logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
dEUS - 19/03/20...

Kludde

Kludde - Een nieuwe Kludde plaat zal altijd een beetje anders klinken dan de plaat ervoor, wij zullen nooit tweemaal hetzelfde doen

Geschreven door

Wat me bij Black Metal het meest aanspreekt is de occulte aankleding. Waarbij verhalen over legende en sage, uit vervlogen tijden worden verteld zodanig dat u zich prompt waant in die mythische omgeving waar die verhalen zijn ontsproten. Het meest houden we dan nog van het soort sterke verhalen over het land of stad van waaruit de band zelf komt. Daarmee gooide Kludde, ontstaan in de Aalsterse Valleien, in 2008 met het debuut 'In den vergetelheid' al heel hoge ogen. Mede doordat alles in de eigen vervlaamste taal werd gebracht, bleek Kludde een uniek project te zijn. Helaas hield de band er reeds in 2009 mee op, maar in 2014 herrees de Black Metal band gelukkig uit zijn as. Met 'In de Kwelm' wordt een nieuwe bladzijde omgedraaid. En deze keer blijkt Kludde meer dan ooit klaar om de Folkloristische Black Metal wereld volledig te veroveren.
Review - http://www.musiczine.net/nl/cd-reviews/item/74901-in-de-kwelm.html
We hadden ook een fijn gesprek met Mario en Wim over verleden, heden en toekomst van de band:

Mijn eerste vraag, Kludde bestaat circa 19 jaar. Maar het is al elf jaar geleden dat jullie iets nieuws uitbrachten? Wat is er gebeurd?
Snoodaert:
We waren bepaalde dingen een beetje beu. Bij ons label Sandstorm was van in het begin, bij de release van onze eerste cd 'In den vergetelheid', serieus wat mis gelopen. Wij hebben niks van promotie of distributie gehad. Uiteindelijk hebben we alles moeten regelen, zijn we zelf onze eigen cd's bij de drukker gaan ophalen en hebben we zelf alles moeten bekostigen. We hoorden van het label niets meer. We wilden bijvoorbeeld bellen van hoe het zat, en kregen we niemand meer aan de lijn. Zo van die dingen die mis liepen.
Basstaerd:
Wat die promotie betreft trouwens, Sandstorm had ook een ambitieuze show in Kuurne geboekt, met zelfs wat redelijk grote bands. Men had daar enorm veel volk verwacht. Op datzelfde moment was er ook een groot evenement in TRIX. Daardoor kwam er waarschijnlijk wat minder volk af naar Kuurne dan verwacht. We zijn er zeker van dat bepaalde bands daar nooit hun geld hebben gezien. Die organisatie is dus over kop gegaan. Het zijn zo allemaal dingen die ervoor zorgden dat Kludde nooit echt van de grond kwam.
Snoodaert:
Maar de hoofdreden dat we indertijd gestopt zijn, is eigenlijk omdat we muzikaal niet meer op dezelfde golflengte zaten. De nieuwe nummers die we toen hadden , kregen we maar niet afgewerkt op een niveau dat iedereen er tevreden mee was. We waren het jaar van de release van ‘In den Vergetelheid’ heel actief als live band waardoor we het meeste van onze repetitie tijd gewoon de setlist aframmelden. We bleven maar aanmodderen. Het bleef dus allemaal wat duren, en ondertussen waren sommige leden van de band ook met andere projecten bezig. Omdat het maar niet van de grond kwam met Kludde hebben we de stekker uitgetrokken.

De nieuwste plaat 'In de Kwelm' bevat over het algemeen songs uit Aalsterse Folkore, is daar bewust voor gekozen?
Snoodaert:
Ook onze vorige cd's waren eigenlijk al vooral rond locale Folklore opgebouwd. Daarom wilden we ook met deze plaat die richting uitgaan, en zijn we ons nog iets meer gaan verdiepen in de Folklore rond Aalst. Zo kwamen we toch best interessante verhalen tegen zoals 'Bloesdkoesj' of 'Kasteelke van Verdoemenis', een plaats waar ik als kind vaak vertoefde. Toch wel opmerkelijk. Gaandeweg hebben we dan zo een plaatje vol gekregen met songs over de Folklore in Aalst maar ook andere verhalen zoals het tragische “De Laatste Reis” over een kindermoord in een hotel aan het station in Aalst. 

Vanwaar de interesse voor die Folklore?

Snoodaert: Bij mij is die interesse er altijd geweest. Al vanaf jonge leeftijd ging ik in de bib bewust dingen opzoeken over allerlei Folklore. Het heeft me dus altijd wel aangesproken lang voor het ontstaan van de band. Medeoprichter en vorige zanger Uglúk, had dezelfde interesses als ik wat dat betrof, daaruit ontstond ook het idee om dat in muziek om te gieten. Uglúk is er niet meer bij, in 2014 bleek dat we niet meer op dezelfde golflengte zaten toen we de band terug op de rails wilden zetten. Maar de gezamenlijke interesse voor Folklore en black metal dat heeft dus wel gezorgd voor het ontstaan van Kludde als band.
Basstaerd: Bij mij ligt die interesse toch meer in de sfeer daar rond, niet echt de teksten of Folklore zelf eerlijk gezegd. Maar het is een bijzonder interessant concept om aan deel te nemen. Net daardoor. Ik zing soms wel eens een stukje, maar ik concentreer me eerder op de instrumentale omkadering. Omdat het net die sfeer daar rond is dat me het meest aanspreekt.

Heeft Aalst als Stad al interesse getoond om via jullie muziek promotie te maken rond de stad Aalst?
Basstaerd: Ze weten wat we aan het doen zijn. Maar ik denk dat die mannen wel wekelijks zo iemand zien binnen komen in het stadhuis die iets rond Aalst doet of wil doen. Zo hebben we gevraagd of we een filmpje konden gebruiken voor onze video clip van “Schramoeille” over de brand van de Sint Martinuskerk in 1947, dat werd aangevraagd en goed gekeurd. Geen enkel probleem, maar ook niets meer of minder. Maar om daardoor support van het Stad zelf te verkrijgen? Ik denk het niet, daarvoor krijgt Stad wel teveel van dat soort aanvragen denken we.

