logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_09

Jon Spencer & the HITmakers

Jon Spencer & The Hitmakers - Nog steeds springlevend

Geschreven door

Jon Spencer & The Hitmakers - Nog steeds springlevend

Het Antwerpse Tuff Guac is nog steeds het soloproject van ‘Belly Button Records’ baas, Rafael Valles Hilario, die je ook zou kunnen kennen van Jagged Frequency, Moar en Brorlab. ‘Green and Handsome’ uit 2020 knutselde hij helemaal in zijn eentje in elkaar maar op het podium laat hij zich begeleiden door drie uitstekende muzikanten zijnde bassist Jasper Suys, drummer Gert-Jan Van Damme (beiden ook actief bij Mogo) en multitalent Wim De Busser (alias King Dick en ook al aan de slag bij onder andere Zita Swoon en Helmut Lotti) op gitaar en minimale toetsen.
Tuff Guac wist me al aangenaam te verrassen als voorprogramma van The Black Lips, eind vorig jaar in Leffinge, en ook hier ontgoochelden ze niet. Integendeel zelfs, de groep leek aan maturiteit gewonnen te hebben en daar zal hun avontuur in Humo's Rock Rally, waarin ze het tot in de finale schopten, wellicht niet vreemd aan zijn.
Tuff Guac vergastte ons op een set heerlijk rammelende, lichtvoetige garagepop die duidelijk in de smaak viel bij het publiek. Ergens te situeren tussen The Growlers en The Abigails terwijl ik één keer een light versie van de vroege Oh Sees meende te horen. Hoewel ze er een paar hele sterke bij hadden , bleven de songs een beetje het pijnpunt maar dat werd handig verdoezeld door een smeuïge sound, gekruid met sprankelende gitaren en een uitmuntende samenzang tussen Valles en de onnavolgbare King Dick.
Dit keer hadden ze ook een covertje bij, resultaat van de verplichte oefening bij de Rock Rally. "Sitting on the dock of the bay" van Otis Redding werd enkele versnellingen hoger gespeeld en hevig door elkaar geschud terwijl King Dick er nog een neut Question Mark And The Mysterians ("96 Tears") bij goot. Zelfs het gefluit waarmee het origineel eindigt, ontbrak niet dankzij maar liefst twee hilarisch fluitende zangers.

Jon Spencer heeft een indrukwekkende staat van dienst. Dat is wel het minste wat je kan zeggen. In 1984 begonnen met The Honeymoon Killers, om via Pussy Galore uiteindelijk The Jon Spencer Blues Explosion op te richten waarmee hij één van de boegbeelden werd van de garagerock revival in de jaren '90.
Tussendoor vond hij nog tijd voor talloze nevenprojecten zoals Boss Hog, Heavy Trash en Spencer Dickinson en was hij ook actief bij Gibson Bros en Five Dollar Priest. Toch zal hij altijd het meest geassocieerd blijven met The Jon Spencer Blues Explosion, een groep die ik talloze keren aan het werk zag. Hun optreden in de toenmalige Democrazy aan de Reinaertstraat ten tijde van ‘Orange’ (1994) staat trouwens nog steeds in mijn top 10 van beste optredens ooit.
Het was dan ook even schrikken toen Jon Spencer in 2018 solo werd aangekondigd in De Kreun en bleek dat JSPX mede door gezondheidsproblemen van Judah Bauer ontbonden was.
De groep die hij toen bijhad waren waren ook al The HITmakers, in exact dezelfde samenstelling, maar hun naam werd toen niet vermeld op de affiche en ook niet op de plaat ‘Jon Spencer Sings The Hits’. Op de nieuwe, ‘Spencer gets it lit’, is dat nu wel het geval. Een plaat die ik trouwens absoluut geen onverdeeld succes vind. Vooral die regelmatig totaal over the top scheurende sound met helse Farfisaklanken stoort me en doet me af en toe zelfs denken aan de recente soloplaten van Jack White, die ik al helemaal niet te pruimen vind.
Maar dat mocht een goed concert niet in de weg staan. De platen van The Jon Spencer Blues Explosion waren verre van allemaal even sterk terwijl ze live, op een enkele uitzondering na, telkens uitzinnige feestjes wisten te bouwen. 
De bezetting bleek dezelfde als op de plaat met naast Spencer Bob Bert op trash, Sam Coomes op synths en M. Sord (echte naam Mike Gard) dus op drums in plaats van de aangekondigde Janet Weiss (gekend van Sleater-Kinney en partner van Sam Coomes in het duo Quasi).
Tijdens de Amerikaanse tour was ze er wel bij maar veel verschil zal dat wel niet uitgemaakt hebben maar zo hadden we wel nog maar eens een rock-'n-roll avond waar geen vrouw op het podium te bespeuren viel.
Jon Spencer hakte er meteen stevig in met "Get it right now", één van de betere nummers (zo staan er heus wel op, hoor) van ‘Spencer gets it lit’. Het overgrote deel van de songs kwam trouwens uit die laatste plaat, naast een handvol uit de vorige en zowaar ook ‘NYC 1999!’, een Pussy Galore song uit 1987.
Spencer oogde wat vermoeid en zijn typische sprongen in de lucht leken wat minder hoog en minder frequent, toch gaf hij zich weer volledig zoals we dat van hem gewoon zijn. Bewonderenswaardig ook dat hij zich op zijn zevenenvijftigste nog steeds smijt op nieuwe projecten terwijl de meesten op zijn leeftijd, als ze al gaan touren, er zich vanaf maken met een gemakkelijke best of. Hij is nog steeds één brok energie en dat kan hij nergens anders kwijt dan op een podium. En daar konden we in Diksmuide alleen maar gelukkig mee zijn, want ondanks mijn beperkte verwachtingen werd dit weer een zinderende set waar weinig op af te dingen viel. Diepe grooves vol pulserende fuzz waarboven Jon Spencer met zijn galmende megafoonstem als een baarlijke duivel te keer ging.
En hoewel die overdonderende sound tegen de noise aanschurkte bleef Spencer de ene na de andere gitaarlick met diepe wortels in de blues en rock-'n-roll de zaal in vuren.
De meeste nummers waren niet meer dan onafgewerkte schetsen waarin die weergaloze gitaar telkens kronkelend zijn weg zocht. En dan was er nog de inmiddels 67-jarige Bob Bert die met ijzeren buizen en hamers tekeer ging op een stel metalen vuilnisvaten en een benzinetank waarop een enorme veer gemonteerd was. Zijn werkhandschoenen waren echt geen overbodige luxe maar of al dat geweld ook echt iets bijbracht is nog maar de vraag. Maar het blijft natuurlijk heuglijk om deze legendarische figuur en auteur van het sympathieke boek ‘I'm just the drummer’, die zijn sporen verdiende bij Sonic Youth, Chrome Cranks, Bewitched, Action Swingers, Knoxville Girls, The Wolfmanhattan Project, Lydia Lunch' Retrovirus en Pussy Galore, aan het werk te zien.

