logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Epica - 18/01/2...

Neil Young

Neil Young + Promise Of The Real - Nog lang geen oude man

Geschreven door

Het was ondertussen al drie jaar geleden dat Neil Young en zijn Promise Of The Real ons land een bezoekje brachten. Na een solocarrière van vijftig jaar (als je zijn jaren met Buffalo Springfield niet meetelt) en rond de veertig studioalbums hoeft de Canadees al lang niet meer te worden geïntroduceerd. Op zijn gezegende leeftijd van 73 tourt hij nog steeds lustig rond, en krijgt sinds enkele jaren hulp (alsof hij die nodig zou hebben) van Promise Of The Real. Frontman van die band? Lukas Nelson, zoon van Willie Nelson.

De eer om de avond te openen was echter weggelegd voor de Britse band Boy Azooga. Met hun energieke melodieën en bij momenten stevige doorhalen probeerden ze het bombastische Sportpaleis te vullen, al ging hun sound in het begin wat verloren. De stress was duidelijk bij de bandleden af te lezen, tot ze na enkele nummertjes hun draai vonden. Toen ze het publiek meedeelden dat ze al jaren fan zijn van Neil Young, konden ze niets meer mis doen en groeide hun vertrouwen elke minuut wat meer. Het zorgde ervoor dat de band hun voorprogramma sterk kon afsluiten.

Neil Young + The Promise Of The Real - Tien minuutjes na aanvang kwam dan de ster van de avond ten tonele, en net als het voorprogramma eerde ook Neil Young zijn helden. Een t-shirt van Howlin' Wolf met daaronder een paar hippe sneakers, Neil Young geeft echt geen moer om zijn dresscode. Het enigste dat bij de man telt, is muziek, en dat was meer dan in orde. Starten deed de man met een strakke versie van "Mansion On The Hill" waarmee hij het publiek direct meetrok in zijn verhaal. Een verhaal dat Neil Young altijd vertelt zonder al te veel woorden, zo sprak hij het publiek maar aan na een uur spelen. Het concert begon pas om negen, wat twijfels opriep over de duur van het concert. Young staat ervoor bekend shows van drie uur te spelen, maar eerder was al aangekondigd dat zijn show ten laatste om elf zou eindigen. Spoiler alert: de show eindigde niet om elf.

De set van de superster was allesbehalve een best of, zo kregen minder bekende nummers een plek in de spotlight. Grote afwezigen waren "Like A Hurricane", "Heart Of Gold" en verrassend genoeg "Down By The River". De bekende versie waarbij de gitaarvirtuoos het nummer tot twintig minuten uitrekt en daarbij verschillende gitaarsolo's op het publiek afvuurt, was dus niet te horen. Jammer, gelukkig bracht de man een wondermooie versie van "Old Man" en bracht hij iedereen aan het dansen met een lange versie van "Rockin' In The Free World". Afsluiten deed hij echter met "Roll Another Number", een iets minder bekend nummer.
Het publiek liet de nummerkeuze weinig aan hun hart komen, zo ging het dak er net niet af bij "Hey Hey, My My (Into the Black)", waarop elke ziel in de zaal het refrein meebrulde. Het publiek bestond zowel uit jongere als oudere fans, maar van die leeftijdsgrens was er meestal niks te merken. Er werd gesprongen, lustig geklapt en vooral luidkeels meegezongen. Dat was allemaal te danken aan Neil Young, maar ook aan de band, iedereen is duidelijk heel erg goed op elkaar ingespeeld. We waren vooral onder de indruk van het drumwerk, heel energiek en altijd correct. Er kon tussen Young en de rest meermaals een glimlach en een schouderklop af, wat aantoont dat iedereen zich gewoon amuseert.
De mix van meezingers, stevige rocknummers en wondermooie ballads zorgde voor een mooie afwisseling waardoor de twee en een half uur durende set als een trein voorbijraasde. Ook de afwisseling van instrumenten hield de vaart erin, zo werd ons "Are You Ready For The Country" voorgeschoteld met Young op piano. Het toonde nog maar eens aan dat Neil Young nog steeds relevant is en dat hij er duidelijk ook zelf van geniet. Na een carrière van jewelste zou je denken dat er al wat slijt op de grootvader van de country rock zou zitten, maar ook op zijn leeftijd blijft de man zijn stem onaangetast. Zelfs zonder zijn backing band hield hij het Sportpaleis in z'n greep. Hoe hij tijdens "Rockin' In The Free World" een meer dan stevige gitaarsolo uit zijn mouw schudde, deed onze mond kwijlend openvallen. Dat Neil Young nog steeds meester is over zijn instrumenten, is nog steeds een understatement.

Ondanks dat het concert niet volledig uitverkocht was, werd er toch reikhalzend uitgekeken naar de passage van Neil Young. Aanvankelijk bleef het publiek nog rustig, maar het strakke spel van de Canadees en zijn band zorgde ervoor dat het enthousiasme bij elk nummer hoger de lucht in ging. Young kon ontroeren, maar ook ouderwets rocken. Het zorgde voor een divers schouwspel, met als kers op de taart het slotstuk. Niemand weet hoe veel kansen we nog zullen krijgen om deze absolute oerlegende aan het werk te zien, maar laat ons hopen dat dit niet de laatste was.

Setlist: Mansion on the Hill - Over and Over - Mr. Soul (Buffalo Springfield cover) - Love to Burn - The Loner - When You Dance, I Can Really Love - On The Beach - Unknown Legend - From Hank to Hendrix - Old Man - Are You Ready for the Country? - Long May You Run - Fuckin' Up - Cortez the Killer - Cinnamon Girl - Danger Bird - Hey Hey, My My (Into the Black) - Throw Your Hatred Down - Rockin' in the Free World - Roll Another Number

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Gracia Live

Ostrogoth

Ostrogoth - Een deftig potje hardrock kunnen brengen, welke leeftijdsfase ook …

Geschreven door



Mario Pauwels - Ostrogoth -"Doel? op een mooie manier oud worden, goed bij het verstand en nog steeds een deftig potje hardrock kunnen brengen op menig podia''

De tijden dat metal voer was voor een elite aan langharig tuig, is al lang voorbij. Metal is mede dankzij Metallica, dat bijvoorbeeld in een overvol Koning Boudewijnstadion de pannen van het dak speelt , en de grote groei van festivals als Graspop Metal Meeting, eigenlijk zelf zeer mainstream geworden. Omdat metal nu eigenlijk dankzij voornoemde evenementen redelijk hot is in de media vonden we het ook goed om een gesprek te hebben met één van de vaandeldragers van wat metal in ons land betreft. Ostrogoth. We ontmoeten Mario Pauwels in een gezellig café op de Grote Markt in Lokeren en vuurden hem enkele vragen af over heden, verleden en toekomst van de band en van metal in zijn totaliteit.