Als ik aan Aalst denk, denk ik direct aan Carnaval. Hoe beleven jullie Carnaval?
Basstaerd: We zijn daar niet mee bezig in die zin dat we in een carnavals vereniging of groep zitten, daar kruipt enorm veel tijd in. En daar hebben we gezien onze drukke agenda's dus geen tijd en interesse voor. Uiteraard is Carnaval wel voor ons drie dagen gewoon uit de bol gaan, en pinten pakken en ons uitleven. Op die manier 'beleven' we Carnaval dus wel.

Wat de nieuwe plaat betreft vind ik het feit dat jullie meer dan ooit dezelfde richting uitkijken enorm positief. Maar wat zijn eigenlijk de algemene reacties op 'In de kwelm'
Basstaerd: Tot nu toe zijn de reacties over het algemeen zeer positief moeten we zeggen. Recent was er echter één minder positieve recensie. De recensent viel over het feit dat hij de taal niet begreep of zo, vermoedelijk heeft hij er maar één keer naar geluisterd. Nochtans hebben we wat internationale pers betreft de nodige uitleg in het Engels verstuurd waar de muziek over gaat. Het is belangrijk om die verhalen te begrijpen, om de muziek van deze plaat ook te begrijpen. En daar ging hij toch in de mist denk ik.
Snoodaert: Wat me ook opvalt, is dat we met veel andere stijlen en bands vergeleken worden waar we eigenlijk toch niet rechtstreeks, of zelfs in de verste verte niet, de mosterd bij vandaan gehaald hebben. Voor ons klinken de meeste nummers gewoon als black metal, maar dan in onze geheel eigen stijl. Het is wel fijn om te horen dat mensen er meer dingen uithalen dan enkel black metal. Voor de ene is dat goed, voor de andere zijn we dan weer te afwijkend. Ik denk dat het grootste verschil onze sound is. Die is veel heavier dan bij de meeste black metal bands.

Het is me zelf ook opgevallen, ik moest toch ook even wat opzoekwerk doen om het 'echt te begrijpen'. De link tussen folklore en black metal is namelijk heel belangrijk. Daarom dat ook ik toch enkele luisterbeurten nodig had
Basstaerd: Het is inderdaad zo, als mensen dat beluisteren is het logisch dat ze zich afvragen wat is bijvoorbeeld die song “De laatste reis”. Het gaat over een kindermoord, wat toch zeer confronterend is. En het was belangrijk om dat in muziek te gieten, die spanning weer te geven die aansluit op die tekst.
Snoodaert: Muzikaal zitten er geen folk invloeden meer in, hoewel ik vind dat onze teksten en de nummers wel perfect aansluiten. Een nummer zoals “Poesjkapelle” heeft een vuile black 'n roll vibe die volledig past bij die twee chaotische low-lifes waarover dat nummer gaat, terwijl “Kasteelke van Verdoemenis” dan weer een heel duister verhaal is die dan over een meer slepend nummer geplaatst is.

Volgens ik heb vernomen zijn jullie zelfs al met een nieuwe plaat bezig? Vertel er eens wat meer over?
Snoodaert: Welja echt veel willen we daar nog niet over vertellen. Het zal dus een concept album worden, over wat het zal gaan , houden we nog even geheim. Het zal in elk geval terug iets meer experimenteel zijn, zonder dat het minder black zal klinken. We willen er bewust voor zorgen dat we niet worden vast gezet als Aalsterse gimmick band, die enkel in het dialect teksten schrijft. Dat gevaar bestaat. Om niet in die val te trappen, moeten we vooruit gaan en onszelf opnieuw uitvinden, andere richtingen uitkijken en iets anders proberen. Evolueren. Een nieuwe Kludde plaat zal altijd een beetje anders klinken dan de plaat ervoor, wij zullen nooit tweemaal hetzelfde doen.

Zijn er ondertussen optredens gepland?
Basstaerd: We staan o.a. op de Gentse Feesten in de Kinky Star op 22 juli, enfin 21 juli maar op middernacht. Wat dat gaat geven weten we nog niet. Maar goed. Ook op 20 juli in Ninove. We spelen ook in Zottegem 20 september. En spelen op 9 november op Unholy Congregation 2 - Oudenaarde. - https://www.facebook.com/events/2182699108482169/  - Enfin, onze agenda blijft vol lopen. Buitenlandse concerten voorlopig niet.

Wat zijn jullie eindelijk ambities eigenlijk?
Basstaerd: We hopen dat we nog lang kunnen doorgaan op de manier waarop we nu bezig zijn, platen uitbrengen, optreden en dergelijke meer, graag eens in het buitenland geraken deze keer. Zo lang we er maar plezier in beleven.

Blijft dit allemaal combineerbaar met gezin en werk. Want jullie spelen ook bij andere projecten?
Basstaerd: Ik denk dat het belangrijk is om steeds, op alle vlakken de juiste afspraken te maken. Zowel wat gezin als werk betreft. Zeker als je meerdere keren in de week gaat repeteren, en dan in het weekend vaak optreden, is dat echt nodig. Maar dat lukt dus zeer goed bij iedereen.

Vergeleken met de beginperiode, wat is het grootste verschil?
Snoodaert: Wellicht toch dat we ons minder met imago bezighouden, we zijn daar niet meer mee bezig en laten dergelijke details over ons gaan. We beleven daardoor meer plezier in ons samen spelen. Wat kledij en zo betreft, vroeger waren we daar echt mee bezig, pinnenbanden, enkel black metal T-shirts dragen... Maar op dat vlak zijn we toch ook - laat maar stellen - volwassen geworden. Zo kwam in onze beginperiode onze gitarist met korte broek aanzetten voor een live show, en spraken we hem daar over aan. Corpsepaint en korte broek? Haha, zoiets is dus nu niet meer aan de orde. We zijn daar allemaal niet meer mee bezig met die belachelijke details

Bedankt voor dit fijne gesprek, en uiteraard enorm veel succes

Left Lane Cruiser

Left Lane Cruiser - Alle oude krakers overboord

Geschreven door

Dit was mijn eerste keer in La Cave Aux Poètes. Heel mooie naam en best een aangename club, tenminste als je een plaatsje vooraan weet te bemachtigen. Want dit is echt een kelder met het plafond niet hoger dan twee meter zodat er van een podium nauwelijks sprake is. Positieve punten waren het ruim assortiment aan Belgische bieren waaronder, het door mij niet echt gesmaakte Sas Pils, en de meer dan voldoende gratis parkeergelegenheid, wat niet altijd evident is in dergelijke steden.

