logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab

White Lies

White Lies - Indrukwekkend - Groots

Geschreven door

White Lies-frontman Harry McVeigh was in de bovenste wolken toen hij zag hoe ook Brussel voor de voeten viel van dit nieuw neopostpunk-wonder. Onze hoofdstad was namelijk de plek waar alles begon, de plaats waar destijds hun debuut werd ingeblikt maar gisteren betekende dat ook daar te zijn waar de toer zou eindigen. En zo was het voor Crocodiles meteen in de AB de laatste keer dat zij als voorprogramma van White Lies mochten dienen.

Crocodiles - In undergroundkringen is de band uit Californië al tamelijk bekend omdat ze één van de vele groepen waren die het shoegazegenre nieuw leven inbliezen en dit het liefst, net als landgenoten A Place To Bury Strangers, met de nodige portie noise. Hun laatste cd ‘Sleep Forever’ bracht echter een nieuw geluid teweeg want ze gingen minder en minder als Ride klinken maar wel meer en meer als een psychedelische versie van MC5.
En dat merkte je ook, ook al mocht de groep slechts zo’n zeven nummers brengen bezaten ze wel allemaal een hoog rock ’n rollgehalte waarbij het bijhorende orgeltje ons deed denken aan dingen die Sonic Boom destijds met zijn Spacemen 3 deed. Dertig minuten speeltijd blijft kort om een groep op zijn volle waarde te schatten maar het smaakte in ieder geval naar meer.

En hoeveel meer kunnen die kerels van White Lies eigenlijk nog? Leken ze twee jaar geleden nog wanhopig op zoek naar de succesformule die Editors en Interpol reeds lang gevonden hadden, dan prijkt nu hun tweede album ‘Rituals’ overal bovenaan de hitparadelijsten waarbij hitsingle “Bigger than us” niet meer weg te branden van is van TMF. ‘Rituals’ is jammer genoeg ook een album die met gemengde gevoelens onthaald werd want hoe klasse vol de songs ook mogen zijn, blijft het een album die gebukt gaat onder een makke productie.

Wie daar gisteren schrik van had, kon echter met een blij gemoed de zaal verlaten want White Lies klonken vanavond als een band met ballen aan hun lijf en waar de zelfzekerheid (zonder enige vorm van arrogantie) van afdroop.
Meteen bij opener “A place to hide” wisten we dat het snor zat want Harry McVeigh is misschien niet de grootste als het op gestalte aankomt, diens stem is dat wel. Meteen daarna werd “Holy Ghost” gespeeld en eigenlijk meteen het startschot van een set die grotendeels uit de tweede cd bleek te bestaan, ook al ontplofte de zaal bij “Farewell to the fairground” die van hun debuut de gedroomde bestseller makte.
Uit het nieuwe album kregen we ook heel wat  indrukwekkende versies te horen waarbij plots “Strangers” door de 80’s-synths niet zo ver afstond van Duran Duran, ook al werd het als een punksingle aangekondigd. De synthetische geluidjes hoorde je ook in “The power and the glory” of in de majestueuze albumopener die “Bad love” is.
Visueel is White Lies niet bepaald de opwindendste band die er rondloopt maar ze weten dit door een geluidsmuur mooi te camoufleren waarbij zowel gretig gebruik wordt gemaakt van de new wave en de new romance-invloeden van vergane gloriën.
Het lijkt misschien goedkoop maar het publiek onthaalde hun gisteren als helden en van ons mogen ze gerust plaats nemen op de hoogste troon van de neopostpunkbeweging. Nu alleen maar hopen dat ze begrepen hebben dat voor hun derde album dat het af en toe gepermitteerd  is om de producer een schop onder zijn kont te verkopen.

Organisatie: Live Nation

Jools Holland & His Rhythm And Blues Orchestra

Jools Rules!

Geschreven door

Na zijn overigens sublieme passage enkele jaren geleden in de Handelsbeurs in Gent verwachtte ik veel van onze Jools. Hij heeft alle verwachtingen overtroffen.

