logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
dEUS - 19/03/20...

A Perfect Circle

Eat The Elephant

Geschreven door

Het is nu al jaren dat wij vol ongeduld zitten te wachten op nieuw werk van het weergaloze Tool. Op heden is de band op tournee door de USA, ze leven dus nog, maar wij moeten het hier voorlopig stellen met vage of valse geruchten. Of, zoals recent nog, met enkele stuiptrekkingen van frontman Maynard James Keenan, meer bepaald diens hobbyclubje Puscifer, het elektro uitstapje waar wij onze pap echt niet kunnen mee koelen.
Nu tracht men ons te paaien met nieuw werk van A Perfect Circle, dat andere zijprojectje van Keenan dat ondertussen ook al 15 jaar in de diepvries heeft gezeten. Het is alweer een doekje tegen het bloeden.
Destijds werd A Perfect Circle in het leven geroepen als een soort spin-off van Tool, het was het nieuwe speeltje van Maynard James Keenan en Billy Howerdel. De platen ‘Mer de Noms’ en ‘Thirteenth Step’ hadden ongetwijfeld hun sterktes, maar toch hadden wij altijd de indruk dat A Perfect Circle een soort Tool-light was, het kleine en brave broertje dat altijd in veiligheid gebracht werd éénmaal de grote jongens echt het gevaar gingen opzoeken.
Ook met ‘Eat The Elephant’ stoten we op een netjes geproducete plaat met fraaie prog-rock en enkele knappe songs, maar we missen de kwaadheid, het hellevuur en de brute kracht van de grote broer.
Maynard James Keenan houdt zijn demonen te sterk onder controle en staat overal vrij clean te zingen. Hij wordt nergens echt kwaad, en dat is jammer. Ook de band (met o.a. voormalig Smashing Pumpkins gitartist James Iha in de rangen) speelt hier meer dan voortreffelijk maar doet dat overal wel heel keurig binnen de lijntjes. We onthouden desondanks toch een stel fijne songs die het bestaansrecht van A Perfect Circle in ere houden, zoals “Disillusioned”, “The Doomed” en “Hourglass”, maar we zijn niet overdonderd.

Als er één ding is die deze ‘Eat The Elephant’ bij ons teweegbrengt, dan is het dat onze honger naar een nieuwe Tool terug wat meer is aangewakkerd, en het was al niet meer te houden.
A Perfect Circle staat trouwens op Graspop en in december zelfs in de Lotto Arena. Van Tool geen spoor.

Elefant

Konark und Bonark

Geschreven door

Altijd fijn als je een beetje gekte in een band ontdekt. Vooral als die gepaard gaat met fijne, goede muziek. Ook in België bestaan of bestonden, in allerlei genres, dergelijke bands: Arbeid Adelt, Aroma Di Amore, Daan, Belgian Associality, Nacht Und Nebel, Kenji Minoque… Elefant (wederom afkomstig uit het muzikaal boomende Gent) behoort daar ook toe volgens mijn bescheiden mening. Ze brengen een soort krautrock op geheel eigen wijze en wie ze ooit al eens live aan het werk zag zal dit zich nog herinneren. Een uiting van het Belgische surrealisme met die witte labopakjes op het podium.

