logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
avatar_ab_17
Erik Vandamme

Erik Vandamme

Aeveris – Ik denk dat we binnen de metalwereld wel overal aan de bak kunnen. Of we met onze band op Radio 2 kunnen, dat is iets anders. Dat is ook niet onze bedoeling. Wij maken muziek voor onszelf, muziek die we zelf graag horen

Aeveris is een vijfkoppige Belgische metalband die in 2021 het levenslicht zag. Vijf muzikanten bundelden hun krachten om een eclectische mix van melodieuze riffs, technische drumbeats en diverse zangtechnieken te combineren tot een geluid dat beukend en zwaar is, maar tegelijk vanaf de eerste luisterbeurt meteen in het gehoor ligt.
White Elephant’ is de titel van hun veelgeprezen debuutalbum. Dankzij die plaat veroverde de band een plek op het op één na grootste metalfestival van België, Alcatraz Festival, en mochten ze het voorprogramma verzorgen van niemand minder dan Fleddy Melculy.
Eind 2023 besloten zanger Louis Soenens en gitarist Dennis Wyffels Aeveris te verlaten. Na een intensieve zoektocht sloten Wouter van Kerschaver (The Voice 2024 – zang) en Dempsey Derous (Guilty as Charged – gitaar) zich aan bij de band. Dankzij hun motivatie en ambitie zorgen deze twee gedreven muzikanten voor een frisse, energieke impuls die duidelijk hoorbaar is in de nieuwe muziek van Aeveris: sneller, technischer en intenser, maar tegelijk ook melodieuzer en intiemer.
Met ‘Imminence’ wil Aeveris een volgende grote stap zetten. Het nieuwe album bevat tien explosieve nummers: een krachtige mix van rauwe emotie en meeslepende energie.
Naar aanleiding van deze nieuwe plaat hadden we een fijne babbel met Jeffrey en Wouter.

Ik volg de band al vanaf het prille begin. Heeft COVID jullie verdere doorbraak niet wat afgeremd
JEFFREY:
Ik denk dat COVID voor ons, op z'n minst, niet zo'n groot probleem was. Wij zijn pas echt naar buiten getreden na de pandemie. In die periode is de eerste line-up ontstaan. Veel van de nummers waren toen al geschreven en eigenlijk klaar voor de vocals. We hebben dus rustig onze tijd kunnen nemen.

Met ‘White Elephant’ (2022) konden jullie optreden op Alcatraz Festival en zo alsnog die doorbraak forceren. Daarna vertrokken plots twee belangrijke bandleden. Hoe vang je zoiets op en waar vind je de kracht om toch door te gaan
JEFFREY:
Wat Dennis betreft, kwam zijn vertrek ergens niet helemaal onverwacht, omdat hij ook bij Mantah speelt, een band die het bijzonder goed doet. Voor het schrijven van de nummers was dat op zich geen groot probleem, omdat ik het grootste deel van de composities zelf maak. Het is nooit een kwestie geweest van óf we zouden doorgaan, maar eerder van wanneer. Pieter had al snel Dempsey in gedachten. Hij was een tijdje gestopt met optreden, maar bleek enorm gemotiveerd om opnieuw aan de slag te gaan. Toen Louis ermee stopte, lag dat uiteraard anders. Als band is het een ingrijpende verandering wanneer je je zanger verliest. Zeker omdat we behoorlijk wat eisen stellen: iemand moet screams, cleans en ruwe zang kunnen afwisselen én liefst ook nog over de nodige présence beschikken. Dat is allesbehalve evident. Gelukkig kwamen we na een korte maar intensieve zoektocht uit bij Wouter, die die rol met glans op zich neemt.

Imminence’ is jullie tweede langspeler, maar jullie hebben het album opgesplitst in twee acts die zowel muzikaal als thematisch met elkaar verbonden zijn. Act I – Roots verscheen in februari 2026, Act II – Revelations volgde op 23 mei.
Kun je wat meer vertellen over het hoe en waarom van die aanpak?
WOUTER:
Het idee om het album in twee acts op te delen ontstond vooral vanuit de wens om een verhaal te vertellen. In Act I behandelen we vijf algemene problemen of situaties, waarna we in Act II de gevolgen tonen van het aangaan of proberen oplossen van die problemen. Elk nummer uit Act I krijgt als het ware een vervolg in Act II. Zo gaat Gravity over de druk van het leven en de wereld rondom je, die je tegenhoudt om je persoonlijke ambities na te jagen. Het gekoppelde nummer And Then There Were None gaat dan over het moment waarop je die zogenoemde zwaartekracht eindelijk hebt overwonnen. Je bent door de atmosfeer gebroken en ontsnapt, maar beseft pas dan wie en wat je allemaal hebt moeten achterlaten om dat doel te bereiken en hoe eenzaam die overwinning soms kan zijn.

Ik las dat het album een zoektocht is naar zingeving in een wereld die vaak leeg aanvoelt. Sluit dat aan bij de moeilijke weg die jullie als band hebben afgelegd, of moet ik dat anders zien?
WOUTER:
Dat idee is eigenlijk vooral van mij afkomstig en heeft niet zo veel met de geschiedenis van de band zelf te maken. Dit is het eerste album waarop ik de nummers thematisch heb uitgewerkt. Daarbij heb ik vooral inspiratie gehaald uit mijn eigen levenservaringen. Ik wilde een oprechte boodschap brengen, en volgens mij bereik je dat het best door uit echte ervaringen te putten. Uiteraard zijn sommige zaken uitvergroot of wat algemener gemaakt, zodat zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen in de gevoelens of problemen waarover de nummers gaan.

Wat mij meteen opviel, is de veelzijdigheid van Wouters stem. Hij benadert de ogenschijnlijk onvervangbare Louis moeiteloos en overtreft hem op sommige vlakken zelfs lichtjes. Klopt de stelling een beetje, of is dat te kort door de bocht?
JEFFREY:
Louis is en blijft een klasbak van een zanger, met een heel herkenbare stem. Dat gezegd zijnde, denk ik dat Wouter er absoluut staat.
WOUTER: Ik heb mij daar eerlijk gezegd nooit echt mee beziggehouden. Louis heeft het eerste album volledig in zijn eigen unieke stijl gebracht en die zal ik, naar mijn mening, nooit kunnen of willen evenaren. Ik probeer vooral verder te bouwen op wat hij is begonnen: de boodschap en het gevoel van de nummers vocaal ondersteunen en daar al mijn energie in leggen. Of ik hem daarin overtref of niet, maakt mij eigenlijk niet uit. Dat zal uiteindelijk door verschillende mensen anders beoordeeld worden.

Ook het voortdurend schakelen tussen harde, ruwe mokerslagen en een meer melodieuze aanpak siert de band. Was dat een bewuste keuze?
JEFFREY:
Absoluut. Dat ligt helemaal in de lijn van bands als Trivium, As I Lay Dying en Machine Head. Met die muziek ben ik opgegroeid. Die invloeden zijn zo'n groot deel van mij geworden dat ze vanzelf hun weg vinden naar de nummers die we schrijven. Daarnaast ben ik een grote liefhebber van contrasten en dynamiek. Ik hou ervan om verschillende sferen en emoties binnen één nummer samen te brengen.

Ik heb altijd het gevoel gehad dat de muziek van Aeveris zich moeilijk in een hokje laat stoppen. Op deze plaat blijkt dat misschien nog meer dan ooit. Als je de band in 2026 toch een label zou moeten geven, welk zou dat dan zijn?
JEFFREY:
We worden wel eens omschreven als moderne metal, maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Moderne metal doet mij eerder denken aan bands als Architects en Bleed From Within. Hoewel die invloeden er zeker zijn, zou ik Aeveris eerder omschrijven als metalcore, en dan vooral de metalcore van de jaren 2000. Ik denk dat je ons op zowat elke affiche kunt zetten, omdat er voor iedereen wel iets herkenbaars of aantrekkelijks in onze muziek zit.

De muziek is behoorlijk gelaagd. Sommigen zullen misschien zeggen dat ze niet meteen toegankelijk is voor een breed publiek. Klopt de stelling, of zijn jullie daar helemaal niet mee bezig?
JEFFREY:
Ik vat dat eigenlijk op als een compliment. Qua toegankelijkheid denk ik dat het best meevalt. Elk nummer heeft op zijn eigen manier wel een sterke hook. Zoals ik al zei, hou ik van tegenstellingen en verschillende sferen binnen één song. Bovendien hangt het er natuurlijk vanaf hoe je een 'breed publiek' definieert. Ik denk dat we binnen de metalwereld zowat overal aan de bak kunnen. Of we met Aeveris ooit op Radio 2 terechtkomen, is een ander verhaal. Maar dat is ook nooit onze bedoeling geweest. Wij maken in de eerste plaats muziek die we zelf graag horen.

Het is zeker een compliment. De grootste verandering ten opzichte van ‘White Elephant’ lijkt mij de nog veelzijdigere aanpak, mede dankzij de diverse vocale inbreng. Ben je het daarmee eens, of zie jij zelf een ander groot verschil met het vorige album?
JEFFREY:
Ik denk dat het vooral een natuurlijke evolutie is. Het grootste verschil met White Elephant is dat de andere bandleden nu veel meer inspraak hebben gehad. White Elephant was grotendeels geschreven voordat de rest van de band erbij kwam. Voor Imminence heb ik bewust meer input gevraagd, waardoor sommige nummers veel verder zijn uitgewerkt. Zo hebben we bijvoorbeeld elf versies gemaakt van The Mask voordat we bij de definitieve versie uitkwamen. Ook Theft of Time heeft verschillende gedaantes gekend. Het einde van Tendrils of Regret werd geschreven door Louis Van Der Linden, onze drummer, en dat is persoonlijk één van mijn favoriete stukken van het album. Daarnaast heeft Wouter een absoluut fenomenale inhaalbeweging gemaakt. Toen Louis Soenens vertrok, lag de vooruitgang volledig stil. Veel nummers waren instrumentaal al afgewerkt, maar zonder zang konden we niet verder. Wouter heeft op een recordtempo voor al die nummers de vocalen geschreven en samen met mij opgenomen.

Voor mij persoonlijk voelt deze plaat als een terugkeer langs de grote poort. Ik was vanaf de eerste seconde fan en na meerdere luisterbeurten alleen maar meer. Hoe zijn de reacties tot nu toe?
JEFFREY:
Dat is fijn om te horen, bedankt daarvoor! De reacties en reviews zijn tot nu toe erg positief. Zo kregen we van Rock Tribune een mooie score van 85 op 100 én een uitgelichte recensie. Het doet plezier dat mensen niet alleen de technische kant van het album oppikken, maar zich ook weten te verbinden met de emoties die erin zitten. Dat was precies onze bedoeling, en voorlopig lijkt dat goed te lu

Heeft deze nieuwe start ook andere deuren geopend, of hoop je dat er de komende tijd nog meer deuren opengaan? Zo ja, welke?
JEFFREY:
We mogen Alcatraz openen op de Helldorado Stage, iets waar ik enorm naar uitkijk. Eind juli openen we ook voor Unearth. Elke deur die opengaat, nemen we met beide handen aan.

Wat zijn de plannen voor de rest van dit jaar en de nabije toekomst?
JEFFREY:
Hoofdzakelijk zoveel mogelijk shows spelen om onze fanbase verder uit te bouwen. Daarnaast willen we rustig beginnen aan het schrijven van nummers voor een derde plaat. We willen blijven groeien en hopelijk steeds grotere podia veroveren.

Hebben jullie door deze nieuwe start ook jullie ambities moeten bijstellen? Met andere woorden: wat zijn de ambities van Aeveris anno 2026?
JEFFREY:
Door de line-upwissel is het album uiteindelijk een jaar later afgewerkt en uitgebracht dan oorspronkelijk gepland. Op zich is dat geen ramp, maar het zorgt er natuurlijk wel voor dat we als band misschien al iets verder hadden kunnen staan. We blijven echter een ambitieuze band. We willen niet alleen in eigen streek spelen, maar ook zoveel mogelijk daarbuiten. Uiteraard dromen we ervan om ooit op Graspop Metal Meeting te staan, zoals zoveel metalbands. Tegelijk zijn we ook heel tevreden met hoe alles momenteel verloopt.

Zijn er ook ambities om in het buitenland door te breken?
JEFFREY:
Voorlopig hebben we nog geen shows in het buitenland gespeeld, maar dat is zeker de bedoeling. Een Europese tour met een interessante package zou fantastisch zijn. We beseffen echter ook dat zoiets een grote investering vraagt, zowel financieel als qua tijd. De puzzelstukjes moeten op het juiste moment in elkaar vallen. Intussen blijven we regelmatig nieuwe muziek uitbrengen en zien we wel waar het schip strandt.

