misery wist te doen. Deze doom-band rond bassist Tatsu Mikami is zo goed als mijn favoriete band uit Japan. Ook live weten ze altijd te scoren en dat deden ze nu ook. De heerlijke grooves die hun sound kenmerkt waren er en het was niet moeilijk om weg te dromen in hun muziek. Bij ieder andere band zou ik dit een fantastische show gevonden hebben, maar bij Church of Misery was de kwaliteit van de show betrekkelijk veel lager dan andere keren dat ik ze aan het werk zag en ook de sfeer die ze op album brengen kwam helemaal niet over. Ik ben er nu nog altijd niet uit of ik meer teleurgesteld ben dan dat ik me geamuseerd heb of niet.

Moest dit stukje review enkel bestaan uit ‘Saint Vitus’ zou dit al voldoende moeten zijn voor iedereen die ze ook maar ooit eens aan het werk heeft gezien. Net zoals Pentagram zijn ze één van de bands die aan de basis van doom metal lag, maar nooit echt helemaal is doorgebroken. Wat Saint Vitus onderscheidt van de andere pioniers is de punk-sfeer die rond deze band hangt. Ik weet niet wat het juist is, muzikaal klinkt het immers gewoon als pure doom, maar toch is het er. Indien je deze review aan het lezen bent en er niet was, je hebt het optreden van je leven gemist. Ze zijn misschien niet meer de jongste, maar ze vertoonden meer leven op het podium dan heel wat van hun jongere collega’s deze editie.

Vreemde eend in de bijt deze editie was toch wel Spirit Valley, ik kan letterlijk niet beschrijven hoe ze klinken. Een unieke mix tussen psychedelische rock en elektronische elementen? Dit dekt de lading echter compleet niet. Zelf noemen ze hun stijl ‘Doomshine Boogie’ en alhoewel dit letterlijk nergens op slaat past het toch perfect bij hun stijl. Dat ze wat uit de toon vielen was wel duidelijk, alhoewel de zaal aanvankelijk goed gevuld was , dropen langzaam maar zeker meer en meer mensen af. Degene die achterbleven leken echter de muziek volledig te snappen, ik kan hun optreden niet anders omschrijven dan ‘dansen en dromen’. Zeker voor herhaling vatbaar.

Is er een uniekere band dan The Melvins? Waarschijnlijk, maar toch… Er is maar één band die klinkt als The Melvins en dat zijn ze zelf. Ze weten zodanig veel verschillende invloeden bij elkaar te plakken op een belachelijk chaotische wijze en op één of andere manier komt er toch fantastische muziek uit. Hun show beschrijven is niet echt makkelijk. Hun show was net als hun muziek uniek, chaotisch en onvergetelijk. Normaal zou een optreden als dit 4 alinea’s krijgen, ik kan echter gewoon niet op de woorden komen om het te beschrijven. Jammer genoeg kwam de hartverscheurende keuze om het optreden volledig uit te kijken of wat vroeger te vertrekken om een goed plaatsje bij Conan te bemachtigen en ik ben echt wel een gigantische Conan-fan…

Deze editie waren er al twee bands die beter waren dan iedere band die ooit voor hen gespeeld heeft op Desertfest. Ze slaagden er zelfs in om Conan van hun troon te stoten, een band waar ik op de eerste editie met een bijbel zat naar te zwaaien die ik ‘geleend’ had uit het hotel. Conan neemt echter geen genoegen met een tweede plaats en besloot hun positie van ‘beste band op Desertfest ooit’ terug te nemen. Tegelijk deden ze dit op een manier dat geen enkele andere band dit kan overtreffen zonder het universum spontaan te doen imploderen. Conan was zo belachelijk hard, zwaar en smerig dat iedere molecule in mijn lichaam nog aan het beven is. Ik heb zo mijn twijfels of die zwaartekrachtgolven die onlangs gedetecteerd werden echt wel afkomstig zijn van een botsing tussen twee neutronen-sterren en niet gewoon een Conan show was.

unnen we weer spreken van een geslaagde editie van Desertfest? Ja. Slaagden ze er in om zichzelf terug te overtreffen? Absoluut. Is het mogelijk om dit volgend jaar te overtreffen of kan het nu enkel nog maar bergaf gaan? Ik kan mij geen enkele manier voorstellen hoe ze dit beter kunnen maken, maar dat kon ik alle andere jaren ook niet en toch lukte ze het. Het enige waar ik over ga blijven klagen is iets waar de organisatoren zelf weinig aan kunnen veranderen, accommodatie blijft iets moeilijks en prijzig. Maar wie weet, ze hebben me al met alles kunnen verrassen dus misschien komt er hier ook volgend jaar verandering in.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/desertfest-2017/
Organisatie: Desertfest, Belgium

Leffingeleuren 2017 – van 8 t/m 10 september 2017 – Overzicht van het driedaags festival – Voor muzikale avonturiers!

Geschreven door

Leffingeleuren, het gezellige festival rond de kerk met zijn ‘Busker Street’ waar beginnende muzikanten hun ding mogen doen, zijn exotische eetkraampjes, zijn kleurrijke fanfares en andere straatacts werd dit jaar wat geplaagd door het grillige weer. Wat dan toch weer een positief effect had : de groepen binnen (het betalende gedeelte) konden rekenen op een ruimere belangstelling. Het werd een erg eclectisch festival waar de parels zomaar voor het rapen lagen. Hier het relaas van drie dagen speuren...

dag 1 – vrijdag 8 september 2017
Eerste groep in een lange, slopende reeks was Tin Fingers, een gloednieuwe synth/indiepopband uit Antwerpen. Een valse start, wat mij betreft, want wat klonk dit aalglad en werden risico’s angstvallig vermeden. Geeuwend moest ik denken aan wat Kurt Overbergh van de AB zich onlangs liet ontvallen in ‘De Standaard’ : “Pop en rock zijn klef en saai geworden”.

De volgende band in de rij zal de AB gegarandeerd nooit halen maar dit klonk allesbehalve klef en saai. Nieuw kon je Heavy Lids (New Orleans) bezwaarlijk noemen maar hun gerecycleerde garagepunk klonk gemeen en melodieus tegelijkertijd en greep me onverbiddelijk bij de kladden. Moeders mooiste was hij niet, John Henry Kelly, maar hij had wel een heerlijk geteisterde punkstrot die mooi contrasteerde met het wat lieflijkere klinkende orgel van Marie Dufran. Verder bestond deze guerrilla nog uit drummer Benny Divine en de voortdurend met dodelijk priemende ogen nors de zaal in turende bassist, Jayme (Kill-All) Kalal. Het vijfde lid was blijkbaar onderweg gesneuveld. Niet dat we daar wat van merkten want deze korte, explosieve set hield erg lang stand als het beste van Leffingeleuren 2017.

Het nieuwste project van Dieter ‘Von Deurne’ Sermeus, Dieter & The Politics, kan in ieder geval niet klagen over een tekort aan aandacht in de pers. Na Orange Black en The Go Find zou dit het hardste zijn wat hij ooit op de mensheid losliet. Het optreden in de Kapel begon met een scheurende Dinosaur Jr. solo maar daarna was het weer business as usual : doodbrave popsongs die me, op een paar keer na, niet wisten te raken. Minstens één keer kwamen ze in de buurt van The War On Drugs, helaas is dat nu ook niet bepaald mijn favoriete band. Toen de snor en kompanen het plots nodig achtten een dosis zinloos geweld op ons los te laten verliet ik het pand om J. Bernardt (Balthazar) te zien.

J. Bernardt - En dat was even de ogen uitwrijven. Een baardige mens in een lange regenjas dartelde als een geschifte vleermuis over het podium terwijl pompende kermisdreunen voor de soundtrack zorgden. Even leek er een kentering te komen toen de man zijn gitaar ter hand nam. Maar die werd al gauw onverrichter zake terug gezet zodat ik luid kermend de zaal ontvluchtte en me nestelde in mijn meest vertrouwde habitat, het café.