Mercure, een drietal uit het nabijgelegen Lille, mocht stipt om 20u30 aftrappen en ze deden dat zeker niet slecht. De overigens uitstekende zanger Geoffrey Gosset droeg een shirtje van Queens Of The Stone Age en dat was ook de hoek waarin we Mercure mochten situeren. Vooral het eerste ellenlang nummer met enkele opmerkelijke tempowisselingen en wat prog invloeden kon op een goedkeurend gegrom van mijnentwege rekenen. Maar ook hetgeen volgde, een paar missers niet te na gesproken, mocht gehoord worden. Dat kwam vooral omdat Mercure zich ver weg hield van het leger stereotiepe en meestal oersaaie stonerbands. De gitaar van Gosset, die veelal de lage regionen frequenteerde, klonk steeds inventief en werd daarbij stevig geflankeerd door de bas van Simon Herbaut en de drums van Nicolas Dogadaski (beiden ook actief bij de post-metalband The Lumberjack Feedback). Fijne opwarmer.

Left Lane Cruiser is actief sinds 2004 maar kreeg pas echt enige bekendheid in 2008, toen ze tekenden bij Alive Records en hun tweede (voordien was er nog ‘Gettin’ down to it’ op het bescheiden Hillgrass Bluebilly Records en nog steeds indrukwekkende plaat, ‘Bring yo’ ass to the table’, verscheen. Ik zag ze toen, nadat ik ze eerst gemist had in het Franse Aulnoye-Aymeries (ze waren er niet geraakt wegens paspoort problemen), twee keer aan het werk (Bar Mondial en The Pit’s) en sindsdien moet ik ze zowat ieder jaar minstens één keer ontmoet hebben.

Van een verrassingseffect kan er dus al lang geen sprake meer zijn en toch wisten ze me te verblijden met een onverwachte songkeuze. Er was nog meer veranderd: drummachine Pete Dio was er niet meer bij. In de States tourt Freddy J IV opnieuw met Brenn Beck, drummer extra-ordinaire van het eerste uur, maar die zag de oversteek naar Europa niet zitten. Zo zat onze Freddie met hetzelfde probleem als James Leg en nu ook Margaret Airplaneman: afhakende drummers. Toch vond hij er één. In zijn eigen Fort Wayne, Indiana dan nog, een echte bluesman die hij al heel lang kent. Dan vroeg ik me af waarom hij hem niet eerder recruteerde maar dat werd wel heel snel duidelijk. Goeie drummer, niets op aan te merken, en een meer dan behoorlijk zanger, tig maal beter dan Freddy zelf en dat geeft die laatste ook grif toe, maar er zijn op zijn minst gezegd wat kosten aan. Hyperkinetisch is waarschijnlijk geen afdoende term voor wat we hier zagen. Johnny Revers, zo heet hij, leek wel een bonobo op speed. Achteraf poogde ik hem iets te vragen maar een zinnig gesprek met hem leek onmogelijk. Dat doet niets af van zijn muzikale kwaliteiten maar met zo iemand touren moet toch bijzonder lastig zijn. Was dit optreden een fiasco geweest dan had ik het Freddy nooit kwalijk genomen. Maar dat werd het allerminst!
Nochtans begon de set wat in mineur met twee nieuwe songs waarvan ik dacht: typisch Left Lane Cruiser maar zo heb ik er al net iets te veel gehoord. Daarna mocht Revers een nummer (van Taj Mahal) zingen en ik werd meteen weer alert. Knap gedaan en later mocht hij het nog twee keer proberen, “Hound Dog Taylor” en “I can’t be satisfied” van Muddy Waters, telkens met succes. Maar ook de eigen nieuwe nummers waarin we al eens een verdwaalde Stones of Led Zeppelin riff konden ontwaren , kwamen nu beter uit de verf. Een stuk steviger en beter ook dan op plaat, Left Lane Cruiser blijft een groep die je vooral live moet meemaken.   
Freddy’s stem bleek totaal aan flarden gereten en klonk eerder als het schurend geluid van versleten remmen maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door zijn fenomenaal gitaarspel. Hij had trouwens een sneer over voor de verzamelaars die hun gitaren aan de muur hangen. Gitaren zijn er om gebruikt te worden, in zijn geval moeten ze zelfs afzien. Overstuurd en bedolven onder tonnen gruis maar altijd met een perfect gevoel voor nuance. Een perfectionist die tussen de nummers zijn gitaar telkens uitgebreid moest stemmen maar dat nam ik er graag bij. Ook werd nog maar eens duidelijk dat Freddy een meester is in het naar zijn hand zetten van andermans nummers. Zo haalde hij “Grand Funk Railroad” moeiteloos door de trash bluesmolen en voegde er haast achteloos nog een indrukwekkende gitaaroutro aan toe.
Het kippenvelmoment van de avond werd “Baby please don’t leave me”, waarin Left Lane Cruiser wel slaagde waar Cedric Burnside enkele weken eerder niet lukte: de geest van Junior Kimbrough laten herleven. Het werd een ijzingwekkend scheurende versie die me een delirium bezorgde.

Dit was zeker niet de allerbeste Left Lane Cruiser (dat blijft tot nader order de editie met Brenn Beck) maar met deze set waarin alle oude krakers overboord gekieperd werden, kwamen ze toch aardig dicht in de buurt. Toen ik achteraf het pand verliet , zag ik een schichtige rat onder een geparkeerde wagen verdwijnen: een passend beeld om een avondje intense trash blues mee af te sluiten.