We kregen als voorgerechtje ene Sarrah Perri voorgeschoteld. Deze Vlaamse Italiaanse had voor de gelegenheid haar zeskoppig bandje niet meegebracht, maar wel haar zus als tweede stem en een gitarist Jan die zichzelf her en der ‘loopte’. Sarrah heeft een heel mooie stem (denk aan een betere Dani Klein versie), zingt ook in die richting. Het geheel heeft echter een ‘arty farty’ sfeertje en zou niet misstaan in een of andere jazzkroeg, bevolkt door een Knacklezend pseudo-intellectueel publiekje. In Brugge mocht ze slecht enkele beleefdheidsapplausjes ontvangen.

Stipt op tijd werd door de puike organisatie het grote feest aangekondigd.  Jools Holland and his rhythm and blues orchestra hebben maar een boodschap: Muziek is feest. Punt. Jools had naast enkele gastzangeressen een slordige negentien muzikanten mee van alle rassen, leeftijden en kledingstijlen. Wat op het eerste zicht overkomt als een bont allegaartje, blijkt dan wel een stel stuk voor stuk professionele muzikanten te zijn: 12 blazers, 2 toetsenisten (Jools incluis), 1 drum (Gilson Lavis), 1 bassist, 1 gitarist en 2 besjes van zangeresjes.

Het hoeft geen betoog dat deze band er meteen invloog met een heerlijke boogie woogie en het overigens zeer verscheiden publiek meteen volgde en na enkele nummers uiteraard niet meer kon stilzitten. Wat kan die Jools spelen, man! ‘Eat your heart out Jerry en co’. En wat zo heerlijk is: het warm water wordt niet heruitgevonden en speelplezier troef. In die mate dat Jools blijkbaar niets verkeerd kan doen en dat zelfs zijn scheten worden onthaald op applaus.
Met het derde nummer, Muddy Waters’ “Mojo”, kwam de eerste gastzangeres Rosin May ons kippenvel bezorgen met een bloedstollende versie. Vervolgens alweer een portie van wat Jools voor de gelegenheid “Bruges Woogie” noemde, waarbij iedereen eens mocht tonen hoe goed ze wel konden spelen. Resultaat: Het publiek begint zowat aan het plafond te hangen.
Jools schuift zich dan achter zijn Fender Rhodes en laat ons met onvervalste jaren vijftig blues met tweede gastzangeres Louise Marchal gedurende een drie tal nummers de nekharen rijzen. Dan trakteert de waanzinnige drummer Lavis (Squeeze) ons zo maar even op een drumsolo zoals het hoort: perfect, niet te veel en retestrak. De prettig gestoorde schuiftrompettist Rico Rodrigues maakt van “What A Wonderfull World” een loepzuivere reggae.
Onze Jules kan ook een aardig handje weg met de gitaar en zorgt ervoor dat blijven zitten (toch jammer dat er stoelen stonden) onmogelijk blijkt. Tijd dan maar voor de ultieme gast. Een brok (ook letterlijk) Boogie Woogie Queen: Ruby Turner. Deze rondborstige uiteraard zwarte lady heeft meer soul, blues en boogie woogie in haar kleine teen dan haar naamgenote Tina. CC rider “Cry me a river en een handvol andere klassiekers passeren door deze misthoorn.

En zo gaat het feest lekker stomend door tot de obligate climax in de bisronde. Is er dan geen enkele kritische noot? Neen. Ze spelen inderdaad reeds geschreven nummers, soms eigen nummers, we horen her en der van die clichés – je weet wel: “Do you feel ok?’, ‘oh my soul!” – en de obligate solo’s waarbij iedereen eens zijn ding mag doen,  bijster origineel zijn ze niet, maar alles gebeurt met zo’n enthousiasme en ongeforceerd speelplezier. Ze voelen zich geen gram beter dan hun publiek, en dat is het hem nu net wat zo aanstekelijk werkt. Vijf sterren dus.