Dat laatste is leuk en valt op maar de muziek moet ook interessant zijn anders blijft het een gimmick. Over de muziek moeten we ons niet meteen zorgen maken want de band bestaat uit leden van o.a. The Van Jets, Drums Are For Parade en Future Old People are for Wizards. Vanuit deze verschillende muzikale achtergronden hebben ze een nieuwe blend gemaakt. Op het eerste gehoor is er geen rechte lijn in hun muziek te onderscheiden doch dit is maar schijn. Markante, vrij uitgesproken en soms tegendraadse ritmes samen met gitaarlijnen en toetsen die naar krautrock en psychedelica neigen vormen een stevige basis voor hun songs. De eigenzinnigheid van FOPAFW met de melodieuze elementen van The Van Jets. Het geheel is niet echt radiovriendelijk materiaal maar hoeft dit? Voor mij in elk geval niet want het maakt hun zoektocht naar een eigen geluid alleen maar interessanter.
Na enkele EP’s is er dus nu hun full album dat je meeneemt op een trip in hun vreemde wereld. Het begint al met de introtrack “Haven’t Heard of Yet” dat met spoken words een beklemmende sfeer creëert. “Oh My Dog (Oh mein Hund)” begint met een soort van Ennio Morricone- thema brengen. Wanneer je denkt dat dit een instrumentale track is , ontpopt die zich halfweg in een gezongen rocksong (a la Millionaire). “Schräg” drijft op een themaatje dat als een loopje terugkeert. Onverwachte overgangen doorbreken dat loopje. “Landman” is wat hetzelfde qua opbouw maar bezit wat meer psychedelische elementen. “Credulity” heeft fijne orgelklanken en de muziek is vrij catchy. Een behoorlijk toegankelijk nummer dat ik echt goed vind. Op “Der Publizist” doet de zang aan Marianne Faithfull denken, en muzikaal aan Goethes Erben denken. Ook “Lord Sleep” kan mij bekoren.

Twaalf tracks telt het debuut van deze heren. Een geslaagd en eigenzinnig debuut dat waarschijnlijk weinig airplay zal krijgen maar dat het ontdekken waard is. Ook live moet je ze ooit eens gezien hebben.

James Williamson

Behind The Shade

Geschreven door

James Williamson is bijna zeventig en was ooit bandlid van The Stooges. De legendarische begeleidingsband van Iggy Pop. Hij was tevens een songschrijver die bijvoorbeeld alle nummers op ‘Raw Power’ hielp meeschrijven met Iggy Pop. Ook op ‘Kill City’ werkte hij mee en op ‘New Values’ was hij gitarist en producer. Na meningsverschillen tijdens het maken van ‘Soldiers’ (o.a. met David Bowie) stopte hij met muziek maken en ging hij terug technologie studeren.
Na de dood van Ron Asheton in 2009 voegde hij zich terug bij de band om op tournee te gaan. In 2013 maakte hij samen met Iggy ook het ‘Ready To Die’ album.

Voor de vocals op dit solo album trok hij Frank Meyer (zanger en gitarist bij The Streetwalkin’ Cheetahs) en Petra Haden (The Haden Triplets, That Dog) aan. De uptempo nummers waarop Frank Meyer zingt sluiten nog het meest aan bij het werk van The Stooges. Dat geldt dan bv voor de felle opener “Riot On The Strip”. Er staan wel meer warmere en iets ingehouden tracks op. “Judith Christ” is een heerlijke rock and roll track. “Pink Hearts Across the Sky” is een door Petra Haden gezongen track dat een beetje als een Amerikaanse singer-songwriter/rock track klinkt. Laten we zeggen genre Sheryl Crow.
Het grootste verschil met The Stooges is dat het gitaarwerk hier ook knettert maar dan meer als van een haardvuur terwijl hij met The Stooges zijn gitaar liet slijpen en zagen. Het gevolg is een diep in rock and roll gedrongen album dat warm en Amerikaans klinkt. Soms vinnig en in enkele gevallen wat te gezapig, o.m. een “You Send Me Down”. Hier is zijn gitaarspel te gewoontjes. Hij is sterker wanneer hij wat kan wringen en scheuren met zijn machine. Songs schrijven kan de man in elk geval. Dat bewijst hij hier terug. Zijn ook de moeite: “Destiny Now”, “Miss Misery” (ballad), “The Revolution Stomp” en het titelnummer dat een countrysound meekreeg. Er wordt afgesloten met een heel fijne cover van Escovedo’s “Died A Little Today”.

Wie denkt om een echt Stooges album te horen te krijgen zal bedrogen uitkomen. Ik denk eerder aan een Fogerty, Petty etc… Maar toch is dit album een bescheiden pareltje van een legendarische muzikant. Rocksongs zonder veel pretentie en aangevuld met de warmte van americana en country. Hier en daar zorgende  sax of keys voor wat kleur. De twee vocalisten die hij aantrok zijn erg goed gecast voor deze job. Gewoon een heel solied album.