Persoonlijk vind ik ‘Imminence ‘een meesterwerk. De keuze om het album in twee delen uit te brengen werkt bijzonder goed. Ik zou het een score van 95 op 100 geven. Hoe zie jij de band de komende jaren evolueren?
WOUTER:
Allereerst: wauw, bedankt! Een score van 95 op 100 krijg je natuurlijk niet elke dag. Voor mijn gevoel zijn we nog maar net begonnen. Ik heb persoonlijk nog een eindeloze bron aan goesting en inspiratie. Hoe ik de toekomst van Aeveris zie? Hopelijk richting die 100 op 100. (lacht)

Waar zie je jezelf, zowel als muzikant als met Aeveris, binnen pakweg tien jaar? Of ben je daar niet echt mee bezig?
WOUTER:
Ik denk dat het heel moeilijk is om zo ver vooruit te kijken. Ik hou van muziek maken, optreden en nummers schrijven. Ik hoop vooral dat ik binnen tien jaar kan terugblikken op tien jaar vol fantastische ervaringen, mooie shows en onvergetelijke momenten. En dat ik dan nog altijd het gevoel heb dat er opnieuw tien geweldige jaren voor me liggen. Welke kansen of hoeveel succes er in die periode op mijn pad komen, valt onmogelijk te voorspellen. Daar probeer ik mij ook niet te veel mee bezig te houden. Ik blijf gewoon doen wat ik het liefste doe, en de rest zal vanzelf volgen.

Bedankt voor de fijne babbel. We wensen jullie heel veel succes met ‘Imminence’ en met alles wat er nog op jullie pad komt.
Uiteraard blijven we Aeveris met veel belangstelling volgen

Erato - We doen het voor het plezier en om mensen mee te nemen in onze muziek en hen te entertainen. Het is onze ambitie. Zolang we dat kunnen blijven doen, blijven we doorgaan

De Brussels band Erato timmert al sinds 1993 aan de weg, en steekt hun voorliefde voor de typische jaren ’80 new wave tot EBM niet onder stoel of banken. Door de jaren heen brachten ze prachtige platen uit zoals ‘A Killed God’, ‘The irreplaceable one’ en verder ‘Erato  - III’ en ‘NaIVe’.
In 2015 werd het stil rond de band. Op 10 augustus 2023, waar ze de newwave-avond op de Fonnefeesten in Lokeren openden, vóór Arbeid Adelt en A Split Second bleek Erato terug van nooit weg te zijn geweest. Met hun nieuwste EP onder de arm ‘Android Suicide’ , die ze live kwamen voorstellen op 30 mei in Asse, lijkt de band definitief  terug op het goede spoor te zitten.
We hadden een fijne babbel over het verleden, maar vooral het heden en de toekomst van Erato en de volledige EBM scene met zanger Bolle.

Erato timmert toch al sinds de jaren ’90 aan de weg, het is niet altijd een even makkelijk pad geweest, maar jullie staan er weer
Eigenlijk was het plan om deze EP al veel vroeger uit te brengen. En daar is Erato wat op stuk gelopen. Op die moment waren er geen optredens, en leek alles wat te slabbaken. Sommige mensen kregen andere interesses en startten zijprojecten. Frank, de gitarist van de eerste generatie,  heeft de lont terug aan het vuur gestoken. We zijn terug beginnen repeteren, en wilden met die songs waarvan er al een pak klaar lagen maar nooit zijn uitgebracht , eindelijk iets mee doen. Het heeft dus wat lang aangesleept, maar we zijn blij dat hij er eindelijk is.

Wat me opvalt aan die nieuwe songs, ze hebben veel meer diepgang. Betekent dit dat jullie ‘zachter’ zijn geworden, of hoe moet ik het zien?
Het bewijst vooral dat we gegroeid zijn en dat de teksten inderdaad meer doorleefd klinken dan vroeger. Sommige dingen, zoals drums, zijn opnieuw opgenomen. Door Marjo ingespeeld. Dus er is zeker aan gesleuteld, maar het heeft niet te maken met zachter geworden of uiting van frustraties of zo. Tenminste dat denk ik niet nee. Maar mogelijks zijn er onbewust wat van deze gevoelens ingeslopen.

Het laat, voor mij persoonlijk, wel een ander kantje zien van Erato dat me bevalt, maar er zit dus niet perse een verhaal achter?
Het is niet dat we bewust gekozen hebben om terug wat donkerder te gaan. We zijn altijd wat eclectisch geweest.  Je kunt onze muziek niet zomaar in een bepaald hokje steken. We zitten een beetje tussen die typische gothic rock zoals Sisters of Mercy en Killing Joke en andere meer elektronische stijlen of soms wat punk of post-punk-invloeden. Maar dat komt heel natuurlijk. Onze invloeden gaan gewoon heel breed en we maken nummers dat we zelf graag horen of leuk vinden. Los van genres. We blijven natuurlijk wel altijd in dat typische donkere genre zitten waarmee we zijn opgegroeid en vergroeid. Dat blijft wel ons DNA.

Is het niet wat moeilijker geworden om met dat genre, nog uit te pakken? Er zijn wel festivals als BIM Fest en de Fonnefeesten/Lokerse Feesten die ook wel een new wave dag organiseren …
Moeilijker en gemakkelijker eigenlijk. We  blijven natuurlijk altijd wat in een niche zitten.  Dat trekt, althans toch in België, geen miljoenen publiek. In het buitenland, Duitsland bijvoorbeeld, is dat publiek wel iets groter. Langs de andere  kant, dankzij internet, sociale media en zo is de wereld wel kleiner geworden. En raakt de muziek breder verspreid. En toch, met dat afscheidstour van Front242, is er precies toch weer een soort revival bezig heb ik de indruk. En bands die wat in dat post-punk genre zitten zorgen ook voor een opleving. Waardoor ook Fonnefeesten en Lokerse Feesten inderdaad een new wave dag inlassen. Het bewijst dat er een opleving bezig is, en een deel van het publiek nog altijd open staat daarvoor.

Is het voor jullie ook een uitgelezen kans om eindelijk ‘door te breken’? Want , met alle respect voor Erato, is het veel jaren een ‘net niet’ verhaal geweest toch? Hoe komt dat denk je?
Ik kan me daar niet 100% over uit spreken, ik ben er in 2000 bij gekomen. Ik denk dat we live altijd wel iets beter overkomen dan op plaat. Erato heeft eind jaren ’90 die boot een beetje gemist om toen die stap voorwaarts te zetten, in een periode dat heel wat bands binnen de scene aan het doorbreken waren. Daardoor zitten we nu nog steeds in tweede of derde klasse (haha). Maar toch, sinds de reünie van Erato  hebben we toch een aantal grote concerten kunnen spelen; zo konden we ons in 2023 op Fonnefeesten aan een groot publiek laten zien. We komen ook net terug van Malta. Waar we ons aan een internationaal publiek hebben kunnen tonen , en zeer goed ontvangen zijn. maar het grote succes of de grote live scene? Daar zijn we nog net niet toe gekomen. Ik denk dat we daarvoor net iets te onbekend zijn bij een ruim publiek. We hebben ook geen boeker en doen alles zelf, daardoor duurt het soms net iets te lang allemaal. We hebben op de koop toe allemaal een job en een gezin. Het is niet dat we ervan moeten leven. We zijn met zes, als we een aanbod krijgen moeten we ons wel kunnen vrij maken. Dat speelt ook allemaal mee natuurlijk.. op het moment zijn we goed bezig, en er staan wel mooie dingen in het verschiet.  We deden de voorstelling van onze EP in ‘t Smiske in Asse. Een klein zaaltje waar een paar honderd man binnen kan. En dat is even gezellig als voor duizend of tweeduizend man spelen, we doen het voor het plezier en om mensen mee te nemen in onze muziek en te entertainen. Dat is onze ambitie. Zolang we dat kunnen blijven doen, blijven we doorgaan.

Deze ingesteldheid heeft er dus eigenlijk voor gezorgd dat jullie, in die moeizamere periode, toch hebben vol gehouden? Of wat was de echte drijfveer om niet de handdoek in de ring te gooien?
Erato is gewoon een raar beest dat ons gebeten heeft. De band is wel al van bezetting veranderd geweest door de jaren heen.. En er zijn vele momenten geweest in die 30 jaar waar we Erato hadden kunnen laten doodboeden of opdoeken. Maar op één of andere manier was er telkens de wil om het te laten leven en herleven. Erato is gewoonweg iets waar we altijd naar terugkeren, muziek is gewoonweg een passie,  we kunnen er ons ei in kwijt. We hebben nooit afscheid genomen, zelfs niet in de tijden dat het stil was rond de band. Ik en Jacques zijn altijd  wel bezig geweest met nummers te schrijven. Erato is gewoon een onderdeel van ons leven, en iets waar we altijd kunnen naar teruggrijpen. En dat zal wel zo blijven.

Begrijpelijk. Maar zijn er, binnen die context, dingen die je anders zou aanpakken?
Er zijn uiteraard altijd dingen die we anders hadden kunnen doen. Onvermijdelijk is dat zo in het leven. We hebben wellicht wat kansen laten schieten. Omdat de goesting of tijd er niet voor was. Maar spijt komt na zonde.. We spelen nog altijd live met Erato, genieten daarvan en doen nog steeds de dingen die we graag doen.  en ook die ambitie om echt groot te worden of zo, is  nooit écht een ambitie geweest. Er zijn wel opportuniteiten geweest waar we niet zijn op in gegaan omdat we dan toegeving en moesten doen of inboeten aan onze integriteit… Misschien waren we dan “groter" geweest. Maar we hebben geen spijt. Natuurlijk willen we graag grotere podia spelen omdat we oprecht vinden dat onze muziek dat verdient. Maar de kwaliteit van je muziek is vaak het laatste wat er voor zorgt dat je op grote podia kan staan… En Erato heeft altijd haar muziek op de eerste plaats staan. Er zijn dus weinig dingen waar we spijt over hebben, en bovendien heeft dat weinig zin. Ik leef in het heden, en niet in het verleden.

Over het ‘heden’ … Hoe waren de reacties op deze EP en de release show?
Over het algemeen krijgen we wel goede reacties. We hebben ook redelijk wat albums verkocht, ik verbaas me daar soms wel over. Op de release show bijvoorbeeld, en ik heb ook veel moeten signeren. Er was ook veel vraag naar een cd omdat ze geen platenspeler hebben. We wilden eens iets uit brengen op vinyl, dat hadden we nog niet gedaan. Op spotify kun je de EP wel luisteren of downloaden, daar staan wel twee liedjes minder op. Maar echt veel recensies zijn er nog niet, toch zeker niet in eigen land.

Is het Belg zijn geen struikelblok voor Erato om die echte ‘grote doorbraak’ te forceren denk je?
Dat is iets waar je geen grip op hebt eigenlijk. Het is wel zo dat het Electro genre in Duitsland wel breder is dan hier. We zijn ook wat witte raven binnen de scene, mensen die graag gitaarmuziek horen komen gemakkelijker bij ons uit. Via de digitale versie merken we dat we veel luisteraars hebben uit Brazilië , Polen, Griekeland .. overal een beetje in de wereld. Heel toffe reacties. Het is niet evident om daar te gaan spelen. We zijn nu beetje aan het focussen om Wallonië en Brussel, want daar is een scene en de mensen kennen ons daar niet. Dat is vreemd en daar willen we iets aan doen. we zijn onze ogen aan het richten op de buurlanden, maar het moet haalbaar zijn met onze jobs en zo… we kunnen niet zomaar overal naartoe.

Het verwondert me een beetje dat een Brusselse band zo moeilijk ‘voet aan grond‘ krijgt in Wallonië. Die muur tussen de taalgrens is dus geen sprookje? Zelfs Pommelien Thijs heeft er last van, heb ik recent gelezen…
Het is idd heel gek, en we hebben daar eigenlijk tot nu nooit bij stil gestaan. We kwamen automatisch veel in Vlaanderen uit. Het is pas onlangs door terug met onze oude vrienden van The Breath of Life en nieuwe vrienden van The Ultimate Dreamers op te trekken dat we ons bewust werden van het publiek over de taalgrens…laatst speelden we een zeer fijne show in Tubize. Wij waren onbekenden voor het Franstalige publiek en zij ook voor ons, maar het klikte meteen. Op onze EP-voorstelling in Asse waren trouwens een heel pak van onze nieuwe Waalse vrienden aanwezig. Het is dus zeker de bedoeling om het zuidelijke deel van België te gaan veroveren. Binnenkort staat er trouwens al een optreden gepland in Charleroi.

Wat het digitale en sociale media betreft, denk je dat dit deuren voor jullie kan openen, die vroeger moeilijker was?
Dat er meer deuren open gaan? Niet direct, maar je muziek is wel veel breder te beluisteren.. op dat vlak gaan wel meer deuren open. Gemakkelijker verspreiden, mensen kunnen je overal vinden. Het nadeel, het aanbod is zodanig groot waardoor je niet altijd opvalt tussen al die visjes in dat grote water. Dat blijft een uitdaging, maar we konden ons 20 jaar geleden niet kunnen voorstellen dat we in Polen of Malta publiek zouden kunnen vinden, daardoor hebben we nu wel in Malta gestaan. Dus ja.. om die manier kun je opgevist worden door iemand,  waar dat vroeger minder evident was.

