logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...

Luka Bloom

Luka Bloom – Hartverwarmende Avond!

Geschreven door

Ons landje houdt van Luka Bloom en Luka Bloom houdt van België. En als hij hier is , is er steeds een (korte) clubtour voorzien. Hij kwam ook naar Gent , vertoefde er een weekje en hield halt in de Handelsbeurs, z’n laatste optreden . De productieve Ierse bard kwam er zijn nieuwe album ‘This New Morning’ voorstellen.

En hij had er wel zin in, sprak zijn publiek toe in het Nederlands, volgens hem de ideale taal om stemoefeningen te doen. Hij begon met enkele gekende songs als "Diamond Mountain" en "The City of Chicago" .
Iedere song werd ingeleid met een ofwel een diepmenselijke of een humoristisch verhaal. “I listen to people and then I steal their story for a song …”.
Hij speelt z’n songs uit de losse pols en er is geen playlist. Het plan is dat er geen plan is . Hij zette voor de eerste keer "the first time I saw your face” in. Hij vroeg zelfs twee Belgisch-Australische meisjes op het podium om samen met hem "The Breeze" te zingen. Ze hadden blijkbaar via You tube hun versie naar Luka doorgestuurd … Een heel prachtig moment leverde dit op!
In 2011 was hij trouwens ook op toer in Australië met de Daila Lama, "As I wave Goodbye" was daar het themalied. En op die manier vertelde en zong hij maar door over zijn jeugdhelden als John Martin, alsook een prachtige ode aan Lou Reed met "Exploiring the Blue". Doorbraaknummers naar het grote publiek als " Gone to Pablo" en uit ‘Riverside’ "Rescue Mission" en "You coundnt have come a better time" werden gespeeld.
Luka Bloom is blijkbaar een fietsliefhebber; vorig jaar was hij gevraagd door de Nederlandse omroep NOS om "The ride" live in de Tour te brengen, wat trouwens een nummer is over ‘je hoofd leeg maken op de fiets ...’. " Sunny Sailor Boy" werd een aardig onderonsje met zijn publiek , gevolgd door " FertileRock" .
In de bis  kwamen er drie vrienden-muzikanten mee en er werd afgesloten met de traditionele Ierse Gigs. Het publiek was er dol op en hield ervan.

Luka Bloom koesteren we en hij stond garant voor hartverwarmende avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4244

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Miles Kane

Miles Kane Stelt Nooit Teleur

Geschreven door

Miles Kane een selfmade man noemen is misschien te veel van het goede. In de beginperiode van zijn solocarrière speelde vooral zijn verleden als, naast Alex Turner, die andere Last Shadow Puppet mee. Van het voorprogramma van Beady Eye in de AB naar de Rotonde in de Botanique, tot de De Club op Pukkelpop 2011(een optreden dat echter nooit plaatsvond), vervolgens gepromoveerd tot De Orangerie in diezelfde Botanique, afgelopen zomer nog samen met Johnny Marr afsluiter in De Marquee op Pukkelpop en nu, 26 oktober 2013, terug in een uitverkochte AB, dit keer niet als voorprogramma maar als headliner. Het klinkt wel allemaal vrij American Dream.
Alhoewel Miles Kane en American erg vreemd is om in eenzelfde zin te gebruiken. Weinig artiesten dezer dagen die nog zo Brits zijn, zo stond hij dit jaar nog op Glastonbury in een Union Jack jas. Een Union Jacket dus.
Met de release van tweede studioalbum ‘Don’t Forget Who You Are’, zo eentje boordevol anthems, kan je wel zeggen dat The New Modfather nu niet langer Alex Turner’s mate is maar een volwaardig soloartiest. Het de twee zit ‘m vooral in het feit dat de laatstgenoemde wél de live energie kon overbrengen. Zelf noemt hij de plaat de perfecte soundtrack om je op zaterdagavond voor de spiegel klaar te maken om naar de pub te trekken.