Ondertussen is er veel veranderd binnen de band, sommige leden verlieten de band en Ostrogoth heeft een gloednieuwe bladzijde omgedraaid. We vroegen ons af hoe de reacties van de fan was op die wederom nieuwe wending?
Mario zegt hierover: 'Laat me duidelijk zijn de muzikanten die de band hebben verlaten zijn één voor één topmuzikanten en van goudwaarde binnen metal. Dat Thorium het zo goed doet is daar een levend bewijs van. Binnen Ostrogoth kregen we echter het gevoel niet meer dezelfde richting uit te kijken. Sommige vroegen zich af of de fans dat wel willen … een grotere omslag? Onze fans verwachten gewoon dat Ostrogoth klinkt als Ostrogoth. De nieuwe bandleden blijven die heavy metal van toen trouw en passen perfect in het plaatje. Onze fans reageerden dan ook positief. '

Ik gaf aan dat ik houd van een band die buiten zijn eigen lijntjes durft te kleuren, maar dat dit bij een band als Ostrogoth misschien een averechts effect zou kunnen hebben
Mario bevestigt dit. 'Bij onze laatste schijf 'Last Tribe Standing' kregen we soms reacties van fans die vonden dat het niet altijd klonk als Ostrogoth. Vernieuwen is ok, maar van sommige bands verwacht men nu eenmaal gewoon dat ze op diezelfde wijze verder doen'.

OMGANG MET VERLIES - Wat me opvalt is, dat Ostrogoth een band is, die ondanks alles, datzelfde spelplezier is blijven uitstralen. Verdergaande op dat verleden wilde ik het ook hebben over hoe je omgaat met bandleden - die een stuk van uw familie zijn geworden - die komen te overlijden. Hoe ga je daarmee om?
"Dat is een moeilijke opdracht'' zegt Mario ''Vooral als het zo vrij plots gaat en het nog gaat om een bandlid dat nog steeds actief is, is dat haast onmogelijk. Maar we wilden per se doorgaan. Toen er bij Rudy kanker werd vastgesteld , wisten we echter waar we voor stonden. Hij heeft zelfs zelf zijn potentiële opvolger naar voor geschoven. Het is eigenlijk vooral door die steun van de fans dat we zijn blijven doorgaan.'' zegt Mario zichtbaar aangedaan. ''Iemand verliezen slijt nooit, jouw bandleden worden door de jaren een stuk van uw eigen familie, je ziet ze elke dag''.

SUCCES IN HET BUITENLAND - Ondanks dat Ostrogoth een klinkende naam is binnen het metal en hard rock gebeuren in ons land, zijn ze nooit echt doorgebroken naar het buitenland. Als je kijkt naar bands als Evil Invaders en Carnation? Die slagen daar nu wel in. Zijn de mogelijkheden anders geworden dan vroeger? Hoe komt dat toch?
"Laat ons stellen vroeger was het aanbod van bands eerder beperkt - wij, Killer, Acid, Crossfire, Bad Lizard, Lionspride, Black Widow, Purple Haze, Thunderfire, Scavenger en later bands als Cyclone, Warhead en Target.. Wij verdeelden de enkele belangrijke metalfestivals onder ons.  Er kwam dan ook altijd hetzelfde volk massaal op af. Wij waren toen de pioniers van het genre. Wij waren hot in het buitenland, maar er waren geen middelen of ondersteuning om een buitenlands avontuur aan te gaan. Desondanks speelden veel metalbands van eigen bodem als support van bekende bands. Channel Zero heeft begin jaren 90 het enge cordon rond de metal wat doorbroken. Nu is er eigenlijk een overaanbod, van allerlei strekkingen. De marketing en promotie daar rond is veel beter uitgewerkt. En uiteraard is er de kracht van de sociale media. Bands kunnen zichzelf veel gemakkelijker verkopen door Facebook, Twitter of Bandcamp'. In onze tijd bestond dit toen allemaal niet. Of het nu dan gemakkelijker geworden is om wel bekend te worden in het buitenland is net door dat overaanbod ook niet zo gemakkelijk. Maar het lukt sommigen wel. En laat ons eerlijk zijn: bands als Carnation en Evil Invaders leveren kwaliteit af en zijn ook van klein moeten opklimmen naar groot. Ze hebben alleen een betere marketing rondom zich kunnen verzamelen door de tijdsgeest.''

Is het, om daarop verder te gaan, nu gemakkelijker om optredens vast te leggen?
''Ook daar is er een groter aanbod dan toen. Metal is ook geen vies woord meer, toen wij ergens optraden kwam daar een politiemacht op af en werden we gefouilleerd omdat we lang haar hadden (lacht). Tijden zijn veranderd. Ook zijn er enorm veel zalen en zaaltjes bijgekomen, in het Gentse is er bijvoorbeeld een zeer groot aanbod (Kinky Star, Balzaal Vooruit, DOK, Charlatan, Asgaard..) en noem maar op.''