Na een intense, zweterige set volgde nog een superbe bisronde, waarvan het laatste nummer in collagestijl verdacht veel naar de Blues Explosion zweemde, die alle twijfels, mochten die er nog geweest zijn, van tafel veegde.

Pics homepag @Henri Dumortier

Organisatie: 4AD, Diksmuide

SONS

Sons - Holy garden session - Hard rockende zonen staan als een huis

Geschreven door

Sons - Holy garden session - Hard rockende zomen staan als een huis

De rockers van Sons zijn toe aan hun tweede cd, ‘Sweet boy’, en stellen die met alle plezier voor in de clubs en op de festivals . Het pittoreske plaatsje, d’Oude Pastorie (ikv Holy garden sessions) daverde een goed uur op z’n grondvesten toen de sound werd versterkt. De pastoor zou de wenkbrauwen fronsen , indien hij er nog was … Messcherpe catchy gitaarsongs met explosieve , noisy uithalers in de achtertuin, vlogen om ons heen. Kortom, Sons is er klaar voor …

Sons is er klaar voor … Het zijn misschien ‘sweet boys’ , maar hun garagerockende nummers hebben een kop en een staart en bevatten een sterke melodielijn. Het debuut ‘Family dinner’ was een paar jaar terug al een groot succes met een handvol hits als “I need a gun” en “Ricochet”. De nummers op het nieuwe album hebben diezelfde vaart, intensiteit en energiebommetjes . Ontvlambaar dus . En af en toe snijdt het soms minder diep , maar wat een dynamiek horen we en zien we op het podium.
Het vuur werd aangewakkerd, meteen ging het luchtalarm ging af met het eerste nummer “Succeed”, openingssong van ‘Sweet boy’ en van de liveset nu; rechttoe-rechtaan, punky, stuiterend, die de melodie niet uit het oog verliest . Het is de basis van de ganse set van dit kwartet, vier gasten , die stilstaan niet in hun woordenboek hebben staan .
Het nieuwe werk krijgt voldoende aandacht met “I don’t want to” , een snelvaartsong en het intenser, broeierig klinkende “Another round” en “Bike”. Herkenning met het ouder werk volgt met “White city” en een van hun doorbraaknummers “I need a gun” . Het zit goed in elkaar, het rockt , klinkt stevig , de gitaarspartijen snijden , de bas intrigeert en de drumpartijen zwepen de boel op . Een strakke sound in het algemeen en toch er is ademruimte in sommige nummers voor gitaarsolo’s, die een psychedelische tune hebben . Millionaire is een voorname referentie .
De nummers volgen snel op elkaar . De vonken slaan over, het publiek geniet van het uptempowerk en de levendigheid van het kwartet . Ook zij vinden het hier een aangenaam plekje zo tussen de verwilderde struiken in . “Hot Friday”(toepasselijk met deze up 30°) , “Nothing” , “L.O.V.E.” volgen en er wordt uitgewuifd met een mooi en lang uitgediept “Ricochet” . Wat een groove.
Sons en zacht spelen horen niet direct bij elkaar . Enkele grunge Nirvana uithalen horen we op “Family dinner” en” Pixelated air” , die de tweede cd besluit en vanavond hier ook de set.