De massa werd opgewarmd door The Vogues, een Brussels vijftal die allen Miles’ vader konden geweest zijn. En dan heb ik het niet enkel over hun leeftijd. Eventjes leek het alsof Brussel in Groot-Brittannië lag. De invloeden van het beste van 5 decennia Britse popmuziek waren duidelijk hoorbaar. “It’s only rock ’n roll” zong de Franstalige zanger, die erg goed op Brett Anderson van Suede leek, tijdens het derde nummer dat très Rolling Stones/Primal Scream was. Eerder had diezelfde zanger al een mondharmonica uit zijn broekzak getoverd en tijdens het tweede nummer floot ie een melodietje, het moet van Shaun Ryder in “Step On” geweest zijn dat fluiten nog zo cool klonk.
Soms moesten we denken aan The Strokes en The Libertines, dan weer aan Buzzcocks en Magazine. Misschien niks nieuws onder de zon, maar wel een meer dan degelijk voorprogramma. Dat ik geen CD’tje kon vangen was zowat het enige negatieve.

Het is een publiek geheim dat Miles Kane een van de beste live acts van het moment is. Die attitude, arrogant doch natuurlijk (in tegenstelling tot zijn maatje Alex bij wie het een heel stuk minder natuurlijk overkomt), het teasen van zijn fans en vooral: de songs die live telkenmale snediger klinken dan op plaat.
Net zoals op Pukkelpop en in De Botanique eerder dit jaar kwam de band weer het podium op met “Morning Glory” van Oasis door de boxen geknald, de toon was wederom gezet. “Bombshells” en “You’re Gonna Get It” bleken echter voorzichtige openers te zijn, bij het derde nummer en recentste single “Taking Over” ontplofte de boel echt.
Vanaf dan had Miles, piekfijn uitgedost as ever, werkelijk vrij spel. Wie kan er nu niet meezingen met “Rearrange”, de ayayaya’s in “Kingcrawler” of papapa’s in “Quicksand”?
“Better Than That”, “Darkness In Our Hearts” en “Tonight” waren pure vuistslagen, die werden afgewisseld met rustigere songs als “Take The Night From Me”, “My Fantasy” en “Out Of Control”.
En de echte hoogtepunten moesten dan nog komen. Van Miles Kane weten we dat hij niet vies is van zijn helden te coveren, zo kregen we op eerdere optredens al “Hey Bulldog” van The Beatles en “Le Responsable” van Jacques Dutronc. Nu ging hij nog een stapje verder; net voor het opbouwend stukje in “Give Up” (voor de you’re pretty good looking but i’m looking for a way out) begon de band plots “Sympathy For The Devil” te spelen, zo’n nummer waar je normaal gezien afblijft. Toch werkte het verbazend goed, die “woho” krijg ik, en met mij ongetwijfeld ook vele anderen, er de volgende dagen nog niet direct uit.
Ook de laatste twee nummers van de reguliere set, “Inhaler” en “Don’t Forget Who You Are” waren absolute hoogtepunten. Na de laatste noot en voor het aftreden zong Miles het refrein van “Don’t Forget Who You Are” nog 1 keer, wat opgepikt werd door het publiek, dat het vervolgens minutenlang bleef verder zingen, precies alsof we in de spionkop van een Engels voetbalstadium zaten. Het bleef maar doorgaan tot Miles in zijn eentje terug op het podium kwam om een fantastische versie van “Colour Of The Trap” te spelen en vervolgens, terug geflankeerd door zijn bandleden, afsloot met “Come Closer”. Miles Kane stelt nooit teleur en de AB blijkt een op zijn lijf geschreven zaal te zijn.

“Don’t Forget Who You Are” als perfecte soundtrack als voorbereiding voor a night out?
Eerlijk, geen enkel bezoek aan gelijk welke pub in gelijk welk gezelschap gaat boven een optreden van Miles Kane. Terwijl ik dit typ verandert het uur van 3 naar 2, waardoor ik straks 1 uur langer kan slapen, had Miles maar 1 uurtje langer kunnen spelen. Dat en alleen dat is het enige minpunt.

Pics homepag Tina Herbots (http://www.indiestyle.be)

Organisatie: Live Nation

Public Image Limited (P.I.L.)