DE KRACHT VAN SOCIALE MEDIA - Om eens terug te komen op die 'sociale media' en dingen als Bandcamp en Spotify. ik vertelde Mario hoe een band als Turbowarrior of Steel in Tsjechië mochten optreden, mede dankzij naambekendheid via Spotify. We vroegen zijn mening daarover?
'' Eigenlijk zijn dingen als Spotify, iTunes tot Bandcamp nog geen ontgonnen terrein voor mij. Eén van mijn raadgevers tipte me al om die mogelijkheden te benutten. Ik ben er zeker van dat je via die weg heel veel mensen, ook in het buitenland, kunt bereiken. Misschien moeten we eens bekijken of we daar iets mee kunnen doen en wat de mogelijkheden zijn voor Ostrogoth. De kracht van sociale media en dus ook van die streaming is enorm, niet dat je als band daar iets aan verdiend maar het feit dat men je kan ontdekken is ook belangrijk''

OPTREDEN IN OOST-EUROPESE LANDEN - Kunnen we stellen dat wat ons land betreft Ostrogoth een beetje alles heeft bereikt? Is er nog een doel? En wat met het buitenland, waar zouden jullie nog graag eens optreden?
'' Ik ben gestopt met me focussen op wat we niet hebben bereikt, maar eerder blij met enkele mijlpalen. We hebben op Graspop gestaan - in 2014 op Jupiler stage- we hebben ooit de eerste edities van Heavy Sound Festival 1983 en Pukkelpop mogen openen in 1985. We hebben met Def Leppard, Uriah Heep, Anvil, Gary Moore, Golden Earring, Loudness en Manowar gespeeld. Meer recentelijk met Ross the Boss, Q5, Helstar, Enforcer, Jack Starr’s Burning Star, Moonspell… Dat zijn momenten die we nooit meer zullen vergeten. Waar ik graag nog eens zou optreden is in de Oost-Europese landen of Zuid-Amerika. En een doel, op een mooie manier oud worden, goed bij het verstand en nog steeds een deftig potje hardrock kunnen brengen op menig podia''

We wilden dieper ingaan op die toekomstplannen. Zijn er plannen voor de nabije toekomst? Uitbrengen van nieuw materiaal?
''De ideeën zijn er, de uitwerking nog niet. Het is bij Ostrogoth zeer belangrijk dat we, als we iets realiseren, allemaal - en ik herhaal - allemaal dezelfde kant uitkijken. Als iedereen op dezelfde lijn zit bestaat die kans. Al stellen we vast dat onze fans wel meer staan te wachten op onze hits, dan pas gaat het dak er altijd wel compleet af. Maar dat is iets wat grote bands als Deep Purple of zo ook voor hebben (sic evd)''

40 JAAR OSTROGOTH - Als ik naar Wacken kijk zie ik daar enorm veel Duitse bands, ook Hellfest heeft zeer veel Franse op zijn affiche staan. Zelfde met festivals als Mainsquare? Waarom is het toch zo moeilijk voor een Belgische band om bijvoorbeeld op Graspop te staan? Waarom heeft Ostrogoth daar niet eerder gestaan, of op Alcatraz.
" Een echte verklaring heb ik daar niet voor, we spelen in augustus nu als hoofdact op een tweedaags festival in Portugal en daar staan veel Portugese en Spaanse bands op de affiche, naast enkele kleppers (Cloven Hoof en Rhapsody on Fire). We bestaan in 2020 welgeteld 40 jaar, waarschijnlijk gaan we daar rond iets speciaals maken. 2020 wordt ons Festyear! Daarnaast zijn er toch al wat meer Belgische bands die verdiend op Graspop staan, en ook Alcatraz Metal Fest pakt uit met een derde podia met allemaal Belgisch talent.

Besluit - De rode draad in dit gesprek is niet alleen hoe alles is geëvolueerd voor Ostrogoth zelf in die 40 jaar, ook het landschap is sterk veranderd. Er is een groter aanbod, maar of dit in het voordeel is van de band is niet altijd even zeker. Er komt enorm veel marketing bij kijken en de juiste personen op de juiste plaats. De sterkte van sociale media, waardoor een band zichzelf gemakkelijker kan verkopen speelt een zeer grote rol. Ook dat er meer mogelijkheden zijn om op te treden, het wereldje 'metal/hardrock is veel groter geworden dan 40 jaar geleden. Blijven proberen, blijven optreden, blijven uzelf verkopen en hopen op dat ene moment dat je in de aandacht komt van organisaties/ bookers/ record companies die je nog meer willen promoten. Werken aan je carrière zoals Ostrogoth dat het na 40 jaar met nog steeds even veel passie en spelplezier doet als toen dus.

Unwanted Tattoo

Unwanted Tattoo - Hey Lucha is onze hulde aan de luchadoras

Geschreven door

De Kortrijkse band Unwanted Tattoo verraste ons eerder dit jaar met de catchy single “Hey Lucha”. Omdat ook hun vorig jaar uitgebrachte vinylalbum ‘Pardon My French’ bijzonder in de smaak was gevallen, gingen we langs bij de immer gemaskerde drummer Barney voor een gesprek over verleden en toekomst.

Het is altijd beleefd om bij het begin te beginnen. Voor wie Unwanted Tattoo nog niet kent: wanneer en hoe is de band ontstaan?
Barney: Unwanted Tattoo ontstond in 2009. Toen hielden twee andere bands op te bestaan. Eén band was The Lovehandles, de meidenpunkband van Rine en Annette. De andere was Faroutski, waar ik en Rine in speelden. De eerste Unwanted-gitarist was Pascal (Paz) van de bevriende Nederlandse punkband Duitse Herder. Hij kwam drie jaar lang elke maand repeteren in Sint-Denijs, nabij Kortrijk. Die situatie was na het uitbrengen van de eerste CD niet langer houdbaar, omdat we dan wekelijks moesten repeteren. Daarna hadden we drie jaar een Franse gitarist Seb (Boule). Hij bleef tot na de opnames van de tweede CD in 2016. Na een Nederlandse en een Franse gitarist werd het tijd om een gitarist te zoeken van ‘over het water’. Het werd geen Engelsman, maar Wouter komt wel uit het dorp Moen en voor de andere bandleden is dat dan toch ook van over het kanaal Kortrijk-Bossuit.

Met Annette zit er ook een Franstalige in de band. Welke taal spreken jullie dan op de repetities?
Wij Vlamingen spreken Frans met Annette en zij spreekt Nederlands met ons. Zo fungeren wij als voorbeeld van het Belgische model waarbij Vlamingen en Walen best met elkaar kunnen samenleven en samenwerken. Het is enkel de politiek die tracht ons uit elkaar te drijven. Wij willen samen drinken, samen muziek maken en samen feesten en ik kan garanderen dat ze daar in Wallonië zeker alles van kennen!

