logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic

King Hiss

King Hiss - release show - Een geboortefeest van majestueuze omvang!

Geschreven door

Deze avond kregen de heren van Arson en Psychonaut de opdracht om het publiek op te warmen voor de releaseshow van King Hiss nieuwe kindje, ‘Earthquaker’.

Eerst was het de beurt aan Arson. Ik had nog nooit over deze band gehoord en was heel benieuwd naar wat ze zouden brengen. Arson ontstond anno 2016 toen verschillende leden van Gentse metal- en screamobands tezamen kwamen om een potje te jammen. En al snel ging de bal aan het rollen…
Arson **** gaf ons vanavond een stevige maar ook stijlvolle cocktail van rock’n roll, punk en hardcore. Ieder nummer kwam bij mij bijzonder goed over en ik was oprecht gelukkig om een ‘jonge’ band te zien, met een geheel eigen sound. De zanger heeft een puike stem die veel aankan en alles klopte in verhouding met de muziek. Hiernaast had de zanger ook een bepaald charisma over hem, wat het publiek zeker hielp om aandachtig te blijven luisteren. Arson had duidelijk ook geen zin om ‘gewoon’ een set te spelen…: op de hoek van het podium stond er een kleine bar waar ieder die zin had, een gratis whisky kon nuttigen. Dit ter ere van de geboorte van King Hiss’ nieuwe schijf. Verder was het podium ook aangekleed met gezellige nachtlampjes, tapijten,… en waande ik mij eigenlijk in een stijlvolle ‘lieving’. Een ‘lieving’ waartegenover hun muziek sarcastisch genoeg totaal contrasteert. Ik hou van paradoxen als deze, vooral omdat ze moed vragen. Hopelijk blijft Arson nog lang bestaan, want ik werd instant fan!

Het tweede voorprogramma mochten de Mechelaars van Psychonaut*** verzorgen. Psychonaut brengt psychedelische post-metal en leerde ik in het verleden al kennen als een band met een verpletterend geluid. Ook vanavond deden ze dit opnieuw alle eer aan. De gitaren klonken zwaar, de riffs waren snijdend en de drum zat er steeds ‘boenk’ op. De muziek van Psychonaut zoog mij op in een soort van bubbel waardoor ik geen oog meer had voor alles wat rondom mij gebeurde. Enkel de band kreeg mijn volledige aandacht. En dit maak ik eerder zelden dan vaak mee. Na ongeveer 40 minuten spelen zat hun set erop, en bleef ik achter met het brandend verlangen om ze zo snel mogelijk opnieuw aan het werk te zien.

Na die twee strakke voorprogramma’s was het eindelijk tijd om samen met King Hiss**** hun nieuwe plaat ‘Earthquaker’ te vieren. En niet zomaar een plaat, wel een ijzersterke plaat waarmee ze opnieuw zoveel gegroeid zijn als band. King Hiss zette meteen in met “Revolt!”, een nummer vanop de nieuwe plaat. De groep stond ongelooflijk scherp, want dit nummer ging snel, hard en eiste al meteen verschillende solo’s op. Het geluid zat puik en King Hiss klonk gewoonweg nu al majestueus. De manier waarop Josh Fury zijn gitaar beheerste was bijna te gek voor woorden. Al had ik dit stiekem ook kunnen verwachten, gezien Josh (lees: levende legende) lid was van Congress en Liar, twee bands die de West-Vlaamse ‘H8000’-hardcore scene ook internationaal op de kaart hielpen te plaatsten. Bij verschillende nummers, kon ik nog een subtiele invloed horen van het typerend ‘militant metallic-hardcore’ geluid uit de H8000-scene. Toch overheerste dit niet en legde ik er mij meteen bij neer dat dit gewoon Josh z’n signatuur  sound is. Was mij betreft een groot geluk voor deze band!
Ondertussen werd iedereen in de zaal razend enthousiast. De koppen bewogen mee op de maat van de muziek en in de frontlinie werd er zelfs nog heviger bewogen of gecrowdsurft. De kracht van King Hiss zit ‘em volgens mij vooral in het feit dat hun songs oerdegelijk geschreven zijn en live nog zoveel sterker tot hun recht komen. King Hiss bestaat stuk voor stuk uit uitmuntende muzikanten en het gegeven dat Jan Coudron’s stem ook live heel veelzijdig en krachtig is, maakt het allemaal nog zoveel beter.
De setlist bestond voor een grote helft uit nieuwe nummers, maar ook het eerdere werk kreeg nog zijn welverdiende plaats. Tijdens het nummer “Killer Hand” werden we verrast toen Jeroen Camerlynck aliasFleddy Melculy’ op het podium werd geroepen om mee te zingen. “Killer Hand” was hierdoor gewoon een regelrechte aanslag op onze trommelvliezen (in positieve zin). Nieuwe nummers die ik live opvallend goed vond, waren: “Revolt!” vanwege de catchy intro en denderend gitaarwerk (lees: solo’s!), en “Butcher”, omdat Jan’s veelzijdige stem hier zo goed tot z’n recht komt. Maar ook binnen het oudere werk waren er een aantal hoogvliegers: het nummer “King Hiss”, vanwege de machtige intro, het nummer “Killer Hand”, omwille van de reeds hierboven vermelde reden en “Homeland”, vanwege de ‘wall of sound’ die mij tijdens dit nummer steeds opnieuw overrompelt.
‘Virtuositeit’… ja… dit is eigenlijk de beste noemer om deze band zowel live, als op plaat te typeren. King Hiss is een band die het niet verdient om te blijven teren op binnenlandse club- en festivalshows. Het is wel een groep die op grote podia hoort te staan, naast evenwaardige kleppers als High on Fire en Mastodon.

Setlist: Revolt! – Desertsurfer - We Live In Shadows - La Haine – Monolith - Black Wolf – Snakeskin -Mastosaurus – GTWHR – Earthquaker - King Hiss – Butcher - Killer Hand – Mountains - Homeland

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-kreun-kortrijk/king-hiss-01-11-2019.html
Organisatie: King Hiss ism Wilde Westen, Kortrijk

Captain Cheese-Beard

Captain Cheese-Beard - Het moeilijke is dat je ons niet kunt plaatsen, en vooral in Vlaanderen is dat blijkbaar een probleem om aan de bak te komen

Geschreven door

Captain Cheese-Beard - Het moeilijke is dat je ons niet kunt plaatsen, en vooral in Vlaanderen is dat blijkbaar een probleem om aan de bak te komen

Captain Cheese-beard is een band die zijn invloeden haalt uit de muziek van Frank Zappa, in het verleden coverden ze deze top artiest. Maar op de nieuwe EP 'Deadwood' hoor je ook een band die meer en meer over een eigen smoel beschikt. De band is klaar voor de grote stap voorwaarts.
We hadden een gesprek met bezieler van dit project Johan De Coninck over Zappa, de ambities en hoe moeilijk het in Vlaanderen aan de bak te komen met muziek die je niet kan plaatsen.