Organisatie: La Cave Aux Poètes (ism Les Bains de Minuit)

The Membranes

What Nature Gives... Nature Takes Away

Geschreven door

Toen ik de nieuwste schijf van The Membranes 'What Nature Gives ... Nature Takes Away' onder de neus geschoven kreeg, kwam die naam me bekend voor. Grasduinend in het verleden, blijkt ook waarom.  Deze uit de UK afkomstige post-punkband werd opgericht eind jaren '70, de periode, dat ook ik viel voor dat genre. Volgens bronnen is de muziek van The Membranes een enorme invloed geweest voor bands als Sonic Youth, My Bloody Valentine en veel andere. Het is zeer lang stil gebleven rond The Membranes.
Pas in 2015, na circa 25 jaar radiostilte, liet de band van zich horen met een gloednieuwe schijf: ‘Dark Matter, Dark Energy'’. Nu is er dus een gloednieuwe schijf: een conceptalbum over - de titel zegt het zelf - hoe de natuur geeft, maar ook neemt. We moesten deze plaat toch enkele luisterbeurten geven, omdat bij elke luisterbeurt wel iets nieuws te ontdekken valt. Grootst pluspunt? The Membranes vinden zichzelf opnieuw uit, verleggen grenzen en kleuren duidelijk buiten de lijntjes. Daarvoor kunnen we enkel maar waardering opbrengen.
De mysteries van de natuur, niemand heeft het ooit kunnen doorgronden. De mens staat vol bewondering te kijken naar berglandschappen of geniet van de eerste sneeuw die zorgt voor een magisch tafereel. De mens wordt ook angstig van het geluid van donder of het losbarsten van een verwoestende orkaan. Al die elementen worden mooi naar voor gebracht, op een verschroeiende wijze.
“A Strange Perfurme” is de start voor een trip die je eveneens met open mond en vol bewondering doet luisteren en genieten. Uiteraard komen de typische postpunkelementen meermaals naar voor drijven, maar het is net het durven op avontuur gaan doorheen dat postpunkgeluid en daar eigenzinnig mee experimenteren dat ons het meest over de streep trekt. Bovendien gaat de band een bijzonder tot de verbeelding sprekende samenwerking aan met Kirk Brandon (van Theatre Of Hate en Spear Of Destiny), en folkzangeres Shirley Collins. Wat een enorme meerwaarde blijkt te zijn binnen het geheel. Het spookachtige en mysterieuze bij songs als “A Murmuration Of Starlings On Blackpool Pier” of dat eerder - op typische postrockleest geschoeide – “Mother Ocean/Father Time” zijn maar twee voorbeelden van hoe de band je bewust op het verkeerde been zet en door middel van verrassende wendingen binnen die songs enerzijds rust doet wederkeren in je hoofd, anderzijds door middel van een verschroeiend tempo het doet aanvoelen alsof de aarde onder je voeten staat te daveren. Best indrukwekkend.
'What Nature Gives ... Nature Takes Away’ is vooral een schijf die net als de natuur zelf dus, je vol bewondering zal doen dansen door de kamer. Net het schipperen tussen klanken uit het verleden, die overgieten met folkelementen of bijvoorbeeld een punksong met een koor op de achtergrond, dat maakt van deze schijf een heel bijzonder pareltje, waar je een band hoort die op avontuur trekt doorheen bossen, de sneeuw en de natuur pracht en dit allemaal perfect weet te verwoorden in bijna twintig songs die zowel de oude postpunkfans, als de fans van nu over de streep zouden moeten trekken. We hopen alleen dat The Membranes ons niet weer vijf of meer jaar laat wachten op een nieuw meesterwerk.

Per Wiberg

Head Without Eyes

Geschreven door

Binnen het globale heavy metal gebeuren is Per Wiberg al lang geen onbekende meer. Niet alleen zijn samenwerkingen met Death Organ, Spiritual Beggars, Opeth, Kamchatka en King Hobo spreken tot de verbeelding, Per Wiberg is een multi-instrumentalist die van vele markten thuis is. Ondanks die drukke agenda vindt de man nog de tijd om een solo plaat uit te brengen: 'Head Without Eyes'. In een interview liet hij weten daar eigenlijk al sinds 2016 mee bezig te zijn, zonder zich daarbij te laten opjagen. Nu, het resultaat mag er zijn. Meer nog, Per weet ons meermaals aangenaam te verrassen. Hij kleurt heel bewust buiten de lijntjes en verlaat voortdurend zijn comfortzone, wat ons nog het meest over de streep trekt.
Eerder weemoedige en sombere atmosferen worden gecombineerd met bezwerende ritmes maar ook lekker oldschool riffs die klieven door je vege lijf. Naast het bespelen van menig instrumenten levert hij ook een vocale bijdrage aan deze plaat en daaruit komen toch veel emoties naar voor, viel ons op. In het eerder vernoemde interview zegt hij daar zelf over: '' I think all music has, or at least shoud have a personal meaning. Then it’s up to the artist how to show or present that. Music’s an art form and is always an expression of some kind, humorous, sad, funny, serious, angry or whatever but I understand what you mean and yes, it’s a way of expressing my emotions and frustrations." Dat laatste hoor je dus feitelijk heel frequent terugkomen, zowel in de rustigere songs, als in de verschroeiende uithalen. Per doet wellicht veel zelf op deze schijf, maar doet ook een beroep op Karl Daniel Lidén (Demon Cleaner, Dozer, Greenleaf) en Lars Sköld (Tiamat, Avatarium) voor het drumwerk. En dat zorgt voor een enorme meerwaarde binnen het geheel.
Over naar de songs. “Water Take Me Home” is een inkopper die je alvast op het puntje van je stoel doet zitten: lekker groovy en aan de ribben klevend. Maar de man houdt dus ook van experimenteren. En dat merk je al bij “Anywhere The Blood Flows”, waar een gothic twist in voorkomt die eerder aanleunt bij new wave zoals Sisters Of Mercy. Een zeer verrassende song, zoals we er nog een paar zijn tegen gekomen. Persoonlijk ben ik altijd het meest fan geweest van Per Wiberg zijn inbreng bij Opeth. Dat sinistere en doomachtige hoor je ook terug op “Pile Of Nothing”. En het geeft weer een andere wending aan de sound op deze knappe soloplaat. Het sober en ingetogen gebrachte “Fader” is een rustpunt dat je door die weemoedige naklank doet wegdromen. Pas na een zestal minuten barst de bubbel compleet open in een verschroeiende climax die de haren op je armen doet rechtkomen. Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe gevarieerd deze plaat wel is.
Je hoort ook, en vooral, dat Per Wiberg hier gewoon zichzelf kan zijn, zonder met iets of iemand rekening te houden. En dat komt de kwaliteit ten goede. Per Wiberg amuseert zich dan ook kostelijk in zijn eigen speeltuin en levert een perfect pareltje van een soloschijf af waarbij hij vooral niet wil klinken als één van de projecten waar hij aan meewerkt, maar wel een vette knipoog uitdeelt daar naartoe. Waardoor ook fans van bijvoorbeeld Opeth hier hun gading zullen in vinden.
Kortom: Een verrassende solo plaat van een man die niets meer hoeft te bewijzen, maar dat bewust toch doet. Daarvoor kunnen we alleen maar vol bewondering nederig het hoofd buigen en lekker loos gaan op de verbluffende virtuositeit die hij, in samenwerking met muzikanten die dezelfde virtuositeit voor de dag leggen, tentoon spreidt.