Heeft de bandnaam iets te maken met het ‘sterrenmeisje’ dat in 2009 het nieuws haalde met ongewenste gezichtstatoeages?
Barney: De bandnaam bestond reeds eerder. We vonden die in een gedicht van de Canadees Michael Bennett (The Wordman of Alcatraz), waarin ontrouw beschouwd wordt als een ongewilde tattoo.

De sfeer rond Unwanted Tattoo (artwork, clips, podiumoutfit) gaat vooral in de richting van de retro-rockabilly terwijl de muziek eerder garage en punk is. Zoeken jullie het beste van die twee werelden?
Barney: Wij flirten graag met de retro-feel. Rine heeft ook haar eigen merk pin up-jurken zoals in de jaren ’40 en ‘50 (Mabaïla). We hebben een Ford Mustang Fastback uit 1968 en muzikaal mixen wij graag onze cocktail met garage, rawk’n’roll, surf, punkrock, extravaganza, jungle, tiki, mexican wrestling, comics,… Het klinkt heel cliché, maar met Unwanted Tattoo zijn we echt niet zomaar in een hokje te plaatsen. De basis bestaat uit ‘fun’, positivisme, catchy tunes en meezingbaarheid, humor en onszelf niet belangrijker voordoen dan we zijn.

Jullie staan op een Turks (digitaal) verzamelalbum met garage-bands uit heel de wereld. Hoe is dat gebeurd?
Barney: Eind jaren ’90 speelden wij met Faroutski twee keer in Istanbul. We raakten bevriend met de leden van de band Rashit. Na 20 jaar speelde Faroutski onlangs opnieuw drie concerten in Istanbul, opnieuw met Rashit en ook met Unwanted Tattoo. Tolga, de gitarist van Rashit, wou echt heel graag “Hey Lucha” uitbrengen op zijn nieuwe label Kafadan Kontak Records door het op deze verzamelaar te plaatsen.

Is een netwerk van bevriende bands voor jullie belangrijker dan een goede booker of label?
Barney: Wij houden graag alles in eigen handen. Het label Sneaky Lil’ Freak en het agency La Bouqueuze zijn van ons. Wij hebben jarenlang bevriende bands aan optredens in België geholpen en dat werpt op de lange termijn inderdaad vruchten af. Door King Kool speelden wij reeds in de UK, met El Ray in Kopenhagen, met The Kilaueas in Berlijn, met The Reptilians From Andromeda in Istanbul en straks misschien in Athene, Praag en Spanje.

Vorig jaar verscheen jullie album op vinyl, maar niet op CD. Jullie lijken niet meer te geloven in de CD?
Barney: CD’s verkopen voor geen meter meer. Mensen kopen die zelfs niet als ze slechts €10 kosten. Voor ons was het maken van een gekleurde vinylplaat (180 gram) in een beperkte oplage van 250 exemplaren en met een fantastisch hoesontwerp door Coert van Artwerk KustomType de beste keuze. Vinyl blijft een mooi hebbeding en je krijgt er een downloadcode bij. Het artwork is zo goed dat je de hoes ook gewoon in een kader aan de wand kan hangen. Aan de andere kant moeten mensen wel beseffen dat wij enkel door de verkoop van T-shirts en muziek alles moeten bekostigen. Een videoclip opnemen kost handenvol geld, maar zo’n clip is nodig om meer concerten te kunnen spelen, zodat meer mensen ons ontdekken en willen steunen. Het volgende dat we zullen uitbrengen, wordt waarschijnlijk opnieuw vinyl.

Jullie maakten al twee clips met de Brit Don Donovan. Hoe zijn jullie bij hem terechtgekomen?
Barney: We ontmoetten Dan met z’n toenmalige band Tribe of Dan begin jaren ’90. Hij speelde in de 4AD in Diksmuide en in de Pits, wat toen zowat onze vaste stek was in Kortrijk. Met Faroutski zaten wij bij hetzelfde agency. Hij is behalve een goede muzikant ook heel goed met de camera en een kei in beeldmontage. Ondertussen is Dan een goede vriend geworden. Dan doet het momenteel trouwens zeer goed met z’n band The Dan The D. Hij werd zopas nog uitgenodigd om bij El Rancho De La Luna in de Verenigde Staten (gekend van Queens Of The Stone Age, Foo Fighters en Iggy Pop) opnames te gaan maken. Samen met zijn vriend Jonny Quinn (drummer bij Snow Patrol) en Dave Catching van de Eagles Of Death Metal blikte hij er in de Mojave-woestijn enkele pareltjes in. Die verschijnen binnenkort op een album.

Voor “Hey Lucha” is het duidelijk waar jullie de inspiratie haalden. Wie van de band schreef de song en wie bracht de ideeën aan voor de clip?
Barney: De andere bandleden vinden dat ik altijd ‘rare’ dingen wil uitproberen. Ik schrijf de teksten en het thema van een videoshoot kan onze nieuwe releases beïnvloeden. “Looking Good” gaat over ‘girls stuff’, “Hot Rod Honey” over ons bezoek aan het Hot Rod Fest in Chimay, “Jesse James” is onze favoriete gangster-hero, “Tiki Hula” bewierookt Polynesië en met “Hey Lucha” tonen we ons respect voor de Mexicaanse luchadores zoals El Santo en Blue Demon evenals voor de Torhoutse luchador Black Cobra.

In jullie andere video’s spelen de bandleden zelf de hoofdrol, maar hier niet. Niet sportief genoeg om in de ring te treden?
Barney: Ik had als regisseur mijn handen vol. Dat is mijn excuus. De andere bandleden figureren als opruiers in het publiek. Onze vier luchadoras (Ann, Petra, Kaatje en Marij) hebben ervaring als bokser en daarom vonden we hen het beste geschikt om in de catch-ring te staan. Luchador/roadie Jos en de aankondiger Kyvie kregen net als de dames een intensieve catch-training van een aantal maanden bij CWA in Torhout vooraleer zij voor de opnames in de ring stapten, zodat het visueel toch wat overtuigend was. Het was niet evident om mensen te vinden die tot het uiterste wilden gaan voor onze clip, maar wij hebben ze gevonden en zij kunnen allen héél trots zijn op hun prestaties.