In eerste instantie was de band een tribute naar Frank Zappa dacht ik? Hoe zijn jullie bij Zappa terecht gekomen. Zappa zijn muziek is niet gemakkelijk te coveren naar mijn mening, heeft bloed zweet en tranen gekost zijn beweegreden uit te pluizen? is dat ook gelukt?
Zappa is altijd één van mijn grote helden geweest. Het was een Challenge die ik dan ook ooit wilde aangaan. Ik zat al een beetje in het circuit van coverbands, maar vond dit dus een grotere uitdaging. Ook omdat zijn muziek niet meer gespeeld werd. Om Zappa te coveren moet je als muzikant trouwens absolute top zijn, ik heb dus echt muzikanten rond mij verzameld die op een torenhoog niveau muziek spelen. Zelfs voor muzikanten die conservatorium studies doen is het een uitdaging. Eigenlijk vormen we naar mijn mening een solide formatie; een goede drummer en bassist zijn de basis waarrond rock muziek wordt gecomponeerd. De ritmesectie, is het begin van alles waardoor ze van onschatbare waarde zijn binnen een band. Met andere woorden. Je mag fantastische muzikanten rond u verzamelen, als de drummer of de bassist slecht is , valt die hele ritmesectie en je song in het water. Versta me niet verkeerd, iedereen is belangrijk. Maar de basis? Die ligt toch daar en ik heb het geluk dat de Cheese-Beard's ritmesectie top is.

Hoe doe je dat experimenteren met experimentele muziek?
Eigenlijk experimenteer ik niet met die muziek van Zappa, die is uitgeschreven. Ik speel zelf trouwens op gehoor en geheugen. Dat gaat trouwens ook op voor onze bassist en drummer. Met Zappa's muziek experimenteren is echt moeilijk, ook al klinkt het voor mensen chaotisch, in die chaos zit weldegelijk totale orde. Buiten solo stukken of zo, daar kunnen de individuele muzikanten improviseren. Wat wel belangrijk is bij het spelen van Zappa's werk, is,  je moet daar letterlijk uw draai in kunnen vinden, om het te begrijpen. Anders lukt het niet. Met Captain Cheese-Beard wilden we daar vooral onze eigen groove aan geven, aan die muziek van Zappa. Improviseren kan dus wel een beetje. Maar de basis is dus gewoon dat je de partituren bestudeert en de noten speelt die de meester heeft uitgeschreven.

De bandnaam verwijst ook naar Captain Beefheart?
Dat was eigenlijk een beetje toeval die naam was me wat bij gebleven en zo is Captain Cheese-Beard uiteindelijk als naam gekozen.

Jullie zijn trouwens bijzonder actief geweest met twee releases. Hoe waren de reacties tot nu toe?
'Symphony for the Auto-horns' is eigenlijk al vijf jaar geleden uitgebracht. Maar onze Engelse promotors vonden het, ter gelegenheid van de release van onze recente EP 'Deadwood' een goed idee om deze opnieuw een soft release te geven. Wat reacties betreft, nu en vijf jaar geleden waren die over het algemeen zeer positief. We hebben eigenlijk geen enkele negatieve reactie gekregen.

Dat was eigenlijk mijn enig klein puntje van kritiek bij de vorige release, en dat viel me bij de EP op. Dat jullie op die EP een beetje afstand hebben genomen van Zappa en een eigen smoel hebben gekregen. Dat vond ik daar zeer positief aan, aan die nieuwe EP.

We hebben jarenlang puur Zappa gespeeld, maar er is daar blijkbaar geen publiek voor. Het was dan doodzonde om met zoveel mensen te staan repeteren voor niets. Ik heb dan maar om toch vooruit te gaan een album geschreven dat helemaal aansloot op Zappa's werk. Veel vrienden - en jij ook - zeiden ons dat ze meer eigenheid wilden horen. Uiteraard Zappa zit in ons DNA die gaan we nooit volledig uitsluiten, maar het is gewoon een logisch groeiproces dat Captain Cheese-Beard meer en meer als Captain Cheese-Beard begint te klinken .

Johan, je hebt ook - volgens ik via de sociale media heb vernomen - aan andere metal projecten en zo gewerkt in het verleden. Vertel er eens meer over aan onze lezers die dat niet weten?
We hebben het daar inderdaad over gehad met Geert , inderdaad heb ik lang in die scene gezeten maar ik heb sinds mijn kindertijd eigenlijk naar alles geluisterd. Ik heb ook altijd gehouden van lang uitgesponnen nummers en orkestrale producties. Een van de eerste platen die ik ooit heb gekocht was: 'Out of the Blue' van ELO. Ook Pink Floyd , daar hield ik enorm van maar het is een beetje logische stap  geweest in het begin dat ik als gitarist mij tot het metal genre aangetrokken voelde.

Van metal naar Zappa is niet een onlogische stap vind ik. Wat denk jij daar zelf van?
Ja, bij Zappa vind je alles terug. Doo Woob, Jazz, zelfs een hoop Klassiek. Je kon hem niet in een hokje steken. Als Zappa reggae speelt is dat Zappa reggae. Hij maakte daar zijn eigen stijl van. Dat is eigenlijk een beetje een probleem tegenwoordig, men wil alles een beetje teveel in een bepaald hokje duwen vind ik, ook binnen de metal scene en dat is zeer spijtig eigenlijk.

Om terug te komen op die EP. Zijn er nog groeimogelijkheden?
Ik werk momenteel bepaalde ideeën uit maar we gaan met deze plaat eerst stappen moeten zetten. Het is niet de bedoeling onze boterham daarmee te verdienen, we hebben allemaal een baan en gezin buiten onze activiteiten als muzikant. Buiten enkele specifieke gevallen die alles pakken, is het trouwens bijna onmogelijk om als muzikant je brood te verdienen. Je ziet daar eigenlijk nog steeds een Mattheus effect ''zij die niets hebben zullen niets krijgen, wie alles al heeft zal nog meer krijgen''. Zo is het tegenwoordig ook gesteld met het huidig business model in de muziekindustrie.