Cultuurcentrum Brugge, Brugge


Gang Of Four

Gang Of Four: wie betaalt krijgt waar voor zijn geld

Geschreven door

Wat typeert een invloedrijke band? Dat pers en publiek in de loop van de muziekgeschiedenis steevast met hetzelfde selecte kransje namen dwepen is natuurlijk mooi meegenomen, maar de referenties die er pas echt toe doen zijn toch wel deze van collega’s artiesten. Neem nu het geval van de Engelse postpunk legende Gang Of Four. De liner notes van hun heruitgegeven mijlpalen ‘Entertainment’ (’79) en ‘Solid Gold’ (‘81) liegen er alvast niet om: als we de lyrische getuigenissen van Flea, Michael Stipe, Michael Hutchence en Page Hamilton mogen geloven dan zou een planeet zonder Gang Of Four wellicht ook Red Hot Chili Peppers, R.E.M., INXS en Helmet op de missing species list hebben staan. Of wat te denken van LCD Soundsystem, The Rapture en Radio 4 die na een overdosis Gang Of Four New York terug omtoverden tot de hipste muziektent ter wereld?

De veteranen uit Leeds bleven er al die tijd stoïcijns kalm bij, tot in 2005 een verzamelaar met heropgenomen oudjes verscheen en de groep zich ook live liet opmerken in het betere nostalgie circuit. Zo kon het Vlaamse Gang Of Four fanlegioen reeds op Sinner’s Day ’09 en de Lokerse Feesten ’10 vaststellen dat hun helden geen schrik moeten hebben van het jonge grut dat notabene bij hen de mosterd haalde.
Maar nog waren de fans niet tevreden en klonk het verzoek om een echt nieuw album almaar luider, zo luid zelfs dat bepaalde fans er grof geld veil voor hadden. Het nagelnieuwe ‘Content’ album is dan ook in verschillende opzichten opzienbarend. Het consolideert niet enkel de terugkeer van één van de meest cruciale bands uit de eerste postpunk golf, maar is uniek in zijn soort omdat het voor een groot deel werd gefinancierd met fandonaties. Of de inhoud van ‘Content’ ook werkelijk de verpakking waard is gingen we afgelopen zaterdag zelf ondervinden in de Brusselse Botanique.


Alhoewel groepsleden van het eerste uur Jon King en Andy Gill de middelbare leeftijd reeds geruime tijd hebben bereikt bleek van meet af aan dat de heren niet bepaald naar de overvolle Orangerie waren afgezakt voor een gezondheidswandelingetje. De forse nieuwe single “You’ll Never Pay For The Farm” gevolgd door de dubbele uppercut “Not Great Men” en “Ether” uit het must-have debuut ‘Entertainment!’ konden wat dat betreft wel tellen als openingssalvo. King eiste van meet af aan de rol van angry old man op en spuwde zijn cryptische maatschappijkritiek uit in één van de vele microfoons langs de frontlinie van het podium. De hyperkinetische frontman liet er alvast geen twijfel over bestaan dat hij en de al even opgefokte gitarist Andy Gill anno 2011 nog steeds de creatieve spil en het kloppend hart van de groep vormen. Voor hun jonge ritmesectie Thomas McNeice (bas) en Mark Heany (drums) lijkt het nog wat wennen aan zoveel 50+ geweld, en eigenlijk mochten beide jonkies al blij zijn dat ze vlotjes bij de les konden blijven.
Het publiek moest toch wel wat naar adem happen na een ronduit verschroeiende start. Met de slepende funk van “Paralysed”, met Gill in de rol van spoken word artiest, en het nieuwe verdraaide reggaedeuntje “A Fruitfly In A Beehive” was de groep dan ook meer dan verdiend toe aan een relatieve rustpauze. Het bleek tevens de voorbode van één van de absolute hoogtepunten van de set. Ja, het moet wat geweest zijn toen in ’79 Gang Of Four een nummer als “Anthrax” op het nog prille postpunk publiek los liet. Ingeleid door een dissonante gitaareruptie en drijvend op het weinig verhullend chorus “Love Will Get You Like A Case Of Anthrax” vormt deze dreigende lap postpunk het epische sluitstuk van hun eerste album. Ruim drie decennia later slaagt Gill er wonderwel in om even geloofwaardig als toen dezelfde dreiging uit zijn gitaar te knijpen, al is schoppen wellicht een beter werkwoord om diens kunstjes op het podium te beschrijven. Alsof dat nog niet genoeg was haalde King op zijn beurt een vocoder boven voor “It Was Never Gonna Turn Out Too Good”, met voorsprong het meest experimentele nummer uit ‘Content’. Op dat nieuwe album staan nochthans een pak andere meer hapklare brokken, maar het typeert de eigenzinnigheid van de groep om nu en dan de vaart uit het optreden te halen zonder dat er ook maar iets aan live vibe verloren gaat. Trouwens, van tempo gesproken: de verslavende beat van het punkfunk anthem “To Hell With Poverty” kreeg tegen het einde van de set zelfs het gros van de aanwezige grijze/kale (schrappen wat niet past) vijftigers aan het swingen.

