logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
dEUS - 19/03/20...

Ufomammut

Italiaanse kolossale mammoet allesbehalve als een olifant door een porseleinen Kreunzaal

Geschreven door

 

Incoming Cerebral Overdrive (I.C.O.) openen gedurende de volledige herfsttoer in Europa voor landgenoten Ufomammut. En onze ogen en oren worden inderdaad wijd geopend bij zoveel visueel en auditief geweld. Met hun laatste schijf ‘Le Stelle: A Voyage Adrift’ slaan ze een meer gedefinieerd muzikaal pad in: Mathcore à la Dillinger Escape Plan overgoten met een psychedelische sound. Met andere woorden: hoekige riffs, ritmeveranderingen à volonté en een gelaagde psychedelische ondertoon. Dit alles nog eens uitvergroot door de impressionante visuals (een ruimtereis vol exploderende sterren, zwarte gaten, zonnestormen, etc.) die op de achtergrond geprojecteerd worden. Leuke support act. Eén minpunt: de manier van zingen past niet echt in dit concept.

Ufomammut heeft onlangs een tweede deel voor het alombejubelde ‘ORO-Opus Primum’ (april 2012) uitgebracht: ‘ORO-Opus Alter’ (september 2012). Twee magistrale muzikale composities met oogverblindend artwork van hun landgenoten Malleus, een naam als een klok in psychedelicaland. Check hun site (http://www.malleusdelic.com/) en overtuig je van deze Masters of Art. Onder de noemer ‘Oro-tour’ schuimen ze de Europese undergroundzalen gedurende de volledig maand oktober af om dit tweeluik integraal op het publiek los te laten. Muziekfanaten van over het ganse land zijn dan ook afgezakt om deze Italiaanse heersers live aan het werk te zien in Kortrijk. De Europese zuiderlingen zijn geliefd voor hun eigengereide psychedelische sludge. Uniek en fenomenaal. Ze delen sinds 1999 podia met klinkende namen als Neurosis, Amen Ra, Down, Baroness, Motorpsycho, Sons Of Otis, … en staan op prestigieuze festivals als Roadburn, Hellfest, Asymmetry, Stoned From The Underground en Ieperfest.

Vanaf opener “Emperium” worden we in het universum van Ufomammut meegezogen. Een psychedelisch begin met angstaanjagend orgelriedeltje en griezelige, buitenaardse stemmetjes jaagt ons de stuipen op het lijf. Ons nekhaar komt overeind en we wachten angstig af wat komen zal. Het wordt een aangezwengeld krachtig meesterstuk dat halverwege uitbarst als een vulkaan die zich jaren heeft moeten inhouden en nu alle lava uitspuwt met een kracht waarvan zelfs de Etna opkijkt. Na 12’ stopt het natuurgeweld en valt alles terug in de plooi met nog enkele minuten uit te deinen met dezelfde scary soundbites als bij het begin van de song.
“Aureum” hakt er direct in met een logge mammoetsound vol hevige riffs dat de eerste headbangers in het publiek de kans geeft om hun lange haren terug in de juiste plooi te koppen. Een over de 12’ afklokkend loodzware song, die naadloos overgaat in “Infernatural” waar gitarist Poia zijn keelgat zodanig openzet, dat we zijn stembanden bijna kunnen zien. Magistrale zang en killer downtuned riffs, ondersteund door een overtunede bass van Urlo (die de tweede stem voor zijn rekening neemt) en mokerslagen van drummer Vita worden ons deel. Het doet ons denken aan het fenomenale concert van Yob op Roadburn in april laatstleden.
In “Magickon” herkennen we terug het horroresk orgelriedeltje van bij opener “Emperium” en deint de song op het einde niet uit, maar wordt alle kracht geconcentreerd tot een kolossale finale. “Mindomine” is het laatste wapenfeit uit het eerste deel van hun set en doet denken aan Shrinebuilder’s “Pyramid of The Moon”: dezelfde opbouw en wisselend van Middeleeuws gezang naar oerschreeuwen naarmate de song vooruitwaggeld als een horde op los geslagen logge bizons naar een grande finale.


In het tweede gedeelte van de set brengt Ufomammut hun recente wapenfeit ‘ORO–Opus Alter’. “Oroborus” start met spacy effecten en een bas die je ingewanden enkele malen van plaats doet verwisselen in je abdomen. Trillende broekspijpen worden ons deel tijdens deze acht minuten durende uitbarsting aan heavyness.
“Luxon” start met gebrabbel van buitenaardse wezens om dan verder te kabbelen op heavy riffs op bas en gitaar en gekanaliseerd geschreeuw doorspekt met psychedelische orgeltunes. “Sulphurdew” brengt enige verademing bij de start maar al gauw worden we door een killer riff van Poia bij het nekvel gegrepen en meegesleurd richting hel om er repetitief gegeseld te worden door de drumsticks van Vita en volledig verschroeid achter te blijven.
De finale wordt ingezet met een subliem “Sublime”: van 3’30” ingehouden woede, over een met riffs doorspekte aanzet naar een explosie van jewelste in het middengedeelte om dan na 7’30” terug uit te zakken naar een overload aan psychedelica en spacy effecten in het rustige slot. Wat voor het juiste effect zorgt.
Want uitsmijter “Deityrant” is een aaneenschakeling van buffelstoten met een overvloed aan riffs om een kudde mammoeten mee neer te leggen. Een magistraal einde van een fenomenaal concert! Ufomammut kwam, verpletterde en overwon! Lang leve deze band!