Sons zijn hard rockende zonen, staan live als een huis en zetten oude gebouwen als d’Oude Pastorie duidelijk onder spanning . Puike set van het kwartet!

Spijtig genoeg hebben we ILA , één van de winnaars van StuBru Nieuwe Lichting in dit fijne concept gemist , omdat het optreden hier al om 20u begon en wij het hier net een half uur later verwacht hadden … De sound die verwant is met PJ Harvey’s ‘Dry’ , beginjaren 90, met o.m. de single “Leave me dry” is alvast in ons geheugen geprent . Ze staan genoteerd als een ‘must see’ …

Organisatie: Skytiger + Holy garden sessions

Nick Mason

Nick Mason live - Dichter bij Pink Floyd kom je niet meer

Geschreven door

Nick Mason live - Dichter bij Pink Floyd kom je niet meer
Nick Mason’s Saucerful Of Secrets
Filip Van der Linden en Sam De Rijcke

Het festivalseizoen is al begonnen, maar in de clubs en zalen moet nog de corona-achterstand weggewerkt worden. Nick Mason kwam naar het Koninklijk Circus met zijn ‘Saucerful Of Secrets’ en daar hebben heel wat Pink Floyd-fans hard naar uitgekeken.  De band stelde niet teleur. Meer nog, dit was alles waar de fans op hoopten en nog meer.

Kort de voorgeschiedenis. Sinds de legendarische Britse band is gestopt met touren is Mason vooral de beheerder geweest van de heruitgaves van de albums. Gitarist Lee Harris (van Ian Dury and The Blockheads) port Nick Mason daarop aan om iets te gaan doen met het oudste materiaal van Pink Floyd, grofweg alles van voor ‘The Dark Side Of The Moon’. Op aangeven van Harris vormt Mason een band met bassist Guy Pratt. Die was geen officieel bandlid van Pink Floyd, maar wel de bassist op de laatste tournees van de band. Hij speelt bovendien mee op “Hey, Hey, Rise Up”, de single die Pink Floyd eerder dit jaar uitbracht als steun voor Oekraïne. En hij is blijkbaar ook nog eens de schoonzoon van Richard Wright, de inmiddels overleden keyboardspeler van Pink Floyd. Wright wordt in de Saucerful of Secrets vervangen door Dom Beken van The Orb. Pratt doet een deel van de leadzang, maar daarvoor trekt Mason Gary Kemp van Spandau Ballet aan. Over het aantrekken van Kemp zei Mason in Brussel. “Er waren wat misverstanden. Ik dacht dat we Tony Hadley binnenhaalden (de ‘echte’ leadzanger bij Spandau Ballet, nvdr) en hij dacht dat hij met Roger Waters mocht samenwerken.”
Sinds 2018 tourt Nick Mason met deze Saucerful of Secrets rond de wereld langs lang vooraf uitverkochte zalen. Die zijn dan misschien niet zo groot als de stadions waarin Pink Floyd stond, maar de inzake sfeer en beleving verkiezen de fans zeker dit boven bv. het Koning Boudewijnstadion.

België was in 1968 één van de eerste buitenlanden waar Pink Floyd kon optreden en dat weet Mason nog. “Wie was er bij in 1968 in de Cheetah Club in Brussel?” vraagt hij aan het begin van het concert. Als iemand daarop zijn hand opsteekt, heeft Mason al zijn antwoord klaar. “Ik denk het niet. Jij ziet er niet oud genoeg uit.” Mason is zelf 78 maar dat zou je hem niet aangeven als hij een concert van twee uur – met een pauze tussen- speelt alsof het niets is.
België was in 2018 één van de eerste landen buiten de UK waar Nick Mason halt hield met zijn Saucerful Of Secrets, toen in de Antwerpse stadsschouwburg. De setlist van toen kent uiteraard een grote overlap met die van het Koninklijk Circus dit jaar, want Mason’s favorieten zijn gebleven: “Arnold Layne”, “Obscured By Clouds”, “Interstellar Overdrive”, “Atom Heart Mother”, “See Emily Play”, …  Mason staat tussen de nummers al eens recht achter zijn drumkit om het publiek te verblijden met anekdotes en hulde aan de overleden bandleden Syd Barrett en Richard Wright. Over “Arnold Layne” vertelt hij dat het nummer indertijd van de radio gebannen werd, maar dat “jullie nu wel oud genoeg zijn om het nummer te mogen horen”. Over “Vegetable Man”, dat hij recent als single uitbracht voor de Record Store Day, zegt Mason dat het een volbloed Pink Floyd-song is. “Nochtans heeft EMI nooit de moeite genomen om het nummer deftig uit te brengen. David Gilmour en Roger Waters spelen het nooit in hun optredens en zelfs de beste tributebands als de Australian Pink Floyd en Brit Floyd laten het links liggen. Ik begrijp niet waarom.” Anders dan wat Gilmour en Waters vandaag doen, toont Mason geen greintje zelfverheerlijking. Hij heeft bv. één Pink Floyd-track volledig op zijn eentje geschreven (“The Grand Vizier’s Garden Party” uit ‘Ummagumma’), maar die heeft hij nog niet gespeeld met zijn Saucerful Of Secrets. Ook is er voorlopig geen spoor van “Scream Thy Last Scream” een nooit officieel uitgebrachte, maar wel vaak gebootlegde Pink Floyd-track van zijn hand.