Waar het trouwens goed toeven was met The Murlocs (Melbourne), de band rond Ambrose Kenny-Smith die ook actief is bij het populaire King Gizzard & The Lizard Wizard. Vijf jongens in overalls vergrepen zich aan psychedelische rock zoals die klonk eind jaren ‘60 begin jaren ‘70. ‘Cosmonauts, down to earth’, dacht ik. Veel gitaren, af en toe een orgel of een mondharmonica en verdomd knappe songs. Jammer genoeg zat er nog wat kaf tussen het koren. Was dat eruit geschift, sprak ik hier ongetwijfeld over het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren.

dag 2 - zaterdag 9 september 2017
Zaterdag mocht de winnaar van Verse Vis 2017, het Gents SHHT de feestelijkheden openen in de zaal. Ze hadden een frontman bij zoals ik ze graag heb : boordevol energie, onvoorspelbaar en zelfs gevaarlijk. Alle hoeken van het podium verkennend, bengelend aan de hoog opgehangen boxen of een paar schoenen de zaal in kieperend, altijd viel er wat te beleven met die kerel. Over de muziek was ik heel wat minder enthousiast. Twee spuuglelijke synths en een gitaar die hard zijn best deed om even lelijk te klinken. Hoekig en doelloos, Evil Superstars op een verkeerd toerental.

Met band klonk singer-songwriter Christopher Paul Stelling (Brooklyn) een stuk folkier wat me goed uitkwam want ik vind zijn zang net iets te gestileerd.  Maar met viool, staande bas en een vrouwelijke tweede stem kon dit me toch verwarmen. Sympathieke bende ook die op eigen vraag later nog eens speelde op het gratis te bekijken Busker Street podium!

De vorige plaat van Waxahatchee (Philadelphia), ‘Ivy Tripp’, liet ik geregeld onder de naald schuiven maar bij hun laatste worp, ‘Out in the storm’, had ik toch wat twijfels. Het geluid klonk wat voller, een lichte ruk richting commercie? Dat is misschien wat kort door de bocht maar ook live wist Waxahatchee niet volledig te overtuigen. Dat Katie Clutchfield talent en een neus voor fijne songs heeft, laten we daar niet aan twijfelen. Maar wie een groep meebrengt moet er ook voor zorgen dat die de songs naar een hoger niveau tillen. Nochtans zag het er mooi uit, de vrouwelijke muzikanten in een stemmig zwart mannenpak stokstijf en ver uit elkaar staand. Maar wanneer er verder zo goed als niets gebeurt kan vijftig minuten wel heel lang duren.

Ik zag het Gentse Mind Rays reeds verschillende keren aan het werk en telkens ik ze mijn pad opnieuw kruisten , bleken ze een stuk gegroeid te zijn. En het was deze keer in het café niet anders. De ongecontroleerde chaos heeft definitief plaats moeten ruimen voor compacte songs. Het blijven kopstoten vol punk, noise en andere herrie maar de contouren zijn tastbaarder geworden. Ook de zanger heeft de waanzin beter onder controle terwijl de gitaar al eens voor een wat helderder moment mag zorgen. Het uitbrengen van een eerste LP, ‘Nerve endings’, heeft hen duidelijk deugd gedaan.

Togo All Stars moesten ter elfder ure afzeggen en zo werden de B Boys van het café naar de zaal verplaatst en die was misschien wel een maatje te groot voor dit nog prille trio uit Brooklyn. Korte, catchy punksongs, helemaal in de stijl van stadsgenoten Parquet Courts. Zeker knap gedaan met een zich uitslovende zanger, Brendon Avalos (tevens op bas), maar te weinig echt knappe songs in de haard om de grote zaal op te warmen.

Wat ik daarna zag in de kapel was op zijn zachtst gezegd een geval apart. The Babe Rainbow uit het Australische Byron Bay bleken vier gebronsde strandjongens die zich vergrepen aan het meest foute wat de sixties ons hebben opgeleverd. Zij zochten nu eens niet hun inspiratie in correcte verzamelaars als ‘Nuggets’,  maar vonden de mosterd bij lang vergeelde, zeemzoete hitjes uit het gouden decennium. Ze klonken een beetje zoals de Allah-Las maar zo mogelijk nog braver. En toch hoefde ik hier mijn sabel niet voor boven te halen. Integendeel, langzaam maar zeker nestelde deze muziek zich als een virus in mijn borstkas en omstrengelde het mijn hart om nooit meer te lossen. Hun songs waren bijzonder knap in elkaar geknutseld en deden soms denken aan Donovan. Een paar keer mocht het funky klinken terwijl ze ook nog eens Blondie’s “Heart of glass” coverden. Afgesloten werd er met het hemelse “Evolution 1964” waarvan ik durfde te zweren dat het een cover was, toch niet dus. The Babe Rainbow heeft één plaat uit die geproduced werd door King Gizzard opperhoofd, Stu McKenzie en was één van dé revelaties op dit festival.

Het contrast met de volgende groep in de kapel kon niet groter zijn. Idles (uit Bristol) schoot meteen op orkaankracht, alles en iedereen verpletterend uit de startblokken en zwakte op geen enkel moment af. Sleaford Mods achterna gezeten door een schuimbekkend punkkwartet lijkt me de meest adequate omschrijving. Zanger Joe Talbot was een bijzonder nijdig mannetje die in zijn teksten naar goede Britse traditie tegen zoveel mogelijk schenen stampte. Hun plaat heet niet voor niets ‘Brutalism’ dachten de vier achter Talbot om vervolgens als een stampede door de songs te razen. Het werd een heftig feestje met de nodige crowdsurfers terwijl ook de gitarist, vrolijk verder spelend, het plafond van de kapel verkende. Idles waren zonder meer het hoogtepunt van Leffingeleuren 2017.

We waren gewaarschuwd : zo wild als destijds met The Hunches was Hart Gledhill al een tijdje niet meer. De tijden dat hij alle muren van de Pit’s op stuiterde zijn definitief voorbij. Maar hier was meer aan de hand. De heer Gledhill verscheen namelijk stomdronken op het podium en dat waarschijnlijk ook nog in combinatie met andere en beter te vermijden substanties. Hij kon zich nauwelijks staande houden en zijn gewauwel was nauwelijks verstaanbaar. Gelukkig was de rest van zijn band, Sleeping Beauties (uit Portland, Oregon met o.a. leden van The Hospitals en Eat Skull) bloednuchter en speelden ze alsof er niets aan de hand was. Al bij al bleef de schade beperkt en kregen we een set beklijvende powerrock met glam –en punkinvloeden. Er kon zelfs nog een bisnummer af waarbij Gledhill een microfoon aan het publiek gaf. Het werd een chaotische versie van “Wild thing” met plotseling verrassend sterke vocals.

dag 3 - zondag 10 september 2017
Waar het op zaterdag tamelijk lang duurde voor we iets memorabels mochten meemaken, was het op zondag meteen raak. Daar zorgde Aubrie Sellers uit Nashville met haar allereerste optreden in Europa voor. Zij is de dochter van songwriter Jason Sellers en countryster Lee-Ann Womack. Country werd haar met de paplepel ingegoten en ze zong samen met haar moeder zelfs een nummer op de laatste plaat van Ralph Stanley. Zelf noemt ze het garage country wat ze brengt. Country, dat zeker maar garage? In ieder geval had ze een rits sterke nummers meegebracht die ze met veel gevoel zong. Met zijn drieën zorgden ze voor een heerlijk rafelige en forse sound waarbij de gruizige gitaar een even belangrijke rol kreeg als la Sellers zelf. Zo werd mijn kater meteen doorgespoeld.

