logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab

Egokills

Mellowhead

Geschreven door

De uit Finland afkomstige band Egokills wordt vaak bestempeld als 'Hippiemetal'. Wat dat ook moge zijn. Hun muziek klinkt enerzijds aanstekelijk en groovy. Vaak liggen de lettelijk uit het leven gegrepen teksten zwaar op de maag. Maar vooral brengt Egokills een filmisch pallet boordevolle kleurenpracht naar voor binnen hun muziek. Tussen medio 2014 en 2016 liet Egokills voor het eerst van zich horen met het debuut ‘Creation’ (My Fate Music 2014 / Massacre Records 2016).  Dit is dus eigenlijk een vrij jonge band. Vergist u echter niet. Elk van de bandleden bij deze Finse band heeft heel wat water doorzwommen. Die ervaring in bespelen van hun instrumenten, en vocale levenservaring. Je hoort het ook terug in de muziek van Egokills. Via My Fate Music/RecordJet/Soulfood komt het gezelschap met ‘Mellowhead’ op de proppen. Waarbij de grote variatie aan stijlen en tempowisselingen de rode draad vormt doorheen het geheel. Er is echter veel meer aan de hand dan alleen dit.

”This is an album about how hard it is to take it easy in this roller-coaster called life”, zegt drummer Viho Rajala over de nieuwste schijf. Nu, dat horen we geregeld terugkomen in de songs. Emoties, frustraties, pijn tot woede , het wordt ons zowel vocaal als instrumentaal voortdurend door de strot geramd. Maar nergens gaat het de depressieve tour op. De band uit zijn frustraties, maar voegt daar een hoge dosis zelfrelativering aan toe. Vanaf die eerste aanstekelijke song “Nibiru” worden we geconfronteerd met die veelkleurigheid waarvan eerder sprake. Een veelkleurigheid die ervoor zorgt dat je van begin tot einde gekluisterd blijft zitten luisteren en genieten van deze prachtschijf.

Hoewel de band dus een wijds pallet aan muziekstijlen voorschotelt, verzand het nergens in een chaotische brij. Integendeel. Het lijkt wel alsof die tempowisselingen, veel uiteenlopende uitspattingen en de inbreng van verschillende muziekstijlen logisch in elkaar vloeien alsof dat gewoon zo hoort. Ook op de daarop volgende songs als knaller van formaat “Hollow Promises”; Of de naar Bluesrock ruikende White Flags hoor je duidelijk dat Egokills zich niet vastpint op één muziekstijl. Het bewijst bovendien dat deze band heel bewust niet binnen de lijntjes kleurt, wat ons nog meer over de streep trekt.

Door deze avontuurlijke aanpak kan trouwens een heel ruim publiek aan rock, metal en aanverwante worden aangesproken. Egokills is zo een band dat je niet kan labelen, zodat een alternatief muziekfan die houdt van buiten de lijntjes kleuren prompt overslag zal gaan. Echter klinkt de band op deze schijf eveneens aanstekelijk en toegankelijk genoeg om ook de doorsnee rock fan te bekoren.

Besluit : ”This album is a lot more personal and more melodic than the debut. And it contains eight songs because no more is needed”, zegt zanger Janne selo over  ‘Mellowheads’. Net doordat het zo een heel persoonlijke plaat is geworden, vertelt Egokills niet alleen zijn eigen verhaal, maar ook dat van u en mij. Gewoon uit het leven gegrepen dus. Want het leven bestaat eveneens uit vallen en opstaan, bonte kleuren vol geluk en donkere tijden. Chaos overheerst vaak. Maar eens je enige structuur hebt gevonden binnen de chaos van het leven, ontstaat iets magisch waardoor je een beter mens kan worden. Laat net dit de voornaamste rode draad, tot levensles, zijn die Egokills wil meegeven aan de aanhoorder en fans. ‘Mellowheads’ is dan ook een emotionele plaat, waarbij deze Finse band zijn eigen grenzen aftast en zelfs verlegt. Maar vooral bewijst Egokills hier van enorm veel markten thuis te zijn. Met deze veelkleurige schijf kan het dan ook nog alle kanten uit met de band, wat ons dan weer doet uitzien naar meer in de toekomst. Een toekomst die er op basis van deze klasse schijf, meer dan rooskleurig uitziet. Want na regen, komt altijd zonneschijn.