Set list Ufomamm
ut: OPUS PRIMUM [1] Empireum [2] Aureum [3] Infearnatural [4] Magickon [5] Midomine // OPUS ALTER [6] Oroborus [7] Luxon [8] Sulphurdew [9] Sublime [10] Deityrant

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ufomammut-18-10-2012/

Organisatie: De Kreun, Kortrijk i.s.m. Heartbreaktunes

How To Dress Well

How To Dress Well – boeiend en technisch uitmuntend!

Geschreven door

Nooit was in een uitverkochte Charlatan de nerdbrillendichtheid zo groot. Nu ja, Gent is nu eenmaal het Vlaamse Mekka voor de hedendaagse hipster. Bovendien lokt de komst van het obscure How To Dress Well heel wat met iPhone gewapende ruitjeshemden. Helemaal niets mis met dit uiterst gedisciplineerde publiek. Het hoge aantal hipsters per vierkante meter toont vanavond gewoon aan dat het project van Tom Krell immens hot is.  De overgetalenteerde Krell brengt ons een soort elektronica van de nieuwe generatie met een heel vette knipoog naar de R&B van de jaren '90. In een klein uurtje toont hij ons hoe zijn vertraagde R&B niet over het podium swingt maar wel kruipt.

Ook al is dit gezien het depressieve kantje helemaal niet mijn geprefereerde stijl, het moet wel gezegd dat de performance technisch gezien helemaal klopt. De etherische, spookachtige kopstem van Tom Krell klinkt voortreffelijk en doet ons soms denken dat hij op de bodem van een koolmijn staat te zingen. Door het gebruik van twee micro's lijkt het alsof hij af en toe in duet gaat met zichzelf. Terwijl hij baadt in de passende visuals overheersen echo en reverb in zijn zangpartijen. Elektronica en de subtiele tussenkomsten van de violist komen nooit echt op de voorgrond. Vocals blijven gewild de hoofdrol opeisen en bij wijlen lijkt dit misschien wel wat geforceerd over te komen.

N
et als zijn introverte attitude doet zijn klankenspectrum ons denken aan The XX. Het is vooral spijtig dat het intieme concert soms werd verstoord door het rabarberende volk uit het aanpalende Charlatan-café. Ondanks de deprimerende en soms te gemaakte sfeer zagen we een technisch uitmuntend How To Dress Well. Ik word niet meteen fan maar dit was uiterst leerrijk en al bij al boeiend.

Organisatie: Democrazy, Gent

Tame Impala

Tame Impala - Evenwichtig beheerste retropsychedelische rock

Geschreven door

Als een komeet schoten ze de lucht in, twee jaar terug , de jonge ‘retroindies’ van Tame lmpala van zanger Kevin Parker. De jonge Vedder lookalike heeft z’n bedeesd - en schuchterheid overwonnen , komt zelfverzekerd voor de dag , is tevreden van de snelle groei en is onder de indruk dat ze in zo’n ‘big factory’ als de AB  mogen spelen. … Het gaat goed met deze Aussies …