Daarna volgde wat mij betreft de mooiste verrassing van het hele festival met het Brusselse Phoenician Drive. Fenicië bevond zich waar we nu Libanon en Syrië situeren en dus mag ik veronderstellen dat de muzikale invloeden van Phoenician Drive uit die streken afkomstig zijn hoewel ikzelf eerder aan de Maghreb landen dacht. In ieder geval werden die niet-Westerse elementen perfect geïntegreerd met een stevige, gitaar georiënteerde rocksound. Naast de twee gitaren bestond de bezetting verder uit bas, drums, darbuka (percussie instrument) en de oud van Gaspard Vanardois. De meestal volledig instrumentale composities waren gelaagd en klonken de ene keer ophitsend, een andere keer bezwerend en hypnotiserend. In zekere zin te vergelijken met Godspeed! You Black Emperor. Maar elke vergelijking loopt uiteraard mank bij een dergelijk unieke sound van een unieke groep die ik beslist nog eens terug wil zien.

Dylan LeBlanc (Shreveport, Louisiana) had een uitgebreide groep (piano, gitaar, bas, drums, cello) meegebracht terwijl hij zelf ook nog gitaar speelde. Mooie, zij het iets te gestroomlijnde, americana waarin zijn hoge stem  voor wat meerwaarde zorgde. Soms kwamen ze in de buurt van The Eagles en dat is iets wat ik liever niet zag gebeuren.

Charles Francis Mootheart II is heus wel een begrip in de Bay Area garage noise revival. Actief in groepen als Charlie and The Moonhearts, Fuzz, GOGGS en prominent aanwezig op platen van Ty Segall en Mikal Cronin. Je zou voor minder iets verwachten. De man kwam er zijn nieuwste groep waarvan de naam gemakkelijkheidshalve bestaat uit zijn eigen initialen, CFM, voorstellen. Nu wist ik wel dat ik wat hardrock mocht verwachten – zijn andere groepen kreunen er ook onder – maar in juiste dosis en van de juiste soort kan ik daar best vrede mee nemen. Maar zover geraakte Mootheart nooit. Oorverdovend en bulkend van het gitaargeweld maar verder dan een goeie aanzet of een vette riff (eentje leek zelfs gepikt van Zappa maar dat zal wel puur toeval zijn, zover zie ik het hem niet zoeken) kwam CFM niet. Een zware teleurstelling en ik twijfel eraan of het ooit wel iets wordt met Charles Mootheart II.

Dan maar een brok Courtney Marie Andrews (Phoenix, Arizona) in de zaal mee gepikt. Op plaat laat ze spontaan het glazuur op mijn tanden barsten, te voorspelbaar en te poppy. Ze maakte ooit een EP samen met onze eigenste Milow. Niet dat je het meteen in die richting moet zoeken, maar toch. Op het podium echter, geruggensteund door een competente groep, vielen haar countrygetinte songs veel beter mee. Al zal haar niet onappetijtelijke verschijning daar ook wel voor iets tussen gezeten hebben, volgens een kenner.

Het hoogtepunt van de dag viel evenwel in het café te beleven. Daar zorgde singer-songwriter Joan Shelley (Louisville, Kentucky) voor. Samen met de uitmuntende gitarist Nathan Salsburg bracht ze breekbare songs, stuk voor stuk pareltjes. Naar eigen zeggen beïnvloed door June Tabor en soms hoorde je wel Angelsaksische sporen maar toch klinkt ze vooral als zichzelf. Verfijnd en –Low hoog in het vaandel dragend– zo stil mogelijk, alhoewel ze even werd opgeschrikt toen geweldenaar Robert Jon zijn set begon in de zaal en een kleine aardbeving veroorzaakte.

Cosmonauts uit Los Angeles wordt stilaan een vertrouwde naam op onze podia. Dit was reeds de vierde keer dat ik ze zag. Een jaar geleden vielen ze wat tegen op Rock Zerkegem maar hier was het weer lekker deinen op hun aanstekelijke psychrock. Niets nieuws onder de zon maar soms hoeft dat ook niet.

Toch voortijdig afgehaakt maar dat was enkel om Spirit Family Reunion (Brooklyn) te zien. Dit was de laatste dag van een vier weken durende Europese tour en ze hadden op de middag al een set gespeeld in Eindhoven. Dat had vooral bij zanger-gitarist Nick Panken zijn sporen nagelaten. Toch haalden de vijf nog eens alles uit de kast, vooral washboardspeler Stephen Weinheimer had echt zin in een wild feestje. Vrolijk makende country en Appalachenfolk, niets meer maar zeker ook niets minder.

Hoe kan men een festival beter afsluiten dan met een flinke portie nostalgie? Want dat beloofde het nieuwe project van Arno, Tjens Matic, ons toch met enkel nummers van TC Matic en Tjens Couter. De set werd fors geopend met “Being somebody” waarbij Arno een handmixer hanteerde, de reden waarom is me nog steeds niet duidelijk. De toon was meteen gezet. Met drummer Laurens Smagghe, bassist Mirko Banovic en gitarist Bruno Fevery (bekend van Arsenal, de man ook die de plaats van Josh Homme innam bij Garcia Plays Kyuss) in de rug was het duidelijk de bedoeling om ons weg te blazen. Enorme power! Soms werkte dat, andere keren verminkte het enkel de songs zoals bij “Gimme what I need”, waar alle subtiliteit verloren ging. Mooie songkeuze met onder meer “Que pasa” en “Middle class and blue eyes” hoewel ik er als Tjens Couter fan wat berooid vanaf kwam. Slechts twee nummers : een sterk “The Milkcow” en het eerder vermelde “Gimme what I need”. Eén nieuw nummer ook, het futiele “Middle finger”, waarin Arno zich voor de gelegenheid aan wat stoner waagde of was het een idee van Bruno Fevery? Meer dan genietbaar concertje maar wie TC Matic of (vooral) Tjens Couter wilde horen zoals die vroeger klonken bleef toch wat op zijn honger zitten.

Vooraf had ik wat bedenkingen bij de affiche maar achteraf kan ik enkel tevreden terugblikken. Met revelaties als Heavy Lids, The Murlocs, The Babe Rainbow, Idles, Sleeping Beauties, Aubrie Sellers en Phoenician Drive plus een Joan Shelley die haar waarde kwam bevestigen was dit opnieuw een meer dan geslaagde editie.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

Pukkelpop 2017 thru the eyes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2017 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2017
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2017-08-30
Geert Huys

PUKKELPOP 2017 - Drie dolle dagen, 28 keuzes, 1 relaas

DAG 1 - 17 augustus 2017

TAMINO
(Club, **½)
Na meerdere Pukkelpop edities te hebben rondgedoold als anonieme toeschouwer werd hét godenkind uit de jongste Nieuwe Lichting nu ineens zelf op het podium in Kiewit gedropt. Het werd helaas een weinig comfortable landing op Limburgse bodem. De té verkrampte Tamino kon zijn overconcentratie en onwennigheid tegenover de grote massa amper verhullen, waardoor wereldsongs als “Habibi” doodjammer maar keihard op een koude steen vielen. Toegegeven, de wanhoopkreetjes van het massaal uit Camping Chill aangevoerde oestrogeen zaten daar wel voor iets tussen, want in de meer intieme setting van een radiostudio bewees de 20-jarige Antwerpenaar reeds eerder dat de Buckley-vergelijking wel degelijk kan opgaan.