Ik merk ook dat het genre een opvallend ‘ouder’ publiek aantrekt. Is het een probleem om het genre in leven te houden of hoe zie je het zelf?
Het is ook iets dat ons inderdaad wel opvalt, binnen dat Gothic, EBM en New Wave milieu zijn het doorgaans mensen tussen veertig en zestig die daarop afkomen. Meestal mensen die uit nostalgie uit hun jeugdjaren komen daarop af. Maar ook jongere mensen die daarin opgroeien. Het zijn de mensen die het genre ontdekt hebben. Je hebt wel wat nieuwe groepen die daarop inspelen wat zorgt voor een opleving. Zoals gezegd zie je ook wel wat mainstream festivals tegenwoordig new-wave of aanverwante bands programeren waardoor jongeren het genre ontdekken. Of je hebt radioprogramma’s zoals bijvoorbeeld Meurissey op Willy, waar Stijn Meuris zowel de klassiekers uit het genre, maar evengoed nieuwe en minder bekende bands draait. Ook Erato heeft die eer al gehad. En dat is ook een manier om een nieuw en jong publiek te bereiken. Als je de vergelijking maakt met metal, is Gothic het kleine broertje van Metal. Ook Metal is een doelpubliek, alleen zijn die wel meer verbreed naar ook jongeren. Is daar een verklaring voor? Nee , niet echt.

Voor Erato maakt dit eigenlijk weinig uit, jullie krijgen zalen goed gevuld en hebben nog een fanbase?
Dat was fijn om te zien.. we zijn toch enkele jaren weg geweest en toch is er een vast publiek dat ons overal bleef volgen en dat nu nog steeds doet. Wat dat betreft was het optreden op de Fonnefeesten een hoogtepunt. Ik werd er een beetje emotioneel van. Na zo’n lange afwezigheid zag ik in de rijen mensen een heleboel gezichten die ik herkende en een heleboel oude Erato t-shirts. De fans van vroeger waren precies allemaal op post en blij ons eindelijk terug te zien, want ze sprongen enthousiast en brulden onze liedjes mee. Dat was fantastisch. Ook op onze release in Asse waren ze er weer allemaal bij. Of mensen uit de scene die we vroeger nog kenden. We dachten dat we die kwijt waren, maar dat was dus totaal niet het geval. Er zijn zelfs wat mensen uit Waregem (you know who you are) die naar elk optreden van ons komen kijken, tot ver in Limburg zelfs. Dat is geweldig en daar zijn we echt enorm dankbaar voor.

Prachtig.. Wat zijn, na die release show,  de verdere plannen met Erato?
We spelen binnenkort met ‘WegSfeer’ in Westrand. Dat is een heel toffe tribute-band. We hopen ons daar te laten zien aan mensen die ons nog niet kennen. We hebben ook wat contacten in binnen en buitenland om wat meer optredens binnen te halen. En voor de rest willen we ook wat grotere podia proberen spelen. Ondertussen zijn we wat songs aan het heropvissen. We hebben een nieuwe bassist. Die heeft zich op een paar maand tijd enorm snel ingewerkt. Marjo heeft zich ook fantastisch ingewerkt. Jacques en ik hebben een paar nieuwe nummers geschreven ondertussen. Die hopelijk binnenkort terug worden opgepikt, in de hoop dat we iets sneller kunnen schakelen. En sneller een nieuw album kunnen uitbrengen. De trein is aan het bollen…

Zijn er naast Erato nog andere projecten waar je persoonlijk mee bezig bent?
Toen Erato een beetje op een zijspoor zat ben ik beginnen zingen in een punkrock-tribute band The Dirty Harries. Dat was super leuk om te doen. Een hele andere insteek als Erato maar pure fun. Ik heb er ook aan mijn skillset als zanger kunnen werken. Maar dat is nu ook gedaan.
Ik ben in die periode ook begonnen met stand-up comedy. Als frontman had ik al gemerkt dat ik mensen aan het lachen kan brengen en ook in de backstage ben ik graag een moppentapper. Als Gery La Boule breng ik binnenkort mijn eerste volavondshow in de zalen. Na jaren voorprogramma geweest te zijn van oa Nigel Williams, Raf Coppens, Erhan Demirci… een spannende volgende stap.

Is er nog een ‘finale’ ambitie , meer grote podia kunnen doen? Of wat is jullie ambitie dan wel (want eerlijk na al die jaren in de ‘underground’ hoeven jullie binnen de scene niets meer te bewijzen toch)?
Grotere podia is zeker een ambitie en leuk om te doen. fonnefeesten of Lokerse feesten zou wel leuk zijn, eens wat meer grotere festivals waar een groot publiek op afkomt. We hebben nu in Malta gestaan, en dat smaakte wel naar meer. Daarom denk ik dat Leipzig gothic treffen, Mera Luna, Castlefest, … zeker op ons verlanglijstje staan. Dat is een droom, en zelfs geen onhaalbare droom. Dat is iets waar we dus zeker naar streven. En ondertussen op zoveel mogelijk toffe plekken kunnen blijven spelen. Meer mensen leren kennen, spelen en kunnen blijven spelen is de voornaamste ambitie toch.

Jullie kunnen gerust nog enkele jaren doorgaan, maar wanneer zeg je voor jezelf ‘het is genoeg geweest, ik trek de stekker eruit’?
Als het fysiek niet meer lukt, als ik niet meer kan zingen of zo? ja dan houdt het sowieso op. Dus wanneer stopt het? Twee mogelijkheden, ofwel gaat het fysiek gewoonweg niet meer. Of als het niet meer plezant is, het moet plezierig blijven om op te treden. Ik probeer altijd dingen te doen die ik graag doe, en zo weinig dingen tegen mijn goesting te doen. dus als de goesting compleet weg is? Dan houdt het dus op… dus zolang het plezant is, leuk is e we het allemaal nog aankunnen. Blijven we doorgaan met Erato.

Pics homepag @Patrick.PickArt.Photography

Pics homepag @Dank voor deze babbel

Bloed - Onze artistieke vrijheid opgeven om toegankelijker te klinken? Dat is voor ons een brug te ver. Ik geloof dat volhouden uiteindelijk belangrijker is dan je identiteit opgeven

Bloed, bestaande uit twee broers en een zus, is een relatief jonge naam binnen de Belgische post-metalscene. De band doet het genre misschien niet helemaal heruitvinden, maar geeft er wel een eigen, bijzonder intense invulling aan. Die combinatie van loodzware post-metal, een beklemmende sfeer en een haast demonische uitstraling sprak ons meteen aan.
De band ontstond in 2022 , won in 2023 Sound Track en bracht in 2025 de veelbesproken debuut-EP ‘Tranen’ uit.
Bloed kwam voor het eerst op onze radar tijdens het Dunk!festival. We waren onder de indruk. Ons verslag
https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/102893-dunk-festival-2026-magische-boswandelingen-om-de-harde-realiteit-even-te-doen-vergeten.
Enkele weken later deden ze dat nog eens over tijdens Great Gigs in the Park, waar ze als voorprogramma van Psychonaut moeiteloos overeind bleven. Ons verslag https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103190-psychonaut-great-gigs-in-the-park-2026-wat-een-emotionele-pletwals.
Hoog tijd dus voor een gesprek. We hadden een fijne babbel met gitarist Tuur Soete over het ontstaan van Bloed, de opmerkelijke weg die de band in korte tijd heeft afgelegd en de ambities voor de toekomst.

Twee broers en een zus die samen muziek maken is niet uniek, maar dat jullie alle drie dezelfde smaak hebben misschien wel. Klopt het eigenlijk?
Mijn broer en ik schelen maar drie jaar en hebben elkaar muzikaal sterk beïnvloed. Onze zus is acht jaar jonger en brengt heel andere invloeden mee. Zij kan evengoed genieten van een concert van Bruno Mars als een uur later met ons op het podium staan met Bloed. Net doordat we alle drie een andere achtergrond hebben, kijken we ook voorbij genres. En uiteindelijk is het gewoon fijn om dit samen als broer en zus te kunnen doen.

Het hokjes denken is er ook wat uit onder vind ik. Meer nog. Het is moeilijk om jullie muzikaal in één hokje te stoppen. Hoe zouden jullie zelf de muziek van Bloed omschrijven?
Wanneer je met een band begint, probeer je jezelf automatisch een label te geven. We krijgen vaak vergelijkingen met Nine Inch Nails, terwijl dat eigenlijk nooit een rechtstreekse invloed is geweest. Er zitten ook sludge-invloeden in onze muziek, maar uiteindelijk maakt het ons niet zoveel uit. Vandaag vervagen die grenzen steeds meer. Dan kun je zes genres aan elkaar plakken of weer een nieuw label bedenken, maar daar zijn we snel mee gestopt. Mensen mogen zelf bepalen wat ze erin horen. Wie zich aangesproken voelt, vindt ons uiteindelijk toch wel."

We omschreven jullie muziek inderdaad als een mix van Amenra, Nine Inch Nails en Mr. Bungle: kapotte elektronica, brute riffs en heel veel energie. Kunnen jullie zich daarin vinden, of zien jullie zelf andere invloeden?
Die omschrijving klopt voor mij wel. Mijn broer is altijd fan geweest van Mastodon en The Ocean, terwijl ik zelf uit een progressieve metalhoek kom. Onze zus is dan weer het buitenbeentje. Zij heeft metal eigenlijk nooit intensief beluisterd. Daardoor beleeft zij onze muziek helemaal anders, en net dat maakt de samenwerking zo interessant. We vullen elkaar op die manier goed aan.

Er zijn vandaag heel wat bands die zware of experimentele muziek maken. Wat onderscheidt Bloed volgens jullie van andere bands?
Ik ga ervan uit dat alles ooit al eens gedaan is. Muzikaal zullen we het wiel dus niet opnieuw uitvinden. Wat ons volgens mij echt typeert, is onze familieband. Twee broers en een zus die samen kapotte elektronica en brute riffs brengen: daar zijn we best trots op. We kunnen niet alleen samen muziek maken, maar komen ook gewoon heel goed overeen. Het is mooi om elkaar thuis, tussen de koffiekoeken en de warme maaltijd bij onze ouders, tegen te komen en daar verder aan onze muziek te werken. Dat persoonlijke verhaal zit ook echt verweven in Bloed. Als je onze vinyl koopt, vind je daarin zelfs foto's van ons toen we opgroeiden. Dat maakt de band voor ons meer dan alleen muziek. Ik denk dat mensen die oprechtheid ook voelen.

De debuut-vinyl was in geen tijd uitverkocht en als buitenstaander lijkt het alsof alles heel snel is gegaan. Jullie bestaan pas sinds 2023 en wonnen datzelfde jaar meteen Sound Track. Welke deuren heeft die overwinning voor jullie geopend?
Sound Track heeft zonder twijfel deuren geopend, ook deuren die je zelf niet meteen ziet. Dat geldt trouwens ook voor wedstrijden als Humo's Rock Rally of De Nieuwe Lichting. Het belangrijkste is de zichtbaarheid. Plots word je geselecteerd uit een grote groep bands en komen er ogen op je terecht. Als je dan ook nog wint, beland je automatisch op de radar van mensen uit de sector. Via Sound Track kwamen we in contact met mensen die we anders waarschijnlijk nooit hadden ontmoet. Toch ging het bij ons niet van de ene dag op de andere. Ik zag andere bands uit onze lichting plots een enorme versnelling hoger schakelen en dacht soms: 'Wij hebben gewonnen, maar ik merk daar eigenlijk nog niet zoveel van.'" We zijn gewoon blijven spelen en contact blijven houden met mensen. Stilaan begon die sneeuwbal toch te rollen. Zo kwamen we op de radar van Peter  Mulders van Brutus, en via Zware Klap werd er over ons gesproken. Daarna kwamen we in contact met Cis Deman van Stake. Voor je het weet zit je samen te praten, word je uitgenodigd voor de twintigste verjaardag van Stake en leer je weer nieuwe mensen kennen. Zo groeit dat netwerk stap voor stap. Vandaag merken we wel dat we steeds meer in de schijnwerpers komen.

Sinds de release van ‘Trane’n en de samenwerking met Dunk!records lijkt het allemaal erg snel te gaan. Kunnen we stellen dat 2025 en 2026 de echte doorbraak van Bloed betekenen?
Dat is een moeilijke vraag. Voor ons als band voelt dat wel zo, omdat we vandaag stappen kunnen zetten die we twee jaar geleden nooit hadden verwacht. Het contact met Dunk!records is eigenlijk heel snel ontstaan. We mochten in oktober 2024 de openingsshow spelen voor Witch Club Satan in de Botanique. Kort daarna kregen we een bericht van Dunk!records en voor we het goed en wel beseften, waren we samen aan een plaat aan het werken. Dat zijn kansen waarvan je op voorhand nooit durft dromen.

Tijdens Dunk!festival begon het net te regenen. Voor mij versterkte dat de sfeer alleen maar. Hoe belangrijk zijn licht, omgeving en sfeer voor een optreden van Bloed?
Persoonlijk hou ik van de clubsfeer. De donkerte en de nabijheid van het publiek zorgen voor een heel intense beleving. Op festivals is dat anders. Als kleinere band speel je vaak overdag, in volle zon, en dat verandert de sfeer compleet. Daarom is het niet minder goed. Als mensen om acht uur 's morgens al volledig mee zijn, is dat even goed een geslaagd optreden. Maar een donkere zaal of een optreden bij het vallen van de avond heeft toch iets extra magisch."