The Stanfields

Limboland

Geschreven door

Meteen in de eerste regels tekst van The Stanfields op hun nieuwe album ‘Limboland’ wordt duidelijk dat dit een politiek statement wordt. "A line was drawn in the sand by a fool with a big stick and tiny hands/He promised a wall, talked about greatness and dared to speak for me." Hoewel The Stanfields een Canadese band is, willen ze reageren op het beleid van de Amerikaanse president Donald Trump. Hun boodschap verpakken ze in een mix van folk en potige hardrock. De teksten zijn verhalend en toch heel erg to the point.

Je kan The Stanfields aanduiden als The Levellers zonder de punk-vibe. Het is maar waarmee je begint als referentie. Zonder de politieke boodschap hadden The Stanfields ook een Canadese versie van Mumford & Sons kunnen zijn: dezelfde degelijke, klassieke songs en melodieën, iets meer korrel op de stembanden en geen banjo maar een viool voor de extra folktoetsen. Het verschil maken ze vooral met een zachte ondertoon van country, zonder daarmee expliciet op de voorgrond te komen, behalve dan misschien op de meezinger “How Long Is The Road” en op “California Reaper”.

Zelf noemen ze ‘Limboland’ overigens geen politiek album, maar eerder het luid verkondigen van een algemeen ongenoegen en een vraag naar meer redelijkheid. Niet enkel van Trump, maar ook van mediamagnaat Rupert Murdoch, Justin Trudeau (eerste minister van Canada) en nog veel anderen die meeschrijven aan het verloop van de wereldgeschiedenis. “Iedereen slijpt maar zijn messen, zonder naar elkaar te willen luisteren. Op social media blijft de grootste groep politiek stil, omdat ze anders virtueel afgemaakt worden door een heel kleine groep van politieke extremisten”, verklaart zanger en songschrijver Jon Landry.

The Stanfields houden hun ogen en oren open en kijken ook geregeld naar het grotere geheel. "Your flag (won't save you anymore)” gaat over de klimaatopwarming en hoe de politiek er overal in de wereld maar niet in slaagt om daar een krachtdadig antwoord op te bieden. Het is in dit nummer duidelijk dat de politieke nood ook muzikaal vuurwerk oplevert.

Als geheel bevat ‘Limboland’ meer gebalde en minder uitdijende nummers dan op eerder werk.

Niet alleen politici en zakenmensen krijgen een veeg uit de pan. Op “Let It Run” wordt de luisteraars een spiegel voorgehouden. Hoe wij – als we thuiskomen na een werkdag – alle rede buitensluiten als we voor de tv plaatsnemen en totaal onverschillig blijven voor alle onrecht tot we in slaap vallen. Het is ook een song waarop de band tussen de lijnen zichzelf relativeert: ondanks de sense of urgency die uitgaat van hun teksten, beseffen ze bij The Stanfields dat zelfs hun eigen publiek veelal ‘in slaap’ gesukkeld is.

“Total Black” is een beetje een gemiste kans. Op dat nummer krijgen The Stanfields versterking van het Canadese folk-duo Cassie en Maggie MacDonald (viool en zang). De heldere stem van Maggie biedt een mooi contrast met brombeer Landry, maar ze zijn vergeten dat zoiets pas werkt als je ook nog een degelijke song schrijft. En dat kunnen ze nochtans goed op ‘Limboland’.

De sterkste nummers op ‘Limboland’ zijn behalve “Let It Run” nog “Light”, “Desperation” en “Lantern In The Window”.