Tracklist: Let The Water Take Me Home 4:54, Anywhere The Blood Flows 11:23, Pass On
The Fear 5:57, Get On Your Boots 4:12, Pile Of Nothing 5:31, Fader 9:59

This Can Hurt

Worlds Apart

Geschreven door

Een dikke twee jaar na de release van hun goed onthaalde debuut ‘Nothing Matters’ is er ‘Worlds Apart’. Ook werd This Can Hurt uitgebreid van een duo tot een kwartet. Dit met het oog op live optredens. Naast de twee spilfiguren (Jack Noise die drumt en soundscapes ontwikkelt en gitarist JP Debrabander) werd Sven Vande Neste aangetrokken om de vocals over te nemen en Jo Van Malderghem om de baslijnen vorm te geven.
This Can Hurt maakt muziek die elementen van industrial, rock en wave bevat. In hun muziek zorgen ze er wel altijd voor dat het vrij catchy blijft klinken. Dat zorgde er onder andere voor dat hun single “Mindblower” uit 2017 de Nederlandse top 20 haalde. Als ik ergens hun muziek moet afbakenen met andere bands dan denk ik aan o.a. Muse, NIN en Deftones. Vrij duistere muziek met een melodisch kantje. In vergelijking met hun vorig album zitten er in ‘Worlds Apart’ minder wave-invloeden en meer kenmerken van de alternatieve rock. Dit lijkt mij vooral te komen door een iets andere gitaarsound (meer fuzzy) en het timbre van de nieuwe vocalist. “High Tide” is de eerste single uit het album en bevat alle eerder opgenoemde elementen. Het is een leuke uptempo single. De nummers kan je opdelen in twee categorieën: de uptempo en de trage songs. Bij de uptempo tracks denk ik dan aan “Rivers Run Deep” (dat op sommige momenten wat aan Dinosaur Jr doet denken), “Fate” en met speciale vermelding het indrukwekkende “The Fall Of Mark E Smith”, een eerbetoon aan de verleden jaar overleden zanger van The Fall. Het bevat mooie samenzang in het refrein terwijl de verses aan Mark E Smith doen denken. Tevens een  donker (echo’s van The Sisters of Mercy zijn nooit ver weg) en snijdend nummer. Daarnaast staan er ook enkele rustiger nummers tussen zoals “Some Days”, een eerder traditionele ballad waar de nodige emotie in gestoken werd. Niet slecht, maar wel wat voorspelbaar. “For You” vind ik net dat tikkeltje sterker. Het is een song die traag en onconventioneel wordt uitgebouwd maar waar veel in zit. Een sfeer die beklemmend, fragiel en connectloos klinkt. Heel geslaagd. Bij de aanvang van “Diane” krijgen we haast doom te horen. We krijgen hier een lekker vette sound met een mooi opgebouwd refrein.
‘Worlds Apart’ is een meer dan geslaagde opvolger van hun debuut. Ze ontwikkelen zich verder en het is een stapje vooruit dat ze hebben weten te zetten met enkele topnummers zoals “The Fall Of Mark E Smith” en “For You”.

Perry Farrell

Kind Heaven

Geschreven door

Uit zijn onverzadigbare verlangen om te innoveren en fans van livemuziek te entertainen, bracht frontman van Jane's Addiction en Lollapalooza-oprichter Perry Farrell een prachtige en opvallend eclectische verzameling met negen nummers getiteld 'Kind Heaven ' uit via BMG. De man gooit zijn jarenlange ervaring in de strijd, maar gelukkig resulteert dit niet in het afleveren van een routineklus. De aanstekelijke spontaniteit en de grote dosis spelplezier loeien doorheen de gehele schijf uit de boxen, waardoor stilzitten onmogelijk is.
Wie hoekige rocksongs had verwacht is er een beetje aan voor de moeite. Farrell kiest eerder voor de zonnige kant van de zaak en wil een feestje bouwen waarop dansen, dansen en dansen de rode draad vormt. Daarvoor haalt hij alles uit de kast op deze negen bijzonder aanstekelijke songs die wel aan de ribben kleven, maar ook niets meer dan dat. Die rockvibes voel je wel bij de eerste song, “(Red, White and Blue) Cheerfulness”, maar daarna zet de man je bewust op het verkeerde been. Elke song heeft weer een andere insteek, waardoor het moeilijk is een rode draad te vinden . Rock ‘n roll, blues, elektronica en ambientklanken worden op de volledige schijf constant op een hoopje gegooid alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Farrell verkiest de aanhoorder vooral een dansplaat aan te bieden, waarop je gewoon met het verstand op nul in een feestroes terechtkomt, met een zomers tintje, waaruit je niet meer wil ontsnappen. Dat is dus duidelijk.
Als we toch een rode draad menen te ontdekken op songs als “Machine Girl”, “One” en “Where Have You Been All My Life” is het die bijzonder aanstekelijke opbouw. En dat op een zeer gevarieerde wijze. Op zich hebben we daar geen probleem mee, we houden van artiesten die eigenzinnig buiten hun comfortzone durven treden en lekker buiten de lijntjes kleuren. En dat is wat Farrell voortdurend doet. Het zal wellicht zorgen voor enkele gefronste wenkbrauwen, maar daar heeft de liefhebber van funky, rock muziek met een knipoog naar blues en elektronische muziek totaal geen boodschap aan.
In sombere tijden, hebben we nood aan feestelijke allegaartjes waarbij je niet teveel hoeft na te denken. Dat levert Perry Farrell ons dus af met deze bijzonder aan de ribben klevende schijf. We kunnen het niet genoeg herhalen. Ga het bij 'Kind Heaven' vooral niet te ver zoeken. Laat de feestelijke deuntjes gewoon binnenkomen tot ze inwerken op je heupen en je gaat dansen doorheen de huiskamer al dan niet op zwevende wijze.