Mason is 78 en dat steekt hij niet weg. Als hij in Brussel de rest van de band voorstelt aan het publiek, kondigt hij dat aan als een zware geheugentest. Als Guy Pratt bij de aankondiging van toetsenist Dom Beken aanvult met ‘ook verantwoordelijk voor sound design’, springt Mason daarop in met ‘ook verantwoordelijk voor barbecues, dubbele beglazing en salad dressing’. Als Pratt dan Nick Mason voorstelt, wordt hij bedankt met een minutenlange staande ovatie van het publiek.
Wie er in 2018 in Antwerpen al bij was, kreeg dit jaar in Brussel vijf nummers te horen die in Antwerpen niet in de set zaten. Daarvan stonden “Remember A Day” en “Childhood’s End” wel al op het live-album ‘Live At The Roundhouse’ van Mason en zijn Saucerful Of Secrets dat elke Pink Floyd-fan intussen al heeft aangeschaft.
Niet gehoord in Antwerpen en niet op het album zijn “Candy And A Currant Bun”, “Burning Bridges” en vooral “Echoes”. Mason heeft dit deel van zijn tournee de Echoes-tour gedoopt en dat is helemaal terecht. Met dit nummer in de set begint de gemiddelde Pink Floyd-fan meteen te likkebaarden want voor vele fans is dit het absolute meesterwerk van de band. “Echoes” was in 1971 de hele B-kant van het album ‘Meddle’ en het is zowat de definitie van het latere werk van de band. De versie van “Echoes” en bij uitbreiding van elke song die in Brussel gespeeld werden, zijn geen kopieën van de albumversies. “Na de opnames begonnen we die songs live te spelen en evolueerden die nummers nog. Wat we vandaag spelen, is hoe ik mij die nummers herinner in hun definitieve versie”, zegt Mason daarover in interviews. Al zijn het dan geen één-op-één-kopieën van de albumversies, het blijven magistrale versies waarin je meteen het genie van Pink Floyd herkent. Tijdens “Echoes” houdt zowat het hele Koninklijk Circus collectief de adem in om geen enkel detail te missen, en dat is een hele prestatie voor een  nummer dat bijna een half uur duurt.

Pink Floyd heeft een grote schare hondstrouwe, goed geïnformeerde en tegelijk bijzonder kritische fans. Nick Mason en zijn band speelden voor hen in Brussel een compleet foutloze set en de fans waanden zich voor een paar uur in de hemel op aarde, want veel dichter kan je niet meer komen bij de originele Pink Floyd. Dat er ooit nog een reünie komt, daar heeft Mason weinig hoop op. Waters en Gilmour doen hun ding met hun deel van Pink Floyd-erfenis, maar wat Nick Mason doet met het oudste werk van de grondleggers van psychedelische/progressive rock, is onbetaalbaar.
Laat ons hopen dat hij zijn Saucerful Of Secrets-setlist nog een paar keer aanpast en bij elke aanpassing nog eens ons land aandoet.

Review Sam De Rijcke
Pink Floyd op zijn hallucinogene best
Een briljant idee was het van Nick Mason en zijn vriendenclubje om met het oude materiaal van Pink Floyd de hort op te gaan. De Floyd drummer beroert met zijn band Saucerful Of Secrets de jaren ’67 tot ’72, een avontuurlijke periode waarin Pink Floyd nog niet de perfectie nastreefde, eerder een tijdperk waarin er nog mocht geëxperimenteerd worden en hun sound baadde in een marinade van LSD en allerhande paddo’s. De heren perfectionisten David Gilmour en Roger Waters blijven op vandaag liefst zo ver mogelijk uit de buurt van die tijd, het is dus een zegen dat Mason op die manier hulde brengt aan wat ons betreft de meest interessante, levendige en bezielde muziek van Pink Floyd.