Public Image Ltd - De terugkeer van de geloofwaardigheid

Geschreven door

Met de concertenreeks ‘Dub be good to me: celebrating 45 years of dub’ zet de AB één jaar lang de spotlight op één van de meest vernieuwende stromingen in de muziekgeschiedenis. Het siert de ruimdenkendheid van de Brusselse concerttempel dat niet enkel de originators, maar ook de volgelingen van het genre een podiumplaats wordt gegund. Tot die laatste categorie moeten we ook Public Image Ltd (PiL) rekenen, het notoire gezelschap rond John Lydon wiens prille avant-gardistische postpunk eind jaren ’70 werd voortgestuwd door lome dub grooves.
Na ontelbare personeelswissels en een rits platen die telkenmale wat minder relevant gingen klinken trok Lydon in ’92 de stekker uit PiL om zich op lucratieve reünies met zijn maatjes van de Sex Pistols en een solo carrière te storten. Een groot fortuin heeft de man er blijkbaar toch niet aan over gehouden, want pas na een hilarische reclamespot voor hoeveboter (http://www.youtube.com/watch?v=8hzQsvxtLTM ) kreeg het excentrieke enfant terrible de nodige centen bij elkaar om in 2009 PiL terug te reactiveren.

Anders dan bij de verschillende reïncarnaties van de Pistols wil Lydon als boegbeeld van PiL op artistiek vlak terug au sérieux worden genomen. Met het vorig jaar verschenen comeback album ‘This Is PiL’ zijn hij en zijn maats daar overigens vrij aardig in geslaagd. Met het uit die plaat getrokken “Deeper Water” trapte een vastberaden band afgelopen donderdagavond hun set in een bescheiden gevulde AB Box op gang. Samen met andere nieuwe songs zoals “Out Of The Woods” en “One Drop” kan dit nummer zich meten met het beste materiaal dat de groep pakweg drie tot vier decennia terug heeft ingeblikt, alleen klinkt alles nu een pak luchtiger.
De sfeer werd prompt een stuk grimmiger en dreigender toen het gezelschap een handvol nummers ging plukken uit haar opus magnum ‘Metal Box’ (aka ‘Second Edition’) (‘79). De inmiddels 57-jarige Lydon diende wel wat te spieken om de ellenlange lappen tekst van “Albatross”, “Poptones” en “Careering” niet te laten ontsporen op de slome repetitieve groove, maar het eindresultaat was niettemin indrukwekkend te noemen.
Het zal de fans van het eerste uur wellicht worst wezen, of misschien juist plezieren, dat meesterbassist en architect van de prille PiL sound Jah Wobble anno 2013 niet echt wordt gemist. In de persoon van Scott Firth, die als guilty pleasure o.a. een verleden heeft in de begeleidingsband van The Spice Girls, heeft de groep immers een meer dan waardige vervanger beet. Samen met drummer Bruce Smith, bekend als medeoprichter van The Pop Group en sinds midden jaren ’80 vaste drummer bij PiL, vormde hij een erg straffe ritmetandem die de lome dub grooves tot diep in de onderbuik lieten doorklinken. Lu Edmonds, nog zo een PiL oudgediende, had van zijn kant een arsenaal aan gitaren meegebracht die zowel qua vorm als qua klank een lust voor oog en oor vormden.
Samen met de immer flamboyante krielhaan Lydon in de voorste gelederen vormde dit drietal een erg solide en virtuoos musicerende groep. De tijd dat PiL als één van de belangrijkste postpunk instituten werd aanzien ligt intussen al behoorlijk ver achter ons, toch was van enige oubolligheid geen sprake. Zo werd “This Is Not A Love Song” geïnjecteerd met tribal beats alsof de heren van Leftfield deze duffe 80ies song door de remix mangel hadden gehaald. “Warrior” was een ander hoogtepunt dat dan weer bol stond van de etnische invloeden en het publiek langzaam maar zeker meezoog in een hypnotiserende trance.
De weinige radiovriendelijke songs die Lydon & co op hun kerfstok hebben waren netjes opgespaard tot de toegiften. De hitsige postpunk van “Public Image” en de rustig voortkabbelende meezinger “Rise” stammen uit de tijd dat er nog regelmatig kwaliteit in de hitparades te bespeuren viel. “Open Up”, een trancy breakbeat classic die oorspronkelijk werd ingeblikt door Leftfield & Lydon, kreeg een fraaie PiL make over maar werkte niet echt als afsluiter. Eén schoonheidsfoutje op een set van bijna twee uur, daar maalt niemand om.

Wat we vooral onthouden is dat Lydon & co zorgzaam omspringen met hun cultureel erfgoed én stevig op weg zijn naar een tweede jeugd. Wie nog een pakje hoeveboter?

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4227

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Steven Wilson

Steven Wilson – Een Grote Meneer!