Op Great Gigs in the Park leek het publiek helemaal mee te gaan in jullie verhaal. Hoe hebben jullie dat optreden zelf beleefd?
Dat blijft moeilijk in te schatten. Op het podium zit je zo in de muziek dat je niet altijd beseft hoe het publiek reageert. Soms heb je het gevoel dat je iedereen én niemand hebt gezien. Achteraf hoorden we gelukkig veel positieve reacties, dus dat bevestigde wel dat het goed zat."

Iedereen is welkom natuurlijk, maar welk publiek hopen jullie uiteindelijk met Bloed te raken?
In Nederland merken we vaak dat het publiek vanaf het eerste nummer heel uitbundig reageert. Die energie voel je meteen op het podium en die krijg je ook terug. Dat soort publiek, dat zich volledig laat meeslepen in ons verhaal, geeft ons enorm veel energie.

Persoonlijk had ik niet de neiging om in een moshpit te gaan staan op jullie muziek, maar gewoon die muziek te laten binnenkomen en daar ingetogen van te genieten. Ook dat is een vorm van respons, toch?
Dat is inderdaad een andere ‘energie’ die je ook ziet als je naar een AmenRa concert gaat. Dat is een soort emotionele rollercoaster. Dat is uiteraard ook mega ok.. het leukste is gewoon om naderhand een goede respons te krijgen van mensen die ons komen zien, en hoe ze dat beleven maakt dan weinig uit.

Jullie speelden ondertussen ook al in Nederland. Hoe belangrijk is het buitenland voor Bloed?
Buitenland is zeker een ambitie. Bij een groeiende act is het logische verhaal ‘waar starten we?’ naar het buitenland gaan om daar voor vijf man te spelen, de dag van vandaag? Is ook niet de bedoeling. We kijken dus wel uit wat we boeken en wat niet. We zijn daar echt alert in. vorig jaar stonden we op Rotterdamse showcasefestival Left of the Dial , dat was een bijzonder goed optreden en heel belangrijke voor ons. Daar hebben veel mensen ons leren kennen, en dat heeft toch voor meer mogelijkheden gezorgd. Sniester Festival in Den Haag was ook een hele leuke ervaring. we zijn dus vooral Nederland aan het verkennen. In België ben je snel rond de kerktoren. Frankrijk kan er ook nog aankomen, maar dat is allemaal nog een beetje zoeken. Dus ja de ambitie voor het buitenland is er na die ervaringen zeker.

België is geen gemakkelijk land om als band door te breken. Is die taalgrens voor jullie ook een struikelblok?
Wat je zegt klopt wel. Je ziet dat ook bij andere Belgische bands. Het is moeilijk, we hebben niet een super groot land. Het is inderdaad dan nog in de helft gedeeld door die taalgrens. Het is dan ook de kunst om u interessant te houden ‘op de markt’ als band,  in wat we brengen. Je ziet ook dat er, waar vroeger twee tot vier jaar werd gewerkt aan een plaat, dat nu veel korter op de bal wordt gespeeld. Nadenken over hoe we kunnen groeien binnen  België met de wapens die we hebben is gewoon de boodschap. Het kan evengoed zijn door in te spelen op het Buitenland en daaruit heel goede responsen te krijgen, dat dit zorgt voor een sneeuwbal effect in het binnenland. Voorlopig is dat nog een zoektocht, de plaat is ook nog maar net uit.  We hebben, los daarvan, al enkele mooie shows kunnen meepikken hier ook en dus mogen we blij zijn dat we dit al kunnen hebben doen eigenlijk. Stap voor stap, en alles wat lukt zijn we heel blij mee.

Jullie maken geen muziek die meteen voor een breed publiek bedoeld lijkt. Is het ooit een overweging om de muziek toegankelijker te maken, of is artistieke vrijheid altijd belangrijker?
Vanaf het moment dat je de eerste nummers schrijft, besef je vrij snel wat voor muziek je aan het maken bent. Daar sta je natuurlijk volledig achter. We beseffen ook dat de nieuwe Pommelien Thijs van de metal worden niet realistisch is. Kijk maar naar Amenra: vandaag lijkt dat een gevestigde naam, maar ook zij hebben daar jarenlang hard voor moeten werken. Met Bloed hebben we nu al dingen mogen doen waarvan we nooit hadden gedacht dat ze mogelijk waren. Dat alleen al is bijzonder. We maken waarschijnlijk muziek voor een nichepubliek, al hopen we natuurlijk dat die niche kan groeien. Onze eerste plaat is bovendien een momentopname; ook wij blijven evolueren. Maar onze artistieke vrijheid opgeven om toegankelijker te klinken? Dat is voor ons een brug te ver. Ik geloof dat volhouden uiteindelijk belangrijker is dan je identiteit opgeven.

Dromen jullie van grote festivals en arena's, of ligt jullie hart toch meer bij het clubcircuit?
Als ik zou moeten kiezen denk ik dat er veel factoren waarom ik voor club circuit zou kiezen, ook in Nederland en andere landen. Dan voor grote festivals of arena’s. ook al kan dat leuk zijn om voor duizenden mensen op te treden. Maar een club show is gewoonweg een unieke beleving die me meer aanspreekt. Een soort van intieme maar ook intense beleving.

In een interview kreeg ik als antwoord ‘het is soms moeilijker om op te treden voor twintig mensen die geconcentreerd naar u staan te kijken, dan voor een vijfhonderd waarvan enkel de voorste rijen mee doen’, ben je het met die stelling eens?
Daar zit een zekere waarheid in, als je voor 25 man speelt is dat ook vermoedelijk in een klein zaaltje of zo. dat zijn zo van die momenten dat je elk gezicht ziet. Dan denk je ‘hier ga ik voor werken vandaag’ uiteraard je op Rock  Werchter of zo staat, dat is een massa die voor jou staat. Ik kan ergens wel meegaan in het verhaal dat het intenser werken is voor 25 man dan voor een grote massa. Ja.

Als we elkaar binnen tien of twintig jaar opnieuw spreken, waar hopen jullie dan dat Bloed staat?
Waar ik mezelf zie binnen twintig jaar? Ik hoop dat we nog steeds muziek maken. Alles kan nog veranderen uiteraard. En als het gaat over de band, dat we ergens een gevestigde waarde geworden zijn binnen die scene. Ook al is dan maar binnen een bepaald segment. Hoe fijn zou het zijn om zoals Psychonaut of AmenRa zo te mogen spelen voor een op voorhand uitverkochte zaal? Dat zou heel leuk zijn ook dat te mogen meemaken met Bloed. Als we kunnen  bereiken dat mensen zeggen ‘Bloed speelt daar ? dan gaan we gaan’ zou heel fijn zijn. het zou ook leuk zijn moest muziek maken ook ergens rendeert, misschien lukt dat ook binnen twintig jaar

Wat zijn de verdere plannen?
We zijn sowieso al bezig met nieuwe muziek te schrijven. ikzelf ben wat gehaast daarin. Het zou sowieso leuk zijn om volgend jaar al iets te kunnen releasen. En verder optredens versieren zoveel mogelijk.

Pics homepag @Maxim Vandenbriele

Bedankt voor de fijne babbel, we blijven jullie uiteraard op de voet volgen…

Sjock 2026 – 50 jaar - Liefde voor authentieke rock-'n-roll
Sjock 2026
Festivalterrein
Gierle
2026-07-10 t-m 2026-07-12
Erik Vandamme

Vijftig jaar Sjock Festival. Alleen al daarvoor gaat het volume iets hoger. Terwijl zoveel festivals zich door hypes en trends laten meeslepen, bleef Sjock koppig zichzelf: welig vertier, een Zijne Heiligheid voor rock-'n-roll, punk, rockabilly en alles wat naar benzine, leer en bier ruikt. Geen franjes, geen modegrillen, maar vijftig jaar pure passie.
En precies daarom verdient Sjock een oorverdovend applaus. Sjock staat of valt bovendien niet met één grote headliner. Integendeel. Natuurlijk was het uitkijken naar Joan Jett & The Blackhearts en is Chris Isaak een publiekstrekker van formaat, maar de ware kracht van Sjock schuilt in de breedte van de affiche. Met namen als The Toy Dolls,  L7, Cock Sparrer, Jon Spencer, The Kids, The Paranoiacs, Street Dogs en Dwarves – om er slechts enkele te noemen – bewijst het festival dat het veel meer is dan een verzameling grote namen.
Hier draait het om ontdekkingen, sterke livebands en vooral om de liefde voor authentieke rock-'n-roll.

dag 1 - vrijdag 10 juli 2026
We trappen de eerste festivaldag af aan de Bang Bang Stage met The Queers (★★★★), die de Sjock formule moeiteloos bevestigen. De Amerikaanse punkrockband, opgericht in 1981, speelt op Sjock alsof ze gisteren pas begonnen zijn. Van routine is geen sprake: ze staan met de speelsheid en het enthousiasme van jonge wolven op het podium, binnen een energieke punkvibe. Met songs als “I Can't Stop Farting” en “Monster Zero” doen The Queers misschien niets wereldschokkends of vernieuwends, maar hun aanstekelijke aanpak overtuigt en lokt al vroeg op de dag een indrukwekkende toeloop.
Een opvallende vaststelling: Rockabilly lijkt even naar de achtergrond verdwenen op Sjock, al zal later blijken dat de programmatie op vrijdag een uitzondering is. Want tijdens die eerste festival dag werd het leuk gelinkt aan country invloeden.

Zo staat op de Titty Twister Stage – vroeger hét rockabillypodium bij uitstek – Ellis Bullard (★★★★). De band uit Austin, Texas, deelde eerder het podium met namen als Randy Rogers, Reckless Kelly en Cody Johnson, en dat hoor je. De tent is al goed gevuld en gaat gretig mee in de aanstekelijke countryklanken die het gezelschap brengt. Opvallend is hoe Ellis Bullard de klassieke countrycomfortzone verlaat en geregeld de pure rock-'n-roll opzoekt. Net die avontuurlijke aanpak maakt deze band zo interessant.

Op de Main Stage is het de beurt aan Mariachi El Bronx (★★★★½). Dezelfde muzikanten zouden een dag later nog terugkeren als The Bronx, maar vandaag krijgen we een totaal ander verhaal. De band vermengt westerse punkrock met traditionele Mexicaanse mariachi. Akoestische gitaren, violen, trompetten en een uitbundige samenzang, zorgen voor een stevig, opzwepend dansfeest met een hoek af. Gehuld in traditionele zwarte kostuums zwepen de bandleden het publiek op. De vioolpartijen zorgen bovendien voor een folky inslag, die perfect aansluit bij de zinderende temperaturen op de festivalweide.

Ook Emily Nenni (★★★★) blijft trouw aan de countrytraditie. De Amerikaanse zangeres houdt het klassieke honky-tonkgeluid springlevend met een krachtige stem en een innemende podiumprésence. Soms intiem, dan weer uitbundig en dansbaar, weet ze de tent tot ver achteraan in beweging te krijgen. Nenni geeft de klassieke countrysound een eigentijdse twist en krijgt het publiek moeiteloos mee.

Omdat de Main Stage en de Bang Bang Stage elkaar geregeld overlappen, moeten er keuzes worden gemaakt. Alsof dat nog niet moeilijk genoeg is, wordt ook de wedstrijd België-Spanje op een groot scherm uitgezonden, waar eveneens heel wat festivalgangers verzamelen. Wij kwamen echter vooral voor de muziek.

The Lords of Altamont (★★★★½) – alleen al die bandnaam – serveren een broeierige cocktail van psychedelische rock en garagerock, overgoten van een mysterieus sausje. Nummers als “Death on the Highway” en “Rusty Guns” slaan meteen aan. Frontman Jake Cavaliere doet qua uitstraling wat aan Joey Ramone denken, terwijl muzikaal vooral de seventies-hardrock doorschemert. Toch klinkt de band nergens gedateerd. Integendeel, door een flinke dosis experiment aan hun sound toe te voegen, blijven ze verrassend fris en eigentijds. Een van de absolute toppers van de dag.

Dat geldt misschien nog meer voor Vandoliers (★★★★★). In hun biografie staat te lezen dat ze country, folk en bluegrass combineren met een punkattitude. Geen woord daarvan is overdreven. De Texanen zorgen voor het absolute hoogtepunt van de vrijdag – zelfs los van de sterke afsluiter Chris Isaak. Met songs als “Troublemaker”, “Endless Summer” en “Every Saturday Night” volgen de adrenalinekicks elkaar in sneltempo op. De combinatie van pure rock-'n-roll, folk en country doet de tent letterlijk daveren. Tijdens de afsluitende cover van “I'm Gonna Be (500 Miles)” van The Proclaimers verandert de hele tent in één uitgelaten dansvloer. Klasse.