Tracklist:

  1. Nibiru
  2. Hollow Promises
  3. White Flags
  4. Evolve
  5. Dysfunctional
  6. P.D.M.
  7. Mellowhead
  8. Karmageddon

Rat Scabies

P.H.D. (Prison, Hospital, Debt)

Geschreven door

Rat Scabies, de co-oprichter van legendarische punk iconen The Damned, bracht een eerste solo album op de markt, via Cleopatra Records. Rat Scabies laat zich daarbij omringen door muzikanten en vocalisten die zijn muziek naar een hoger niveau tillen. Maar het meest opvallende, wie had gedacht dat Rat Scabies gewoon zou voortborduren op wat hij ooit heeft gedaan bij The Damned komt bedrogen uit. Echter, net dit trekt ons nog het meest over de streep. Wij houden nu eenmaal van artiesten die net niet de gemakkelijkste weg kiezen, en durven hun eigen grenzen af te tasten en verleggen.
Rat Scabies blijft zijn roots trouw, maar durft ook flirten met een uiteenlopend pallet aan muziekstijlen, gaande van jazz - jawel - over streepjes blues, naar lekker energieke rock songs. Het is enkel een tip van de sluier binnen dit enorm gevarieerde aanbod. Elk van de songs ademt iets heel totaal anders, dan de voorganger. Waardoor Rat Scabies u voortdurend op het verkeerde been zet. Experimenteren, improviseren tot een gevarieerd aanbod aan muziekstijlen aanbieden is de rode draad op deze schijf.
We zouden elk nummer apart kunnen omschrijven, maar net doordat er zoveel verrassende wendingen binnen elk van hen zitten, is het aartsmoeilijk een lijn te trekken. Van het eerder bombastische “Rat’s Opus” over songs, met spoken word, die doen denken aan bijvoorbeeld Portishead, zoals “Floydian Slip”. Rat Scabies biedt zoveel kleuren en geuren aan. Zoveel uiteenlopende stijlen, dat hierdoor een ruim publiek kan worden aangesproken.
Laat u niet verrassen, want The Damned, dat vinden we, ondanks vele subtiele knipogen, bitter weinig terug. Rat Scabies tast voortdurend zijn eigen grenzen af. Meer nog, hij verlegt ze zonder enige moeite.
P.H.D.’ laat een artiest horen die zich gedraagt als een kind in een speelgoedwinkel, vol bewondering van al dat pracht rond zich heen, alle speelgoed tot in de puntjes uittesten.
Rat Scabies verkiest niet de gemakkelijke weg, maar eerder de avontuurlijke en experimentele tot het oneindige. Hij laat zich dan ook omringen door muzikanten die daar net hetzelfde over denken. Net dit maakt dit debuut zo bijzonder.
Laat u als aanhoorder dus vooral niet verrassen, maar geniet met volle teugen van het kleurrijke en vaak zelfs melancholisch pallet dat deze klasse artiest aanbiedt, op een debuut dat zal zorgen voor uiteenlopende meningen; we horen en zien een artiest die eigenzinnig zijn eigen ding doet. Daar kan nooit iets mis mee zijn.