 

Espen Berg

Bolge

Geschreven door

Jazz is niet meteen mijn habitat. Ik kan heel nerveus worden van een uur naar breakbeats, gekke overgangen en wispelturige songschema’s te luisteren. En het zijn ook deze dingen die ik associeer met jazz. Maar deze ‘Bolge’ van het Noorse Espen Bergen Trio kon mij toch boeien en enigszins verrassen. In de eerste plaats omdat alles vrij laidback en filmisch klinkt. Opener “Hounds of Winter” of “XIII” kunnen zo als soundtrack dienen. Toch is dit jazz maar wel eentje die ver weg van de karakteristieke jazz staat: modern, filmisch en toegankelijk. Het trio bestaat uit pianist en componist Espen Bergen, Barour Poulsen (double bass) en Simon Olderskog Albertsen (drums).
Samen leveren ze een sterk album af dat het onder andere in Japan waarschijnlijk goed zal doen. Het Jazz Japan magazine riep hen in 2016 uit tot meest belangrijkste ontdekking van het eerste half jaar. Dat zorgde ervoor dat ze intensief konden toeren in het land van de rijzende zon. Dit album zal ongetwijfeld helpen om daar een vervolg aan te breien.

Various Artists

Belgian Nuggets 90’s-00’s Vol. 2

Geschreven door

Labelbaas Tony Vandenbogaerde had blijkbaar al snel door na de release van volume 1 dat hij met deze vergeten of onbekende pareltjes van eigen bodem een interessante niche had ontdekt. En de pareltjes waren blijkbaar nog niet allemaal opgebruikt getuige van de ronduit fraaie tweede release. Intussen heeft Maywayrecords, die het gegeven nog wat heeft opengetrokken, op Spotify al een hele reeks nugget-compilaties geplaatst.

We openen met wijlen Barbie Bangkok, ooit finalisten in Humo’s Rock Rally in 2004, die hier een frisse rocktrack uit 2007 hebben staan. Denk aan Soulwax, Metal Molly etc…

Simi Nah, van het Franse Nice afkomstig, is bekend van Praga Khan, Coma en haar solowerk. Mijn inziens te weinig bekend. Luister maar eens naar dit pareltje.

Dead Man Ray bestond uit niemand minder dan Daan, Rudy Trouvé, Herman Houbrechts, Elko Blijweert en Wouter Van Belle. “Copy of 78” is een single uit 1998. Belgische Art rock. Nog bekend volk zijn The Germans, Sugar Kane, Delavega, Stuffed Babies, De Bossen, Lunascape en Vive La Fête.

Opmerkelijke track is o.a. Confuse The Cat met “The Deepest Blue”. Nooit beseft dat dit postpunk culthitje uit eigen land kwam.

En Red Elmo waaruit één van de componisten van SX afkomstig is.

En om af te sluiten Mauro Pawlowski & The Grooms met “The Unreachable”. Klasse. Daartussen nog een aantal tracks die zeker niet moeten onder doen. O.m. het dromerige Piano Club ft Catherine De Basio, de garagerock van Black Shark, De Legende (Elvis Peeters van Aroma Di Amore) met “Ten Dans” of de indierock van Paper Fox met het fraaie “Wonderful”.

Dit is een heel leuke en goede compilatie dat ons toont wat er leefde in de 90’s en 00’s in België. Het leuke is dat het niet altijd de bekendste of de voor de handliggende bands en tracks zijn die hier geserveerd werden.

Belpop is jaren geleden uitgegroeid tot een begrip. Belgian Nuggets komt zich intussen als opvolger manifesteren. Te verkrijgen als download, cd en vinyl.

 

Gurls

Run Boy Run

Geschreven door

Soms hoor je muziek met een geheel eigen stijl en vibe. ‘Run Boy Run’ van Gurls is zoiets. Fris, catchy en met een eigenaardige muzikale invulling. Drie meiden die muziek maken. Verwacht je niet aan een band zoals The Corrs of Haim. Geen lieftallige samenzang maar potige en eigenzinnig indie/punkpop tunes met een jazzy invloed. Ik weet het: er wordt hier met genres en namen gesmeten dat het een lieve lust is maar hedendaagse muziek neemt heel veel elementen uit verschillende genres om het tot een iets nieuws te vermengen. En hier is het wel degelijks iets nieuws en origineels. Vrij minimaal gedaan en toch bijzonder. Moeilijk te vergelijken met andere acts en toch klinkt het niet arty-farty of heel extreem raar.
Maar ze verrassen wel. Bijvoorbeeld op opener “Worried Bout Ya” is het instrumentaria al bijzonder: sax en jazzy bas en minieme percussie. De song op zich is vrij catchy en aantrekkelijk. Soms is de muziek wat moeilijker. Op “Oui” bijvoorbeeld is het echt meer voor jazz/pop liefhebbers. Hun probleem is waarschijnlijk dat ze op sommige songs teveel mainstream gaan voor de jazz liefhebbers en op andere songs teveel de jazz tour opgaan voor de gewone muziekliefhebber. Een groot publiek lijken ze mij niet meteen te bereiken maar het album bezit wel kwaliteit. Kwestie dat ze bij de juiste luisteraars geraken.