En natuurlijk ook hulde aan Syd Barrett, hij die Pink Floyd destijds tot leven wekte met het onvolprezen debuutalbum ’The Piper At The Gates Of Dawn’, iets wat de techneuten Gilmour en Waters blijkbaar al lang vergeten zijn. Barrett’s geflipte psychedelische popsongs “Arnold Layne”, “See Emily Play” en “Bike”, maar ook de gekraakte experimentele rock van “Lucifer Sam” en een fantastisch “Astronomy Domine” werden vanavond enorm gesmaakt door de Floyd fans van het eerste uur. Mason eerde met “Candy and a current Bun” en “Vegetable Man” ook twee obscure songs die destijds nooit een relaese gekregen hebben, twee typische Barrett creaties zeg maar, met een serieuze hoek af. Bijzonder attent van Mason om de geniale Syd Barrett zo in de bloemetjes te zetten. Het op groot scherm geprojecteerde Floyd-icoon werd bovendien nog eens extra getrakteerd op een daverend postuum applaus. Eat this, Waters & Gilmour.
Mason’s band, die vooral een goedgemutst vriendenclubje is, wist zich perfect in te leven in de spacy sound van platen als ‘A Saucerful Of Secrets’, ‘Obscured By Couds’, ‘Atom Heart Mother’ en ‘More’. Wat niet zo evident is als je weet dat zanger/leadgitarist Gary Kemp gewoon de gitarist bleek te zijn van -hou u vast- Spandau Ballet. Dat iemand uit zo een plastieken eighties groepje ook fabelachtige rock kan spelen is op zijn minst verrassend en opmerkelijk te noemen. Hier liet Kemp zich echter met brio van zijn meest rockende kan bewonderen en was hij onder meer briljant in het fantastische “If” dat heerlijk verweven werd met “Atom Heart Mother” waarin hij van bloedmooie verstilde aktoestiche gitaar overschakelde naar overheerlijke elektrische Floyd-furie. Kemp mocht ook nog eens helemaal loos gaan in een storm van feedback middenin een wonderlijk “Set The Controls For The Heart Of The Sun”, een briljante song waarin ook een superbe Mason zijn drums geweldig liet roffelen in een walm van psychedelica. Met een woest “The Nile Song” werd nog een scherp tandje bijgestoken, Pink Floyd goes heavy metal.
Het uitmuntende album ‘Meddle’ (1971), één van onze all time Floyd favorieten, was hier tot ons groot genoegen prachtig vertegenwoordigd. In het begin kregen we de geweldige instrumentale opener “One Of These Days”, iets later gevolgd door een verrukkelijk “Fearless”, inclusief de voetbalhymne “You’ll Never Walk Alone”.

Maar het absolute hoogtepunt van de avond was een fenomenaal “Echoes” dat hier meer dan 20 minutenlang in zijn volle glorie mocht schitteren, een werkelijk adembenemende apotheose van een heerlijke nostalgische avond.
Als bis had men met “A Saucerful Of Secrets” nog zo een psychedelisch meesterwerkje in petto, Pink Floyd op zijn hallucinogene best. Uitermate fantastisch.

Gilmour en Waters mogen elkaar dan al met hun megashows constant naar de kroon steken om met de beste, imposantste en technisch meest perfecte Pink Floyd presentatie af te komen, Nick Mason is diegene die de meest avontuurlijke en begeesterende Floyd naar boven brengt. Qua bezieling wint hij het met voorsprong van de twee kemphanen.


Organisatie: Live Nation

Interpol

Interpol - Indierock van de allerhoogste plank

Geschreven door

Interpol - Indierock van de allerhoogste plank
Jasper Vanassche

Les één in het schrijven van recensies luidt dat je zo lang mogelijk moet wachten met je eindoordeel om zo een spanningsboog op te bouwen. Daar ga ik me deze keer niets van aantrekken: Interpol in de AB was voor mij persoonlijk het beste concert sedert die verduivelde 18 maart 2020, de dag waarop het coronavirus de concertcarrousel voor (extreem) lange tijd lamlegde.

Twintig jaar geleden baarden de heren uit New York de klassieker ‘Turn on the Bright Lights’, een fantastische debuutplaat die vaak – geheel terecht – in top 10-lijstjes voorkomt. Dit jaar presenteren ze hun zevende studioalbum, ‘The Other Side of Make-Believe’. Onnodig om te vermelden dat ik uiterst benieuwd was naar deze show, des te meer omdat het nieuwe album nog maar sinds woensdag in de platenzaken ligt en ik enkel kennismaakte met de twee naar voren geschoven singles.
Wat dat betreft blijf ik een beetje op mijn honger zitten. De setlist start met de gouwe ouwe “Untitled” en “Evil”, om daarna met “Fables” en “Toni” de twee nieuwste (en opvallend rustigere) hits te brengen. De piano werd tot op heden gemeden door Banks, Kessler en Fogarino, maar ik moet toegeven dat dit best voor een fris geluid zorgt. Helaas spelen ze verder geen nieuw materiaal, maar ik krijg alvast nog meer zin om de nieuwe cd te gaan ontdekken!
It is going in the right direction klinkt het tijdens “Toni”; en dat mag ook gezegd worden van dit concert. Waar “Take You on a Cruise” en “Narc” nogal aarzelend en apatisch gebracht worden, zorgt de superenergetische versie van “Obstacle 1” voor het summum van de show. Zanger Banks krijgt er zin in, de prachtnummers volgen elkaar in sneltempo op.
Hun set is evenwichtig net als hun albums. Kalmte en tempo wisselen elkaar af; en toch vormt alles een harmonieus geheel. Het publiek krijgt 12 nummers vanop de eerste twee platen voorgeschoteld (netjes verdeeld: 6 vanop ‘Turn on the Bright Lights’ en 6 vanop ‘Antics’). Daarnaast spelen ze telkens ook de hit vanop hun meer recente albums (“All the Rage Back Home” vanop ‘El Pintor’ en “The Rover” wat ‘Marauder’ betreft).
Hun derde plaat ‘Our Love to Admire’ wordt wat onderbelicht, al is de versie van “Rest My Chemistry” wel erg sterk. Hun vierde, self-titled album komt zelfs helemaal niet aan bod. Jammer, want dat is toch één van hun verborgen parels, al begrijp ik dat de band moet kiezen tussen een heleboel straffe nummers op al evenveel klasseplaten. “Leif Erikson”, “C’mere” en “The New” passeren de revue en maken duidelijk wat ik eigenlijk al wist: Interpol brengt indierock van de bovenste plank. Iconisch, een inspiratie voor vele andere groepen.
Als toetjes krijgen we nog “Not Even Jail” en het obligatoire “Slow Hands” als afsluiter.