Tja, hun debuut maakten ze op Pukkelpop en in de Witloof Bar van de Bota. De single “Solitude is bliss” en het debuut ‘Innerspeaker’ leidden toen al een beloftevolle band in; de nummers werden live lekker uitgesponnen door de soli, effectbejag, galm, echo’s en stemvervorming; de aandacht was volledig gericht op hun instrument. Een poel aan invloeden passeerde de revue in de knappe, fijne retropsychedelische rock; een soort eigen ontworpen muzikaal galacticastelsel, waarin de songstructuur ‘an sich’ vervaagde …
De nieuwe single “Elephant”, van de pas verschenen opvolger ‘Lonerism’ laat een band horen die duidelijk is geëvolueerd en de psychedelische jams zowel op plaat als live op het achterplan duwt; een gemoedelijk, beheerst en een vrij direct, hoekig, strak geluid neemt plaats , die krachtiger kan zijn en durft te exploderen .
Uitermate spannend dus , dat evenwichtig totaalgeluid van retrogitaren,  spacey synthklanken, toetsen en drums, die allemaal een belangrijke rol hebben gekregen.  De dikke laag galm van weleer is opgetrokken, dobbert niet meer zo en deint niet verder uit. Een goede op elkaar ingespeelde band , die ingenieus, gedistingeerd en doordacht te werk gaat, en verrassende wendingen biedt aan de songs .
Een toegankelijk geluid , ‘meer’ pop en ‘meer’ songs dus … , zonder aan experimenteerdrift en vrijheid in te leveren. Het zat meteen goed binnen dit concept met de nieuwe “Endors toi”, “Mind mischief” , “Feels like we’re only going backwards” en “Elephant”; de oudere songs “It is not meant to be” , “Desire be, desire go” en hun doorbraaksingle kwamen tot hun recht en klonken ‘pur sang’ . Ze putten afwisselend uit de twee cd’s.
In hun eigen muzikale identiteit sijpelden Syd Barrett’s Pink Floyd, Cream , Hawkwind, Rare Earth, Supertramp, en verder een Radiohead , de indiepsychedelica van Pale Saints, Burning Brides , Warlocks, Black Angels, en de Ride shoegaze, met een Kyuss stonergitaarmotiefje door. Sjiek!
Een boeiend kleurrijke set hoorden we , met abstracte lijnen als projecties . Af en toe werd de vaart wat teruggedrongen en was een droompsychedelisch geluid te horen, als op “Alter ego” en “Apocalypse dream”, die een soundtrackachtige tint hadden ; een langgerekte versie van “Half full glass of wine”, ergens op een single EP te horen ,  intrigeerde door de broeierige repetitieve ritmes en structuur , bouwde op en ging naar een climax. Knap en imposant.
Sterk werden ze onthaald, en de losse spontane contacten bevorderden de charme voor de band. In de bis hadden we nog een onweerstaanbare “Runway, houses , city, clouds” , een nummer freakende retropsychedelica door de  wisselende ritmes, scherp , strak, dromerig, maar ook donker, zwaar en gek door de effects.

Tame Impala heeft veel ervaring opgedaan, hard gewerkt en komt er nu kwalitatief sterk uit. Een volwassen indruk lieten ze na en hebben alle troeven om groots te groot. Deze gasten gaan een mooie toekomst tegemoet . Evenwichtig beheerste retropsychedelische rock  … Loon naar werk.

Organisatie: Live Nation

Jarboe

Jarboe betovert met uitgeklede pareltjes

Mongolito dompelt ons zondagavond een half uur onder in een dark ambient bad dat dampend van intrigerende duisternis en bevreemdend druppelend kaarsvet de doemsdag even doet vergeten. Wie Dog eat Dog, Mucky Pup en zijn 10000 Women Man kent, weet dat Mark De Backer al wat zieltjes heeft veroverd.
Maar hij staat dit keer in de schemering van zijn eigen schaduw met zijn pasgeboren Acedia. De Servaisiaanse projecties zorgen voor een naadloze Beeldenstorm waardoor het alles behalve ‘another night to forget’ wordt.
De eenmansformatie katapulteert, met wit masker en zwarte donkere hoed, onze geest van “V for Vendetta” naar de dag der dagen om vervolgens moeiteloos alle frequenties van onze auris te verleiden met een onvervuld verlangen naar meer van die intrigerende sets vol prachtige, donkere soundscapes van de Brusselse ambient bard.
Wie zich de passage van Year of No Light nog herinnert en met weemoed terugdenkt aan hun Vampyr-set zal ook deze hypnotiserende Lugubrum als een delicatesse binnenhalen.
Het weze duidelijk: Mongolito heeft er een fan bij!


Jarboe, de vrouwelijke constante bij Swans van 1984 tot de split in 1998, is een getalenteerde zangeres en een bekwaam orgelspeler. Met Michael Gira (Swans-opperhoofd) deelt ze – naast het bed – ook het zijproject (The World of) Skin tijdens de hoogdagen van Swans en sinds de split-up concentreert ze zich enkel nog op haar solocarrière en collaboraties met o.a. Neurosis. Ondanks ze geen deel meer wil uitmaken van Swans sinds de recente reünie, zingt ze alsnog twee songs in van het recente album ‘The Seer’ (2012) van Gira & co. Tegenwoordig gaat ze door het leven onder het pseudoniem Living Jarboe waarmee ze al enkele weken doorheen Europa trekt.