Jazz/Soul/Avant garde

Pieter Vermeyen

Hygge

Geschreven door

Pieter Vermeyen is een klassiek geschoolde pianist en componist die zich later begon toe te leggen op elektronische muziek. In 2016 bracht hij het conceptalbum ‘Inuit’ uit, opgehangen aan de vaststelling dat de inuit (oorspronkelijke bewoners van Groenland) meer dan 20 woorden hebben om sneeuw aan te duiden. Hij pikte er toen vier sneeuw-benamingen uit voor evenveel composities.
Na ‘Inuit’ begon hij aan zijn volgende project: het weergeven van de schoonheid van de stilte en een ode aan de kunst van het luisteren. Dat doet hij in de eerste plaats door slechts één instrument op de voorgrond te zetten: de piano. Die vult hij heel spaarzaam aan met field recordings en iets tussen spoken word en zingen, een beetje gitaar (Michiel De Vry) en saxofoon (Sebastian Fischer). Op “Turde” speelt Iman Mohammad de tweede piano.
Op deze manier komt Pieter Vermeyen uit bij de adjectieven minimalistisch en neo-klassiek. Zeker niet hoogdravend of experimenteel en ook niet het andere uiteinde: vrijblijvend jazzy jammen. De albumtitel Hygge geeft nog het beste weer hoe het klinkt: warm en gezellig, wegdromen bij gedempt licht. Muzikaal komt dit soms in de buurt van Agnes Obel. Ook Wim Mertens, Tangerine Dream, Clannad, Dead Can Dance, Olafur Arnalds, James Blake en Nils Frahm zijn allemaal ongeveer referenties voor de muziek, de stijl of de aanpak op ‘Hygge’, al helt Vermeyen hier meestal toch eerder over naar het neo-klassieke dan naar de popmuziek.
Het is jammer dat Vermeyen niet ook nog een uitstekende zanger is. Dan zouden we in Vlaanderen onze eigen versie hebben van Obel of Frahm. De meeste tracks op ‘Hygge’ zijn instrumentaal. Op “Orke” zit zijn stem wel heel diep verstopt. Op “Taenke” blijkt dat Vermeyen nochtans een prima Nederlandse tekst kan verzinnen die perfect de melodie vertaalt, maar die misschien, ondanks een goede poging, niet mooi meedrijft op die melodie. Ofwel zet hij door met zingen en met het schrijven van songs die zijn zang dragen en dan kan hij uitkomen bij zijn eigen ‘Limit To Your Love’ van James Blake. Of hij haalt er één of meer anderen bij voor de zang. Maar misschien wil Vermeyen daar net ver van wegblijven.
Ook zonder zang of tekst blijven de composities op ‘Hygge’ overeind. De ondertoon is zowat voor elk nummer hetzelfde: melancholie, wegdromen, een warme rust door je te verliezen in de herhaling en de melodie en het gevoel dat je naar de soundtrack van een film aan het luisteren bent.
‘Hygge’ is een bijzonder welkom rustpunt in een wereld waarin alles steeds sneller en jachtiger moet. Pieter Vermeyen neemt in elk nummer ruim de tijd om zijn melodieën op te bouwen en uit te werken, iets wat heel wat andere artiesten verleerd zijn.
Je kan Pieter Vermeyen op 7 juni aan het werk zien in een voor dit soort muziek ongewone setting: de Kinky Star in Gent.

Pagina 185 van 460