Tracklist: (Red, White, and Blue) Cheerfulness 02:21, Pirate Punk Politician 02:50, Snakes Have Many Hips 03:28, Machine Girl 03:36, One 04:03, Where Have You Been All My Life 03:25, More Than I Could Bear 04:18, Spend The Body 03:02, Let's All Pray For This World

Andrew Bird

Andrew Bird - Een muzikaal staaltje magie

Geschreven door

Een aangename en zachte lenteavond mocht -op eigen vraag- plaats maken voor muzikaal vertier in de Handelsbeurs. Een jongedame van slechts 22 jaar, zou het voorprogramma verzorgen. Singer-songwriter Madison Cunningham kwam alleen, maar toch rustig en zelfverzekerd het podium op. Haar vrij zachte, doch volle sopraanstem kon mijn oren meteen bekoren. Haar gitaarwerk klinkt helder en vrij stoer tegelijkertijd, met een knipoogje naar Nick Drake. Het gevoel voor ritme waarmee ze complex gelaagde songs brengt, daagt mij als luisteraar uit en doet mij verlangen naar meer. Maar lang zal ik niet lang op mijn honger moeten zitten, want 16 augustus komt haar nieuwe album ‘Who are you now’ (Verve Rec.) uit. Madison Cunningham, een belangrijke tip voor iedere luisteraar die graag wat uitdaging te horen krijgt.

Even soundchecken… En iets later stapte de grote man van de avond -letterlijk met een ironische glimlach- doorheen een scheef geknutselde deur van het decor naar voren. Het duidelijk enthousiaste publiek onthaalde Andrew Bird met een royaal applaus. Nu stond ook ieder bandlid op het podium en een korte, ietwat mysterieuze, intro stak van wal. En toen werd het stil… En begon Andrew B-i-r-d na enkele akkoorden te fluiten. Bijna iedereen begon optimistisch te bewegen, want publiekslieveling “Sisyphus” was opener van het optreden! …

Ook na deze prachtige opener bleef diezelfde vibe van positiviteit aanwezig. Dat Andrew Bird al sedert jonge leeftijd klassiek geschoold is, maar zijn muziek toch een geheel eigen stempel geeft valt bij het volgende nummer, “Bloodless” heel duidelijk te horen. Het nummer start met een jazzy deuntje maar krijgt dankzij Andrew zelf of zijn band steeds bijkomende of vervangende muzikale elementen. Heel kenmerkend voor Andrew Bird is het opnemen van live loops en hier steeds meer live loops aan toevoegen tot hij ook zonder zijn band klinkt als een prachtig één mans orkest. Verschillende keren, in vele verscheidene songs, was ik hier vol bewondering getuige van. Meneer Bird is duidelijk een immens straffe muzikant.
Nu volgden verschillende nummers van Andrew’s nieuwe plaat ‘My finest work yet’ (Loma Vista Rec.) elkaar op. Ieder nummer mocht rekenen op een aandachtig publiek dat nadien altijd een stevig applaus gaf. Zijn dit weldegelijk Andrew’s fijnste werken? Ik denk dat ze meer dan een beetje in aanmerking komen…
Toch werd de voorstelling van ‘My finest work yet’ even onderbroken. Na een vijftal nummers kondigde Andrew aan dat het nu tijd was voor enkele oldies. De gekleurde lichten verdwenen uit beeld en de gewone, gele verlichting ging aan. De band stond nu letterlijk in zijn nakie, maar dit kon hen duidelijk niet deren. Meer zelfs… Andrew vertelde in een persoonlijke anekdote dat zijn laatste verblijf in ons land een intens miserabel gevoel veroorzaakte. Door die ellende, stond hij stil bij alles wat er niet om deed, in plaats van wat er wel toe deed. Bijvoorbeeld… bij de vraag waarom er geen bergen in België zijn. Op dit laatste is het nummer “Danse Carribe” gebaseerd. Zogezegd zo gedaan bracht Andrew samen met z’n voltallige band die song, maar dan akoestisch. Het nummer nam ons mee op pad en deed mij af en toe denken aan de wereldse sound van Beirut. Nadien reageerde de zaal met een applaus om U tegen te zeggen. En we zaten nog niet eens halverwege de set!
In diezelfde kwalitatieve lijn, speelde Andrew met zijn ‘camaraderie’ alle nummers van zijn laatste plaat, stuk voor stuk verder. Er heerste een gevoel van verbondenheid, dankbaarheid en contentement in de zaal.

Om af te sluiten in stijl, bracht Andrew nog verschillende topsongs vanuit zijn gevarieerde oeuvre. De song van de avond werd voor mij zonder twijfel “Three white horses”: de emotie waarmee Andrew dit nummer zong, de warme dynamiek tussen de verschillende muzikanten, de wisselwerking tussen Andrew en het publiek… Ik kreeg er gewoon kippenvel van.

Het was een fantastisch geslaagde avond. Zeker voor herhaling vatbaar.

Setlist: Aminor - intro-Sisyphus-Bloodless-Olympians - Cracking codes-Fallorun - Danse caribe - Give it away-Archipelago - Proxy war-Manifest - Don the struggle - Bellevue bridge club - Why? - Truth lies - Roma Fade - 3 white horses-Capsized - Anything but love - Orpheo looks back -  Pulaski

Organisatie; Democrazy (ism Handelsbeurs), Gent

Andrew Bird - Een muzikaal staaltje magie
Andrew Bird & Madison Cunningham
Handelsbeurs
Gent
 

Foxwarren

Foxwarren - Ode aan de vriendschap

Geschreven door

Als de naam Foxwarren ergens in uw bovenkamer een belletje doet rinkelen dan bent u (i) indrukwekkend sterk in aardrijkskunde om dit onooglijk klein stadje meteen correct te situeren in Manitoba, Canada en/of (ii) een liefhebber van melancholische treurwilgen zoals Elliott Smith en Sufjan Stevens en bijgevolg ook fan van de gelijknamige band die de Canadese singer-songwriter Andy Shauf ruim tien jaar terug heeft opgericht met drie jeugdvrienden. Het aantal platen in de discografie van Foxwarren is totnogtoe niet bepaald indrukwekkend; door de solo exploten van Shauf bleven demo’s en onafgewerkte nummers bedoeld voor het tweede Foxwarren album jaren lang op de plank liggen tot ze op de valreep van 2018 alsnog het levenslicht zagen. De 10 vakkundig in elkaar gekunstelde softrock miniatuurtjes op die titeloze schijf laten zich beluisteren als één lange dream sequence waarin Shauf zich opnieuw etaleert als één van de meest miskende talenten van zijn generatie.