De postpunk veteranen bleken hun energie netjes te hebben gedoseerd en hadden nog wat lekkers opgespaard voor de twee encore rondes. Na een puntig “At Home He’s A Tourist” stal King opnieuw de show door tijdens “He’d Send In The Army” een zelf ineengeknutselde percussiebox te mishandelen totdat de splinters in het rond vlogen. In schril contrast hiermee stond het verplichte nummer “I Love A Man In A Uniform”, het enige Gang Of Four anthem dat in het collectieve geheugen is blijven hangen maar eigenlijk niet paste in een set die het in de eerste plaats van metalige gitaren, averechtse baslijnen en hakkende drums moest hebben. Maar ach, na een okselfrisse versie van afsluiter “Damaged Goods” waren we die kleine smet op een voor de rest voortreffelijk optreden al lang vergeten.

De vier heren namen beleefd afscheid van de Orangerie met een diepe buiging daar waar ze zelf eigenlijk een staande ovatie verdienden. Want laat er over één ding vooral geen twijfel bestaan: Gang Of Four slaagt er net als generatiegenoten Killing Joke nog steeds in om na dertig jaar het heilige vuur brandend te houden. En ja, ik weet het, het staat wat haaks op de politieke ideologie van de groep, maar de eerlijkheid gebied ons om hier zelfs een dankwoordje richten tot de kapitaalkrachtige fans…

Organisatie: Botanique, Brussel

Gang Of Four

Gang Of Four - Als een bende jonge wolven

Geschreven door

Met de voortreffelijke nieuwe plaat ‘Content’, die aardig in de buurt komt van het niveau van de klassiekers ‘Entertainment’ en ‘Solid Gold’, heeft het legendarische Gang Of Four alle redenen om zich terug op de podia te storten. Dankzij bands als The Rapture, !!!, LCD Soundsystem, Franz Ferdinand en Bloc Party is het oorspronkelijke Gang Of Four geluid terug ‘hot’ geworden en is het volledig terecht dat de groep terug op tournee gaat.

In de Botanique was het maar al te duidelijk dat het hier geen fossielen betreft en dat de band moeiteloos de spanning en intensiteit van hun beste werk in een puntige en zweterige live set weet om te zetten. Wij durven ons zelfs luidop afvragen of de hier voormelde volgelingen op een podium even sterk voor de dag zouden komen als deze huidige versie van Gang Of Four (de laatste keer dat we The Rapture aan het werk zagen voelden we niet half zoveel energie als vanavond, trouwens, waar zitten die gasten eigenlijk op vandaag ?).