Is het in tijden van streaming nog nodig om platen uit te brengen? heeft een band daar nog iets aan? (dat is een vraag die ik iedereen stel hoor ) De antwoorden zijn zeer uiteenlopend;  ik was benieuwd naar de mening van iemand die al veel jaren meedraait in het vak?
'Deadwood' is uitgebracht op vinyl. Ik heb eigenlijk zelf nooit muziek van mij op vinyl gehad en Pierre Chevalier, (keys) die een fervent vinyl verzamelaar is zat in hetzelfde schuitje, dus wilde we de EP absoluut op vinyl uitbrengen. De plaat is uiteindelijk te beluisteren via de voor de hand liggende streaming services zoals Apple Music en Spotify en je kan ook de digitale downloadable versie via de Mottowsoundz site aanschaffen Het is dus eigenlijk een en- en verhaal

Hoe zien jullie jezelf verder evolueren? Welke richting wil je uitgaan? Wat zijn jullie ambities?
Wij willen zeker live spelen. Maar het is niet evident. Het is niet de bedoeling dat we met marschalls en zo te gaan sleuren in een café gaan spelen. Er moet echt iets aanwezig zijn qua technische infrastructuur en dergelijke in de zalen waar we zouden kunnen spelen. We zijn daar ambitieus in, maar de muziek die we brengen moet gewoon perfect zijn, daarvoor hebben we een goede akoestiek nodig en een podium waar je 10 man kan op huisvesten. Dus we willen vooral daarin verder evolueren, en hopen dat deze EP dus deuren opent om op te treden in degelijke zalen.

Zappa fans zijn er toch genoeg?
Ja dat is de ironie daarvan. We wilden ons daar wat van onttrekken omdat er geen markt voor is, en nu krijgen we het omgekeerde effect. En nu, die Zappa communitiy wilt dan weer dat je praktisch alleen Zappa speelt dus Die categorie zappa fans haken af omdat we onze eigen weg opgaan. Het is een beetje een rare wending, een mes dat langs twee kanten snijdt, moet ik toegeven.

Hoe zijn jullie bij Mottowsoundz terecht gekomen?
De baas van Mottowsoundz is al jaren een vriend van mij. Hij is onze geluid ingenieur. Matthias vond het prachtig dat we Zappa wilden doen en is onze vaste geluid man geworden. Hij is uiteindelijk een eigen platenlabel begonnen en heeft daar veel geld in gestoken. Na al die jaren heeft hij een hele reputatie opgebouwd. Hij heeft het debuut van.Allez Allez heruitgebracht en ook LaMuerte en My Diligence zitten bij Mottowsoundz. Hij doet dat allemaal vanuit zijn Man-Cave, het is vooral een passie voor hem. En ja  het heeft ondertussen wel deuren geopend, Mottowsoundz is een redelijk groot label geworden.  Ik wil ook nog even een pluim op zijn hoed steken voor zijn werk als mixer en co-producer. Zijn werk op de ‘Deadwood’ EP is fenomenaal. Zonder zijn toewijding zijn de Cheese-Beard producties onmogelijk te realiseren .

Johan, ben je nog aan andere projecten bezig nu?
Nee. Ik ben vooral blij dat ik zoveel muzikanten heb kunnen samen brengen om dit project te verwezenlijken daar ben ik best trots op. Als ik die allemaal samen zie staan, dat geeft me voldoening. Ook heb ik geen tijd voor andere projecten.

Naast de verre toekomst, wat brengt de recente toekomst? Tour plannen? in het buitenland kortom?

We wachten onze kans af, maar blijkbaar is het moeilijk om ons ergens te plaatsen. Ik zie bijvoorbeeld een prog rock opleving de laatste tijd. Maar ik heb toch de indruk dat we de meest mis begrepen band zijn in België, ze kunnen ons niet in een hokje duwen en daardoor geraken we moeilijk ergens binnen. We hopen daarom dat die EP op dat vlak toch wat deuren opent, dat bepaalde Belgische promotors ons toch zullen willen boeken. In het buitenland is daar wel een scene voor, maar dat ligt niet simpel om zomaar naar het buitenland te gaan, zeker met een dergelijk grote productie. Het is een beetje vechten tegen de bierkaai. We zullen voldoende promotie moeten doen. Met andere woorden. Onze muziek is dus eigenlijk meer geschikt voor het buitenland dan het binnenland, en dat is spijtig.

Radio feedback?
Het is ook moeilijk om hier op de radio te worden gedraaid, zelfs een meer alternatieve radio zender die het exacte profiel van een potentiële Cheese-Beard fan bedient ,hebben we zonder succes gecontacteerd. Het grote probleem is dus wederom gewoon dat je ons niet in een hokje kunt plaatsen en dat we een unieke sound hebben, en vooral in Vlaanderen is dat een probleem. Daardoor worden we op de radio ook niet gedraaid. En dat is bijzonder jammer.

Veel succes en hopelijk zien we jullie spoedig on stage

Machine Head

Machine Head - Metalmarathon

Geschreven door

Het was nog maar een jaar geleden dat Machine Head te bezichtigen was in ons land, toen ze de AB helemaal tot op de fundering afbraken. Aangezien dit jaar hun debuutplaat ‘Burn My Eyes’ 25 kaarsjes mag uitblazen, zijn de metalheads terug aan het touren. Het was ook 25 jaar geleden dat de band voor het eerst in ons land speelde, toen knutselden ze in dezelfde zaal het voorprogramma van Slayer in elkaar. Een kwarteeuw later is de band uitgegroeid tot één van de meest gerespecteerde metalbands ter wereld. Vorig jaar hielden drummer Dave McClain en gitarist Phil Demmel ermee op, zij werden vervangen door respectievelijk Matt Alston en Vogg Kiełtyka.

De band stond voor twee en een halfuur geprogrammeerd, al was er geen ziel in de zaal die dat geloofde. Machine Head speelt meestal shows van een imposante drie uur en dat was gisteren in Vorst niet anders. Openen deed de band om 20u al met “Imperium”, zo luidden de Amerikanen het eerste deel van de show in. Veel hits, riffs en scheurende baslijnen. Het vroege uur zorgde ervoor dat de zaal nog quasi leeg stond, al stroomde ze na enkele nummers zoetjesaan vol. Zanger Robb Flynn jutte het publiek op, echter was op enkele enthousiastelingen na de sfeer maar flauwtjes. Het was aan het viertal om er schwung in te krijgen.
De bom barstte bij “Locust”, een nummer uit 2011. Hier werd de paradox duidelijk die Machine Head is. Ze zijn tegelijkertijd zeer ruw, maar ook verfijnd, op bepaalde momenten traag én snel. Het feit dat de band zo lang speelde, gaf hen de kans om het publiek helemaal onder te dompelen in hun specifieke sfeer en dan is het jammer dat het publiek soms steken liet vallen. Niet dat de temperatuur onder nul zat, toch moest Flynn meermaals om een circle pit vragen en haalde hij al zijn trucs uit de kast om de show gaande te houden. Dat was vooral nodig bij minder bekende nummers, waarbij een deel van het publiek aan het babbelen sloeg.
Gelukkig is de muziek van Machine Head steenhard en werd de irritante persoon naast ons prompt de mond gesnoerd met een bas van jewelste. Op de momenten dat de band zijn duivels ontbond, kon het concert omschreven worden als muzikaal de beste performance waar men om kon wensen en was het publiek voor de volle honderd procent mee. Steenhard en zonder ademruimtes. Voor een anderhalf uur dan toch, na het eerste deel van de show nam de band toch een welverdiende tien minuten pauze.