Zondag start het concert enigszins verwarrend. Onder een volledig verduisterd hoofdpodium komt een donkere, vrouwelijke gestalte het podium opgewandeld, volledig gewikkeld in stukken stof en het hoofd en gezicht bedekt met een voile.
De onherkenbare figuur neemt plaats achter de elektrische piano en start een beklijvend pianorecital om dan op het einde plots haar gezicht te onthullen en ons verbijsterd en met open mond ‘aan de grond nagelt’. Dit is Jarboe niet!?! Het blijkt Renee Nelson te zijn, die Jarboe vanaf de tweede song “The Child’s Right” met volle passie begeleidt en nu en dan voor een engelachtige tweede stem instaat. We horen beklijvende stripped-down versies van “Please Remember Me” van The World Of Skin en “Blood Promise” en “Saved” van Swans. Jammer dat een groot gedeelte van het publiek het nodig vindt om constant te kwebbelen aan de toog van de Beursschouwburg. Dit begint echter op de zenuwen van vooral Renee Nelson te werken dat ze het niet kan laten om het achterste gedeelte van het publiek terecht te wijzen. Met een kwade blik zet ze “Otherside Of the World” in en door de emotie krijgt dit oorspronkelijk Swans-nummer nog meer kracht dan voorheen. Als tijdens “Song For Dead Time” het geroezemoes achteraan de zaal terug de bovenhand krijgt, zet dit echter kwaad bloed bij Jarboe en Renee Nelson zodat ze besluiten slechts nog één krachtig “When She Breathes” te brengen om daarna stante pede het podium te verlaten om niet meer terug te keren.

Jammer dat door een respectloos gedeelte van het publiek dit voor de rest meer dan schitterende concert een abrupt einde kent. Wij blijven hierdoor een beetje op onze honger zitten maar kunnen de beslissing van het duo volledig begrijpen. Volgende keer de toog (met het respectloos gedeelte van het publiek) en de zaal (met het muziekminnend gedeelte) van elkaar scheiden met een geluidsabsorberend doek en we zijn al een heel stuk verder!
Nu vallen er zelfs nog woorden buiten na het concert, tussen musicminded people en respectloze tooghangers.
Jammer, want Jarboe en Renee Nelson zijn twee klassenvrouwen en topmusici die het overgrote gedeelte aan Swans-songs van de té korte set nieuw leven in bliezen door ze tot op het bot uit te kleden om ze in een schitterende naakte versie aan ons terug te geven in de vorm van muzikale pareltjes.


Set list Jarboe: [1] Carver (Renee Nelson solo) [2] The Child’s Right [3] Please Remember Me [4] Blood Promise [5] Saved [6] Otherside Of The World [7] Song For Dead Time [8] When She Breathes


Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

Chris Isaak

Chris Isaak – Met nadruk en klasse teruggrijpen naar eigen invloeden

Geschreven door

De Amerikaanse zanger en liedjesschrijver Chris Isaak groeide op in het Californische Stockton. Als kind graaide hij graag in de platencollectie van zijn ouders en kwam aldus onder de indruk van artiesten als Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Roy Orbison. Ook zijn bewondering voor John Fogerty stak hij nooit onder stoelen of banken.
Toen Isaak besloot zijn bokshandschoenen op te bergen – zijn meermaals gebroken neus draagt nog steeds de sporen van dit verleden - en na zijn studies te hebben afgerond, besloot hij zich toe te leggen op een muzikale carrière. Hij schuimde gedurende enkele jaren bars en clubs in San Francisco en L.A. af totdat hij via producer Erik Jacobsen een platencontract kon versieren bij Warner Bros. Records. Het prachtige ‘Silvertone’ (1985) was hiervan het eerste resultaat en daaruit bleek hoe groot zijn muzikale invloeden waren op zijn eigen werk. De plaat bulkte van de rock-‘n-roll, rockabilly en blues uit de jaren ’50 en vroege jaren ‘60 maar kreeg een eigentijdse toets via teksten voortkomend uit eigen hart en ziel.
Ondanks het aandringen van de platenmaatschappij om stijlveranderingen door te voeren, bleef Isaak zijn eigen ding doen zonder daarbij in de valkuil te trappen en te verdrinken in pure nostalgie.
En het heeft hem geen windeieren gelegd. Reeds vanaf zijn tweede album verkreeg hij meer internationale airplay met « Blue Hotel » maar een echte hit scoorde hij met « Wicked Game ». Dit wereldnummer is terug te vinden op het album ‘Heart Shaped World’ uit 1989 maar de doorbraak kwam er pas twee jaar later toen David Lynch een instrumentale versie ervan gebruikte in zijn cultfilm ‘Wild At Heart’ (ook op de soundtrack van ‘Blue Velvet’ (1986) stonden overigens twee tracks van Isaak te prijken). Het nummer mét vocalen werd vervolgens opgepikt door radiostations en de nog steeds tot verbeelding sprekende zwart-witte, door Herb Ritts geregisseerde sensuele video waarin Isaak innig topmodel Helena Christensen – die ogen! – mocht omarmen op een strand, zorgde voor het extra promotiewerk.
De rest is geschiedenis. Zijn naam als artiest en status als sekssymbool waren nu definitief internationaal gevestigd en aan populariteit heeft Isaak nimmer moeten inbinden. Het bewijs hiervan is onder meer terug te vinden bij concertprogrammatoren die wanneer ze Isaak boeken, doorgaans ook meteen het bordje ‘uitverkocht’ mogen bovenhalen. Dit was bijvoorbeeld twee jaar geleden het geval in de Brusselse AB en afgelopen zondag waar Isaak in dezelfde zaal aantrad, deed hij deze prestatie nog eens over.