Koste het veel moeite om de acteurs en actrices te overtuigen? Voor die snelcursus worstelen was het vast niet evident dat mensen daar zo veel tijd in kunnen steken. En die kostuums en al die voorbereiding. Dat getuigt toch van heel toegewijde fans.
Barney: De capes werden door Rine zelf gemaakt. De luchadoras kozen hun eigen outfit. De maskers bestelde ik online in Mexico. Ik heb bewust voor de jongedames gekozen om zo meer publiek naar onze clipopname te lokken want het enthousiaste publiek was essentieel in het opzet van de clip. We hebben die vier dames zonder veel uitleg gevraagd om te worstelen in de clip, maar wij noch zij wisten echt goed waar we aan begonnen waren. Eigenlijk wist bijna niemand vooraf hoe deze clip van Unwanted Tattoo er zou uit zien. Zelfs Dan kreeg pas de definitieve briefing de avond voor de opname bij Bolwerk. Ik ben wel héél blij met de toewijding waarop iedereen tijdens de opnames zijn ding deed. Voor mij was het zenuwslopend, maar de ganse crew was top!

Voor een band die het zonder financiële steun van een label of management moet stellen, lijkt de clip van Hey Lucha een gigantische en dure productie?
Barney: De clip koste bloed, zweet en tranen, maar was voor de rest low budget en in één week klaar door de transparante voorbereiding en planning. Dankzij de goede afspraken met Dan, Bolwerk en catchclub CWA konden wij voor een win-winsituatie zorgen. De volgende clip van Unwanted Tattoo kan gerust opnieuw productioneel ‘mega’ zijn, maar er zijn nog geen plannen.

Hoe ziet de toekomst van Unwanted er uit? Zijn er behalve clubs in binnen- en buitenland nog festivals op jullie verlanglijstje?
Barney: Onze favoriet festivals zijn uiteraard Sjock in Gierle en Roots & Roses in Lessen. Daar zijn wij elk jaar opnieuw aanwezig als toeschouwer en daar zouden wij ook wel passen op het podium. Alleen denken we dat als we er zelf spelen, wij dan het festival niet op dezelfde manier zullen beleven. Wij zijn ook tevreden met hoe het nu loopt: elke maand enkele club of café-optredens, gecombineerd met een paar buitenlandse tours zoals in Kopenhagen, Berlijn, Peterborough en Istanbul.

Zijn er ten slotte nog bands waar jullie graag eens mee samen op het podium willen staan?
Barney: Doorheen de jaren deelden wij reeds het podium met Deus, Heideroosjes, Dead Moon, Leatherface, Triggerfinger, Stiff Little Fingers en Vice Squad en speelden we reeds talrijke concerten met onze vrienden van The Sloppy Diamonds, NRA, Mangel, Duitse Herder, Rashit, King Kool, El Ray, The Kilaueas, Bruce, Rattleshack en The Reptilians From Andromeda. Dat was allemaal heul leuk. Er liggen plannen op tafel om nog in Praag, Athene en Spanje te gaan spelen. De toekomst ziet er goed uit voor Unwanted Tattoo.  

Bjørn Berge

Who else?

Geschreven door

Bjørn Berge is een Noorse zanger/gitarist die, naast meewerken aan uiteenlopende projecten, ook als solo-artiest zijn stempel heeft gedrukt op het blues tot heavy bluesrock gebeuren in binnen en buitenland. Zijn eerste solo-album dateert van 1997. Maar uiteraard heeft Bjorn ondertussen niet stil gezeten. De man is een ware gitaarvirtuoos die klanken uit dat instrument tovert waardoor hij vaak in één adem wordt genoemd met alle grootheden binnen dat gitaarspel. Met zijn ijzersterke reputatie bracht hij onlangs een nieuwe schijf uit: 'Who Else?' Volgens onze bronnen was deze plaat al klaar in 2014, maar kon hij die schijf pas nu afwerken doordat hij werd gevraagd voor de folkrockband Vamp. Op dit nieuwe album wordt Bjorn bijgestaan door Kjetil Ulland op bas en door drie verschillende drummers naargelang de song, alsook door backing vocalist Dagny Christophersen. Deze vormen elk op hun eigen wijze een meerwaarde binnen het geheel.
Op de volledige schijf is die gitaar de rode draad . Elke riff is weer een kunstwerk op zich. Song na song trekt Bjorn alle registers wijd open, en bezorgt hij je kippenvelmomenten bij “Monkey Ship”, “Lost Pearl” tot “Mr. Bones”. Voeg daarbij zijn bijzonder warme stem en je krijgt een perfect bluesrockplaatje, waarbij het tempo gaat van gezapig lijnen uittekenen naar lekker aanstekelijk tot energiek. De aanhoorder krijgt een blues in alle geuren en kleuren, een oorgasme . Berge houdt de arrangementen op deze schijf vaak zeer bewust sober waardoor zijn donkere, warme stem beter tot zijn recht komt.
Met de ogen gesloten vertoeven we weer eens in die donkere, rokerige pub waar we genietende van een glas whisky en luisteren naar een bluesartiest die je doet wegzweven ver van de harde realiteit van het leven. Dat is een gevoel dat ik graag beleef tijdens het luisteren naar blues. Bjorn Berge is een grootmeester die echter eveneens blues met rock weet te verbinden, zoals weinig hem dat hebben voorgedaan. Zo wordt na een gezapig “Bitter Sweet” de volumeknop wat meer opengedraaid bij “Speed Of Light” en alle registers compleet opengetrokken. Puurder dan dit kan rock-'n-roll niet zijn. Het zal niet de eerste of laatste verrassende wending zijn die we te horen krijgen op deze perfecte heavy bluesrockplaat. Meermaals blaast hij ons van de sokken, om dan plots je onder te dompelen in intieme en donkere atmosferen. En zo blijft Berge je over de gehele lijn verrassen en op het verkeerde been zetten.
De Noorse gitaar virtuoos Bjorn Berge verbindt met zijn derde soloschijf 'Who Else?' verdovende blues met verschroeiende rockmuziek en bewijst waarom hij in die kringen zo hoog aangeschreven staat. Het is niet zozeer één song die eruit spreekt, het totaalplaatje trekt ons over de streep. Het niveau is constant heel hoog, waardoor die haren op je armen steeds omhoog zullen komen. Als je iets of wat blues of heavy blues minnend bent en ook houdt van een potje rockmuziek van de zuiverste soort, dan is deze plaat dan ook een 'must have' om in je platenkast te hebben.