Dat betekent allerminst dat Chris Isaak (★★★★½) in de schaduw blijft staan. De Amerikaan laveert  tussen crooner en rockster, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Na “Beautiful Homes” en “Somebody’s Crying” volgt de klassieker “Wicked Game” al verrassend vroeg in de set. Vervolgens haalt Isaak nog enkele iconische covers boven, waaronder Roy Orbisons “Oh, Pretty Woman” en Elvis Presleys “Can't Help Falling in Love”, waarmee hij menig verliefd koppel nog dichter tegen elkaar aan doet kruipen.
Toch draait het allerminst om de covers alleen. Ook eigen werk als “Baby Did a Bad Bad Thing” en “Black Flowers” maakt diepe indruk. Chris Isaak is een ras entertainer die schakelt tussen ontroeren en uitbundig rocken. Bovendien gunt hij zijn uitstekende begeleidingsband alle ruimte om te schitteren, wat hem alleen maar sympathieker maakt.
Van routine of een obligate greatest hits-show is geen sprake. Isaak neemt zijn publiek mee op een muzikale trip die laveert tussen romantisch slowen in het gras en stevig headbangen. Het onderstreept nog eens met een wervelende finale waarin “The Way Things Really Are” de ultieme afsluiter vormt van een bijzonder geslaagde eerste festivaldag.

dag 2 - zaterdag 11 juli 2026
Rockers en punkers, verenigt u!, leek de leuze op de tweede festivaldag van Sjock.
Straight Arrows (★★★★) heeft zijn naam allerminst gestolen. Als een nietsontziende pijl schiet dit prettig gestoorde gezelschap alles aan flarden. De Australische vaandeldragers van de psychedelische garagepunk razen compromisloos door met een rauwe, fuzzed-out sound die niemand onberoerd laat. Een vlammende start van de dag op de Main Stage.

‘Daft Punk, maar dan de rockversie’, noteerden we. Misschien wat overdreven, maar Bob Log III (★★★★) stond moederziel alleen op het podium, gehuld in een opvallende motorhelm die onvermijdelijk aan Daft Punk deed denken. Muzikaal gebeurt er ondertussen van alles. Als multi-instrumentalist bewandelt hij de meest uiteenlopende muzikale paadjes, terwijl hij zijn optreden doorspekt met een flinke dosis absurde humor en theater. Bob Log III tilt rock-'n-roll zowel visueel als muzikaal naar een compleet andere dimensie en bewijst ermee een van de meest eigenzinnige figuren van de hedendaagse rockscene te zijn.

The Datsuns (★★★★) zijn voor ons geen onbekenden meer en hebben ondertussen een indrukwekkend parcours afgelegd. Ze brengen rock-'n-roll zoals die moet zijn: zonder franjes, recht door betonnen muren heen. Snedige gitaarriffs, smerige tot furieuze drums en een zanger die zijn stembanden tot het uiterste drijft, zorgen al vroeg op de dag voor de eerste echte moshpit.
The Datsuns blijven een van de meest onderschatte rockbands. Op Sjock bewijzen ze nog maar eens hoe energiek en authentiek ze zijn binnen het hedendaagse rocklandschap. Eerlijke, oprechte rockers waar we alleen maar respect voor kunnen hebben.

Het sprankelende Braziliaans-Deense duo The Courettes (★★★★), bestaande uit Flavia Couri (gitaar en zang) en Martin Couri (drums), draait intussen al enkele jaren mee in de Europese neogaragescene. De weg van de underground naar een goedgevulde festivaltent lijkt lang, maar daar trekken ze zich niets van aan. Alsof ze al decennialang samen op een podium staan, laten ze zonder verpinken het beest los. Met een onweerstaanbare mix van pure punk en rauwe rock-'n-roll slaan ze een brug tussen verschillende muzikale werelden. De ene energiebom volgt de andere op, waardoor het dak van de Titty Twister Stage er haast letterlijk af vliegt. Over een deugddoende uppercut gesproken...

Op de eerste festival dag genoten we al van Mariachi El Bronx, op dag twee keerde dezelfde bende terug als The Bronx (★★★★). En dat leverde een totaal ander, maar minstens even indrukwekkend schouwspel op. Geen Mexicaanse straatmuziek deze keer, wel een portie rauwe punkrock. Ruw waar het ruw moet zijn, onstuimig waar het kan en vooral alles op hun pad genadeloos platwalsend. Precies zoals we het graag hebben. The Bronx joeg de temperatuur naar het kookpunt en deelde een muzikale oplawaai uit die nazinderde.

Jon Spencer (★★★★) leerden we eind jaren negentig kennen met The Jon Spencer Blues Explosion, een band die het begrip 'blues' volledig hertekende. Ook solo bewijst de veelzijdige Amerikaan nog altijd van alle markten thuis te zijn. Op de Titty Twister Stage profileert hij zich als een ras performer. Messcherpe riffs, een stem met bakken karakter en een band die als een geoliede machine draait, zorgen voor een onweerstaanbaar rockfeest. Jon Spencer laveert tussen toegankelijk en eigenzinnig, zonder aan geloofwaardigheid in te boeten. Op een speelse, doordachte manier wint hij het publiek helemaal voor zich.

SONS (★★★★) volgen we al sinds hun doorbraak in De Nieuwe Lichting van Studio Brussel in 2018. De Wase wolven hebben sindsdien een indrukwekkend parcours afgelegd en bewijzen ook op Sjock waarom ze tot de sterkste livebands van België behoren. Live klinkt SONS als een niet te stoppen pletwals. Robin Borghgraef is niet alleen een begenadigd zanger, maar ook een entertainer pur sang die het publiek in beweging krijgt. Crowdsurfers en moshpits volgen elkaar in snel tempo op, net zoals we dat eerder op Rock Werchter zagen. Opvallend: daarvoor hebben ze hun grootste publieksfavorieten, zoals “Ricochet”, niet eens nodig. Ook het recentere werk klinkt even krachtig en doorleefd. SONS deelt opnieuw een stevige mokerslag uit.

"Vijftig jaar Sjock, vijftig jaar The Kids!" schreeuwde Ludo Mariman bij de start van de set. Meteen was de toon gezet voor een punkfeest alsof het opnieuw 1976 was. The Kids (★★★★★) voelden zich als een vis in het water op Sjock. Vanaf de eerste tune hadden ze het publiek helemaal mee en straalde het spelplezier van het podium af. Zelfs Ludo bleek spraakzamer dan gewoonlijk. Misschien niet meer zo beweeglijk als vroeger – wij eerlijk gezegd ook niet meer – maar nog altijd even rebels en vastberaden. Met klassiekers als “Bloody Belgium”, “No Monarchy”, “Dead Industry”, “For the Fret” en “Freedom Liberty Democracy” bewees de band dat die songs, vijftig jaar later, nog niets aan relevantie hebben ingeboet. De tent ontplofte van voor tot achter. “There Will Be No Next Time” zorgde voor een nieuw hoogtepunt, terwijl “If the Kids Are United” werd meegebruld. Het publiek kreeg zelfs nog een bisronde met “Fascist Cops” en “Do You Love the Nazis”, waarna de cirkel helemaal rond was. Punk leeft nog altijd, en The Kids bewezen op Sjock waarom zij nog steeds tot de absolute vaandeldragers van het genre behoren. We zagen The Kids ondertussen al negentien keer aan het werk. Je zou denken dat er dan nog weinig verrassingen mogelijk zijn. Toch wist deze passage op Sjock ons opnieuw te overdonderen. Zonder twijfel een van de hoogtepunten van het festivalweekend.

Bekomen van de mokerslag die The Kids hadden uitgedeeld, kregen we nauwelijks de tijd. Osees (★★★★) stonden al klaar op de Main Stage. Meteen springen de twee drummers, Ryan Moutinho en Dan Rincon, in het oog. Ze meppen hun drumstellen genadeloos af alsof elke slag de laatste moet zijn. Toch draait Osees allerminst alleen om dat indrukwekkende ritme duo. Ook frontman John Dwyer eist voortdurend de aandacht op, terwijl de terugkeer van Brigid Dawson – voor het eerst sinds 2013 opnieuw deel van de band – het geheel extra kleur geeft. Haar bijdrage blijft beperkt tot achtergrondzang en percussie, maar maakt het plaatje wel compleet.
Osees profileert zich als een feilloos geoliede machine die het publiek inpakt. De ruim tien minuten durende finale, waarin zang en instrumentaal vuurwerk elkaar in snel tempo afwisselen, zet daar nog eens een dikke streep onder.

Met Southern Culture on the Skids (★★★★) werd even teruggegrepen naar de country-invloeden. Een welgekomen adempauze tussen al het punk- en rockgeweld, al bleef ook hier stilstaan onmogelijk. De sfeer kreeg gewoon een andere kleur. Op de aanstekelijke mix van country, rock-'n-roll en zuiderse schwung werd uitbundig gedanst. Een heerlijke set die perfect op haar plaats viel.

Levende legendes Cock Sparrer (★★★★★) zijn intussen al bijna 55 jaar bezig. Dat was ook op de festivalweide duidelijk merkbaar. Waar veel bezoekers overdag nog verkoeling zochten in de schaduw, stroomde het terrein voor Cock Sparrer plots helemaal vol. Binnen de oi!-punk zijn ze ware pioniers, en dat bewezen ze op Sjock nog maar eens. Met volle overtuiging en een flinke dosis vuur het publiek meesleuren in een stomende punkshow. Moshpits volgden elkaar in sneltempo op en elk refrein werd luidkeels meegezongen. Cock Sparrer brengt oi!-punk nog altijd recht uit het buikgevoel en walst met een indrukwekkende vanzelfsprekendheid over alles heen. Een onvergetelijk punkfeest.

The Raveonettes (★★★) bleken vervolgens een beetje de vreemde eend in de bijt. Nochtans kunnen we hun donkere, dromerige en bij momenten ronduit bevreemdende sound best smaken. De witte lichtflitsen waren echter zo fel dat je de bandleden nauwelijks zag staan. Noise, melancholie en een muur van geluid zorgden voor een intense ervaring, maar we misten net dat tikkeltje extra om helemaal over de streep getrokken te worden. Hun compromisloze aanpak kwam eerder al prachtig tot haar recht in een club als Trix, maar op een open punk- en rockfestival als Sjock verloor die magie toch wat van haar kracht. Soms is de setting minstens even belangrijk als de muziek zelf.

Afsluiten deden we met een feest waarbij werkelijk alle remmen losgingen. The Toy Dolls (★★★★★) verschenen strak in het pak en met vlinderdas op het podium, vastbesloten om het publiek anderhalf uur lang alle zorgen te doen vergeten. Dat lukte moeiteloos. Nog voor de set goed en wel op gang was gekomen, liep een bandlid al met ontbloot bovenlijf rond en werd tijdens “The Lambrusco Kid” een gigantische champagnefles ontkurkt, waarna confetti de tent in werd geschoten. De hilariteit was compleet. The Toy Dolls spelen niet alleen hun songs, ze spelen voortdurend met hun publiek. Met de cover “Nellie the Elephant”, de  klassieker waarmee ze wereldberoemd werden, volgde de ultieme apotheose. Heel even deed het spektakel denken aan een show van Green Day, al zijn The Toy Dolls intussen zelf levende legendes die al sinds de jaren zeventig bewijzen hoe tijdloos hun aanstekelijke mix van humor, punk en ska klinkt. Een uitzinnig slotfeest dat deze tweede festivaldag onmogelijk beter had kunnen afsluiten.

dag 3 - zondag 12 juli 2026
Een opvallende vaststelling op deze derde festival dag: waar er op vrijdag en zaterdag al vroeg heel wat volk voor de podia stond, bleef het nu aanvankelijk opvallend rustig. Naarmate de avond dichterbij kwam, stroomde de festivalweide steeds voller met een publiek dat toch net iets anders oogde dan de voorbije twee dagen. Het had ongetwijfeld ook te maken met afsluiter Joan Jett & The Blackhearts, de absolute publiekstrekker van de dag.

Wij begonnen al vroeg in de namiddag bij Provocador (★★★★). De energieke punk- en hardrockband uit Gierle speelde letterlijk een thuismatch en maakte daar optimaal gebruik van. Ooit ontstaan vanuit de lokale Chiro en intussen een debuutplaat uit met o.m. “I Lost My Cerebellum” en “Fuckmachine”, ging het vijftal compromisloos tekeer. De band smeet zich vanaf de eerste noot. Precies dat engagement maakte indruk. Hun aanstekelijke portie punk/rock-'n-roll bleef nog lang nazinderen.
Een bende jonge wolven met stevig potentieel.

Arrested Denial (★★★★) is een streetpunk-/ska-punkband uit Hamburg die sinds 2009 melodieuze streetpunk combineert met invloeden uit oi!, ska en klassieke punkrock. Hun uitgesproken antifascistische boodschap gaat hand in hand met energieke liveshows, en precies dat, kregen we ook voorgeschoteld in een goedgevulde Titty Twister Stage. Geen overbodige franjes of ingewikkelde capriolen, maar pure, rechttoe-rechtaan punkrock in voldoende energie om al vroeg op de namiddag beweging in de tent te krijgen. Missie meer dan geslaagd.