Toch wel opmerkelijk voor iemand die in ruim twintig jaar geen echt grote hit meer heeft gescoord, zijn setlist doorheen tournees nauwelijks wijzigt en zijn concerten voorziet van gimmicks en satire die uit het boekje komen.
Waar ligt het dan aan? Natuurlijk komen er veel toeschouwers – hoofdzakelijk vrouwen – zich verlekkeren aan de looks van Isaak maar nog veel belangrijker en er toe doende is dat deze crooner een fantastische zanger is, prachtige nummers heeft neergepend en zijn groep die ruim een kwart eeuw met hem samenspeelt, rasmuzikanten bevat. Bovendien is het showgehalte steeds hoog en mag er tussendoor hard gelachen worden. Vooral de zelfspot en satire vieren steeds hoogtij.
Daarbij moet gezegd dat ook al is alles steeds goed ingestudeerd (gesynchroniseerde swingende pasjes, bassist Rowland Salley die de hoofdvocalen mag overnemen tijdens « Best I Ever Had », Isaak die de groepsleden en publiek uitdaagt met rake oneliners, reeds vroeg in de set de zaal instapt en zich tot aan de mengtafel onder het publiek begeeft, een oefening die gitarist Hershel Yatovitz overigens mocht overdoen tijdens « Live It Up »), de groep brengt het met zoveel branie en met een brede glimlach dat het publiek het gevoel krijgt dat het enkel voor hen op die specifieke avond weggelegd is. En datzelfde publiek gaat steevast snel door de knieën en laat zich gedwee onderdompelen in deze op en top Amerikaans ogende show. Zo liet Isaak de aanwezigen in de AB in de waan dat de groep extra lang zou spelen omdat ze niet zoveel in Brussel kwamen maar in werkelijkheid stond er zelfs een nummer minder op de setlist ten aanzien van vorige concerten tijdens deze tour - voor de liefhebbers: « That Lucky Old Sun » (oorspronkelijk van Ray Charles) werd geschrapt. Isaak is niet voor niets ook deeltijds acteur.
Het concert afgelopen zondag lag in het verlengde van zijn vorige passage maar bevatte deze keer grosso modo twee grote onderdelen. Vooreerst werd een soort ‘best of’ aangeboden, terwijl nadien het eind vorig jaar uitgebrachte album ‘Beyond The Sun’ centraal stond.
Na een instrumentale intro verscheen – ook al is hij intussen 56 geworden - een nog steeds erg fris ogende Isaak, vetkuif onlosmakelijk incluis en gehuld in een lichtblauw pak dat Elvis Presley moeiteloos had kunnen dragen tijdens zijn Las Vegas shows. De groepsleden daarentegen droegen een maatpak dat gelijkenissen vertoonde met de outfit van de begeleidingsgroep van wijlen James Brown gedurende de jaren ‘60.
Opener van de avond – en kan het nog symbolischer? – was het uptempo « American Boy » en dit effende het pad voor een wisseling tussen ballades en rocknummers. Als hoogtepunten – al moeten we zeggen dat echte inzinkingen niet te bespeuren waren – vielen er bijzonder fraaie en loepzuivere versies te noteren van « Blue Hotel », « San Fransisco Days », « Somebody’s Crying » (wat een melodie), « Wicked Game » (inderdaad een klassieker ten top), « Dancin’ »(nog steeds onverwoestbaar en vergezeld van een lang, toonvast vocaal einde), « Notice The Ring » (met een uitwisseling aan stijlen gaande van rock-‘n-roll tot free jazz en waarbij onder meer percussionist Rafael Padilla en toetsenist Scott Plunkett hun kwaliteiten mochten etaleren) en het broeierige, mysterieuze door bassist Rowland Salley ingezette ‘Baby Did A Bad Bad Thing’. Bij dit laatste, bluesy nummer haalde Isaak zijn diepste stem boven en werd onderstreept dat het geen verwondering mag heten dat Stanley Kubrick dit aanwendde om te laten fungeren in zijn donkere, raadselachtige film ‘Eyes Wide Shut’ uit 1999. Ook mochten daarbij als vertrouwd twee dames het podium op om hun sensuele (dans)troeven uit te spelen. Eentje droeg een t-shirt met als opschrift ‘What The Hell’ waarop Isaak ad rem reageerde en als grap vertelde dat zij bij haar thuiskomst zou kunnen vertellen: “Mam, I went to a concert and I fell in love with a man on the stage. But don’t worry mam, it’s not a musician. It’s a bass player”.