Tracklist: Monkey Ship (3:33), Lost Pearl (4:03), Mr. Bones (3:27), It Just Ain't So (3:16), Bitter Sweet (4:10), Speed of Light (3:36), The Calling (3:47), Ginger Brandy Wine (3:42), The Sun's Going Down (3:04)

Jazz/Blues
Who else?
Bjørn Berge

Carpathia

1912

Geschreven door

Carpathia mag dan een gloednieuwe band zijn in het alternatieve progressieve metalgebeuren, de bandleden hebben al wat watertjes doorzwommen. Multi-instrumentalist Bobby Drinkwater speelt zowel gitaar als viool, piano en drums en was op zoek naar vers bloed voor een nieuw project. Hij vond nogal snel een medestander bij drummer Jason Barsotti. Deze ervaren drummer streelt de drumvellen sinds zijn 10ste jaar. In de vorm van Andrew Miller, met wie Bobby in een vorig project in 2014 al heeft samengewerkt, vindt hij een bassist die perfect in het plaatje past. In de periode 2016 tot 2017 ging de band op toer als een instrumentale band. Tot ze in Samantha Alice en haar bijzondere stem de juiste vocaliste vonden om het plaatje compleet te maken.
Carpathia kreeg dus pas echt vorm in de lente van 2017. Nu komt de band met een debuut-EP op de markt: '1912'. Een visitekaartje waarmee Carpathia zijn stempel wil drukken op het progressieve metalgebeuren.
De zeer meeslepende, langzaam op gang komende aankleding, waarbij de gestroomlijnde gitaarpartijen je koude rillingen bezorgen worden goed aangevuld door een vocale inbreng van de kristalheldere stem van Samantha. Die brengt de aanhoorder op een energieke wijze in vervoering vanaf “Verdijn”. Een elan waarop de band blijft doorgaan bij daarop volgende “Rasing Arrows”. Het meest opvallende is de gevarieerde aanpak. Van eerder zwevend, waardoor je niet anders kunt dan lekker staan headbangen, gaat de band vaak over naar het opengooien van alle registers. Daardoor blijft de aandacht scherp gehouden, ook bij het daaropvolgende “Sacrifce”. Met de daaropvolgende ballad “Molon Labe” gooit de band één van zijn sterkste wapens in de strijd: die bijzonder warme en verdovende stem van Samantha die je letterlijk lijkt te hypnotiseren. Ook al hebben we vaak de indruk dat er meer in zat dan er echt is uitgekomen. Alsof er soms angstvallig op de rem wordt geduwd.
Echter, laat '1912' een band zien en horen die over potentieel beschikt om potten te breken binnen het progressieve metalgebeuren.
Dat elk van de bandleden topmuzikanten zijn die weten waar ze mee bezig zijn, zorgt natuurlijk voor het afleveren van een perfect meesterwerk. Maar je moet dan wel dezelfde kant uitkijken, om die perfectie te overschrijden. En dat is dus net wat over de gehele EP gebeurt. De kruisbestuiving tussen tovenaars met riffs en drumsalvo's, met die kristalheldere stem van Samantha zorgt bovendien voor een magie van zelden hoog niveau.
Met '1912' levert Carpathia dan ook een visitekaartje af waarmee ze nu al hun stempel drukken op het alternatieve progressieve metalgebeuren. Net door een gevarieerde parel af te leveren, die je enerzijds ontroert en anderzijds stevig doet headbangen en uit de bol gaan, bespeelt de band bewust meerdere emoties. En dat laatste trekt ons uiteindelijk nog het meest over de streep.

Tracklist: Verdijn; Rasing Arrows; Sacrifce; Molon Labe

Einar Flaa

Silent String

Geschreven door

De Noorse singer-songwriter Einar Flaa schrijft, volgens menig biografie, al sinds zijn twaalfde songs. Eerder bracht hij enkele zeer gesmaakte folk pareltjes uit ’Songs From A Place Called Melsomvik’ (2011) en ‘Carriage Road’ (2016). Met 'Silent String' keert Einar Flaa terug naar de natuur, of althans door zijn songs wil hij de mensen de ogen laten opengaan om ons klimaat te beschermen. De man laat zich omringen door topmuzikanten op deze belangrijke boodschap te verkondigen. Met drummer Børge Fjordheim (Morten Abel, Sivert Høyem), bassist Nikolai Eilertsen (BIGBANG, Band Of Gold), Christer Knutsen (Sivert Høyem) op piano en Geir Sundstøl op banjo.
Laat één ding duidelijk zijn geluidsmuren afbreken en je zijn mening door de strot rammen, daar doet Einar Flaa niet aan. Eerder wil hij je door een zachtmoedige aanpak, door te zingen over de schoonheid van die natuur, een spiegel voorhouden die er zeer mooi uitziet. Voor de tijd dat het nog duurt echter. Aan bangmakerij doet de man evenmin, ook dat blijkt meermaals. Einar Flaa gooit zijn bijzonder breekbare, kristalheldere en zachtmoedige stem voortdurend in de strijd, waardoor er een gemoedsrust over jou neerdaalt die je enkel voelt bij het aanhoren van vogels in de lucht, of bij een lange wandeling omgeven door de pracht van die natuur. Vanaf de eerste song, “Close To Nature” tot het zeer mooie en sprankelende “Silent String”. Oorverdovende stilte die dus niet je trommelvliezen doet barsten, maar wel een zeer gevoelige snaar raakt. Op “If I Was Our President” vertelt Einar Flaa op een pakkende wijze hoe bezorgd hij is over de toekomst. Maar ook hier doet hij dit op eveneens een zeer zachtmoedige wijze, en toch houdt hij u ook nu weer zeer bewust een spiegel voor. Op datzelfde elan blijft Einar doorgaan op daaropvolgende songs als “Activist”, “Mountain Birch”, “Country Man” en het prachtige “King Winter”.
Door middel van sobere melodieën en een heldere , zeer warme stem, waardoor hij de aandacht opeist en je hart raakt, haalt Einar Flaa een thema naar boven dat brandend actueel is. De bezorgdheid over de toekomst van ons klimaat is nog nooit zo groot geweest. Die oprechte bezorgdheid verpakt Einar in negen sprankelende mooie songs, waarbij dus geen geluidsmuren worden afgebroken noch meningen door de strot worden geramd. Eerder confronteert Einar de aanhoorder met de schoonheid van die natuur rondom jou, om je te doen nadenken en, als dat nodig is, aan  te zetten iets te doen om dat klimaat te redden, eer het te laat is. Wat mij betreft is hij zeker in zijn opzet geslaagd, nu nog uzelf overtuigen van wat deze singer-songwriter met een bijzonder tot de verbeelding sprekende stembereik je probeert te vertellen.