TRACK LIST

1. Chew On You

2. My Wrists Hurt

3. Sing Sing Sing

4. Rat’s Opus

5. Floating

6. Shivers

7. Dazy Bones

8. Benni’s Song

9. Un Noveau Balai (A New Broom)

10. Floydian Slip

11. Glad You Could Make It

12. It Feels Like Sunday

Lords of Acid

Pretty In Kink

Geschreven door

Midden in de New Beat periode sloeg de muziek van Lords Of Acid, onder leiding van Maurice Engelen die de band in 1988 opricht, in als een bom., door middel van een mix tussen techno, dark industrial en rock, met sadomasochistische elementen. Vergaarde de band vooral in VS enorm veel succes, van de eerste  plaat ‘ Lust’  ging 750.000 exemplaren over de toonbank, zet Lords of Acid dan ook zijn stempel op de techno en aanverwanten  in die jaren '90. En dat zowel in binnen en buitenland. Met ‘Pretty in Kink’ slaat de band, met nieuwe zangeres Marieke Bresseleers - ook bekend van o.a. Circle Unbroken - begane wegen verder in. Alsof die jaren '90 nooit zijn voorbij gegaan. Het  klinkt gelukkig niet gedateerd, integendeel zelfs.
“Break Me, Ma Fille De Joie, Sex Cam Girl”  tonen nog maar eens wat voor een bijzonder band Lords of Acid was, en nog steeds is. Marieke haar bijzonder sensuele stem past perfect in het plaatje dat de band aanbiedt. Meer nog, de band krijgt een injectie die Lords Of Acid kan gebruiken. Anno 2018 klinkt de muziek nog steeds even toonaangevend als voorheen. En ook dat zet de band nog maar eens in de verf. De band pikt op daarop volgende songs de draad gewoon op waar ze die ooit heeft achter gelaten, en vindt zichzelf opnieuw uit. Lords of Acid bewijst dan ook uitvoerig waarom ze zo toonaangevend waren in die gouden New Beat tijden.
Luister maar naar het prachtige “What the Fuck!” , een song waarop stil zitten onmogelijk. Eigenlijk is dat ook de rode draad op de plaat. Wie ooit hield van die typische jaren '90 new beat/techno zal zeker en vast vallen voor deze aanpak. Wijzelf voelden ons wegglijden naar dat rijkelijk verleden, en stellen vast dat Lords of Acid anno 2018 nog steeds uitpakt met provocerende songs, die je doen zweven over die dansvloer.
Lords of Acid slaat geen nieuwe wegen in, laat dit duidelijk zijn. De band doet gewoon waar ze altijd goed in zijn geweest. Een perfecte dansplaat uitbrengen, omgeven door walmen van sensualiteit. Dat was in de jaren '90 zo dat is anno 2018 nog steeds het geval.
De inbreng van Marieke als nieuwe stem binnen dat geheel, is echter een heel goede zet. Net omdat haar stem en uitstraling het niveau naar een ongekende hoogte doet stijgen. Ze treedt daarmee in de voetsporen van haar - laat ons maar zeggen - meer dan legendarische voorgangers, en moet er zelfs niet voor onderdoen. Luister maar naar de hypnotiserende vocalen bij songs als “My Demons are inside”. Gerugsteund door knallende beats, brengt die stem je in een diepe trance, waardoor je niet anders kunt dan dansen op de dansvloer, tot het zweet op de lippen staat en je die demonen diep in de ogen kijkt.

Lords of Acid tast met ‘Pretty In Kink’ zijn vroegere grenzen af. Zet dat laatste, anno 2018 niet alleen nog meer in de verf , maar verlegt ook zijn eigen grenzen keer op keer. Kortom.  Lords of Acid levert dan ook de perfecte dansplaat af, met een vette knipoog naar het verleden, maar met beide voeten stevig in het heden. Pure klasse!
Tracklist: Break Me 04:15 Ma Fille De Joie 03:31 Sex Cam Girl 04:14 Flow Juice 04:07
Like Pablo Escobar 03:00 Before The Night Is Over 04:07 Androgyny 03:57 Goldfinger 04:51 What The Fuck! 03:13 So Goddamn Good 04:18 My Demons Are Inside 03:28
We Are The Freaks 03:56

Candlemass

House Of Doom EP

Geschreven door

Het nieuwe volledige album van Candlemass wordt pas in de herfst uitgebracht, maar om de fans niet tot dan op hun honger te laten zitten, is er reeds de EP ‘House Of Doom’. De fans van de band wachten reeds sinds 2012, toen ‘Psalms For The Dead’ werd uitgebracht, op een nieuw full album. Sindsdien waren er wel verzamel- en live-albums, en in 2016 was er al een eerste EP.

De nieuwe EP is eigenlijk de soundtrack bij een spel dat je kan spelen op je telefoon (https://houseofdoom.com). Door het spel te spelen maak je kans op een exclusief vinyl-exemplaar van ‘House Of Doom’ met Papa Emeritus III van Ghost als gastzanger.

De vier tracks op deze EP zijn heel herkenbaar: log, zwaar en donker. De titeltrack “House Of Doom” is episch in opbouw en lengte en bevestigt nog eens waarom Candlemass sinds zo lang tot de beste doommetalbands behoort.