Voor we hier met alle superlatieven voor de dag gaan komen, willen we u -muggenzifters als we zijn- eerst wijzen op de minpuntjes van de avond: Gang Of Four heeft een uiterst knappe en vitale nieuwe plaat uit met amper een paar uitschuivers. Toch hadden ze er voor gekozen om althans één van die uitschuivers, het experimentele niemendalletje “It was never gonna turn out too good”, in de set op te nemen. Ook het matige “A fruitly in the beehive” was om onbegrijpelijke redenen in de setlist verzeild geraakt. Een pak goeie songs van die plaat werd achterwege gelaten, een betere keuze was dus welkom geweest. En wat we een beetje gevreesd hadden, ze vonden het ook nodig om het blijkbaar onvermijdelijke maar voor ons overbodige “I love a man in a uniform” te spelen, een song die de ware Gang Of Four fans eigenlijk kunnen missen als kiespijn wegens niet relevant voor zo een schitterend groepje. Als dit voor u het enige Gang Of Four nummer is dat je kent, gelieve dan nu te stoppen met lezen en u met het schaamrood op de wangen terug te begeven naar uw Simple Minds collectie.
Tot zover het mierenneuken, voor de rest : Amai !! Wat een spetterend concertje.
Ze drukten op de startknop met de venijnige punkfunk kopstoot “You’ll never pay form the farm” uit ‘Content’ en begonnen dan met volle overgave aan een reeks weergaloze klassiekers als “Not great man”, “Ether”, “Paralysed” en “Anthrax”. Het ronduit schitterende “What we all want” sneed ons de adem af en van dan af ging het crescendo. De intensiteit die uitging van uppercut “To hell with poverty”, met voorsprong het hoogtepunt van de avond, was buitenaards. Tussen al die geweldige klassiekers door bleef het nieuwe “Do as I say” mooi overeind, de song kreeg de zelfde springerigheid en stootkracht mee van zijn grote broertjes. Kleppers als “At home he’s a tourist” en “Naturals not in it” zetten de eindspurt in om er tenslotte een definitieve lap op te geven met een genadeloos “Damaged goods”.
De twee oudgedienden zanger Jon King, nog steeds prettig gestoord, en vooral gitarist Andy Gil vormen de hoekstenen van het Gang Of Four geluid. Gil bleek gewoon een wervelende gitarist te zijn met een flitsende, scherpe en spitse eigen staccato stijl, wat ons betreft het handelsmerk van die fantastische Gang Of Four live sound. Als aanvulling kon de fenomenaal pompende bas van Thomas Mc Neice wel tellen. Zo was de totaalsound fel, opwindend en uitermate bruisend. De energie die uit dit viertal ontsproot was een stuk indrukwekkender dan hetgeen we soms bij veel jongere bandjes mogen aanschouwen.

Geen seconde moesten we denken dat hier eigenlijk een stel gezette vijftigers aan het werk waren, als een bende jonge wolven raasden ze doorheen hun ophitsende songs.
Het was ons een waar genoegen.

Setlist : You’ll never pay for the farm – Not great men – Ether – I parade myself – Paralysed – A fruitly in the beehive – Anthrax – I was never gonna turn out too good – What we all want – It’s her factory – Return the gift – We live as we dream, alone – To hell with poverty – Do as I say – At home he’s a tourist – He’d send in the army – I love a man in a uniform – Naturals not in it - Damaged goods

Organisatie: Botanique, Brussel

Mogwai

Mogwai – een instrumentaal gelaagd klanktapijt

Geschreven door

Mogwai – een instrumentaal gelaagd klanktapijt
Mogwai en RM Hubbert
Aéronef
Lille
2011-03-18
Johan Meurisse

Het Schotse Mogwai wakkerde het postrockvuur terug aan met de vorige cd ‘The hawk is howling’. Op de recente ‘Hardcore will never die, but you will’ (opnieuw een treffende cd titel!), houdt de band het bij een ingehouden spanningsboog en een broeierige intensiteit. Ze brengen een combinatie van een zacht, sfeervol en krachtig geluid, repetitief opbouwend, aanzwellend om net niet te exploderen. Een dromerig filmisch, zwevende aanpak door een gelaagd gitaargordijn en klankkleur via keys en percussie. Op die manier kwam het onlangs verschenen ‘Hardcore will never die …’ voorop; we kregen bijna de ganse plaat te horen in de ruim anderhalf uur durende set. Af en toe toonden ze projecties op het achterplan, gewoon fragmenten van dagdagelijkse gebeurtenissen, gebouwen, landschappen of van een fietser die op z’n tocht kijkt, observeert, geniet en … afziet.