De rock-'n-rollliefhebbers kwamen vervolgens ruimschoots aan hun trekken met The Schizophonics (★★★★½) uit Detroit. Het trio, bestaande uit zanger/gitarist Pat Beers, drummer Lety Beers en bassiste Sarah Linton, ging als een losgeslagen roedel wolven tekeer. Vooral Pat Beers ontpopte zich tot een waar podiumbeest. Hij dook in elke uithoek van het podium op en eindigde zelfs tussen het publiek. Zijn spierwitte hemd was tegen het einde van de set volledig doorweekt van het zweet, het beste bewijs dat hier geen druppel energie werd gespaard. De band joeg de temperatuur op de Bang Bang Stage nog een paar graden hoger, alsof die snikhete zondagnamiddag op zich nog niet warm genoeg was.

Tijd voor wat rauwe kost. Nine Pound Hammer (★★★★) klonk als rauwe biefstuk én dus niet voor een gevoelige maag; voer voor liefhebbers van ongepolijste rock-'n-roll. Precies dat soort compromisloze muziek past perfect binnen het DNA van Sjock Festival.
De cowpunkers uit Kentucky draaien al sinds de jaren tachtig mee en doen nog altijd koppig hun eigen ding. Geen franjes, gewoon rechttoe-rechtaan rock-'n-roll en in een wat een attitude.
In de ondertussen goed volgelopen Titty Twister Stage sloeg die aanpak meteen aan. Hun muziek voelde als een onwrikbare muur waar je keer op keer met volle overtuiging tegenaan knalt. Hard, ruw en compromisloos. Wat een zalige gewaarwording.

Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van het Sjock Festival werd speciaal de Sjock's Rendez-Vous Band (★★★★★) samengesteld. Een gelegenheidsformatie met klinkende namen als Kevin Maenen (Shalalees, Sore Losers), Alessio Di Turi (Wixcakes, Sore Losers), Steven Gillis (50ft Combo, Thee Andrews Surfers, Straight Shooter), Cedric Maes (Shalalees, Sore Losers, El Guapo Stuntteam) en Peter Van Elderen (Peter Pan Speedrock, TankZilla). Geen kleine jongens dus.
Vanaf de eerste noot greep dit illustere gezelschap het publiek bij de lurven. Voor het eerst die dag stond er een opvallend grote massa voor het podium om deze eenmalige verjaardag sessie mee te beleven. De verwachtingen waren hoog, maar werden moeiteloos ingelost. De band bracht een energieke set waarin rock-'n-roll, spelplezier en puur vakmanschap hand in hand gingen. Het voelde niet aan als een vrijblijvend gelegenheidsproject, maar als een hechte band die al jaren samen op het podium stond.
Meer nog: dit smaakte naar meer. Stiekem hopen we dat dit geen eenmalig verhaal blijft.

Street Dogs (★★★★★) uit Boston werd in 2002 opgericht door Mike McColgan, de voormalige frontman van Dropkick Murphys. Na een afscheid in 2020 keerde de band in 2024 opnieuw terug, tot grote vreugde van de trouwe fans. Wij leerden Street Dogs kennen op Groezrock in 2005. Sindsdien is de liefde nooit meer weggegaan. De vraag was dan ook of de Amerikanen, ruim twintig jaar later, nog altijd even relevant zouden klinken. Het antwoord is een overtuigende, volmondig ‘ja’.
Nog steeds brengen Street Dogs die karakteristieke spierballenpunk, met een flinke portie humor; messcherpe songs en een sound die staat als een huis.
Een band die na al die jaren met evenveel goesting speelt, als een roedel hongerige wolven. Wat een dynamiek en intensiteit. Precies zoals het hoort.
Street Dogs bewezen op Sjock dat hun comeback in 2024 allesbehalve een nostalgische reünie is. Ze klinken nog altijd even gedreven én relevant. We love it!

‘Kiezen is altijd een beetje verliezen’ luidt het spreekwoord. Op een festival als Sjock hoeft dat gelukkig niet altijd zo te zijn. Voor de volgende twee bands besloten we onze tijd netjes te verdelen.
Eerst trokken we naar de Bang Bang Stage voor Angry Zeta (★★★★). Ondanks hun naam klonk de zevenkoppige band uit Buenos Aires allesbehalve boos. Ooit begonnen als een traditionele bluegrass-, country- en hillbillyband, groeiden ze uit tot een vaste waarde binnen de Argentijnse punkscene. Die brde invloeden vloeien vandaag moeiteloos samen in een aanstekelijke cocktail van folk, punk en ska. Het resultaat was een uitbundig dansfeest met een heerlijk Zuid-Amerikaans sausje. Opzwepend, eigenzinnig en vooral ontzettend plezant.
Daarna ging het richting Main Stage, waar Cosmic Psychos (★★★★) voor een totaal andere aanpak kozen. Geen feestelijke folkpunk, maar rauwe, ongepolijste rock-'n-roll met de nodige spierballen. De Australiërs speelden een impulsieve, energieke en compromisloze set waarin vuige riffs en een loodzware groove de boventoon voerden. Minder speels dan Angry Zeta, maar minstens even doeltreffend. Twee totaal verschillende bands, twee keer raak.

Terug naar de Titty Twister Stage, waar Zeke (★★★★½) het gaspedaal meteen tot op de bodem indrukte. De punkrockers uit Seattle klinken al sinds 1992 alsof Motörhead een extra versnelling heeft gevonden. De jaren lijken geen enkele vat op hen te hebben. Ook nu staat Zeke nog altijd als een blok graniet op het podium.
Handelsmerk: korte, messcherpe songs die als een botte bijl blijven inhakken op je lijf. Geen overbodige franjes, geen seconde tijdverlies, alleen pure snelheid, vuige, vurige riffs en een niet aflatende drive. Lemmy had hier ongetwijfeld goedkeurend staan knikken. Wij alleszins ook, samen met een Titty Twister Stage die compleet uit zijn dak ging.

Hoe later de avond vorderde, hoe voller de festivalweide liep. The Paranoiacs (★★★★★) kwamen aan bod, een absolute publiekslieveling op het programma. De band werd midden jaren tachtig opgericht en groeide uit tot een vaste waarde binnen de Belgische garage- en punkrockscene. Niet voor niets werden ze jarenlang ‘de Vlaamse Ramones’ genoemd.
Ter gelegenheid van vijftig jaar Sjock Festival maakten deze Belgische garagerockiconen een uitzonderlijke comeback. Geen uitgebreide reünietour of nieuw album, maar slechts een handvol exclusieve optredens. Sjock mocht daarbij uiteraard niet ontbreken.
Vanaf de eerste noot voelde je dat dit veel meer was dan een nostalgische terugblik. The Paranoiacs speelden alsof ze nooit waren weggeweest. Ze moesten eigenlijk nauwelijks moeite doen om het publiek helemaal in te pakken, Het gaspedaal werd ingedrukt. Het tempo ging nog een paar versnellingen hoger, de energie spatte van het podium en de festivalweide ging gewillig mee in een wervelend garagepunkfeest.

‘Boze dwergen bestaan dus wel degelijk’,  noteerden we. The Dwarves (★★★★) draaien al mee sinds het midden van de jaren tachtig en groeiden uit van een compromisloze hardcorepunkband tot een van de meest controversiële namen binnen de Amerikaanse punkscene. Hun choquerende imago en de vele personeelswissels doorheen de jaren deden nooit afbreuk aan waar het uiteindelijk om draait: snoeiharde, razendsnelle punkrock. Op Sjock bewezen ze dat nog maar eens.
The Dwarves ramden zich in ijltempo door een meedogenloze oldschoolpunkset die je niet probeert te analyseren, maar gewoon moet ondergaan. Chaotisch, opwindend en zonder één moment gas terug te nemen. We werden murw geslagen, zoals het hoort bij hen!

Tegen de tijd dat L7 (★★★★½) het hoofdpodium beklom, stond de festivalweide bijna helemaal vol. De Amerikaanse rockband uit Los Angeles, die sinds het midden van de jaren tachtig een vaste waarde is binnen de alternatieve rock- en grungescene, liet er geen gras over groeien.
Met onder meer “Deathwish” werd de set meteen stevig op gang getrokken. Toch profileerde L7 zich allerminst als een band die uitsluitend op haar klassiekers teert. Integendeel. Elke song werd gespeeld met dezelfde overtuiging en hetzelfde buikgevoel als veertig jaar geleden. Dat enthousiasme sloeg moeiteloos over op het publiek, waar uitbundig werd mee geheadbangd, meegezongen, met vuisten in de lucht gezwaaid en de nodige luchtgitaren werden bovengehaald.
Klassiekers als “Fuel My Fire”, “Pretend We're Dead” en “Bad Things” volgden elkaar in snel tempo op en maakten van deze show een voorbeeld van hoe eenvoudige, compromisloze rock-'n-roll nog altijd goed, hard kan binnenkomen. Geen overbodige franjes, geen routine, maar nostalgie die raakte en overeind bleef Klasse, dames.

En toen was het tijd voor een brok folkpunk. Mike McColgan & The Bomb Squad (★★★★), de band rond voormalig Dropkick Murphys-frontman Mike McColgan, bracht een integrale ode aan ‘Do or Die’, het debuutalbum van zijn voormalige band. De vergelijking met Dropkick Murphys is vanzelfsprekend snel gemaakt. De doedelzak, de meezingbare refreinen en de aanstekelijke folkpunk liggen in dezelfde lijn. Toch beschikt McColgan met zijn Bomb Squad over voldoende eigen smoel om niet als een ordinaire coverband over te komen. Integendeel. Met zichtbaar spelplezier en het gaspedaal voortdurend tegen de vloer ontstond opnieuw een wervelend folkpunkfeest in een uitgelaten Titty Twister Stage. De songs van ‘Do or Die’ klonken nog even fris en overtuigend als destijds.

Na drie kwartier compromisloze rock van L7 lag de lat bijzonder hoog. Joan Jett & The Blackhearts (★★★★) koos niet voor dezelfde explosieve aanpak, maar voor een show die dreef op charisma, tijdloze songs en een band die al jarenlang perfect op elkaar is ingespeeld. “Victim of Circumstance was een sterke opener, waarnaDo You Wanna Touch Me (Oh Yeah) de eerste handen op elkaar kreeg. Met “You Drive Me Wild dook ook meteen een eerste Runaways-klassieker op, wat voor een eerste hoogtepunt zorgde.
Naarmate de set vorderde, zaten er enkele rustigere momenten tussen, maar Joan Jett bleef onverstoorbaar haar koers varen.
De apotheose volgde vanzelf metI Love Rock n Roll en “Crimson and Clover. Twee covers die inmiddels zo hard met Joan Jett verbonden zijn, dat je haast vergeet dat ze ooit door anderen werden geschreven. Ze brengt ze met zoveel overtuiging en liefde dat ze volledig haar eigen songs lijken.
Afsluiten deed ze krachtig met de eigen klassiekers “I Hate Myself for Loving You en “Bad Reputation”. Geen spectaculaire finale, wel een waardige afsluiter van een festival waar rock-'n-roll drie dagen lang centraal stond.

Sjock Festival draait niet om de grootste naam op de affiche. Het draait om bands die spelen alsof ze headliner zijn, en een publiek dat elke band op die manier behandelt. Precies daarom blijft dit festival, vijftig jaar na zijn ontstaan, zo uniek.
Lang mogen ze dit gedoodverfd concept blijven koesteren. Want soms schuilt de grootste kracht net in trouw blijven aan jezelf.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9918-sjock-2026?Itemid=0
Organisatie: Sjock, Gierle

Danny Vera - Great Gigs In The Park - Tussen een crooner en een rasechte rocker

De Nederlandse singer-songwriter Danny Vera schrijft al sinds zijn tienerjaren liedjes over het leven, de liefde en de dood. In 2019 scoorde hij met “Roller Coaster” een gigantische hit, waarna heel Nederland hem in het hart sloot. Intussen speelt hij moeiteloos uitverkochte zalen en is hij ook volop bezig Vlaanderen te veroveren. Geen wonder dus dat zijn optreden op Great Gigs in the Park in Sint-Niklaas zo goed als uitverkocht was.
Danny Vera beweegt zich moeiteloos tussen de charme van een crooner en de kracht van een rasechte rocker. Die unieke combinatie maakt hem tot een artiest die zowel kan ontroeren met ingetogen ballads als het publiek kan meeslepen met een stevige portie rock-'n-roll.

Jan Bas  is songwriter, gitarist en rock-'n-rollromanticus, met het hart op de juiste plaats. Met een sound in americana, soul en roots bouwt hij aan een eigen, doorleefde sound, ergens tussen Richard Hawley, Leon Bridges en de jonge Bruce Springsteen in. Zijn debuutalbum verschijnt pas in 2027, maar live bewijst hij nu al zijn kunnen.
Met enkel zijn gitaar en zijn doorleefde stem doet hij zijn uiterste best om het talrijk opgekomen publiek te ontroeren. Dat vergt aanvankelijk wat inspanning, maar gaandeweg krijgt hij het park wonderwel stil. Met eigen nummers, covers van onder meer Chris Isaak en Bruce Springsteen én een eigen song geïnspireerd op Elvis Presley oogst hij moeiteloos applaus.
Toch bewijst Jan Bas vooral over een eigen smoel te beschikken. Hij laveert tussen melancholie en aanstekelijke americanarock, precies de stijl waarvoor het merendeel van het publiek naar Sint-Niklaas was afgezakt.
Op 1 april 2027 stelt hij zijn debuutalbum ‘Sundust’ voor in de AB Club. Dat is allerminst een aprilgrap, maar wel een concert om nu al naar uit te kijken.