INTERGALACTIC LOVERS
(Marquee, ***)
Een schoolvoorbeeld van een geluk bij een ongeluk: sinds Lara Chedraoui na een vingerblessure de gitaar noodgedwongen aan de wilgen heeft gehangen is het enkel maar crescendo gegaan met de live reputatie van Intergalactic Lovers. In Kiewit schoof de frontdame sierlijk over het podium met de zelfzekerheid en souplesse van een jonge Patti Smith, met vlak achter haar de boys-in-the-band die allen in een strak muzikaal pak staken. De rafelige gitaarpop songs van de onlangs opnieuw aan de oppervlakte verschenen Aalstenaars lijken door de jaren heen wel steeds meer inwisselbaar, dus na drie kwartier was de koek toch wel meer dan op.

RYAN ADAMS (Main stage, ****)
De Amerikaanse ex-punker en alt.country held is (nog maar eens) zijn lief kwijt, maar bracht ter compensatie zijn verzameling pluchen tijgers, een gehavende Amerikaanse vlag en vooral een erg potige classic rock band mee naar Pukkelpop. De blitse Adams (rode zonnebril, T-shirt én gympies) werkte zich in het zweet om te bewijzen dat zijn jongste breakup album ‘Prisoner’ zich uitstekend leent om festivalweides te komen wakker schudden met een portie onversneden rootsrock à la Tom Petty & The Heartbreakers. Helemaal aan het eind van de set kreeg het ongeleid projectiel in Adams toch even de bovenhand en moest het drumstel er aan geloven. “Do You Still Love Me?” vroeg Ryan zich af in het ontstuimige openingsnummer: wie deze rock’n’roll held zelfs geen heel klein beetje graag ziet mag nu oprotten.

PJ HARVEY
(Marquee, ****½)
Wie oudgediende Harvey afgelopen jaren wat uit het oog was verloren kreeg meteen lik op stuk. De pose waarmee de frêle Engelse vergezeld van een tienkoppige marching band het podium opstapte had veel weg van een aangekondigde veldslag. Als doelwit op haar kruistocht houdt Harvey alle geopolitieke shit in het vizier die tot de wereldwijde vluchtelingencrisis heeft geleid; het is dé rode draad doorheen Harvey’s redelijk onderschatte recentste worp ‘The Hope Six Demolition Project’ (‘16) én vormde de hoofdmoot van haar ‘return to form’ performance in Kiewit. Het publiek kreeg weinig hapklare brokken geserveerd in het eerste driekwart, wel een gebalde en meeslepende set waarbij Harvey de gitaar had ingeruild voor een sax met in haar kielzog een onwaarschijnlijke straffe selectie aan muzikale virtuositeit: John Parish, Mick Harvey en Alain Johannes anyone? Op het eind verkocht La Harvey ons nog een lekkere psychobilly uppercut met oudje “50Ft Queenie” en veegde ze de vloer aan met het legertje hersenloze popprinsessen die dit jaar massaal de weg naar de Kiewit podia bleken gevonden te hebben. Er achteraan kwam nog “To Bring You My Love”, ja zó moet een nummer over de liefde dus echt klinken!

STRAND OF OAKS
(Club, ****½)
We lieten zonder dralen de overbelichte Solange links liggen ten voordele van Timothy Showalter en zijn rechttoe-rechtaan rockende kornuiten -aka Strand Of Oaks- die reeds voor een tweede keer een retourtje Kiewit in de bus kregen. Showalter is een artiest naar ons hart met een erg zeldzaam profiel: authentiek, kwetsbaar, onbezonnen, én dankbaar. Predikant of charismatische frontman, toogfilosoof of stoere rocker: Showalter kan of wil niet kiezen en is het dus allemaal. Muzikaal leunt de band steeds nauwer aan bij early My Morning Jacket en Neil Young & Crazy Horse, maar mijn God, met welke epische grandeur werden persoonlijke favorieten als “Radio Kids” en “JM” (een ode aan wijlen Songs:Ohia brein Jason Molina) de tent ingeslingerd! Showalter en het Pukkelpop publiek, het waren vanavond twee handen op één buik en dat moest uiteraard eindigen in een rondje crowdsurfing door de 35-jarige Amerikaan.

INTERPOL
(Marquee, ****)
Financiële kater? Artistieke bloedarmoede? Een nostalgische bui? Eerlijk, het kan ons eigenlijk geen ene moer schelen waarom Interpol deze zomer de boer op gaat met een integrale reprise van hun gitzwarte debuutschijf ‘Turn On The Bright Lights’ uit 2002. Onder de bloedrode spots van het Marquee podium onderstreepten een stoïcijns voor zich uit turende Paul Banks en zijn vier in strakke zwarte maatpakken getooide metgezellen nog maar eens waarom precies dié plaat anderhalf decennium geleden het vuur aan de lont van de postpunk revival stak. Zwartgallige teksten gedeclameerd door een donkere bariton, messcherpe gitaren, lome baslijntjes en holle drums: de typische genre ingrediënten hadden hun houdbaarheidsdatum nog bijlange niet overschreden, maar kregen toch nauwelijks de helft van de tent gevuld. Gaten in de cultuur, je vond ze donderdagavond bij de vleet.

TY SEGALL
(Club, ****)
Met een beetje fantasie kon je ze zien staan, daar op het podium van de Club: The White Stripes met drie extra muzikanten én een veel betere drummer. Neh, in werkelijkheid betrof het Ty Segall en zijn Freedom Band die blijkbaar enkel rode en witte kleren in de reistas hadden geduwd, maar zich net zoals de ‘familie’ White in hun gloriejaren rijkelijk bedienen van rauwe psychblues en fuzzy garagerock. Als zanger solliciteerde de nasaal klinkende Segall naar de rol van Marc Bolan on speed, maar hell yeah, als gitarist stond hier een 30-jarig bastaardkindje van Johnny Winter.

MODERAT
(Marquee, ***½)
De wegen van dit Berlijnse electronica trio gaan binnenkort terug uiteen als Modeselektor en Apparat, en kijk, Pukkelpop kreeg de eer en het genoegen om die artistieke teraardebestelling niet onopgemerkt te laten voorbij gaan. Toegegeven, na een paar uur onophoudelijk gitaargeweld was het even acclimatiseren, maar uiteindelijk moesten lijf en leden toch zwichten voor de wonderbaarlijke chemie tussen stuiterende Warp beats en melancholische Notwist indietronica. We hebben ze niet onmiddellijk kunnen spotten, maar meerwaardezoekers die anders drie dagen kamperen in en rond de Dance Hall en de Boiler Room hadden hier ongetwijfeld een vette kluif aan. Dankeschön und auf wiedersehen!

THE XX
(Main stage, ****)
De enige headliner op PP17 die naam waardig kwam bewijzen dat een band ook zonder oorverdovende beats of gierende gitaren een festivaldag met een ace kan uitserveren op het hoofdpodium. Tis te zeggen: beats en gitaren waren er wel, maar dan van het subtiele en onderkoelde soort in een strakke regie van het electronische meesterbrein Jamie XX die anno 2017 prominenter dan ooit op de voorgrond treedt bij het Londense trio. Zo smokkelde hij zijn solo hitje “Loud Places” bijna onopgemerkt in de set, dat even later naadloos zou overgaan in “On Hold”. De anders zo timide Romy Madley Croft waagde zich zelfs aan een paar voorzichtige danspasjes en ging een paar keer voluit in een slow-motion paringsdans met bassist Oliver Sim. Dit was mainstream die recht naar de keel greep, een houvast voor zielen die hun gading niet vinden in de geluksindustrie, een bakje troost op het eind van een woelige werkdag, of gewoon een gedenkwaardige afsluiter van een eerste festivaldag.