Alles tesamen is dit concert uitmuntend maatwerk. Banks vertelde ooit in een interview dat hij na een concert in Brussel aangesproken werd door iemand die voor ‘het echte’ Interpol werkte en uit nieuwsgierigheid was komen kijken. Geen idee of deze persoon vanavond ook opnieuw aanwezig was, maar ik heb alvast enorm genoten…en ik kijk uit naar het ongetwijfeld knappe nieuwe album!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Vincent Dufrane
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2653-interpol-16-06-22.html

Organisatie: Live Nation

MEAU

Meau - Holy garden session - Publiek wordt moeiteloos ingenomen op deze idyllische plek met haar innemende muziek

Geschreven door

Meau - Holy garden session - Publiek wordt moeiteloos ingenomen op deze idyllische plek met haar innemende muziek

Een storm aan goede Nederlandstalige pop siert onze contreien . We hebben nog maar goed de Nederlandse artiestes Eefje De Visser, Roosbeef, Merol en Aafke Romeijn verwerkt of daar is de volgende belofte al, Meau.
Haar warme sound komt mooi tot uiting tijdens deze ‘Holy garden sessions’ in Kortemark, dat plaatsvindt in het tuintje van d’Oude Pastorie daar, in een verwilderde tuin. De organisatie wist haar te strikken om gemoedelijk gewijs een zomerse avond te besluiten. Op deze ‘fijne idyllische plek’, zoals ze zelf omschreef , wist ze moeiteloos haar publiek in te nemen.

Meau Hewitt , 21 pas, heeft intussen goed haar weg gevonden , plaatst zich naast een Froukje en wist eind vorig jaar te intrigeren met die pakkende single “Dat heb jij gedaan” . De jonge artieste nam Vlaanderen in en weet nu na de coronapandemie haar EP ‘Kalmte’ voor te stellen. Na een snel uitverkochte AB Club , is het tijd om jong en oud hier in Vlaanderen te veroveren . Een heuse concerttournee volgt dit najaar , nu worden enkele zomerfestivals aangedaan .
De sing/songwritster biedt melodieuze integere, dromerige, groovende popelektronica en geeft haar songs - puur, oprecht van aard -, over dagdagelijkse onderwerpen, indrukken en persoonlijke ervaring,  elan met een heuse band . Spinvis, Doe Maar, Boudewijn De Groot of ons eigen Selah Sue, Bazart zijn voorname referenties binnen dit concept.
Met zes zijn ze. De nummers krijgen meer ademruimte en hebben een voller, breder geluid. Openingsnummers “Ouder”, “Kalmte” en “Tegen de klippen op” dompelen er ons meteen in onder. Haar warme , heldere, sterke vocals en haar charisma doen de rest . Beloftevol wat we hier horen .
Ze weet het publiek nauw te betrekken bij haar materiaal . Ook solo, intiem, palmt ze hen moeiteloos in , o.m. “Helen” , een nieuw nummer,  op akoestische gitaar en verderop “Vrouwen onder ons” op piano. Het publiek als Meau en haar band genieten.
De songs bouwen muzikaal op en af en toe mag het krachtiger klinken , met een snijdende gitaarsolo als op “Weet” en “Relativeren”. De heupspieren worden aangesproken op een swing en groove van “Blijven rijden”  en “Als jij maar bij me bent” .
Ze houdt van covers , het zijn nummers die haar sound bepalen; ze geeft er een eigen draai aan, “Driver’s license” , wereldhit van Olivia Rodrigo , wordt omgezet tot “Rijbewijs”, sfeervol ingezet en in crescendo, mooi ritmisch, opbouwend uitgewerkt.
Boudewijn De Groot is voor haar een groot popfenomeen . “Avond” klinkt dan ook uitermate boeiend en sfeervol . “Onbereikbaar” en “Dans m’n ogen dicht” zijn er dan met een meer semi-akoestische aanpak , de weemoed dringt door; deze laatste krijgt kleur door de harmonium.
Iedereen beleefde hier een aangename , ontspannende avond . Even onthaasten, mijmeren ‘op deze fijne plek’ . Natuurlijk kon haar doorbraakhit niet ontbreken, “Dat heb jij gedaan”, solo sober ingezet om dan wisselend met haar band volledig te overtuigen . Met “Afgesloten” werd definitief op dynamische wijze besloten.