Tracklist: Close To Nature; Old Talking Oaks; So Called Friend; Silent String; If I Was Our President; Activist; Mountain Birch; Country Man; King Winter

Hans Fredrik Jacobsen

Øre

Geschreven door

De Noorse multi-instrumentalist Hans Fredrik Jacobsen klinkt niet bekend? Nochtans verleende deze multi-instrumentalist, vooral als fluitist, zijn medewerking aan uiteenlopende projecten binnen pop, jazz, blues, volksmuziek en middeleeuwse en renaissance tot wereldmuziek. Bij het grote publiek is hij wellicht nog het meest bekend doordat hij in 1995 zijn 'penny whistle' bespeelde op “Nocturne” van Secret Garden. Het meeste succes vergaarde hij echter samen met zijn vrouw Tone Hulbækmo met wie hij in 1988 de prestigieuze Spellemannprisen won. Ook maakte hij deel uit van Kalenda Maya, een groep die middeleeuwse muziek speelt. Zijn soloplaten zijn kunstwerkjes, waarop improviseren tot het oneindige de rode draad vormt. Ook op zijn recente werk 'ØRE', een hommage aan het oor, is dit het geval.
Dit quasi instrumentale meesterwerk bestaat uit zeventien songs die trouwens alle kanten uitgaan. Alsof hij die klanken ter plaatse uitvindt en daar iets nieuws aan toevoegt. Telkens zet hij de luisteraar daardoor op het verkeerde been. Die folk-elementen komen wel meermaals bovendrijven, maar vaak maakt Hans Fredrik ook uitstapjes naar Oosterse muziek. Luister maar naar “Rett Fra Levra” en je voelt je wegzweven naar die verre oorden. Naast folk en Oosterse muziek horen we trouwens ook knipogen naar jazz.
Hans Fredrik heeft zich voor deze soloschijf bovendien laten omringen door klassemuzikanten als Jacobsen André Roligheten, Karl Hjalmar Nyberg, Alf Hulbækmo, Gjermund Silset en Hans Hulbækmo. Wat dan weer zorgt voor een extra meerwaarde.
De man houdt duidelijk van extremen. Daar waar je dacht dat de fluit een zeer monotoon geluid voortbrengt, lijkt Hans Fredrik Jacobsen daar zoveel ingrediënten aan toe te voegen, waardoor hij die fluit als instrument als het ware heruitvindt. Alsof hij dat instrument dus als het ware ontleedt door er klanken aan toe te voegen waarvan we het bestaan niet kenden.
De samenklank van altfluit, contrabas, harp en akoestische gitaar zorgt er bovendien voor dat dit een vrij toegankelijke schijf is geworden. En dat is toch opmerkelijk voor een instrumentale plaat die rond één instrument draait. Op het einde horen we ook nog een vocale inbreng, waarvan we stiekem toch hadden gehoopt dat daar iets meer had van ingezeten. Want die stem komt de intensiviteit ten goede. Maar voor de rest hoor je ons niet klagen.
Hans Fredrik Jacobsen brengt met ' Øre' een opvallend veelzijdig schijfje uit dat draait rond dat instrument fluit, waarbij hij - mede dankzij de medewerking van al even grote tovenaars met klanken - grenzen weet te verleggen wat dat instrument betreft, waar wij dachten dat er geen grenzen meer waren. Folk-elementen worden verbonden met stiltes, tot uitspattingen naar blues of jazz alsof ook dat de normaalste zaak van de wereld is.
Dat oneindige improviseren zorgt er dan ook voor dat je geboeid blijft luisteren en genieten tot de toppen van je tenen van zoveel virtuositeit op een klein uurtje tijd. Zonder meer legt Hans Fredrik met ‘Øre’ een zeer kleurrijk klankentapijt neer. Waardoor de muziekliefhebber die zijn oren spitst, en zijn hart ervoor open zet, verwonderd zal zijn van zoveel virtuositeit.