Geschreven door

Al voor de tweede keer dit jaar kregen we de kans om Steven Wilson op een Belgisch podium te zien. Nadat hij in februari een verbluffend concert gaf in de Arenbergschouwburg (Antwerpen) speelde hij deze keer in het gezellige Depot in Dijlestad Leuven.

Begin dit jaar verscheen Wilson’s derde studioalbum: ‘The Raven That Refused To Sing (And Other Stories)’, een album dat nog steeds groeit na elke nieuwe luisterbeurt. In slechts 6 songs slaat Steven Wilson en band op deze plaat de brug tussen de progressieve rock uit de jaren ’70 en de alternatieve prog-fusion rock van vandaag. Een uitverkochte Depot wou het allemaal wel eens live meemaken en zowel jong als oud waren het na het optreden unaniem eens: de man is een genie, al moesten we de complexiteit van enkele voorgeschotelde werkstukken nadien toch even doorspoelen met een stevige Leuvense pint.

Ook Wilson was blij en maakte zijn entree met de profetische woorden: “It is always nice to come to a place you've never heard of and sell it out”.
Wilson had dan ook niets aan het toeval overgelaten en nam quasi dezelfde sterke muzikanten mee op tour waarmee hij ook het album maakte: Guthrie Govan (Guitar), Adam Holzman (Keyboards/Piano), Theo Travis (Flute/Sax), Nick Beggs (Bass/Chapman Stick!) en nieuweling Chad Wackerman, een befaamde jazz-fusion rockdrummer. Samen met Wilson vormden deze heren een hecht en onverwoestbaar sextet!

De start van het optreden begon eigenlijk al 15 minuten voor het optreden begon (volgt U nog?) met een donker maar speels introductiefilmpje dat net iets te lang duurde om onze aandacht vast te houden. Maar toen Steven Wilson aan het eind van het filmpje de gitaar aansneed om “Trains” in te zetten kregen we hem ook synchroon live op het podium te zien met een akoestische, echter weinig overtuigende versie van de bekende Porcupine Tree song. De echte start kwam er nadien met het knotsgekke “Luminol”, doorspekt met wilde jazzklanken, een progressief werkstuk om U tegen te zeggen. Het duurt even voor je door hebt hoe deze song in elkaar steekt maar eenmaal je mee bent laat de song je niet meer los. De band liet een indrukwekkende perfect gebalanceerde sound los op het Leuvense publiek en laat dit nu net een zeer grote pluspunt zijn in de verrassende, mooie akoestische omgeving van deze kleine zaal.
Wat volgde was het sterk georkestreerde “Postcard” uit Steven Wilson’s tweede soloalbum: ‘Grace For Drowning’, één van de weinige Steven Wilson songs die onder de vijf minuten klokt. Hierna werd er opnieuw stevig van leer getrokken met “The Holy Drinker”. Allesbehalve een hapklare brok maar wel een waanzinnig experimenteel epos dat zijn gelijke niet kent. Wilson mag dan wel (voorlopig) zijn buik vol hebben van het metalgenre, tijdens dit epos werd er zeer stevig gemusiceerd. Absoluut hoogtepunt van de avond kwam er nadien met het dromerige, melancholische “Drive Home”. Steven beschreef zich als de ‘lonely Swede in the woods’ en liet voorafgaand aan de song Guthrie Govan enkele diverse sferen uit gitaar toveren.  De fijne, droge Britse humor van Steven zorgde voor een grappig intermezzo. Het waanzinnig mooie animatiefilmpje zette de song nog wat kracht bij. “Drive Home” is misschien wel de allermooiste song van 2013 en ook de live versie was subliem!
Een nieuwe song aangekondigd als “German Bite” bleek nog niet echt afgewerkt, boeide minder en was zelfs hier en daar saai en langdradig. Hier kwam ook de verduidelijking van Wilson waarom er die avond absoluut geen foto’s noch video’s genomen mochten worden.  Hij probeerde ons te overtuigen hoe oneerlijk het wel is om via een smartphone een opname te maken en die dan in belabberde kwaliteit op het internet te gooien. “Laten we gewoon de verrassing houden voor iedereen die naar de show komt kijken”, klonk het. Trouwens, een niet mis te verstane waarschuwing aan de ingang van de zaal liet weten dat iedereen die foto’s of video’s nam (inclusief smartphone!) het risico liep om uit te zaal gezet te worden. Een advies dat zeer goed werd opgevolgd.