De charismatische crooner en hartenbreker Danny Vera zorgt vervolgens voor een zwoele zomeravond vol kippenvelmomenten. Zijn songs raken de gevoelige snaar en zetten aan tot enkele danspasjes bij valavond. “Night of a 1000 Lights”, “Sound of Long Ago” en vooral het prachtige “The Devil's Son” komen sterk binnen.
Terwijl een zachte avondbries over het park waait en de temperaturen eindelijk wat draaglijker zijn na de hittegolf van de voorbije weken, doen Vera en zijn uitstekende begeleidingsband de temperatuur figuurlijk opnieuw richting kookpunt stijgen. Ruim negentig minuten lang - en zelfs iets langer - houdt hij het publiek volledig in zijn greep. Enkele technische problemen met de boxen vooraan zorgen wel voor wat ergernis, maar kunnen de pret nauwelijks drukken. Danny Vera is een ras entertainer die zich niet snel uit zijn lood laat slaan en zijn publiek moeiteloos meeneemt in zijn verhalen. Soms worden zijn bindteksten wat langdradig, maar dankzij zijn ontspannen charisma stoort ook dat nauwelijks.
Met nummers als “Make It a Memory” en de prachtig gebrachte cover van “Zijn het je ogen” doet hij menig hart smelten onder de ondergaande zon. Net als de persoonlijke ode aan een overleden vriend, “Bye Bye Eddie”, laat ook dat nummer niemand onberoerd.
De hele avond blijft Vera balanceren tussen dansbaar en intiem. Hij weet perfect wanneer hij gas moet terugnemen en wanneer hij net een versnelling hoger moet schakelen. Die afwisseling werkt aanstekelijk, waardoor het concert voorbij lijkt te vliegen. Songs als  “Morning Dawns Again”, “Livin' Proof”, “Pressure Makes Diamonds” en “Sugah Rush”  illustreren het perfect.
Er volgt nog een bisronde. Eerst krijgt Danny Vera het park muisstil met een bijzonder persoonlijke song, solo gebracht met enkel gitaar. Daarna trekt hij samen met zijn band nog één keer alle registers open in een meeslepende americanawervelstorm, met onder meer “Roller Coaster”, “If You Want Me To” en “Folsom Prison Blues”.
Als een volleerd entertainer bewandelt hij de lijn tussen een hartveroverende crooner en een pure, rasechte rocker. Een kunst!

Setlist : Night of a 1000 Lights - Sound of Long Ago - The Devil's Son - Plastic Jesus - Morning Dawns Again - Livin' Proof - All Night Long - Zijn het je ogen (Koos Alberts-cover) - Bye Bye Eddie - Switchblade - Make It a Memory - Pressure Makes Diamonds - Road Rhythm Blues - Sugah Rush - Honey South - Roller Coaster - If You Want Me To - Folsom Prison Blues

Pics homepage @Tim Vermoens

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Prins S. en De Geit - Great Gigs In The Park - Een gek avondje alle remmen los

De Great Gigs In The Park-reeks zet dit weekend een punt achter een geslaagde editie. Op zondag 5 juli volgt nog een gratis slotfeest met de plaatselijke helden Steppin' Tone, die ongetwijfeld voor een flinke dosis reggae- en dubvibes zullen zorgen.
Voor ons lag de laatste  afspraak echter op zaterdagavond. De affiche beloofde een feest van begin tot einde, met als absolute publiekstrekker Prins S. en De Geit. Het Nederlandse collectief staat bekend om zijn onweerstaanbare cocktail van rauwe dancebeats, pompende elektronica en spitsvondige, licht absurde Nederlandstalige teksten. Een combinatie die al talloze clubs, concertzalen en festivalweides volledig op hun kop zette. Alsof dat nog niet volstond, stond ook het afscheid van Willy Organ op het programma. De Gentse cultfiguur, die de voorbije jaren een haast mythische livefaam opbouwde met zijn compromisloze en heerlijk eigenzinnige optredens, zou nog één keer de toetsen beroeren. Alle ingrediënten voor een memorabele festivalavond waren dus aanwezig.
We zouden dit verslag kort kunnen houden en meteen besluiten: dit was de meest absurde avond van de hele reeks. Die absurditeit bleek immers de rode draad.

Willy Organ, getooid in een jeansvest zonder mouwen vol badges en een opvallende short, mocht de spits afbijten. Helemaal in zijn gekende stijl. Schlagers brengen en die overgieten met een flinke dosis humor en jolijt. Hij kreeg moeiteloos de handen op elkaar. Sommigen waren zelfs speciaal voor deze unieke farewell show afgezakt naar Sint-Niklaas. Nog één keer het dak eraf laten gaan, dat was duidelijk de boodschap. Meermaals bewees deze grappenmaker pur sang bovendien dat hij ook een aardig stukje kan zingen én brullen. Maar vooral: hij weet als geen ander hoe hij zijn publiek moet bespelen. Je haat het of je houdt ervan. Hij haalde grappen en grollen uit, ging zelfs op de grond gaan rollen en op het einde van de set mochten fans mee op het podium.
Dat hij als enige voorprogramma van de volledige Great Gigs In The Park-reeks nog een extra bisronde mocht draaien, zegt eigenlijk alles.
Stoppen vóór je een karikatuur van jezelf dreigt te worden: dat leek de onderliggende boodschap. En daarin is Willy Organ met glans in geslaagd.
Wat een heerlijk feestje, met het verstand volledig op nul. Het ga je goed, Willy. Misschien tot bij een volgend project?

Absurditeit op Hollandse wijze: het is eens iets anders. Bands als Goldband spelen met die ingesteldheid moeiteloos grote zalen plat en prijken hoog op de affiches van de grootste festivals. Prins S. en De Geit  voegen er nog een flinke scheut punkattitude aan toe, en dat kunnen wij alleen maar smaken. Feesten staat centraal; het leven is al ernstig genoeg.
De bijzonder spraakzame frontman neemt zijn publiek vanaf de eerste noot mee in een compleet losgeslagen sfeer. Daarbij worden alle klassieke concertclichés bovengehaald: een sit-down, van links naar rechts bewegen tijdens “Kinderboerderij”, meerdere keren de handen massaal de lucht in ... Maar de band komt er moeiteloos mee weg.
Muzikaal valt Prins S. en De Geit nauwelijks in een hokje te stoppen. Als er dan toch een etiket op moet, dan misschien ‘pretpunk’, al dekt ook dat de lading niet volledig. De groep speelt zijn set alsof ze voor een afgeladen festivalweide staan, en dat siert hen. Opvallend genoeg was er deze avond immers minder volk aanwezig dan je op basis van de affiche zou verwachten. Daar was tijdens het optreden echter niets van te merken. Het aanwezige publiek ging zo enthousiast tekeer, aangestuurd door een band die zelf minstens even speels uit de hoek kwam. Zelfs een moshpit tijdens “Bidden in de Moshpit”, waarbij de frontman doodleuk tussen het publiek ging staan, zorgde voor een extra hoogtepunt.
Prins S. en De Geit zorgden voor een gek avondje alle remmen los, volledig volgens de beste Hollandse traditie. Met humor, kwinkslagen en een dosis absurditeit werd het een feestavond die nog lang zal nazinderen.
Deze muzikale België-Nederland-ontmoeting eindigde op een mooi gelijkspel. Beide acts bleken in hun compleet eigen universum even sterk. Klasse.

Pics homepag @Sven Dullaert

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

woensdag 01 juli 2026 20:13

Absentia

We volgen de Belgische formatie Splendidula al vanaf het prille begin, en hebben hen zien evolueren door de jaren heen. De laatste jaren  - van 2022 tot nu - heeft de band heel wat woelige waters doorzwommen. Een understatement als je het ons vraagt.
Ze hebben de stormen doorstaan, en ze profileren zich nu binnen de sferische Black/Doom Metal. Het blijkt ook uit het recente album 'Absentia'. Een plaat waar de bijzondere stem van zangeres Kristien Cools nog meer op de voorgrond treedt.
Lees gerust het interview https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/102446-splendidula-het-idee-om-de-release-show-in-een-kerk-te-doen-is-ontstaan-als-afscheids-ritueel-in-navolging-van-de-thema-s-van-de-plaat 
Lees gerust de albumvoorstelling in Church 'Het Marca' in Maarkedal - https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/102554-splendidula-splendidula-brengt-ons-in-een-wave-van-loslaten  

Het sacraal mooi klinkende “Absentia” met inbreng van Tim Yatras komt heel hard binnen, de emoties borrelen op en de sfeer lijkt somber, maar ergens zie je steeds een lichtpuntje. In een weerbarstige finale, waarbij de frustraties hoogoplopend zijn, worden alle demonen een eerste keer verdreven.
“Echoes of Quiet Remain” met Aaron Staithrope klinkt zelfs nog intenser, alsof dat nog kon. “Donkerte” luidt een eerste Nederlandstalige song in. De grens wordt overschreden, de stem van Kristien bereikt hier een breekpunt. Grauw waar het grauw moet zijn, zalvend waar nodig. Telkens worden we tot een punt van waanzin gedreven door die opvallende stemvariaties van Kristien, zonder afbreuk te willen doen aan de instrumentatie.
Die lijn wordt verder doorgetrokken op “Dalkuldar” en het verbluffende mooie “Kilte”.
De band liet al weten dat ze meer de Black Metal toeren willen opgaan, hier komt het reeds naar boven. Geen satanische black, maar het soort Black Metal die de donkere ziel voedt en intrigeert; een duisternis die de donkere gedachte beschermt. Met “Let it come, to an End” wordt een eindpunt bereikt, waarbij de mens alle emoties loslaat, niet meer achterom kijkt en eindelijk de tunnel naar het licht kan bereiken.

Afrekenen met demonen, en vooral loslaten, is de rode draad doorheen deze prachtplaat. Live wist Splendidula ons tot tranen toe te bedwingen, ook het beluisteren van deze plaat brengt ons tot hetzelfde. De leegte die je voelt bij verlieservaringen komt op dit album in een schreeuw van pijn boven drijven. We voelden die pijn dus ook. Maar kregen vooral kracht om ook eindelijk alles los te laten… Zelfbevrijdend. Missie geslaagd.

https://www.youtube.com/watch?v=d56IoOv2x6U

Tracklist: Absentia 07:35 Echoes of Quiet Remain 09:36 Donkerte 05:51 Dalkuldar 03:05 Kilte 09:13 Let It Come to an End 07:37

Blackened/Doom
Absentia
Splendidula

woensdag 01 juli 2026 20:08

One Song (Until the day breaks)


We citeren: ‘Anke Verslype heeft een reeks eenvoudige en melodieuze stukken gecreëerd die tijdens een live studiosessie door middel van improvisatie tot stand zijn gekomen. Het album is in één doorlopende opname opgenomen en kan worden beluisterd als één lange reis, hoewel elk deel ook op zichzelf staat.
De muziek combineert vrije improvisatie met warme, toegankelijke melodieën die je bijblijven. Het album schakelt tussen verrassende klanken en eenvoudige, prachtige thema's en nodigt de luisteraar uit voor een spontane en oprechte muzikale ervaring.
Bron: https://verslypecornelisbuleshkaj.bandcamp.com/album/one-song-until-the-day-breaks

We hebben de plaat dan ook in één ruk beluisterd. En inderdaad, elke song is een pareltje waar de muzikanten op intieme wijze laten horen wat voor een ingenieuze talenten ze wel zijn. Zachtmoedig waar het hoort op “Intro”, ook al klinkt in de verte iets mystieks en ongrijpbaars, alsof iets donkers nadert vanuit een schaduw. Zonder pijn te doen, want die zalvende klanktapijtjes zijn bedwelmend. Het maakt de overstap naar “Part one” en Part two (until the day breaks)”, het voelt aan als een wandeling die je met dit trio ondergaat, op het pad kom je de mooiste bloemen tegen, het siert de eenvoud van het leven en maakt het zo mooi! Dingen die we in de gejaagdheid van het leven vaak zijn vergeten.
Dee tocht wordt verdergezet bij “Part three” dat iets meer overstuurds klinkt dan de vorige songs. Maar daarom niet perse luidruchtiger. “Part four” op zijn beurt laat een iets meer 'experimenteel' en 'improviserend' kantje horen. Het gaat op die manier naar “Bells” en afsluiter “Part five', een slot dat mooi op dit alles aansluit.

Verslype/Cornelis/Buleshkaj bewandelen een uitgekiend zachtmoedig pad, waardoor je als een ander mens naar buiten komt. We moesten de versterker op sommige momenten zelfs wat hoger zetten, om het echt te voelen en ervoor te zorgen dat geen enkel ander storend geluid binnen kwam.
Een aanrader in deze tijden. Elke song ademt diezelfde intensiteit en tederheid uit, waardoor je best de plaat met de ogen gesloten op je laat inwerken. Wij geraakten alvast in een diepe trance en voelden ons na enkele luisterbeurten compleet zen worden.
Een mediatieve totaalbeleving, zonder meer!

https://www.ankeverslype.com/verslype-cornelis-buleshkaj

Tracklist: Intro 03:42 Part One 03:40 Part Two (Until the Day Breaks) 05:07 Transition ### 03:49 Part Three (Lilies) 03:49 Part Four (I've Come Home) 05:50 Bells 01:16 Part Five (Outro) 02:49

Monza (try-out) - Great Gigs In The Park 2026 - De Vlaamse Beatles!