Hét signaal voor het publiek om een nieuwe halve liter bier in de handen te nemen, tot op de tonen van “Real Eyes, Realize, Real Lies” deel twee in de steigers stond. Met een licht gewijzigde bezetting speelde de band ‘Burn My Eyes’ integraal, met hier en daar enkele covers tussen gemixt. Voor de gelegenheid kon Flynn originele gitarist Logan Mader en originele drummer Chris Kontos overtuigen om mee te touren. Fantastisch als zoiets lukt, de heren toonden aan dat ze het nog in de vingers hebben.
Na het concert noteerden we Slayer, Metallica en Iron Maiden, al werden de meeste covers tijdens deel twee gespeeld. Leuk, het helpt ook dat ze muzikaal naadloos werden gebracht. Niet gemakkelijk om die bands te coveren, ze doen het toch maar.
Tegen het einde van de show werden we nog op een enorme circle pit getrakteerd en werd het publiek dan toch helemaal wild. Na een valste start trok de mensenmassa zich als een diesel op gang, om dan op volle toeren de barrière in te vlammen. Dat voelde de band, die alsmaar harder ging spelen. Zij tevreden, wij tevreden.

Al bij al zette Machine Head een sterke performance neer en kon het die drie uur goed vullen.

Setlist: Imperium - Take My Scars - Now We Die - I Am Hell (Sonata In C#) - Aesthetics of Hate - Darkness Within - Catharsis - From This Day - Ten Ton Hammer - Is There Anybody Out There - Hallowed Be Thy Name (Iron Maiden cover) - Halo - Davidian - Old - A Thousand Lies - None but My Own - The Rage to Overcome - Death Church - A Nation on Fire - Blood for Blood - I’m Your God Now - One / Thunder Kiss 65 / South Of Heaven / Raining Blood - Block

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be   

Organisatie: Live Nation

Lauren Daigle

Lauren Daigle - God zij dank

Geschreven door

De Amerikaanse zangeres Lauren Daigle heeft al twee Grammy-awards op haar schouw staan, maar het is pas sinds dit jaar dat haar succes verder ging dan enkel Amerika. In haar thuisland is ze al een gevierde ster en behoort ze tot de top van ‘contemporary christian music’. In ons land is dit genre niet meteen een begrip, maar in het gelovige Amerika is dit een populaire muzikale richting die nog steeds relevant is. Sinds dit jaar kent ook België de prachtstem van Daigle en zo mocht het ‘uitverkocht’ bordje gisterenavond in de Botanique bovengehaald worden.

Met tien verteerbare minuten vertraging kwam Lauren Daigle na een korte intro op. De bal kwam dan aan het rollen door “Still Rolling Stones” dat met het legendarische “Think” van Aretha Franklin werd gemengd. “Look Up Child” bleef in datzelfde vrolijke elan en onderstreepte voor het eerst het goede samenspel van haar band en de drie backing vocals. Een van de dames kreeg in “Sir Duke”, in het origineel uiteraard van Stevie Wonder, de kans om vocaal helemaal uit te halen, en of ze dat deed.
Naast Daigle’s mooie stem was het toch ook wel de trompettist die de aandacht wist te trekken. In heel wat nummers kreeg het instrument een belangrijke rol toebedeeld. In bijvoorbeeld “Trust in You” was het blaasinstrument de rode draad en maakte het de sound nog iets voller. Een volle sound misten we dan in “Rescue”, dat de campagnesong van Studio Brussel’s Warmste Week is. In de eerste strofe en het eerste refrein leek Lauren een andere key te zingen, waardoor het ietwat raar overkwam. De liveversie focuste iets te veel op de orgel, waardoor we de magie van de studioversie moesten missen.
Terwijl muziek tegenwoordig vooral over alcohol, drugs, seks, liefdesverdriet of een politieke frustratie gaat, zingt Daigle allemaal nummers die een religieuze betekenis hebben. Niet elk nummer is echter een schot in de roos, want in tegenstelling tot bijvoorbeeld “How Can It Be” en “Love Like This” was “Losing My Religion” iets te saai en gebeurde er met het nummer weinig boeiends op podium. “Love Is” werd dan weer gered door een meezingmoment en haar grote hit “You Say” was uiteraard het moment waarop iedereen gewacht had.
Ondanks dat de Amerikaanse zangeres al drie albums uit heeft, kregen we toch net iets te veel covers te horen. Haar Bob Marley mash-up “Your Wings/One Love” was niet bijster memorabel en belandde al snel in de vergeetput. “Don’t Dream It’s Over”, in het origineel van Crowded House, was dan wel weer interessant door een interessante live-uitvoering. Toch hadden we graag nog iets meer van haar eigen nummers gehoord, want die moet ze niet meer naar haar eigen hand zetten. “Tremble” of  “Rebel Heart” waren alvast songs waarvan we er vaker zouden willen horen terugkeren in haar set.
Afsluiten deed ze met vier bisnummers, wat misschien ook iets te veel van het goede was, vooral omdat het (weeral) om drie covers ging.

Dat al de teksten een christelijke inhoud hebben, zal een groot deel van het publiek niet geweten hebben, omdat ze Daigle misschien enkel kenden van “You Say” en “Rescue”. Los van de boodschappen die ze brengt, is de muziek ook zeker mooi te noemen, al zou her en der wat extra pit geen kwaad kunnen.
Op vocaal vlak zong Daigle de hele avond subliem en kon ze het publiek begeesteren met haar stemgeluid dat lichtjes nasaal en hees klinkt.
Charmant was ze bovendien ook en zo liet ze ons voor bijna elk nummer weten dat het een van haar favoriete nummers was.
Een warme persoonlijkheid, die dankzij God de weg naar muziek vond. God zij dank.