Moeiteloos stortten de heren Mogwai zich in dit boeiend, magnifiek muzikaal avontuur, lieten ze zich meedrijven in die filmische melancholie, ingehouden emoties en sfeerschepping, waaronder een apocalyptische tendens schuilt. De recente “White noise” (een violist vervoegde de band bij deze openingssong), “Rano pano”, “I’m Jim Morrison, I’m dead”, “Death rays” en “San Pedro” zaten dan ook in het eerste luik. De band kon steeds rekenen op een warm onthaald en in een Schots dialect van “Cheers thank you” werden we op onze wenken bediend.
“Haunted by a freak”, - met vocoder vocals -, was de sfeervolle turn-over naar het tweede luik. Mogwai zette zijn tanden in meer tempowisselingen, een zacht – krachtige aanpak en explosies. Geconcentreerd gingen ze te werk in die opbouw en waren net als hun publiek gefocust op de weerkerende ritmes. Mooi. Oudjes als “New paths to the helicon” en “Mogwai fear Satan” konden in dit concept niet ontbreken. Ze werden net als nieuwe(re) songs “How to be a werewolf”, “Lionel Richie” en “George Square Thatcher death party” uitgekristalliseerd en  uitgesponnen. Ook het eerste echte vocal nummer “Mexican GP” ontbrak niet, en refereerde deels aan Bloc Party door de elektronicaritmes. Een beetje een andere muzikale look van Mogwai, die niet écht uit de boot viel.
In de bis behielden ze dit muzikaal uitgangspunt met “Like heroid” en “Batcat”, snedig, scherp en vitaal krachtig, die net als eerder gespeeld materiaal kon overstelpt worden van feedbackgeraas, noise, delays en pedaaleffects, elementen die net die apocalyptische destructieve ondertoon ademen.

Mogwai zorgde voor een boeiend geheel, gaf voldoende variaties aan hun postrockgeluid, putten rijkelijk uit het recente materiaal en lieten enkele oudjes niet onbedeeld. Een totaalconcept, de basis van hun huidig broeierig, uitgewerkt gitaarklanktapijt. ‘Mogwai likes you’ en ‘We like them’ ...See them at Cactusfestival, 10 july in Bruges …

Eerder hadden we een instrumentaal folky akoestisch intermezzo van RM Hubbert. Het publiek lustte wel van het intense, emotievolle gitaargetokkel en mans verhalen. Hier mag Festival Dranouter eens op de schouder getikt worden …

Organisatie: Aéronef, Lille

Woods

Woods – Muzikale rijdom

Geschreven door

Een mooi bewaard muzikaal geheim in de Amerikaanse lofi alternative americanafolk is Woods, uit Brooklyn NY , gecentraliseerd rond Jeremy Earl, die met Jarvis Tavernier sinds 2005 de kern vormt. Ze zijn al toe aan de vierde cd ‘At Echo Lake’ en waren onlangs te vinden op de compilatie ‘Welcome home diggin’’, met eerder niet uitgebrachte nummers.
In een DIY - attitude zijn ze geëvolueerd van lofi trash folk pop tot meer indie/ psychedelische rock; kwalitatief puike pareltjes van songs met een hoge stemmenpracht, vooral die falsetto stem van Earl.
Earl is ook nog beeldend kunstenaar, zorgt voor illustraties en van zijn hand verscheen nog het boek ‘Skull’, met daarin een selectie van zijn tekeningen.

Niet te onderschatten dus, dit bandje die een fris geluid bracht met semi-akoestisch materiaal, die door klanken en voices van home tapes en cassettes kleur krijgen. Op een mengpaneel zijn ze een klankbron, en het inspireert hen op het moment zelf. Ze worden in de nummers gemanipuleerd. Ook pedaaleffects en een vervormde, hoge stem in een oude koptelefoon als micro vormt een absolute, toegevoegde waarde.
Woods ademt de sfeer van Guided by Voices, Sebadoh, Fleet Foxes en Local Natives en biedt deels meezingpareltjes. Onderschatte huiskamerpracht waarbij de nummers mooi in elkaar vloeien. Een klein uur lang genoten we van die originele, dromerige aanpak van o.m een “Sufferin’ season” en “Time fading lines”; galm en echo’s vulden aan en er was ruimte voor hun instrumentatie en soundscapes.