De tweede helft van het concert stond dus in het teken van zijn recentste album ‘Beyond The Sun’, dat – zoals de titel aangeeft – opgenomen werd in de oorspronkelijke Sun Studio’s te Memphis en waarop eer betoond wordt aan muzikale helden die er onder toezicht van platenbaas Sam Phillips hun eerste opnames maakten. Waar Isaak de covers op de plaat braafjes binnen de lijntjes kleurt en aldus te dicht blijft aanleunen bij de originelen zonder zijn versies als bijzonder te laten klinken laat staan de originelen te overtreffen, was dit euvel minder groot tijdens zijn concert in de AB. Daar kregen ze wel meer punch en wonnen ze aan impact.
Er werd voorzichtig aangevat met wat mooie gospel en doo-wop tijdens « Doin’ The Best I Can » (Elvis Presley). Nadien werden versies gebracht van « Ring Of Fire » (Johnny Cash), het ooit van de radio verbannen « Dixie Fried » (Carl Perkins), « Can’t Help Falling In Love » (Elvis Presley) en « It’s Now Or Never » (idem) waar de combinatie van drumborstels, contrabas, piano en de stem van Isaak – die sowieso nauwelijks dichter bij Presley kan geraken – uitstekend werkte.
Nadien werd er ook nog wat meer stevige rock-‘n-roll uit de kast gehaald tijdens « Live It Up », eveneens terug te vinden op ‘Beyond The Sun’ maar wel van de hand van Isaak, en een bijzonder snedig « Miss Pearl » (een parel van de nagenoeg vergeten Sun artiest Jimmy Wages). Bij dit laatste mocht Scott Plunkett zijn kunsten opvoeren en helemaal loos kon hij gaan tijdens « Great Balls Of Fire » (Jerry Lee Lewis) waar hij een nagenoeg perfecte imitatie weggaf van ‘the killer’ zelve, inclusief het aanslaan van de toetsen met behulp van voet en knie en de piano die als apotheose via namaakvlammetjes en ingebouwde rookelementen ‘in vlammen’ opging.  
Als eerste toegift werd gekozen voor een flard « Super Magic 2000 », een mooi voorbeeld van  instrumentale surfrock, waarna Isaak het podium betrad in zijn bekende zilveren glitterkostuum. Tijdens « Oh, Pretty Woman » (Roy Orbison) verrees een reusachtige pin-up (in ballonvorm weliswaar) en gedurende « Big Wide Wonderful World » mocht Yatovitz nog enkele fraaie bluesakkoorden uit zijn gitaar toveren en Plunkett zijn orgel laten brullen. Afsluiter was het gospelachtige « Worked It Out Wrong » waarbij Salley, Yatovitz en drummer Kenney Dale Johnson als begeleidend koortje dienden en waarbij ondanks hun grappige bewegingen de pastiche nooit de ernst overheerste. En dit was toepasselijk op het hele concert. De herkenningsfactor was hoog en er viel veel te lachen maar bovenal werd er met klasse gezongen en gemusiceerd zodat alle aanwezigen met een warm gevoel naar huis konden gaan.

Op deze verkiezingsdag werden op dat tijdstip regionale overwinningen gevierd, wonden gelikt en de eerste coalities gevormd maar in de AB ging de stem van het publiek unaniem naar Chris Isaak en zijn begeleidingsgroep.

Setlist : (Intro), American Boy, Pretty Girls Don’t Cry, Blue Hotel, We’ve Got Tomorrow, I Want Your Love, San Fransisco Days, I’m Not Waiting, Somebody’s Crying, Wicked Game, Best I Ever Had, Dancin’, Notice The Ring, Baby Did A Bad Bad Thing, Doin’ The Best I Can, Ring Of Fire, Dixie Fried, Can’t Help Falling In Love, It’s Now Or Never, She’s Not You , Live It Up, Miss Pearl, Great Balls Of Fire
Super Magic 2000, Oh, Pretty Woman, Big Wide Wonderful World, Worked It Out Wrong

Organisatie: Live Nation

Captain Beefheart

Captain Beefheart's Magic Band - … En magisch was het …

Geschreven door

 

Captain Beefheart's Magic Band - … En magisch was het …
Captain Beefheart's Magic Band

Honkeyfinger, een one-man-band uit Bethnal Green (oost Londen) , had de ongelooflijke eer om deze avond te mogen openen en had voor de gelegenheid een extra gitarist meegebracht. Beiden gezeten op een stoel, brachten ze opengereten blues voorzien van een shot psychedelica. Honkeyfinger liet zijn lapsteel kermen, zelf het ritme aangevend via een hi-hat en een stomp box terwijl hij geregeld gebruik maakte van zelf ingebrulde of ingespeelde loops.
Na een tijdje wisselde hij zijn lapsteel voor een mondharmonica die hij al evenzeer molesteerde. Zijn stem deed wat denken aan Left Lane Cruiser, maar dan met iets minder power en muzikaal ging het ook wel wat die richting uit maar dan wel gecombineerd met wat hallucinante middelen. Of te situeren ergens in de buurt tussen Bob Log III en Ignatz. Vreemd, soms wat haperend in de startblokken of wat te weinig uitgewerkt, maar steeds boeiend.