De introductievideo van “The Watchmaker” kondigde na een korte adempauze het tweede deel aan. Het grote projectiedoek viel naar beneden en zorgde voor nog mooiere visuals en effecten. Ook muzikaal was dit tweede deel misschien nog een stukje sterker. Hoogtepunten waren het met een creepy grafstem aangekondigde, donkere: “Index” en het naar Porcupine Tree refererende “Harmony Korine”.
Na een ingekorte versie van “Raider II” sloot de band de set af met de sfeervolle titeltrack: “The Raven That Refused To Sing”, voorafgaand door  een leuke les over de fascinerende wereld van het elektrische muziekinstrument de mellotron.
Nog eenmaal kwam de band terug om onder nucleaire dreiging te bissen met “Radioactive Toy” uit het Porcupine Tree debuut ‘On The Sunday Of Life’ (1992), alsof Steven Wilson een statement wilde maken dat Porcupine Tree definitief begraven is.

Maar treuren doen we zeker niet want deze Steven Wilson band is echter een evenwaardig alternatief en als het even minder complex mag zijn hebben we ook nog Blackfield, ook al een geesteskind van de grote meneer Steven Wilson. Subliem optreden!

Setlist:
*Trains *Luminol *Postcard *The Holy Drinker *Drive Home *Untitled New Song Introduced as "German Bite" *The Watchmaker *Index *Sectarian *Harmony Korine *Raider II *The Raven That Refused To Sing
*Radioactive Toy

Organisatie: Depot, Leuven

Savages

Savages - Don’t let the fuckers get you down

Geschreven door

De temperamentvolle Britse meidengroep Savages mag gerust dé sensatie van het jaar genoemd worden. Hun debuut ‘Silence Yourself’ is nog steeds in de running voor de titel plaat van het jaar (deze van debuut van het jaar is quasi zo goed als binnen) en hun live sets behoren tot de categorie legendarisch. Eerder dit jaar waren wij danig overweldigd door hun wervelend optreden op Les Nuits Botanique dat wij er nu alleszins terug moesten bij zijn.

Het is wonderbaarlijk dat zo een jonge band zo een live performance kan neerzetten, alsof ze hier al jaren mee bezig zijn. De overtuiging en de passie druipen er af. Alles heeft te maken met de krachtige verschijning Jehnny Beth (echte naam Camille Berthomier), een vurige madam met pit, présence en een fameus vocaal bereik. Zij is de stem en hét gezicht van de band, maar de ruggengraat is al even belangrijk. Gemma Thompson beheerst met de nodige cool haar gitaar en haalt er de meest snedige akkoorden en echo’s uit, de eighties toets die de songs in zich hebben is dan ook voornamelijk haar verdienste. Met de frontale aanpak van drumster Fay Milton en de diepe bassen van Ayse Hassan krijgt de post punk van Savages een volledig eigen en zeer intens karakter.
De band vlamt er in met drie van hun sterkste tracks “I am here”, “City’s full” en “Shut up”, drie gloeiende songs die de Grand Mix bij het nekvel nemen om voor de rest van de avond niet meer te lossen. Met de slepende en zinderende postpunk van “Strife” en het wondermooie en innemende “Waiting for a sign” komt er een pakkende dreiging boven de Grand Mix hangen, de gepassioneerde inleving van de sensationele Jehnny Beth laat diepe sporen na.
De band komt nadien zowaar nog een stuk feller tevoorschijn met de ziedende punk van “She Will”, “No Face” en “Hit me”, drie striemende songs die ultragemeen, briesend en messcherp richting zaal worden afgeschoten. Als apotheose heeft Savages nog het brandende “Husbands” in petto, waar de hartstochtelijke Beth er een tijdje de spanning inhoudt om de song in een bijtende explosie te laten eindigen. Een doordringend “Fuckers” (niet op de plaat, wel al voorgoed in onze kop gegrift) zet er met een ware noise eruptie een kanjer van een punt achter.
“Don’t let the fuckers get you down”, sneert Jehnny Beth. Dit pittig meidencombo is door niemand te stoppen.

Wij zijn nu nog meer overtuigd, dit is met voorsprong de revelatie van het jaar.