De Nederlandstalige sing/songwriting zit momenteel in de lift . Meau is een beloftevolle artieste , die haar talent totnutoe overtuigend weet over te brengen. We zijn benieuwd naar de toekomst.

Support was Isaac Roux, het singer-songwriter project van Louis De Roo. Isaac Roux werd nog de winnaar van de publieksprijs op Humo’s Rock Rally 2022. Vanavond was hij solo en we konden een goed half uur, akoestisch, genieten van z’n dromerige indiefolkende songs. Hij is een enorme fan van Bear’s den, Ben Howard en dat hoor je zeker terug in de sound en de stem . Ook Mooneye, Isbells , The bony king of nowhere , Portland  rekenen we bij de invloeden. En ‘de roux’ is het bindmiddel tussen alles.
Een minimalistisch sound , breekbaar, gevoelig als lichtvoetig, integer. Soms klonk het ietwat strakker, en waren de snaren gespannen . Z’n lichthese vocals doen de rest en zweven door heen de nummers. Ook voegde hij er eentje toe, op elektronica en loops .
Solo alvast overtuigend in dit pittoresk kader. Mooie support.

Organisatie: Skytiger + Holy garden sessions

Nada Surf

Nada Surf - Liefde, liefde overal

Geschreven door

Nada Surf - Liefde, liefde overal

Na meer dan twee jaar na de release van Never not Together (2020) kan Nada Surf eindelijk op tour gaan om die aan hun fans voor te stellen. Na acht langspelers is de succesformule van powerpop met een snuifje grunge of post hardrock, opnieuw de kern in dat laatste negende album. Het was dus tijd om dat ticket van onder het stof te halen en het viertal aan het werk te zien in de Botanique.

De joviale John Vanderslice was present om de eerste concertgangers al te verwelkomen. Solo met een gitaar en een drumcomputer bracht hij luchtige songs, met een politieke boodschap, die af en toe spacey of dan al eens indie rock waren. Vanderslice werkt als producer met Grandaddy en die invloed was ook merkbaar in onder andere “Oral History of Silk Road”. De lichte korrel om zijn stem was een meerwaarde in “After It Ends”.
Meer dan alleen de muziek was John een verteller die graag interactie opzocht met het publiek. Niet enkel het collectief metronomisch handgeklap voor afsluiter “Pale Horse” kwam van het publiek, maar ook mochten we vragen neerpennen die hij tussen de nummers graag beantwoordde. Of hij een kattenmens is, graag bier drinkt, een bijnaam heeft voor zijn gitaar… De antwoorden waren vaak ludiek en toch interessant. Een gezapige support act.

Vanderslice liet ons weten dat de leden van Nada Surf, de een al wat meer doorleefd dan de andere, overliepen van sympathie en liefde. En al meteen met opener “So Much Love” was dat dus niet gelogen. Een eerder voorzichtig begin want “Hi-Speed Soul” was steviger en ging er sneller aan toe. In de verste verte klonk daar Lou Barlow in “The Plan” waar Nada Surf meer de grunge opzocht met toch wel boeiende tempowisselingen. De voelbare melancholische vibe in “Friend Hospital” kwam meermaals terug in de rest van wat komen zou. Toch was dat gevoel minder overtuigend en wat te klef in “Beautiful Beat” of “Looking Through”.
Het publiek met heel wat fans genoot er zichtbaar van en zorgde vaak voor luid gejoel. Favorietjes die heel wat losweekten waren het post hardrock-achtige “Killian’s Red”, het Fountains of Wayne klinkende“Happy Kids”, het in crescendo-eindigende “See These Bones” of het makkelijk mee te zingen “Inside of Love”. Een keer kreeg de ruige bassist de zaal stil wanneer hij het zeemzoete Franse “Là pour toi” bracht. Eerder kwam ook “J’attendais” maar dat nummer kon minder overtuigen.
De set was eerder wisselvallig maar dat was buiten de lange bisronde gerekend. Toen haalden de vier van Nada Surf nog eens alles uit de kast. “Just Wait” mocht dan wel een aftastend rustig begin zijn, toch werd het drieluikje “Popular” (met speciale gaste Pom Pom Squad), “Always Love” en “Blankest Year” intens meegezongen en beleefd door de fans. Een kers op de (kleine) taart was unpluggede versie “Blizzard of '77” waar de vier met John Vanderslice iedereen voor een tweede keer stil kregen Een geweldig einde van een eerder middelmatige concert.