Na Honkeyfinger had ik het gevoel van ‘dit kunnen ze me alvast niet meer afpakken’ want na de euforie, toen ik het nieuws vernam dat de Magic Band naar de 4AD kwam, had ik toch flink wat reserves opgebouwd. Captain Beefheart is één van de grootste iconen (voor mij zelfs de allergrootste) uit de rockgeschiedenis maar zelf zou hij er om de gekende redenen niet bij zijn en DE Magic Band was dit uiteraard ook niet, het had hoogstens een versie van de Magic Band KUNNEN zijn. Terwijl mannen van het eerste uur, John 'Drumbo' French en Rockette Morton (Mark Boston) toch nog een hele tijd samen bij Beefheart hebben gespeeld was Denny Walley's periode bij de groep van veel kortere duur en was er toen van Rockette Morton al lang geen sprake meer. Bovendien konden de geposte filmpjes op YouTube van enkele recente optredens me ook al niet bekoren.
Maar dat zal wellicht aan de inferieure kwaliteit gelegen hebben want vanaf het eerste nummer, "Steal Softly Thru Snow" uit "Trout Mask Replica" greep deze Magic Band me bij mijn nekvel om niet meer te lossen. John ‘Drumbo’ French liet het drummen over aan Craig Bunch (die dat met verve deed) om zich volledig op de zang te concentreren en wierp zich meteen op als leider van de groep. Nu, als er één iemand dat mag is hij het wel omdat hij het, zij het ook met een paar onderbrekingen, het langst heeft volgehouden bij de veeleisende meester. Terwijl zijn rasperige stem, die evenwel nooit het machtige orgaan van Don Van Vliet, dat bijna vier octaven bestreek, kon benaderen, als surrogaat uitstekend dienst deed. Naast hem bleken gitarist Denny ‘Feelers Reebo’ Walley en bassist Rockette Morton (die bassolo zien we even door de vingers) nog steeds uitstekende muzikanten terwijl de onvoorstelbaar gretige, 'nieuwe' gitarist, Erik Klerks, misschien nog het meest uitblonk.
De songkeuze lag allesbehalve voor de hand. Er werden maar liefst vier nummers geplukt uit het, weliswaar als meesterwerk beschouwde, maar toch bijzonder weerbarstige ‘Trout Mask Replica’ en uit het al even ontoegankelijke ‘Lick My Decals Off, Baby’ kregen we "The Smithsonian Institute Blues" te horen. Maar die hoekige, onconventionele songs deden absoluut niet onder voor het meer bluesgerichte werk uit de albums ‘Clear spot’ en ‘The Spotlight Kid’, die tevens ruim aan bod kwamen. Zelfs de allereerste single, de Bo Diddley-cover "Diddy Wah Diddy" werd van onder het stof gehaald. Na zowat een uur lasten de heren een pauze in om wat in het publiek te gaan keuvelen. Nooit eerder gezien!
Na die onderbreking ging "Drumbo" zelf achter de drums zitten en kregen we een reeks magistrale instrumentals, waaronder "Suction Prints". Misschien wel het beste deel van de avond hoewel, even later, "The Floppy Boot Stomp" (waarvoor Beefheart, volgens John French, de tekst reeds schreef tijdens de ‘Trout Mask Replica’-opnames, hoewel de song pas tien jaar later op plaat verscheen) voor een zoveelste hoogtepunt zorgde. Zo zou ik nog een tijdje kunnen doorgaan met het opsommen van al die fantastische nummers (ja, "Electricity" zat er ook tussen) en dan werd er nog zoveel niet gespeeld (de laatste twee platen lieten ze links liggen).

Dat zegt veel over het indrukwekkende nalatenschap van Captain Beefheart dat na meer dan dertig jaar nog steeds even fris en essentieel klinkt. Deze Magic Band bracht dit werk met bijzonder veel respect, liefde en passie voor een eensgezind, laaiend enthousiast publiek dat duidelijk wist waarvoor het gekomen was (en dat ook kreeg). Concert van het jaar? Wellicht.
Merci, 4AD!
Voor diegenen die dit misten : er zou voor volgend voorjaar dan toch nog een nieuwe tour in de steigers staan!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/captain-beefhearts-magic-band-13-10-2012/

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Get Well Soon

Get Well Soon – Bombastische romantiek

Geschreven door

Get Well Soon is het muziekcollectief van de Duitse songschrijver en instrumentalist Konstantin Gropper. Get Well Soon combineert invloeden uit de klassieke muziek met de aanstekelijkheid van Arcade Fire en de melancholie van Beirut. Op 27 augustus brachten ze hun derde album ’The Scarlet Beast O' Seven Heads’ uit, dat bleek voort te borduren op zijn twee voorgangers. Het is een plaat die niet vies is van enige theatraliteit en volgepropt is met duizend en één instrumenten.