In het rijtje 'Belgische bands die Nederlandstalige muziek in de schijnwerpers hebben geplaatst', hoort Monza ook thuis. Hun debuut 'Van God Los'; 25 jaat terug, is uitgegroeid tot een ware klassieker.
Monza viert in 2026 het 25-jarig jubileum van hun legendarische debuutalbum 'Van God Los' met een grootschalige comeback. De iconische plaat is opnieuw uitgebracht (digitaal en op vinyl) en de band brengt een gloednieuwe, kwartierlange 'Very Extended Version' van de titelsong.
In kader van ''The holy garden sessions' speelde de band anderhalve week terug voor een openluchtgig in Kortemark. Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103271-monza-try-out-nederlandstalige-pop-op-z-n-best-van-een-fijne-band-even-warm-onthaald-door-een-fijn-publiek. Een aangename, overtuigende return!
In een goed gevuld Park in de Casino, Sint-Niklaas deed Stijn  en C° het nog eens over. Spraakwaterval Stijn Meuris is een woordkunstenaar ‘pur sang’ die de meeste aandacht naar zich toetrok, maar hij een combo rond zich die de (oude) songs naar een hoger level brengen.
On stage hadden we Stijn Meuris (Zang) - David Poltrock (Toetsen) - Mario Goossens (Drums) - Piet De Pessemier (Gitaar) - Tom Coghe (Basgitaar - vervangt wijlen Bart Zegers).

Support-act was de jonge getalenteerde troubadour Camilo Donoso (****). Met zijn warme stem, begeleid door zijn gitaar en een tweede lid op keys, wist hij meteen de juiste sfeer te creëren. Zijn persoonlijke songs kwamen straight from the heart, breekbaar, ontroerend als scherp, onfronterend.
Een hedendaags kleinkunsttovenaar kon je zeggen van deze beloftevolle artiest; hij bracht een warme gloed over het park. Jammer genoeg een keuvelend publiek, waardoor de innemende songs minder overkwamen, maar hij liet zich geen moment uit zijn lood slaan. Het welgemeende applaus na de set maakte duidelijk dat hij sterk geapprecieerd werd.

Monza (*****) vloog er meteen in met “Naïviteit” en “Scheiding van Kerk en Staat”. Met een flinke dosis droge humor, subtiele steekjes tussenin en muzikaal een aanstekelijke mix van Nederlandstalige pop en rock, kregen Stijn Meuris en C° het publiek moeiteloos mee. “De ogen van Jenny”, een nummer over gemis en de vraag ‘waarom’, kreeg de set een meer ingetogen wending. Opnieuw werd duidelijk dat Stijn Meuris een rasentertainer is. Zijn bindteksten, de anekdotes zijn gevat, geestig en schuwen de controverse niet. De vaart wordt niet uit het optreden gehaald erdoor.
Monza is een sterk geoliede machine . Ze zijn sterk op elkaar ingespeeld en elk krijgt voldoende ruimte, in messcherpe gitaarpartijen, stuwende baslijnen, sfeervolle piano- en keys van David Poltrock en het energieke drumwerk van Mario Goossens.
“Tegenstand = Mooi” en “Wie Danst Er Nog” zijn favorietjes.
De frisse, speelse en enthousiasmerende aanpak in een nostalgische blik sierde. Het wisselde maar steeds in dynamiek en ingenomenheid, van het energieke “Parvenu” naar het broeierige “Alleen Zijn en Hoe Er Mee Om Te Gaan tot het emotionele “Alles Half”. Met een lang uitgesponnen versie van “Van God Los” bereikte de set een hoogtepunt. De massaal meegezongen ‘oo's’ en ‘aa's’ zorgden voor kippenvel en trokken de klassieker naar een hoger niveau. Een prachtig eind van de reguliere set, waarna “De Stad Kan Zo Koud Zijn” als bis werd gespeeld.
Mooi is hoe Stijn telkens wat insteeks uitdeelt over Sint-Niklaas of errond heen, o.a. van Hooverphonic. Alex Callier stond in het park en zocht Stijn even op aan het podium. Tot groot jolijt van het publiek.
Monza bewees in Sint-Niklaas dat deze come-back meer is dan een nostalgische blik op het iconische debuutalbum.
De band klinkt fris, gretig en vooral hecht. Stijn Meuris is en blijft een ras entertainer omringd van muzikanten die met vakmanschap en spelplezier Monza her updaten, waarin elk nummer dezelfde energie en overtuiging ademt als 25 jaar terug.
Door de uitgekiende setlist is en blijft Monza naast Stijns Noordkaap een blijvende relevantie in de Nederlandstalige rock. De Vlaamse Beatles. Een jubileumtour om U tegen te zeggen , eentje die nog niet is uitgezongen … Op naar Rock Werchter … en meer van dat . U was een fijn publiek!

Setlist: Naïviteit // Scheiding kerk en staat // De ogen van Jenny // Naar men zegt // Tegenstand = mooi // Wie danst er nog? // Adolescent Sex  (Japan cover) // Parvenu // Alleen te zijn en hoe er mee om te gaan // Alles half // Van God los  //
Encore: De stad kan zo koud zijn

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
Monza
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9884-monza-29-06-2026?Itemid=0

Camilo Donoso
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9883-camilo-donoso-29-06-2026?Itemid=0

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Live Is Live 2026 – van 27 juni t-m 29 juni 2026 - Robbie Williams – Popentertainer bij uitstek!
Live Is Live 2026
Middenvijver Park
Antwerpen
2026-06-27
Erik Vandamme

Het concept van Live Is Live - vorig jaar een sabbat jaar - is lichtjes veranderd. De drie dagen zijn gebouwd rond een headliner, met enkele concerten die deels in dezelfde lijn op aansluiten.
Met maandag Iron Maiden en zondag Nick Cave and the bad seeds bleek het een schot in de roos. Op de eerste festival dag kregen we niemand minder dan Robbie Williams. Het was ook een beetje de heetste dag van de prille zomer, en met dreigende 'onweersberichten' die zorgden voor afgelaste festivals 'last minute'.
Ons respect gaat dan ook uit naar de duizenden fans die de hitte trotseerden, maar ook - en vooral - de vele vrijwilligers die zorgden dat de muziekliefhebber ondanks alles, toch een fijne concertdag konden beleven, steeds met de glimlach. Chapeau !
Wat de muziek betreft? Het werd al gauw duidelijk dat de meesten voor Robbie Williams waren gekomen, die zich naar goede gewoonte toonde als een entertainer 'pur sang'. Het werd een leuke dag met de andere acts erbij.

We pikten een stukje Cleymans & Van Geel (****) op als opener, die hun ervaring als theatermakers, TV persoonlijkheden en top talent als zanger/ entertainers toonden  voor een al matig opgekomen publiek. Hun set vol aanstekelijke songs met een hoge dosis humor, brachten alsof ze het voor een volledige festivalweide deden. Petje af!

De bekoorlijke Davina Michelle (****) had een heuse 'huiskamer' geïnstalleerd op het podium met zitbankjes en en staande lampen. Het zorgde voor een gezellig, 'cosy', knus sfeertje. Ook in de set kwam het tot uiting. Ze straalt zelfzekerheid en vertrouwen uit. Davina spreekt voortdurend haar publiek aan, gaat hen opzoeken en neemt iedereen mee in haar verhaal. Ze spoort de fans ook aan mee te zingen, en slaagt er mooi in.
Davina heeft al wat hits op haar naam staan, en is op weg een grote naam te worden in de pop scene.  Davina Michelle deed met haar huppelende act iedereen naar adem happen. Songs vanuit het buikgevoel. Klasse dame, zonder meer.

Ozark Henry (****) trotseerde evenzeer de hitte om zijn emotioneel beladen songs aan het brede publiek te brengen. Zijn warme stem en uitstraling deden de temperatuur stijgen. Opzwepende songs als “At Sea” en “I'm your sacrafice” deden iedereen zweven. Ozark Henry gaat zijn publiek ook letterlijk opzoeken. Muzikaal tussen melancholie, droom en groove, opwinding. Klasse ook wat hij bracht.

Op deze 'entertainment dag' mocht onze grootste Belgische entertainer niet ontbreken. Bart Peeters & De Ideale Mannen (****)hebben een rits hits uit, die elke Vlaming en Belg intussen wel kent. Bart en C° hebben een soort ‘jonge wolven speelsheid’. Een artiest met tonnen charisma verhalen vertellen. Aanstekelijke liedjes waarop de eerste danspasjes volgden en die door iedereen worden meegebruld. Sjiek.

We keken al een tijdje uit naar het duo Suzan & Freek (*****). Niet alleen om hun emotioneel beladen verhaal van het koppel, maar vooral ook hoe ze het in de nummers brengen vanuit hun gevoel. Persoonlijk weten ze de mensen diep te raken. Ondanks de wolk van weemoed, is dit geen volledige tristesse , maar ook één van hoop.
Suzan & Freek weten goed genoeg hoe pijn en vreugde zo dicht bij elkaar kunnen liggen, de ziekte van Freek staat in sterk contrast met de geboorte van hun kind. In hun bindteksten hadden ze het er ook over.
In hun songs zorgden ze voor knuffelmomenten en dynamiek. Op songs als “Niemand" had je de verwijzing naar de ziekte van Freek, waarbij hij het publiek opriep het leven te vieren. Op "NU en niet morgen" stonden we letterlijk met tranen in de ogen. Met “De Overkant” en “Honderd keer” werden de dansspieren dan aangesproken. Een mooie pianoballade, “Lichtjes branden” wisten ze ons diep te ontroeren. Wat een afwisseling in emotionele rollercoasters van het duo. Kippenvelmomenten pur sang!

Wat verpozing was meer dan interessant na deze magisch mooie set. Er was o.m. een tent waarin een DJ iedereen de mooiste tunes bracht. Het onderstreept de gemoedelijk, familiale  sfeer op Live Is Live.

Met de Sugababes (***) stond een heuse hit machine op het podium. Keisha Buchanan, Mutya Buena en Siobhán Donaghy hebben soulvolle vocals en een diva uitstraling. Soul r&b hiptop z’n best.
Ze kregen het publiek moeiteloos mee in hun hits van weleer. Het vrij nieuwe “Jungle” kwam niet echt binnen. Eigenlijk verliep de hele set wat stroef. Ingestudeerde danspasjes die zo uit een video tape op YouTube leken te komen, brachten ook niet veel soelaas. Gelukkig zorgden opzwepende songs als “Ugly” - met een sterk emotionele tongval -, “Round round” en “Push the Button” voor beternis. Sugababes tenden voor een nostalgische trip, maar in het geheel ietwat te gezapig, oppervlakkig om iedereen te overtuigen.

En plots kon je overal neerzitten, want iedereen ging vooraan staan voor Robbie Williams (*****) die zich profileerde als dé popentertainer bij uitstek. Al vanaf “ Let me entertain you” kreeg hij iedereen mee. Robbie sprak zijn publiek voortdurend aan , dolde met de muzikanten en zijn fans. Hij bracht covers die iedereen kan meezingen. Het lijkt een makkelijke weg zoiets, maar hij brengt het allemaal charismatisch , ludiek , ontspannen, waardoor je aan zijn voeten gekluisterd blijft. Het trio “Song/Seven Nation Army” - prachtige basloop - en “Livin on a prayer” waren er een schoolvoorbeeld van. “Rocket” en “Rock DJ” lieten dé crooner én de rock ster in Robbie Williams zien. Pure groovende, opzwepende (nostalgie) pop. Zijn langdradige bindteksten namen we erbij. Met knappe songs als “Relight my fire” en “Millenium” werd dit muzikaal gevoel nog eens beklemtoond.
Hij introduceerde zijn band op ee unieke wijze. Telkens werd er één voorgesteld bij een nummer, met een toepasselijke intro; o.m. een flard “Are You Gonna Go My Way”/“Another One Bites the Dust”/”Paradise city”/”Respect”/”YMCA”/”Bohemian Rhapsody”/”Hey Jude”. Eigenwijs, respectvol voor het originele. En uiteraard door iedereen meegebruld.

“Come undone” en “Kids” waren evenzeer sterk. Maar het mooiste moment was toch toen een zekere Eefke, een fan die vooraan stond, in de spotlight kwam op “She is the one”. Een mooi beeld op het scherm was het, waarvan iedereen even intens genoot. Op “My Way”, (opgedragen aan zijn vader) met beelden uit zijn jeugd, kregen we Robbie’s emotioneel kantje; hij betrok er zijn publiek bij. Om met het duo “Feel” en “Angels” af te sluiten.
Missie geslaagd in ‘let me entertain you', ‘the King of Popentertainment

In beeld @Live Is Live
PRESS - Dropbox
dag 1, dag 2, dag 3

Organisatie: Live Is Live (ism FKP Scorpio)

Pagina 3 van 206