DAG 2 - 18 augustus 2017

NORDMANN
(Lift, ***½)
Met okselfrisse concertjes van ondermeer GoGo Penguin en TaxiWars verwelkomde PP vorig jaar voor het eerst een nieuwe generatie hippe jazzcats, en die lijn werd op de recentste editie wijselijk doorgetrokken met de komst van o.a. de Gentse Rock Rally finalisten Nordmann. We doen het viertal echter geen eer aan door hen enkel in het jazz vakje te proppen, want in de Lift kwamen ze bewijzen ook niet vies te zijn van soundtrackachtige avant blues, psychedelische fusion en hypnotiserende krautrock. Liefhebbers van Zappa en X-Legged Sally houden dus beter de aanstaande release van de tweede Nordmann schijf ‘The Boiling Ground’ nauwlettend in de gaten.

PARQUET COURTS
(Club, ***½)
We vinden ze best wel charmant, die Amerikaanse indiebandjes die ongeacht hun gestaag groeiende populariteit het DIY principe hoog in het vaandel blijven houden, en dus maar zelf alle instrumenten het podium opsleuren en in de juiste (?) tune proberen te krijgen. Eén en ander maakte dat onze New Yorkse vrienden redelijk opgewarmd aan de start verschenen en dus meteen stevig op het gaspedaal konden duwen met uppercuts als “Borrowed Time” en “Master Of My Craft” uit hun weergaloze debuutschijf ‘Light Up Gold’ (‘12). Echter, net zoals op hun jongste plaat gingen Parquet Courts doorheen de set meer dan nodig op de rem staan en volgden er een paar dipjes die klonken als de flauwste B-kantjes van Pavement. Maar ach, volgende keer gewoon wat meer Feelies in de mix gooien, en alles is terug vergeven!

THE SHINS
(Marquee, ***)
‘Heartworms’, de nieuwe schijf van The Shins, verdween dit voorjaar wel erg snel in de luwte. Hetzelfde kan gezegd worden van hun doortocht op Pukkelpop: de tussen licht psychedelische gitaarpop en experimentele americana laverende set ging bijna onopgemerkt voorbij aan de amper halfgevulde tent. De hoge aaibaarheidsfactor van frontman James Mercer en zijn wat té bombastisch klinkende band zullen daar wellicht voor iets tussen hebben gezeten, of misschien werden de radiohitjes “Phantom Limb” en “Simple Song” wat te lang opgespaard tot de finale. Beetje tragisch eigenlijk, dat onze aandacht pas na drie kwartier werd aangescherpt toen een flard van de Tom Petty evergreen “American Girl” kwam voorbij gewaaid in slotnummer “Sleeping Lessons”.

PERFUME GENIUS (Club, **)
In de categorie ‘meest opmerkelijke artistieke gedaanteverandering van het jaar’ nomineren we graag Mike Hadreas aka Perfume Genius. Helaas, driewerf helaas, want de schichtige zielepoot die ooit verscholen achter zijn piano in “Mr. Peterson” het relaas deed over de ongewenste intimiteiten door zijn weedrokende leraar is niet meer. In de plaats daarvan heeft Hadreas zich getransformeerd tot een performance artiest die met de sierlijkheid van een gecastreerde oerang-oetan korte minimalistische avant-popsongs uitbraakt. Volgende keer dan toch maar terug die zielepoot.

THE FLAMING LIPS
(Marquee, ****)
De speciaal voor de gelegenheid gefabriceerde goudkleurige letterballon ‘Fuck Yeah Pukkelpop’ loog er niet om: de weirde bende uit Oklahoma city was maar wat blij om hun carnavaleske kunstjes nog eens te vertonen op een Belgisch festival. Het gevoel was wederzijds, want de ongekroonde koningen van de psychpop gimmick werden meteen als oude bekenden onthaald tijdens de met confetti ondergespoten über classic “Race For The Prize”. Een reusachtige opblaasversie van Yoshimi de roze robot? Een levensgrote witte eenhoorn die frontman Wayne Coyne door de meute liet paraderen? Yep, in de verkleedkoffer van de Lips stak weer heel wat fraais. En de muziek dan, hoor ik U denken? Wel ja, een schitterend zanger is de ontwapenende Coyne nog steeds niet, maar toch zorgde de sympathieke grijsaard weer voor een ferme krop in onze keel door vanuit zijn vertrouwde transparante ritsballon Bowie te saluteren met “Space Oddity”.

ELBOW
(Marquee, ****½)
Wie na de opeenvolging van kille plensbuien wat onderkoeld was geraakt kon zich in de Marquee onmiddellijk verwarmen aan de pretoogjes van Guy Garvey, de getroubleerde teddybeer die na een solo uitstapje terug stevig aan het roer van Elbow staat. Uitgezonderd de moedige opener “The Birds” groeide elk nummer op de setlist uit tot een pastorale hymne, sinds kort mét assistentie van twee backing vocalistes die ook overweg konden met een viool. Tijdens downtempo evergreens als “Lippy Kids” en “The Bones Of You” had de volksmenner in Garvey de talrijke pogingen tot vocal harmonies zomaar uit het publiek te plukken, maar evengoed stond de kersverse vader even stil bij de tragiek in Barcelona. Elbow en België, het blijft een onklopbare combinatie.

NEWMOON
(Lift, ****)
Na 10 jaar ploeteren in de marge kan dit Kempens vijftal haar ultieme droom om ooit een PP podium te halen voorgoed schrappen van de bucket list. Newmoon gooide zich dankbaar en onvoorwaardelijk in de strijd gewapend met breed uitwaaierende gitaren, een solide ritmetandem en een empatische frontman die graag dagdroomt bij de idee dat De Ideale Wereld een maakbaar iets is. We kunnen het alleen maar beamen: dit snedig setje was pijnlijk aan de nekspieren voor al wie Ride, Slowdive en A Place To Bury Strangers thuis in de platenkast heeft staan.

NICOLAS JAAR
(Marquee, ***½)
Een vreemde eend is ook een eend. Het voormalige brein achter Darkside mocht zijn soundlab neerpoten in de Marquee, niet meteen een habitat waar experimentele ambient spielerei en afgekloven elektro goed gedijen. Soit, we gaven de meerwaarde zoeker in ons volledig vrij spel en waanden ons daardoor al vrij snel back in time op Pinkpop ’94 waar The Orb een eye-opening show gaf. Mooi compliment toch voor de 27-jarige Jaar, alleen de spacecake van toen ontbrak.

STUFF.
(Club, ***½)
Wie door hippe recensenten tot meest opwindende Belgische live-act wordt gebombardeerd kan op onze aandacht rekenen, ook al moesten we ons daarvoor in een vlotjes volgelopen Club tent wringen. En ja, het virtuoze gezelschap heeft zijn reputatie niet gestolen. Neem nu de finesse en timing van Lander Gyselinck: het moet een afknapper zijn voor iedere amateur drummer om die gast aan het werk te zien en te beseffen hoe lang de af te leggen weg nog is. De vele tempowisselingen en scherpe bochten in de hoekige spacefunk en hyperkinetische fusion van STUFF. zijn niet onmiddellijk gesneden koek voor de radio, maar dat zijn Zappa, Material en X-Legged Sally ook niet dus vertoeft het frivole vijftal in uitstekend gezelschap.

DAG 3 - 19 augustus 2017

STEAK NUMBER EIGHT (Marquee, ***½)
De sludge trots van Wevelgem (en ver daarbuiten) moest tiellijk (lees: om 6u ‘s morgens) uit de veren om uiteindelijk zo rond de middag onze laatste festivaldag op gang te trekken, en love it or hate it, maar deze Westvlaamse kopstoot kon tellen als wake up call. Vanachter zijn pornosnor schreeuwde frontman Brent Vanneste zijn frustraties de tent en de wijde wereld in, terwijl zijn moaten een wall of sound optrokken uit massief graniet zonder te vervallen in de vormloze geluidsbrij die genregenoten wel eens durven uitbraken. Steak Number Eight deed beire veel pijn aan onze dierbare trommelvliezen, en het was heerlijk!