David Lemaitre verzorgde  het voorprogramma van Get Well Soon en deed dat met verve. De muzikale omlijsting was minimaal, en juist daardoor klonken de songs enorm organisch. De band was bovendien zeer origineel in het gebruik van instrumenten: een xylofoon, rammelaars en een suitcase voor te drummen.  Tot het gebruik van ijsblokken in een glas toe! De zanger had bovendien een hemelsmooie stem die herinneringen opriep aan Nick Drake, maar dan iets minder monotoon.  De band is op dit moment aan het werken aan hun eerste full cd. Een belofte voor de toekomst en een naam om te volgen. We zijn nu al fan.

Zoals verwacht klonk Get Well Soon grootser en filmischer dan het voorprogramma. Ze begonnen echter nog rustig met “Prologue”, een mooie ballade die vooral gedragen werd door de diepe en indringende stem van Gropper. Daarna kregen we het bombastische “The Last Days of Rome” te horen, waarin Gropper bijgestaan werd door de betoverende zang van zijn zus Verena.  Hier werd het duidelijk dat het hebben van een zeskoppige band een enorm groot voordeel kan zijn. Instrument per instrument viel in, en zo bekwamen ze een enorm vol geluid. Hierin bestaat dan altijd het gevaar dat het allemaal wat rommelig begint te klinken, maar Get Well Soon slaagde erin om gracieus die valkuil te ontwijken. De band bracht uiteindelijk een heel afwisselende set die nergens stilviel. Nu en dan eens ingetogen, maar het merendeel van de tijd uitbundig, catchy en bombastisch, weliswaar steeds met een melancholische toets. Het absolute hoogtepunt van de set was het  meeslepende en tragische “I Sold My Hands For Food So Please Feed Me”.  Een meesterlijke compositie die minutieus opbouwde naar een grootse finale met schurende gitaren en dramatische samenzang.  

Zowel David Lemaitre als Get Well Soon zorgden voor een fantastische en gevarieerde muziekavond. Wel jammer dat de zaal maar voor een derde gevuld was, deze artiesten verdienen immers een groter publiek. Volgende keer misschien beter een kleinere zaal dan de Handelsbeurs uitkiezen. Al blijft het natuurlijk één van de gezelligste concertzalen in de buurt.

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Handelsbeurs)

Blaudzun

Blaudzun – Nederland heeft een Grote Meneer …

Geschreven door

 

Blaudzun, de naam zegt waarschijnlijk nog niet iedereen iets, maar velen onder ons zullen zijn muziek herkennen als ze die horen. Tijd dus om de man eens te gaan bekijken. In de MaZ in Brugge wordt hij voorafgegaan door Flying Horseman. Deze bonte groep brengt iets wat tussen ‘Woven Hand’ en ‘Gravenhurst’ ligt… Vaak aangenaam aan het oor, af en toe wat zwaar, steeds melancholisch. “Als dit spek naar je bek is, binnenkort komt er een EP”, zo vertelde frontman Bert Dockx.

Blaudzun laat even op zich wachten. Om iets over 22u komt hij samen met zijn gevolg het podium op; met kop en schouders steekt hij er bovenuit. Hun set gaat behoorlijk stevig van start en met de tweede track “Solar”, in Vlaanderen een veel gedraaid nummer, scoren ze meteen. De set gaat alle kanten uit. Eens stevig, dan weer intiem. Zeker wanneer zanger Johannes zich, gewapend met niks dan een ukelele, in het publiek waagt en ons moeiteloos het zwijgen oplegt met een porseleinen versie van “Wolfs behind the glass”. Het wordt echter geen enkel moment agressief en het publiek is dan ook aan de bühne gekluisterd, al heeft dat misschien ook een klein beetje met de meer dan bevallige violiste te maken ... Een bijzonder man, Johannes Sigmond, maar wat een muzikant. Gezegend met een stem die meer dan eens aan Tracy Chapman doet denken en songs die rechtstreeks uit de hemel lijken te zijn neergedaald, palmt hij samen met zijn ijzersterke (het mag gezegd) muzikanten alles in wat op zijn weg komt.
Het is dan ook allesbehalve een verrassing dat de zaal op het einde van de set unaniem naar meer vraagt. En of we meer krijgen! Eén van de jongste toehoorders wordt uit de zaal geplukt, een shaker in zijn hand geduwd, prompt gepromoveerd tot extra percussionist voor afsluiter “Elephants” en mag het kleinood zelfs meenemen naar huis. Zeker weten dat hier een slagwerkertje ontstaan is…

Blaudzun bewijst met de vingers in de neus dat hij niet enkel letterlijk een grote meneer is. Als dit niet genieten was, dan weet ik het ook niet meer …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/flying-horseman-13-10-2012/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/blaudzun-13-10-2012/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 265 van 386