Andy Shauf lijkt aan zijn vorige triomftocht in DOK Gent, nu drie jaar geleden tijdens de voorstelling van diens magistrale solo plaat ‘The Party’, niets dan goede herinneringen te hebben overgehouden. Afgelopen maandagavond stond de timide Canadees daar immers opnieuw, deze keer geflankeerd door zijn oude makkers van Foxwarren aangevuld met een huurling op keyboards. Tijdens de schuchtere starter “To Be” leek het nog wat zoeken naar de juiste melancholische toets en sputterde de elektrische gitaar van Dallas Bryson nog wat tegen, maar laat dat meteen de enige smet zijn op wat we voor de rest gerust een grand cru optreden mogen noemen. Niet dat we er bijzonder veel gespot hebben, maar liefhebbers van vakkundig gepolijste 70ies intellectuelen als Steely Dan en Randy Newman konden vanavond nergens beter af zijn dan in DOK Gent.
Foxwarren afschilderen als een typische retroband die zich louter beperkt tot het recycleren van het verleden is, zo bleek, een grondige misvatting. In elk nummer van de Canadezen zit er immers wel één of ander subtiel muzikaal experimentje verborgen, gaande van start-stop ritmes, ambient tussenstukjes tot tegendraadse baslijntjes. Bijna als vanzelf ontstaan er dus raakvlakken met bands uit de recentere muziekgeschiedenis. Neem nu de combinatie van in reverb gedompelde close harmony, een kurkdroge piano en een minimale drumbeat tijdens het eerste hoogtepunt “Lost In A Dream”, een succesformule waarmee de New Yorkse collega’s van Grizzly Bear een heuse carrière hebben uitgebouwd. Nog straffer was “Fall Into A Dream”, dat uit te startblokken schoot als een wulps alt.country deuntje zoals Wilco er ooit een paar dozijn uit hun mouw hebben geschud om vervolgens in de lange outro radicaal van koers te veranderen richting Air’s psychedelische loungepop. Dat de doorwinterde Canadezen hun hand niet omdraaien voor een tempowisseling meer of minder bewezen ze door de subtiele spacepop van “Lost On You” naadloos te laten overlopen in het door een motorik krautrock beat opgejaagde “Everything Apart”.
Met songs over vertwijfeling, verlies en onbereikbaar verlangen kan je de ondertoon in het Foxwarren universum bezwaarlijk uplifting noemen. Helemaal haaks daarop stond het ontwapenend enthousiasme van de breedlachende Canadezen die écht leken te genieten van hun avond. Shauf is te mensenschuw om zich te profileren als volbloed frontman, maar vanonder zijn guitige rode pet zocht hij toch met mondjesmaat contact met het publiek: “Do you have any questions for the band”? vroeg hij zich een paar keer af. Wie de kurkdroge humor van Filip Geubels kan smaken , werd vanavond op zijn wenken bediend.
Ook de uitdaging om een concertuur te vullen met een album dat reeds afklokt na 35 minuten ging Foxwarren met verve aan. De Canadezen hadden een stuk of drie nieuwe nummers in de aanbieding, waarvan eentje met de vermoedelijke titel "I Wanna Hear Your Voice Call” amper zou misstaan op de volgende plaat van Midlake. Als enige encore deed ook Shauf in zijn dooie eentje een duit in het zakje met de Belgische première van het ontwapenende liefdesliedje “Judy”.

Foxwarren etaleerde zich vanavond als een vriendenclubje dat erg spaarzaam omsprong met muziek en woord: elke noot raakte een zenuw, elke quote was meteen raak. “This place is nice, just a couple of old pals playing some tunes” liet Shauf zich ergens ontvallen. Geen loze woorden, maar een treffende ode aan vriendschap in moeilijke tijden.

Organisatie: Democrazy, Gent

Metallica

Metallica - WorldWired Tour 2019 - The Metallica family is alive and kicking

Geschreven door

Na een eerdere passage in Antwerpen met hun recente album ‘Hardwired… to self destruct’ begin november 2017 was het nu de beurt aan het Brussels ‘Koning Boudewijnstadion’. Het was inmiddels meer dan 30 jaar geleden dat deze Amerikaanse metalband nog eens te zien was in onze hoofdstad.

James Hetfield en zijn companen hebben de tand des tijds overleefd, al heeft het links of rechts dikwijls aan een zijden draadje gehangen. Problemen (drank en drug) hebben deze band tot aan de afgrond gebracht maar gelukkig bleef de fatale val telkens uit. Meer nog, de jaren hebben grijze haren meegebracht maar aan kwaliteit wordt er niet ingeboet. Iets wat de trouwe Metallica-fan weet te waarderen. Een trouw publiek en ook een ouder publiek. De fans van het eerste uur zijn inmiddels ook al vijftigers maar blijven op post. Het is een soort familiesfeer die rond de band hangt en het wordt ook zo gepromoot door de band zelf. De eerste 1000 die met de fiets kwamen , kregen een cadeau, een plectrum met ‘Manneke pis’ op. De chemie tussen band en fans is waar Metallica al jaren hard op hamert.
De Belgische kleuren op de ledwall, t-shirts in Belgische kleuren, Belgische plectrums en dan nog die cover van een plaatselijke band. Zoals twee jaar geleden in het Sportpaleis mocht Robert Trujillo zijn beste Frans boven halen om een cover van ‘Plastic Bertrand’. “Ca plane pour moi” kreeg een stevige basslijn door Robert met aan zijn zijde Kirk Hammett op gitaar. In Nederland was het een cover van “Bloed, zweet en tranen”, van Andre Hazes. Je kan je dan afvragen welke cover ze gaan spelen in Estland of Finland.
Deze tour begon op 1mei in Lissabon (Portugal) en eindigt op 25 augustus in Mannheim (Duitsland) en brengt hen op plaatsen waar ze nooit eerder zijn geweest zoals Slane in Ierland, Göteberg in Zweden en Tartu in Estland. Ondanks op zondagavond het grootse concert , waar menig aanwezige fan de dag erna de werkweek aanvat,  hadden we toch liever het concert later zien beginnen. Het eerste uur begon in de zon met “Hardwired”. Dat is bemoedigend maar niet hetzelfde als in een zaal. Je mag als band nog zo je best doen, het plaatje klopt niet 100% en zo dreig je te verzuipen in je eigen gigantische repertoire. “The Unforgiven” kunnen we nog smaken tussen donker en klaar maar het hardere werk, daarvoor was het wachten op de duisternis. “Sad But True” kwam eraan en het was “St. Anger” van hun gelijkaardig album dat het tweede uur een boost gaf.
De nacht begon te vallen en de band kwam tot leven, het had wel iets weg van een vampierfilm. Het hek was van de dam, achtereenvolgens “One” en dan het oersterke “Master of Puppets”, “From Whom the Bell Tolls”, “Creeping Death” en “Seek and Destroy”. En dan allemaal samen op adem komen. Dat er geen enkel nummer van ‘Death Magnetic’ werd gespeeld , was niemand rouwig om.