By the way, support act van dienst was net als in de Botanique de Franse elektro-rocker Johnny Hostile. De man denkt nog steeds dat hij de reïncarnatie van Alan Vega is. En dat terwijl de echte nog leeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4250
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

Tindersticks

Tindersticks – Porceleinen huwelijsverjaardag - Across six leap years anniversary tour

Geschreven door

Hun  20ste verjaardag vieren, en bijgevolg een bloeiende carrière, vertrokken Tindersticks recentelijk voor hun zoveelste tour, met een verplichte passage bij ons , om de goede band met ons land te versterken . Want het is vooral een kwestie van liefde en respect tussen het Belgische publiek en de band van Stuart Staples sinds de start. De groep is ons oneindig dankbaar, en heeft nooit een kans laten liggen om ons te bedanken met bijzondere  prestaties.

Een avond ‘in het licht van de herinnering’, hangend aan de lippen van Chronos, de melodieën meefluitend terwijl de herinneringen passeren op het scherm. Met een beetje nostalgie natuurlijk, maar met een voor de hand liggende conclusie: de vriendschap verbetert door de jaren en hun tijdloze muziek heeft geen last van de tand des tijds.
Een kleine terugblik om zich dan op de toekomst te gooien.
Samen met hun oeuvre, en de solo zijsprongetjes, neemt Stuart ons bij de hand en overloopt hij de voorbije 20 jaar. Dit zorgt voor een set in 2 afzonderlijke delen.

We kunnen comfortabel kijken naar de Tindersticks’ teletijdmachine en zijn klaar voor een totale overgave.
Het concert opent met “Tricklin”, een eerste stop van de jaren 2000; hierbij komt de stem, door de effects van de verschillende echo’s, de sensuele stem van de zanger heel mooi door. Vervolgens krijgt “Marseilles Sunshine” een plaatsje onder de zon, (een bewolkte zon ), met z’n prachtig solostukje. Het optreden gedijt rustig verder tot aan de pauze, en we sluiten met een bevend hart af met “Dancing”. De setlist ( zie hieronder ) werd verkort tot verbazing van enkele bandleden.

Het 2e deel vangt aan met “Sometimes it hurts”, een weg wordt geplaveid langs pastelachtige landschappen, in een roes doordrongen van een sound , die naar z’n top wordt gebracht. Een hoogtepunt van hun kunnen! Staples  onthult z’n talent om de liedjes nog mooier te maken op een onherkenbare manier. “Another Night In” wordt ten berde gebracht en dat geeft meer omvang aan de sound . Hier komt het uitgebreide combo ideaal aan bod met de weelderige arrangementen …Het publiek geniet en rilt vanaf de eerste noten gespeeld op de cello gevolgd door een opwaartse spiraal die de groep in de hemel bracht, waar kopers en strijkers elkaar omarmen met ingehouden tranen.
We blijven gekluisterd in onze zetel. De groep blijft wat hangen bij zijn laatste album ‘The Something Rain’, ( het laatste als we ‘Across Six Leap Years’ uitsluiten en uitgebracht dit jaar, met sommige heruitgebrachte titels , die men ook terugvindt op de soundtrack van de film ‘Les Salauds’, een laatste samenwerking met de productieve filmmaker Claire Denis ), verder “City Sickness” en vervolmaakt onze wandeling in de mist van “My Oblivion”.
De encore was verwacht . De stem van de zanger (Staples , de gehele avond al relatief diskreet), neemt meer omvang en hij zet het duet “Travelling Light” in , een mooie samenvatting van deze avond.
Op de vraag “Can WeStart Again”, antwoorden we unaniem ja, terwijl “Sister” de avond afsluit. Een sprong in het prachtig universum verdeeld in 2 decennia.

Onder een daverend applaus, gepaard gaand met staande ovatie, verlaten Stuart en de zijnen het podium met een brede lach. “We gaan naar huis, en beginnen al aan morgen, zodat gisteren nog niet gedaan is”.

Setlist:
Tricklin (Can Our Love)
Marseilles Sunshine (Lucky Dog Recordings, stuart solo project)
A Night So Still  (The Something Rain)
Hushabye Mountain (Dick Van Dyke Cover from Songs For The Young At Heart, Stuart Side project)
Come Feel The Sun (The Hungry Saw)
She’s Gone (II)
Dancing  (Curtains)
Friday Night (7”) Non interprétée
The Organist Entertains (The Hungry Saw) non interpretée
Sometimes It Hurts (Waiting For The Moon)
Iif You’Re Looking For A Way Out (Simple Pleasures)
Another Night In (Curtains)
Show Me Everything (The Something Rain)
This Fire Of Autumn (The Something Rain)
City Sickness (I)
My Oblivion (Waiting For The Moon)
Sleepy Song (II)
Say Goodbye To The City (Waiting For The Moon)
A Night In (II)
I Know That Loving (Simple Pleasure)
Slipping Shoes (The Something Rain) Non interprétée
What Are You Fighting For? (7”)
Travelling Light (II)
Can We Start Again? (Simple Pleasure)
My Sister (II)

Akim Serar – vertaling Gerrit Van de Vijver

Organisatie: Live Nation ism Botanique, Brussel  

Goldfrapp

Goldfrapp - koel als sensueel!