In de kleine Maison des Musiques kwam de zelfingenomen band ideaal tot z’n recht. Een breder publiek kan bereikt worden.

Eerder al bracht Sylvester Anfang II een overweldigende, langgerekte, bezwerende trip van postrock, retropsychedelica en donkere folk; hier ook de nadruk op improvisatie. In het handvol nummers dat ze speelden, hoorden we repetitieve ritmes, drones, schemersoundscapes en aanzwellende gitaar - en synthpartijen; een transfusie van klanken. Instrumentale muziek met een grauw, zwart randje.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Interpol

Interpol gaat terug back to basics in hun ‘80s waverock

Geschreven door

Met hun derde album ‘Our love to admire’ lonkte Interpol heel eventjes naar de stadions, maar met de sobere laatste plaat ‘Interpol’ zijn ze terug met beide voetjes op de grond beland. Het album heeft ook niet zoveel commotie losgeweekt en geeft maar mondjesmaat zijn pareltjes vrij (zoals “Lights” bvb, een song die alsmaar beter wordt). De Lotto Arena in Antwerpen was dan ook niet uitverkocht maar de trouwe fans mogen absoluut terugdenken aan een fraai optreden.

Net als op de laatste plaat is ook de live sound teruggebracht tot de essentie, ‘back to basics’ zeg maar. Bovendien heeft Interpol voor deze tour gekozen voor een niet zo voor de hand liggende setlist met minder bekende maar weliswaar knappe songs als “C’mere”, “The new”  en “Lenght of love”. Vooral “Not even jail” werd driftig en puntig geserveerd, een song die er op ‘Antics’ niet echt uitspringt maar die vanavond tot één van de hoogtepunten mocht worden gerekend.
Klassiekers als “Evil”, “Slowhands” en “The Heinrich Maneuver” werden dan weer in een hitsige en ietwat snellere versie gespeeld, de songs werden ontdaan van alle franjes en overtuigden in deze primitieve aanpak. Dat Interpol teruggrijpt naar hun eigen roots bleek ook uit de greep songs die uit de debuutplaat werd genomen, zo was “Say hello to the angels” jachtig en gedreven en klonk “Untitled” ronduit fantastisch.

Eén en ander laat ons concluderen dat Interpol -in tegenstelling tot verwante bands als White Lies en Editors die voorzichtig de weidse geluiden en het bombast opzoeken- vasthoudt aan een pure eighties sound zonder al te veel galm en echo’s (vergelijkingen met The Chameleons en The Sound gaan nog altijd op).
Wat ons betreft hebben zij hiermee de juiste keuze gemaakt en blijven zij onze absolute nummer één van het trio Interpol – Editors – White Lies.

Een aangename opener van de avond was Matthew Dear, een netjes in kostuum en haargel gestoken gentleman die ook al teruggrijpt naar een eighties sound, deze keer meer verwant aan Fad Gadget, Gary Numan en een ferme brok Bowie.
Zijn elektronische muziek werd aangenaam opgefleurd door een attent trompetje en de songs kregen een tamelijk ophitsende dansbare vibe mee. In een kleinere club zou dit echt wel een stomend concertje geweest, maar ook in de Lotto Arena bleef het geluid overeind, al zijn Interpol fans natuurlijk geen uitbundige fuifbeesten en bleef de sfeer dan ook beperkt tot wat voorzichtig heupwiegen.
Maar hetgeen wij hier vanavond hoorden was best wel interessant. Matthew Dear heeft serieus wat in zijn mars en wij voorspellen hem een mooie toekomst binnen de wereld van de elektronische muziek. Wij vinden dit trouwens veel beter klinken dan het overschatte gepingel van de sufgehypete James Blake.
Check even Matthew Dear’s puike laatste plaat ‘Black City’ en u zal begrijpen wat we bedoelen.