Het zijn de echte klassieker waarom de fans altijd opnieuw naar een concert van Metallica gaan. Die nummers die hun gelijke niet kennen in de metal-scene. “Nothing Else Matters”, eerst niet geliefd maar ondertussen de grootste meezinger van de band om dan op het einde de definitieve genadeslag te geven met “Enter Sandman”. Vuurwerk knetterde boven het stadium alsof de Rode Duivels het WK gewonnen hebben maar niet was minder waar. Het waren de ridders van de nacht die Brussel hadden neergesabeld met hun steengoede klassiekers.

SETLIST: Hardwired - The Memory Remains - Disposable Heroes - Harvester of Sorrow - The Unforgiven - Here Comes Revenge - Moth Into Flame - Sad But True - Fade to Black - St. Anger-One - Master of Puppets - For Whom the Bell Tolls - Creeping Death - Seek and Destroy
ENCORE: Lords of Summer - Nothing Else Matters - Enter Sandman

Organisatie: Live Nation

Snail Mail

Snail Mail - Op de richel tussen moed en overmoed

Geschreven door

Muzikale kindsterretjes, het is een mensensoort waar we per definitie in een wijde boog omheen wandelen. Het uit Baltimore, Maryland afkomstige indietalent Lyndsey Jordan vormt de spreekwoordelijke uitzondering op die regel: op vijfjarige leeftijd ruilde ze haar Barbie collectie in voor een elektrische gitaar, ze was amper 16 toen ze vermomd als Snail Mail haar eerste EP ‘Habit’ uitbracht op het label van neopunk helden Priests, en vorig jaar scoorde Snail Mail’s full album debuut ‘Lush’ nagenoeg in elk zichzelf respecterend eindejaarsoverzicht. Genoeg adelbrieven dus om amper een jaar na haar eerste optreden alweer present te tekenen in de Brusselse Botanique.

Jordan herinnerde zich haar vorige doortocht in de bescheiden Witloof Bar nog alsof het gisteren was, en leek oprecht tevreden met de upgrade naar de Rotonde die afgelopen vrijdagavond afgeladen vol zat. Het frêle blondje van toen heeft intussen plaats geruimd voor een meer zelfzekere zwartharige adolescent. Ook haar begeleidingsband is intussen uitgebreid en huist naast een onopvallende ritmesectie nu ook een keyboardspeelster wiens taak er vooral in leek te bestaan om de tuning tijd tussen de nummers door op te vullen met spooky soundscapes. We zien er vooral een manoeuvre in van Jordan om op tijd en stond de aandacht van haar persoon af te leiden; wie ‘Lush’ een aantal draaibeurten gunt , komt er immers vlug achter dat de Amerikaanse tot het introverte type behoort en het podium dus niet haar favoriete habitat is.
Na een korte instrumentale intro begon Snail Mail’s set erg moedig door meteen één van haar prijsbeesten “Heat Wave” te serveren. Alle ingrediënten die ‘Lush’ zo genietbaar maken , klonken akelig perfect door in dit ene nummer, inclusief de tussen wanhoop en verwardheid oververslaande misthoorn van Jordan en haar kristalheldere -aan The Sundays schatplichtige- gitaarspel. Ook vroege nummers uit Snail Mail’s debuut EP zoals “Dirt” en “Slug” getuigden van een hoog gehalte aan perfectionisme.
Wat Jordan op een uur tijd vocaal presteerde was erg sterk, zeker tijdens de meer zwaarmoedige stukken zoals “Let’s Find An Out” en “Deep Sea”, maar wie op enige interactie met het publiek zat te wachten kwam van een kale reis thuis. Het publiek bleef Jordan & co onverminderd met applaus belonen, maar het oppergeconcentreerde Amerikaanse wonderkind bleef er al bij al eerder onbewogen bij. Het grootste herkenningsapplaus dat uit de Rotonde opsteeg viel te beurt aan “Pristine”, een indiepopparel met een onmiskenbare 90ies feel die even goed op een best-of van Juliana Hatfield of Liz Phair had kunnen staan.
Encores zijn voorlopig niet aan Jordan besteed, dus om de set toch met een waardig artistiek statement te besluiten stuurde ze haar band vroegtijdig naar de kleedkamer en liet ons kennismaken met twee nieuwe songs. Wat begon als een moedig avontuur verzandde echter al snel in een daad van overmoed. Eens buiten de comfortzone van haar vaste begeleidingsband bleek het toch niet evident voor de 20-jarige Amerikaanse om de belofte ook in haar dooie eentje waar te maken: Jordan greep al eens naast een gitaarakkoord en schudde regelmatig het hoofd als een gestresseerde student tijdens een examen notenleer.

Op zich overtuigden de twee onuitgebrachte nummers ons wel; ineens klonk Jordan hier een stuk zelfverzekerder, en ja, zelfs radiovriendelijker. Als ze nu ook nog eens verlost kan geraken van die groeipijnen, dan wordt Snail Mail beslist een blijvertje. Ik maak het thuis alle dagen mee: geef de jeugd het nodige krediet en alles komt (hopelijk) wel goed.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 321 van 966