Setlist: Still Rolling Stones/Think (Aretha Franklin cover)  - Look Up Child  - O’ Lord  - Trust in You - Sir Duke (Stevie Wonder cover) - This Girl  - Rescue  - Your Wings/One Love (Bob Marley cover) - Losing My Religion  - How Can It Be - Love Like This - Don’t Dream It’s Over (Crowded House cover) - Love Is - Rebel Heart - You Say - Tremble - Move On Up (Curtis Mayfiel cover) - Love Like This - Turn Your Eyes Upon Jesus (cover) - Something Beautiful (cover)

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics (@Dieter Boone)
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/lauren-daigle-31-10-2019.html

Organisatie: Botanique, Brussel

The Van Jets

The Van Jets - Afscheid langs de grote poort

Geschreven door

Afscheid nemen doet altijd een beetje pijn. Toen The Van Jets aankondigden om na 16 jaar en 5 albums de handdoek in de ring te gooien, sloeg dat toch in als een bom. Echter eindigt de band in goede vriendschap met elkaar en de fans, en op een moment dat ze nog steeds relevant zijn. Getuige daarvan die laatste plaat in 2017 'Future Primitives' die overal zeer goed werd ontvangen. Na een geslaagde festivaltour en afscheidsconcert in Gent, stonden er nu twee compleet uitverkochte optredens gepland in een uitverkochte Ancienne Belgique. Wij waren erbij op donderdag 31 oktober …

Vanaf de eerste song “21st Century Boy” werd al duidelijk dat de band met een knal van formaat hun fans wilde bedanken voor al die jaren hen trouw volgen. Het publiek reageerde dan ook laaiend enthousiast, en zou daar niet mee ophouden tot het einde van de avond. Ook de band zelf voelde aan dat ze hier in AB een soort thuismatch konden spelen, en die winnen met een monsterscore.
Daarom werd de lat prompt wat hoger gelegd. De vuurkracht waarmee de heren in de beginjaren menig concertzaal en festivalweide plat speelde,  blijft na al die jaren nog steeds overeind staan. Dit zou dus geen afscheid worden van een band die uitgeblust is, maar één band op het hoogtepunt van zijn kunnen. Dat zorgde voor een wervelend feest dat maar bleef aanhouden met het prachtige “Here Comes the  Light”. Al vrij vlug een hoogtepunt op deze avond.
Een groot pluspunt aan The Van Jets is dat na al die jaren ze steeds durven en kunnen variëren in hun kunnen. Zo was er een intiemer moment toen Johannes akoestisch en solo een pakkende versie bracht van “Teevee”, waarna alle registers terug werden open gegooid bij “Pink & Blue”.
Wie had gedacht dat het toppunt toen was bereikt , kreeg nog een verschroeiende finale voorgeschoteld waarbij de band de handen op elkaar kreeg bij “The sound of Sea”, “Down Below” en “The Future”. Een daverend applaus volgde, waarna de band daar gewoon enkele stevige scheppen bovenop doet met het laaiend enthousiast onthaalde “Ricochet” , “Our love = stronge” en “Danger Zone”.
Op het einde van deze circa twee uur lange set stond iedereen, tot zelfs in de tribunes, recht om de band nog een laatste daverend en welverdiend applaus te bezorgen. Een toch duidelijk geëmotioneerde Johannes bedankt zijn fans met 'dit gaan we missen, en elkaar ook want we stoppen niet omdat we elkanders kop beu gezien zijn' verklaarde hij.
De voltallige band kwam nog terug om als mooie kers op de taart een akoestische versie te brengen van “Here Comes The Light”. Een overweldigend mooi sluitstuk, van een meer dan geslaagd afscheidconcert in AB.

The Van Jets nemen in Ancienne Belgique afscheid langs de grote poort, door het brengen van een gevarieerde set van twee uur die geen seconde verveelde. Ze schotelden een wervelend optreden voor waarbij de daken er naar goede gewoonte afgaan, maar ook veel uiteenlopende emoties werden losgeweekt zowel bij de fans als de band zelf. Of dit een definitief afscheid is , laten we in het midden, maar ook als dit niet of wel het omslaan is van een ander bladzijde in de carrière van The van Jets? Dan buigen we nederig het hoofd en zeggen geen vaarwel, maar tot weerzien. Want deze band is na 16 jaar nog verre van uitgeblust, integendeel. Dat bewezen ze op deze Halloween avond in Ancienne Belgique uitvoerig.

Setlist: 21st Century Boy - Short Notes - Here Comes the Light - Electric Soldiers - Bankers -  Day on Clouds - Mystify - Teevee (Johannes Solo & Acoustic) - Pink & Blue - Who Does? -  Strange Paradise - Shit to Gold - Broken Bones - The Sound of Sea - Down Below - The Future
Encore: Ricochet - Our Love = Strong - What's Going On? - Boy to Beastie - Danger Zone -  Two Tides of Ice
Encore 2: Here Comes the Light (acoustic)

Met dank aan DaMusic http://www.damusic.be

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Vooruit, Gent op 18 oktober ll
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/handelsbeurs/the-van-jets-18-10-2019
Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

The Delines

The Delines - De nachttrein van The Delines

Geschreven door

Oude tradities verdwijnen aan snel tempo in België, en ter vervanging ontstaan nieuwe tradities die van ergens overgeplant worden en een eigen draai krijgen. Zo is 31 oktober pas heel recent, onder de invloed van de commercie, Halloween geworden en ook het Mexicaanse Dia de los Muertes krijgt bij ons een commerciële invulling in allerhande activiteiten tijdens het Allerheiligenweekend. Dit jaar zag ik voor de eerste keer, verklede kinderen van deur tot deur gaan voor het  oer-Amerikaanse trick or treat.
Zelf heb ik het niet zo op geïmporteerde tradities, en daarom trok ik op Halloween naar de AB-club voor het origineel, voor een avondje puur en onversneden Americana recht uit de USA. The Delines kwamen hier immers hun tweede plaat, ‘The Imperial’ voorstellen, een must voor de liefhebbers van country, Americana en het Amerikaanse levenslied.