Organisatie: .Live Nation

Lefto

Lefto presents Worldwide - Lefto ontmoet de wereld

Geschreven door

Groot feest in de Vooruit of dat was toch het idee om de release van Lefto en Simbads Worldwide-CD te vieren. De organisator kan onderhand toch wel content zijn met wat hij de laatste jaren verwezenlijkt heeft. Vaste plek op StuBru en deel uitmakend van het hippe Brownswood-Recordings wereldje. Reden genoeg dus om een hele hoop schapen van de stal eens naar Gent te brengen. Eclectisch aanbod dus, met veel dubstep en artiesten die je onder de noemer Leftfield kon catalogeren, maar dat is dan ook maar een naam waar alles in kan passen.

Eerste act die we zagen was Jamie Woon. De heer Woon is volgens de bio een nieuwe soulstem die zijn vocale exploten aanvult met elektronica, maar ons kon het allemaal niet echt overtuigen. Geen foute stem, maar de songs beklijfden om één of andere reden niet echt. Misschien toch ook wel een verkeerde zaal voor één artiest die zijn ding stond te doen. Een intiemere setting was geen slecht idee geweest.

Dan maar eens naar de Balzaal om nog een stukje 74 Miles Away mee te pikken, maar afgaande op de bio stond hier niet wie er hoorde te staan. We hoorden een al wat leukere DJ-set met warmere sounds, en waarom niet, het begin van soul. Het klonk allemaal goed maar duurde net niet lang genoeg. Even in de war, zonder middelenmisbruik zowaar, maar dat kan gebeuren.

Lefto dook dan weer overal op om de verschillende artiesten plaatjesgewijs in mekaar over te doen lopen. We zijn de man dan ook verschillende keren in beide zalen en zelfs in de gangen daartussen tegen gekomen. Wat hij draait kan in principe van alles zijn maar eerlijk gezegd hoor ik hem liever soul dan hiphop of experimenteler spul draaien. Kwestie van voorkeur uiteraard, maar in ieder geval helpt dat springerige niet echt om een flow tot stand te brengen. Nu goed, hij zal zich wel geamuseerd hebben op zijn feestje. 

De volgende artiest op ons programma was Tokimonsta waar ik wel echt naar uitkeek. Dit is geen Japans mangamonster maar een Zuid-Koreaanse die in LA woont en een en ander qua klassieke muziekscholing achter de kiezen en zich daar rebelsgewijs tegen afzet door op haar laptop wat je tegenwoordig soundscapes noemt bijeen te creëren. Wat ik op voorhand gehoord had vond ik wel aardig en live was het ook wel best ok zonder echt grootse momenten. Visueel ook een nogal opmerkelijke artieste, zo met vintage 90ies houthakkershemd, hoedje en een enthousiasme dat aanstekelijk dreigt te worden. De flard Purple Haze was verrassend maar gaf misschien ook wel aan wat er nog schort aan een groot deel van de artiesten. Laptops zijn misschien te makkelijk en een sterke melodie creëren is toch nog wat moeilijker. Maar ik gun hen tijd.

Terug naar de concertzaal voor Kid Koala. Soort techreggae, met een erg sterke frontman, in de beste dubtraditie. Niks wereldschokkends of buitenmate origineels maar ik vond het gewoon een goed concert.

Daarna werd het een beetje moeilijk vanwege te maken keuzes, Beetje afgewisseld tussen Worlwide-A&R-verantwoordelijke Alex Patchwork (verzint die vent zijn naam?) en flarden Simbad boven. Eigenlijk gaven beiden een beetje een samenvatting van de avond, met veel experimentele beats. Simbad wordt genamedropped dat het geen naam meer heeft, maar hij slaagt er voor mij toch niet in om de hype waar te maken.

Het samenvattend gevoel is toch een beetje dat er veel artiesten waren die iets nieuws probeerden, zonder goed te weten wat er vroeger al gedaan is. Verdient alleen maar aanmoediging maar velen vond ik nog iets te groen om al een duidelijke artistieke identiteit te hebben. Mijn aandacht sijpelde ondertussen ten gevolge van vermoeidheid en een gebrek aan muzikale transcendentie langzaam weg. U mag zelf verzinnen wat er verder nog gebeurd kan zijn.     

Organisatie: Democrazy, Gent


Pagina 302 van 386