Setlist
So Much Love - Hi-Speed Soul - The Plan - Friend Hospital - Killian's Red - Looking Through - Inside of Love - Happy Kid - Je t’attendais - Beautiful Beat - Là pour ça - Where Is My Mind?  (Pixies cover) - Blonde on Blonde - Mathilda - Hyperspace - Looking for You - See These Bones - Something I Should Do
Just Wait - Popular - Always Love - Blankest Year - Blizzard of '77 (with John Vanderslice)

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2639-nada-surf-14-06-2022.html
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2640-john-vanderslice-14-06-2022.html

Organisatie: Botanique, Brussel

Yard Act

Yard Act - Britse furie

Geschreven door

Yard Act - Britse furie

Nu weten we het zeker, de eindeloze lofbetuigingen die we begin dit jaar overal mochten horen en lezen over ‘The Overload’, het debuutalbum van Yard Act, zijn geen fluit overdreven. Dit is een band om in de gaten te houden en ‘The Overload’ is een dijk van een plaat die live nog eens een extra brok energie krijgt toegediend.

Met één album en een paar EP’s op de teller kan het bijna niet anders dan dat quasi het volledige repertoire er wordt doorgejaagd in een pittig uurtje vliegende post-punk. Yard Act blijkt ook een band te zijn die gespaard is gebleven van die typische Britse arrogantie die mening post-punk bandje zichzelf meent te moeten toe eigenen, alsof ze anders niet serieus zouden genomen worden. Bij Yard Act mag het publiek gretig in het feestje meedoen en kan er al eens gegrapt worden, de ‘fun’ wint het van de ‘cool’. De band maakt ook wel gebruik van het soort parlando die dezer dagen heel hip is bij al die Britse bandjes, maar hier is het opwindender dan bij hun collega’s, niet zo pretentieus als Fontaines DC, niet zo monotoon als Dry Cleaning.
Eén van de voornaamste troeven naar ons gedacht is gitarist Sam Shjipstone die uitermate prikkelende en venijnige riffs uit zijn snarenbak tovert met een heel vette knipoog naar wijlen Andrew Gill van Gang Of Four, de duidelijke leermeester. En natuurlijk is daar ook zanger en boegbeeld James Smith die het publiek in zijn achterzak steekt zonder in egotripperij te vervallen. De ritmesectie en de bruisende songs doen de rest, Yard Act is uitermate spannend en fris.
Dit is het laatste concert van de Europese tour en in het geval van Yard Act is dit geen reden om langzaam uit te bollen, maar wel om er nog eens extra in te vliegen. Hier moet en zal iedereen met een wow-gevoel naar huis gaan, inclusief de band.

Nog maar één plaat op hun conto en toch al een sound die staat als een huis. Een uitverkochte AB zaal zal niet zo gek lang meer duren, gokken wij.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Ludovic Vandenweghe
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/2643-yard-act-14-06-2022.html
Organisatie: Aéronef, Lille

Flat worms

Flat worms - Snedige post-punk overgoten met vette garagepunk

Geschreven door

Flat worms - Snedige post-punk overgoten met vette garagepunk

Wie in de Witloof Bar even verkoeling zocht na een warme start van de (werk)week, was er aan voor de moeite. Flat Worms raasde namelijk voorbij met hun loeiharde psychedelische garagapunk. Laatste plaat Antarctica (2020) mag volgens releasetermen al oud zijn, toch was nu het moment om ook dat materiaal live te mogen beleven.

Nog niet alles stond op punt want wij en de band trouwens ook, konden de vocals niet horen. Flat Worms struikelde daar niet over want opener “The Aughts” was toch een stevige binnenkomer. “Motorbike” klonk nog best goed ondanks die geluidskrampen maar met “Pearl” waren ze eindelijk op dreef en het publiek ook. “Time Warp in Exile” en “Antarctica” waren beide post-punk overgoten met een vette garagesaus.
Bij de strakspelende bassist Tim Hellman was het duidelijk dat hij puurde uit zijn ervaring van bij Ty Segal en The Oh Sees. Niet minder gedreven en intens was Justin Sullivan aan de drums die het boeltje strak bijeen hield maar evengoed uiteen deed spatten. In “Accelerated” leek hij net nog strakker te kletteren dan een metronoom. Ook zo tijdens “Terms of Visitation” waar hij zijn cimbalen voor de zoveelste keer bijna aan gort sloeg.
De meeste aandacht ging toch naar de onuitputtelijke en behendige zanger/gitarist Will Ivy. Diens gitaarwerk was om vingers en duimen af te likken, maar nog straffer was zijn snedige stem.  “Silver Steel Red Tulip” klonk dan als een stevige hedendaagse indie punk song, maar het was vooral bij “The Mine” en “Plaster Cast” waar gelijkenissen met Dead Kennedys en Black Flag niet ver te zoeken waren.
Pieken deden de drie met het uitdijende “Into The Iris”, het nieuwe “The Guest” en het messcherpe bisnummer “Red Hot Sand”. Meer dan appreciatie was er van het beperkt publiek waarvoor de stevige garagepunkers ook meermaals bedankten.

In nog geen uur schopten ze het beetje monday blues zo uit onze lijven.

Setlist
The Aughts - Motorbike - Pearl - Time Warp in Exile - Antarctica - The Guest - Silver Steel Red Tulip - The Mine - Accelerated - Plaster Cast - Into the Iris - Terms of Visitation - Market Forces - Condo Colony - Red Hot Sand

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 65 van 386