Ook “Flowers Of Deception” is doommetal van de bovenste plank, die overigens net als de titeltrack heel vinnig uit de startblokken schiet. Daarna krijg je nog de creepy akoestische ballad “Fortuneteller” en de meer-sludge-dan-doom-track “Dolls On A Wall”. Die laatste is instrumentaal, maar heeft een pracht van een gitaarsolo. 

Grim

Requiem

Geschreven door

Grim is een Belgisch trio dat klassieke muziek ‘vertaalt’ naar filmische postrock. Over die door de band naar voor geschoven genre-aanduiding valt misschien wel te discussiëren, maar je hebt als luisteraar toch al een idee van de richting waar dit naartoe gaat. Grim brengt de nummers instrumentaal, met gitaar, drum en een Fender Rhodes (iets tussen een piano en een synthesizer).

In 2003 brachten ze hun eerste album uit, ‘Take Your Seat’, gewijd aan de Gymnopédies en Gnossiennes van Erik Satie. In 2006 volgde het album ‘White Light’ met bewerkingen van ‘Für Alina’ en ‘Spiegel im Spiegel’ van Arvo Pärts. Het derde album, ‘Requiem’, is gebaseerd op de ‘Préludes en Marche Funèbre’ (Dodenmars) van Frédéric Chopin.

Voor wie zijn Chopin-klassiekers kent: Grim neemt een aanloop naar de ‘Marche Funèbre’ met de ‘Preludes 3, 4 en 20’, elk samengevat in of eerder opgewerkt tot tracks van 4 tot 5 minuten. De van muzikale melancholie overlopende ‘Marche Funèbre’ is het mooist en breedst uitgewerkt, in bijna 8 minuten. Daarna volgen nog de opnieuw kortere ‘Preludes 7 en 9’.

Het helpt dat je de originelen kent, maar het hoeft absoluut niet om hiervan te kunnen genieten. De gekozen werken van Chopin zijn op zich meer toegankelijk voor de leek dan de misschien complexere stukken van Erik Satie of Arvo Pärts, maar de ‘vertaling’ naar cinematografische postrock door de drie bandleden zorgt voor  een soort van universele gelijkschakeling.

Grim creëert op ‘Requiem’ zijn eigen donkere, weemoedige en tussen postrock, blues en jazz laverende universum met Chopin’s werk als losse leidraad.

‘Requiem’ is knap uitgewerkt en minutieus opgenomen. Grim is van internationale klasse. Verplichte kost voor liefhebbers van instrumentale postrock en van filmmuziek.   

 

The Rocket

Another Reason Not To Fear The Sky

Geschreven door

De Belgische synthpoppunks The Rocket hebben zopas hun derde album uitgebracht. Die zit vol met verwijzingen naar de poppunkklassiekers waar de bandleden mee opgegroeid zijn, zoals Blink 182, Sum 41 en New Found Glory.
Het album komt na de singles “Chain Reaction” en “Lost At Sea”. Die luidde de ‘terugkeer’ van de band in nadat de bandleden even op de pauzeknop hadden gedrukt en hun heil zochten in andere bands (The Lighthouse, Atmospheres, Ghosts+Villains). De pauze heeft hen, afgaand op ‘Another  Reason  Not  to  Fear  the  Sky’, heel wat deugd gedaan.
Het album klikt als geheel fris, snedig en divers en zit vol energie. De muziek is agressief zonder brutaal te worden. Ze hebben op “Throwaway”, “Crash” en “Broken” meer de snelheid van Blink 182, al staan er ook een paar tragere nummers op. “Postcard” duurt zelfs bijna vijf minuten, waarmee de band toch buiten de lijntjes van de punk kleurt. Vooral de snellere tracks zijn heel catchy en smooth of – zoals we dat in de jaren ’90 zeiden: radiovriendelijk. De synths klinken lekker vol en retro, zelfs eerder het Casio-geluid van de jaren ’80 dan de jaren ’90 waar The Rocket anders naar grijpt.
De track “Shadow” hebben die van The Rocket samen geschreven en ingespeeld met hun helden Josh en Justin van  de band Motion  City  Soundtrack  en ze konden ook de vaste producer  van die band strikken (Marc McClusky). Die haalde deze Belgische band uit zijn comfortzone en gaf hen zo meer een eigen gezicht. Natuurlijk hoor je nog de inspiratiebronnen, maar met dit album speelt The Rocket toch weer een divisie hoger. Ook over de teksten is op dit album duidelijk meer nagedacht.
Je kan The Rocket deze zomer o.m. aan het werk zien op punkrockfestival Kaiser Fest in Oevel.
De pauze heeft The Rocket tonnen energie en (nog meer) een eigen gezicht opgeleverd. Is punk enkel goed voor je eerste bandje en moet je daarna meer ‘volwassen’ muziek maken? Niet als je het aanpakt zoals The Rocket op ‘Another  Reason  Not  To  Fear  The  Sky’, het album dat bewijst dat synthpoppunk best volwassen kan klinken.