The Delines zijn een band uit Portland, Oregon, en kun je de reïncarnatie van Richmond Fontaine noemen, een countryrock-band die bestond tussen 1996 en 2016, die voor mij altijd onder de radar is gebleven, maar die raakpunten had met Wilco, Willard Grant Conspiracy en Green on Red. De kern van The Delines zat bij Richmond Fontaine, naast songschrijver Willy Vlautin, speelden ook bassist Freddy Trujillo en drummer Sean Oldham bij die eerste band. Oude wijn in nieuwe zakken dus? Niet echt, want de sound van The Delines wordt volledig bepaald door zangeres Amy Boone, en het tempo werd ook een stuk verlaagd, zodat je kan stellen dat de rock uit de countryrock verdwenen is en het dus hedendaagse, wat ze in de USA met een lelijk woord, alternatieve country noemen.
In 2014 namen The Delines hun debuut ‘Colfax’ op, maar het was dus wachten tot dit jaar voor de tweede, ‘The Imperial’. Zangeres Amy Boone had namelijk in 2016 een ernstig auto-ongeluk, zodat het tot dit jaar duurde eer de band terug volledig operationeel werd. Het was het wachten waard, want ‘The Imperial’ is een heel sterke plaat, wat The Delines vanavond ook op het podium van de AB bewezen.
De sterkte van deze band zijn de zeer rake, filmische teksten: songschrijver Willy Vlautin is naast muzikant ook een verdienstelijke romanschrijver, hij heeft al vijf boeken op zijn conto,  waarin hij de levens schetst van de gewone man in het Amerikaanse Midwesten die het moeilijk heeft de Amerikaanse droom waar te malen. Een aantal van die boeken zijn trouwens in het Nederlands vertaald en uit bij Meulenhoff.  Dit trekt hij door bij The Delines, hij slaagt erin met een halve zin het leven te schetsen van de personages uit zijn songs.
Zangeres Amy Boone brengt die verhalen met veel emotie, zodat je de personages echt tot leven hoort komen. Nummers als “Eddie and Polly” en “Holly the hustle” waren prachtige, bitterzoete verhalen die echt sterk binnenkwamen bij het publiek in de AB. De band vulde die verhalen aan met rustige, verstilde country, met mooie accenten van toetsen en trompet, die een nachtelijke sfeer opriepen. De vroege Tom Waits was niet ver weg, en als recentere referentiepunten kwam je uit bij Carla Torgerson van The Walkabouts , Courtney Marie Andrews en Joan as Police Woman.
The Delines zingen niet alleen over de gewone man, ook het Amerikaanse Midwesten wordt in al zijn tristesse bezongen: kleine steden in de middle of nowhere waar nooit iets gebeurt, met motels zoals ‘The Imperial’ die permanent bewoond worden door huurders die zich geen huis of stacaravan kunnen veroorloven. We moesten heel erg denken aan de Canvasserie ‘On the road zonder Jack’ van Luc Vrydaghs. Er zijn weinig bands die met klank en verhalen kleine, muzikale kortfilms creëren, maar The Delines spelen het klaar, en daarom zitten ze alvast in mijn eindejaarslijstje.

Setlist: Eight floors up - The Imperial-Lately   I've been going down - Waiting on the blue - That old haunted place - Holly the Hustle - Colfax Avenue - Hold me slow – Instrumental - Where are you Sonny? - A room on the tenth floor - Eddie & Polly - I always meant to come back - Cheer up Charley /Stateline - Let's be us again - Wait for me - When Marlene was Marlene - He don't burn for me

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Reptilians From Andromeda

Reptilians From Andromeda - Garagepunk-party met Reptilians From Andromeda

Geschreven door

Bij Turkije denken we al snel aan all-in vakanties en Syrische vluchtelingen, maar niet meteen aan rockbands. Jammer, want de rock- en punkscene van bv. Istanbul is heel rijk en divers. Reptilians From Andromeda is een garagepunkband uit Istanbul die regelmatig door Europa tourt. De eerste halte van hun jongste tournee was in Den Trap in Kortrijk.

In het Belgische luik van deze tour krijgen de Reptilians het gezelschap van onze eigen Unwanted Tattoo . Beide bands zijn goed bevriend en nodigen elkaar geregeld uit. Ze zitten muzikaal een beetje in hetzelfde straatje en hebben dezelfde retro-vibe in hun artwork en posters. Unwanted Tattoo brengt catchy garagepunk met heel diverse invloeden, van surf tot Mexico.
In Den Trap beginnen ze met de surf-instrumental “Surf Aloha Splash”. Daarna vallen de zangeressen Annette en Rine in en gaat de snelheid omhoog met “Fool On A Leash” en “Devilette”. Zowat alle tracks van hun jongste vinylalbum ‘Pardon My French’ komen langs, aangevuld met de jongste single “Hey Lucha” en ouder werk.
Liefst drie covers schotelen ze ons voor, maar dat mag zeker op een set van ruim 20 songs. Vooral als ze die zo raak weten te kiezen: “Human Fly” van The Cramps, “Beat Up The Brat” (of “Tattoo On The Brat”, uitzonderlijk gezongen door gitarist Wouter) van The Ramones en “Do You Love Me” (Now That I Can Dance) van The Contours (maar bekender in de versie van The Sonics).
Unwanted Tattoo heeft als band al heel wat kilometers op de teller, maar zal voor veel muziekliefhebbers nog in de categorie van ‘te ontdekken’ vallen. Het voordeel is dat de bandleden bijzonder goed op elkaar ingespeeld zijn. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Het is altijd een feestje als Unwanted Tattoo op het podium staat. Laat u niet misleiden door de strakke jurkjes van de dames, het is echt wel een rockband die op het podium staat.

Na een heel snelle podiumwissel - de Reptilians From Andromeda  spelen met dezelfde backline en dezelfde instrumenten als Unwanted - is het de beurt aan Aybike, Tolga, Kerim en Onat. Zangeres Aybike is meer dan gewoon een zangeres. Ze zingt, schreeuwt, danst, knielt, vloekt en rolt over het podium en duikt geregeld het publiek in als ware ze de vrouwelijke equivalent van Iggy Pop. Haar bindteksten in het Engels, daar is nog wat werk aan, maar dat compenseert ze met rijkelijke dosissen enthousiasme en overgave. De lyrics gaan nogal vaak over dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn en lijken daarom vooral uit de koker van Aybike te komen. Gitarist Tolga en de rest van de band hebben een net zo grote rock ’n roll-factor als hun frontvrouw, maar blijven wat in haar schaduw.
Reptilians From Andromeda brengt net als Unwanted Tattoo garagepunk, maar dan nog twee tanden smeriger en ruiger. De setlist bestaat uit de hele EP ‘Bloodlust Of The Doll Witch’, aangevuld met veel ouder werk en ook wel een paar covers. Nancy Sinatra’s “These Boots Are Made For Walking” krijgt een rauwe punk-jas aangemeten, “Eyeball” van The Subsonics kan in Kortrijk niet op herkenning rekenen, en bij “Havana Affair” van The Ramones gaat het publiek wel helemaal uit z’n dak.
Het eigen werk is minstens zo overtuigend, met furieuze versies van Drop Dead en Rugarou. Na een stomende set krijgen de Reptilians nog een welverdiende toegift. Als alle Turkse bands ons zo kunnen overtuigen, mogen er nog meer de oversteek maken.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/den-trap-kortrijk/reptilians-from-andromeda-30-10-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/den-trap-kortrijk/unwanted-tattoo-30-10-2019.html

Organisatie: Den Trap , Kortrijk

Daughters

Daughters - What the f***!