CULTURE ABUSE
(Lift, ***½)
De jongste aanwinst van Epitaph’s vermaarde punk stal voegt uiteraard niets wereldschokkends toe aan het genre, but who cares? Met hun compromisloos setje vintage punkrock flitsten de vijf Californische kerels ons zo terug naar het tijdperk waar Dead Boys en Richard Hell & The Voidoids alles en iedereen schuimbekkend op de korrel namen. Tegenwoordig heet het doelwit D.J. Trump, steevast voorzien van het voorzetsel ‘Fuck’ door mankende frontman David Kelling die met zijn bol buikje en fotocamera uit de kringwinkel rond de nek er nét dat tikkeltje minder gevaarlijk uitzag dan zijn soortgenoten uit het genre. De man liet zich op het eind zelfs van zijn meest openhartige kant zien: “If you got weed, we got money!”. Chokri’s narcotica brigade keek gewillig de verkeerde kant uit.

D.D DUMBO
(Club, ***½)
Gastvrouw Ayco Duyster was al fan, en ook wij houden op z’n minst een gevoel van sympathie en bewondering over aan het ontwapenende setje van deze Australische singer-songwriter en milieuactivist die offstage als ene Oliver Hugh Perry door het leven gaat. Zijn avontuurlijke melting pot van 12-string psychedelische pop, wereldmuziek en Mali blues laat zich niet meteen in één vakje duwen: de ene keer kwam er een juweel van een popsong bovendrijven (“Satan”), maar even goed sprongen Perry en zijn drie metgezellen wat te kwistig om met die ingrediënten zonder dat de mayonaise echt pakte. Dat de stembanden van D.D Dumbo als bijna twee druppels water op die van Sting leken moet voldoende zijn om jullie nieuwsgierigheid te prikkelen en ’s mans vorig jaar verschenen debuut ‘Utopia Defeated’ alsnog een luisterbeurt te gunnen.

CAR SEAT HEADREST (Club, ****)
We love the 90ies ... Spoiler alert: we hebben het voor alle duidelijkheid niet over de jaarlijkse hoogdag der marginale wegwerppop. ‘Onze’ 90ies blijken als twee druppels water te lijken op wat de schijnbaar ongeïnteresseerde anti-ster Will Toledo op zijn zolderkamertje tegenwoordig bijeen schraapt als Car Seat Headrest. Toegegeven, zijn recept (een scheutje Sebadoh, een slokje Pavement, en een wolkje Weezer) is weinig vernieuwend, maar wel onweerstaanbaar voor een nieuwe verloren gelopen generatie slackers, nerds en indie kids. In de übercatchy single “Fill In The Blank” legt Toledo meteen de vinger op de wonde van vele youngsters “I’m so sick of fill in the blank. Accomplish more, accomplish nothing”. De Club raakte in vervoering, highlights als “Destroyed by Hippie Powers” en “Drunk Drivers/Killer Whales” werden bijna woord voor woord meegelipt als betrof het onvervalste Oasis anthems. Het stond in schril contrast met de introverte cool die Toledo en zijn drie makkers tijdens hun triomftocht wisten te bewaren: blik op oneindig, scherp geslepen gitaren in de aanslag en een wel heel erg abrupt einde zonder enig afscheidswoord. Eigenzinnige jongeren, geef ze toch een kans.

THE PRETTY RECKLESS
(Marquee, *)
Sympathiek en opvallend was het wel, die “Give us back the Shelter” T-shirt actie opgezet door zware jongens en liefhebbers van het stevige werk die hun favoriete podium/toog combinatie in de uithoek van het festivaldorp voortaan moeten missen. De harde noten werden dit jaar dan maar gekraakt op andere podia, maar het New Yorkse post-grunge gezelschap The Pretty Reckless bewees in de Marquee dat zoiets niet zonder risico is. Indie kids kregen er plots een potsierlijke larger than life show in de maag gesplitst van een voormalige Gossip Girl actrice met foute Courtney Love fixatie gekoppeld aan drie stoere beren die zielloos gingen plunderen bij Soundgarden en Joan Jett: ja, het leven van een PP recensent kan hard zijn.

PREOCCUPATIONS
(Lift, ****)
Het Canadese postpunk combo Viet Cong laat zich tegenwoordig afficheren als Preoccupations, een transformatie waarbij de experimenteerdrang van welleer een stukje terrein heeft verloren ten voordele van de conventionele popsong. De relatief lichtvoetige 80ies pastiche “Anxiety” werd nog breedlachend en zichtbaar ontspannen afgehaspeld, maar snel erna werd de fun factor ingeruild voor het hoogste dreigingsniveau.  Zwartgallige synths en grimmige gitaren leidden het erg dun gezaaide publiek regelrecht richting “Death”, de apocalyptische afsluiter die maar nipt onder het kwartier afklokte. Viet Cong - Preoccupations: 1-1.

BADBADNOTGOOD
(Club, ***)
Kendrick Lamar, Ghostface Killah, Earl Sweatshirt en Tyler The Creator zagen een weekendje Kiewit niet zitten. Jammer, want het dak van de Club tent zou er ongetwijfeld zijn afgegaan indien het Canadese nu-jazz quartet het podium had gedeeld met één van deze hiphop helden waarmee ze afgelopen jaren de studio zijn ingedoken. Drummer Alexander Sowinski nam dan maar de honeurs op zich om het publiek op te zwepen, iets wat zeker nodig was tijdens die paar momenten waar hij en zijn maats dreigden af te glijden richting pure improvisatie. Gelukkig trokken de virtuoze jazzcats nu en dan ook eens de kaart van spacefunk en triphop, waardoor ons eindverdict toch eerder neigt naar ‘GOODGOODNOTGREAT’.

AT THE DRIVE-IN (Marquee, ****)
Hier hadden we dus drie dagen lang naar uitgekeken. Hét moment waarop de makers van het inmiddels 17 lentes tellende ‘Relationship Of Command’ - de holy grail van de emopunk - nog eens een paar are Belgische bodem zouden komen verschroeien. De eerste seconden na de ontstuimige aftrap van “Arcarsenal” vallen amper te beschrijven: adrenaline levels én decibels gingen tegelijk in het rood zodat een mens er een beetje ongemakkelijk zou van worden. Elk optreden is een beetje oorlog voor ATDI, en in het heetst van de strijd moet subtiliteit het dan wel eens afleggen van intensiteit. De hoofdmoot was tegelijk geniaal en brutaal, maar even goed waren er momenten waarop alles dreigde te verzanden in een vormloze geluidsbrij. Geheel in lijn met de eigen traditie moest en zou de set een tikkeltje chaotisch eindigen. De makheid van het achteruit geslagen publiek zinde brulboei en kattesprong kampioen Cedric Bixler niet, en na jaren van mishandeling weigerde de gitaar van Omar Rodríguez herhaaldelijk alle dienst en werd uiteindelijk onzacht bij het restafval gekeild. Genoeg frustratie dus bij de Texanen om er na een meedogenloos “One Armed Scissor” voortijdig de stekker uit te trekken. Genieten tegen de pijngrens aan, het kon in de Marquee ook zonder SM pakje.

MOON DUO
(Lift, ****)
“Pukkelpop, graag jullie aandacht voor de Nicole & Hugo van de psychedelische krautrock: hier is Moon Duo!” ... Heerlijk toch hoe AB baas Kurt Overbergh met één welgemikte oneliner vriend en vijand kan warm maken voor een obscure cultgroep uit San Francisco. Het duo in kwestie, Wooden Shjips gitarist Erik Johnson en zijn grote liefde Sanae Yamada, liet zich de verscherpte aandacht duidelijk welgevallen en bedankte met niets minder dan ‘a mindblowing experience’. Origineel was hun mix van elektronische drones en overstuurde fuzznoise zeker niet, daarvoor klonken de echo’s van Suicide, Spacemen 3 en Can immers te sterk door, maar al wie zich gewillig in trance modus liet wiegen maalde daar niet om. Moon Duo is een groep om te koesteren, want slechts weinigen komen zonder kleerscheuren weg met covers van “Jukebox Babe” en “No Fun”.