Geschreven door
Goldfrapp is ‘back’ en stond in voor een evenwichtige set die koel als sensueel klinkt!

Drie jaar terug wisten we het echt niet goed meer wat er van te denken ; minder boeiende, intrigerende, nieuwe nummers en een half feestelijke kracht .
We hebben dus uitermate genoten van de return van (Alison) Goldfrapp . Samen met haar vaste rechterhand Will Gregory hadden we hier muzikaal twee gezichten: een innemende, pakkende, sfeervolle , ijzige sound waarvan het pas verschenen melancholische ‘Tales of us’ een naadloos vervolg is van haar debuut ‘Felt mountain’ uit 2000 en de eerdere elektro/disco/pop, de danstoer op ‘Black cherry’, en ‘Supernature’. Haar ‘7 th tree’ hing ergens tussenin en de vorige, het fletse ‘Head fist’ werd letterlijk doorgespoeld , zeker nu ook bij haarzelf , want die inwisselbare nummers bleven vanavond opgeborgen .

Twee gezichten - De eerste 40 minuten kwam de recente plaat in de spotlights , een dromerige, ingetogen sound , gedragen door haar helder , indringende, hemelse stem . Die songs werden live mooi uitgewerkt, sober of een beetje majestueus op z’n Hooverphonics door de keys , de cello, viool , bas en orkestratie , maar nergens over de top . De emotie was sterk als je de eerste reeks “Jo”, “Drew”, “Stranger”, “Alvar” “Annabel” en “Clay” op nahoudt . Een mistige , mystieke sfeer creëerden  ze door de elegante , subtiele , spaarzame sounds , de repetitieve ritmes of de aparte spanningsopbouw. Een adembenemende trip kregen we hier al meteen …
Dan kwamen die kenmerkende synthbeats en haar zwoele sexystem op het voorplan, de verbeelding kon worden aangesproken en een (heup/dans) pasje kon worden verzet . “Yellow halo” was de aanzet van die dynamiek en groove . En iets verderop “Thea” , de enige meer danstrack op ‘Tales of us’, die ergens in de regio hangt van een Trentemöller/The Knife.
Na de slepende , grimmige, bezwerende opbouw en ritmes van “Little birds” en “You never know” kwam je uit op die sensuele , erotiserende electro pop van “Ride a white horse” en “Oohlala”.
Het échte electrofeestje kregen we in de bis met die broeierige , opbouwende , hitsige, pompende “Train” en “Strict machine”. Het blijven twee dansbare kleppers die mooi verweven zijn in de Goldfrapp introvertie van een net eerder gespeelde “Clowns” en oudje “Lovely head”, die haar groot hebben gemaakt door haar stemvariaties en de ambient triphoppende soundscapes.

De balans is rechtgetrokken . Goldfrapp is terug op niveau en daar zijn we uitermate blij om. Goldfrapp prikkelt en klinkt koel als sensueel , zoals het moet …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4239
Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel  

Jay Z

Jay Z – One man show met staande ovatie

Geschreven door

Het Sportpaleis in Antwerpen daverde maandagavond op de bassen van Jay Z. Bijna twintig jaar na zijn debuutalbum toonde de Amerikaanse rapper zich nog steeds de koning van de hiphop. Met een mix van nummers van zijn nieuwe plaat ‘Magna Carta Holy Grail’ en oude toppers zette Jay Z een performance neer om van te smullen.