Geschreven door

Iets later dan gepland arriveer ik in de l’Aéronef en al meteen begint Jeromes Dream*** met spelen. Ik ken deze 3-koppige screamo-band uit Connecticut (V.S.) al langere tijd en ben fan van hun werk. Niet onbelangrijk is om te vermelden dat we van een klein geluk mogen spreken om deze band live aan het werk te kunnen zien. Ze hebben al een vrij turbulent verleden achter zich.
Jeromes Dream startte oorspronkelijk in 1997 en was toen één van de weinige screamo-bands in de lokale scene. Meerdere bands zijn daarom ook beïnvloed geweest door Jeromes Dream’s sound. Ze brachten verschillende split-ep’s uit met o.a. “Orchid, The Book of Dead Names” en “Amalgamation”. Na de release van hun tweede langspeler ‘Presents’ hield de band het voor bekeken. Gelukkig kwam de band opnieuw tezamen in 2018 en brachten ze na een fundraise-campagne hun laatste full ‘Untitled’ uit. Die laatste plaat werd door niemand minder dan Jack Shirley (Atomic Garden Studios) gemixt en werd middelmatig onthaald.
Hun optreden was vrij goed, maar ik vond dat de vocals niet krachtig genoeg over kwamen. Ik weet dat Nick Antonopoulos (zanger/gitarist) normaal gezien altijd in het publiek staat en zonder microfoon screamt. Want hij schijnt een hekel te hebben aan het podium. Net daarom was het voor mij een verrassing dat hij vanavond wel op het podium stond, met microfoon, geheel de show met zijn rug gekeerd naar het publiek. Misschien had hij al moeilijkheden met zijn stem? Wat maakt het uit… in ieder geval kwamen de nummers wel goed tot hun recht en leek de menigte te genieten. Algemeen gezien miste ik live die extra power, voelde ik de kwaadheid van in hun lyrics te weinig tot bij ons komen en werd het optreden op den duur ietwat monotoon. Ik had er toch meer van verwacht, maar vond hen een meer dan geschikt voorprogramma voor Daughters.

Daughters*****, de enige woorden waarmee ik hun optreden kan beschrijven zijn: What the F***! Daughters bracht van begin tot einde een keiharde, agressieve set. Alexis Marshall (zanger) gaf alles wat hij kon en gaf zich compleet over aan het gebeuren. Hij zong niet alleen steengoed, maar hij likte ook aan de microfoon, sleepte hem over de grond, smeet ermee in ’t rond, draaide de kabel rond zijn hals,… Het klinkt misschien allemaal nogal als makkelijk leedvermaak.
Maar dit deed hij duidelijk als het gevolg van de muziek. De band was in topvorm en leken zo vlotjes op elkaar ingespeeld. Nummer na nummer viel mij op hoe goed de drums, de gitaren, synths wel niet werden gespeeld. Ik was heel benieuwd of ze de nummers van hun laatste plaat (‘You Won’t Get What You Want’) live ook even intens konden brengen, want op dat album beuken ze al zo hard. En ik moet zeggen: live kwam alles nòg destructiever over. Zo bleek ook het publiek te reageren. Het ging er wild aan toe: er waren vele sing-a-longs en er werd ook gecrowdsurft.
Tijdens bepaalde nummers kwam Alexis ook het podium af en liep hij verdwaasd door het publiek. Hierdoor creëerde hij een dynamiek waarin iedereen betrokken werd. Soms moest ik ook denken aan de sfeer die vaak heerst bij een optreden van Gruppo Di Pawlowski (zijproject Mauro Pawlowski). Ik denk dat Alexis en Mauro het goed met elkaar zouden kunnen vinden.
De hoogtepunten van hun set waren voor mij persoonlijk “The Dead Singer”(toppunt van chaotisch gitaarspel met een knipoog naar Kabul Golf Club - RIP Lorent Pevée), “The Lords Song” (vanwege de geniale intro) en “Satan in the Wait” (vanwege de destructieve sfeer dat het gehele nummer met zich teweegbrengt).
Persoonlijk vind ik het wat jammer dat ze geen nummer van de plaat ‘Hell Songs’ gespeeld hebben, maar dit is dan ook maar het enige punt van ‘kritiek’ die ik kan vinden (na lang zoeken en uiterst persoonlijk).

Dit optreden, op deze avond, van deze band, was voor mij het beste optreden dat ik in jaren zag. Het is een onmogelijke opgave om in woorden te gieten hoe goed deze band live wel niet is. Vijf sterren geef ik niet snel. Maar de heren van Daughters verdienen ze zonder twijfel allemaal. Alles zat gewoon zo goed.
Moest Daughters er ooit (opnieuw) mee stoppen, zou dat een groot verlies zijn in de muziekwereld. Ik zou gaan rouwen. Zonder twijfel.
Wat een show was me dit niet. Zeker één die mij nog lang zal bij blijven.

Setlist: The Reason They Hate Us - The Lords Song - Satan in the Wait - The Dead Singer - Our Queens - Long Road, No Turns - Less Sex - The Hit - The Virgin - Guest House - Daughter - Ocean Song

Pics homepag @Davy De Schrooder
Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Trix, Antwerpen, 4 oktober 2019 ll
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/trix-antwerpen/daughters-04-10-2019.html

Organisatie: Aéronef, Lille

The Detroit Cobras

The Detroit Cobras - Oude, vergeten parels zorgen voor een uitgelaten feestje

Geschreven door

Vooraleer het weerzien zich, na maar liefst vijftien jaar, kon voltrekken werden we nog eerst twee Parijse bands door de strot geramd. Vergeef me de wat oneerbiedige uitdrukking. Ik heb er trouwens alle begrip voor dat men beginnende groepen een kans geeft , maar ik had toch het gevoel dat er genoeg Franse groepen zijn die wat nauwer zouden aansluiten bij dit hoofdprogramma.

In de keuze voor Jack’s On Fire kon ik me nog enigszins vinden. Het viertal rond Vincent Lion en Claudia Singer hinkte wat op twee gedachten. Zanger-gitarist Lion deed hard zijn best om zo Brits mogelijk te klinken en wordt daarbij wel eens vergeleken met Arctic Monkeys maar daar had ik geen boodschap aan. Geef mij maar het zangeresje dat beschikte over een stel wonderlijke stembanden waarmee zij het eerder in de noiserock zocht. Wanneer ze het op een gillen zette , liet ze zelfs een Nele Janssen van Peuk wat verbleken.
Midden in de set hoorde ik onverwacht een vonken slaande versie van “Cherry Bomb”, dat het origineel van The Runaways ruimschoots overtrof en waardoor ik me al opmaakte voor een definitieve kentering. Helaas bleek het nummer dat erop volgde eerder op een afleggertje van The Strokes.