Schmutz

Pillow Talk

Geschreven door

Doet de naam Schmutz een belletje rinkelen? Dat is niet zo verwonderlijk. In de jaren '80 was Schmutz één van de toonaangevende synthpop/New Wave bands die ons land rijk was. In 1984 scoorde Schmutz een hit in België, Nederland en Frankrijk, met het onvolprezen “Love Games”. Na het uitbrengen van het album ‘Lip Service’ hield de band ermee op.
Sinds enkele jaren is Schmutz weer actief. In nagenoeg de originele bezetting. De helaas te vroeg overleden Carlo Peeters wordt vervangen door Danny Pex. Klaar om de wereld wederom te veroveren met aanstekelijke synthpop deuntjes brengt de band een gloednieuwe schijf op de markt ‘Pillow Talk’, via Starman Records. Met daarop acht nieuwe songs, en zes (geremasterde) hits.
Bij het beluisteren van de nieuwe plaat heb ik heel bewust niet naar het verleden van de band gekeken en geluisterd. Hoewel bewust wordt gekozen om terug te grijpen daarnaar, is hier eerder een nieuwe band opgestaan, die uithaalt met pakkende, aanstekelijke tot gezapige synthpop alsof de jaren '80 opnieuw zijn uitgevonden. De hoge toegankelijkheid waarmee songs als “On the edge”, “One Way World”, “Demons Against the wall” naar voor worden gebracht, zijn niet alleen een streling voor het oor, je voelt prompt de neiging te gaan dansen in de woonkamer, op diezelfde wijze zoals we dat in de jaren '80 deden op bands als OMD, Alphaville, Ultravox, The Popgun en Heaven 17. Niet toevallig bands waarmee Schmutz toen werd vergeleken, meer nog , ze moesten voor die voornoemde bands niet onderdoen.
We zijn echter 2018. De muziek is geëvolueerd, en de band heeft nu diezelfde impact niet meer als toen. De degelijke songs missen helaas ook dat beetje extra pit om ervoor te zorgen dat we compleet worden omver geblazen. Maar de aanhoorder die het niet te ver gaat zoeken, zal zeker en vaste overslag gaan door de fijne synthpop deuntjes als “Straight from the heart” (Buscemi Remix). Het zijn echter vooral de voormalige hits die eruit springen. Om maar een voorbeeld te geven. Waarom een song als “Love Games” in 1984 zo een grote hit is geworden? Dat wordt op ‘Pillow Talk’ uitvoerig bewezen, de song klinkt na circa 34 jaar nog steeds niet gedateerd, integendeel zelfs. Het is voorwaar één van de absolute hoogtepunten op ‘Pillow Talk’. We kunnen haast niet geloven dat die song zo oud is. Meer van dat had dus zeker gemogen.
Helaas speelt Schmutz  dus iets te nadrukkelijk op veilig, waardoor we een klein beetje op onze honger blijven zitten. Nieuwe fans zullen hier wellicht ook moeilijk mee gevonden worden. Kwalijk kunnen we het de band echter niet nemen.
Schmutz neemt gewoon de draad weer op, waar ze die ergens in 1985 hebben achter gelaten, en gaat op ‘Pillow Talk’ voortdurend op diezelfde elan door. We vergeven het hen. Want het blijkt meermaals dat deze band op één of andere wijze zijn tijd ver vooruit was. Binnen de huidige synthpop zouden ze met deze aanpak zeker hoge toppen scheren.
Besluit: ‘Pillow Talk’ laat een band horen die hun kort maar rijkelijk verleden doet heropleven in een gloednieuw kleedje. Nee, zichzelf heruitvinden doet Schmutz niet mee. Maar bewijzen waarom ze toen zo hoog werden aangeschreven binnen het Belgische muziekgebeuren, en eigenlijk steeds een wat onderschatte parel zijn gebleven … Dat dan weer wel. Fans van het eerste uur, die op zoek zijn naar een potje nostalgie zullen dus zeker smullen van deze schijf. De huidige generatie synthpop fans, op zoek naar een geschiedenis les kan echter deze heel knappe schijf ook in huis halen.
Wie Schmutz deze zomer live aan het werk wil zien?  Op 9 augustus op de Fonnefeesten in Lokeren samen met andere Vlaamse grootheid Raymond van het Groenewoud: https://fonnefeesten.be/programma/0908/the-schmutz/  Ook, dat is een aanrader.