“Still that nigga, nigga you survived”

Zijne Hoogheid liet even op zich wachten, maar zijn charismatische verschijning werkte vergevingsgezind op het publiek. Geen grootheidswaanzin zoals je van een businessman van zijn kaliber zou verwachten, maar de bescheidenheid zelve. Ook visueel had de ster zich beperkt tot een minimum. De Roc Boys muzikanten speelden live op een soort constructie van kooien en stellingen en zwart-witte camerabeelden werden in hun rauwheid geprojecteerd. De boodschap was duidelijk; deze avond draait het alleen om Jay Z, en liefst zonder teveel poespas.
Als een sneltrein ging hij door zijn repertoire. Nog maar net begonnen of hij gaf zijn hit “Holy Grail” al prijs. Nog voor het half uur hadden we “99 Problems”, “No Church in the Wild” en “Tom Ford” gehad. Het publiek was meegaand en droeg zijn koning nu al op handen. Anders was het met die andere aangekondigde special guest. Hoewel al de hele tijd fysiek aanwezig, was de succesvolle producer Timbaland tot aan de eerste pauze onopgemerkt gebleven. Pas na een halfuurtje kon hij zijn gloriemoment beleven. Veel moment, weinig glorie, zo bleek. Met een sterk staaltje beatboxen – ongetwijfeld één van zijn grootste talenten – kon hij het publiek wel bekoren, maar verder dan een paar flarden van zijn grootste hits kwam hij niet. Als een klein jongetje speelde hij met zijn sound effects, maar hij leek daarbij de band met het publiek te vergeten. Snel dan maar een nieuwe single voorstellen en OEF daar was Jay Z weer.

“That shit cray”
Voor de Brooklyn Boy mocht het vooruitgaan, ook in de tweede helft. Het publiek bleef niet op zijn honger zitten, en werd geserveerd met (ingekorte) hits als “Big Pimpin’”, “Dirt Off Your Shoulders” en “I Just Wanna Love Ya (give it to me)”. Ook twerkende Miley Cyrus kreeg een vermelding in “Somewhere in America”, een hit van op zijn recentste album ‘Magna Carta…Holy Grail’. Als de zware bassen tot nog toe geen aardbevingen hadden veroorzaakt, dan was dat zeker het geval toen hij “Niggas in Paris” op de wuivende hiphoppers losliet. Jigga wilde open cirkels in het publiek zien, om hen nog wilder op zijn muziek te zien dansen. Met regelmaat deed hij de muziek stoppen tot hij vond dat ze groot genoeg waren. Een magisch moment van publieksbinding, ongetwijfeld het hoogtepunt van de avond. De tweede helft sloot hij af met “Clique”, die andere hit met zijn mede-troonzitter Kanye West en het luidkeels meegezongen “Run This Town” van zijn poulain Rihanna.

“You could’ve been anywhere in the world, but you’re here with us”

De derde en laatste helft had Mister Beyoncé bewaard voor wat quality time met het publiek. Na “Numb/Encore”, een samenwerking met Linkin Park die hem een grammy heeft opgeleverd, sprak Jay Z zijn appreciatie uit voor de aanwezige toeschouwers. “Tof t-shirt dat je aanhebt”, “ongelooflijk dat je al van begin tot einde alle teksten aan het meezingen bent”, “jullie zijn knappe meisjes”, … Hij sprak ze één voor één persoonlijk aan. Ook de heldenboodschap die een meisje neergeschreven had op een kartonnen bordje (“Jij bent geen ster voor mij, maar een bron van inspiratie”), was de hiphopartiest niet ontgaan. Zoveel menselijkheid van zo’n grote meneer, dat maakte indruk.

Het tempo van de show was ondertussen wat gedaald, maar met een knaller als “Empire State of Mind” ging het weer even de hoogte in. De toeschouwers betuigden hun dank door luidkeels mee te zingen. Met “Izzo (H.O.V.A.)” werd de weg geëffend voor de plaat waar het voor Jay Z allemaal mee begon: ‘Hard Knock Life’. De drugsdealer van weleer heeft nu echter plaats gemaakt voor de romantische familieman Shawn Carter. Lichten uit, gsm-lampjes aan; op de trage tonen van “Forever Young” wiegde de rapper zijn publiek in slaap, zodat hij toch zeker op tijd naar huis kon.

Jay Z blijft regeren in hiphopland. Zelfs zonder zijn zwarte broeder Kanye West kon hij een adembenemende show neerzetten. Bescheiden en menselijk, de fans zullen hun koning trouw blijven. Van straatrapper tot volle concertzalen over de hele wereld; Jay Z heeft zich opgewerkt tot op de troon en is niet van plan om die plaats af te staan.

Organisatie: Live Nation

Pagina 233 van 386