BAND OF HORSES
(Club, ****½)
Zonder verwachtingen de tent in, en een uurtje later behoorlijk euforisch de tent terug uit: het zijn zondermeer de mooiste PP herinneringen. Band Of Horses maakte zijn beste platen in het vorige decennium en lijkt sindsdien aan een chronische vorm van artistieke bloedarmoede te lijden, dus dat deze bende uit Seattle het licht mocht komen uitdoen in de Club kan je bezwaarlijk een evidente keuze noemen. Al snel bleek het tegendeel waar: hier stond een groep die haar identiteitscrisis had bezweerd en met opgestroopte mouwen kwam bewijzen dat er nog geen grammetje sleet zit op de ijzersterke live reputatie. Toegegeven, de opwarmertjes lonkten nog wat té nadrukkelijk naar Grandaddy, maar daarna kozen Ben Bridwell & co resoluut voor de vlucht vooruit. Ongeschoren americana, punchy SubPop indie en emotioneel zwaar beladen countryrock: het werkte gewoon allemaal even aanstekelijk waardoor de alles-of-niets set van Band Of Horses gaandeweg de allures kreeg van een ware triomftocht. De tocht eindigde in een adrenalin rush én een regelrechte aanslag op de plankenvloer van de Club, want het helpt als je anthems als “The Great Salt Lake”, “Is There A Ghost” en “The Funeral” opspaart tot diep in de finale.

Last but not least, onze highlights top 10:

 

1.        BAND OF HORSES

2.        PJ HARVEY

3.        STRAND OF OAKS

4.        ELBOW

5.        THE XX

6.        CAR SEAT HEADREST

7.        NEWMOON

8.        INTERPOL

9.        AT THE DRIVE-IN

10.    MOON DUO

Neem gerust een kijkje naar de pics (ism Damusic)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pukkelpop-2017/
Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2017/
Organisatie: Pukkelpop

Pukkelpop 2017 – zaterdag 19 augustus 2017

Pukkelpop 2017 – zaterdag 19 augustus 2017
Pukkelpop 2017
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2017-08-19
Kimberley Haesendonck en Johan Meurisse

Op deze derde dag hadden we in het uitgestippeld parcours een goed evenwicht tussen de verschillende stages …

De Britse emo van Moose Blood zit compact goed in elkaar . De band wenst zich hier te ontdekken ,  wil zich duidelijk bewijzen en trekt de aandacht met snedig , vaardig materiaal. Toergegeven, niks nieuws onder zon , maar de songs staan er wel en kregen een verdiende respons .

Intussen stroomt de kleine Lift vol voor het uit Luik afkomstige Cocaine Piss , die live al een ferme reputatie heeft opgebouwd . In de belangstelling kwamen ze via het programma Pop-o-rama en klopten ze aan bij producer Steve Albini . De smerige punk hardcore/noise klinkt los uit de pols. Een muzikale pletwals is het, onstuimig, rauw , scherp , ontregeld . Deze middag klonk het allemaal iets beheerster . Zangeres Aurélie Poppins krijst , schreeuwt met een hoog stemmetje de frustraties van zich af . Haar handen waar ze haar lichaam mee aftast , of wat dan ook ,de sensuele danspasjes , het geeft de act elan .  Ze brengen korte , krachtige , stevige nummers in vele tempowissels , die we soms ervaren als muzikale schetsen  . Al gauw is ze in het publiek . Dit contact is belangrijk , ze baant zich een weg tot aan de PA … tot de microkabel niet meer verder kan . En dan ‘poef’ , de micro knalt op de grond en Cocaine Piss voorbij geraasd . Dit was hels kabaal uit vervlogen tijden van Crass en Black Flag en recent van een Rolo Tomassi. Deze wervelwind liet niemand onberoerd.

Het Australische D.D Dumbo van Oliver Hugh Perry haalt dwarsflut , blokfluit en trompet maar ook andere tuig boven om hun sfeervolle psychedelische indie rootspop kleur te geven . De percussieve ritmes geven er een aangename, gemoedelijke world groove aan . Zijn  stem , doet ergens denken aan Sting . We maakten kennis met hen door het nummer “Walrus”. Het kwartet versmelt verschillende stijlen die ons dansend deden wegdromen .

Pvris is één van die bands die hun materiaal  mooi hebben afgestoft . Een catchy combinatie van electro , alternatieve en  mainstream rock. Ze zijn mooi afgelijnd en gaan nergens uit de bocht . Amerikaans op en top. Arena allures. Inwisselbaar. . Zangeres Lynn Gunn doet haar uiterste best en port het jonge publiek aan zoveel mogelijk mee te springen. In november kun je er helemaal warm voor lopen , want dan komen ze naar de Trix.

De sfeervolle , onstuimige , broeierige indie van Car Seat Headrest , Will Toledo,  zagen we in het voorjaar sterk presteren in de Bota. ‘Teens of denial’ werd de terechte doorbraak. De Weezer college sing/songwriter springt nu niet direct in het oog , hoeft ook niet , samen met z’n band geeft hij het materiaal een dynamische boost en gaan ze lekker loos. De songs zijn uitgediept , uitgesponnen en intrigeren door een elegante , melodieuze schoonheid , repetitieve ritmiek  en verrassende wendingen. “Destroyed by hippie powers” , “Fill in the bank” , “Drugs with friends” , “Drunk drivers/Killer whales” krijgen een gevoelig, fel , verbeten jasje aangemeten.  Killer trippende songs die nazinderen .

… Hartverscheurende keuzes moeten we maken bij zo’n optreden, gezien Vuurwerk optreedt aan de andere kant van het terrein . De getalenteerde Brusselaars opereren nu van uit Londen en  hebben een gastvocalist en rapper bij zich . Hun popelektronica wordt opgehitst door percussie en krijgt een warm gevoel door de zangpartijen. We ervaren een clubgevoel . Hun live elektronica intrigeert en werd sterk gewaardeerd . Mooi!

(KH) In oktober komt Jake Bugg  solo naar de Arenbergschouwburg. Nu kon hij het publiek overtuigen met full band. Het ingetogen pubertje van enkele jaren geleden is niet meer. Bugg veranderde in een man met een typische Britpop présence. Hij wist perfect hoe het publiek in te palmen. Eigenlijk had hij niet meer nodig als zijn gitaar, zijn stem en zijn hele palmares aan hits om te entertainen. “Slumville Sunrise”, “Two Fingers”, “Lightning Bolt”, en zo kunnen we nog doorgaan. Jake Bugg stal zelfs ons hartje een beetje tijdens het laatste stukje van zijn set toen hij het wondermooie nummer “Broken” akoestisch op gitaar speelde. Wat een held, die man!

… Zucht terug van die keuzes die moeten gemaakt worden PreoccupationsFirst aid kit en Afghan Whigs op hetzelfde moment …

Ons hart smelt het meest bij Dulli en de zijnen . Trouwens, een mooi zicht op de mainstage was het wel, The Afghan Whigs rond Greg Dulli , steevast in zwarte tenue , die de ondergaande zon op zich laten schijnen . Voor wie een uur nostalgie opteerde , zat hier verkeerd . In de AB hoorden we het al, een handvol oudjes en veel nieuwer materiaal , die een intense spanning hebben en een geluidsmuur optrekken, gedragen door die doorleefde soulrockende  stem van Dulli. Een weerbarstige set. “Arabian heights” en “Matamores” tekenden voor een verschroeiende aanvangsronde . Ook “Algiers” en “Demon in profile” onderhouden een broeierige intensiteit . Een stomende band is hier aan het werk! Blazers, violen vullen aan .  Intimiteit als Dulli schuifelt achter de keys en piano, met een knipoog naar hun overleden gitarist! “Debonair” bleef vanavond opgeborgen  , “John the baptist “ en “Somethin hot” vulden het op . Dit was meer dan een ‘summer kiss’! Afghan Whigs zijn scherper dan ooit en we hebben het geweten .