Tracklist: On The Edge 03:56 One Way World 03:47 Demons 04:07 Against The Wall 03:43 Holding On 03:59 Heart Of The Matter 04:28 Hand That Feeds 03:42 Running On Empty 03:49 Straight From The Heart 03:51 Love Games 02:30 Straight From The Heart (Buscemi Remix) 03:18 Life Is A Merry Go Round 03:11 Turn The Pages 02:38 Hold Me 03:08 Living It Up 02:50

Arctic Monkeys

Tranquility Base Hotel & Casino

Geschreven door

Alex Turner heeft vanuit zijn nieuwe stekje in het zonnige LA een soloplaat gemaakt. Voor alle zekerheid heeft hij er toch maar de groepsnaam Arctic Monkeys onder gezet. Verkoopt beter.
Bent u liefhebber van de extatische en opwindende indierock van die eerste twee Monkeys platen ? Sorry, U bent er helemaal aan voor de moeite.
Houdt van Turners zijprojectje The Last Shadow Puppets ? Dan kan u hier misschien wel iets mee aanvangen, hoewel er in dat hobbyclubje van Turner en Miles Kane toch heel wat meer dynamiek zat.
Turner slaat nu aan het croonen, zit met zijn kop in dromenland en waant zich regelmatig in de cinema. Referenties zijn deze keer Barry Adamson, Richard Hawley, Curtis Mayfield, Burt Bacharach en David Bowie. Op zich allemaal indrukwekkende namen, daar niet van, het probleem is echter dat Turner in de meeste gevallen niet tot aan hun enkels reikt. Zijn band redt het ook niet, die zijn trouwens gedegradeerd tot sessiemuzikanten die alles braafjes mogen inspelen. Als schoothondjes volgen ze blindelings hun baasje richting nieuwe bestemmingen, en dat zijn heel dikwijls doodlopende straatjes. Heel de plaat kabbelt zo verder op Turners luilekkertempo zonder dat er ook maar iets spannends gebeurt, het lijkt wel hangmatmuziek. De titel is in ieder geval goed gekozen, dit is muziek bestemd voor de hotellounge, rock’n’roll gehalte 0%.
Wij waren ook al geen fan van het zwaar overschatte ‘AM’, maar daarop stonden tenminste nog een paar tracks waarin enige opwinding sluimerde. Deze keer is elke vorm van commotie volledig in de kiem gesmoord.
Laat ons hopen dat de plaat niet al te zeer in de spotlights komt te staan op de aanstormende zomerconcerten. De songs van ‘Tranquility Base Hotel & Casino’ zal u op Rock Werchter of op Best Kept Secret makkelijk van de rest kunnen onderscheiden, het zijn deze die telkenmale de vaart uit de set halen.

Wijsneuzen noemen dit album een verrassende en moedige stap, andere betweters vinden het een fantastische zet van een band die evolueert en vernieuwt. Voorlopig durft bijna niemand het aan om dit een ronduit zwak en futloos album te noemen. Want ja, dit zijn immers de ongenaakbare Arctic Monkeys, dit kan toch niet anders dan goed zijn ?
Wat in dergelijke dubieuze gevallen ook altijd een dooddoener is : ’t is een groeiplaat.
My ass, groeiplaat. In ons biotoop zal dit onding nooit groeien. Stof vergaren, dat wel.
Kutplaat.

Pagina 184 van 460