Met Parlor Snakes verscheen er een goed geoliede band op het podium met een onwrikbare sound waar geen millimeter van werd afgeweken en die verdomd goed wist waar ze naartoe wilde, helaas was dat niet mijn favoriete bestemming. Dit leek een kruising tussen glam en powerrock die voor weinig verrassingen zorgde , maar met Eugénie Alquezar hadden ze wel een geweldige frontvrouw in huis. Niet dat ze zo goed kon zingen of een virtuoos was op haar instrument (haar orgeltje deed trouwens meestal dienst als decoratie). Maar aan charisma had ze geen gebrek terwijl ik nooit eerder een zangeres zo gracieus zag dansen als zij en dat op torenhoge stiletto’s. En zo zorgde deze wonderlijke verschijning ervoor dat ik niet vroegtijdig de bar opzocht.

The Detroit Cobras, wie kent ze nog? Tussen 1998 en 2006 maakte deze groep rond zangeres Rachel Nagy en gitariste Mary Ramirez (de lijst met de overige groepsleden is schier eindeloos) vier LP’s en één EP vol obscure covers. Nagy en Ramirez wilden graag een band beginnen maar waren te lui om zelf nummers te schrijven. “Waarom zou je zelf een slechte song maken terwijl er al zoveel goede zijn” en dus keerden ze hun platenkast om.
Na acht jaar bleek die bron uitgeput en verdwenen de Cobras in de anonimiteit. Dus was het maar de vraag wat ze er na al die jaren nog van zouden bakken. Nieuw werk buiten een single op Jack White’s ‘Third Man Records’ is er niet.
Vergeleken met het elegante mirakel van daarnet oogde Rachel Nagy eerder een slons, maar dan wel een heel sympathieke en met tonnen meer (zang)talent. Nagy leek er al eentje op te hebben en dan druk ik me nog voorzichtig uit. Bij momenten hield ze zich nauwelijks staande, evenwichtsproblemen of straalbezopen? Gelukkig zette dat in ieder geval geen rem op het vocale werk want dat was nog steeds bijzonder indrukwekkend.
“Wie durft er Adele nog een goeie zangeres noemen nadat hij Rachel Nagy gehoord heeft” las ik ergens en daar kan ik me volledig bij aansluiten. Haar uiterlijk was misschien niet zo gracieus meer, haar stem dus te meer. Met een indrukwekkende souplesse reeg ze nonchalant maar altijd soulvol de rock-‘n-roll, rhythm-‘n-blues en soulparels aaneen. Naast haar het eeuwig goedlachse opdondertje, Mary Ramirez, die voortdurend bleef rondhossen. Het valt misschien niet meteen op maar ze is een verrekt goeie gitariste met een perfecte timing.
De rest van de groep (tweede gitaar, bas en drums) zorgde voor de vette en erg aanstekelijke garagesound. Wat was het een feest om al die oude vergeten juweeltjes, niet zelden deels door het publiek meegezongen, terug te horen. “Putty (in your hands)”( The Shirelles, ook gekend van The Yardbirds) , “Cha cha twist” (Connie Francis), de Oblivians klassieker “Bad man” (hier “Bad girl” uiteraard), “Weak spot” (Ruby Johnson) of “Leave my kitten alone” (Little Willie John) voorzien van een heerlijk “Meow”: het waren voortdurend aanslagen op de heupen.
Bij “Ya ya ya (Lookin’ for my baby)” (The Nightriders) beleefde een dame uit het publiek de tijd van haar leven toen ze mocht komen meezingen op het podium. Deze uitbundige nostalgische trip eindigde met het wat forsere “I wanna holler” (Gary U.S. Bonds) waarbij de groepsleden één voor één het podium verlieten met als laatste de drummer.
Er konden nog twee bissen af waarbij Rachel Nagy, vers drankje in de hand, haar hooggehielde laarzen had uitgetrokken en in bontgekleurde sokken verscheen. Teneinde het evenwicht wat beter te kunnen bewaren waarschijnlijk.

Organisatie: 4écluses, Dunkerque

Black Leather Jacket

Tranquilizer

Geschreven door

2019 was het jaar van Black Leather Jacket. Hun nummer “Village People” kwam tot op plaats 3 in de Afrekening van Studio Brussel. Om hun muziek ergens te situeren neem je het best een blend van de Black Box Revelation, Sons en Equal Idiots. Voeg er nog een fijne scheut psychedelica en noise aan toe en klaar is je gerecht.
Op de eerste helft van hun eerste langspeelplaat komen we vooral rechttoe-rechtaan nummers tegen. Allemaal songs zonder al teveel franjes en ongeveer 2 minuten lang. Het reeds gekende en aanstekelijke “Village People” komt voorbij. Maar ook opener “Western World” is uit het goede hout gesneden en bevat een herkenbaar refrein. “Dead Souls” heeft een riff dat evengoed van The Stooges kon geweest zijn. De baslijn is hier wel de drijvende kracht achter het nummer. Met terug een aanstekelijk en meezingbaar refrein. Oudere luisteraars herinneren zich wel bands zoals The Nomads, Paranoiacs of de recente band The Nightmen. Daar doet “If You’re Waiting For A Sign…” qua sfeer mij wel een beetje aan denken. De eerste helft raast voorbij en is één brok energie die de wereld wordt ingestuurd. Het klinkt eenvoudig om die songs te maken maar de kunst is om het boeiend en aantrekkelijk te houden. Dat is hier zeker wel gelukt. Vanaf  “A New Era of Consumers” verruimen ze hun muziek een beetje. Deze track is een psychedelisch stukje muziek bestaande uit een akoestische gitaar met sfeervolle keys eronder. Ze baant tevens de weg vrij voor het energieke “Intoxicated”. “FFFreaks” bevat een loodzware riff en samen met de bas is het eerder een donkere song geworden. Hier neigt de zang naar noiserock. “A Burnt Child Dreads Fire I” is een geweldig mooie en eerder a-typische Black Leather Jacket song. De opbouw is hier vrij uitgesponnen. Het doet mij wat aan Kasabian denken. De bas zit hier echt goed op zijn plaats en is de ziel van de song waarrond de rest komt en gaat. Kijk, dit is nu een song dat aantoont waarom je zeker deze mannen niet mag onderschatten. Er staat daarna nog een part II op dat een iets andere mix meekreeg maar de song blijft gelijk hoe recht staan. Dan weet je dat het een goede song is.
De Noorderkempenaars van Black Leather Jacket hebben een aangenaam en aanstekelijk debuut uit dat het goede van “Village People” bevestigt. Hiermee bewijzen ze meer dan een hype te zijn en daarom vermoed ik dat we volgend jaar nog veel van hen gaan horen. 

Pagina 302 van 966