(KH) Preoccupations is steengoed. Is de naam je nog onbekend? Dan zegt de naam Viet Cong je misschien meer iets. De Canadezen werden beschuldigd van racisme en veranderden hun naam. Muzikaal gaan ze verder in hetzelfde elan als Viet Cong. Hun donker dreigende postpunk/indiewave rock blaast je gewoon weg . Preoccupations rammelt , garagerockt , postpunt; songstructuur , donkerte en sfeer zijn er in een aanhoudend intens broeierige spanning,  door rauwe, hoekige, strakke, metaal klinkende en galmende echoënde gitaardwarrels , de overheersende, dreunende , repetitieve , grauwe basstunes , de stuwende , opzwepende drums en de zalvende elektronicariedels, die 60s psychedelica over enkele nummers doet waaien. De diepe stem van Flegel beklemtoont dat gitzwart opgetrokken universum . Preoccupations zorgt voor allerlei stemmingen, die een duistere ondertoon hebben. We vertoefden een uur lang in die verzwelgende sound.
Eigenlijk kunnen we u voor zo een optreden maar één tip geven: pint in uw handen en gaan, dat is wat wij ook gedaan hebben. Sterk staaltje dus!

Het Britse Bear’s den heeft heel wat volk op de been gebracht op de mainstage ; terecht zijn ze uitgegroeid tot de geliefkoosde bebaarde schoonzonen met hun gevoelige indiefolk en 70s retro. Andrew Davie en Kevin Jones verstaan er zich steeds nog niet aan , tegen wil en dank de kleine clubs te zijn ontgroeid. Ze hebben het hart op de juiste plaats , koesteren hun publiek en zorgen voor een samenhorigheidsgevoel  met hun catchy , radiovriendelijk , sfeervol, warm materiaal  , die een aangename groove hebben , het hoofdpodium waardig.
De handvol singles van hun twee platen zitten mooi verdeeld in de set . De songs zijn mooi uitgekiend , het is een kleurrijke sound door de gitaren , tokkelende banjo , keys en trompet , die allemaal hun plaatsje hebben , zonder een geitenwollen sokkengevoel. De amicale uitstraling , de verhaaltjes van de twee spilfiguren en de songs waarborgen een goed gevoel. Uiterst genietbaar op dit uur van de avond , “Isaac” (die even moest gereset worden), “Emeralds”, “Auld wives” , “Dew on the vine” en “Agape”.
Een cover zit steevast in het aanbod. Bryan Adam’s “Heaven”, die de StuBru’s  warmste week nog warmer maakte , klinkt pakkend door de elegante akoestische gitaren en stemmenpracht. Een zonnige smile kon niet ontbreken , Bear’s den was beregoed!

(KH) Een portie beukwerk kregen we geserveerd van de gestoorde Amerikanen van Ho99o9. De shows van dit experimentele punk-hiphop-duo zijn harder dan ooit. Al vanaf de eerste noot werd de eerste circle pit opengetrokken. De rest van het optreden was geschiedenis. Met een debuutplaat om U tegen te zeggen, optredens waar je niet anders kan dan je kapot amuseren en nog veel meer, is Ho99o9 klaar om misschien wel een van de grootste ter wereld te worden.

Het tempo werd dus ferm opgedreven in de avond … At the drive-in begon eraan in de Marquee . Vorig jaar was in mum van tijd hun reünie in de AB uitverkocht . Iets later waren ze te zien op Rock Werchter en kijk een goed jaar later op Pukkelpop . Met de reünie kwam er ook nieuwe cd van het combo rond zanger Cedric Bixler-Zavala en gitaarwonder Omar Rodriguez-Lopez.
At the drive in- gaf het scream/emogenre elan , ‘Relationship of command” werd een  wereldplaat , ijkpunt van hun hectisch ,chaotische sound. Ondanks de lovende kritiek , een kruising van stijlen , ingenieuze, verrassende wendingen , een strak spelende band en een losgeslagen zanger,  was de belangstelling en respons matig . Invloedrijk waren ze , godvergeten worden ze bij een jonger publiek . Wij houden van hun muzikale stroomstoten, “Arcarsenal” , “Pattern against user” en doorbraak “One armed scissor” waren tekenend voor hun snedige , driftige hyperkinetische sound , hun hardvochtige power en  tomeloze energie .

Aai … dilemma’s opnieuw in de avond … Mumford & Sons die de gevoelige indiefolk in een rockend world jasje stopten , de dynamiek, explosiviteit,  maniakale gekte van de hardcore/hiphop potpourri van het alternatieve Death grips of de monotoon beukende stoner ‘desert’ psychedelica van Moon Duo .
Kiezen is delen … Moon Duo hebben we persoonlijk al een tijdje niet meer gezien, dus even lekker loos gaan op die weerkerende drijvende ritmes van Eric Ripley Jonhnson (tevens ook fromtman van Wooden Shjips) en echtgenote Sanae Yamada . Door de galmende gitaar/basriedels , de keys en de roffelende drums,  tuimelen we hier in de wereld van Hawkwind , Suicide en 70s retro , een oud vertrouwd patroon door de eindeloos repetitieve loops, de ups en downs van slepende, opborrelende, zwierige, schurende , scheurende ritmes en de echoënde zang . Luister zeker naar hun recentste ‘Occult architecture’ platen .Een bezwerend, heerlijk genietbaar  trance gevoel wordt verwezenlijkt. In deze psychedelicarock hoorden we een eerbetoon aan Stooges en natuurlijk Suicide, hoogtepunten in deze denderende , rollende , aanstekelijke , sfeervolle tunes . Moon Duo doet eigenlijk al jaren goed .. waar ze goed in zijn …

Na een leuke babbel met Mauro die iets later kwam met een van z’n projecten Gruppo di Pawlowski in diezelfde kleine Lift , maakten we ons op voor de afsluitende act in de club Band of Horses , een even amicale band als de twee grotere broers die even voordien optraden, Bear’s den en Mumford & Sons. Een paar maand terug zagen we hen nog een uiterst aangename liveset spelen in de AB, het combo rond Ben Briswell . Even enthousiast , aantrekkelijk , verrassend , leuk , gretig , gedreven , extravert  klonk het kwintet opnieuw . Letterlijk werden na een vermoeiende driedaagse trip uitgewuifd . Die broeierige , snedige , sfeervolle rootsamericana , gedrenkt in melancholie en gevoeligheid , deed deugd. ‘Why are you OK’ is hun vijfde plaat , die net als hun eerste platen charmeert . Band Of Horses overtuigde als closing act . We hadden een handvol pareltjes die dit gevoel bevestigden, “No one’s gonna love you” , “The great salt lake” en de rootsclassics “Is there a ghost” en “Funeral” waren weergaloos sterk .

Hier eindigde onze Pukkelpoprit . Nog wat ‘oohs en aahs’ van het mooie vuurwerk en stof tot napraten  

Een gevarieerde Pukkelpopaffiche , die de kaart van gezelligheid meer dan ooit trok en op de verschillende stages voldoende moois van genres en ontdekkingen te bieden had. Tot volgend jaar!

Neem gerust een kijkje naar de pics (ism Damusic)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pukkelpop-2017/
Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2017/
Organisatie: Pukkelpop

Pagina 48 van 143