Atomic

Pet Variations

Geschreven door

Atomic is een Zweeds/Noorse jazzformatie bestaande uit de crème de la crème binnen de Scandinavische jazz. De band werd in 2000 opgericht door het Zweedse duo Magnus Broo (trompet) en Frederik Ljungkvist (saxofoon/klarinet) Later voegden zich nog drie Noorse muzikanten bij de groep: pianist Håvard Wiik, contrabassist Ingebrigt Håker Flaten en drummer Paal Nilssen-Love. Die laatste werd in 2014 vervangen door de eveneens uit Noorwegen afkomstige Hans Hulbækmo. Met meer dan twintig jaar ervaring binnen de scene waren de heren vooral op zoek naar nieuwe uitdagingen. Ondertussen is Atomic uitgegroeid tot een begrip. Werd in het verleden geopteerd voor bijna uitsluitend eigen composities, dan kiest Atomic met 'Pet Variations' voor muziekpartijen van andere componisten. Waaronder: Steve Lacy, Carla Bely, Brian Wilson en Jan Garbarek. Atomic schotelt je met 'Pet Variations' dan ook een zeer kleurrijk pallet voor. boordevol verrassende wendingen.
Oudere songs in een nieuw kleedje steken, zeker als het gaat om tijdloze klassiekers binnen hun genre, is altijd een risico. Maar wat Atomic doet met knappe songs als “Walking Woman”, “Cry Want” en “Louange A 'Léternite de Jèsus” is buitengewoon indrukwekkend. Improviseren is sowieso de rode draad in  het jazzgenre, maar Atomic verlegt hier een grens waar geen grenzen zijn. Song na song wordt je met verstomming geslagen door zoveel virtuositeit gebracht door muzikanten die niet alleen weten waar ze mee bezig zijn, maar die songs uitkleden en daar een compleet eigen compositie van maken. Heruitvinden van kunstwerken en daarmee wegkomen? Daarvoor moet je verdomd sterk in je schoenen staan. Atomic gooit zijn ervaring in de strijd, vervormt de songs op een eigenzinnige wijze met respect voor het origineel. En blijft buiten alle verwachtingen er bij elke songs op deze schijf voor zorgen dat je geen enkel moment de wenkbrauwen zult fronsen. Integendeel zelfs. Atomic komt daar gewoon mee weg.
Als een artiest een schijf uitbrengt met covers van andere artiesten, resulteert dit soms in een zeer geslaagde poging. Niet meer dan dat. Of vaak tot flauwe afkooksels. Het komt echter zeer zelden voor dat klassiekers waarop de klever 'af blijven a.u.b.' staat op een zodanige wijze worden gecoverd dat het lijkt alsof die betreffende artiest of band die composities zelf heeft geschreven, of ze zelfs verbeterd.
En dat is net wat Atomic dus doet met deze parel van een schijf. 'Pet Variations' is een ode aan zoveel magistrale composities gebracht door muzikanten die letterlijk improviseren daarmee, en bovendien muziek voortdurend tot kunstvorm verheffen. En als klap op de vuurpijl de songs heruitvinden binnen een eigenzinnige omkadering. Pure klasse!

Jazz/Blues
Pet Variations
Atomic

Beaten To Death

Agronomicon

Geschreven door

De uit Noorwegen afkomstige grindcoreband Beaten To Death werd opgericht in 2010. Ondertussen heeft de band zijn stempel gedrukt op het genre en blijft hij stevig aan de weg timmeren. 'Agronomicon' kwam eigenlijk reeds vorig jaar op de markt, maar we kregen het pas recent op onze bureautafel gegooid. Volgens sommige biografieën is Beaten To Death 'melodieuze grindcore'. Hoewel dat ons weinig onwaarschijnlijk lijkt binnen dat genre, menen we links en rechts inderdaad wat melodie te herkennen, tussen een orgie van oorverdovende mokerslagen door dan.
Snel, sneller en snelst is zowat de rode draad in de twaalf songs die op 22 minuten door de strot worden geramd. Alle registers worden in een hels tempo opengegooid op “Grind Korn”, waarna we zijn vertrokken voor een rit over hobbelige wegen, waarbij oneindige getimmer op je hoofd ervoor zorgt dat je uiteindelijk tot waanzin wordt gedreven. Beaten To Death slaat er op los, als een losgeslagen bulldozer die alles om zich heen verplettert. Als de pletwals is gepasseerd, blijft er alleen chaos achter. Dat er subtiel ook maatschappijkritische teksten worden gebruld (zingen kunnen we het bezwaarlijk noemen) is een meerwaarde voor het geheel. Want zo houdt Beaten To Death je op een verschroeiend tempo eveneens een spiegel voor die er niet zo proper uitziet.
Tot rust komen is er niet bij. “Catch Twentyfvck”, “Bjornstjern Ibsen” tot “Extermely Run To The Hills” worden op een zodanig snel tempo gebracht dat je daar geen tijd voor hebt. Met het verstand op nul recht op het doel afgaan, dat is wat Beaten To Death doet. En dat is de reden waarom deze typische grindcoreband ook na al die jaren nog steeds toonaangevend kan genoemd worden. Liefhebbers van deze muziekstijl, mogen - moest dat nog niet gebeurd zijn ondertussen - deze knappe schijf zonder verpinken in huis halen. Eigenlijk is het van moeten. Want binnen het genre levert deze Noorse band een verbluffend meesterwerk af, dat je van begin tot einde compleet murw slaat. En bovendien van een uiterst hoog niveau blijkt te zijn, dat we niet elke dag voorgeschoteld krijgen. Kopen die handel!

Charles in the kitchen

The Fifth Mechanism EP

Geschreven door

Na twee full albums en een split single vorig jaar heeft Charles in the kitchen nu een vijf songs tellende EP uit. Ook nu weer krijgen we powerpop en rockgetinte songs voorgeschoteld. Met melodieuze en vinnige refreintjes. Denk daarbij aan sound dat ergens tussen Fisher-Z en The Kids in ligt. “Slip Through Your Fingers” neigt eerder naar de kant van Fisher-Z of The Stranglers, terwijl “I Wanna Know” eerder naar de kant van The Kids of de Evil Superstars overhelt. De gitaarriff is een duidelijke knipoog naar AC/DC. Het is misschien allemaal al eens eerder gedaan, maar het is met het nodige enthousiasme en geheel pretentieloos gebracht, waardoor het toch aanstekelijk werkt. “Johnny My Kind” is een wat mindere track die hiertussen niet had gehoeven. Maar “The Boy & The Girl” doet hem met al zijn energie gelukkig snel vergeten. Afsluiter “You Never Talk” is een zes minuten durende bluesrocktrack die beelden van zware en bezopen nachten oproept. Precies zoals zo’n track moet klinken.
Charles In The Kitchen is geen band die vernieuwend is, maar wel degelijke songs maakt met de nodige inzet en fun. Een aardig EP-tje.

Pagina 318 van 966